Categorie archieven: Buitenland

Autovrije revolutie in hartje Antwerpen: groen licht voor groot mobiliteitsplan

Binnenstad krijgt nieuwe parkeerroute en meer ruimte voor voetgangers.

De kogel is door de kerk. Na jaren van overleg, discussie en politieke spanningen heeft het Antwerpse stadsbestuur een definitief mobiliteitsplan voor de omgeving van de Meirbrug en de Groenplaats goedgekeurd. De Schoenmarkt wordt volledig heringericht van gevel tot gevel en wordt exclusief voor voetgangers, fietsers en trams. Ook de Nationalestraat wordt autovrij gemaakt tussen de Kammenstraat en de Groenplaats. Daarmee zet de stad een nieuwe, ingrijpende stap in de verdere uitbouw van de autoluwe binnenstad.

breder mobiliteitsplan

Het dossier heeft flink wat voeten in de aarde gehad. Wat ooit begon als een gerichte ingreep om de verkeersonveilige Meirbrug te “knippen” en het autoverkeer daar drastisch te verminderen, is uitgegroeid tot een veel breder mobiliteitsplan voor het hele gebied rond de Groenplaats. N-VA en Vooruit keurden afgelopen vrijdag in het college het definitieve ontwerp goed. Tegelijk werd ook een aangepaste parkeerroute voor de binnenstad vastgelegd, zodat de verschillende parkeergarages bereikbaar blijven.

De ingrepen maken deel uit van de verdere afwerking van de Via Sinjoor, de autoluwe wandelboulevard die het Centraal Station verbindt met de Schelde. In dat traject waren nog twee ontbrekende schakels. Enerzijds de zone rond de Meirbrug en de Schoenmarkt, waar nu een beslissing over is genomen. Anderzijds de Scheldekaaien ter hoogte van de Suikerrui, waar voorlopig nog geen nieuw plan voorligt.

De meest in het oog springende verandering is zonder twijfel de volledige autovrije inrichting van de Nationalestraat tussen de Kammenstraat en de Groenplaats. Dat betekent dat auto’s daar niet langer welkom zijn, waardoor een aaneengesloten voetgangersgebied ontstaat dat de leefbaarheid moet verhogen en de verkeersveiligheid verbeteren. Ook de Schoenmarkt wordt autovrij, met behoud van de tram. Door het weren van het autoverkeer komt er meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Terrassen langs de zijde van de Boerentoren worden mogelijk.

parkings

Niet overal verdwijnen auto’s volledig uit beeld. In de Sint-Katelijnevest en de Huidevettersstraat wordt een rijweg voor dubbelrichtingsverkeer aangelegd waar tram, auto en fiets samen gebruik van maken. In de Groenkerkhofstraat en het korte deel van de Kammenstraat komt eveneens een rijweg voor verkeer in beide richtingen. Die moet toegang bieden tot de parkings ‘Brabo’ en ‘Groenplaats’. De tramhalte die oorspronkelijk in de Nationalestraat was voorzien, wordt verplaatst naar de Groenplaats. Op de plaats waar de halte eerst gepland was, verandert er na de herinrichting niets.

Foto: © Pitane Blue – binnenstad Antwerpen

Met dit compromis haalt Vooruit zijn slag thuis wat betreft de kaaitunnel, maar moet de partij tegelijk afscheid nemen van de geplande knip van de Meirbrug, die ze wel zag zitten. Het resultaat is een uitgebreid mobiliteitsplan dat de binnenstad autoluwer maakt, maar tegelijk inzet op bereikbaarheid via een zorgvuldig uitgetekende parkeerroute. De komende jaren zal moeten blijken hoe Antwerpenaars, handelaars en bezoekers zich aanpassen aan de nieuwe verkeersrealiteit in het hart van de stad.

De nieuwe verkeerssituatie heeft onvermijdelijk gevolgen voor automobilisten die in het centrum willen parkeren. Parking ‘Groenplaats’ en ‘Brabo’ worden samen met de parkings ‘Lombardia’, ‘Centrum’, ‘Cammerpoorte’ en ‘Oudaan’ aangesloten op een hertekende parkeerroute. Die loopt via de Kasteelpleinstraat, de Nationalestraat, de Lombardenvest, de Lombardenstraat, de Oudaan en de Lange Gasthuisstraat. Via de Lange Gasthuistunnel sluit die route rechtstreeks aan op de as Van Eycklei – Plantin en Moretuslei.

Vanaf het kruispunt van de Nationalestraat met de Lombardenvest worden parking ‘Brabo’ en ‘Groenplaats’ in beide rijrichtingen ontsloten via de Kammenstraat en de smalle Groenkerkhofstraat. Parking ‘Oudaan’ is bereikbaar via de Komedieplaats en de Huidevettersstraat. Dankzij die ingrepen kan het meest noordelijke deel van de Nationalestraat, aansluitend op de Groenplaats, eveneens autovrij worden ingericht.

verdiepte kaaiweg

Opvallend is wat er níét komt. Onder druk van coalitiepartner Vooruit werd de verdiepte kaaiweg aan de Suikerrui geschrapt uit het nieuwe bestuursakkoord. Die verdiepte weg, die al snel de bijnaam “kaaitunnel” of “kaaisleuf” kreeg, was in 2022 nog goedgekeurd door het vorige schepencollege. Dat gebeurde toen tegen de zin van toenmalig schepen Tom Meeuws (Vooruit), die tegen stemde terwijl zijn partijgenoten zich onthielden. Huidig schepen van Stadsontwikkeling Patrick Janssens (Vooruit) maakte van de kaaitunnel tijdens de verkiezingscampagne zelfs een strijdpunt.

Het schrappen van de tunnel heeft een rechtstreeks gevolg voor een ander dossier: de knip van de Meirbrug. Beide projecten waren aan elkaar gekoppeld. Volgens N-VA is een knip in de Meirbrug geen optie zonder de tunnel, omdat er dan geen volwaardige verbinding van zuid naar noord en omgekeerd meer zou zijn in het centrum. Door het wegvallen van de kaaitunnel verdwijnt dus ook de knip van de Meirbrug van tafel.

Vakantieparadijs plots risicogebied: dreiging boven Dubai na aanvallen op Iran

De spanningen in het Midden-Oosten hebben een nieuw kookpunt bereikt nu Israël en de Verenigde Staten aanvallen hebben uitgevoerd op Iran.

Tegelijkertijd zijn er meldingen van Iraanse raketaanvallen in de regio, onder meer in Irak, Qatar, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein. De situatie wordt door autoriteiten omschreven als onveilig en onvoorspelbaar. Die woorden klinken ook door in het aangescherpte reisadvies voor de Verenigde Arabische Emiraten, waar inmiddels kleurcode oranje geldt en voor twee omstreden eilanden zelfs rood.

Het ministerie waarschuwt nadrukkelijk voor de risico’s. Over de eilanden Abu Musa en Tunb is geen misverstand mogelijk. “Wat uw situatie ook is: reis niet hierheen.” Die boodschap wordt herhaald onder de noemer Rood: niet reizen. Daarbij klinkt het alarmerend: “Let op:Wat uw situatie ook is: reis niet naar gebieden met kleurcode rood. Het is er te gevaarlijk. De Nederlandse ambassade kan u niet helpen als u in de problemen komt.” De formulering laat weinig ruimte voor interpretatie. Voor Abu Musa en Tunb geldt dan ook zonder uitzondering dat reizigers er weg moeten blijven.

code rood

De twee eilanden liggen in de Perzische Golf en worden zowel door Iran als door de Verenigde Arabische Emiraten opgeëist. Wie zich in de kustwateren rond deze eilanden begeeft, kan volgens de waarschuwing in ernstige problemen komen. “Vaar niet naar de eilanden Abu Musa en Tunb als u een boottocht maakt in de Perzische Golf. Zowel Iran als de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) eisen de eilanden op. Komt u in de kustwateren rond de eilanden? Dan kan Iran u beschuldigen van spionage.” Die laatste zin onderstreept hoe explosief de situatie is. Een onschuldige boottocht kan in het huidige klimaat al snel leiden tot verdenkingen met mogelijk zware consequenties.

code oranje

Voor de rest van de Verenigde Arabische Emiraten is de kleurcode aangepast naar oranje. Dat betekent dat reizen alleen nog wordt aangeraden als het strikt noodzakelijk is. De toelichting is helder: “Reis er alleen heen als dit noodzakelijk is. Het is niet veilig er op vakantie te gaan.” Ook hier volgt een extra waarschuwing: “Let op:Reis alleen naar gebieden met kleurcode oranje als dit noodzakelijk is. Bijvoorbeeld voor de uitvaart van een familielid. Of als u er dringend heen moet voor uw werk. Het is niet veilig er op vakantie te gaan. De Nederlandse ambassade kan u minder goed helpen als u in de problemen komt.” Vakantiegangers die droomden van zon, luxe hotels en winkelcentra in Dubai zien hun plannen daarmee in rook opgaan.

De onrust heeft directe gevolgen voor Nederlandse reizigers. Reisorganisatie TUI stuurde afgelopen zaterdag nog e-mails aan vakantiegangers die aanstaande vrijdag naar Dubai zouden vertrekken. Daarin werd gemeld dat zij op de hoogte worden gehouden van de situatie. Reizigers die zaterdag of zondag zouden vertrekken naar Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten of Oman ontvangen persoonlijk bericht met informatie over hun boekingsstatus en de vervolgstappen, waaronder omboekingsmogelijkheden of terugbetaling. Voor velen heerst daarmee grote onzekerheid. Gaat de reis door of niet? En zo niet, wanneer komt er duidelijkheid?

Foto: Pitane Blue – Dubai

Wie plannen heeft om naar de Verenigde Arabische Emiraten te reizen, doet er verstandig aan de ontwikkelingen op de voet te volgen en zich goed te laten informeren. De situatie kan snel veranderen en verdere escalatie is niet uitgesloten. De boodschap van de autoriteiten is duidelijk en dringend. Veiligheid staat voorop, ook als dat betekent dat droomreizen voorlopig in de ijskast moeten worden gezet.

Het reisconcern heeft bovendien bijna driehonderd reizigers in het Midden-Oosten die zich momenteel in een regio bevinden waar de spanningen hoog oplopen. Door de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran is de veiligheidssituatie verder verslechterd. TUI laat weten bezig te zijn om te kijken hoe deze reizigers zo snel mogelijk terug naar Nederland kunnen worden gehaald. Dat vergt overleg met lokale autoriteiten, luchtvaartmaatschappijen en veiligheidsdiensten. De logistieke uitdaging is groot, zeker nu het luchtruim in delen van de regio onder druk staat en de dreiging van verdere escalatie boven de markt hangt.

wereldpolitiek

De combinatie van militaire acties, raketaanvallen en diplomatieke spanningen zorgt ervoor dat het Midden-Oosten opnieuw in het brandpunt van de wereldpolitiek staat. Voor reizigers betekent dit vooral onzekerheid en risico. Wat begon als een geplande vakantie of zakenreis kan plots veranderen in een kwestie van veiligheid en terugkeer. De waarschuwingen liegen er niet om en de formuleringen van het reisadvies zijn ongekend scherp.

Parket buigt zich over dossier van ombudsman: Brussels Airport betrapt

Brussels Airport ligt onder vuur na een opvallende tussenkomst van de federale ombudsman voor de luchtvaart.

Philippe Touwaide heeft officieel klacht ingediend tegen de luchthavenuitbater wegens wat hij zelf omschrijft als een “manifeste stedenbouwkundige overtreding”. Volgens de ombudsman zijn er aanpassingen uitgevoerd aan de belangrijkste start- en landingsbaan, 25L, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning werd aangevraagd. De luchthaven zou inmiddels hebben toegegeven dat de regelgeving niet correct werd toegepast.

Centraal in het dossier staat landingsbaan 25L, de belangrijkste baan van Brussels Airport, die vooral wordt gebruikt door toestellen die vanuit de richting van Leuven aanvliegen. Tijdens aangekondigde werkzaamheden aan het tarmac, waarbij het wegdek van de landingsbaan werd vernieuwd, zou volgens Touwaide meer zijn gebeurd dan louter onderhoud. Hij spreekt over “werken die zijn uitgevoerd zonder vergunning”, “wijzigingen aan de gebruiksvoorwaarden van de baan”, en zelfs over “een manifeste stedenbouwkundige overtreding”.

turnpad

Volgens de ombudsman werd bij de werken niet alleen het tarmac aangepakt, maar ook de zogenaamde turnpad uitgebreid. Dat is het platform aan het uiteinde van de landingsbaan waar vliegtuigen kunnen draaien om zich opnieuw op te stellen voor vertrek. Die uitbreiding zou zonder enige voorafgaande vergunning of toestemming zijn gebeurd. “Deze turnpad werd zonder enige vergunning of toestemming verbreed. Zogenaamd om te voldoen aan de laatste Europese regelgeving”, hekelt Touwaide. “De luchthaven beweert dat dit nodig was om te maken dat grotere vliegtuigen veiliger zelfstandig kunnen draaien zonder hulp van buitenaf.”

Die uitleg overtuigt de ombudsman niet. Hij stelt dat grotere vliegtuigen ook vóór de uitbreiding al in staat waren om zelfstandig te keren. Naar eigen zeggen beschikt hij over beeldmateriaal dat dat moet aantonen. Bovendien benadrukt hij dat de manoeuvre om op die specifieke plaats te draaien al sinds de opening van de luchthaven in de jaren vijftig slechts zelden wordt toegepast. Daarmee zet hij vraagtekens bij de noodzaak en proportionaliteit van de ingreep.

Het juridische twistpunt draait rond veranderde regelgeving. Waar vroeger voor dergelijke aanpassingen geen bouwvergunning vereist was, is dat sinds 2023 anders wanneer een constructie de insijpeling van water in de bodem verhindert. Volgens Touwaide heeft Brussels Airport Company, de uitbater van de luchthaven, die nieuwe bepalingen verkeerd geïnterpreteerd. Doordat de verbreding van de turnpad mogelijk een impact heeft op de waterinfiltratie, had volgens hem een vergunning moeten worden aangevraagd.

De zaak krijgt extra gewicht omdat de ombudsman inmiddels formeel klacht heeft ingediend bij het Vlaams Gewest en bij het parket Halle-Vilvoorde. Daarmee verhuist het dossier van een administratieve discussie naar een mogelijk gerechtelijk vervolg. Touwaide laat weten dat de luchthaven de fout intussen zou hebben erkend en op zoek is naar een oplossing om de huidige toestand te regulariseren. Ook zou er gewerkt worden aan maatregelen om de waterinfiltratie alsnog te garanderen.

Wegenbouw

Brussels Airport bevestigt in een reactie aan BRUZZ dat het de nieuwe wetgeving rond vergunningen en waterinfiltratie niet correct heeft geïnterpreteerd. “We zijn bezig met het ondernemen van alle nodige stappen om dit in orde te brengen. Het regularisatiedossier is ingediend en er zal een oplossing voor de waterinfiltratie gezocht worden.” Tegelijk blijft de luchthaven erbij dat de uitbreiding van de turnpad noodzakelijk was om te voldoen aan Europese regelgeving en veiligheidsvereisten.

De controverse rond landingsbaan 25L komt bovenop eerdere spanningen. De sluiting van diezelfde baan afgelopen zomer zorgde voor aangepaste aanvliegroutes. Daardoor kregen dichtbevolkte Brusselse wijken te maken met intensiever vliegverkeer, wat leidde tot luid protest van Brusselse politici en buurtbewoners. De huidige klacht van de ombudsman dreigt het debat over de werking en controle van de nationale luchthaven opnieuw aan te wakkeren.

Of het parket verdere stappen zal zetten, moet nog blijken. Vast staat dat de discussie over vergunningen, veiligheid en milieuregels de luchthaven opnieuw in het oog van de storm plaatst. Terwijl de luchthaven inzet op naleving van Europese normen en veiligheid, stelt de ombudsman scherpe vragen over transparantie en correcte toepassing van de stedenbouwkundige voorschriften. Het laatste woord in dit dossier lijkt dan ook nog lang niet gezegd.

Vakbonden slaan alarm: Vlaanderen wacht onzekere lente vol busstakingen

De vakbonden bij De Lijn hebben een stakingsaanzegging ingediend voor maar liefst negen actiedagen in maart en april.

De acties zullen verspreid plaatsvinden over heel Vlaanderen en zijn het rechtstreekse gevolg van de bijkomende besparingen die de Vlaamse regering eind januari aankondigde. Het sociale klimaat binnen de openbaarvervoersmaatschappij staat daarmee opnieuw zwaar onder druk.

Eind januari kregen de vakbonden te horen dat er bovenop de eerder geplande besparing van 30 miljoen euro op het aanbod in 2026 nog eens 5,5 miljoen euro extra moet worden ingeleverd. Die bijkomende financiële ingreep komt hard aan bij het personeel. Volgens de bonden dreigen de gevolgen vooral voelbaar te worden in landelijke gebieden, waar het aanbod nu al kwetsbaar is en alternatieven vaak beperkt zijn. Vooral in rurale regio’s zou het schrappen of verminderen van ritten een grote impact hebben op scholieren, ouderen en mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer.

besparingen

De aankondiging van de extra 5,5 miljoen euro aan besparingen kwam voor de vakbonden als een nieuwe klap. Eerder was al duidelijk gemaakt dat er tegen 2026 30 miljoen euro moest worden bespaard op het aanbod van De Lijn. Dat bedrag alleen al zorgde voor grote ongerustheid onder chauffeurs, technische medewerkers en administratief personeel. Met de bijkomende ingreep groeit de vrees dat de dienstverlening verder zal worden uitgehold.

De bonden benadrukken dat de impact niet louter intern voelbaar zal zijn, maar ook rechtstreeks bij de reizigers. In landelijke gemeenten, waar buslijnen vaak de enige vorm van openbaar vervoer zijn, dreigen haltes minder frequent bediend te worden of zelfs helemaal te verdwijnen. Voor veel inwoners betekent dat langere wachttijden, grotere afstanden tot de dichtstbijzijnde halte of een noodgedwongen overstap naar de auto. Dat laatste staat haaks op de ambitie om meer mensen uit de wagen en op het openbaar vervoer te krijgen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Het ongenoegen bij het personeel is groot. De werknemers voelen zich volgens de vakbonden al geruime tijd geconfronteerd met toenemende werkdruk, organisatorische veranderingen en financiële beperkingen. De extra besparingsronde wordt gezien als een verdere aantasting van de kwaliteit van het openbaar vervoer en van de arbeidsomstandigheden. De stakingsaanzegging voor negen dagen in maart en april moet dan ook een krachtig signaal zijn aan de Vlaamse regering.

gespreide actiedagen

De keuze voor gespreide actiedagen over Vlaanderen wijst erop dat de bonden de druk willen opvoeren zonder het volledige netwerk in één klap stil te leggen. Toch zullen de gevolgen voor reizigers aanzienlijk zijn. Afhankelijk van de regio en de actiedag kunnen bus- en tramverbindingen verstoord of geannuleerd worden. Dat zorgt onvermijdelijk voor onzekerheid bij pendelaars en scholieren die afhankelijk zijn van De Lijn.

De financiële context waarin de Vlaamse regering deze besparingen aankondigde, speelt ongetwijfeld een rol in het debat. Toch stellen de vakbonden zich vragen bij de prioriteiten. Volgens hen dreigt het openbaar vervoer opnieuw het kind van de rekening te worden. Zeker in dunbevolkte regio’s, waar commerciële alternatieven ontbreken, kan een verminderd aanbod leiden tot sociale isolatie en minder bereikbaarheid van essentiële voorzieningen.

De komende weken beloven dan ook cruciaal te worden. De stakingsaanzegging is een formele stap, maar laat nog ruimte voor overleg. Of dat overleg tot een doorbraak leidt, zal bepalen of Vlaanderen zich moet opmaken voor negen dagen van hinder op het openbaar vervoer. Vast staat dat de aankondiging van de extra 5,5 miljoen euro bovenop de eerder geplande 30 miljoen euro de spanningen opnieuw heeft aangewakkerd.

bezorgheid

Terwijl beleidsmakers rekenen en herrekenen, kijken reizigers en werknemers met groeiende bezorgdheid naar de toekomst van De Lijn. Wat ooit werd voorgesteld als een efficiënter en toekomstgericht openbaar vervoersnet, dreigt volgens de bonden steeds verder uitgekleed te worden. De komende maanden zullen duidelijk maken of de geplande acties een kantelpunt vormen in het debat over de financiering en organisatie van het Vlaamse openbaar vervoervakbonden slaan alarm na nieuwe klap voor De Lijn.

Spoorplannen: België en Nederland zetten handtekening onder ambitieus akkoord

Extra vaart achter 3RX en nieuwe railverbindingen brengen havens en hightechregio dichter bij elkaar.

Nederland en België slaan de handen opnieuw stevig ineen om het spoor tussen beide landen sneller, sterker en toekomstbestendig te maken. In Antwerpen zetten minister Jean-Luc Crucke, bevoegd voor Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie namens België, en staatssecretaris Thierry Aartsen van Infrastructuur en Waterstaat namens Nederland hun handtekening onder een gezamenlijke verklaring die de samenwerking op het spoor een krachtige impuls moet geven. Het doel is helder: vaart maken met een reeks belangrijke spoordossiers die al langer op tafel liggen, maar nu met meer ambitie en urgentie worden aangepakt.

Centraal in de plannen staan onder meer de zogeheten 3RX-verbinding, een railgoederenverbinding tussen de haven van Gent en Terneuzen en het verder ontwikkelen van nieuwe spoorverbindingen tussen België en Noord-Brabant. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar een mogelijke connectie tussen Brainport Eindhoven en Brussel. De economische motoren van beide regio’s moeten beter met elkaar worden verbonden, zodat zowel reizigers als bedrijven profiteren van snellere en efficiëntere verbindingen.

rap tempo

De ondertekenaars benadrukken dat de wereld in hoog tempo verandert en dat dit vraagt om doortastend optreden. Volgens de gezamenlijke verklaring verschuiven de geopolitieke en economische verhoudingen in rap tempo. Dat heeft directe gevolgen voor bereikbaarheid, veiligheid en zelfs militaire mobiliteit. Juist op die terreinen willen Nederland en België intensiever samenwerken.

Minister Jean-Luc Crucke liet er in Antwerpen geen misverstand over bestaan dat hij meer tempo wil zien. “Onze samenwerking met Nederland is altijd constructief geweest, maar soms ontbrak het aan ambitie. Vandaag willen we daar nieuw leven in blazen, zodat we onze banden versterken en de ontwikkeling van veilige en efficiënte grensoverschrijdende spoorverbindingen kunnen versnellen.” Met die woorden onderstreepte hij dat het niet alleen gaat om plannen op papier, maar om concrete vooruitgang op het spoor.

samenwerking

Ook staatssecretaris Thierry Aartsen sprak duidelijke taal over het belang van nauwere samenwerking. “De wereld verandert in hoog tempo. Goede grensoverschrijdende samenwerking is dan van strategisch belang – in economisch en militair opzicht. En als reiziger moet je gemakkelijk naar een ander land kunnen gaan. We geven nu een nieuwe impuls en versnelling aan de samenwerking tussen België en Nederland op het gebied van spoor. Deze verklaring is daarin een fantastische eerste stap. Het draagt bij aan de inzet van het nieuwe kabinet om verder te werken aan een betere bereikbaarheid en veiligheid van ons land in een internationale context.”

Met de nieuwe afspraken willen beide landen verder bouwen op de bestaande samenwerking en eerdere spoorafspraken uit 2022. Toch is volgens de betrokken bewindspersonen meer nodig. Het potentieel van de grensregio’s moet beter worden benut en knelpunten die projecten vertragen, moeten uit de weg worden geruimd. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar betere verbindingen, maar ook naar meer capaciteit op bestaande trajecten.

Foto: Pitane Blue – Eindhoven Centraal

Regionale partijen en spoorinfrastructuurbeheerders worden nadrukkelijk betrokken bij de verdere uitwerking. De intensivering van de samenwerking vraagt om extra inzet en waar nodig om inhoudelijke verdieping. Alleen met gezamenlijke inspanningen kan het spoor tussen Nederland en België uitgroeien tot een robuuste levensader voor economie, mobiliteit en veiligheid.

De 3RX-verbinding geldt als een van de projecten die extra aandacht krijgt. Daarnaast staat de railgoederenverbinding tussen Gent en Terneuzen hoog op de agenda. Die verbinding is van groot belang voor de havens en de industrie in de regio. Door goederen efficiënter over het spoor te vervoeren, kunnen economische kansen worden vergroot en kan de druk op het wegennet worden verminderd. 

Verder wordt onderzocht hoe nieuwe verbindingen tussen de Nederlandse provincies Brabant en Limburg en België kunnen worden gerealiseerd. De studie naar een spoorverbinding tussen Brainport Eindhoven en Brussel moet duidelijk maken hoe deze innovatieve regio’s beter met elkaar kunnen worden verbonden. Daarmee wordt niet alleen ingezet op economische groei, maar ook op kennisuitwisseling en arbeidsmobiliteit.

Naast economische belangen speelt veiligheid een steeds grotere rol. Beide landen willen de capaciteit voor grensoverschrijdende militaire mobiliteit vergroten en het spoor weerbaarder maken tegen verstoringen. Dat betekent dat infrastructuur niet alleen snel en efficiënt moet zijn, maar ook bestand tegen nieuwe dreigingen en onverwachte omstandigheden.

Om te voorkomen dat de plannen verzanden in overleg zonder resultaat, is afgesproken dat de verantwoordelijke bewindspersonen elkaar minimaal één keer per jaar spreken om de voortgang te bewaken. Daarnaast komt de Belgisch-Nederlandse werkgroep twee keer per jaar bijeen en blijven deskundigen per spoordossier regelmatig overleggen. Komende zomer willen beide landen hun handtekening zetten onder een uitgebreider afsprakenkader waarin de verschillende projecten concreet worden vastgelegd.

Geen taxilicht zonder meter: taximeter of app dit zijn de regels voor taxi’s in Vlaanderen

Het gebruik van taximeters en digitale apps in de Vlaamse taxisector zorgt al geruime tijd voor discussie onder exploitanten en chauffeurs.

De regelgeving is echter glashelder voor wie ze grondig leest. Vlaanderen maakt een scherp juridisch onderscheid tussen straattaxi’s en standplaatstaxi’s, en precies dat onderscheid bepaalt of een klassieke, Europees gehomologeerde taximeter verplicht is, dan wel of een Chirongekoppelde softwareoplossing kan volstaan.

Diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer, kortweg IBP, worden in het decreet van 29 maart 2019 onderverdeeld in verschillende categorieën. De twee belangrijkste voor deze analyse zijn de straattaxi en de standplaatstaxi. Het verschil lijkt op het eerste gezicht technisch, maar heeft verstrekkende gevolgen voor de uitrusting van het voertuig, de tariefweergave en de registratie van ritgegevens.

taxistandplaats

Een standplaatstaxi is een voertuig dat het publiek bedient vanaf een officiële taxistandplaats op de openbare weg. Voor deze categorie laat de regelgeving geen ruimte voor interpretatie. Het uitvoeringsbesluit van 9 juni 2023 bepaalt uitdrukkelijk dat het voertuig moet beschikken over een meetinstrument zoals bedoeld in bijlage 9 bij het federale koninklijk besluit betreffende meetinstrumenten. Het gaat om de zogenoemde MI-007 taximeter, een Europees gehomologeerd toestel dat onder de meetinstrumentenrichtlijn 2014/32/EU valt. Daarnaast is ook een taxilicht op het dak verplicht. De combinatie van taxilicht en meetinstrument is onlosmakelijk. Wie een standplaats inneemt, moet dus zowel een geijkte taximeter als een taxilicht hebben. Een loutere app of boordsoftware, hoe geavanceerd ook, kan hier juridisch geen vervanging zijn van de fysieke taximeter.

De situatie ligt anders bij de straattaxi. Dat is een voertuig dat ter beschikking wordt gesteld van het publiek op de openbare weg, maar niet vanaf een officiële standplaats. Vlaanderen stelt expliciet dat een straattaxi geen taxilicht of taximeter nodig heeft. Dat betekent echter niet dat er geen verplichtingen gelden. Ook zonder fysieke taximeter moet de exploitant voldoen aan strikte regels inzake apparatuur, gegevensregistratie en transparantie.

Chiron

Centraal in die verplichtingen staat de Vlaamse gegevensbank, in de praktijk bekend als Chiron. Die gegevensbank is geen app, maar een digitale databank met een API-koppeling. Exploitanten of hun tussenpersonen moeten ritgegevens aanleveren bij reservatie, bij de start en bij het einde van de rit. Het gaat om gegevens zoals exploitant, bestuurder, voertuig, tijdstip, vertrek- en aankomstplaats, uniek ritnummer, afstand en eindprijs. De Chiron Startersgids spreekt in dat verband over een “realtime registratie” van elke bezoldigde rit.

De Chiron Startersgids van de Vlaamse overheid verduidelijkt dat Chiron een centrale databank met een API is, bedoeld om ritgegevens te ontvangen. Chiron is expliciet geen mobiele of webapplicatie; exploitanten sturen data door via hun taxisoftware (mobiele webapp, platform of taximeter).

Een straattaxi ontvangt een bestelling via een platform, maakt een prijsafspraak en stuurt (via software) de bestelgegevens en ritdata naar de Vlaamse gegevensbank op het voorziene tijdstip (reservatie/start/ einde). Omdat het een bestelde rit is, mag de tariefstructuur elektronisch meegedeeld worden met schriftelijke
bevestiging, en is de tarievenkaart niet de verplichte drager (vergunningskaart vervangt). Aan het einde moet een vervoerbewijs met alle verplichte vermeldingen worden afgegeven; de
exploitant bewaart de beveiligde data gedurende zeven jaar.

Voor straattaxi’s kan “andere apparatuur dan een taximeter” volstaan, op voorwaarde dat die apparatuur de vereiste gegevens beveiligd registreert, opslaat en raadpleegbaar maakt. Het uitvoeringsbesluit benadrukt dat de integriteit, onveranderlijkheid, oorsprong en niet-weerlegbaarheid van de gegevens gewaarborgd moeten zijn. Bovendien moeten de gegevens extern worden opgeslagen zodat bevoegde overheidsdiensten er toegang toe hebben. Exploitanten en tussenpersonen moeten deze gegevens zeven jaar bewaren en op verzoek kunnen voorleggen.

Een exploitant neemt met een voertuig een taxistandplaats in (standplaatstaxi). Dan zijn taxilicht en
meetinstrument verplicht. De ritprijs volgt het toepasselijke tariefkader; het meetinstrument en de
apparatuur moeten de dienststaat en het vervoerbewijs kunnen genereren, en de gegevens moeten
opvraagbaar zijn.


Foto: © Pitane Blue – Taxis Pitane Link

Een exploitant wil “zichtbaarheid” zoals een klassieke taxi en monteert taxilicht op een straattaxi, maar installeert geen meetinstrument. Dit is expliciet strijdig met de regel dat taxilicht alleen mag als er ook een meetinstrument aanwezig is. De boetetabel voorziet hiervoor een onmiddellijke inning van € 350.

De keuze voor een taxilicht heeft belangrijke gevolgen. Een voertuig mag alleen een taxilicht dragen als het ook beschikt over het vereiste meetinstrument. Wie als straattaxi toch met taxilicht wil rijden, activeert daarmee automatisch de verplichting om een MI-007 taximeter te installeren. De sanctie bij overtreding is duidelijk vastgelegd in bijlage 10 van het uitvoeringsbesluit: een onmiddellijke inning van 350 euro voor een voertuig met taxilicht zonder meetinstrument aan boord.

tarieven

Naast de technische uitrusting speelt tarieftransparantie een sleutelrol. Het decreet verplicht dat tarieven op transparante wijze kenbaar worden gemaakt vóór de klant de rit aanvraagt of bestelt. Het uitvoeringsbesluit werkt dit verder uit. De tariefstructuur moet vooraf duidelijk zijn en kan bestaan uit een startprijs, kilometerprijs, wachtprijs, uurprijs of forfaits. Bij niet-bestelde ritten moet een tarievenkaart op de achterste rechter zijruit worden bevestigd en van buitenaf leesbaar zijn. Bij een bestelde rit mag de tariefstructuur telefonisch of elektronisch worden meegedeeld, mits schriftelijke bevestiging. Bovendien moet vóór de rit een prijsindicatie van het eindbedrag worden meegedeeld.

Prijsinformatie moet in het voertuig zichtbaar zijn voor de passagier, tenzij er een voorafgaande prijsafspraak is. Ook zonder taximeter moet er dus een duidelijke prijsweergave zijn. Aan het einde van elke rit moet zonder verzoek een vervoerbewijs worden afgeleverd met verplichte vermeldingen zoals exploitant, voertuig, bestuurder, ritnummer, tijdstip en plaats van in- en uitstappen, kilometerstand, tarief en te betalen bedrag. Een handgeschreven vervoerbewijs is enkel toegestaan als het op geen andere manier kan worden bezorgd, en in dat geval mag de bestuurder niet verder rijden zolang die onmogelijkheid blijft bestaan.

handhaving

Handhaving is streng georganiseerd. Toezichthouders en politie kunnen documenten inkijken, voertuigen controleren en zelfs vergunningen tijdelijk inhouden. Niet-conforme of ontbrekende apparatuur kan leiden tot onmiddellijke inningen die variëren van 300 tot 500 euro, afhankelijk van de aard van de inbreuk. Bij niet-betaling door personen zonder vaste verblijfplaats in België kan het voertuig tot 96 uur worden ingehouden en nadien zelfs in beslag genomen.

De conclusie is duidelijk. Voor standplaatstaxi’s is een fysieke, Europees gehomologeerde taximeter verplicht en kan een app die rol niet overnemen. Voor straattaxi’s kan een Chirongekoppelde app juridisch volstaan, mits volledige naleving van alle registratie-, beveiligings- en transparantieverplichtingen. Wie echter kiest voor het zichtbare taxilicht, kiest automatisch voor de taximeterplicht. De Vlaamse regelgeving laat weinig ruimte voor improvisatie en legt de lat hoog voor digitale én klassieke spelers in de taxisector.

De Lijn onder vuur na vernietigend rapport: reizigers voelen zich in de kou gezet

Woordbreuk en groeiende klachten, De Lijn schrapte haltes en flexbussen zorgen voor storm.

De grootste hervorming ooit bij De Lijn moest het openbaar vervoer in Vlaanderen klaarstomen voor de toekomst, maar ruim twee jaar later klinkt de evaluatie allesbehalve euforisch. Een lijvig rapport van de Vervoersautoriteit legt pijnpunten bloot en geeft munitie aan critici die al langer waarschuwden voor kinderziektes en structurele tekortkomingen. Terwijl 3.247 bushaltes verdwenen en flexbussen hun intrede deden, groeide bij lokale besturen en reizigers het gevoel dat de bereikbaarheid er niet overal op vooruitging.

Iets meer dan twee jaar geleden rolde De Lijn de tweede fase van de zogenoemde basisbereikbaarheid uit. Het uitgangspunt was helder: het aanbod afstemmen op de vraag. Lijnen met veel reizigers kregen meer ritten, trajecten met minder passagiers zagen hun frequentie dalen. Het plan werd aangekondigd als een historische omwenteling. Bussen zouden zich meer concentreren op hoofdwegen om de doorstroming te verbeteren. Op minder drukke assen kwamen flexbussen die enkel rijden na reservatie.

alarmbel

De praktijk bleek weerbarstig. Gemeentebesturen trokken aan de alarmbel omdat haltes verdwenen en dorpskernen minder bediend werden. Reizigers uitten hun scepsis over het reservatiesysteem voor flexbussen. Klachten stroomden binnen. Hier en daar stuurde De Lijn bij, maar de vervoersmaatschappij wachtte vooral op een grondige doorlichting. Die is er nu, in de vorm van een rapport over 2024, een jaar waarin het systeem nog niet volledig was uitgerold.

De Vervoersautoriteit, die in opdracht van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken het openbaar vervoer in Vlaanderen mee vormgeeft en coördineert, spaart de kritiek niet. “Dit rapport legt de vinger op de zere plek”, zegt Peter Meukens van reizigersvereniging TreinTramBus bij de nieuwszender VRT NWS. “Het toont aan dat de basisbereikbaarheid vooraf niet goed was uitgewerkt.” Zijn woorden snijden diep in een dossier dat politiek gevoelig ligt.

Toch is het beeld niet uitsluitend negatief. Volgens de cijfers is 77 procent van de klanten tevreden over De Lijn. Vooral de veiligheid, de rijstijl en vriendelijkheid van de chauffeur, de reisinformatie en het gedrag van medereizigers krijgen goede punten. Maar op cruciale domeinen zoals stiptheid, netheid, overstaptijd en niet gereden ritten blijven de resultaten achter. Dat vertaalt zich ook in cijfers van de Vlaamse Ombudsdienst, die in 2024 vijftig procent meer klachten noteerde.

Met de hervorming werd Vlaanderen opgedeeld in vijftien vervoerregio’s. Die regio’s moeten De Lijn adviseren over wijzigingen aan het kernnet en beslissen, in overleg met de vervoersmaatschappij, over het aanvullende net. Op papier kregen ze inspraak, maar volgens het rapport knelt daar het schoentje. “Vervoerregio’s hebben momenteel te weinig zicht op de beschikbare budgetten”, staat in het rapport van de Vervoersautoriteit. Verder klinkt het dat ze onvoldoende weten waarvoor middelen precies worden ingezet door De Lijn. In theorie mogen de regio’s dus beslissen, in de praktijk is het onduidelijk of ze over de nodige financiële slagkracht beschikken.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De Vervoersautoriteit wijst nog op een tweede structureel probleem. “Het nieuwe netwerk werd gefaseerd ingevoerd. Ondertussen werd dat basisnetwerk echter ingeperkt omwille van besparingen, operationele problemen en beperkte middelen bij De Lijn.” Die vaststelling ondergraaft het oorspronkelijke opzet van de hervorming. Wat betekenen ambitieuze plannen als de uitvoerende partner tegelijk moet besparen?

besparingen

Aanvankelijk was het de bedoeling om vanaf dit jaar jaarlijks vijftig miljoen euro extra te investeren in de exploitatie. Dat engagement stond in het regeerakkoord. De realiteit ziet er anders uit. Eerder dit jaar bleek dat De Lijn geen extra middelen krijgt, maar 35,5 miljoen euro moet besparen. Voor Peter Meukens is dat onverteerbaar. “Eigenlijk pleegt de Vlaamse regering woordbreuk”, zegt hij onomwonden.

Het rapport maakt duidelijk dat de hervorming van De Lijn geen afgerond hoofdstuk is, maar een proces dat nog volop bijsturing vraagt. De vraag of de grootste verandering ooit bij de Vlaamse vervoersmaatschappij ook effectief tot betere bereikbaarheid leidt, blijft voorlopig onbeantwoord. Wat wel vaststaat, is dat de combinatie van geschrapte haltes, flexbussen op reservatie en besparingen een complex kluwen heeft gecreëerd waarin reiziger, regio en vervoersmaatschappij elkaar soms moeilijk vinden.

Zonder diesel en benzine: oude oldtimers verdwijnen uit straatbeeld Havana

Cuba beleeft een ongekende energiecrisis die het dagelijks leven volledig op zijn kop zet.

Het eiland kampt met de zwaarste brandstoftekorten van de afgelopen jaren, waardoor benzine en diesel vrijwel onbereikbaar zijn geworden voor een groot deel van de bevolking. Wat ooit vanzelfsprekend leek, een ritje in een klassieke Amerikaanse oldtimer of een overvolle stadsbus op diesel, is inmiddels een zeldzaamheid. Elektrisch vervoer heeft zich noodgedwongen ontpopt tot de ruggengraat van de Cubaanse mobiliteit.

Cuba wordt opnieuw hard geraakt door internationale spanningen en economische druk. Door de nieuwste Amerikaanse oliesancties en het in beslag nemen van Venezolaanse tankers vol olie is de brandstofvoorziening op het eiland ingestort. Wat al een kwetsbaar systeem was, is nu volledig ontwricht. De gevolgen zijn in het dagelijks leven van miljoenen Cubanen voelbaar. Dagenlange stroomonderbrekingen, stilvallend vervoer en een nijpend tekort aan kerosine zetten het land verder onder druk.

De sancties hebben de aanvoer van olie uit Venezuela abrupt verstoord. Tankers die bestemd waren voor Cuba werden in beslag genomen, waardoor de toch al beperkte toevoer van brandstoffen vrijwel tot stilstand kwam. Zonder voldoende olie kan het eiland zijn elektriciteitscentrales niet draaiende houden. Dat heeft directe gevolgen voor huishoudens, ziekenhuizen, bedrijven en openbaar vervoer. Waar voorheen al werd gewaarschuwd voor tekorten, is nu sprake van een acute crisis.

sancties

De oorzaak van de crisis ligt buiten de landsgrenzen. Nadat de Verenigde Staten de olie-export uit Venezuela hebben stopgezet en bovendien sancties tegen andere potentiële leveranciers in het vooruitzicht hebben gesteld, is de aanvoer van brandstof naar Cuba drastisch teruggelopen. Tankstations kampen met lege pompen en lange wachtrijen. Voor veel Cubanen is het simpelweg niet meer mogelijk om hun voertuig te gebruiken zoals voorheen. De schaarste is voelbaar in elke provincie en raakt zowel particulieren als bedrijven.

Het straatbeeld verandert daardoor in rap tempo. De iconische oldtimers, die decennialang symbool stonden voor het eiland en toeristen massaal trokken, maken steeds vaker plaats voor compacte driewielers en fietsen met een stille motor. Waar vroeger het geronk van motoren de straten vulde, klinkt nu het zachte gezoem van batterijen die het werk overnemen. Elektrische mobiliteit is niet langer een milieubewuste keuze, maar een pure noodzaak.

elektrische fietstaxi

In de buitenwijk Alamar is de omslag bijzonder zichtbaar. Door de staat gerunde elektrische fietstaxi’s vormen daar het enige reguliere vervoersmiddel voor bewoners. Chauffeurs maken dagelijks tientallen ritten om mensen naar hun werk, school of familie te brengen. Zonder deze elektrische voertuigen zou de wijk praktisch geïsoleerd raken. Diesel en benzine zijn er nauwelijks beschikbaar, waardoor alternatieven onmisbaar zijn geworden. Voor veel inwoners betekent dit dat zij hun dagelijkse routines volledig hebben moeten aanpassen aan de beschikbaarheid van elektrisch vervoer.

De druk op Cuba neemt verder toe nu verschillende luchtvaartmaatschappijen hun vluchten naar het eiland schrappen. Wat begon als een brandstofcrisis met uitvallende stroom en stilstaand vervoer, krijgt nu ook gevolgen in de lucht. Internationale verbindingen worden afgebouwd en reizigers blijven massaal weg. Onder andere Britse autoriteiten waarschuwen passagiers om niet-noodzakelijke reizen naar Cuba te mijden, een signaal dat zwaar weegt in de toerismesector.

Particulier vervoer is voor de meeste Cubanen onbetaalbaar geworden. De prijzen voor schaarse brandstof zijn hoog, terwijl inkomens laag blijven. Onder strikte rantsoeneringsomstandigheden wordt brandstof in beperkte hoeveelheden verdeeld, met prioriteit voor essentiële sectoren. Elektrisch vervoer biedt in die context een betaalbaarder en betrouwbaarder alternatief. Opladen kan op vaste punten en vereist geen kostbare import van fossiele brandstoffen. Daarmee wordt voorkomen dat hele gemeenschappen stilvallen.

Foto: © Pitane Blue – Havana – Cuba

Het openbaar vervoer in Cuba bestaat voor een groot deel weer uit paard en wagen, van eenvoudige karren tot traditionele koetsen.

De Cubaanse autoriteiten hebben inmiddels een uitgebreid brandstofbesparingsplan aangekondigd. De focus ligt op het operationeel houden van ziekenhuizen, voedseltransport en andere vitale diensten. Overheidsinstanties sturen actief aan op het gebruik van elektrische voertuigen om de druk op de schaarse brandstofvoorraden te verminderen. In de praktijk betekent dit dat burgers weinig keuze hebben. Wie mobiel wil blijven, moet overstappen op elektriciteit.

pure noodzaak

De situatie onderstreept het schrille contrast tussen internationale politieke besluiten en het dagelijkse leven op het eiland. Sancties die bedoeld waren om de druk op Havana te vergroten, hebben onbedoeld geleid tot een versnelde overgang naar elektrisch vervoer. Waar elders in de wereld de energietransitie vaak wordt gepresenteerd als een geleidelijk proces, wordt die in Cuba afgedwongen door pure noodzaak. Elektrische bussen en driewielers zijn niet alleen een technologische innovatie, maar een reddingslijn voor miljoenen mensen.

Toch brengt deze omschakeling ook uitdagingen met zich mee. De infrastructuur voor opladen moet worden uitgebreid en onderhouden, terwijl de economische middelen beperkt zijn. Batterijen en onderdelen zijn niet altijd eenvoudig verkrijgbaar. Desondanks groeit het aantal elektrische voertuigen zichtbaar. Het is een stille revolutie op wielen, ingegeven door schaarste maar gedreven door veerkracht.

Brussel eindelijk uit politieke houdgreep: nieuwe regering zet Metro 3 op pauze

Het nieuwe regeerakkoord in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eindelijk een feit.

Daarmee komt een einde aan een uitzonderlijk lange politieke patstelling die maandenlang als een schaduw over de hoofdstad hing. De onderhandelingen sleepten aan, de zenuwen stonden gespannen en achter de schermen werd intens overlegd om een werkbare meerderheid op de been te brengen.

De regeringsvorming in Brussel bleek opnieuw een huzarenstuk. Anders dan in andere regio’s volstaat het niet om enkel een meerderheid in het parlement te verzamelen. Een Brusselse coalitie moet immers niet alleen over een algemene meerderheid beschikken, maar ook afzonderlijk een meerderheid behalen binnen zowel de Nederlandstalige als de Franstalige taalgroep. Die dubbele drempel maakt elke onderhandeling bijzonder complex. Politieke evenwichten, communautaire gevoeligheden en programmatische verschillen liepen voortdurend door elkaar. Het resultaat was tijdverlies en moeizame gesprekken die pas na lange tijd tot een doorbraak leidden.

Metro 3

Mobiliteit groeide tijdens de onderhandelingen uit tot een van de meest besproken dossiers. Vooral het dossier rond Metro 3 zorgde voor verhitte debatten. Het akkoord bevat een opvallend voorstel over de uitbreiding van de metrolijn. De nieuwe regering wil de werken tijdelijk stilleggen of herbekijken via een zogenaamde “pauze”. Die term weegt zwaar, want het project geldt als een van de grootste infrastructuurwerken in de hoofdstad. Volgens waarnemers houdt die “pauze” mogelijk verband met financiële zorgen en de zware druk op de Brusselse begroting. De kosten van de uitbreiding zijn fors en de economische context noopt tot voorzichtigheid.

Toch betekent dit niet dat alles wordt stilgelegd. De huidige werken aan het eerste deel van het traject, tussen Albert en Noord, krijgen wel degelijk een vervolg. Dat luik blijft overeind, waardoor het reeds gestarte project niet abrupt wordt stopgezet. De discussie concentreert zich vooral op de verdere uitbreiding richting het noorden van de stad.

Ook het mobiliteitsplan Good Move lag op tafel als een heet hangijzer. Dat plan zorgde de voorbije jaren voor felle discussies bij bewoners, handelaars en politici. Het krijgt nu een nieuwe naam, maar onder meer Groen en Vooruit benadrukken dat de principes overeind blijven. De focus verschuift naar een vlottere circulatie dan vandaag, met bijzondere aandacht voor schoolwijken en verkeersveiligheid. De zogenoemde ‘mailles’, wijken waar minder transitverkeer wordt toegelaten, zouden verkleinen. Daarmee lijkt de regering een evenwicht te zoeken tussen leefbaarheid en bereikbaarheid.

Foto: © Pitane Blue -taxi’s in Brussel

Met het regeerakkoord ligt de weg nu open voor de installatie van de nieuwe regering. Na maanden van onzekerheid en politieke spanning krijgt Brussel opnieuw een bestuur dat de komende jaren knopen moet doorhakken over mobiliteit, financiën en leefbaarheid. De uitdagingen zijn groot, de verwachtingen minstens evenzeer.

Op het vlak van luchtkwaliteit blijven de volgende fasen van de lage-emissiezone, de LEZ, behouden. Wel komt er een belangrijke aanpassing in het boetebeleid. De boetes, die momenteel 350 euro bedragen en begrensd zijn op maximaal vier per jaar, dalen naar 80 euro. Dat maximumaantal per overtreder verdwijnt echter. Overtreders kunnen dus vaker beboet worden, zij het tegen een lager bedrag per inbreuk. Brussel kijkt voor deze aanpassingen naar voorbeelden uit Gent en Antwerpen, waar soortgelijke systemen al van kracht zijn.

vignet

Een ander gevoelig punt was het idee van een wegenvignet. Voor Brusselaars komt dat er niet. Voor niet-Belgen zou zo’n vignet wel ingevoerd kunnen worden. Die piste blijft dus open en zal ongetwijfeld nog voor debat zorgen.

De voorkeurstarieven voor jongeren en ouderen blijven behouden. Dat was een uitgesproken strijdpunt van de PS, die erop aandrong dat deze sociale correcties niet zouden verdwijnen. Ook de middelen voor de MIVB zouden niet dalen. Daarmee wil de regering duidelijk maken dat het openbaar vervoer een centrale rol blijft spelen in het mobiliteitsbeleid van de hoofdstad.

Daarnaast kondigt de nieuwe ploeg een tweede autoloze zondag aan, rond de datum van het Irisfeest begin mei. De autoloze zondag in september is al jaren een vaste waarde in Brussel, maar krijgt dus een vervolg in het voorjaar. Het initiatief past in de bredere ambitie om de stad leefbaarder en groener te maken.

Tot slot wordt ook vooruitgekeken naar nieuwe investeringen. Zo wil de regering werk maken van tramlijn 15 tussen Brussel-Noord en Thurn & Taxis. Dat project moet de bereikbaarheid van die zone verbeteren en inspelen op de verdere ontwikkeling van de wijk.

Paniek door kinderstreek: Wizz Air vlucht opgeschrikt door woord op telefoon

Een opmerkelijk incident in het luchtruim boven het oostelijke Middellandse Zeegebied zorgde voor grote onrust onder passagiers, bemanning en veiligheidsdiensten.

Een passagiersvliegtuig van luchtvaartmaatschappij Wizz Air, onderweg van Londen Luton naar Tel Aviv, werd tijdens de nadering van Israël onderschept en begeleid door meerdere Israëlische gevechtsvliegtuigen. Aanleiding was een melding van een vermeende dreiging aan boord, die uiteindelijk loos alarm bleek te zijn, maar wel leidde tot het in werking stellen van de hoogste veiligheidsprocedures.

“terrorist”

Het toestel, dat vloog onder vluchtnummer W95301, bevond zich in de laatste fase van de vlucht richting Ben Gurion Airport toen onder passagiers plotseling paniek ontstond. Meerdere inzittenden zagen op het scherm van een mobiele telefoon in de cabine een opvallende en verontrustende aanduiding verschijnen. Volgens getuigen ging het om het woord “terrorist”, dat zichtbaar was als naam van een draadloos netwerk. Wat in eerste instantie onschuldig leek, werd door de gespannen internationale veiligheidscontext al snel als potentieel gevaarlijk geïnterpreteerd.

De melding werd vrijwel direct doorgegeven aan de cabinebemanning. Die besloot geen enkel risico te nemen en stelde de bevoegde luchtvaart- en veiligheidsautoriteiten op de hoogte. In Israël ging daarop het alarm af en werden de protocollen voor een mogelijk dreigingsscenario geactiveerd. De Israëlische luchtmacht handelde snel en stuurde binnen korte tijd meerdere gevechtsvliegtuigen de lucht in om het passagiersvliegtuig te onderscheppen.

Foto: © Pitane Blue – Wizz Air

Terwijl de straaljagers het Wizz Air-toestel naderden, werd het vliegtuig onder strikte begeleiding naar Ben Gurion Airport geleid. Passagiers merkten de aanwezigheid van de militaire toestellen op en beschrijven de sfeer aan boord als gespannen en stil. De escorte bleef gedurende de rest van de vlucht in positie, totdat het toestel veilig toestemming kreeg om te landen.

Wi-Fi-hotspot

Al snel werd duidelijk dat er geen sprake was van een echte bedreiging. De oorzaak bleek opmerkelijk simpel en onschuldig. Een kind aan boord had, spelenderwijs, de naam van de mobiele Wi-Fi-hotspot van zijn ouders gewijzigd in het Arabische woord voor “terrorist”. Een andere passagier die probeerde verbinding te maken met een draadloos netwerk zag deze naam op zijn scherm verschijnen en sloeg alarm, niet beseffend dat het om een kinderstreek ging.

Hoewel de melding achteraf ongegrond bleek, benadrukten betrokken autoriteiten dat de genomen maatregelen noodzakelijk waren. In de huidige veiligheidssituatie wordt elke mogelijke aanwijzing serieus genomen, zeker wanneer het gaat om een toestel dat onderweg is naar Israël. De snelle inzet van de luchtmacht en de strikte controles op de grond worden gezien als bewijs dat de veiligheidsprocedures effectief functioneren.

Na afronding van alle controles werd vastgesteld dat geen enkele passagier of bemanningslid gevaar had gelopen. Het vliegverkeer op Ben Gurion Airport kon daarna weer volgens schema worden hervat. De betrokken autoriteiten onderzochten het incident verder om vast te stellen hoe dergelijke misverstanden in de toekomst voorkomen kunnen worden en hoe communicatie aan boord beter kan worden afgestemd op veiligheidsprotocollen.

Dreiging van Ryanair: tijdelijk van tafel op Waalse luchthaven Charleroi

Ryanair zal het zomerseizoen op de luchthaven van Charleroi toch volledig uitvoeren, nadat de Waalse regering heeft ingegrepen en een geplande extra luchthavenbelasting heeft tegengehouden. Daarmee verdwijnt voorlopig de dreiging dat de Ierse luchtvaartmaatschappij haar aanbod tijdens de drukste reismaanden zou terugschroeven. Dat bevestigde Ryanair vrijdag in een reactie die werd verspreid via persbureau Belga en in een eigen persbericht van de maatschappij.

Waalse regering

De beslissing volgt op het optreden van de Waalse regering, die donderdag bekendmaakte dat de stad Charleroi geen toestemming krijgt om een bijkomende belasting van 3 euro per passagier in te voeren op de luchthaven van Charleroi. Het ging om een maatregel die door het PS-stadsbestuur was voorgesteld en die rechtstreeks zou hebben gewogen op de ticketprijs voor reizigers die via Charleroi vertrekken of aankomen. De Waalse regering maakte duidelijk dat zij deze belasting niet ziet zitten en blokkeerde de plannen van de stad.

Ryanair had eerder scherp gereageerd op het voornemen van Charleroi om de taks in te voeren. Topman Michael O’Leary had publiekelijk gedreigd om vliegtuigen weg te halen van de Waalse luchthaven en het aanbod fors te verminderen. Daarbij werd gesproken over 1,1 miljoen zitjes minder in de loop van dit jaar. Die dreiging zorgde voor onrust bij zowel reizigers als lokale beleidsmakers, omdat Charleroi voor Ryanair een van de belangrijkste uitvalsbases is in België en een belangrijke economische motor vormt voor de regio.

De komende maanden zullen uitwijzen of het conflict zich opnieuw op de spits drijft wanneer de federale plannen concreter worden. Voorlopig lijkt het zomerseizoen gered, maar boven de start- en landingsbanen van Charleroi blijven de fiscale wolken hangen.

Volgens Ryanair is de onmiddellijke dreiging nu van de baan, althans voor de zomer. In het persbericht stelt de maatschappij expliciet: “Dankzij de maatregel van de Waalse regering zal Ryanair het volledige zomerschema uitvoeren op de luchthaven van Charleroi.” Daarmee bevestigt de luchtvaartmaatschappij dat er tijdens het zomerseizoen geen vliegtuigen zullen worden geschrapt en dat alle geplande routes behouden blijven.

Dat volledige zomerschema is niet onbelangrijk. Ryanair spreekt zelf van een groei van 9 procent in vergelijking met de zomer van 2025 en een aanbod van 112 rechtstreekse bestemmingen van en naar Charleroi. Het gaat om een breed netwerk van Europese steden, dat vooral populair is bij prijsbewuste reizigers en vakantiegangers. Voor de luchthaven betekent dit extra passagiers, meer bewegingen en bijkomende inkomsten uit luchthavenactiviteiten.

lokale belasting

De opluchting is echter niet volledig. Ryanair koppelt haar beslissing nadrukkelijk aan het blokkeren van de lokale belasting en waarschuwt dat andere fiscale plannen wel degelijk gevolgen kunnen hebben. De maatschappij kijkt daarbij naar de federale regering, die plannen heeft om de bestaande vliegtaks te verhogen. Mocht die verhoging effectief worden doorgevoerd, dan sluit Ryanair niet uit dat er vanaf oktober, bij de start van het winterseizoen, opnieuw ingrepen volgen.

In dat scenario zou het volgens Ryanair gaan om een veel grotere impact dan eerder aangekondigd. De maatschappij spreekt over het schrappen van “meer dan twee miljoen zitjes” van en naar de luchthaven van Charleroi. Daarmee zet Ryanair de druk op de federale onderhandelingen en benadrukt ze opnieuw haar standpunt over belastingen op luchtvaart. In dezelfde communicatie klinkt het scherp: “Ryanair wil groeien in België, maar we kunnen dat niet doen als de federale regering Wallonië uit de markt blijft prijzen door politiek gemotiveerde anticonsumententaksen.”

De discussie rond luchthaventaksen en vliegtaksen raakt aan een breder debat over mobiliteit, klimaat en regionale concurrentie. Voor Ryanair is Charleroi een cruciale hub in haar netwerk, terwijl de luchthaven sterk afhankelijk is van de Ierse maatschappij voor haar passagiersaantallen. 

Milaan en Cortina overspoeld: winterspelen jagen huurauto’s en prijzen omhoog

Het vooruitzicht van de Olympische Winterspelen van 2026 in Noord-Italië zorgt nu al voor een ongekende drukte op de verhuurmarkt van auto’s.

Nederlandse reizigers weten de weg naar Milaan, Cortina d’Ampezzo en omliggende plaatsen massaal te vinden. Cijfers van autoverhuurspecialist Sunny Cars laten zien dat het aantal huurauto-boekingen in en rond deze steden tijdens de olympische periode met ruim 300 procent is gestegen ten opzichte van vorig jaar. De enorme toename in vraag gaat hand in hand met fors hogere prijzen, waardoor de Winterspelen niet alleen sportief maar ook financieel hun sporen nalaten.

Met name de luchthavens rond Milaan laten een explosieve groei zien. Milano Malpensa Airport springt eruit als absolute koploper. Het aantal Nederlandse huurauto-boekingen ligt daar maar liefst 420 procent hoger dan een jaar geleden. Ook Milano Linate Airport laat een indrukwekkende stijging zien, waar de vraag met 291 procent toenam. Bergamo Airport volgt op korte afstand met een groei van bijna 193 procent. Deze cijfers onderstrepen dat Milaan voor veel bezoekers het belangrijkste toegangspunt is tot de olympische regio en dat de mobiliteit ter plaatse een cruciale rol speelt.

stevige prijzen

Niet alleen het aantal reserveringen stijgt hard, ook de prijzen van huurauto’s zijn fors omhooggeschoten. Vooral in Bolzano is de impact groot. Daar zijn huurauto’s gemiddeld 200 procent duurder dan vorig jaar. Suzanne Al, Managing Director van Sunny Cars, licht deze stijging toe met concrete cijfers en zegt: “Vorig jaar betaalden autohuurders hier 323 euro voor een week in februari, dat zit dit jaar op 654 euro”. 

Ook rond Milaan moeten reizigers die tijdens de Olympische Winterspelen een auto willen huren dieper in de buidel tasten. Op Milano Malpensa Airport is de prijs per week gestegen van 156 euro naar 292 euro, wat neerkomt op een toename van 188 procent. Bergamo Airport volgt met een stijging van 174 procent, waarbij de prijs opliep van 127 euro naar 221 euro per week. Milano Linate Airport kent een meer gematigde maar nog steeds stevige stijging van 123 procent, waar de huurprijs steeg van 269 euro naar 330 euro per week.

Foto: © Pitane Blue
– Sunny Cars

Huurauto-boekingen in Milaan verdrievoudigd richting Olympische Winterspelen, maar gemiddelde huurautoprijzen bijna verdubbeld.

Ondanks deze forse prijsstijgingen hoeven lastminute reizigers zich nog niet direct zorgen te maken over de beschikbaarheid van huurauto’s. Volgens Sunny Cars is het aanbod voorlopig toereikend. Suzanne Al benadrukt dat de markt nog niet is drooggevallen en zegt: “Hoewel de vraag hoog is, zien we dat het aanbod nog steeds breed is”. Zij voegt daaraan toe: “Er zijn dan ook nog huurauto’s beschikbaar in meerdere categorieën rond de locaties van de Olympische Winterspelen”. Daarmee lijkt het erop dat flexibiliteit en tijdig vergelijken voor reizigers het verschil kunnen maken.

oplopende tarieven

De toenemende prijsdruk beperkt zich niet tot vervoer alleen. Ook de hotelmarkt in de regio voelt de invloed van de Olympische Winterspelen. Wie in de buurt van de wedstrijdlocaties wil overnachten, krijgt te maken met sterk oplopende tarieven. Onderzoek van de Italiaanse consumentenorganisatie Altroconsumo wijst uit dat een hotelovernachting in onder meer Cortina d’Ampezzo tijdens een olympisch weekend gemiddeld meer dan 260 procent duurder is dan tijdens een regulier weekend in dezelfde periode een jaar eerder. In sommige gevallen lopen de prijzen zelfs op tot ruim vier keer het normale niveau. Deze ontwikkelingen maken duidelijk dat de Winterspelen niet alleen sportliefhebbers trekken, maar ook een forse economische impact hebben op de hele regio.

Alles wijst erop dat de Olympische Winterspelen van 2026 nu al zorgen voor een ongekende dynamiek in Noord-Italië. De combinatie van een explosief stijgende vraag naar huurauto’s, bijna verdubbelde prijzen en sterk oplopende hotelkosten schetst een beeld van een regio die zich opmaakt voor een ongekende toestroom van bezoekers. Voor Nederlandse reizigers betekent dit dat vroeg plannen loont, maar ook dat zelfs op het laatste moment nog mogelijkheden bestaan om mobiel te blijven tijdens een van de grootste sportevenementen ter wereld.

Structureel tekort: vrachtwagens zonder rustplek zorgen voor groeiende onrust

In de provincie Antwerpen zijn er gemiddeld 44 vrachtwagens voor elke beschikbare parkeerplaats.

Het nijpende tekort aan vrachtwagenparkeerplaatsen is uitgegroeid tot een algemeen erkend probleem dat zich niet langer beperkt tot één regio, maar symbool staat voor een structurele zwakte in het mobiliteitsbeleid. Dagelijks begeven tienduizenden vrachtwagens zich over de belangrijkste verkeersaders van het land, met een logistieke sector die blijft groeien en steeds hogere eisen stelt aan snelheid en flexibiliteit. Tegelijkertijd zijn chauffeurs wettelijk verplicht om rust te nemen na bepaalde rijtijden. Die verplichting staat buiten kijf en is essentieel voor de verkeersveiligheid, maar botst in de praktijk steeds vaker op een harde realiteit: er zijn simpelweg te weinig plaatsen waar die rust veilig en waardig kan worden genomen.

geïmproviseerde rustplaatsen

In provincies met een sterke logistieke aanwezigheid betekent dit dat tientallen vrachtwagens moeten concurreren voor één enkele parkeerplaats. Het gevolg laat zich raden. Parkings raken al vroeg in de avond overvol, chauffeurs rijden noodgedwongen verder in de hoop ergens nog een vrij plekje te vinden en stranden uiteindelijk op locaties die daar nooit voor bedoeld zijn. Pechstroken, op- en afritten en industrieterreinen veranderen zo in geïmproviseerde rustplaatsen. Dat leidt niet alleen tot frustratie bij chauffeurs, maar ook tot gevaarlijke situaties voor andere weggebruikers. Zware ongevallen waarbij stilstaande vrachtwagens betrokken zijn, tonen op pijnlijke wijze aan wat er misloopt wanneer regelgeving en infrastructuur elkaar niet meer volgen.

Een bijkomend probleem is de ongelijke spreiding van de bestaande parkeerplaatsen. Een groot deel bevindt zich in haven- of industriegebieden, ver weg van de snelwegen waar de nood het hoogst is. Chauffeurs plannen hun rij- en rusttijden zorgvuldig, maar dagelijkse files en onvoorspelbare verkeersdrukte maken die planning vaak onmogelijk. Wie zijn verplichte rustmoment nadert en vastzit in congestie, ziet de best uitgeruste parkings letterlijk voor zijn neus vol lopen. Tegen de avond stapelen vrachtwagens zich op, ver boven de capaciteit waarvoor de parking ooit werd ontworpen.

Foto: trucker houdt rust op parking

Naast het pure tekort aan plaatsen speelt ook de kwaliteit van de voorzieningen een rol. Veel parkings bieden nauwelijks sanitair, laat staan douches, beveiliging of ontspanningsmogelijkheden. De logistieke keten verwacht dat leveringen steeds sneller gebeuren. Bestellingen die vandaag geplaatst worden, moeten morgen al aan de deur staan. Vrachtwagens zijn rijdende magazijnen geworden en chauffeurs vormen de ruggengraat van dat systeem. Toch ervaren zij dat de ruimte om te rusten, letterlijk en figuurlijk, steeds kleiner wordt. De kloof tussen wat de markt vraagt en wat aan faciliteiten wordt aangeboden, groeit jaar na jaar.

langetermijnvisie

Ook beleidsmatig wordt het probleem erkend, maar de oplossingen blijven achter. Plannen voor uitbreiding of herinrichting van bestaande parkings stuiten vaak op ruimtelijke beperkingen en lange procedures. In sommige gevallen wordt vastgesteld dat uitbreiding de komende tien jaar niet haalbaar is. Dat vooruitzicht voedt de ongerustheid, want de logistieke sector staat niet stil. Zonder een duidelijke langetermijnvisie dreigt het tekort alleen maar groter te worden, met alle veiligheidsrisico’s van dien.

Handhaving biedt slechts een gedeeltelijk antwoord. Parkeren op de pechstrook is verboden en wordt bestraft met stevige boetes. Wanneer een vrachtwagen door zijn positie een gevaar vormt voor het verkeer, grijpt de wegpolitie in en kan het voertuig worden weggesleept. Maar die aanpak voelt vaak als dweilen met de kraan open. Zodra een plek vrijkomt, neemt een andere chauffeur, even wanhopig op zoek naar rust, de plaats in. Permanente controle is onmogelijk en lost het onderliggende probleem niet op.

verantwoordelijkheid

De kern van de zaak blijft dat een moderne economie niet kan draaien zonder voldoende en veilige rustplaatsen voor wie haar goederen vervoert. De verantwoordelijkheid ligt deels bij de overheid, die moet zorgen voor een toekomstgerichte infrastructuur, en deels bij de sector zelf, die mee moet investeren in oplossingen. Zolang die gezamenlijke aanpak uitblijft, zullen chauffeurs blijven balanceren tussen wettelijke verplichtingen en praktische onmogelijkheid. Het tekort aan vrachtwagenparkings is daarmee geen tijdelijk ongemak, maar een structureel probleem dat vraagt om dringende en doordachte actie.

Raad van state houdt poot stijf in spoorconflict: rechter wijst spoedverzoek af

Spoorvakbonden vangen nul op het rekest bij Raad van State, rechter wijst spoedverzoek af en laat stakingsverbod overeind.

De spoorvakbonden hebben bij de Raad van State geen gehoor gevonden in hun poging om de weigering van hun stakingsaanzegging voor 5, 10 en 12 februari ongedaan te maken. Het rechtscollege boog zich in een spoedprocedure over het verzoek, maar kwam tot het oordeel dat niet is voldaan aan de vereiste van spoedeisendheid. Daarmee bleef een inhoudelijke uitspraak over de vraag of het weigeren van de stakingsaanzegging een aantasting vormt van het stakingsrecht voorlopig uit.

De procedure was aangespannen nadat HR Rail, de personeelsdienst van NMBS en Infrabel, een nieuwe stakingsaanvraag van de christelijke spoorbond AVC Transcom en de socialistische bond ACOD Spoor had geweigerd. Die aanvraag volgde op een staking van de week voordien. Met het kort geding hoopten de bonden alsnog groen licht te krijgen voor de aangekondigde actiedagen begin februari.

spoedprocedure

De Raad van State maakte echter duidelijk dat de argumentatie van de verzoekende partijen volgens haar onvoldoende concreet was. In het formele arrest staat letterlijk te lezen: “De verzoekers zetten de feitelijke elementen waaruit moet blijken dat zij hun stakingsrecht niet kunnen uitoefenen, niet op concrete wijze uiteen.” Daarmee gaf het rechtscollege aan dat het niet overtuigd was van de urgentie die nodig is om in een spoedprocedure tussen te komen.

Verder ging de Raad van State in op het risico dat de vakbonden hadden aangehaald. Ook daarover klonk het kritisch. “De Raad van State merkt op dat het enige risico dat door de verzoekers wordt aangevoerd, namelijk tuchtstraffen en administratieve maatregelen wanneer de werknemers ondanks de weigering van de stakingsaanzegging zouden deelnemen aan de 3 stakingsdagen, niet concreet wordt uiteengezet of toegelicht in het verzoekschrift.” Volgens het rechtscollege was dit onvoldoende om te besluiten dat er sprake was van een onmiddellijke en ernstige dreiging die een spoedinterventie rechtvaardigt.

Door deze redenering bleef de kern van het debat, namelijk of de weigering van de stakingsaanzegging een aanval vormt op het stakingsrecht, buiten beschouwing. De Raad van State sprak zich daar in deze fase niet over uit. Voor de vakbonden betekent dit dat de huidige situatie ongewijzigd blijft en dat de weigering van kracht is.

Foto: © Pitane Blue – NMBS

Bij ACOD Spoor wordt het arrest nog grondig bekeken. Tony Fonteyne reageert namens de bond teleurgesteld, maar niet verrast. “Uiteraard zijn we niet tevreden, dat spreekt voor zich. Het verbod op staken blijft gehandhaafd”, zegt hij. Zijn woorden onderstrepen de frustratie bij de bonden, die zich door de beslissing in hun actiemogelijkheden beperkt zien.

HR Rail bevestigt intussen dat de interne regels onverkort blijven gelden. Vanuit de personeelsdienst klinkt het duidelijk: “Als morgen/donderdag toch wordt gestaakt, dan zal de interne regelgeving worden toegepast.” Concreet houdt dit in dat spoorpersoneel dat ondanks de weigering toch het werk neerlegt, kan worden beschouwd als onwettig afwezig. Dat kan leiden tot tuchtmaatregelen of administratieve sancties, zoals ook na eerdere acties het geval was.

De zaak illustreert de gespannen verhoudingen binnen het spoor en het complexe juridische kader waarin sociale acties plaatsvinden. Terwijl de vakbonden wijzen op hun fundamentele recht om te staken, benadrukken de spoorbedrijven het belang van procedures en regelgeving. Het arrest van de Raad van State geeft voorlopig geen antwoord op die fundamentele spanning, maar legt de nadruk op de formele vereisten waaraan een spoedprocedure moet voldoen.

syndicale acties

Voorlopig blijft het dus afwachten welke stappen de vakbonden verder zullen zetten. Het onderzoek van het arrest loopt nog en verdere juridische of syndicale acties worden niet uitgesloten. Intussen hangt de dreiging van sancties boven het hoofd van spoorpersoneel dat toch zou beslissen om de aangekondigde stakingsdagen te volgen, terwijl reizigers opnieuw geconfronteerd worden met onzekerheid over de impact van het sociale conflict.

Aan het einde van deze juridische strijd blijft vooral een beeld hangen van vastgelopen overleg en verharde standpunten, waarbij elke partij zich beroept op haar eigen gelijk en de rechter voorlopig enkel procedureel ingrijpt.

Ryanair op de vingers getikt: boekingsproces moet transparanter

Testaankoop haalt gelijk over bundeling en kortingen en consumenten winnen slag over misleidende opties.

De handelsrechtbank van Brussel heeft een duidelijke streep getrokken door een aantal commerciële praktijken van lowcostluchtvaartmaatschappij Ryanair tijdens het boekingsproces. Volgens de rechter gaat het om methodes die consumenten misleiden en hen onder druk zetten om duurdere keuzes te maken dan zij oorspronkelijk van plan waren. De uitspraak volgt op een rechtszaak die in mei vorig jaar werd aangespannen door consumentenorganisatie Testaankoop, samen met koepelorganisatie Euroconsumers, na meerdere klachten bij de Belgische Economische Inspectie.

Centraal in het vonnis staat het illegaal bundelen van opties die volgens de rechtbank afzonderlijk en transparant geprijsd moeten worden. De rechter oordeelde dat Ryanair klanten onrechtmatig richting duurdere pakketten stuurt door bepaalde extra’s niet los aan te bieden. Het gaat onder meer om opties zoals ‘priority boarding’ en het reserveren van een specifieke stoel. Door deze voordelen enkel in pakketvorm te presenteren, ontstaat volgens de rechtbank een vertekend beeld van de werkelijke kostprijs van een vlucht.

valse kortingen

Op 28 januari kreeg Testaankoop op dit punt gelijk van de handelsrechter. De luchtvaartmaatschappij werd ook veroordeeld voor het toekennen van valse kortingen, waarbij niet de juiste referentieprijs werd gebruikt. Daarnaast werd Ryanair op de vingers getikt voor het creëren van kunstmatige schaarste tijdens het boekingsproces, door klanten te laten geloven dat er nog slechts enkele zitjes beschikbaar zijn tegen een lage prijs. Volgens Testaankoop zet die praktijk consumenten aan tot snelle beslissingen zonder voldoende inzicht in de echte prijsstructuur.

Consumentenorganisatie Testaankoop startte in mei 2025, met steun van Euroconsumers, een rechtszaak tegen de Ierse luchtvaartmaatschappij Ryanair. Volgens de organisatie schendt Ryanair verschillende consumentenrechten tijdens het boekingsproces. Zo rekent de luchtvaartmaatschappij kosten aan voor handbagage, zijn de prijzen van opties zoals extra valiezen en priority boarding niet transparant en zijn de kortingen verkeerd berekend. In een vonnis van 28 januari bevestigt de rechtbank dat Ryanair met heel wat praktijken in strijd is met het Wetboek van Economisch Recht en de Europese regels.

De uitspraak heeft concrete gevolgen. Ryanair moet binnen de drie maanden na de betekening van het vonnis aanpassingen doorvoeren in het boekingsproces. Gebeurt dat niet, dan riskeert de luchtvaartmaatschappij een dwangsom van 5.000 euro per dag. Daarmee wil de rechtbank duidelijk maken dat transparantie geen vrijblijvende keuze is, maar een wettelijke verplichting.

Niet alle klachten van Testaankoop werden echter gevolgd. Een belangrijk twistpunt betrof het aanrekenen van extra kosten voor handbagage. De Brusselse handelsrechter oordeelde dat het niet onwettig is dat handbagage ter grootte van een trolley betalend wordt aangeboden. Ook het feit dat volwassenen moeten betalen om naast een minderjarig kind te kunnen zitten, werd niet strijdig bevonden met de huidige regelgeving. Voor veel reizigers blijft dat een gevoelig punt, maar juridisch kreeg Ryanair hier dus groen licht.

Aan het einde van dit dossier blijft Ryanair met een duidelijke opdracht achter: het boekingsproces moet eenvoudiger, transparanter en eerlijker. Of dat ook zal leiden tot structurele veranderingen in de sector, zal de komende maanden en jaren moeten blijken.

Toch beschouwt Testaankoop de zaak niet als afgesloten. De consumentenorganisatie blijft druk uitoefenen op Europees niveau, waar bredere hervormingen van de passagiersrechten op tafel liggen. Laura Clays van Testaankoop licht toe: “We ijveren op Europees niveau voor verbeteringen. Er komen grote aanpassingen aan op vlak van passagiersrechten. Het Europees Parlement is alvast voorstander om handbagage van 7 kilogram integraal deel te laten uitmaken van de ticketprijs, en om een gratis zitje te geven aan de volwassen begeleider van een minderjarig kind.” Die voorstellen zouden, indien ze worden goedgekeurd, een aanzienlijke impact hebben op het verdienmodel van lowcostmaatschappijen.

verkooptechnieken

De uitspraak van de Brusselse handelsrechtbank past in een bredere Europese discussie over consumentenbescherming in de luchtvaartsector. Terwijl lage ticketprijzen voor veel reizigers aantrekkelijk blijven, groeit tegelijk de kritiek op bijkomende kosten en ondoorzichtige verkooptechnieken. Het vonnis onderstreept dat luchtvaartmaatschappijen hun commerciële vrijheid niet onbeperkt kunnen benutten wanneer die ten koste gaat van duidelijke en eerlijke informatie voor de consument.

Op een aantal punten blijft Ryanair voorlopig buiten schot. Zo vindt de rechter het niet onwettig dat handbagage ter grootte van een trolley betalend is en dat volwassenen moeten bijbetalen om naast een minderjarig kind te kunnen zitten.

Antwerpse taxioorlog: Pelikaanstraat ontspoort door falend taxibeleid

De Pelikaanstraat in Antwerpen is de voorbije maanden uitgegroeid tot een plek waar spanningen dagelijks voelbaar zijn.

Wat zich afspeelt in de onmiddellijke omgeving van Antwerpen-Centraal gaat veel verder dan enkele losse incidenten of toevallige opstootjes tussen chauffeurs. Scheldpartijen, vechtende taxichauffeurs, meldingen van messen en zelfs de aanwezigheid van een geweer maken deel uit van een realiteit die door betrokkenen niet langer wordt ervaren als uitzonderlijk, maar als structureel. Voor zowel chauffeurs als reizigers is de situatie ontspoord.

De problematiek wordt door waarnemers niet gezien als het gevolg van drukte rond een groot station, maar als het directe resultaat van beleidskeuzes. Of, zoals het door betrokkenen wordt omschreven, het wegvallen daarvan. Wat vandaag zichtbaar is in de Pelikaanstraat wordt niet afgedaan als overdreven of opgeklopt, maar als een symptoom van een markt die volledig is opengezet zonder remmen, zonder grenzen en zonder bescherming voor wie het systeem draaiende houdt.

Foto: © Pitane Blue – Antwerpen Pelikaanstraat

Het jaar 2020 markeert een breuklijn in het Antwerpse taxilandschap. Met één beslissing heeft de stad het stedelijk taxireglement opgeheven en daarmee een systeem losgelaten dat decennialang richting gaf aan prijzen, aantallen en werking van taxi’s op haar grondgebied. Vanaf dat moment kregen taxibedrijven de vrijheid om hun tarieven zelf te bepalen en verdween elke limiet op het aantal taxi’s dat actief mag zijn in de stad. Wat door het stadsbestuur werd voorgesteld als een noodzakelijke modernisering, wordt door de sector zelf ervaren als een sprong in het onbekende met verstrekkende gevolgen.

Antwerpen stond jarenlang net als Gent bekend als een stad met een duidelijk en streng taxibeleid. Er waren vaste standplaatsen, heldere regels en controlemechanismen die zorgden voor voorspelbaarheid. Die situatie veranderde ingrijpend met de invoering van het taxidecreet van 2020 en vooral met het volledig afschaffen van het stedelijk taxireglement. Sindsdien mag elke Vlaamse chauffeur zich in Antwerpen opstellen alsof het zijn thuismarkt is. Tegelijkertijd worden Antwerpse chauffeurs in andere steden wel geweerd van lokale standplaatsen. Die ongelijkheid wordt door chauffeurs omschreven als “asymmetrische concurrentie”.

beleidswijzigingen

De gevolgen van die beleidswijziging zijn volgens betrokkenen duidelijk zichtbaar. Het aantal taxi’s rond het station is verdubbeld, terwijl het aantal ritten niet is meegegroeid. Wachttijden lopen op tot vijf uur, inkomsten dalen en frustraties stapelen zich op. Chauffeurs geven aan dat wie urenlang moet wachten op één klant niet alleen gefrustreerd raakt, maar uiteindelijk radeloos wordt. In zo’n klimaat verdwijnen fatsoen en veiligheid als eerste, klinkt het.

Steden hebben het recht om keuzes te maken over hoe mobiliteit wordt georganiseerd. Dat geldt zeker voor een grootstedelijke omgeving waar duizenden reizigers dagelijks afhankelijk zijn van taxi’s om zich veilig en efficiënt te verplaatsen. Maar wie bewust kiest voor volledige liberalisering, kan zich niet verschuilen achter goede bedoelingen wanneer de gevolgen zichtbaar worden. Dan is het ook noodzakelijk om te erkennen wat die keuze veroorzaakt en om bij te sturen waar de praktijk ontspoort.

Niet alleen chauffeurs voelen de impact. Ook reizigers krijgen te maken met de gevolgen van de wanorde. Klachten over woekerprijzen voor korte ritten nemen toe, discussies tussen chauffeurs spelen zich af waar klanten met koffers letterlijk tussenin staan en er worden situaties gemeld waarin mensen uit een taxi worden gesleurd omdat ze “de verkeerde” chauffeur kozen. Dat wordt door betrokkenen bestempeld als onprofessioneel en onaanvaardbaar in een stad die zich internationaal profileert.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeur in Antwerpen

In Antwerpen groeit het besef dat de huidige situatie in de taxisector het resultaat is van beleidskeuzes die hun doel voorbijschieten.

Volgens critici creëert het huidige beleid precies wat het zegt te willen vermijden. Minder vertrouwen in taxi’s leidt tot meer klachten, wat op zijn beurt meer handhaving vereist en uiteindelijk de leefbaarheid rond het station verder onder druk zet. De discussie gaat daarbij volgens betrokkenen niet over technologie of innovatie. Het probleem wordt niet gezien als een strijd tussen klassieke taxi’s en nieuwe platforms, maar als een gebrek aan regie.

Lokale chauffeurs en taxibedrijven voelen zich weggedrukt door een systeem dat geen onderscheid meer maakt tussen lokaal vervoer en wat zij omschrijven als “rondreizende opportunisten”. De stad mag keuzes maken, zo klinkt het, maar wie kiest voor volledige liberalisering moet ook erkennen wat die keuze veroorzaakt en bereid zijn om bij te sturen.

losgeslagen markt

De voorgestelde oplossingen worden niet als radicaal omschreven, maar als noodzakelijk. Er wordt gepleit voor herstel van stedelijke regie, met lokale standplaatsen voor lokale chauffeurs, een beperking van het aantal wachtende taxi’s op hotspots zoals het station en actieve, zichtbare handhaving. Taxi’s zouden opnieuw moeten worden behandeld als een onderdeel van stedelijke mobiliteit en niet als een losgeslagen markt.

De Pelikaanstraat hoeft volgens betrokkenen geen strijdtoneel te zijn. Ze is dat geworden omdat de stad haar verantwoordelijkheid heeft losgelaten. Wie veiligheid, eerlijkheid en dienstverlening wil herstellen, zal moeten erkennen wat volgens velen inmiddels overduidelijk is: “Zonder regels wordt de sterkste koning. En dat is nooit goed beleid.”

Steden hebben het recht om keuzes te maken over hoe mobiliteit wordt georganiseerd. Dat geldt zeker voor een grootstedelijke omgeving waar duizenden reizigers dagelijks afhankelijk zijn van taxi’s om zich veilig en efficiënt te verplaatsen. Maar wie bewust kiest voor volledige liberalisering, kan zich niet verschuilen achter goede bedoelingen wanneer de gevolgen zichtbaar worden. Dan is het ook noodzakelijk om te erkennen wat die keuze veroorzaakt en om bij te sturen waar de praktijk ontspoort.

Nieuwe regels beloven kansen: mobiliteitsraad waarschuwt voor halve oplossingen

De raad vraagt om bij de uitwerking van het decreet evenwichtige voorwaarden voor vervoerders te creëren en om het gebruikersperspectief centraal te
stellen

Met het nieuwe voorontwerp van decreet over aangepast vervoer zet Vlaanderen een stap die volgens velen al jaren onvermijdelijk was. De sector van aangepast vervoer balanceert al lange tijd op een dun koord van tijdelijke regelingen, onzekerheid over financiering en een versnipperde organisatie. 

Ook de Mobiliteitsraad van Vlaanderen laat in haar recent advies weinig twijfel bestaan over de noodzaak van structurele duidelijkheid. De raad stelt expliciet dat het afgelopen moet zijn met de onzekerheid waarin aangepast vervoer vandaag wordt georganiseerd. Voor taxibedrijven en andere vervoersoperatoren klinkt dat als een erkenning van een probleem dat al lang leeft. Tegelijk maakt het advies duidelijk dat succes niet vanzelfsprekend is en dat de uitwerking van het decreet bepalend zal zijn voor de toekomst van de sector.

cruciaal kantelpunt

Centraal staat de vraag of aangepast vervoer eindelijk zal worden behandeld als een volwaardige, professioneel georganiseerde vervoerstak. Voor veel operatoren is dat een cruciaal kantelpunt. Jarenlang investeerden zij in aangepaste voertuigen, gespecialiseerde opleidingen voor chauffeurs en een dienstverlening die rekening houdt met kwetsbare doelgroepen. Die inspanningen botsten echter te vaak op onduidelijke spelregels en ontoereikende vergoedingen. Het risico bestaat dat het nieuwe decreet blijft hangen in een hybride systeem waarin verantwoordelijkheden diffuus zijn en de lasten vooral bij de uitvoerende partijen terechtkomen.

De MORA stelt vast dat de maatschappelijke integratie van personen met een
mobiliteitsbeperking onvoldoende concreet wordt uitgewerkt. Het aangepast
vervoer moet meer omvatten dan louter deur-tot-deurvervoer en rekening
houden met de nood aan passende begeleiding.

De Mobiliteitsraad steunt de intentie van de Vlaamse overheid om aangepast vervoer structureel te verankeren en vanaf 2028 te integreren in het bredere mobiliteitsbeleid. Dat perspectief biedt kansen voor professionele vervoerders die op lange termijn willen plannen. Tegelijk waarschuwt de raad dat deze integratie niet mag ontaarden in een administratief experiment. Volgens het advies dreigt anders een situatie waarin vervoersoperatoren wel verantwoordelijkheden en risico’s dragen, maar onvoldoende zekerheid krijgen over opdrachten, inkomsten en continuïteit.

Foto: © Pitane Blue – ouder koppel bij de bushalte

Ouderen, personen met andere dan fysieke mobiliteitsbeperkingen en tijdelijke mobiliteitsbeperkingen dreigen uit de boot te vallen.

Een van de meest besproken elementen is het voorgestelde centrale reserverings- en dataplatform. Dat platform moet volgens de Mobiliteitsraad neutraal, transparant en betrouwbaar functioneren. Voor de sector is dit geen technische bijzaak. Wie dagelijks ritten uitvoert voor mensen met een beperkte mobiliteit, heeft nood aan correcte informatie, realistische planningen en een eerlijke verdeling van opdrachten. Wanneer het platform onvoldoende geïntegreerd is met andere vormen van vervoer op maat, dreigt extra complexiteit. Voor taxibedrijven kan dat leiden tot hogere kosten, meer administratieve lasten en minder mogelijkheden om ritten efficiënt te organiseren.

werkelijke kosten

Financiering vormt een tweede, minstens even gevoelig punt. De Mobiliteitsraad benadrukt dat compensaties moeten aansluiten bij de werkelijke kosten van aangepast vervoer. In de praktijk is dat vandaag vaak niet het geval. Aangepast vervoer vergt immers investeringen die aanzienlijk hoger liggen dan bij klassiek personenvervoer. Aangepaste voertuigen zijn duurder, ritten nemen meer tijd in beslag en chauffeurs moeten beschikken over specifieke vaardigheden en opleidingen. Wanneer vergoedingen deze realiteit niet weerspiegelen, dreigen professionele spelers af te haken of onder kostprijs te werken. Dat ondermijnt niet alleen de kwaliteit, maar ook de duurzaamheid van het hele systeem.

De raad vraagt transparante criteria en procedures voor het weigeren of beperken van ritten, inclusief een duidelijke klachten- en beroepsprocedure.
Doorverwijzing naar regulier openbaar vervoer kan enkel via een objectieve en
onafhankelijke beoordeling en vereist blijvende investeringen in de toegankelijkheid van het regulier openbaar vervoer

Daarnaast wijst het advies op het delicate evenwicht tussen professionele vervoerders en vrijwilligersinitiatieven. Vrijwilligers vervullen een belangrijke rol, maar mogen geen structurele vervanging worden voor professioneel georganiseerd vervoer. Voor taxibedrijven is een gelijk speelveld essentieel. Wanneer commerciële operatoren aan strikte regels en tarieven gebonden zijn, terwijl andere spelers buiten dat kader opereren, ontstaat marktverstoring en onzekerheid.

transparante criteria

Ook het gebruikersperspectief krijgt aandacht. Duidelijke toegangscategorieën en transparante criteria zijn noodzakelijk om discussies, annulaties en inefficiënte ritten te vermijden. Onduidelijkheid aan de voordeur vertaalt zich immers rechtstreeks in operationele verliezen voor vervoerders.

Het advies van de Mobiliteitsraad fungeert daarmee als een duidelijke waarschuwing. Aangepast vervoer kan uitgroeien tot een stabiele en professionele pijler binnen het Vlaamse mobiliteitslandschap en tot een waardevolle markt voor taxibedrijven en vervoersoperatoren. Dat vereist echter moedige keuzes rond vergoedingen, rolverdeling en organisatie. Zonder die keuzes dreigt het nieuwe decreet vooral oude problemen een nieuw jasje te geven.

Beluister onze podcast over dit onderwerp.

Minister De Ridder test zelfrijdende shuttle: autonome busjes klaar voor reizigersvervoer

Minister Annick De Ridder heeft zich als eerste officiële passagier laten vervoeren door een zelfrijdende shuttle van De Lijn in Leuven.

Daarmee is een nieuwe fase ingegaan voor het openbaar vervoer in Vlaanderen. Sinds de maand januari vervoeren twee autonome shuttles passagiers tussen het treinstation van Leuven en de deelgemeente Heverlee. De voertuigen rijden volledig zelfstandig een vaste lus met meerdere haltes in de binnenstad en doen dat in druk stadsverkeer waar voetgangers, fietsers en ander gemotoriseerd verkeer elkaar voortdurend kruisen.

primeur

De lancering geldt als een Europese primeur voor een openbare vervoermaatschappij en wordt door betrokkenen omschreven als een van de meest performante openbaarvervoerlijnen van Europa. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder stapte samen met federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke, directeur-generaal van De Lijn Ann Schoubs en Leuvens burgemeester Mohamed Ridouani op een van de shuttles. De minister van Mobiliteit benadrukte het belang van het project voor Vlaanderen en het bredere Europese mobiliteitslandschap. “Voor het eerst rijdt deze technologie in zeer drukke verkeersomstandigheden. Daarmee is Vlaanderen pionier,” verklaarde Annick De Ridder tijdens de rit.

autonome shuttles

Sinds 11 september 2025 rijden de twee autonome shuttles van technologiebedrijf WeRide al rond in de Leuvense binnenstad, aanvankelijk zonder passagiers. Ingenieurs van het bedrijf programmeerden de software in de voertuigen, waarna chauffeurs van De Lijn de shuttles de route aanleerden met behulp van camera’s, radar en LiDAR-technologie. Door het afleggen van voldoende testkilometers en intensieve voorbereiding werd het mogelijk om nu ook reizigers toe te laten aan boord.

Volgens Annick De Ridder toont het project aan dat Vlaanderen zijn ambities op het vlak van autonoom vervoer concreet maakt. “Vlaanderen wil pionieren in autonoom vervoer. Dit project toont aan dat we deze ambitie ook uitdragen. Zelfrijdende busjes die veilig en comfortabel door een druk stadscentrum rijden, dat leek nog niet zo lang geleden pure science-fiction. Maar kijk, vanaf vandaag stappen de eerste passagiers op. Autonoom rijden in de historische kern van Leuven is een benchmark prestatie voor de technologie en toont dat we in een tijdperk beland zijn waarin nieuwe stappen kunnen genomen worden met deze technologie. De kennis die we met dit project opbouwen laat toe om met open blik naar de toekomst van het openbaar vervoer te kijken,” aldus de minister.

Ook federaal minister Jean-Luc Crucke benadrukte het bredere maatschappelijke belang. “Ik ben voorstander van een visie waarin we in ons land een sleutelrol spelen in de invoering van autonome voertuigen, met een duidelijke prioriteit: autonome, gedeelde en elektrische voertuigen voor openbaar gebruik. Zo garanderen we een veiligere, duurzamere en inclusievere mobiliteit,” zei hij na zijn rit.

Sinds 22 januari rijden de shuttles onder lijnnummer 16 tussen het busstation van De Lijn aan het Martelarenplein en Heverlee. Het traject loopt via de Maria-Theresiastraat, de Andreas Vesaliusstraat en de Hendrik Consciencestraat naar de Naamsestraat. Daar steken de voertuigen de Leuvense ring over om vervolgens een lus te maken ter hoogte van de spoorwegovergang. Via de Prins de Lignestraat, de Waversebaan en de Sint-Lambertusstraat keren de shuttles via de Naamsesteenweg terug naar het Martelarenplein.

algoritmes

Langs het traject bevinden zich verschillende hogeschool- en universiteitsgebouwen. Wanneer een aula leegloopt, komen soms honderden studenten tegelijk de straat op. De autonome shuttles moeten dan omgaan met een plotse toestroom van voetgangers en fietsers. De algoritmes zijn daarop getraind en hebben zich het Leuvense stadsverkeer eigen gemaakt. Volgens De Lijn werd deze training sneller afgerond dan gemiddeld voor een project met een dergelijke hoge moeilijkheidsgraad.

Directeur-generaal Ann Schoubs ziet het project als een belangrijke stap richting de toekomst. “Op enkele maanden tijd slaagt de projectgroep autonome mobiliteit erin om een lijn op te zetten in druk stadsverkeer. Door de snelle evolutie van algoritmes komt de doorbraak van autonoom vervoer eraan, met dit project willen we klaar zijn voor de shift die zich aandient binnen 5 à 10 jaar,” verklaarde zij.

Ook WeRide spreekt van een mijlpaal. Oprichter en CEO Dr. Tony Han stelde: “Onze technologie voor autonoom rijden is wereldwijd — ook in Europa — grondig getest en ingezet. De voorbije maanden heeft WeRide samen met onze partners de Robobus in Leuven getest, en we zijn nu klaar voor reizigersvervoer. Met deze uitrol bereiken we een mijlpaal die het vertrouwen van Europese beleidsmakers versterkt terwijl we onze visie voor de uitbreiding van autonome mobiliteit op het hele continent verder vormgeven.”

begeleider

Hoewel de shuttles volledig zelfstandig rijden, blijft bij elke rit een speciaal opgeleide chauffeur aan boord als begeleider. Deze chauffeurs geven aan dat de technologie onveilige situaties vaak sneller detecteert dan het menselijk oog. Volgens hen ligt het veiligheidsrisico van een rit met de autonome voertuigen lager dan bij andere stedelijke vervoersmiddelen, doordat de voertuigen voortdurend anticiperen en proactief handelen in het verkeer.

Nieuwe tarieven: reizigers voelen prijsstijgingen bij NMBS De Lijn en MIVB

Vanaf 1 februari worden reizigers in België geconfronteerd met hogere tarieven bij verschillende vervoersmaatschappijen.

Wie dagelijks of occasioneel gebruikmaakt van trein, tram, bus of metro zal merken dat de prijzen gemiddeld stijgen tussen iets meer dan 2 procent en ruim boven de 4 procent. De aanpassingen verschillen per maatschappij en per type vervoerbewijs, waarbij naast verhogingen ook enkele opvallende uitzonderingen en zelfs prijsdalingen te noteren vallen.

Bij spoorwegmaatschappij NMBS worden de prijzen van tickets met gemiddeld 2,14 procent verhoogd. Voor abonnementen ligt de stijging iets hoger en bedraagt die 2,60 procent. De aanpassing past binnen de algemene indexering die bij het spoor wordt doorgevoerd, maar toch zijn er enkele tarieven die buiten schot blijven. Zo verandert de prijs van de Train+-kaart niet. Ook reizigers die hun fiets meenemen op de trein of een huisdier vervoeren, hoeven geen extra kosten te vrezen, want het fietssupplement en het huisdiersupplement blijven ongewijzigd. Tegelijkertijd voert NMBS enkele gerichte verlagingen door. Abonnementen voor trajecten langer dan 120 kilometer worden goedkoper, wat vooral langeafstandspendelaars ten goede komt. Daarnaast dalen ook de tarieven voor dagtickets voor de autoparking voor treinreizigers, een maatregel die automobilisten moet aanmoedigen om vaker de trein te nemen.

gemiddeld 4.2 procent

De Vlaamse openbaarvervoermaatschappij De Lijn past haar tarieven aan via een indexering die gemiddeld 4,2 procent bedraagt. Dat betekent dat de meeste abonnementen duurder worden, net als de meerrittenkaarten en de groepstickets. Voor reizigers die sporadisch gebruikmaken van bus of tram is er echter minder verandering. Bij de occasionele vervoerbewijzen, zoals losse tickets en dagtickets, blijven de meeste tarieven ongewijzigd. Opvallend binnen het nieuwe tarievenpakket is de forse prijsdaling van één specifiek abonnement. De Buzzy Pazz voor jongeren tussen 18 en 24 jaar wordt bijna een kwart goedkoper. De prijs zakt van 215 euro naar 165 euro, een ingreep die het openbaar vervoer voor jongvolwassenen aanzienlijk betaalbaarder moet maken.

Ook in Brussel worden de tarieven aangepast. De Brusselse vervoersmaatschappij MIVB voert eveneens een indexering door. Daardoor stijgt de prijs van een enkele rit van 2,30 euro naar 2,40 euro. Een maandabonnement gaat van 55 naar 56 euro en een jaarabonnement van 550 naar 560 euro. Niet alle reizigers worden getroffen door deze aanpassingen, want sommige prijzen blijven ongewijzigd. Schoolabonnementen behouden hun huidige tarief, wat voor gezinnen met schoolgaande kinderen een zekere stabiliteit biedt in een periode van algemene prijsstijgingen.

Foto: © Pitane Blue – Dinant – NMBS/SNCB

In Wallonië past de openbaarvervoermaatschappij Letec haar tarieven aan met een gemiddelde indexering van 2,15 procent. Naast deze prijsverhoging wordt ook een structurele wijziging doorgevoerd in het tariefsysteem. De bestaande zonetarieven verdwijnen en maken plaats voor een eenheidsprijs op de klassieke lijnen. Die hervorming moet het tariefsysteem eenvoudiger en duidelijker maken voor de reiziger, al betekent ze in de praktijk dat sommige trajecten duurder kunnen uitvallen terwijl andere net goedkoper worden.

aanpassingen

De verschillende prijsaanpassingen tonen aan dat vervoersmaatschappijen zoeken naar een evenwicht tussen financiële haalbaarheid en betaalbaarheid voor de reiziger. Terwijl de algemene trend wijst op hogere tarieven, worden hier en daar bewuste keuzes gemaakt om bepaalde groepen te ontzien of net extra te ondersteunen. Langeafstandspendelaars bij NMBS en jongeren bij De Lijn zien hun kosten dalen, terwijl occasionele reizigers in Vlaanderen grotendeels gespaard blijven. Tegelijkertijd blijft de impact van de indexering voelbaar voor wie dagelijks afhankelijk is van het openbaar vervoer, zeker in een periode waarin ook andere kosten stijgen.

Reizigers doen er goed aan om hun abonnementen en vervoersbewijzen tijdig te herbekijken en te vergelijken. De wijzigingen die op 1 februari ingaan, maken duidelijk dat het openbaar vervoer in beweging blijft, niet alleen op de rails en wegen, maar ook op het vlak van tarieven en structuren.

NMBS roept reizigers op: treinreiziger moet puzzelen tijdens spoorstaking

Vanaf vanavond start bij het spoor een nieuwe meerdaagse staking die het treinverkeer in het hele land merkbaar zal beïnvloeden.

De actie loopt tot vrijdagavond en wordt gedragen door vijf spoorvakbonden. Met deze staking willen zij opnieuw hun ongenoegen duidelijk maken over de plannen van de federale regering om het statuut van het spoorpersoneel grondig te hervormen. Die hervormingsplannen zorgen al langer voor spanningen tussen de overheid en het spoorpersoneel, en monden nu opnieuw uit in een langdurige actie.

Reizigers zullen de gevolgen van de staking niet elke dag op dezelfde manier voelen. Er is gekozen voor een beurtstaking, wat betekent dat verschillende regio’s en beroepsgroepen op afwisselende dagen het werk neerleggen. Daardoor verschilt de impact van dag tot dag en blijft het voor veel reizigers onzeker hoe vlot hun traject zal verlopen. Voor maandag is wel al duidelijk hoe de alternatieve treindienst eruitziet. 

frequentie

Ongeveer drie op de vier intercitytreinen zullen rijden. Dat betekent dat de belangrijkste verbindingen tussen grote steden grotendeels behouden blijven, al zal de frequentie lager liggen dan normaal. Ook twee op de drie stop- en voorstedelijke S-treinen zullen volgens de aangepaste dienstregeling uitrijden. Daar staat tegenover dat er nauwelijks piekuurtreinen worden ingezet, wat vooral tijdens de ochtend- en avondspits voor extra drukte kan zorgen.

Foto: © Pitane Blue – Dinant – NMBS/SNCB

Voor de rest van de week blijft waakzaamheid geboden. Omdat het om een beurtstaking gaat, kan de situatie elke dag veranderen. Reizigers kunnen telkens één dag op voorhand in de reisplanner nagaan welke treinen zullen rijden. De spoorbonden maken met deze actie duidelijk dat hun verzet tegen de hervormingsplannen van de regering nog lang niet is gaan liggen. Hoe groot de hinder uiteindelijk zal zijn, hangt af van de verdere verloop van de acties en de bereidheid van beide partijen om opnieuw rond de tafel te gaan zitten.

De NMBS benadrukt dat reizigers hun verplaatsingen best grondig voorbereiden. De spoorwegmaatschappij raadt aan om regelmatig de online reisplanner te raadplegen, omdat die telkens een dag op voorhand wordt aangepast aan de geplande acties. Vanaf vanochtend was in die planner al te zien welke treinen morgen zullen rijden volgens de alternatieve dienstregeling. Toch liep niet alles even vlot. Zondagvoormiddag probeerden heel wat reizigers al vooruit te kijken om zich een beeld te vormen van de situatie bij de NMBS, maar zij kwamen van een kale reis terug. De website van de NMBS bleek tijdelijk niet beschikbaar wegens onderhoud, wat voor extra frustratie zorgde bij mensen die hun traject wilden plannen.

studenten

Voor studenten is er maandagavond alvast enig geruststellend nieuws. Wie vanavond nog naar zijn kot wil reizen, kan rekenen op de gebruikelijke P-studententreinen. Die treinen, die normaal het aanbod versterken richting studentensteden zoals Brussel, Leuven, Gent, Luik en Louvain-la-Neuve, rijden vanavond gewoon zoals gepland. Studenten hoeven zich dus geen zorgen te maken dat ze vast komen te zitten of noodgedwongen een alternatief moeten zoeken.

Maandag ziet het plaatje er wel anders uit. Dan zullen er weinig P-treinen rijden. Het gaat om de treinen die normaal worden ingezet om de ochtend- en avondspits op te vangen. Het wegvallen van die extra capaciteit kan vooral pendelaars treffen die dagelijks op het spoor aangewezen zijn om naar hun werk te reizen. Ondanks dat blijven de basisverbindingen overeind dankzij het rijden van drie op de vier IC-treinen en twee op de drie L- en S-treinen.