Tag archieven: taxiregels

Rit weigeren: veel ophef om taxitruc maar mag een chauffeur dit gewoon doen?

Lokale en landelijke taxiregels zorgen voor een opvallende juridische kronkel. Rit weigeren en daarna een hoge vaste prijs vragen ligt juridisch ingewikkelder dan gedacht.

Wie als Nederlander met de auto naar het buitenland vertrekt, wordt regelmatig gewaarschuwd voor verkeersboetes, afwijkende regels en trucs waarmee toeristen geld uit de zak wordt geklopt. Ditmaal zijn de rollen omgedraaid. Een groot Duits automagazine waarschuwt vakantiegangers namelijk voor een opvallend verschijnsel bij Amsterdamse taxi’s. De zogenoemde ‘handremmethode’ zou vooral bij taxistandplaatsen voor onaangename verrassingen kunnen zorgen. Toch blijkt de situatie juridisch een stuk ingewikkelder dan op het eerste gezicht lijkt.

Het Duitse Auto Motor und Sport besteedt aandacht aan de methode en legt zijn lezers uit hoe die volgens het blad werkt. Het begint bij een taxistandplaats waar meerdere chauffeurs wachten op een klant. De chauffeur die vooraan staat, krijgt bijvoorbeeld een passagier die slechts een korte afstand wil afleggen. Omdat zo’n rit relatief weinig oplevert, weigert de chauffeur de klant en blijft hij op zijn plek staan. Figuurlijk wordt daarmee de handrem aangetrokken.

relatief korte rit

De passagier kan vervolgens bij een andere taxi terechtkomen. Daar zou soms een hoge vaste prijs worden genoemd om de relatief korte rit toch aantrekkelijk te maken. Vooral buitenlandse bezoekers bevinden zich daarbij in een kwetsbare positie. Een toerist die Amsterdam niet kent, weet immers lang niet altijd hoeveel een taxirit van slechts enkele minuten normaal gesproken hoort te kosten.

Vanuit de taxibranche bestaan vermoedens dat chauffeurs soms afspraken met elkaar maken. Auto Motor und Sport benadrukt echter dat dergelijke onderlinge afspraken niet zijn bewezen. Dat verschil is belangrijk, omdat het weigeren van een rit, het maken van prijsafspraken met een klant en eventuele onderlinge afspraken tussen chauffeurs juridisch afzonderlijke kwesties zijn.

Het verschijnsel kwam bovendien al eerder onder de aandacht. De Amsterdamse stadszender AT5 onderzocht eind 2024 undercover wat er bij taxistandplaatsen gebeurde. Tijdens dertien van de vijftien pogingen werd volgens de omroep voor een korte rit een hoge prijs genoemd. Vier chauffeurs wilden de betreffende rit niet uitvoeren toen de verslaggevers vroegen om de taxameter te gebruiken.

geldende maximumtarieven

Een rit vanaf Amsterdam Centraal naar de Noordermarkt leverde een bijzonder opvallend voorbeeld op. Voor dat korte traject werd volgens het onderzoek maar liefst 35 euro gevraagd. AT5 berekende destijds aan de hand van de toen geldende maximumtarieven dat de rit ongeveer 12,84 euro zou moeten kosten. Uiteindelijk vonden de verslaggevers een andere chauffeur die dezelfde rit voor 11,73 euro uitvoerde. De discussie over dergelijke praktijken speelt dus al langer en is niet pas deze zomer ontstaan.

Juist rond het weigeren van klanten ontstaat een opmerkelijk verschil tussen landelijke en Amsterdamse regelgeving. Staatssecretaris Annet Bertram heeft in antwoorden op Kamervragen uitgelegd dat de landelijke Wet personenvervoer 2000 geen algemene vervoerplicht kent. Een taxichauffeur mag landelijk in beginsel zelf beslissen of hij een aangeboden rit accepteert. Wanneer een klant vanwege discriminatoire redenen wordt geweigerd, ligt dat vanzelfsprekend anders.

Amsterdam heeft echter aanvullende regels ingevoerd voor taxichauffeurs die actief zijn op de zogenoemde opstapmarkt. Chauffeurs met een Taxxxivergunning moeten een consument op diens eerste verzoek vervoeren, tenzij redelijkerwijs niet van de chauffeur kan worden verlangd dat hij de rit uitvoert. Ook mogen chauffeurs geen onderlinge afspraken maken waardoor de keuzevrijheid van reizigers wordt beperkt.

Daarmee wordt de situatie op een Amsterdamse taxistandplaats heel anders dan de landelijke hoofdregel doet vermoeden. Juist de lokale voorschriften zijn bedoeld om gedragingen tegen te gaan die overeenkomsten vertonen met de beschreven ‘handremmethode’.

Ook rond de prijs bestaat een belangrijk juridisch onderscheid. Een bedrag dat veel hoger ligt dan de uiteindelijke meterprijs zou zijn geweest, is niet per definitie verboden. Voor straattaxi’s met maximaal vier passagiers gelden in 2026 maximumtarieven van 4,31 euro als starttarief, 3,17 euro per gereden kilometer en 0,52 euro per minuut. De tarieven moeten voor reizigers zichtbaar zijn.

Toch betekent dat niet automatisch dat iedere rit volgens precies die berekening moet worden afgerekend. Een chauffeur en passagier mogen vóór vertrek namelijk ook een vaste ritprijs overeenkomen. De Inspectie Leefomgeving en Transport vermeldt daarbij dat zo’n vooraf afgesproken bedrag zelfs hoger mag uitvallen dan het bedrag dat uiteindelijk op de taxameter zou hebben gestaan.

Foto: Pitane Blue – Amsterdam

De landelijke Wet personenvervoer 2000 (WP2000) verplicht een taxichauffeur niet om iedere aangeboden rit uit te voeren. Er geldt volgens deze wet geen algemene vervoerplicht, waardoor een chauffeur in beginsel zelf mag bepalen of hij een rit accepteert of weigert. Dat kan lokaal anders liggen wanneer een gemeente aanvullende regels heeft opgesteld, zoals voor bepaalde taxichauffeurs op de Amsterdamse opstapmarkt.

Dat betekent echter niet dat een gemeente niets aanvullends mag regelen wanneer de landelijke wet ergens geen algemene verplichting oplegt. De Wet personenvervoer 2000 (WP2000) kan gemeenten bevoegdheden geven om voor bepaalde onderdelen van de taximarkt aanvullende regels te stellen. Het feit dat de WP2000 geen landelijke algemene vervoerplicht kent, betekent dus niet automatisch dat een Amsterdamse vervoerplicht daarmee in strijd is. Doorslaggevend is of Amsterdam voor die lokale regel een geldige wettelijke grondslag heeft en binnen de grenzen daarvan blijft.

Voor straattaxi’s blijft een goedgekeurde taxameter verplicht. Amsterdam stelt voor zijn opstapmarkt daarnaast aanvullende voorwaarden, waaronder voorschriften over het accepteren van ritten, de ritprijs en het gebruik van de taxameter of boordcomputer. Alleen constateren dat een chauffeur een hoog bedrag vraagt, is daarom onvoldoende om meteen vast te stellen welke regel eventueel wordt overtreden. Ook de omstandigheden waaronder de rit wordt aangeboden spelen een belangrijke rol.

De handhaving wordt nog ingewikkelder doordat dezelfde taxichauffeur gedurende zijn werkdag onder verschillende regels kan vallen. Veel chauffeurs nemen zowel klanten mee vanaf een taxistandplaats als passagiers die vooraf via bijvoorbeeld een app of centrale een rit hebben besteld. Voor zo’n vooraf bestelde taxirit gelden niet automatisch alle aanvullende eisen die Amsterdam aan de opstapmarkt stelt.

gemeentelijke toezichthouders

Een toezichthouder moet daardoor eerst kunnen vaststellen welk type taxivervoer op dat specifieke moment wordt uitgevoerd. Uit de evaluatie blijkt dat dit voor gemeentelijke toezichthouders niet altijd eenvoudig te controleren is. Een chauffeur kan daardoor kort na een rit vanaf een standplaats alweer een vooraf bestelde opdracht uitvoeren waarop deels andere voorwaarden van toepassing zijn.

Ook de cijfers over mogelijke fraude vragen om enige voorzichtigheid. De Inspectie Leefomgeving en Transport ontving gedurende vijf jaar 140 meldingen over taxigerelateerde fraude. Dat cijfer heeft betrekking op heel Nederland en omvat verschillende soorten klachten en vermoedelijke overtredingen. Het gaat bijvoorbeeld om hoge ritprijzen, maar ook om problemen met taxameters en chauffeurskaarten. De 140 meldingen mogen daarom nadrukkelijk niet worden gelezen als 140 afzonderlijke klachten over de Amsterdamse ‘handremmethode’.

woekerprijzen

De discussie krijgt dit najaar wel een nieuw vervolg. Het kabinet wil onderzoek laten uitvoeren naar zogenoemde woekerprijzen op de opstapmarkt. Daarmee komt opnieuw aandacht voor de vraag wat reizigers betalen wanneer zij zonder voorafgaande boeking bij een taxi instappen.

Tot die tijd kunnen reizigers zelf een aantal zaken controleren. Bij het instappen kan duidelijk worden gevraagd of de chauffeur de taxameter gebruikt of dat vooraf een vaste prijs wordt afgesproken. Ook kan de reiziger de zichtbare tariefkaart bekijken en na afloop om een ritbon vragen.

Een ander belangrijk punt is dat reizigers bij een Amsterdamse taxistandplaats zelf mogen bepalen welke taxi zij nemen. Een klant is dus niet verplicht om automatisch in de voorste wagen van de rij te stappen. Daarmee heeft de passagier uiteindelijk meer keuzevrijheid dan de term ‘handremmethode’ misschien doet vermoeden.

Waarschuwing voor taxiondernemers: GPS-app is geen toegestane taxameter in Nederland

Snelle en goedkope digitale oplossingen kunnen aantrekkelijk lijken, maar passen niet altijd binnen de strikte Nederlandse regelgeving voor taxivervoer.

Taxiondernemers in Nederland worden gewaarschuwd om niet blind te vertrouwen op digitale oplossingen die online worden aangeboden als vervanging van de traditionele taxameter. Verschillende websites presenteren mobiele applicaties of GPS-gebaseerde systemen als volwaardige taxameter, compleet met functies zoals automatische ritregistratie, rapportages en het bijhouden van rij- en rusttijden. Daarbij worden termen gebruikt als “CDT & ILT-ready”, wat bij veel ondernemers de indruk wekt dat deze oplossingen voldoen aan de Nederlandse wetgeving.

Die indruk klopt echter niet. Volgens de geldende regels in Nederland moet een taxameter altijd een fysiek apparaat zijn dat in het voertuig is ingebouwd. Bovendien moet deze apparatuur officieel zijn goedgekeurd en na installatie worden gekeurd. Daar blijft het niet bij, want de taxameter moet jaarlijks opnieuw worden gecertificeerd om te mogen worden gebruikt. Een losse applicatie op een smartphone of een online abonnement kan niet zomaar aan deze eisen voldoen en wordt daarom niet erkend als wettelijke taxameter.

Taxiondernemers doen er goed aan kritisch te kijken naar online aanbieders die claimen een taxameter te kunnen leveren op basis van alleen GPS of een mobiele applicatie. Op internet is onder meer de website taximeterpro.app te vinden, waar wordt geadverteerd met een digitale taximeter voor Nederlandse taxichauffeurs, automatische ritregistratie, rij- en rusttijden, rapportages en de claim “CDT & ILT-ready”.

Die combinatie van termen kan bij ondernemers de indruk wekken dat een smartphone-app of software-abonnement voldoende is om in Nederland als taxameter te gebruiken. Dat is echter niet het geval. In Nederland gelden duidelijke regels voor de taxameter. Een taxameter moet een fysiek ingebouwd en goedgekeurd apparaat zijn, gekoppeld aan het taxivoertuig en na inbouw worden gekeurd. Daarnaast moet de taxameter jaarlijks opnieuw worden gecertificeerd.

weggegooid geld

Een losse GPS-app of online abonnement kan deze wettelijke eisen niet zomaar vervangen. Wie een abonnement afsluit bij een aanbieder die niet aan de Nederlandse eisen voldoet, loopt het risico te betalen voor een product dat in de praktijk niet gebruikt mag worden. Dat maakt dergelijke oplossingen niet alleen risicovol, maar mogelijk ook weggegooid geld.

Vooral aanbieders die adverteren met termen als “GPS-taximeter”, “ILT-proof”, “CDT-ready” of “digitale taximeter voor Nederland” verdienen extra aandacht. Zulke termen klinken betrouwbaar, maar zeggen op zichzelf niets over de wettelijke toelating van het product. Bij controle telt niet de commerciële tekst op een website, maar de vraag of het product daadwerkelijk voldoet aan de Nederlandse wet- en regelgeving.

bestaande keuringseisen

Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen een taxameter en de Centrale Database Taxivervoer, de CDT. De CDT vervangt de Boordcomputer Taxi voor de registratie van arbeids- en rusttijden, maar verandert niets aan de regels voor de taxameter. Een taxameter blijft verplicht waar de wet dat voorschrijft en moet nog steeds voldoen aan de bestaande keuringseisen.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

De waarschuwing is simpel: laat u niet verleiden door goedkope of snelle online oplossingen die niet passen binnen de Nederlandse taxiregels. Een niet-toegestane taxameter of onbevoegde CDT-oplossing kan uiteindelijk duurder uitpakken dan het bedrag van het abonnement alleen. Controleer daarom altijd eerst de officiële bronnen voordat u investeert in software of apparatuur voor uw taxionderneming.

Ook bij CDT-oplossingen is voorzichtigheid geboden. Een oplossing die daadwerkelijk voldoet aan de Nederlandse wet- en regelgeving hoort afkomstig te zijn van een ICT-dienstverlener die vermeld staat op de officiële lijst van aangesloten ICT-dienstverleners van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Die lijst is openbaar te raadplegen via het ILT.

Staat een aanbieder daar niet op, maar claimt deze wel “CDT-ready” te zijn of een officiële CDT-oplossing te leveren, dan is extra controle noodzakelijk. Taxiondernemers wordt aangeraden om vóór betaling of ondertekening altijd te controleren of de aanbieder voorkomt op deze officiële lijst en of de aangeboden taxameter daadwerkelijk een goedgekeurd en te keuren model betreft.

controleren voor de aanschaf

Let daarnaast op signalen die kunnen wijzen op een onduidelijke of onbetrouwbare aanbieder. Denk aan ontbrekende of oncontroleerbare bedrijfsgegevens, niet-werkende links naar de Apple App Store of Google Play Store, vage supportinformatie of verwijzingen naar domeinen die niets met de aanbieder te maken lijken te hebben.

De kern van de waarschuwing is helder. Snelle en goedkope digitale oplossingen kunnen aantrekkelijk lijken, maar passen niet altijd binnen de strikte Nederlandse regelgeving voor taxivervoer. Wie zich laat verleiden door dergelijke aanbiedingen zonder de juiste controles uit te voeren, kan uiteindelijk geconfronteerd worden met financiële tegenvallers of juridische problemen. Het advies aan taxiondernemers luidt dan ook om altijd eerst de officiële bronnen te raadplegen en te controleren of een product daadwerkelijk voldoet aan de eisen voordat er wordt geïnvesteerd in nieuwe apparatuur of software.

Taxibeleid en code VVR botst vaak met de realiteit

Strenge taxibusregels sluiten mensen met scootmobiel uit van vervoer.

Het taxivervoer van mensen met een fysieke beperking, zoals die afhankelijk zijn van scootmobielen, blijkt in de praktijk vaak problematisch. Deze problematiek werd uitgelicht in het programma Meldpunt van Omroep Max. Een van de meest opvallende aspecten is de code VVR, die voorschrijft dat reizigers met een scootmobiel niet via een lift, maar via de normale ingang de taxibus moeten betreden. Dit, in tegenstelling tot rolstoelgebruikers, die wel met de lift mogen instappen.

Deze regelgeving leidt tot praktische problemen. Een treffend voorbeeld uit het programma was de situatie van de heer van Schijndel, die door zijn fysieke beperking niet in staat is om de hoge treden van de bus te beklimmen. Dit illustreert de discrepantie tussen de regelgeving en de realiteit van reizigers met een fysieke beperking.

Caroll Sastro, verbonden aan het platform voor gehandicapten, benadrukt dat de problematiek rondom scootmobielen dieper ligt. Volgens haar is de scootmobiel een essentieel gehandicaptenvoertuig dat te vaak als een ‘stiefkindje’ wordt behandeld. Deze voertuigen worden toegewezen aan mensen met fysieke beperkingen, wat aangeeft dat het niet zomaar een gemaksoptie is.

“Ik denk dat iets met de mindset in de samenleving in zijn geheel al fout zit over die scootmobiel. Die wordt een beetje als een stiefkindje behandeld, net niet gehandicapt of wel gehandicapt. En dat vind ik niet kloppen. De scootmobiel is een gehandicaptenvoertuig en is een WMO voorziening. Hij wordt door de gemeente toegewezen aan deze mensen omdat ze een fysieke beperking hebben, dus ze krijgen niet zomaar toegewezen.”

Caroll Sastro – Platform Gehandicapten

scootmobiel

Diana Begeman, met ruim dertig jaar ervaring als taxichauffeur, biedt een waardevol inzicht in de praktische realiteit van het vervoeren van scootmobielgebruikers. In het programma wordt haar expertise benut om de complexiteit van de huidige vervoersregels te belichten. Ze deelt een incident waarbij een scootmobielgebruiker probeerde zelfstandig uit het voertuig te rijden, wat resulteerde in een val.

“We hebben een keer meegemaakt dat een scootmobiel tijdens het uitladen dat meneer zelf wel even snel een scootmobiel er af wilde rijden. Ja, dat gebeurde ook, maar niet op de manier zoals het hoort. En die is gevallen. De scootmobiel is voor mensen die nog enigszins mobiel zijn en die zouden dan ook de overstap kunnen maken via het trapje.”

Diana Begeman – eigenaar Taxi Steen Ommen

Dit voorval illustreert de gevaren die kunnen ontstaan wanneer reizigers niet volledig op de hoogte zijn van de geldende veiligheidsprocedures. Begeman benadrukt dat de huidige regelgeving omtrent het instappen met een scootmobiel vaak onduidelijk is voor de gebruikers. Volgens haar denken veel mensen ten onrechte dat ze met hun scootmobiel via de lift de taxibus mogen betreden, wat niet toegestaan is vanwege veiligheidsoverwegingen. Ze maakt een onderscheid tussen gebruikers van rolstoelen, die noodgedwongen in hun rolstoel moeten blijven zitten en daarom wel via de lift mogen instappen, en scootmobielgebruikers, die volgens haar vaak nog enige mobiliteit bezitten en daarom het trapje zouden kunnen gebruiken.

informatievoorziening

Verder wijst Begeman op het belang van goede instructies en informatievoorziening, zowel voor chauffeurs als passagiers. Ze verwijst naar instructiekaarten en checklists voor chauffeurs, uitgegeven door het Sociaal Fonds Mobiliteit, en benadrukt de noodzaak van bewustzijn bij de scootmobielgebruikers over wat wel en niet mag bij het gebruik van taxidiensten. 

“Als je voor de zorgverzekeraar een taxi nodig hebt, of misschien voor Valys of de regiotaxi, dan zou er eigenlijk moeten gezegd worden er rekening mee te houden dat men niet op de scootmobiel mag blijven zitten als hij de bus in gaat. Dan heb je in elk geval duidelijk gecreëerd”, besluit Begeman.

De regels van de VVR (Verordening Vervoer Rolstoelgebruikers) stipuleren dat mensen in een scootmobiel via de normale ingang en niet via een lift de taxibus moeten betreden. Dit in tegenstelling tot rolstoelgebruikers, die wel gebruik mogen maken van de lift.

De makers van Meldpunt benadrukken dat de huidige vervoersregeling, opgesteld door het Sociaal Fonds Mobiliteit, voor verbetering vatbaar is. Verschillende belangenorganisaties en brancheverenigingen, waaronder Ieder(in), ANBO en KNV, werden uitgenodigd voor de uitzending maar werkten hier niet aan mee. De redactie van Meldpunt benadrukt dat ook het Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) werd uitgenodigd maar ook niet in ging op de uitnodiging. De redacteur heeft even met ze gesproken en toen zeiden ze wel : “Ja, misschien moeten deze vervoersregels even worden veranderd.”

oplossing

De reactie aan onze redactie van Roelof Veenbaas, een gepensioneerde onderzoeker met interesse in veilig vervoer van rolstoelgebruikers, voegt een belangrijk perspectief toe aan de discussie over het vervoer van scootmobielgebruikers. Zijn commentaar richt zich op de huidige regelcultuur binnen het vervoer van personen met een beperking, en hij pleit voor vernieuwing en praktische oplossingen.

Veenbaas bekritiseert de huidige benadering waarbij regels boven gezond verstand worden gesteld. Hij geeft aan dat deze aanpak vaak resulteert in beperkingen die voortkomen uit veiligheidsregels, waarbij de kosten een belemmerende factor zijn. Hij benadrukt dat de huidige discussie over de vervoersproblematiek van scootmobielgebruikers niet nieuw is en refereert aan innovatieve oplossingen die al in gebruik zijn.

Een voorbeeld dat hij aanhaalt, is het gebruik van personenliftjes bij vrijwillige vervoersdiensten in de regio Den Haag. Deze liftjes, geïnstalleerd bij de schuifdeur aan de zijkant van de voertuigen, bieden een praktische oplossing voor het vervoer van scootmobielgebruikers. Volgens Veenbaas zijn dergelijke aanpassingen effectief in het oplossen van de problemen die nu worden besproken en tonen ze aan dat er werkbare alternatieven zijn. Veenbaas stelt dat een grondige evaluatie van incidenten en de effectiviteit van extra veiligheidsmaatregelen essentieel is. Hij benadrukt dat regels alleen niet voldoende zijn en dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen veiligheid en praktische bruikbaarheid.

wederhoor

Dat het onderwerp gevoelig ligt bij het SFM ondervonden wij zelf afgelopen week naar aanleiding van onze aankondiging op eigen website van het onderwerp bij het programma Meldpunt. Directeur Henk van Gelderen van het Sociaal Fonds Mobiliteit reageerde kritisch op onze eerdere berichtgeving over dit onderwerp. In een email liet directeur Henk van Gelderen ons weten: “Ik zie dat jullie de inhoud van omroep Max één op één hebben overgenomen. Dan heb je snel een artikel. Teleurstellend dat jullie geen wederhoor toepassen.” 

Niet dat hier enige sprake was van de noodzaak op wederhoor van de het Sociaal Fonds Mobiliteit op onze berichtgeving hebben wij van Gelderen uiteraard de kans geboden om alsnog te reageren, wat achterwege bleef. Hoe dan ook, een opmerkelijk verhaal die soms tot rechtszaken kan leiden, waar Diana Begeman van Taxi Steen in Ommen toch nog enige duidelijk in kon verschaffen voor reizigers binnen de taxisector die gebruik moeten maken van hulpmiddelen zoals een scootmobiel.

De uitzending van Meldpunt was te zien op vrijdag 1 december om 19:50 uur bij MAX op NPO 2.

Regels voor zittend vervoer van personen met COVID-19

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Zittend vervoer kan nodig zijn voor personen die besmet zijn met het nieuwe coronavirus. Bijvoorbeeld omdat zij naar het ziekenhuis moeten voor een behandeling met chemotherapie of dialyse. De regels gelden voor ritten met een passagier bij wie besmetting met het nieuwe coronavirus is vastgesteld. Het heeft sterk de voorkeur om een groter voertuig  of busje te gebruiken. Dan kan de afstand tussen passagier en chauffeur tenminste 1,5 meter zijn.

test voor COVID-19

Soms heeft iemand wel klachten van hoesten of verkoudheid, maar is er geen besmetting met coronavirus vastgesteld door een test. Personen met deze klachten worden alleen vervoerd als de behandelaar beslist dat dit nodig is. Dan hoeven de regels niet te worden aangehouden tijdens het zittend vervoer.

De passagier moet wel een mondneusmasker dragen tijdens het zittend vervoer. Als de passagier een mondneusmasker draagt, hoeft de chauffeur geen mondneusmasker te dragen. Daarnaast moeten de chauffeur en de passagier goed de handen desinfecteren. De behandelaar beslist of personen met deze klachten vervoerd mogen worden of dat eerst een test voor COVID-19 nodig is. Degene die normaal het voertuig bestuurt, kan dat nu ook doen. De chauffeur moet wel zelf gezond zijn. De chauffeur mag geen aandoeningen hebben waardoor hij een groter risico loopt om ernstig ziek te worden door het coronavirus.

duidelijke TX keur instructievideo

TX keur liet een praktische instructie video maken, voor ondernemers en met name chauffeurs over het vervoer in deze Corona crisis situatie. De instructie video is beschikbaar via onderstaande link. Het bestaat uit verschillende onderdelen die elk op zich te bekijken zijn, in de vorm van korte beeld- en geluidopnames, en o.a. ingaat op de verschillende thema’s: wat is Corona, wat is covid-19, wat betekent de situatie voor ondernemers en chauffeurs en hoe ga je met verschillende soorten passagiers, jezelf en het voertuig om voor, tijdens en na het zittend vervoer.

Klik hier om naar de instructie te gaan: http://hetcoronaabc.nl/taxi.

Lees ook: Toezicht naleving RIVM protocol voor taxi- en zorgvervoer