Tag archieven: ZZP

Schijnzelfstandigheid in de taxiwereld: belastingdienst grijpt in vanaf 2025

Schijnzelfstandigheid in de Nederlandse taxisector is een toenemend probleem dat niet alleen de taxichauffeurs zelf treft, maar ook bredere gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid.

Het gaat hierbij om chauffeurs die formeel als zelfstandige werken, maar in de praktijk afhankelijk zijn van een enkele opdrachtgever, vaak grote taxiplatforms. Deze situatie creëert een ongelijke verhouding, waarbij de chauffeur geen controle heeft over cruciale aspecten zoals werktijden en tarieven, terwijl hij of zij toch als zelfstandige wordt behandeld.

Dit fenomeen van schijnzelfstandigheid wordt versterkt door het gebruik van flexibele contracten, waarmee bedrijven hun verantwoordelijkheden kunnen ontwijken. Werkgevers profiteren van deze constructies doordat ze minder sociale premies hoeven af te dragen. De chauffeurs zelf staan echter vrijwel zonder bescherming, wat hen kwetsbaar maakt in geval van ziekte, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Dit probleem beperkt zich niet tot de taxisector, maar komt ook veelvuldig voor in sectoren zoals maaltijdbezorging en de bouw.

wetgeving

In 2016 werd de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) ingevoerd met als doel schijnzelfstandigheid aan te pakken. De handhaving van deze wet werd echter vanwege talrijke onduidelijkheden al snel opgeschort, waardoor schijnconstructies bleven voortbestaan zonder dat opdrachtgevers hiervoor gestraft werden. Dit leidde ertoe dat bedrijven jarenlang vrijwel ongehinderd konden doorgaan met het inhuren van schijnzelfstandigen.

Vanaf 1 januari 2025 staat er echter een grote verandering op stapel: de Belastingdienst zal vanaf die datum de wet DBA weer strenger handhaven. Bedrijven die schijnzelfstandigen inhuren voor werk dat feitelijk in dienstverband moet worden uitgevoerd, kunnen dan boetes en naheffingen verwachten. Voor veel taxichauffeurs en hun opdrachtgevers zal deze verandering grote gevolgen hebben. Indien er een gezagsverhouding bestaat, een belangrijk criterium voor het vaststellen van een dienstverband, kan het bedrijf verantwoordelijk worden gehouden en kunnen sancties volgen.

Staatssecretaris Idsinga (Fiscaliteit en Belastingdienst) benadrukt dat zelfstandige ondernemers een belangrijke pijler blijven van de Nederlandse economie. “Zelfstandige ondernemers leveren in Nederland een belangrijke bijdrage aan onze economie. En dat blijft zo,” verklaarde Idsinga.

Hij maakte duidelijk dat ondernemers die daadwerkelijk zelfstandig werken, gewoon hun activiteiten kunnen voortzetten. De staatssecretaris wees echter ook op de nadelige gevolgen van schijnzelfstandigheid, die volgens hem leidt tot oneerlijke concurrentie en ongelijke arbeidsvoorwaarden. “Het kabinet wil deze balans op de arbeidsmarkt herstellen,” aldus Idsinga. Hij lichtte toe dat de opheffing van het handhavingsmoratorium een belangrijke maatregel is in deze richting.

overgangsperiode

Idsinga erkende dat de veranderingen veel zullen vergen van bedrijven en zzp’ers, die zich momenteel voorbereiden op de handhaving van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) vanaf 1 januari 2025. “Hoewel veel bedrijven en zzp’ers zich druk aan het voorbereiden zijn op de handhaving vanaf 1 januari 2025 ben ik mij er ook van bewust dat de aanpassingen veel van hen vragen,” gaf hij aan. Om bedrijven tegemoet te komen, is er voor 2025 een overgangsperiode ingesteld. Bedrijven die kunnen aantonen dat zij concrete stappen zetten om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, zullen het eerste jaar nog geen vergrijpboetes krijgen. Deze aanpak geeft bedrijven de ruimte om zich aan de nieuwe realiteit aan te passen zonder direct geconfronteerd te worden met zware sancties.

modelovereenkomsten

Een ander belangrijk aspect van de nieuwe aanpak is de beslissing om geen modelovereenkomsten meer goed te keuren. Deze modelovereenkomsten, die door de Belastingdienst werden verstrekt om opdrachtgevers en zelfstandigen vooraf zekerheid te bieden, blijken in de praktijk vaak niet houdbaar. Of er daadwerkelijk sprake is van zelfstandigheid, hangt immers af van de feitelijke werksituatie en niet van wat er in het contract staat. Bestaande modelovereenkomsten zullen nog wel geëerbiedigd worden tot de einddatum, maar nieuwe zullen niet meer worden goedgekeurd.

De impact van deze veranderingen zal de komende maanden steeds duidelijker worden. De Belastingdienst zal in samenwerking met brancheorganisaties en andere belanghebbenden informatie blijven verstrekken aan zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. Dit gebeurt onder meer via webinars, informatiesessies en individuele bedrijfsbezoeken, met als doel zoveel mogelijk onrust weg te nemen.

Voor de taxisector blijft het echter spannend hoe de strengere handhaving in 2025 zal uitpakken. Veel chauffeurs staan al jaren onder druk door de werkomstandigheden en de beperkte rechten die zij als schijnzelfstandige hebben. Het einde van de schijnzelfstandigheid zou een belangrijke stap kunnen zijn naar eerlijkere arbeidsomstandigheden, maar het is nog afwachten hoe de sector en de betrokken platforms zullen reageren op de nieuwe realiteit.

Beeld: Martijn Beekman / Pitane Blue Media

Explosieve groei: Noord-Holland koploper in aantal nieuwe taxibedrijven

Cijfers van de Kamer van Koophandel geven een vertekend beeld over de taxisector.

Het aantal taxibedrijven in Nederland is de afgelopen vijf jaar flink toegenomen. Momenteel telt het land 14.356 taxibedrijven, wat neerkomt op een stijging van bijna 30 procent, zo blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel. Deze groei is voornamelijk toe te schrijven aan het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in de sector, dat met 43 procent is gestegen. Bijna achtduizend taxibedrijven worden nu gerund door zelfstandigen, wat ruim de helft van het totaal uitmaakt.

Vooral de laatste twee jaar is er een toename te zien in het aantal nieuwe taxibedrijven. Dit geldt vooral voor de provincie Noord-Holland, waar bijna de helft van de taxibedrijven (7.021) gevestigd is. De concentratie in deze regio is vermoedelijk te danken aan de hoge activiteit van taxi’s in Amsterdam en rondom Schiphol.

Interessant is dat slechts 1,3 procent van de taxibedrijven aangesloten is bij branchevereniging KNV Zorgvervoer en Taxi, ondanks dat Koninklijk Nederlands Vervoer bijna 80 procent van de markt voor personenvervoer in Nederland vertegenwoordigt. Veel nieuwe taxibedrijven, met name de zzp’ers, lijken geen belang te hechten aan aansluiting bij een branchevereniging. Velen van hen zijn zelfstandige chauffeurs die rijden voor platforms zoals Uber en Bolt.

Ook het UWV heeft bijgedragen aan de groei door het faciliteren van het behalen van de taxipas, waardoor meer mensen de mogelijkheid kregen om als taxichauffeur aan de slag te gaan, ofwel zelfstandig ofwel bij een regulier taxibedrijf. Uber is groter dan ooit, ondanks negatieve publiciteit van vakbonden die het bedrijf bekritiseren. Klanten blijven echter positief vanwege het gemak van de app en de transparantie van de prijzen, ondanks dat deze prijzen bij grote vraag aanzienlijk kunnen stijgen.

Foto: © Pitane Blue – taxistandplaats Schiphol

De cijfers van de Kamer van Koophandel geven echter een vertekend beeld van de sector. Het hoge aantal ingeschreven bedrijven betekent niet noodzakelijkerwijs dat er ook meer taxi’s of chauffeurs zijn. Als deze zzp’ers in loondienst zouden gaan, zou het aantal bedrijven dalen, maar het aantal chauffeurs hetzelfde blijven.

Een frequente taxigebruiker uit de hoofdstad merkte op dat er steeds meer taxi’s rondrijden met chauffeurs die nauwelijks verstaanbaar Nederlands spreken. Dit fenomeen speelt al langer in de grote steden.  In Vlaanderen is er zelfs wetgeving ingevoerd die voorschrijft dat taxichauffeurs binnen twee jaar na het behalen van hun chauffeurspas een attest van taalniveau Nederlands B1 moeten tonen. Deze termijn is inmiddels verlengd tot 30 juni 2025.

De opkomst van platforms zoals Uber en Bolt heeft ook bijgedragen aan de aantrekkelijkheid van het taxivak als bijverdienste. Veel zzp’ers zien het als een mogelijkheid om flexibel te werken en eigen baas te zijn, hoewel de praktijk vaak anders is en ze in werkelijkheid werken onder schijnconstructies die weinig verschillen van loondienstverbanden. Buiten de officiële taxi-zones staan vaak zelfstandige chauffeurs die luidkeels “Taxi, Taxi” roepen om klanten te trekken wat helaas lukt, ondanks herhaalde waarschuwingen om geen gebruik te maken van deze niet-officiële taxi’s.

De groei van het aantal taxibedrijven in Nederland weerspiegelt de veranderingen in de taximarkt, gedreven door technologische innovaties en veranderende werkstructuren. Terwijl de sector zich blijft ontwikkelen, zal de regulering en het beleid rondom taxibedrijven en chauffeurs waarschijnlijk ook blijven evolueren om gelijke tred te houden met deze dynamische markt.

regionale verschillen

Het aantal taxibedrijven in Nederland vertoont grote regionale verschillen, zo blijkt uit de recente cijfers van de Kamer van Koophandel. Noord-Holland spant de kroon met maar liefst 7.347 geregistreerde taxibedrijven. Deze provincie, met Amsterdam als grootste stad, vormt het epicentrum van de taxibranche in Nederland. Zuid-Holland volgt op de tweede plaats met 3.436 taxibedrijven, wat deels te verklaren is door de aanwezigheid van grote steden zoals Rotterdam en Den Haag.

In Brabant zijn er 956 taxibedrijven geregistreerd, wat aanzienlijk minder is dan in de Randstad, maar nog steeds een significant aantal. Utrecht, dat eveneens onderdeel is van de Randstad, telt 984 taxibedrijven. Dit aantal weerspiegelt de dynamische vraag naar taxi’s in de provinciehoofdstad en omliggende gebieden.

Flevoland, de jongste provincie van Nederland, heeft 722 taxibedrijven. Hoewel dit relatief veel lijkt voor een provincie met een lagere bevolkingsdichtheid, kan de nabijheid van Amsterdam en de groei van steden als Almere en Lelystad een verklaring bieden.

In Limburg zijn 366 taxibedrijven actief. Deze provincie profiteert van de aanwezigheid van toeristische trekpleisters zoals Maastricht, wat de vraag naar taxidiensten stimuleert. Gelderland, met steden als Arnhem en Nijmegen, heeft 589 geregistreerde taxibedrijven, wat de diverse economische activiteiten en de uitgestrektheid van de provincie weerspiegelt.

Overijssel, met 214 taxibedrijven, en Drenthe met 90, laten een gematigder beeld zien, wat past bij de minder stedelijke en dichtbevolkte aard van deze provincies. Groningen en Friesland, beide in het noorden van Nederland, hebben respectievelijk 183 en 167 taxibedrijven. Deze aantallen zijn in lijn met de demografische en economische kenmerken van deze regio’s.

Opmerkelijk is de situatie in Zeeuws Vlaanderen, waar slechts 29 taxibedrijven geregistreerd zijn. Dit lage aantal kan worden toegeschreven aan de geografische ligging en de relatief lage bevolkingsdichtheid. Deze regio, die geografisch gezien meer bij Vlaanderen hoort dan bij de rest van Nederland, heeft hierdoor een beperkte vraag naar taxidiensten.

Deze cijfers illustreren niet alleen de variërende vraag naar taxidiensten door het hele land, maar geven ook inzicht in de economische en demografische verschillen tussen de provincies. In drukke, stedelijke gebieden zoals de Randstad is de vraag naar taxidiensten vanzelfsprekend hoger. De aanwezigheid van toeristische hotspots en economische centra speelt eveneens een cruciale rol in het aantal geregistreerde taxibedrijven.

Rechtszaak FNV versus Uber van start

Op 29 juni diende bij de Rechtbank Amsterdam de rechtszaak van de FNV tegen taxibedrijf Uber. De FNV stelt dat Uber een Taxi-werkgever is en eist dat Uber de taxi-CAO toepast op haar chauffeurs en hen ook conform die cao (na)betaalt. Uber verweert zich met de stelling dat het (slechts) een technologieplatform is, dat werkt met zelfstandige taxichauffeurs. De pleitaantekeningen van de advocaat van de FNV (Mr. Jan Hein Mastenbroek) zijn te downloaden via de link onder dit nieuwsbericht

Weinig zelfstandigheid

Nadat beide partijen hun standpunten naar voren brachten, stelde de rechter een aantal kritische vragen, vooral in de richting van Uber, over onder meer de éénzijdige contractvoorwaarden, het puntensysteem (UberPro), de klantrating, de werking van de app en de manier waarop het algoritme ritten toewijst. Al deze elementen maken dat er voor de chauffeur in onze ogen weinig zelfstandigheid overblijft. Uber moest zich hier op verweren, het is nu aan de rechter om te beoordelen in hoeverre dat zij daarin geslaagd zijn

Belangstelling bij chauffeur

FNV heeft ter voorbereiding van de zaak vele bewijsstukken verzameld, met honderden chauffeurs gesproken en hun verklaringen ingebracht. Er was vanuit chauffeurs veel belangstelling om de zaak bij te wonen. I.v.m. de coronamaatregelen, kon slechts een 5-tal fysiek aanwezig zijn Aan het einde van de zitting kregen zij van de rechter kort de ruime om hun persoonlijke ervaringen te delen. Andere chauffeurs volgden de zitting via een livestream, thuis of vanuit het FNV-kantoor in Amsterdam

Bredere contex

Zowel door Uber als door FNV werd de zaak in een grotere/bredere (politieke) context geplaatst. Uber geeft aan samen met een aantal andere platforms te streven naar een nieuw ‘sociaal akkoord’ (behoud van de huidige zzp-status met wat meer sociale zekerheid). FNV wijst op het recente SER Advies van werkgevers en werknemers organisaties  waar er bij een uurtarief onder de €30-€35 sprake is van een dienstverband en de talloze door Uber verloren in andere landen, waarna Uber haar gedrag maar mondjesmaat verbetert (zie factsheet).

De rechter doet op 30 augustus uitspraak. De FNV ziet de uitspraak vol belangstelling tegemoet en zet haar activiteiten richting Uber en de chauffeurs intussen onverminderd door. De pleitaantekeningen van de FNV voor deze rechtszaak vind je hier en de factsheet staat hier. – bron: FNV persdienst

Lees ook: FNV, CNV en KNV vragen OMT versoepeling zorgvervoer


Uber en Lyft verliezen rechtszaak, chauffeur geen zelfstandige

Een Californische rechter heeft het verzoek van de staat ingewilligd om een voorlopige voorziening te treffen die Uber Technologies Inc en Lyft Inc tegen moet houden hun chauffeurs in te schrijven als zelfstandigen in plaats van werknemers. De uitspraak van rechter Ethan Schulman van de San Francisco Superior Court is een nederlaag voor de taxibedrijven, aangezien zij zich verdedigen tegen een rechtszaak van 5 mei door staatsadvocaat-generaal Xavier Becerra en de steden Los Angeles, San Diego en San Francisco. 

Volgens Reuters werden Uber en Lyft beschuldigd van het overtreden van een nieuwe staatswet die bedrijven verplicht werknemers te classificeren als werknemers als ze bepaalden hoe werknemers hun werk deden, of als het werk deel uitmaakte van hun normale bedrijfsvoering.

overweldigende waarschijnlijkheid

In het besluit van de rechtbank waarin de bedrijven van ‘langdurige en brutale weigering’ om de staatswet na te leven worden beschuldig, zei Schulman dat de eisers met een ‘overweldigende waarschijnlijkheid’ aantoonden dat ze de Uber- en Lyft-geclassificeerde chauffeurs illegaal te werk stelden.

“Dit is een klinkende overwinning voor duizenden Uber- en Lyft-chauffeurs die hard werken – en, in deze pandemie, elke dag risico lopen – om voor hun gezin te zorgen”, zei Mike Feuer, advocaat van de stad Los Angeles in een verklaring.

Schulman heeft de uitvoering van zijn bevel met 10 dagen uitgesteld om beroep mogelijk te maken, wat Lyft zei dat het zal doen. Volgens een woordvoerder van Lyft willen chauffeurs geen werknemers zijn.  Lyft in een verklaring. 

Lees ook: Vrij spel voor sociale uitbuiting en Uber in Antwerpen 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


Belastingdienst kijkt niet naar zzp- constructies taxichauffeurs

Wanneer je als consument geen kleding wil kopen afkomstig uit fabrieken in landen als Bangladesh, waar mensen werken onder zeer slechte arbeidsomstandigheden, laat je dan ook niet rondrijden door Uber. De afgelopen maanden hebben we veel ellende gezien bij ZZP’ers in de taxisector die voor Uber aan de slag waren voor de coronacrisis. 

Een herstart zit er voor voor veel chauffeurs niet meer in. Consumenten moeten massaal een halt toeroepen aan de werkwijze van Uber in Nederland door het bedrijf te negeren. Na antwoorden op vragen aan Minister Koolmees door leden van de Tweede Kamer zien we duidelijk dat ook het kabinet antwoorden ontwijkt wanneer het gaat om de werkwijze van het online boekingsplatform en de uitbuiting van Uber-chauffeurs. 

een waarschuwing vooraf

Laat ons in de eerste plaats duidelijk stellen dat veel taxichauffeurs Uber als de gedroomde uitkomst voor de problemen in de ZZP markt voor taxibedrijven zagen. Toen ik bij veel ondernemers waarschuwde over de gevolgen die op hen af kwamen keken ze me aan alsof ik van een andere planeet kwam en niet wist wat een moderne ondernemer zoekt. De consument heeft geen medelijden met de taxichauffeurs en wil zo goedkoop mogelijk van A naar B reizen, vooraf betalen en geen gedoe over tarieven.

Laat ons dat uit het Uber verhaal over houden en nu zelf aan de slag gaan. Ondanks alle waarschuwingen van vakbonden, loonbedrijven en de brancheorganisatie wisten de taxichauffeurs niet hoe snel ze voor het boekingsplatform aan de slag moesten gaan. Het leek er meer op dat de ‘oude’ sector niet wist waar het mee bezig was en dat het conservatief gedrag van de sector en branchevereniging verleden tijd was. 

in de steek gelaten

Het moderne Uber het was het nieuwe ondernemen  en elke ritopdracht was er een. Veel ritten met minimale inkomsten leverde toch iets meer op dan niets en tenslotte moet de leasewagen betaald worden. De coronacrisis deed gelukkig de ogen  opengaan van ondernemers die zich in de steek gelaten voelden door het machtige beursgenoteerde Uber. Terwijl FNV volop schreef aan het witboek over Uber,  wat de Amsterdamse wethouder van Verkeer en Vervoer Sharon Dijksma in ontvangst nam, raakten taxichauffeurs massaal in de problemen. Kamervragen volgen elkaar op en in alle landen lopen rechtszaken tegen de platform-economie die Uber heet. 

belastingdienst niet doelgericht bezig met zzp-constructies

Er is geen lijst met aangemerkte bedrijven of sectoren die mogelijk kwaadwillend optreden. De Belastingdienst doet over individuele belastingplichtigen geen uitspraak op grond van zijn geheimhoudingsplicht, dit geldt ook als het om Uber gaat. Er wordt door de Belastingdienst niet specifiek doelgroepgericht naar zzp- constructies bij taxichauffeurs gekeken. Toezicht op de loonheffingen bij taxichauffeurs vindt in het midden- en kleinbedrijf risicogericht plaats. 

Bij grote taxibedrijven vindt individuele klantbehandeling plaats, waar toezicht op de loonheffingen onderdeel van kan zijn. De uitkomsten van de beoordelingen van arbeidsrelaties voor de loonheffingen worden niet landelijk bijgehouden op het niveau van een specifiek beroep zoals taxichauffeurs.

volumebeperkende maatregelen

Minister Koolmees laat weten dat onder onafhankelijk voorzitterschap en begeleid door het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI) met gemeenten gesproken over de problemen op de taximarkt die gemeenten lokaal ervaren en de beschikbare instrumenten om daartegen op te treden. Om bijvoorbeeld problemen met betrekking tot overlast of openbare orde te voorkomen, kunnen gemeenten op grond van de Gemeentewet en de wegenverkeerswetgeving volumebeperkende maatregelen treffen, bijvoorbeeld door middel van slimme toegang. De Dienstenrichtlijn is niet van toepassing op diensten op het gebied van vervoer, zoals taxidiensten.

De inkomsten van individuele chauffeurs hangen af van veel verschillende factoren, waaronder de vraag of sprake is van loondienst of ondernemerschap. Een vorm van volumebeleid zal in beginsel geen gevolgen hebben voor de vraag naar taxivervoer, maar zal deze hooguit anders verdelen over de beschikbare taxichauffeurs. Een positief effect op het inkomen van de ene chauffeur zal in dat geval volgens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees een negatief effect betekenen op het inkomen van een andere chauffeur.

schijn van zelfstandigheid of dienstverband?

Het hoogste rechtscollege in Frankrijk ziet chauffeurs van digitale taxidienst Uber als werknemers. Het Franse Hof van Cassatie heeft in haar arrest geoordeeld dat wanneer een chauffeur contact maakt met het digitale platform van Uber, dat er sprake is van een relatie van ondergeschiktheid. De chauffeur wordt in dat geval aangemerkt als werknemer. Wat moet er dan in Nederland gebeuren om dezelfde uitspraken te doen en wat heeft Uber politiek geregeld om dit te voorkomen?

Voor zelfstandig ondernemerschap gaat op dat er een mogelijkheid moet zijn op een eigen klantenkring op te bouwen, dat er vrijheid moet zijn om eigen tarieven te bepalen en dat er vrijheid moet zijn om de voorwaarden te bepalen voor het verrichten van de diensten. Bij Uber-chauffeurs is hiervan geen sprake. Daarmee heeft dit arrest gelijkenissen met het Nederlandse stelsel en de elementen die Nederlandse rechters meewegen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. Hetzelfde geldt voor wetgeving in andere lidstaten.

geen Uber diensten buiten dienstverband

In algemene zin ervaren opdrachtgevers en hun opdrachtnemers op dit moment onvoldoende duidelijkheid in welke gevallen er sprake is van een dienstbetrekking. Het kabinet acht het van belang dat deze partijen, waaronder dus ook platformorganisaties en chauffeurs, meer duidelijkheid krijgen over de status van hun arbeidsrelatie. Daarom voert het kabinet een breed gesprek met relevante veldpartijen over de wijze waarop wordt gewerkt en in hoeverre bepaalde werkwijzen zich al dan niet lenen om buiten dienstbetrekking te werken.

uit het Uber-systeem gegooid

Op de vraag of Minister Koolmees  de mening deelt dat Uber-chauffeurs zeker moeten kunnen zijn van een fatsoenlijk inkomen, zeggenschap over hun werk(tijden) en duidelijkheid over wanneer en waarom men uit het Uber-systeem gegooid kan worden is het antwoord:

“De criteria arbeid, loon en gezag afkomstig uit het Burgerlijk Wetboek bepalen of er sprake is van een dienstbetrekking. Indien sprake is van een dienstbetrekking wordt de werknemer beschermd door het arbeidsrecht. Daarmee zijn onder andere de Wet minimumloon en de regels rondom het ontslagrecht uit het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Wanneer men als zelfstandige werkt (en er dus geen sprake is van een dienstbetrekking), kan geen aanspraak gemaakt worden op de bescherming van het arbeidsrecht.”

Lees ook: Vrij spel voor sociale uitbuiting en Uber in Antwerpen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Wouter Koolmees
Uber hoofdkantoor


Daadwerkelijke NOW uitbetalingen duren nog even

Het hoofddoel van de NOW is het behoud van werkgelegenheid. De ministeries van SZW en EZK werken zeer hard aan de door het kabinet aangekondigde maatregelen, zoals de NOW. Toch zal het nog even duren voor er daadwerkelijk middelen loskomen. De regels worden nu uitgewerkt, daarna dient de uitvoering ervan opgezet te worden en ten slotte dienen alle aanvragen verwerkt te worden.

Het kabinet neemt een aantal maatregelen om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) is één van die maatregelen. De NOW-regeling geldt per 1 maart 2020 en heeft de regeling werktijdverkorting vervangen. Hoewel de uitgewerkte NOW-regeling nog niet is gepubliceerd, geven de antwoorden op de Kamervragen al iets meer duidelijkheid over de inhoud van de regeling.

De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud kent andere voorwaarden dan de regeling werktijdverkorting (wtv-regeling) die op 17 maart is ingetrokken. Het kabinet wil graag meer werkgevers financieel tegemoetkomen en wil dit sneller doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Werkgevers kunnen onder de regeling een aanvraag indienen voor een substantiële tegemoetkoming in de loonkosten, en hiervoor van UWV een voorschot ontvangen. Bij de wtv-regeling werd de werkgever achteraf gecompenseerd.

Lees ook: Schoonmaak roept overheid op verplichtingen na te komen

Minister Koolmees




Gemeente kan zzp’ers alvast van een voorschot voorzien

Door de maatregelen tegen het coronavirus derven veel zelfstandige ondernemers, onder wie zzp’ers, inkomsten. Het kabinet ondersteunt hen met een tijdelijke regeling (Tozo), vooralsnog tot 1 juni 2020. Deze regeling voor zelfstandige ondernemers met financiële problemen wordt uitgevoerd door gemeenten.

Er zijn 2 vormen van ondersteuning mogelijk, de gemeente biedt voor maximaal 3 maanden inkomensondersteuning tot aan het sociaal minimum of er kan een lening voor bedrijfskapitaal worden aangevraagd. Uitgangspunt is een eenvoudige regeling die het mogelijk maakt dat gemeenten binnen 4 weken na aanmelding kunnen beschikken.

SZW werkt nu aan de regeling (AMvB) en verwacht uiterlijk 25 maart meer details te kunnen bieden. De regeling zelf is er dan nog niet, vanwege de procedures die eraan verbonden zijn. Dit kan nog enkele weken duren. De nieuwe tijdelijke regeling is geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en hangt onder de Participatiewet. SZW zal in de regeling waar mogelijk aansluiten op en verwijzen naar het Bbz zodat in ieder geval in eerste instantie zoveel mogelijk hetzelfde proces gevolgd kan worden.

uitkeren op grond van de regeling

De regeling is nog niet van kracht. Gemeenten kunnen aanvragen wel in behandeling nemen, maar nog niet beschikken. Gemeenten die zzp’ers alvast willen ondersteunen in afwachting van de nieuwe regeling, kunnen dit doen door het verlenen van een voorschot. Daarvoor kan de gewone voorschotbepaling uit de Participatiewet gebruikt worden (artikel 52 P-wet). Door de terugwerkende kracht van de tijdelijke regeling ontstaat dan later de grondslag voor het voorschot.

Hiervoor kunnen gemeenten gebruikmaken van het bestaande aanvraagformulier, inschrijving KvK, ID bewijs en bankafschriften en de bestaande beschikkingen en brieven. Voor de definitieve toekenning zal een nieuwe beschikking gemaakt moeten worden, want er komt een nieuwe onderliggende AMvB. De projectgroep (zie hierna) zal een modelbeschikking maken en via Divosa en de VNG onder de aandacht brengen bij gemeenten. 

terugwerkende kracht tot 1 maart

De regeling is vooralsnog voor 3 maanden en kent een looptijd tot 1 juni 2020. De regeling werkt terug tot 1 maart. Beoogd is daarmee de binnenkomst van de aanvragen te spreiden. Als aanvragen gespreid binnenkomen, ontlast dat de gemeente en worden de mensen met de hoogste nood als eerste geholpen. Er is geen ‘budgetlimiet’ of iets dergelijks. 

Lees ook: VNG: zzp’er kan terecht bij loket van eigen gemeente







VNG: zzp’er kan terecht bij loket van eigen gemeente

Het is voor veel zzp’ers uitkijken naar het loket en de eerste mogelijkheid om steun aan te vragen van de overheid. Door de gevolgen van de coronacrisis zijn veel ondernemers zwaar in de problemen gekomen. Volgens de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) kunnen gemeenten ervoor kiezen om een voorschot te geven. 

Via een versimpelde toets komen zijn in aanmerking voor bijstand. In grote steden in Nederland gaan vanaf vandaag loketten open waar zzp’ers die in de financiële problemen komen door de coronacrisis bijstand kunnen aanvragen. Daarbij vervalt onder meer de partnerinkomenstoets en de levensvatbaarheidstoets. Aanvragers worden nu volgens de herziene richtlijnen getoetst.

De uitwerking van het loket en de regeling laat echter nog enkele weken op zich wachten want de noodwet moet nog worden goedgekeurd door de Raad van State. Rotterdam maakte eerder bekend dat het aantal zzp’ers dat een aanvraag wil doen voor bijstand in een week tijd is vertienvoudigd. Ook in Amsterdam zijn al duizenden aanvragen binnengekomen. Gemeenten die hun nek al uitsteken voor de zelfstandigen doen dat vooralsnog op eigen initiatief.

De miljardensteun aan ZZP’ers en bedrijven op de juiste plek krijgen is een zware taak die de nu al geplaagde Belastingdienst en UWV erbij krijgen. Zoals bekend staan beide overheidsinstellingen reeds onder zware druk. De Tweede Kamer was net een onderzoek gestart naar de aanhoudende problemen bij het UWV en de Belastingdienst, de uitvoeringsorganisaties die zich in de afgelopen jaren opzichtig vertilden aan de taken die hen werden opgedragen. 

Lees ook: Maatregelen gaan piepen en kraken voor taxichauffeurs





Maatregelen gaan piepen en kraken voor taxichauffeurs

Een taxichauffeur die als zzp’er in de problemen is gekomen kan van de overheid een inkomen verwachten tot het sociaal minimum. De regeling voor zzp’ers gaat voorlopig voor drie maanden gelden. Het geld hoeft niet terugbetaald te worden en de vermogens- en parnertoets die normaal gesproken geldt, vervalt.

“Loop niet morgen naar uw gemeente. Er is tijd nodig om deze regeling netjes neer te zetten. Daar werken we keihard aan, we houden u op de hoogte.”, aldus Wouter Koolmees – Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ook overige zzp’ers die zonder opdrachten komen te zitten door de crisis, krijgen financiële hulp van de overheid.

“Zij zijn op de arbeidsmarkt de frontlinie in het geval van zwaar weer”, zei minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Die willen en zullen we niet in de kou laten staan.”

maatregelen om de cashflow op orde te houden

Op een persconferentie zei minister Hoekstra van Financiën dat de maatregelen alleen al de komende drie maanden 10 tot 20 miljard euro gaan kosten. Een belangrijke maatregel in een fors pakket aan om bedrijven in moeilijkheden tegemoet te komen is dat de komende drie maanden nog geen belasting betaald dient te worden.

Op deze manier kan wellicht de cashflow op orde komen om deze moeilijke periode te overbruggen. Getroffen ondernemers kunnen uitstel van belasting aanvragen, zonder meteen bewijsmateriaal mee te sturen, en de invordering stopt dan direct. Minister Hoekstra waarschuwde dat alle maatregelen toch gaan ‘piepen en kraken’ , want iedereen is er zich van bewust dat er problemen gaan ontstaan bij veel bedrijven, ondanks de steun van de overheid.

werktijdverkorting

Normaal gesproken maken elk jaar maar een paar honderd bedrijven gebruik van de mogelijkheid om een tijdelijke WW-uitkering aan te vragen voor medewerkers voor wie geen werk meer is. De afgelopen dagen hebben al bijna 78.000 bedrijven dat gedaan, als gevolg van de crisis

De mogelijkheden voor werkgevers om werktijdverkorting voor hun personeel aan te vragen worden fors verruimd en de uitkeringen gaan omhoog. Tot nu neemt de overheid tot maximaal 75 procent van het salaris over, in de nieuwe regeling wordt dat maximaal 90 procent. Niet ieder bedrijf kan de deeltijd-WW aanvragen. Voorwaarde is dat de omzet met minstens 20 procent is gedaald.

noodloket met 4000 euro per bedrijf

Er komt een noodloket, waar de zwaarst getroffen bedrijven direct 4000 euro kunnen krijgen om de grootste nood te ledigen. Dat geld voor alle sectoren, zoals de horeca, maar ook de reisbranche en de culturele sector.

Lees ook: Veel taxibedrijven overleven de coronacrisis financieel niet







DriveMe, van chauffeursbedrijf naar technologiebedrijf

De huidige chauffeursbedrijven blijven ‘gewoon’ bestaan maar Jeroen van der Kamp, DGA van de bedrijvengroep Rent A Bob en E-Drivers, wil  langzaamaan de shift maken van chauffeursbedrijf naar technologiebedrijf. 

Met DriveMe presenteert het bedrijf een nieuw platform waar opdrachtgevers en privéchauffeurs elkaar kunnen treffen en met elkaar op pad kunnen gaan. Het platform faciliteert de overeenkomst, de betalingen en desgewenst verzekeringen. 

Het platform DriveMe heeft geen chauffeurs in dienst maar speelt ‘slechts’ een bemiddelende rol met als gevolg dat de tarieven voor privéchauffeurs scherper zijn dan ooit.

“We hebben het kindje deze week klaargezet voor lancering, maar we weten niet waar het gaat landen. Geen idee ook zelfs. Dat maakt het spannend, onzeker, gaaf en chaotisch, maar voornamelijk inspirerend omdat we het geluk hebben dit project met een aantal zeer slimme mensen te mogen realiseren”, aldus Jeroen van der Kamp.

Met DriveMe sluit je niet meer achter het stuur in de file aan. Integendeel, je gaat op de achterbank zitten en werken. En met DriveMe ga je ook niet meer zelf naar huis rijden na een lekker diner. Je plaatst je rit op het digitale prikbord, je wacht even tot de chauffeurs zich aan hebben gemeld en je kiest de chauffeur die het beste bij jouw wensen past.

Hoe werkt het nieuwe systeem?

Een opdrachtgever kan zijn ritaanvraag op het digitale prikbord plaatsen. Wanneer de chauffeur de rit wil rijden kan hij dit kenbaar maken door een reactie achter te laten. De opdrachtgever kan daarna de chauffeur uitkiezen die het beste bij zijn wensen past. Wanneer de chauffeur wordt gekozen dan zorgt DriveMe voor de totstandkoming van de opdrachtovereenkomst.

Beoordeling belangrijk voor de chauffeur.

Als chauffeur heb je de mogelijkheid om binnen het platform te groeien aan de hand van ervaring en beoordelingen. Na de rit geeft de opdrachtgever een beoordeling over de chauffeur, representativiteit, stiptheid, routekennis en uiteraard rijvaardigheid. Andere opdrachtgevers zien uiteindelijk deze beoordeling dus het is erg belangrijk om bij iedere rit een topprestatie neer te zetten. 

Lees ook: 

Chauffeurs kunnen ook met een DigiD online een Verklaring Omtrent Gedrag aanvragen

DriveMe privéchauffeur


Meeste faillissementen in het vervoer

Vorige maand gingen 270 ondernemingen ten onder, tegenover 268 in juni. Er zijn in juli 2 bedrijven meer failliet verklaard dan in juni, meldt het CBS. De faillissementen trend is afgelopen jaren redelijk vlak.

Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag bekendgemaakt. Het aantal bedrijven wat failliet ging in de voorbije twee jaar is stabiel; rond de 250 per maand. Alleen afgelopen december was met 328 bedrijven een uitschieter.

Wereldwijd zullen dit jaar meer bedrijven failliet gaan dan in 2018, schrijft kredietverzekeraar Atradius. Reden voor het stijgende aantal is de aanhoudende onzekerheid in de internationale handel. In totaal zal het aantal faillissementen wereldwijd met 2,8 procent stijgen.

In mei 2013 piekte het aantal uitgesproken faillissementen, voor zittingsdagen gecorrigeerd. Daarna is er tot september 2017 sprake van een dalende trend. Na september 2017 is de trend redelijk vlak. Het aantal faillissementen bereikte in september 2018 het laagste niveau sinds 2001. Daarna wisselden perioden met stijgingen en dalingen elkaar af.

Aantal faillissementen blijft stabiel

Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen zijn er in juli 311 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Van alle bedrijfstakken had de handel het grootste aantal bedrijven wat failliet ging, namelijk 79. Relatief gezien werden er in juli de meeste faillissementen uitgesproken in de sector vervoer en opslag.

Nederland telt in totaal circa 340.000 bedrijven (eenmanszaken niet meegeteld).

Wat doet CBS?

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Lees ook: Veel franchisenemers gaan failliet, openlijk vragen over de franchise formules

ZZP in moeilijkheden

Aantal taxibedrijven in Nederland bijna verdubbeld in amper vijf jaar tijd

In de afgelopen vijf jaar is het aantal taxibedrijven verdubbeld, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Dat zijn voornamelijk chauffeurs die voor zichzelf werken. De komst van Uber en de relatief hoge taxitarieven in Nederland kunnen hiervoor een verklaring zijn.

Het aantal taxibedrijven is in de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld. Het grootste deel van de groei vond de afgelopen twee jaar plaats. De stijging kwam volledig voor rekening van taxibedrijven met één werkzame persoon. Met name in Amsterdam ging het aantal taxibedrijven hard omhoog. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Uber op de Nederlandse taximarkt.

De forse toename van zelfstandige taxichauffeurs heeft mede te maken met de toetreding van Uber op de Nederlandse taximarkt. De Amerikaanse taxi-app werd in 2012 in Nederland geïntroduceerd, en brak na de introductie van het goedkopere Uber X format in 2015 ook daadwerkelijk door. Veel van deze taxichauffeurs hebben naast het Uber baantje vaak een andere baan of werken zelfs voor een ander taxibedrijf.

Taxichauffeurs kunnen de laatste jaren werken via online diensten die chauffeurs en reizigers via een app met elkaar in contact brengen. Bovendien is op 1 januari 2016 de taxiwet gewijzigd, waardoor het eenvoudiger is geworden om taxiondernemer te worden.

Nederland scoort slecht wat tarieven betreft.

Van taxichauffeurs is men gewoon dat ze altijd klagen over inkomsten en de regelgeving. Toch is Nederland een van de duurste landen van Europa wanneer het om de meterprijzen gaat. In een vergelijking van taxiprijzen door Deutsche Bank staat Amsterdam na het Zwitserse Zürich op de tweede plaats. Voor een rit van acht kilometer in de hoofdstad moet zo’n € 24 worden betaald.

Omdat met een start-, tijd- en kilometertarief wordt gewerkt zijn korte ritten naar verhouding altijd prijziger dan langere. In Nederland, waar de overheid jaarlijks de taxiprijzen vaststelt, geldt momenteel een starttarief van maximaal € 3,19, een kilometertarief van maximaal € 2,35 en een tijdtarief van maximaal € 0,39 per minuut.

Lees ook:
Veel franchisenemers gaan failliet, openlijk vragen over de franchise formules

Regels arbeids- en rusttijden voor het taxivervoer voor zelfstandigen afwijkend

Oneerlijke concurrentie door taxibedrijven die frauderen met gegevens van ritten en arbeids- en rusttijden moeten worden opgespoord door het controleren van de BCT (boordcomputer taxi). Dit vergroot de veiligheid van het taxivervoer. Wanneer  een zzp’er de rij- en rusttijden overtreedt, heeft hij het écht te bont gemaakt.

Arbeids- en rusttijden voor het taxivervoer.

Voor werknemers zijn de pauzetijden door de wetgever als volgt vastgelegd, 30 minuten bij meer dan 5,5 uur arbeid (eventueel 2×15 minuten), 45 minuten bij meer dan 10 uur arbeid (eventueel 3×15 minuten) of bij collectieve regeling is afwijking mogelijk tot: 15 minuten bij meer dan 5,5 uur arbeid.

Rusttijd is ‘helemaal niet werken’

Kleine zelfstandigen (ZZP) daarentegen moeten slechts 15 minuten bij meer dan 5,5 uur arbeid nemen. De dagelijkse rusttijd tussen de diensten door is minimaal 10 uur aaneengesloten per 24 uur. De enige afwijking is verkort, 8 uur aaneengesloten (maximaal 2x in iedere periode van 14×24 uur).

“De regels voor zzp’ers worden simpel”, legt Jantine Vochteloo van KNV Taxi uit. “Je hebt straks een minimale pauze en een minimale dagelijkse en wekelijkse rust. Het maakt niet uit of iemand ‘s nachts werkt, of overdag, of op zondag. Verder komt de maximering rijtijd te vervallen.”

Indien er afspraken zijn tussen werknemer en de werkgever mag een ongelimiteerd aantal nachtdiensten gedraaid worden. Wanneer die afspraken er niet zijn, gelden de huidige regels. Dus maximaal 52 nachtdiensten per 16 weken. Of 140 nachtdiensten per 52 weken. Of 38 nachturen per twee weken. En maximaal 39 zondagen per jaar. 

“Maar nogmaals, als er afspraken gemaakt worden tussen werkgever en werknemer dan gelden maximaal dezelfde regels als bij zzp’ers. Dus geen limiet”, benadrukt Vochteloo.