Tag archieven: coalitie

Sterke aandacht voor ketenmobiliteit: coalitie zet vol in op wonen en bereikbaarheid

De nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA presenteert zich met een duidelijke ambitie en een uitgesproken toon.

Wat vooral opvalt in de plannen ten aanzien van mobiliteit, is dat bereikbaarheid niet meer als los beleidsdossier wordt behandeld, maar nadrukkelijk wordt gekoppeld aan wonen, veiligheid en economie. Mobiliteit is in het coalitieakkoord geen doel op zich, maar een randvoorwaarde om andere maatschappelijke problemen op te lossen.

maatregelen

Geen grote woorden over gedragsverandering, maar concrete maatregelen over onderhoud, veiligheid, betaalbaarheid en bereikbaarheid. Mobiliteit wordt gepresenteerd als iets dat moet werken voor iedereen, in alle regio’s, en dat vooral betrouwbaar en veilig moet zijn. Dat pragmatische karakter is misschien wel het meest opvallende element van het mobiliteitsbeleid in dit coalitieakkoord.

Onder leiding van Rob Jetten, Dilan Yeşilgöz-Zegerius en Henri Bontenbal wil het kabinet de komende jaren “bouwen aan een beter Nederland”. In het gezamenlijke voorwoord zetten de drie partijleiders de koers scherp neer. “Wij geloven dat de samenleving weer een politiek wil die laat zien dat mét elkaar meer oplevert dan tegen elkaar”, schrijven zij, waarmee direct afstand wordt genomen van de politieke polarisatie die volgens hen het vertrouwen in de overheid heeft uitgehold.

woningmarkt

Centraal in de plannen van de coalitie staat de woningmarkt, die al jaren onder zware druk staat. Het kabinet kiest ervoor om de hypotheekrenteaftrek in stand te houden, een maatregel die vooral huiseigenaren rust moet bieden in een tijd van economische onzekerheid. Tegelijkertijd wordt erkend dat de problemen op de woningmarkt daarmee niet zijn opgelost. Vanaf 2029 wordt jaarlijks 1 miljard euro vrijgemaakt voor de bouw van betaalbare woningen. Daarmee wil de coalitie niet alleen het woningtekort aanpakken, maar ook zorgen dat starters, gezinnen en ouderen weer perspectief krijgen op een passende plek om te wonen.

Rob Jetten – Beeld: Martijn Beekman

Een eerste duidelijke lijn is dat infrastructuur structureel wordt verbonden aan woningbouw. Nieuwe wegen, spoorlijnen en ov-verbindingen worden alleen nog prioriteit gegeven als ze aantoonbaar bijdragen aan de ontsluiting van nieuwe woonwijken en economische ontwikkeling. Daarmee breekt het kabinet met het verleden waarin infrastructuurprojecten vaak op zichzelf stonden. Mobiliteit wordt gepresenteerd als een middel om de woningnood te verlichten en regio’s beter te laten functioneren.

Een belangrijk onderdeel van die aanpak is het bevorderen van doorstroming. Veel huishoudens wonen volgens het kabinet niet meer in een woning die past bij hun inkomen of levensfase. Door beter doorstromen mogelijk te maken en zogenoemd scheefwonen tegen te gaan, moeten woningen vrijkomen voor mensen die daar echt op zijn aangewezen. De coalitie ziet daarbij een duidelijke rol voor zowel gemeenten als woningcorporaties, die samen met het Rijk moeten zorgen voor een evenwichtiger verdeling van de beschikbare woonruimte.

Foto: © Pitane Blue – Dilan Yesilgöz

Daarnaast valt op dat het akkoord sterk inzet op onderhoud boven uitbreiding. In meerdere passages wordt benadrukt dat bruggen, tunnels, viaducten en spoorwegen het einde van hun levensduur naderen. Het kabinet kiest er expliciet voor om achterstallig onderhoud de komende jaren voorrang te geven boven grootschalige nieuwe aanleg. Veiligheid, betrouwbaarheid en doorstroming worden daarbij als doorslaggevend genoemd. Dit wijst op een meer nuchtere, beheergerichte mobiliteitsvisie.

Woningbouw wordt in de plannen nadrukkelijk gekoppeld aan bereikbaarheid. Nieuwe infrastructuur moet voortaan hand in hand gaan met de ontwikkeling van nieuwe woonwijken. De coalitie wil voorkomen dat er wijken ontstaan die slecht ontsloten zijn of waar bewoners afhankelijk blijven van de auto. Tegelijkertijd wordt erkend dat de bestaande infrastructuur in veel delen van het land kampt met achterstallig onderhoud. Wegen, bruggen en viaducten verkeren op sommige plekken in zorgwekkende staat. Het kabinet trekt daarom extra middelen uit om deze knelpunten aan te pakken, met het oog op veiligheid én doorstroming.

brandstofaccijns

Voor automobilisten bevat het akkoord een concrete tegemoetkoming. De verlaging van de brandstofaccijns op benzine wordt met nog een jaar verlengd. Daarmee wil de coalitie voorkomen dat autorijden voor grote groepen Nederlanders onbetaalbaar wordt, zeker in regio’s waar het openbaar vervoer geen volwaardig alternatief is. Die maatregel wordt gepresenteerd als tijdelijk, in afwachting van bredere hervormingen op het gebied van mobiliteit en belastingen.

Het openbaar vervoer krijgt eveneens aandacht, met name in de aansluiting op andere vormen van vervoer. OV-knooppunten moeten beter bereikbaar worden voor fietsers, zodat de combinatie van fiets en trein of bus aantrekkelijker wordt. De fiets wordt door het kabinet gezien als een essentieel onderdeel van duurzame mobiliteit, zeker in stedelijke gebieden waar ruimte schaars is en de druk op het wegennet groot blijft.

verkeersveiligheid

Op het gebied van verkeersveiligheid kondigt de coalitie een opvallende maatregel aan voor fatbikes. Deze steeds populairder wordende elektrische fietsen zorgen volgens gemeenten en politie voor groeiende zorgen, vooral door hoge snelheden en jonge bestuurders. Het kabinet wil daarom een minimumleeftijd invoeren en een helmplicht instellen. Met deze stap wil de coalitie het aantal ongelukken terugdringen en duidelijkheid scheppen in het verkeersbeeld.

Foto: © Pitane Blue – CDA – Henri Bontenbal

Een opvallend detail is de sterke aandacht voor ketenmobiliteit, met name de fiets. OV-knooppunten moeten beter bereikbaar worden voor fietsers, waarmee de combinatie fiets-trein wordt gepositioneerd als volwaardig alternatief voor de auto. De fiets wordt niet alleen gezien als duurzaam vervoermiddel, maar ook als praktische oplossing voor bereikbaarheid in stedelijke gebieden.
Op het gebied van verkeersveiligheid springt de fatbike-maatregel eruit. Het akkoord introduceert een aparte voertuigcategorie, met een minimumleeftijd, helmplicht en de mogelijkheid voor gemeenten om fatbike-vrije zones in te stellen. Dit laat zien dat het kabinet bereid is snel en gericht in te grijpen bij nieuwe mobiliteitsproblemen, in plaats van te wachten op bestaande wetgeving.

Alles bij elkaar schetst het akkoord een coalitie die inzet op stabiliteit en samenwerking, met nadruk op wonen, bereikbaarheid en veiligheid. De woorden uit het voorwoord, waarin Jetten, Yeşilgöz-Zegerius en Bontenbal benadrukken dat politiek weer moet laten zien dat samenwerken loont, vormen de rode draad door de plannen. Of deze ambitie ook in de praktijk waargemaakt kan worden, zal de komende jaren moeten blijken, maar de richting is helder: bouwen, verbinden en herstellen van vertrouwen.

Duurzaam reizen: Tweede Kamer krijgt fietssleutel voor bereikbaar Nederland

Files zijn een fiscale keuze en werkgevers trekken aan de bel.

De Coalitie Anders Reizen heeft haar resultaten en hoofdaanbevelingen officieel overhandigd aan leden van de Tweede Kamer en daarbij een duidelijke boodschap afgegeven: files zijn geen natuurverschijnsel, maar het gevolg van keuzes. Werkgevers staan klaar om het reisgedrag van honderdduizenden werknemers verder te verduurzamen, maar lopen vast op fiscale en juridische drempels die de auto blijven bevoordelen. Met een symbolisch gebaar, een meterslange fietssleutel, riep directeur Gwen Jansen de politiek op om die blokkades weg te nemen en Nederland bereikbaar te houden.

fietssleutel

Tijdens het overdrachtsmoment ontvingen Kamerleden Robert van Asten, Henk Jumelet, Renilde Huizenga en Dion Huidekooper de sleutel uit handen van Jansen. De fietssleutel stond voor de rol die de Kamer kan spelen als doorslaggevende factor in het versnellen van duurzame mobiliteit. Op de achtergrond presenteerde de coalitie cijfers die volgens de aangesloten werkgevers niet langer te negeren zijn. In tien jaar tijd werd binnen zakelijke mobiliteit meer dan 2 megaton directe CO₂-uitstoot gereduceerd. Het gaat om woon-werkverkeer, dienstreizen en internationale reizen. Die besparing staat gelijk aan de jaarlijkse directe uitstoot van ongeveer 570.000 mensen en laat zien dat gericht werkgeversbeleid daadwerkelijk invloed heeft op het dagelijkse reisgedrag van medewerkers.

De coalitie, een breed netwerk van werkgevers, wil die aanpak nu opschalen naar heel werkgevend Nederland. Dat kan volgens de aangesloten organisaties alleen als fiscale en juridische belemmeringen worden weggenomen. Werkgevers willen hun medewerkers stimuleren om vaker te kiezen voor openbaar vervoer, de fiets, deelmobiliteit of een duurzaam mobiliteitsbudget. In de praktijk stuiten zij echter op de grenzen van de huidige Werkkostenregeling. Duurzame mobiliteit valt daarin vaak onder dezelfde beperkte ruimte als secundaire arbeidsvoorwaarden zoals bedrijfsfitness of een kerstpakket, terwijl traditionele regelingen voor leaseauto’s en woon-werkverkeer grotendeels buiten schot blijven.

frustratie

Gwen Jansen verwoordde die frustratie scherp tijdens de bijeenkomst. Zij zei: “Het is mooi te zien dat de inzet van werkgevers op duurzaam mobiliteitsbeleid ook echt impact heeft op het reisgedrag van medewerkers. En helemaal mooi dat er nog grote kansen zijn om nog meer tempo te maken om Nederland bereikbaar te houden voor iedereen. Maar zolang we autogebruik fiscaal blijven stimuleren, duurzame zakelijke mobiliteit niet fiscaal bevoordeeld wordt, sterker nog, deels wordt weggestopt in de werkkostenregeling (WKR), kiezen we feitelijk voor files.” Volgens Jansen worden werkgevers die het goede willen doen afgeremd door een systeem dat niet meer past bij de maatschappelijke opgave van dit moment.

Zij ging verder met een oproep aan politiek en kabinet om de randvoorwaarden te verbeteren. “Kortom, geef ons de juiste randvoorwaarden, dan leveren wij tempo. Zo kunnen we samen met politiek en overheid niet alleen de bereikbaarheid verbeteren, maar ook ruimte creëren voor woningbouw, het stroomnet ontlasten en zorgen voor een gezondere, veiligere leefomgeving met vitale medewerkers. Zolang onlogische drempels blijven bestaan, remmen we onnodig af. Dat kan en moet anders. In een brief aan de informateur hebben we ook aan het kabinet reeds onze uitgestoken hand aangeboden.”

V.l.n.r. Gwen Jansen, Dion Huidekooper, Henk Jumelet, Renilde Huizenga en Robert van Asten © Sandra Uittenbogaart

De hoofdaanbevelingen van de coalitie zijn gebaseerd op praktijkervaringen van werkgevers met samen ruim 550.000 medewerkers. Op fiscaal vlak pleiten zij ervoor om duurzame mobiliteit aantrekkelijker te maken dan niet-duurzame alternatieven, onder meer door een aparte ruimte binnen de Werkkostenregeling te creëren voor zaken als fietslease en openbaar vervoer.

treinreizen

Tegelijkertijd benadrukken de werkgevers dat investeringen in goed openbaar vervoer, sterke fietsverbindingen en goede last-mile oplossingen noodzakelijk zijn om bereikbaarheid te garanderen. Internationale treinreizen moeten volgens hen een volwaardig alternatief worden voor zakelijk vliegen. Ook op het gebied van regelgeving zien zij kansen, door werkgevers expliciet in te zetten als versnellers van congestieverlichting en door te zorgen voor consistent beleid met geharmoniseerde CO₂-rapportages.

Tien jaar na de oprichting kan Coalitie Anders Reizen terugkijken op tastbare resultaten. Veel organisaties maakten het openbaar vervoer of de fiets tot standaardkeuze, hybride werken werd structureel ingevoerd en korte zakelijke vluchten maakten steeds vaker plaats voor internationale treinreizen. Wagenparken werden grotendeels elektrisch en het aantal auto’s nam af. Eerdere fiscale barrières werden al geslecht dankzij samenwerking met onder meer AWVN, VNO-NCW, het ministerie van Financiën en de Belastingdienst, waardoor verruiming van OV-gebruik en deelfietsen mogelijk werd. Die aanpak geldt inmiddels als bewezen effectief.

Anders Reizen werd opgericht in 2015 door NS, Natuur & Milieu, het ministerie van I&W en VNO-NCW. Tijdens de klimaattop in Parijs committeerden dertien koplopers zich aan een halvering van de CO₂-uitstoot op zakelijke mobiliteit in 2030 ten opzichte van 2016. Meer dan de helft van de aangesloten werkgevers behaalde dat doel al in 2024. Met die voorsprong kijkt de coalitie vooruit naar 2035, met de ambitie om te verkennen of nationale zakelijke mobiliteit CO₂-neutraal kan worden en hoe internationale zakelijke reizen verder kunnen verduurzamen.

Fotomateriaal: © Sandra Uittenbogaart

Brede coalitie: EU-bedrijven slaan alarm over verplichte elektrische wagenparken

Zorgen over concurrentiekracht en infrastructuur domineren brief aan commissie.

Een brede coalitie van Europese bedrijven, actief in mobiliteit, leasing, verhuur en voertuigproductie, heeft in een gezamenlijke brief stevige kritiek geuit op een voorgenomen voorstel van de Europese Commissie om bedrijven te verplichten een vastgesteld aandeel zero-emissievoertuigen aan te schaffen. De brief is gericht aan Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en mede geadresseerd aan meerdere uitvoerend vicevoorzitters en commissarissen. Volgens de ondertekenaars dreigt het plan een zware wissel te trekken op de concurrentiekracht van Europese ondernemingen en de toekomst van de auto-industrie.

De organisaties achter de brief vertegenwoordigen zowel de productie van voertuigen als het dagelijkse gebruik ervan binnen zakelijke wagenparken. Het gaat om bedrijven die voertuigen inzetten voor het vervoer van werknemers, goederen, diensten en apparatuur, verspreid over alle sectoren van de Europese economie. In de brief wordt benadrukt dat bedrijfswagens een onmisbare schakel vormen in het functioneren van Europa, op elk moment van de dag en in alle lidstaten.

Europese doelstellingen

Volgens de ondertekenaars nemen juist bedrijven momenteel het voortouw bij de overstap naar elektrisch rijden. De brief stelt letterlijk: “Today, companies are leading the switch to electric vehicles in Europe, more so than individual vehicle owners.” De betrokken organisaties geven aan zich aantoonbaar in te zetten voor schonere mobiliteit, binnen de grenzen van wat financieel en praktisch haalbaar is.

De kern van de zorgen richt zich op het verplicht stellen van de aanschaf van zero-emissievoertuigen via nationale of Europese doelstellingen. De brief waarschuwt dat zo’n verplichting, zeker wanneer deze wordt opgenomen in het automotive pakket dat in december wordt verwacht, “highly damaging” zal zijn voor bedrijven. Met name de totale kosten van eigendom van elektrische voertuigen en het gebrek aan geschikte laadinfrastructuur worden genoemd als belangrijke belemmeringen voor verdere versnelling.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De brief wordt ondersteund door een lange lijst van Europese en nationale organisaties, leasemaatschappijen, mobiliteitsaanbieders en autofabrikanten, waaronder ook grote namen uit de auto- en verhuursector. Daarmee onderstrepen de ondertekenaars dat het bezwaar breed wordt gedragen binnen het Europese mobiliteitslandschap.

Bedrijven wijzen erop dat de huidige infrastructuur in veel landen nog onvoldoende is toegerust op grootschalig zakelijk gebruik, zowel voor personenauto’s als lichte bedrijfswagens. Problemen met netcapaciteit, vergunningstrajecten en het aanleggen van voldoende stroomvoorzieningen op bedrijfslocaties maken grootschalige elektrificatie complex en kostbaar. De brief spreekt van “grid capacity and infrastructure permitting issues” die vooral bij grotere wagenparken zwaar wegen.

aankoopverplichting

De ondertekenaars waarschuwen dat een aankoopverplichting kan leiden tot financieel ontwrichtende situaties. Bedrijven zouden dan gedwongen worden oudere voertuigen langer in gebruik te houden of juist minder nieuwe voertuigen aan te schaffen. Dit zou resulteren in een daling van nieuwe voertuigregistraties en een verslechtering van de dienstverlening aan klanten, werknemers en essentiële logistieke processen. Volgens de brief raakt dit niet alleen wagenparkbeheerders, maar ook voertuigfabrikanten en toeleveranciers, juist in een periode die economisch al uitdagend is.

Als alternatief verwijzen de bedrijven naar Europese landen waar de adoptie van zero-emissievoertuigen het snelst verloopt. De brief stelt dat deze successen zijn bereikt door langdurige investeringen in stimuleringsmaatregelen en randvoorwaarden, niet door aankoopverplichtingen. “None of these countries have resorted to purchase mandates,” zo staat letterlijk in de brief. Ook wordt gewezen op het belang van een goed functionerende tweedehandsmarkt voor elektrische voertuigen om overaanbod te voorkomen en nieuwe vraag te stimuleren.

De oproep aan de Europese Commissie is duidelijk. De organisaties vragen om heroverweging van het voorstel en pleiten voor samenwerking met lidstaten en het bedrijfsleven om belemmeringen weg te nemen. Het uiteindelijke doel, zo schrijven zij, moet zijn “to secure the economic strength of the EU, the jobs associated with it and a sustainable path to affordable and fit-for-purpose corporate e-mobility.”

VVD, NSC en BBB verrast: Wilders laat kabinet klappen na weigering asielplan

Geert Wilders heeft dinsdagochtend 3 juni onverwacht een politieke bom laten ontploffen door de Partij voor de Vrijheid (PVV) per direct uit de regeringscoalitie te trekken.

De demarche van Wilders kwam als donderslag bij heldere hemel voor coalitiepartners VVD, NSC en BBB. De reden: een onoverbrugbaar conflict over het migratiebeleid en het weigeren van de andere partijen om in te stemmen met het tienpuntenplan van de PVV. Daarmee is het kabinet-Schoof effectief gevallen, nog voordat het in volle werking was getreden.

In een kort maar krachtig bericht op X schreef Wilders: “Geen handtekening voor onze asielplannen. Geen aanpassing Hoofdlijnenakkoord. PVV verlaat de coalitie.” Met deze woorden maakte de PVV-leider een abrupt einde aan een regeringscoalitie die nog geen jaar geleden met veel moeite tot stand kwam. De vier partijen – PVV, VVD, NSC en BBB – hadden maandenlang onderhandeld over een hoofdlijnenakkoord waarin het migratievraagstuk als één van de grootste struikelblokken gold.

crisisoverleg

Tijdens een ingelast crisisoverleg dat maandagavond plaatsvond, drong Wilders aan op directe instemming met zijn plan voor een verscherpt asielbeleid. Zijn voorstel omvatte onder meer strengere toelatingseisen en een quotum voor het aantal asielzoekers. De andere drie partijen weigerden echter het bestaande akkoord te herzien. Zij stelden dat PVV-minister Marjolein Faber al voldoende ruimte had om binnen haar portefeuille stappen te zetten op dit dossier, zonder het akkoord open te breken.

De woede en teleurstelling onder de coalitiepartners was groot. VVD-leider Dilan Yesilgöz verliet zichtbaar geëmotioneerd de kamer van Wilders en sprak harde woorden: “Hij kiest voor zijn eigen ego en zijn eigen belang. Ik ben verbijsterd. Hij gooit de kans op een rechts beleid weg. Dit is superonverantwoord.” Caroline van der Plas van BBB liet weten dat ze “geen enkel signaal had ontvangen dat Wilders dit zou doen” en noemde het besluit “roekeloos”. NSC-leider Nicolien van Vroonhoven verklaarde dat ze “echt geen woorden had” voor het abrupte vertrek van de PVV.

Het vertrek van de PVV uit de coalitie betekent niet alleen een politieke crisis, maar ook een institutionele impasse. Premier Dick Schoof, die sinds juli 2024 aan het roer stond van een krappe rechtse coalitie, ziet zijn kabinet nog voor de zomer uit elkaar vallen. De vraag die nu boven Den Haag hangt, is of er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven of dat een minderheidskabinet of een nieuwe coalitievorming mogelijk is.

timing

De timing van de crisis is op zijn zachtst gezegd ongelukkig. Nederland bevindt zich midden in een periode van economische onzekerheid, stijgende kosten van levensonderhoud en een gespannen internationaal klimaat vanwege de voortdurende oorlog in Oekraïne. De politieke instabiliteit kan verstrekkende gevolgen hebben, niet alleen voor het binnenlandse bestuur, maar ook voor de internationale positie van Nederland.

Wilders, die met zijn PVV bij de verkiezingen in november 2023 met 37 zetels de grootste partij werd, had eerder al laten doorschemeren dat hij niet zou schromen uit de coalitie te stappen als zijn kernpunten niet werden ingewilligd. Toch kwam de stap voor velen onverwacht. Tot op het laatste moment werd er nog gehoopt op een compromis. De komende dagen zullen uitwijzen hoe de overige partijen deze crisis het hoofd proberen te bieden en wat dit betekent voor het politieke landschap in Nederland.

Belastingverlaging en mobiliteitshervormingen: dit zijn de plannen van de Arizona-coalitie

De nieuwe federale regering van België, beter bekend als de Arizona-coalitie, heeft haar regeerakkoord gepresenteerd.

Onder leiding van premier Bart De Wever (N-VA) zet de coalitie in op een reeks fiscale hervormingen en mobiliteitsmaatregelen die zowel de koopkracht van werkende Belgen als de concurrentiekracht van de economie moeten versterken. De regeringspartijen – N-VA, MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V – hebben ambitieuze plannen, maar stuiten ook op stevige kritiek vanuit de oppositie en maatschappelijke organisaties.

economie stimuleren

Een van de speerpunten van het nieuwe regeerakkoord is de verlaging van de belastingdruk op arbeid. De regering wil dit realiseren door een verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage en een versterking van de sociale werkbonus. Hierdoor zouden nettolonen stijgen, wat vooral werkende Belgen ten goede moet komen.

Daarnaast zet de coalitie in op een bredere fiscale hervorming om ondernemerschap te stimuleren. De focus ligt op het verhogen van de koopkracht en het aantrekkelijker maken van België als investeringsland. In dat kader worden de regels voor expats versoepeld. Zo wordt de belastingvrije vergoeding verhoogd van 30% naar 35%, het jaarlijkse plafond van €90.000 wordt afgeschaft en de minimale bruto bezoldiging verlaagd van €75.000 naar €70.000. De regering hoopt hiermee hoogopgeleide buitenlandse werknemers en investeerders aan te trekken.

Ook de investeringsaftrek wordt aangepast. Ondernemingen die bijdragen aan de energie- en klimaattransitie krijgen een verhoogde aftrek. Voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling vervalt de gewestelijke attestvereiste, en bedrijven kunnen zich laten erkennen als onderzoekscentrum, wat zorgt voor een stabieler fiscaal kader op lange termijn.

Volgens de regering moeten deze maatregelen België concurrerender maken en de economie op lange termijn versterken. Critici stellen echter dat de hervormingen te weinig doen om de fiscale druk op de middenklasse te verlagen en vooral gunstig zijn voor bedrijven en hoge inkomens.

verplicht mobiliteitsbudget

Naast fiscale hervormingen besteedt het regeerakkoord veel aandacht aan mobiliteit. Zo blijven de fiscale voordelen voor plug-inhybrides grotendeels behouden. Het maximale aftrekpercentage van 75% blijft tot eind 2027, waarna het stapsgewijs wordt afgebouwd naar 65% in 2028 en 57,5% in 2029. Brandstofkosten voor deze voertuigen blijven tot eind 2027 voor 50% aftrekbaar.

Een opvallende maatregel is de hervorming van het mobiliteitsbudget. Bedrijven die bedrijfswagens aanbieden, worden verplicht om werknemers een mobiliteitsbudget te geven. Dit budget kan worden gebruikt voor alternatieve mobiliteitsopties zoals openbaar vervoer, fietsen en deelauto’s. Hiermee hoopt de regering de mobiliteitskeuzes van werknemers te verbreden en de files te verminderen.

Foto: © Pitane Blue – Regeerverklaring Bart de Wever

In Brussel wordt echter gesnoeid in de Beliris-middelen, het federale fonds dat investeert in Brusselse infrastructuur en mobiliteitsprojecten. Hierdoor dreigen onder meer de uitbreidingsplannen voor het metronetwerk in gevaar te komen. Vooral in het Brusselse Gewest klinkt kritiek op deze besparing, omdat mobiliteit in de hoofdstad al jarenlang een heikel punt is.

politieke samenstelling

Hoewel de Arizona-coalitie ambitieuze hervormingen aankondigt, blijft kritiek niet uit. Oppositiepartijen twijfelen aan de haalbaarheid van de voorgestelde begroting. Er wordt gevreesd dat de hervormingen onvoldoende gefinancierd zijn en de schuldpositie van België verder zal verslechteren.

Daarnaast wordt het tempo van de hervormingen als te traag beschouwd, met name op het gebied van pensioenen. Volgens critici had de regering sneller moeten schakelen om het vergrijzingsprobleem aan te pakken.

Sommige organisaties en economen spreken van gemiste kansen. Zij vinden dat het regeerakkoord geen fundamentele structurele hervormingen doorvoert, terwijl de Belgische economie voor grote uitdagingen staat. Ook de politieke samenstelling van de coalitie roept vragen op. De regering bestaat uit partijen van links (Vooruit) tot rechts-liberaal (MR) en Vlaams-nationalistisch (N-VA), wat de interne cohesie onder druk zou kunnen zetten.

Arizona-coalitie: ambitieus

De Arizona-coalitie, die op 3 februari 2025 werd geïnstalleerd, moet een complex evenwicht bewaren tussen verschillende politieke stromingen en regionale belangen. De naam van de coalitie verwijst naar de kleuren van de vlag van de Amerikaanse staat Arizona, die overeenkomen met de politieke kleuren van de deelnemende partijen: geel voor de Vlaams-nationalisten (N-VA), blauw voor de liberalen (MR), oranje voor de christendemocraten (CD&V en Les Engagés) en rood voor de socialisten (Vooruit).

De komende maanden zullen uitwijzen of de regering-De Wever haar ambitieuze plannen kan realiseren en voldoende draagvlak kan behouden. Ondertussen blijft de kritiek op de begroting, de mobiliteitsplannen en de interne samenhang van de coalitie een belangrijke uitdaging.

Coalitie pleit voor slimmere mobiliteit en toegankelijk Nederland

Belangrijke bestemmingen zoals scholen, ziekenhuizen, werk en supermarkten zijn steeds vaker slecht bereikbaar met het ov, de fiets of lopend.

In een tijd waarin Nederland geconfronteerd wordt met toenemende uitdagingen in mobiliteit en bereikbaarheid, komt een opvallende coalitie van maatschappelijke organisaties en bedrijven, waaronder HandicapNL, vakbond FNV, de Nederlandse Spoorwegen en Natuur & Milieu, naar voren met een krachtige oproep. Hun bezorgdheid: de afnemende toegankelijkheid van dagelijkse bestemmingen voor een groot deel van de bevolking. Dit probleem is niet alleen van invloed op het dagelijks leven van vele Nederlanders, maar heeft ook bredere implicaties voor gezondheid, economie en milieu.

De kritieke situatie wordt benadrukt door de geobserveerde trend dat essentiële bestemmingen zoals scholen, ziekenhuizen en werklocaties steeds verder uit het bereik van veel mensen raken. Dit geldt in het bijzonder voor diegenen zonder toegang tot een auto – ongeveer een kwart van de Nederlandse huishoudens – vaak vanwege financiële beperkingen of lichamelijke beperkingen. Met het openbaar vervoer, de fiets of te voet zijn deze plekken vaak moeilijk bereikbaar, waardoor de auto steeds vaker de enige optie wordt. Dit leidt tot verslechterde luchtkwaliteit en verkeersveiligheid. Het is een zorgwekkende ontwikkeling dat ongeveer 20% van de bedrijventerreinen in Nederland zeer slecht of zelfs helemaal niet bereikbaar is met het openbaar vervoer.

In een poging om deze situatie te verbeteren, hebben deze organisaties het ‘Manifest voor bereikbaarheid‘ samengesteld en overhandigd aan de Vaste Kamercommissie van Infrastructuur & Waterstaat. Dit document benadrukt het belang van toegankelijke voorzieningen voor iedereen en roept op tot een herziening van het huidige mobiliteits- en infrastructuurbeleid. Martin Boerjan van Ieder(in), een koepelorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte, onderstreept het belang van het verkleinen van de afstand tussen mensen met een beperking, jongeren en inwoners van slecht verbonden gebieden.

Je werk, het ziekenhuis, de supermarkt of je school, daar moet je gemakkelijk kunnen komen. Samen maken we ons hard voor beter en sneller openbaar vervoer, goede doorfietspaden en veilige wandelroutes. En voor woonwijken waar iedereen gemakkelijk bij de supermarkt of school komt. Ook zonder auto. Zo kan iedereen mee blijven doen, zorgen we voor gezondere lucht en voor veilige, groene wijken.

Foto:Marjolein Demmers (directeur Natuur en Milieu)

Marjolein Demmers, directeur van Natuur & Milieu, benadrukt de noodzaak van een herverdeling van middelen in het mobiliteits- en infrastructuurbeleid. Zij pleit voor meer regie en coördinatie tussen verschillende ministeries, aangezien bereikbaarheid raakvlakken heeft met gezondheid, economie en natuur. Een mogelijke oplossing zou zijn om deze verantwoordelijkheid onder te brengen bij een minister van Ruimtelijke Ordening. Dit vereist politieke moed en een bereidheid om de financiële middelen anders te verdelen.

Een ander belangrijk aspect van het manifest is de focus op het clusteren van woningen en voorzieningen, en het zorgen voor alternatieve reisopties. Door nabijheid van essentiële voorzieningen te garanderen en alternatieven te bieden zoals fiets- en looproutes, deelmobiliteit en open baar vervoer, het leven van veel Nederlanders aanzienlijk kan verbeteren. Dit draagt bij aan gelijke kansen in onderwijs en werk, een veiliger verkeer en een gezondere lucht.

Deze uitgebreide coalitie van organisaties benadrukt het belang van een integrale aanpak en de noodzaak voor ingrijpende veranderingen in het beleid om een duurzame en inclusieve toekomst te waarborgen. Hun inspanningen en oproep tot actie vormen een cruciaal moment in het debat over mobiliteit en stedenbouw in Nederland.

ondertekenaars

De 29 ondertekenaars roepen de Kamerleden op om zich in te zetten voor die maatregelen zijn Bartiméus Fonds, CNV, Coalitie van Deelauto-aanbieders, Comité Schone Lucht, Fietsersbond, FNV, HandicapNL, IEDERIN, Jonge Klimaatbeweging, KWF Kankerbestrijding, Landelijke Studentenvakbond, Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen, Longfonds, MENSenSTRAAT, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Natuur & Milieu, Nederlandse Spoorwegen, Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen, OV-NL, ROVER, Stichting Steenbreek, Stichting Stimuland, Stichting voor Werkende Ouders, Studenten voor Morgen, Voetgangersbeweging Nederland, VoetgangersVereniging Nederland, Wandelnet, Wij Staan Op!