Tag archieven: publicatie

Definitieve publicatiedatum NEA-index uitgesteld

Stakers zijn niet verplicht te melden bij hun werkgever dat zij gaan staken. 

De vaststelling en publicatie van de NEA Index is opnieuw met 2 weken uitgesteld tot 28 november 2022. In tegenstelling tot het laatste bericht dat de NEA-index op 14 november bekend zou worden gemaakt, is de definitieve publicatiedatum verplaats. De reden voor dit uitstel is dat de cao-onderhandelingen nog gaande zijn. Hoewel het niet gezegd is dat cao-partijen op 28 november wel een akkoord hebben bereikt, zou publicatie op 14 november het onderhandelingsproces nog complexer maken. Het Sociaal Fonds Mobiliteit laat midels een persbericht weten dat wanneer er op 28 november geen overeenstemming is bereikt, de gemiddelde loonstijging van 3,9%, zoals vermeld in de Macro Economische Verkenningen, zal worden meegenomen in de index. De NEA-index voor 2023 komt dan uit op circa 11,3%. Op basis van de huidige gesprekken tussen vakbonden en werkgevers is het niet uitgesloten dat de loonstijging substantieel meer zal zijn dan 3,9%, zodat met een NEA-index tussen de 13% en 15% rekening moet worden gehouden.

“Soms sneeuwt het, soms heerst er Corona, soms staken leraren en soms hebben werkgevers en werknemers in het Zorgvervoer en Taxi andere opvattingen over leefbaar loon en respect voor de zieke chauffeur. in alle gevallen hierboven zijn de scholen dicht. Natuurlijk mogen ze staken!!”

Meindert Gorter – vakbondsbestuurder FNV Taxi

Dat vakbonden en de werkgeversorganisatie er nog lang niet uit zijn kunnen we optekenen uit de sociale media. Volgens Meindert Gorter is de chauffeurs leegloop ontstaan door het probleem van geen leefbaar loon en arrogante houding werkgevers binnen de sector Taxi en Zorgvervoer. Ook verschillende politieke partijen roepen de werkgevers tot de orde. Partijen vroegen aandacht voor de slechte betaling van de chauffeurs. “Een hongerloontje”, gaf de minister toe. Hij reed zelf mee in een taxibusje. De chauffeur vertelde de Minister dat hij twaalf euro per uur krijgt. Het water staat ze aan de lippen.

In een oproep vroeg Leerlingenbelang Voortgezet Speciaal Onderwijs (LBVSO) de scholieren te ontzien tijdens de inzet van werkonderbrekingen en stakingen als drukkingsmiddel naar de werkgevers. Er is begrip voor dat er een betere cao moet komen, maar kwetsbare kinderen kunnen niet de dupe worden. Meindert Gorter, vakbondsbestuurder FNV Taxi, laat weten in een tweet dat chauffeurs ‘natuurlijk mogen staken’ zolang er andere opvattingen zijn over leefbaar loon en respect voor de zieke chauffeur.

aanzeggingen

Uit het overleg met de vakbonden is niet echt duidelijk waar en wanneer vakbonden en werknemers actie voeren, behalve dan de eerste aanzeggingen die binnen zijn voor Zeeland, Noord-Holland en Overijssel en Gelderland. Er werd afgesproken met de vakbonden dat de werkgevers waar acties of stakingen gaan plaatsvinden ten minste 48 uur van tevoren een brief zullen sturen waarin een en ander wordt aangekondigd. Volgens KNV hebben de vakbonden ‘niet heel veel leden’. Werkgevers kunnen vooraf niet vragen aan werknemers of zij gaan staken. Stakers zijn niet verplicht te melden bij hun werkgever dat zij gaan staken. 

De laatste grote staking binnen de sector waarbij  straattaxi’s en leerlingen- en zorgvervoer stil stonden dateert alweer van 2017. Chauffeurs legden toen het werk neer voor 3 procent meer loon. Die staking was een initiatief van FNV Taxi.

Het Sociaal Fonds Mobiliteit laat midels een persbericht weten dat bekendmaking van de NEA-index is uitgesteld.

Autobezit landelijke gebieden gestegen

Mensen buiten de grote steden zijn steeds meer afhankelijk van de auto, omdat de afstanden tot werk, sociaal netwerk en voorzieningen toenemen en het ov steeds minder vaak een goed alternatief biedt. In de grote steden verliest de auto zijn aantrekkingskracht dankzij tal van alternatieven voor de eigen auto, parkeerregulering en verminderde reistijdwinsten met de auto. Terwijl het particulier autobezit per inwoner in de centrum-stedelijke gebieden daalde in het afgelopen decennium, steeg het autobezit in de meer landelijke gebieden duidelijk. Ten aanzien van het autogebruik is een soortgelijke trend zichtbaar. Dit concluderen onderzoekers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in de publicatie ‘Het wijdverbreide autobezit in Nederland’. 

Noodzaak

In de meest stedelijke gebieden van Nederland zegt 36% van de mensen steeds meer afhankelijk te zijn van de auto, terwijl dit aandeel in de meest landelijke gebieden bijna tweemaal zo groot is, namelijk 64%. 1 op de 3 respondenten in het KiM-onderzoek is het eens met de stelling ‘autobezit is geen vrije keuze, maar (bittere) noodzaak’.

Bezuinigen

Door de afhankelijkheid van de auto zijn er huishoudens die zich autobezit nauwelijks kunnen veroorloven, maar toch over een auto beschikken. Zij bezuinigen op andere huishoudposten om het voertuig te bekostigen. Volgens schattingen van het KiM gaat dit gedwongen autobezit op voor 5% á 6% van de Nederlanders met een auto. De overheid kan de financiële drempel voor het autobezit verlagen. Op individueel niveau kan dit soelaas bieden, maar de afhankelijkheid van de auto wordt hiermee niet kleiner. Het is ook geen antwoord voor mensen die niet kunnen, willen of mogen rijden, zoals jongeren, senioren of de circa 800.000 Nederlanders met een rijbewijs en rijangst.

Ecologische gevolgen

Daar komt bij dat iedere extra auto ecologische gevolgen heeft, zoals de uitstoot van 6,7 ton CO2 in het productieproces en de claim op grondstoffen, zoals ijzer, aluminium, rubber, olie en – tegenwoordig steeds vaker – op zeldzame aardmetalen. 

Groter, krachtiger en zwaarder

Omdat de auto’s in het Nederlandse wagenpark steeds groter, krachtiger en zwaarder worden kunnen we spreken van SUV-icatie. Deze trend heeft onder andere negatieve gevolgen voor de veiligheid van de mensen op straat, de ruimtedruk en het materiaalgebruik. In 25 jaar tijd is de totale massa van de Nederlandse personenautovloot verdubbeld. Nieuw geregistreerde auto’s zijn gemiddeld 24 kg zwaarder dan die van het jaar daarvoor. Door de toepassing van grote batterijpakketten in nieuwe auto’s zal toename in de massa voorlopig ook doorzetten.

Publicaties

Dit onderzoek naar autobezit van het KiM heeft geleid tot 3 producten. In een brochure geven ze een uitgebreide samenvatting van alle resultaten van het onderzoeksproject. In een achtergrondrapportage bekijken ze de maatschappelijke effecten van autobezit in meer detail. In een tweede achtergrondrapportage gaan ze dieper in op de determinanten waarmee de verschillen in autobezit beter verklaard kunnen worden. Dergelijke verklaringen bieden sturingsmogelijkheden voor het autobezit. De overheid stuurt nu al op dit autobezit via wegenbelasting, parkeervergunningen en aanschafsubsidies, aldus het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

Lees ook: Eindhovense bedrijf lanceert primeur voor de taxisector

Autobezit in landelijk gebied steeg duidelijk.

Onderzoeksraad komt met rapport over kruisende vliegtuigen

Het gelijktijdig laten landen en starten van vliegtuigen op banen die elkaar in het verlengde kruisen zorgt op Schiphol voor ongewenste veiligheidsrisico’s. De procedures van de luchtverkeersleiding maken het mogelijk dat een vliegtuig opstijgt voordat een vliegtuig op een andere baan, met een kruisende koers, geland is. Hierdoor kunnen meer vliegtuigen per uur gebruik maken van de banen. Maar doordat de beide routes elkaar in de lucht kruisen ontstaat het risico dat de vliegtuigen te dicht bij elkaar komen. Dat meldde de Onderzoeksraad onlangs in de publicatie “Verminderde separatie bij doorstart”.

De Onderzoeksraad onderzocht een incident dat plaatsvond in 2018 waarbij twee passagiersvliegtuigen betrokken waren. Een landend vliegtuig maakte een doorstart op de Zwanenburgbaan terwijl een opstijgend vliegtuig op de Kaagbaan al was gestart en niet meer gestopt kon worden. Startende en landende vliegtuigen hebben op deze banen een kruisende koers. De vliegtuigen vlogen daardoor naar elkaar toe. Door ingrijpen van de luchtverkeersleiding en de vliegtuigbemanningen werd een mogelijke botsing tussen de beide vliegtuigen voorkomen.

Gevaarlijke situatie
De conclusies van het onlangs gepubliceerde rapport sluiten aan bij de publicatie “Veiligheid vliegverkeer Schiphol” (2017). Daarin stelt de Onderzoeksraad dat het ontwerp van de luchthaven en het systeem voor de afhandeling van het vliegverkeer zo complex zijn dat de grenzen in zicht komen van de hoeveelheid vliegverkeer die op Schiphol veilig afgehandeld kan worden. ‘Dit moet structureel anders’, stelt Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, ‘Het veiligheidsrisico lijkt in dit geval klein, maar de impact van een botsing van twee vliegtuigen is zo groot dat je juist dit risico niet zou moeten willen aangaan’.

De regel is dat een vliegtuig pas mag opstijgen nadat een vliegtuig met een kruisende koers op een andere baan daadwerkelijk geland is. De huidige procedure van de Luchtverkeersleiding Nederland staat echter toe dat onder bepaalde omstandigheden hiervan mag worden afgeweken. Dit maakt het mogelijk een vliegtuig al te laten starten voordat het andere vliegtuig geland is. Dit gaat in bijna alle gevallen goed. Maar wanneer een landend vliegtuig op het laatste moment een doorstart maakt en dit niet of te laat door de luchtverkeersleiding wordt opgemerkt, ontstaat een gevaarlijke situatie.

Aanbeveling
In 2007 en 2015 deden zich soortgelijke situaties voor. Naar aanleiding daarvan heeft Luchtverkeersleiding Nederland, in opdracht van de Inspectie Leefomgeving en Transport, de standaardprocedure aangepast. De mogelijkheid om hiervan af te wijken bleef echter bestaan. De Onderzoeksraad doet daarom de aanbeveling aan de Luchtverkeersleiding en de minister van Infrastructuur en Waterstaat om de uitzondering op de regel niet langer toe te staan. En daarmee vast te houden aan de regel om vliegtuigen pas te laten starten wanneer het landende vliegtuig op de andere baan, met een mogelijk kruisende koers, geland is.

Lees ook: Scheepvaart ook verantwoordelijk voor het klimaat

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Volgende fase mobiliteit wordt aangevoerd door babyboomers

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Toon Zijlstra van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) geeft zijn visie in de publicatie Visie op Mobiliteit. Mobiliteit is een veelomvattend onderwerp, niet eenvoudig te overzien of te voorspellen. Om aan de juiste oplossingen te werken is het belangrijk om te begrijpen hoe mobiliteit zich zal ontwikkelen richting 2050. Om die reden besloot INFO om elf experts van marktpartijen, de overheid en academici te vragen naar hun visie op toekomstige mobiliteit. Vandaag werd de publicatie van dit rapport aan de pers voorgesteld.

Op weg naar 2050, over de toekomstige mobiliteit. Het KiM is een onafhankelijk wetenschappelijk instituut binnen het Ministerie van infrastructuur en Waterstaat. Zij doen onderzoek en geven inzichten aan dit ministerie op het gebied van vervoer en verkeer. Toon Zijlstra is wetenschappelijk onderzoeker en houd zich vooral bezig met prognoses en vragenlijsten.

Zijlstra vindt hij dat we in Nederland heel trots kunnen zijn op wat we hebben. Ook zegt hij dat reizen steeds makkelijker, goedkoper en comfortabeler wordt. Volgens hem is reizen onder jongeren een soort statusding geworden. Jongeren gaan tegenwoordig liever surfen in Bali waar ze vroeger gingen kamperen in de Ardennen. Hij zegt dat de drukte in het verkeer, op de luchthavens en in de trein zorgt voor klimaatproblemen en claims op fossiele brandstoffen, kwetsbaarheid voor verstoringen en verkeersslachtoffers. Dit is volgens hem allemaal te wijden aan de moderne (mobiele) samenleving. Deze hypermobiele samenleving maakt volgens Zijlstra de verspreiding van ziektes als corona mogelijk. De coronacrisis zorgt er wel voor dat thuiswerken makkelijker is dan mensen hadden gedacht.

babyboomers

Ook denkt Zijlstra dat de volgende fase van mobiliteit de komende vijf jaar wordt aangevoerd door de babyboomers. Deze groep mensen zullen de komende jaren een hoge leeftijd bereiken, waardoor velen geen auto meer mogen of kunnen rijden. Hij is benieuwd wat dit gaat betekenen voor onze verkeers- en vervoerssystemen. Deze groep mensen zal hun activiteiten te voet gaan doen, waardoor voetgangers een centrale rol in visies en plannen van de overheden zullen krijgen. Hij denkt dat klimaat bovenaan de agenda komt, dus het terugdringen van de uitstoot en klimaatadaptie. Dit door bijvoorbeeld het gebruik van elektrische voertuigen en het digitaliseren van reisinformatie en mobiliteitsdiensten.  

Op de vraag hoe hij denkt dat de mobiliteit er over 30 jaar uit al zien antwoord hij, ik denk dat er een scherpere tweedeling zal ontstaan tussen de ik wil het nu- mensen en de ik kan ervoor betalen- mensen en de vaste werkplek/werktijd- mensen. Deze ad hoc- mobiliteit is volgens hem een luxe die niet iedereen zich zal kunnen veroorloven. Ook verwacht hij meer aandacht voor reistijdverrijking, reistijd is niet noodzakelijke verspilling. Verder denkt hij dat alle vervoersystemen in 2050 elektrisch zullen zijn, de grovere vervoersystemen zoals vrachtwagens en vliegtuigen zullen nog een uitdaging zijn. Hij vindt het lastig om alles te overzien, want mobiliteit is volgens hem compleet verweven met de samenleving, milieu, economie en technologie. De meeste toekomstbeelden zeggen vooral iets over het heden; over die dingen die ons nu bezig houden’, aldus Toon Zijlstra.

“We moeten richting meer sociaal-maatschappelijke oplossingen en een herstructurering van de economie en de logica die daarachter zit. We hebben onszelf, onze levensstijl, de economie en de samenleving helemaal aangepast aan instant mobiliteit. Voor een transitie is dus meer nodig dan het vervangen van een verbrandingsmotor door een elektromotor,” concludeert hij.

Lees ook: Schiphol neemt eindelijk de Aalsmeerbaan weer in gebruik

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Toon Zijlstra – KiM