Print Friendly, PDF & Email
STARTPAKKET

Amsterdam wil taxiwereld veranderen, zodat chauffeurs zelf meer verdienen. Lokale initiatieven moeten tegenwicht bieden aan internationale giganten volgens sommige wethouders.

Het college van B&W en wethouder Sofyan Mbarki (PVDA) kijken naar het herstructureren van de Amsterdamse taxisector, geïnspireerd door het model van taxicoöperaties zoals toegepast in New York. Dit plan wordt voorgesteld als een antwoord op de uitdagingen waar de huidige platformeconomie voor staat, waarbij de balans tussen werknemersbelangen en de winsten van grote bedrijven uit het evenwicht lijkt. De gemeente gaat investeren in een coöperatie waarin werknemers zélf een taxidienst kunnen opzetten.

Het Amsterdamse college, onder leiding van wethouder Economische Zaken, heeft ambitieuze plannen aangekondigd om de lokale economie te stimuleren met een budget van 23 miljoen euro. Amsterdamse taxichauffeurs zouden, net als hun New Yorkse collega’s, de kans krijgen om bestuurder en aandeelhouder in hun eigen coöperatie te worden. Dit idee vindt echter weerklank noch begrip bij sommigen binnen de lokale gemeenschap, zoals Walther Ploos van Amstel, die het bestaan van de huidige coöperatie, TCA, benadrukt en vragen stelt bij het nut en de financiering van een nieuwe, vergelijkbare structuur. 

“Het is een verrassend bericht. De TaxiCentrale Amsterdams (TCA) is de grootste Amsterdamse taxicoöperatie met 800+ leden, een intern bestuur met actieve taxichauffeurs, die met veel inzet de coronajaren te boven zijn gekomen. Meer dan 90% van de taxi-inkomsten is voor de chauffeurs zelf. Wat is er dan nog meer nodig? Waarom zou het college willen ingrijpen in de taximarkt door een concurrent van de bestaande lokale taxicoöperaties te subsidiëren? Het staat nergens in het taxibeleid.”, aldus Walther Ploos van Amstel.

(Tekst loopt door onder de foto)
Foto: Tom Feenstra - Wethouder Sofyan Mbarki

"Als u dertig euro afrekent voor een Uber-ritje, dan gaat tien euro daarvan naar Saoedi-Arabië, Morgan Stanley en andere aandeelhouders van Uber. Uber onttrekt die tien euro uit de stad. Dat is een derde van de omzet van de taxichauffeur, die het werk doet, de auto financiert en zorg draagt voor de papieren, de verzekering, het onderhoud, de cursussen en de soms lastige klanten."

Verder dan de taxisector wil het college coöperatieve ondernemingen promoten over een breed scala aan sectoren. PvdA, GroenLinks en D66 willen meer macht naar lokale ondernemers trekken.  Teun Gautier, verbonden aan MeentCoop, ziet het taxi-initiatief als een startpunt voor een bredere beweging richting coöperatief eigendom in verschillende domeinen, waaronder bezorgdiensten en huisvesting.

Lees ook  Salonboten: strijd om behoud varend erfgoed in Amsterdam

Gautier, ooit directeur van de Groene Amsterdammer, benadrukt de voordelen van coöperaties, zoals meer controle en waardebehoud binnen de lokale gemeenschap, in tegenstelling tot de huidige trend waarbij inkomsten naar buitenlandse investeerders vloeien. Hij verdedigt het principe dat coöperaties opereren ten bate van hun leden en niet primair voor winst, een principe dat eveneens wordt toegepast bij maatschappelijke instellingen zoals voetbalverenigingen.

Het streven naar coöperaties is niet alleen een financiële kwestie maar ook een van data-eigendom en -privacy, een groeiend punt van zorg onder consumenten. In lijn met deze visie wil MeentCoop de controle over data heroveren en een krachtig signaal afgeven aan de platformeconomie die volgens hen te weinig bijdraagt aan de lokale economie.

De vraag of de gemeente zich met dergelijke economische initiatieven moet bemoeien, blijft een discussiepunt in het publieke debat.

(Tekst loopt door onder de foto)

Het streven naar coöperaties is niet alleen een financiële kwestie maar ook een van data-eigendom en -privacy, een groeiend punt van zorg onder consumenten.

Nee, Amsterdam wordt niet zelf een durfkapitalist die zich op de taximarkt gaat storten. De discussie over de betrokkenheid van de overheid bij de oprichting van coöperaties met belastinggeld is een complexe en soms controversiële kwestie. Critici zijn van mening dat de overheid zich niet moet mengen in marktsectoren waar al coöperatieve structuren bestaan, zoals de Taxicentrale Amsterdam (TCA). Zij stellen dat het gebruik van belastinggeld om een concurrent voor bestaande coöperaties te creëren niet alleen onnodig is maar ook een oneerlijke concurrentie kan veroorzaken.

Lees ook  Eindhovense Pitane Mobility speelt sleutelrol in taximarkt Vlaanderen

regelgeving

De overheid wordt vaak gezien als een regelgevende en faciliterende instantie die een gelijk speelveld voor ondernemingen moet garanderen en niet als een marktdeelnemer. Het oprichten van een coöperatie met publieke middelen kan vragen oproepen over de rol van de overheid en de rechtvaardigheid van haar interventies in de vrije markt. Sommige deskundigen voeren aan dat dergelijke acties de concurrentie kunnen verstoren en de marktwerking kunnen beïnvloeden, waardoor bestaande bedrijven die zonder subsidie opereren in het nadeel worden gebracht.

Daarnaast kan het oprichten van een door de overheid gesteunde coöperatie leiden tot een verkeerde allocatie van middelen, omdat deze middelen ook kunnen worden ingezet voor andere dringende stedelijke behoeften, zoals onderwijs of infrastructuur. Belastinggeld kan volgens sommigen beter gebruikt worden voor het verbeteren van het algemene ondernemingsklimaat door bijvoorbeeld het verminderen van regelgeving, het verstrekken van leningen of garanties aan start-ups, of het verbeteren van de digitale infrastructuur van de stad.

Ten slotte kan de nadruk op het gebruik van belastinggeld voor dergelijke initiatieven ook de perceptie van overheidsverantwoordelijkheid verschuiven. Het kan leiden tot een situatie waarin de overheid gezien wordt als een instantie die problemen moet oplossen die mogelijk beter door de private sector aangepakt kunnen worden, wat kan leiden tot een grotere afhankelijkheid van overheidsingrijpen en minder ondernemersinitiatief.

Gerelateerde artikelen:
Amsterdam