Tag archieven: stadslogistiek

Zero impact logistiek: nieuwe outlook schetst toekomst zonder overlast

Nieuwe outlook biedt raamwerk om per gebied en per segment, de stadslogistiek aan te pakken.

Onderzoek van TNO, uitgevoerd in opdracht van de Topsector Logistiek, laat een duidelijke en confronterende ontwikkeling zien voor de komende jaren. Het aantal stadslogistieke kilometers zal tot 2035 met negentien procent toenemen, terwijl tegelijkertijd een CO2-reductie van twintig procent moet worden gerealiseerd. 

Deze twee lijnen lijken steeds verder uit elkaar te lopen, juist op het moment dat steden kampen met toenemende druk op de beschikbare ruimte en de roep om een duurzame, leefbare en verkeersveilige leefomgeving luider wordt. Tegen deze achtergrond presenteert de Topsector Logistiek een nieuwe Outlook Stadslogistiek, waarin het concept zero impact stadslogistiek centraal staat. Het uitgangspunt daarbij is helder: het structureel verminderen van overlast en het verbeteren van verkeersveiligheid, zonder de noodzakelijke logistieke bewegingen uit het oog te verliezen.

Outlook Stadslogistiek

De nieuwe Outlook Stadslogistiek vormt een inhoudelijke en strategische voortzetting van eerdere publicaties, waaronder de Outlook City Logistics en diverse segment-specifieke Outlooks die tussen 2017 en 2020 zijn opgesteld. Waar eerdere rapporten zich vooral richtten op afzonderlijke onderdelen van stadslogistiek, kiest deze nieuwe Outlook nadrukkelijk voor een integrale benadering richting het zichtjaar 2035. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de reductie van CO2-uitstoot, maar ook naar het gebruik van schaarse stedelijke ruimte en de grote diversiteit tussen wijken binnen steden.

Centraal in de nieuwe visie staat het besef dat stadslogistiek niet overal dezelfde impact heeft en ook niet overal op dezelfde manier georganiseerd kan worden. In de Outlook is daarom gekeken naar vijf verschillende typen wijken, elk met een eigen karakteristiek bevoorradingsprofiel. Die profielen verschillen sterk, zowel in de aard van de goederenstromen als in het tijdstip en de intensiteit van de bevoorrading. Elke wijk kent daardoor specifieke stadslogistieke uitdagingen, die vragen om een eigen aanpak om deze gebieden blijvend en met minimale impact te bevoorraden. Een uniforme oplossing bestaat niet, zo blijkt uit de analyse.

sleutelrol toebedeeld

Gemeenten krijgen in deze nieuwe Outlook een nadrukkelijke sleutelrol toebedeeld. Zij beschikken over diverse sturingsinstrumenten bij de inrichting van de stad, variërend van ruimtelijke inrichting en regelgeving tot het actief voeren van het gesprek met ondernemers en bewoners. Tot nu toe lag de focus van veel gemeentelijk beleid vooral op het terugdringen van overlast door stadslogistiek. Integrale beleidsvorming, waarin logistiek volwaardig en met het uitgangspunt van zero impact werd meegenomen, was vaak niet noodzakelijk of ontbrak simpelweg.

Foto: © Pitane Blue – GVB Amsterdam

De Outlook laat zien dat dit niet langer houdbaar is. Ondanks de hevige concurrentie om ruimte blijft logistiek een onvermijdelijk en noodzakelijk onderdeel van een goed functionerende stad. Winkels moeten worden bevoorraad, horeca moet kunnen draaien en bewoners blijven afhankelijk van goederenstromen. De uitdaging ligt niet in het beperken van logistiek als zodanig, maar in het slimmer organiseren van deze bewegingen, zodat de impact op leefbaarheid, veiligheid en ruimtegebruik zo klein mogelijk wordt.

concreet raamwerk

TNO heeft in opdracht van de Topsector Logistiek met deze Outlook een concreet raamwerk aangereikt waarmee gemeenten samen met bewoners en ondernemers aan de slag kunnen. Het document biedt inzicht in de manier waarop stadslogistiek zich richting 2035 kan ontwikkelen, maar legt vooral de nadruk op de keuzemogelijkheden om die ontwikkeling actief te sturen. Door per gebied en per logistiek segment samen te werken, ontstaat ruimte voor maatwerkoplossingen die aansluiten bij de specifieke kenmerken van een wijk.

De boodschap is duidelijk en urgent. Niets doen is geen optie. Als steden vasthouden aan de huidige werkwijzen, zal de stadslogistiek verder blijven groeien en steeds meer ruimte innemen. De nieuwe Outlook Stadslogistiek onderstreept dat alleen een integrale, toekomstgerichte aanpak kan zorgen voor een stad waarin logistiek functioneel blijft, maar tegelijkertijd zo weinig mogelijk impact heeft op het dagelijks leven van bewoners.

Bron: Walther Ploos van Amstel

Gemeenteraadsverkiezingen: lector pleit voor centrale rol logistiek

Zijn boodschap aan politieke partijen is kort maar krachtig: wie in 2026 een toekomstbestendige binnenstad wil, moet investeren in slimme logistiek. “Zonder die stille motor valt de stad stil.”

De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 beloven meer te worden dan een strijd om zetels en stemmen. Volgens lector City Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam, Walther Ploos van Amstel, draait het dit keer om een veel fundamentelere vraag: hoe houden we onze binnensteden leefbaar, bereikbaar en economisch vitaal? Zijn waarschuwing is helder: zonder slimme logistiek valt de binnenstad stil.

De binnenstad is het hart van elke gemeente. Het is de plek waar historie, cultuur, handel en ontmoeting samenkomen. Maar achter die bruisende gevels schuilt een logistieke machinekamer die op volle toeren draait. Elke dag rijden er vrachtwagens, bestelbusjes, bakfietsen en zelfs boten om winkels te bevoorraden, horecazaken van verse producten te voorzien, onderhoudswerk te doen en afval op te halen. “Zonder logistiek komt alles letterlijk tot stilstand,” zegt Ploos van Amstel.

politieke debatten

Toch wordt juist die onzichtbare stroom vaak vergeten in politieke debatten over leefbaarheid. Gemeenten zetten volop in op vergroening, autoluwe zones en een aantrekkelijker verblijfsklimaat. Maar waar de ruimte voor voetgangers en fietsers groeit, wordt die voor logistiek steeds schaarser. Laden en lossen wordt een dagelijks gevecht om een paar vierkante meter stoep. En vanaf 2026 komt daar nog een uitdaging bij: de invoering van zero-emissiezones in steeds meer binnensteden.

Elektrische bestelwagens en vrachtwagens zijn een stap vooruit voor het klimaat, maar vormen een forse investering voor ondernemers. “Niet iedere winkelier of transporteur kan zomaar overstappen,” benadrukt Ploos van Amstel. Zonder slimme samenwerking tussen gemeenten en het bedrijfsleven dreigt de bevoorrading duurder te worden en de keuze voor ondernemers kleiner.

slimme stadslogistiek

Daarom pleit hij ervoor dat logistiek een volwaardige plek krijgt in elk verkiezingsprogramma. Bevoorrading is geen detail in de marge, maar een voorwaarde voor een vitale stad. “Wie kiest voor een leefbare en bereikbare binnenstad, moet ook kiezen voor slimme stadslogistiek,” stelt hij resoluut.

Foto: Pitane Blue – pakketbezorger PostNL

Die slimme logistiek begint met duidelijke en eenvoudige regels. Eén loket voor vergunningen, goede communicatie bij wegwerkzaamheden en voldoende laad- en losplekken kunnen veel frustratie voorkomen. Gemeenten zouden bovendien schone voertuigen moeten belonen met privileges of slimme toegangsregelingen. “Dat bespaart tijd en kosten, en maakt verduurzaming aantrekkelijker,” aldus Ploos van Amstel.

leefbaarheid

Niet alleen grote steden kampen met logistieke vraagstukken. Ook middelgrote gemeenten met compacte centra hebben moeite om de balans te bewaren tussen leefbaarheid, bezoekers en bevoorrading. Daar is de ruimte nog beperkter en de afhankelijkheid van lokale ondernemers vaak groter. Maatwerk is volgens Ploos van Amstel noodzakelijk, maar dan wel binnen een landelijk kader. “Ondernemers die in meerdere steden actief zijn, hebben behoefte aan eenduidige regels. Anders wordt het onwerkbaar.
”Elke sector heeft bovendien eigen logistieke noden. Supermarkten vragen om leveringen buiten de drukke uren, winkels en horeca hebben behoefte aan ruime loslocaties, terwijl pakketdiensten hubs aan de rand van de stad willen. Voor de bouwsector is coördinatie cruciaal, en afvalinzameling kan slimmer met data en ruimere venstertijden.

kennisdeling

De sleutel tot succes ligt in samenwerking en kennisdeling. Gemeenten moeten van elkaar leren wat werkt en wat niet. “Veel steden staan voor dezelfde uitdagingen. Door ervaringen te delen, voorkomen we dat iedereen opnieuw het wiel uitvindt,” zegt Ploos van Amstel. Dat bespaart niet alleen tijd en geld, maar zorgt ook voor consistent beleid.

Want als iedere stad eigen regels en venstertijden hanteert, ontstaat volgens hem een “lappendeken van beleid” die duurzame investeringen juist ontmoedigt. Door gezamenlijk te leren van pilots, monitoring en praktijkervaringen kan beleid ontstaan dat wél werkt.

Fotorechten: Jhr. Dr. Walther Ploos van Amstel (1962).

Gevaar op fietspad: verbod op fatbikes en e-steps helpt niet zonder handhaving

Vijf grote gemeenten willen de mogelijkheid krijgen om e-steps, fatbikes en andere elektrische voertuigen van het fietspad te weren.

De discussie over fietsveiligheid in Amsterdam heeft een nieuwe dimensie gekregen door de scherpe observaties van verkeersexpert Walther Ploos van Amstel. Terwijl stadsbestuurders zich richten op nieuwe regelgeving voor snelle fietsen, wijst hij op een fundamenteler probleem: het structureel negeren van verkeersregels door fietsers van alle types.

Het debat ontstond toen wethouders voorstelden om bepaalde snelle fietsen te weren van de fietspaden. Hun argument was helder: “Het fietspad moet een veilige plek blijven voor alle fietsers, niet alleen voor de grootste, sterkste en snelste.” Een nobel streven, maar volgens Ploos van Amstel mist dit voorstel de kern van het probleem.

observatie

Om zijn punt te onderbouwen, deed de verkeersexpert een eenvoudig maar onthullend experiment: een observatie van een half uur bij zijn lokale fietspad. De resultaten waren onthutsend. Meer dan tachtig procent van de fietsers bleek zich niet aan de basisregels te houden. Het meest voorkomende vergrijp was het gebruik van mobiele telefoons tijdens het fietsen, maar de lijst van overtredingen was veel langer: door rood rijden, geen richting aangeven, voetgangers negeren bij zebrapaden, spookrijden, over de stoep fietsen, en ’s avonds zonder verlichting rijden.

Deze anarchistische situatie wordt nog verergerd door de diversiteit aan voertuigen op het fietspad. Ploos van Amstel observeerde een bonte verzameling van speedpedelecs, opgevoerde e-bikes, racende fatbikes en scooters. Het probleem was niet zozeer de aanwezigheid van deze verschillende vervoermiddelen, maar de mentaliteit van de bestuurders. Zoals hij het treffend verwoordt: “Allemaal dachten ze: de regels zijn voor een ander.”

De dagelijkse realiteit op de Amsterdamse fietspaden is volgens hem vergelijkbaar met een racecircuit. Hij beschrijft zijn eigen fietsroute als “breed, strak en snel” – een combinatie die gedrag uitlokt “waar Max Verstappen nog zenuwachtig van zou worden.” Deze situatie creëert een gevaarlijke dynamiek waarin het recht van de sterkste lijkt te heersen. Het resultaat is wat hij noemt “verkeersgeweld op twee wielen.”

Foto: © Pitane Blue – fatbikes zijn voor iedereen


Zijn conclusie is helder: “Gemeenten mogen gerust die e-step of fatbike verbieden. Maar als we niet tegelijk werken aan gedrag, aan een menselijke maat in de groeiende stedelijke mobiliteit, blijft het oorlog op het fietspad. Met of zonder nieuwe regels.”

De gevolgen van deze ontwikkeling zijn merkbaar. Amsterdammers voelen zich steeds onveiliger op de fiets, en het aantal ongevallen met gewonden neemt toe. Ploos van Amstel is stellig in zijn conclusie: “Veilige fietspaden bestaan niet” – tenminste niet zolang het gedrag van fietsers niet verandert.

handhaving

Een cruciale observatie in zijn analyse betreft de handhaving van bestaande regels. Hij stelt de retorische vraag of er werkelijk meer regels nodig zijn, zoals de wethouders suggereren. Zijn ervaring is dat er nauwelijks wordt gehandhaafd op de huidige regelgeving. “Ik zie nooit handhaving,” merkt hij op. Nieuwe regels invoeren is volgens hem vooral “mooi voor de bühne” zolang gedrag de spreekwoordelijke “olifant in de kamer” blijft.

Als alternatief voor nieuwe regelgeving pleit Ploos van Amstel voor een fundamentelere aanpak: een maatschappelijk gesprek over fietsetiquette. Hij introduceert hiervoor de term “sociale hygiëne op twee wielen” – een concept dat draait om bewustwording van het eigen gedrag en de impact daarvan op anderen. Hij stelt concrete vragen die elke fietser zichzelf zou moeten stellen: “Waar ben ik nu eigenlijk mee bezig? Wat vindt die ander ervan dat ik door rood knal of met 35 km/u langs een kind fiets?”

Deze benadering sluit aan bij een eerder initiatief van Het Parool, die in 2022 een lijst publiceerde met negentien praktische gedragsregels voor fietsers. Deze richtlijnen waren niet ingewikkeld: gebruik je bel wanneer nodig, houd voldoende afstand van andere fietsers, en zorg dat het gezellig blijft op het fietspad. Zoals Ploos van Amstel het samenvat: “Geen hogere wiskunde, gewoon normaal doen. Je bent niet alleen op de wereld.”

verkeersbeleid

De analyse van Ploos van Amstel legt een belangrijk spanningsveld bloot in het stedelijk verkeersbeleid. Terwijl beleidsmakers zich richten op het reguleren van specifieke voertuigen, suggereert de praktijk dat het werkelijke probleem dieper ligt: in de mentaliteit en het gedrag van fietsers. Deze inzichten zijn niet alleen relevant voor Amsterdam, maar voor alle steden die worstelen met de uitdagingen van toenemend fietsverkeer en diverse vervoermiddelen op het fietspad.

Het debat over fietsveiligheid vraagt dus om meer dan alleen nieuwe regels of verboden. Het vereist een fundamentele discussie over hoe we met elkaar omgaan in het verkeer, over wederzijds respect tussen verschillende weggebruikers, en over de vraag hoe we een veiligheidscultuur kunnen creëren die verder gaat dan alleen het naleven van regels. Alleen door deze bredere benadering kunnen we werken aan werkelijk veiligere fietspaden voor iedereen.

Beluister de podcast over dit onderwerp of luister naar Pitane Blue Nieuwsradio.

Groene logistiek: duurzaam transport oplossing voor stadsproblemen

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters opende het VIAVIA event Duurzame Stedelijke Logistiek in de praktijk in Log!Ville.

De druk op de leefbaarheid en bereikbaarheid van steden neemt gestaag toe, waarbij logistiek verkeer een substantiële impact heeft. Initiatieven om dit probleem aan te pakken, winnen aan momentum, zoals blijkt uit het innovatieve STRAUSS-project waarbij verschillende universiteiten, veertien bedrijven en vier Vlaamse steden samenwerken.

Het project, geïnitieerd door VIL in samenwerking met Universiteit Antwerpen, Universiteit Hasselt en KU Leuven, richt zich op het optimaliseren van vier kritieke logistieke stromen binnen de stad: afvalinzameling, bouwlogistiek, horecaleveringen en leveringen van boodschappen aan huis. “Door gebruik te maken van geavanceerde algoritmen, kunnen we logistieke routes en tijden zo plannen dat de impact op de stedelijke leefomgeving tot een minimum wordt beperkt”, legt een onderzoeker van VIL uit.

Deze algoritmen zijn specifiek ontworpen om rekening te houden met lokale stedelijke maatregelen zoals autovrije zones en specifieke laad- en losplaatsen. Dit maakt het mogelijk om logistieke operaties te finetunen op basis van stedelijke regelgeving en fysieke beperkingen. De impact van deze maatregelen wordt bovendien nauwkeurig geëvalueerd, waardoor steden concrete data hebben om hun beleid verder te optimaliseren.

Yannick Fabbro, verkeersmanager van de stad Hasselt, benadrukt het belang van het project voor stedelijke beleidsmakers: “Met de inzichten uit STRAUSS kunnen we beleidsmaatregelen ontwikkelen die niet alleen de verkeersdruk verminderen maar ook de uitstoot van schadelijke stoffen aanpakken. Het is cruciaal dat we begrijpen hoe toekomstige maatregelen zullen uitpakken.”

Opmerkelijk is ook de samenwerking binnen het project. Naast de academische partners en steden zijn diverse bedrijven zoals André Celis Bouwmaterialen en Horeca Logistics Services betrokken, die allemaal een datagedreven benadering van stadslogistiek voorstaan. Deze samenwerking is een voorbeeld van hoe publieke en private sector samen kunnen innoveren.

Foto: Lydia Peeters – Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

Klimaat- en milieuproblemen leggen een toenemende druk op de maatschappij om de handen in elkaar te slaan en duurzamer om te gaan met de wereld waarin we leven. Zowel de overheid, de consumenten als de bedrijven dragen duurzaamheid dan ook steeds hoger in het vaandel. De logistieke sector, die prominent aanwezig is in Vlaanderen, zal ook zijn steentje moeten bijdragen.

Een recent voorbeeld van hoe deze samenwerking tot uiting komt, is het evenement georganiseerd door de Taskforce Duurzame Stadslogistiek van VIAVIA. Hier kwamen logistieke spelers en lokale besturen samen in Log!Ville om te leren over de nieuwste ontwikkelingen in zero-emissie voertuigen en andere duurzame transportmethoden. Keynotes en praktijkvoorbeelden van batterij-elektrische vrachtwagens en cargofietsen illustreerden de toekomst van stadslogistiek.

Dit project en soortgelijke evenementen tonen aan dat stadslogistiek een spannend kruispunt bereikt heeft waar technologie, beleid en praktische uitvoering samenkomen om de steden van morgen vorm te geven. Met een duidelijke focus op duurzaamheid en samenwerking lijkt de weg naar een leefbaardere stedelijke toekomst nu echt ingeslagen.

STRAUSS

Het onderzoeksproject STRAUSS, geleid door VIL, Universiteit Antwerpen, UHasselt, KULeuven en veertien bedrijven, streeft naar optimalisatie van stedelijke logistieke operaties door middel van nieuwe algoritmes. Vier steden – Hasselt, Mechelen, Antwerpen en Leuven – zijn bij het project betrokken om de impact van logistiek verkeer op bereikbaarheid en leefbaarheid te verbeteren.

Het project richt zich op vier kerngebieden van logistieke activiteiten in steden: afvalinzameling, bouwlogistiek, horecaleveringen en boodschappenleveringen aan huis. Deze logistieke stromen hebben een grote impact op de bereikbaarheid en leefbaarheid van steden, zoals verkeersdrukte, geluidshinder en uitstoot. Door het ontwikkelen van geavanceerde algoritmes wil STRAUSS deze logistieke ketens optimaliseren.

Log!Ville

Het landmark innovatiecentrum voor het logistieke ecosysteem. Ondernemers worden met de kracht van visualisatie, maatwerk en digital storytelling ondergedompeld in de logistiek van de toekomst. Een onvergetelijke ervaring voor de bezoeker. In het demonstratiecentrum bevinden zich de nieuwste technologische ontwikkelingen voor de supply chain. Automatisering, digitalisering, en duurzame ontwikkeling van het logistieke ecosysteem staan centraal. Samen met professionele partners, elk toonaangevend in hun vakgebied, inspireert Log!Ville ondernemers om innovatie in de logistiek te omarmen.

Uitbreiding zero-emissiezone Den Haag

De gemeente Den Haag heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de effecten van de uitbreiding van de milieuzone in de stad.

De gemeente Den Haag gaat kijken of de zero-emissiezone die in 2025 wordt ingevoerd in het centrum van Den Haag gelijktijdig kan worden uitgebreid naar de kuststrook. Een zero-emissiegebied (uitstootvrij gebied) voor stadslogistiek in Scheveningen heeft een substantieel positief effect op de stikstofneerslag in Natura 2000-gebieden. Hierdoor kan stikstofruimte ontstaan die nodig is om de bouwambities van Den Haag waar te kunnen maken.

De gemeente Den Haag heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de effecten van de uitbreiding van de milieuzone in de stad. Er is gekeken naar welke maatregelen het stadsbestuur moet nemen om de bouwambities van Den Haag waar te kunnen maken. Het tegengaan van stikstofduitstoot voor natuurherstel en de bouwopgave is zeer urgent. Het college wil dan ook zo spoedig mogelijk inzicht in de haalbaarheid en de maatschappelijke impact, om rond de zomer de volgende stap te kunnen zetten”, zegt wethouder Arjen Kapteijns (Energietransitie, Duurzaamheid en Klimaatadaptatie).

Met het begrip zero-emissiezone wordt een zone bedoeld die alleen toegankelijk is voor bestel- en vrachtauto’s zonder uitstoot van CO2 bij de uitlaat, bijvoorbeeld met een elektrische motor. In het centrum gaat Den Haag vanaf 2025 al zo’n zero-emissiegebied invoeren voor stadslogistiek. Nu wordt gekeken hoe een gelijktijdige uitbreiding van zo’n zero-emissiezone in Scheveningen eruit zou zien en of dit haalbaar is. Pas als de haalbaarheid, effecten, handhaving, overgangsregelingen en beleid duidelijk in beeld zijn zal hier een besluit over worden genomen.

Een zero-emissiegebied (uitstootvrij gebied) voor stadslogistiek in Scheveningen heeft een substantieel positief effect op de stikstofneerslag in Natura 2000-gebieden.

Het instellen van een zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s is mogelijk op basis van landelijke regelgeving vanaf 1 januari 2025. Dit betekent dat nieuwe voertuigen van ondernemers geen CO2 mogen uitstoten. Voor bestaande bestelauto’s en vrachtwagens geldt, afhankelijk van de emissieklasse, een overgangsregeling en worden ontheffingen mogelijk gemaakt. Om ondernemers te helpen stelt de overheid een subsidie voor schone bestelbussen en vrachtwagens beschikbaar.

Stapsgewijs

Onderzoek naar de uitbreiding naar de kuststrook van de zero-emissiezone voor stadslogistiek sluit aan bij de reeds in gang gezette ontwikkeling in het centrum. Den Haag weert de meest vervuilende dieselvoertuigen in het centrum en oude brom- en snorfietsen mogen ook niet meer overal rijden. Voor vrachtwagens zijn er gelijksoortige zones. Uitvoering van deze maatregelen is nodig om te komen tot herstel van de natuur in onze Natura 2000-gebieden en de voortgang van de woningbouwopgave, aanleg en onderhoud van (OV) werken en energievoorzieningen mogelijk te maken.

Met een eventuele uitbreiding van het zero-emissiegebied kunnen we ook iets betekenen voor de gezondheid van onze inwoners. Met name voor kwetsbare groepen zoals ouderen, kinderen en mensen met luchtwegproblemen, wil de gemeente ook de kwaliteit van de lucht in de stad verbeteren. Den Haag streeft naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie voor fijnstof, zegt wethouder Arjen Kapteijns van de gemeente Den Haag.