Tag archieven: vervoerssector

Europese Commissie keurt noodplan vervoer goed

De Europese Commissie heeft vandaag een noodplan voor vervoer goedgekeurd om het vervoer in de EU veerkrachtiger te maken in tijden van crisis. In het plan wordt lering getrokken uit de COVID-19-pandemie en wordt rekening gehouden met de uitdagingen die de Russische militaire agressie tegen Oekraïne voor de vervoerssector van de EU meebrengt. Beide crises hebben ernstige gevolgen gehad voor het vervoer van goederen en personen, maar de veerkracht van de vervoerssector en de nauwere coördinatie tussen de lidstaten waren van cruciaal belang voor de reactie van de EU op deze uitdagingen.

“Deze uitdagende en moeilijke tijden herinneren ons aan het belang van de vervoerssector in de EU en aan de noodzaak om te werken aan onze paraatheid en veerkracht. De COVID-19-pandemie was niet de eerste crisis die een impact had op het Europees vervoer. De illegale invasie van Oekraïne door Rusland toont aan dat het evenmin de laatste zal zijn. Daarom moeten we voorbereid zijn. Het noodplan van vandaag, dat gebaseerd is op de lessen uit de COVID-19-pandemie en op de initiatieven die in die periode zijn genomen, biedt een sterk kader voor een crisisbestendige en veerkrachtige vervoerssector in de EU. Ik ben er vast van overtuigd dat dit plan een belangrijke motor wordt voor de veerkracht van ons vervoer. Tijdens onze inspanningen om Oekraïne te ondersteunen is al gebleken hoe cruciaal een aantal van die tools zijn. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de Solidariteitscorridors tussen de EU en Oekraïne, die Oekraïne helpen zijn graan te exporteren.”

Adina Vălean, commissaris voor Vervoer.

10 acties om lering te trekken uit recente crises

Het plan bevat een toolbox met 10 acties om de EU en haar lidstaten te begeleiden bij de invoering van crisisresponsmaatregelen. Belangrijke elementen van het plan zijn het waarborgen van minimale connectiviteit en passagiersbescherming, het opbouwen van veerkracht tegen cyberaanvallen en tests van de veerkracht. Ook de relevantie van de green lanes wordt nogmaals in de verf gezet. Die zorgen ervoor dat het goederenvervoer bij landsgrenzen niet langer dan 15 minuten wordt opgehouden. Daarnaast krijgt het netwerk van contactpunten bij de nationale vervoersautoriteiten een grotere rol toebedeeld. Beide zijn van cruciaal belang gebleken tijdens de COVID-19-pandemie en in de huidige crisis door de Russische agressie tegen Oekraïne.

De 10 actiegebieden zijn:

  1. de EU-vervoerswetgeving geschikt maken voor crisissituaties;
  2. de vervoerssector op adequate wijze ondersteunen;
  3. de continuïteit van het vrije verkeer van goederen, diensten en personen waarborgen;
  4. het beheer van vluchtelingenstromen en de repatriëring van gestrande passagiers en vervoerswerknemers;
  5. een minimale connectiviteit en de bescherming van passagiers waarborgen;
  6. vervoersinformatie uitwisselen;
  7. een betere coördinatie van het vervoersbeleid;
  8. versterkte cyberbeveiliging;
  9. het testen van noodscenario’s;
  10. samenwerking met internationale partners.

De pandemie heeft ons geleerd hoe belangrijk het is crisisresponsmaatregelen te coördineren — bijvoorbeeld om te voorkomen dat vrachtwagens, chauffeurs en essentiële goederen aan de grenzen vast komen te zitten, zoals tijdens de eerste dagen van de pandemie gebeurde. Het noodplan voor vervoer is gebaseerd op een aantal grondbeginselen om te waarborgen dat de crisisresponsmaatregelen evenredig, transparant en niet-discriminerend zijn, in overeenstemming zijn met de EU-Verdragen en ervoor zorgen dat de eengemaakte markt naar behoren kan blijven functioneren.

Volgende stappen

Met dit noodplan zullen de Commissie en de lidstaten een antwoord bieden op de actuele uitdagingen in de vervoerssector. De Commissie zal de lidstaten ondersteunen en sturing geven aan het opbouwen van crisisparaatheid in samenwerking met de EU-agentschappen, door het netwerk van nationale contactpunten voor vervoer te coördineren en door regelmatig overleg te plegen met internationale partners en belanghebbenden. Om in te spelen op de onmiddellijke behoeften en ervoor te zorgen dat Oekraïne enerzijds graan kan uitvoeren en anderzijds de goederen kan invoeren die het nodig heeft – gaande van humanitaire hulp tot meststoffen – , neemt de Commissie de coördinatie van de contactpunten voor de solidariteitscoriddors en het matchmaking platform op zich.

Achtergrond

Met dit initiatief komt de Commissie tegemoet aan de oproep van de Raad om voor de Europese vervoerssector een noodplan op te stellen voor pandemieën en andere grote crises. De opstelling van dat plan was een van de verbintenissen in het kader van de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit. Het plan is tot stand gekomen in samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten en vertegenwoordigers van de sector, aldus de Europese Commissie.

Vrachtwagenheffing per kilometer naar verwachting in 2026

Vrachtwagens op de Nederlandse snelwegen gaan naar verwachting in de loop van 2026 een heffing per kilometer betalen. Op die manier betalen vrachtwagens uit binnenland en buitenland voor het gebruik van de weg. Met de opbrengst van de heffing wordt geïnvesteerd in verduurzaming en innovatie in de vervoerssector.

Dat staat in het wetsvoorstel voor een vrachtwagenheffing dat minister Barbara Visser (Infrastructuur en Waterstaat) onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ze geeft daarmee gevolg aan een verzoek van de Tweede Kamer om het wetsvoorstel ondanks de demissionaire status van het kabinet, in te dienen.

Het wetsvoorstel regelt dat vrachtwagens een heffing per gereden kilometer betalen op de snelwegen en een aantal lokale en regionale wegen. De heffing op lokale en regionale wegen is bedoeld om uitwijkend vrachtverkeer tegen te gaan. De heffing kan ongeveer 4 jaar na aanname van het wetsvoorstel door het parlement worden ingevoerd, waarbij het gemiddelde tarief per kilometer ongeveer 15 cent zal bedragen. De Nederlandse vrachtwagenheffing sluit aan bij de systemen van vrachtwagenheffing in Duitsland en België.

Met de invoering van een vrachtwagenheffing verdwijnt in Nederland de belasting zware motorvoertuigen (het Eurovignet) en wordt de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens tot ongeveer het Europese minimum verlaagd. De netto-opbrengst van de heffing gaat naar verduurzaming en innovatie van de transportsector. Deze maatregelen richten zich op elektrisch aangedreven vrachtwagens, het gebruik van hernieuwbare brandstoffen, vermindering van het aantal vervoerskilometers.

Minister Visser heeft hierover afspraken gemaakt met de transportorganisaties evofenedex, Transport & Logistiek Nederland en de stichting VERN. De netto-opbrengst van de heffing zal op het moment van invoering naar verwachting ongeveer 250 miljoen euro per jaar bedragen.

De eenmalige invoeringskosten van de vrachtwagenheffing lijken significant hoger uit te komen op ongeveer 400 miljoen euro.  Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat een aanpak wordt gekozen waarbij een groter deel van de kosten al wordt gemaakt in de realisatiefase, en enkele andere kostenposten flink hoger lijken uit te pakken. Het ministerie laat extern onderzoek uitvoeren om de kostentoename te verifiëren en te bekijken of de gekozen wijze van uitvoering nog aansluit op het uitgangspunt dat de systeemkosten laag moeten blijven, zodat zoveel mogelijk financiële middelen beschikbaar blijven voor de terugsluis. De vervoerssector zal hier bij betrokken worden, aldus de Rijksoverheid

Lees ook: Touringcarbranche wil langer coronasteun van overheid

Beloningen van de topmannen in vervoerssector het hoogst

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Uit het jaarverslag blijkt dat de topmannen in de vervoerssector waarin de Staat deelneemt in relatie tot hun werknemers het meest verdienen. KLM-topman Pieter Elbers zou, inclusief een bonus van €342.000 die voorlopig niet wordt uitgekeerd, met €927.000 naar huis gaan, elf keer zoveel als zijn werknemers.

Volgens het Financieel Dagblad komt Roger van Boxtel van de NS op €470.000, negen keer zoveel als de meeste andere NS-werknemers. Schiphol-baas Dick Benschop kwam uit op €503.000, zeven keer zoveel, waarvan €62.000 in de vorm van een bonus die nog niet wordt uitbetaald.

Bij de Nederlandse loterij, waar topman Niels Onkenhout €209.000 opstreek, is die beloningsverhouding het laagst. Dat was 3,2 keer zoveel als het salarisgemiddelde bij de uitbater van de Staatsloterij en de lotto.

bonus cultuur

Met de bonuscultuur wordt de cultuur bedoeld die binnen organisaties het toekennen en uitkeren van bonussen stimuleert. Meestal bedoelt men met een bonuscultuur meer bepaaldelijk het uitkeren van grote bedragen aan de bestuurders met een hoge functie binnen het bedrijf. Topmannen krijgen een vast salaris per jaar, en daarbovenop een bonus. De hoogte van beide beloningen kan worden vastgesteld, of worden afgesproken met de Algemene vergadering van aandeelhouders (AVA).

Balkenendenorm

Volgens deze norm zouden openbare bestuurders in Nederland niet meer mogen verdienen dan 130 procent van het ministerssalaris. Ziekenhuisbestuurders, woningcorporatiechefs en directeuren van de publieke omroep: leidinggevenden in de publieke en semipublieke sector mogen jaarlijks niet meer ontvangen dan een minister. 

In de volksmond wordt ook wel de term ‘Balkenendenorm’ gebruikt, vernoemd naar toenmalig premier Jan Peter Balkenende. De Balkenendenorm werd in 2006 geïntroduceerd als reactie op de maatschappelijke onvrede over hoge salarissen bij publieke organisaties, zoals woningcorporaties en de publieke omroep. De wet wil bovenmatige beloningen en te hoge ontslagvergoedingen van de hoogste bestuurders en toezichthouders tegengaan. 

Lees ook: Ik heb ook grote zorgen over het geld aldus Roger van Boxtel

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Roger van Boxtel