Tag archieven: MKB

Ondernemers opgelucht: einde aan gehate kilometerregistratie voor MKB

Staatssecretaris haalt streep door verplichte co2-rittenregistratie.

Staatssecretaris Thierry Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) zet een streep door één van de meest gehate verplichtingen voor het midden- en kleinbedrijf: de CO2-kilometerregistratie. De maatregel, die sinds 1 juli 2024 geldt voor bedrijven met meer dan honderd medewerkers, wordt op korte termijn alweer teruggedraaid. Aartsen wil nog rond Prinsjesdag officieel aankondigen dat de registratieplicht alleen gaat gelden voor ondernemingen met meer dan 250 werknemers. Daarmee geeft hij gehoor aan de breed gedragen kritiek vanuit ondernemerskringen, die de verplichting zien als een zware administratieve last zonder wezenlijk effect op de reductie van CO2-uitstoot.

stevige kritiek

Werkgevers waren sinds de zomer verplicht om alle zakelijke kilometers en woon-werkverkeer van hun personeel te registreren en deze gegevens in te dienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het doel van deze zogeheten CO2-registratie was het in kaart brengen van de uitstoot die voortkomt uit mobiliteit van werknemers. Maar al vanaf het begin klonk er stevige kritiek op de regeling. Vooral het midden- en kleinbedrijf zag het als een bureaucratische verplichting die alleen maar tijd en geld kost.

Volgens ingewijden, die met de politieke redactie van RTL Nieuws spraken, vindt Aartsen dat de maatregel haaks staat op zijn wens om de regeldruk voor bedrijven te verlagen. Hij wil dan ook dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de regionale omgevingsdiensten per direct stoppen met het handhaven van de registratieplicht bij organisaties met minder dan 250 medewerkers. De staatssecretaris zou van mening zijn dat de lasten voor deze groep ondernemers niet opwegen tegen de beperkte winst voor het klimaat.

ondernemers

Voorzitter Erik Ziengs van ondernemersorganisatie ONL reageert opgelucht op het nieuws. Hij benadrukt dat de registratie in zijn ogen vooral leidde tot frustratie in plaats van verandering. “Het is heel verstandig van Aartsen dat hij hiermee kapt. De registratie levert alleen maar rompslomp op en leidt echt niet tot minder CO2-uitstoot,” aldus Ziengs. Zijn uitspraak onderstreept het gevoel dat in het bedrijfsleven breed leeft: de overheid is te vaak betuttelend bezig en legt regels op die in de praktijk contraproductief zijn.

Foto: © Pitane Blue – Tweede kamer

Ook binnen Haagse kringen werd al langer gesproken over het ongemak dat de regeling met zich meebracht. Bronnen bevestigen dat veel politici erkennen dat de registratieplicht “een grote papieren last” is, vooral voor kleinere bedrijven die vaak niet over de middelen beschikken om zulke rapportages efficiënt bij te houden. Door de verplichting te beperken tot grotere ondernemingen wil Aartsen de balans herstellen tussen klimaatdoelen en werkbare regels.

klimaatdoelen

Het besluit komt op een moment dat de discussie over duurzaamheid en de rol van de overheid in het bedrijfsleven feller wordt gevoerd. Enerzijds wil Den Haag vaart maken met het halen van de klimaatdoelen, anderzijds groeit de weerstand tegen regelgeving die als knellend of inefficiënt wordt ervaren. Met het terugdraaien van deze maatregel kiest Aartsen nadrukkelijk de kant van de ondernemers, in de hoop het vertrouwen in de overheid te versterken en tegelijk de kritiek op overregulering te temperen.

De komende weken zal duidelijk worden hoe de aangepaste regeling in de praktijk vorm krijgt. Dat Aartsen haast maakt met de aanpassing is duidelijk: hij wil dat de opschorting voor kleinere bedrijven onmiddellijk voelbaar wordt en dat de handhaving door de toezichthouders wordt stopgezet. Daarmee lijkt het doek gevallen voor een van de meest omstreden maatregelen van de afgelopen jaren.

EBS gaat Zeeuws busvervoer verzorgen: hoge kwaliteit gegarandeerd

De provincie Zeeland krijgt vanaf eind 2026 een nieuwe vervoerder voor het busvervoer en garandeerd een hoge kwaliteit.

Het Israëlisch-Nederlandse bedrijf EBS heeft de concessie gewonnen en neemt het stokje over van Connexxion. De keuze voor EBS is volgens gedeputeerde Harry van der Maas gebaseerd op een betere prijs-kwaliteitverhouding dan die van Arriva, de enige andere inschrijver op de aanbesteding.

De gunning aan EBS roept echter vragen op, aangezien de vervoerder de afgelopen jaren onder vuur lag vanwege klachten over de dienstverlening in andere provincies. In onder meer Flevoland, Gelderland en Overijssel waren er problemen met de betrouwbaarheid van de dienstregeling en de technische staat van de bussen. In Overijssel spraken politici zelfs hun zorgen uit over de veiligheid van de bussen, die onder andere een te lange remweg zouden hebben.

verbeteringen en nieuwe bussen

Volgens EBS-directeur Wilko Mol zijn de problemen inmiddels opgelost en hoeven reizigers in Zeeland zich geen zorgen te maken. “We hebben veel geleerd van de opstartproblemen in andere provincies en gaan in Zeeland vanaf dag één rijden met een nieuwe vloot bussen. Dit betekent dat reizigers kunnen rekenen op betrouwbare en comfortabele ritten,” aldus Mol.

EBS zet sterk in op verduurzaming en belooft dat bij de start van de concessie al een groot deel van de ritten elektrisch zal worden uitgevoerd. Ook garandeert de vervoerder voldoende oplaadlocaties, zodat de bussen niet stil komen te staan door een lege accu. De provincie Zeeland had voorafgaand aan de aanbesteding strenge eisen opgesteld op het gebied van duurzaamheid en betrouwbaarheid.

Foto: © Pitane Blue – EBS

Connexxion, dat op dit moment nog het busvervoer in Zeeland verzorgt, had zich niet opnieuw ingeschreven voor de concessie. Het moederbedrijf Transdev gaf aan dat het niet kon instemmen met de plannen van de provincie om het openbaar vervoer op korte termijn ingrijpend te veranderen. De provincie wil overstappen naar een flexibeler en fijnmaziger ov-systeem, iets waar Transdev zich niet in kon vinden.

Bij de gunning van de concessie woog de provincie zowel de prijs als de kwaliteit van de inschrijvingen mee. Kwaliteit telde voor 60% en de prijs voor 40%. EBS wist op beide punten beter te scoren dan Arriva.

De provincie stelde onder meer eisen aan de punctualiteit, het terugdringen van rituitval en het verbeteren van de aansluitingen tussen buslijnen. Daarnaast moesten inschrijvers laten zien hoe zij het Zeeuwse mkb zouden betrekken bij het busvervoer. Ook werd gekeken naar de tevredenheid van het personeel en de toegankelijkheid van de bussen.

samenwerking met EBS

Gedeputeerde Harry van der Maas is positief over de nieuwe samenwerking en verwacht dat EBS een goede partner zal zijn voor de komende twaalf jaar. “Ik ben ontzettend blij dat we een nieuwe vervoerder hebben gevonden die bereid is te investeren in Zeeland. EBS zal comfortabel, duurzaam en toegankelijk vervoer aanbieden, waardoor het voor meer mensen aantrekkelijk wordt om de bus te pakken,” aldus Van der Maas.

Hij benadrukt dat betrouwbaarheid en personeelsbeleid belangrijke speerpunten zijn binnen de concessie. “EBS heeft extra ingezet op het voorkomen van rituitval en vertragingen. Daarnaast hebben ze laten zien dat ze het personeel goed willen behandelen en de tevredenheid hoog in het vaandel hebben. Dit geeft mij vertrouwen dat het openbaar vervoer in Zeeland in goede handen is.”

Met de concessie van twaalf jaar krijgt EBS ruimschoots de tijd om te laten zien dat het de beloofde verbeteringen kan waarmaken. Zeelanders zullen vanaf december 2026 kunnen ervaren of de nieuwe vervoerder inderdaad een vooruitgang betekent ten opzichte van het huidige busvervoer.

1 juli: rijbewijs C1 nu vereist voor elektrische bestelwagens vanaf 3.500 kilo

Wat verandert er per 1 juli 2024 voor ondernemers?

Vanaf 1 juli 2024 worden ondernemers geconfronteerd met een reeks nieuwe wetten en regels die een aanzienlijke impact op hun bedrijfsvoering zullen hebben. Een van de meest ingrijpende veranderingen betreft het gebruik van elektrische bestelwagens. Voor elektrische bestelwagens die tussen de 3.500 en 4.250 kilo wegen, is vanaf die datum een rijbewijs C1 vereist. Voorheen was een rijbewijs B voldoende, maar dit gaat veranderen, waardoor bestuurders nu een vrachtwagenrijbewijs moeten behalen om deze voertuigen te mogen besturen. Deze regel gold al eerder voor niet-elektrische bestelwagens, maar wordt nu uitgebreid naar elektrische varianten.

Deze wijziging heeft grote gevolgen voor veel ondernemers, aangezien veel bestuurders van elektrische bestelauto’s momenteel geen grootrijbewijs hebben. Dit kan leiden tot extra kosten en administratieve lasten, aangezien chauffeurs nu aanvullende rijlessen en examens moeten volgen om het benodigde rijbewijs te behalen. Daarnaast zet de nieuwe regelgeving ondernemers met duurzaamheidsambities onder druk, aangezien zij mogelijk moeten overstappen op bestelwagens met een dieselmotor. Dit druist in tegen de oproepen van de regering om verder te verduurzamen en kan de verkoop van nieuwe elektrische bestelwagens aanzienlijk vertragen.

rijbewijs B

Verschillende organisaties, waaronder VNO-NCW en MKB-Nederland, hebben de Tweede Kamer al eerder opgeroepen om in te grijpen en te pleiten voor een verlenging van de gedoogregeling, zolang er geen nieuwe wetgeving is. Ondanks deze oproepen wordt de regeling zoals gepland doorgevoerd, wat voor veel ondernemers een teleurstelling betekent.

Ondernemers die vóór 1 oktober 2023 hebben geïnvesteerd in een zero-emissie bedrijfsvoertuig met een toegestane maximum massa van 3.501 tot en met 4.250 kilogram mogen deze ook na 1 juli blijven besturen met enkel rijbewijs B.

Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft na gesprekken met de Europese Commissie en in overleg met minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Openbaar Ministerie besloten de huidige gedoogsituatie onder voorwaarden met een jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt een nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) opgesteld. Het demissionaire kabinet wil hiermee voorkomen dat ondernemers met een zwaarder zero-emissie bedrijfsvoertuig tussen 1 juli 2024 en inwerkingtreding van nieuwe Europese regelgeving (de vierde rijbewijsrichtlijn) in de knel komen te zitten.

Werkgevers met meer dan 100 medewerkers moeten verplicht de CO2-uitstoot van hun mensen registeren. Dan gaat het onder meer om alle zakelijke reizen en het woon-werkverkeer. Hier moeten ze elk jaar over rapporteren, uiterlijk op 30 juni. Zorg dat uw administratie op orde is om gegevens in te dienen in 2025. U kunt (in 2025) kiezen om te rapporteren over alleen de 2e helft van 2024, of over heel 2024. Welke gegevens u nodig heeft, staat in de handreiking ‘Gegevensverzameling werkgebonden personenmobiliteit’. 

minimumloon

Op 1 januari en 1 juli vinden er altijd wijzigingen plaats op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid. Het minimumloon wordt aangepast met een stijging van 3,09 procent. Voor werknemers vanaf 21 jaar betekent dit een verhoging van 41 cent per uur, waardoor het minimumloon voor fulltime werkenden vanaf 21 jaar stijgt van 13,27 euro naar 13,68 euro per uur. Deze loonsverhoging zal resulteren in hogere loonkosten voor werkgevers, wat vooral voor kleine ondernemers een extra financiële last kan betekenen.

De extra verhoging van 1,2 procent, die bovenop de halfjaarlijkse indexatie gepland stond, gaat echter niet door. Dit komt door een tegenstem van de Eerste Kamer, waardoor de verhoging beperkt blijft tot de eerder genoemde 3,09 procent. Niet alleen werknemers, maar ook mensen met een AOW- of WW-uitkering zullen profiteren van deze verhoging. Werkgevers moeten vanaf 1 juli rekening houden met de nieuwe bedragen en ervoor zorgen dat zij hun loonadministratie tijdig aanpassen om aan de nieuwe wettelijke eisen te voldoen.

Deze reeks veranderingen zorgt ervoor dat ondernemers zich goed moeten voorbereiden en mogelijk hun bedrijfsvoering moeten aanpassen om te voldoen aan de nieuwe wet- en regelgeving. Het is raadzaam voor ondernemers om tijdig informatie in te winnen en zich te laten adviseren over de beste manieren om met deze veranderingen om te gaan, om zo onnodige kosten en complicaties te voorkomen.

ANWB: Ondernemers kiezen massaal voor deelmobiliteit

Acht op de tien ondernemers verwacht over te stappen op deelmobiliteit.

Ondernemers in Nederland staan op het punt een grote verschuiving te maken van het bezitten naar het delen van vervoersmiddelen, zo blijkt uit recent onderzoek van ANWB Zakelijk. Dit jaar verwacht meer dan 82% van de ondernemers de overstap te maken naar deelmobiliteit, een opmerkelijke toename ten opzichte van de 66% van vorig jaar.

De beweging naar deelmobiliteit is niet beperkt tot een bepaald type voertuig; het omvat auto’s, fietsen, scooters en zelfs bakfietsen. Het merendeel van deze ondernemers verwacht binnen drie tot vijf jaar deze overstap te maken. Dit signaleert een toenemend bewustzijn van en behoefte aan duurzamere en kostenbesparende transportopties binnen de zakelijke gemeenschap.

Patrick van Weert, Product Manager bij ANWB Zakelijk, geeft aan dat de trend deels wordt gedreven door de stijgende kosten van voertuigbezit, maar ook door praktische overwegingen zoals parkeerproblemen en toenemende verkeersdruk in binnensteden. “Hoewel ondernemers traditioneel erg gehecht zijn aan hun eigen voertuig, openen zij hun ogen voor de mogelijkheden van gedeeld vervoer,” zegt Van Weert.

MyWheels, een aanbieder van deelauto’s, bevestigt deze trend ook in de praktijk. Op dit moment zijn al 20 procent van de ritten via hun platform voor zakelijke doeleinden, en zij verwachten dat dit percentage zal blijven groeien.

Binnen de ondernemerswereld is er een interessant verschil in de snelheid waarmee verschillende groepen verwachten over te stappen op deelmobiliteit. Zo verwachten mkb-bedrijven, die vaak meerdere voertuigen gebruiken of in bezit hebben, sneller de overstap te maken dan zzp’ers. “Een mkb-bedrijf heeft vaak te maken met meerdere voertuigen die afwisselen, wat een grotere investering betekent,” legt Van Weert uit. Daarentegen zou het voor zzp’ers, die meestal maar één voertuig nodig hebben, tot tien jaar kunnen duren om deze transitie te voltooien.

Het onderzoek dat door ANWB Zakelijk is uitgevoerd, betrof 497 ondernemers die betrokken zijn bij zakelijke mobiliteit. Deze studie is niet alleen bedoeld om trends te spotten, maar ook om de grootste uitdagingen en kansen voor ondernemers in de nabije toekomst in kaart te brengen. ANWB Zakelijk heeft ook een speciaal loket geopend voor ondernemers en verantwoordelijken voor het mobiliteitsbeleid om ondersteuning te bieden bij eventuele vragen of zorgen omtrent mobiliteit.

Elektrische bestelbusjes aan de ketting en de mobiliteitssector in rep en roer

Dat is zowat het minste wat je kunt stellen na de aankondiging van demissionair Minister Mark Harbers van Infrastructuur. Het OM heeft besloten de huidige vrijstellingsregeling, die het mogelijk maakt met een B-rijbewijs zwaardere elektrische bestelauto’s te besturen, slechts tot 1 juli 2024 te verlengen.

De recente beslissing van het Openbaar Ministerie (OM) om de huidige vrijstellingsregeling voor het besturen van zware elektrische bestelauto’s met een B-rijbewijs slechts tot 1 juli 2024 te verlengen, heeft voor opschudding gezorgd in de Nederlandse mobiliteitssector. Deze beslissing, die een directe impact heeft op de zero-emissie logistiek, wordt breed gezien als een bedreiging voor de voortgang naar duurzame en leefbare steden.

Onder de huidige regeling mogen bestuurders met een B-rijbewijs elektrische bestelauto’s besturen tot 4.250 kg, een vrijstelling voor het C-rijbewijs. Deze regeling is belangrijk om het extra gewicht van de batterijen te compenseren zonder verlies van laadvermogen. Er wordt gevreesd dat deze wijziging duurzame logistieke inspanningen zal ondermijnen en efficiëntie zal verminderen, vooral in binnensteden en winkelgebieden.

Deze beslissing heeft tot grote bezorgdheid geleid bij diverse organisaties, zoals Transport & Logistiek Nederland (TLN), Koninklijke RAI Vereniging, evofenedex, VNA, BOVAG, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, INretail, VNO-NCW en MKB-Nederland. Ze beschouwen de termijn als te kort en onacceptabel, vooral omdat veel bestuurders geen grootrijbewijs hebben.

“Er is een pilot geweest waaruit niet is gebleken dat dit type bestelauto onveiliger zou zijn. Bovendien zijn deze voertuigen allemaal toegelaten door de RDW. Sinds wanneer is het dan het Openbaar Ministerie dat bepaalt of iets veilig of onveilig is? Dit is toch een beetje de wereld op zijn kop!”

Elisabeth Post, voorzitter van Transport en Logistiek Nederland (TLN)

Post benadrukt dat de veiligheid van elektrische bestelauto’s niet in het geding is, gezien eerdere pilots en RDW-goedkeuringen. De sector pleit voor een verlenging van de regeling tot minimaal 1 januari 2025 om de nodige wetgevingsaanpassingen door te voeren. 

DHL bezorgdienst

“Een bedrijf als DHL kan een investering van 40 miljoen euro letterlijk langs de weg parkeren en wij niet alleen. Maar nog teleurstellender is dat de overheid de energietransitie van de sector hiermee regelrecht dwarsboomt. De overheid die ons eerst opriep deze investering te doen, legt diezelfde bussen nu de facto aan de ketting.”

Roelof Hofman, COO bij DHL

Dit besluit raakt ook grote spelers zoals DHL, die aanzienlijk hebben geïnvesteerd in elektrische bestelauto’s. Zij zien nu mogelijk hun investeringen en inspanningen voor de energietransitie gefrustreerd. Roelof Hofman, COO bij DHL, uit zijn teleurstelling over de mogelijkheid dat een groot deel van hun elektrische vloot ongebruikt blijft.

Er is een aanzienlijk tekort aan bestuurders met een C-rijbewijs, wat een extra uitdaging vormt voor bedrijven die in elektrische bestelauto’s hebben geïnvesteerd. Verschillende brancheorganisaties doen nu een dringende oproep aan de nieuwe Tweede Kamer om in te grijpen en de overgang naar duurzame, elektrische voertuigen te ondersteunen. Zij hopen op een flexibele verlenging van de gedoogregeling totdat er nieuwe wetgeving van kracht wordt.

Begrip, flexibiliteit en hulp uit Den Haag noodzakelijk

Goed dat het kabinet dit serieus neemt, maar wat is men weer laat in Den Haag!

Gastspreker Leendert-Jan Visser, directeur van MKB-Nederland, roemde vooral de veerkracht en het vermogen om door te gaan van de gehele sector. Tijdens de laatste jaarlijkse receptie van het Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) in De Nieuwe of Littéraire Sociëteit De Witte in Den haag, waarschuwde hij voor de moeilijkheidsgraad om in Nederland een bedrijf te stoppen. Want wanneer je stopt en je hebt personeel in dienst, dan moet je onder meer transitievergoeding betalen. Het aantal ondernemers dat serieus nadenkt over stoppen met hun bedrijf, zou best nog eens flink hoger kunnen worden dan de 14% waar eerder de Kamer van Koophandel (KVK) mee naar buiten kwam naar aanleiding van een onderzoek. Daarom is begrip, flexibiliteit en hulp uit Den Haag noodzakelijk volgens Visser.

“Ondernemers die voor corona goed draaiden en vanwege de pandemie nu schulden hebben en dat aan kunnen tonen, moeten direct geholpen worden. Wachten is niet acceptabel”

Leendert-Jan Visser, directeur van MKB-Nederland

Uitgestelde betalingen of afrekenen met de belastingdienst of eerder gemaakte afspraken met banken en leasebedrijven zijn maar een paar factoren die nu aandacht vragen. De komende vijf jaar moet de sector uit de flinterdunne marges de schulden opruimen. Geen gemakkelijke taak wanneer diezelfde sector ook steeds meer onder druk komt te staan om het wagenpark te moderniseren in de hoop om zo aanbestedingen te winnen.

weer te laat

Visser pleit voor maatwerk bij onder meer het ministerie van Financiën en vraagt bijvoorbeeld de Belastingdienst om meer ruimte. Ruimte om een ondernemer meer tijd te gunnen om schulden af te betalen. Het kabinet heeft in een brief aan de Kamer aangegeven een ‘aanjager’ in te willen stellen die goed moet gaan onderzoeken wat er allemaal mogelijk is om ondernemers die het moeilijk hebben te helpen. “Goed dat het kabinet dit serieus neemt, maar wat is men weer laat in Den Haag!”, aldus Visser. “Ondernemers die voor corona goed draaiden en vanwege de pandemie nu schulden hebben en dat aan kunnen tonen, moeten direct geholpen worden. Wachten is niet acceptabel.”

jaarlijkse receptie van het Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) in De Nieuwe of Littéraire Sociëteit De Witte

Waarschijnlijk gaan er eveneens ondernemingen failliet die ook voor corona matig of slecht draaiden. Ieder verhaal van ondernemers achter die gesloten deuren is aangrijpend. Daarom is het belangrijk om deze mensen zo snel mogelijk te helpen. Wanneer ze willen doorgaan en wanneer ze willen stoppen met hun onderneming’’, besluit Visser.

Dat corona een gevoelige slag heeft achtergelaten binnen de sector, waar de marges al jaren flinterdun zijn, was voelbaar tijdens de laatste bijeenkomst van de branchevereniging. In vergelijking met andere jaren werd deze editie matig bezocht door de leden. Het is een tekenend beeld dat de sector momenteel met andere zaken bezig is dan recepties en bijeenkomsten. Na de coronacrisis moeten ondernemers omzet realiseren om verliezen of schulden te compenseren. Op dit moment geeft 14 procent van ondernemers in Nederland aan dat het bedrijf er slecht voorstaat. 

Lees ook: Corona als ondernemersrisico ter discussie


Mobiliteit als argument om de horeca “rücksichtlos” te sluiten

Een totale sluiting maakt controle voor gemeenten veel eenvoudiger. Dat betekent een nieuwe klap voor café’s en restaurants. VNO-NCW en MKB Nederland zeggen in een verklaring dat ze er tegen zijn de horeca “rücksichtlos” te sluiten. Zij willen dat het kabinet de plannen van de sector overneemt. Ook de verkoop van alcohol door winkels, zowel fysiek als online, wordt in de avonduren verboden. De extra beperkingen zouden twee weken moeten gaan gelden.

“We hebben nu te maken met code rood en daar moeten we vanaf. Het aantal besmettingen moet nu drastisch omlaag en dan is er kans op economisch herstel”, aldus Won Yip, horeca-ondernemer.

Alleen sluiting van de horeca is volgens de horecaondernemer in het interview in De Ondernemer onvoldoende.  “Ze moeten nu flink doorpakken. We verliezen hierdoor waarschijnlijk de maand november, maar houden dan nog zicht op de maand december. Dat is doorgaans een goede maand voor de horeca. Een maand die we onder normale omstandigheden nodig hebben om de stille maanden hierna op te kunnen vangen.

Horecaondernemers zijn teleurgesteld in het kabinet over de mogelijke nieuwe coronamaatregelen, die het kabinet dinsdagavond bekendmaakt. Uit de meest recente RIVM-cijfers blijkt dat meer dan de helft van de herleidbare besmettingen in de thuissituatie plaatsvindt. 

horeca scoort 3.8% van de besmettingen

Uit de meest actuele RIVM cijfers blijkt dat gemiddeld 3,8% van de besmettingen mogelijk uit de horeca komen. Ruim 55,5% van de besmettingen komt uit de thuissituatie, waarvan familie 11.3% gemiddeld heeft binnengebracht. Thuiswerken blijft de boodschap van het kabinet aangezien 11.4% uit de werksituatie komt van de huidige besmettingen. Sportclubs en vrijetijdsbestedingen zijn goed voor 4% van de geregistreerde besmettingen. Terwijl het kabinet verwacht dat iedereen zoveel mogelijk thuis blijft is dit wel de grootste besmettingshaard gebleken. De afgelopen week zelfs 59% van de geregistreerde besmettingen.

Sinds 1 juni kan iedereen met klachten zich laten testen. Toch is het aannemelijk dat niet alle COVID-19 patiënten getest worden. De werkelijke aantallen in Nederland zijn daarom waarschijnlijk hoger.

Lees ook: Horeca moet maatregelen meer aanscherpen volgens kabine

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Santos Scheveningen

Uniglobe Travel introduceert Uniglobe Booking Intelligence

‘Travel Well’. Met dit motto introduceert Uniglobe Travel UBI (Uniglobe Booking Intelligence), een online boekingsplatform voor het zakelijk reizende MKB. UBI is het online bookings tool met een ongekend wereldwijd aanbod op één overzichtelijk platform en geeft toegang tot het wereldwijde aanbod van luchtvaartmaatschappijen, miljoenen accommodaties van o.a. Expedia en Booking.com, huurauto’s, taxi’s en internationale treinen. UBI is 24/7 beschikbaar op laptop, tablet of smartphone en, indien gewenst, met persoonlijke ondersteuning van Uniglobe Travel experts.

‘Als straks landen hun grenzen weer openen en we op reis kunnen gaan voor zaken, zetten wij nu alvast een belangrijke stap in innovatie en lanceren UBI, zegt Cees Klinkenberg, Directeur van Uniglobe Travel Holland. UBI biedt een unieke, gebruiksvriendelijke one-stop-shopervaring en sluit naadloos aan op wat onze klanten nodig hebben. Enerzijds vereenvoudigt UBI het zoek- en boekproces, doordat alle wereldwijde reiscontent op één platform te vinden is. Dit bespaart niet alleen tijd maar ook tot wel 20% op de reis- en verblijfskosten. Anderzijds bieden onze Uniglobe Travel experts hun ongeëvenaarde persoonlijke ondersteuning, waarmee we ons al bijna 40 jaar onderscheiden. Deze klantgerichte aanpak is samengevat in ons nieuwe motto – Travel Well. Met deze ontzorgende boodschap wil Uniglobe Travel zich positioneren als dé Travel partner van het MKB. Onze nieuwe look & feel maakt de verpakking van deze boodschap helemaal compleet’.

Uniglobe Travel Holland is een netwerk van reisondernemers die garant staan voor persoonlijke dienstverlening. Met bijna 40 jaar ervaring in het verzorgen van zakenreizen voor het MKB, dienen wij slechts één belang; dat van jou! Uniglobe Travel Holland heeft 17 reiskantoren in Nederland gespecialiseerd in individuele zakenreizen, Marine & Offshore, MICE en groepsreizen en richt zich op het (internationaal) reizende Midden- en Kleinbedrijf. Uniglobe Travel Holland is onderdeel van Uniglobe Travel International met meer dan 700 reiskantoren in 60 landen wereldwijd.

Lees ook: Kuchschermen vanaf oktober in Syntus bussen beschikbaar

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp



Crisismaatregel voor zzp werkt niet volgens MKB Brandstof

Het zijn zware en woelige tijden, ook voor de ondernemers. Ook de groep van 1,2 miljoen zzp’ers wordt meegenomen in het pakket Corona-maatregelen dat het kabinet vrijdag heeft aangekondigd. Die regeling, voluit de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo), houdt onder andere in dat zzp’ers hun inkomen kunnen aanvullen tot bijstandsniveau (1050 euro). De voorwaarden om voor de crisismaatregel in aanmerking te komen zijn tamelijk soepel: zo wordt er niet gekeken naar inkomen van de partner of naar vermogen. Goed nieuws dus?

Helaas niet, vindt ondernemer Martin Schuurman, de man achter MKB Brandstof, bekend van de autopas. 

“Het belangrijkste bezwaar is dat het inkomen alleen maar wordt áángevuld tot bijstandsniveau. Het actuele inkomen wordt afgetrokken van de maximale uitkering. Alle zzp’ers moeten dus gaan aantonen wat hun actuele inkomen is. Ingewikkeld voor hen – hoe doe je dat terwijl je maandfactuur nog niet de deur uit is – en ondoenlijk voor de gemeentelijke instanties, die honderdduizenden aanvragen moeten gaan toetsen. Die hebben simpelweg niet de capaciteit om zoveel aanvragen te verwerken.”

zeer ingewikkelde, bijna onuitvoerbare, klus

Dit erkent bijvoorbeeld ook Linda Voortman, wethouder van Sociale Zaken in Utrecht. Het kabinet houdt vooralsnog rekening met een kostenpost van zo’n 4 miljard euro voor deze maatregel. Die kan beter worden besteed volgens Schuurman, die een klassiek idee voorstaat dat in Nederland nog nooit is uitgevoerd: een onvoorwaardelijk basisinkomen. 

“Geef elke zzp’er een tijdelijk basisinkomen van 1000 euro per maand, of die nu inkomen heeft of niet. De voordelen zijn overduidelijk: deze maatregel vergt geen uitzoekwerk en dus nauwelijks administratieve rompslomp. Wat betekent dat er snel kan worden betaald, en dat is belangrijk.”

Het mag klinken als strooien met geld en dus een peperdure oplossing, maar dat is het juist niet. De uitvoeringskosten zijn minimaal, en je steunt de zzp’ers met 1,2 miljard euro per maand, een schijntje van de 90 miljard die Rutte achter de hand houdt.

Om het kabinet te bewegen om te kiezen voor een tijdelijk basisinkomen in plaats van een crisismaatregel lanceerde Schuurman vrijdag een petitie De bedoeling van het kabinet is goed, maar het kan beter. Ik hoop dat heel veel mensen, niet alleen zzp’ers, het met me eens zijn en de petitie steunen. De petitie is inmiddels duizenden keren ondertekend.

Lees ook: VNO-NCW en KNV gaat bij kabinet voor taxisector in gesprek


MKB Brandstof