Tag archieven: haltes

Grensoverschrijdend reizen: haltes en stations krijgen Europese digitale identiteit

De Europese Unie heeft een volgende, stille maar wezenlijke stap gezet in de digitalisering van mobiliteit.

Toegangsknooppunt-identificaties zijn geen onderwerp waar bestuurders graag mee scoren. Er valt geen lintje te knippen. Toch vormen ze de digitale fundering van alles wat Europa zegt te willen: MaaS, realtime reisadvies, interoperabele ticketsystemen en slimme logistiek. Met de publicatie van het NAPCORE-rapport eind vorig jaar over zogeheten access node identifiers wordt voor het eerst op Europees niveau vastgelegd hoe lidstaten omgaan met de digitale identificatie van vervoersknooppunten. Het gaat om haltes, stations, perrons, luchthavens en overstappunten die dagelijks door miljoenen reizigers worden gebruikt en die in digitale systemen een vaste plek moeten hebben om grensoverschrijdend reizen soepel te laten verlopen.

Centraal in het rapport, dat de titel Mapping of the Access Nodes Identifiers in the Member States draagt, staat een probleem dat al jaren bekend is bij ontwikkelaars van reisplanners, mobiliteitsapps en vervoersautoriteiten. Zonder eenduidige en stabiele identificatie van fysieke toegangsknooppunten blijkt het vrijwel onmogelijk om reisinformatie betrouwbaar over landsgrenzen heen te combineren. Wat voor reizigers een simpele halte lijkt, kan in digitale systemen meerdere betekenissen hebben, afhankelijk van land, regio of vervoerder.

digitale toegangspoort

Access nodes vormen de digitale toegangspoort tot mobiliteit. Het zijn de plekken waar reizigers instappen, overstappen of hun reis beëindigen. In een ideale wereld beschikt elk van die locaties over een unieke, blijvende identifier die in meerdere systemen herbruikbaar is en ook buiten de landsgrenzen wordt herkend. De praktijk blijkt weerbarstiger. Veel landen hebben eigen structuren ontwikkeld, soms zelfs per regio of vervoersbedrijf. Het gevolg is een lappendeken aan codes, nummers en namen die moeilijk met elkaar te verbinden zijn.

Binnen het NAPCORE-project, voluit National Access Point Coordination Organisation for Europe, zijn vertegenwoordigers uit 21 EU-lidstaten bevraagd. Daarnaast deden Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk mee en leverden sectororganisaties uit het spoor, de luchtvaart en het openbaar vervoer aanvullende input. Het doel was nadrukkelijk niet om oplossingen af te dwingen, maar om inzicht te krijgen in de huidige situatie. De centrale vraag luidde hoe lidstaten hun toegangsknooppunten vandaag identificeren en publiceren via nationale dataportalen.

technische knelpunten

Uit het rapport komt een gefragmenteerd beeld naar voren. Sommige landen beschikken over centraal beheerde, goed gedocumenteerde identifiersets die al jarenlang stabiel zijn. Andere landen laten de verantwoordelijkheid over aan regionale overheden of individuele vervoerders. In meerdere gevallen bestaan zelfs meerdere identifiers voor exact hetzelfde fysieke knooppunt. Hoewel vrijwel alle betrokken partijen het belang van standaardisatie erkennen, ontbreekt een gemeenschappelijk Europees referentiekader.

Met het recente NAPCORE-rapport Mapping of the Access Nodes Identifiers in the Member States is dat probleem eindelijk scherp in beeld gebracht. Het rapport laat zien hoe Europese landen omgaan met zogeheten access nodes: haltes, stations, perrons en overstappunten. Wat blijkt? Elk land – en vaak elke regio – doet het anders. Voor de reiziger is dat onzichtbaar. Voor software, planners en datasystemen is het desastreus.

Het rapport legt ook een aantal hardnekkige technische knelpunten bloot. Zo is er vaak geen vaste relatie tussen het niveau van een halte en dat van afzonderlijke perrons, wat het koppelen van datasets bemoeilijkt. Niet alle identifiers sluiten goed aan op Europese datamodellen zoals NeTEx. In sommige landen veranderen identifiers zodra een halte wordt heringericht, waardoor historische data onbruikbaar wordt. Daarnaast ontbreekt geregeld publieke documentatie, waardoor externe partijen moeten gissen naar de logica achter codes.

Foto: © Pitane Blue
– Centraal station Antwerpen

Europa wil één digitale mobiliteitsmarkt. Grensoverschrijdend reizen moet net zo vanzelfsprekend worden als bellen binnen de EU. Apps moeten moeiteloos trein, bus, tram, fiets en deelauto combineren. En toch loopt de Europese mobiliteitsdigitalisering vast op iets verbazingwekkend basaals: de halte. Niet de trein, niet het spoor, niet de dataformaten – maar de simpele vraag: wat is dit punt op de kaart, en hoe noemen we het?

NAPCORE heeft inmiddels aangekondigd dat de volgende fase verder gaat dan inventariseren. De focus verschuift naar technische en organisatorische harmonisatie. Daarbij wordt gedacht aan een logisch gelaagde structuur waarin land, regio, access node en sub-node duidelijk van elkaar zijn te onderscheiden. Ook wordt gewerkt aan een strikte scheiding tussen identiteit en presentatie, zodat namen, talen en context kunnen wijzigen zonder dat de onderliggende identifier verandert. Belangrijk uitgangspunt is dat bestaande nationale systemen niet in één keer hoeven te verdwijnen, maar dat ze via een federatief model gekoppeld kunnen worden aan een Europese referentie.

governance

Een van de meest gevoelige vragen blijft de governance. Wie wordt verantwoordelijk voor het toekennen van identifiers, het voorkomen van conflicten en het beheren van betrouwbare referentiegegevens. Het rapport schetst verschillende scenario’s, variërend van een lichte coördinatierol voor de Europese Unie tot een centrale Europese referentieservice. De uiteindelijke keuze zal grote invloed hebben op de snelheid waarmee harmonisatie kan plaatsvinden.

Voor reizigers lijken deze discussies ver weg, maar de gevolgen zijn concreet. Betere internationale reisplanners zonder verdwijnende haltes, snellere innovatie van mobiliteitsdiensten en betrouwbaardere beleidsinformatie voor overheden zijn directe voordelen. Voor softwareleveranciers en data-integrators kan een geharmoniseerde identifierlaag een einde maken aan jarenlange maatwerkoplossingen.

Het NAPCORE-rapport laat zien dat toegangsknooppunten misschien geen onderwerp zijn dat tot de verbeelding spreekt, maar wel een fundamentele bouwsteen vormen voor de digitale toekomst van Europese mobiliteit. De stap van inventarisatie naar implementatie is complex en politiek gevoelig, maar moeilijk te vermijden. Wie mobiliteit in Europa echt interoperabel wil maken, zal eerst overeenstemming moeten bereiken over iets ogenschijnlijk eenvoudigs: wat is een halte, en hoe wordt die overal in Europa op dezelfde manier herkend.

standaarden

Zolang elk land zijn eigen identifier-logica mag blijven volgen zonder Europese referentie, blijft interoperabiliteit afhankelijk van handmatige mappings, maatwerk en interpretatie. Dat is geen schaalbaar model. Europa heeft dit eerder meegemaakt. Met roaming. Met betaalstandaarden. Met spoorbeveiliging. Telkens bleek dat vrijwillige afstemming niet volstaat als de belangen uiteenlopen.

De vervolgfase die NAPCORE nu aankondigt — met technische principes, gelaagde identifiers en federatieve modellen — is daarom cruciaal. Maar die mag geen vrijblijvende exercitie worden. De verwachte vervolgpublicatie met technische aanbevelingen: mei 2026.

Beluister onze podcast over dit onderwerp.

De Lijn schrapt opnieuw bussen: Limburg betaalt de prijs voor besparingen

De vervoersmaatschappij De Lijn snoeit opnieuw in haar busaanbod.

Vanaf juli 2025 verdwijnen er ritten en zelfs volledige lijnen, waarbij vooral Limburg zwaar getroffen wordt. Dit is al de tweede besparingsronde in korte tijd, nadat er in januari van dit jaar ook al stevig werd ingegrepen. De reden voor de nieuwe aanpassingen is tweeledig: een tekort aan chauffeurs en voertuigen, en het onvermogen om het geplande aanbod budgetneutraal uit te voeren.

Volgens woordvoerder Frederik Wittock van De Lijn ligt het personeelstekort voornamelijk bij de onderaannemers van de vervoersmaatschappij. “Die problemen zijn aan het stabiliseren, maar in afwachting schrappen we nu tijdelijk in het aanbod. Door concrete ingrepen van een paar maanden is het voor de reiziger duidelijk dat zijn bus in die periode niet zal rijden,” zegt hij in de lokale media. Toch is het niet alleen een kwestie van personeelsproblemen. De beslissing om het nieuwe vervoersplan budgetneutraal te implementeren, terwijl de kosten blijven stijgen, zorgt ervoor dat er opnieuw drastisch in het aanbod gesneden wordt.

foute keuzes

Vlaams Parlementslid Els Robeyns (Vooruit) is kritisch over de situatie en legt de verantwoordelijkheid bij de Vlaamse regering. “De bijkomende schrappingen van De Lijn in Limburg zijn opnieuw een gevolg van foute keuzes uit het verleden. De keuze om basisbereikbaarheid budgetneutraal uit te voeren, hield geen rekening met de jarenlang doorgevoerde besparingen op de budgetten van De Lijn en met de levensduurte die ondertussen enorm gestegen is. Hoe kan je dan een beter aanbod voorzien? Zorgen voor meer en stiptere bussen in Limburg, daar moet Vlaanderen werk van maken,” stelt ze.

Niet alleen Robeyns trekt aan de alarmbel, ook An Christiaens, Vlaams Parlementslid voor CD&V, uit haar ongenoegen. Zij betreurt dat Limburg alweer een van de zwaarst getroffen regio’s is. “Limburg wordt weer voor een halfjaar achteruit gezet wat openbaar vervoer betreft. Dit is bovendien niet in samenspraak met de gemeentes gebeurd. Het wordt tijd om te stoppen met beknibbelen op landelijke gebieden,” zegt ze in een reactie.

Foto: Pitane Blue – De Lijn

Uit een analyse van Het Belang van Limburg blijkt dat onder andere de Centrumpendel in Hasselt volledig verdwijnt. Een alternatief blijft wel behouden met de Boulevardpendel, die bijna alle haltes van de Centrumpendel blijft bedienen. De halte Hasselt Stadhuis valt echter weg. Daarnaast worden ook lijn 159 Schoot-Tessenderlo en lijn 485 Peer-Hamont College opgeheven. Dit betekent dat er in Schoot helemaal geen busverbinding meer zal zijn, wat vooral voor schoolgaande jeugd en ouderen een probleem kan vormen.

uitleg

De kwestie zal ongetwijfeld donderdag besproken worden in de Commissie Mobiliteit van het Vlaams Parlement. Robeyns heeft aangekondigd dat ze Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) om uitleg zal vragen. Vooral de vraag hoe een betere dienstverlening gegarandeerd kan worden terwijl er tegelijkertijd gesnoeid wordt in budgetten en middelen, zal ter sprake komen.

Voor de reizigers in Limburg betekent deze tweede besparingsronde van De Lijn opnieuw een klap. Waar in januari al lijnen verdwenen, worden nu nog meer verbindingen geschrapt, waardoor sommige gebieden volledig zonder busverbinding dreigen te vallen. Of er op korte termijn een oplossing komt, blijft voorlopig onduidelijk.

Kusttram Zeebrugge vernieuwd: klaar voor de toekomst

Een constructieve samenwerking tussen Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse Overheid, Stad Brugge, Zeehavenbedrijf Antwerpen-Zeebrugge en tenslotte de uitvoerende aannemer Taveirne NV.

De Lijn heeft een groot renovatie- en optimalisatieproject voor de Kusttram in Zeebrugge afgerond, net op tijd voor de zomervakantie. Reizigers kunnen nu de vernieuwde haltes en sporen ontdekken. Dit project, dat vier jaar in beslag nam, werd in twee fasen uitgevoerd, een  behoorlijke verbetering van de tramlijn op Brugs grondgebied.

Het volledige traject van de tramlijn in Zeebrugge is vernieuwd, waardoor de sporen en haltes weer klaar zijn voor jarenlang gebruik. Dit project vormt een cruciaal onderdeel van de hertekening van het mobiliteitsplan in en rond Zeebrugge.

Enkele belangrijke verbeteringen die in het vernieuwingsproject zijn doorgevoerd. De haltes Strandwijk, Vaart, Kerk en Zeesluis op Brugs grondgebied zijn aangepast om beter toegankelijk te zijn. Specifiek voor de halte Kerk zijn de perrons verbreed en verschoven om meer ruimte te bieden aan de reizigers. Dit maakt het niet alleen gemakkelijker om in en uit te stappen, maar draagt ook bij aan een veiligere omgeving voor alle gebruikers.

Bij het Sint-Donaasplein is een veilige oversteek gerealiseerd, waardoor zwakke weggebruikers beter beschermd zijn. Deze maatregel is een directe reactie op de behoefte aan meer veiligheid in het gebied, vooral op drukke momenten wanneer veel toeristen en bewoners gebruikmaken van de tram. In het kader van de toekomstige aanleg van de Nieuwe Zeesluis in Zeebrugge is de halte Vaart binnen het projectgebied verschoven. Deze verplaatsing zorgt ervoor dat de halte breder en toegankelijker is, wat de gebruiksvriendelijkheid aanzienlijk verhoogt. Dit toont aan dat het project niet alleen gericht is op de huidige behoeften, maar ook rekening houdt met toekomstige ontwikkelingen.

vergroening

Vanaf september 2024 zal de bedding van de tram vergroend worden. Het gebruik van herbiciden wordt verminderd en de steenslag tussen de sporen wordt systematisch weggelaten. Hierdoor ontstaat er meer groeiruimte voor gras, wat niet alleen het milieu ten goede komt maar ook het aanzicht van de tramroute verbetert. De perrons zijn niet langer recht tegenover elkaar geplaatst, maar schuin. Deze aanpassing zorgt ervoor dat de verkeerslichtenbeïnvloeding door de tram wordt geoptimaliseerd, wat leidt tot een vlottere doorstroming van het verkeer. Dit maakt het voor andere weggebruikers veiliger en comfortabeler.

Foto: © Pitane Blue -Vlaamse kusttram De Lijn

“Met de voltooiing van dit project zetten we een grote stap vooruit in de mobiliteit en toegankelijkheid van Zeebrugge”

Dirk De fauw – burgemeester van Brugge

Het vernieuwingsproject is mogelijk gemaakt dankzij aanzienlijke openbare investeringen. De eerste fase van het project, tussen de Londenstraat en de Visartsluis, werd in april 2022 afgerond en kostte 8,6 miljoen euro. De tweede fase, tussen de Vandammesluis en de Visartsluis, vereiste een investering van 6,5 miljoen euro.

Burgemeester Dirk De fauw is zeer tevreden met het resultaat van het renovatie- en optimalisatieproject voor de Kusttram in Zeebrugge. “De vernieuwing van de tramlijn op Brugs grondgebied zorgt ervoor dat de Kusttram nog eens 25 jaar mee kan. Deze investering biedt een duurzame en veilige vervoersoplossing voor onze inwoners en bezoekers. De verbeterde toegankelijkheid van de haltes, de verhoogde veiligheid voor voetgangers en fietsers, en de vergroening van de trambedding zijn slechts enkele van de vele voordelen die dit project met zich meebrengt. Dankzij de steun en samenwerking van alle betrokken partijen kunnen we nu genieten van een moderne en efficiënte Kusttram.”

De Lijn

De Lijn is het Vlaamse overheidsbedrijf dat zorgt voor openbaar vervoer met bus en tram in Vlaanderen. Ongeveer 3,5 miljoen mensen maken jaarlijks één of meerdere keren gebruik van de diensten van De Lijn. Voor haar werking krijgt de vervoermaatschappij een dotatie van het Vlaams Gewest, de belangrijkste aandeelhouder. De verkoop van vervoerbewijzen is de tweede inkomstenbron.

Grote veranderingen bij De Lijn nu duizenden haltes geschrapt zijn

Sinds 6 januari 2024 vervangen de flexbussen van De Lijn Flex op heel wat plaatsen de gekende belbusjes. Het grote verschil zit in de uitbreiding van het aanbod.

Een ingrijpende verandering in het openbaar vervoersnetwerk van De Lijn gaat zaterdag 6 januari 2024 van start. Deze transformatie betekent het schrappen van meer dan 3.200 haltes, wat neerkomt op 17 procent van het totale aantal bus- en tramhaltes in Vlaanderen. Ter compensatie introduceert De Lijn het concept van ‘flexvervoer’, een strategie om de impact van wat sommigen vrezen als ‘vervoersarmoede’ te verzachten.

Een opvallend kenmerk van deze nieuwe aanpak is de inzet van ‘flexbussen’. Deze dienst, die vanaf 6 januari de traditionele belbussen vervangt, belooft een uitgebreider aanbod in verschillende gemeenten, ook daar waar voorheen geen belbussen reden. Met een uitbreiding van beschikbare uren en de mogelijkheid om tot 30 minuten voor vertrek te boeken via de Hoppinreisplanner, lijkt De Lijn in te zetten op flexibiliteit en bereikbaarheid.

Onze praktijktest bood inzicht in hoe de nieuwe flexdienst van De Lijn functioneert in de praktijk, vooral met betrekking tot beschikbaarheid, gebruiksgemak van de planner, en de algehele efficiëntie van het vervoer.


Tijdens onze test merkten we een lage beschikbaarheid op bij het onderdeel De Lijn Flex, wat mogelijk wijst op beperkingen in de capaciteit of populariteit van de service.

De Hoppinreisplanner, een essentieel onderdeel van dit nieuwe systeem, biedt reizigers de mogelijkheid om routes met de trein, tram, bus, en flexbus te plannen. De ervaring van de gebruiker is hierbij cruciaal. Bij onze testrit van Boekhoute naar Gent, van het platteland naar de stad, werd er een lage beschikbaarheid opgemerkt voor De Lijn Flex, maar de aangekondigde theoretische reistijd was verrassend positief: een vertrek om 10:14 uur en aankomst om 11:58 uur.

Deze veranderingen betekenen ook dat bussen meer op hoofdwegen zullen rijden, in plaats van door wijken, met als doel de reistijd te verkorten. Voor de overgebleven haltes, waarvan ongeveer 25 procent nu ‘flexhaltes’ zijn, is vooraf reserveren noodzakelijk. Deze flexhaltes worden uitsluitend bediend door flexbussen.

Met betrekking tot de tarieven en vervoerbewijzen blijft het beleid van De Lijn van kracht. Reizigers kunnen hun abonnement registreren in de Hoppinapp of via de Hoppincentrale bij het reserveren van hun eerste rit. Deze ingrijpende wijzigingen roepen vragen op over de toegankelijkheid en het gebruiksgemak van het openbaar vervoer in Vlaanderen. De Lijn verzekert dat het aanbod van flexvervoer uitgebreider zal zijn dan de vroegere belbussen, maar de praktische uitvoering en de respons van de gebruikers zullen bepalend zijn voor het succes van deze vernieuwde dienstverlening.

 

Illustratie: Pitane Blue – Lydia Peeters

De toegankelijkheid van het openbaar vervoer in Vlaanderen, vooral voor mensen met een beperking, blijft een belangrijk aandachtspunt. Recentelijk onthulde minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) in reactie op een vraag van Els Ampe (Voor U) dat meer dan de helft van de 15.023 bushaltes van De Lijn momenteel ontoegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Dit verontrustende feit onderstreept de noodzaak van voortdurende verbeteringen in het openbaar vervoersysteem.

De toegankelijkheid van het openbaar vervoer in Vlaanderen, vooral voor mensen met een beperking, blijft een belangrijk aandachtspunt. Recentelijk onthulde minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) in reactie op een vraag van Els Ampe (Voor U) dat meer dan de helft van de 15.023 bushaltes van De Lijn momenteel ontoegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Dit verontrustende feit onderstreept de noodzaak van voortdurende verbeteringen in het openbaar vervoersysteem.

mobiliteitsbehoefte

De Lijn, die verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer in Vlaanderen, wordt bekritiseerd voor het niet voldoende rekening houden met de behoeften van personen met een beperking. De ontoegankelijkheid van vele haltes creëert een aanzienlijke barrière voor deze reizigersgroep, waardoor hun mobiliteit en onafhankelijkheid beperkt worden.

In reactie op deze kritiek heeft minister Peeters benadrukt dat het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) jaarlijks inspanningen levert om haltes langs gewestwegen aan te pakken en te verbeteren. Bovendien werkt AWV gestaag aan de uitbouw van volledig toegankelijke Hoppinpunten. Deze Hoppinpunten zijn deel van een breder initiatief om de toegankelijkheid en integratie van verschillende vervoersmodi te verbeteren.

De introductie van het flexvervoer door De Lijn brengt nieuwe mogelijkheden voor reizigers met specifieke mobiliteitsbehoeften. Indien u behoefte heeft aan een toegankelijke flexbus, is het belangrijk dit te melden bij uw eerste telefonische reservering voor flexvervoer bij de Hoppincentrale. Deze melding is cruciaal om ervoor te zorgen dat De Lijn aan uw specifieke eisen kan voldoen. Afhankelijk van uw mobiliteitsbehoeften, biedt De Lijn verschillende opties:

Als u een rolstoelgebruiker bent of andere mobiliteitsbeperkingen heeft, zorgt De Lijn voor een toegankelijk voertuig. Dit betekent dat het voertuig is uitgerust met faciliteiten om uw reis zo comfortabel en toegankelijk mogelijk te maken. Afhankelijk van uw situatie kan het zijn dat u de mogelijkheid krijgt om de voorgestelde route(s) direct af te leggen met één enkele flexbus. Dit betekent minder overstappen en een directere verbinding naar uw bestemming.

Na deze eerste telefonische registratie, worden uw specifieke behoeften opgeslagen in het systeem van De Lijn. Dit betekent dat voor toekomstige boekingen, zowel via de Hoppinapp als via de Hoppincentrale, uw mobiliteitsbehoeften al bekend zijn en hiermee rekening gehouden kan worden.

Een belangrijk aandachtspunt is dat als uw reis zich uitstrekt buiten uw eigen flexgebied, u mogelijk verschillende vervoermiddelen moet combineren. Dit kan betekenen dat u moet overstappen op andere bussen, trams of treinen om uw eindbestemming te bereiken. Het is dus belangrijk om dit in gedachten te houden bij het plannen van uw reis, vooral als u afhankelijk bent van toegankelijk vervoer.

De Lijn en de basisbereikbaarheid, hervorming of verarming?

Peeters reageerde ook op de kritiek door te stellen dat het onlogisch is om nu kritiek te uiten terwijl de plannen eerder goedgekeurd zijn.

De Vlaamse minister van Mobiliteit Lydia Peeters, van de Open VLD, bevindt zich in het centrum van een intense discussie over haar vervoersplannen. Deze discussie betreft voornamelijk de aanpak van problemen binnen De Lijn, de grootste vervoersmaatschappij in Vlaanderen. Peeters wordt bekritiseerd voor het niet erkennen van de problematiek en het onttrekken aan haar verantwoordelijkheid. In haar recente uitspraken lijkt ze te suggereren dat De Lijn niet oplossingsgericht te werk gaat. Dit heeft geleid tot een scherpe repliek van de CEO van De Lijn, Ann Schoubs, die het beleid van Peeters hekelt en spreekt over een toegepaste ‘verrottingsstrategie’ in het verleden.

De kritiek concentreert zich rond de invoering van het concept basisbereikbaarheid. Dit beleid verlaat het principe van een bus- of tramhalte binnen een bepaalde afstand voor elke Vlaming en richt zich in plaats daarvan op het vastleggen van het aanbod op basis van de vraag. Hierdoor worden in de komende jaren veel trajecten van De Lijn aangepast.

Parlementsleden zoals Stijn Bex (Groen), Jos D’Haese (PVDA), Karin Brouwers (CD&V), en Wim Verheyden (Vlaams Belang) hebben Peeters gevraagd om te reageren op deze kritiek. Peeters reageerde fel, vooral op het feit dat Schoubs met haar kritiek naar de media stapte. Peeters noemde dit gedrag ongepast en niet in lijn met wat van een bedrijf als De Lijn verwacht mag worden.

De kritiek op het vervoersplan van Peeters kwam al snel na de implementatie. Het plan richtte zich op een efficiëntere busdienst, met snellere verbindingen over belangrijke verkeersassen, maar dit leidde tot zorgen over de toegankelijkheid voor ouderen en mensen met beperkte mobiliteit, en de bediening van plattelandsgebieden.

In een kranteninterview heeft Ann Schoubs, de topvrouw van De Lijn, zich beklaagd over de onder financiering van De Lijn. Peeters kaatste de bal terug door erop te wijzen dat De Lijn het beheerscontract met de Vlaamse regering zelf heeft goedgekeurd,.

Minister Lydia Peeters

De kritiek op het nieuwe vervoersplan van De Lijn en minister Lydia Peeters van Mobiliteit is veelzijdig en intens. Peeters heeft in het Vlaams Parlement kritiek op haar aanpak weggewuifd, met de bewering dat de hervormingsplannen van De Lijn goedgekeurd zijn door de vervoersregioraden en de lokale besturen. Dit argument werd echter niet goed ontvangen door sommige parlementsleden, vooral zij die ook lokaal actief zijn.

Hoewel de minister heeft gekozen voor een gefaseerde invoering, zijn niet alle alternatieve vervoersopties al gerealiseerd. Dit leidt tot zorgen over de beschikbaarheid van deelfietsen, deelauto’s, en maatwerk in busvervoer. Lydia Peeters verdedigt haar beleid door te stellen dat er meer nadruk zal liggen op gebieden met een hoge vraag, waarbij het aanbod zal worden uitgebreid en de frequentie van diensten verhoogd. Voor gebieden met minder vraag wil ze maatwerkoplossingen bieden om vervoersarmoede te voorkomen.

De Lijn staat aan de vooravond van de grootste hervorming in twee decennia. Deze hervorming is een uitdaging, mede door de complexe organisatie van het openbaar vervoer in een regio met een problematische ruimtelijke ordening. Het schrappen van bushaltes en -lijnen past binnen het decreet Basisbereikbaarheid, waarbij een vraaggestuurd model wordt gehanteerd.

80-jarige Gentse Babousch houdt stille mars naar crematorium voor terugkeer bushalte

De Lijn zelf verdedigt hun beslissing door aan te geven dat passagiers de belbus kunnen reserveren.

Haar strijd winnen van de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn lijkt onmogelijk in dit lokale mobiliteitsdebat. Jeanine Braekenier, beter bekend als Babousch en woonachtig in Ledeberg, neemt het heft in handen. Op 80-jarige leeftijd maakte ze een stille wandeling van een kilometer langs de Antwerpsesteenweg in Lochristi, eindigend bij het plaatselijke crematorium. Sinds vervoersmaatschappij De Lijn begin dit jaar de halte recht tegenover het crematorium afschafte, wordt ze gedwongen deze riskante route te nemen, uitgerust met niets meer dan kiezelstenen en gevaarlijke wegcondities voor haar rollator.

De Lijn laat weten geen plannen te hebben de betreffende bushalte weer in gebruik te nemen. Als alternatief bieden ze een belbus aan, maar die oplossing wordt door Braekenier niet serieus genomen. “Hoe kan ik nu 24 uur op voorhand weten of ik de moed ga hebben om te rouwen?” kaatst ze terug. Braekenier was vastbesloten haar petitie rechtstreeks aan de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Lydia Peeters, te kunnen overhandigen, als bewijs dat dit probleem de hele gemeenschap aangaat. “Ik doe het niet alleen voor mijzelf, ook jonge mensen ondertekenen de petitie,” benadrukt ze.

De kwestie krijgt extra gewicht nu blijkt dat meerdere buslijnen en haltes van De Lijn in Gent zijn geschrapt. Daaronder valt ook de lijn die door velen gezien wordt als sociaal uiterst belangrijk. Op dit moment lijkt de enige hoop voor Braekenier en haar medestanders een duidelijk signaal aan minister Peeters om lijn 76 van De Pinte naar Wachtebeke te behouden en te laten stoppen bij het crematorium.

Foto: Pitane Blue –
Jeanine Braekenier uit Ledeberg.

De Lijn zelf verdedigt hun beslissing door aan te geven dat passagiers de belbus 175 kunnen reserveren of 650 meter verder kunnen wandelen vanaf halte Lochristi Lichtelarestraat.

Jeanine Braekenier’s stille mars legt een zere plek bloot in het mobiliteitsbeleid van Vlaanderen, dat niet alleen Braekenier, maar een brede laag van de bevolking raakt. “Wat voor mij begon als een persoonlijke frustratie, groeide al snel uit tot een bredere kwestie,” zegt ze. “Ik realiseerde me dat ik niet de enige was die getroffen werd door het verdwijnen van deze buslijn. Vooral ouderen zijn hiervan de dupe.”

“Langs de weg die ik nu moet lopen zijn geen voetpaden, enkel kiezelsteentjes, en dat is met mijn rollator levensgevaarlijk,” verzucht Braekenier. Deze mars was echter slechts het meest recente hoofdstuk in haar groeiende protest. In de afgelopen maanden verzamelde ze niet minder dan 4.000 handtekeningen, waarbij ze zelfs extra actie ondernam tijdens de Gentse Feesten om nog meer aandacht te genereren voor haar zaak.

persoonlijk leed

Haar zoon Pascal (59) is recentelijk overleden, wat haar strijd voor een toegankelijke bushalte bij het crematorium nog urgenter maakt. De afgeschafte buslijn beperkt haar nu niet alleen fysiek, maar raakt haar ook in het diepste van haar ziel. “Alleen daar kan ik rouwen om mijn zoon,” vertelt een emotionele Braekenier. Haar verhaal is daardoor niet enkel een verhaal van een strijdbare senior, maar van een moeder in rouw. En het is een herinnering aan beleidsmakers dat mobiliteit niet enkel een kwestie is van van punt A naar punt B gaan. Het gaat ook over het waarborgen van de emotionele en psychologische welzijn van de bevolking die zij dienen.

Nieuwe ontwikkelingen zijn wellicht in zicht. Vanaf 6 januari 2024 zullen de bussen 76, 77 en 78 frequenter gaan rijden, ongeveer om het kwartier. Dan komt er ook een Flexbus, die je een half uur op voorhand kunt reserveren. Een stap vooruit, maar zoals Jeanine opmerkt: “De mensen zijn niet mobiel genoeg om die lange afstand te overbruggen.”

Lydia Peeters wil meer toegankelijke haltes in Vlaanderen

De Vlaamse regering heeft de projectoproep ‘Toegankelijke haltes’ goedgekeurd. Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, reikt met die oproep de hand naar steden en gemeenten en ondersteunt hen in het aanleggen van toegankelijke haltes langs gemeentewegen. Er wordt onder meer een subsidie van 5.000 euro (in totaal 1,8 miljoen euro) voorzien voor het toegankelijk maken van een halte of het aanleggen van een toegankelijke halte. “Slechts 12% van de Vlaamse haltes zijn toegankelijk voor personen met een motorische beperking”, zegt minister Peeters. “Aangezien meer dan 60% van de haltes langs gemeentewegen liggen, spelen de lokale besturen een cruciale rol in dit verhaal.”

“Als minister van Mobiliteit wil ik een reflex rond toegankelijkheid aanwakkeren bij alle overheden”, aldus minister Peeters. “Mobiel zijn is essentieel om een kwaliteitsvol leven uit te bouwen en te beleven. Basisbereikbaarheid geldt voor iedereen. Ik wil er dan ook voor zorgen dat personen met een motorische of visuele beperking en minder-mobiele mensen zich op een veilige en comfortabele manier kunnen verplaatsen met het openbaar vervoer.”

Lydia Peeters, minister van Mobiliteit

Eind november 2020 stelde minister Peeters het ‘Masterplan Toegankelijkheid’ voor waarin enkele doelstellingen zijn opgenomen. Zo moet 50% van de haltes van het kernnet en aanvullend net toegankelijk zijn tegen 2030 zodat ongeveer 70% van de reizigers kunnen rekenen op een toegankelijke rit. Er wordt in 2021 dan ook 3,8 miljoen euro geïnvesteerd in het toegankelijk maken van haltes langs gewestwegen. Alle Hoppinpunten (vervoersknooppunten) moeten ook 100% toegankelijk zijn. Om meer toegankelijke haltes langs gemeentewegen te verkrijgen, lanceerde minister Peeters de projectoproep ‘Toegankelijke Haltes’, die kadert binnen haar ‘Masterplan Toegankelijkheid’.

Lees ook: VVSG vraagt lanceringsdatum basisbereikbaarheid uit te stellen

De Veldstraat is geen voetgangersstraat omdat er een drukke tramlijn door rijdt