Tag archieven: straattaxi

Taximeter of app: dit zijn de regels voor taxi’s in Vlaanderen

Het gebruik van taximeters en digitale apps in de Vlaamse taxisector zorgt al geruime tijd voor discussie onder exploitanten en chauffeurs.

De regelgeving is echter glashelder voor wie ze grondig leest. Vlaanderen maakt een scherp juridisch onderscheid tussen straattaxi’s en standplaatstaxi’s, en precies dat onderscheid bepaalt of een klassieke, Europees gehomologeerde taximeter verplicht is, dan wel of een Chirongekoppelde softwareoplossing kan volstaan.

Diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer, kortweg IBP, worden in het decreet van 29 maart 2019 onderverdeeld in verschillende categorieën. De twee belangrijkste voor deze analyse zijn de straattaxi en de standplaatstaxi. Het verschil lijkt op het eerste gezicht technisch, maar heeft verstrekkende gevolgen voor de uitrusting van het voertuig, de tariefweergave en de registratie van ritgegevens.

taxistandplaats

Een standplaatstaxi is een voertuig dat het publiek bedient vanaf een officiële taxistandplaats op de openbare weg. Voor deze categorie laat de regelgeving geen ruimte voor interpretatie. Het uitvoeringsbesluit van 9 juni 2023 bepaalt uitdrukkelijk dat het voertuig moet beschikken over een meetinstrument zoals bedoeld in bijlage 9 bij het federale koninklijk besluit betreffende meetinstrumenten. Het gaat om de zogenoemde MI-007 taximeter, een Europees gehomologeerd toestel dat onder de meetinstrumentenrichtlijn 2014/32/EU valt. Daarnaast is ook een taxilicht op het dak verplicht. De combinatie van taxilicht en meetinstrument is onlosmakelijk. Wie een standplaats inneemt, moet dus zowel een geijkte taximeter als een taxilicht hebben. Een loutere app of boordsoftware, hoe geavanceerd ook, kan hier juridisch geen vervanging zijn van de fysieke taximeter.

De situatie ligt anders bij de straattaxi. Dat is een voertuig dat ter beschikking wordt gesteld van het publiek op de openbare weg, maar niet vanaf een officiële standplaats. Vlaanderen stelt expliciet dat een straattaxi geen taxilicht of taximeter nodig heeft. Dat betekent echter niet dat er geen verplichtingen gelden. Ook zonder fysieke taximeter moet de exploitant voldoen aan strikte regels inzake apparatuur, gegevensregistratie en transparantie.

Chiron

Centraal in die verplichtingen staat de Vlaamse gegevensbank, in de praktijk bekend als Chiron. Die gegevensbank is geen app, maar een digitale databank met een API-koppeling. Exploitanten of hun tussenpersonen moeten ritgegevens aanleveren bij reservatie, bij de start en bij het einde van de rit. Het gaat om gegevens zoals exploitant, bestuurder, voertuig, tijdstip, vertrek- en aankomstplaats, uniek ritnummer, afstand en eindprijs. De Chiron Startersgids spreekt in dat verband over een “realtime registratie” van elke bezoldigde rit.

De Chiron Startersgids van de Vlaamse overheid verduidelijkt dat Chiron een centrale databank met een API is, bedoeld om ritgegevens te ontvangen. Chiron is expliciet geen mobiele of webapplicatie; exploitanten sturen data door via hun taxisoftware (mobiele webapp, platform of taximeter).

Een straattaxi ontvangt een bestelling via een platform, maakt een prijsafspraak en stuurt (via software) de bestelgegevens en ritdata naar de Vlaamse gegevensbank op het voorziene tijdstip (reservatie/start/ einde). Omdat het een bestelde rit is, mag de tariefstructuur elektronisch meegedeeld worden met schriftelijke
bevestiging, en is de tarievenkaart niet de verplichte drager (vergunningskaart vervangt). Aan het einde moet een vervoerbewijs met alle verplichte vermeldingen worden afgegeven; de
exploitant bewaart de beveiligde data gedurende zeven jaar.

Voor straattaxi’s kan “andere apparatuur dan een taximeter” volstaan, op voorwaarde dat die apparatuur de vereiste gegevens beveiligd registreert, opslaat en raadpleegbaar maakt. Het uitvoeringsbesluit benadrukt dat de integriteit, onveranderlijkheid, oorsprong en niet-weerlegbaarheid van de gegevens gewaarborgd moeten zijn. Bovendien moeten de gegevens extern worden opgeslagen zodat bevoegde overheidsdiensten er toegang toe hebben. Exploitanten en tussenpersonen moeten deze gegevens zeven jaar bewaren en op verzoek kunnen voorleggen.

Een exploitant neemt met een voertuig een taxistandplaats in (standplaatstaxi). Dan zijn taxilicht en
meetinstrument verplicht. De ritprijs volgt het toepasselijke tariefkader; het meetinstrument en de
apparatuur moeten de dienststaat en het vervoerbewijs kunnen genereren, en de gegevens moeten
opvraagbaar zijn.


Foto: © Pitane Blue – Taxis Pitane Link

Een exploitant wil “zichtbaarheid” zoals een klassieke taxi en monteert taxilicht op een straattaxi, maar installeert geen meetinstrument. Dit is expliciet strijdig met de regel dat taxilicht alleen mag als er ook een meetinstrument aanwezig is. De boetetabel voorziet hiervoor een onmiddellijke inning van € 350.

De keuze voor een taxilicht heeft belangrijke gevolgen. Een voertuig mag alleen een taxilicht dragen als het ook beschikt over het vereiste meetinstrument. Wie als straattaxi toch met taxilicht wil rijden, activeert daarmee automatisch de verplichting om een MI-007 taximeter te installeren. De sanctie bij overtreding is duidelijk vastgelegd in bijlage 10 van het uitvoeringsbesluit: een onmiddellijke inning van 350 euro voor een voertuig met taxilicht zonder meetinstrument aan boord.

tarieven

Naast de technische uitrusting speelt tarieftransparantie een sleutelrol. Het decreet verplicht dat tarieven op transparante wijze kenbaar worden gemaakt vóór de klant de rit aanvraagt of bestelt. Het uitvoeringsbesluit werkt dit verder uit. De tariefstructuur moet vooraf duidelijk zijn en kan bestaan uit een startprijs, kilometerprijs, wachtprijs, uurprijs of forfaits. Bij niet-bestelde ritten moet een tarievenkaart op de achterste rechter zijruit worden bevestigd en van buitenaf leesbaar zijn. Bij een bestelde rit mag de tariefstructuur telefonisch of elektronisch worden meegedeeld, mits schriftelijke bevestiging. Bovendien moet vóór de rit een prijsindicatie van het eindbedrag worden meegedeeld.

Prijsinformatie moet in het voertuig zichtbaar zijn voor de passagier, tenzij er een voorafgaande prijsafspraak is. Ook zonder taximeter moet er dus een duidelijke prijsweergave zijn. Aan het einde van elke rit moet zonder verzoek een vervoerbewijs worden afgeleverd met verplichte vermeldingen zoals exploitant, voertuig, bestuurder, ritnummer, tijdstip en plaats van in- en uitstappen, kilometerstand, tarief en te betalen bedrag. Een handgeschreven vervoerbewijs is enkel toegestaan als het op geen andere manier kan worden bezorgd, en in dat geval mag de bestuurder niet verder rijden zolang die onmogelijkheid blijft bestaan. 

handhaving

Handhaving is streng georganiseerd. Toezichthouders en politie kunnen documenten inkijken, voertuigen controleren en zelfs vergunningen tijdelijk inhouden. Niet-conforme of ontbrekende apparatuur kan leiden tot onmiddellijke inningen die variëren van 300 tot 500 euro, afhankelijk van de aard van de inbreuk. Bij niet-betaling door personen zonder vaste verblijfplaats in België kan het voertuig tot 96 uur worden ingehouden en nadien zelfs in beslag genomen.

De conclusie is duidelijk. Voor standplaatstaxi’s is een fysieke, Europees gehomologeerde taximeter verplicht en kan een app die rol niet overnemen. Voor straattaxi’s kan een Chirongekoppelde app juridisch volstaan, mits volledige naleving van alle registratie-, beveiligings- en transparantieverplichtingen. Wie echter kiest voor het zichtbare taxilicht, kiest automatisch voor de taximeterplicht. De Vlaamse regelgeving laat weinig ruimte voor improvisatie en legt de lat hoog voor digitale én klassieke spelers in de taxisector.

Mannen domineren branche: vrouwelijke taxichauffeurs zijn zeldzame verschijning

De taximarkt in Nederland en Vlaanderen laat zich moeilijk één op één vergelijken, en dat heeft alles te maken met verschillen in definities en regelgeving.

Waar Vlaanderen werkt met het onderscheid tussen straattaxi’s en standplaatstaxi’s, hanteert Nederland een andere indeling waarbij de straattaximarkt uiteenvalt in de opstapmarkt en de bestelmarkt. Die nuance lijkt technisch, maar heeft grote gevolgen voor hoe cijfers worden verzameld en geïnterpreteerd. Daardoor zijn met name stedelijke statistieken niet altijd direct vergelijkbaar, ondanks dat ze op het eerste gezicht hetzelfde lijken te meten.

Ik heb een vergelijkend desktopresearch gedaan op basis van openbare overheids- en sectorbronnen. De belangrijkste methodische beperking is dat definities niet volledig samenvallen: in Vlaanderen is een straattaxi een taxi die in heel Vlaanderen mag werken, maar zonder voorafgaande bestelling geen klanten mag oppikken binnen 200 meter van een standplaats; voor standplaatstaxi’s is een extra lokale toelating nodig. In Nederlandse beleidsstukken valt de straattaximarkt juist uiteen in opstapmarkt en bestelmarkt. Daardoor zijn vooral stadscijfers niet helemaal 1-op-1 vergelijkbaar.

beschikbare cijfers

Toch tekent zich een duidelijke lijn af wanneer de beschikbare cijfers naast elkaar worden gelegd. Nederland beschikt over een veel sterker gecentraliseerd en gedetailleerd cijferbeeld van de sector. Begin 2023 telde het land ongeveer 35.000 taxivoertuigen, verdeeld over circa 12.000 bedrijven, waarvan zo’n 10.000 eenmanszaken. Die dominantie van kleine ondernemingen onderstreept hoe versnipperd de sector is ingericht. Vlaanderen beschikt eveneens over officiële vergunningenlijsten die maandelijks worden bijgewerkt, maar informatie over bijvoorbeeld geslacht, nationaliteit of rechtsvorm van ondernemers is daar veel minder eenduidig beschikbaar en vaak verspreid over lokale rapportages.

nationaliteiten

Voor Nederland vond ik wel een bruikbaar historisch officieel signaal, maar geen actuele complete momentopname van alle taxi-ondernemers. CBS liet zien dat ondernemers met Marokkaanse nationaliteit de grootste buitenlandse groep vormden (18%), gevolgd door ondernemers met Turkse nationaliteit (17%). CBS schrijft ook expliciet dat Turkse en Marokkaanse ondernemers relatief vaak in een taxibedrijf starten. Dat zegt dus iets over de instroom in die periode, niet over de volledige huidige populatie in 2026.

De Nederlandse taxisector is publiek veel beter in cijfers te vangen dan de Vlaamse. Nederland telde begin 2023 ongeveer 35.000 voertuigen en 12.000 bedrijven, waarvan circa 10.000 eenmanszaken; in de grote steden geven CBS-cijfers voor 2022 een orde van grootte van 3.715 taxi’s in Amsterdam, 1.228 in Rotterdam, 731 in Den Haag en 510 in Utrecht. Vlaanderen heeft wel een actuele, maandelijkse vergunningenregistratie, maar op stedelijk niveau vond ik vooral harde openbare totalen voor Gent en Brugge.

Wanneer wordt ingezoomd op de grote steden, valt op dat concrete cijfers in Vlaanderen schaars zijn. Gent vormt een uitzondering en rapporteerde 377 voertuigen in gebruik, samen met 433 actieve bestuurderspassen en 125 ondernemingen. Binnen dat totaal zaten onder meer 234 straattaxi’s en slechts 7 standplaatstaxi’s, aangevuld met andere categorieën zoals voertuigen met bestuurder. Brugge meldde 112 wagens met een vaste standplaats en daarnaast 40 chauffeurs die zonder standplaats via apps werken. Leuven houdt de deur meer gesloten als het gaat om exacte aantallen, al is wel bekend dat het aantal standplaatsvergunningen beperkt en volledig benut is.

Nederland biedt op dit punt een scherper beeld. Volgens cijfers uit 2022 reden er in Amsterdam 3.715 taxi’s, tegenover 1.228 in Rotterdam, 731 in Den Haag en 510 in Utrecht. Amsterdam springt er bovendien uit doordat de stad aangeeft dat er tussen de 5.000 en 7.000 chauffeurs actief zijn, terwijl ongeveer een derde van alle Nederlandse taxi’s er regelmatig rijdt. Dat verschil tussen geregistreerde en actieve voertuigen illustreert hoe dynamisch de markt is.

consistent patroon

De samenstelling van het chauffeursbestand laat een opvallend consistent patroon zien. Zowel in Vlaanderen als in Nederland is de sector sterk door mannen gedomineerd. Belgische sectorcijfers tonen dat slechts ongeveer 7 tot 7,5 procent van de chauffeurs vrouw is. Dat betekent dat ruim negen op de tien chauffeurs man zijn. Voor Vlaanderen zijn de beste openbare cijfers die ik vond Belgisch-sectoraal. Een oudere sectorstudie vond in dezelfde orde van grootte 7,9% vrouwelijke chauffeurs, wat het beeld van een zeer mannelijk gedomineerde sector bevestigt.

Voor Nederland vond ik in de geraadpleegde openbare bronnen geen recente, harde sectorbrede procentverdeling voor de hele taximarkt. In Nederland ontbreken exacte percentages in de geraadpleegde bronnen, maar onderzoek van CBS en TNO stelt dat taxichauffeurs “vrijwel altijd mannen” zijn, wat het beeld aan beide kanten van de grens bevestigt.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeur

De grote lijn is helder. Nederland is veel beter centraal gekwantificeerd: per 1 januari 2023 ging het om ongeveer 35.000 taxivoertuigen, circa 12.000 taxibedrijven en ongeveer 10.000 eenmanszaken. Vlaanderen heeft ook een officiële, maandelijks bijgewerkte vergunningenlijst met vergunde uitbaters en voertuigen, maar de publieke informatie over gender, nationaliteit en rechtsvorm is daar veel meer versnipperd over stedelijke rapporten en vergunningenlijsten.

Op financieel vlak is het belangrijk om onderscheid te maken tussen omzet en inkomen. Voor Nederland is er een concreet ijkpunt: in april 2023 lag de gemiddelde maandelijkse omzet uit taxivervoer op 2.612,50 euro binnen de opstap- en bestelmarkt. Dat is aanzienlijk lager dan de 3.527,50 euro die vóór de coronaperiode werd gemeten. Voor eenmanszaken komt de gemiddelde jaaromzet neer op ongeveer 45.935 euro, wat grofweg 3.800 euro per maand betekent, al geldt dat voor de gehele sector en niet uitsluitend voor straattaxi’s.

maandomzet

Hier is het belangrijk om omzet en inkomen uit elkaar te houden. Voor Nederland vond ik een directe maat voor de straattaximarkt: in onderzoek naar de opstap- en bestelmarkt lag de gewogen gemiddelde maandelijkse omzet uit taxivervoer op € 2.612,50 in april 2023, tegenover € 3.527,50 vóór corona. Dat is de hardste openbare maandmaat die ik vond voor taxi’s die hoofdzakelijk op de straattaximarkt werken. Het gaat dus om omzet uit taxivervoer, niet om netto ondernemersinkomen.

In Vlaanderen ontbreken vergelijkbare harde omzetcijfers voor straattaxi’s. Wat wel duidelijk is, is het verdienmodel: chauffeurs werken vaak op basis van een percentage van de opbrengst, doorgaans rond de 35 à 36 procent. Daarnaast ligt het gewaarborgd minimummaandinkomen in de sector sinds begin 2026 op 2.167,03 euro. Dat geeft een indicatie van inkomenszekerheid, maar zegt niets over de daadwerkelijke winst van zelfstandige ondernemers.

Als bredere context voor Nederland: de gemiddelde jaaromzet in 2022 lag op € 45.935 per eenmanszaak, € 144.399 per vof en € 672.503 per bv in de taxibranche. Voor een eenmanszaak is dat ruwweg ongeveer € 3.800 omzet per maand, maar dat cijfer geldt voor de hele taximarkt en niet alleen voor straattaxi’s.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

Voor Vlaanderen vond ik géén betrouwbare, actuele publieke bron die een echt gemiddeld maandinkomen van straattaxi’s als ondernemingsresultaat of chauffeursloon vastprikt. Wat wel hard onderbouwd is: in de taxi-cao worden chauffeurs traditioneel betaald op recette, grofweg 35 à 36% van de gerealiseerde omzet, en het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen in de sector taxi bedroeg vanaf 1 januari 2026 € 2.167,03 per maand. Dat is dus een loon- en cao-indicator, geen gemiddelde netto winst per taxi-ondernemer.

Ook op het vlak van nationaliteit van ondernemers is het beeld fragmentarisch. Voor Nederland zijn er historische gegevens die laten zien dat ondernemers met een Marokkaanse en Turkse achtergrond relatief vaak instroomden in de sector, met respectievelijk 18 en 17 procent van de starters in de periode 2007–2014. Actuele, volledige cijfers ontbreken echter. In Vlaanderen zijn dergelijke uitsplitsingen in publiek toegankelijke bronnen nauwelijks terug te vinden.

rechtsvorm

Wat betreft rechtsvorm is Nederland opnieuw duidelijker in kaart gebracht. De sector wordt gedomineerd door eenmanszaken, die het overgrote deel van de bedrijven vormen. In Vlaanderen is bekend dat zowel natuurlijke personen als rechtspersonen een taxidienst mogen uitbaten, maar concrete verdelingen ontbreken.

Voor Nederland is dit punt juist wél goed zichtbaar. Van de circa 12.000 taxibedrijven per 1 januari 2023 waren er ongeveer 10.000 eenmanszaken. Bovendien vormen eenmanszaken, vof’s en bv’s samen 96–97% van de totale taximarkt. Dat wijst op een sterk gefragmenteerde sector waarin kleinschalig ondernemerschap domineert, met de eenmanszaak als veruit belangrijkste vorm. Momenteel telt Nederland ± 15.445 taxiondernemingen (2024) volgens de Taximonitor. Het exacte aantal verschilt iets per bron en definitie (bijv. wel/geen zzp’ers), maar de orde van grootte is duidelijk: ongeveer 15.000 bedrijven.

Alles bij elkaar laat de vergelijking zien dat Nederland een transparanter en beter gedocumenteerd beeld biedt van de taxisector, terwijl Vlaanderen meer versnipperde en lokaal georganiseerde informatie kent. De kern blijft echter gelijk: een sector die sterk leunt op kleine ondernemers, grotendeels wordt gedragen door mannen en financieel onder druk staat door schommelende omzetten en veranderende marktomstandigheden.

conclusie

Actueel cijfermateriaal over de taxisector is lastig te verkrijgen, omdat de belangrijkste meetinstrumenten en statistische publicaties vaak met een zekere tijdsvertraging werken. Bronnen zoals het CBS leveren weliswaar betrouwbare en methodisch sterke cijfers, maar die hebben in de praktijk vaak betrekking op een eerder verslagjaar en sluiten daardoor niet altijd aan op de meest recente ontwikkelingen in de markt. Daarnaast hanteren landelijke databronnen, gemeentelijke vergunningenregisters en sectorrapporten niet altijd dezelfde definities van taxi-, straattaxi- en bestelvervoer, waardoor cijfers moeilijk rechtstreeks te vergelijken zijn. Hierdoor moet een analyse van de sector vaak worden opgebouwd uit een combinatie van oudere landelijke statistieken en recentere, maar versnipperde, lokale gegevens.

Geen taxilicht zonder meter: taximeter of app dit zijn de regels voor taxi’s in Vlaanderen

Het gebruik van taximeters en digitale apps in de Vlaamse taxisector zorgt al geruime tijd voor discussie onder exploitanten en chauffeurs.

De regelgeving is echter glashelder voor wie ze grondig leest. Vlaanderen maakt een scherp juridisch onderscheid tussen straattaxi’s en standplaatstaxi’s, en precies dat onderscheid bepaalt of een klassieke, Europees gehomologeerde taximeter verplicht is, dan wel of een Chirongekoppelde softwareoplossing kan volstaan.

Diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer, kortweg IBP, worden in het decreet van 29 maart 2019 onderverdeeld in verschillende categorieën. De twee belangrijkste voor deze analyse zijn de straattaxi en de standplaatstaxi. Het verschil lijkt op het eerste gezicht technisch, maar heeft verstrekkende gevolgen voor de uitrusting van het voertuig, de tariefweergave en de registratie van ritgegevens.

taxistandplaats

Een standplaatstaxi is een voertuig dat het publiek bedient vanaf een officiële taxistandplaats op de openbare weg. Voor deze categorie laat de regelgeving geen ruimte voor interpretatie. Het uitvoeringsbesluit van 9 juni 2023 bepaalt uitdrukkelijk dat het voertuig moet beschikken over een meetinstrument zoals bedoeld in bijlage 9 bij het federale koninklijk besluit betreffende meetinstrumenten. Het gaat om de zogenoemde MI-007 taximeter, een Europees gehomologeerd toestel dat onder de meetinstrumentenrichtlijn 2014/32/EU valt. Daarnaast is ook een taxilicht op het dak verplicht. De combinatie van taxilicht en meetinstrument is onlosmakelijk. Wie een standplaats inneemt, moet dus zowel een geijkte taximeter als een taxilicht hebben. Een loutere app of boordsoftware, hoe geavanceerd ook, kan hier juridisch geen vervanging zijn van de fysieke taximeter.

De situatie ligt anders bij de straattaxi. Dat is een voertuig dat ter beschikking wordt gesteld van het publiek op de openbare weg, maar niet vanaf een officiële standplaats. Vlaanderen stelt expliciet dat een straattaxi geen taxilicht of taximeter nodig heeft. Dat betekent echter niet dat er geen verplichtingen gelden. Ook zonder fysieke taximeter moet de exploitant voldoen aan strikte regels inzake apparatuur, gegevensregistratie en transparantie.

Chiron

Centraal in die verplichtingen staat de Vlaamse gegevensbank, in de praktijk bekend als Chiron. Die gegevensbank is geen app, maar een digitale databank met een API-koppeling. Exploitanten of hun tussenpersonen moeten ritgegevens aanleveren bij reservatie, bij de start en bij het einde van de rit. Het gaat om gegevens zoals exploitant, bestuurder, voertuig, tijdstip, vertrek- en aankomstplaats, uniek ritnummer, afstand en eindprijs. De Chiron Startersgids spreekt in dat verband over een “realtime registratie” van elke bezoldigde rit.

De Chiron Startersgids van de Vlaamse overheid verduidelijkt dat Chiron een centrale databank met een API is, bedoeld om ritgegevens te ontvangen. Chiron is expliciet geen mobiele of webapplicatie; exploitanten sturen data door via hun taxisoftware (mobiele webapp, platform of taximeter).

Een straattaxi ontvangt een bestelling via een platform, maakt een prijsafspraak en stuurt (via software) de bestelgegevens en ritdata naar de Vlaamse gegevensbank op het voorziene tijdstip (reservatie/start/ einde). Omdat het een bestelde rit is, mag de tariefstructuur elektronisch meegedeeld worden met schriftelijke
bevestiging, en is de tarievenkaart niet de verplichte drager (vergunningskaart vervangt). Aan het einde moet een vervoerbewijs met alle verplichte vermeldingen worden afgegeven; de
exploitant bewaart de beveiligde data gedurende zeven jaar.

Voor straattaxi’s kan “andere apparatuur dan een taximeter” volstaan, op voorwaarde dat die apparatuur de vereiste gegevens beveiligd registreert, opslaat en raadpleegbaar maakt. Het uitvoeringsbesluit benadrukt dat de integriteit, onveranderlijkheid, oorsprong en niet-weerlegbaarheid van de gegevens gewaarborgd moeten zijn. Bovendien moeten de gegevens extern worden opgeslagen zodat bevoegde overheidsdiensten er toegang toe hebben. Exploitanten en tussenpersonen moeten deze gegevens zeven jaar bewaren en op verzoek kunnen voorleggen.

Een exploitant neemt met een voertuig een taxistandplaats in (standplaatstaxi). Dan zijn taxilicht en
meetinstrument verplicht. De ritprijs volgt het toepasselijke tariefkader; het meetinstrument en de
apparatuur moeten de dienststaat en het vervoerbewijs kunnen genereren, en de gegevens moeten
opvraagbaar zijn.


Foto: © Pitane Blue – Taxis Pitane Link

Een exploitant wil “zichtbaarheid” zoals een klassieke taxi en monteert taxilicht op een straattaxi, maar installeert geen meetinstrument. Dit is expliciet strijdig met de regel dat taxilicht alleen mag als er ook een meetinstrument aanwezig is. De boetetabel voorziet hiervoor een onmiddellijke inning van € 350.

De keuze voor een taxilicht heeft belangrijke gevolgen. Een voertuig mag alleen een taxilicht dragen als het ook beschikt over het vereiste meetinstrument. Wie als straattaxi toch met taxilicht wil rijden, activeert daarmee automatisch de verplichting om een MI-007 taximeter te installeren. De sanctie bij overtreding is duidelijk vastgelegd in bijlage 10 van het uitvoeringsbesluit: een onmiddellijke inning van 350 euro voor een voertuig met taxilicht zonder meetinstrument aan boord.

tarieven

Naast de technische uitrusting speelt tarieftransparantie een sleutelrol. Het decreet verplicht dat tarieven op transparante wijze kenbaar worden gemaakt vóór de klant de rit aanvraagt of bestelt. Het uitvoeringsbesluit werkt dit verder uit. De tariefstructuur moet vooraf duidelijk zijn en kan bestaan uit een startprijs, kilometerprijs, wachtprijs, uurprijs of forfaits. Bij niet-bestelde ritten moet een tarievenkaart op de achterste rechter zijruit worden bevestigd en van buitenaf leesbaar zijn. Bij een bestelde rit mag de tariefstructuur telefonisch of elektronisch worden meegedeeld, mits schriftelijke bevestiging. Bovendien moet vóór de rit een prijsindicatie van het eindbedrag worden meegedeeld.

Prijsinformatie moet in het voertuig zichtbaar zijn voor de passagier, tenzij er een voorafgaande prijsafspraak is. Ook zonder taximeter moet er dus een duidelijke prijsweergave zijn. Aan het einde van elke rit moet zonder verzoek een vervoerbewijs worden afgeleverd met verplichte vermeldingen zoals exploitant, voertuig, bestuurder, ritnummer, tijdstip en plaats van in- en uitstappen, kilometerstand, tarief en te betalen bedrag. Een handgeschreven vervoerbewijs is enkel toegestaan als het op geen andere manier kan worden bezorgd, en in dat geval mag de bestuurder niet verder rijden zolang die onmogelijkheid blijft bestaan.

handhaving

Handhaving is streng georganiseerd. Toezichthouders en politie kunnen documenten inkijken, voertuigen controleren en zelfs vergunningen tijdelijk inhouden. Niet-conforme of ontbrekende apparatuur kan leiden tot onmiddellijke inningen die variëren van 300 tot 500 euro, afhankelijk van de aard van de inbreuk. Bij niet-betaling door personen zonder vaste verblijfplaats in België kan het voertuig tot 96 uur worden ingehouden en nadien zelfs in beslag genomen.

De conclusie is duidelijk. Voor standplaatstaxi’s is een fysieke, Europees gehomologeerde taximeter verplicht en kan een app die rol niet overnemen. Voor straattaxi’s kan een Chirongekoppelde app juridisch volstaan, mits volledige naleving van alle registratie-, beveiligings- en transparantieverplichtingen. Wie echter kiest voor het zichtbare taxilicht, kiest automatisch voor de taximeterplicht. De Vlaamse regelgeving laat weinig ruimte voor improvisatie en legt de lat hoog voor digitale én klassieke spelers in de taxisector.

Stadsbestuur grijpt in: woekerritten in Oostende kost reizigers geld

In Oostende stapelen de klachten zich op over taxichauffeurs die hogere tarieven aanrekenen dan wettelijk is toegestaan.

Volgens de geldende afspraken met de stad mag een rit binnen het stadsgebied maximaal 15 euro kosten, ook tijdens nachtelijke uren. Toch lijken sommige chauffeurs zich weinig aan te trekken van deze regels, tot frustratie van klanten én stadsbestuur.

Het reglement is nochtans duidelijk. Sinds de invoering in 2022 gelden er vaste tarieven voor ritten binnen de grenzen van Oostende. Overdag wordt per kilometer 2,60 euro aangerekend, met een limiet van 15 euro. Tussen middernacht en 6 uur ’s ochtends geldt een startbedrag van 10 euro, waarna hetzelfde kilometertarief wordt toegepast tot het maximum bereikt is.

Toch circuleren er steeds meer meldingen van klanten die tot 20 of zelfs 25 euro moesten betalen voor korte ritten. Een vrouw getuigde over een incident: “De chauffeur vroeg 20 euro voor een rit die normaal 15 euro zou moeten kosten. Toen ik dreigde met de politie, ging hij akkoord met het juiste bedrag.” Haar ervaring is geen alleenstaand geval.

standplaats

Taxi’s die geen vaste standplaats hebben blijken moeilijker te controleren. Zij zouden vaker geneigd zijn om hogere prijzen te vragen, zonder de verplichte tarieven zichtbaar te afficheren. De nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met Chauffeur (GTL) wijst erop dat het Oostendse taxibeleid in een complexe wettelijke context opereert. Volgens GTL mogen steden sinds de Vlaamse taxihervorming van 2020 enkel tarieven opleggen aan ritten die worden aangeboden vanop officiële taxistandplaatsen, zoals aan het station of op pleinen en markten. 

De stad Oostende beschikt volgens de sectororganisatie GTL over een belangrijk controlemiddel om grip te houden op de werking van taxi’s binnen haar grondgebied. Via de Chiron-databank, het centrale Vlaamse registratiesysteem voor taxi’s, kunnen lokale besturen nagaan of een chauffeur al dan niet een vooraf gereserveerde rit uitvoert. Op die manier kunnen politiediensten en controleurs handhaven tegen chauffeurs van buiten Oostende die zich ophouden in de buurt van taxistandplaatsen, zonder een vooraf bevestigde rit.

Voor ritten die via apps, telefonisch of op straat worden geregeld geldt dat lokale overheden geen maximumtarieven meer mogen vastleggen. Daardoor ontstaat een grijze zone waarin bepaalde chauffeurs, ondanks de verordening van de stad Oostende, hogere bedragen kunnen vragen zonder formeel de regels te overtreden. Deze hervorming ondermijnt volgens GTL de controleerbaarheid van het systeem en leidt tot verwarring bij klanten die denken beschermd te zijn door uniforme tarieven, terwijl dat wettelijk slechts deels het geval is.

Foto: © Pitane Blue – Marie-Joséplein Oostende

Bij vooraf bestelde taxiritten via een app of taxicentrale geldt een vrij tariefregime, wat betekent dat de prijs niet wordt beperkt door het stedelijke taxireglement. Dit systeem, ingevoerd sinds de Vlaamse taxihervorming van 2020, laat toe dat tarieven fluctueren afhankelijk van de vraag. Wanneer er meer vraag is naar taxi’s, zoals tijdens grote evenementen of op drukke uitgaansavonden, kunnen de prijzen voor app-ritten gevoelig stijgen. Hierdoor ontstaan situaties waarin klanten voor eenzelfde traject tot dubbel zoveel betalen als bij een standplaatstaxi.

Het merendeel van de vergunde chauffeurs houden zich wél aan de afspraken. Maar bij de straattaxi’s loopt het soms fout. Die zijn moeilijker te controleren en veroorzaken nu deze negatieve beeldvorming. Het stadsbestuur is op de hoogte van de situatie en onderneemt actie. Volgens schepen Maxim Donck wordt er gewerkt aan een nieuw reglement voor taxivergunningen.

Ook burgemeester John Crombez bevestigt in de media dat er aan een nieuw kader wordt gewerkt. Naast strengere eisen voor licentiehouders, wil de stad ook het toezicht op straat opvoeren. Politie en stadsdiensten voeren al steekproefsgewijs controles uit en chauffeurs die betrapt worden op overtredingen riskeren boetes of sancties.

vraag en aanbod

Tijdens het zomerseizoen en bij drukke evenementen nemen de meldingen toe, blijkt uit cijfers van het stadsbestuur. Vooral ’s nachts, wanneer het openbaar vervoer stilligt, grijpen klanten naar de taxi en worden ze soms geconfronteerd met prijzen die niet in verhouding staan tot het traject. 

Deze vrije tariefzetting voor straattaxi trekt ook chauffeurs van buiten Oostende aan, die via platformen als Bolt of Uber naar de kuststad komen om tijdens piekmomenten extra inkomsten te genereren. Hoewel zij wettelijk gezien niet gebonden zijn aan de Oostendse maximumtarieven, zorgt hun aanwezigheid wel voor toenemende concurrentie voor lokale taxibedrijven. Bovendien hangen zij vaak in de buurt van taxistandplaatsen rond, in afwachting van een digitale ritboeking, wat de indruk wekt van illegaal klanten ronselen.

Volgens de verordening zijn alle taxi’s verplicht hun tarieven zichtbaar in de wagen aan te brengen. In realiteit blijkt dat niet elke chauffeur zich aan die regel houdt. Klanten worden daarom aangespoord om altijd vooraf naar de prijs te vragen en verdachte praktijken te melden bij de stad of de politie.

Taxichauffeurs eisen hervormingen: “aan de rand van faillissement door Uber”

In Brussel demonstreren tientallen taxichauffeurs bij het hoofdkantoor van Uber en het Brussels Parlement, uit protest tegen de oneerlijke concurrentie van taxiplatformen zoals Uber en Bolt.

Deze actie wordt georganiseerd door de Belgische Vereniging van Limousinechauffeurs (ABCL), die oproept tot hervormingen van de wetgeving om de balans tussen straattaxi’s en de digitale taxidiensten te herstellen. Het protest begon vroeg in de ochtend, met een bijeenkomst van taxichauffeurs voor het Uber-kantoor in Etterbeek, waarna de stoet zich verplaatste naar het Poelaertplein en het Brussels Parlement. Deze route is bewust gekozen om ook langs de socialistische vakbond ABVV te trekken, waarvan de taxichauffeurs beweren dat zij de belangen van Uber zouden steunen.

De traditionele straattaxi’s, die tot 2022 officieel bekend stonden onder de naam ‘verhuur van voertuigen met chauffeur’, stellen dat de huidige regelgeving hen steeds verder in de problemen brengt. De chauffeurs benadrukken dat ze kampen met drastische omzetdalingen sinds de opkomst van taxiplatformen, die onder de huidige regels vrijwel vrij spel lijken te hebben. Volgens ABCL hebben veel chauffeurs moeite om het hoofd boven water te houden en dreigen sommigen zelfs failliet te gaan. “De meeste straattaxichauffeurs staan aan de rand van het faillissement,” klinkt het. Ze dringen aan op een herziening van de wetgeving om een eerlijk speelveld te creëren.

Een van de voornaamste eisen van ABCL is de invoering van een minimumtarief dat onafhankelijk is van commissiekosten, waarbij tarieven aangepast kunnen worden voor nachtritten of op feestdagen. Momenteel bepalen platformen als Uber deze tarieven zelf, wat ertoe leidt dat chauffeurs minder verdienen en afhankelijk zijn van fluctuerende commissies. Volgens ABCL zou een wettelijk minimumtarief chauffeurs een eerlijker inkomen garanderen en de financiële druk verlichten die door de lage prijzen van de platforms ontstaat. ABCL pleit daarnaast voor een maximaal percentage voor de commissiekosten die platforms mogen rekenen, zodat chauffeurs niet nog meer inkomsten verliezen aan platformkosten.

Foto: © Pitane Blue – taxi in Brussel

Ook pleit de organisatie voor exclusieve standplaatsen voor straattaxi’s, waar zij zonder concurrentie van platformchauffeurs kunnen wachten op klanten. Dit zou chauffeurs in staat stellen hun diensten op een stabiele manier aan te bieden zonder te concurreren met platformchauffeurs die vaak andere tarieven en werkomstandigheden hebben. ABCL ziet de integratie van een ‘enkelvoudig statuut’ voor straattaxi’s en standplaatstaxi’s als een belangrijk punt om een uniforme standaard te creëren in de Brusselse taximarkt, zodat er geen verschillende regels gelden voor verschillende soorten taxidiensten.

Een ander groot knelpunt is de invoering van de lage-emissiezone in Brussel. Vanaf januari 2025 moeten alle taxivoertuigen volledig elektrisch zijn, maar de chauffeurs vrezen dat zij niet in staat zijn deze overstap financieel te maken, zeker niet binnen de korte tijd die nog rest. Hoewel de Brusselse regering onlangs besloot de invoering van deze zone voor particulieren uit te stellen tot 2027, geldt deze uitzondering niet voor taxi’s. ABCL vraagt daarom dringend om hetzelfde uitstel ook voor hen toe te passen, zodat chauffeurs meer tijd hebben om over te schakelen naar elektrische voertuigen.

Het protest in Brussel heeft tot doel aandacht te vragen voor de nijpende situatie waarin straattaxi’s zich bevinden en een dialoog op gang te brengen met beleidsmakers over de toekomst van de Brusselse taximarkt. De taxichauffeurs hopen dat de Brusselse regering bereid is om hun eisen in overweging te nemen en tot een eerlijke en duurzame oplossing te komen.

Uber eerder een gevaar voor de taxisector volgens TCA directeur

TCA-directeur Hedy Borreman ziet Uber eerder als een gevaar voor de taxisector, dan ‘als een manier om als bedrijf scherp te blijven’. Dat schrijft het onafhankelijk vakblad Personenvervoer Magazine na het beluisteren van BNR Zakendoen. In een typische zwart-wit dilemmavraag tijdens het programma zag directeur Hedy Borreman van de Taxicentrale Amsterdam (TCA) Uber en alle andere platformen “eerder als een gevaar voor de taxibranche dan als een manier om zelf als bedrijf scherp te blijven. Uber maakt lage prijzen over de rug van de taxichauffeurs.”

“Het enige wat we proberen is om mensen op te voeden: joh, weet wat je kiest en waarom. Maar we houden het met z’n allen in stand.”

Hedy Borreman, TCA-directeur

Volgens Borreman moeten chauffeurs bij Uber meer uren maken om op een redelijke omzet te komen en komt dat de veiligheid niet ten goede. Dat TCA-chauffeurs soms ook voor Uber en andere platformen rijden, leek de interviewer, Thomas van Zijl, te verbazen. “Deze chauffeurs worden via Uber’s algoritme gelokt met aantrekkelijke aanbiedingen en naarmate ze langer voor Uber rijden dalen de opbrengsten en moeten ze meer uren maken om een redelijke omzet de maken.” Zo ontstaat, aldus Borreman, een neerwaartse prijsdruk en zijn mensen gewend voor lage prijzen te rijden, terwijl ze de TCA-taxi’s – die nog steeds binnen 5 minuten voor de deur staan – als ‘duur’ zien. 

vernieuwde app

TCA concurreert bewust niet op prijs, behalve via de vernieuwde app, die onlangs de Publieksprijs van MKB Amsterdam won. Iedereen, ook zonder account, kan via de TCA-app een taxi bestellen. Wie geen account heeft, betaalt elektronisch in de taxi de reguliere meterprijs. Account-klanten kunnen via de app op korting rekenen. Dat de TCA vasthoudt aan een redelijke prijs heeft ook te maken met het feit “dat wij zorgen voor onze chauffeurs. Daar staan wij gewoon voor.” Ook probeert ze taxiklanten te informeren over de verschillen tussen ‘de taxi’ en ‘de platformen’: “Het enige wat we proberen is om mensen op te voeden: joh, weet wat je kiest en waarom. Maar we houden het met z’n allen in stand.”

Lees het volledige artikel op Personenvervoer Magazine.

Lees ook: TCA doet opvallende oproep naar Amsterdamse GGD

TCA Amsterdam

Veel taxichauffeurs zien geen toekomst meer in de sector

Met name platformtaxichauffeurs hebben het momenteel erg zwaar en zeggen te weinig steun en advies te hebben gekregen tijdens de coronacrisis. Uit een enquête van FNV onder taxichauffeurs blijkt dat 71% verwacht volgend jaar niet meer als taxichauffeur te werken. Bij platformtaxichauffeurs, die vooral voor Uber werken, is het percentage dat verwacht te stoppen (76%) hoger dan bij zelfstandig taxichauffeurs die rijden voor een taxicentrale (68%).

De taximarkt kan worden verdeeld in twee markten, de markt voor contractvervoer zoals WMO- en leerlingenvervoer en de markt voor straattaxivervoer. De straattaximarkt bestaat uit de besteld vervoermarkt of bestelmarkt (app/bellen) en de opstapmarkt, taxi’s op standplaats of die men onderweg kan aanhouden. Taxichauffeurs zijn veelal ZZP – taxiondernemers en kunnen tegelijkertijd actief zijn in verschillende deeltaximarkten. Veel zijn dagelijks actief in zowel de bestel- als opstapmarkt.

schorsen van het kenteken

Terwijl de omzet is ingestort, lopen de maandelijkse vaste kosten, zoals de lease van auto, verzekering, telefoonabonnement en taxivergunning, wel door. Tijdens de zwaarste periode van de coronacrisis hebben veel taxichauffeurs het kenteken tijdelijk geschorst. Door deze schorsing kon men vaste kosten zoals de verzekering ook tijdelijk schrappen. Nu het leerlingenvervoer weer opstart gaan veel van deze chauffeurs nog niet aan de slag omdat deze aanvulling op de dagelijkse straattaxi activiteiten niet voldoende is om de taxi uit de schorsing te halen.

De onzekere toekomst op de taximarkt noopt hen de wagen geschorst te laten omdat een tweede schorsing er niet in zit. Slechts 1% in de sector heeft zich verzekerd tegen inkomensverlies. Tijdens de afgelopen maanden had amper 10% van taxichauffeurs een financiële buffer. Regelingen waren aan de orde van de dag. Van een uitstelregeling met de autolease of financieringsmaatschappijen maakte 72% gebruik.

De overheid heeft voor 87% van de beroepsgroep via de TOZO regeling steun aangeboden. Van al de platformchauffeurs tot 69% een beroep op de TOGS regeling maar lijkt niet aan de voorwaarden te voldoen van de 4000,- EUR kosten in drie maanden. Een nieuwe financiële tegenvaller ligt daar nog op de loer. De FNV hield een enquête onder taxichauffeurs die voor een platform als UberTaxi rijden of als zelfstandige werkzaam zijn. Zij hebben hun inkomen zien wegvallen en kunnen maar deels terugvallen op overheidssteun. Bijna driekwart van de taxichauffeurs ziet geen toekomst meer in de taxibranche.

Lees ook: FNV blij met steun maar Uber ontloopt verantwoordelijkheid

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

bron: FNV


Nederland en België bij de duurste landen ter wereld voor gebruik van een taxi

Met apps voor het delen van ritten zoals Uber en Lyft, vraag je je misschien af waar het ter wereld nog steeds mogelijk is om een goedkope taxi te nemen. Taxi’s zijn nog niet verdwenen en in veel landen vertrouwt men nog heel sterk op de diensten van de taxichauffeurs.

Men moet er rekening mee houden dat daar waar goedkope taxi’s zijn, er vaak een vergelijkbare concurrerende rit is via openbaar vervoer. Een kijkje in de goedkoopste landen voor taxi’s zou ook enig inzicht kunnen bieden in waar men de taxi kan gebruiken maar wij richten ons liever op de duurste plaatsen voor een taxi waar men kan overwegen alleen op openbaar vervoer te vertrouwen.

Zwitserland koploper, Nederland en België scoren ook hoog.

De landen waar veruit de duurste tarieven worden gevraagd zijn met Zwitserland als koploper, Japan, Duitsland, Nederland, België, Oostenrijk, Nieuw-Zeeland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Zweden.

Kort gezegd betekent dit dat de meeste West-Europese landen plus Japan geen goedkope taxi’s hebben. Hoewel onze tabellen geen Amerikaanse gegevens bevatten, zijn vergelijkbare rapporten over taxiprijzen de afgelopen jaren ongeveer tot dezelfde conclusie gekomen over taxiprijzen over de hele wereld.

Voorzichtig zijn met al die prijsvergelijkingen.

We moeten altijd voorzichtig zijn met het vergelijken van de kosten per land want de relatieve taxikosten zijn vaak anders en deze hebben misschien geen invloed op je keuze van bestemming, maar ze hebben wel invloed op je keuze om je te verplaatsen in een bestemming die je bezoekt.

Aan de andere kant is het ook een goed idee om in West-Europa en Japan vast te houden aan trams, metro’s en spoorverbindingen in de voorsteden. Die zijn vaak zeer goed en goedkoper dan een taxirit door de korte afstanden.

Lees ook: Aantal taxibedrijven in Nederland bijna verdubbeld in amper vijf jaar tijd

Alternatief taxivervoer
File maakt taxirit duurder