Tag archieven: personeelsgebrek

Touringcars als schijnoplossing in het leerlingenvervoer

Het antwoord op een chauffeurstekort met een touringcar lijkt een oplossing die meer vragen oproept dan beantwoordt.

Het inzetten van touringcars lijkt op het eerste gezicht een pragmatische oplossing, maar bij nader onderzoek komen er ethische en praktische vraagstukken naar boven. Bijvoorbeeld, is het gepast om kinderen die extra zorg nodig hebben, met een touringcar te vervoeren? Dit roept vragen op over de kwaliteit van de zorg en aandacht die deze kinderen krijgen tijdens hun rit naar school.

In een tijd waarin de taxisector een harde klap krijgt, lijken gemeenten een wondermiddel te hebben gevonden om het nijpende probleem van het leerlingenvervoer op te lossen: touringcars. De beleidsmakers besluiten te makkelijk leerlingen van basisschool te vervoeren met een touringcar, in plaats van de gebruikelijke taxibusjes. Maar lost dit werkelijk het probleem op, of legt het slechts de latente tekortkomingen in de aanbestedingsprocedures en politieke overwegingen bloot?

implicaties

De juridische implicaties zijn eveneens niet te verwaarlozen. Gemeenten die kiezen voor onconventionele oplossingen kunnen zich in de toekomst mogelijk geconfronteerd zien met juridische uitdagingen. Als aanbestedingen worden gewonnen op basis van onhaalbare beloftes, kan dit leiden tot rechtszaken die het vertrouwen in het openbaar bestuur kunnen schaden. Daarnaast is het rechtmatig dat verliezende partijen bij een aanbesteding de winnaars kritisch volgen en nawijzen. “De gunning werd oneerlijk beoordeeld en de winnende organisaties hebben een onrealistisch aanbod gedaan. Dat er nu personeelsgebrek is snijdt geen hout.”, klinkt het in de reacties.

Ondertussen zijn er ook geluiden vanuit de branchevereniging KNV richting de gemeenten. In een dringende oproep aan alle Nederlandse colleges van Burgemeesters en Wethouders luidt de Koninklijke Nederlandse Vervoer (KNV) de noodklok over de onhoudbare situatie in het leerlingenvervoer. Voorzitter Bertho Eckhardt beklemtoont de ontoelaatbare druk waaronder vervoerders en hun personeel momenteel opereren.

De trend om touringcars in te zetten legt diepgaande problemen in de aanbesteding, het personeelsbeleid en de politieke wil bloot.

Gemeenten moeten zelf naar oplossingen zoeken om politieke spelletjes vermijden. De kilometervergoeding voor “zelf vervoer regelen” verhogen lijkt slechts een pleister op de wonde. Gemeenten lijken meer bezig met het vinden van een snelle oplossing dan met het adresseren van de onderliggende oorzaken, zoals de reden van personeelstekorten en inefficiënte aanbestedingen en procedures.

mogelijkheden

De gemeente Utrecht onderzocht eerder dit jaar verschillende mogelijkheden zoals flexibele schooltijden en het opleiden van 65-plussers en nieuwkomers om het tekort aan chauffeurs in het leerlingenvervoer op te lossen. Rotterdam volgt in de voetsporen door ook meer leerlingen per touringcar te vervoeren, met vaste routes waarbij leerlingen op vooraf bepaalde haltes kunnen opstappen. De gemeente Beesel had aanvankelijk het plan om de kosten te verhalen op het vervoersbedrijf. 

De gemeente claimt terecht of onterecht dat ze overvallen werd door problemen in de bezetting ondanks voorbereidende gesprekken. In de tussentijd blijft de taxisector, die traditioneel gezien het leerlingenvervoer op zich nam, achter met mogelijk definitieve uitval van contracten en nog meer afnemende werkgelegenheid. Niemand lijkt bereid om verantwoordelijkheid te nemen voor de situatie.

Samenvattend is het inzetten van touringcars een symptomatische oplossing voor een veel groter, complexer probleem. Terwijl het misschien op korte termijn soelaas biedt, doet het niets om de structurele problemen in de aanbestedingsprocedures, de taxisector en het openbaar bestuur aan te pakken. Het wordt tijd dat alle betrokken partijen, van gemeenten tot vervoerders, serieus gaan nadenken over duurzamere en ethisch verantwoorde oplossingen voor die kinderen.

GTL waarschuwt voor sociaal en economisch bloedbad in de taxisector

De oproep van GTL is een wake-up call voor alle betrokken partijen.

De Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur (GTL), de belangenorganisatie die de taxibranche vertegenwoordigt, luidt de noodklok over een groeiend tekort aan taxichauffeurs. Volgens GTL is de oorzaak hiervan de taaleis die de Vlaamse Regering aan taxichauffeurs stelt. De organisatie voorspelt een ‘sociaal en economisch bloedbad’ als 8000 Vlaamse taxichauffeurs tegen juli 2024 niet kunnen bewijzen dat zij de Nederlandse taal op B1-niveau beheersen.

GTL wijst erop dat de hoge taaleisen, die zowel voor werknemers als zelfstandige chauffeurs gelden, een barrière vormen voor nieuwe instroom in de sector. De helft van de actieve taxichauffeurs in Vlaanderen zijn zelfstandigen die vaak voor platformen als Uber en Bolt werken. Ook zij zullen een mondeling en schriftelijk examen op B1-niveau moeten afleggen, anders wordt hun bestuurderspas ingetrokken.

oproep

GTL doet een oproep aan Jo Brouns, Vlaams minister van Economie,  Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken en Ben Weyts, Vlaams viceminister-president bevoegd voor Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand. Ze vragen hen dringend om sectorspecifieke taaleisen en cursussen voor het beroep van taxichauffeur te overwegen.

Het staat vast dat actie ondernomen moet worden om een crisis te voorkomen. Of dit nu zal gebeuren door het versoepelen van taaleisen of door andere maatregelen, is een vraag die snel beantwoord moet worden om verdere ontwrichting van de taxisector te voorkomen.

Tegenstanders van de versoepeling van de taaleisen benadrukken dat het probleem van personeelstekorten niet uniek is voor de taxisector. Veel sectoren kampen met soortgelijke problemen. Bovendien vinden reizigers het belangrijk dat chauffeurs de Nederlandse taal goed beheersen voor een optimale dienstverlening.

Vanuit het oogpunt van de consument is het belangrijk dat er evenwicht is tussen servicekwaliteit en beschikbaarheid van diensten. Als er minder chauffeurs zijn, kan dat leiden tot langere wachttijden en hogere prijzen, wat de consument niet ten goede komt. De spanning tussen het waarborgen van kwaliteit en het invullen van een groeiend aantal vacatures blijft een complex vraagstuk. De komende maanden zullen cruciaal zijn in het vinden van een evenwichtige oplossing die zowel recht doet aan de taal- en servicekwaliteit als aan de dringende behoefte aan nieuwe chauffeurs in de sector

Personeelsgebrek te vaak excuus voor matige kwaliteit

Vervoersbedrijven hebben de neiging om het slachtoffer te spelen.

De sector personenvervoer zit in zwaar weer. De oorzaak is de toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Het aantal openstaande vacatures stijgt, terwijl het aantal werkzoekenden daalt, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De excuses die gebruikt worden om ouders van kinderen duidelijk te maken waarom hun kinderen al dagen op rij niet tijdig werden opgehaald om naar school te brengen en de situatie uit de hand loopt zijn verrassend. 

De meest voor de hand liggende reden die nu wordt geroepen is een gebrek aan chauffeurs. De nieuwste in het rijtje de laatste weken, nu heel Nederland weer zijn vakantie achter zich heeft liggen, is drukte op de weg waardoor de chauffeur te laat is. Vooropgesteld dat de chauffeur in zeer weinig gevallen de schuldige is, is hij slechts de uitvoerende partij van vaak slechte planningen. Sommige vervoersbedrijven nemen door het personeelsgebrek ook mensen die minder geschikt zijn voor de functie in dienst. 

Gevolg is dat reizigers onmiddellijk de dupe worden van slechte planningen en het foutief inschatten van de situatie of het afhandelen van vervoersproblemen. Problemen worden te vaak afgedaan als ‘de software die het verkeerd doet‘, of ‘een update die fout ging‘ of de ‘computer- of datacommunicatiesystemen die een storing vertonen‘. Met dergelijke excuses kom je bij de opdrachtgevers vaak makkelijk weg, maar niet bij de ouders van kinderen die niet naar school kunnen.

Het begint bij het erkennen van je eigen fouten.

management

Zelden, zeg maar nooit, hoor je het geluid dat het management of stakeholders falen in het nemen van juiste beslissingen waar reizigers en werknemers bij gebaat zijn. Terwijl vervoersbedrijven steeds meer denken dat ze zelf een ICT-bedrijf moeten worden -schoenmaker hou je bij je leest- zien we de kwaliteit van het vervoer op alle fronten achteruit hollen en dat werknemers steeds meer onder de werkdruk bezwijken. Het begint bij het erkennen van je eigen fouten. En is het goedpraten van je fout niet gewoon een manier om te negeren wat je hebt gedaan?

In sommige grote steden zoals Rotterdam is een ware stoelendans aan de gang. Wanneer je bij veel te lage lonen een paar cent meer biedt aan een werknemer, stapt hij zo over. Dat is niet het probleem, of juist wel? Wellicht moet de sector dringend nadenken over een fatsoenlijk uurloon. Dan kan dit bijdragen aan het gevolg dat mensen die wel geschikt zijn voor de functie met passie hun vak uitvoeren. Alles valt en staat met loyaliteit van werknemers.

Wanneer er jaren op rij klachten binnenkomen over de tijdigheid van het vervoer of de samenstelling van de vervoersplanning bij het ophalen van leerlingen kan je dit nu niet meer klasseren onder de noemer ‘personeelsgebrek‘. Nee, dan gaat er structureel iets fout bij de verantwoordelijke voor de kwaliteit van de afdeling planning.

Het zou een misvatting zijn alle problemen hieronder te schuiven. Veel afdelingshoofden hebben weinig te vertellen en roeien met de riemen die ze hebben gekregen. Ook hier kan het management een bijdrage leveren om dat mandaat als ‘volwaardig’ te beschouwen.

Er bestaat nog altijd de mogelijkheid het werk uit te besteden aan bedrijven die de kwaliteit wel kunnen leveren.

boetes

Vervoersbedrijven geven uitvoering aan een aanbesteding die ze hebben gewonnen. Grote ondernemingen slepen -vaak ten koste van kleinere ondernemers- vervoerspercelen binnen. Dat gaat dan gepaard met op papier grote beloften die ze willen waarmaken. Het is nu aan de opdrachtgevers en vooral de politiek om de kwaliteit te eisen die vervoersbedrijven hebben beloofd.

Doet men dat niet, dan is er sprake van een oneerlijke situatie die is ontstaan ten opzichte van de bedrijven die de aanbesteding hebben verloren op basis van hun aangeboden kwaliteit. Kunnen de winnaars dat niet, dan bestaat nog altijd de mogelijkheid dat ze werk uitbesteden aan bedrijven die de kwaliteit wel kunnen leveren.

Vaak zijn de ‘winnaars‘ het soort bedrijven die vaak met boetes zwaaien naar hun vervoerders of ZZP’ers die voor hen werken. Voor sommige bedrijven is het een verdienmodel een taxichauffeur te beboeten wanneer hij te laat zijn dienst start of te vaak te laat bij de klant komt voorrijden. Dat in het laatste geval de vervoersplanning aan de basis lag, is dan niet relevant. Het zijn ook het soort bedrijven die ook hun eigen leveranciers met boetes om de oren slaan als daar iets fout gaat.

Boetes die binnen de aanbesteding werden vastgelegd moeten doorberekend worden zonder eerst een voordeel van de twijfel. Gaat de uitvoerende partij er niet mee akkoord kunnen ze protest indienen en met argumenten komen die het tegendeel bewijzen. Door de druk op te voeren kan dit enkel het bewaken door, en de kwaliteit van het personeel ten goede komen. Dat laatste kan gepaard gaan met een stevig uurloon naar vaardigheden.

boemerang

Dat veel vervoersbedrijven nu zonder chauffeurs zitten kent zijn oorsprong in een aantal redenen. Planningen en routes in het leerlingenvervoer worden te vaak ‘just-in-time’ gemaakt tijdens de vakantieperiode gemaakt. Komt daarbovenop de factor dat ook de gemeente net iets te laat -door vakantie van hun medewerkers- de laatste volledige namenlijsten van de kinderen doorgeeft en het leed is niet te overzien voor ouders en leerlingen. Slechts de laatste week voor de aanvang van het schooljaar weet elke vervoerder waar hij aan toe is wat betreft de inzet van het aantal busjes en chauffeurs.

Het maken van een slechte planning -door een te lage combinatiefactor- staat garant voor de inzet van extra voertuigen. Dat laatste betekent extra chauffeurs zoeken. Een slechte vervoersplanning kan worden veroorzaakt door verschillende factoren zoals de spreiding van de locaties en leerlingen of zelfs de aanvangstijdstippen van de verschillende locaties waardoor de busjes binnen dezelfde tijdsblokken overal tegelijk dienen aanwezig te zijn. Alles valt en staat met de creativiteit en kennis van de materie door de planner. Goede software die daarbij ondersteuning kan bieden.

Dit jaar, meer dan andere jaren, komt daarbij de factor ‘loyaliteit’ bij de vervoerders om te hoek kijken. Tijdens de coronaperiode werden veel onderaannemers en ZZP’ers massaal op non-actief geplaatst of stapten noodgedwongen uit de sector. Een deel van die chauffeurs kwam terug maar werden dan weer door ‘slimme’ vervoersbedrijven aangetrokken door een bonus of een iets hoger uurloon. De wijze waarop veel grote vervoersbedrijven zijn omgegaan met de chauffeurs tijdens de coronacrisis komt nu als een boemerang terug.

race-to-the-bottem

Dat de ‘race-to-the-bottem’ dat nu niet meer toelaat is te wijten aan de sector zelf. Het gevolg is nu dat marges werden gemarginaliseerd. In een poging zo veel mogelijk marktaandeel te verwerven werd de bodem opgezocht. Het resultaat is nu dat de sector personenvervoer in zwaar weer zit. Volgens KNV zijn hogere lonen niet de oplossing. Woordvoerder Hilbert Michel van de brancheorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) erkent de problemen. “Er zijn gewoon te weinig mensen.”