Tag archieven: deelmobiliteit

Alles-in-één platform: Fontys zet alles op alles met revolutionair mobiliteitsplan

Grote aanbesteding Fontys moet mobiliteit slimmer en groener maken van 4500 medewerkers.

Fontys Hogeschool zet een grote stap richting de toekomst van mobiliteit voor haar duizenden medewerkers. De onderwijsinstelling heeft een omvangrijke aanbesteding gepubliceerd voor de ontwikkeling en exploitatie van een zogeheten Mobility-as-a-Service (MaaS) platform. Daarmee wil Fontys niet alleen het reizen van personeel eenvoudiger maken, maar ook slimmer, duurzamer en beter beheersbaar.

mobiliteitsplatform

De aanbesteding richt zich op één opdrachtnemer die verantwoordelijk wordt voor het volledige mobiliteitsplatform én de bijbehorende dienstverlening. Het gaat om een contract met een looptijd van tien jaar, met de mogelijkheid tot verlenging. De startdatum van de overeenkomst staat gepland op 24 juli 2026.

Het nieuwe systeem moet het hart vormen van alle mobiliteitsstromen binnen de organisatie, die ongeveer 4500 medewerkers telt. Binnen dit platform moeten uiteenlopende vormen van vervoer samenkomen. Denk aan woon-werkverkeer met eigen vervoer, dienstreizen, openbaar vervoer en het gebruik van deelauto’s. Ook thuiswerkvergoedingen en declaraties moeten volledig geïntegreerd worden in het systeem.

ambities

De ambities van Fontys reiken echter verder dan alleen het bundelen van bestaande mobiliteitsvormen. De onderwijsinstelling houdt nadrukkelijk rekening met toekomstige ontwikkelingen. Zo moet het platform voorbereid zijn op de toevoeging van nieuwe mobiliteitsopties zoals deelscooters, elektrische deelfietsen en carpooloplossingen. Daarmee anticipeert Fontys op een snel veranderend mobiliteitslandschap waarin flexibiliteit en duurzaamheid centraal staan.

De verandering is geen toevallige koerswijziging, maar een bewuste strategie. Thuiswerken is structureel onderdeel geworden van het werkpatroon, en dat heeft directe gevolgen voor hoe mobiliteit wordt ingericht. Tegelijkertijd speelt duurzaamheid een sleutelrol. Fontys maakt duidelijk dat het gezondere en milieuvriendelijkere vormen van vervoer actief wil stimuleren. “Het algemene uitgangspunt van deze nieuwe regeling is dat Fontys gezondere en minder milieubelastende vormen van vervoer ruimer gaat faciliteren,” aldus de regeling.

Uit het omvangrijke programma van eisen blijkt dat gebruiksgemak een cruciale rol speelt. Medewerkers moeten via één app of webomgeving al hun reizen kunnen registreren, declareren en beheren. Daarbij wordt het mogelijk om verschillende vervoersmiddelen binnen één reis te combineren en vast te leggen. Ook moet het systeem automatisch onderscheid maken tussen woon-werkverkeer, zakelijke ritten en privégebruik.

Daarnaast wordt sterk ingezet op transparantie en inzicht. Het platform moet uitgebreide rapportages leveren, onder meer over kosten, reisgedrag en CO2-uitstoot. Medewerkers krijgen zelf inzicht in de impact van hun reisgedrag, terwijl de organisatie op managementniveau kan sturen op efficiëntie en duurzaamheid.

Foto: © Pitane Blue – dropzone

De inschrijvingen voor de aanbesteding moeten eind mei 2026 binnen zijn. Daarna zal blijken welke partij het vertrouwen krijgt om dit omvangrijke mobiliteitsproject vorm te geven.

Opvallend is ook de nadruk op deelmobiliteit. Fontys verwacht dat de opdrachtnemer een gegarandeerde beschikbaarheid van deelvoertuigen kan bieden, met name op belangrijke onderwijslocaties zoals Eindhoven, Tilburg en Venlo. Deze voertuigen moeten grotendeels elektrisch zijn en voldoen aan strikte eisen op het gebied van veiligheid, comfort en beschikbaarheid. Zo moeten deelauto’s binnen tien minuten loopafstand van locaties beschikbaar zijn en altijd voldoende opgeladen klaarstaan voor gebruik.

integratie

Ook op technisch vlak worden hoge eisen gesteld. Het systeem moet naadloos integreren met bestaande HR-, financiële en IT-systemen van Fontys. Daarbij spelen privacy, beveiliging en compliance een belangrijke rol. De oplossing moet voldoen aan alle geldende wet- en regelgeving, waaronder de AVG, en voorzien zijn van uitgebreide audit- en rapportagemogelijkheden.

De dienstverlening stopt niet bij techniek alleen. De toekomstige leverancier moet ook zorgen voor ondersteuning, implementatie en training van medewerkers. Daarbij wordt verwacht dat de overgang naar het nieuwe systeem soepel verloopt, zonder verstoring van de dagelijkse werkzaamheden.

MaaS-platform

Met deze aanbesteding zet Fontys duidelijk in op een centrale, digitale regie over mobiliteit. Het MaaS-platform moet niet alleen administratieve processen vereenvoudigen, maar ook bijdragen aan duurzamer reisgedrag en kostenbeheersing. Daarmee sluit het project aan bij bredere maatschappelijke ontwikkelingen waarin flexibiliteit, digitalisering en milieubewustzijn steeds belangrijker worden.

De toekomst rijdt mee: tien gouden regels die steden opnieuw laten ademen

Deelmobiliteit staat steeds vaker in het middelpunt van het gesprek over de toekomst van onze steden en dorpen.

De aanleiding voor het opstellen van de tien gouden regels komt voort uit een groeiende verwarring én urgentie in de wereld van mobiliteit. Steeds meer steden worden geconfronteerd met dichtslibbende straten, een chronisch tekort aan openbare ruimte en inwoners die worstelen met de kosten van autobezit. Intussen groeit de druk om klimaatdoelen te halen en de uitstoot drastisch te verlagen. In dat krachtenveld kreeg het SHARE-North-project te maken met een duidelijke vraag van beleidsmakers, planners en lokale overheden: waar moeten we beginnen?

Terwijl beleidsmakers zoeken naar manieren om ruimte terug te winnen, emissies te verlagen en leefbaarheid te vergroten, vormt een set van tien kernprincipes een houvast voor iedereen die de overstap wil maken naar slimmer reizen. Deze zogenoemde gouden regels schetsen glashelder waarom deelmobiliteit méér is dan een trend: het is een noodzakelijke stap richting een samenleving die niet langer draait om bezit, maar om toegang, vrijheid en slimme keuzes.

In gesprekken met beleidsmakers viel één zinnetje steeds opnieuw: “We zien dat het nodig is, maar we weten niet waar we moeten beginnen.” Tegelijkertijd zagen de projectpartners dat inwoners geconfronteerd werden met een explosie aan nieuwe vormen van mobiliteit, zonder duidelijkheid over hun werkelijke impact. Wat is nuttig, wat is bijzaak en wat maakt het verschil?

Binnen de eerste regel klinkt meteen de urgentie door. Deelmobiliteit is volgens de opstellers een middel “om de autoafhankelijkheid te verkleinen, emissies te verminderen en de kwaliteit van leven te vergroten”. Dit is geen vrijblijvende constatering maar een directe boodschap aan steden die gebukt gaan onder parkeerdruk en luchtvervuiling. Wie minder afhankelijk wordt van de auto, krijgt een stad terug die weer ademt.

multimodaliteit

In de tweede regel staat dat deelmobiliteit “bijdraagt aan een verschuiving van autogebruik en -bezit naar multimodaliteit”. Het gaat hierbij om een culturele omslag: wie de vrijheid ontdekt van lopen, fietsen, openbaar vervoer en gedeelde voertuigen, merkt al snel dat de eigen auto veel vaker stilstaat dan hij rijdt. Precies dat inzicht vormt de motor achter gedragsverandering.

De derde regel zoomt in op de kracht van ruimte. Steden die kampen met een gebrek aan ademruimte kunnen enorm profiteren van deelmobiliteit, want gedeelde voertuigen “maken het mogelijk om stedelijke gebieden te verdichten en tegelijk te vergroenen”. Minder geparkeerde auto’s betekent meer bomen, bredere stoepen en plekken waar mensen elkaar weer kunnen ontmoeten. Daarmee wordt ook “de biodiversiteit vergroot”.

De vierde regel benoemt de dynamiek binnen de markt. Sommige vormen van deelmobiliteit groeien langzaam maar blijken “een sterk positief effect te hebben op autobezit en emissies”. Andere varianten trekken door investeringen van grote bedrijven razendsnel nieuwe gebruikers aan, al is hun daadwerkelijke impact nog niet altijd helder. Dat deze nieuwe vormen wél een belangrijke instap vormen voor een grote groep mensen, staat buiten kijf.

Foto: © Pitane Blue – deelmobiliteit

De projectpartners merkten dat veel professionals wel wisten dát deelmobiliteit potentie had, maar niet precies hóe, waarom of onder welke voorwaarden het systeem echt zou werken. Tegelijkertijd kregen zij vragen van inwoners die de wildgroei aan deelsteps, deelfietsen en deelauto’s zagen verschijnen, zonder dat duidelijk was welke vorm nu werkelijk bijdroeg aan leefbaarheid en duurzaamheid.

Dat succesfactoren elkaar versterken wordt benadrukt in regel vijf: “Hoe meer vormen van deelmobiliteit er beschikbaar komen in een gebied, des te sterker de synergie.” Een buurt waar een deelfiets, deelauto, deelstep en openbaar vervoer soepel op elkaar aansluiten, heeft een aantrekkelijk alternatief voor de eigen auto.

Niet iedere regio heeft dezelfde kansen, blijkt uit regel zes en zeven. Deelmobiliteit floreert in dichtbevolkte steden met een duidelijke visie, maar vraagt in landelijke gebieden om “lokale samenwerking en synergie met het lokale bedrijfsleven”. Zonder vaste ov-verbindingen en langere reisafstanden is het noodzakelijk om maatwerk te bieden.

randvoorwaarden

De achtste regel waarschuwt dat zonder goed beleid deelmobiliteit niet kan ‘rocken’. Overheden moeten randvoorwaarden scheppen, obstakels wegnemen en tegelijk de negatieve bijeffecten – zoals wildparkeren of overlast – aanpakken.

De negende regel benadrukt dat zichtbaarheid essentieel is. Mobipunten vormen het fysieke hart van deelmobiliteit: plekken waar deelauto’s, fietsen en openbaar vervoer samenkomen. Aanvullend zorgt digitale synergie via Mobility as a Service voor overzicht en gemak.

Tot slot geeft de tiende regel een realistische waarschuwing: “Autobezit is diepgeworteld in onze samenleving. Het kost tijd en moeite om nieuwe manieren van vervoer onder de aandacht te brengen.” Deelmobiliteit vraagt dus om een lange adem, consistente communicatie en een duidelijke boodschap: delen is niet alleen logisch, het is de weg vooruit.

De tien gouden regels van deelmobiliteit zijn opgesteld door het SHARE-North-projectteam en maken deel uit van de gids “Gids voor het universum van de deelmobiliteit”, die binnen dat project is ontwikkeld. Het SHARE-North-project is een door de EU gefinancierde samenwerking tussen steden, regio’s, mobiliteitsorganisaties en kennisinstellingen uit de Noordzeeregio. De regels staan aan het begin van de publicatie en vormen de samenvatting van de inzichten, onderzoeken en praktijkervaringen van de SHARE-North-partners.

Bron: Shared Mobility

Van haarlem tot Middenmeer: Noord Holland zet alles op mega netwerk van mobiliteitshubs

Provincie belooft duidelijk netwerk dat reiziger direct moet herkennen.

De provincie Noord-Holland zet de komende jaren stevig in op een toekomstbestendig netwerk van mobiliteitshubs dat het reizen met openbaar vervoer en deelvervoer eenvoudiger en aantrekkelijker moet maken. De plannen, die zich inmiddels in verschillende stadia van uitvoering bevinden, moeten zorgen voor een betere bereikbaarheid van steden, dorpen en natuurgebieden. De provincie benadrukt dat dit nieuwe netwerk reizigers meer gemak en overzicht moet bieden, doordat trein, bus, fiets, auto en diverse vormen van deelvervoer op één plek samenkomen. Volgens de provincie is dit de sleutel om meer mensen te verleiden de auto te laten staan en over te stappen op duurzamere vervoersopties.

De mobiliteitshubs worden ontwikkeld als knooppunten waar reizigers makkelijk kunnen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere. Elke hub krijgt zijn eigen kenmerken, maar een ding staat vast: alle hubs vormen samen een herkenbaar en samenhangend netwerk. Vanuit de provincie wordt niet alleen financieel bijgedragen aan de realisatie van deze knooppunten, maar worden gemeenten ook inhoudelijk geholpen met de zogenoemde handreiking businesscase mobiliteitshubs. Deze handreiking helpt gemeenten inzicht te krijgen in de kosten, baten en de rolverdeling bij de ontwikkeling van een hub. Daardoor worden lokale plannen beter onderbouwd en wordt de uitvoering een stuk toegankelijker, zo stelt de provincie.

regiohub

Aan de zuidkant van Haarlem, op de drukke kruising van de Schipholweg (N205) en de Europaweg, verrijst de komende jaren een van de grootste projecten binnen dit netwerk. De regiohub Haarlem Nieuw-Zuid krijgt acht (metro)bushaltes, 2.250 fietsparkeerplekken en een groot plein waar ruimte komt voor winkels en horeca. De eerste werkzaamheden zijn in september van start gegaan en volgens de planning moet het knooppunt medio tot eind 2028 klaar zijn. Met deze hub wil de provincie een belangrijke schakel creëren tussen de stad, de regio en de vele reizigers die dagelijks langs deze route komen.

Ook de regiohub Crailo, gelegen tussen Blaricum, Laren en Hilversum, is in ontwikkeling. Hier wordt gewerkt aan een reeks verbetermaatregelen die het reizen straks comfortabeler moeten maken, waaronder de uitbreiding van de fietsenstalling, betere toegankelijkheid en verbeterde verlichting rondom het gebied. De oplevering van deze aanpassingen staat gepland voor eind 2025 tot begin 2026. De provincie ziet deze hub als een strategische plek om reizigers in het Gooi beter te bedienen.

Met deze reeks ontwikkelingen groeit het aantal locaties dat zich tot mobiliteitshub ontwikkelt snel. Het doel dat de provincie voor ogen heeft, is een betrouwbaar, herkenbaar en effectief netwerk van overstapplekken dat de bereikbaarheid van Noord-Holland sterk verbetert en het reizen voor iedereen eenvoudiger maakt.

Verder naar het noorden, in de Kop van Noord-Holland, wordt gewerkt aan de zogenoemde Mobipunten. Deze hubs worden de komende tijd omgebouwd naar de landelijke huisstijl, zodat reizigers ze sneller herkennen als onderdeel van het bredere netwerk. Verschillende Mobipunten krijgen bovendien extra voorzieningen, waaronder elektrische auto’s en fietsen als nieuwe vormen van deelmobiliteit. Een doorontwikkeling die volgens de provincie past bij de toenemende vraag naar flexibele vervoersopties in dit deel van de provincie.

In Purmerend wordt ondertussen gewerkt aan de plannen voor hub Waterlandkwartier. De gemeente wil naast het station een nieuwe woonwijk realiseren waar ook ruimte komt voor kantoren, winkels en plekken voor recreatie. De provincie ondersteunt de gemeente bij het ontwerp van een hub die goed aansluit op deze verstedelijking. Dat betekent onder meer voldoende ruimte voor fietsparkeren en de inzet van deelvervoer dat past bij de toekomstige bewoners en bezoekers.

regionaal netwerk

Langs de A1 ligt de regiohub Muiden, ook wel P+R Muiden genoemd. Deze plek is strategisch gepositioneerd tussen twee toekomstige woonwijken: de Krijgsman in het noorden en de Bloemendalerpolder in het zuiden. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft voor deze locatie een bijdrage van zeven miljoen euro toegezegd om het aantal parkeerplekken fors uit te breiden. De provincie spreekt de hoop uit om dit in de komende jaren daadwerkelijk te kunnen realiseren, zodat meer reizigers kunnen overstappen op het openbaar vervoer.

Binnen de Gooi- en Vechtstreek wordt de hubstrategie Gooicorridor verder uitgewerkt. Deze strategie richt zich op de ontwikkeling van dertien hubs die gezamenlijk een sterk regionaal netwerk moeten vormen. Volgens de provincie start de uitvoering hiervan in 2026, in samenwerking met de provincie Utrecht. Hiermee moet een fijnmazig netwerk ontstaan dat aansluit op de dagelijkse reizigersstromen in deze regio.

Tot slot wordt er gewerkt aan de voorbereiding van de hub Middenmeer-Zuid. Hier begint binnenkort een participatietraject waarbij inwoners en andere gebruikers kunnen meedenken over de uiteindelijke invulling van deze hub. De provincie wil dat de stem van de omgeving een belangrijke rol speelt, zodat de hub straks daadwerkelijk aansluit op de wensen van de mensen die er gebruik van gaan maken.

De ware toekomst van MaaS: van glimmende apps naar harde infrastructuur

Op de UITP-conferentie van afgelopen maand werd een duidelijke boodschap keer op keer herhaald: “Acht jaar geleden beloofden we bundels. Vandaag bouwen we ruggengraten.”

Met die woorden vat Guillermo Campoamor, CEO en Co-founder of Meep, niet alleen de eigen ontwikkeling samen, maar ook de evolutie van de gehele MaaS-sector. Waar de eerste jaren volledig in het teken stonden van gelikte apps en een perfecte gebruikerservaring, draait het nu om de digitale infrastructuur die onder de oppervlakte schuilgaat.

onweerstaanbaar

Het contrast met de beginperiode is groot. Tussen 2016 en 2018 geloofde vrijwel de hele sector in het idee van één allesomvattende app. Een app waarin je met één druk op de knop een busreis kon plannen, een fiets kon reserveren en een taxi kon bestellen. Voor investeerders leek dit scenario onweerstaanbaar: de belofte van een wereldwijde opschaling en indrukwekkende groeicurves was te mooi om te negeren. 

Toch bleek de praktijk heel anders. Achter de fraaie interfaces zat een onsamenhangend geheel van systemen die niet met elkaar communiceerden. Openbaarvervoerbedrijven, deelstepaanbieders en vervoersautoriteiten gebruikten eigen, vaak gesloten, platformen. Data werd afgeschermd alsof het staatsgeheimen betrof en de consument bleef zitten met apps die simpelweg niet deden wat ze beloofden.

seamless experience

Roelof Hellemans, secretaris-generaal van de MaaS Alliance, benadrukte onlangs in een vooruitblik voor ITS International dat de toekomst van MaaS ligt in naadloze integratie. Die constatering klopt, maar volgens Meep gaat de discussie vaak voorbij aan de kern. Te veel aandacht gaat nog altijd uit naar de ‘seamless experience’, terwijl juist de complexe integratietechniek bepaalt of MaaS daadwerkelijk werkt.

De investeringswereld werd jarenlang verleid door mooie cijfers over gebruikersaantallen, transacties en sessieduur. Maar die zogenoemde vanity metrics maskeerden fundamentele problemen. Wie na een routeplanning alsnog een aparte app moest downloaden om een step te ontgrendelen, haakte snel af. Gebrek aan gedeelde realtime-data leidde bovendien tot onbetrouwbare aanbevelingen, waardoor gebruikers naar concurrenten overstapten. Het resultaat: gefrustreerde consumenten, silo’s bij operators, congestie in steden en investeerders die zich stukbeten op apps die niet schaalbaar bleken.

ruggengraat

Voor Meep kwam de grote omslag in 2019. Het bedrijf besloot niet langer te concurreren met consumenten-apps zoals Uber of Google Maps, maar koos ervoor de technologische ruggengraat te bouwen waarop andere partijen konden voortbouwen. In plaats van een glanzend eindproduct voor de consument, werd Meep de stille kracht achter de schermen: de gestandaardiseerde laag die zorgt dat alles samenwerkt. De vergelijking die het bedrijf zelf maakt, is veelzeggend. Het verschil tussen een enkel restaurant runnen of de keukenapparatuur leveren waarop honderden restaurants kunnen draaien.

MaaS, plannen, boeken, betalen en reizen

De verschuiving van bundels naar backbone laat zien dat de belofte van MaaS veel groter is dan een handige app. Het gaat om de stille technologie onder de oppervlakte die mobiliteit écht laat samenwerken en daarmee steden en vervoerders toekomstbestendig maakt.

Deze aanpak sloeg aan bij investeerders. Niet langer werd er geld verbrand aan dure marketing en onzekere verdienmodellen, maar er ontstond vanaf dag één een stabiele inkomstenstroom uit licentie- en integratiecontracten. Iedere nieuwe stad en iedere nieuwe vervoerder die aansluit, betekent niet alleen extra omzet, maar ook hogere overstapkosten en steeds waardevollere databronnen.

één platform

Vandaag de dag draait Meep in meer dan dertig steden en werkt het met ruim 150 integraties. Van openbaar vervoer en micromobiliteit tot parkeren en ride-hailing, alles wordt samengebracht op één platform. Grote partners zoals Alsa en Avanza zijn inmiddels aangesloten, evenals verschillende stedelijke autoriteiten die hun complete mobiliteit via Meep laten orkestreren.

Daarnaast biedt het bedrijf met zijn dataplatform MeePath waardevolle inzichten aan steden. Zo kunnen routes worden geoptimaliseerd, congestie worden aangepakt en de impact op duurzaamheid beter worden gemeten. Hiermee ontstaat niet alleen een extra inkomstenbron, maar ook een groeiende kennisbasis die met elke nieuwe aansluiting waardevoller wordt. Het klassieke netwerk-effect, maar dan toegepast op B2B-infrastructuur in plaats van op sociale media.

Kosten en regelgeving: verzekeraars drukken deelmobiliteit met hoge premies

De groei van deelmobiliteit in Nederland dreigt te stagneren door hoge kosten, toenemende regeldruk en onzekerheid over toekomstig beleid.

Dat stelt de Coalitie van Deelauto-aanbieders (CvD) in reactie op het rapport Staat van de Deelmobiliteit 2024, dat op 7 maart 2025 werd gepubliceerd door kennisplatform CROW en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Natuurlijk! Deelmobiliteit. De CvD, een samenwerkingsverband van zeven deelauto-aanbieders, ziet zowel positieve ontwikkelingen als serieuze knelpunten in de markt.

toenemende interesse

Volgens de CvD groeit de interesse in deelmobiliteit onder zowel consumenten als overheden. Publiekscampagnes, autoluwe wijken en speciale parkeervoorzieningen stimuleren het gebruik van deelauto’s. Uit een landelijk gebruikersonderzoek blijkt dat bijna 70% van de deelnemers door de beschikbaarheid van deelmobiliteit heeft besloten geen eigen auto aan te schaffen of hun voertuig de deur uit te doen. Dit laat zien dat deelmobiliteit daadwerkelijk bijdraagt aan een daling van het autobezit in Nederland.

Tegelijkertijd blijven er grote uitdagingen. De CvD wijst erop dat de businesscase voor elektrische deelauto’s moeilijk rond te krijgen is door hoge motorrijtuigenbelasting (mrb), torenhoge verzekeringskosten en – in steden zoals Amsterdam – extra hoge vergunningskosten. Ook de onzekerheid over toekomstig beleid schrikt investeerders af.

voordelen onder druk

De CvD benadrukt de maatschappelijke voordelen van deelmobiliteit. Uit studies van onder meer het Kennisinstituut voor Mobiliteit, CE Delft en Goudappel blijkt dat het stimuleren van gedeeld autogebruik de afhankelijkheid van schaarse grondstoffen vermindert, ruimte vrijmaakt voor woningbouw en de uitstoot van broeikasgassen verlaagt. Elektrische deelauto’s vervangen meerdere fossiele voertuigen en voorkomen dat mensen opnieuw een privéauto aanschaffen.

Daarnaast heeft deelmobiliteit een sociale functie. Voor gezinnen met een krap budget biedt het een betaalbaar alternatief voor autobezit, vooral als ze slechts incidenteel een auto nodig hebben. Veel huishoudens zitten vast aan een dure, oude fossiele auto die weinig wordt gebruikt maar wel veel geld kost. Deelauto’s kunnen voor deze groep een uitkomst zijn.

Autodelen biedt beleidsmakers een oplossing voor een aantal maatschappelijke vraagstukken. Ook biedt autodelen veel autobezitters een goedkoper en praktischer alternatief voor de eigen auto.

Om de groei van deelmobiliteit te bevorderen, doet de CvD concrete beleidsvoorstellen. De coalitie pleit onder meer voor het fiscaal aantrekkelijker maken van elektrische deelauto’s. Dit kan volgens de aanbieders door de mrb-korting op elektrische deelauto’s te behouden en deze vorm van vervoer onder het lage btw-tarief van 9% te laten vallen. Uit het landelijke onderzoek blijkt dat kosten voor veel gebruikers de belangrijkste drempel vormen om volledig over te stappen op deelmobiliteit. Een lagere btw zou de prijzen voor consumenten direct verlagen.

Daarnaast roept de CvD op tot maatregelen om de verzekeringskosten te drukken. Deelauto-gebruikers die weinig rijden, veroorzaken relatief veel schade, waardoor verzekeraars hoge premies rekenen. Dit treft niet alleen particuliere gebruikers, maar ook autodeelmodellen met een lage schadelast, zoals besloten deelgroepen. De CvD stelt voor om een garantiefonds op te richten, vergelijkbaar met de Nationale Hypotheek Garantie, om de risico’s voor verzekeraars te beperken. Dit zou de verzekeringskosten voor deelauto-aanbieders en gebruikers aanzienlijk kunnen verlagen.

heldere definitie

Tot slot pleit de CvD voor een duidelijkere juridische definitie van een deelauto. De huidige definitie schiet tekort, omdat deze geen rekening houdt met belangrijke factoren zoals de beschikbaarheid van de deelauto in de publieke ruimte. Dit is van belang voor het verlenen van vergunningen en het toepassen van fiscale voordelen.

Met deze voorstellen wil de CvD bijdragen aan een stabieler beleid voor deelmobiliteit in Nederland. “We hopen dat de overheid zich realiseert hoe groot de impact van deelmobiliteit al is en hoe belangrijk het is om de groei ervan niet te laten stagneren door onnodige kosten en onzekerheid,” aldus de coalitie.

ANWB: Ondernemers kiezen massaal voor deelmobiliteit

Acht op de tien ondernemers verwacht over te stappen op deelmobiliteit.

Ondernemers in Nederland staan op het punt een grote verschuiving te maken van het bezitten naar het delen van vervoersmiddelen, zo blijkt uit recent onderzoek van ANWB Zakelijk. Dit jaar verwacht meer dan 82% van de ondernemers de overstap te maken naar deelmobiliteit, een opmerkelijke toename ten opzichte van de 66% van vorig jaar.

De beweging naar deelmobiliteit is niet beperkt tot een bepaald type voertuig; het omvat auto’s, fietsen, scooters en zelfs bakfietsen. Het merendeel van deze ondernemers verwacht binnen drie tot vijf jaar deze overstap te maken. Dit signaleert een toenemend bewustzijn van en behoefte aan duurzamere en kostenbesparende transportopties binnen de zakelijke gemeenschap.

Patrick van Weert, Product Manager bij ANWB Zakelijk, geeft aan dat de trend deels wordt gedreven door de stijgende kosten van voertuigbezit, maar ook door praktische overwegingen zoals parkeerproblemen en toenemende verkeersdruk in binnensteden. “Hoewel ondernemers traditioneel erg gehecht zijn aan hun eigen voertuig, openen zij hun ogen voor de mogelijkheden van gedeeld vervoer,” zegt Van Weert.

MyWheels, een aanbieder van deelauto’s, bevestigt deze trend ook in de praktijk. Op dit moment zijn al 20 procent van de ritten via hun platform voor zakelijke doeleinden, en zij verwachten dat dit percentage zal blijven groeien.

Binnen de ondernemerswereld is er een interessant verschil in de snelheid waarmee verschillende groepen verwachten over te stappen op deelmobiliteit. Zo verwachten mkb-bedrijven, die vaak meerdere voertuigen gebruiken of in bezit hebben, sneller de overstap te maken dan zzp’ers. “Een mkb-bedrijf heeft vaak te maken met meerdere voertuigen die afwisselen, wat een grotere investering betekent,” legt Van Weert uit. Daarentegen zou het voor zzp’ers, die meestal maar één voertuig nodig hebben, tot tien jaar kunnen duren om deze transitie te voltooien.

Het onderzoek dat door ANWB Zakelijk is uitgevoerd, betrof 497 ondernemers die betrokken zijn bij zakelijke mobiliteit. Deze studie is niet alleen bedoeld om trends te spotten, maar ook om de grootste uitdagingen en kansen voor ondernemers in de nabije toekomst in kaart te brengen. ANWB Zakelijk heeft ook een speciaal loket geopend voor ondernemers en verantwoordelijken voor het mobiliteitsbeleid om ondersteuning te bieden bij eventuele vragen of zorgen omtrent mobiliteit.

Umob haalt €6 miljoen op: een nieuwe fase voor geïntegreerde mobiliteit

Naast de doelstelling om een volledig en toegankelijk platform voor mobiliteit te bieden, wil umob gemeentes gaan helpen met het verbeteren van de integratie van deelmobiliteit.

In een nieuwe financieringsronde heeft het Nederlandse Mobility-as-a-Service (MaaS) platform umob maar liefst €6 miljoen aan investeringskapitaal weten te vergaren. Met dit kapitaal kan de in augustus gelanceerde app de volgende fase van zijn strategische expansie inluiden. Het platform integreert volledig het gebruik van deelmobiliteit, taxi’s en openbaar vervoer, en werpt zich op als een centrale bemiddelaar tussen gemeenten, mobiliteitsaanbieders en bedrijven.

Umob maakt een verscheidenheid aan reisopties naadloos toegankelijk via een enkele interface. Na het verkrijgen van een account kunnen gebruikers reizen plannen, boeken en betalen tegen dezelfde tarieven als die rechtstreeks door de aanbieders worden aangeboden, en dit alles zonder de noodzaak van afzonderlijke apps voor elke dienst. Deze ontwikkeling komt op een moment dat de populariteit van deelmobiliteitsdiensten in Nederland groeit, maar nog steeds een klein deel van de totale vervoersmix uitmaakt.

Raymon Pouwels, medeoprichter van umob en voormalig oprichter en ceo van GO Sharing, benadrukte het belang van het verhogen van de toegankelijkheid van deelmobiliteit als een haalbaar alternatief voor het bezit van een eigen auto. “Om van deelmobiliteit een aantrekkelijke optie te maken, moet een voertuig altijd binnen drie minuten loopafstand beschikbaar zijn. Enkelvoudige aanbieders kunnen dit niet alleen bereiken, maar door ze allemaal in één app te integreren, bieden we gebruikers toegang tot ruim 200.000 voertuigen,” legt Pouwels uit.

Foto: umob – Raymon Pouwels en Bibi Jorissen

De ambities van umob reiken echter verder dan alleen het samenbrengen van verschillende vervoersdiensten. Het platform wil een sleutelrol spelen bij het coördineren van gemeentelijke inspanningen om de acceptatie van gedeelde vervoersmodi te vergroten. Dit omvat het identificeren van optimale locaties voor mobiliteitshubs, het faciliteren van gesprekken tussen aanbieders en het delen van geanonimiseerde data en inzichten.

Medeoprichter Bibi Jorissen onderstreept het belang van deze samenwerking: “Naast een breed en divers aanbod moeten we praktische zaken als parkeerplaatsen en hotspots aanpakken. Met de data die we verzamelen, kunnen we een waardevolle rol spelen bij het inrichten van de toekomstige mobiliteitsinfrastructuur van gemeenten.”

Bovendien wil umob zijn voetafdruk uitbreiden tot buiten de Nederlandse grenzen. De recent opgehaalde €6 miljoen volgt op een eerdere investering van €2 miljoen in 2022 en zal worden gebruikt om het platform internationaal op te schalen. “Ons platform is klaar om onze service internationaal aan te bieden. We beginnen volgend jaar met België en onze driejarenplanning voorziet in activiteiten in zes verschillende Europese landen,” aldus Pouwels.

Leuven van studentenstad tot pionier in deelmobiliteit is een echte autodeelstad

Leuven heeft bewezen dat een stad niet groot hoeft te zijn om grootse ideeën te realiseren.

Vooral bekend als studentenstad en thuisbasis van de oudste universiteit van België, voegt Leuven een nieuwe titel aan zijn lijst toe: een voorloper in deelmobiliteit. De stad heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet in het promoten van autodelen en heeft onlangs haar aanbod uitgebreid met nieuwe partners zoals Poppy en Dégage.

Een van de belangrijkste trekpleisters in Leuven’s autodeelproject is het gemak en de flexibiliteit die het biedt aan zijn bewoners. Met diensten als Poppy, waar je een auto kunt nemen en achterlaten waar je maar wilt, is het makkelijker dan ooit om een ritje te maken zonder de verplichtingen van autobezit. Dégage gaat nog een stap verder door een platform te bieden waar particulieren hun auto kunnen delen met buren.

Leuven is geen nieuwkomer als het gaat om autodelen. De stad heeft al meer dan 200 deelwagens in omloop, zowel op particuliere als commerciële basis. Dat heeft indrukwekkende resultaten opgeleverd: meer dan 4.700 gezinnen en bedrijven maken gebruik van deelwagens en het aantal autodelers is in vier jaar tijd met 55% gestegen.

Naast gezinnen zien ook lokale bedrijven de voordelen van autodelen. Veel bedrijven hebben eigen parkeerplaatsen opgegeven ten gunste van deelauto-abonnementen voor hun werknemers. Dit draagt niet alleen bij aan de bedrijfscultuur rond duurzaamheid, maar leidt ook tot aanzienlijke kostenbesparingen.

De inspanningen zijn niet onopgemerkt gebleven. Vorig jaar ontving Leuven de ‘Elke buurt deelt’-award voor haar proactieve rol in het stimuleren van autodelen. Schepen van mobiliteit David Dessers is optimistisch over de toekomst. “We erkennen Poppy en Dégage als nieuwe autodeelorganisaties in onze stad om het aanbod te vergroten. Elk van deze diensten heeft een unieke aanpak en spreekt verschillende doelgroepen aan.”

​”We starten een proefproject van anderhalf jaar met zowel Poppy als Dégage. De komende maanden bekijken we of het aanbod aanslaat en we gaan de impact en het gebruik van de wagens na”

David Dessers – schepen van mobiliteit Leuven

In het kader van het proefprojecten krijgen de wagens een parkeerkaart waarmee gebruikers in de blauwe en betalende zones onbeperkt mogen parkeren. Volgens Dessers is een van de grootste voordelen van autodelen dat het helpt om de openbare ruimte beter te benutten. “Een deelwagen vervangt ongeveer tien particuliere auto’s. Dat betekent meer ruimte voor recreatie en minder parkeerdruk,” legt hij uit. 

Leuven is nog steeds in een proefperiode van anderhalf jaar om te evalueren hoe goed de nieuwe diensten worden ontvangen en wat de impact zal zijn op autobezit in de stad. Maar met een dergelijk robuust en divers aanbod lijkt de toekomst van autodelen in Leuven veelbelovend.

Poppy

Poppy Mobility is al aanwezig in Brussel, Antwerpen, Mechelen, Gent en Luik en de Belgische luchthavens en vanaf morgen 1 september dus ook in Leuven met 35 voertuigen. Het gaat over een mix van types voertuigen. Als Poppy aanslaat in Leuven, wordt het aanbod mogelijk op termijn verder uitgebreid naar 60 wagens. Bijzonder aan Poppy is dat je de wagens kunt nemen en achterlaten op het merendeel van de openbare parkeerplaatsen. Het is ook mogelijk om een rit te starten in Leuven en deze te beëindigen in één van de andere steden en luchthavens waar Poppy actief is.

“Poppy wil iedere Leuvenaar toegang geven tot een wagen zonder alle nadelen van wagenbezit of de beperkingen van deelwagens met vaste staanplaatsen”, legt Pierre de Schaetzen, CMO van Poppy Mobility uit. “Je neemt de dichtstbijzijnde wagen, die je op het merendeel van de openbare parkeerplaatsen kan achterlaten, in Leuven en in alle andere steden en luchthavens waar we aanwezig zijn.”

Dégage

Dégage is een deelplatform waarbij particulieren hun wagen of (bak-)fiets kunnen delen met andere Dégage-leden. Autokosten kunnen hoog oplopen maar voor een eigenaar is de auto wegdoen soms een brug te ver. Door je auto te delen, staat je auto minder stil, deel je de kosten en kun je je wagen blijven gebruiken. Voor elke kilometer die iemand anders met de wagen rijdt, krijgt de eigenaar kosten terugbetaald. Gebruikers betalen een kilometervergoeding gebaseerd op de werkelijke kosten van de wagen.

Eline Snacken van Dégage: “Dégage is blij met de erkenning door stad Leuven. Dankzij de parkeerkaarten kunnen onze deelwagens nu een waardig alternatief zijn voor de eigen wagen. Dégage is voor een stad of gemeente een laagdrempelige manier van autodelen. We zijn ervan overtuigd dat de samenwerking met stad Leuven onze missie kracht bij zet. Dégage streeft geen winst na, wel leefbare en sociale buurten.”

Afspraken gemaakt met aanbieders deeltweewielers Haagse Kuststrook

Zo gaat de gemeente bijvoorbeeld op zoek naar extra parkeerruimte voor drukke dagen, gaan de deelaanbieders gezamenlijk parkeercoaches inzetten en mogen de scooters alleen in de aangewezen vakken parkeren.

In Den Haag wordt steeds meer gebruik gemaakt van deelscooters, deelbakfietsen en deelfietsen. Om dit groeiende gebruik in goede banen te leiden zijn onlangs opnieuw afspraken gemaakt met aanbieders van deeltweewielers voor de Haagse Kuststrook. Zo gaat de gemeente bijvoorbeeld op zoek naar extra parkeerruimte voor drukke dagen, gaan de deelaanbieders gezamenlijk parkeercoaches inzetten en mogen de scooters alleen in de aangewezen vakken parkeren.

”In 2021 is begonnen met de samenwerking tussen deeltweewielers en Gemeente Den Haag. Dit is van beide kanten goed bevallen en heeft gezorgd voor veel verbeteringen, daarom zijn er opnieuw afspraken gemaakt. Dit keer voor de gehele kuststrook, in plaats voor alleen Scheveningen. Met de gemaakte afspraken wil de gemeente samen met de aanbieders de overlast van rondslingerende deelvoertuigen terugbrengen.”

Wethouder Anne Mulder.

In Den Haag wordt steeds meer gebruik gemaakt van deelscooters, deelbakfietsen en deelfietsen.

Afspraken

Gemeente Den Haag, Go Sharing, felyx, Check, BAQME, Cargoroo en Donkey Republics hebben onder andere de volgende afspraken gemaakt:

  • Het deelvervoer aan de kust mag uitsluitend worden geparkeerd in de daartoe bestemde parkeervakken. Het parkeren buiten de vakken wordt technisch onmogelijk gemaakt.
  • De vakken worden afgesloten voor gebruikers wanneer deze vol zijn.
  • De aanbieders hebben gezamenlijke parkeercoaches op drukke dagen die de gebruikers helpen om de voertuigen netjes te parkeren en verwijzen naar vakken waar nog ruimte is om te parkeren.
  • Er wordt gebruik gemaakt van een gezamenlijke whatsapp groep om elkaar makkelijk en tijdig te kunnen informeren.
  • In de zomer vindt een wekelijks overleg plaats tussen de aanbieders en de gemeente waarin belangrijke informatie gedeeld wordt en maatregelen verscherpt kunnen worden wanneer dit nodig blijkt te zijn.
  • Om te zorgen dat er iedere dag voldoende ruimte is in de parkeervakken worden deze voor de ochtend leeggemaakt.
  • De gemeente gaat op zoek naar extra parkeerruimte (overlooplocaties). Deze kan geopend worden op de hele drukke dagen.

Toekomst

De uitbreiding van het aanbod van deelmobiliteit is belangrijk voor de gewenste mobiliteitstransitie van de gemeente Den Haag. Delen maakt ruimte, deelfietsen en deelscooters zorgen voor een efficiënter gebruik van de ruimte. Daarnaast geeft deelmobiliteit extra en snellere reisopties, waardoor de afhankelijkheid van de (eigen) auto of tweede fiets afneemt, aldus de gemeente Den Haag

Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit

Alleen gaan we sneller, samen komen we verder

Staatssecretaris Vivianne Heijnen informeerde in een brief aan de Tweede Kamer over het opzetten van het Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit. Het Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit betreft een samenwerking tussen lokale en regionale overheden en het Rijk. De brief schetst de eerste lijnen van het samenwerkingsprogramma.

Het programma biedt goede kansen voor bereikbaarheids- en klimaat-opgaven, ondersteunt de ruimtelijke opgave (deelmobiliteitshubs, woningbouwopgave, ruimte in stad) en zorgt voor meer uniforme marktcondities (harmonisatie, standaardisatie) met een samenhangende aanpak en regie voor deelmobiliteit. Het advies over een samenwerkingsprogramma is een uitkomst van gesprekken gevoerd door kwartiermaker Maarten van Biezen. Deze gesprekken heeft hij gevoerd met onder andere gemeenten en regio’s en sluit aan bij het advies van de voormalige voorzitter van de Green Deal Autodelen II (Betty de Boer).

Deelmobiliteit is voor het Rijk relevant omdat het bijdraagt aan verschillende maatschappelijke doelen zoals de woningbouwopgave in stedelijk gebied die beter wordt mogelijk gemaakt door lagere bouwkosten, verbeterde bereikbaarheid en minder ruimtebeslag van auto’s. Ander doel is de afname van emissies (zoals CO2 en stikstof) van automobiliteit en het versnellen van zero-emissie mobiliteit. Dit komt doordat deelauto’s vaker elektrisch zijn dan auto’s in privébezit en doordat gebruikers van deelauto’s minder kilometers afleggen in auto’s in vergelijking met bezitters van een privéauto. Het versterkt de kwaliteit van het openbaar vervoer doordat de first/last mile met deelmobiliteit kan worden afgelegd.

deelmobiliteit

Deelmobiliteit, ook wel deelvervoer, is een verzamelterm voor alle vervoersmiddelen die gebruikt kunnen worden door meerdere gebruikers waarbij de gebruiker ook de bestuurder is maar deze niet zelf bezit. Voorbeelden zijn deelfietsen, -scooters en -auto’s. Het belangrijkste verschil met “traditionele” huurvoertuigen is dat bij deelvoertuigen het gebruik 24 uur per dag toegankelijk is (vaak via een app) zonder de tussenkomst van een persoon. Deelmobiliteit kan een rol spelen als voor- en natransport in het openbaar vervoer. Met deelmobiliteit wordt in deze definitie expliciet niet carpoolen of taxi-diensten bedoeld, aangezien de gebruiker daarbij niet de bestuurder is. Deelmobiliteitsaanbieders zijn vaak commerciële partijen.

Proef gedeelde elektrische bestelbus Den Haag

De gemeente Den Haag start met een proef waarbij de ondernemers van de Denneweg twee maanden lang gebruik kunnen maken van een gedeelde elektrische bestelbus.

De gemeente Den Haag start met een proef waarbij de ondernemers van de Denneweg twee maanden lang gebruik kunnen maken van een gedeelde elektrische bestelbus. Het gebruik van de bus is gratis en de afstemming van gebruik gaat via een app. Op deze manier wordt onderzocht hoe de overstap naar elektrisch rijden bevalt en hoe deelmobiliteit wordt ervaren. Dit is nodig omdat Den Haag in 2025 emissievrije stadslogistiek moet hebben in de binnenstad.

Vanaf 1 januari 2025 krijgen Den Haag en 26 andere gemeenten in Nederland een zero-emissiezone voor stadslogistiek. Dit betekent dat logistiek alleen met uitstootvrije vrachtwagens en bestelbussen gedaan mag worden en op de meest efficiënte manier.

We willen stevig inzetten op de overgang naar emissievrij vervoer in de stad. Zo krijgen we een leefbaarder Den Haag met schone lucht en minder verkeer in de binnenstad. Dit soort initiatieven juich ik dan ook ten harte toe.

Wethouder duurzaamheid Arjen Kapteijns.
Vanaf 1 januari 2025 krijgen Den Haag en 26 andere gemeenten in Nederland een zero-emissiezone voor stadslogistiek.

Overstappen op uitstootvrij vervoer

2025 Lijkt nog ver weg, maar voor ondernemers kan het betekenen dat zij met hun huidige voertuig niet meer binnen de centrumring tot aan het Telderstracé kunnen komen. Het is daarom goed om op tijd na te denken over het meest geschikte vervoermiddel. De gemeente sloot de handen ineen met Leaseplan en Zeeuw en Zeeuw voor deze pilot.

Schone en gezonde lucht

Den Haag wil een schone en gezonde stad zijn waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Schone lucht is daarvoor een voorwaarde. Logistiek veroorzaakt vieze lucht en uitstoot van CO2. Tegelijkertijd zijn transport en diensten natuurlijk wel nodig in de stad. Daarom gaat Den Haag voor schone en efficiënte logistiek, aldus de gemeente.

Go Sharing haalt groene deelscooters weer weg

Dit vertrek strookt echter niet met de langetermijnvisie om deelmobiliteit in te zetten als betrouwbaar en betaalbare vorm van mobiliteit.

In de komende weken zal het bedrijf per servicegebied aangeven wat de gevolgen van het besluit zijn, maar zoals het er nu uitziet verdwijnen de deelscooters van Go Sharing uit zeer veel gemeenten. Nochtans geven ze in het persbericht aan dat deelmobiliteit een belangrijke rol speelt in de mobiliteitstransitie voor het leefbaarder maken van steden en regio’s.

rendabel systeem

De regionale en multimodale aanpak van GO Sharing zorgt ervoor dat ze een mobiliteitsalternatief kunnen bieden voor de auto en een goede aanvulling zijn op het OV. Het bedrijf geeft aan dat ze nog niet overal in staat zijn om dit al op een winstgevende manier te doen, en leggen uit wat hier de gevolgen van zijn. In het driejarig bestaan zijn zij snel opgeschaald met het doel om de voordelen van deelvervoer te maximaliseren. 

De focus ligt hierbij op de reis van deur tot deur ondersteunen met deelvervoer om het verspillende bezit van een voertuig, welke grootste deel van de tijd niet gebruikt wordt, tegen te gaan. In het huidige economische klimaat, waarin veel onzekerheid in de markt is, zijn investeerders terughoudend om in deelbedrijven te investeren.

Daarom hebben zij besloten om eerst te focussen op het rendabel krijgen van het systeem. Hierbij zullen zij een stap terug doen en zullen zij uit een aantal steden tijdelijk terugtrekken. De oorzaak van het vertrek is een nog te laag gebruik van de voertuigen. Daarnaast is het lastig en duur om de wat meer afgelegen gebieden te servicen.

tijdelijke stop

Dit vertrek strookt echter niet met de langetermijnvisie om deelmobiliteit in te zetten als betrouwbaar en betaalbare vorm van mobiliteit. Hun ambitie is om overal, altijd en voor iedereen beschikbaar te zijn. Ze zien dit dan ook als slechts een tijdelijke stop en biedt hen tevens de gelegenheid om de elektrische snorfietsen klaar te maken voor de helmplicht.

Door zich te focussen op de gebieden waar het gebruik goed is, willen ze een stabiele basis voor deelvervoer creëren en de kwaliteit verder bevorderen. Parallel aan dit traject voeren ze gesprekken en doen ze onderzoek om te kijken wat ervoor nodig is om deelvervoer ook in ze zetten op locaties die momenteel niet rendabel zijn.

Ze zien het vertrek in veel gemeenten dan ook als slechts een tijdelijke stop.

GO Sharing wil 100% elektrisch deelvervoer voor iedereen van deur tot deur toegankelijk maken. Daarmee staan ze aan het roer van de transitie van traditioneel vervoer naar milieuvriendelijker en compact deelvervoer. Van bezit naar gebruik, alleen wanneer jij het nodig hebt. Met GO Sharing kan iedereen bijdragen aan een groenere en leefbare toekomst.

Bliepen, een internationaal ecosysteem in actie

Vanuit het perspectief van de klant is keuzevrijheid wenselijk.

Binnenkort gaat Bliepen ook jouw wereld in beweging brengen en laten zien wat vrijheid van mobiliteit met je doet. Van openbaar vervoer tot scooter, van fietsen tot een taxi. Mobiliteit is er in elke vorm voor iedereen. Het netwerk is het nieuwe platform waar vervoersbedrijven, en lokale aanbieders van gedeelde mobiliteit en consumenten elkaar vinden en gezamenlijk mobiliteit vergemakkelijken.

In een wereld waar MaaS (Mobility as a Service) een steeds grotere rol speelt, zowel voor het werk als de vrijetijdsbesteding, wil het netwerk ook kleinere ondernemers de kans geven deel te nemen aan de vooruitgang. Een MaaS dienst zou bij uitstek de personen in kwestie kunnen ondersteunen door het bieden van een ontzorgde reis. Mobiliteit aanbieden is niet alleen bedoeld voor grote bedrijven of startups die met grote marketing budgetten enkel eigen diensten aanbieden. Ook kleinere mobiliteitsaanbieders moeten kunnen deelnemen aan een markt die volop in beweging is.

Bliepen is het nieuwe platform waar vervoersbedrijven, en lokale aanbieders van gedeelde mobiliteit.

Wat is Bliepen?

Bij het Eindhovense softwarebedrijf Pitane Mobility geloven ze dat wanneer je het eenvoudig maakt voor de consument om mobiliteit in te kopen er meer omzet, loyaliteit en ritten gegenereerd worden. Het Bliepen netwerk is de marktplaats waar vraag en aanbod elkaar treffen. Dat kan door gebruik te maken van apps voorzien van TOMP-API technologie of te boeken via een gecertificeerd Bliepen boekingsplatform. Door gebruik te maken van een Bliepen QR-code bliep je de dienst bij de mobiliteitsaanbieder.

Deelnemen aan het mobiliteitsnetwerk kan nu reeds door je in te schrijven als bèta-tester. Dat kan als reizigers maar ook als aanbieder van mobiliteit. MaaS en het Bliepen netwerk bevindt zich nog niet in het stadium van volwassenheid, veel is werk in progressie en de ontwikkeling in volle gang. Het Bliepen netwerk wordt dit najaar in Nederland en België uitgerold aan het grote publiek.

“Wij zien momenteel een marktontwikkeling die er is op gericht dat grote aanbieders van mobiliteit eigen MaaS Apps ontwikkelen. Dat doen ze enkel voor hun eigen klanten. Enkele uitzonderingen buiten beschouwing genomen, zijn al deze partijen bezig met eigen belang, delen geen ‘big data’ met andere aanbieders en gaan voorbij aan de Europese MaaS doelstellingen.”

Gerrit Saey – directeur en oprichter van Pitane Mobility

Pitane Mobility is onderdeel van Pitane B.V. en werd opgericht in 1999. Het bedrijf is toonaangevend in software specialismen voor MaaS, leerlingen- en zorgvervoer, software voor taxivervoer, verkeersleiding en regiecentrales. Het bedrijf bevindt zich te Eindhoven op bedrijventerrein Eindhoven Airport.

Samen blijven hollen van crisis naar crisis

De afgelegde afstand per dag bepaalt in sterke mate welke vervoersmodi we kiezen.

Al zitten we nog in de staart van de coronapandemie, de volgende crisis woedt al volop. Terwijl donkere wolken zich boven de eurozone samenpakken, in de vorm van economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie, kampen we in Nederland met de klimaatcrisis, een energiecrisis, een vertrouwenscrisis tussen burgers en de politiek, een uit de hand lopende vluchtelingencrisis, een landbouwcrisis, de stikstofcrisis, de toeslagencrisis, een woningmarktcrisis en niet te vergeten de personeelscrisis.

Hoe dan ook, een crisis is een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel, van welke aard dan ook, ernstig verstoord raakt. Welke crisis we ook benoemen, we zijn het er in Nederland ondertussen ook over eens geraakt dat de overheid er iets moet aan doen. Terwijl we daar op wachten kunnen we ons volop zorgen maken over een ander fenomeen dat de kop opsteekt. Het fileprobleem en het verkeersinfarct.

overheid

ANWB verwacht een ‘permanent verkeersinfarct’, en vaker ‘bumper aan bumper’ rijden. Duidelijk is dat de bereikbaarheid van Nederland prioriteit moet krijgen. Zoals het hoort in Nederland wil dus ook de ANWB dat het Rijk op korte termijn met een plan van aanpak moet komen. Eerder kwamen we het woord stikstofcrisis tegen en daardoor kunnen veertien projecten uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) niet tijdig worden uitgevoerd door een gebrek aan stikstof-experts. Dat blijkt uit een brief die minister Harbers van I en W naar de Kamer heeft gestuurd.

De ANWB onderkent de complexiteit van de stikstofproblematiek, maar vindt dat de bereikbaarheid van Nederland prioriteit moet krijgen en dat de doorstroming ondanks de stikstofbeperkingen bevorderd moet worden. Om wildgroei aan lokale maatregelen te voorkomen, zou de landelijke politiek hierbij de regie moeten pakken en op korte termijn een plan moeten opstellen. Als nu niet wordt ingegrepen bestaat het risico dat Nederland vastloopt, met alle economische en sociale gevolgen van dien.

Mobiliteit is noodzakelijk om deelname aan de maatschappij te garanderen. De stikstof- en klimaatcrisis geven ons de kans om mobiliteit anders aan te pakken. Een eerste vereiste is dat we gaan verminderen, minder kilometers en vooral meer nabijheid. Het snoeien van asfaltkilometers moet toch zorgen dat we kunnen verplaatsen: meer te voet, met de fiets, met het openbaar vervoer of gedeeld.

Iedereen moet gebruik kunnen maken van gedeelde mobiliteit.

duurzaamheid

Door ons mobiliteitsgedrag van vandaag brengen we de mogelijkheid van onze kinderen en kleinkinderen om zich in de toekomst te verplaatsen in gevaar. Duurzame mobiliteit omschrijven we als voldoende mobiliteit om volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk leven zonder dat de negatieve gevolgen van ons individueel mobiliteitsgedrag de mobiliteit van anderen op korte of lange termijn nadelig beïnvloeden.

Wanneer een verplaatsing met de auto onvermijdelijk is, kiezen we voor een gedeelde auto, delen we onze rit met anderen en zorgen we voor de minst vervuilende wagen. Misschien kunnen we ons ook iets meer verdiepen in het MaaS concept. We vermijden zoveel mogelijk onnodige verplaatsingen door te kiezen voor bijvoorbeeld telewerken en staan bewust stil bij ons verplaatsingsgedrag. Gedeelde mobiliteit kan daarbij helpen.

werken aan oplossing

Gedeelde mobiliteit heeft de toekomst en biedt meer mogelijkheden om aan te sluiten bij de wens van de reiziger. Daarmee bedoelt men alle mobiliteit die voor iedereen toegankelijk is en die je vaak samen gebruikt. Dit kan de bus of de trein zijn, maar ook een taxi, deelauto of een deelfiets. Ook meerijden met iemand past binnen gedeelde mobiliteit.

Iedereen moet gebruik kunnen maken van gedeelde mobiliteit. Dit gaat om fysieke toegankelijkheid, zoals rolstoelgebruikers,  maar ook om mentale toegankelijkheid. Barrières die reizigers met een beperking ervaren moeten we zoveel mogelijk wegnemen. Om goed aan te sluiten bij de wensen van verschillende groepen reizigers, blijft maatwerk essentieel. Dat betekent niet dat iedereen gebruik moet maken van gedeelde mobiliteit.

We moeten beseffen dat de auto voor veel mensen een belangrijk vervoersmiddel blijft. Maar met gedeelde mobiliteit kunnen we alle reizigers een alternatief bieden en zo kan iedereen zelf bepalen of hij of zij wil meewerken aan de oplossing van een crisis. Niet alles moeten we van de overheid verwachten, zelf zijn we essentiële schakels in de oplossing.


MyWheels en Amber bundelen krachten in deelmobiliteit

MyWheels en Amber bundelen de krachten en gaan de komende jaren de zakelijke en particuliere markt van deelmobiliteit bepalen. Met als doel de impact van mobiliteit op klimaat en stad drastisch te beperken. Beide bedrijven maakten de afgelopen jaren een exponentiële groei door. ‘Tech-driven’ Amber met haar vernieuwende concept van ritgarantie en datagedreven technologie en marktleider MyWheels met haar landelijke netwerk van deelauto’s. 

Auto’s staan 96% van de tijd stil

Technologie en schaal gaan ervoor zorgen dat mensen altijd en overal direct kunnen beschikken over een deelauto. Je kunt makkelijk instappen, je betaalt alleen voor gebruik en draagt bij aan een leefbare woonomgeving. ‘Delen wordt het betere hebben’, is de overtuiging van de nieuwe combinatie. Daarbij zijn ontwikkelingen als autonoom rijden, AI en de energietransitie belangrijke katalysatoren. 

“Samen met Amber vormen we het mobiliteitssysteem van de toekomst. Door samen te gaan kunnen we de transitie van autobezit naar -gebruik versnellen en daarmee onze impact vergroten. We realiseren een beter aanbod voor onze klanten door de sterke punten van beide organisaties te bundelen. Deelmobiliteit wordt zo voor iedereen laagdrempelig toegankelijk. Het wordt mainstream.”

CEO Karina Tiekstra van MyWheels.

“Met MyWheels vormen we het mobiliteitssysteem van de toekomst. We gaan o.a. onze software verder verfijnen en doorontwikkelen; onze vraaggestuurde deelmobiliteit wordt onontkoombaar.”

Amber founder Hans de Penning.

Aandeelhouder The Sharing Group  

De combinatie is een logische stap voor investeerder en aandeelhouder The Sharing Group (TSG), die de kracht van delen wil benutten om meer maatschappelijke impact en minder klimaat-impact te maken. Met ook investeerders als de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en Pala Group B.V. heeft de nieuwe combinatie een stevig fundament.   

Over MyWheels 

MyWheels is met 240.000 gebruikers marktleider in Nederland op het gebied van deelauto-mobiliteit. Het heeft het grootste aanbod (elektrische) deelauto’s in Nederland en gaat dat onder meer uitbreiden met 5.000 Lightyear Solars. MyWheels versterkt groei door een community driven-aanpak.  

Over Amber 

Amber is de data driven technology-expert op het gebied van deelmobiliteit. Amber ontwikkelt software die vraaggestuurde 100% elektrische deelmobiliteit garandeert en is grotendeels actief in de B2B-markt, met klanten als ABN Amro, KPN, Philips en Rabobank. Amber ontzorgt haar klanten met een zéér hoog serviceniveau, waaronder Valet Service. 

MyWheels en Amber bundelen de krachten en gaan de komende jaren de zakelijke en particuliere markt van deelmobiliteit bepalen.

Reden genoeg om een hekel te krijgen aan deelmobiliteit

Commerciële bedrijven die mobiliteit verhuren hebben nu het exclusieve recht gekregen op steeds meer stukjes publieke ruimte.

Dat nieuwigheid en verandering weerstand oproepen in de maatschappij is van alle tijden. Ondertussen zijn er voor veel mensen genoeg redenen om stilaan een hekel te krijgen aan deelfietsen, leenscooters of deelsteps. Bijvoorbeeld omdat ze je de stuipen op het lijf jagen op het fietspad wanneer ze in gebruik zijn. En wanneer ze stil staan dan liggen ze vaak omgevallen op de grond of tegen de voorgevel van een huis. In het ergste geval versperren ze de stoep zodat geen enkele voetganger met een rollator nog kan passeren.

deelmobiliteit

De vraag is of al die deelmobiliteit bijdraagt tot de echte zin van het woord. Als jij en je buurman een scooter delen, is dat een deelscooter. Kopen jullie samen een auto, is dat een deelauto. Maar bedrijven als Felix, Go en Check zijn commerciële bedrijven, die delen niets! Die dragen in mindere mate bij tot deelmobiliteit, integendeel. Jongeren die van huis uit geen scooter krijgen zie je dan trots op de Felix scooter snorren op een warme zomerdag. Dat zelfde traject hadden ze anders gefietst of gelopen, en misschien zelfs niet eens afgelegd.

Ook de gemeente draagt heel sociaalvoelend bij aan de opmars van deelmobiliteit waar iedereen een hekel aan krijgt. Commerciële bedrijven die mobiliteit verhuren hebben nu zelfs het exclusieve recht gekregen op steeds meer stukjes publieke ruimte. Zoals taxibedrijven hun schoolbusjes s’avonds in de woonwijken op publieke parkeerplaatsen stallen, liefst voor de deur bij de buren, doen de verhuurbedrijven dat nu ook met hun steps, fietsen en scooters op de stoep in de steden.

hypocrisie van deelmobiliteit 

Daar waar vervoersarmoede wel een reëel probleem vormt, is deelmobiliteit vaak niet eens beschikbaar. En dat klinkt vreemd omdat je het daar juist zou verwachten. Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat deelsteps gemiddeld nog geen maand mee gaan. Dat betekent dat er continu nieuwe steps gemaakt en vervoerd moeten worden. 

Kom dus niet aan met het argument dat de steps duurzaam zijn. Bovendien blijkt dat het gebruik van deelmobiliteit vooral ten koste gaat van openbaar vervoer en lopen, en dus niet van autogebruik. Het idee is als mobiliteit met elkaar delen worden ze beter gebruikt, zijn er minder nodig en ontstaat er meer ruimte op straat. Het is dus maar de vraag of de stad er echt schoner van wordt. 

samen werken aan leefbaarheid

“Wie bijvoorbeeld in het Centraal Station rijdt -ook daar rijden mensen met hun deelstep- die zal naar 0 km per uur gaan, en dan heb je niet veel meer aan je step.”

No go zones zijn gebieden waarin het gebruik van de step niet wenselijk is, onder andere in natuurdomeinen en begraafplaatsen, in het station en aan de ingangen van de winkelcentra. De deelsteps minderen automatisch snelheid en vallen stil wanneer gebruikers deze zones binnenrijden. De technologie laat het toe om via geofencing de steps automatisch aan te sturen.

No park zones zijn van toepassing in drukke gebieden of gebieden met beperkte openbare ruimte, zoals natuurdomeinen, begraafplaatsen, sportterreinen en speeltuinen. Mensen zullen hun step niet meer zomaar overal kunnen parkeren of achterlaten. Als je je step daar toch achterlaat, zal je niet kunnen uitloggen en blijft je huurtijd doorlopen, zodat je blijft betalen. 

Slow speed zones komen er in drukke gebieden of voetgangerszones, zoals de winkelstraten en op en rond de markten. Tussen 11 en 19 uur vertraagt de deelstep automatisch naar maximum 8 kilometer per uur. Dit moet er voor zorgen dat er geen conflicten ontstaan met voetgangers.


Aon start proeftuin met rijbewijsverzekering

De toekomstbestendigheid van deelmobiliteit (huren van voertuigen) voor zowel aanbieder als gebruiker staat onder druk door het schadeverloop van deelvoertuigen, zoals scooters en auto’s. Risico- en verzekeringsadviseur Aon pakt dit probleem op en start (binnenkort) met een proeftuin waarin geëxperimenteerd wordt met een rijbewijsverzekering. In deze proeftuin, waar ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), gemeente Rotterdam, RDW, Vattenfall, SafeDrivePod, Loyens & Loeff en MS Amlin bij betrokken zijn, wordt de verzekering verschoven van (de eigenaar van) het voertuig naar de bestuurder. Dit moet op basis van analyse van geanonimiseerde voertuig- en berijdersdata leiden tot een gunstiger schadeverloop.

Aan het eind van de proef, die minimaal drie maanden duurt, houdt het ministerie van I&W samen met Aon een seminar over de verzekerbaarheid van deelmobiliteit om de resultaten bekend te maken.

Scheefgroei tussen premie en schade
De verzekerbaarheid van deelmobiliteit en -platformen staat al geruime tijd onder druk. Terwijl de vraag naar deelvoertuigen toeneemt, kampen veel van dit soort voertuigen zoals (elektrische) scooters met schade. Hierdoor is voor verzekeraars de verhouding tussen premie en schade scheefgegroeid.

“Deelmobiliteit is niet alleen belangrijk voor duurzaamheid en het betaalbaar houden van vervoer voor iedereen, het helpt ook slimmer om te gaan met de toch al schaarse ruimte in steden. Daarom wil het ministerie helpen om drempels voor deelvervoer weg te nemen, daarbij hoort ook het betaalbaar houden van de verzekering. Met deze proef kunnen we digitale mogelijkheden testen en de verzekeringsbranche stimuleren om een passend en houdbaar verzekeringsproduct te ontwikkelen.”

Staatssecretaris Steven van Weyenberg (I&W).

“Daarom moet niet langer de verzekering bij het voertuig, maar bij de huurder/bestuurder komen te liggen. Het is onze visie dat verantwoord en veilig rijgedrag transparant en beloond moet worden. Dit is precies waar we in de proeftuin mee willen experimenteren. Een huurder van een deelvoertuig moet de financiële consequenties van onverantwoord rijgedrag of het onzorgvuldig omgaan met deze voertuigen financieel voelen. Ik verwacht echt dat we hierdoor veel minder schade aan deelvoertuigen gaan zien en dat we mensen stimuleren om veilig aan het verkeer deel te nemen.”

Evert-Jeen van der Meer, industry director Mobility bij Aon.

Risicoprofiel koppelen aan het rijbewijs
Als de proef slaagt, wil Aon eerst ervaring opdoen met het verzekeren van het cascorisico van gehuurde voertuigen via een persoonlijke mobiliteitsverzekering gekoppeld aan ID of rijbewijs.

In de proeftuin zal daarom worden geëxperimenteerd met het verzamelen van voertuig- en berijdersdata en deze te koppelen aan schadedata. Als blijkt dat iemand ‘veel’ schade rijdt, kan deze persoon een hogere premie krijgen, worden geblokkeerd of kan ervoor gezorgd worden dat hij alleen maar toegang heeft tot bijvoorbeeld een e-bike. Andersom geldt ook dat indien de bestuurder schadevrij rijdt en veilig rijgedrag laat zien dit een gunstig effect heeft op de premie.

De toekomst van deelmobiliteit in de praktijk gebracht
Deze proeftuin deelmobiliteit is een publiek-private samenwerking waarin stakeholders verschillende slimme oplossingen op het gebied van mobiliteit in één app testen, aldus Aon.

“De ideeën over experimenten of proeven op het gebied van duurzame, betaalbare en veilige mobiliteit bestaan al langer, maar dit is één van de eerste concrete projecten. In deze proeftuin bundelen partijen hun kennis en expertise en zal er een schat aan relevante data voor verdere analyse beschikbaar komen. Het RDW volgt deze proeftuin met interesse o.a. vanwege de koppeling van het verzekeringsregister aan het rijbewijs maar ook de ontwikkeling van het mobiele rijbewijs. Ik ben ervan overtuigd dat we met deze proeftuin deelmobiliteit verzekerbaar houden en onze kennis en ervaringen ook kunnen gebruiken voor de verhuurmarkt waar de verzekerbaarheid inmiddels ook een probleem wordt.”

Evert-Jeen van der Meer, industry director Mobility bij Aon.

Lees ook: CBR onderzoek: ‘Roze Pasje Ander Jasje”

De verzekerbaarheid van deelmobiliteit en -platformen staat al geruime tijd onder druk.

Gaiyo gaat deelvervoer van TIER aanbieden in app

Mobility as a service (MaaS) is op een hoger niveau getild, met de integratie van de elektrische deelscooters en -fietsen van TIER in Gaiyo. Wie een TIER-scooter of -fiets wil gebruiken, kan dat heel eenvoudig regelen binnen vervoersapp Gaiyo. Elektrische micromobiliteit zoals die van TIER is ideaal om de zogenaamde first en last mile te overbruggen, zoals het ritje van je huis naar een station, of van een P+R naar je werk in de binnenstad. Door de toevoeging van de e-scooters en e-bikes van TIER in Gaiyo, wordt het wel héél makkelijk om dit soort deelvervoer te gebruiken. Het plannen, boeken, openen en betalen van de tweewielers regel je in een handomdraai allemaal binnen de Gaiyo-app. Wie durft nu nog te beweren dat deelvervoer omslachtig is?

Primeur

Gaiyo is de eerste Nederlandse app waarmee TIER een integratie-samenwerking als deze is aangegaan. Voor beide partijen is deze integratie een belangrijke stap in de volgroeiing van MaaS. 

“Onze missie om mobiliteit voor goed te veranderen draait voor een groot deel om het creëren van sterke samenwerkingsverbanden. We willen de toegang tot duurzame, multimodale mobiliteit gemakkelijk maken voor iedere gebruiker. Door samen te werken met Nederlands toonaangevende MaaS-app Gaiyo, kunnen we de toegang tot onze mobiliteitsdiensten in Utrecht en Eindhoven uitbreiden.”

Jesper Vis, General Manager Benelux bij TIER.

“Onze samenwerking met TIER laat goed zien hoe deze past in de visie van beide aanbieders. Het is onze missie om slimmere mobiliteitskeuzes mogelijk te maken en mensen te helpen om toegang te krijgen tot een groter aanbod aan vervoersmogelijkheden in de buurt. We kijken ernaar uit om nog meer duurzame mobiliteitsdiensten naar steden in heel Nederland te brengen en deze te ontsluiten via Gaiyo. De beschikbaarheid van elektrische TIER-fietsen en -scooters in onze app laat zien dat consumenten behoefte hebben aan één app om al hun diensten te boeken om zich van A naar B te verplaatsen.”

Lucien Groenhuijzen, CEO van Innovactory.

Eindhoven en Utrecht

TIER Mobility is een Duitse unicorn en Europees marktleider op het gebied van deelvervoer. Sinds 30 september 2021 is het bedrijf actief in Nederland. De fietsen van TIER zijn te vinden in Eindhoven en Utrecht, de scooters alleen in Utrecht. Volgens TIER zullen andere Nederlandse steden waarschijnlijk volgen.

Overzichtelijk en eenvoudig

Gaiyo’s routeplanner neemt het beschikbare aanbod van TIER op de locatie van de gebruiker mee in verschillende route-adviezen. Dankzij deze service wordt het mogelijk om verschillende vervoersmiddelen te kiezen en ook meerdere combinaties te maken; afhankelijk van de (mobiliteits)voorkeuren van de gebruiker. De gehele reis kan met Gaiyo worden gepland, geboekt en betaald. Mobiliteit was nog nooit zo overzichtelijk en eenvoudig.

Betalen

Voor het gebruik van de TIER-scooter of -fiets betaal je vooraf, vanuit de Gaiyo-wallet. Als je gemaakte kosten achteraf toch minder blijken te zijn dan waarvoor je hebt gereserveerd, dan krijg je het te veel betaalde weer netjes terug in je wallet. Bij een negatief bedrag wordt het resterende bedrag automatisch geïncasseerd. Het starttarief is €1 en je betaalt tussen de €0,15 en €0,30 per minuut, afhankelijk van het voertuig en de locatie.

Over Gaiyo 

Gaiyo is een MaaS-app die functioneert als een persoonlijke vervoersassistent en is ontwikkeld door een team van voormalige TomTom-medewerkers. De app biedt realtime inzicht in alle beschikbare reismogelijkheden en -combinaties, inclusief vertrek- en aankomsttijden, reistijd en kosten. De app geeft ook toegang tot héél veel vervoersopties in de buurt en laat je deelvervoersmiddelen plannen, boeken en betalen. Bovendien is Gaiyo de goedkoopste straatparkeerapp van Nederland. De Volkskrant noemde Gaiyo in december 2020 ‘de meest overzichtelijke en uitgebreide vervoersapp van dit moment’.

Over TIER Mobility

TIER Mobility is Europa’s marktleider op het gebied van deelvervoer. De mobiliteitsaanbieder wordt gedreven door de missie om mobiliteit voorgoed te veranderen. TIER helpt steden, met haar klimaatneutrale elektrische deelvoertuigen, om hun afhankelijkheid van auto’s te verminderen. TIER Mobility is in 2018 opgericht door Lawrence Leuschner, Matthias Laug en Julian Blessin met een hoofdkantoor in Berlijn. Inmiddels is TIER actief in meer dan 145 steden in 16 landen in Europa en het Midden-Oosten. Met een focus op het bieden van de veiligste, rechtvaardigste en duurzaamste mobiliteitsoplossing, is TIER sinds 2020 klimaatneutraal. Tot de investeerders van TIER behoren SoftBank Vision Fund 2, Mubadala Capital, Northzone, Goodwater Capital en White Star Capital.

Lees ook: Rover Amsterdam wil uitzondering op 30 km/u voor OV

Deelvervoer makkelijk boeken via app.

ANWB start proef met app die vervoermiddelen samenbrengt

Reizen met meerdere vervoermiddelen heeft de toekomst. Het biedt de reiziger niet alleen meer flexibiliteit en gemak, maar draagt ook belangrijk bij aan bereikbaarheid en leefbaarheid. Toch is lang niet iedereen bekend met de mogelijkheden van ‘Mobiliteit als Dienst’ en de voordelen daarvan. Daarom start de ANWB in september de proef ‘Slim naar Den Haag’, met een app die vervoermiddelen samenbrengt en combineert. Leden van de ANWB die van en naar Den Haag reizen, kunnen met deze alles-in-één-app de verschillende mogelijkheden snel overzien, hun reis plannen, vervoermiddelen gebruiken en achteraf betalen.  

De grotere Nederlandse steden blijven groeien de komende jaren en daarmee neemt de doorstroming en bewegingsvrijheid in deze steden af. Ondanks dat het woon-werkverkeer sinds de uitbraak van corona aanzienlijk is veranderd en een grote meerderheid van alle werknemers van plan is om ook in de toekomst deels vanuit huis te blijven werken, slibben veel wegen van en naar de grote steden dicht. Flexibel werken wordt in de nabije toekomst de norm en daardoor zijn mensen ook bereid flexibeler te gaan reizen. Zeker wanneer dit de reis sneller en makkelijker maakt. Deelmobiliteit, zoals deelfietsen of -scooters is veel minder bekend. Dit blijkt uit een recent onderzoek dat de ANWB onder haar leden verrichtte. 30 procent van de ondervraagden gebruikt weleens een combinatie van vervoermiddelen, waarbij de tram of trein het meest gecombineerd worden met ander vervoer.

Tegelijkertijd blijkt ook dat reizigers bij voorkeur hun eigen auto pakken, zelfs als zij hiermee in de file komen te staan. Terwijl er andere manieren zijn die mogelijk sneller, goedkoper of duurzamer zijn. Het uitzoeken van reizen met meerdere vervoermiddelen en verschillende apps wordt door velen als een heel gedoe gezien. Meer dan de helft van de respondenten gaf aan dat een alles-in-één-app hierbij een uitkomst zou zijn.

Met de proef wil de ANWB haar leden meer reisgemak bieden en leren van hun ervaringen. Daarnaast kan Mobiliteit als Dienst de bereikbaarheid en leefbaarheid in Nederland bevorderen. De proef duurt een half jaar, aldus de ANWB. Belangstellenden kunnen zich aanmelden via anwb.nl/slimnaardenhaag

Lees ook: Parkeerregels Madurodam moeten verbeterd worden

Foto midden: ANWB beeldbank.