Categorie archieven: SFT

Dagelijks roostertijden aanleveren in SFM-portaal

Werkgevers moeten in het SFM-portaal in ieder geval één dag van tevoren aangeven in wat voor dienst en op welke de tijdstippen chauffeurs zijn ingeroosterd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen maxflex en dienstblokken. De wijzigingen kunt u teruglezen in artikel 2.1.5 t/m 2.1.9 en 2.1.15  van de nieuwe cao. In het kort komt het erop neer dat er vanaf 1 maart twee type diensten zijn, Maxflex of dienstblokken.

Wijziging per 1 maart

De definitie van de verloonde tijd verandert per 1 maart 2022. Niet-betaalde onderbrekingen zijn dan verleden tijd. In plaats daarvan worden taxichauffeurs in een dienst zonder blokken betaald voor alle tijd waarin zij beschikbaar zijn voor werk. Een werknemer kan dus niet op één dag in diensten en in dienstblokken werken. Het type dienst en de tijden dienen daags vooraf aan SFM kenbaar te worden gemaakt via een portaal. Dit portaal is nog niet ontwikkeld.

“Kiest u voor dienstblokken dan dient u 100% van de diensttijd te verlonen maar kunt u meerdere dienstblokken per dag geven. Dit is afhankelijk van de omvang van het arbeidscontract.”

Tot het moment dat dit portaal in bedrijf wordt genomen hoeven bedrijven de type dienst en de diensttijden niet vooraf door te geven aan SFM maar moet dit wel uit de administratie blijken. De werkgever dient een inzichtelijke en deugdelijke administratie te voeren van de dagelijkse arbeidstijd van de werknemer. Uit deze administratie kan worden afgeleid op welke tijdstippen de dienst begint, eindigt en wordt onderbroken in die zin dat de werknemer niet ter beschikking van de werkgever staat.

CAO

KNV Taxi- en Zorgvervoer, FNV Taxi en CNV Vakmensen hebben afspraken gemaakt over de cao Zorgvervoer en Taxi, en de cao SFM. Alles over deze cao’s hebben we hier voor u op een rij gezet.

Lees ook: Sociaal Fonds Mobiliteit kijkt binnenkort digitaal mee

NEA-index 6,7% voorspelt flink duurdere taxi in 2020

Panteia heeft berekend dat de NEA-index voor taxivervoer in 2020 uitkomt op 6,7%. De voornaamste reden is de afschaffing van de teruggaveregeling BPM per 1 januari 2020. Daarnaast stijgen de lonen met 2% per 1 januari 2020 en zijn de kosten voor verzekeringen fors toegenomen. Ook de kostenverhogende effecten van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (de WAB) zijn in de index verdisconteerd.

De kostenontwikkelingen kunnen per taxibedrijf anders uitpakken. Sociaal Fonds Taxi vervult binnen de bedrijfstak taxi de rol van toezichthouder voor de CAO Taxivervoer en is het kenniscentrum op het gebied van opleidingen, arbo, veiligheid en de CAO Taxivervoer. Sociaal Fonds Taxi is opgericht en wordt bestuurd door KNV Taxi, FNV en CNV vakmensen. Het begrip taxivervoer omvat in dit verband alle vervoer met taxi’s, inclusief het groepsvervoer.

De kosten voor 2020 stijgen weliswaar substantieel met 7,5%, maar door een correctie van 0,8% op de vorig jaar ingeschatte kostenontwikkeling in 2019, komt de NEA-index uit op 6,7%. De belangrijkste reden voor de correctie is het feit dat de sectorpremies in 2019 lager zijn uitgevallen dan vooraf voorzien.

De kostenontwikkelingen zijn gebaseerd op vaststaande feiten, zoals de cao Taxivervoer, en prognoses van het Centraal Planbureau. Bij de berekening van de kostenontwikkeling is geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van toename van de congestie. Toekomstige kostenontwikkelingen die nog onzeker zijn, zijn eveneens niet bij de ramingen betrokken.

In opdracht van Sociaal Fonds Taxi heeft Panteia een overzicht gemaakt van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. De kostenontwikkelingen per taxibedrijf kunnen dus anders uitpakken. Het complete rapport kunt u online bekijken.

Lees ook: Openbaar vervoer heeft nood aan investeringen en geld voor modern materiaal







Sociaal Fonds Taxi wordt Sociaal Fonds Mobiliteit

Per 1 januari 2020 krijgt Sociaal Fonds Taxi (SFT) een andere naam. Het wordt dan Sociaal Fonds Mobiliteit. De activiteiten veranderen niet maar het bestuur van SFT is van mening dat het woord ‘taxi’ in steeds mindere mate de lading dekt wat betreft de bedrijven en werknemers waar Sociaal Fonds Taxi zich op richt. 

Het woord ‘taxi’ wordt vaak gebruikt voor de opstap- en bestelmarkt (ook wel consumentenmarkt genoemd). Dit is slechts een klein deel van de activiteiten van bedrijven met personeel in loondienst. Deze bedrijven houden zich voornamelijk bezig met zorgvervoer (zoals leerlingenvervoer, WMO-vervoer, ziekenvervoer, etc.), maar ook aanvullend OV, HAP-vervoer en zakelijk vervoer. 

Onder de term ‘mobiliteit’ vinden alle vormen van vervoer een plek. Tevens speelt de naamswijziging in op toekomstige ontwikkelingen zoals MAAS (mobility as a service) en verdere integratie van OV en doelgroepenvervoer.

De naamswijziging leidt ertoe dat de werknemers en werkgevers in de taxibranche voortaan SFT als afzender vermeld zien staan op de communicatie-uitingen die voorheen door Sociaal Fonds Taxi werden verzorgd.

Meer informatie kan door in contact te komen met de cao-controleurs en arbocoach die u graag ontmoeten op donderdag 10 oktober tijdens de Taxi-Expo of u bezoekt de workshop ‘Goed op weg’.

Lees ook: Uitstel invoering platform code VVR brengt zwakheden aan het licht





Afschaffing teruggave van de BPM taxi’s heeft volgens CE Delft grote gevolgen

Op 18 december heeft de Eerste Kamer ingestemd met  het afschaffen van de teruggave regeling BPM voor taxi’s. Reden van deze maatregel is het stimuleren van de taxibranche om over te stappen naar zuinigere voertuigen. Volledig elektrische voertuigen zijn vrijgesteld van BPM.

Taxivervoerders, die vanaf 1 januari 2020 een nieuw taxivoertuig aanschaffen worden geconfronteerd met flink hogere aanschafkosten. Dat geldt voor taxibedrijven die BPM moeten afdragen, maar ook voor taxibedrijven die besluiten over te stappen op elektrische voertuigen. Deze voertuigen zijn momenteel nog duurder dan de dieselvoertuigen. Naast de kosten speelt de beschikbaarheid van elektrische voertuigen een rol. Er zijn signalen uit de taxibranche dat dit aanbod er niet is voor (rolstoel) bussen.

Sociale partners in het zorgvervoer pleiten voor een uitstel van de afschaffing van de teruggave regeling BPM voor taxivoertuigen tot het moment dat de beschikbaarheid van elektrische (rolstoel) bussen en de kosten op een aanvaardbaar niveau zijn.

Sociaal Fonds Taxi (SFT) heeft CE Delft gevraagd om onderzoek te doen naar de effecten van het afschaffen van de teruggave regeling BPM voor taxi’s. Hoofdvraag die in het onderzoek beantwoord wordt: gaat de afschaffing van de BPM maatregel leiden tot meer elektrische bussen in het doelgroepenvervoer?

De uitkomst van de marktverkenning geeft aan dat de BPM-maatregel voor taxivoertuigen per saldo kostenverhogend uitpakt in het zorg- en doelgroepenvervoer. Als gevolg daarvan komt het vervoersaanbod voor gehandicapten, leerlingen en ouderen onder druk te staan.

Door inzet van elektrische (rolstoel) bussen gaat de bezettingsgraad naar beneden, waardoor meer bussen en chauffeurs nodig zijn om hetzelfde werk te doen. Samen met de hogere aanschafkosten en kosten die samenhangen met de laadinfrastructuur betekent dit dat de kosten voor het zorgvervoer zullen stijgen door de afschaffing van de teruggave regeling BPM.

Inzet van elektrische (rolstoel) bussen wordt bemoeilijkt door de zeer beperkte beschikbaarheid van deze voertuigen. Er zijn slechts twee elektrische modellen beschikbaar, die niet alle benodigde ritten in het zorgvervoer kunnen uitvoeren vanwege een actieradius van 100 km.

De volledige overgang naar elektrisch vervoer binnen het doelgroepenvervoer is op dit moment niet mogelijk, al zou de sector graag willen. De kosten met name voor de extra benodigde inzet en het gebrek aan beschikbaarheid van passende voertuigen zorgen ervoor dat deze maatregel voor de zorgvervoer sector grote gevolgen heeft zodat uitvoering van de afschaffing van de teruggave regeling BPM op dit moment niet reëel is.