Categorie archieven: Buitenland

Oude veiligheidsregel: experts noemen gebruik gevarendriehoek ronduit gevaarlijk

Minister grijpt in na alarmerende cijfers over pechstrook, zwaailicht mogelijk nieuwe standaard op Belgische wegen.

De gevarendriehoek, jarenlang een vaste waarde in de koffer van elke automobilist, verdwijnt vanaf de zomer van 2027 uit de lijst van verplichte veiligheidsuitrusting. Dat heeft federaal mobiliteitsminister Jean-Luc Crucke aangekondigd in De Kamer. De maatregel maakt deel uit van de nieuwe Wegcode, die op 1 juni 2027 in werking treedt. Volgens de minister is het gebruik van de klassieke driehoek niet langer van deze tijd en brengt het zelfs onnodige risico’s met zich mee.

Vandaag is de gevarendriehoek nog verplicht bij pech of een ongeval. Bestuurders moeten die langs de autosnelweg op 100 meter van hun voertuig plaatsen, en op andere wegen op ongeveer 30 meter. Wie dat niet doet, riskeert een boete van 58 euro. Toch blijkt uit de praktijk dat die verplichting steeds vaker ter discussie staat. Niet alleen politici, maar ook politiemensen en verkeersveiligheidsexperts trekken aan de alarmbel.

draagbaar knipperlicht

Volgens Crucke volstaat het in de toekomst om bij pech de vier richtingaanwijzers in te schakelen. “Vanaf 1 juni 2027, wanneer de nieuwe Wegcode in werking treedt, zal het volstaan om bij een defect voertuig alle richtingaanwijzers te gebruiken”, aldus de minister. Alleen wanneer dat technisch niet mogelijk is, blijft een alternatief verplicht, zoals een gevarendriehoek of een ander draagbaar knipperlicht.

De belangrijkste reden voor deze koerswijziging is de veiligheid van de bestuurder zelf. Het uitstappen op een drukke weg of autosnelweg om een gevarendriehoek te plaatsen, brengt immers aanzienlijke risico’s met zich mee. Een ervaren agent van de federale wegpolitie bevestigt in de lokale media dat beeld en spreekt klare taal. “Val je met de auto in panne langs de snelweg, druk dan die rode knop in waarmee je alle richtingaanwijzers laat knipperen. En maak vervolgens dat je zo snel mogelijk achter de vangrail gaat staan”, beklemtoont hij. 

Cijfers van het Vlaams Agentschap Wegen en Verkeer onderstrepen het gevaar. Jaarlijks gebeuren er in Vlaanderen tussen de vijf en de tien zware ongevallen op de pechstrook, met doden of zwaargewonden tot gevolg. Dat maakt van de pechstrook een van de meest risicovolle plekken op de weg, ondanks de indruk dat die zone net bedoeld is voor veiligheid.

Foto: © Pitane Blue – V16 noodlicht

Ook verkeersveiligheidsinstituut VIAS schaart zich achter de beslissing om de verplichting af te schaffen. Tegelijk kijkt de organisatie naar alternatieven die de zichtbaarheid van gestrande voertuigen kunnen verbeteren. Woordvoerder Stef Willems verwijst daarbij naar Spanje, waar sinds kort een nieuw systeem geldt. Dat draagbare zwaailicht wordt op het dak van het voertuig geplaatst en moet andere weggebruikers sneller en duidelijker waarschuwen. Volgens VIAS heeft het systeem een belangrijk voordeel ten opzichte van de klassieke knipperlichten.

evaluatie

Minister Crucke houdt de deur op een kier voor dergelijke innovaties, maar wil voorlopig geen overhaaste beslissingen nemen. Omdat Spanje het systeem pas sinds begin dit jaar verplicht heeft ingevoerd, wacht hij eerst de evaluatie van die maatregel af. Pas daarna zal worden bekeken of een gelijkaardige oplossing ook in België kan worden ingevoerd.

De afschaffing van de gevarendriehoek markeert hoe verkeersveiligheid evolueert met de tijd en met nieuwe inzichten. Wat ooit als een essentieel hulpmiddel werd beschouwd, blijkt vandaag in sommige situaties net een extra risico te vormen. De nadruk verschuift daardoor steeds meer naar het beschermen van de bestuurder zelf, in plaats van hem bloot te stellen aan gevaarlijke handelingen langs de weg.

GTL waarschuwt: taxisector slaat alarm over plannen patiëntenvervoer

Taxi’s vrezen verlies van cruciale ritten door nieuwe regels, conceptnota zou sector buitenspel zetten.

De Nationale Groepering van Ondernemingen actief in de taxisector, kortweg GTL, luidt de alarmbel over de plannen rond het niet-dringend zittend patiëntenvervoer. Aanleiding is de conceptnota die op 27 mei 2026 werd ingediend in het Vlaams Parlement door onder meer Tomas Roggeman en Bert Maertens. Volgens de sector dreigt de voorgestelde aanpak veel verder te gaan dan wat juridisch noodzakelijk is na een belangrijk arrest van het Grondwettelijk Hof.

Dat arrest, met nummer 171/2025, maakte duidelijk dat niet alle vormen van patiëntenvervoer zomaar onder de klassieke taxiregels kunnen vallen. Concreet stelde het Hof dat vervoer dat gebeurt op medische aanwijzing én onder begeleiding van gekwalificeerd personeel, niet zomaar gelijkgesteld mag worden met traditioneel taxivervoer. Voor GTL vormt dat een duidelijke en logische basis om de regelgeving bij te sturen.

stevige kritiek

De organisatie benadrukt dat zij die redenering onderschrijft. Het lijkt volgens de taxisector vanzelfsprekend dat er voor deze specifieke categorie van vervoer een apart juridisch kader wordt uitgewerkt. Tegelijk klinkt er stevige kritiek op de manier waarop de conceptnota dit principe vertaalt naar beleid. Volgens GTL wordt het begrip patiëntenvervoer in de tekst veel ruimer geïnterpreteerd dan wat het Grondwettelijk Hof voor ogen had.

Waar het Hof zich expliciet beperkt tot situaties waarin medische begeleiding noodzakelijk is, schuift de conceptnota volgens de sector een bredere benadering naar voren. Daarbij lijkt de zorgbehoefte van de gebruiker centraal te staan, los van de vraag of er effectief medische begeleiding vereist is. Dat verschil is volgens GTL cruciaal en kan verregaande gevolgen hebben voor de praktijk.

De organisatie vreest dat door deze ruime invulling een aanzienlijk deel van het huidige niet-dringend zittend vervoer buiten het toepassingsgebied van het Taxidecreet zou vallen. Dat zou betekenen dat tal van ritten die vandaag probleemloos door taxi-ondernemingen worden uitgevoerd, plots onder een ander en mogelijk zwaarder regime terechtkomen. Nochtans benadrukt de sector dat dit vervoer vandaag al veilig, kwaliteitsvol en kostenefficiënt gebeurt.

Het gaat daarbij om een brede waaier aan vervoersopdrachten die voor veel patiënten essentieel zijn in hun dagelijkse zorgtraject. Denk aan ritten van en naar dialysecentra, vervoer van oncologische patiënten, trajecten naar consultaties en dagziekenhuizen, en verplaatsingen naar revalidatiecentra. Ook aangepast vervoer voor personen met een mobiliteitsbeperking en een aanzienlijk deel van het rolstoelvervoer vallen volgens GTL onder deze categorie.

Foto: © Pitane Blue – taxistandplaats

Ondanks de kritische toon benadrukt GTL dat de taxisector bereid blijft om constructief mee te denken. De organisatie geeft aan open te staan voor overleg met alle betrokken partijen om tot een werkbare en evenwichtige oplossing te komen die zowel juridisch correct als praktisch haalbaar is.

Volgens de taxisector is het huidige onderscheid tussen vervoer mét en zonder medische begeleiding helder, objectief en bovendien makkelijk controleerbaar. Dat maakt het volgens hen een solide basis voor regelgeving. GTL pleit er dan ook voor om de aanpassing van het Taxidecreet strikt te beperken tot wat het Grondwettelijk Hof heeft aangegeven. Enkel vervoer dat daadwerkelijk gebeurt op medische aanwijzing en onder begeleiding van gekwalificeerd personeel zou buiten het bestaande kader moeten vallen.

centrale rol

Daarnaast vraagt de sector expliciet dat het beleidsdomein Mobiliteit een centrale rol blijft spelen in de verdere uitwerking van de regels. Niet dringend zittend patiëntenvervoer is volgens GTL immers niet uitsluitend een zorgkwestie, maar in belangrijke mate ook een mobiliteitsvraagstuk. Het toekomstige kader moet rekening houden met de rol van taxi-ondernemingen, aanbieders van aangepast vervoer en andere spelers binnen het mobiliteitslandschap.

De organisatie uit ook bezorgdheid over mogelijke bijkomende maatregelen die volgens haar weinig meerwaarde bieden voor de patiënt, maar wel aanzienlijke kosten met zich kunnen meebrengen. Zo wordt gewaarschuwd voor een doorgedreven medicalisering van vervoer en voor de invoering van nieuwe voertuigcategorieën met specifieke uiterlijke kenmerken. Dergelijke ingrepen zouden volgens GTL de uitgaven voor gebruikers, mutualiteiten en de overheid fors kunnen doen stijgen, zonder dat daar een duidelijke verbetering van de dienstverlening tegenover staat.

Lijn 666 op de Poolse wegen keert terug: rit naar hel opnieuw te boeken

De opvallende buslijn met het nummer 666 keert terug op de Poolse wegen.

Vervoersmaatschappij Flixbus blaast de omstreden route nieuw leven in en laat reizigers binnenkort opnieuw plaatsnemen voor een rit richting de kustplaats Hel. Daarmee wordt een oude, spraakmakende verbinding in ere hersteld die in het verleden zowel nieuwsgierigheid als verontwaardiging opriep.

‘Highway to Hell’

De lijn, die eerder werd geëxploiteerd door de lokale vervoerder PKS Gdynia, kreeg internationale aandacht vanwege de beladen combinatie van het lijnnummer en de eindbestemming. De naam Hel, samen met het getal 666, zorgde voor een bijna symbolische verwijzing naar de uitdrukking ‘Highway to Hell’. Juist dat element maakte de route geliefd bij toeristen en zorgde tegelijkertijd voor kritiek vanuit religieuze hoek.

In 2023 kwam er abrupt een einde aan de originele nummering van de lijn. Onder druk van protesten werd besloten het lijnnummer te wijzigen naar 669. Vooral een Poolse religieuze groepering liet van zich horen en beschuldigde het busbedrijf ervan satanisme te verspreiden. Het getal 666 wordt in de Bijbel immers gezien als het getal van de antichrist, wat voor veel gelovigen zwaar weegt.

De impact van de aanhoudende kritiek bleek groot genoeg om het vervoersbedrijf tot actie te dwingen. Een woordvoerder verklaarde destijds: “De directie bezweek onder de stroom brieven en verzoeken die ons werden toegestuurd, misschien niet in grote aantallen, maar wel gedurende vele jaren, met het verzoek om het lijnnummer te wijzigen”. Daarmee leek het hoofdstuk van lijn 666 definitief gesloten.

opvallende nummering

Toch kiest Flixbus er nu voor om de beslissing terug te draaien. Volgens het bedrijf speelt niet alleen nostalgie een rol, maar vooral de kracht van herkenbaarheid en marketing. Woordvoerder Aleksander Kalenik is daar helder over: “Het getal 666 is bewust gekozen als marketinginstrument om de zichtbaarheid van de verbinding op de populaire vakantieroute naar Hel te vergroten”. Met die uitspraak maakt Flixbus duidelijk dat de opvallende nummering juist wordt gezien als een manier om de route extra onder de aandacht te brengen.

In 2023 wijzigde PKS Gdynia het lijnnummer van 666 naar 669 na klachten/protesten vanuit religieuze/conservatieve hoek, omdat 666 als “duivels getal” werd gezien. Tegenwoordig leeft “666 to Hel” vooral voort als cultfenomeen — met een nieuwe 666-lijn van FlixBus in 2026.

Illustratie: © Pitane Flixbus – lijn 666

De komende periode zal moeten blijken hoe het publiek reageert op de terugkeer van deze bijzondere route. Eén ding staat vast: de reis naar Hel krijgt opnieuw een lading die verder gaat dan alleen de bestemming.

De herintroductie van lijn 666 betekent dat reizigers zich opnieuw kunnen wagen aan de lange tocht van Krakau naar de noordelijke kust. De rit duurt ongeveer dertien uur en voert passagiers dwars door Polen, van het zuiden naar het uiterste puntje aan de Baltische Zee. Hel, gelegen op een smalle landtong, staat bekend als een geliefde vakantiebestemming, vooral in de zomermaanden.

reacties

De keuze om de route opnieuw onder het beruchte nummer te laten rijden, zal ongetwijfeld opnieuw reacties oproepen. Waar de ene reiziger het ziet als een ludieke knipoog en een unieke ervaring, kan het bij anderen nog altijd gevoelig liggen. De eerdere protesten laten zien dat symboliek en religieuze overtuigingen een grote rol kunnen spelen in ogenschijnlijk alledaagse zaken zoals een buslijn.

Voor Flixbus lijkt de afweging echter duidelijk: de aantrekkingskracht van de opvallende combinatie van naam en nummer weegt zwaarder dan de mogelijke controverse. Met de herintroductie van lijn 666 zet het bedrijf in op zichtbaarheid, herkenning en een vleugje sensatie.

Caribische eilanden leven van import: schokkende cijfers over voedselvoorziening

Lokale boeren bieden onverwachte redding voor Caribisch voedselprobleem, vooral eieren en groenten bieden perspectief voor toekomst.

De voedselvoorziening op de Caribische eilanden van het Koninkrijk staat onder druk door een grote afhankelijkheid van import. Dat blijkt uit een uitgebreide nulmeting naar lokale voedselproductie op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten. Tegelijkertijd laat het rapport zien dat lokale productie, hoewel nog beperkt, wel degelijk een rol speelt en zelfs in sommige sectoren verrassend groot is.

De studie, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, schetst een helder maar ook kwetsbaar beeld. De eilanden zijn door hun ligging, beperkte ruimte en klimaat sterk aangewezen op internationale handelsstromen. “Import vormt daarbij het logische fundament van de voorziening”, zo staat in de samenvatting van het rapport. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat lokale productie een steeds belangrijkere aanvulling vormt, vooral als het gaat om stabiliteit en beschikbaarheid van voedsel.

grote verschillen

De mate waarin eilanden zichzelf kunnen voorzien van voedsel loopt sterk uiteen. Zo is Sint Maarten met slechts 0,72 procent vrijwel volledig afhankelijk van import, terwijl Sint Eustatius met 13,88 procent nog het meest zelfvoorzienend is. Curaçao en Bonaire zitten daar tussenin met respectievelijk 8,78 en 8,25 procent. Aruba blijft steken op 6,57 procent en Saba op 4,62 procent.

Deze cijfers laten zien dat volledige onafhankelijkheid van import voorlopig niet realistisch is. Toch nuanceert het rapport het beeld dat lokale productie nauwelijks iets voorstelt. Voor bepaalde productgroepen blijkt de bijdrage namelijk aanzienlijk hoger te liggen.

Vooral de productie van eieren valt op. Meer dan de helft van de vraag, namelijk 52,32 procent, wordt lokaal geproduceerd. Ook groenten en vis laten met ongeveer 13 procent een bescheiden maar betekenisvolle bijdrage zien. Fruit, vlees en zuivel blijven daarentegen sterk achter met respectievelijk 1,48 procent, 1,39 procent en zelfs slechts 0,26 procent.

Volgens het rapport heeft dat te maken met de fysieke beperkingen van de eilanden. Voor producten als zuivel en vlees zijn de omstandigheden simpelweg minder geschikt, waardoor opschaling moeilijk is. Voor groenten, fruit en eieren liggen er daarentegen meer kansen.

Foto: Pitane Blue – Aloe Vera Plantage Curaçao

Een ander opvallend punt is hoe kwetsbaar de voedselvoorziening in de praktijk is. De eilanden beschikken gemiddeld over slechts 3,4 dagen voorraad als alleen naar import wordt gekeken. Lokale productie voegt daar gemiddeld één dag aan toe, en kan in sommige gevallen zelfs zorgen voor een verdubbeling van de beschikbare buffer. Dat betekent dat verstoringen in de aanvoer, bijvoorbeeld door logistieke problemen of internationale crises, snel gevolgen kunnen hebben. Juist daarom wordt lokale productie gezien als een belangrijke factor voor meer veerkracht.

informele productie

De onderzoekers benadrukken dat de cijfers met enige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Niet alle productie is namelijk goed geregistreerd. Vooral kleinschalige en informele productie, zoals eigen moestuinen of kleinschalige visserij, blijft grotendeels buiten beeld. Toch is het aannemelijk dat deze vormen van productie wel degelijk bijdragen aan de voedselvoorziening. Om toch een betrouwbaar beeld te krijgen, is gebruikgemaakt van een rekenmethode op basis van beschikbare gegevens en referentiewaarden. Daarmee ontstaat een consistent, maar indicatief overzicht van de situatie.

De conclusie van het rapport is duidelijk: volledig zelfvoorzienend worden is geen realistisch doel voor de eilanden. De focus moet liggen op slimme versterking van sectoren waar groei wél mogelijk is. Daarbij spelen niet alleen productie, maar ook factoren als landgebruik, water en energie een grote rol. Lokale voedselproductie vraagt namelijk om schaarse middelen. Meer produceren betekent automatisch meer druk op land, water en energie. Dat maakt het noodzakelijk om keuzes te maken in wat lokaal wordt geproduceerd en hoe dat gebeurt. De nulmeting vormt daarmee een startpunt voor toekomstig beleid. Door de cijfers periodiek te herhalen, kunnen ontwikkelingen worden gevolgd en kan beter worden ingespeeld op kansen en risico’s.

Grote politieactie: twee vuurwapens ontdekt op toilet van Flixbus

Mysterieuze wapenvondst in flixbus blijft zonder verdachten.

Een Flixbus die zaterdag over de E40 richting de kust reed, is na een grootschalige politieactie bij Snellegem uiteindelijk vrijgegeven. Dat bevestigt de federale politie. Opmerkelijk detail: hoewel er twee vuurwapens aan boord werden aangetroffen, werd geen enkele passagier opgepakt. De bus kon later op de dag zijn reis gewoon verderzetten met alle inzittenden.

De opmerkelijke situatie ontstond rond 11 uur in de voormiddag, toen de chauffeur alarm sloeg nadat hij wapens had opgemerkt in het voertuig. Niet veel later werd de bus door de wegpolitie aan de kant gezet, zo’n 700 meter voor de afrit van Jabbeke. De interventie gebeurde in de rijrichting naar de kust en trok meteen veel aandacht van voorbijrijdend verkeer.

geen risico

Agenten waren snel ter plaatse en namen geen enkel risico. Alle passagiers moesten de bus verlaten en werden op de pechstrook grondig gefouilleerd. Tegelijkertijd werd ook de bagage van iedereen minutieus doorzocht. Tijdens die controle stootten de speurders uiteindelijk op twee vuurwapens, die verstopt bleken te zitten op het toilet van de bus.

Uit voorzorg werd ook de ontmijningsdienst DOVO opgeroepen om de aangetroffen wapens te onderzoeken. Die bleken in plastic gewikkeld te zijn. Over de herkomst of het mogelijke doel van de wapens is voorlopig niets bekendgemaakt. Het onderzoek naar de zaak loopt nog steeds en moet duidelijk maken wie verantwoordelijk is voor het achterlaten van de vuurwapens.

Foto: Pitane Blue – Flixbus

De bus zelf moest lange tijd ter plaatse blijven voor verder onderzoek, terwijl de passagiers tijdelijk naar een andere locatie werden overgebracht. Pas iets voor 17 uur kwam er groen licht en werd het voertuig vrijgegeven. Alle reizigers konden daarna opnieuw instappen en hun traject voortzetten.

Dat er geen enkele verdachte werd opgepakt, hoeft volgens de federale politie niet te verbazen. “Zo’n FlixBus is zoals een internationale trein”, legt Berger uit tegenover de nieuwsdienst VRT NWS. “Het kan goed zijn dat er iemand eerder al was op- of afgestapt.” Daarmee wordt gesuggereerd dat de wapens mogelijk door iemand zijn achtergelaten die niet langer aan boord was op het moment van de controle.

politieactie

De politieactie had intussen ook een grote impact op het verkeer op de E40. Door de gedeeltelijke afsluiting van de snelweg richting kust ontstonden lange files. Heel wat automobilisten stonden geruime tijd stil of moesten stapvoets aanschuiven. De brandweer van Brugge kwam ter plaatse om water uit te delen aan gestrande weggebruikers, die door de vertragingen in de warmte vastzaten.

Volgens het Vlaams Verkeerscentrum werd de snelweg rond 16.10 uur opnieuw vrijgegeven en kon het verkeer zich geleidelijk herstellen. Ondanks de heropening bleef het nog enige tijd druk op het traject.

Hoewel de situatie uiteindelijk zonder arrestaties werd afgehandeld, blijft het incident vragen oproepen. Hoe de vuurwapens precies in de bus zijn beland en van wie ze zijn, maakt deel uit van het lopende onderzoek. Voorlopig blijft het dus gissen naar de achtergrond van deze opvallende vondst op een drukke internationale busverbinding.

Groter dan je denkt: Manneken Pis blijft klein maar trekt miljoenen bezoekers

Het beroemdste jongetje van Brussel verovert nog altijd harten, toeristen blijven massaal komen voor plassend beeldje.

Wie Brussel voor het eerst bezoekt en koers zet richting Manneken Pis, verwacht vaak een monument van formaat. Iets dat de grandeur van een hoofdstad weerspiegelt, een beeld dat oprijst op een ruim plein en indruk maakt nog voor men dichtbij komt. De realiteit is anders. In een smalle straat, omringd door chocoladewinkels, wafelkramen en souvenirzaken, staat een klein jongetje dat onverstoorbaar zijn behoefte doet. Toeristen verdringen zich, smartphones in de aanslag, om het tafereel vast te leggen.

relativering en humor

Juist dat contrast vormt de aantrekkingskracht van Manneken Pis. Het beeld dankt zijn status niet ondanks zijn bescheiden afmetingen, maar precies dankzij die kleinschaligheid. Het sluit naadloos aan bij het karakter van Brussel, een stad die een belangrijke rol speelt als hoofdstad van België en Europa, maar tegelijkertijd bekendstaat om haar gevoel voor relativering en humor.

Manneken Pis is uitgegroeid tot veel meer dan een verplichte tussenstop voor bezoekers op weg naar de Grote Markt. Het beeld staat symbool voor de eigenzinnigheid van de stad. De Stad Brussel omschrijft hem treffend als “een symbool van de rebelse geest van de stad.” Die reputatie wordt versterkt door een opmerkelijke traditie: de garderobe van het beeld. Met honderden kostuums en een aankleedritueel dat teruggaat tot minstens de zeventiende eeuw, wordt het jongetje ongeveer de helft van het jaar in verschillende outfits gehuld.

Die traditie maakt van Manneken Pis geen statisch monument, maar een levend onderdeel van de Brusselse cultuur. Bij feestdagen, herdenkingen, diplomatieke bezoeken en culturele evenementen krijgt het beeld een passend kostuum aangemeten. De GardeRobe MannekenPis laat zien hoe deze verzameling is uitgegroeid tot een indrukwekkend erfgoed. Jaarlijks komen er volgens het museum nog altijd twintig tot dertig nieuwe kostuums bij, waarmee het verhaal van het beeld voortdurend wordt aangevuld.

Manneken Pis bewijst dat een monument geen indrukwekkende afmetingen nodig heeft om een blijvende indruk achter te laten. Soms is het juist het kleine, onverwachte dat een stad het beste vertegenwoordigt. Brussel heeft geen imposant standbeeld nodig om zich te profileren. Een ondeugend jongetje dat al eeuwenlang zijn gang gaat, blijkt meer dan voldoende om miljoenen mensen te blijven fascineren.

Foto: © Pitane Blue – aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt.

Het 55,5 cm grote ventje op een sokkel is geplaatst aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt. Het is een replica uit 1966 van een creatie van Hiëronymus Duquesnoy uit 1619.

Toeristisch gezien blijft Manneken Pis een opmerkelijk fenomeen. Vrijwel niemand kiest Brussel als bestemming uitsluitend om dit kleine bronzen beeld te bewonderen. Toch staat het bij bijna iedere bezoeker op de lijst. Dat is de paradox van iconische plekken: hun betekenis overstijgt hun fysieke omvang. Waar de Eiffeltoren symbool staat voor Parijs, vervult Manneken Pis een vergelijkbare rol voor Brussel, zij het op een typisch Belgische manier. Niet door grootsheid of macht, maar door speelsheid en een vleugje absurdisme.

miljoenen bezoekers

De populariteit van het beeld sluit aan bij de bredere aantrekkingskracht van de stad. Brussel trekt jaarlijks miljoenen bezoekers en heeft herkenbare symbolen nodig die de identiteit van de stad tastbaar maken. Manneken Pis vervult die rol moeiteloos. Het beeld is toegankelijk, begrijpelijk en laagdrempelig. Bezoekers hoeven geen uitgebreide uitleg of historische kennis te hebben. Eén blik volstaat om een glimlach op te roepen en een herinnering vast te leggen.

Tegelijkertijd klinkt er ook kritiek. Sommigen vinden het beeld overgewaardeerd en wijzen op de drukte en commercialisering van de omgeving. Het zou niet meer zijn dan een vluchtige attractie waar men na enkele seconden op uitgekeken is. Die kritiek bevat een kern van waarheid, maar doet geen recht aan de bredere betekenis van de plek. Rond Manneken Pis komt namelijk iets tot stand wat voor steden van groot belang is: bezoekers maken kennis met een verhaal. Ze ontdekken een andere kant van Brussel, waarin folklore, traditie en humor centraal staan.

symboliek

De waarde van Manneken Pis schuilt dan ook niet in zijn materiaal of omvang, maar in zijn symboliek. Het beeld fungeert als toegangspoort tot een stad vol tegenstellingen. Brussel toont zich er tegelijk officieel en speels, historisch en levendig, internationaal en lokaal. Veel bezoekers komen voor een foto, maar blijven hangen voor de sfeer die deze bijzondere plek oproept.

Kritiek op besparingen: experts wijzen op verspilling door lege ritten en wachttijden

Vooruit ziet oplossing in slimmere planning en minder lege kilometers.

De inefficiënte inzet van chauffeurs bij De Lijn zorgt voor een opvallend groot aantal lege busritten. Volgens berichtgeving van Gazet van Antwerpen gaat slechts zestig procent van de rijtijd van chauffeurs effectief naar het vervoeren van passagiers. De resterende veertig procent wordt besteed aan het rijden zonder reizigers of aan wachttijd. Dat leidt tot groeiende kritiek, zeker nu de vervoersmaatschappij tegelijk ingrijpende besparingen doorvoert.

De discussie laait extra op nu De Lijn vanaf 1 juli een grondige hervorming van haar aanbod doorvoert. Ongeveer een derde van alle lijnen in Vlaanderen wordt aangepast, terwijl meer dan veertig lijnen volledig verdwijnen. In de vervoerregio Antwerpen alleen al worden op 23 lijnen ritten geschrapt, trajecten gewijzigd of verbindingen volledig opgeheven. Die ingrepen zijn het gevolg van besparingen die door de Vlaamse regering zijn opgelegd.

afgekeurd

Lokale besturen reageren scherp op die plannen. Vrijwel alle vervoerregioraden, waarin steden en gemeenten vertegenwoordigd zijn, hebben het nieuwe netwerk en de bijhorende besparingen afgekeurd. Toch lijkt de invoering van de maatregelen op 1 juli onafwendbaar. De Lijn geeft wel aan open te staan voor bijsturingen en suggesties, maar dat verandert voorlopig niets aan de geplande hervorming.

Intussen schuift Vooruit Antwerpen een alternatief naar voren. De partij stelt dat een slimmere en efficiëntere planning de afbouw van het aanbod grotendeels kan voorkomen. Volgens hun analyse gaat momenteel slechts zestig procent van de rijtijd naar effectief reizigersvervoer, terwijl chauffeurs de rest van hun tijd besteden aan het verplaatsen van lege bussen of wachten op hun volgende rit.

Dat vertaalt zich in herkenbare situaties voor reizigers. Zo kan een chauffeur bijvoorbeeld vertrekken vanuit de stelplaats in Turnhout met een lege bus richting Antwerpen, om pas op de Franklin Rooseveltplaats passagiers op te pikken voor de terugrit naar Turnhout. Vooral op streeklijnen komt die inefficiëntie vaak voor. Het verklaart ook waarom reizigers regelmatig geconfronteerd worden met bussen die het bericht “Geen Dienst. Mijn collega pikt je op” tonen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De komende dagen wordt het debat verdergezet binnen de vervoerregioraad van Antwerpen, waar een alternatief netwerkplan op tafel ligt. Of dat nog tot concrete aanpassingen zal leiden vóór de invoering van de nieuwe dienstregeling, blijft onzeker. Wat wel duidelijk is, is dat de discussie over efficiëntie en besparingen bij De Lijn nog lang niet is uitgewoed.

Zander Vliegen van Vooruit, lid van de Antwerpse vervoerregioraad en districtsburgemeester van Berendrecht-Zandvliet-Lillo, wijst op de mogelijke winst. “In andere landen zijn chauffeurs slechts 20 procent van hun tijd daarmee bezig”, zegt hij. “Deze analyse suggereert dat er ruimte is voor efficiëntiewinsten in de operationele planning. Wat zich kan vertalen in betere besteding of besparing van middelen zonder al te veel impact op de reiziger. Bij een efficiëntieverhoging van nog maar een tiende, van 60 naar 66 procent, is er al geen sprake meer van een afbouw van de dienstverlening.”

optimalisatie

Volgens Vooruit kan een relatief beperkte optimalisatie dus al een groot verschil maken. Minder lege kilometers zouden niet alleen kosten besparen, maar ook de noodzaak verminderen om lijnen te schrappen of frequenties te verlagen. Daarmee raakt de discussie aan een bredere vraag: ligt het probleem vooral bij het budget, of bij de manier waarop het beschikbare geld wordt ingezet?

Ook vanuit reizigershoek klinkt herkenning. Peter Meukens, voorzitter van reizigersorganisatie TreinTramBus, bevestigt de analyse. Hij merkt naar eigen zeggen geregeld onlogische planningen op, vooral in het streekvervoer. Die inefficiënties voeden de frustratie bij reizigers, die enerzijds geconfronteerd worden met besparingen en anderzijds lege bussen zien voorbijrijden.

Elektrische koets verovert steden: oude traditie zonder dierenleed

Veel steden hebben we ondertussen een opvallende trekpleister bij die bij menig toerist de wenkbrauwen doet fronsen én nieuwsgierigheid opwekt. Klassieke koetsen rijden in een aantal steden nog altijd door de straten, maar wie goed kijkt, merkt al snel dat er iets ontbreekt. Geen gehinnik, geen hoefgetrappel, geen paarden voor de wagen. In plaats daarvan zorgen stille elektromotoren ervoor dat de rijtuigen soepel door het stadsverkeer glijden.

De introductie van deze elektrische koetsen heeft niet alleen het straatbeeld veranderd, maar ook een bredere discussie nieuw leven ingeblazen. Zijn paardenkoetsen nog wel van deze tijd? Steden zoals Brussel en Antwerpen lijken daar inmiddels een duidelijk antwoord op te hebben gegeven. Al in 2022 werd beslist om het gebruik van paarden voor toeristische rondritten stop te zetten. Daarmee koos Brussel resoluut voor een diervriendelijker alternatief, zonder afscheid te nemen van de nostalgische charme waar bezoekers zo dol op zijn. Sinds dit jaar zijn deze koetsen ook het straatbeeld in Antwerpen geworden.

moderne technologie

De elektrische varianten doen visueel nauwelijks onder voor hun traditionele voorgangers. Ze beschikken nog steeds over de kenmerkende hoge wielen, sierlijke afwerking en comfortabele bankjes. Ook de koetsier is gewoon aanwezig, gezeten op de bok, klaar om toeristen langs de mooiste plekjes van de stad te begeleiden. Het verschil zit volledig onder de motorkap, waar moderne technologie het zware werk overneemt.

Voor dierenrechtenorganisaties komt deze ontwikkeling als geroepen. Zij wezen al jaren op de nadelen van paardenkoetsen in drukke steden. Vooral tijdens warme zomerdagen zouden de dieren het zwaar hebben, terwijl ze tegelijkertijd blootgesteld worden aan uitlaatgassen en het constante stadsrumoer. Het beeld van paarden die urenlang door drukke straten trekken, paste volgens critici steeds minder bij een moderne, diervriendelijke samenleving.

Daar komt bij dat het onderhoud van paarden aanzienlijk intensiever en kostbaarder is. Ze hebben stallen nodig, verzorging, voedsel en rustmomenten. Een elektrische koets daarentegen hoeft enkel opgeladen te worden. De vergelijking met een laadpaal in plaats van een stal wordt dan ook snel gemaakt. Bovendien kennen de nieuwe koetsen geen vermoeidheid, wat het voor exploitanten makkelijker maakt om ritten te plannen en uit te voeren.

Foto: © Pitane Blue – elektrische koets

Met de geruisloze koetsen, het zachte rinkelen van een bel en het verdwijnen van het hoefgetrappel, schrijven steden een nieuw hoofdstuk in een eeuwenoude traditie. Een hoofdstuk waarin stilte en vooruitgang hand in hand gaan met charme en beleving.

Ook op praktisch vlak bieden de elektrische koetsen voordelen. Het bekende hoefgetrappel op de kasseien heeft plaatsgemaakt voor een vrijwel geruisloze rit. Dat zorgt niet alleen voor een rustiger straatbeeld, maar wordt ook door omwonenden gewaardeerd. En waar vroeger paardenpoep nog wel eens voor overlast zorgde, behoort dat nu definitief tot het verleden.

geen koopje

Toeristen lijken het nieuwe concept zonder moeite te omarmen. Voor een rondrit van ongeveer een half uur betalen bezoekers in Brussel zo’n 70 euro. Dat is geen koopje, maar de prijs geldt voor een gezelschap van maximaal vijf personen, wat het voor groepen aantrekkelijker maakt. De ervaring blijft volgens veel reizigers even sfeervol en pittoresk als voorheen, met als extra voordeel dat men zich geen zorgen hoeft te maken over het welzijn van dieren.

Foto: © Pitane Blue – elektrische koets op de Grote Markt in Brussel

De Brusselse keuze heeft inmiddels navolging gekregen. Kort na de introductie in de hoofdstad doken ook in Antwerpen soortgelijke elektrische koetsen op. Het lijkt daarmee een bredere trend te worden in grote steden, waar men zoekt naar manieren om traditie en moderniteit met elkaar te verzoenen.

Met deze stille revolutie op wielen bewijzen steden dat het mogelijk is om erfgoed en innovatie hand in hand te laten gaan. De romantiek van een koetsrit blijft behouden, maar dan in een vorm die beter aansluit bij de eisen en waarden van deze tijd.

LGBTQIA+-gemeenschap: Brussels Pride wil krachtig signaal geven aan Europa

Brussel maakt zich op voor een bijzondere mijlpaal: dertig jaar Pride in de hoofdstad van Europa.

De Brusselse ochtend breekt aan met een onafgebroken stroom vliegtuigen die richting Zaventem trekken. Net na zes uur hangt er al een voelbare bedrijvigheid in de lucht, alsof de stad zichzelf wakker schudt voor een dag die allesbehalve gewoon zal zijn. Wat zich aankondigt, is een drukte van formaat, met duizenden bezoekers die afzakken naar het hart van de hoofdstad voor een van de meest kleurrijke en betekenisvolle evenementen van het jaar.

De nacht liet zich niet onopgemerkt voorbijgaan. In verschillende straten klonk tot in de vroege uurtjes het geluid van opbouwende podia, het geratel van vrachtwagens en het geroezemoes van organisatoren die de laatste voorbereidingen troffen. Straatlawaai mengde zich met de energie van een stad in volle verwachting. Brussel sliep nauwelijks, maar lijkt daar vandaag geen last van te hebben. Integendeel, alles wijst erop dat de hoofdstad klaar is om te bruisen.

Wat begon als een strijd voor erkenning is uitgegroeid tot een jaarlijkse manifestatie van zichtbaarheid, solidariteit en feest. In 2026 krijgt deze jubileumeditie een extra geladen betekenis, met een thema dat de vinger op de wonde legt van een wereld onder druk: “When Times Get Darker, We Shine Brighter.” De boodschap is duidelijk en krachtig, en klinkt luider dan ooit in een internationaal klimaat waarin de rechten van de LGBTQIA+-gemeenschap steeds vaker ter discussie staan.

krachtig signaal

De Pride March vormt het kloppend hart van de Brussels Pride – In the Capital of Europe 2026. Met een kleurrijke stoet die door de Brusselse straten trekt, wordt niet alleen gevierd, maar ook een krachtig signaal gegeven. Diversiteit, tolerantie en aanvaarding staan centraal, ongeacht seksuele geaardheid of genderidentiteit. Het evenement brengt duizenden mensen samen die zich willen uitspreken voor gelijkheid en respect, en die hun stem willen laten horen in tijden waarin die rechten niet vanzelfsprekend blijken.

Internationaal groeit de bezorgdheid. In verschillende delen van Europa en daarbuiten worden LGBTQIA+-rechten ingeperkt of openlijk aangevallen. Zo probeerde de Hongaarse regering de Pride in Boedapest aan banden te leggen, terwijl in het Verenigd Koninkrijk recente gerechtelijke beslissingen het debat rond de wettelijke definitie van geslacht opnieuw op scherp hebben gezet, met directe gevolgen voor trans vrouwen. Ook in de Verenigde Staten nemen maatregelen toe die gericht zijn op het beperken van genderbevestigende zorg, waarbij vooral trans personen het doelwit zijn van systematische uitsluiting.

Die tendensen blijven niet zonder gevolgen dichter bij huis. Ook in België groeit het gevoel van onveiligheid binnen de LGBTQIA+-gemeenschap. Haatspraak en geweld nemen toe, zowel in de publieke ruimte als op sociale media en zelfs in politieke discussies. Vooral trans- en intersekse personen en LGBTQIA+-vluchtelingen worden geconfronteerd met aanvallen en ontmenselijking. De toename van seksistisch en anti-LGBTQIA+-discours online speelt daarin een grote rol. Dat discours vindt vaak zijn oorsprong in masculinistische kringen die zich fel verzetten tegen gendergelijkheid en diversiteit, en die deze ontwikkelingen als een bedreiging beschouwen.

Foto: © Pitane Blue – Brussels Pride 2026

Toch blijft de reactie van de gemeenschap krachtig en zichtbaar. “Wanneer vlaggen verdwijnen en haat politiek wordt, reageert de gemeenschap met zichtbaarheid, solidariteit en verzet,” klinkt het vastberaden. De Pride March is daarvan het levende bewijs. Met praalwagens, muziek en een feestelijke sfeer wordt de boodschap niet alleen gehoord, maar ook gevierd.

optocht

De optocht vertrekt om 14.30 uur aan de Kunstberg en zal naar verwachting rond 18 uur eindigen. De organisatie belooft binnenkort een gedetailleerd parcours bekend te maken. Iedereen is welkom om deel te nemen, en er is bewust gekozen om geen strikt thema op te leggen voor de mars zelf. De oproep is eenvoudig: haal je mooiste kostuum boven en vier mee. Het overkoepelende thema van de editie blijft echter als een rode draad doorheen het evenement lopen.

Foto: © Pitane Blue – Brussels Pride 2026

Bijzondere aandacht gaat uit naar toegankelijkheid en inclusiviteit. Kinderen en mensen met een beperking worden nadrukkelijk uitgenodigd om deel te nemen. Er worden concrete stappen gezet om ervoor te zorgen dat de Pride March voor iedereen toegankelijk is, zodat niemand wordt uitgesloten van dit moment van verbinding en zichtbaarheid.

Met dertig jaar op de teller is de Brussels Pride meer dan een feest alleen. Het is een herinnering aan de strijd die werd gevoerd, maar ook een oproep om waakzaam te blijven. In een tijd waarin verworven rechten onder druk staan, wil Brussel een duidelijk signaal geven: hoe donkerder de tijden, hoe feller het licht zal schijnen.

Liefkenshoektunnel dure omweg: Antwerpse ring blijft knelpunt met vertragingen

Oosterweelproject belooft beterschap pas tegen 2027, Antwerpse ring blijft knelpunt met vertragingen tot drie kwartier.

Automobilisten die vanuit de kust richting Breda rijden, krijgen opnieuw een duidelijke waarschuwing: wie denkt de beruchte files op de Antwerpse Ring te slim af te zijn via de Liefkenshoektunnel, komt vaak bedrogen uit. De toltunnel ten noorden van Antwerpen blijkt in de praktijk zelden een volwaardig alternatief voor de aansluiting met de E19. Bestuurders worden na de passage immers opnieuw in het drukke verkeer geleid, met als gevolg dat het tijdverlies zich gewoon verplaatst in plaats van verdwijnt.

uitwijkroute

De Liefkenshoektunnel, onderdeel van de R2 en gelegen onder de Schelde tussen de Beverentunnel en de Frans Tijsmanstunnel, wordt nochtans vaak naar voren geschoven als een mogelijke uitwijkroute. Daar hangt echter een prijskaartje aan vast. Wie met een bankkaart betaalt, is tot 6,20 euro kwijt, terwijl contante betaling oploopt tot 8,00 euro. En dat zonder garantie op een vlotte doorstroming. Alleen wie richting Bergen op Zoom via de A12 rijdt, lijkt doorgaans te kunnen rekenen op een relatief filevrije rit.

Intussen blijft de situatie op de Antwerpse Ring bijzonder precair. Vertragingen van ruim een half uur tot zelfs 45 minuten richting Nederland zijn allerminst uitzonderlijk. Het verkeer begint al te vertragen ter hoogte van Sint-Anna Linkeroever, waar bestuurders tot aan Antwerpen-West gemiddeld 18 minuten verliezen. Daar stopt de ellende niet, want voorbij Antwerpen-West schuift het verkeer opnieuw aan tot in Borgerhout, goed voor nog eens 18 minuten extra wachttijd.

Om deze structurele problemen het hoofd te bieden, wordt volop ingezet op de zogenaamde bypass, een tijdelijke snelweg die deel uitmaakt van de grootschalige Oosterweelwerken. Deze bypass moet het verkeer in de toekomst vlotter laten verlopen, al is het project nog in volle ontwikkeling. De infrastructuur bestaat uit een oostelijk en een noordelijk deel, met de AFAS Dome als centraal knooppunt. De ingebruikname gebeurt gefaseerd.

trajectcontrole

Het eerste traject, tussen de AFAS Dome en Antwerpen-Noord, is al enige tijd operationeel. Tegen de zomer van 2026 wordt een belangrijk bijkomend stuk geopend, namelijk tussen Borgerhout en de AFAS Dome. Op dat moment wordt ook een trajectcontrole ingevoerd, wat mogelijk een impact zal hebben op het rijgedrag en de doorstroming. Nadien volgen nog uitbreidingen richting Gent, eerst via het noordelijke deel in het najaar van 2026 en vervolgens via het oostelijke deel in 2027. Als alles volgens plan verloopt, zal de volledige bypass in 2027 in gebruik zijn.

Foto: © Pitane Blue – brug bij Merksem

Voorlopig blijft het echter behelpen voor de dagelijkse pendelaar. Wie richting Nederland moet, doet er goed aan zijn route zorgvuldig te plannen en rekening te houden met aanzienlijke vertragingen. De hoop is dat de combinatie van de bypass, de Kanaaltunnels en de rest van de Oosterweelwerken op termijn voor een structurele oplossing zal zorgen. Tot die tijd lijkt fileleed rond Antwerpen een onvermijdelijk gegeven.

Parallel met deze werken is ook een ander cruciaal infrastructuurproject officieel van start gegaan. De bouw van de Kanaaltunnels in het Albertkanaal is in een nieuwe fase beland, waarbij inmiddels beton wordt gestort voor de tunnelvloeren. Deze tunnels moeten in de toekomst een directe verbinding vormen met de Antwerpse Ring, zodra de Oosterweelverbinding volledig gerealiseerd is.

ontbrekende schakels

De Kanaaltunnels gelden samen met de Scheldetunnel en het Oosterweelknooppunt als de laatste ontbrekende schakels in het sluiten van de Antwerpse Ring. Vooral voor het havenverkeer wordt een aanzienlijke verbetering verwacht. Vrachtwagens en personenwagens zullen via deze nieuwe infrastructuur sneller en efficiënter aansluiting kunnen vinden op het snelwegennet rond Antwerpen.

De voorbereidende werken voor deze tunnels namen de voorbije jaren al een hoge vlucht. Ter hoogte van het Havenhuis werd een gigantische bouwzone ingericht, waarbij in 2024 en 2025 onder meer twee rijen stalen damwanden in het Albertkanaal werden geplaatst. Deze ingrepen waren noodzakelijk om de eigenlijke bouwwerken mogelijk te maken, die nu dus volop aan de gang zijn.

Nieuwe autoloze zondag: moederdag dreigt speelbal te worden van mobiliteitsplan

Brussel stevent af op een extra autoloze zondag, maar nog voor de plannen concreet zijn uitgewerkt, laait de discussie al hoog op.

Vooral de mogelijke timing van die bijkomende dag zorgt voor beroering, aangezien die volgens de huidige kalender in 2027 zou samenvallen met Moederdag. Critici spreken van een ongelukkige keuze die gezinnen rechtstreeks treft.

De aankondiging kwam er tijdens de plechtigheden van 8 mei in het Brussels parlement, waar minister-president Boris Dilliès (MR) bevestigde dat de hoofdstad vanaf volgend jaar een tweede autoloze zondag zal invoeren. Die extra dag zal telkens plaatsvinden op de zondag van het weekend van de Irisfeesten. Voor 2027 zou dat concreet neerkomen op zondag 9 mei, zo gaf Brussels parlementslid Lotte Stoops (Groen) aan in een toelichting.

regeerakkoord

Helemaal onverwacht komt de beslissing niet. Het plan voor een bijkomende autoloze zondag stond al expliciet opgenomen in het Brusselse regeerakkoord. Toch zorgt vooral de praktische invulling nu voor spanningen, met name bij tegenstanders van het mobiliteitsbeleid in de hoofdstad.

Het Comité Non au plan Good Move, een koepel van verschillende lokale verenigingen die zich verzetten tegen het Brusselse mobiliteitsplan, reageert bijzonder scherp. Volgens hen is de maatregel totaal misplaatst in een stad die volgens hun analyse nu al kreunt onder mobiliteitsproblemen. De organisatie stelt dat Brussel “al voor een groot deel verlamd is door openbare werken, Good Move-plannen, het schrappen van parkeerplaatsen en permanente autofiles”.

Volgens de koepel moet de focus net liggen op het verbeteren van de doorstroming voor automobilisten. In hun communicatie klinkt het dat “op een bepaald moment de ideologische obsessie tegen de auto moet stoppen”. Met die uitspraak zetten ze hun ongenoegen kracht bij en trekken ze de intenties van het beleid in twijfel.

De grootste verontwaardiging richt zich echter op de mogelijke datum van de autoloze zondag in 2027. In een persbericht noemt de organisatie de timing ronduit problematisch. “Het meest ongelooflijke van alles is de timing”, klinkt het scherp. Ze wijzen erop dat de dag midden in de lentevakantie van de Franstalige scholen zou vallen, een periode waarin gezinnen traditioneel vaker op pad gaan.

Daarbovenop komt het symbolische en praktische belang van Moederdag. Volgens de critici dreigt de maatregel net op die dag voor extra hinder te zorgen voor families die hun moeder of grootouders willen bezoeken. “Concreet betekent dit dat families die soms van ver komen om hun moeder, ouders of grootouders in Brussel te bezoeken, opnieuw te maken zullen krijgen met blokkades, beperkingen en extra complicaties”, luidt het.

De tegenstanders vinden dat de Brusselse regering deze samenloop van omstandigheden had moeten voorzien en vermijden. Hun kritiek richt zich daarbij expliciet op minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) en minister-president Boris Dilliès (MR). Ook vanuit politieke hoek klinkt ongenoegen. De Schaarbeekse burgerpartij Ensemble 1030, met Georges Verzin als uithangbord, stelt dat de MR met deze beslissing “zijn campagnebeloften breekt over de verdediging van de vrijheid om zich te verplaatsen”.

tweede autoloze zondag

Toch is de kous daarmee nog niet af. Vanuit het kabinet van minister-president Dilliès wordt benadrukt dat er weliswaar een akkoord bestaat over het principe van een tweede autoloze zondag, maar dat de concrete uitwerking nog niet vastligt. De praktische modaliteiten moeten nog besproken worden binnen de regering, waardoor ook de exacte timing nog kan verschuiven.

Daarmee blijft voorlopig onduidelijk of de autoloze zondag in 2027 effectief op Moederdag zal vallen. Wat wel vaststaat, is dat de aankondiging nu al het debat over mobiliteit in Brussel opnieuw op scherp zet, met voor- en tegenstanders die lijnrecht tegenover elkaar staan.

Uber onder vuur om gokloon voor chauffeurs: werken voelt als een loterij

De roep om strengere regels voor platformbedrijven klinkt steeds luider in het Verenigd Koninkrijk.

De vakbondskoepel Trades Union Congress (TUC) heeft de regering opgeroepen om zogenoemde “dynamische verloning” bij bedrijven als Uber volledig te verbieden. Volgens de vakbond leidt het systeem tot grote onzekerheid onder chauffeurs, die hun inkomsten steeds minder kunnen voorspellen doordat algoritmes bepalen wat zij per rit verdienen.

Het omstreden systeem werd door Uber in 2023 ingevoerd en verving het eerdere model waarbij een vaste commissie werd ingehouden op ritten. In de huidige situatie worden zowel de prijs voor de klant als de vergoeding voor de chauffeur continu aangepast op basis van vraag en aanbod. Daarmee ligt de uiteindelijke beloning niet langer vast, maar wordt die berekend door een algoritme dat voor chauffeurs grotendeels ondoorzichtig blijft.

onvoorspelbaar

Volgens The Guardian blijkt uit een nieuw rapport van de TUC dat veel chauffeurs deze manier van werken als problematisch ervaren. In het onderzoek beschrijven bestuurders hun inkomsten als onvoorspelbaar en spreken zij over “gokken” op hun salaris. Vooraf is het volgens hen lastig in te schatten hoeveel een rit daadwerkelijk oplevert. Sommigen trekken daarbij een opvallende vergelijking en noemen het systeem zelfs een loterij, waarbij zij niet weten welke regels precies gelden.

De vakbond stelt dat de inkomsten van chauffeurs steeds verder los komen te staan van factoren als tijd, ervaring en geleverde inspanning. In plaats daarvan zou een “schimmig algoritme” bepalen hoeveel iemand verdient. Verschillende chauffeurs geven aan dat hun uurloon sinds de invoering van het systeem is gedaald. Er zijn zelfs bestuurders die vrezen dat zij onder het minimumloon uitkomen, ondanks lange werkdagen.

Het debat raakt ondertussen veel verder dan alleen taxivervoer. De manier waarop platformbedrijven arbeid organiseren, wordt steeds vaker een blauwdruk voor andere sectoren.

Naast de financiële onzekerheid wijst het rapport ook op mogelijke risico’s voor de veiligheid. Omdat chauffeurs proberen hun inkomsten op peil te houden, zouden zij geneigd zijn langer door te werken, ook wanneer zij vermoeid raken. Volgens de onderzoekers kan dat gevolgen hebben voor zowel de gezondheid van de bestuurder als de veiligheid van passagiers. Het beeld dat naar voren komt, is dat economische druk chauffeurs ertoe aanzet grenzen te verleggen die zij anders mogelijk niet zouden overschrijden.

Foto: © Pitane Blue – Alex – Londen

Uber presenteert zichzelf al jaren als hét voorbeeld van moderne, flexibele arbeid. Chauffeurs zouden vrijheid krijgen: zelf bepalen wanneer ze werken, hoeveel ze rijden en hoeveel ze verdienen. Maar achter die belofte schuilt volgens nieuw onderzoek van Worker Info Exchange en de Universiteit van Oxford een steeds hardere werkelijkheid. Niet de chauffeur bepaalt de regels, maar het algoritme.

De zorgen van de TUC staan niet op zichzelf. Een eerder onderzoek van de University of Oxford bevestigde dat veel Uber-chauffeurs sinds de invoering van dynamische tarieven aanzienlijk minder per uur zijn gaan verdienen. Tegelijkertijd zou het aandeel van Uber in de ritprijs juist zijn toegenomen, wat de discussie over de verdeling van inkomsten verder aanwakkert.

onzekerheid

Met het rapport in de hand dringt de vakbond aan op ingrijpen door de overheid. De TUC pleit voor strengere regelgeving voor platformbedrijven en wil dat er meer transparantie komt over de werking van algoritmes. Daarnaast vraagt de organisatie om extra rechten voor werknemers in de zogenoemde gig-economie, waar flexibiliteit vaak gepaard gaat met onzekerheid.

Uber zelf verwerpt de kritiek en benadrukt dat chauffeurs vooraf kunnen zien wat een rit oplevert. Het bedrijf stelt bovendien dat het als enige grote taxiplatform in het Verenigd Koninkrijk vakantiegeld en pensioenrechten aanbiedt aan chauffeurs met een werknemersstatus. Daarmee probeert Uber aan te tonen dat het juist stappen zet om de positie van chauffeurs te verbeteren.

Toch lijkt de discussie daarmee allerminst beslecht. De oproep van de TUC raakt aan bredere vragen over de rol van technologie op de arbeidsmarkt en de mate waarin algoritmes beslissingen mogen nemen over inkomen en werkzekerheid. Terwijl platformbedrijven blijven groeien, neemt ook de druk toe op overheden om duidelijke kaders te stellen en werknemers beter te beschermen tegen de keerzijden van digitale flexibiliteit.

rapport

Het rapport Not Even Nice Work If You Can Get It onderzoekt hoe Uber in het Verenigd Koninkrijk sinds de invoering van dynamische, algoritmische prijsbepaling chauffeurs steeds slechter behandelt. Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Oxford samen met Worker Info Exchange en analyseerde 1,5 miljoen ritten van 258 Uber-chauffeurs tussen 2016 en 2024.

Uber noemt dit efficiëntie. Critici noemen het algoritmische uitbuiting. Want hoewel de technologie steeds slimmer wordt, lijken de arbeidsvoorwaarden juist achteruit te gaan. Wachttijd blijft vaak onbetaald, kosten voor voertuig en verzekering liggen volledig bij de chauffeur, en het platform kan de spelregels op elk moment aanpassen.

Michael O’Leary slaat alarm: drank op luchthaven loopt uit de hand

De frustratie bij Ryanair-topman Michael O’Leary loopt hoog op door het toenemende aantal incidenten met dronken passagiers.

De uitgesproken Ier richt zijn pijlen nadrukkelijk op de horeca op luchthavens, waar volgens hem al in alle vroegte alcohol wordt geschonken. Dat leidt, zo stelt hij, steeds vaker tot gevaarlijke situaties in de lucht. De luchtvaartbaas roept daarom op tot strengere regels en wil dat er een einde komt aan het serveren van alcohol in de vroege ochtenduren.

O’Leary maakt in een interview met de Britse krant The Times duidelijk dat hij zich ernstig stoort aan het drinkgedrag van reizigers voordat zij aan boord gaan. „Ik snap niet waarom er in bars op vliegvelden om vijf of zes uur ’s ochtends al alcohol wordt geserveerd. Wie heeft er op dat tijdstip nu zin in bier?” vraagt hij zich hardop af. Volgens hem ontbreekt het op luchthavens aan dezelfde discipline die geldt voor reguliere cafés, waar vaste vergunningstijden bepalen wanneer alcohol geschonken mag worden. „Buiten de officiële licentie-uren zou er op vliegvelden helemaal geen alcohol geserveerd mogen worden”, stelt hij nadrukkelijk.

alcoholgebruik

De topman pleit al langer voor een duidelijke limiet op alcoholgebruik onder reizigers. In zijn ogen zou iedere passagier maximaal twee alcoholische consumpties moeten kunnen bestellen, om excessen te voorkomen. O’Leary wijst erop dat luchtvaartmaatschappijen vaak worden opgezadeld met de gevolgen van overmatig drankgebruik, terwijl luchthavens volgens hem profiteren van de verkoop. Hij beschuldigt de exploitanten ervan een probleem te creëren en dit vervolgens bij de airlines neer te leggen. Aan boord van Ryanair wordt, zo benadrukt hij, „redelijk verantwoordelijk” met alcohol omgegaan en komt het zelden voor dat passagiers meer dan twee drankjes krijgen.

Toch kun je daar vraagtekens bij zetten. Want ook in het vliegtuig blijft alcohol een factor die gedrag kan beïnvloeden, zeker op grotere hoogte waar het effect sneller kan toeslaan. Critici zouden daarom zeggen dat het inconsequent is om enerzijds strengere regels te eisen voor luchthavens, maar anderzijds zelf alcohol te blijven verkopen, ook al gebeurt dat onder toezicht.

De cijfers onderstrepen volgens O’Leary dat het probleem serieus is. De internationale luchtvaartorganisatie IATA meldt dat er gemiddeld op elke 468 vluchten een incident plaatsvindt met een onhandelbare passagier. In veel gevallen speelt alcohol daarbij een doorslaggevende rol. Waar dergelijke situaties vroeger sporadisch voorkwamen, ziet Ryanair een duidelijke toename. Tien jaar geleden moest de maatschappij ongeveer één keer per week uitwijken vanwege agressief gedrag aan boord. Inmiddels gebeurt dat volgens O’Leary bijna dagelijks, een ontwikkeling die hij als zorgwekkend bestempelt.

Michael O’Leary

Het lijkt inderdaad tegenstrijdig, maar vanuit het perspectief van O’Leary maakt hij juist een duidelijk onderscheid tussen drinken vóór en tijdens de vlucht. Zijn kritiek richt zich vooral op het ongecontroleerde alcoholgebruik op luchthavens, waar passagiers vaak meerdere drankjes achter elkaar kunnen bestellen zonder dat iemand echt ingrijpt. Tegen de tijd dat ze aan boord stappen, zijn sommigen al flink onder invloed, wat het risico op agressie of verstorend gedrag vergroot.
Aan boord ligt dat volgens hem anders. Daar heeft de bemanning direct toezicht en kan er worden ingegrepen. O’Leary benadrukt zelf dat er bij Ryanair „redelijk verantwoordelijk” met alcohol wordt omgegaan en dat passagiers zelden meer dan twee drankjes krijgen. In die redenering is het dus niet zozeer alcohol op zich dat het probleem vormt, maar het gebrek aan controle vóór het instappen.

De Ryanair-baas waarschuwt dat de gevolgen nog ernstiger kunnen worden als er niet snel wordt ingegrepen. „Totdat iemand een ongeluk veroorzaakt waardoor een vliegtuig neerstort en er honderden mensen omkomen, zal geen enkele regering dit probleem serieus nemen en zitten luchtvaartmaatschappijen met de handen in het haar”, zegt hij. Met die stevige woorden probeert hij overheden wakker te schudden en aan te zetten tot strengere regelgeving.

recente incidenten

Dat de zorgen niet uit de lucht gegrepen zijn, blijkt uit recente incidenten. Begin dit jaar moest een toestel van luchtvaartmaatschappij Jet2, onderweg van Antalya naar Manchester, een noodlanding maken in Brussel na een massale vechtpartij aan boord. De situatie escaleerde nadat er racistische opmerkingen waren gemaakt, waarna meerdere passagiers met elkaar op de vuist gingen. Getuigen spraken van een chaotische en gewelddadige scène, waarbij „tanden werden uitgeslagen en bloed op de stoeltjes” terechtkwam. Het incident zorgde voor grote onrust onder de overige reizigers en onderstreept volgens betrokkenen hoe snel een vlucht kan ontsporen wanneer alcohol en spanningen samenkomen.

De oproep van O’Leary zal ongetwijfeld tot discussie leiden binnen de luchtvaartsector en de horeca op luchthavens. Waar de één pleit voor strengere regels om de veiligheid te waarborgen, zullen anderen wijzen op de commerciële belangen en de verantwoordelijkheid van de reiziger zelf. Feit blijft dat het aantal incidenten in de lucht stijgt en dat de druk op luchtvaartmaatschappijen toeneemt om dit probleem aan te pakken.

Nationale staking legt luchtverkeer lam: ook Brussels Airport getroffen door protest

De luchthaven van Charleroi zal op 12 mei volledig stilliggen.

Alle vertrekkende en aankomende vluchten worden die dag geschrapt, zo bevestigt de luchthavenuitbater in een officieel bericht. De maatregel volgt op de aankondiging van een nieuwe nationale betoging, georganiseerd door de drie grote vakbonden ABVV, ACV en ACLVB, die zich opnieuw richten tegen het beleid van de federale regering.

De impact van de actiedag is aanzienlijk. Volgens de luchthavenleiding is het onmogelijk om de veiligheid van het vliegverkeer te waarborgen door een ernstig personeelstekort dat rechtstreeks verband houdt met de vakbondsactie. In het persbericht klinkt het duidelijk: “Wegens die actiedag en het gebrek aan personeel om de veiligheid van de vluchten te garanderen, kan de luchthaven van Charleroi de geplande vluchten niet uitvoeren.” Daarmee wordt elke vorm van vliegverkeer op de luchthaven voor die dag uitgesloten.

annuleringen

Voor duizenden reizigers betekent dit een forse streep door de rekening. Passagiers die op 12 mei een vlucht gepland hadden, moeten rekening houden met annuleringen en mogelijke vertragingen in hun reisschema’s. De luchthavenuitbater benadrukt dat getroffen reizigers niet zelf actie hoeven te ondernemen. Luchtvaartmaatschappijen zullen hen in de komende dagen rechtstreeks contacteren met meer informatie over een omboeking of terugbetaling. Die communicatie moet duidelijkheid scheppen in een situatie die voor velen onzeker en frustrerend is.

De luchthaven toont zich bewust van de gevolgen en reageert met een verontschuldiging richting de getroffen reizigers. In de verklaring staat dat men de impact van de maatregel “betreurt” en zich excuseert voor het ongemak dat hierdoor ontstaat. Toch lijkt er weinig speelruimte te zijn geweest om een alternatief scenario uit te werken, gezien de omvang van de actie en de beperkte beschikbaarheid van personeel.

Charleroi staat niet alleen in deze situatie. Ook Brussels Airport liet eerder al weten dat het diezelfde dag zwaar getroffen zal worden door de nationale betoging. Daar zal minder dan de helft van de geplande vertrekkende vluchten kunnen doorgaan. Het onderstreept de brede impact van de vakbondsactie op het Belgische luchtverkeer en de mobiliteit in het algemeen.

acties

De betoging van 12 mei past in een reeks van acties die sinds begin 2025 met regelmaat het land lamleggen. Het gaat inmiddels om de negende keer dit jaar dat het vliegverkeer hinder ondervindt van vakbondsprotest tegen het federale beleid. De herhaling van dergelijke acties wijst op aanhoudende spanningen tussen de vakbonden en de regering, waarbij vooral sociale en economische maatregelen onder vuur liggen.

Reizigers die de komende periode via Charleroi of Brussel willen vliegen, doen er goed aan om de situatie op de voet te volgen. De kans bestaat dat ook toekomstige acties opnieuw voor verstoringen zullen zorgen. Voor nu is de boodschap duidelijk: op 12 mei blijft de luchthaven van Charleroi volledig gesloten en zullen geen vluchten plaatsvinden.

Parkeerplaatsen verdwijnen: strijd om parkeerplek wordt heviger in Gentse wijken

De parkeerdruk in Gent blijft een heet hangijzer en dat wordt nog maar eens bevestigd door nieuwe cijfers van het Mobiliteitsbedrijf.

In 2025 verdwenen er in totaal vierhonderd parkeerplaatsen uit de Gentse straten. Tegelijk nam het aantal bewonerskaarten toe en werden steeds meer plekken voorbehouden voor specifieke doeleinden, zoals elektrisch laden en autodelen. Het resultaat is een stad waar de ruimte steeds schaarser wordt en waar bewoners vaker moeten zoeken naar een vrije plek voor hun wagen.

De ingrepen maken deel uit van een bredere trend die al enkele jaren aan de gang is. Ook in 2023 en 2024 verdwenen er telkens ongeveer evenveel parkeerplaatsen. Schepen van Mobiliteit Joris Vandenbroucke benadrukt in zijn betoog dat de stad niet zomaar parkeerplaatsen schrapt. “Als we straten heraanleggen, is dat met bredere voetpaden en meer groen”, klinkt het. “Dat is wat mensen verwachten en ook de normen zijn strenger geworden op dat vlak. Maar de beschikbare ruimte blijft wat ze is. Daardoor verdwijnen parkeerplaatsen. We doen dat zo zuinig mogelijk en zoeken naar alternatieven weg van de straat.”

parkeerdruk

Volgens dagblad Het Nieuwsblad is een concreet voorbeeld van die aanpak te vinden in de wijk achter de Fransevaart in Ledeberg. Daar worden drie straten heringericht als woonerf, met extra plantvakken en meer ruimte voor voetgangers. Die ingreep heeft echter een prijs: van de oorspronkelijke 45 parkeerplaatsen blijven er nog slechts 22 over. In totaal verdwijnen er dus 23 plaatsen. Dat leidde tot protest bij buurtbewoners, die al langer klagen over de hoge parkeerdruk. Tegelijk namen sommige bewoners zelf het initiatief om de nieuwe plantvakken aan te planten, wat aantoont dat er ook draagvlak is voor vergroening.

Opvallend is dat het totale aantal parkeerplaatsen binnen de betalende zone in Gent min of meer stabiel blijft. Momenteel zijn er 42.300 plaatsen op straat, ongeveer evenveel als een jaar eerder. Dat komt doordat de grote uitbreidingen van de zones met betalend parkeren in 2023 en 2024 uitbleven in 2025. Toch verandert de invulling van die ruimte aanzienlijk. Zo zijn er intussen 5.750 voorbehouden parkeerplaatsen, waarvan het merendeel bestemd is voor bewoners.

Foto: © Pitane Blue
– Gent Wondelgem

Waar nieuwe buurtparkings precies zullen komen, is voorlopig nog niet duidelijk. Intussen blijft de spanning tussen vergroening, leefbaarheid en parkeerruimte voelbaar in de Gentse straten. Bewoners balanceren tussen begrip voor de veranderingen en frustratie over het dagelijkse zoeken naar een parkeerplek, terwijl de stad verder zoekt naar manieren om die twee werelden met elkaar te verzoenen.

Maar zelfs die uitbreiding volstaat niet om de groeiende vraag op te vangen. In 2025 werden er 46.448 eerste bewonerskaarten uitgereikt, een stijging van 505 ten opzichte van het jaar voordien. Daarnaast vroegen 4.044 gezinnen een tweede, betalende kaart aan. Die cijfers tonen aan dat steeds meer Gentenaars afhankelijk blijven van een wagen, ondanks de inspanningen om alternatieven te stimuleren.

elektrische voertuigen

Ook andere vormen van mobiliteit eisen hun plaats op in het straatbeeld. Het aantal parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen nam toe met 436, goed voor een totaal van 1.478 laadplekken. Daarnaast kwamen er 73 extra plaatsen voor autodelen en 42 bijkomende parkeerplaatsen voor personen met een handicap. Volgens Vandenbroucke probeert de stad daarbij telkens een evenwicht te vinden. “Als er reële noden zijn vanuit een bepaalde buurt, bekijken we wat de balans is tussen bezoekers- en bewonersparkeren”, zegt hij. “Dan kan het aantal parkeerplaatsen voor bewoners uitgebreid worden. Maar het publieke domein is wat het is, je kunt niet altijd voor elke doelgroep plekken voorzien.”

Om de druk op straat te verlichten, richt de stad haar blik steeds vaker op alternatieven buiten het klassieke straatparkeren. Buurtparkings en park-and-rides (P+R) moeten een deel van de oplossing bieden. “We zijn niet blind voor de hoge parkeerdruk in onze stad, zeker in bepaalde wijken”, aldus Vandenbroucke. “Als er plekken verdwijnen, proberen we die elders te compenseren, bijvoorbeeld met de buurtparking aan Dok-Noord voor bewoners van de Tolhuiswijk. Daarvoor hebben we een budget van 4 miljoen euro per jaar voorzien.”

Toeval en ontmoeting: ‘Op Goe Geluk’ wordt nieuwe slagzin van Gentse feesten

Affiches zetten spontane ontmoetingen centraal in nieuwe campagne waarbij toeval en ontmoeting het hart vormen van feesteditie 2026.

De ziel van de Gentse Feesten krijgt dit jaar een nieuw gezicht met de voorstelling van vier opvallende affiches in het Gentse stadhuis. Met de slagzin ‘Op Goe Geluk’ willen de makers de essentie van het jaarlijkse volksfeest vatten: het onverwachte, het spontane en de kleine momenten die samen uitgroeien tot grote herinneringen.

Gent maakt zich opnieuw op voor tien dagen feest, van vrijdag 17 tot en met zondag 26 juli. Tijdens die periode verandert de stad traditiegetrouw in één groot podium waar muziek, theater, straatanimatie en ontmoetingen elkaar voortdurend kruisen. De nieuwe campagne legt de nadruk niet zozeer op het programma, maar wel op de beleving. Het draait om toevallige ontmoetingen, onverwachte gesprekken en verrassingen die zich aandienen wanneer je er het minst op rekent.

gezicht van de editie

De affichecampagne komt uit de koker van twee Gentse medewerkers van het bureau Bridgeneers. Zij haalden hun inspiratie uit hun eigen ervaringen tijdens eerdere edities van de Feesten. Hun concept wist zich te onderscheiden van dertien andere inzendingen en werd uiteindelijk gekozen als het gezicht van de editie 2026. Volgens de organisatie slaagt het voorstel erin om de eigenheid van de Gentse Feesten treffend weer te geven.

Schepen van Plezier Joris Vandenbroucke benadrukt dat gevoel van onvoorspelbaarheid en verwondering. “Op Goe Geluk vat de magie van de Gentse Feesten goed samen. Da’s thuis vertrekken en niet weten wie je allemaal gaat tegenkomen en waar je overal zal belanden. Maar één ding is zeker: het zal onvergetelijk zijn. Dat is een bezoek aan de Gentse Feesten altijd,” klinkt het.

Voor de visuele uitwerking van de affiches werd gekozen voor een bijzondere combinatie van fotografie. De basisbeelden zijn afkomstig van fotograaf Gianni Van Langendonck, die vorig jaar als student-fotograaf actief was tijdens de Feesten. Zijn foto’s, die het spontane karakter van het evenement vastleggen, vormen het fundament van de campagne. Daarbovenop werden centrale figuren afzonderlijk gefotografeerd in een studio door fotograaf Koen Demuynck. Nadien werden deze elementen samengebracht tot één geheel, wat resulteert in een speelse en gelaagde beeldtaal die perfect aansluit bij het thema van toevallige ontmoetingen.


© Gianni Van Langendonck

Voor de campagnebeelden werd gewerkt met bestaande foto’s van fotograaf Gianni Van Langendonck, die vorig jaar als student-fotograaf actief was tijdens de Feesten. De centrale figuren werden in een studio gefotografeerd, door fotograaf Koen Demuynck en nadien verwerkt in de beelden, wat zorgt voor een speels en gelaagd geheel.

De affiches zullen binnenkort prominent opduiken in het Gentse straatbeeld. Van infoborden tot bushokjes, van parkings tot de Planet Group Arena: de campagne zal op tal van plekken zichtbaar zijn en zo de stad langzaam onderdompelen in de sfeer van de Feesten. Daarmee wordt de aanloop naar het evenement officieel ingezet en groeit de verwachting bij zowel inwoners als bezoekers.

programma

Wie benieuwd is naar het volledige programma, moet nog even geduld hebben. De organisatie maakt dat bekend op vrijdag 5 juni. Vanaf dat moment zal ook het Gentse Feestenmagazine beschikbaar zijn en gaat de officiële website www.gentsefeesten.be online. Daarmee krijgen feestgangers de kans om hun planning voor te bereiden, al blijft de boodschap van de campagne duidelijk: het mooiste van de Gentse Feesten ontdek je nog altijd ‘op goe geluk’.

Bewoners wanhopig: storm van klachten over vliegtuigen boven Schaarbeek

De geluidsoverlast door de veelgebruikte vliegroute RNP-07L boven het noorden van Brussel zorgt voor groeiende frustratie bij inwoners en politici.

Staatssecretaris voor Leefmilieu Ans Persoons, verbonden aan Vooruit.brussels, uitte woensdag scherpe kritiek op de situatie tijdens haar passage in De Ochtend op Radio 1. Volgens haar is de huidige toestand niet langer houdbaar en moet het Brussels Gewest dringend betrokken worden bij overleg over mogelijke oplossingen.

Sinds haar aantreden in de regering-Dilliès wordt Persoons naar eigen zeggen overspoeld met reacties van bezorgde burgers. Ze spreekt over “honderden mails” waarin inwoners hun ongenoegen uiten over wat zij omschrijven als een “onmenselijke” situatie. De klachten zijn vaak persoonlijk en schrijnend. “Ouders klagen dat hun kinderen ’s nachts niet langer kunnen slapen, anderen zeggen dat ze willen verhuizen enkel vanwege de geluidsoverlast”, aldus Persoons. De impact van het voortdurende luchtverkeer weegt volgens haar zwaar door op het dagelijkse leven en het welzijn van de Brusselaars.

werkzaamheden

De tijdelijke vliegroute RNP-07L wordt sinds de zomer van 2025 intensief gebruikt, onder meer door werkzaamheden aan andere landingsbanen in Zaventem. Wat aanvankelijk als een tijdelijke maatregel werd voorgesteld, lijkt volgens Persoons echter steeds meer een permanent karakter te krijgen. Ze wijst erop dat het aantal overvliegende toestellen fors is toegenomen. “Ze wordt tot drie à viermaal meer overvlogen dan voorheen. Eigenlijk betreft het een corridor van vliegtuigen, waarbij het geluid een heel ingrijpend effect heeft op het leven en de levenskwaliteit van de mensen.”

De situatie wordt nog versterkt door veranderingen in navigatiesystemen en een toegenomen gebruik van landingsbanen bij oostenwind. In de praktijk betekent dit dat bewoners van onder meer Schaarbeek en andere noordelijke gemeenten geconfronteerd worden met een haast onafgebroken stroom vliegtuigen. Op sociale media circuleren beelden waarop duidelijk te zien is hoe frequent toestellen overvliegen. In sommige gevallen gaat het om één vliegtuig om de vier minuten, wat de perceptie van constante overlast alleen maar versterkt.

De onvrede heeft inmiddels ook geleid tot juridische stappen. Verschillende gemeenten hebben de gang naar de rechtbank gemaakt om de overlast aan te vechten. Schaarbeek behoort tot de lokale besturen die zich actief verzetten tegen de huidige situatie. Voor Persoons is het onbegrijpelijk dat dergelijke ingrijpende veranderingen konden worden doorgevoerd zonder grondig overleg. “De Brusselaars aanvaarden dat er luchtverkeer is boven de stad. Maar dit gebeurt niet meer ‘en stoemelings’. De Brusselaars worden niet gehoord, ze zijn niet betrokken.”

Illustratie: © Pitane Blue

De oproep van Persoons onderstreept de groeiende druk om tot een evenwichtige oplossing te komen voor het complexe dossier rond luchtverkeer en geluidshinder. Terwijl bewoners blijven klagen over slapeloze nachten en een dalende levenskwaliteit, groeit ook de politieke consensus dat overleg en samenwerking noodzakelijk zijn om verdere escalatie te voorkomen.

Volgens de staatssecretaris ligt een deel van de oplossing in een betere spreiding van de vliegroutes, zodat de lasten eerlijker verdeeld worden tussen verschillende regio’s. Ze benadrukt dat dit niet alleen een Brusselse bekommernis is, maar een kwestie die ook Vlaanderen aanbelangt. “Die spreiding is beter voor iedereen. Het is gewoon niet menselijk om mensen te laten wonen onder een vliegcorridor.” Daarmee pleit ze voor een aanpak waarbij rekening wordt gehouden met de leefbaarheid van alle betrokken gebieden.

geen alternatieven

De discussie over het luchtverkeer en de bijhorende hinder dreigt volgens Persoons te vaak vast te lopen in technische argumenten. Ze verzet zich tegen de stelling dat er geen alternatieven zouden zijn. “Er wordt gezegd dat er geen alternatief is, maar daar zijn wij het niet mee eens.” Ze roept op tot een bredere benadering waarin niet alleen technische haalbaarheid, maar ook menselijke impact centraal staat.

Tegelijk wijst Persoons op de lopende herziening van de milieuvergunning voor Brussels Airport door de Vlaamse overheid. Daarbij wordt gesproken over een vermindering van de geluidsoverlast met dertig procent. Voor haar is dit het uitgelezen moment om het Brussels Gewest als volwaardige partner aan tafel te brengen. “Wij willen als een volwaardige partner mee aan tafel gaan en samen met de federale en Vlaamse regering oplossingen zoeken voor iedereen.”

Bron: © Belga – Bruzz

Uitspraak kan grote gevolgen: hoogleraar wint zaak en zet Schengen op scherp

De Duitse staat is teruggefloten door de rechter na een opvallende zaak rond grenscontroles aan de Duits-Luxemburgse grens.

Een hoogleraar rechten uit Saarbrücken wist met succes aan te tonen dat een identiteitscontrole door de federale politie onrechtmatig was. De uitspraak van de bestuursrechter in Koblenz zet de discussie over grensbewaking binnen het Schengengebied opnieuw op scherp.

De zaak draait om een controle in juni 2025 bij Perl in Saarland. De man, Dominik Brodowski, stak vanuit Luxemburg de grens over en werd kort daarna op een parkeerplaats langs de A8 gecontroleerd door de politie. Volgens de autoriteiten ging het om een reguliere identiteitscontrole, maar de rechter oordeelde anders. De controle vond plaats zonder concrete verdenking en bleek bovendien gebaseerd op regels die niet in lijn zijn met het Europese recht.

ernstige bedreiging

De kern van de uitspraak ligt bij de verlenging van de grenscontroles die Duitsland tussen maart en september 2025 had ingesteld. Volgens de Schengengrenscode mogen lidstaten alleen tijdelijke controles invoeren als er sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid. De rechtbank stelde vast dat Duitsland onvoldoende had aangetoond dat zo’n dreiging daadwerkelijk bestond.

Hoewel landen enige beoordelingsruimte hebben, ging Duitsland volgens de rechters een stap te ver. De onderbouwing van de maatregelen schoot tekort en ontbeerde een “deugdelijke feitelijke grondslag”. Zo werden migratiecijfers niet afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de autoriteiten. Daardoor bleef onduidelijk of er werkelijk sprake was van overbelasting en of de verlenging van de controles wel proportioneel was.

De rechtbank maakte ook korte metten met het argument dat incidenten met buitenlandse verdachten een algemene dreiging vormen. Volgens de rechters kan uit afzonderlijke ernstige geweldsdelicten niet worden geconcludeerd dat de nationale autoriteiten structureel onder druk staan. Daarnaast was er geen bewijs dat de migratiestromen plotseling waren toegenomen. Integendeel, de cijfers lieten zien dat deze al langere tijd stabiel waren of zelfs afnamen.

Foto: © Pitane Blue – grensovergang Duitsland

De uitspraak uit Koblenz kan daarom verstrekkende gevolgen hebben. Als hogere rechters dezelfde lijn volgen, zou dat het huidige Duitse beleid onder druk zetten en mogelijk ook andere landen dwingen hun aanpak te heroverwegen. Daarmee krijgt een individuele rechtszaak plots een Europese dimensie.

De uitspraak is nog niet definitief. Het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken heeft laten weten de beslissing te bestuderen en te overwegen of er hoger beroep wordt ingesteld. Die mogelijkheid is er, want de rechtbank in Koblenz heeft de weg naar het Oberverwaltungsgericht Rheinland-Pfalz opengezet.

Voor Brodowski zelf is de uitspraak meer dan een persoonlijke overwinning. Hij noemt het vonnis “een sterk signaal voor de Europese integratie, de Europese eenheid en ook voor het Schengenrecht”. Volgens hem heeft de rechtbank zich duidelijk uitgesproken over de grenzen van binnengrenscontroles. “Dat zou de politiek tot nadenken moeten aanzetten en niet als een op zichzelf staande beslissing moeten worden afgedaan,” aldus de hoogleraar, die de zaak als particulier aanspande.

grenscontroles

De kwestie raakt een bredere discussie die al langer speelt in Europa. Sinds september 2024 heeft Duitsland opnieuw grenscontroles ingevoerd aan al zijn landsgrenzen, met als doel het aantal illegale binnenkomsten te beperken. Deze maatregelen zijn meerdere keren verlengd en lopen momenteel tot medio september 2026. Vooral in grensregio’s leidt dat tot spanningen en praktische problemen.

Anke Rehlinger, minister-president van Saarland, benadrukt het belang van een duidelijke juridische basis. “De uitspraak toont aan dat grenscontroles binnen het Schengengebied een duidelijke juridische basis nodig hebben,” stelde zij. Tegelijkertijd pleit zij voor meer samenwerking tussen landen. Volgens haar is er in regio’s als Saarland behoefte aan “nauwe Europese samenwerking, flexibele maatregelen en gezamenlijke controles – en niet aan permanente grenscontroles die de hele regio belasten.”

kritiek

De kritiek op de controles klinkt al langer, zowel in Duitsland als in Luxemburg. Vooral vaste controleposten zorgen voor irritatie, zeker omdat dagelijks tienduizenden grensarbeiders de grens oversteken. Alleen al in Luxemburg werken meer dan 50.000 Duitsers, die direct te maken hebben met de gevolgen van de controles.

De Lijn snijdt in aanbod: forse ingrepen zorgen voor minder ritten en meer overstappen

Vanaf 1 juli staat Vlaanderen een ingrijpende hervorming van het busnet te wachten.

De Lijn voert aanpassingen door op meer dan 230 buslijnen en schrapt er in totaal 40. Dat betekent dat ongeveer één op de drie lijnen in Vlaanderen wijzigt. De aanpassingen komen er vlak voor de zomervakantie en zullen voor heel wat reizigers een merkbare impact hebben op hun dagelijkse verplaatsingen.

hygiënemaatregelen

Volgens De Lijn gaat het deels om zogenaamde “hygiënemaatregelen”, waarbij dienstregelingen worden afgestemd op gewijzigde schooluren, treinverbindingen en lokale omstandigheden. Tegelijk spelen ook besparingen een rol in de hertekening van het netwerk. Daardoor verdwijnen sommige lijnen volledig, terwijl andere worden ingekort of minder frequent zullen rijden.

In de regio Antwerpen worden 23 van de 128 lijnen aangepast. Opvallend is de herstructurering van lijnen 20, 42a en 42b, die voortaan worden samengebracht in de nieuwe lijnen 20a en 20b. Tussen Rooseveltplaats en Wommelgem zal elke 15 minuten een bus rijden, waarna de lijn zich opsplitst richting Lier of Wommelgem Dorp. Tegelijk verdwijnen lijnen 31 en 91 volledig en worden verschillende andere lijnen samengevoegd of aangepast. Ook in de randgemeenten sneuvelen ritten, zoals op lijn 40 en 59, waar het aanbod fors wordt ingeperkt.

nachtvervoer

In de vervoerregio Brugge worden 11 van de 34 lijnen aangepast. Daar verdwijnen onder meer de eerste en laatste ritten van verschillende stadslijnen, terwijl lijnen 38, 48 en 991 volledig worden geschrapt. Het nachtvervoer op vrijdag- en zaterdagavond verdwijnt eveneens, wat een duidelijke impact heeft op het late avondverkeer.

Ook in de regio Dender worden lijnen geschrapt en frequenties verminderd. Lijn 21 en 92 verdwijnen volledig, terwijl andere lijnen minder vaak zullen rijden of enkel nog tijdens de spits actief zijn. Reizigers zullen in sommige gevallen moeten uitwijken naar alternatieven zoals flexvervoer.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De brede hervorming van De Lijn toont een duidelijke trend naar een efficiënter, maar ook soberder openbaar vervoersnet. Voor reizigers betekent dit dat het belangrijk wordt om hun trajecten opnieuw te bekijken en zich goed te informeren over de wijzigingen. Vooral wie afhankelijk is van minder drukke lijnen of avondritten zal de gevolgen van deze ingrepen het sterkst voelen.

De ingrepen in de regio Gent zijn bijzonder uitgebreid: 37 van de 86 lijnen worden aangepast. Verschillende lijnen verliezen hun late ritten, trajecten worden ingekort en sommige verbindingen verdwijnen volledig. Zo wordt lijn 54 geschrapt en verdwijnen ook lijnen 79 en 85. Tegelijk worden alternatieven voorzien via andere lijnen of aangepaste trajecten, maar dat betekent vaak extra overstappen voor reizigers.

treinverbindingen

In de Kempen worden 11 van de 73 lijnen aangepast, waarbij onder meer Centrum Express 2 enkel nog tijdens de spits rijdt en andere lijnen worden ingekort of afgestemd op treinverbindingen. In de regio Kortrijk verdwijnen avondritten op meerdere lijnen en wordt de frequentie op verschillende trajecten teruggeschroefd.

De regio Leuven ziet zelfs 42 van de 138 lijnen wijzigen. Daar worden meerdere lijnen volledig geschrapt, waaronder lijn 657 en 716. Ook marktbussen verdwijnen en verschillende ritten worden aangepast of beperkt. Reizigers zullen vaker gebruik moeten maken van flexvervoer of overstappen op andere lijnen.

In Limburg worden maar liefst 76 van de 214 lijnen aangepast. Het gaat vooral om het schrappen van minder gebruikte ritten en het verminderen van frequenties. Veel van deze aanpassingen gebeuren volgens De Lijn omdat er alternatieve verbindingen beschikbaar zijn, al betekent dit in de praktijk vaak langere reistijden of extra overstappen.

ingeperkt

Ook in andere regio’s zoals Mechelen, de Vlaamse Ardennen, de Vlaamse Rand en het Waasland worden talrijke wijzigingen doorgevoerd. Lijnen verdwijnen, trajecten worden aangepast en het aanbod tijdens daluren, weekends en vakanties wordt vaak ingeperkt. In sommige gebieden wordt het klassieke busaanbod deels vervangen door flexvervoer, dat op aanvraag werkt.

Gemeente grijpt naar duim opsteken: Avelgem lanceert plan dat doet denken aan jaren 70

[{“id”:”8f3056a”,”elType”:”section”,”settings”:[],”elements”:[{“id”:”1aa26d54″,”elType”:”column”,”settings”:{“_column_size”:100},”elements”:[{“id”:”e0c1802″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”87″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”3838753″,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”De gemeente Avelgem wil het mobiliteitsprobleem dat ontstaat door besparingen bij De Lijn op een opvallende manier aanpakken.”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”4003118b”,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

Nu verschillende busverbindingen verdwijnen, kijkt het lokale bestuur naar alternatieven om inwoners toch vlot van de ene naar de andere deelgemeente te krijgen. Eu00e9n van de ideeu00ebn die op tafel ligt, is de plaatsing van zogenoemde u2018meerijpalenu2019, een systeem dat sterk doet denken aan het vroegere liften.

Schepen van Mobiliteit Bram Van den Bunder bracht het voorstel ter sprake tijdens de jongste gemeenteraad en lichtte daar ook meteen toe hoe het systeem in de praktijk zou werken. u201cGewoon bij de paal gaan staan en je duim opsteken, meer is er niet nodigu201d, klonk het. Met dat eenvoudige principe hoopt de gemeente een laagdrempelig alternatief te bieden voor inwoners die zich moeilijk kunnen verplaatsen nu het openbaar vervoer wordt afgebouwd.

smalle saucisse

De specifieke structuur vanu00a0Avelgemu00a0speelt volgens de schepen in het voordeel van het project. De gemeente bestaat uit een centraal gedeelte met aan weerszijden telkens twee deelgemeenten. Die langgerekte vorm maakt dat veel verplaatsingen zich langs dezelfde as situeren. Van den Bunder omschrijft Avelgem zelf als u201ceen lange smalle saucisseu201d, wat volgens hem net ideaal is voor dit soort initiatief. u201cDoordat Avelgem een lange smalle saucisse is, met aan beide kanten van het centrum de deelgemeenten, lijkt ons dat een ideaal alternatief voor als de bus niet rijdt.u201d

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”7b76afe”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”99″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”1ba2969″,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”Liften, of autostop, is in Belgiu00eb in principe toegestaan, aangezien de wegcode geen expliciet verbod voorziet op gewone wegen. Wie de duim opsteekt, wordt juridisch beschouwd als voetganger en moet zich dus aan de geldende verkeersregels houden. Toch zijn er duidelijke beperkingen: op autosnelwegen en autowegen is liften verboden, net als op opritten, afritten en de pechstrook, waar voetgangers enkel in noodgevallen mogen komen. Ook op plaatsen waar een specifiek verbodsbord staat, zoals u201cNo autostopu201d, riskeer je een boete die kan oplopen tot ongeveer 137 euro. Daarnaast is liften niet toegestaan op locaties waar het verkeer in gevaar wordt gebracht of gehinderd, zoals in scherpe bochten, op de rijbaan zelf of vlak bij kruispunten. Op gewone wegen, bij voorkeur buiten de bebouwde kom, is het wel toegelaten, zolang je op de berm of het trottoir blijft en automobilisten veilig kunnen stoppen, bijvoorbeeld aan tankstations, rustplaatsen of nabij afritten van snelwegen.n”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”,”__globals__”:{“border_color”:”globals/colors?id=primary”}},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”56e8369″,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

Een belangrijke troef is de gewestweg die dwars door de gemeente loopt. Die verbindingsweg wordt intensief gebruikt en ligt voor veel inwoners binnen handbereik. Volgens het gemeentebestuur woont het merendeel van de bevolking op minder dan u00e9u00e9n kilometer van deze weg. Daardoor zouden de meerijpalen voor een groot aantal inwoners toegankelijk zijn, zonder dat zij eerst lange afstanden moeten afleggen.

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”f26252a”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”23″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”d2c0b05″,”elType”:”widget”,”settings”:{“image”:{“url”:”https://pitane.blue/wp-content/uploads/2026/04/pitane_Avelgem_liften.jpg”,”id”:193754,”size”:””,”alt”:”liften”,”source”:”library”},”caption_source”:”attachment”},”elements”:[],”widgetType”:”image”},{“id”:”bbe11f4″,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

De gemeente heeft al concrete locaties in gedachten voor de plaatsing van de palen. Zowel in het centrum als in de deelgemeenten zullen er opstappunten komen. Voor wie richting Kerkhove en Waarmaarde wil, wordt gedacht aan palen ter hoogte van de parking van het atheneum en aan de overkant van de weg. In de richting van Outrijve en Bossuit zouden de palen geplaatst worden aan beide zijden van de weg nabij de Colruyt.

verantwoorde manier

Bij de keuze van die locaties is niet over u00e9u00e9n nacht ijs gegaan. Veiligheid en zichtbaarheid staan centraal in het plan. u201cWe zochten locaties waar je veilig kan stoppen en waar je ook van ver de paal kan zien staanu201d, aldus Van den Bunder. Het is de bedoeling dat automobilisten tijdig kunnen anticiperen en op een verantwoorde manier halt houden om iemand mee te nemen.

Op de meerijpalen zelf komt een bord met duidelijke richtlijnen voor gebruikers. Daarop zullen enkele basisregels vermeld staan, waaronder het belang van hoffelijkheid en respect tussen bestuurder en passagier. Het gemeentebestuur wil daarmee vermijden dat het systeem tot misverstanden of ongewenste situaties leidt.

solidariteit

Als alles volgens plan verloopt, moeten de eerste palen tegen de zomer geplaatst zijn. Daarmee zet Avelgem een stap richting een alternatieve vorm van mobiliteit die inzet op solidariteit tussen inwoners. Het initiatief roept herinneringen op aan het liften, dat vooral in de jaren zeventig bijzonder populair was bij jongeren en toen als een vanzelfsprekend vervoersmiddel werd gezien.

Avelgem is overigens niet de eerste gemeente die experimenteert met dit soort oplossingen. Eerder nam ook Diksmuide al een gelijkaardig initiatief met zogenaamde u2018meerijbankjesu2019, waar mensen kunnen wachten tot iemand hen een lift aanbiedt. Met de meerijpalen kiest Avelgem voor een eigen variant, afgestemd op de lokale situatie en de specifieke noden van haar inwoners.

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”3de8df2″,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”De wielerkoorts stijgt opnieuw in Avelgem, want dit weekend staat volledig in het teken van Vlaanderens Mooiste. Op zondag 5 april 2026 raast het peloton van de Ronde van Vlaanderen opnieuw door de gemeente, waar de renners in de slotfase over Avelgemse wegen denderen. De dag voordien, op zaterdag 4 april 2026, is het de beurt aan de vele wielertoeristen die zelf willen proeven van het mythische parcours. Tijdens de Cyclo Ronde van Vlaanderen, beter bekend als u2018We Ride Flandersu2019, trekken duizenden fietsers hun stoute schoenen aan om dezelfde hellingen en kasseistroken te bedwingen als de profs. Daarmee vormt het weekend een tweeluik waarin zowel amateurs als wereldtoppers hun hart kunnen ophalen.”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”,”__globals__”:{“border_color”:”globals/colors?id=primary”}},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”e2c0196″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”92″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”6591a3c”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”29″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”3dcccf0″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”98″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”}],”isInner”:false}],”isInner”:false},{“id”:”e3239ad”,”elType”:”section”,”settings”:[],”elements”:[{“id”:”ffa7608″,”elType”:”column”,”settings”:{“_column_size”:100,”_inline_size”:null},”elements”:[{“id”:”33927a4″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”2″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”}],”isInner”:false}],”isInner”:false}]