Tag archieven: ongelukken

Ongelukken met OV: bus en tram steeds vaker betrokken bij ernstige ongevallen

Zware ongelukken met OV blijven hardnekkig probleem, kwetsbare verkeersdeelnemers betalen hoogste prijs bij botsingen.

Zware ongelukken met openbaar vervoer blijven een hardnekkig probleem in Nederland en Vlaanderen, al ligt de kern van het risico opvallend genoeg niet in de voertuigen zelf. Het grootste gevaar ontstaat juist op de plekken waar bussen, trams en treinen de buitenwereld kruisen: overwegen, drukke kruispunten, haltes en tijdelijke werkzones. Dat beeld komt scherp naar voren uit een uitgebreide analyse van ongevallen en cijfers uit beide regio’s.

Reizen met het openbaar vervoer zelf blijkt relatief veilig. Onderzoek laat zien dat dodelijke slachtoffers zelden vallen ín bus, tram of trein, maar vooral daarbuiten. In Nederland ging het in de voorbijgaande periode gemiddeld om 21,2 doden per jaar bij ongevallen mét een OV-voertuig, tegenover slechts 0,6 doden bij incidenten ín het openbaar vervoer. Slachtoffers zijn in de meeste gevallen kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers, voetgangers en bromfietsers.

menselijk gedrag

Vooral het spoor springt eruit als risicofactor. In 2024 registreerde de Inspectie Leefomgeving en Transport 22 significante treinongevallen met in totaal 15 dodelijke slachtoffers. Overwegen vormen daarbij het grootste probleem: 17 van die ongevallen vonden plaats op een overweg, goed voor 11 doden en meerdere zwaargewonden. Opvallend is dat het merendeel van deze ernstige ongevallen gebeurde op beveiligde overwegen. Dat wijst op een hardnekkig probleem waarbij menselijk gedrag een grote rol speelt. Veel slachtoffers negeren bewust rode lichten en gesloten slagbomen.

Het belangrijkste patroon is niet dat reizen in openbaar vervoer onveilig is, maar dat zware ongevallen vooral ontstaan waar openbaar vervoer kruist met ander verkeer: overwegen, stedelijke kruispunten, haltes, tramsporen in gemengd verkeer, busbanen en werkzones op het spoor.

Cijfers zijn lastig één-op-één te vergelijken. Voor Nederland benadrukt SWOV dat het werkelijke aantal OV-slachtoffers niet volledig bekend is, omdat CBS-verkeersdoden bij bus, trein en tram/lightrail niet afzonderlijk worden uitgesplitst. Voor Vlaanderen speelt juist een ander probleem: De Lijn registreert incidenten operationeel breed. Daardoor vallen de cijfers hoger uit, maar omvatten ze ook lichte incidenten en voorvallen die niet strikt verkeerskundig van aard zijn.

Een betrouwbaar onderzoek moet daarom minimaal onderscheid maken tussen vier categorieën:

Het Belgische en Vlaamse beeld is vergelijkbaar. Infrabel meldde in 2024 dertig overwegongevallen, een daling ten opzichte van eerdere jaren, maar met nog altijd zware gevolgen: vijf doden en acht zwaargewonden. Volgens de spoorbeheerder werd zestig procent van deze ongevallen veroorzaakt door mensen die bewust overstaken terwijl de beveiliging actief was.

Naast het spoor spelen ook bussen en trams een belangrijke rol in het risicobeeld, vooral in stedelijke gebieden. In Amsterdam bijvoorbeeld steeg het aantal geregistreerde incidenten van 880 in 2024 naar 966 in 2025. Het ging daarbij om botsingen, aanrijdingen en andere voorvallen, met name bij bus en tram. De vervoerder koppelde die stijging onder meer aan tijdelijke verkeersmaatregelen en werkzaamheden, waardoor routes complexer en onoverzichtelijker werden.

Foto: © Pitane Blue – spoorwegovergang Koksijde

Alles bij elkaar ontstaat een duidelijk beeld: openbaar vervoer is op zichzelf veilig, maar vormt in combinatie met druk verkeer en menselijke fouten een blijvend risico. Vooral waar infrastructuur, gedrag en complexe situaties samenkomen, blijft de kans op ernstige ongelukken aanwezig.


Ook in Vlaanderen liggen de aantallen hoog, al komt dat deels door een bredere manier van registreren. De Lijn noteerde in 2024 maar liefst 7.867 incidenten met bussen. Daaronder vallen niet alleen verkeersongevallen, maar ook reizigers die vallen, deurincidenten en zelfs kleinere voorvallen zoals schade aan voertuigen. In totaal vielen daarbij 1.198 slachtoffers, onder wie vier doden en 38 zwaargewonden. Bij tramongevallen ging het tussen 2019 en 2024 om 1.923 slachtoffers, waaronder 17 doden.

niet aansprakelijk

Opvallend is dat vervoersmaatschappijen in veel gevallen niet de hoofdverantwoordelijke zijn. Zo blijkt dat De Lijn in ongeveer 80 procent van de tramongevallen niet aansprakelijk wordt gesteld. Dat onderstreept dat het probleem vaak ligt in de complexe interactie tussen zware voertuigen en kwetsbare weggebruikers in drukke omgevingen.

Een ander belangrijk inzicht komt uit het treinongeval bij Voorschoten in 2023. Daarbij kwam een kraanmachinist om het leven en raakten tientallen mensen gewond nadat een trein op werkzaamheden botste. De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde dat niet alleen technische factoren een rol speelden, maar ook organisatorische keuzes, werkdruk en communicatieproblemen. Het ongeval laat zien dat risico’s niet alleen ontstaan op de weg, maar ook binnen de organisatie van het spoor zelf.

kwetsbare groepen

De bredere verkeerscontext maakt het probleem nog duidelijker. In Nederland vielen in 2024 in totaal 675 verkeersdoden, waarvan fietsers de grootste groep vormden met 246 slachtoffers. In Vlaanderen ging het om 253 verkeersdoden, waarbij fietsers en voetgangers samen een groot aandeel hadden. Juist deze kwetsbare groepen komen vaak in aanraking met openbaar vervoer in stedelijke gebieden.

Deskundigen wijzen erop dat de grootste winst te behalen valt met een combinatie van maatregelen. Het aanpakken van overwegen staat daarbij bovenaan de lijst, bijvoorbeeld door ze op te heffen of ongelijkvloers te maken. Daarnaast is betere inrichting van kruispunten en haltes cruciaal, net als strengere aandacht voor veiligheid bij werkzaamheden en tijdelijke verkeerssituaties. Ook technologie, zoals dodehoekdetectie en slimme waarschuwingssystemen, kan helpen, mits de effectiviteit goed wordt gemeten.

Babboe moet stoppen met de verkoop van zijn bakfietsen

Volgens de NVWA heeft Babboe nagelaten adequaat onderzoek te doen naar de oorzaken van deze defecten en heeft het bedrijf verzuimd de nodige maatregelen te nemen om verdere incidenten te voorkomen.

Recentelijk heeft RTL Nieuws een onderzoek gepubliceerd over de structurele problemen met de frames van Babboe bakfietsen, wat leidde tot breuken tijdens het gebruik. Personeelsleden van Babboe en ex-medewerkers, alsook klanten, hebben hun bezorgdheid geuit over de veiligheid van deze vervoersmiddelen. Ondanks eerdere terugroepacties en aanpassingen aan de bakfietsen, blijven de frames breken en scheuren, soms zelfs resulterend in ongelukken.

Ingenieurs en experts op het gebied van productveiligheid hebben kritiek geuit op de constructie en adviseren regelmatige inspectie van het frame en melding bij problemen aan de NVWA. Babboe heeft in sommige gevallen klanten bijgestaan met problemen, maar volgens kritieken is dit niet afdoende geweest om de veiligheidszorgen te adresseren. De fabrikant benadrukt echter dat het aantal gemelde problemen met het model Curve extreem laag is en dat deze naar tevredenheid zijn opgelost.

NVWA

De recente ontwikkelingen rondom Babboe bakfietsen hebben geleid tot een ingreep door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De autoriteit heeft besloten dat Babboe moet stoppen met de verkoop van zijn bakfietsen vanwege ernstige veiligheidsrisico’s die aan het licht zijn gekomen. Deze beslissing volgt na honderden meldingen van gebroken frames tijdens het gebruik, wat duidt op een potentieel gevaar voor zowel volwassenen als kinderen die van deze fietsen gebruik maken.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft bakfietsproducent Babboe verplicht om per direct de handel van al zijn bakfietsen te staken. Ook moet het bedrijf bakfietsen met een ernstig veiligheidsrisico terugroepen. De NVWA wijst het bedrijf op zijn wettelijke verplichting na uitvoerig onderzoek naar framebreuken.

Volgens de NVWA heeft Babboe nagelaten adequaat onderzoek te doen naar de oorzaken van deze defecten en heeft het bedrijf verzuimd de nodige maatregelen te nemen om verdere incidenten te voorkomen. Dit nalaten wordt gezien als een overtreding van de wet, aangezien Babboe zelf de defecten had moeten melden bij de toezichthouder. De verkoopstop blijft van kracht totdat Babboe kan aantonen dat de bakfietsen weer veilig zijn voor gebruik.

In augustus 2019 erkende fietsenfabrikant Babboe dat het frame van tweewielerbakfiets ‘City’, geproduceerd van 2010 tot met 2012, een fabricagefout heeft. Ook kan bij modellen van 2017 tot juni 2018 ‘in enkele gevallen een lasfout zitten’, stelde de fabrikant.

De NVWA startte het onderzoek eind 2023 naar aanleiding van een signaal over meerdere framebreuken van de Babboe-bakfietsen. Uit het onderzoek van de NVWA blijkt dat Babboe in de afgelopen jaren een groot aantal meldingen van gebroken frames kreeg. Babboe gaf niet de opvolging aan deze meldingen zoals de wet dit voorschrijft. Zo deed men geen onderzoek naar de oorzaken en deed men geen melding bij de NVWA.

De NVWA heeft Babboe opgedragen de handel van alle bakfietsen met onmiddellijke ingang te staken omdat ze niet aan de wet voldoen. De veiligheid van de bakfietsen is namelijk onvoldoende geborgd. De bakfietsen mogen weer verkocht worden wanneer voldoende is aangetoond dat deze veilig zijn, onder andere door middel van een volledig technische documentatie.

Babboe

Het bedrijf gereageerd op de kritieken en maatregelen die zijn opgelegd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Via een verklaring op hun website heeft het bedrijf de zorgen rondom de veiligheid van sommige modellen van hun bakfietsen genuanceerd. Babboe stelt dat de NVWA aangegeven heeft dat het bedrijf onvoldoende informatie heeft verstrekt om aan te tonen dat bepaalde modellen geen veiligheidsrisico vormen. Als reactie hierop heeft Babboe besloten om uit voorzorg de verkoop van alle Babboe bakfietsen tijdelijk te staken.

Dit besluit onderstreept de serieuze benadering van Babboe ten aanzien van de veiligheidszorgen. Het bedrijf benadrukt dat het in nauw overleg blijft met de NVWA om de benodigde informatie te verschaffen die nodig is om aan te tonen dat de bakfietsen veilig zijn voor gebruik. Dit proces omvat de voorbereidingen voor een mogelijke terugroepactie van specifieke modellen, waarbij de veiligheid van de gebruiker voorop staat. Deze maatregelen zijn cruciaal om de veiligheid van consumenten te waarborgen en het vertrouwen in producten zoals bakfietsen, die een essentieel onderdeel zijn van het dagelijks leven van veel gezinnen, te behouden.

Remsysteem scootmobiel moet aangepast worden

Seniorenorganisatie KBO-PCOB wil dat zowel de minister als de branche nu eindelijk werk maken van alle aanbevelingen voor scootmobielen.

De meeste scootmobielen zijn uitgerust met een remsysteem waarbij je, als je plotseling moet remmen, niet moet knijpen, maar juist de gashendel moet loslaten. “Dat druist totaal in tegen de menselijke intuïtie”, aldus Ingrid Rep, directeur van seniorenorganisatie KBO-PCOB. Die wil dat het levensgevaarlijke remsysteem snel wordt aangepast. “Sinds 2007 zijn er al meerdere onderzoeken verricht die aantonen dat scootmobielen onveilig zijn. We weten dat er steeds meer ouderen komen. Als we nu weten dat het remsysteem leidt tot meer ongelukken, waarom is er dan na al die jaren nog steeds niets gebeurd”? 

Over het aantal gewonden onder scootmobielrijders zijn geen betrouwbare gegevens bekend. Wel over het aantal verkeersdoden onder scootmobielrijders. Dat waren er volgens het CBS in 2000 nog maar zes, in 2022 steeg dat naar 39, waarvan de meesten 70-plussers. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) deed al in 2018 onderzoek hoe ongelukken met scootmobielen ontstaan. Dat bleek een combinatie van het remsysteem, de stabiliteit van de scootmobiel én de inrichting van fietspaden en kruispunten. 

In november 2018 bracht de stichting een rapport uit met aanbevelingen. SWOV adviseerde onder andere de scootmobielen te voorzien van een rem waarmee actief geremd kan worden. Na het onderzoek in 2018 liet de toenmalige minister van Infrastructuur en Waterstaat Van Nieuwenhuizen weten hierover in gesprek te gaan met de branche. Dat is vijf jaar geleden. 

Er moeten voor de scootmobiel rijlessen beschikbaar komen in de wijken.

“KBO-PCOB heeft het probleem met het gevaarlijke remsysteem kort na het onderzoek van SWOV al aangekaart bij de politiek, en gevraagd om maatregelen. Daar is niks mee gedaan. Wij vinden dát schandalig. Omdat je weet dat er dodelijke ongevallen plaatsvinden”.

Ingrid Rep, directeur van seniorenorganisatie KBO-PCOB.

Marja Kerpel (75) uit Rotterdam maakte onlangs een naar ongeluk mee tijdens haar eerste buitenrit op haar nieuwe scootmobiel. De rit ging prima, tot ze rechts een brug over moest. Terwijl ze instuurt om de brug op te rijden, komen er twee fietsers aan.

“Waarom weet ik niet, maar ik schrok van ze. Dus wilde ik remmen. Jarenlang heb ik gefietst met handremmen. En in die reflex kneep ik de gashendel in”. Die blijkt zonder dat ze het weet op standje ‘Haas’ te staan. Door de snelheid knalt ze rechtdoor met 22 kilometer per uur tegen de zijkant van de brug. De scootmobiel kantelt en Marja slaat achterover met haar hoofd op straat. “Ik had overal pijn. Met tranen in mijn strot ben ik weer thuisgekomen”.

Marja Kerpel uit Rotterdam.

Seniorenorganisatie KBO-PCOB wil dat zowel de minister als de branche nu eindelijk werk maken van alle aanbevelingen. Directeur Ingrid Rep: “We kunnen onze ouderen niet nog langer in scootmobielen laten rijden die levensgevaarlijk zijn”. Er moeten voor de scootmobiel bovendien rijlessen beschikbaar komen in de wijken. KBO-PCOB pleit ook voor betere voorlichting bij de aanschaf van het voertuig. 

Aantal fietsslachtoffers gestegen afgelopen 10 jaar

Fietsen, veel Nederlanders doen dit dagelijks naar bijvoorbeeld het werk of gewoon om lekker te bewegen. We zien veel elektrische fietsen in het verkeer en daarmee kunnen we makkelijker grote afstanden overbruggen. Door de hoge brandstofprijzen pakken ook steeds meer mensen de fiets in plaats van de auto. Het wordt steeds drukker op de fietspaden en we moeten dus steeds beter opletten. Fietsers met verschillende snelheden crossen door en langs elkaar, dit in combinatie met drukte op het fietspad is vragen om ongelukken. Het aantal verkeersslachtoffers met ernstige verwondingen is van 2012 tot en met 2021 flink gestegen.

Een stijging van 18 procent in tien jaar tijd. Dit blijkt uit een onderzoek van VeiligheidNL, kenniscentrum voor letselpreventie. Binnen de groep fietsers vallen de meeste slachtoffers in de leeftijd van 55 jaar en ouder (44%) en van 12 tot en met 24 jaar (19%). Ook blijkt dat slachtoffers op een elektrische fiets een verhoogd risico lopen op letsel waarvoor een Spoedeisende Hulp behandeling nodig is. Vorig jaar waren er ongeveer 11.000 fietsslachtoffers met hersenletsel waarvan de helft 55 jaar of ouder was. Het is dus heel erg belangrijk om een fietshelm te gebruiken. Een fietshelm vermindert de kans op hersenletsel met drie procent.

“Elektrische fietsen worden steeds normaler in het verkeer, voor jong en oud. Verdiepend onderzoek zal moeten uitwijzen hoeveel groter dat verhoogd risico is en moeten duiden welke oorzaken hier ten grondslag aan liggen.”

Martijntje Bakker, directeur/bestuurder VeiligheidNL.

Ook ons gedrag kan voor minder ongelukken zorgen. Fiets niet tegen het verkeer in. Fiets MONO. Als je als snelle rijder mensen wilt inhalen op het fietspad, laat dan weten dat je eraan komt door even te bellen. Op drukke fietspaden kun je beter achter elkaar rijden dan langs elkaar. Steek je hand uit om je richting aan te geven. Zorg dat je fietsverlichting aan staat als het schemerig of donker is. Ga niet stilstaan op het fietspad maar probeer dat in de berm te doen. Probeer je snelheid aan te passen aan de rest als het druk is op het fietspad. Parkeer je fiets netjes zodat deze niet op de weg of het fietspad ligt mocht deze omvallen. Als we allemaal rekening houden met elkaar zullen er waarschijnlijk heel wat minder ongelukken gebeuren. 

Lees ook: Forens vindt elektrische fiets goed idee

Nachtblindheid en verkeer geen goede combinatie

Sommigen onder ons herkennen het vast wel, overdags rijd je het hele land door maar in het donker liever niet als je niet bekend bent met de route. Je ogen moeten altijd even aan het donker wennen, maar wat als ze dat niet doen? Zodra het donker is zie je niet goed waar de weg heen leidt, je kunt je moeilijk oriënteren in het verkeer en moet veel moeite doen om te focussen. Wat is nachtblindheid eigenlijk en is er iets tegen te doen? 

Nachtblindheid en verkeer zijn een slechte combinatie en is vragen om ongelukken met bijvoorbeeld andere weggebruikers. Nachtblindheid is het slecht of helemaal niet kunnen zien wanneer er weinig licht is of als het donker is. Dat kan ’s avonds of ’s nachts zijn, maar ook binnen bij zwakke verlichting. Zeer vervelend is dat iemand met nachtblindheid bij de overgang van licht naar donker altijd enige tijd nodig heeft om te kunnen kijken. Het kan tot ongeveer een uur duren voordat zien in het donker optimaal is. Het is dus niet verstandig om auto te rijden want wie nachtblind is, is in het donker een gevaar op de weg. Een nachtblinde kan de zijkanten van de weg niet zien. 

In het netvlies liggen twee soorten cellen: kegeltjes en staafjes. De kegeltjes gebruiken we als het licht is. Ze zorgen ervoor dat we scherp zien en kleuren kunnen onderscheiden. In het donker doen de kegeltjes vrijwel niets en gebruiken we de staafjes. Met de staafjes kunnen we geen kleuren onderscheiden. Daarom zien we in het donker alles grijs. De staafjes vangen zo veel mogelijk licht om toch zoveel mogelijk te kunnen zien. Nachtblindheid ontstaat als de lichtgevoelige staafjes in het netvlies niet goed werken, aldus het oogfonds

Volgens het oogfonds komt nachtblindheid altijd voor aan beide ogen. Het kan erfelijk zijn of veroorzaakt worden door glaucoom of staar, aandoeningen van de oogzenuw en onbehandelde bijziendheid. Maar je kunt het ook krijgen door bijvoorbeeld te weinig vitamine A. Het is erg belangrijk dat we onze ogen ook regelmatig rust geven van kunstlicht, we zitten natuurlijk heel de dag op kantoor of school. Wil je toch autorijden of fietsen als het donker is dan kun je de speciale bril voor nachtblindheid eens proberen, bij de één werkt het, bij de ander niet. Deze nachtzichtbril heeft gele glazen en daardoor wordt het zicht scherper, contrasten duidelijker en wordt fel licht gedimd van bijvoorbeeld tegenliggers.

Lees ook: Van Rotterdam naar Londen met vliegtuig op waterstof

Om beter te kunnen zien in het donker zijn er speciale nachtzichtbrillen te koop.

23% van de jonge automobilisten heeft rijangst

Maar liefst 23 procent van de jonge Nederlandse automobilisten heeft rijangst. Dit blijkt uit onderzoek van Diks Verzekeringen onder 1.108 Nederlanders met een rijbewijs, uitgevoerd door Panelinzicht. Deze rijangst onder jongeren is niet alleen het gevolg van te weinig ervaring achter het stuur, ook andere factoren spelen een belangrijke rol. Zo stelt bijna de helft van de respondenten jonger dan dertig jaar dat zij andere weggebruikers niet vertrouwen.

Automobilisten ouder dan dertig jaar vinden het aanzienlijk minder spannend achter het stuur. Zo heeft slechts een op de tien van hen rijangst en wantrouwt bijna een derde (32 procent) hun medeweggebruikers. Wellicht hierdoor stapt elf procent van alle ondervraagden liever niet bij anderen in de auto. 

“Ik begrijp dat het extra spannend is om achter het stuur te kruipen als je je pas net je rijbewijs hebt”, zegt Marc Diks van Diks Verzekeringen. Het lijkt er overigens niet op dat die extra spanning gegrond is. Uit onze gegevens blijkt namelijk dat dertigers het vaakst betrokken zijn bij schade, gevolgd door bestuurders in de vijftig. Waar jongeren dus best wat meer mogen ontspannen achter het stuur, kunnen ervaren automobilisten juist iets scherper zijn”.

Ongelukken

Een belangrijke reden voor rijangst, lijkt de vrees voor ongelukken. Zo blijkt uit het onderzoek dat ruim een op de vijf respondenten bang is om schade te rijden en tien procent het eng vindt om de snelweg op te gaan. Opvallend genoeg zijn vooral vrouwelijke bestuurders bang voor autoschade (26 procent) en de snelweg (15 procent). Onder de mannelijke respondenten bedragen deze percentages slechts 18 en 5 procent.

Diks: “Ondanks de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering, heeft een verkeersongeval altijd flinke impact. Niet alleen zorgt het voor financiële schade, ook emotioneel en lichamelijk laat het zijn sporen achter. Hiermee probeer ik overigens niemand bang te maken. Angst zorgt namelijk voor een gespannen houding, wat de kans op ongelukken alleen maar vergroot. Maar wees wel altijd op je hoede.”

Vermijden

Mede vanwege de angst voor schade, vermijdt maar liefst twaalf procent van de ondervraagden autorijden zoveel mogelijk. Vooral als het de auto van iemand anders betreft (36 procent), stappen Nederlanders liever niet achter het stuur. Vrouwen (47 procent) laten beduidend liever een ritje in de vierwieler van anderen aan zich voorbijgaan dan mannen (24 procent), aldus Diks Verzekeringen op hun website.

Diks: “Controleer voordat je in de auto van een vriend of vriendin gaat rijden, of diegene wel verzekerd is voor een tweede bestuurder. Als dit niet het geval is, dan kun je inderdaad beter bedanken. De gevolgen van een eventueel ongeval zijn in die situatie niet te overzien. Als het verzekeringstechnisch allemaal in orde is, dan zou ik het vooral doen. Want in hoe meer verschillende auto’s je rijdt, hoe gemakkelijker het autorijden je afgaat.”

Lees ook: Aangeraden om zich te verzekeren bij het gebruik drone