Tag archieven: Randstad

Steden: laadstress en kortere afstanden remmen elektrisch rijden in de Randstad

Het aantal zakelijke kilometers dat met elektrische auto’s wordt afgelegd, blijkt verrassend genoeg buiten de Randstad het hoogst te liggen.

Vooral werknemers uit Drenthe nemen het voortouw: maar liefst 28% van hen rijdt elektrisch naar het werk, volgens recent onderzoek van mobiliteitsaanbieder Shuttel. Daarentegen blijft het aantal elektrische kilometers in de Randstad achter, met Zuid-Holland als opvallende hekkensluiter, waar slechts 2% van de werknemers voor een elektrische auto kiest. Shuttel, dat mobiliteitsoplossingen biedt voor 250.000 werknemers van 125 grote bedrijven, ziet een duidelijk verschil tussen de vervoerskeuzes van werknemers in landelijke en stedelijke gebieden.

Bart Horstman, mobiliteitsspecialist bij Shuttel, legt uit dat de beschikbaarheid van openbaar vervoer en de reisafstanden hierin een grote rol spelen. In provincies zoals Drenthe zijn de mogelijkheden voor openbaar vervoer aanzienlijk beperkter: de afstand naar haltes en stations is vaak groter en de verbindingen zijn minder frequent. Bovendien zijn deze verbindingen vooral gericht op spitsuren, waardoor werknemers in de avond en tijdens het weekend nauwelijks op het openbaar vervoer kunnen vertrouwen. Horstman merkt op dat dit werknemers vaak dwingt om voor een auto te kiezen. “De auto is dan vaak de meest praktische en betrouwbare optie voor werknemers buiten de Randstad,” zegt Horstman. “Een uitgevallen bus of een vertraagde trein kan in landelijke gebieden tot enorme vertragingen leiden, omdat alternatieve verbindingen veelal ontbreken. Elektrische auto’s bieden een aantrekkelijke oplossing omdat ze duurzaamheid combineren met gebruiksgemak.”

laadpaaldichtheid

Het onderzoek toont daarnaast aan dat ook binnen de Randstad verschillen bestaan in de keuze voor elektrisch rijden. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat hoewel Zuid-Holland meer laadpalen heeft dan Noord-Holland, de zogenaamde ‘laadpaaldichtheid’ er lager is vanwege de hogere bevolkingsdichtheid. In Zuid-Holland moeten meer mensen gebruikmaken van een beperkte hoeveelheid publieke laadpalen, wat kan leiden tot zogeheten ‘laadstress’. Horstman verklaart: “Niemand wil geconfronteerd worden met het risico van een lege accu zonder oplaadmogelijkheid. Voor veel werknemers in Zuid-Holland is het delen van publieke laadpalen een obstakel. Zeker voor bewoners van appartementencomplexen met een beperkte laadvoorziening kan dit ontmoedigend werken.”

Hoewel het in dunbevolkte provincies niet onverwacht is dat de auto een belangrijke rol speelt, blijft het toch verrassend dat een groot aantal werknemers daar kiest voor elektrisch rijden. In Drenthe rijdt al meer dan een kwart van de werknemers met een elektrische auto naar het werk, een trend die volgens Horstman alleen maar verder zal toenemen. Ook landelijke cijfers van het CBS ondersteunen deze groeiende voorkeur: in slechts één jaar tijd, van 2021 tot 2022, steeg het aantal zakelijke kilometers dat elektrisch werd gereden met 14,3%.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

De opmars van duurzaam mobiliteitsbeleid draagt bij aan deze verandering, stelt Horstman. Werkgevers worden steeds vaker gestimuleerd om CO2-uitstoot te monitoren en terug te dringen, wat hen aanmoedigt om hun wagenpark te elektrificeren. “Vooral grote bedrijven kiezen ervoor om hun lease-aanbod volledig elektrisch te maken. Wanneer werkgevers een duurzame mobiliteit bevorderen, zien we dat werknemers, zeker zij die verder van het werk wonen, vaker voor een elektrische auto kiezen.”

onderzoek

Dit onderzoek van Shuttel is gebaseerd op data van 45.537 werknemers uit heel Nederland, die werken bij 1.384 bedrijven. De gegevens zijn afkomstig uit een bredere populatie van 250.000 werknemers die Shuttel bedient, wat zorgt voor een representatief beeld van het Nederlandse reisgedrag. De data, verzameld tussen 1 januari en 17 oktober 2024, geven inzicht in de mobiliteitskeuzes van werknemers die al langer dan een jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn en gebruikmaken van de Shuttel-mobiliteitskaart.

Shuttel, een samenwerking tussen Pon en Volkswagen Financial Services, biedt al meer dan tien jaar mobiliteitsdiensten aan voor bedrijven die streven naar een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid. Hun aanpak is gericht op duurzaamheid, efficiëntie en gemak, wat Shuttel een populaire keuze maakt voor bedrijven die het mobiliteitsgedrag van hun werknemers willen optimaliseren. Klanten als FrieslandCampina, Deloitte en Decathlon gebruiken de mobiliteitskaart van Shuttel om werknemers flexibele reisopties te bieden, van elektrische auto’s tot openbaar vervoer.

Horstman benadrukt dat inzichten uit onderzoeken zoals deze waardevol zijn voor zowel werkgevers als werknemers. “Het is essentieel om inzicht te hebben in het reisgedrag van werknemers, zodat werkgevers kunnen inspelen op hun mobiliteitsbehoeften en hun beleid hierop kunnen afstemmen. Met een goed geïnformeerd beleid kunnen bedrijven niet alleen duurzamer worden, maar ook hun administratieve lasten en kosten verlagen.” Shuttel helpt bedrijven met het verbeteren van hun mobiliteitsbeleid door regelmatig dergelijke analyses uit te voeren en gerichte adviezen te geven.

Scholieren vanuit de Achterhoek sneller naar school

De fiets speelt daarbij een grote rol in het bereiken van nieuwe woonwijken.

Volgens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Vivianne Heijnen staan we aan de vooravond van flinke investeringen in het openbaar vervoer. Het bouwen van woningen moet gekoppeld worden aan een duurzame manier om die woningen bereikbaar te maken. Niet alleen in de Randstad, maar juist ook in de regio.

Zo kunnen scholieren vanuit de Achterhoek straks sneller naar school in Arnhem met de RegioExpres. In Zuid-Holland wil de de Staatssecretaris geld vrijmaken voor het ontsluiten van nieuwe woningen langs de Oude Lijn. Door meer treinen te laten rijden, het maken van plannen voor nieuwe stations en de aanpak van bestaande stations  kunnen belangrijke knooppunten worden gecreëerd voor verschillende vormen van mobiliteit.

In Zuid-Holland wordt in totaal € 1,566 miljard in de verbetering van het spoor en de stations tussen Leiden en Dordrecht geïnvesteerd. Eerder kreeg het project “Oude Lijn” al € 1 miljard uit het Groeifonds toegekend. Tot 2040 worden langs of vlakbij het spoor in onder meer Leiden, Dordrecht, Den Haag, Schiedam en Rotterdam 77.000 woningen gebouwd. Met het geld dat nu beschikbaar komt, wordt niet alleen het spoor klaargemaakt om meer sprinters tussen de steden te laten rijden, maar worden ook plannen gemaakt om nieuwe stations te bouwen en worden de bestaande stations aangepakt waardoor het belangrijke knooppunten voor verschillende vormen van mobiliteit worden.

“We kiezen voor flinke investeringen in het openbaar vervoer en de fiets. Hiermee zorgen we dat door heel het land woningen op een duurzame manier bereikbaar worden. We kiezen niet alleen voor investeringen in de Randstad, maar juist ook in de regio. Zo zorgen we er bijvoorbeeld voor dat scholieren en studenten vanuit de Achterhoek met de trein makkelijker en sneller bij hun opleiding in Arnhem kunnen komen en maken we een nieuwe woonwijk in Groningen goed bereikbaar met het openbaar vervoer.”

Staatssecretaris Heijnen
Vivianne Heijnen
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

De fiets speelt daarbij een grote rol in het bereiken van nieuwe woonwijken. Daarom investeert Heijnen in ruimte voor de fiets. Door kan door het bouwen van stallingen bij ov-knooppunten en het aanleggen van fietsbruggen en tunnels aan. zodat de woonwijk langs weg of spoor snel per fiets of te voet te bereiken is. Onlangs hebben vervoerders, Prorail en de Staatssecretaris samen met alle provincies het bestuursakkoord toegankelijkheid gesloten. Een belangrijke stap want “openbaar vervoer is er voor iedereen”, aldus de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Vivianne Heijnen.

In de provincie Gelderland investeren Rijk en provincie samen € 150 miljoen in de RegioExpres. Met dit bedrag kan het spoor tussen Arnhem en de Achterhoek worden aangepast – waaronder verdubbeling van het spoor tussen Didam en Doetinchem De Huet  – waardoor er vaker en snellere treinen kunnen rijden. De reistijd tussen Winterswijk en Arnhem wordt zo verkort met 13 minuten en voor overstappers op een IC-verbinding naar de Randstad kan de  reistijdwinst zelfs oplopen tot 26 minuten. De RegioExpres moet eind 2026 gaan rijden.

fiets

Het Rijk investeert € 780 miljoen in fietsinfrastructuur door het hele land. Het gaat om maatregelen zoals doorfietsroutes, waar fietsers snel en veilig van en naar kunnen huis fietsen. Ook komen er veel nieuwe fietsenstallingen bij OV-knooppunten. Bijvoorbeeld bij de stations in Utrecht en Goes, waar in totaal 3500 nieuwe plekken komen. Fietsers kunnen daar makkelijker en sneller overstappen op het openbaar vervoer.

Daarnaast komen op tal van plekken nieuwe tunnels en bruggen voor fietsers en voetgangers. Bijvoorbeeld over rijkswegen, of onder het spoor door, zoals in Wijchen en bij Sittard-Geleen. Zodat de woonwijk aan de andere kant van de weg of het spoor snel en direct per fiets of te voet te bereiken is.

Fietsinfrastructuur is relatief goedkoop en fietsen brengt geen schadelijke gassen met zich mee. Bovendien fietsen Nederlanders van jong tot oud, dus kunnen veel mensen gebruik maken van de nieuwe fietsroutes en -verbindingen.
Ook gemeenten en provincies betalen mee aan de fietsmaatregelen. Samen met hun bijdrage komt de totale investering voor de fiets op ruim € 1,1 miljard.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat heeft deze maand een bezoek gebracht aan Utrecht. Samen met de Utrechtse gedeputeerde Robert Strijk en wethouder Lot van Hooijdonk fietste de staatsecretaris langs enkele bijzondere fietsprojecten in de stad.

Eindhoven en Helmond bouwen de komende jaren veel huizen in de omgeving van de treinstations. Om te zorgen dat nieuwe en huidige bewoners goed van A naar B kunnen komen investeert het kabinet € 802 miljoen in de bereikbaarheid van de Brainportregio Eindhoven. Het gaat om een verkenning naar een multimodale knoop met genoeg ruimte voor het groeiende aantal reizigers met bus, fiets en trein. Voor het spoor moet dit leiden tot een goede dienstregeling met capaciteitsuitbreiding voor verbetering van de verbindingen met Limburg en met Aken. Ook een aparte busbaan waar bussen snel van en naar Veldhoven kunnen rijden maakt onderdeel uit van dat plan.

Met de Provincie Zeeland is afgesproken te verkennen welke mogelijkheden er zijn voor een innovatief en duurzaam mobiliteitssysteem. Hierbij zijn de combinatie van een flexibel OV-netwerk met een multimodaal fijnmazig netwerk het uitgangspunt, zodat het totale mobiliteitsaanbod voor de inwoners van de provincie Zeeland wordt verbeterd.

ACM ziet geen bezwaar tegen nachttrein van Arriva

Toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) ziet geen bezwaren tegen nachttreinen van vervoerder Arriva van Groningen en Maastricht naar de Randstad. Daarmee zijn de nachttreinen op het hoofdrailnet een stapje dichterbij.

Arriva wil per 16 december 2022 eens per week, in de nacht van vrijdag op zaterdag, treinen laten rijden van Groningen en Maastricht naar Schiphol. Ook wil de vervoerder op werkdagen een rechtstreekse verbinding maken tussen Zutphen en Amersfoort.

De ACM zag geen grote economische verstoringen op het hoofdrailnet, waar nu vrijwel uitsluitend de NS op rijdt. Op een paar korte stoptreinverbindingen na heeft de NS het exclusieve recht daartoe.

Winstgevendheid

Volgens de ACM wordt de winstgevendheid van de NS “slechts in zeer beperkte mate geraakt” door het plan van Arriva. De kosten voor het ministerie van Infrastructuur nemen bovendien niet toe, schrijft demissionair staatssecretaris Steven van Weyenberg in een brief aan de Tweede Kamer. Daarom heeft Arriva “het economische recht om de gemelde diensten te exploiteren”. De staatssecretaris staat positief tegenover het voornemen van Arriva.

Volgens Van Weyenberg is het nog te vroeg om te zeggen of Arriva zowel de nachttrein als de verbinding tussen Zutphen en Amersfoort mag exploiteren. Spoorbeheerder ProRail verdeelt de beschikbare capaciteit op het spoor en dat gebeurt pas in het voorjaar van 2022.

Foto boven: Henk Vrieselaar / Shutterstock.com

Lees ook: Uber: een platform van schijnzelfstandigen 

Miljarden naar openbaar vervoer in de Randstad

Het demissionaire kabinet haalt 2,5 miljard euro uit het Nationaal Groeifonds voor ov-projecten in de Randstad. Er gaat 1,5 miljard euro naar het doortrekken van de Amsterdamse Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofdorp. De overige 1 miljard euro is voor verbetering en uitbreiding van het spoor tussen Schiedam en Delft. In beide gevallen is dat de helft van de geschatte investeringssom.

De ministers Wopke Hoekstra van Financiën en Bas van ’t Wout van Economische Zaken hebben in totaal 4,1 miljard euro toegekend aan tien projecten die de Nederlandse economie op een duurzame manier moeten versterken. Ze zorgen bijvoorbeeld voor een hogere productiviteit of creëren nieuwe bedrijvigheid. De komende vijf jaar is vanuit het groeifonds 20 miljard euro beschikbaar voor dit soort investeringen.

Andere projecten waarvoor het kabinet het groeifonds wil aanspreken draaien om onder meer groene waterstof, kwantumtechnologie en innovaties in het onderwijs en de gezondheidszorg. “Met deze investeringen op verschillende fronten wordt door het Nationaal Groeifonds een belangrijke eerste stap gezet richting het verhogen van onze toekomstige welvaart”, aldus Hoekstra.

Krachtig signaal

Op advies van een commissie onder leiding van Hoekstra’s voorganger Jeroen Dijsselbloem wordt een bedrag van 646 miljoen euro direct toegekend, deels onder voorwaarden. De overige 3,5 miljard wordt wel opzijgezet, maar de aanvragers moeten nog extra onderbouwing geven voordat het geld definitief wordt toegekend. In deze eerste ronde waren projecten voorgedragen ter waarde van in totaal ruim 25 miljard euro.

President-directeur van NS Marjan Rintel noemt het geld voor trein en metro een krachtig signaal uit Den Haag. Volgens Rintel getuigt het alvast van ambitie en lef. “Hiermee is gekozen voor het openbaar vervoer als oplossing voor grote problemen in de drukste gebieden in Nederland, zoals het bouwen van een miljoen bereikbare woningen en het behalen van de klimaatdoelen. Duurzaam vervoer is daarbij een absolute vereiste. Laat deze investeringen daarom het startschot zijn voor een nieuw kabinet dat werk maakt van structureel geld voor mobiliteit.”

Lees ook: ZDG neemt Post Mortem en De Helpende Hand over

Vervoerscapaciteit van het OV bereikt haar plafond

De vervoerscapaciteit van het OV in de steden bereikt haar plafond. Zo is de huidige en geplande capaciteitsuitbreiding van het openbaar vervoer in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag niet voldoende om de verwachte groei van het aantal reizigers op te vangen. Momenteel groeit hier het aantal reizigers met circa 5 procent per jaar terwijl in de plannen uitgegaan is van circa 2 procent. 

Hierdoor wordt de vervoerscapaciteit en het OV plafond in deze steden tussen 2025-2030 al bereikt. De Mobiliteitsalliantie dringt aan op een herziening van onze visie op het mobiliteitssysteem en pleit voor de ontwikkeling van een integraal mobiliteitssysteem met veel meer bewegingsvrijheid, flexibiliteit en keuzevrijheid voor de gebruik. 

Nederland telt volgens recente cijfers van het CBS in 2035 ruim 18 miljoen inwoners, een miljoen meer dan nu. De groei is vooral te verwachten in de (middel) grote steden. Om de groei te kunnen accommoderen geldt een enorme woningbouwopgave en de bijbehorende noodzaak voor een robuust OV netwerk dat de steden bereikbaar houdt en de vervoerscapaciteit aankan. Zowel in de Randstad als ook daarbuiten. Vooralsnog zijn de geplande investeringen onvoldoende om de groei van reizigers op de te vangen.

“De snelle groei van het aantal reizigers als gevolg van woningbouw is duidelijk zichtbaar op het traject van de Randstad Rail tussen Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer in 2007. Door de woningbouw rondom het traject, het toevoegen van extra stations en verhogen van de frequentie, is het aantal reizigers in de afgelopen jaren van 29.000 duizend per dag gestegen naar 130.000 nu”.

Hoge groeiscenario’s kenmerken ook Amsterdam waar ondanks aanleg van de Noord-Zuidlijn en het opvoeren van het aantal veerverbindingen, in Noord nu al een OV tekort dreigt te ontstaan. Ook langs de ringweg West vliegen de woningen als paddenstoelen uit de grond waardoor de noodzaak voor investeringen in een betere west/oost verbinding van groot belang is.

De nood is hoog en mobiliteit moet een van de top drie thema’s worden bij de eerst volgende verkiezingen. De Mobiliteitsalliantie pleit voor een integrale aanpak van onze mobiliteitsproblemen in Nederland. Hiervoor heeft het in juni van dit jaar het Deltaplan Mobiliteit gepresenteerd. 

Een blauwdruk voor ons toekomstig mobiliteitssysteem dat het voor de gebruiker mogelijk maakt om flexibeler te zijn in reis- en vervoersgedrag. Hierdoor ontstaat er meer ruimte en kan er makkelijker worden gereisd en vervoerd.  Daarvoor is 3 miljard euro extra per jaar nodig. Deze aanpak levert onze maatschappij jaarlijks tot 18 miljard euro per jaar aan maatschappelijke waarde op (o.a. minder files en vertragingen en minder verkeersslachtoffers).

Lees ook: Censys BV biedt 25 jaar oplossingen in mobiliteit

OV-chipkaart paaltjes