Uitdagingen op de weg naar duurzame mobiliteit op de werkvloer

Slechts 16% van de werkgevers heeft CAO-afspraken over duurzame mobiliteit.

Het recent gepubliceerde onderzoek van het Directoraat-Generaal Mobiliteit (DGMo) biedt een genuanceerd beeld van hoe Nederlandse werkgevers met meer dan 100 werknemers duurzaam reisgedrag onder hun medewerkers bevorderen. Dit diepgaande onderzoek liep van mei tot juni en benaderde bedrijven via zowel schriftelijke uitnodigingen als telefonisch contact. Met 1.016 volledig ingevulde vragenlijsten biedt het een schat aan informatie.

Hoewel 60% van de werknemers nog steeds met de auto naar het werk reist, is er een positieve verschuiving merkbaar. Het aantal laadpunten voor elektrische auto’s is bijvoorbeeld toegenomen van gemiddeld zes naar tien per bedrijfsvestiging. Echter, deze vooruitgang varieert afhankelijk van de bedrijfsgrootte. Bij werkgevers met meer dan 500 werknemers is de toename van laadpunten sterker dan bij kleinere werkgevers. Dit suggereert een kloof tussen de capaciteit van grote en kleine organisaties om duurzame maatregelen te implementeren.

De fiets wint gestaag aan terrein in het Nederlandse bedrijfsleven, gestimuleerd door uitgebreide en verbeterde faciliteiten

Hoewel de trends bemoedigend zijn, blijven er uitdagingen. Het aantal fietsenstallingen en oplaadpunten moet bijvoorbeeld in verhouding staan tot de vraag, en niet elke werklocatie is makkelijk bereikbaar per fiets. Ook is het de vraag of de toegenomen faciliteiten werknemers daadwerkelijk aanzetten tot fietsen, of dat ze enkel de bestaande fietscultuur versterken.

Fietsenstallingen zijn vrijwel universeel aanwezig bij Nederlandse werkgevers, een indicatie dat fietsen erkend wordt als een belangrijk vervoersmiddel. Maar wat vooral opvalt, is de opkomst van aanvullende faciliteiten zoals omkleedruimtes, douches, kluisjes en laadpunten voor elektrische fietsen. De fietsenstalling is dus niet langer een bijzaak; het wordt een centraal element in het bredere duurzaamheidsbeleid van een bedrijf.

De meeste werkgevers hebben inmiddels een fietsenstalling, en velen bieden nu ook aanvullende diensten zoals omkleedruimtes, douches, en zelfs oplaadpunten voor elektrische fietsen, die zijn gestegen van gemiddeld zeven naar elf per locatie. Dit toont aan dat fietsen meer is dan een bijzaak; het wordt serieus genomen als een duurzaam alternatief voor reizen.

Het onderzoek wijst ook op de stabiliteit van thuiswerken als fenomeen. Ondanks de pandemische invloed blijft het percentage werknemers dat regelmatig thuiswerkt onveranderd op 33%. Dit betekent echter ook dat er een toename is in het percentage werkgevers zonder actief beleid voor het spreiden van kantoorbezetting, van 25% tot 33%. Hoewel thuiswerken voordelen biedt, brengt het ook nieuwe uitdagingen met zich mee, zoals het vinden van een evenwicht tussen flexibiliteit en productiviteit.

Slechts 16% van de werkgevers heeft CAO-afspraken over duurzame mobiliteit. Echter, dit percentage kan niet worden genegeerd, vooral als we bedenken dat 79% van de werknemers onder een CAO valt. Het feit dat 30% van de werkgevers nu een certificering of keurmerk heeft op het gebied van duurzaamheid, tegenover 20% vorig jaar, is een ander positief signaal.

Hoewel er minder investeringen worden verwacht in thuiswerkvoorzieningen, is er een algemene verwachting van groei in het aantal elektrische auto’s en laadpalen. Deze trend is echter minder sterk in de publieke sector, wat mogelijk duidt op budgettaire of bureaucratische obstakels.

De uitdaging ligt niet alleen in het overstappen op duurzamere vervoermiddelen, maar ook in het aanpakken van bredere gedrags- en beleidskwesties. Het DGMo-onderzoek belicht de noodzaak van een holistische benadering. Er zijn stappen gezet, maar er is een gerichte inspanning nodig van zowel de private als de publieke sector om substantiële verandering te bewerkstelligen.

Problemen met parkeren voor invaliden bij de Tong Tong Fair

De 63e Tong Tong Fair blijft een bruisend evenement dat een unieke kijk geeft op de Indische cultuur en erfgoed.

De Tong Tong Fair, een van de grootste Euraziatische beurzen in de wereld, ging deze week van start met een officiële opening door de burgemeester van Den Haag, Jan van Zanen. De 63e editie van dit illustere evenement, dat dit jaar tot 10 september loopt, gaat door op het Malieveld en trekt elk jaar duizenden bezoekers. In zijn enthousiaste openingstoespraak prees burgemeester Jan van Zanen de organisatie voor hun pionierswerk in de overdracht van Indisch erfgoed. “Dit evenement is een essentieel platform voor het delen en vieren van de Indische cultuur en geschiedenis,” zei van Zanen.

Bijzondere aandacht ging uit naar de expositie ‘Onteigend’, die focust op het thema slavernij in de Indonesische archipel. Gezien het dit jaar een Herdenkingsjaar Slavernij is, biedt de expositie een unieke kans om deze vaak onderbelichte geschiedenis te verkennen. Na de officiële opening bezocht de burgemeester de stand van Warung Tamalinda. Dit jaar markeert de 50e deelname van deze stand, waarmee het de oudste deelnemer van de Tong Tong Fair is. Burgemeester van Zanen feliciteerde de oprichter Luc Leihitu en zijn kinderen Omar en Belinda, die nu de stand runnen.

De dichtstbijzijnde parkeergarage onder het Malieveld is niet voorzien van een lift, wat het voor rolstoelgebruikers en anderen met beperkte mobiliteit moeilijk maakt om het evenementterrein te bereiken.

Afhankelijk van de dag waarop je de Tong Tong Fair wilt bezoeken, varieert de prijs van een toegangskaartje. Het Malieveld ligt op ongeveer 5 minuten loopafstand van het Centraal Station, met een brede promenade die het station en het Malieveld verbindt.

parkeren

Bij grote evenementen zoals de Tong Tong Fair kan parkeren een uitdaging zijn, en dit geldt nog sterker voor mensen met een handicap. Hoewel het Malieveld dicht bij het Centraal Station ligt en goed bereikbaar is met het openbaar vervoer, kan het voor invaliden complexer zijn om er te komen. Staatsbosbeheer, de eigenaar van het Malieveld, staat sinds 2019 niet langer toe dat er op het veld zelf wordt geparkeerd. Dit verbod geldt ook voor mensen met een handicap, wat betekent dat zij zich moeten wenden tot de omliggende parkeergarages.

De dichtstbijzijnde parkeergarage onder het Malieveld is niet voorzien van een lift, wat het voor rolstoelgebruikers en anderen met beperkte mobiliteit moeilijk maakt om het evenementterrein te bereiken. Daarnaast is het niet duidelijk aangegeven waar er parkeerplaatsen zijn die zijn aangepast voor invaliden.

Een andere optie is om buiten Den Haag te parkeren, zoals bij P+R Hoornwijck. Vanaf deze parkeergarage kan men tram 15 nemen naar het centrum van Den Haag. Echter, de afstand van 260 meter tussen de parkeerplaats en de tramhalte kan ook problematisch zijn voor mensen met beperkte mobiliteit. Voor diegenen die niet in staat zijn om gebruik te maken van de reguliere parkeermogelijkheden, is er de optie om een taxi te nemen. Bij de infobalie op het terrein kan men een taxi bestellen, al is dit een duurdere optie.

Afhankelijk van de dag waarop je de Tong Tong Fair wilt bezoeken, varieert de prijs van een toegangskaartje.

aandachtspunt

De huidige situatie benadrukt de noodzaak voor meer toegankelijke parkeeropties bij grote publieke evenementen zoals de Tong Tong Fair. Het is van essentieel belang dat er rekening wordt gehouden met de behoeften van bezoekers met beperkte mobiliteit. Desondanks, de 63e Tong Tong Fair blijft een bruisend evenement dat een unieke kijk geeft op de Indische cultuur en erfgoed. Met de speciale aandacht voor de slavernijgeschiedenis in de Indonesische archipel dit jaar, biedt het een diepere laag van betekenis en belang.

Mis deze kans niet om een stukje van deze rijke cultuur te ervaren. Het evenement loopt nog tot 10 september, dus er is nog tijd om het zelf te ontdekken.

Buschauffeurs staan op de knelpuntberoepenlijst

Terwijl de lijst de deur opent voor nieuwe arbeidskansen, zet het ook vraagtekens bij de uitdagingen van taalbarrières en integratie.

Met de recente uitbreiding van de knelpuntberoepenlijst van 22 naar 29 functies kunnen bedrijven nu gemakkelijker Turken, Marokkanen en andere niet-EU-burgers naar Vlaanderen halen om deze tekorten op te vullen. Terwijl dit besluit de deur opent voor nieuwe arbeidskansen, zet het ook vraagtekens bij de uitdagingen van taalbarrières en integratie.

De minister van Werk actualiseert elke twee jaar de knelpuntberoepenlijst, met functies waarvoor een structureel tekort aan arbeidskrachten bestaat. Dit jaar is er een aanzienlijke uitbreiding van de lijst, wat een teken kan zijn van een verschuivende arbeidsmarkt en de behoefte om te voldoen aan de toenemende eisen van verschillende sectoren.

Het Mechelse bedrijf Autobussen Cannaerts biedt een voorbeeld van hoe bedrijven kunnen profiteren van de nieuwe regelgeving. Volgens de Gazet van Antwerpen heeft het bedrijf twee Turkse chauffeurs naar België gehaald om het tekort aan buschauffeurs aan te pakken. Hoewel de nieuwe werknemers aanvankelijk met behulp van Google Translate communiceren, zijn er plannen om hen Nederlands te laten leren.

Tegenover de positieve verhalen staat de openbare vervoersmaatschappij De Lijn, die aangeeft niet van plan te zijn om niet-EU-burgers aan te nemen vanwege taalbarrières. “Onze chauffeurs moeten Nederlands spreken”, zegt Marco Demerling, woordvoerder van De Lijn. Dit benadrukt de noodzaak om op maat gemaakte oplossingen te vinden voor verschillende sectoren en bedrijven.

Eerder nog deed de Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur (GTL), de belangenorganisatie die de taxibranche vertegenwoordigt, een oproep over een groeiend tekort aan taxichauffeurs.

Volgens GTL is de oorzaak hiervan de taaleis die de Vlaamse Regering aan taxichauffeurs stelt. De organisatie voorspelt een ‘sociaal en economisch bloedbad’ als 8000 Vlaamse taxichauffeurs tegen juli 2024 niet kunnen bewijzen dat zij de Nederlandse taal op B1-niveau beheersen.

GTL wijst erop dat de hoge taaleisen, die zowel voor werknemers als zelfstandige chauffeurs gelden, een barrière vormen voor nieuwe instroom in de sector. De helft van de actieve taxichauffeurs in Vlaanderen zijn zelfstandigen die vaak voor platformen als Uber en Bolt werken. Ook zij zullen een mondeling en schriftelijk examen op B1-niveau moeten afleggen, anders wordt hun bestuurderspas ingetrokken. GTL doet een oproep aan Jo Brouns, Vlaams minister van Economie,  Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken en Ben Weyts, Vlaams viceminister-president bevoegd voor Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand. Ze vragen hen dringend om sectorspecifieke taaleisen en cursussen voor het beroep van taxichauffeur te overwegen.

knelpuntenlijst

Nieuwe functies op de lijst zijn onder andere boor- en heimachinisten, koeltechnici, en bouw calculators. Interessant is dat bepaalde functies, zoals chef-kok en installateur van datacommunicatiewerken, van de lijst zijn verwijderd. Dit toont aan dat de lijst een dynamisch instrument is dat zich aanpast aan de veranderende behoeften van de arbeidsmarkt.

De uitgebreide knelpuntberoepenlijst kan worden gezien als een dubbelzijdig zwaard. Enerzijds biedt het bedrijven een instrument om knelpunten in de arbeidsmarkt aan te pakken. Anderzijds brengt het uitdagingen met zich mee, zoals taalbarrières en integratievraagstukken. Hoe deze uitdagingen worden aangepakt, zal uiteindelijk bepalen of deze beleidswijziging als een succes kan worden beschouwd.

Tekort aan bussen kan niet dienen als excuus voor reizigersongemak

Vooruitgang op de rails: een week van positieve veranderingen in Nederlandse mobiliteit.

In een week die gekenmerkt werd door belangrijke aankondigingen en beleidsveranderingen, hebben we reden om optimistisch te zijn over de toekomst van de mobiliteit in Nederland. Van controversiële beslissingen omtrent spoorwerkzaamheden tot innovatieve beleidsplannen en strategische overnames, de week heeft voor ieder wat wils gebracht.

Prorail kondigde aan voortaan meer doordeweekse spoorwerkzaamheden uit te voeren, een beslissing ingegeven door personeelstekorten en financiële beperkingen. Hoewel deze verandering enig begrip oogst, klagen reizigersorganisaties als Rover over lange wachttijden bij vervangende busdiensten. 

Reizigersorganisatie Rover eist beter vervangend vervoer en stelt dat een tekort aan bussen geen excuus kan zijn. Touringcarbedrijven pleiten op hun beurt voor betere tarieven.

Freek Bos, de directeur van Rover, is duidelijk: een tekort aan bussen kan niet dienen als excuus voor reizigersongemak. Volgens Martijn Walraven zou een betere tarifering van deze bussen de situatie kunnen verbeteren. Hij roept de NS op dit zelf te regelen, zodat gecontracteerde ondernemingen niet klem komen te zitten door te lage inschrijvingen.

Reizigersorganisatie Rover en touringcarbedrijven leggen de vinger op een zere plek: de behoefte aan efficiënter vervangend vervoer en eerlijkere prijsafspraken. Met betere coördinatie en tarieven die zowel voor NS als touringcarbedrijven werkbaar zijn, kan een veel soepeler transitieproces worden bewerkstelligd.

Op politiek gebied kwam de VVD met een conceptverkiezingsprogramma waarin mobiliteit centraal staat. De partij wil onder meer data inzetten om verkeersstromen te optimaliseren en files te verminderen. Ook zijn ze voorstander van innovaties zoals zelfrijdende auto’s en zelfrijdende taxis’s en het versnellen van de uitrol van laadpalen. Echter, er zitten wat haken en ogen aan het plan. Terwijl de partij elektrisch rijden wil stimuleren, pleit ze tegelijkertijd voor lagere accijnzen op auto’s, wat potentieel het gebruik van fossiele brandstoffen kan aanmoedigen.

In het luchtverkeer zien we interessante bewegingen rondom Schiphol. Het kabinet heeft aangegeven de luchthaven te willen verkleinen, maar desondanks maakt de Amerikaanse budgetmaatschappij JetBlue haar intrede in Nederland. Deze week starten zij met vluchten vanuit New York en binnenkort ook Boston. De VVD steunt deze hervormingsplannen en gaat zelfs een stap verder door te pleiten voor een nachtsluiting van Schiphol, een teken dat er politieke wil is om de luchthavenoverlast te beperken.

Het failliete Amsterdamse fietsmerk VanMoof heeft na een langdurige zoektocht een nieuwe eigenaar gevonden in het Britse e-stepmerk Lavoie, een dochteronderneming van McLaren Applied. Deze overname kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de binnenlandse markt van elektrische voertuigen en mogelijke innovaties in de toekomst.

Tenslotte werkt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan een wijziging in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die het mogelijk maakt voor gemeenten om nul-emissiezones voor taxi’s in te stellen. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor taxiondernemers die gedwongen worden te investeren in voertuigen die aan de nul-emissiecriteria voldoen of een ontheffing moeten aanvragen. Het publiek kan tot 15 september 2023 reageren op deze voorgestelde wijzigingen.

Geplande krimp Schiphol minder ingrijpend dan eerder aangekondigd

JetBlue heeft al aangegeven juridische stappen te zullen ondernemen als hun landingsrechten in gevaar komen.

Schiphol, een van de grootste en drukste luchthavens in Europa, zit in een turbulente fase. Het kabinet onder leiding van Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft onlangs nieuwe maatregelen bekendgemaakt om de luchthaven te verkleinen. Opmerkelijk genoeg zijn deze maatregelen minder ingrijpend dan eerder voorgesteld.

Harbers heeft een nieuw maximum ingesteld van 452.500 vluchten per jaar vanaf november 2024 om de geluidsoverlast te beperken. Eerder had hij nog een limiet van 440.000 vluchten genoemd, wat aanzienlijk strenger was. Dit nieuwe aantal vertegenwoordigt een aanzienlijke verlaging ten opzichte van het huidige maximum van 500.000, maar het is toch minder drastisch dan verwacht.

Naast de beperking van het totaal aantal vluchten, wil het kabinet ook het aantal nachtvluchten beperken, maar niet geheel verbieden. Dit is in tegenstelling tot het voorstel van Schiphol zelf, dat het merendeel van de nachtvluchten wilde schrappen. De minister is ook van plan het gebruik van start- en landingsbanen die veel overlast veroorzaken, te beperken.

KLM

De Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM is niet te spreken over de nieuwe maatregelen. Volgens president-directeur Marjan Rintel kunnen schonere en stillere vliegtuigen beter helpen om de overlast te beperken, zonder het aantal vluchten drastisch te verminderen. Het Amerikaanse ministerie van Transport heeft al gewaarschuwd dat als Nederland start- en landingsrechten voor Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen als Delta Air Lines schrapt, hetzelfde kan gebeuren voor KLM in de VS.

De Verenigde Staten hebben al gewaarschuwd dat samenwerking tussen de twee landen niet gegarandeerd kan worden als Nederland doorgaat met de krimp van Schiphol.

Een ander cruciaal element is het besluit dat de Tweede Kamer nog moet nemen. De kamer kan besluiten om het onderwerp ‘Schiphol’ controversieel te verklaren. Dit zou kunnen leiden tot vertragingen in de uitvoering van de krimpplannen. Met de verkiezingen op komst zijn politieke partijen voorzichtig in het doen van harde uitspraken. 

De VVD heeft haar steun uitgesproken voor wat zij ‘hervormingsplannen‘ noemt. Ze gaan zelfs verder dan het huidige beleid van minister Harbers door te pleiten voor een nachtsluiting van Schiphol. Dit toont aan dat er binnen de politiek wel enige steun is voor een aanpak die de overlast van de luchthaven beperkt, al verschillen de meningen over hoe dit precies moet gebeuren.

JetBlue

Terwijl de discussie over de krimp van Schiphol aanhoudt, heeft de Amerikaanse budgetmaatschappij JetBlue besloten om voet aan de grond te zetten in Nederland. De maatschappij begint deze week met vluchten vanuit New York en zal binnenkort ook vanuit Boston vliegen. JetBlue heeft de benodigde slots in maart gekocht van de slotcoördinator ACNL. Dit introduceert een nieuwe concurrent voor bestaande spelers als Delta en KLM op de route tussen Amsterdam en New York. JetBlue heeft al aangegeven juridische stappen te zullen ondernemen als hun landingsrechten in gevaar komen. De maatschappij is strijdvaardig en dreigt met juridische procedures aan beide zijden van de oceaan als ze geen landingsrechten krijgen. Dit voegt een extra laag van complexiteit toe aan de al ingewikkelde situatie.

privévluchten

Hoewel Schiphol zelf eerder had voorgesteld om privévluchten te schrappen als onderdeel van hun achtpuntenplan, is dit (nog) niet overgenomen door minister Harbers. Hetzelfde geldt voor een volledig verbod op nachtvluchten, een punt waarop het kabinet minder streng is dan het achtpuntenplan van Schiphol.

Visie van de VVD op mobiliteit bekend, tijd voor een diepgaande analyse

De partij wil ook investeren in het slim maken van mobiliteit en zelfrijdende taxi’s.

De VVD heeft haar verkiezingsprogramma in concept voor de komende verkiezingen voorgesteld. Mobiliteit blijkt een belangrijk speerpunt te zijn. Hier volgt een analyse van de VVD’s visie op mobiliteit, waarbij de partij op verschillende manieren tracht de sector te hervormen. De VVD belooft de mobiliteit betaalbaar te houden door accijnzen op auto’s te verlagen en de kosten van het openbaar vervoer te beteugelen. Dit benadrukt het belang dat de partij hecht aan de middengroepen en ondernemers. De VVD ziet de auto en het openbaar vervoer als essentieel in het dagelijkse leven van de burger en belooft daarom niet te tornen aan de betaalbaarheid ervan.

De partij wil ook investeren in het slim maken van mobiliteit. Ze wil data gebruiken om verkeersstromen te optimaliseren en files te voorkomen. Bovendien steunt de VVD innovaties zoals zelfrijdende auto’s en zelfrijdende taxi’s. De VVD heeft aangegeven dat ze de overgang naar elektrisch rijden wil stimuleren. Hiervoor zullen ze onder andere de uitrol van het laadpalennetwerk versnellen. Hierbij benadrukt de VVD dat ze de financiële lasten voor de gemiddelde automobilist zo laag mogelijk willen houden.

Door zowel het openbaar vervoer als het autorijden als gelijkwaardige opties te presenteren, biedt de VVD keuzevrijheid aan de burger. Dit is een positieve stap in het erkennen dat een ‘one-size-fits-all’-benadering niet werkt voor alle Nederlanders.

Stikstofemissies blijken een knelpunt in de aanleg van nieuwe infrastructuur. De VVD wil doorgaan met reeds goedgekeurde projecten en alle voorbereidingen treffen voor nieuwe projecten, zodat deze kunnen starten zodra er nieuwe ‘stikstofruimte’ beschikbaar is.

Op het gebied van openbaar vervoer wil de VVD meer concurrentie op het spoor en betere aansluitingen met lokaal vervoer. Ook het sneller aanpassen van dienstregelingen, bijvoorbeeld bij veranderende reizigersaantallen, krijgt aandacht. De VVD heeft een zero-tolerantiebeleid als het gaat om wangedrag in het verkeer. Verkeersveiligheid wordt bevorderd door het vergroten van de pakkans voor overtreders en het aanpassen van onveilige wegen en kruispunten.

kritische analyse

Hoewel de VVD een gedetailleerd en omvangrijk plan voor mobiliteit voorlegt, zijn er enkele kritische noten te kraken die verder onderzoek vereisen. De partij promoot schone mobiliteit en de omschakeling naar elektrische voertuigen, maar wil tegelijkertijd de accijnzen op auto’s verlagen. Deze dubbele boodschap kan vragen oproepen over de consistentie van het beleid. Lagere accijnzen kunnen het gebruik van fossiele brandstoffen stimuleren, wat in tegenspraak is met het doel om schoner te rijden.

De belofte om zowel de kosten van het openbaar vervoer als die van het autorijden te verlagen, roept vragen op over de financiële haalbaarheid van deze plannen. Uiteindelijk moeten deze kosten ergens vandaan komen, en het is onduidelijk hoe de VVD dit wil financieren zonder andere sectoren te benadelen. De focus op datagebruik om mobiliteit te verbeteren kan implicaties hebben voor de privacy van burgers. Hoewel de VVD beweert dat automobilisten “zelf over hun eigen data gaan,” is het niet helemaal duidelijk hoe dit in de praktijk zal werken, gezien de complexiteit en de mogelijke veiligheidsrisico’s van data-opslag en -gebruik.

De VVD streeft ernaar het openbaar vervoer en de auto als gelijkwaardige opties te zien, maar hun voorstellen lijken de auto toch te bevoordelen. Dit kan een ongelijk speelveld creëren en het gebruik van het openbaar vervoer ontmoedigen, wat strijdig is met duurzaamheidsdoelen.

Het stikstofbeleid wordt wel genoemd, maar er is geen duidelijk plan voor hoe de partij daadwerkelijk de stikstofuitstoot wil verlagen. De focus lijkt vooral te liggen op het doorgaan met huidige projecten zodra er ‘nieuwe stikstofruimte’ is, maar zonder een plan om die ruimte te creëren, blijft het een vage belofte.

Hoewel er wordt gesproken over de sociale functie van het openbaar vervoer, wordt er weinig aandacht besteed aan de lagere inkomensgroepen en mensen die afhankelijk zijn van openbaar vervoer. De focus op betaalbaarheid voor de ‘middengroepen’ en ondernemers kan de indruk wekken dat de partij deze groepen prioriteert boven anderen.

De VVD heeft een uitgebreid plan dat verschillende facetten van mobiliteit aanpakt. Echter, bij nadere beschouwing zijn er diverse punten die vragen oproepen over de consistentie, financiële haalbaarheid en de brede toepasbaarheid van hun beleid. Het is essentieel dat deze kwesties verder worden onderzocht en aangepakt om een evenwichtig en effectief mobiliteitsbeleid te waarborgen.

positieve signalen

Het is duidelijk dat de VVD probeert een evenwichtige en holistische benadering van mobiliteit te bieden. Hier zijn enkele positieve aspecten van hun plannen die de moeite waard zijn om te overwegen. Ondanks enkele tegenstrijdige signalen is de aandacht voor duurzaamheid en het stimuleren van elektrisch rijden een welkome verandering. Dit toont aan dat de partij zich bewust is van de milieu-uitdagingen waar we voor staan en actief op zoek is naar oplossingen.

De nadruk op technologie om het vervoerssysteem te verbeteren is een slimme zet die past binnen een moderniseringsagenda. Als de privacykwesties goed worden aangepakt, kan dit leiden tot aanzienlijke efficiëntieverbeteringen. De VVD neemt de economische aspecten van mobiliteit serieus en dit zal zeker worden gewaardeerd door middeninkomens en ondernemers. Het verlagen van de kosten kan bijdragen aan de algehele economische vitaliteit. Als vanouds is het duidelijk dat de partij investeert in het verbeteren van zowel het openbaar vervoer als de weginfrastructuur. Dit zal de reistijd verkorten en het leven gemakkelijker maken voor dagelijkse pendelaars.

Hoewel er nog geen gedetailleerd plan is, wordt de stikstofproblematiek wel erkend. Dit toont een bereidheid om complexe en gevoelige kwesties aan te pakken, wat een stap in de goede richting is. De VVD’s mobiliteitsplannen tonen veelbelovende tekenen van een evenwichtige en vooruitstrevende visie. Hoewel er ruimte voor verbetering is, zet de partij belangrijke stappen op het gebied van duurzaamheid, keuzevrijheid en modernisering.

Uitdagingen door spoorwerkzaamheden en een roep om beter vervangend vervoer

“We weten nu al waar er gewerkt wordt dus NS kan nu al alle bussen inhuren. Een tekort aan bussen kan geen excuus zijn”, stelt Rover-directeur Freek Bos.

Prorail heeft recentelijk aangekondigd meer doordeweeks aan het spoor te gaan werken, een beslissing die zowel begrip als frustratie heeft opgewekt. hoewel het besluit begrijpelijk is vanwege personeelstekorten en financiële overwegingen, benadrukt reizigersorganisatie rover de noodzaak van beter vervangend vervoer.

Rover klaagt over lange wachttijden bij de inzet van vervangende bussen tijdens spoorwerkzaamheden. Directeur Freek Bos stelt dat een tekort aan bussen geen excuus kan zijn voor ongemak. “we weten nu al waar er gewerkt wordt, dus NS kan nu al alle bussen inhuren. overlast door spoorwerkzaamheden is misschien niet te voorkomen, maar het kan wel worden beperkt.”

De reizigersorganisatie heeft ook een reeks andere maatregelen voorgesteld om de overlast te minimaliseren, zoals de aanleg van extra busbanen en het investeren in efficiëntere machines. Daarnaast dringt de organisatie erop aan dat het rijk meer financiële middelen beschikbaar stelt voor het spoor.

“extra middelen kunnen worden ingezet voor de verbetering van de infrastructuur, maar ook voor onderzoek naar innovatieve methoden om de werkzaamheden efficiënter en minder verstorend te maken.”

De roep om betere planning en vervoer komt op een moment dat meldingen over volle treinen toenemen, ondanks een verminderde dienstregeling. Rover heeft reizigers opgeroepen om overvolle treinen te melden via het meldpunt volle treinen. Het lijkt erop dat Rover de vinger aan de pols wil houden nu het drukke najaar voor de deur staat.

NS heeft laten weten maatregelen te nemen door vanaf 4 september langere treinen in te zetten en extra IC-direct treinen in de spits te laten rijden. Dit is een welkome ontwikkeling, vooral omdat september traditioneel de drukste maand is op het Nederlandse spoor.

Failliete VanMoof verkocht aan dochteronderneming van McLaren Applied

Fietsenfabrikant VanMoof wordt overgenomen door Lavoie, een Britse fabrikant van elektrische steps.

Na een bijna anderhalve maand durende zoektocht naar een geschikte koper, is het Amsterdamse, failliete fietsmerk VanMoof uiteindelijk overgenomen door het Britse e-stepmerk Lavoie. Dit nieuws is bevestigd door de curatoren en het persbureau ANP. De overname markeert het einde van een roerige periode voor VanMoof en zijn oprichters, de gebroeders Taco en Ties Carlier.

Lavoie, dat zich specialiseert in opvouwbare elektrische steps, is een dochteronderneming van McLaren Applied, een zelfstandige bedrijfstak afkomstig van sportautofabrikant McLaren. Deze is ook betrokken bij het ontwikkelen van onderdelen voor Formule-1-auto’s. Eerdere signalen wezen al uit dat Lavoie en VanMoof in overleg waren over een mogelijke overname. Hoewel de financiële details van de deal niet zijn vrijgegeven, wordt verwacht dat de definitieve handtekeningen aanstaande maandag worden gezet.

Deze overname komt na het faillissement van VanMoof in juli, mede veroorzaakt door technische problemen met hun fietsen die tot hoge kosten leidden. Het bedrijf, dat sinds zijn oprichting in 2009 geen winst heeft gemaakt, had te maken met gestopte leveringen en reparaties, tot grote frustratie van huidige eigenaren en klanten die al voor hun fietsen hadden betaald.

Verscheidene partijen toonden interesse in de overname van het failliete fietsenmerk, maar uiteindelijk is de winnaar het Britse Lavoie, dat steps verkoopt met een prijskaartje van ongeveer 2.000 euro. Maandag zal er meer duidelijkheid komen over de toekomstplannen voor huidige VanMoof-eigenaren en de manier waarop het bedrijf omgaat met klanten die gedupeerd zijn door het faillissement, aldus de curatoren.

Het is een belangrijk moment, vooral gezien eerdere zorgen over de financiële stabiliteit van VanMoof en het beheer door de Carlier-broers. Met de komst van Lavoie kan er mogelijk een nieuw hoofdstuk beginnen voor het merk en zijn klanten.