Tag archieven: onderwijs

Regering schrapt besparingen: Minister De Ridder erkent inschattingsfout na zware druk

Vlaanderen krabbelt terug na felle kritiek op schoolbussen speciaal onderwijs.

De Vlaamse regering heeft na felle kritiek een opvallende draai gemaakt in het dossier rond het schoolvervoer voor leerlingen in het speciaal onderwijs. Waar mobiliteitsminister Annick De Ridder (N-VA) aanvankelijk van plan was om vanaf september meer dan 200 buslijnen te schrappen om binnen het budget van 139 miljoen euro te blijven, wordt die ingreep nu volledig teruggedraaid. Daarmee lijkt een slepende crisis voorlopig bezworen, al blijven er vragen bestaan over de toekomst van het systeem.

verontwaardiging

De beslissing volgt op een golf van verontwaardiging bij ouders, scholen en oppositiepartijen, die vrezen dat kwetsbare kinderen de dupe zouden worden van de besparingen. Uiteindelijk koos de regering ervoor om geen bijkomende besparingen op te leggen aan vervoersmaatschappij De Lijn. De jaarlijkse kost van ongeveer 11 miljoen euro, die De Lijn tot nu toe zelf droeg voor het vervoer van leerlingen, wordt voortaan opgevangen via andere begrotingen binnen de Vlaamse overheid.

Zo zal volgens de gemaakte afspraken vijf tot zes miljoen euro komen uit onderbenutte middelen voor studentenvervoer binnen het ministerie van Onderwijs. Het ministerie van Economische Zaken neemt de resterende vijf miljoen euro voor zijn rekening. Met die verschuiving wordt de onmiddellijke druk van de ketel gehaald en kunnen de geplande schrappingen van buslijnen van tafel.

kwetsbare leerlingen

Minister-president Matthias Diependaele erkent dat de aanpak van het dossier niet vlekkeloos is verlopen. “De Vlaamse regering valt niet bepaald in de prijzen voor de manier waarop ze deze kwestie aanpakt”, gaf hij openlijk toe. Tegelijk kondigde hij een structurele wijziging aan: de bevoegdheid voor het schoolvervoer zal verschuiven van Mobiliteit naar Onderwijs. Volgens Diependaele is dat departement beter geplaatst om in te spelen op de noden van kwetsbare leerlingen.

De hervormingsplannen worden naar verwachting nog voor het zomerreces voorgelegd. De daadwerkelijke invoering staat gepland voor het schooljaar 2028-2029. Dat betekent dat het probleem voor de komende twee schooljaren in elk geval tijdelijk is opgelost, al blijft de vraag hoe het systeem er daarna concreet zal uitzien.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn – Blaarmeersen

De geplande hervorming moet onder meer leiden tot kortere reistijden en een betere aansluiting met voor- en naschoolse opvang. Ook wordt gekeken naar verbeteringen in de arbeidsomstandigheden van busbegeleiders. Over de impact op het aanbod zelf bestaat echter nog onduidelijkheid, wat voor onrust blijft zorgen bij betrokken partijen.

Binnen de regering werd de koerswijziging positief onthaald door coalitiepartners CD&V en Vooruit. Minister De Ridder zelf erkent dat de impact van haar oorspronkelijke plannen verkeerd is ingeschat. “We hebben de gevoeligheid en de gevolgen collectief onderschat,” verklaarde ze bij VTM Nieuws. “Vooral na het ongeval in Buggenhout hadden we het anders moeten aanpakken.”

onvermijdelijk

Volgens de minister is ingrijpen onvermijdelijk wanneer budgetten ontsporen. “Als je ziet dat de begroting al na één jaar weer is overschreden, moet je ingrijpen, want ik kan geen geld uit de lucht toveren.” Daarmee onderstreept ze haar imago als een minister die streng toeziet op de uitgaven.

Ook kritiek vanuit lokale besturen, die klagen over trage procedures en vermeende voorkeursbehandelingen voor grote projecten zoals het Oosterweelproject in Antwerpen, wijst ze van de hand. “Dat is een volstrekt onterechte voorstelling van zaken,” reageerde De Ridder scherp. “In het begin kon ik er nog een beetje om lachen, want uiteindelijk moet ik in Antwerpen herkozen worden, maar het strookt totaal niet met de werkelijkheid. We hebben met de hele regering een investeringsplan goedgekeurd dat prioriteiten voor heel Vlaanderen bevat.”n.

Van volle treinen naar lege stoelen: student kiest vaker fiets en auto

De Nederlandse student is niet langer de voorspelbare forens die elke ochtend massaal dezelfde trein instapt.

Nieuwe cijfers en inzichten laten zien dat deze grote groep reizigers een stille revolutie ontketent in het mobiliteitssysteem. Minder studenten, minder vaste patronen en andere vervoerskeuzes zorgen voor een verschuiving die diep ingrijpt in hoe Nederland zich verplaatst.

Jarenlang vormden studenten een stabiele factor in het openbaar vervoer. Universiteitssteden draaiden op hun ritme, met volle perrons in de ochtend en drukte rond campussen als vast onderdeel van het straatbeeld. Die tijd lijkt voorbij. Uit het rapport “De student als reiziger” van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid blijkt dat het gedrag van studenten fundamenteel aan het veranderen is. Het aantal studenten stabiliseert of daalt zelfs licht, mede door demografische ontwikkelingen en veranderende studiekeuzes. Daarmee verdwijnt een deel van de vaste reizigersbasis waarop vervoerders jarenlang konden rekenen.

reisgedrag

Wat nog zwaarder weegt, is de verandering in reisgedrag. Studenten gaan minder vaak naar hun onderwijsinstelling en leggen gemiddeld kortere afstanden af. De afname ligt volgens het rapport tussen de tien en vijfentwintig procent. De oorzaak ligt grotendeels bij de opkomst van hybride onderwijs. Colleges worden vaker online gevolgd en aanwezigheid op locatie is minder vanzelfsprekend. Een docent uit Utrecht schetst het nieuwe normaal treffend: “Waar we vroeger vijf dagen per week volle collegezalen hadden, zien we nu dat studenten veel bewuster kiezen wanneer ze komen.”

Die flexibiliteit vertaalt zich direct naar het openbaar vervoer. De traditionele spits, waarin studenten een dominante rol speelden, vervaagt. Reizigers spreiden zich meer over de dag en piekmomenten zijn minder extreem. Dat lijkt positief, maar kent ook een keerzijde. Minder voorspelbaarheid betekent grotere onzekerheid voor vervoerders, die hun dienstregelingen en capaciteit juist baseren op stabiele patronen.

Opvallend is ook de verschuiving in vervoermiddelen. De trein en bus blijven belangrijk, maar verliezen terrein. Daartegenover staat een duidelijke opmars van de e-bike, die het mogelijk maakt om langere afstanden zelfstandig af te leggen. Tegelijkertijd wint de auto aan populariteit, vooral onder mbo-studenten. Die groep is vaak afhankelijk van stageplekken en locaties die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De flexibiliteit van de auto sluit beter aan op hun dagelijkse praktijk.

De verschillen tussen studenten onderling spelen daarbij een steeds grotere rol. Mbo-studenten wonen in grote meerderheid nog thuis, terwijl wo-studenten vaker uitwonend zijn. Dat heeft directe gevolgen voor hun reisgedrag. Thuiswonenden leggen doorgaans langere afstanden af en maken vaker gebruik van het openbaar vervoer, terwijl uitwonenden zich vaker per fiets of te voet verplaatsen. Het gevolg is een versnipperd beeld: dé student bestaat niet meer als uniforme reiziger.

Illustratie: © Pitane Blue

Duidelijk is dat deze generatie het mobiliteitslandschap blijvend verandert. Studenten blijven een belangrijke groep, maar gedragen zich fundamenteel anders dan voorheen. Daarmee zetten ze een ontwikkeling in gang die waarschijnlijk breder zal doorwerken. De vraag is niet alleen hoe vervoerders zich aanpassen, maar ook welke andere groepen dit voorbeeld zullen volgen.

Voor het mobiliteitssysteem heeft deze ontwikkeling twee gezichten. Aan de ene kant neemt de druk op treinen en stations af en ontstaat er een betere spreiding van reizigers. Aan de andere kant komen inkomsten onder druk te staan en wordt het lastiger om lijnen rendabel te houden, vooral buiten de Randstad. In regionale gebieden, waar studenten vaak een cruciale rol spelen in het in stand houden van verbindingen, kan dat grote gevolgen hebben voor de bereikbaarheid.

reisproduct

Ook het studentenreisproduct komt in een ander daglicht te staan. Dit systeem is ontworpen voor een generatie die dagelijks reisde volgens vaste patronen en sterk afhankelijk was van het openbaar vervoer. Die werkelijkheid bestaat steeds minder. De vraag dringt zich op of het huidige model nog aansluit bij de behoeften van studenten die flexibeler en minder frequent reizen.

De ontwikkelingen maken duidelijk dat mobiliteit en onderwijs steeds sterker met elkaar verweven raken. Veranderingen in hoe en waar studenten leren, werken direct door in hoe zij zich verplaatsen. Dat dwingt beleidsmakers en vervoerders om anders te denken. Flexibiliteit wordt belangrijker dan capaciteit, en maatwerk belangrijker dan standaardoplossingen.

deelmobiliteit

Tegelijkertijd ontstaan er kansen. Deelmobiliteit, on-demand vervoer en slimme combinaties van fiets en openbaar vervoer kunnen inspelen op de veranderende behoeften. Technologie en data spelen daarbij een sleutelrol. De student van nu kiest bewuster, combineert vervoersmiddelen en laat zich minder leiden door vaste structuren.

Motie Beckerman: optie om aanbesteding van vervoer te stoppen nadrukkelijk op tafel

De Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie van het lid Beckerman waarin wordt aangedrongen op een grondige verbetering van het leerlingenvervoer.

Daarmee krijgt een probleem dat al jaren speelt bij ouders, scholen en gemeenten opnieuw nadrukkelijk politieke aandacht. Het besluit van de Kamer betekent dat de regering samen met gemeenten aan de slag moet om een concreet plan te maken dat de kwaliteit van het vervoer van leerlingen, vooral uit het speciaal onderwijs, moet verbeteren.

De aangenomen motie stelt dat goed georganiseerd leerlingenvervoer geen luxe is, maar een essentiële voorwaarde om onderwijs te kunnen volgen. Voor veel kinderen, met name leerlingen uit het speciaal onderwijs, vormt aangepast vervoer immers de enige manier om dagelijks op school te komen. Wanneer dat vervoer hapert, betekent dat voor deze groep leerlingen vaak dat onderwijs simpelweg niet bereikbaar is.

landelijke politiek

De tekst van de motie laat weinig ruimte voor twijfel over de ernst van de situatie. Daarin staat letterlijk dat er “al jaren grote problemen zijn met het leerlingenvervoer, waaronder te lange ritten, ongeschikte vervoersmiddelen en kinderen die überhaupt niet worden opgehaald”. Ouders en verzorgers hebben die klachten al langere tijd onder de aandacht gebracht bij gemeenten en landelijke politiek. Lange reistijden, onverwachte routewijzigingen en chauffeurs die niet bekend zijn met de specifieke behoeften van kinderen met een beperking vormen volgens hen structurele knelpunten.

De motie benadrukt ook het belang van het vervoer voor leerlingen die afhankelijk zijn van speciaal onderwijs. Volgens de indiener is leerlingenvervoer “voor een grote groep leerlingen van met name het speciaal onderwijs een essentiële voorwaarde voor het kunnen volgen van onderwijs”. Zonder betrouwbaar vervoer komen deze kinderen simpelweg niet op school en lopen zij onderwijsachterstanden op.

Een belangrijk punt van discussie dat in de motie wordt genoemd, is het commercieel aanbesteden van het leerlingenvervoer. Volgens de tekst ontstaan veel problemen juist door dit systeem. De motie stelt dat “veel problemen voortkomen uit het commercieel aanbesteden van leerlingenvervoer”. Gemeenten schrijven het vervoer vaak via aanbestedingen uit, waarbij vervoersbedrijven concurreren op prijs en contractvoorwaarden.

Met het aannemen van de motie is het debat over de toekomst van het leerlingenvervoer nog lang niet afgerond. Wel staat vast dat het onderwerp opnieuw hoog op de politieke agenda staat en dat zowel gemeenten als het kabinet met voorstellen moeten komen om de problemen die al jaren spelen eindelijk aan te pakken.

Critici zeggen dat deze werkwijze leidt tot druk op kosten en personeel, waardoor de kwaliteit van het vervoer onder druk komt te staan. Wisselende chauffeurs, complexe routes en voertuigen die niet altijd geschikt zijn voor de doelgroep worden door ouders en scholen regelmatig genoemd als gevolg van deze aanbestedingen.

aanbesteden vervoer

De aangenomen motie vraagt de regering daarom om samen met gemeenten te onderzoeken hoe het vervoer structureel kan worden verbeterd. Daarbij moeten verschillende opties worden uitgewerkt. Eén van die opties is nadrukkelijk het stoppen met het aanbesteden van leerlingenvervoer. Door alternatieve vormen te onderzoeken hoopt de Kamer dat er meer stabiliteit en kwaliteit kan ontstaan in het systeem.

Volgens voorstanders van verandering kunnen lokale taxibedrijven daarbij een belangrijke rol spelen. Zij wijzen erop dat regionale vervoerders vaak beter zicht hebben op de lokale situatie. Lokale chauffeurs kennen de omgeving, weten hoe routes lopen en bouwen bovendien een band op met de kinderen die zij dagelijks vervoeren. Juist die vaste gezichten zijn voor veel leerlingen uit het speciaal onderwijs van grote waarde, omdat voorspelbaarheid en vertrouwen essentieel zijn.

flexibeler

Daarnaast wordt aangevoerd dat regionale vervoerders flexibeler kunnen inspelen op individuele behoeften. Vaste chauffeurs herkennen gedrag, weten welke ondersteuning een kind nodig heeft en kunnen sneller schakelen wanneer zich onderweg problemen voordoen. Voor ouders kan dat een groot verschil maken in het gevoel van veiligheid en vertrouwen.

De regering krijgt nu de opdracht om samen met gemeenten een plan uit te werken waarin deze en andere mogelijkheden worden onderzocht. De Kamer wil bovendien dat zij op de hoogte wordt gehouden van de voortgang. In de motie staat daarom dat de regering wordt verzocht “de Kamer voor de zomer van 2026 te rapporteren over de voortgang”.

Petitie: helft van ouders ontevreden over vervoer naar speciaal onderwijs

Wisselende chauffeurs, uren in taxi’s, touringcars en lange reistijden zorgen voor stress.

Het vervoer van kinderen naar het speciaal onderwijs blijft een bron van frustratie voor veel ouders. Uit een nieuwe peiling van Ouders & Onderwijs blijkt dat bijna de helft van de ouders nog altijd ontevreden is. Van de 234 ondervraagde ouders geeft 48 procent aan dat het leerlingenvervoer niet goed geregeld is. De meest gehoorde klachten gaan over lange reistijden, steeds wisselende chauffeurs en een te volle taxi.

De onvrede speelt al jaren. Ouders & Onderwijs hield dit onderzoek inmiddels voor de derde keer en ziet nauwelijks verbetering. Volgens de resultaten vindt 42 procent van de ouders dat er de afgelopen jaren niets veranderd is, ondanks alle gesprekken in de politiek en het onderwijsveld. Maar liefst 23 procent ziet zelfs dat de problemen groter zijn geworden.

begeleiding

Ouders melden dat hun kinderen dagelijks uren in een busje doorbrengen, vaak zonder de juiste begeleiding. Daarnaast wordt de toegang tot leerlingenvervoer voor steeds meer gezinnen beperkt door nieuwe regels die gemeenten hanteren. Ouders ervaren dit als onrechtvaardig en schadelijk voor hun kinderen.

De persoonlijke verhalen maken duidelijk hoe groot de impact is. Moeder Marian Keuning vertelt hoe zwaar het vervoer weegt op haar gezin: “De onrust in het taxivervoer zorgt voor extra stress en onzekerheid, waardoor gedurende de week hier veel tijd en negatieve aandacht heen gaat. Ik denk niet dat beleidsmakers en uitvoerenden hier zich voldoende bewust van zijn.”

Voor haar kind voelt de keuze van de gemeente extra wrang. “Dat er nu van touringcars gebruik wordt gemaakt, is natuurlijk idioot. De kinderen worden niet voor niets overgeplaatst naar speciaal onderwijs; waar de klassen kleiner zijn, meer kennis is van de problematiek en meer structuur wordt geboden.” Volgens haar laat dit zien dat het vervoer steeds verder losstaat van de behoeften van de kinderen waarvoor het juist bedoeld is.

kindvriendelijk

Ook Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs, stelt dat het systeem tekortschiet. Zij ziet dat de verantwoordelijkheden tussen gemeenten en vervoersbedrijven zorgen voor problemen: “Deze peiling laat opnieuw zien dat het systeem niet goed werkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vervoer, maar geven de uitvoering aan bedrijven. Die doen hun werk vaak niet op een kindvriendelijke manier. Ouders zijn boos en verdrietig als ze zien dat hun kind elke dag uren in een busje zit. Het is tijd dat de landelijke politiek iets doet.”

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De boodschap van ouders en belangenorganisaties is helder: zolang gemeenten en vervoerders het probleem niet zelf kunnen oplossen, moet de landelijke politiek ingrijpen. Alleen met landelijke regels en duidelijke kaders kan worden gegarandeerd dat alle kinderen veilig, menselijk en passend naar school kunnen reizen.

De roep om landelijke regels wordt steeds sterker. Ouders willen afspraken over maximale reistijden, vaste chauffeurs en voldoende kwaliteit van het vervoer. Een van hen is Jethro Geelen, die de petitie Onze kinderen zijn geen pakketje! Regel leerlingenvervoer landelijk en menselijk is gestart. Hij pleit voor meer aandacht voor de menselijke maat in plaats van een puur logistieke benadering. Ouders & Onderwijs ondersteunt dit initiatief en roept alle betrokkenen op om de petitie te tekenen.

overprikkeld

Voor veel gezinnen voelt het leerlingenvervoer inmiddels als een dagelijkse strijd die ten koste gaat van het welzijn van hun kinderen. Ouders zien dat hun kinderen vermoeid, overprikkeld of gestrest op school aankomen, wat hun leerprestaties en welzijn ernstig beïnvloedt. Zij willen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van structurele hervormingen.

Ouders & Onderwijs nodigt daarnaast ouders uit om mee te praten over het onderwerp. In een speciale klankbordgroep kunnen zij ervaringen delen en oplossingen aandragen. Via het Landelijk Ouderpanel worden ouders regelmatig bevraagd over onderwijsthema’s. Met ruim 9.500 deelnemers klinkt de stem van ouders steeds luider, en volgens de organisatie is het van groot belang dat zoveel mogelijk ouders zich aansluiten.

Onderzoek onthult: speciaal onderwijs zwaar getroffen door problemen in taxivervoer

Het leerlingenvervoer in het gespecialiseerd onderwijs wordt steeds vaker onder de loep genomen, nu een nieuwe flitspeiling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) laat zien dat veel problemen blijven bestaan.

Uit de resultaten blijkt dat taxi’s en busjes die dagelijks leerlingen vervoeren naar scholen voor speciaal onderwijs, vaak te laat arriveren en terugreizen. Daarnaast worden regelmatig klachten geuit over de kwaliteit van de dienstverlening en de impact hiervan op het welzijn en de prestaties van de leerlingen.

Het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Oberon in juni 2024, beoogt inzicht te geven in de ervaringen van scholen met het taxivervoer en de gevolgen hiervan voor de leerlingen. De enquête was gericht op 877 scholen binnen het gespecialiseerd onderwijs (GO), waarvan 263 scholen (30 procent) reageerden. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO), speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO).

afhankelijk

Uit de peiling blijkt dat meer dan de helft van de leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs afhankelijk is van taxivervoer om naar school te komen. Hoewel dit vervoer essentieel is voor deze leerlingen, geeft 32 procent van de scholen aan ontevreden te zijn over de service. Ruim een kwart van de vestigingen ervaart structurele vertragingen, waardoor leerlingen vaak te laat op school verschijnen. Dit probleem treft met name de regio Midden, waar scholen hogere percentages te laat arriverende leerlingen rapporteren in vergelijking met andere regio’s.

De problemen met het taxivervoer hebben ook hun weerslag op de schoolprestaties van leerlingen. Gemiddeld meldt 12 procent van de scholen dat leerlingen door het gemiste lestijd vanwege vertragingen een negatieve invloed ondervinden op hun prestaties. De grootste groep scholen, ongeveer 40 procent, gaf aan geen nadelige invloed op de schoolprestaties te ervaren, maar een aanzienlijke minderheid meldt wel problemen. Vooral in het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs worden negatieve gevolgen voor de schoolresultaten opgemerkt, wat suggereert dat bepaalde onderwijstypen extra kwetsbaar zijn voor de nadelen van vertraagd leerlingenvervoer.

prestaties

Daarnaast heeft het vervoer niet alleen invloed op de schoolprestaties, maar ook op de lesparticipatie van de leerlingen. Een kwart van de scholen meldt dat leerlingen door vermoeidheid of overprikkeling regelmatig niet optimaal aan de lessen kunnen deelnemen. Dit fenomeen is in het speciaal onderwijs, zoals het VSO, prominenter aanwezig, waar de intensieve zorgbehoefte van de leerlingen vaak botst met de lange reistijden en soms chaotische omstandigheden tijdens het vervoer. In sommige gevallen leidt het zelfs tot uitval, waarbij 10 procent van de scholen aangeeft dat het vervoer een factor is geweest die heeft bijgedragen aan het schooluitval.

Een andere zorg die uit de enquête naar voren komt, is het veelvuldig te laat ophalen van leerlingen na schooltijd. Gemiddeld meldt 15 procent van de scholen dat leerlingen per week te laat worden opgehaald. Deze vertragingen zorgen voor onrust bij zowel leerlingen als ouders en benadrukken de gebrekkige communicatie en organisatie bij sommige vervoersbedrijven. De ontevredenheid over het vervoer is voornamelijk te herleiden tot meerdere knelpunten, zoals wisselende chauffeurs en weinig kennis en ervaring van de chauffeurs met de doelgroep, volgens 32 procent van de respondenten.

knelpunten

Naast de concrete cijfers brachten de open toelichtingen van scholen nog andere knelpunten aan het licht. Zo klaagt bijna de helft van de scholen over het feit dat leerlingen structureel te laat worden gebracht en opgehaald, soms zonder begeleiding. Ook melden veel scholen dat leerlingen in gemengde groepen worden vervoerd, wat kan leiden tot onrust en spanning tussen de leerlingen. Verder wordt in 16 procent van de gevallen aangegeven dat wisselingen in chauffeurs onrust veroorzaken onder de leerlingen. Daarnaast bleek uit de toelichtingen dat leerlingen soms lange ritten maken, wat bijdraagt aan vermoeidheid en overprikkeling.

De peiling toont duidelijk aan dat er nog veel verbeterpunten zijn in het leerlingenvervoer binnen het gespecialiseerd onderwijs. Het ministerie van OCW en betrokken instanties zullen naar verwachting dit rapport nader bestuderen en overwegen welke stappen nodig zijn om het leerlingenvervoer te optimaliseren. Voor nu benadrukt dit rapport de urgentie om het leerlingenvervoer binnen het gespecialiseerd onderwijs te verbeteren, zodat de veiligheid, punctualiteit en algemene kwaliteit gewaarborgd worden.

bron

Het Ministerie van OCW heeft Oberon gevraagd een flitspeiling uit te voeren naar de ervaringen van het gespecialiseerd onderwijs (GO) met het aangepast vervoer. Aangepast vervoer is een vorm van leerlingenvervoer met busjes of taxi’s en is de meest voorkomende vorm van leerlingenvervoer. In nauw overleg met de opdrachtgever is een vragenlijst opgesteld. De link naar de digitale enquête is verspreid onder alle 877 vestigingen binnen het gespecialiseerd onderwijs. De vragenlijst heeft van 17 juni tot 1 juli 2024 open gestaan.

Leerlingenvervoer: nieuwe VNG verordening zet leerlingen op eigen benen

Ondanks dat de vorige modelverordening in samenwerking met gemeenten was opgesteld, kreeg de VNG de afgelopen jaren kritische vragen van gemeentelijke medewerkers.

De recent aangepaste VNG Modelverordening leerlingenvervoer brengt subtiele maar belangrijke wijzigingen met zich mee voor gemeenten in Nederland. De update, die een vervanging is van de versie uit december 2020, legt nieuwe accenten op het gebied van aangepast vervoer en de bevordering van zelfredzaamheid onder leerlingen met een beperking.

De verordening bevat nu een gedetailleerdere omschrijving van ‘aangepast vervoer’. Hieronder valt elk type vervoer dat door de gemeente speciaal georganiseerd wordt voor kinderen die vanwege hun handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Dit omvat een breed scala aan mogelijkheden, van vergoedingen voor fietsvervoer tot het beschikbaar stellen van speciaal aangepaste voertuigen.

Een opvallend nieuw element binnen de verordening is de introductie van het ‘persoonlijk vervoersontwikkelingsplan’. Dit plan kan door het college worden opgesteld voor leerlingen die de leeftijd van negen jaar bereiken. Het doel van dit plan is om deze leerlingen te helpen de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om zo veel mogelijk zelfstandig te kunnen reizen. Dit markeert een significante verschuiving richting het stimuleren van onafhankelijkheid bij deze jongeren.

De VNG Modelverordening bekostiging leerlingenvervoer van december 2020 wordt vervangen door een nieuwe versie, de VNG Modelverordening leerlingenvervoer. Deze vervanging heeft een aantal beperkte gevolgen voor beleid en uitvoering bij gemeenten.

Tevens wordt in de nieuwe verordening sterk de nadruk gelegd op kosteneffectiviteit. De gemeente kijkt naar de goedkoopst passende vervoersoptie die voldoet aan de behoeften van de leerling. De beslissingen hierover worden genomen op basis van de individuele situatie van elke leerling, waardoor maatwerk centraal staat in de benadering van de gemeente.

Van fietsvergoeding tot aangepast busje, gemeenten vernieuwen leerlingenvervoer.

De implementatie van de verordening is echter niet zonder uitdagingen. Het vraagt om een nauwe samenwerking en heldere communicatie tussen gemeentelijke afdelingen, scholen en ouders. Dit is cruciaal om te waarborgen dat elke leerling de benodigde ondersteuning krijgt.

Daarnaast heeft de gemeente het proces voor het aanvragen van vervoersvoorzieningen gestroomlijnd. Aanvragen kunnen zowel digitaal als op papier worden ingediend, waarbij het college de taak heeft binnen acht weken na ontvangst van een complete aanvraag een beslissing te nemen. Deze termijn kan indien nodig met nog vier weken worden verlengd.

Verder zorgen duidelijke richtlijnen voor het beoordelen van de afstand en de route naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school ervoor dat het vervoer zowel kostenefficiënt als toegankelijk is. Hiermee wordt geprobeerd om de mobiliteit van leerlingen met speciale behoeften te verbeteren en inclusief onderwijs toegankelijker te maken.

Dit beleid illustreert de voortdurende inspanningen van de Nederlandse gemeenten om gelijke onderwijskansen te garanderen voor alle leerlingen, ongeacht hun fysieke of cognitieve beperkingen. Het toont een duidelijke vooruitgang in het denken over onderwijs en mobiliteit, gericht op de integratie en zelfstandigheid van jongeren met speciale behoeften.

Leerlingenvervoer: Quadraam en Betuwe Express bundelen krachten

Stichting Quadraam, een toonaangevende speler in het Nederlandse onderwijslandschap, kiest voor kwaliteit met de aanstelling van Betuwe Express als hun officiële partner voor touringcarvervoer.

Dit nieuws komt naar buiten via een officiële aankondiging op TenderNed, waarbij de scholenorganisatie details deelt over deze samenwerking. Met bijna 1500 medewerkers en het verzorgen van onderwijs aan rond de 12.000 leerlingen verspreid over 14 middelbare scholen in de regio’s Arnhem, De Liemers en Overbetuwe, markeert deze stap een belangrijke mijlpaal voor Quadraam in hun streven naar kwalitatief hoogstaand onderwijs en aanvullende diensten.

Betuwe Express, een gevestigde naam in de Nederlandse touringcarindustrie met een rijke historie die teruggaat tot 60 jaar geleden, staat bekend om haar uitgebreide ervaring en deskundigheid op het gebied van personenvervoer. Dit maakt hen de ideale keuze voor Quadraam, die het welzijn van zowel hun leerlingen als leraren hoog in het vaandel heeft staan. Vanaf 13 mei 2024 zal Betuwe Express het vervoer van deze belangrijke groepen voor hun rekening nemen, met een contractwaarde die schommelt tussen de 1,7 en 2,5 miljoen euro.

De aanbestedingsprocedure, een zorgvuldig proces waarbij zowel de prijs als de kwaliteit van de dienstverlening elk voor 50 procent meewogen, resulteerde uiteindelijk in de keuze voor Betuwe Express uit een totaal van vier inschrijvingen. Deze beslissing onderstreept de toewijding van Quadraam aan het waarborgen van de best mogelijke voorwaarden voor haar scholengemeenschap.

Foto: Betuwe Express

Quadraam wenst door middel van deze aanbesteding haar organisatie te voorzien van één contractant
die gedurende de raamovereenkomst Quadraam kan faciliteren bij de vraag naar busvervoer.

Het contract met Betuwe Express is flexibel opgesteld met een initiële looptijd van iets meer dan een jaar, specifiek tot en met 31 mei 2025. Bovendien biedt het de mogelijkheid voor drie opeenvolgende verlengingen van elk een jaar, waardoor de samenwerking potentieel kan doorlopen tot ver in 2028. Deze constructie geeft beide partijen de ruimte om de samenwerking af te stemmen op de dynamisch veranderende behoeften binnen het onderwijs en vervoer.

Deze samenwerking tussen Quadraam en Betuwe Express is niet alleen een logistieke stap voorwaarts maar symboliseert ook een diepere toewijding aan het faciliteren van toegankelijk en kwalitatief onderwijs. Door het waarborgen van veilig en betrouwbaar vervoer voor leerlingen en leraren, verstevigt Quadraam haar positie als een van de grotere onderwijsbesturen in Nederland, gericht op de toekomst en het welzijn van haar gemeenschap.

Bron: EA202302

Minibusjes en taxi’s afgeschaft want het aantal ritten is geoptimaliseerd

Met slechts enkele dagen te gaan voor het nieuwe schooljaar is het angstvallig stil rondom concrete oplossingen.

Met het einde van de zomervakantie zetten veel ouders en scholen zich schrap voor de start van het nieuwe schooljaar. Vooral voor kinderen in het buitengewoon onderwijs dreigen er problemen bij het vervoer naar school. Dankzij de eerste fase van Hoppin, een initiatief van De Lijn, zou het openbaar vervoer efficiënter en duurzamer moeten worden. Echter, de nadelen wegen zwaar voor sommige gezinnen.

Het verhaal van Lien Koelman is slechts een van vele. In haar verhaal in de Vlaamse krant De Standaard noemt Koelman de situatie ‘mensonterend’. Na jaren zoeken naar een goede oplossing voor haar zoontje Louis, die door een hersenverlamming in een rolstoel zit, werd hij eindelijk per taxi naar zijn school voor buitengewoon onderwijs gebracht. Wat voorheen vier tot vijf uur per dag in beslag nam, werd teruggebracht tot een half uur. Echter, onlangs kreeg Koelman te horen dat de taxiservice volgend jaar wordt stopgezet. Louis kan zich nu opmaken voor busritten die elke dag ongeveer twee uur duren. 

Katholiek Onderwijs Vlaanderen meldt dat de helft van de 135 ondervraagde scholen zich ernstige zorgen maakt over het vervoer van hun leerlingen. Kleinere minibusjes en taxi’s worden stopgezet en sommige scholen melden zelfs dat er helemaal geen busvervoer meer is. Een enorm probleem, want voor veel gezinnen zijn er simpelweg geen alternatieven.

Dat er niet langer minibusjes en taxi’s worden ingezet, klopt volgens het kabinet-Peeters niet. Dat hoorde De Standaard tijdens een belronde bij scholen. Een op de acht directeurs gaf aan dat er busritten geschrapt zijn. Een op de vijf zei dat nog niet alle busritten toegewezen zijn via aanbestedingen. Wel kan het volgens het kabinet gebeuren dat kinderen die vorig jaar nog met een taxi werden gebracht, nu met een bus moeten reizen omdat het efficiënter is.

Met een stijging van meer dan 4.000 extra leerlingen in het bijzonder onderwijs dit schooljaar wordt het vraagstuk van geschikt leerlingenvervoer nog nijpender. Volgens minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) zijn er extra middelen nodig om ervoor te zorgen dat niemand langer dan 90 minuten onderweg is. Maar is dit haalbaar? En is 90 minuten niet al veel te lang voor kinderen met speciale behoeften?

toename

De minister erkent dus dat er extra fondsen nodig zijn, maar een cruciale vraag is of deze fondsen ook daadwerkelijk zullen worden toegekend en of ze tijdig zullen worden ingezet. In het verleden hebben we gezien dat beloften niet altijd leiden tot concrete acties. Ook is het de vraag of een rit van 90 minuten een aanvaardbare norm is. Voor kinderen die al met diverse uitdagingen kampen, kan een lange busrit een extra last zijn die hun leerervaring beïnvloedt.

De toename van 4.000 extra leerlingen laat zien dat de behoefte aan gespecialiseerd vervoer groter is dan ooit. Dit roept vragen op over hoe het huidige beleid, dat al tekortschiet, deze groeiende behoefte zal kunnen opvangen. Het lijkt erop dat de ‘optimalisatie’ van het aantal ritten wellicht moet worden herzien in het licht van deze nieuwe ontwikkelingen.

Foto: beeldmateriaal De Lijn – Een jongere toont zijn digitaal ticket aan de chauffeur

Vorig jaar investeerde Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters nog 27 miljoen euro extra in busvervoer om soelaas te bieden voor schrijnende verhalen uit 2021. Toch lijkt er weinig te zijn veranderd. Kathleen Lebbe, coördinator leerlingenvervoer voor vier scholen in Antwerpen, stelt dat er momenteel voor zo’n 500 tot 600 leerlingen in de regio geen vervoersoplossing is.

nieuwe visie, oude problemen

Op 1 juli is het beleid Hoppin in werking getreden, gericht op een efficiënter, duurzamer en flexibeler openbaar vervoer. Hoewel het plan goed klinkt, lijkt het vooral nadelen te hebben voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving. De belofte van een “geoptimaliseerd” vervoer lijkt vooral een verslechtering in te houden voor hen die het meest afhankelijk zijn van goed openbaar vervoer. In de aanloop naar het nieuwe schooljaar adviseert De Lijn reizigers om de app of website te raadplegen om te zien of er wijzigingen zijn die hun reis zullen beïnvloeden. Dit advies klinkt echter hol voor de ouders die zich afvragen hoe ze hun kinderen naar school moeten krijgen.

De term ‘optimalisatie’ heeft voor velen een bittere nasmaak gekregen. Wat bedoeld was als een verbetering van het openbaar vervoer, lijkt voor een specifieke, maar belangrijke groep juist een stap terug te zijn. Het is cruciaal dat deze problemen serieus worden genomen en dat er een duurzame en humane oplossing komt. Zo niet, dan is de ‘optimalisatie’ niets meer dan een loze belofte, met ernstige gevolgen voor degenen die het meest kwetsbaar zijn.

Een multi-disciplinaire aanpak lijkt noodzakelijk. Extra middelen zijn een deel van de oplossing, maar er moet ook gekeken worden naar innovatieve manieren om het vervoer efficiënter en meer op maat gemaakt te maken. Kunnen er bijvoorbeeld samenwerkingen met lokale taxibedrijven worden opgezet? Of kunnen er subsidies worden gegeven aan ouders die kiezen voor carpooling?

Kamervragen leerlingenvervoer niet toegekend

Niet urgent genoeg voor de landelijke politiek.

De mondelinge vragen van Tweede Kamerlid D66 Paul van Meenen die hij, mede namens VVD, PVV, PvdA, GroenLinks, SP, ChristenUnie en SGP, wilde stellen over de ernstige problemen in het leerlingenvervoer voor speciaal onderwijs werden niet toegekend.

Partijen van links tot rechts in de Tweede Kamer willen opheldering van minister Wiersma over het tekort aan buschauffeurs, waardoor dagelijks duizenden leerlingen in het speciaal onderwijs uren te laat op school komen. In een tweet publiceert hij alsnog de Kamervragen naar aanleiding van de klachtenregen van ouders over Trevvel.

Kamervragen Tweede Kamerlid D66 – Paul van Meenen

Uit een onderzoek zou het probleem landelijk 14.000 leerlingen raken. Volgens Leerlingenbelang Voortgezet Speciaal Onderwijs sturen ouders nu massaal particuliere taxi’s naar scholen om hun kind op te laten halen want zij moeten werken en hebben dus geen andere mogelijkheid. 

Vele chauffeurs uit het leerlingenvervoer werden tijdens de coronacrisis bedankt en blijken ondertussen vertrokken naar particuliere taxibedrijven die wel het vervoer kunnen regelen. Voor LBVSO is het meest schrijnende in het hele #LeerlingenvervoerCrisis wel dat alle vervoerders pas dag voor start scholen met een bombrief kwamen en gemeentes daarop zeggen “te zijn overvallen”. De belangenvereniging spreekt van een grote ramp met ver verstrekkende gevolgen voor die duizenden leerlingen uit speciaal onderwijs. 

Terwijl vakbond FNV pleit voor een minimaal uurloon van 14,- EUR per uur in de sector laat KNV weten dat hogere lonen niet de oplossing zijn. Woordvoerder Hilbert Michel van de brancheorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) erkent de problemen. “Er zijn gewoon te weinig mensen.”

LBVSO

Leerlingen Belang Voortgezet Onderwijs (LBVSO) komt op voor de belangen van alle leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) – van cluster 1 tot met met cluster 4. Ook behartigen wij de belangen van thuiszitters en vavo-leerlingen (volwassenenonderwijs). LBVSO zorgt ervoor dat de stem van al deze leerlingen wordt gehoord.

Dennis Wiersma, minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs
Beeld: ©RVD – Valerie Kuypers en Martijn Beekman

Geen menswaardig vervoer voor kwetsbare leerlingen

Schokkend zijn de uitkomsten te noemen van een onderzoek na bevraging Katholiek Onderwijs Vlaanderen samen met ouderkoepel VCOV. Ruim 64 procent van de leerlingen in het buitengewoon onderwijs zijn nog steeds meer dan twee uur per dag onderweg. Zo schrijft De Morgen dat ze weten dat bijna de helft (48,5 procent) van de scholen hun eerste leerling al voor 6.30 uur oppikt. Bij negen op de tien (93,8 procent) is dat voor 7 uur het geval. 

De overheid besteedt aan de organisatie van het leerlingenvervoer 70 miljoen euro, zonder de lonen van de busbegeleiders. Een bedrag dat al jaren ongewijzigd blijft, ondanks de toename van het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs en de stijgende exploitatiekost van de vervoersmaatschappijen. Nochtans kondigde minister van Mobiliteit Lydia Peeters in september al aan dat ze onmiddellijk 1,8 miljoen euro zou vrijmaken om deze situaties op te lossen. Dat geld moest onder meer gaan naar de leerlingen waarvoor er op dat moment geen bussen waren en naar het voorkomen van bijkomende rittijden die er dit schooljaar nog bijgekomen zouden zijn.

“Een bus moet tot veertig leerlingen thuis oppikken. Omdat het aantal scholen met bijzonder onderwijs klein is, komen onze leerlingen uit een gebied dat zich grofweg uitstrekt van Sint-Katelijne-Waver tot Mortsel en alles daartussen. De ritten worden door De Lijn zo efficiënt mogelijk ingedeeld met een speciale applicatie, maar dan nog is onze grootste busronde een enkele rit van 90 kilometer lang, door dorpen en steden in druk verkeer.”

doortastend beleid

De lange reistijden en de onaangepaste omstandigheden zijn al jaren een grote verzuchting volgens Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen wat eindelijk een doortastend beleid van de bevoegde ministers vraagt. Ook de manier waarop de bussen worden gevuld, is problematisch. Er wordt enkel gekeken naar reistijden en op- en afstapplaatsen en er wordt geen rekening gehouden met de pedagogische noden van de leerlingen. 

Een toiletbezoek is er onderweg niet bij. Sommige leerlingen moeten een luier dragen omdat de busrit te lang duurt. Eten en drinken mag meestal niet in de bus van de chauffeur. “Andere kinderen kunnen na school hun energie fysiek kwijt, van onze leerlingen wordt verwacht dat ze nog eens twee uur stil blijven zitten”, zegt Tom Vermeulen, teamverantwoordelijke buitengewoon onderwijs bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

oproep

VCOV en Katholiek Onderwijs Vlaanderen roepen de Vlaamse Regering, en in het bijzonder ministers Lydia Peeters en Ben Weyts, op om samen een structurele oplossing uit te werken. “Vlaanderen kan het mensonwaardige leerlingenvervoer niet langer aanvaarden.”

Lees ook: Aanpak leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs

Leerlingenvervoer

Openen voortgezet onderwijs een volgende stap

Het kabinet besluit uiterlijk op 25 mei of het voortgezet onderwijs in Nederland weer volledig opengaat, aldus demissionair premier Mark Rutte. Het Outbreak Management Team wordt gevraagd om een advies wanneer de 1,5 meterregel op de middelbare scholen losgelaten kan worden. Het kabinet zou graag zien dat scholieren in het voortgezet onderwijs nog voor de zomervakantie weer volledig naar school kunnen maar het OMT waarschuwt echter voor het te vroeg versoepelen in het middelbaar onderwijs, omdat het zou kunnen leiden tot grote problemen in de zorg. Tot voorziet het kabinet problemen in het Noorden van het land bij langer uitstellen omdat er dan maar wenig schooldagen meer overblijven voor de zomervakantie.

“Wel of niet versoepelen hangt niet van een procent meer of minder af. Als de richting goed is, maar nog geen 20 procent, dan durven we de stap aan.”

Demissionair premier Mark Rutte

vakantie in het buitenland

Nederlanders kunnen wellicht weer op vakantie naar het buitenland. Vanaf 15 mei zal voor individuele landen weer een reisadvies worden gegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat maakte demissionair coronaminister Hugo de Jonge dinsdagavond op een persconferentie bekend. Toch waarschuwt het kabinet vooraf goed te informeren alvorens te boeken. Nederlanders zijn geen graag geziene gasten gezien het hoge besmettingspercentage. In veel landen staat Nederland op de lijst van landen die niet welkom zijn. De Jonge verwacht dat Nederlandse toeristen deze zomer weer op vakantie kunnen gaan naar landen als Frankrijk, Italië en Spanje.

versoepelingen

De versoepelingen die vanaf 19 mei ingaan, houden onder meer in dat sekswerkers aan de slag mogen gaan en dat terrassen open mogen van 6 tot 20 uur. In stap drie van het openingsplan kan er onder voorwaarden weer binnen gegeten worden in de horeca, mogen mensen de musea weer in en wordt het advies voor het maximaal aantal bezoekers thuis verhoogd van twee naar vier per dag. Ook zouden dan binnen weer groepen van dertig mensen bijeen mogen komen, als daar de ruimte voor is, en worden de regels voor binnen- en buitensporten verder versoepeld.

Lees ook: Niet alle GGD’s registreren coronaprik in vaccinatieboekje

Hugo de Jonge

Gratis coronatest voor drie doelgroepen in grensstreek

Nederlandse burgers die voor hun werk, voor zorg of voor onderwijs naar Duitsland moeten, kunnen vanaf nu gratis een coronatest laten afnemen. Via de website grenstesten.nl kunnen inwoners zich melden voor de gratis coronatest die uiteindelijk in meer dan 20 gemeenten in de vijf oostelijke provincies zal worden aangeboden. Hiermee wil de Nederlandse overheid inwoners in de grensstreek tegemoet komen, omdat velen van hen nu met flinke en onverwachte extra uitgaven worden geconfronteerd door de verplichte negatieve coronaverklaring van de Duitse overheid.

Gratis coronatesten voor drie doelgroepen

Sinds enkele weken moeten Nederlanders die een noodzakelijk bezoek aan Duitsland brengen, een negatieve coronatest kunnen overleggen. Deze verplichting raakt een aantal doelgroepen in de grensstreek hard. Grenswerkers die in Nederland wonen, maar in Duitsland werken, moeten zich op eigen kosten meerdere keren per week laten testen om naar hun werk te kunnen. Maar ook Nederlandse inwoners die (mantel)zorg verlenen of zorg ontvangen in Duitsland kregen met onverwachte extra uitgaven te maken door de verplichting van de Duitse overheid. Mensen die wonen in Nederland, maar fysiek onderwijs volgen in Duitsland, kunnen zich ook niet aan deze verplichting onttrekken. Het kabinet heeft daarom besloten om voor deze drie doelgroepen gratis coronatesten aan te bieden.

Gratis testlocaties in Nederlandse grensgemeenten

In veel gemeenten langs de grens met Duitsland komt er daarom toegang tot testlocaties waar gratis testen worden aangeboden voor noodzakelijk grensverkeer van Nederland naar Duitsland. Om deze testlocaties snel van de grond te krijgen, werkt de overheid samen met gemeenten en eventuele bestaande testlocaties. Het kabinet trekt voor het grenstesten 12 miljoen euro uit, voor dit bedrag kunnen tot 30 juni 2021 zo’n 400.000 gratis coronatesten worden afgenomen. Zodra de verplichte test van de Duitse overheid vervalt, vervalt ook de gratis grenstest. Om te zorgen dat de gratis grenstesten de komende periode ook echt worden ingezet voor noodzakelijk grensverkeer, moeten inwoners op de website grenstesten.nl een aantal korte vragen beantwoorden.

Lees ook: EU-landen mogelijk pas in augustus klaar voor coronapas