Print Friendly, PDF & Email
Pitane Image

Maximale reistijd voor leerlingenvervoer moet terug gebracht worden naar maximaal 45 minuten.

Dennis Wiersma, Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, heeft al meerdere malen aangegeven dat hij de maximale reistijd enkele reis wil terugbrengen naar 45 minuten, tenzij dat gezien de afstand tot de school niet mogelijk is. Wiersma is daarom met de VNG in gesprek om de maximale reistijd enkele reis van 90 minuten die nu in de modelverordening staat aan te passen. Ook al heeft de modelverordening geen juridische status (het is een richtlijn), toch blijkt dat driekwart van de gemeenten bij het opstellen van nieuwe verordening de VNG-modelverordening als basis gebruikt. 

Vooruitlopend op de gewenste aanpassing van de modelverordening gaat de VNG op zijn verzoek een aantal gemeenten benaderen om alvast met een kortere reistijd te gaan werken. Uiteraard met uitzondering van scholen die vanwege hun grote spreiding of hun landelijke ligging een langere reistijd nodig hebben, zoals scholen voor leerlingen met een auditieve beperking. De ervaringen van deze gemeenten, in combinatie met de resultaten van bovengenoemde onderzoek onder ouders, moeten volgens Wiersma tot een definitieve aanpassing van de modelverordening leiden. Dit is in lijn met de motie van onder andere lid De Hoop (PvdA) over het aanpassen van de reistijden in de modelverordening.

afspraken

Zo hebben momenteel vier op de vijf gemeenten met de vervoerder afspraken gemaakt over de maximale reistijd. Bij een derde van de gemeenten is dit maximaal een uur en bij twee derde langer dan een uur, enkele reis. Bij de meeste gemeenten is niet bekend hoe lang leerlingen in het aangepast vervoer gemiddeld daadwerkelijk onderweg zijn. Wiersma schrijft dat dit ongewenst en niet acceptabel is. Ruim een derde van de gemeenten kon dit wel aangeven en die melden een reistijd van gemiddeld 50 minuten.

Lees ook  Crisis in leerlingenvervoer Drechtsteden: RMC trekt aan de bel
(Tekst loopt door onder de foto)

Gemeenten moeten vaker dan nu gebeurt in gesprek gaan met vervoerders, en niet alleen bij de aanbesteding van het leerlingenvervoer of aan het eind van de opdracht maar ook tijdens de opdracht. Gemeenten hebben namelijk niet altijd zicht op de klanttevredenheid of op de klachten, waardoor de mogelijkheden om bij te sturen in het beleid beperkt zijn.

Dat is één van de opvallende aanbevelingen uit de monitor stand van zaken uitvoeren acties leerlingenvervoer, die aan de Tweede Kamer door Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs Dennis Wiersma werd verzonden. Volgens Wiersma moet dat echt beter. Ouders en leerlingen moeten in ieder geval een duidelijk loket hebben waar ze terecht kunnen bij klachten over het vervoer. De Minister verwacht dat iedere gemeente dit heeft of anders zo snel mogelijk gaat regelen. Dit zal hij ook meenemen bij de mogelijkheden om toezicht te houden.

LBVSO

Belangrijke partijen, waaronder de VNG en Koninklijke Nederlandse Vervoerders (KNV), gaan meewerken aan structurele oplossingsrichtingen voor het doelgroepenvervoer. Dennis Wiersma wil deze oplossingsrichtingen voortaan toetsen bij organisaties als LBVSO en Ouders & Onderwijs. Dennis Wiersma is samen met de LBVSO in gesprek gegaan met leerlingen uit het (voortgezet) speciaal onderwijs die gebruik maken van het leerlingenvervoer.

"Dit gesprek was bijzonder waardevol en maakte eens te meer duidelijk hoe belangrijk het is dat het vervoer voor deze leerlingen goed geregeld is en dat er op korte termijn stappen worden gezet. Ik dank ook de LBVSO voor het mede-organiseren van dit gesprek en de blijvende aandacht die zij hebben voor het onderwerp leerlingenvervoer."

LBVSO is ook toegevoegd aan het regulier ambtelijk overleg met onder andere de Kinderombudsman en Ouders en Onderwijs.

Lees ook  Crisis in leerlingenvervoer Drechtsteden: RMC trekt aan de bel
Gerelateerde artikelen:
DVDP