Grenscontroles gaan nieuw tijdperk in met Digital Travel Credential

Vanuit Montreal landde op Schiphol de KL672 met passagiers die gebruik maakten van Digital Travel Credential (DTC) waarmee ze snel en efficiënt door middel van ‘Tap & Go’ de grenscontroles werden geleid.

De luchtvaartindustrie staat aan de vooravond van een digitale revolutie met de introductie van de Digital Travel Credential (DTC), een innovatie die het potentieel heeft om de manier waarop we reizen ingrijpend te veranderen. Een recente pilot, uitgevoerd op een vlucht van Montreal naar Amsterdam, markeert een belangrijke mijlpaal in deze ontwikkeling. Passagiers op vlucht KL672 ervoeren voor het eerst de voordelen van DTC-1, een digitale representatie van de informatie op de chip van het paspoort, gecombineerd met gezichtsherkenning voor een snelle en efficiënte grenscontrole.

Deze pilot is onderdeel van een groter onderzoek dat loopt tot 31 maart 2024, gericht op het testen van DTC-1 in het grensproces. Het project wordt geleid door het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee, Schiphol, KLM en technologieleverancier Idemia. Dit initiatief is een reactie op het verzoek van de Europese Commissie om de praktische toepassing van een digitaal reisdocument in het grensproces te onderzoeken, als onderdeel van het ontwikkelen van beleid voor het gebruik van DTC in de toekomst.

Reizigers die deelnemen aan de pilot, en afkomstig zijn uit Canada (specifiek Calgary, Edmonton, Toronto, Vancouver en Montreal) en vliegen naar Amsterdam met KLM, moeten in het bezit zijn van een Belgisch, Nederlands of Canadees paspoort en ouder zijn dan 18 jaar. Deze passagiers krijgen de mogelijkheid om hun paspoortinformatie en een gezichtsfoto vooraf te uploaden via een speciaal ontwikkelde app. Bij aankomst op Schiphol kunnen zij vervolgens door een speciale DTC ‘Tap & Go’ grenspoort, waar een gezichtsscan hun DTC ophaalt. Het succes van de pilot zou kunnen leiden tot een snellere en contactloze grenspassage in de toekomst, waarbij het fysieke paspoort nog steeds een essentiële rol speelt.

Illustratie: © Pitane Blue

Passagiers die met KLM van Canada (Calgary, Edmonton, Toronto, Vancouver en Montreal) naar Amsterdam vliegen komen in aanmerking om aan de pilot mee te doen, mits in bezit van een Belgisch, Nederlands of Canadees paspoort en boven de 18 jaar oud.

Het DTC-1-initiatief komt op een moment dat de behoefte aan efficiëntie en innovatie in de luchtvaartindustrie nooit groter is geweest. Met een toenemend aantal passagiers en de daaruit voortvloeiende drukte op luchthavens, biedt DTC-1 een veelbelovende oplossing voor het stroomlijnen van het grensproces. Deze technologische standaard, uitgegeven door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), bevat niet alleen de biografische informatie van de reiziger maar ook technische elementen die de authenticiteit van het paspoort bevestigen.

De pilot en het daaropvolgende onderzoek zullen waardevolle inzichten bieden in hoe digitale reisdocumenten zoals DTC-1 kunnen worden geïntegreerd in het internationale reisecosysteem. Het succes van deze inspanningen zou niet alleen de veiligheid en efficiëntie aan de grenzen kunnen verbeteren, maar ook een significante stap voorwaarts betekenen in het realiseren van een vlottere reiservaring voor miljoenen internationale reizigers.

Elektrisch vooruit: Škoda versterkt band met de Tour de France tot 2028

Škoda verlengt sponsorovereenkomst met Tour de France en Tour de France Femmes avec Zwift tot en met 2028.

Met een ongeëvenaard engagement in de wielersport heeft Škoda Auto zijn sponsorovereenkomst met de Tour de France en de Tour de France Femmes avec Zwift uitgebreid tot en met 2028. Deze verlenging markeert een voortzetting van een twee decennia lange relatie als officiële hoofdsponsor en autoleverancier. De overeenkomst, gesloten met Amaury Sport Organisation (A.S.O.), de toonaangevende raceorganisator, omhelst niet alleen deze prestigieuze races maar strekt zich ook uit tot 18 andere internationale wielerevenementen, inclusief vijf prominente races exclusief voor vrouwen.

De vernieuwde samenwerking tussen Škoda en A.S.O. is meer dan een bevestiging van een langdurige relatie; het onderstreept een gedeelde visie op duurzaamheid. Met een ambitieuze zet naar elektrificatie van het wagenpark bij de evenementen, beogen beide partners een toekomst waarin de ecologische voetafdruk van de wielersport aanzienlijk wordt verminderd.

Škoda’s CEO, Klaus Zellmer, benadrukte de diepgewortelde band van het merk met de wielersport, een relatie die teruggaat naar de oprichting van het bedrijf bijna 130 jaar geleden als fietsfabrikant. “Het is een eer en een voorrecht om de wielersportactiviteiten van A.S.O. te ondersteunen, de grootste raceorganisator ter wereld. We zijn al twintig jaar de belangrijkste partner en autoleverancier van de Tour de France, dus het is niet meer dan logisch om onze relatie nu uit te breiden,” verklaarde Zellmer.

https://pitane.blue/wp-content/uploads/2024/02/skoda-auto-extends-sponsorship-agreement-with-tour-de-france-and-tour-de-france-femmes-avec-zwift-until-2028-original-02d9e6c8.mp4

De impact van deze samenwerking strekt zich ver uit. Martin Jahn, bestuurslid van Škoda Auto en verantwoordelijk voor Verkoop en Marketing, licht toe: “De Tour de France is de meest bekeken wielerwedstrijd ter wereld. In 2023 trok het evenement alleen al in Europa bijna 150 miljoen kijkers. Deze uitzonderlijke zichtbaarheid komt onze producten zeer ten goede.”

Naast de Tour de France en Tour de France Femmes avec Zwift, maakt deze overeenkomst Škoda tot en met 2028 de officiële hoofdpartner van twintig internationale wielerevenementen, waaronder de Vuelta in Spanje en de Belgische klassiekers De Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Het commitment aan duurzaamheid wordt verder benadrukt door het besluit om tot 250 volledig elektrische of plug-in hybride Škoda-modellen beschikbaar te stellen voor de organisatie van deze evenementen.

In het kader van deze partnership zullen de volledig elektrische Enyaq en de plug-in hybride Superb optreden als de ‘Red Cars’ voor de Tour de France, een cruciale rol vervullend als mobiele commandocentra voor de organisatoren en wedstrijdleider Christian Prudhomme. Bovendien blijft Škoda de groene trui sponsoren voor de leider in het puntenklassement en de kristallen trofeeën voor de winnaars ontwerpen.

Taxichauffeurs trekken aan het langste eind met miljoenenclaim tegen Uber

Volgens het Hof van Beroep Brussel heeft Uber zes jaar lang illegaal in Brussel gereden.

Het geschil begon toen de Belgische Federatie van Taxi’s (Febet), samen met een twintigtal taxichauffeurs, in 2018 een rechtszaak aanspande met de intentie UberX te verbieden in de Belgische hoofdstad. De zaak werd aangespannen nadat het bedrijfsrechtbank in 2014 had geoordeeld dat Uber diensten aanbood die in strijd waren met de bestaande taxiregulering, waardoor het bedrijf zijn diensten moest staken. Als reactie hierop lanceerde Uber UberX, een dienst die naar eigen zeggen meer in lijn was met de verhuur van voertuigen met chauffeur (LVC).

Een artikel op de website van het digitaal vakblad Personenvervoer Magazine attendeerde ons erop dat na een langdurig juridisch gevecht, dat zijn oorsprong vindt in de straten van Brussel, het Brusselse hof van beroep geoordeeld heeft dat UberX meer dan zes jaar lang onwettig heeft geopereerd. De taxibedrijven kunnen nu schadevergoeding eisen.

Wij zijn verheugd u te kunnen mededelen dat het vonnis van het Hof van Beroep in de zaak Uber is gevallen.

Fédération Belge des Taxis

Dit historische besluit staat beschreven in L’Echo, en markeert een significante ontwikkeling in de voortdurende strijd tussen traditionele taxidiensten en moderne technologie gedreven vervoersoplossingen zoals die van Uber. De kern van het conflict draaide om de interpretatie en naleving van de Brusselse taxiregulering, specifiek de regelgeving die het gebruik van communicatieapparatuur door LVC-voertuigen, zoals smartphones, verbood. 

Deze uitspraak zou in principe een einde moeten stellen aan de juridische strijd die in 2018 werd opgestart door de Belgische Taxifederatie (Febet) gesteund door een twintigtal chauffeurs.

De eerste rechtszaak leidde tot een beroepsprocedure waarbij in 2021 de hof van beroep oordeelde dat UberX inderdaad in strijd was met de lokale taxiwetgeving. Deze beslissing werd versterkt door een uitspraak van het Grondwettelijk Hof in juni 2022, die bevestigde dat de taxiverordening van 1995 grondwettelijk was en dat UberX overtredingen had begaan.

Het recente vonnis van de hof van beroep heeft nu definitief vastgesteld dat UberX tussen 3 september 2015 en 10 december 2021, de dag voor de invoering van een nieuwe Brusselse verordening, illegaal heeft gehandeld. Bovendien werd geconcludeerd dat UberX’s praktijken in strijd waren met eerlijke handelspraktijken, zelfs in de periode na de invoering van de nieuwe regelgeving tot aan de verordening van 9 juni 2022, die een wettelijk kader schept voor de co-existentie van UberX en traditionele taxi’s.

Deze uitspraak opent de deur voor schadeclaims van taxibedrijven, die volgens Antoine Chomé, advocaat van Febet, in de tientallen miljoenen euro’s kunnen lopen. Het bewijs van de overtreding is onweerlegbaar vastgesteld; het enige wat resteert is het aantonen van de schade en het causale verband. Uber, aan de andere kant, benadrukt dat de huidige wetgeving helderheid heeft verschaft en dat het bedrijf nu volledig in overeenstemming is met de lokale regelgeving, waarbij passagiers gekoppeld worden aan zowel straat- als station taxi’s.

Febet

Met dit besluit lijkt een hoofdstuk in de juridische strijd tussen Uber en de Brusselse taxibranche te zijn afgesloten, maar de bredere discussie over de regulering van de gig-economie en de toekomst van stedelijk vervoer blijft ongetwijfeld voortduren. Ondertussen dient zich al een volgend probleem aan. De federatie van Belgische taxi’s gaat op maandag 4 maart aan het Noordstation in Brussel manifesteren tegen de wijze waarop de sector in Brussel wordt behandeld. De federatie hekelt de maatregel waardoor alle nieuwe taxi’s in Brussel vanaf 1 januari 2025 emissievrij moeten zijn. 

Weg vrij voor gelijke arbeidsvoorwaarden in luchtvracht

Werkgevers luchtvrachtafhandeling en FNV Luchtvaart zetten eerste stap naar sector-cao.

De luchtvrachtafhandelingssector in Nederland staat op de drempel van een significante transformatie. Werkgevers en vakbonden hebben de handen ineengeslagen om een uniforme sector-cao in het leven te roepen, een beweging die de arbeidsvoorwaarden in deze cruciale industrie gelijktrekt. Op 27 februari zetten de Werkgeversvereniging Luchtvracht Afhandeling (WLVA) en vakbond FNV Luchtvaart een historische stap door een protocol te ondertekenen dat de basis legt voor deze veranderingen. De beoogde sector-cao, die vanaf 1 januari 2025 van kracht moet worden, vervangt de diverse bedrijfscao’s die momenteel gehanteerd worden door luchtvrachtbedrijven zoals Menzies World Cargo, Swissport, dnata, en WFS.

Deze ontwikkeling is niet alleen een mijlpaal voor de sector maar ook een teken van de evolutie in de Nederlandse arbeidsmarkt, waar steeds vaker wordt gestreefd naar uniformiteit en duidelijkheid in arbeidsvoorwaarden. De nieuwe algemene sector-cao zal afspraken bevatten over essentiële aspecten zoals loon, werktijden, gezondheid en duurzame inzetbaarheid, waarmee het een fundament legt voor een evenwichtige en aantrekkelijke werkomgeving.

Michel van de Stolpe, voorzitter van de WLVA, benadrukte het belang van deze eerste stap naar een sector-cao. “Gelijke arbeidsvoorwaarden geeft duidelijkheid aan werknemers, het maakt onze sector aantrekkelijker en het voorkomt dat bedrijven onderling met elkaar op arbeidsvoorwaarden concurreren.” Deze uitspraak onderstreept de visie dat een uniforme cao de sector niet alleen competitiever maar ook aantrekkelijker maakt voor huidige en toekomstige werknemers.

Foto: © Pitane Blue – Swiisport

Aan de andere kant van de onderhandelingstafel staat John van Dorland, bestuurder bij FNV Luchtvaart, die het optimisme deelt over het bereikte akkoord. “De komende periode gaan we met elkaar onderhandelen over de precieze afspraken en invulling van de sector-cao. Het tekenen van dit protocol is een positief vertrekpunt om te komen tot gelijke arbeidsvoorwaarden voor alle medewerkers in de luchtvrachtsector in 2025.” Van Dorland’s woorden weerspiegelen de gezamenlijke inzet voor een rechtvaardige en inclusieve benadering van arbeidsvoorwaarden binnen de sector.

De beweging naar een sector-cao in de luchtvrachtafhandeling is een voorbeeld van hoe sectorbrede samenwerking kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in arbeidsvoorwaarden. Deze ontwikkeling heeft niet alleen gevolgen voor de direct betrokken werknemers maar dient ook als een inspirerend voorbeeld voor andere sectoren binnen de Nederlandse economie en daarbuiten. Het illustreert hoe dialoog, samenwerking en een gezamenlijke visie op de toekomst kunnen leiden tot concrete verbeteringen op de werkvloer.

Importeurs en reparateurs personenauto’s blinken uit in omzetgroei 2023

Omzetstijging auto- en motorbranche bijna 16 procent in 2023.

De auto- en motorbranche heeft in 2023 een opmerkelijke omzetgroei van 15,7 procent laten zien, ondanks de uitdagingen op de markt en de verschuivingen binnen de sector. Deze stijging is vooral opvallend binnen de handel in en reparatie van personenauto’s en bij de importeurs, waar de omzetten respectievelijk met 19,6 procent en 16,2 procent toenamen. Deze cijfers, vrijgegeven door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), onderstrepen de veerkracht van de branche in een periode van economische schommelingen en technologische veranderingen.

De omzetgroei werd in het begin van 2023 aangedreven door het inhalen van achterstallige orders, een fenomeen dat door experts ‘backorders’ wordt genoemd. Daarnaast speelde de toenemende verkoop van elektrische voertuigen een cruciale rol, mede dankzij de stijgende prijzen van auto’s en onderdelen. Echter, tegen het einde van het jaar nam de groei af, met name door een stagnatie in de groei van elektrische voertuigen en een afvlakking van de prijsstijgingen.

Opvallend is ook de prestatie van de deelmarkten zware bedrijfsauto’s en gespecialiseerde reparatiebedrijven, met omzetstijgingen van 13,8 procent en 11,3 procent. Desondanks vertoonde de handel en reparatie van motoren een omzetdaling van 6 procent, wat duidt op een diversiteit aan prestaties binnen de sector.

Begin 2023 was er nog sprake van hoge omzetstijgingen, vooral door het wegwerken van openstaande orders en bestellingen, zogenoemde backorders.

Het ondernemersvertrouwen binnen de auto- en motorbranche blijkt echter minder positief. Aan het begin van het eerste kwartaal van 2024 stond het vertrouwen op -21,5, wat aanzienlijk lager is dan het algemene ondernemersvertrouwen over alle bedrijfstakken van -7,7. Dit pessimisme onder ondernemers in de branche reflecteert de aanhoudende uitdagingen, waaronder een gespannen arbeidsmarkt. Meer dan 50 procent van de bedrijven rapporteerde aan het begin van 2024 een tekort aan arbeidskrachten, een lichte toename ten opzichte van het vierde kwartaal van 2023.

De arbeidsmarkt in deze sector blijft gespannen, ondanks een lichte afname in het aantal vacatures eind 2023. Met 8,2 duizend vacatures in het vierde kwartaal tegenover 8,9 duizend in het derde kwartaal, blijft het vinden van voldoende gekwalificeerd personeel een uitdaging.

Deze ontwikkelingen binnen de auto- en motorbranche wijzen op een dynamische sector die zich aanpast aan veranderende marktomstandigheden en technologische innovaties. De groei van de sector, ondanks de afnemende omzetgroei naar het einde van het jaar, toont de potentie van de branche om te blijven evolueren in een steeds veranderende economische en technologische omgeving.

Bron: CBS

Vlaamse regering aan zet, toekomst busbouwer Van Hool wankelt

Een derde van het personeel is tijdelijk werkloos en er zijn te weinig bestellingen.

De busbouwer Van Hool in Koningshooikt bij Lier bevindt zich in het oog van de storm, geconfronteerd met financiële tegenslagen en een veranderend landschap binnen de busindustrie. De recente ontwikkelingen rond dit bedrijf hebben geleid tot verhitte debatten op politiek niveau en roepen vragen op over de toekomst van de maakindustrie in Vlaanderen. Het is een verhaal dat de complexiteit illustreert van het balanceren tussen globalisering en het ondersteunen van lokale industrieën.

Van Hool, een naam synoniem met kwaliteit en innovatie in de busbouwsector, staat voor een significante uitdaging. De onderneming, met 2.500 werknemers in België en meer dan 1.000 in een vestiging in Macedonië, heeft te kampen met teruglopende orders en een verschuiving in de marktvraag naar elektrische bussen. Een ontwikkeling die pijnlijk duidelijk werd toen de Vlaamse vervoermaatschappij De Lijn koos voor 92 elektrische bussen van het Chinese BYD, ten koste van de lokale busbouwers Van Hool en VDL.

“De problemen bij Van Hool kunnen niet los gezien worden van het Vlaamse regeringsbeleid”, zegt Verheyden. “Hoewel we met Van Hool een wereldspeler op vlak van bussen in Vlaanderen hebben, kiest de Vlaamse regering voor goedkope Chinese bussen. Dit mede ingegeven door de groene elektrificatiewoede die handenvol geld kost.”

Het Vlaams Belang vindt dat de Vlaamse regering Van Hool moet redden.

Deze situatie heeft niet alleen impact op Van Hool, maar werpt ook een breder licht op de uitdagingen waarmee de Vlaamse maakindustrie te maken heeft. Factoren zoals strenge milieuregels, hoge energieprijzen en het gerichte ondersteuningsbeleid van industrieën door landen als de VS en China, beïnvloeden de internationale concurrentiepositie van lokale ondernemingen

Het besluit van De Lijn wordt door velen gezien als symptomatisch voor een groter beleidsprobleem. Vlaams Parlementslid Wim Verheyden benadrukt dat de keuze voor Chinese bussen en de uitdagingen van Van Hool niet los kunnen worden gezien van het beleid van de Vlaamse regering. “We moeten onze eigen industrie koesteren,” stelt hij, pleitend voor een herziening van het gunningsbeleid om lokale bedrijven te ondersteunen.

Crisismanager Marc Zwaaneveld zal volgens De Tijd midden maart op een bijzondere ondernemingsraad een stevige herstructurering aankondigen.

In reactie op de crisis bij Van Hool is een bijzondere ondernemingsraad gepland op 11 maart, waar een herstelplan voor het bedrijf zal worden gepresenteerd. Dit volgt op de recente aanstelling van een crisismanager, een stap die de ernst van de situatie onderstreept. De problematiek rond Van Hool is ook indicatief voor de bredere uitdagingen van de transitie naar groene mobiliteit. Terwijl de vraag naar elektrische bussen toeneemt, worstelt Van Hool om zijn plaats in dit nieuwe landschap te vinden, mede doordat het bedrijf de trein van elektrificatie gemist lijkt te hebben.

De situatie bij Van Hool roept belangrijke vragen op over de toekomst van de Vlaamse maakindustrie en de rol van de overheid in het ondersteunen van lokale ondernemingen te midden van globalisering en ecologische transitie. Het illustreert de noodzaak voor een strategische visie die zowel economische levensvatbaarheid als ecologische duurzaamheid waarborgt. Het Nederlandse Qbuzz bestelde in januari wel 112 elektrische bussen bij Van Hool.

Geldkraan moet open voor struikelend Felyx wat reddingsboei zoekt

Terwijl Felyx streeft naar stabilisatie en groei, zal de komende tijd cruciaal zijn voor het bedrijf om zijn positie in de markt te handhaven en te versterken.

Het Nederlandse deelscooterbedrijf Felyx, bekend om zijn elektrische scooters die in diverse steden beschikbaar zijn, staat voor financiële uitdagingen. Een gedetailleerde analyse van de jaarverslagen van Felyx en haar dochterondernemingen, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel, onthult een toenemend verlies en een dringende behoefte aan nieuwe financiering om het bedrijf draaiende te houden. Dit komt temidden van een reeks tegenslagen, waaronder tegenvallende marktomstandigheden en het missen van een cruciale vergunning in Amsterdam, wat het voortbestaan van Felyx in gevaar brengt.

Na analyse van de jaarcijfers is het voor het Financieel Dagblad duidelijk dat het verlieslatend deelscooterbedrijf Felyx nieuwe financiering nodig heeft. In 2022 liepen de verliezen van Felyx op tot een nettoverlies van €16,2 miljoen, een aanzienlijke toename ten opzichte van het verlies van €12,3 miljoen het jaar ervoor. Deze financiële tegenvaller resulteerde in het volledig verdampen van het eigen vermogen van Felyx Sharing Holding. Als reactie op deze ontwikkeling heeft Felyx een reorganisatie doorgevoerd en een nieuw bedrijfsplan opgesteld, met als doel het tij te keren.

Begin 2023 wist het bedrijf €6,8 miljoen aan nieuwe financiering te beveiligen van zijn aandeelhouders, waaronder investeringsmaatschappij De Hoge Dennen Capital en investeerder Anne-Marie Rakhorst, die eerder al significant hadden geïnvesteerd in het bedrijf. Deze financiële injectie was een cruciale stap voor Felyx om zijn bedrijfsvoering voort te zetten.

De uitdagingen voor Felyx werden verder verergerd door de invoering van een helmplicht voor snorfietsers, wat direct impact had op het gebruik van de elektrische deelscooters. Daarnaast had slecht weer en economische onzekerheid een negatieve invloed op de vraag. Dit alles resulteerde in een langdurige periode van operationele verliezen, terwijl er juist winst werd verwacht.

helmplicht zet de rem op de groei deelscooter bedrijven

De invoering van de helmplicht voor snorfietsers, en daarmee ook voor gebruikers van elektrische deelscooters zoals die van Felyx, markeert een significant keerpunt in de Nederlandse mobiliteitssector. Deze maatregel, bedoeld om de verkeersveiligheid te vergroten, heeft directe gevolgen gehad voor het gebruiksgemak en daarmee de populariteit van deelscooterdiensten. Voor Felyx, een pionier in het aanbieden van elektrische scooters op aanvraag, vormde dit een onvoorziene hindernis in hun bedrijfsvoering.

Ondanks alle tegenslagen blijft Felyx optimistisch over de toekomst schrijft het Financieel Dagblad. Volgens de autuer van het stuk benaderen CEO Daan Becker, die in april het roer overnam van Quinten Selhorst, en financieel bestuurder Maarten Strijers dat er een oplossing in zicht is. Strijers merkte op dat, hoewel hij geen verdere details kon geven, er een proces van afhandeling gaande is en dat hij in maart meer informatie verwacht te kunnen delen.

De situatie rond Felyx onderstreept de uitdagingen waarmee start-ups in de mobiliteitssector worden geconfronteerd, vooral in een tijd van economische onzekerheid en snel veranderende regelgeving. Terwijl Felyx streeft naar stabilisatie en groei, zal de komende tijd cruciaal zijn voor het bedrijf om zijn positie in de markt te handhaven en te versterken. 

Ultimatum voor Arriva, vakbond FNV Streekvervoer dreigt met stakingen

Als Arriva niet voor dinsdag 5 maart 17.00 uur tegemoetkomt aan de eisen van de vakbond volgen er stakingen.

De overgang van Keolis naar Arriva in het streekvervoer heeft tot grote onvrede geleid onder buschauffeurs en de vakbond FNV Streekvervoer. Na de overname op 10 december 2023 kampt Arriva met aanzienlijke problemen, waardoor de werkdruk onder het personeel aanzienlijk is toegenomen. FNV heeft nu een ultimatum aan Arriva gesteld, met het dreigement van stakingen als er geen verbeteringen worden doorgevoerd.

Sinds Arriva het stokje heeft overgenomen van Keolis, zijn er aanzienlijke veranderingen doorgevoerd in de rij- en rusttijden van chauffeurs, wat direct tot onrust heeft geleid. Marijn van der Gaag, FNV-bestuurder, licht toe: “De overgang is slecht verlopen. Direct na de overname heeft Arriva ingegrepen in de bestaande afspraken, wat de dienstregeling zo strak heeft gemaakt dat vertraging een constant risico vormt.” Dit heeft niet alleen gevolgen voor de chauffeurs, die onder een hoge werkdruk staan, maar ook voor passagiers, die niet langer kunnen rekenen op een betrouwbare dienstregeling.

“Er is sprake van een slechte overgang. Arriva heeft direct het mes gezet in bestaande afspraken over de rij- en rusttijden. Die afspraken lagen er niet voor niets. De dienstregeling is daardoor nu zo strak gepland dat vertraging constant op de loer ligt. Dit zorgt voor een enorm hoge werkdruk van de chauffeurs en passagiers die niet meer kunnen vertrouwen op die dienstregeling.”

Marijn van der Gaag, bestuurder FNV Streekvervoer.

Arriva heeft het vervoer op 10 december 2023 overgenomen van Keolis, daardoor zijn er veel problemen ontstaan.

De problematiek rondom de werkdruk is niet nieuw in de sector, maar de situatie bij Arriva lijkt een nieuw dieptepunt te hebben bereikt. De vakbond eist dat de voorwaarden en afspraken die golden bij Keolis, waaronder de rij- en rusttijden die chauffeurs een pauze van 30 minuten garanderen, worden hersteld. “Chauffeurs hebben deze pauze hard nodig om te kunnen functioneren tijdens lange diensten”, benadrukt Van der Gaag.

De actiebereidheid onder het personeel is opmerkelijk hoog, met ruim 96% van de FNV-leden die tijdens een ledenvergadering hun steun hebben uitgesproken voor mogelijke acties. Dit benadrukt de ernst van de situatie en de vastberadenheid van de chauffeurs om verandering af te dwingen.

Arriva, met meer dan 400 werknemers, staat nu voor een significante uitdaging. Het bedrijf moet een manier vinden om zowel aan de eisen van de vakbond te voldoen als de dienstverlening aan passagiers te verbeteren. Het is een delicaat evenwicht tussen het waarborgen van goede arbeidsvoorwaarden voor het personeel en het handhaven van een efficiënte en betrouwbare dienstregeling voor de reiziger.

De kwestie bij Arriva is indicatief voor bredere problemen binnen de vervoerssector, waar werkdruk en personeelstekorten steeds vaker aanleiding geven tot conflict. Het ultimatum van FNV aan Arriva onderstreept de urgentie van de situatie en de noodzaak voor snelle actie om een verdere escalatie, in de vorm van stakingen, te voorkomen.

Munckhof wint grote aanbesteding in Midden-Brabant

Munckhof triomfeert opnieuw in Midden-Brabant en biedt zekerheid voor tien jaar.

Wederom heeft Munckhof zich als voorkeurspartner voor het doelgroepenvervoer in Regiovervoer Midden-Brabant bewezen, door de recente aanbesteding te winnen die een breed scala aan vervoersdiensten beslaat. Deze belangrijke winst markeert een voortzetting van de relatie tussen Munckhof en Regiovervoer Midden-Brabant, die zich richt op de levering van zowel vraagafhankelijk vervoer voor mensen met een WMO-indicatie en OV-vrij reizen, als routevervoer zoals leerlingenvervoer en jeugdwetvervoer. 

De overeenkomst, die van start gaat op 1 augustus 2024 en een initiële looptijd heeft van zes jaar met de mogelijkheid tot verlenging, onderstreept het vertrouwen in Munckhof’s vermogen om kwalitatieve vervoersoplossingen te bieden. De aanbesteding trok voor de twee percelen, vraagafhankelijk vervoer en routevervoer, respectievelijk zeven en drie inschrijvingen. Na een zorgvuldige evaluatie, waarbij met name gekeken werd naar de beste prijs-kwaliteitverhouding, viel de keuze op Munckhof. 

“Deze aanbesteding is belangrijk voor de continuïteit van onze vestiging in Tilburg. Daarnaast is het een bevestiging van het goede werk van de afgelopen jaren. Daar mogen we dan ook trots op zijn.”

Arjan Wiering – Chief Operating Officer / COO bij Munckhof Groep

Munckhof’s aanhoudende succes in deze regio wordt niet alleen gezien als een teken van hun betrouwbare dienstverlening maar ook als een essentiële stap voor de continuïteit van hun vestiging in Tilburg. De organisatie verwacht jaarlijks ongeveer 90.000 WMO-ritten en 130.000 routegebonden ritten uit te voeren. Deze cijfers benadrukken de omvang van de verantwoordelijkheid die Munckhof op zich neemt en de impact van hun werk op de gemeenschap.

Foto: Munckhof – Bureau Regiovervoer Midden-Brabant

Deze uitkomst wordt met name toegejuicht door Hugo van Amsterdam, Manager Bureau Regiovervoer Midden-Brabant bij BRAVO, die de succesvolle aanbesteding en de daaruit voortvloeiende continuïteit van het doelgroepenvervoer in de regio voor de komende tien jaar als een belangrijke mijlpaal ziet.

Deze ontwikkeling is tevens een weerspiegeling van de groeiende aandacht voor duurzaam en inclusief vervoer binnen de regio, waarbij de nadruk ligt op toegankelijkheid en betrouwbaarheid voor alle doelgroepen. Met de verlenging van deze samenwerking tussen Munckhof en Regiovervoer Midden-Brabant, wordt de basis gelegd voor een duurzame toekomst van mobiliteit in de regio, waarbij de nadruk ligt op de behoeften van de gebruiker en de gemeenschap als geheel.

Deze aanbesteding omvat de inkoop van vervoercapaciteit voor zowel vraagafhankelijk (WMO en OV-vrij reizen) als routevervoer (LLV en jeugdwetvervoer). De regiecentrale ligt vast tot het einde van dit jaar. Deze overeenkomst onderstreept niet alleen de expertise en het vertrouwen in Munckhof als een leidende partij in het doelgroepenvervoer maar markeert ook een belangrijk moment voor de regionale mobiliteit, waarbij inclusiviteit, toegankelijkheid en duurzaamheid centraal staan.

Spitsvervoer breekt records en OV verslaat de auto in stedelijke race

“Openbaar vervoer is belangrijker dan je denkt.”

In de hedendaagse maatschappij, waar duurzaamheid en efficiëntie steeds hoger op de agenda staan, speelt openbaar vervoer een cruciale rol in de mobiliteit van steden. Nico van Paridon, strateeg nieuwe mobiliteit en innovatie, werpt licht op een vaak onderschat aspect van deze mobiliteitsvorm. Hij stelt dat, ondanks de overheersende perceptie, het gebruik van openbaar vervoer in spitsuren aanzienlijk bijdraagt aan het verminderen van verkeersdruk en het bevorderen van een duurzamere stedelijke omgeving.

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) legt de gemiddelde Nederlander de helft van zijn reisafstand af als automobilist, met een kleiner aandeel voor het openbaar vervoer. Van Paridon merkt echter op dat deze statistieken een vertekend beeld geven van de werkelijke impact en het belang van openbaar vervoer, vooral tijdens de spitsuren in stedelijke gebieden zoals Amsterdam.

“Wat mij opvalt is het relatief kleine aandeel openbaar vervoer. Als ik ‘s ochtend in Amsterdam reis, dan zie ik een heel ander beeld. Uitpuilende treinen en metro’s die met hoge frequentie enorme aantallen mensen verplaatsen.”

Nico van Paridon – Strateeg nieuwe mobiliteit en innovatie

Een diepgaande analyse van de reispatronen tijdens de spits toont aan dat het openbaar vervoer, met name in de Amsterdamse regio, een aanzienlijk deel van de reizigers verwerkt. Op de A10 west, bijvoorbeeld, is de ratio van mensen die met het openbaar vervoer reizen ten opzichte van de auto 69%. Nog indrukwekkender is de situatie op de A2 bij de Bijlmer ArenA, waar de ratio oploopt tot 188%, met treinen en metro’s die aanzienlijk meer mensen vervoeren dan auto’s.

Deze cijfers suggereren dat het openbaar vervoer, ondanks zijn relatief kleine aandeel in de totale reizigerskilometers, een vitale rol speelt in het faciliteren van mobiliteit in drukke stedelijke centra. Het helpt niet alleen bij het verminderen van verkeerscongestie, maar draagt ook bij aan het verminderen van de milieu-impact van stedelijke verplaatsingen.

Foto: GVB Amsterdam

“Ik denk dat een hoog percentage openbaar vervoer in het drukste uur van de spits voor alle stedelijke regio’s geldt. Niet alleen in Amsterdam en Rotterdam, maar ook in Eindhoven, Groningen etc.”

Nico van Paridon – Strateeg nieuwe mobiliteit en innovatie

Van Paridon benadrukt dat de standaard reizigerskilometerstatistieken een absoluut beeld geven dat niet gewogen wordt naar economische bereikbaarheid of de bijdrage aan het verminderen van filedruk. De focus op het drukste uur van de spits in stedelijke regio’s onthult een ander, vaak over het hoofd gezien, verhaal. Dit verhaal benadrukt de essentiële bijdrage van openbaar vervoer aan de leefbaarheid en duurzaamheid van steden.

De inzichten van Nico Van Paridon nodigen uit tot een breder debat over mobiliteit en stedelijke planning. Hij moedigt collega’s aan om vergelijkbare analyses in andere stedelijke regio’s uit te voeren, met de verwachting dat hoge percentages van openbaar vervoergebruik tijdens spitsuren een gemeenschappelijk kenmerk zijn van efficiënte en duurzame stedelijke mobiliteitssystemen.

De analyse van Van Paridon biedt een belangrijke bijdrage aan het begrip van mobiliteitsdynamiek in Nederlandse steden. Het onderstreept het belang van investeringen in en de ontwikkeling van openbaar vervoersnetwerken, niet alleen als een middel om verkeerscongestie te verminderen, maar ook als een essentieel onderdeel van een duurzame stedelijke toekomst.

De toekomst is elektrisch maar kennisachterstand remt groei elektrisch rijden

De resultaten van het onderzoek benadrukken de noodzaak voor een diepgaandere kennis en betere communicatievaardigheden onder autoverkopers.

De Nederlandse overheid zet stevig in op de bevordering van de adoptie van elektrische voertuigen (EV’s), met als doel de CO2-uitstoot in de mobiliteitssector te verminderen. Een reeks maatregelen, waaronder fiscale prikkels, juridische kaders en het uitbreiden van de oplaadinfrastructuur, ondersteunt deze ambitie. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan het informeren en opleiden van zowel consumenten als autoverkopers om misverstanden en vooroordelen rond elektrisch rijden weg te nemen.

Onderzoek toont aan dat de overstap van traditionele brandstofauto’s naar elektrische varianten beïnvloed wordt door diverse factoren, waaronder de aanschafprijs, actieradius, en de maandelijkse kosten. Deze bevindingen, vastgelegd in een TNO-onderzoek uit 2023, leggen de basis voor een hernieuwde focus op de occasionmarkt voor EV’s, een segment dat nog in de kinderschoenen staat maar sterk aan belang wint.

onderzoek

Een recent door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gesponsord onderzoek richt zich specifiek op de verkoopervaringen van consumenten die overwegen een gebruikte EV aan te schaffen. In samenwerking met adviesbureaus Rebel en excap, onderzoekt men de informatieverstrekking door autoverkopers aan potentiële kopers van EV-occasions. Het doel is om inzicht te krijgen in zowel de sterke als de zwakke punten van deze interacties.

Uit bestaand ‘customer journey’-onderzoek naar de koopervaringen van particulieren is gebleken dat er relatief veel
autoverkopers geïnteresseerden afschrikken met negatieve verhalen over hoge gebruikskosten, geringe range, brandgevaar en milieufabels.

Bron: From insight to impact – excap

De resultaten van het onderzoek wijzen uit dat er aanzienlijke verschillen zijn in de kwaliteit van advies tussen merkdealers en universele autobedrijven. Merkdealers scoren over het algemeen beter in het afstemmen van hun advies op de behoeften van de klant, mede dankzij een grondigere behoefteanalyse tijdens verkoopgesprekken. Toch laat de algehele prestatie van de autobranche ruimte voor verbetering zien, met een gemiddelde score van 53% voor de complete verkoopervaring.

Hoewel merkdealers beter presteren in het afstemmen van hun advies op de behoeften van klanten, toont de gemiddelde score van 53% voor de totale verkoopervaring aan dat er nog veel ruimte is voor verbetering. Dit onderstreept de urgentie voor gerichte training en bijscholing om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen.

Belangrijke thema’s zoals onderhoudskosten, laadinfrastructuur en batterijgezondheid worden vaak niet adequaat besproken, wat wijst op een gebrek aan diepgaande kennis bij autoverkopers. Het bieden van een proefrit wordt wel vaak aangeboden en gewaardeerd, maar de voorlichting over de totale eigendomskosten (TCO) van EV’s schiet tekort.

Geen enkele verkoper maakt een gevalideerde methodiek om de TCO te berekenen. Als men een berekening maakt, dan is dit op basis van een eigen methodiek. De onderwerpen ‘laadpalen’ en ‘batterijpakket’ komen nog weinig spontaan aan bod tijdens het verkoopgesprek. Ook de kennis hieromtrent en de ondersteuning die autobedrijven hierin bieden, is beperkt.

De bevindingen benadrukken de noodzaak voor verbetering van de kennis en dienstverlening van autoverkopers met betrekking tot elektrische occasions. Door voortdurende aandacht te besteden aan opleiding en informatieverstrekking, kan de kwaliteit van de dienstverlening in de autobranche verbeteren, wat de adoptie van elektrische voertuigen verder zal stimuleren.

De inzet van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, samen met partners als Rebel en excap, om deze uitdagingen aan te gaan, toont een duidelijke commitment aan een duurzamere toekomst van mobiliteit in Nederland. Door het verhogen van de kennisstandaard en het verbeteren van de klantreis bij de aanschaf van elektrische occasions, draagt men bij aan het verlagen van de CO2-uitstoot en het bevorderen van een groenere automarkt.

Grote schoonmaak in taxi apparatuur door uitfasering 2G netwerk

Cabman, een toonaangevende leverancier van boordcomputers voor taxi’s (BCT’s) in Nederland, heeft onlangs een besluit genomen dat aanzienlijke gevolgen heeft voor de tweedehandsmarkt van deze apparaten. Het bedrijf heeft aangekondigd te stoppen met het (her)inbouwen van BCT’s voor vervoerders die niet de eerste eigenaar zijn van het apparaat.

Deze beslissing dwingt vervoerders in de richting van de aankoop van nieuwe mobiele dataterminals (MDT’s), een strategie die lijkt op de uitfasering van verouderde technologie in andere industrieën. Ter vergelijking: net zoals men op een tien jaar oude televisie geen moderne apps als Netflix kan gebruiken, argumenteert Cabman dat verouderde BCT’s niet langer voldoen aan de hedendaagse eisen van de taxibranche.

Het bovengenoemde besluit heeft op dit moment nog geen gevolg voor al ingebouwde BCT’s in bestaande voertuigen. Ook voor vervoerders die binnen hun wagenpark, het wagenpark verjongen en besluiten de BCT over te bouwen, ondervinden geen hinder van de stop. Daarnaast speelt in dit besluit ook mee dat er een ongecontroleerde handel in veelal defecte BCT’s in het grijze circuit is ontstaan. Hierdoor worden wij en onze servicepartners dagelijks geconfronteerd met teleurgestelde eindgebruikers die een kat in de zak hebben gekocht. Dit vinden we erg vervelend en dat dwingt het ons mede tot deze keuze.

Cabman, onderdeel van Euphoria Mobility

Deze stap zet uiteraard de tweedehandsmarkt onder druk en roept vragen op bij vervoerders, vooral nu de sector aan de vooravond staat van een grote technologische omschakeling met de introductie van de Centrale Database Taxi (CDT). De implementatie van CDT belooft een efficiëntere verwerking van taxivervoergegevens door gebruik te maken van geavanceerde technologieën. Een recente praktijktoets door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) wijst uit dat deze nieuwe aanpak grote stappen voorwaarts betekent in het taxitoezicht, met mogelijk het rijbewijs als nieuwe standaard in plaats van de BCT-kaart.

Hoewel de eisen binnen de taxibranche nog steeds ongewijzigd zijn, dwingt een netwerktransitie leveranciers zoals Cabman tot het heroverwegen van hun productaanbod. De taxibranche staat voor een technologische transitie, gedreven door externe factoren die de operationele normen niet direct wijzigen maar wel de noodzaak van technologische aanpassingen afdwingen. De kern van deze verandering ligt in de uitfasering van het mobiele 2G-netwerk, een ontwikkeling die grote implicaties heeft voor de functionaliteit van boordcomputers in taxi’s, die grotendeels afhankelijk zijn van dit netwerk voor datacommunicatie.

De techniek en de organisatie van de ILT zijn in staat om taxivervoergegevens met de CDT te verwerken. De voortdurende inspanningen van de ILT en de betrokkenheid van marktpartijen zijn cruciaal voor het succes van dit initiatief, dat als doel heeft de kwaliteit en veiligheid van het Nederlandse taxivervoer te waarborgen.

Koninklijk Nederlandse Vervoer (KNV), de branchevereniging voor het beroepsvervoer, staat centraal in het informeren en ondersteunen van haar leden te midden van de technologische transitie binnen de taxibranche. In reactie op de zorgen van haar leden heeft KNV, na overleg met Cabman, een reeks antwoorden verzameld op veelgestelde vragen over de toekomst van BCT’s in het licht van deze netwerkveranderingen.

De afhankelijkheid van het 2G-netwerk voor bestaande BCT’s vormt een bijkomend probleem. Met aankondigingen van telecomproviders als KPN en Vodafone,  over het uitfaseren van het 2G-netwerk, staan vervoerders die afhankelijk zijn van deze technologie voor extra uitdagingen. Hoewel de BCT’s technisch blijven functioneren zonder dataverbinding, beperkt het gebrek aan 2G-ondersteuning de functionaliteit aanzienlijk. Dit benadrukt de noodzaak voor vervoerders om over te stappen op nieuwere technologieën die compatibel zijn met moderne netwerken.

nieuwe wetgeving

De situatie wordt verder gecompliceerd door uitstel van de komende nieuwe wetgeving betreffende het gebruik van de CDT, die naar verwachting vanaf 1 januari 2025 pas van kracht zal zijn. Deze nieuwe regelgeving maakt de weg vrij voor de introductie van goedkopere alternatieven voor BCT’s, zoals het gebruik van telefoons en tablets wat de druk op vervoerders om te investeren in nieuwe technologieën verder zou kunnen verlichten.

Ondanks de uitdagingen biedt Cabman een inruilactie aan voor klanten die willen overstappen naar de nieuwe Cabman MDT. Dit gebaar lijkt een poging om de overstap naar moderne systemen te vergemakkelijken en tegelijkertijd de zorgen van vervoerders te adresseren. De beslissing om ondersteuning te beperken tot BCT’s binnen de eigen vloot die vijf jaar of ouder zijn, benadrukt echter de complexiteit van het activeren en herinrichten van gebruikte apparaten in een snel evoluerende technologische omgeving.

Hoe dan ook, deze informatie benadrukt de noodzaak voor vervoerders om proactief te plannen voor de toekomst. Het onderstreept ook het belang van heldere communicatie en ondersteuning vanuit brancheverenigingen zoals KNV en leveranciers zoals Cabman. De samenwerking tussen deze partijen is essentieel om de sector soepel door deze technologische verschuiving te loodsen, waarbij de focus ligt op het minimaliseren van verstoringen en het waarborgen van de continuïteit van de taxidienstverlening.

Amsterdam is koploper in onverzekerde scooters op de weg

In de steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht is vier procent van de scooters niet WA-verzekerd en daarmee in strijd met de wet.

Het aantal scooters dat onverzekerd rondrijdt in de vier grootste steden van Nederland, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, is verontrustend hoog, met een gemiddelde van vier procent. Dit blijkt uit recent onderzoek door de actiegroep Scootervrij, die zich inzet voor veiligere steden zonder overlast van scooters. De bevindingen wijzen op significante verschillen tussen de steden, waarbij Amsterdam met zes procent het hoogste percentage onverzekerde scooters kent. Deze cijfers zijn niet alleen zorgwekkend vanwege de strijdigheid met de Nederlandse wetgeving die WA-verzekering voor alle motorvoertuigen verplicht stelt, maar ook omdat scooters betrokken zijn bij een onevenredig hoog aantal verkeersongelukken.

Een WA-verzekering dekt materiële en letselschade veroorzaakt door de bestuurder, en het ontbreken ervan kan ernstige financiële gevolgen hebben voor slachtoffers van ongevallen. Ondanks het feit dat scooters slechts 0,7 procent van alle kilometers afleggen die met motorvoertuigen in Nederland worden gereden, zijn ze betrokken bij ongeveer één op de acht verkeersongelukken. Dit onderstreept het belang van een verplichte WA-verzekering.

De actiegroep Scootervrij heeft een brandbrief gestuurd naar demissionair minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat, waarin zij pleiten voor strengere maatregelen tegen overtreders. De huidige situatie, waarin het voor veel scooterbezitters goedkoper is om een boete voor het ontbreken van een verzekering te betalen dan de verzekeringspremie zelf, wordt als onhoudbaar beschouwd. Dit probleem speelt met name onder jonge scooterbezitters in grote steden.

Sinds 1 januari 2023 is het verplicht om een goedgekeurde helm te dragen op een snorfiets.

De wettelijke verplichting voor het afsluiten van een WA-verzekering wordt door scootereigenaren stelselmatig overtreden. In Nederland rijden tienduizenden onverzekerde scooters.

Verder blijkt uit het onderzoek van Scootervrij dat snorfietsen (maximaal 25 km/u) vaker onverzekerd zijn dan bromfietsen (maximaal 45 km/u), met Amsterdam als uitschieter waar negen procent van de snorfietsen onverzekerd is. Collin Molenaar van Scootervrij benadrukt de ernst van de situatie door te wijzen op de “gigantische aantallen” onverzekerde snorfietsen die alleen al in Amsterdam rondrijden, meer dan tweeduizend.

De onderzoeksmethode omvatte het controleren van meer dan 1400 scooters in de vier grootste steden via de RDW-kentekencheck, die aantoont of een voertuig verzekerd is. Naast onverzekerde scooters stuitte Scootervrij ook op scooters zonder kenteken, scooters met valse kentekens en gestolen scooters. Deze bevindingen benadrukken de noodzaak van strengere handhaving en hogere boetes om het aantal onverzekerde scooters terug te dringen.

De oproep voor strengere maatregelen en verbeterde handhaving is duidelijk. Zonder adequate actie blijft de veiligheid van alle verkeersdeelnemers, met name voetgangers en fietsers, in het geding. De discussie over hoe de balans te vinden tussen mobiliteitsvrijheid en verkeersveiligheid blijft relevant, terwijl steden worstelen met de uitdagingen van onverzekerde scooters op hun wegen.

Taxichauffeurs en de gordelplicht: een uitzondering op de regel

Waarom droeg mijn taxichauffeur afgelopen zaterdagnacht geen gordel toen hij mij naar huis bracht?

Het is een veelvoorkomende situatie in de late uurtjes van de nacht: je stapt in een taxi, opgelucht dat je veilig en wel naar huis gebracht zal worden. Maar wat als je merkt dat de persoon achter het stuur, die verantwoordelijk is voor jouw veiligheid, zelf geen veiligheidsgordel draagt? Dit roept niet alleen vragen op over persoonlijke veiligheid, maar ook over de regelgeving rondom de gordelplicht voor taxichauffeurs.

Volgens de Nederlandse wetgeving is het dragen van een veiligheidsgordel verplicht voor zowel bestuurders als passagiers in vrijwel alle voertuigen, inclusief taxi’s. Deze regel dient als een fundamentele pijler voor verkeersveiligheid, aangezien het dragen van een gordel significant de kans op letsel bij ongevallen vermindert. Echter, binnen deze duidelijk omschreven regelgeving bestaat een specifieke uitzondering voor taxichauffeurs.

Deze uitzondering is ingevoerd uit veiligheidsoverwegingen, maar dan gericht op een ander soort veiligheid dan die bij verkeersongevallen. Wanneer taxichauffeurs klanten vervoeren tegen contante betaling, mogen zij afzien van het dragen van de gordel. De reden hierachter is het potentieel gevaar dat ontstaat als een passagier met kwade bedoelingen de gordel als een wapen of middel om de chauffeur te wurgen zou kunnen gebruiken. Deze specifieke uitzondering op de gordelplicht toont de complexiteit aan van veiligheidsmaatregelen in de taxi-industrie, waarbij de bescherming van de chauffeur tegen mogelijke aanvallen van passagiers wordt gewogen tegen het algemene belang van verkeersveiligheid.

Desalniettemin, deze uitzondering geldt niet onder alle omstandigheden. In het geval van contractvervoer, waarbij diensten worden verricht onder specifieke overeenkomsten buiten de reguliere taxidienst om, is de chauffeur wel verplicht de veiligheidsgordel te dragen. Dit onderstreept het belang van de gordel als veiligheidsinstrument, ongeacht de aard van het vervoer. 

Interessant is dat, wanneer een taxichauffeur een collega vervoert, beiden de veiligheidsgordel moeten dragen. Dit scenario benadrukt de uniformiteit van de regelgeving voor verkeersveiligheid, ongeacht de status van de passagier in het voertuig. 

Deze regelgeving rondom de gordelplicht voor taxichauffeurs is een weerspiegeling van de uitdagingen waarvoor de taxi-industrie staat. Enerzijds de noodzaak om chauffeurs te beschermen tegen potentieel gevaarlijke situaties, en anderzijds het onverminderde belang van algemene verkeersveiligheid. Het is een delicaat evenwicht tussen het waarborgen van de veiligheid van de chauffeur en het voldoen aan de algemene veiligheidsnormen die voor iedere verkeersdeelnemer gelden.

Geld verstoppertje zorgt voor Eindhovense euforie en ergernis

Elektrisch rijden kan verborgen kosten meebrengen bij lang parkeren aan de laadpaal.

In een week vol ontwikkelingen en veranderingen hebben verschillende gebeurtenissen de aandacht getrokken van zowel de nationale als de internationale gemeenschap. Van de jacht op verstopt geld in Eindhoven tot de implementatie van het blokkeertarief bij laadpalen, en van de juridische perikelen van Booking.com tot de potentiële transformatie van de autofabriek VDL Nedcar in Born, het nieuws was zowel divers als impactvol.

De geldjacht in Eindhoven heeft geleid tot een golf van enthousiasme maar ook tot zorgen over de gevolgen voor de openbare orde en veiligheid. Het initiatief van een anonieme Eindhovenaar om geld te verstoppen en aanwijzingen via sociale media te verspreiden, heeft een onverwachte drukte en overlast in de stad veroorzaakt. Deze moderne schattenjacht benadrukt de kracht van sociale media maar werpt ook vragen op over de impact op de gemeenschap en het respect voor de openbare ruimte.

Tegelijkertijd wordt de introductie van het blokkeertarief bij laadpalen gezien als een noodzakelijke maatregel om de efficiëntie van het opladen van elektrische voertuigen te verbeteren en de beschikbaarheid van laadpunten te vergroten. Met tarieven die variëren afhankelijk van de aanbieder, wordt het duidelijk dat EV-gebruikers zich bewust moeten zijn van de voorwaarden en kosten verbonden aan het opladen van hun voertuigen.

booking.com vangt boete bonanza in Spanje, een reis van boetes en beproevingen.

Internationaal gezien heeft Booking.com te maken met een significante financiële boete van de Spaanse mededingingsautoriteit, een ontwikkeling die de complexiteit en uitdagingen benadrukt waarmee grote online platforms geconfronteerd worden in de steeds veranderende juridische landschap van de Europese Unie.

De mogelijke transformatie van VDL Nedcar in Born naar een productielocatie voor militaire voertuigen illustreert de invloed van geopolitieke ontwikkelingen op de industrie en de economie. De discussie over de toekomst van de fabriek en de rol die deze kan spelen in de defensie-industrie weerspiegelt de bredere thema’s van veiligheid, samenwerking en innovatie.

De inspanningen van Dublin om het stadscentrum autovrij te maken, passen in een bredere Europese trend gericht op duurzaamheid, leefbaarheid en de promotie van alternatieve vervoerswijzen. Het plan van Dublin om doorgaand verkeer te beperken en de stad toegankelijker te maken voor voetgangers en fietsers, onderstreept het groeiende bewustzijn en de noodzaak voor steden om zich aan te passen aan de behoeften van een veranderende wereld.

Geldjacht in Eindhoven leidt tot overlast voor bewoners

Mensen zijn bereid om regels en fatsoen te overtreden in hun jacht op het geld.

In Eindhoven ontstaat commotie rondom een modern fenomeen dat bekend staat als ‘gratis geld’, waarbij geldbedragen op willekeurige openbare locaties worden verstopt en via sociale media worden gepromoot. Deze activiteit, hoewel op het eerste gezicht een onschuldig en leuk spel, werpt serieuze vragen op over de impact op de gemeenschap en de mogelijke onbedoelde gevolgen.

Het concept is eenvoudig: een anonieme persoon verstopt geld ergens in de stad en deelt vervolgens een video op Instagram met aanwijzingen over de locatie. Dit initiatief heeft in korte tijd een stormloop veroorzaakt, met mensen die door de straten zwerven op zoek naar het verstopte geld. Wat begon als een ludieke actie, heeft snel een minder onschuldige wending genomen, met overlast en frustratie als gevolg voor de bewoners van Eindhoven.

De initiatiefnemer, een 28-jarige Eindhovenaar die anoniem wenst te blijven, motiveert zijn acties met het argument dat het een win-win-win situatie creëert: bedrijven krijgen reclame, hij verdient wat geld, en zijn volgers krijgen de kans op een financieel extraatje zonder veel moeite. Hoewel dit op papier aantrekkelijk lijkt, worden de negatieve effecten op de gemeenschap en het openbare leven over het hoofd gezien.

fatsoen

Een van de meest zorgwekkende aspecten is de overlast en verstoring die deze geldzoektochten veroorzaken. Bewoners worden geconfronteerd met onverwachte drukte in hun straten, met alle overlast van dien. Het fenomeen trekt niet alleen enthousiaste schattenjagers aan, maar ook mensen die bereid zijn om regels en fatsoen te overtreden in hun jacht op het geld. Dit kan leiden tot onveilige situaties, zowel voor de deelnemers als voor nietsvermoedende voorbijgangers.

Het betrekken van ondernemers bij het fenomeen ‘gratis geld’, waarbij financiële beloningen willekeurig in de openbare ruimte worden verstopt en via sociale media worden gepromoot, roept belangrijke ethische en maatschappelijke vragen op. Deze praktijk, hoewel mogelijk bedoeld als innovatieve marketingstrategie, verdient een kritische evaluatie vanuit het perspectief van duurzaam ondernemen en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Voor ondernemers die zich laten verleiden om mee te doen, kan de veroordeling tweeledig zijn. Ten eerste kan het publieke imago van hun bedrijf schade oplopen als de gemeenschap de actie ziet als opportunistisch of onverantwoordelijk. Dit kan leiden tot een verlies van vertrouwen en loyaliteit bij klanten die waarde hechten aan ethische praktijken en sociale verantwoordelijkheid. Ten tweede kunnen er juridische implicaties zijn als dergelijke activiteiten leiden tot onvoorziene consequenties, zoals openbare overlast of veiligheidsrisico’s, waarbij bedrijven medeverantwoordelijk kunnen worden gehouden.

Bovendien roept de praktijk ethische vragen op over de rol van sociale media en de verantwoordelijkheid van degenen die dergelijke activiteiten promoten. Het gebruik van sociale media om mensen aan te moedigen tot dit soort gedrag kan worden gezien als een vorm van uitbuiting van de menselijke neiging tot hebzucht en de wens naar gemakkelijk geld. Het feit dat bedrijven betrokken zijn bij de financiering van deze zoektochten, onder het mom van reclame, werpt vragen op over de commercialisering van openbare ruimtes en sociale interacties.

De initiatiefnemer beweert nuchter te zijn en te verwachten dat de trend snel overwaait. Echter, de vraag blijft of de kortetermijnvoordelen opwegen tegen de langdurige impact op de gemeenschap en de precedenten die het schept voor toekomstige sociale media-uitdagingen. Het is cruciaal dat er een balans wordt gevonden tussen innovatieve ideeën en het welzijn van de gemeenschap.

kritische reflectie

Deze situatie in Eindhoven benadrukt de noodzaak voor een kritische reflectie op de manier waarop sociale media worden gebruikt om gedrag in de fysieke wereld te beïnvloeden. Het is tijd voor een dialoog over de verantwoordelijkheden van individuen en bedrijven die actief zijn op sociale platforms, evenals de rol van de gemeenschap en de overheid bij het adresseren van de uitdagingen die voortkomen uit deze nieuwe vormen van interactie.

Het is essentieel dat ondernemers een voorbeeld stellen door ethisch en verantwoordelijk te handelen, niet alleen in hun directe bedrijfsvoering, maar ook in hun marketingstrategieën en maatschappelijke betrokkenheid. In plaats van kortetermijnwinsten na te streven door middel van controversiële acties, zouden bedrijven moeten investeren in duurzame marketingpraktijken die echte waarde toevoegen aan de gemeenschap en op lange termijn bijdragen aan een positief bedrijfsimago.

Langer laden kost je meer door de opkomst van het blokkeertarief

Met de toenemende druk op de beschikbare laadinfrastructuur, introduceert de EV-industrie nu blokkeertarieven als een oplossing om het landschap van zoekende automobilisten naar een vrije laadpaal te veranderen.

Gebruikers van laadpalen staan voor een nieuwe uitdaging en moeten opletten voor het blokkeertarief. Deze extra kosten worden in rekening gebracht wanneer een voertuig langer dan een bepaalde tijd aan een laadpaal gekoppeld blijft, vergelijkbaar met hoe men betaalt voor elke geladen kilowattuur. Het blokkeertarief is ontworpen om te voorkomen dat laadpalen onnodig lang bezet worden gehouden, een frustratie voor veel EV-gebruikers die op zoek zijn naar een beschikbare laadplek.

Het fenomeen van het blokkeertarief, ook bekend als idle fee of blokkeerkosten, is ingevoerd om de efficiëntie en beschikbaarheid van laadstations te verhogen. Na een vooraf bepaalde periode — vaak gesteld op 4 uur — wordt een tarief van gemiddeld €0,05 tot €0,10 per minuut in rekening gebracht, met een maximumbedrag om exorbitante kosten te vermijden. Shell Recharge is een voorbeeld van een bedrijf dat deze maatregel heeft ingevoerd, met een tarief van €0,05 per minuut na 240 minuten, plus het standaardtarief van €0,53 per kWh.

Het doel van het blokkeertarief is om een snellere doorstroom bij laadpunten te realiseren en de tevredenheid onder EV-gebruikers te verhogen, vooral in dichtbevolkte gebieden waar de vraag naar laadpunten hoog is. De invoering van dergelijke tarieven benadrukt de noodzaak voor EV-gebruikers om vooraf de tarieven en voorwaarden van laadpalen te controleren. De praktijk laat zien dat de toepassing van het blokkeertarief sterk varieert per aanbieder. Naast Shell, dat een maximum van €12 per laadsessie hanteert na 4 uur, rekent Allego vanaf 1 maart 2024 een tarief van 25 cent per uur vanaf het moment van aansluiting, zonder een maximumtarief.

De ANWB staat niet volledig afwijzend tegenover het concept van een blokkeertarief, gezien de onbalans tussen het aantal elektrische auto’s en publieke oplaadpunten. Echter, de organisatie benadrukt dat het tijdsbestek waarin het tarief ingaat en de hoogte ervan proportioneel moeten zijn met het beoogde gebruik van de laadpaal en de locatie. De ANWB pleit ook voor een maximale duur van 3 uur voor het blokkeertarief en adviseert dat gebruikers duidelijk geïnformeerd worden over deze kosten door middel van borden of stickers bij de laadpaal.

De introductie van het blokkeertarief is een teken van de evoluerende infrastructuur rondom elektrische voertuigen. Het illustreert de noodzaak om een evenwicht te vinden tussen het aanmoedigen van elektrisch rijden en het waarborgen van toegankelijkheid en gebruiksgemak voor alle gebruikers. Terwijl het aantal EV’s en de vraag naar laadmogelijkheden blijven stijgen, zal het beleid rondom laadinfrastructuur zich blijven aanpassen om een duurzame en efficiënte toekomst voor elektrisch vervoer in Nederland te ondersteunen.

Booking.com onder vuur met belastingperikelen en mededingingszorgen

De opeenstapeling van tegenslagen voor Booking.com illustreert de complexe juridische en financiële omgeving waarin internationale online reisorganisaties opereren.

Booking.com, de bekende online reisorganisatie met hoofdkantoor in Nederland, bevindt zich opnieuw in zwaar weer. Na een financiële schikking met de Italiaanse belastingautoriteiten, is het bedrijf nu door de Spaanse mededingingsautoriteit, de Comisión Nacional de los Mercados y la Competencia (CNMC), beboet met een forse som van 490 miljoen euro. Deze aankondiging vormt een nieuwe tegenslag voor Booking.com, dat zich reeds geconfronteerd zag met financiële en juridische uitdagingen, waaronder de verplichting zich aan te sluiten bij een pensioenfonds voor de reisbranche, zoals bepaald door het gerechtshof in Den Haag.

onduidelijk

Waarvoor de boete van de CNMC is momenteel nog onduidelijk meldt het Financieele Dagblad maar kan het resultaat zijn van een formeel onderzoek dat in 2022 werd ingesteld naar mogelijke overtredingen van de antitrustwetgeving door Booking.com. Het bedrijf werd ervan beschuldigd oneerlijke handelsvoorwaarden op te leggen aan hotels in Spanje en beleidsmaatregelen te hanteren die andere online reisbureaus (OTAs) en verkoopkanalen kunnen uitsluiten, waardoor de vrije concurrentie wordt belemmerd. 

De Spaanse autoriteiten hebben deze stap gezet na klachten van de Spaanse Vereniging van Hotelmanagers en de Regionale Hotelvereniging van Madrid. Deze klachten leidden tot een vooronderzoek door de CNMC, waaruit bleek dat er voldoende aanleiding was om de praktijken van Booking.com verder te onderzoeken op mogelijke schendingen van zowel nationale als Europese mededingingswetten.

Dit onderzoek, dat belangrijke implicaties heeft voor de digitale economie van Spanje, richt zich op de bescherming van de vrije markt en het tegengaan van oneerlijke concurrentie.

Deze recente ontwikkelingen benadrukken de uitdagingen waarmee grote online platforms zoals Booking.com worden geconfronteerd. Ze onderstrepen het belang van naleving van zowel lokale als internationale wetgeving, in een tijd waarin de activiteiten van dergelijke bedrijven steeds nauwlettender door regelgevende instanties worden bekeken. De zaak tegen Booking.com is een herinnering aan de noodzaak voor online platforms om eerlijke handelspraktijken te hanteren en de vrije markt te respecteren.

Tegelijkertijd heeft de uitspraak van het gerechtshof in Den Haag, waarbij Booking.com zich moet aansluiten bij een pensioenfonds voor de reisbranche, verdere druk gelegd op het bedrijf. Deze beslissing, die met terugwerkende kracht geldt vanaf 1999, voegt een extra financiële last toe aan de al bestaande uitdagingen van het bedrijf, waaronder de significante daling van de kwartaalwinst met 82 procent vergeleken met het voorgaande jaar.

Deze opeenstapeling van tegenslagen voor Booking.com illustreert de complexe juridische en financiële omgeving waarin internationale online reisorganisaties opereren. Het benadrukt tevens het belang van een sterke compliance-structuur die in staat is te navigeren door de diverse juridische landschappen van de landen waarin zij actief zijn.

Terwijl de definitieve uitkomst van het onderzoek door de CNMC nog moet worden vastgesteld, is duidelijk dat de zaak tegen Booking.com verstrekkende gevolgen kan hebben voor de manier waarop online platforms zaken doen in Europa en mogelijk daarbuiten. Het onderstreept het groeiende belang van mededingingsrecht in het digitale tijdperk en de voortdurende inspanningen van regelgevende instanties om eerlijke concurrentie en marktpraktijken te waarborgen.

Militaire voertuigen mogelijk de nieuwe trots van Born

Geopolitieke spanningen brengen misschien militaire productie naar Born als de nieuwe koers van VDL Nedcar.

De toekomst van de befaamde autofabriek VDL Nedcar in Born, bekend om de productie van iconische modellen zoals Dafjes, Volvo’s, Smarts, Mitsubishi’s en Mini’s, staat mogelijk aan de vooravond van een radicale transformatie. In de schaduw van toenemende geopolitieke spanningen en de dringende Europese behoefte aan militair materieel, kan de Nederlandse regering overwegen de fabriek om te vormen tot een productielocatie voor militaire voertuigen. Demissionair minister van Defensie Kajsa Ollongren staat, ondersteund door Europese financiering, niet onwelwillend tegenover het idee.

De discussie rond de transformatie van VDL Nedcar komt op een moment dat Nederland, ondanks inspanningen, de NAVO-norm van 2 procent van het BNP voor defensie-uitgaven nog niet haalt. Ollongren, die zich al langere tijd hard maakt voor het bereiken van deze norm, benadrukt de complexiteit van de huidige situatie. Er is sprake van een race om materieel binnen de NAVO-landen, waarbij ook Nederland zijn deel probeert te leveren. Dit alles vindt plaats in een tijd waarin de steun aan Oekraïne, die buiten de nationale defensie-uitgaven valt, van cruciaal belang is voor de Europese veiligheid.

VDL Defence Technologies is gespecialiseerd in engineering en productie van systemen, samenstellingen en mechanische onderdelen voor de defensie industrie. Verwerken onder militaire normen van o.a. pantserstaal, instandhouding van voertuigen en de productie van systemen voor rups- en wielvoertuigen zijn slechts enkele voorbeelden van de activiteiten.

Demissionair minister van Defensie Kajsa Ollongren

Gevraagd naar een reactie zegt Ollongren dat er vooral behoefte aan munitie is, dat de huidige buitenlandse leveranciers hun capaciteit opschroeven en nieuwe productielijnen openen. In een interview met BNR’s Big Five uitte Ollongren haar enthousiasme voor het potentieel van VDL Nedcar als productielocatie voor militaire voertuigen. “Dat gaat natuurlijk het snelste als je kan aansluiten bij wat er al is”, stelde de minister. Ze benadrukte de bereidheid om alle mogelijkheden open te houden en de lopende gesprekken met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en betrokken partijen.

De mogelijke transformatie van VDL Nedcar in Born tot een productiefaciliteit voor militair materieel heeft niet alleen te maken met de strategische noodzaak vanwege de huidige geopolitieke spanningen, maar ook met een dringende behoefte om kwalitatief hoogwaardige arbeidskrachten binnenboord te houden. Anton Iken, Senior Logistiek bij het Ministerie van Defensie, benadrukt in reactie op ons artikel de urgentie van deze situatie. Volgens hem is het idee om de fabriek om te schakelen naar de productie van militaire voertuigen niet alleen logisch, maar ook iets wat met spoed uitgewerkt en geïmplementeerd moet worden.

werknemers

De zorg die Iken uit, ligt in de potentiële verlies van duizenden gekwalificeerde werknemers die elders werk kunnen vinden als er niet snel gehandeld wordt. “Er is haast is geboden,” stelt Iken, wijzend op de noodzaak om voortvarend te handelen voordat de waardevolle werknemers van VDL Nedcar de overstap maken naar andere sectoren. 

De mogelijke omschakeling van VDL Nedcar naar een fabriek voor defensiematerieel zou niet alleen een strategische stap betekenen in het versterken van de Europese defensiecapaciteit, maar ook werkgelegenheid bieden aan het hooggekwalificeerde personeel dat al decennia lang betrokken is bij de productie van civiele voertuigen. Met de productie van militaire voertuigen, drones en munitie zou de fabriek een nieuwe rol kunnen spelen in de Europese verdedigingsstrategie.

Deze ontwikkeling komt op een moment dat de Europese veiligheidssituatie snel verslechtert en de vraag naar geavanceerde defensie-uitrusting stijgt. Het behoud van productiecapaciteit en werkgelegenheid in Born zou niet alleen economisch van belang zijn voor de regio, maar ook bijdragen aan de nationale en Europese veiligheid. Terwijl de gesprekken voortduren, blijft de vraag hoe snel en in welke vorm deze transformatie realiteit kan worden.

VDL

VDL bedrijven werken al sedert hun oprichting in toeleveringen voor militaire eindgebruikers. De groei en ontwikkeling van onze groep van bedrijven is aanleiding geweest om begin 2000 een centraal cluster te formeren. Dit cluster heeft als doel al de bedrijven van de VDL Groep te vertegenwoordigen in de militaire markt. Vanuit onze klassieke rol als toeleverancier zijn we begonnen met het toeleveren van (pantser)stalen delen en subassemblies welke bij VDL onder specifieke normering werden samen gelast, versneden of gezet.

Deze rol brengt VDL Defence Technologies op de nominatie van key supplier bij diverse gerenommeerde OEM’s in militaire en veiligheidsindustrie. In de dynamische omgeving en met de opgedane ervaring heeft VDL Defence Technologies de visie om van klassieke ‘Tier-2’ naar het ‘Tier-1’ supplier te ontwikkelen als system integrator. Hiervoor ontstaat naast expertise op productie (technieken) een impuls op conceptueel design, validatie en aftersales (ILS).

VDL Defence Technologies is een separate business unit en opereert vanuit VDL Bus Chassis BV.

Alarm over tweedehands bussen en vrachtwagens en tijd voor actie

De invoer van gebruikte bussen en vrachtwagens in ontwikkelingslanden blijkt een aanzienlijke bijdrage te leveren aan luchtvervuiling en klimaatverandering, volgens een recent rapport van het milieubureau van de Verenigde Naties.

Deze bevindingen roepen op tot een dringende behoefte aan strengere regelgeving en normen voor de invoer van deze voertuigen om zowel lokale als globale milieu-impact te beperken.

Het rapport, dat voor het eerst de wereldwijde impact van de export van bussen en vrachtwagens – zowel nieuw als tweedehands – in kaart brengt, benadrukt de significante toename van de CO₂-uitstoot door deze voertuigen sinds het jaar 2000. Met een stijging van meer dan 30 procent in de uitstoot, waarvan vrachtwagens 80 procent voor hun rekening nemen, wordt de ernst van de situatie onderstreept. Vooral de uitstoot van stikstofoxiden (NOx), fijnstof (PM 2,5), en zwarte koolstof – voornamelijk afkomstig van dieselroet – draagt bij aan een verslechterde luchtkwaliteit en een toename van vroegtijdige overlijdens in de ontvangende landen.

Deze problematiek wordt verergerd door het gebrek aan adequate normen en regelgeving in de landen die deze voertuigen importeren. Hoewel deze import een stimulans kan vormen voor economische groei in armere landen, wijst het VN-rapport op de noodzaak van een evenwicht tussen economische voordelen en de bescherming van milieu en volksgezondheid.

De Europese Unie, Japan en Zuid-Korea zijn samen goed voor zowat 60 procent van de wereldwijde export van zowel nieuw als tweedehands.

De handelsstromen van deze voertuigen zijn aanzienlijk, met de Europese Unie, Japan, Zuid-Korea, de Verenigde Staten en China als voornaamste exporteurs. De impact is vooral merkbaar in landen met lage en middeninkomens, waar een groot deel van de tweedehandsvoertuigen terechtkomt. Deze landen, verspreid over Afrika, Latijns-Amerika, Azië en Oost-Europa, worden geconfronteerd met de negatieve gevolgen van de import zonder de middelen te hebben om deze effectief aan te pakken.

De VN benadrukt de urgentie van internationale samenwerking en de implementatie van strengere normen voor de invoer van gebruikte voertuigen. Het opstellen van duidelijke richtlijnen en het handhaven van milieustandaarden kan helpen om zowel de luchtvervuiling als de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, wat uiteindelijk ten goede komt aan zowel de lokale bevolking als de wereldwijde gemeenschap in de strijd tegen klimaatverandering.

De bevindingen van het VN-rapport roepen op tot een heroverweging van de huidige praktijken rond de export en import van tweedehands bussen en vrachtwagens. Het is cruciaal dat er een balans wordt gevonden die niet alleen economische voordelen biedt, maar ook de gezondheid van de planeet en haar inwoners beschermt. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van zowel exporterende als importerende landen, alsmede internationale organisaties, om te zorgen voor een duurzamere en gezondere toekomst.