Tag archieven: belastingdienst

Belastingdienst erkent overtreding: privacywaakhond grijpt in bij gebruik BSN

De Belastingdienst zet een streep door het gebruik van het burgerservicenummer in zogenoemde betaalkenmerken.

Daarmee komt een einde aan een praktijk die volgens de Autoriteit Persoonsgegevens in strijd is met de privacywetgeving. De toezichthouder concludeert na onderzoek dat het verwerken van het BSN in betalingskenmerken en vorderingsnummers niet noodzakelijk is en dus niet is toegestaan onder de geldende regels.

De maatregel wordt niet van de ene op de andere dag ingevoerd. De Belastingdienst heeft aangekondigd uiterlijk eind 2026 te stoppen met het opnemen van het BSN in nieuwe betalingskenmerken. Het aanpassen van de vorderingsnummers blijkt complexer. Daarvoor is een langere overgangsperiode nodig en die verandering moet volgens de huidige planning uiterlijk in 2032 zijn afgerond. Tot die tijd blijft het systeem deels in gebruik, al staat vast dat het op termijn volledig zal verdwijnen.

klachten van burgers

Aanleiding voor het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens waren klachten van burgers. Zij trokken aan de bel omdat hun BSN werd verwerkt in betaalkenmerken die ook bij derden terecht kunnen komen. Denk daarbij aan banken, betaaldienstverleners of partijen die namens iemand een betaling uitvoeren of ontvangen. Volgens de klagers ging de Belastingdienst daarmee over de schreef en schond de organisatie de privacywetgeving.

Die kritiek blijkt terecht. De Autoriteit Persoonsgegevens stelt vast dat de Belastingdienst de Algemene verordening gegevensbescherming en de bijbehorende Uitvoeringswet overtreedt. De fiscus heeft die overtreding zelf al erkend. In 2025 liet de Belastingdienst in een brief aan de toezichthouder weten dat het gebruik van het BSN in deze context niet te rechtvaardigen is volgens de regels.

Foto: Belastingdienst

De kwestie staat niet op zichzelf. Sinds halverwege 2024 staat de Belastingdienst onder verscherpt toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens. De organisatie moet sindsdien op meerdere fronten verbeteringen doorvoeren om de bescherming van persoonsgegevens beter te waarborgen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar problemen rond geautomatiseerde selecties en het toezicht op logging, oftewel het vastleggen wie wanneer toegang heeft tot gegevens.

voorrang

Die trajecten krijgen voorrang, omdat de risico’s voor burgers daar groter worden ingeschat. Tegen die achtergrond heeft de Autoriteit Persoonsgegevens ingestemd met de gefaseerde aanpak rond het schrappen van het BSN uit betaalkenmerken en vorderingsnummers. Hoewel er sprake is van een overtreding, speelt mee dat de gegevens in veel gevallen al bekend zijn bij betrokken derden. Banken, curatoren of zelfs familieleden die helpen bij betalingen beschikken vaak al over het burgerservicenummer.

Toch blijft het uitgangspunt dat het gebruik van het BSN tot een minimum moet worden beperkt. Het nummer is een gevoelig persoonsgegeven dat alleen mag worden ingezet als daar een duidelijke wettelijke basis voor is en wanneer het strikt noodzakelijk is. Volgens de toezichthouder is dat bij betaalkenmerken niet het geval, waardoor de Belastingdienst nu wordt gedwongen het systeem aan te passen.

herziening

De komende jaren staan dus in het teken van een ingrijpende herziening van de manier waarop betalingen en vorderingen worden geadministreerd. Dat vraagt niet alleen technische aanpassingen, maar ook veranderingen in processen en systemen die diep in de organisatie zijn verankerd. De Belastingdienst benadrukt dat het zorgvuldig wil handelen om fouten en nieuwe problemen te voorkomen.

Met deze stap probeert de fiscus het vertrouwen van burgers te herstellen en te voldoen aan de strikte eisen van de privacywetgeving. Tegelijkertijd blijft de druk vanuit de toezichthouder hoog om ook op andere terreinen snel verbeteringen door te voeren.

Schijnzelfstandigheid in de taxiwereld: belastingdienst grijpt in vanaf 2025

Schijnzelfstandigheid in de Nederlandse taxisector is een toenemend probleem dat niet alleen de taxichauffeurs zelf treft, maar ook bredere gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid.

Het gaat hierbij om chauffeurs die formeel als zelfstandige werken, maar in de praktijk afhankelijk zijn van een enkele opdrachtgever, vaak grote taxiplatforms. Deze situatie creëert een ongelijke verhouding, waarbij de chauffeur geen controle heeft over cruciale aspecten zoals werktijden en tarieven, terwijl hij of zij toch als zelfstandige wordt behandeld.

Dit fenomeen van schijnzelfstandigheid wordt versterkt door het gebruik van flexibele contracten, waarmee bedrijven hun verantwoordelijkheden kunnen ontwijken. Werkgevers profiteren van deze constructies doordat ze minder sociale premies hoeven af te dragen. De chauffeurs zelf staan echter vrijwel zonder bescherming, wat hen kwetsbaar maakt in geval van ziekte, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Dit probleem beperkt zich niet tot de taxisector, maar komt ook veelvuldig voor in sectoren zoals maaltijdbezorging en de bouw.

wetgeving

In 2016 werd de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) ingevoerd met als doel schijnzelfstandigheid aan te pakken. De handhaving van deze wet werd echter vanwege talrijke onduidelijkheden al snel opgeschort, waardoor schijnconstructies bleven voortbestaan zonder dat opdrachtgevers hiervoor gestraft werden. Dit leidde ertoe dat bedrijven jarenlang vrijwel ongehinderd konden doorgaan met het inhuren van schijnzelfstandigen.

Vanaf 1 januari 2025 staat er echter een grote verandering op stapel: de Belastingdienst zal vanaf die datum de wet DBA weer strenger handhaven. Bedrijven die schijnzelfstandigen inhuren voor werk dat feitelijk in dienstverband moet worden uitgevoerd, kunnen dan boetes en naheffingen verwachten. Voor veel taxichauffeurs en hun opdrachtgevers zal deze verandering grote gevolgen hebben. Indien er een gezagsverhouding bestaat, een belangrijk criterium voor het vaststellen van een dienstverband, kan het bedrijf verantwoordelijk worden gehouden en kunnen sancties volgen.

Staatssecretaris Idsinga (Fiscaliteit en Belastingdienst) benadrukt dat zelfstandige ondernemers een belangrijke pijler blijven van de Nederlandse economie. “Zelfstandige ondernemers leveren in Nederland een belangrijke bijdrage aan onze economie. En dat blijft zo,” verklaarde Idsinga.

Hij maakte duidelijk dat ondernemers die daadwerkelijk zelfstandig werken, gewoon hun activiteiten kunnen voortzetten. De staatssecretaris wees echter ook op de nadelige gevolgen van schijnzelfstandigheid, die volgens hem leidt tot oneerlijke concurrentie en ongelijke arbeidsvoorwaarden. “Het kabinet wil deze balans op de arbeidsmarkt herstellen,” aldus Idsinga. Hij lichtte toe dat de opheffing van het handhavingsmoratorium een belangrijke maatregel is in deze richting.

overgangsperiode

Idsinga erkende dat de veranderingen veel zullen vergen van bedrijven en zzp’ers, die zich momenteel voorbereiden op de handhaving van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) vanaf 1 januari 2025. “Hoewel veel bedrijven en zzp’ers zich druk aan het voorbereiden zijn op de handhaving vanaf 1 januari 2025 ben ik mij er ook van bewust dat de aanpassingen veel van hen vragen,” gaf hij aan. Om bedrijven tegemoet te komen, is er voor 2025 een overgangsperiode ingesteld. Bedrijven die kunnen aantonen dat zij concrete stappen zetten om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, zullen het eerste jaar nog geen vergrijpboetes krijgen. Deze aanpak geeft bedrijven de ruimte om zich aan de nieuwe realiteit aan te passen zonder direct geconfronteerd te worden met zware sancties.

modelovereenkomsten

Een ander belangrijk aspect van de nieuwe aanpak is de beslissing om geen modelovereenkomsten meer goed te keuren. Deze modelovereenkomsten, die door de Belastingdienst werden verstrekt om opdrachtgevers en zelfstandigen vooraf zekerheid te bieden, blijken in de praktijk vaak niet houdbaar. Of er daadwerkelijk sprake is van zelfstandigheid, hangt immers af van de feitelijke werksituatie en niet van wat er in het contract staat. Bestaande modelovereenkomsten zullen nog wel geëerbiedigd worden tot de einddatum, maar nieuwe zullen niet meer worden goedgekeurd.

De impact van deze veranderingen zal de komende maanden steeds duidelijker worden. De Belastingdienst zal in samenwerking met brancheorganisaties en andere belanghebbenden informatie blijven verstrekken aan zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. Dit gebeurt onder meer via webinars, informatiesessies en individuele bedrijfsbezoeken, met als doel zoveel mogelijk onrust weg te nemen.

Voor de taxisector blijft het echter spannend hoe de strengere handhaving in 2025 zal uitpakken. Veel chauffeurs staan al jaren onder druk door de werkomstandigheden en de beperkte rechten die zij als schijnzelfstandige hebben. Het einde van de schijnzelfstandigheid zou een belangrijke stap kunnen zijn naar eerlijkere arbeidsomstandigheden, maar het is nog afwachten hoe de sector en de betrokken platforms zullen reageren op de nieuwe realiteit.

Beeld: Martijn Beekman / Pitane Blue Media

Kabinet roept ondernemers op tot actie bij achterstand coronabelastingschuld

Vanaf half mei gaat de Belastingdienst over tot het versturen van beschikkingen naar ondernemers.

Het kabinet roept ondernemers op tot actie als zij een achterstand hebben in het aflossen van hun coronabelastingschuld. De Belastingdienst informeert deze ondernemers de komende tijd proactief over de achterstand en de mogelijkheden die zij hebben om de achterstand in te lopen of uitstel aan te vragen. Zo’n 73.000 ondernemers hebben nog niets afgelost sinds 1 oktober 2022. Het kabinet roept deze ondernemers op hun achterstand in te lopen, of om hulp te zoeken als dit niet mogelijk is.

interventies

Omdat er nog veel ondernemers achterlopen met het aflossen van de opgebouwde schuld of zelfs helemaal nog niets hebben afgelost, zoekt de Belastingdienst vanaf deze maand extra contact. Zo worden ondernemers nogmaals gewezen op de mogelijkheden voor extra uitstel en worden zij gewezen op de mogelijkheden om in contact te komen met hulpverleningsinstanties (zoals gemeenten en Kamer van Koophandel) als zij ondersteuning nodig hebben.

Ook wordt gewezen op de actuele informatie op de website van de Belastingdienst. In februari hebben ondernemers met een betalingsachterstand al een brief ontvangen met informatie. In maart ontvangen alle ondernemers een nieuwe brief met daarin ook een schuldoverzicht. In dit overzicht staat de totale belastingschuld, zowel de opgebouwde coronaschuld als overige belastingschulden. Als ondernemers geen verdere actie ondernemen, volgt er in april nog een brief, waarin ondernemers opgeroepen worden om binnen twee weken de opgebouwde achterstand in te lopen. Ook dan hebben ondernemers nog de mogelijkheid om versoepelingen aan te vragen.

Vanaf half mei gaat de Belastingdienst over tot het versturen van beschikkingen naar ondernemers die ondanks de eerdere brieven geen actie hebben ondernomen. Met zo’n beschikking kan een betalingsregeling worden ingetrokken. Ondernemers hebben na het ontvangen van deze brief nog twee weken de tijd om hun schuld te betalen. Vervolgens zal de Belastingdienst gefaseerd starten met invorderingsmaatregelen.

Ruim 138.000 ondernemers lopen op schema met het aflossen en hebben de eerste vier termijnen volledig betaald.

In oktober 2022 zijn 266.000 ondernemers die gebruik hebben gemaakt van het bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis, begonnen met het aflossen van hun opgebouwde schuld. Hier hebben zij 60 maanden de tijd voor. 

Sinds de start van de aflossingsregeling zijn er ruim 21.000 ondernemers die hun opgebouwde belastingschuld volledig hebben afgelost. Deze groep ondernemers lost de schuld sneller af dan verwacht, bijvoorbeeld omdat zij geen openstaande schuld met de Belastingdienst willen. Ruim 138.000 ondernemers lopen op schema met het aflossen en hebben de eerste vier termijnen volledig betaald. Er zijn echter ook 103.000 ondernemers met een betaalachterstand, en daarvan hebben ruim 73.000 ondernemers nog geen enkele aflossing gedaan.

Een van de voorwaarden van de betalingsregeling is dat ondernemers ook moeten voldoen aan andere betalingsverplichtingen na 1 oktober 2022. Het gaat dan bijvoorbeeld om omzetbelasting. Zo’n 18.000 ondernemers die achterlopen bij het aflossen van de coronaschuld, hebben ook een betalingsachterstand voor een andere verplichting.

De Belastingdienst zal niet overgaan tot het intrekken van de regeling als er slechts één aflossingstermijn onbetaald is gebleven, terwijl aan de overige voorwaarden van de betalingsregeling wel wordt voldaan.

Sinds de start van de aflossingsregeling heeft de Belastingdienst ruim 1.600 belacties en bedrijfsbezoeken gepleegd om te achterhalen wat de oorzaken van de betaalachterstand zijn. Hieruit is gebleken dat de redenen divers zijn. Er zijn ondernemers die (ernstige) betalingsproblemen hebben, maar er zijn ook ondernemers die niet goed op de hoogte waren van de verplichtingen en na het contact met de Belastingdienst hun achterstand ingelopen hebben. Mogelijk is er ook een groep die bewust niet betaalt, omdat zij nog hopen op generieke kwijtschelding van de schulden. Het kabinet heeft echter al meerdere keren aangegeven hier niet voor te kiezen, onder andere omdat dit onrechtvaardig uitpakt voor de ondernemers die wél de schuld hebben terugbetaald.

vervolg

De inzet van het kabinet is om in de kern levensvatbare ondernemingen te helpen. Op dit moment ligt de nadruk vooral op het veel beter en intensiever informeren en ondersteunen van ondernemers. Dat neemt niet weg dat als de ondernemer geen enkele actie onderneemt, de uiteindelijke consequentie voor ondernemers die structureel niet voldoen aan hun betalingsverplichtingen dat de betalingsregeling wordt ingetrokken. De Belastingdienst zal niet overgaan tot het intrekken van de regeling als er slechts één aflossingstermijn onbetaald is gebleven, terwijl aan de overige voorwaarden van de betalingsregeling wel wordt voldaan. In dat geval stelt de Belastingdienst zich voorlopig coulant op.

Belastingdienst rolde de rode loper uit voor Uber

Uit de Uber Files komt een beeld naar voren van belastingambtenaren die informatieverzoeken van andere landen over het bedrijf opzettelijk vertragen.

In 2014 en 2015 negeerde de Nederlandse Belastingdienst EU-belastingverdragen en lapte de regels aan zijn laars om het Amerikaanse taxibedrijf Uber zoveel mogelijk uit de wind te houden. Vakblad Personenvervoer Magazine ontdekte in stukken van het FD dat de dienst op verzoek van Uber bij de Franse fiscus heeft gelobbyd. Volgens het FD noemt Hoogleraar Belastingrecht Jan van de Streek de handelswijze van de fiscus illegaal, problematisch en ondermijnend.

“Er zijn allerlei informele contacten met Uber, hoge ambtenaren bemoeien zich persoonlijk met dat bedrijf terwijl ze dat normaal gesproken niet zouden moeten doen. En dat Uber enorm uit de wind wordt gehouden. We hebben vastgesteld dat daar behoorlijk wat regels en wetten zijn overtreden”, zegt FD-journalist Johan Leupen.

Uit het FD-onderzoek blijkt dat hoge belastingambtenaren regels aan hun laars lapten en belastingverdragen negeerden om het de Amerikanen naar de zin te maken. Volgens de krant overtrad de Nederlandse Belastingdienst in 2015 niet alleen de regels, maar is het mogelijk ook strafbaar. Uit de Uber Files komt een beeld naar voren van belastingambtenaren die informatieverzoeken van andere landen over het bedrijf opzettelijk vertragen en informeel vertrouwelijke informatie over andere autoriteiten aan Uber-werknemers lekken. De fiscus lobbyde ook bij de Fransen om een vriendelijker fiscaal regime voor het Amerikaanse taxibedrijf te bewerkstelligen.

“Bij het vaststellen van hoeveel belasting Uber moet afdragen, daar wil Nederland helpen om daar lang een onduidelijk beeld over in stand te houden. Ze zijn bezig met een verdienmodel dat eigenlijk niet legaal is, dus dat moet legaal gelobbyd worden, en die tijd creëert de Nederlandse Belastingdienst voor ze”.

“Het staat nergens zwart op wit waarom de Belastingdienst dit doet, dit is allemaal informeel, er wordt ook veel telefonisch gedaan. Het is ook bewust niet gedocumenteerd denk ik. Uber weet ook wel dat ze dingen die waarschijnlijk niet mogen”.

“We krijgen veel signalen dat het Nederlandse vestigingsklimaat ontzettend belangrijk is. Dat vestigingsklimaat zit heel erg in de hoofden van politici en ambtenaren. Die Uber-vertroeteling komt van hogerhand, dat is wel duidelijk”.

Volgens hoogleraar Belastingrecht Jan van de Streek van de Universiteit Leiden heeft de Belastingdienst “op illegale wijze de samenwerking met andere belastingautoriteiten ondermijnd”. Van de Streek komt tot deze conclusie nadat hij op verzoek van het FD The Uber Files bestudeerde. Dit zijn een serie gelekte documenten die in handen zijn van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) en The Guardian, waar het FD, Trouw en onderzoeksplatform Investico voor Nederland inzage in hebben.

de Belastingdienst heeft op verzoek van Uber bij de Franse fiscus gelobbyd.

Uit interne e-mails, notulen en WhatsAppberichten blijkt hoe innig de samenwerking was tussen hoge Nederlandse belastingfunctionarissen en de topfiscalisten van Uber. Intern omschrijft de in Amsterdam gevestigde Europese top van Uber de relatie met de Nederlandse fiscus als een “zeer waardevolle relatie”. Een understatement: de fiscus coördineerde destijds een multilateraal fiscaal onderzoek naar Uber. In die hoedanigheid heeft de Belastingdienst de Amerikanen tegen andere Europese lidstaten ‘beschermd’.

Uber had het moeilijk in die periode, het platform lag met verschillende Europese autoriteiten in de clinch vanwege zijn illegale dienst Uberpop, die chauffeurs zonder vergunning liet rijden. Het bedrijf lobbyde dan ook verwoed in Brussel om zijn verdienmodel uit de illegaliteit te halen en om tijd te winnen. Daar lobbyde EU-commissaris Neelie Kroes al enige tijd informeel voor de Amerikanen.

In Nederland was dat offensief succesvol, zo blijkt nu. Want toen Zweden en het Verenigd Koninkrijk in 2014 bij de Nederlandse Belastingdienst inkomensgegevens opvroegen van Uber-chauffeurs om te bepalen hoeveel belasting ze moesten betalen, werden hun formele verzoeken getraineerd door de Belastingdienst. Ze kregen zelfs “de absoluut laagste prioriteit”, schreef hoofd Fiscale Zaken Rob van der Woude van het Europese Uber-hoofdkantoor in juli 2015.

“Ze zeiden mij dat ze de verzoeken van andere Europese lidstaten niet in behandeling nemen opdat wij tijd hebben om ‘onze zaken op orde te krijgen’ en te werken aan doorbraken in de regulering”, schreef hij in oktober 2015. En zo bleven de Uber-chauffeurs uit handen van de autoriteiten, en kregen de Amerikanen alle tijd om nationale bewindslieden en de Brusselse politiek te masseren.

Het was echter niet louter een aangelegenheid van de Belastingdienst, zelfs ambtenaren van Economische Zaken bemoeiden zich ermee. Dat blijkt uit notulen van een overleg met hoge ambtenaren van Financiën op het Nederlandse consulaat in San Francisco. Zo vroeg een directeur van het Netherlands Foreign Investment Agency aan de aanwezige leden van de Uber-top hoelang de uitwisseling vertraagd moest worden. Saillant: de taak van de NFIA is om buitenlandse bedrijven naar Nederland te lokken, hier blijkt dat het agentschap veel invloedrijker is.

Het staat nergens zwart op wit waarom de Belastingdienst dit doet, dit is allemaal informeel.

Ook toen de Franse fiscus bij Uber aanklopte met een claim, bleek de Nederlandse Belastingdienst meer dan bereid om hand- en spandiensten voor de Amerikanen te verrichten. Volgens Frankrijk had Uber een bijkantoor in Frankrijk, en zou het dus omzet- en winstbelasting aan Parijs moeten afdragen. Volgens Van der Woude is de Nederlandse Belastingdienst echter bereid om “informeel met de Fransen te spreken om hen zo ver te krijgen dat ze die claim laten vallen. Dit is een belangrijke strijd die de Nederlanders voor ons moeten bevechten.”

Hoogleraar Van de Streek trekt conclusies die aan de verbeelding niets te wensen overlaten. Hij spreekt van een “problematisch beeld” van een Belastingdienst die “bewust de administratieve samenwerking tussen belastingautoriteiten ondermijnt” en “een pro-Uber houding aanneemt”. Maar ook dat van een Belastingdienst die zijn fiscale geheimhoudingsplicht schendt door Uber informeel te informeren over vertrouwelijke standpunten van andere landen. “Alles lijkt geoorloofd om het bedrijf een aantrekkelijk vestigingsklimaat te bieden,” zegt Van de Streek tegen het FD.

Het niet in behandeling nemen van informatieverzoeken (of daar het label ‘laagst mogelijke prioriteit’ op plakken, red.) staat daarenboven haaks op de EU-verplichtingen van lidstaten om zo snel mogelijk gegevens uit te wisselen. Promovendus Belastingrecht Tim van Brederode, voorheen als beleidsadviseur Belastingen werkzaam bij Financiën noemt de handelswijze van de Belastingdienst “hoogst opmerkelijk” omdat “belangrijke fiscale beginselen” niet gerespecteerd worden.

Gevraagd om een reactie zegt de Belastingdienst zich niet te herkennen in het beeld dat belastingambtenaren hun geheimhoudingsplicht zouden hebben geschonden. Evenmin herkent de dienst zich in het beeld waarin informatieverzoeken van andere landen opzettelijk getraineerd worden.


Aanpassing van BPM-systeem nadelig voor consument

In het Belastingplan staat een aanpassing van de regels rond de BPM, de luxe-belasting op auto’s, motoren en campers. Het moment waarop de hoogte van de BPM bepaald wordt én het moment waarop de BPM door de importeur/dealer betaald moet worden aan de fiscus, valt vanaf volgend jaar samen met het moment van eerste registratie van de nieuwe auto, ook wel deel 1a genoemd. Deze ingreep zou de Belastingdienst veel werk moeten besparen. Waarom dat zo is, is een vrij technisch verhaal. Waar het om gaat, is dat de aanpassing een waarschijnlijk onbedoeld, maar in elk geval zeer vervelend effect dreigt te krijgen: een nieuwe benzineauto kan gemiddeld zo’n 1.000 euro duurder worden en een diesel zelfs 2.000 euro. Er dreigt namelijk btw over BPM. Belasting op belasting dus.

Op dit moment wordt de hoogte van de BPM (voorlopig) vastgesteld bij kentekenregistratie (1a), en wordt de BPM definitief vastgesteld en afgedragen op het moment van tenaamstellen (1b) van de auto. Omdat de BPM-afdracht aan de Belastingdienst momenteel heel dicht bij aflevering van de auto aan de klant ligt, redeneert de Belastingdienst dat je als autobedrijf de BPM namens de klant afdraagt (doorlopende post), waardoor er geen btw over die BPM betaald hoeft te worden. In de nieuwe situatie is er geen sprake meer van een doorlopende post en zou je dus ook btw over de BPM moeten gaan betalen. Belasting op belasting dus. En dat komt neer op tussen de 1.000 euro en 2.000 boven op de prijs van een nieuwe auto. Bij campers liggen die bedragen nog veel hoger. Daar zit zo maar 50 duizend euro BPM op, wat zou leiden tot 10 duizend euro btw extra.

Overigens speelt dit probleem niet alleen bij nieuwe voertuigen. Ook gebruikte voertuigen die niet in de zogenaamde margeregeling vallen, of ze nu worden geïmporteerd of op de Nederlandse markt worden verhandeld, zullen te maken krijgen met dit probleem. BOVAG zal Belastingdienst, Financiën en politiek wijzen op dit ongewenste effect en vragen om – linksom of rechtsom – te voorkomen dat autokopers belasting op belasting moeten betalen. Autobelastingen behoren in Nederland immers al tot de allerhoogste in Europa. Aanpassing van het BPM-moment gaat volgens het Belastingplan in per 1 juli 2021 of 1 januari 2022.

Lees ook: Reisadvies bepaalde delen in diverse landen weer aangepast

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


Belastingdienst kijkt niet naar zzp- constructies taxichauffeurs

Wanneer je als consument geen kleding wil kopen afkomstig uit fabrieken in landen als Bangladesh, waar mensen werken onder zeer slechte arbeidsomstandigheden, laat je dan ook niet rondrijden door Uber. De afgelopen maanden hebben we veel ellende gezien bij ZZP’ers in de taxisector die voor Uber aan de slag waren voor de coronacrisis. 

Een herstart zit er voor voor veel chauffeurs niet meer in. Consumenten moeten massaal een halt toeroepen aan de werkwijze van Uber in Nederland door het bedrijf te negeren. Na antwoorden op vragen aan Minister Koolmees door leden van de Tweede Kamer zien we duidelijk dat ook het kabinet antwoorden ontwijkt wanneer het gaat om de werkwijze van het online boekingsplatform en de uitbuiting van Uber-chauffeurs. 

een waarschuwing vooraf

Laat ons in de eerste plaats duidelijk stellen dat veel taxichauffeurs Uber als de gedroomde uitkomst voor de problemen in de ZZP markt voor taxibedrijven zagen. Toen ik bij veel ondernemers waarschuwde over de gevolgen die op hen af kwamen keken ze me aan alsof ik van een andere planeet kwam en niet wist wat een moderne ondernemer zoekt. De consument heeft geen medelijden met de taxichauffeurs en wil zo goedkoop mogelijk van A naar B reizen, vooraf betalen en geen gedoe over tarieven.

Laat ons dat uit het Uber verhaal over houden en nu zelf aan de slag gaan. Ondanks alle waarschuwingen van vakbonden, loonbedrijven en de brancheorganisatie wisten de taxichauffeurs niet hoe snel ze voor het boekingsplatform aan de slag moesten gaan. Het leek er meer op dat de ‘oude’ sector niet wist waar het mee bezig was en dat het conservatief gedrag van de sector en branchevereniging verleden tijd was. 

in de steek gelaten

Het moderne Uber het was het nieuwe ondernemen  en elke ritopdracht was er een. Veel ritten met minimale inkomsten leverde toch iets meer op dan niets en tenslotte moet de leasewagen betaald worden. De coronacrisis deed gelukkig de ogen  opengaan van ondernemers die zich in de steek gelaten voelden door het machtige beursgenoteerde Uber. Terwijl FNV volop schreef aan het witboek over Uber,  wat de Amsterdamse wethouder van Verkeer en Vervoer Sharon Dijksma in ontvangst nam, raakten taxichauffeurs massaal in de problemen. Kamervragen volgen elkaar op en in alle landen lopen rechtszaken tegen de platform-economie die Uber heet. 

belastingdienst niet doelgericht bezig met zzp-constructies

Er is geen lijst met aangemerkte bedrijven of sectoren die mogelijk kwaadwillend optreden. De Belastingdienst doet over individuele belastingplichtigen geen uitspraak op grond van zijn geheimhoudingsplicht, dit geldt ook als het om Uber gaat. Er wordt door de Belastingdienst niet specifiek doelgroepgericht naar zzp- constructies bij taxichauffeurs gekeken. Toezicht op de loonheffingen bij taxichauffeurs vindt in het midden- en kleinbedrijf risicogericht plaats. 

Bij grote taxibedrijven vindt individuele klantbehandeling plaats, waar toezicht op de loonheffingen onderdeel van kan zijn. De uitkomsten van de beoordelingen van arbeidsrelaties voor de loonheffingen worden niet landelijk bijgehouden op het niveau van een specifiek beroep zoals taxichauffeurs.

volumebeperkende maatregelen

Minister Koolmees laat weten dat onder onafhankelijk voorzitterschap en begeleid door het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI) met gemeenten gesproken over de problemen op de taximarkt die gemeenten lokaal ervaren en de beschikbare instrumenten om daartegen op te treden. Om bijvoorbeeld problemen met betrekking tot overlast of openbare orde te voorkomen, kunnen gemeenten op grond van de Gemeentewet en de wegenverkeerswetgeving volumebeperkende maatregelen treffen, bijvoorbeeld door middel van slimme toegang. De Dienstenrichtlijn is niet van toepassing op diensten op het gebied van vervoer, zoals taxidiensten.

De inkomsten van individuele chauffeurs hangen af van veel verschillende factoren, waaronder de vraag of sprake is van loondienst of ondernemerschap. Een vorm van volumebeleid zal in beginsel geen gevolgen hebben voor de vraag naar taxivervoer, maar zal deze hooguit anders verdelen over de beschikbare taxichauffeurs. Een positief effect op het inkomen van de ene chauffeur zal in dat geval volgens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees een negatief effect betekenen op het inkomen van een andere chauffeur.

schijn van zelfstandigheid of dienstverband?

Het hoogste rechtscollege in Frankrijk ziet chauffeurs van digitale taxidienst Uber als werknemers. Het Franse Hof van Cassatie heeft in haar arrest geoordeeld dat wanneer een chauffeur contact maakt met het digitale platform van Uber, dat er sprake is van een relatie van ondergeschiktheid. De chauffeur wordt in dat geval aangemerkt als werknemer. Wat moet er dan in Nederland gebeuren om dezelfde uitspraken te doen en wat heeft Uber politiek geregeld om dit te voorkomen?

Voor zelfstandig ondernemerschap gaat op dat er een mogelijkheid moet zijn op een eigen klantenkring op te bouwen, dat er vrijheid moet zijn om eigen tarieven te bepalen en dat er vrijheid moet zijn om de voorwaarden te bepalen voor het verrichten van de diensten. Bij Uber-chauffeurs is hiervan geen sprake. Daarmee heeft dit arrest gelijkenissen met het Nederlandse stelsel en de elementen die Nederlandse rechters meewegen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. Hetzelfde geldt voor wetgeving in andere lidstaten.

geen Uber diensten buiten dienstverband

In algemene zin ervaren opdrachtgevers en hun opdrachtnemers op dit moment onvoldoende duidelijkheid in welke gevallen er sprake is van een dienstbetrekking. Het kabinet acht het van belang dat deze partijen, waaronder dus ook platformorganisaties en chauffeurs, meer duidelijkheid krijgen over de status van hun arbeidsrelatie. Daarom voert het kabinet een breed gesprek met relevante veldpartijen over de wijze waarop wordt gewerkt en in hoeverre bepaalde werkwijzen zich al dan niet lenen om buiten dienstbetrekking te werken.

uit het Uber-systeem gegooid

Op de vraag of Minister Koolmees  de mening deelt dat Uber-chauffeurs zeker moeten kunnen zijn van een fatsoenlijk inkomen, zeggenschap over hun werk(tijden) en duidelijkheid over wanneer en waarom men uit het Uber-systeem gegooid kan worden is het antwoord:

“De criteria arbeid, loon en gezag afkomstig uit het Burgerlijk Wetboek bepalen of er sprake is van een dienstbetrekking. Indien sprake is van een dienstbetrekking wordt de werknemer beschermd door het arbeidsrecht. Daarmee zijn onder andere de Wet minimumloon en de regels rondom het ontslagrecht uit het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Wanneer men als zelfstandige werkt (en er dus geen sprake is van een dienstbetrekking), kan geen aanspraak gemaakt worden op de bescherming van het arbeidsrecht.”

Lees ook: Vrij spel voor sociale uitbuiting en Uber in Antwerpen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Wouter Koolmees
Uber hoofdkantoor


Vertrekkend topman ProRail: ‘Angst regeert bij de overheid’

Het was niet te verwachten dat Pier Eringa stilletjes de deur achter zich zou dichttrekken bij zijn vertrek  bij ProRail (hij wordt CEO bij Transdev/Connexxion) “Leidinggevenden bij de overheid durven nauwelijks meer te zeggen waar het op staat,” zegt Eringa ondermeer in De Telegraaf en het AD.

“Problemen bij CBR, UWV, politie en de Belastingdienst blijven daardoor onnodig lang dooretteren.”

Ook maakt hij zich zorgen over de stroomvoorziening van het spoor.

Eringa zegt zich geregeld te schamen bij een publieke organisatie te werken. “De angst regeert. Bij de overheid lopen te veel leidinggevenden rond die de voorzichtige kant zoeken. Ze zijn bang voor lelijke telefoontjes uit Den Haag.’’

Zelf staat de ProRail-baas bekend om zijn onconventionele bestuursstijl. Hij schuwt daarbij harde kritiek op zijn bazen in Den Haag niet. Dat wekte afgelopen jaren regelmatig wrevel: staatssecretaris Van Veldhoven wachtte dit jaar lang met Eringa’s herbenoeming. Zelf heeft Eringa geen moment spijt. “Mijn doel is resultaten boeken, dan mag het schuren. Maar die stijl van leidinggeven zie je bijna niet meer bij de overheid, men wil vooral het eigen blazoen schoon houden.’’

Volgens Eringa jeuken zijn handen als hij kijkt naar andere overheidsdiensten. “Neem de problemen bij het CBR, UWV, de Belastingdienst, de politie. Als oud-politiebaas lees ik met afgrijzen dat er jaarlijks honderden zedenzaken bij de politie op de plank blijven liggen. Korpschef Erik Akerboom zal het niet leuk vinden, maar je bent niet geloofwaardig als je 60.000 man op straat hebt lopen en dat laat gebeuren. Ik zou desnoods gepensioneerde zedenrechercheurs achter de geraniums vandaan trekken. Burgers moeten vertrouwen hebben in instituties als de overheid, politie, ziekenhuizen.’’

Ter gelegenheid van zijn afscheid zegt Eringa te hopen dat het kabinet meer ambitie toont op het spoor. “Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat is veel te voorzichtig.” Zo moet het spoor op zestig plekken in Nederland snel van extra netspanning worden voorzien, anders kan NS komende jaren zijn dienstregeling niet uitbreiden. “Dat zijn zestig routes Haarlem-Zandvoort’’, zegt hij. NS wil hier extra treinen voor de formule 1, maar dat gaat nu niet door te weinig stroom.

ProRail luidt daarom de noodklok over het stroomtekort op het spoor. Op een aantal baanvakken kunnen daardoor niet meer treinen gaan rijden. Ook staat er niet genoeg spanning op de bovenleiding om met nieuwe of langere treinen te gaan rijden, zegt de spoorbeheerder. Het spoor kent meer dan zestig knelpunten, zo blijkt uit een inventarisatie van ProRail. Daar kan zonder extra maatregelen de treindienst niet worden uitgebreid of vernieuwd.

Om het probleem structureel aan te pakken pleit ProRail voor meer of grotere transformatoren, die meer elektriciteit naar de bovenleidingen voeren. De spanning op de bovenleiding moet worden opgeschroefd van 1500 naar 3000 volt. “De 1500 volt dateert uit de jaren ‘20 van de vorige eeuw”, zegt Eringa.

Lees ook: ProRail wil binnen de twee jaar alle stations helemaal rookvrij hebben



Geen deal tussen Belastingdienst en Uber

De staatssecretaris van Financiën Menno Snel heeft de Kamervragen over het bericht dat er geen deal is tussen de Belastingdienst en Uber over een aftrekpost die werden gestel door de leden Bruins (ChristenUnie) en Omtzigt (CDA) vandaag in een brief beantwoord.

Op de vraag of de staatssecretaris of de Belastingdienst over het al dan niet bestaan van een ruling met Uber op enigerlei wijze (direct of indirect) met de pers heeft gecommuniceerd in de afgelopen week, werd het volgende geformuleerd.

Op basis van artikel 67 Algemene wet inzake Rijksbelastingen is het niet toegestaan informatie over de fiscale positie van een individuele belastingplichtige openbaar te maken. Hieronder valt ook het al dan niet bestaan van een ruling die is overeengekomen tussen de Belastingdienst en een individuele belastingplichtige.

De staatssecretaris heeft naar eigen zeggen geen enkele reden om aan te nemen dat de fiscale geheimhoudingsplicht geschonden is.

Lees ook: Veilig Verkeer Nederland en Uber gaan samenwerken