Partij JA21 zet vol in op Lelylijn en geen krimp voor Schiphol.
Het verkiezingsprogramma van JA21 voor 2025 laat er geen misverstand over bestaan: mobiliteit moet in dienst staan van de vrijheid van de burger en van de economische kracht van Nederland. In de visie van de partij is bereikbaarheid niet slechts een praktische kwestie van asfalt, spoor of luchtvaart, maar vooral een principieel thema. “De eigen auto is een uiting van de individuele vrijheid van de Nederlander om zelf te bepalen wanneer en waarheen hij wil reizen,” zo stelt het programma duidelijk.
Die uitspraak onderstreept de centrale lijn in de plannen. JA21 wil dat de auto betaalbaar en toegankelijk blijft en verzet zich fel tegen maatregelen die het gebruik ervan zouden ontmoedigen. Dat betekent concreet: geen kilometerheffing, geen spitsheffing en ook geen verbod op brandstofauto’s, zelfs niet na 2035 zoals in Brussel is afgesproken. Sterker nog, de partij wil de accijnzen op brandstof verlagen om automobilisten tegemoet te komen. Het uitgangspunt is dat de automobilist niet langer de “melkkoe van de overheid” mag zijn.
alternatieve routes
Tegelijkertijd erkent de partij de hardnekkige fileproblemen. Meer asfalt is volgens JA21 niet altijd de oplossing. Er moet wel onderzoek komen naar “positieve prikkels” die automobilisten ertoe kunnen bewegen op andere momenten of via alternatieve routes te reizen. Daarbij benadrukt de partij nogmaals dat elke vorm van rekeningrijden of spitsheffing uitgesloten is.
Naast de auto krijgt ook het openbaar vervoer een centrale plek in het verkiezingsprogramma. JA21 wil een forse investering van 0,04% van het BBP om verschraling van het bestaande aanbod tegen te gaan. De partij noemt daarbij expliciet grote projecten zoals de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. Deze spoorverbindingen moeten volgens JA21 tegelijkertijd worden aangelegd, ondanks dat budgetten de afgelopen jaren naar andere projecten zijn doorgesluisd. Om dat te realiseren moet worden gekeken naar een mix van financieringsbronnen: bijdragen van rijk, provincies en gemeenten, Europese fondsen en zelfs private investeringen.
renovatie
Verder benadrukt de partij de omvangrijke vervangings- en renovatieopgave van bruggen, viaducten, sluizen en tunnels die de komende twintig jaar hun levensduur bereiken. Hiervoor is volgens JA21 jaarlijks een structurele investering van 0,5% van het BBP noodzakelijk.
Foto: JA 21 – Joost Eerdmans – Annabel Nanninga
Samengevat kiest JA21 bij mobiliteit en bereikbaarheid voor een koers die de vrijheid van de burger en de kracht van de economie centraal stelt. De auto blijft heilig, het openbaar vervoer moet versterkt worden zonder nieuwe lasten voor de reiziger, de transportsector krijgt lucht door realistisch beleid zonder dwang tot elektrificatie, en de luchtvaart mag groeien mits innovatie zorgt voor schonere en stillere oplossingen.
Voor de transport- en logistieke sector kiest JA21 voor een realistische koers. De partij stelt dat fossiele brandstoffen de komende jaren “dominant” zullen blijven en dat elektrische vrachtwagens of bestelwagens nog geen haalbaar alternatief zijn. Netcongestie, hoge kosten en een gebrek aan laadfaciliteiten maken een grootschalige elektrificatie volgens JA21 onmogelijk. Daarom is de partij tegen “dwingende elektrificatie” en tegen een lappendeken van milieuzones en zero-emissiegebieden in binnensteden, die volgens hen leiden tot een “onwerkbare situatie voor ondernemers”.
geen krimp
Ook in de luchtvaart zet JA21 in op groei en innovatie in plaats van krimp. Schiphol en de regionale luchthavens, waaronder Lelystad Airport en Groningen Eelde, moeten versterkt worden. Commerciële vluchten vanaf Lelystad moeten mogelijk worden gemaakt. Beperkende maatregelen zoals de vliegbelasting wil JA21 afschaffen. De oplossing voor geluidsoverlast en milieu-impact zoekt de partij vooral in technologische verbeteringen zoals stillere vliegtuigen, efficiënter luchtruimgebruik en schonere brandstoffen. “Krimp van Schiphol en de andere luchthavens past daar niet bij,” stelt het programma onomwonden.
Opvallend is dat JA21 de luchtvaart ook expliciet koppelt aan geopolitiek en economie. Het behoud van Nederland als internationaal luchtvaartknooppunt is volgens hen essentieel. Daarvoor moet het luchtruim worden heringericht met kortere en directere vliegroutes en een flexibel gebruik voor civiele en militaire vluchten.
De nasleep van de gewelddadige confrontaties in Amsterdam blijft de gemoederen bezighouden, en vooral de rol van sommige taxichauffeurs en scooterrijders staat volop in de schijnwerpers.
In het debat over de rellen die de afgelopen week de hoofdstad hebben opgeschud, sprak Joost Eerdmans, namens JA21, ferme taal: hij wil dat de vergunningen van taxichauffeurs die medeplichtig blijken aan de rellen, onmiddellijk worden ingetrokken. Eerdmans richtte zich met dit verzoek direct tot het kabinet, waarmee hij aangaf dat de straffen voor betrokkenheid bij dergelijke incidenten wat hem betreft fors moeten zijn.
Joost Eerdmans van JA21 heeft in felle bewoordingen opgeroepen tot een diepgaand onderzoek naar antisemitisme en de betrokken daders naar aanleiding van de recente geweldsincidenten in Amsterdam. De golf van aanvallen gericht op Israëlische Joden, waarbij taxichauffeurs en scooterrijders een rol zouden hebben gespeeld, heeft voor opschudding gezorgd in de stad en daarbuiten.
“We moeten keihard ingrijpen om te voorkomen dat dit nog een keer gebeurt,” stelde Eerdmans tijdens een politiek debat. Hij pleitte voor een onmiddellijke invoering van een verbod op gezichtsbedekking tijdens demonstraties, omdat hij van mening is dat dit het identificeren van relschoppers aanzienlijk moeilijker maakt.
Naast het voorstel van Eerdmans om gezichtsbedekkingen te verbieden, heeft Nieuw Sociaal Contract (NSC) eveneens gereageerd met een reeks maatregelen en aanbevelingen om antisemitische aanvallen in de toekomst te voorkomen. Eén van de belangrijkste voorstellen van NSC is een herziening van de regels omtrent de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor taxichauffeurs. Voor chauffeurs die betrokken zijn bij antisemitische aanvallen of andere geweldsincidenten, wil NSC dat de criteria voor het verkrijgen of behouden van een VOG strenger worden. Volgens de partij is het essentieel dat alle taxichauffeurs die in Nederland actief zijn, voldoen aan hoge integriteitsnormen, vooral omdat zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van hun passagiers en een representatieve functie vervullen in het openbaar vervoer.
spanningen
De spanningen in de stad laaiden op toen supporters van de Israëlische voetbalclub Maccabi Tel Aviv doelwit werden van geweld door groepen mannen, waaronder vermoedelijk taxichauffeurs en scooterrijders. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema sprak na deze onrustige nacht van een gerichte jacht op Israëlische Joden in de stad, een zorgwekkende conclusie die velen tot nadenken stemt.
Volgens de woordvoering verscheen er een online oproep aan taxichauffeurs om zich te organiseren, waarna meerdere taxi’s richting Holland Casino vertrokken. Daar bevonden zich op dat moment Israëlische supporters, en de situatie escaleerde toen de taxi’s arriveerden, vermoedelijk met de intentie om deze groep te intimideren.
Salaheddine haalt verhaal bij taxichauffeurs in Amsterdam. In de ruim 13 minuten durende reportage van Salaheddine komt naar voren dat meerdere taxichauffeurs belaagd en mishandeld zijn door de Maccabi Tel Aviv supporters.
Mekki Aulab Ahmed, woordvoerder van de Amsterdamse taxichauffeurs, reageerde fel op de berichtgeving in de media. In een interview met verslaggever Salaheddine uitte hij zijn teleurstelling en frustratie over de manier waarop de media volgens hem de situatie weergeven. “Nederland moet zich schamen,” stelde Ahmed. “Ik ben zwaar teleurgesteld in de media.”
beeldvorming
Hij wees er daarbij op dat de beeldvorming rond Mocro Nederlanders vaak eenzijdig en schadelijk is. Als voorbeeld noemt hij de man die opkwam voor de eigenaar van het huis op het Rokin, wiens Israëlische vlag tijdens de onrust werd verscheurd. “Die jongen wordt nu gezien als terrorist en wordt gezocht, terwijl hij eigenlijk slachtoffer is. Hij wordt in de media vervolgd en kan niet eens aangeven dat hij slachtoffer is,” aldus Ahmed.
Volgens de woordvoerder zijn de reacties van de taxichauffeurs op de aanvallen van afgelopen week niet zonder aanleiding geweest. Hij vertelt dat een van de taxichauffeurs eerst werd aangevallen, waarna zijn collega’s ingrepen om hem te beschermen. Toch willen veel van de betrokken chauffeurs anoniem blijven, uit angst om als terrorist bestempeld te worden. Ahmed legt uit: “Ze worden nu gezien als terroristen, terwijl zij juist slachtoffer zijn van een eenzijdige beeldvorming.”
roep om begrip
Hoewel de politiek scherpe maatregelen eist, lijkt er vanuit de taxichauffeurs vooral een roep om begrip en een genuanceerde weergave van de feiten te komen. De gebeurtenissen van afgelopen week brengen diepere spanningen naar boven, waarbij etnische en politieke scheidslijnen door elkaar heen lopen. De betrokken partijen zullen, zoals het er nu uitziet, niet snel tot een gezamenlijke conclusie komen, maar de druk op de taxibranche om in te grijpen in het eigen netwerk neemt toe.
Eerdmans heeft zijn standpunt helder neergezet, en burgemeester Halsema zal op haar beurt moeten balanceren tussen de eisen van de nationale politiek en de gevoeligheden binnen de Amsterdamse gemeenschap. Of de media en de politieke leiders erin zullen slagen om de situatie in balans te brengen en een verdere escalatie te voorkomen, is echter allesbehalve zeker.
Van betaalbaarheid tot duurzaamheid: hoe willen politieke partijen ons land de komende jaren mobiel houden?
Het is een dringende oproep die klinkt als een alarmbel in de oren van iedereen die zich bezighoudt met mobiliteit in Nederland. De vraag is of hetzelfde geluid ook hoorbaar is bij de politieke partijen? “Als er niets gebeurt, komt Nederland letterlijk en economisch stil te staan.” Dat zegt Marga de Jager, de voorzitter van de Mobiliteitsalliantie, een samenwerkingsverband van 25 organisaties in de vervoerssector, waaronder de ANWB, de Fietsersbond, Schiphol en de NS. De alliantie pleit ervoor dat het nieuwe kabinet jaarlijks 2 tot 3 miljard euro extra investeert in de vervoersinfrastructuur.
politieke partijen
Nu de politieke partijen hun standpunten over mobiliteit verder hebben verfijnd in hun verkiezingsprogramma’s, wordt het meer dan ooit tijd om deze urgentie te onderkennen en actie te ondernemen. Of zoals De Jager het verwoordt: “Zorg in elk geval dat datgene wat gepland stond ook wordt uitgevoerd de komende jaren.” De mobiliteitsplannen van Nederlandse politieke partijen tonen een scherp contrast in visies en benaderingen. In een land waar mobiliteit een kritieke rol speelt in het dagelijks leven, biedt elk van de grote partijen een unieke draai aan hoe ze deze essentiële sector willen hervormen.
Maar er is meer. De Jager wijst erop dat zonder adequate investeringen in mobiliteit, ook het proces van verduurzaming in gevaar komt. Dit heeft niet alleen ecologische implicaties, maar bedreigt ook de economische vitaliteit van het land. Bovendien ligt er een sociale tijdbom op de loer. Als de kosten voor mobiliteitsdiensten blijven stijgen zonder overheidsinterventie, worden deze diensten onbetaalbaar voor een grote groep mensen. Tijd voor onze redactie in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen voor een analyse en ons samenvattend inzicht in de verschillende partijprogramma’s.
Marga de Jager – CEO ANWB
De VVD richt zich op betaalbaarheid en efficiëntie, ondersteund door technologische innovaties. De partij is daarmee populair onder middengroepen en ondernemers. Maar de VVD’s standpunt om accijnzen op auto’s te verlagen staat op gespannen voet met hun streven naar een snelle overgang naar elektrisch rijden, wat vragen oproept over de consistentie van hun plannen. De VVD streeft ernaar het openbaar vervoer en de auto als gelijkwaardige opties te zien, maar hun voorstellen lijken de auto toch te bevoordelen.
De PvdA–GroenLinks verschuift de aandacht naar sociale inclusiviteit, met een nadruk op het maken van openbaar vervoer dat betaalbaar en toegankelijk is voor iedereen. Deze sociaal gerichte aanpak klinkt mooi, maar critici wijzen erop dat er weinig details zijn over hoe de partij deze plannen denkt te financieren. De politieke alliantie neemt een expliciet milieuvriendelijke houding aan. Hun focus ligt op het verminderen van de CO2-uitstoot door substantiële investeringen in fietsinfrastructuur en de vergroening van het openbaar vervoer. Deze groene agenda krijgt steun onder een jongere demografie, maar stuit ook op weerstand bij diegenen die vrezen voor hogere belastingen en kosten.
D66 probeert een middenweg te vinden tussen economische groei en duurzaamheid. Ze zetten in op waterstof als een potentiële brandstof van de toekomst en willen tegelijkertijd het bestaande openbaar vervoersnetwerk moderniseren. Dit evenwichtige standpunt kan in theorie een breed electoraat aanspreken, maar het brengt het risico met zich mee van niet genoeg focus op één specifiek gebied.
kleinere partijen
Terwijl de grote partijen hun eigen uitgesproken visies op mobiliteit hebben, mogen de standpunten van kleinere en opkomende partijen niet over het hoofd worden gezien, omdat ze vaak nieuwe en innovatieve benaderingen bieden.
Portret van Lilian Marijnissen, door Robin de Puy.
De SP benadrukt een meer gemeenschapsgerichte benadering van mobiliteit. Hun focus ligt op het verbeteren van lokale en regionale vervoersdiensten, waardoor de partij een sterke achterban kan opbouwen in kleinere gemeenschappen. Echter, het gebrek aan aandacht voor nationale en internationale verbindingen kan een beperkende factor zijn in hun mobiliteitsvisie.
Het CDA streeft naar verbeterde bereikbaarheid in minder dichtbevolkte regio’s door substantiële investeringen in belangrijke spoorlijnen zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn. Bovendien pleit de partij voor financiële steun aan regionale openbaarvervoerprojecten zoals de Maaslijn en de verbinding Zwolle-Munster. In een ongebruikelijke beweging kant de partij zich tegen rekeningrijden in dunbevolkte gebieden, kiezend voor een e-vignet om bijdragen van buitenlandse automobilisten te verwerven voor het onderhoud van wegen.
Forum voor Democratie (FVD) maakt bijvoorbeeld een gedurfde keuze door te pleiten voor de afschaffing van veel bestaande milieuvoorschriften rond mobiliteit. De partij beschouwt deze regelgeving als een belemmering voor economische groei. Dit standpunt kan resoneren bij een groep kiezers die zich gefrustreerd voelen door wat zij zien als overregulering, maar het roept ook vragen op over duurzaamheid en langetermijneffecten op het milieu.
De Partij voor de Dieren legt de nadruk juist sterk op duurzaamheid, en wil het gebruik van fossiele brandstoffen fors verminderen. Ze pleiten voor investeringen in alternatieve, duurzamere vormen van transport, zoals de fiets en het openbaar vervoer. Hoewel deze visie aantrekkelijk kan zijn voor milieubewuste kiezers, lopen ze het risico anderen af te schrikken die vrezen voor een te drastische verandering in hun dagelijks leven.
Om deze doemscenario’s te vermijden, heeft de Mobiliteitsalliantie een aantal concrete voorstellen gedaan. Naast het doortrekken van de Noord-Zuidlijn en de verbreding van de A4, wordt er gepleit voor het in stand houden van de pontveren die een vitale rol spelen in het vervoer van mensen over water. Dit alles, zegt De Jager, vereist niet alleen plannen, maar vooral ook daadkracht van het nieuwe kabinet.
De ChristenUnie ziet mobiliteit als een manier om de sociale cohesie te bevorderen, waarbij zowel lokale gemeenschappen als het gehele land worden verbonden. Zij focussen op betrouwbaar openbaar vervoer en goede weginfrastructuur als middelen om dit te bereiken. Hoewel deze aanpak minder controversieel is, ontbreekt het aan een duidelijke visie op milieuvraagstukken.
Denk wil het openbaar vervoer toegankelijker maken voor minderbedeelden en pleit voor eerlijkere prijzen. Daarnaast wil de partij dat er meer aandacht komt voor de transportbehoeften van minderheden en nieuwkomers. Deze inclusieve benadering kan een bepaalde niche aanspreken, maar de uitwerking en financiële haalbaarheid blijven vraagstukken.
Foto: SGP – Chris Stoffer
Bij elkaar genomen tonen deze partijen een breed scala aan benaderingen, van deregulering en economische groei tot sociale inclusiviteit en milieuduurzaamheid. Zoals de grotere partijen hun eigen specifieke kiezersgroepen aantrekken, doen ook deze kleinere partijen dat, en hun invloed op het nationale debat over mobiliteit kan niet worden genegeerd.
De SGP, vaak gezien als conservatief en traditioneel, heeft een verrassend pragmatische benadering van mobiliteit. Ze zijn voorstander van een goed onderhouden weginfrastructuur, maar willen ook investeren in nieuwe technologieën om de verkeersdoorstroming te verbeteren. Op deze manier probeert de partij een evenwicht te vinden tussen moderniteit en traditie.
Naarmate de verkiezingen naderen, wordt het steeds belangrijker om deze diverse visies te wegen en te overwegen welke het meest coherent en toepasbaar zijn op een nationaal niveau. Terwijl de focus vaak ligt op de grotere en bekendere partijen, dragen ook de kleinere partijen bij aan de veelzijdigheid van het debat rondom mobiliteit. Enkele voorbeelden zijn SGP, 50Plus en BIJ1.
Foto: JA 21 – Joost Eerdmans – Annabel Nanninga
JA21, een relatief nieuwe speler, houdt er liberale economische ideeën op na, waarbij particulier ondernemerschap in de mobiliteitssector wordt gestimuleerd. Ze willen de markt meer openstellen en bureaucratische belemmeringen verminderen, wat in hun ogen tot meer innovatie en efficiëntie zou leiden.
50Plus legt de nadruk op het verbeteren van de mobiliteit voor ouderen. Dit omvat niet alleen openbaar vervoer, maar ook speciale diensten en voorzieningen voor senioren, zoals buurtbussen en ouderentaxi’s. In een vergrijzende samenleving kan deze focus op ouderen een belangrijk punt van overweging zijn.
BIJ1 richt zich op het creëren van een meer inclusieve samenleving en dit is terug te zien in hun standpunten over mobiliteit. De partij streeft naar betaalbaar en toegankelijk vervoer voor iedereen, met een speciale focus op kwetsbare groepen. Hiermee wil BIJ1 de mobiliteitskloof verkleinen die vaak te zien is in diverse en ongelijke samenlevingen.
Kortom, de kleinere partijen belichten facetten van het mobiliteitsdebat die soms over het hoofd worden gezien door de grotere partijen. Ze brengen onderwerpen als inclusiviteit, veroudering en efficiëntie naar voren, en voegen daarmee een extra laag van complexiteit toe aan de discussie. In de aanloop naar de verkiezingen zou het onverstandig zijn deze partijen en hun unieke benaderingen te negeren.
Dagelijks stappen miljoenen Nederlanders de voordeur uit om zich via fiets, auto of openbaar vervoer naar hun werk en school te begeven. JA21 in haar verkiezingsprogramma in op een combinatie van deze transportmiddelen in plaats van ze als concurrenten te zien. Treinstations als overstapplek voor automobilisten met volop voorzieningen tussen perron en parkeerplaats, bussen als luxe transitcoaches voor mensen die verder van hun werk wonen en geen treinstation in de buurt hebben.
Daarnaast ziet JA21 meer in hoogfrequente snelle (lightrail) spoorverbindingen die ook minder dichtbevolkte gebieden kunnen ontsluiten en het woon-werk verkeer voorspelbaar en betrouwbaar maken. Dit is een beter alternatief dan het subsidiëren van elektrische auto’s, omdat het fileprobleem daarmee niet wordt opgelost, en nieuwe problemen worden veroorzaakt zoals het winnen van de benodigde schaarse metalen en de belasting van het elektriciteitsnetwerk. JA21 heeft dan ook met de verfijning van het spoornetwerk een verdere verbetering van het personenvervoer voor ogen, met volop kansen voor ondernemerschap.
De afgelopen tien jaar steeg het aantal verkeersdoden vooral onder fietsers, ouderen en scootmobielrijders. Om het tij te keren zijn er op korte termijn effectieve maatregelen op grote schaal nodig, gericht op het duurzaam veilig inrichten van wegen, inclusief de infrastructuur voor fietsers. Zo wil JA21 extra gaan investeren in separate fietspaden en snelfietsroutes voor onder andere scooters en elektrische fietsen. Fietsers kunnen ook zelf bijdragen aan hun eigen veiligheid, bijvoorbeeld door het dragen van een fietshelm en reflecterende kleding/door een fietshelm en reflecterende kleding te dragen en extra verlichting te voeren. Volgens het SWOV scheelt dit maar liefst 85 verkeersdoden per jaar. JA21 is hier zeker voorstander van, maar ziet het gebruik ervan als eigen verantwoordelijkheid. Handhaving van maximumsnelheden dient te zijn gericht op het bevorderen van de veiligheid
https://youtu.be/kG6roSYlVFc
Al jaren bestaat in Nederland de behoefte aan een brede volkspartij op rechts. Een partij die staat voor minder regeldruk, lastenverlichting, een streng immigratiebeleid en ondersteuning voor de ondernemers die ons land groot maken. Een partij die hardwerkend Nederland steunt en werken altijd wil laten lonen, maar ook hulp biedt aan kwetsbaren en ouderen. Een partij die staat voor onze culturele waarden en de mensen die onze waarden onderschrijven. Een partij die Nederlanders weer zelfbeschikking wil geven, met minder invloed van de Europese Unie. Een partij die niet met alle winden meewaait en zich niet door elke mode van slag laat brengen. Een partij die begrijpt dat Nederlanders vrijheid nastreven, maar ook verbondenheid, en dat beleven via onze gedeelde geschiedenis, cultuur en tradities. JA21 wil aan deze roep van de kiezer gehoor geven.