Categorie archieven: SFM

NEA-index in 2025 vastgesteld op 1,5%: correctie na dalende energiekosten

De NEA-index voor 2025 is vastgesteld op 1,5%.

Dit percentage vormt een belangrijk ijkpunt voor de kostenontwikkeling in de taxibranche en het zorgvervoer. In deze indexering is ook de eerder afgesproken loonsverhoging van 5% per 1 januari 2025 verwerkt, die onderdeel uitmaakt van de cao Zorgvervoer en Taxi. Het verschil tussen deze 5% loonsverhoging en de 1,5% NEA-index wordt grotendeels verklaard door een correctie over het jaar 2024.

Bij de berekening van de NEA-index voor 2025 is rekening gehouden met de onverwachte daling van brandstof-, gas- en elektriciteitsprijzen in 2024. Vorig jaar werd namelijk bij het vaststellen van de index voor 2024 nog uitgegaan van een sterke stijging in deze energiekosten. Echter, in plaats van de verwachte stijging, bleek de prijs van brandstoffen en elektriciteit gedurende het jaar juist te dalen.

neerwaartse bijstelling

Bovendien was er voor de tweede helft van 2024 een prognose gemaakt van een gemiddelde loonstijging die hoger uitviel dan uiteindelijk het geval was. Bij het opstellen van de NEA-index voor 2024 werd namelijk uitgegaan van een loonsverhoging, maar omdat er op dat moment nog geen cao-akkoord was, werd een schatting van een hogere loonstijging gehanteerd. Uiteindelijk bleek de daadwerkelijke loonstijging slechts 4%, lager dan verwacht.

Vanwege deze lagere loonkosten en dalende energiekosten in 2024 is er een correctie doorgevoerd in de indexering voor 2025, wat resulteert in een neerwaartse bijstelling van 2,8%. Dit betekent dat hoewel er voor 2025 een loonsverhoging van 5% is afgesproken, de totale kostenontwikkeling zoals berekend in de NEA-index op slechts 1,5% uitkomt.

De NEA-index, berekend door onderzoeksbureau Panteia in opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit, is gebaseerd op verschillende vaststaande parameters, zoals de loonkosten binnen de cao Zorgvervoer en Taxi en prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). Toch moet worden opgemerkt dat bepaalde toekomstige kostenontwikkelingen die nog onzeker zijn, zoals mogelijke kostenstijgingen door toenemende verkeerscongestie, niet zijn meegenomen in de raming. Evenmin is rekening gehouden met kostenstijgingen door andere onzekere factoren. Het uiteindelijke kostenplaatje kan daarom per taxibedrijf verschillen, afhankelijk van hun specifieke kostenstructuur.

prognose

Voor 2025 voorspelt Panteia opnieuw een stijging van de kosten voor taxivervoer. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een verwachte loonstijging van 5% opgenomen in de prognoses voor het nieuwe jaar, met een lichte stijging van de sociale lasten van 0,1%. Dit betekent dat de loonkosten, inclusief sociale lasten, naar verwachting met 5,1% zullen stijgen. Dit is een forse toename die taxibedrijven in hun tariefstelling moeten meenemen.

De vaste kosten, zoals rente en afschrijvingen, zullen naar verwachting eveneens blijven stijgen. De rentekosten worden geraamd op een stijging van 25,2%, terwijl de kosten voor verzekering met 4,5% zullen toenemen. Ook de kosten voor stalling zullen met 3,2% stijgen, in lijn met de algemene inflatieverwachtingen.

brandstof

Voor de variabele kosten, zoals brandstof en onderhoud, verwacht Panteia een gematigde stijging. De energiekosten, die onder andere betrekking hebben op elektriciteit en diesel, zullen naar verwachting met 3,2% dalen in 2025. De kosten voor banden zullen naar verwachting met 3,2% stijgen, terwijl de kosten voor onderhoud en reparatie met 4,2% omhoog zullen gaan. Deze stijgingen zijn gebaseerd op prognoses van producentenprijzen en loonkosten in de onderhoudssector.

Foto: Pitane Blue – planning taxibedrijf

In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit heeft Panteia een overzicht gemaakt van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. De kostenontwikkelingen per taxibedrijf kunnen dus anders uitpakken.

Voor de taxi- en zorgvervoerbranche is de NEA-index een belangrijke graadmeter om zich voor te bereiden op de kostenstijgingen van het komende jaar. De index wordt jaarlijks opgesteld op basis van gedetailleerde analyses van de kostenontwikkeling in de sector. Dit zorgt ervoor dat bedrijven in deze sector hun tarieven dienovereenkomstig kunnen aanpassen en rekening kunnen houden met loonstijgingen en andere kostenfactoren zoals brandstofprijzen en belastingmaatregelen.

De aanpassing van de NEA-index is niet alleen van belang voor de ondernemers in de taxi- en zorgvervoersector, maar heeft ook invloed op de tarieven die aan klanten worden doorberekend. Voor overheidsinstanties en instellingen die verantwoordelijk zijn voor het inkopen van vervoer, zoals gemeenten die verantwoordelijk zijn voor leerlingenvervoer en Wmo-vervoer, vormt de indexering een belangrijk instrument om een realistische prijsstelling te hanteren. Daarnaast kan de correctie van 2,8% ook een signaal zijn dat de sector efficiënter kan opereren door de daling van energie- en loonkosten.

factoren

Het rapport van Panteia biedt een uitgebreid overzicht van de factoren die hebben geleid tot de huidige NEA-indexering. Voor ondernemers in de sector wordt het aangeraden dit rapport grondig door te nemen, zodat ze de financiële impact op hun bedrijfsvoering goed kunnen inschatten. Hoewel de algemene kostenontwikkeling voor de hele sector geldt, is het mogelijk dat individuele bedrijven te maken krijgen met afwijkende kostenpatronen, bijvoorbeeld door verschillen in schaalgrootte, operationele efficiëntie en regionale factoren.

Ondanks de huidige stabiele voorspellingen, blijft er in de toekomst altijd sprake van onzekerheden. Onverwachte stijgingen in brandstofprijzen, aanpassingen in wetgeving of plotselinge veranderingen in de vraag naar zorgvervoer kunnen alsnog voor extra kosten zorgen. Dit maakt het voor bedrijven van groot belang om flexibel te blijven en zich goed voor te bereiden op mogelijke schommelingen in hun kostenstructuur.

Toekomstperspectief: hoe SFM de taxibranche blijft ondersteunen in 2024

SFM fungeert als toezichthouder op de cao Zorgvervoer en Taxi en als kenniscentrum op het gebied van opleidingen, arbo en veiligheid.

Het jaarverslag 2023 van Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) is uit en belicht een jaar vol uitdagingen en prestaties binnen de taxibranche. Met een nadruk op personeelstekorten, het terugdringen van ziekteverzuim en het bevorderen van duurzame inzetbaarheid, heeft SFM belangrijke stappen gezet om de sector te ondersteunen en verbeteren.

Het jaar 2023 stond in het teken van het aanpakken van het aanhoudende personeelstekort in de taxibranche. De gevolgen van de coronapandemie waren nagenoeg verdwenen, maar het personeelstekort bleef een groot probleem. Ondanks de beperkte faillissementen, bleek uit onderzoek van Panteia dat 48% van de bedrijven rode cijfers schreef, wat de financiële kwetsbaarheid van de sector benadrukt.

SFM voerde regulier cao-controles uit en startte met voorbereidingen voor de introductie van de CDT (opvolger van de BCT), die vanaf 1 januari 2025 verplicht wordt. Om het personeelstekort aan te pakken, lanceerde SFM de online wervingscampagne ‘Sleur? Word chauffeur!’, die ondanks goede resultaten, niet volledig het tekort kon oplossen. Het hoge ziekteverzuim en personeelstekort leidden tot uitvoeringsproblemen, wat vooral kwetsbare doelgroepen trof.

De elektrificatie van het wagenpark zette door, met een toename van zero-emissie (ZE) voertuigen. Uit onderzoek van Panteia bleek dat 21% van de voertuigen nu ZE is, met verwachtingen voor verdere groei. Het project ‘Sterk aan het stuur’ richtte zich op de duurzame inzetbaarheid van medewerkers, met programma’s voor vitaliteit, budgetcoaching en stressmanagement. Het succes leidde tot een verlenging van het project tot eind 2025.

Foto: © Pitane Blue – Sociaal Fonds Mobiliteit – Culemborg

Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) is een cruciale organisatie binnen de Nederlandse taxibranche, opgericht door KNV Zorgvervoer en Taxi, FNV Taxi en CNV Vakmensen.

Het fonds streeft naar goede arbeidsverhoudingen, veilige arbeidsomstandigheden en eerlijke concurrentieverhoudingen in de taxibranche. De kernwaarden van SFM zijn deskundigheid, transparantie, bevoegdheid, onafhankelijkheid en kwaliteit. Deze waarden vormen de basis voor hun activiteiten, die bijdragen aan de professionalisering van de taxibranche.

De handhaving van de cao Zorgvervoer en Taxi is een kerntaak van SFM. In 2023 werden 280 cao-controles uitgevoerd, waarvan 239 bedrijven een ‘Voldoende’ bedrijfsoordeel kregen. Er werden vijf nieuwe rechtszaken gevoerd, waarvan vier in het voordeel van SFM werden beslecht.

Bij aanbestedingen en faillissementen wisselen vervoerscontracten regelmatig van vervoerder. SFM coördineert de overgang van personeel om werkzekerheid te bieden. In 2023 werden 50 dossiers behandeld, waarvan 274 werknemers een baanaanbod ontvingen. Slechts 48% accepteerde dit aanbod, wat lager was dan het voorgaande jaar.

De na-ijlende effecten van de coronapandemie en een krappe arbeidsmarkt waren zichtbaar in 2023. SFM zette in op gezondheids- en vitaliteitsprogramma’s, zoals bedrijfsbezoeken en werkplekonderzoeken, om ziekteverzuim te verminderen en medewerkers gemotiveerd te houden. Er werden diverse opleidingen en cursussen georganiseerd, waaronder ‘Keurmeester rolstoellift’ en ‘Preventiemedewerker’.

SFM heeft een actieve website en is aanwezige op verschillende sociale media kanalen om de branche te informeren. De online wervingscampagne op de vacaturewebsite ‘werkenindetaxibranche.nl’ genereerde veel verkeer en sollicitaties.

SFM nam diverse maatregelen om te voldoen aan de AVG-wetgeving. Er werden phishingonderzoeken uitgevoerd en incidenten met persoonsgegevens werden adequaat afgehandeld. In 2024 zal SFM verdere audits uitvoeren en een pentest plannen om de beveiliging van persoonsgegevens te waarborgen.

De personeelstekorten en uitvoeringsproblemen van 2023 zullen naar verwachting in 2024 blijven bestaan. SFM zet daarom in op verdere promotie van het chauffeursvak, het verminderen van ziekteverzuim en het bevorderen van goed werkgeverschap. Het duurzame inzetbaarheidsproject ‘Sterk aan het stuur’ wordt voortgezet, mede gefinancierd door de MDIEU-regeling van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Met deze inspanningen blijft SFM zich inzetten voor een sterke, professionele en duurzame taxibranche.

SFM: Webinar voor vrouwen in zorgvervoer over de uitdagingen van de overgang

Vandaag viel ons oog op een bijzondere oproep via het platform X, gericht aan vrouwen werkzaam in de zorgvervoer- en taxisector. De oproep, onder de titel “Dames werkzaam in de zorgvervoer- en taxi sector opgelet! Heb je last van overgangsperikelen en wil je hier meer over weten? Doe dan mee met ons webinar”.

Het Sociaal Fonds Mobiliteit heeft aangekondigd dat het op 21 mei een webinar zal organiseren specifiek gericht op vrouwen werkzaam in de zorgvervoer- en taxisector die de overgang doormaken. Onder de titel “Krachtig door de overgang” zal het evenement vrouwen voorzien van essentiële informatie en hulpmiddelen om te leren omgaan met de uitdagingen van deze natuurlijke levensfase.

De overgang is een periode waarin vrouwen te maken krijgen met diverse symptomen zoals slapeloosheid, opvliegers, stemmingswisselingen en vermoeidheid, wat hun persoonlijke en professionele leven aanzienlijk kan beïnvloeden. Volgens experts ervaart zo’n 80% van de vrouwen klachten tijdens de overgang, wat aanzienlijke economische gevolgen kan hebben. Er wordt geschat dat er ongeveer 80.000 vrouwen in Nederland door overgangsklachten thuiszitten, met kosten die oplopen in de miljoenen en een extra druk op de toch al krappe arbeidsmarkt.

Het webinar, dat een uur zal duren, wordt gepresenteerd door een erkende overgangsconsulent. De sessie zal zich richten op het delen van kennis over de overgang, het verstrekken van nieuwe inzichten, en het bieden van praktische tips om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Deelnemers zullen ook leren hoe ze de overgang bespreekbaar kunnen maken, zowel thuis als op het werk.

Foto: © Pitane Blue – Sociaal Fonds Mobiliteit – Culemborg

“Wij zijn er voor iedereen die in het taxivervoer werkt: werkgevers, chauffeurs, taxileraren, centralisten, planners en ander niet-rijdend personeel.”

Henk van Gelderen, Sociaal Fonds Mobiliteit

De agenda van het webinar is gevuld met thema’s zoals het balanceren tussen werk, gezin, en mantelzorg, het omgaan met hormonale schommelingen, en het stellen en bewaken van grenzen. Dit initiatief is van groot belang voor het verbeteren van de kwaliteit van leven van werkende vrouwen tijdens de overgang, maar ook voor het bevorderen van een inclusieve werkcultuur waarin de gezondheid van vrouwen serieus wordt genomen.

De overgang is niet alleen een persoonlijke uitdaging, maar ook een maatschappelijke kwestie die de aandacht vereist van werkgevers in alle sectoren. Het bespreekbaar maken van de overgang op de werkvloer is een belangrijke stap naar een gezondere en meer ondersteunende werkomgeving voor vrouwen.

Het Sociaal Fonds Mobiliteit moedigt alle geïnteresseerde vrouwen aan zich aan te melden voor dit webinar. Door deel te nemen, kunnen zij inzicht krijgen in hun eigen overgangsprofiel en leren omgaan met de veelvoorkomende symptomen en klachten die met deze levensfase gepaard gaan.

Transparantie: Sociaal Fonds zet zich in voor duidelijkheid in de taxiwereld

Het verschil tussen dienstblokken en de maxflex-regeling binnen de CAO voor Zorgvervoer en Taxi is groot en speelt een cruciale rol in de arbeidsvoorwaarden en werkplanning van het rijdend personeel in de taxisector.

Het Sociaal Fonds Mobiliteit, een organisatie voor het verbeteren en controleren van werkomstandigheden binnen de taxisector, zet zijn inspanningen via sociale media voort om de implementatie en het begrip van de dienstblokkenregeling, zoals vastgesteld in de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor Zorgvervoer en Taxi, te stimuleren. Deze regeling is ontworpen om zowel werknemers als werkgevers duidelijkheid en structuur te bieden in de werkuren, standplaatsen, en verloonde tijd.

Nog steeds kan er verwarring optreden over de richtlijnen en taxibedrijven registreren de gegevens niet altijd op de juiste manier. Volgens de CAO dient het fulltime rijdend personeel een arbeidstijd van 40 uur per week te hebben, verdeeld over gemiddeld vijf dagen. Parttime werknemers, daarentegen, hebben een arbeidsovereenkomst voor minder dan 40 uur per week, waarbij het exacte aantal uren schriftelijk vastgelegd moet worden in de arbeidsovereenkomst.

standplaatsen

Een uniek aspect van deze sector is de regeling omtrent standplaatsen. Elke werknemer heeft twee officiële standplaatsen, waarvan het woonadres er altijd één is. De tweede is het vestigingsadres van het bedrijf, vastgelegd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Deze plek fungeert als een centraal punt voor administratieve en materiële activiteiten van het bedrijf. In situaties waar geen specifiek vestigingsadres door de werkgever is aangewezen, wordt het dichtstbijzijnde vestigingsadres, vanaf het woonadres van de werknemer, als standplaats beschouwd. Er is echter ruimte voor flexibiliteit; werkgever en werknemer kunnen in onderling overleg besluiten tot een andere, derde standplaats.

De CAO maakt onderscheid tussen twee soorten werkregelingen voor het rijdend personeel: de maxflex-regeling en de dienstblokken. Beide systemen zijn ontworpen om de flexibiliteit en de inzetbaarheid van werknemers te optimaliseren, terwijl ze ook zorgen voor gegarandeerde verloonde tijd. De maxflex-regeling is bedoeld voor situaties waarin werknemers opgeroepen worden voor onvoorziene werkzaamheden, terwijl dienstblokken voor een meer gestructureerde aanpak zorgen, met duidelijke begin- en eindtijden.

Het belangrijkste verschil tussen dienstblokken en de maxflex-regeling ligt in de voorspelbaarheid en structuur van het werkrooster. Dienstblokken zijn vooraf gepland en bieden duidelijke start- en eindtijden, wat leidt tot een meer voorspelbare werkweek. De maxflex-regeling, daarentegen, biedt een hogere mate van flexibiliteit om te kunnen inspelen op onvoorziene omstandigheden, maar met minder zekerheid over werktijden voor de werknemer. Beide systemen zijn ontworpen om een evenwicht te vinden tussen de behoeften van de werkgever aan flexibiliteit en de behoefte van werknemers aan voorspelbare en verloonde werktijden.

De regelingen zijn ontworpen om zowel flexibiliteit voor de werkgever als zekerheid voor de werknemer te bieden. Hieronder worden de hoofdkenmerken en verschillen uiteengezet.

dienstblokken

Dienstblokken zijn vooraf gedefinieerde werkperiodes binnen een werkdag waarin een werknemer arbeid verricht. Deze perioden zijn aaneengesloten en kunnen door één of meerdere onbetaalde perioden worden onderbroken, waarin de werknemer niet ter beschikking staat van de werkgever. Dienstblokken bieden een gestructureerde aanpak, waarbij vooraf duidelijk is wanneer de werkperioden beginnen en eindigen. Dit zorgt voor meer voorspelbaarheid in het werkrooster. Voor contracten tot 28 uur per week kunnen maximaal vier dienstblokken worden ingepland binnen één werkdag, met een minimale duur van één uur per blok. Voor contracten boven de 28 uur per week geldt dat er twee dienstblokken worden toegekend met een gezamenlijke minimale duur van vier uur. Tussen dienstblokken in zit een onbetaalde periode, waarvan de minimumduur varieert afhankelijk van de contractomvang.

maxflex-regeling

De maxflex-regeling, of maximering van flexibiliteit, is een werkrooster waarin de werktijden minder vastomlijnd zijn in vergelijking met dienstblokken. Deze regeling is vooral bedoeld voor situaties waarin flexibiliteit vereist is, zoals onverwachte drukte of ziekte. De maxflex-regeling biedt de werkgever de mogelijkheid om werknemers met weinig voorafgaande kennisgeving op te roepen, wat zorgt voor een hoge mate van flexibiliteit in de personeelsplanning. In tegenstelling tot dienstblokken, waar de werkperiodes vooraf zijn gedefinieerd, kunnen bij de maxflex-regeling de werkperiodes variëren afhankelijk van de behoeften op de werkdag zelf. Bij de maxflex-regeling wordt de definitie van een dienst flexibeler gehanteerd, met mogelijkheid voor meerdere onbetaalde periodes, afhankelijk van de feitelijke beschikbaarheid en inzet van de werknemer.

administratie

De CAO voor Zorgverervoer en Taxi legt specifieke eisen op aan werkgevers wat betreft de registratie en rapportage van de arbeidstijden van werknemers. Dit is niet alleen van belang voor het waarborgen van de rechten van werknemers, maar ook voor het faciliteren van een soepele bedrijfsvoering.

Werkgevers zijn verplicht een duidelijke en betrouwbare administratie bij te houden van de dagelijkse werkuren van elke werknemer. Deze administratie moet nauwkeurig weergeven wanneer diensten beginnen, eindigen, en de periodes waarin werknemers niet beschikbaar zijn voor de werkgever. Deze eis zorgt ervoor dat er een transparante basis is voor het berekenen van de verloning en eventuele toeslagen.

Aan het einde van elke betalingsperiode is de werkgever verplicht om werknemers een gedetailleerd overzicht te verstrekken van de gewerkte uren. Dit overzicht moet informatie bevatten over de toegepaste werkregelingen (maxflex-regeling of dienstblokken), eventuele correcties op de registratie, en de totale verloonde tijd. Deze transparantie is essentieel voor werknemers om te kunnen verifiëren dat zij correct zijn betaald voor hun werk.

De methode voor het verstrekken van deze overzichten kan variëren. Sommige bedrijven kiezen voor een digitaal chauffeursportaal, terwijl anderen schriftelijke rapporten gebruiken. De keuze voor een platform hangt vaak af van de grootte van het bedrijf en de voorkeuren van de werknemers. Ongeacht de methode, het doel is om werknemers gemakkelijk toegang te geven tot hun arbeidsgegevens.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

Naast het reguliere urenoverzicht verstrekken werkgevers ook maandelijks een rapport over de extra gewerkte uren. Dit omvat het aantal overuren, de vergoeding voor deze uren, en informatie over opgebouwde vakantiebijslag en vakantie-uren gerelateerd aan deze overuren. Het identificeren van “extra uren” is cruciaal, aangezien deze uren bovenop de standaardcontracturen komen en onderworpen zijn aan specifieke vergoedingen en rechten.

Deze administratieve vereisten benadrukken het belang van een solide infrastructuur voor tijdregistratie en personeelsmanagement. Door een heldere en accurate administratie te voeren, kunnen werkgevers niet alleen voldoen aan de wettelijke en contractuele verplichtingen, maar ook een positieve werkomgeving creëren waarin werknemers zich gewaardeerd en gerespecteerd voelen. Het is een fundament dat bijdraagt aan de duurzaamheid en het succes van ondernemingen binnen de taxi- en zorgvervoersector.

Bron: Sociaal Fonds Mobiliteit

Implementatie CAO niet vanzelfsprekend voor SFM

Samen met Technolution gaat Sociaal Fonds Mobiliteit de uitdaging aan om een digitale interface te ontwikkelen.

Afgelopen week kwamen op uitnodiging van het Sociaal Fonds Mobiliteit de belangrijkste ICT spelers op de markt bij elkaar te Culemborg om mee te denken over de digitale implementatie van de CAO in de agendapakketten. In het kort komt het erop neer dat er vanaf 1 maart twee type diensten zijn benoemd in de CAO, MaxFlex en Dienstblokken. Het is de bedoeling dat het type dienst en de tijden daags vooraf aan SFM kenbaar dienen te worden gemaakt via een portaal. 

Dit portaal is nog niet ontwikkeld maar het onderzoek is momenteel in volle gang. Hiervoor werden softwarebedrijven uitgenodigd voor de informatiebijeenkomst/workshop voor het te ontwikkelen SFM portaal verloonde tijd. Geen gemakkelijke en vanzelfsprekende klus voor het SFM want het koppelen van data afkomstig uit verschillende bronnen moet aan alle mogelijke eisen die gesteld worden door de wetgever voldoen. 

De uitdagingen zijn daarom groot voor SFM en directeur Henk van Gelderen maakte van de gelegenheid gebruik om aan te geven dat taxibedrijven nu al moeten vastleggen in de eigen administratie hoe de diensten worden ingezet. Dat er straks een digitale weg ontstaat om dit vast te leggen in het SFM portaal is mooi meegenomen. Tot het moment dat dit portaal in bedrijf wordt genomen hoeven bedrijven de type dienst en de diensttijden niet vooraf door te geven aan SFM maar moet dit wel uit de eigen administratie blijken. 

Directeur Henk van Gelderen

Samen met Technolution gaat SFM de uitdaging aan om een digitale interface te ontwikkelen die gedragen moet worden door de leveranciers van agendapakketten. Een niet onmogelijke taak waarbij vooral gekeken moet worden naar een koppeling van dienstgegevens aan chauffeurs. De informatie die uit de verplichte boordcomputer (BCT) afkomstig is moet hierbij zonder enige twijfel kunnen gekoppeld worden aan de vooraf opgegeven dienstgegevens in het SFM portaal. Hierbij zal wellicht worden gedacht aan een REST-koppeling waarbij zelfs de TOMP-API in overweging kan worden genomen volgens insiders.

omstreden

De nieuwe regels voor Maxflex en Dienstblokken die in de CAO werden opgenomen zijn nu al omstreden. Ondanks goedkeuring van de CAO onder alle betrokken partners, waaronder ook de leden van het KNV, zijn geluiden en ongenoegen in de markt hoorbaar. Wellicht zal dit ook op de agenda staan bij de nieuwe CAO onderhandelingen. Of voor die tijd de koppeling op de digitale in gebruik werd genomen moet nog blijken. In ieder geval zal dit niet liggen aan Sociaal Fonds Mobiliteit, het centrale aanspreekpunt voor de taxibranche, en de leveranciers van agendapakketten.

Lees ook: Dagelijks roostertijden aanleveren in SFM-portaal


Sociaal Fonds Mobiliteit bezig met een haalbaarheidsstudie

Het Sociaal Fonds Mobiliteit houdt zich primair bezig met controle en voorlichting op het gebied van de cao taxivervoer, Arbo zaken en vakopleidingen. In een reactie op een eerdere publicatie liet het Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) weten dat, in tegenstelling tot wat het artikel onbedoeld liet vermoeden, tot het moment dat  het portaal in gebruik is bedrijven niks hoeven aan te leveren.

Ze moeten wel sinds 1 maart 2022 werken op basis van de nieuwe regelgeving m.b.t. de verloning. Dus van handmatige invoer of iets dergelijks voor het aanleveren van informatie aan SFM is totaal geen sprake. SFM is thans bezig met een haalbaarheidsstudie om de mogelijkheden van automatische koppelingen tussen planningspakketten en portaal te onderzoeken, dit om bedrijven zo min mogelijk administratief te belasten.

digitaal aanleveren

In eerder gemaakte afspraken werd gesteld dat om extra werkzaamheden bij de taxibedrijven te minimaliseren softwareleveranciers hun pakketten kunnen koppelen met het SFM portaal of kunnen ondernemers een Excel bestand aanleveren. Het zou hier niet enkel gaan om bedrijven die werken met de BCT in combinatie met datacommunicatie, maar om alle taxibedrijven, zonder enige uitzondering. Het Sociaal Fonds Mobiliteit kan de opgegeven tijden in het portaal met de geregistreerde tijden in de BCT vergelijken.

dienstblokken

Binnen de nieuwe CAO werd afgesproken dat een werknemer op een dag in een dienst (te noemen MaxFlex dienst) of in dienstblokken kan werken. Werknemers kunnen dus niet op één dag in diensten én in dienstblokken werken. Voor contracten van 0 tot en met 28 uur per week geldt dat er maximaal vier dienstblokken per dag kunnen worden opgegeven. Alle tijd binnen een dienstblok is te verlonen tijd. Er kunnen geen onbetaalde pauzes in een dienstblok zitten en afwijkingen in de BCT zijn leidend voor de verloning.

handhaving

De regeling “Verloonde tijd” moest ingaan op 1 januari 2022. De regeling wordt na 1 jaar geëvalueerd. De sociale partners maken nog nadere afspraken mbt de consequenties over het niet nakomen van de regeling. De lonen zelf gaan per 1 januari 2022 omhoog met 2,5%. De vakbonden hebben hierover afspraken gemaakt werkgeversorganisatie KNV.

bestuur

Het bestuur van de stichting Sociaal Fonds Mobiliteit bestaat uit 8 leden samengesteld uit CNV Vakmensen, FNV Taxi en KNV Zorgvervoer en Taxi. De dagelijkse leiding  is in handen van de heer H. van Gelderen. De medewerkers van SFM hebben door de jaren heen veel kennis en ervaring opgebouwd in de taxibranche.

Lees ook: Zorgvervoer- en taxichauffeurs dreigen dupe te worden