De overheid geeft taxibedrijven tot begin 2028 om over te stappen, terwijl de regels voor rust- en werktijden blijven gelden. Maar hoe zit het nu eigenlijk met die bestaande wetgeving?

Taxichauffeurs en taxibedrijven in Nederland krijgen te maken met een belangrijke verandering. De vertrouwde boordcomputer taxi (BCT) maakt plaats voor een nieuw digitaal registratiesysteem: de Centrale Database Taxivervoer (CDT). De overheid heeft bepaald dat de volledige overstap uiterlijk op 1 januari 2028 moet zijn afgerond. Met het nieuwe systeem krijgt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) automatisch toegang tot gegevens over taxiritten en arbeidstijden. Daarmee verandert ook de manier waarop de overheid toezicht houdt op de taxisector.

overstappen kan nu al

Iedere taxi in Nederland moet momenteel beschikken over een boordcomputer taxi, beter bekend als de BCT. Dit apparaat registreert onder meer de uitgevoerde taxiritten en de arbeidstijden van chauffeurs. De gegevens zijn belangrijk voor het toezicht op de naleving van de wettelijke arbeids- en rusttijden. Aan die bestaande manier van registreren komt een einde. 

De overheid vervangt de boordcomputer door de Centrale Database Taxivervoer, een systeem waarmee gegevens automatisch worden aangeleverd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Taxibedrijven krijgen tot 1 januari 2028 de gelegenheid om de overstap te maken. Tot die tijd blijft de huidige boordcomputer onderdeel van de registratieverplichtingen zolang een bedrijf nog niet is overgestapt. De ILT controleert of taxi’s beschikken over een geactiveerde boordcomputer. 

automatische gegevensoverdracht

Met de invoering van de CDT verandert vooral de wijze waarop de inspectiedienst de noodzakelijke gegevens ontvangt en gebruikt. Een belangrijk verschil tussen het bestaande systeem en de CDT is de automatische gegevensoverdracht. Taxichauffeurs leveren via het nieuwe registratiesysteem hun ritgegevens en arbeidstijden rechtstreeks aan bij de ILT.

Volgens de informatie van de Rijksoverheid gebruikt de inspectiedienst deze gegevens om toezicht te houden op de Nederlandse taximarkt. Dat toezicht vindt op verschillende manieren plaats. De ILT voert digitale inspecties uit, bezoekt taxibedrijven en controleert chauffeurs op straat.

De automatische registratie moet ervoor zorgen dat de toezichthouder de benodigde informatie via het nieuwe systeem ontvangt. Daarmee wordt de registratie van taxiritten en arbeidstijden een rechtstreeks onderdeel van het digitale toezicht. De verplichting om gegevens vast te leggen blijft dus bestaan. Wat verandert, is het systeem waarmee die informatie wordt geregistreerd en aan de toezichthouder wordt verstrekt.

De overstap naar de CDT verandert niets aan het uitgangspunt dat taxichauffeurs zich moeten houden aan de wettelijke arbeids- en rusttijden. Deze regels zijn vastgelegd in het Arbeidstijdenbesluit vervoer. Daarbij maakt de overheid op verschillende onderdelen onderscheid tussen chauffeurs in loondienst en zelfstandige taxichauffeurs.

Voor werknemers geldt dat zij bij een werkperiode van meer dan vijfeneenhalf uur recht hebben op dertig minuten pauze. Die pauze mag worden verdeeld in twee periodes van vijftien minuten. Wanneer een werknemer langer dan tien uur werkt, bedraagt de voorgeschreven pauze 45 minuten. Ook deze mag worden opgesplitst, bijvoorbeeld in drie pauzes van vijftien minuten.

afwijkingen mogelijk

Bij een collectieve regeling zijn afwijkingen mogelijk. Voor zelfstandige chauffeurs geldt een andere pauzeregeling. Zij moeten bij meer dan vijfeneenhalf uur werken minimaal vijftien minuten pauze nemen, die zij vrij mogen indelen.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

De overstap naar de CDT draait daarmee niet alleen om een nieuwe manier van registreren. Ook de samenwerking tussen leveranciers van registratieapparatuur en software voor ritplanning wordt belangrijk.

Naast de pauzes gelden duidelijke voorschriften voor de dagelijkse rust. Werknemers moeten in iedere periode van 24 uur minimaal tien uur aaneengesloten rust krijgen. Onder de voorwaarden van een collectieve regeling zijn afwijkingen mogelijk.

zelfstandige chauffeurs

Voor zelfstandige chauffeurs geldt eveneens een dagelijkse rustperiode van tien achtereenvolgende uren. Onder bepaalde voorwaarden mag deze worden teruggebracht tot acht uur, maximaal twee keer binnen een periode van veertien dagen. Ook de wekelijkse rust is wettelijk geregeld.

Werknemers moeten normaal gesproken binnen iedere periode van zeven dagen minimaal 36 uur achtereen rust krijgen. Via een collectieve regeling kan daarvan worden afgeweken, waarbij binnen veertien dagen minimaal 72 uur rust moet worden genomen. Deze rust mag worden verdeeld over periodes van minimaal 24 aaneengesloten uren.

Voor zelfstandige taxichauffeurs geldt een rustverplichting van minimaal 72 uur binnen veertien dagen. Ook zij mogen deze verdelen over blokken van minimaal 24 uur. De regels stellen eveneens grenzen aan de arbeidstijd van chauffeurs in loondienst. Een werknemer mag maximaal twaalf uur per dienst werken. Daarnaast geldt een gemiddelde maximale arbeidsduur van 48 uur per week, berekend over een periode van zestien weken. Bij een collectieve regeling mag die gemiddelde arbeidsduur worden berekend over 26 weken.

werken op zondag

Ook voor werken op zondag en tijdens de nacht bestaan afzonderlijke voorschriften. Werknemers moeten in beginsel minimaal dertien vrije zondagen per periode van 52 weken hebben. Afwijkingen zijn mogelijk wanneer daarvoor een collectieve regeling bestaat en de werknemer persoonlijk toestemming geeft.

Voor nachtarbeid noemt de Rijksoverheid onder meer grenzen van 52 nachtdiensten per zestien weken, 140 nachtdiensten per 52 weken of 38 arbeidsuren tussen middernacht en zes uur ’s ochtends per twee weken. Ook hiervoor bestaan mogelijkheden om onder voorwaarden af te wijken.

overtredingen

De Inspectie Leefomgeving en Transport blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van deze voorschriften. Taxibedrijven die zich niet aan de wettelijke arbeids- en rusttijden houden, kunnen worden geconfronteerd met maatregelen van de inspectiedienst.

Een van de mogelijke sancties is een boete. De invoering van de Centrale Database Taxivervoer betekent dat de ILT voortaan via het nieuwe registratiesysteem gegevens ontvangt die voor dit toezicht van belang zijn. Voor taxibedrijven en chauffeurs staat daarmee een duidelijke deadline vast. Uiterlijk op 1 januari 2028 moet de overgang van de traditionele boordcomputer naar de CDT zijn voltooid. Tot die datum krijgen ondernemers de gelegenheid om hun registratie aan te passen aan het nieuwe systeem. De verplichting om taxiritten en arbeidstijden correct te registreren blijft ondertussen onverminderd van kracht.

De kern is dat de CDT verantwoordelijk is voor de verplichte gegevensregistratie, terwijl gespecialiseerde software de commerciële en operationele werkzaamheden van taxibedrijven ondersteunt.

De komst van de Centrale Database Taxivervoer (CDT) betekent niet dat taxiondernemers afscheid moeten nemen van hun bestaande manier van ritplanning en het verwerken van ritopdrachten. De nieuwe registratieverplichtingen zorgen juist voor een duidelijker onderscheid tussen het wettelijk registreren van rit- en arbeidsgegevens en de commerciële software waarmee taxibedrijven hun dagelijkse werkzaamheden organiseren.

verschillende oplossingen

Voor kleine zelfstandige taxiondernemers zijn er verschillende oplossingen op de markt. Zij kunnen bijvoorbeeld gebruikmaken van CDT-applicaties zoals Cabman Go of CDT-Only van Neone. Daarmee kunnen chauffeurs voldoen aan de nieuwe registratieverplichtingen zonder direct te hoeven investeren in uitgebreide apparatuur.

Grotere taxibedrijven, die vaak meerdere voertuigen en chauffeurs aansturen, kunnen kiezen voor een nieuwe generatie apparaten. Voorbeelden daarvan zijn de Mobitab van Neone en de Cabman MDT. Dergelijke systemen kunnen onderdeel uitmaken van een bredere digitale werkomgeving waarin chauffeurs ritopdrachten ontvangen en hun dagelijkse werkzaamheden uitvoeren.

Een belangrijk aandachtspunt bij de overstap naar de CDT is de verwerking van ritopdrachten. De CDT is bedoeld voor de wettelijk verplichte registratie, maar vervangt niet automatisch de planningssoftware waarmee taxibedrijven hun ritten organiseren. Daarvoor blijven gespecialiseerde softwareleveranciers een belangrijke rol spelen. Softwarepakketten zoals Pitane Link en het uitgebreidere agenda- en planningssysteem Pitane Alexandria, Tamis of Wintax kunnen worden gekoppeld aan erkende CDT-leveranciers.

Door deze koppelingen kunnen taxiondernemers ritopdrachten blijven ontvangen en beheren, terwijl tegelijkertijd de noodzakelijke gegevens voor de CDT worden vastgelegd. Ook kunnen chauffeursactiviteiten en werkuren worden bijgehouden en blijft communicatie met het planningscentrum mogelijk. Vooral bij grotere taxibedrijven is deze samenwerking tussen verschillende systemen van belang. Een centrale kan ritten plannen en verdelen, terwijl chauffeurs via hun mobiele apparatuur of applicatie opdrachten ontvangen en uitvoeren.

specialisme

De ontwikkelingen rond de CDT laten zien dat leveranciers zich op verschillende onderdelen van de taximarkt richten. Bedrijven zoals Cabman en Neone leveren oplossingen voor de verplichte registratie en bijbehorende apparatuur, terwijl softwareleveranciers zoals Pitane zich richten op ritplanning, ritopdrachten, agendabeheer en communicatie.

Daarmee hoeft een taxiondernemer niet noodzakelijk alle diensten bij één leverancier af te nemen. Door systemen met elkaar te verbinden, kan een bedrijf gebruikmaken van verschillende gespecialiseerde oplossingen. Voor kleine ondernemers kan een eenvoudige CDT-app voldoende zijn voor de registratie, eventueel gecombineerd met afzonderlijke software voor ritopdrachten.

Mobiele versie afsluiten