Tag archieven: Gilkinet

Spoor: NMBS zet vaart achter nieuw treinaanbod ondanks kritiek van minister Gilkinet

De Raad van Bestuur van de NMBS heeft bevestigd dat het treinaanbod voor 2025, zoals eerder op 6 september beslist, gehandhaafd blijft.

Deze herbevestiging volgt op het eerdere vernietigingsbesluit van minister Georges Gilkinet, die kritiek had op bepaalde onderdelen van het plan. De NMBS roept nu de minister op om het nieuwe treinaanbod zo spoedig mogelijk aan de ministerraad voor te leggen, zoals bepaald in artikel 8 van het Openbaredienstcontract. Het treinaanbod is een cruciaal onderdeel van het vervoersplan 2023-2026 en wordt vanaf 15 december 2024 van kracht.

Een opvallende uitbreiding in het aanbod is de toename van het aantal treinkilometers met bijna 2%, bovenop de 1% groei die al in 2024 werd doorgevoerd. Een belangrijk onderdeel van dit plan is de herinvoering van 220 treinen die in 2022 tijdelijk uit de dienstregeling werden gehaald vanwege een acuut personeelstekort tijdens de covid-crisis. Deze maatregel is een eerste stap naar een ambitieuze doelstelling van een 10% groei tegen 2032, zoals vastgelegd in het openbare dienstcontract van de NMBS.

uitbreiding

Het vervoersplan voor 2025 voorziet verschillende uitbreidingen, vooral op het gebied van voorstedelijke treindiensten (S-treinen). Zo zal rond Antwerpen op zaterdag de S-trein tussen Puurs, Antwerpen en Essen voortaan twee keer per uur rijden. Dit sluit aan op een eerdere uitbreiding waarbij deze trein sinds begin september op weekdagen ook al met deze frequentie rijdt tussen Antwerpen en Essen. Daarnaast zal de S81-lijn tussen Schaarbeek en Louvain-la-Neuve vanaf juni 2025 niet alleen tijdens de spitsuren, maar de hele dag rijden. Dit betekent een derde S-trein per uur tussen Brussel en Ottignies, die ook stopt in de Europese wijk.

Voor reizigers op de lijn Gent–Lokeren–Oudenaarde–Ronse wordt het treinaanbod uitgebreid met een extra trein per uur. Dit zorgt voor meer capaciteit en een betere aansluiting op het regionale netwerk. Ook de “Dampoortexpress”, een piekuurtrein tussen Sint-Niklaas, Lokeren, Gent-Dampoort en Brussel, keert terug naar zijn originele dienstregeling met aankomst in Brussel-Zuid om 8u30. Deze trein werd eerder aangepast vanwege een conflict met de Eurostar.

Foto: © Pitane Blue -NMBS

“De Raad van Bestuur vraagt aan de minister om dit treinaanbod voor 2025 zo snel mogelijk aan de ministerraad ter goedkeuring voor te leggen, zoals voorzien in artikel 8 van het Openbaredienstcontract,” aldus Bart Crols, woordvoerder van de NMBS.

Een van de opvallendste veranderingen in het nieuwe aanbod is de versterking van de internationale treindiensten van de NMBS, in samenwerking met buitenlandse partners. Vanaf december 2024 komt er een nieuwe snelle internationale verbinding tussen Brussel-Zuid en Amsterdam-Zuid, die 16 keer per dag zal rijden. Deze dienst wordt uitgevoerd met nieuwe ICNG-treinstellen van de Nederlandse Spoorwegen (NS). De nieuwe verbinding komt bovenop de bestaande IC-trein die via Brussel-Airport en Rotterdam naar Nederland reist. Deze uitbreiding verdubbelt het aantal treinen tussen Brussel en Nederland, wat niet alleen de capaciteit verhoogt maar ook de reistijd verkort.

alternatief

Ook naar Parijs wordt een nieuwe klassieke treinverbinding opgezet, via Bergen. Dit biedt een alternatief voor de hogesnelheidsdiensten en richt zich op reizigers die een comfortabel en duurzaam transportmiddel tussen de Belgische en Franse hoofdsteden zoeken. Op binnenlands vlak zijn er verschillende wijzigingen om de efficiëntie en stiptheid van het netwerk te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is de vermindering van het aantal IC-treinen tussen Antwerpen en Brussel, van vijf naar vier per uur, waarvan één trein naar Brussels Airport rijdt. Deze beslissing is genomen vanwege capaciteitsproblemen op het spoor en het feit dat een rijpad werd toegewezen aan de Eurostar vanwege hogere infrastructuurvergoedingen.

Daarnaast worden er verbeteringen doorgevoerd op de lijn tussen Brussel-Luxemburg en Nijvel, en tussen Brussel-Luxemburg en Edingen, met een aanzienlijke toename van het aantal treinen vanaf juni 2025. Dit is mogelijk doordat de spoorlijn tussen Brussel en Sint-Job in Ukkel tegen die tijd volledig hersteld is, na jarenlange werken aan de Carsoelbrug. Een belangrijk doel van het nieuwe vervoersplan is het verbeteren van de robuustheid en stiptheid van het spoorverkeer. Dit wordt bereikt door trajectwijzigingen door te voeren bij een aantal L- en IC-treinen rond Bergen en Dendermonde. Ook op andere lijnen worden aanpassingen doorgevoerd, zoals op de IC-lijn tussen Luik-Guillemins en Brussel. Door de uitbreiding van de infrastructuur wordt de reistijd weliswaar iets langer, maar dit wordt gecompenseerd door nieuwe reisopties, waaronder een overstapmogelijkheid in Landen.

toekomst

De NMBS is vastbesloten om tegen december 2024 een geactualiseerde prognose te presenteren van de evolutie van het rijdend personeelseffectief, dat essentieel is voor de verdere uitvoering van het vervoersplan 2023-2026. Hiermee wil de NMBS de langetermijndoelstellingen uit het Openbaredienstcontract veiligstellen, waaronder een groei van 10% in het treinaanbod tegen 2032.

Het nieuwe vervoersplan voor 2025 markeert daarmee niet alleen een belangrijke stap voorwaarts in de verdere ontwikkeling van het Belgische spoorwegnet, maar ook een stevige basis voor internationale samenwerkingen en de verbetering van het dagelijkse woon-werkverkeer.

Onder vuur: ruzie tussen Gilkinet en NMBS escaleert over uitbreidingsplan

De spanningen tussen de Belgische minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) en de NMBS lijken verder te escaleren.

De minister heeft namelijk ingegrepen in een beslissing van de spoorwegmaatschappij om de geplande uitbreiding van het treinaanbod eind dit jaar niet door te voeren. De NMBS had eerder besloten om een aanzienlijke uitbreiding van het aanbod met minimaal een jaar uit te stellen, vanwege een tekort aan treinbestuurders en het hoge absenteïsme onder het personeel. Dit was echter tegen het zere been van Gilkinet, die de raad van bestuur van de NMBS opriep om de beslissing te herzien.

Al in het begin van september had de ontslagnemende minister zijn onvrede kenbaar gemaakt. Via zijn woordvoerder liet hij destijds weten dat het spoorbedrijf de plannen moest heroverwegen en waarschuwde hij impliciet dat het uitstellen van de uitbreiding gevolgen zou kunnen hebben voor de financiering van de NMBS. Deze waarschuwing had echter geen effect op de directie van de spoorwegen, die hun besluit handhaafden.

strategie

De plannen waarover nu discussie bestaat, zijn niet zomaar tijdelijke ideeën. Ze maken deel uit van een grotere strategie van de NMBS om tegen 2032 maar liefst 30 procent meer reizigers aan te trekken. Onderdeel van die strategie is de geleidelijke invoering van extra treindiensten, met meer treinen tijdens het weekend en in de late avonduren, vooral rond de grotere steden. Deze tweede fase van het uitbreidingsplan stond voor december 2024 op de planning. Het contract tussen de NMBS en de overheid waarin deze plannen zijn vastgelegd, bevat ook de nodige financiering om de uitbreiding mogelijk te maken.

Echter, volgens de NMBS is het nu niet mogelijk om de plannen door te voeren, vooral vanwege het tekort aan personeel. De spoorwegmaatschappij stelt dat er simpelweg niet genoeg nieuwe treinbestuurders konden worden aangeworven en dat het aantal ziekmeldingen onder het huidige personeel hoger is dan verwacht. Hierdoor zouden er onvoldoende machinisten beschikbaar zijn om de uitbreiding te ondersteunen. Dit argument lijkt voor Gilkinet niet afdoende te zijn geweest.

Minister van Mobiliteit, Georges Gilkinet

Inmiddels heeft de minister besloten om een stap verder te gaan en heeft hij de beslissing van de NMBS formeel ongedaan gemaakt. Volgens zijn kabinet zijn de “besprekingen met de NMBS lopende”, waarmee impliciet wordt aangegeven dat de onderhandelingen tussen beide partijen nog niet voorbij zijn. De actie van Gilkinet is opmerkelijk, omdat het zeer ongebruikelijk is dat een ontslagnemend minister ingrijpt in een strategische beslissing van een overheidsbedrijf, zeker zo kort voor de implementatie van het plan.

Het feit dat de minister de raad van bestuur van de NMBS overrulet, heeft binnen politieke en publieke kringen tot verschillende reacties geleid. Sommige bronnen noemen de ingreep van de minister “technisch van aard”, waarmee wordt gesuggereerd dat het wellicht een kwestie van procedure is. Toch blijft het uitzonderlijk dat een minister in de laatste fase van zijn ambtstermijn zo’n grote invloed uitoefent op het beleid van een overheidsinstantie. Bovendien is het een krachtig signaal dat de minister van plan is om door te drukken, ondanks het verzet van de NMBS.

nieuwe koers

De bal ligt nu weer bij de spoorwegmaatschappij. De NMBS moet reageren op de beslissing van Gilkinet en een nieuwe koers uitstippelen voor de komende maanden. Het is nog onduidelijk hoe de directie van de NMBS zal omgaan met deze inmenging en of de uitbreiding van het treinaanbod alsnog op tijd zal kunnen plaatsvinden. Een mogelijkheid is dat de spoorwegen opnieuw in onderhandeling gaan met de regering om tot een compromis te komen, wellicht door de uitbreiding gefaseerd door te voeren of extra financiële steun te vragen voor het aannemen van meer personeel.

Het is duidelijk dat deze kwestie de samenwerking tussen de minister van Mobiliteit en de NMBS flink onder druk heeft gezet. Beide partijen hebben grote belangen in dit conflict, met name omdat de plannen om meer reizigers naar het spoor te trekken cruciaal zijn voor de toekomst van het Belgische openbaar vervoer. Of de ingezette strategie van de NMBS kan worden uitgevoerd zoals gepland, zal in de komende weken moeten blijken. De uitkomst van deze onderhandelingen zal bepalen of de uitbreiding van het treinaanbod alsnog dit jaar van start kan gaan, of dat er verdere vertragingen zullen optreden.

Beleidsweerstand Gilkinet tegen zelfrijdende auto’s hobbel op de weg

Het debat over de toelating van autonome voertuigen onthult een clash tussen vooruitstrevende technologie en conservatieve beleidsopvattingen.

De voortzetting van technologische vooruitgang versus beleidsmatige terughoudendheid heeft in België de gedaante aangenomen van een debat over de toelating van zelfrijdende auto’s. Het hart van deze kwestie is het recente standpunt van de Belgische Minister van Mobiliteit, Georges Gilkinet, die zelfrijdende wagens van een hoge autonomiegraad niet op de Belgische wegen wil toelaten. De minister zet daarmee een rem op wat in Duitsland al een realiteit is: daar kunnen autobestuurders op de snelweg gebruikmaken van ‘level 3’ autonome voertuigen, zoals bepaalde Mercedes-modellen.

De standpunten van Gilkinet lijken op het eerste gezicht gedreven door zorgen over verkeersveiligheid, vervuiling en de wens om alternatieve vervoersmiddelen zoals de trein te promoten. Hij argumenteert dat zelfrijdende auto’s evenzeer bijdragen aan files en luchtvervuiling als conventionele auto’s en ziet meer heil in het gebruik van de trein voor lange afstanden, waar reizigers rust kunnen vinden.

Deze stellingen roepen vragen op over de rol van beleidsmakers in het sturen van technologische vernieuwing. Terwijl Gilkinet de traditionele nadelen benadrukt, biedt de technologie juist kansen om het rijgedrag te verbeteren, zoals Stef Willems van Vias benadrukt. Computers zijn immers ongevoelig voor afleiding en rijden nimmer onder invloed van alcohol. Daarnaast is de overtuiging dat technologische vooruitgang in de vorm van autonoom rijden onvermijdelijk is en dat dit meer aandacht zou moeten krijgen in de vorm van proefprojecten.

Het beleid van de minister lijkt dus op gespannen voet te staan met de technologische realiteit waarin andere landen vooruitstappen. Mercedes, dat hoopte zijn systeem in België uit te rollen, staat nu voor een gesloten deur. De voordelen van zelfrijdende voertuigen, die door experts worden onderstreept, lijken daarmee onderbelicht in de Belgische context.

Minister van Mobiliteit, Georges Gilkinet

Ondertussen roepen stemmen uit de academische wereld, waaronder Steven Latré van Imec, op tot het starten van proefprojecten om de zelfrijdende technologie verder te ontwikkelen. Deze oproep resoneert met de behoefte om een gedegen evaluatie te maken van autonome voertuigen in al hun complexiteit, van rijstrookassistentie tot volledige autonomie, waarbij zelfs het stuur of de pedalen overbodig kunnen worden.

In contrast met de Belgische houding, benadrukt Latré dat zelfrijdende wagens van niveau 5, die in andere landen zoals de VS al functioneren als taxi’s, getuigen van de grenzeloze potentie van deze technologie. De invoering van zulke geavanceerde systemen zal niet abrupt zijn, maar een gestage ontwikkeling kennen. De weigering om deze technologie te omarmen, lijkt dan ook een vertraging van onvermijdelijke vooruitgang.

Terwijl de Belgische minister van Mobiliteit bij zijn standpunt blijft, groeit de internationale consensus dat de toekomst van vervoer autonoom zal zijn. Het rijst de vraag of het standpunt van een enkele minister doorslaggevend moet zijn in een discussie die zo sterk leunt op toekomstige technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. België bevindt zich op een kruispunt waar beleidsmakers de keuze hebben om de toekomst te omarmen of om vast te houden aan de huidige stand van zaken.

Georges Gilkinet 

Hij zette zijn politiek engagement altijd in voor meer rechtvaardigheid, of die nu sociaal, fiscaal of democratisch is. Als vice-premier zet hij zijn schouders nu onder de federale regering, die het groenste programma uitvoert dat België ooit kende. Als minister trekt hij volop de kaart van de mobiliteit: mobiliteit verbindt alle Belgen.

Gilkinet komt uit de sector van het verenigingsleven en vindt de band tussen het middenveld, burgers en politiek essentieel. Liefst kiest hij er voor om uitdagingen samen te ontcijferen en collectief oplossingen te zoeken, die hij dan met plezier uitrolt.

Ecolo Minister Gilkinet wil verbod op binnenlandse vluchten

Elke dag stijgen er vijf vliegtuigen op vanuit België om elders in het land weer te landen.

Georges Gilkinet, de Belgische minister van Mobiliteit van de federale regering, werkt aan een volledig verbod op binnenlandse vluchten. Het merendeel van deze vluchten, namelijk 7 op de 10, wordt uitgevoerd met privéjets. Minister Gilkinet beschouwt dit als “een aberratie, zowel op ecologisch als economisch gebied.” Niet iedereen is echter enthousiast over dit idee, waaronder Wouter Dewulf, een transporteconoom verbonden aan de Universiteit Antwerpen.

Privéjets

Volgens de Vlaamse nieuwszender VRT is het gebruik van privéjets sterk toegenomen bij de korteafstandsvluchten in België en hun aandeel is goed voor 71 procent van alle binnenlandse vluchten. Stefan Grommen (Belga) duidt dat binnen de top 10 van drukst bevlogen routes door Belgische privéjets we vaak vluchten van Kortrijk naar Brussel of van Antwerpen naar Kortrijk vinden. Deze vluchten betreffen vaak lege vliegtuigen, bijvoorbeeld wanneer een privéjet uit Antwerpen een klant van Brussel naar Zwitserland moet vervoeren. In dit geval moet het vliegtuig eerst naar Brussel vliegen om de klant op te pikken.

Het is essentieel dat we ons niet laten misleiden door symboolpolitiek en oppervlakkige maatregelen die weinig impact hebben op de werkelijke uitdagingen van de luchtvervuiling.

In “De ochtend” op Radio 1 heeft Wouter Dewulf, een transporteconoom van de Universiteit Antwerpen, zijn bedenkingen geuit over het voorstel van Gilkinet. Hij noemde het geen verstandig voorstel en legde uit dat hij begreep waarom de minister het deed vanwege de vervuilende aspecten. Dewulf ziet zelf veel efficiëntere oplossingen. “Beter zou bijvoorbeeld zijn om de landingstaks voor privéjets op regionale luchthavens te laten stijgen. Nu kost dat tussen de 50 en de 100 euro. Dan denk ik: doe dat maal 10 of maal 20.”

Focus op schone brandstoffen voor korte vluchten, niet op verhoogde landingstaks voor privéjets op regionale luchthavens

In de voortdurende strijd tegen luchtvervuiling en klimaatverandering wordt er vaak gekeken naar mogelijke oplossingen om de uitstoot van de luchtvaartsector te verminderen. Ook bij dit voorstel dat de aandacht heeft getrokken, is het verhogen van de landingstaks voor privéjets op regionale luchthavens een mogelijke oplossing. Hoewel dit op het eerste gezicht een stap in de juiste richting lijkt, is het belangrijk om kritisch naar deze maatregel te kijken en ons af te vragen of het daadwerkelijk de gewenste resultaten zal opleveren.

Het verhogen van de landingstaks voor privéjets op regionale luchthavens kan worden gezien als een poging om de luchtvervuiling door deze vluchten te verminderen. Het idee is dat de hogere kosten de eigenaren van privéjets ontmoedigen om deze vliegtuigen te gebruiken, waardoor de vraag naar binnenlandse vluchten afneemt. Echter, dit is een kortzichtige benadering die niet de echte kern van het probleem aanpakt.

fossiele brandstoffen

Het is belangrijk om te begrijpen dat de luchtvervuiling en CO2-uitstoot door korteafstandsvluchten niet primair worden veroorzaakt door het type vliegtuig, maar door het gebruik van fossiele brandstoffen. In plaats van te focussen op het belasten van specifieke vliegtuigen, zouden we ons moeten richten op het bevorderen en ondersteunen van het gebruik van schone brandstoffen in de luchtvaartindustrie als geheel.

Het ontwikkelen en implementeren van duurzame alternatieven, zoals biobrandstoffen en elektrificatie, zou een effectievere aanpak zijn om de uitstoot van korteafstandsvluchten te verminderen. Door te investeren in onderzoek en ontwikkeling op dit gebied kunnen we de luchtvaartindustrie stimuleren om over te stappen op schone en hernieuwbare energiebronnen.

In een reactie op ons artikel laat Wouter Dewulf via LinkedIn weten dat het volkomen gerechtvaardigd is om te stellen dat elektrisch vliegen een geschikt alternatief kan zijn op middellange termijn voor de korteafstandsvluchten die vaak door privéjets worden uitgevoerd. 

Foto: Minister van Mobiliteit, Georges Gilkinet

Seinen op groen voor Drielandentrein tussen België, Nederland en Duitsland

Nu vervoerders NMBS, NS, Arriva aangeven dat het mogelijk is om de trein te laten rijden geven ministers opdracht de dienst op te starten.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat, de Belgische minister van Mobiliteit Georges Gilkinet en de Limburgse gedeputeerde Maarten van Gaans- Gijbels van Mobiliteit en Infrastructuur hebben een intentieovereenkomst voor de Drielandentrein getekend. Daarin staan afspraken die het mogelijk maken dat de trein in december van dit jaar kan gaan rijden tussen Luik, Maastricht en Aken.

uniek project

Nu de betrokken vervoerders (NMBS, NS, Arriva) aangeven dat het mogelijk is om de trein te laten rijden (op financieel en technisch vlak en voor wat betreft de capaciteit), geven de ministers via de intentieverklaring nu ook formeel de opdracht om de dienst op te starten. De Drielandentrein is een uniek project omdat de trein elk uur rijdt tussen België, Nederland en Duitsland. De treinverbinding verbindt de drie grensregio’s zonder overstap met elkaar, waardoor het voor de inwoners gemakkelijker wordt om voor werk, school, familiebezoek of recreatie de trein te pakken.

“Als je in een grensregio woont, is het belangrijk dat goed grensoverschrijdend openbaar vervoer ervoor zorgt dat je in de hele regio aan het werk kan of een opleiding kan volgen. Maar hoe logisch dit ook klinkt, in de praktijk is het een enorme klus om te realiseren. Treinen moeten worden aangepast, dienstregelingen moeten op elkaar aansluiten, vervoerders moeten samenwerken. Dankzij iedereens inzet en doorzettingsvermogen zorgen we ervoor dat deze trein kan gaan rijden. Mijn speciale dank gaat uit naar de Belgische minister Georges Gilkinet met wie we uitstekend hebben samengewerkt om dit mooie project mogelijk te maken. Ik ben heel trots op dit unieke project en kijk er naar uit om in december zelf met de Drielandentrein te kunnen reizen.”

Staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat)

Binnen het Euregio-gebied Luik-Maastricht-Aken is veel onderlinge samenhang en zijn er dagelijks veel verkeersbewegingen van mensen die voor vrije tijd, onderwijs of werk de grens over gaan. Door betere verbindingen kan de economie in de regio nog verder groeien.

Minister van Mobiliteit, Georges Gilkinet

“Met deze Drielandentrein kan je nog vlotter over de grenzen reizen. Dit project is een voorbeeld voor de Europese spoorintegratie. Het feit dat de verschillende operatoren en beleidsniveau’s hiervoor zo goed samenwerken is een echte doorbraak. Reizigers krijgen nu meer bestemmingen, meer comfort en volledig toegankelijke treinen – en dat over de landsgrenzen heen. Dit past ook binnen de ambities die we inschreven in het nieuwe openbaredienstencontract dat de federale regering in december 2022 afsloot met NMBS, van de spoor de ruggengraat van mobiliteit te doen, ook tussen België, Duistland en Nederland.”

Minister van Mobiliteit Georges Gilkinet

Momenteel rijdt er vanuit België tussen Luik en Maastricht eens per uur een trein. Vanuit Nederland rijdt er tussen Maastricht en Duitsland vanaf dit jaar tweemaal per uur een trein: één naar Aken en één naar Herzogenrath. De Drielandentrein koppelt beide verbindingen aan elkaar zodat een overstap op Maastricht niet meer nodig is als je tussen de steden van deze drie landen wil reizen. 

De nieuwe verbinding zorgt ervoor dat er nieuwe directe verbindingen bijkomen. Zo zal Luik bijvoorbeeld via de Drielandentrein verbonden worden met Maastricht Randwyck (Maastricht UMC+ en MECC) en Heerlen (Hogeschool Zuyd, Brightland Campus). Dankzij de drielandentrein kan je vanuit Nederland zonder overstap naar Luik en Aken. Op beide stations kan je op een hogesnelheidstrein stappen waardoor steden als Keulen, Frankfurt, Berlijn, Brussel, Londen en Parijs een stuk dichterbij komen. Daarmee draagt de Drielandentrein ook bij aan het aantrekkelijker maken van de trein als alternatief voor korte vluchten.

“De provincie Limburg heeft al in 2016 de basis gelegd om de grenzen te doorbreken door in de concessie treinen voor te schrijven die ook in de buurlanden kunnen rijden. Nu we in december 2023 definitief starten met de trein naar Luik, gaan we Nederland, België en Duitsland eindelijk echt met elkaar verbinden. De drie vervoerders slaan nu de handen ineen en daarmee kunnen we de reizigers een nieuw topproduct bieden in Limburg”

Gedeputeerde Maarten van Gaans-Gijbels (Provincie Limburg)

In de aanloop om de Drielandentrein in december te laten rijden, werd er veel werk verricht. Zo zijn de treinen omgebouwd zodat ze ook op het Belgische spoor kunnen rijden en zijn er afspraken gemaakt over de inzet van zowel Nederlands als NMBS-personeel op het traject. Er blijven nog een aantal praktische punten aan te pakken, onder andere hoe de kaartverkoop en tarieven er precies uit gaan zien.

Gilkinet gaat toch verwittigen dat het rijbewijs vervalt

Wettelijk blijft het de bestuurder die zelf zijn rijbewijs in de gaten moet houden.

De meeste Belgische chauffeurs weten niet dat hun rijbewijs dit jaar vervalt. Een verwittiging krijg je niet, dus moeten 426.000 chauffeurs dat zelf weten. Maar na kritiek heeft minister Gilkinet nu geld vrijgemaakt om toch brieven rond te sturen.

De eerste Europese rijbewijzen werden in 2010 werden in België als proef uitgereikt. Vanaf 2013 zijn die rijbewijzen reeds overal uitgerold maar sindsdien heeft nog niemand het vervangen. Het rijbewijs in de vorm van een bankkaart is nu voor veel Belgen voor de eerste maal aan vervanging. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) ging dan ook bij de minister aankloppen met de vraag om toch een verwittiging uit te sturen.

Wettelijk blijft het de bestuurder die zelf zijn rijbewijs in de gaten moet houden, maar uitzonderlijk hebben minister Gilkinet en de FOD Mobiliteit nu beslist om toch verwittigingen rond te sturen. Via het uitschrijven van een aanbesteding zal een privébedrijf zal de chauffeurs op de hoogte brengen.

boetes

De boetes zijn hoog. Chauffeurs die nu, meestal onbewust, rondrijden met een vervallen rijbewijs riskeren in theorie een boete van 1.600 tot 16.000 euro en een intrekking van het rijbewijs van 8 dagen tot 5 jaar. Wie vóór 2013 z’n rijbewijs heeft gehaald, kreeg nog een papieren versie. Dat rijbewijs blijft permanent geldig.

Wie vóór 2013 z’n rijbewijs heeft gehaald, kreeg nog een papieren versie. Dat rijbewijs blijft permanent geldig.

Einde van de mondmaskerplicht voor Gilkinet

De minister hoopt dat dit ten laatste volgende week gebeurt.

Federaal minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) heeft gevraagd om de mondmaskerplicht op het openbaar vervoer af te schaffen. “De mondmaskers vandaag afschaffen, dat zou te vroeg zijn. Maar in de zomer circuleert het virus minder, op termijn moet dat zeker haalbaar zijn”, reageert viroloog Marc Van Ranst.

Het aantal mensen dat met Covid-19 wordt opgenomen in de Belgische ziekenhuizen, daalt sterk. Dat blijkt dinsdag uit de nieuwste cijfers van gezondheidsinstituut Sciensano. 

“In de zomer circuleert het virus sowieso minder,” stelt viroloog Marc Van Ranst. “Vandaag circuleert het virus nog te veel. De mondmaskerplicht overal afschaffen zou geen goed idee zijn. Maar op termijn moet het zeker mogelijk zijn: in de zomer circuleert het virus sowieso minder.”, aldus een reactie op de website Bruzz.be.

Pieterjan Desmet, woordvoerder van bevoegd minister Elke Van den Brandt (Groen) wil nog geen standpunt innemen over de afschaffing: “Wij zullen zoals altijd uitvoeren wat het overlegcomité beslist. Maar we begrijpen de vraag omdat het een van de laatste verplichtingen is die momenteel nog van kracht zijn.”

Lees ook: Brusselse regering komt met noodoplossing voor Uber

Federaal minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) heeft gevraagd om de mondmaskerplicht op het openbaar vervoer af te schaffen


Vertrouwensbreuk spoorbaas NMBS en minister Gilkinet

Spoorbaas Sophie Dutordoir heeft geen vertrouwen meer in mobiliteitsminister Georges Gilkinet. In een forse brief, die gisteren uitlekte, heeft spoorbaas Sophie Dutordoir het over een “zware vertrouwensbreuk”. Aanleiding is de sluiting door de NMBS van 44 stationsloketten. Nog geen 24 uur later floot Gilkinet (Ecolo) deze beslissing terug. Dinsdag zitten Dutordoir en de raad van bestuur hierover samen. De Vlaamse krant De Morgen heeft het over een open oorlog bij het spoor.

De gewijzigde klantengewoontes zetten NMBS aan tot een versnelde digitalisering en aanpassing van haar verkoopkanalen. Zo worden de digitale producten en de verkoop via digitale kanalen verder ontwikkeld. Ook zal het aantal stations met loketten en de openingsuren ervan in de loop van 2021 worden afgestemd op de evolutie van het loketgebruik en het vervoersplan. Het onthaal van de reizigers blijft overal verzekerd. Terzelfdertijd blijft NMBS sterk inzetten op (sanitaire) veiligheid, aanbod, toegankelijkheid, dienstverlening, digitalisering en duurzaamheid.

Ondanks de fors gedaalde reizigersaantallen in 2020 en in het begin van 2021 als gevolg van de sanitaire crisis, blijft NMBS een maximaal treinaanbod inzetten om ervoor te zorgen dat iedereen die kiest voor de trein dat kan doen in de best mogelijke sanitaire omstandigheden. Tegelijkertijd vertegenwoordigt de verkoop via de digitale kanalen – waartoe ook de automaten behoren die in alle stations aanwezig zijn – in 2020 meer dan 75% van de verkoop. Het aandeel van de transacties aan de loketten is gedaald van 54% in 2015 naar 34% in 2018, 27% in 2019 en 20% in 2020. Uit een continue meting van de klanttevredenheid blijkt bovendien dat de tevredenheid over de aankopen via digitale weg zeer hoog is (app: 93% en internet: 92%). Bovendien gebruikt 97% van de klanten momenteel al de automaat, de website of app of is ze van plan deze te gaan gebruiken.


NMBS lanceerde in januari overigens een nieuwe versie van haar app voor smartphone, waarmee klanten nu ook de Multi’s (passen voor tien ritten) in digitale vorm kunnen aanschaffen. Dat kan aan een prijs die voordeliger is dan de papieren versie van de invulpassen. Het toegenomen gebruik en het ruimer aanbod van producten die via de digitale kanalen te koop zijn, werden versneld door de huidige gezondheidscrisis. De digitale producten zijn ook minder fraudegevoelig en helpen bij de bestrijding van agressie: een slecht of niet ingevulde papieren pass leidt vaak tot discussies met de treinbegeleider, met soms verbaal of fysiek geweld tot gevolg.

In sommige stations is het aantal klanten dat zich tot een loket wendt zeer laag geworden, waardoor in een zeventigtal stations het aantal klanten onder een minimumdrempel valt (d.w.z. een niet-actieve tijd van 60% tot 92%). Dat zorgt voor een transactiekost die hoger is dan de prijs van een biljet. Het spreekt voor zich dat ook NMBS als openbare dienstverlener haar financiële middelen efficiënt en juist moet inzetten, en dat in alle domeinen.

Het is om die redenen dat NMBS, net zoals alle andere Europese spooroperatoren en andere openbare vervoersmaatschappijen, binnenkort haar netwerk van loketten zal aanpassen, evenals de openingsuren van een aantal van haar loketten. 44* van de 135 loketten (die samen minder dan 6% van alle transacties in 2019 vertegenwoordigen) zullen tegen eind 2021 geleidelijk worden gesloten. In 37 andere stations worden vanaf 1 maart 2021 de openingsuren van de loketten afgestemd op de drukste momenten van de dag.

Er is een overgangsperiode gepland die loopt van 1 maart tot eind 2021. In die periode zullen deze 44 loketten twee of drie dagen per week open blijven. Vanaf maart 2021 zullen stewards aanwezig zijn om de reizigers te informeren over de functionaliteiten van de verkoopautomaat. Deze zijn eenvoudig in gebruik en er is steeds een telefoonnummer vermeld voor gratis hulp op afstand: zo kan de NMBS-medewerker helpen om een vervoersbewijs aan te kopen voor iedereen die daar nood aan heeft. Er zullen ook brochures beschikbaar zijn om de klanten te informeren over de verschillende verkoopkanalen (automaat, app of website), die alle NMBS-producten aanbieden. In de betrokken stations zullen regelmatig informatie- en demonstratiesessies worden georganiseerd. NMBS zal ook aan de gemeenten die dat wensen aanbieden om informatiesessies te organiseren over het gebruik van deze nieuwe verkoopkanalen.

Lijst van de 44 stations waar de loketten tegen eind 2021 worden gesloten: ANS, BERTRIX, BEVEREN-WAAS, BINCHE, CHATELET, DE PINTE, DIKSMUIDE, GOUVY, HARELBEKE, HEIDE, HEIST, JAMBES, JETTE, JURBEKE, KONTICH-LINT, LEDE, LESSE, LEUZE, LIEDEKERKE, LUTTRE, MARBEHAN, MARCHIENNE-AU-PONT, MARIEMBOURG, MECHELEN-NEKKERSPOEL, MENEN, NINOVE, OPWIJK, PERUWELZ, POPERINGE, RIXENSART, ROCHEFORT-JEMELLE, RONSE, SAINT-GHISLAIN, SILLY, SINT-GENESIUS-RODE, TERHULPEN, TERNAT, TIELT, TORHOUT, VEURNE, VIRTON, WATERLOO, WAVER, ZAVENTEM

Lees ook: Mobiliteitscentrale: vraag & aanbod op elkaar afstemmen

NMBS

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.