Tag archieven: Brussel

Stepverbod: Brussel hoopt op de fiets, maar Parijs toont opvallend dubbel effect

Verkoop van privésteps stijgt lokaal eveneens nadat huursteps uit straatbeeld verdwijnen, Parijse cijfers laten zien waar gebruikers na een verbod op deelsteps terecht kunnen komen.

Brussel neemt vanaf volgend jaar afscheid van de elektrische deelstep. De ongeveer 8.000 deelsteps die momenteel door de hoofdstad rijden, moeten uit het straatbeeld verdwijnen. De grote vraag is wat de gebruikers daarna gaan doen. De Brusselse regering verwacht dat een deel van hen overstapt op de deelfiets. De ervaringen in Parijs lijken die verwachting deels te ondersteunen, al blijkt daar tegelijkertijd dat ook verkopers van privésteps profiteren van het verdwijnen van de huurstep.

De Brusselse regering besloot in juni om deelsteps te verbieden. Aanleiding daarvoor waren onder meer de aanhoudende klachten over roekeloos rijgedrag en de zogenoemde ‘strooisteps’: voertuigen die na gebruik op allerlei plaatsen worden achtergelaten en daarbij geregeld voor hinder zorgen.

Parijs, Madrid en Praag

Brussel staat met die beslissing niet alleen. Ook onder meer Parijs, Madrid en Praag kozen ervoor om deelsteps uit hun straten te weren. De Franse hoofdstad vormt daarbij een interessante vergelijking, omdat daar sinds september 2023 geen deelsteps meer beschikbaar zijn. Voor het verbod reden er ongeveer 15.000 rond.

De Brusselse regering hoopt dat de deelfiets een belangrijk alternatief wordt. Vanaf 2027 wordt het aantal aanbieders van dergelijke fietsen niet langer beperkt, al mag iedere afzonderlijke operator maximaal 2.500 fietsen aanbieden. Daarnaast werd in maart de concessie van de gele Villo-fietsen, die door JCDecaux worden uitgebaat, verlengd tot 2028.

Niet iedereen gelooft echter dat voormalige stepgebruikers massaal op de fiets zullen springen. Guillaume Burland van stepaanbieder Bolt waarschuwde eerder juist voor een verschuiving naar privésteps. „Het wegnemen van onze diensten zal gebruikers richting privésteps duwen: ongereguleerd, niet traceerbaar en véél gevaarlijker”, verklaarde hij tegenover BRUZZ.

commerciële deelfietsen

De ontwikkeling in Parijs laat een gemengd beeld zien. Een jaar nadat de deelsteps daar verdwenen, bleken vooral commerciële deelfietsen aanzienlijk populairder te zijn geworden. Volgens tellingen van de stad Parijs nam het gebruik daarvan in 2024 met 57 procent toe ten opzichte van een jaar eerder. Ook Vélib, het Parijse systeem dat vergelijkbaar is met de Brusselse Villo-fietsen, profiteerde. Het gebruik daarvan steeg met 10 procent. Bus, metro en tram werden gemiddeld ongeveer 4 procent vaker gebruikt.

Het totale gebruik van steps nam ondertussen af. Tellingen op twaalf verkeerspunten lieten in juni 2024 een daling van het aantal steppassages met 24 procent zien. Tijdens een nieuwe telling in oktober bedroeg de afname zelfs 37 procent. Ook het autogebruik liep licht terug.

Toch betekende het verdwijnen van de deelsteps niet dat de privéstep uit beeld verdween. De Franse verkoper Weebot meldde een maand na het Parijse verbod zelfs een verkoopstijging van 50 procent. Commercieel directeur Adrien Lemonnier zegt tegen BRUZZ dat de grotere belangstelling onder Parijzenaars sindsdien zichtbaar is gebleven.

„Wij zien een stabiele stijging in onze verkoopscijfers van zo’n 15 à 20 procent”, aldus Lemonnier. Volgens hem verkoopt Weebot jaarlijks ongeveer 20.000 producten, waaronder elektrische steps en elektrische fietsen. Parijs vertegenwoordigt ongeveer 40 procent van die verkopen.

verkoopcijfers

Landelijke verkoopcijfers vertellen echter een ander verhaal. Jean Ambert, directeur van het Parijse onderzoeksbureau Smart Mobility Lab, wijst erop dat de Franse verkoop van elektrische steps in 2021 haar hoogtepunt bereikte en vervolgens ieder jaar terugliep. Ook tussen 2023 en 2024, dus na de invoering van het Parijse verbod op deelsteps, daalde de landelijke verkoop. De afname bedroeg 9 procent.

„Onze interpretatie is dat het einde van de Parijse deelsteps op nationaal niveau geen zichtbare heropleving van de verkoop heeft veroorzaakt”, zegt Ambert tegen BRUZZ. Tegelijk plaatst hij daar een belangrijke kanttekening bij. „Parijs vertegenwoordigt slechts 3 procent van de Fransen: een lokale toename van de verkoop zou dus moeilijk zichtbaar zijn in de nationale cijfers.” 

Een massale overstap van huursteps naar privésteps lijkt bovendien niet vanzelfsprekend vanwege het grote prijsverschil. Een rit met een deelstep kostte slechts enkele euro’s, terwijl voor een eigen elektrische step al snel honderden euro’s moet worden betaald.

Foto: © Pitane Blue – deelvervoer in Parijs

De Parijse cijfers geven Brussel daarmee geen eenduidig antwoord op de vraag wat er na het verbod zal gebeuren. Deelfietsen profiteerden in de Franse hoofdstad sterk en ook het openbaar vervoer kreeg meer gebruikers. Tegelijkertijd zagen gespecialiseerde verkopers van privésteps hun verkopen in Parijs stijgen. Of Brussel vanaf volgend jaar hetzelfde patroon zal volgen, zal pas duidelijk worden wanneer duizenden huidige gebruikers van deelsteps op zoek moeten naar een alternatief.

William’s Babin, verkoper bij Mobilityurban, wees tegenover Le Parisien bovendien op het verschil tussen beide groepen gebruikers. „Het is niet hetzelfde publiek”, verklaarde hij. „Mijn klanten zijn eerder dertigers, voormalige automobilisten of motorrijders, die voor al hun dagelijkse verplaatsingen op een step willen overstappen. De gebruikers van huurdiensten zijn veel jonger en gebruiken steps slechts af en toe. Ons best verkochte model kost bijna 900 euro: daar willen zij niet in investeren.”

beetje een flamand

Juist dat verschil tussen gebruikersgroepen kan in Brussel belangrijk worden. Mobiliteitsexpert Dirk Lauwers van de Universiteit Antwerpen wees tegenover BRUZZ eerder op de verschillende profielen van fietsers en stepgebruikers in de hoofdstad. „Een fietser is nog altijd een beetje een flamand, een beter gesteld persoon”, verklaarde Lauwers. „Stepgebruikers zijn jonger, mannelijker en meer allochtoon. Die zul je niet zo snel de fiets zien gebruiken. Al moet ik zeggen dat er in Parijs wel een switch is geweest.”

Daar komt nieuwe regelgeving voor elektrische steps bij. Sinds 1 september geldt een helmplicht voor elektrische steps die sneller kunnen rijden dan 20 kilometer per uur. In Parijs werd eveneens een helmplicht ingevoerd, daar sinds augustus. Of die verplichting eveneens invloed krijgt op de populariteit van de privéstep, moet nog blijken.

Spoorprimeur: Antwerpen en Leuven krijgen rechtstreekse hogesnelheidstrein naar Keulen

Antwerpen, Leuven en Brussels Airport hebben vanaf nu een rechtstreekse verbinding met Duitsland per hogesnelheidstrein.

De nieuwe ICE-dienst van de Duitse spoorwegmaatschappij Deutsche Bahn rijdt twee keer per dag in beide richtingen tussen Antwerpen en Keulen. Daarmee krijgen vooral Antwerpen en Leuven een nieuwe internationale spoorverbinding, terwijl Brussels Airport na jaren opnieuw rechtstreeks wordt aangesloten op het hogesnelheidsnetwerk.

De eerste ICE op de nieuwe route werd maandagochtend feestelijk ontvangen in de drie Belgische stations die voortaan door de trein worden bediend. Na haltes in Leuven en op Brussels Airport bereikte de trein rond 09.30 uur zijn eindbestemming Antwerpen-Centraal. Helemaal volgens de planning verliep die eerste rit niet: de trein arriveerde met ongeveer een halfuur vertraging.

ruim 400 reizigers

De ICE-treinen die Deutsche Bahn op de verbinding inzet, bieden plaats aan ruim 400 reizigers. De route loopt vanuit Keulen via Aken richting België. Na het passeren van de grens stopt de hogesnelheidstrein achtereenvolgens in Luik, Leuven, Brussels Airport en Antwerpen.

Voor reizigers uit Antwerpen betekent de nieuwe dienst dat zij zonder overstappen in ongeveer twee uur en twintig minuten naar Keulen kunnen reizen. Wie op Brussels Airport instapt, doet minder dan twee uur over de rit naar de Duitse stad. Vanuit Leuven bedraagt de reistijd ongeveer anderhalf uur. De treinen richting Duitsland arriveren volgens de voorziene dienstregeling rond 13.30 uur en 21.30 uur in Keulen.Bron: 

Ook over de prijs van de nieuwe verbinding is duidelijkheid. Tickets voor een reis tussen Antwerpen en Keulen worden aangeboden vanaf 29,99 euro. Met twee dagelijkse ritten in beide richtingen wordt de nieuwe verbinding een permanente aanvulling op het bestaande aanbod tussen België en Duitsland.

rechtstreekse verbinding

Voor Antwerpen en Leuven is dat een primeur. Beide steden krijgen voor het eerst een permanente rechtstreekse verbinding per hogesnelheidstrein met Duitsland. Voor Brussels Airport betekent de komst van de ICE eveneens een belangrijke verandering. De luchthaven wordt voor het eerst sinds 2015 opnieuw rechtstreeks aangesloten op het hogesnelheidsnetwerk.

De aansluiting op Brussels Airport biedt bovendien mogelijkheden om een internationale treinreis te combineren met een vlucht. Passagiers van Brussels Airlines kunnen hun treinreis en vlucht samenbrengen in één ticket. Daardoor kan de nieuwe ICE-verbinding ook worden gebruikt als onderdeel van een langere internationale reis via de luchthaven.

Foto: © Pitane Blue –
Keulen – station

De ICE is bovendien niet de enige hogesnelheidstrein die België en Duitsland met elkaar verbindt. Ook Eurostar rijdt met hogesnelheidstreinen tussen beide landen. De nieuwe verbinding van Deutsche Bahn onderscheidt zich binnen het bestaande aanbod vooral door de rechtstreekse bediening van Leuven, Brussels Airport en Antwerpen.

Achter de nieuwe verbinding zit een samenwerking tussen Deutsche Bahn en de NMBS. De Belgische spoorwegmaatschappij speelt daarbij ook een operationele rol. De NMBS bestuurt namelijk de helft van de treinen op het traject. Zo werken de Duitse en Belgische spoorwegmaatschappijen samen bij de uitvoering van de nieuwe dagelijkse verbinding.

niet de eerste ICE-verbinding

De route tussen Keulen en Antwerpen is niet de eerste ICE-verbinding tussen Duitsland en België. Er bestaat al langer een frequente verbinding waarbij dagelijks acht ICE’s tussen beide landen rijden. Die treinen komen vanuit Duitsland, met onder meer Frankfurt, Keulen en Aken op hun route, en stoppen in België in Luik. Vervolgens rijden ze verder naar Brussel.

Met de nieuwe dienst wordt het Belgische netwerk richting Duitsland dus uitgebreid naar Leuven, Brussels Airport en Antwerpen. Reizigers vanuit die plaatsen hoeven daardoor niet langer eerst naar een ander station te reizen om een rechtstreekse ICE naar Duitsland te nemen.

Flinke rekening: al 1.890 boetes voor verboden Euro 5-diesels in Brussel

De strengere regels voor de lage-emissiezone in Brussel beginnen stevig door te wegen voor automobilisten.

Sinds 1 juli worden bestuurders daadwerkelijk beboet wanneer ze met een niet langer toegelaten Euro 5-diesel of Euro 2-benzinewagen de Brusselse lage-emissiezone binnenrijden. Inmiddels zijn sinds de start van die effectieve handhaving al 1.890 boetes uitgeschreven.

Daarmee krijgt de aanscherping van de Brusselse LEZ steeds duidelijker gevolgen voor automobilisten die nog met een ouder voertuig naar de hoofdstad rijden. De betrokken voertuigen vallen onder de nieuwste categorie die niet langer wordt toegelaten. Voor dieselwagens gaat het om voertuigen met de Euro 5-norm, terwijl bij benzinewagens de Euro 2-norm geviseerd wordt.

geen boete

De strengere regels waren eerder al van kracht geworden, maar bestuurders kregen aanvankelijk nog geen boete. Brussel werkte eerst met waarschuwingen. De effectieve inning van de sancties liet bovendien langer op zich wachten dan aanvankelijk voorzien, onder meer omdat de administratie meer tijd nodig had om het systeem operationeel te krijgen.

Sinds 1 juli is die situatie veranderd. Vanaf die datum begon Brussel Fiscaliteit daadwerkelijk boetes uit te schrijven voor voertuigen die onder de nieuwe beperkingen vallen. Een overtreding kan de eigenaar van een voertuig 350 euro kosten. De Brusselse overheid had eerder aangegeven dat ruim 13.000 voertuigen een dergelijke sanctie riskeerden nadat ze al een waarschuwing hadden ontvangen.

De cijfers maken nu duidelijk dat de controles niet zonder gevolgen blijven. Sinds 1 juli zijn 1.890 boetes uitgeschreven. Daarmee is een aanzienlijk deel van de automobilisten die ondanks de beperkingen met hun voertuig Brussel binnenreden inmiddels financieel getroffen door de strengere regels.

allesbehalve rechtlijnig

De weg naar de daadwerkelijke invoering van de boetes verliep allesbehalve rechtlijnig. De strengere LEZ-regels zorgden eerder voor politieke discussie en vertraging. De verstrenging werd officieel van kracht, maar een politiek akkoord over de manier waarop de boetes moesten worden toegepast liet aanvankelijk op zich wachten. Daardoor kregen automobilisten gedurende een overgangsperiode alleen een waarschuwing.

Ook de administratie bleek tijd nodig te hebben. De start van de effectieve boetes werd daardoor verschillende keren onderwerp van discussie. Uiteindelijk werd 1 juli het moment waarop Brussel Fiscaliteit begon met het opleggen van sancties voor Euro 5-diesels en Euro 2-benzinewagens die niet meer aan de voorwaarden van de lage-emissiezone voldoen.periode waarin automobilisten uitsluitend met waarschuwingen wegkwamen definitief voorbij is.

De groep voertuigen waarop de regels betrekking hebben, is groot. Eerder bleek dat in heel België bijna 630.000 voertuigen zijn ingeschreven die volgens de aangescherpte normen de Brusselse lage-emissiezone niet meer in mogen. Niet al die voertuigen rijden uiteraard daadwerkelijk Brussel binnen, maar het cijfer geeft wel aan hoeveel automobilisten potentieel rekening moeten houden met de beperkingen wanneer ze naar het gewest willen rijden.

Voor bestuurders die voor het eerst met een niet-toegelaten voertuig worden geregistreerd, geldt dat zij eerst een waarschuwing krijgen. Een nieuwe overtreding kan vervolgens tot een boete leiden. De regeling moet voorkomen dat automobilisten onmiddellijk worden geconfronteerd met een financiële sanctie zonder eerst op de hoogte te zijn gebracht van de overtreding.

Foto: © Pitane Blue – Brussel beenhouwersstraat

De lage-emissiezone blijft ondertussen een belangrijk onderdeel van het Brusselse mobiliteitsbeleid. De regels zijn de afgelopen jaren stapsgewijs aangescherpt. Daardoor worden steeds meer oudere en vervuilendere voertuigen uit het gewest geweerd. De nieuwe beperkingen voor Euro 5-diesels en Euro 2-benzinewagens vormen opnieuw een belangrijke uitbreiding van die aanpak.

boetestelsel

Tegelijkertijd wordt al gewerkt aan een ander boetestelsel. De Brusselse regering wil de regeling vanaf 2027 hervormen. Daarbij is onder meer sprake van een systeem waarbij automobilisten met een voertuig dat normaal niet wordt toegelaten een jaarpas kunnen kopen. Eerder werd daarvoor een bedrag van 350 euro genoemd. Voor bepaalde kwetsbare groepen werd ook een goedkoper tarief van 200 euro naar voren geschoven.

Tot die hervorming er daadwerkelijk komt, blijven de huidige regels gelden. Wie met een Euro 5-diesel of Euro 2-benzinewagen Brussel binnenrijdt, moet er dus rekening mee houden dat het verbod inmiddels daadwerkelijk wordt gehandhaafd. De 1.890 boetes die sinds 1 juli zijn uitgeschreven, laten zien dat de 

Stekkerstrijd: waarom Brusselse taxi’s nóg twee jaar uitstel moeten krijgen

Laadbedrijven wijzen op investeringen, taxisector vreest tekort zodra duizenden wagens elektrisch worden. 316 snelladers zijn volgens laadsector voldoende, maar chauffeurs waarschuwen voor dagelijkse praktijk.

De geplande elektrificatie van de Brusselse taxivloot zorgt opnieuw voor discussie. De PS wil de verplichte overstap met twee jaar uitstellen. Een belangrijk argument daarvoor is dat er onvoldoende geschikte elektrische voertuigen en laadmogelijkheden zouden zijn, waardoor een groot deel van het financiële en operationele risico bij taxi-exploitanten terechtkomt. Vanuit de sector van de elektrische mobiliteit wordt die redenering stevig betwist.

Philippe Vangeel van EV Belgium wijst erop dat Brussel vandaag volgens de aangeleverde cijfers 316 publieke snellaadpunten telt voor ongeveer 300 elektrische taxi’s. Dat komt bijna neer op één publieke snellader per elektrische taxi. Volgens hem wordt daarbij bovendien te weinig rekening gehouden met de investeringen die bedrijven de afgelopen jaren al hebben gedaan.

De leden van EV Belgium hebben volgens Vangeel geïnvesteerd omdat Brussel een duidelijke richting had aangegeven en de elektrificatie van de mobiliteit, inclusief die van taxi’s, zou worden doorgezet. Vooral snel- en ultrasnelle laadinfrastructuur werd op initiatief van private bedrijven uitgerold. Zulke investeringen hebben bovendien een veel langere levensduur dan een taxivoertuig. Een taxi wordt na een aantal jaren vervangen, terwijl een snellaadlocatie voor vele jaren wordt gebouwd.

omgekeerde risicovraag

Daarmee ontstaat volgens Vangeel een omgekeerde risicovraag. Wanneer wordt gesteld dat uitstel nodig is om het risico voor exploitanten te beperken, moet volgens hem eveneens worden gekeken naar bedrijven die de benodigde infrastructuur al hebben aangelegd.

Ook het argument dat onvoldoende geschikte elektrische voertuigen beschikbaar zouden zijn, overtuigt hem niet. Binnen de relevante MPV-categorie zijn er volgens de aangeleverde gegevens momenteel 67 elektrische modellen tegenover 68 modellen met een verbrandingsmotor.

Daarnaast speelt de kostprijs een belangrijke rol. Vangeel verwijst naar de Car Cost Calculator van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarmee ondernemingen en zelfstandigen verschillende scenario’s kunnen doorrekenen. Volgens hem blijkt daaruit dat de total cost of ownership, of TCO, van elektrisch rijden momenteel voordeliger is.

De verplichte elektrificatie van de Brusselse taxivloot wordt mogelijk met twee jaar uitgesteld. De commissie Binnenlandse Zaken van het Brussels Parlement heeft een voorstel tot ordonnantie aangenomen dat die verschuiving mogelijk moet maken. Het initiatief komt van de PS en kreeg de steun van MR, de toekomstige regeringspartner. Les Engagés schaarde zich niet achter het voorstel. Daarmee krijgt de discussie over de snelheid waarmee Brusselse taxi’s elektrisch moeten worden een nieuwe politieke dimensie.

Vanuit de taxisector klinkt echter een belangrijke kanttekening. Pierre Steenberghen, secretaris-generaal bij GTL, de Nationale Groepering van Taxiondernemingen, benadrukt dat de situatie van een bedrijf met een eigen wagenpark moeilijk te vergelijken is met die van duizenden zelfstandige taxichauffeurs.

„Bedrijven met 23 bedrijfswagens kunnen inderdaad best in hun garage eigen laadpalen installeren. Dat is een dure investering, maar sommige taxibedrijven met eigen chauffeurs hebben die investering al gedaan”, reageert Steenberghen. Hij wijst erop dat veel zelfstandige taxichauffeurs via tussenpersonen, platformen en taxicentrales werken. Daarbij noemt hij onder meer Uber, Bolt, Taxis Verts en Taxis Bleus.

Veel van deze chauffeurs wonen volgens Steenberghen in appartementen en beschikken daardoor niet over dezelfde mogelijkheden om thuis of op een eigen bedrijfsterrein te laden. Daardoor zijn ze aangewezen op publieke laadpunten. Volgens hem moet de discussie dan ook worden bekeken vanuit de volledige Brusselse taxivloot.

Hij spreekt over 3.233 taxivoertuigen met een Brusselse vergunning, die volgens hem één of twee keer per dag aan een laadpunt zouden moeten kunnen staan en daar snel geholpen moeten worden, bij voorkeur tegen een concurrerend elektriciteitstarief.

operationele haalbaarheid

Steenberghen benadrukt bovendien dat de taxisector de elektrificatie zelf niet ter discussie stelt. „Niemand betwist de doelstelling om de Brusselse taxivloot te elektrificeren. De vraag die de sector – en nu ook staatssecretaris Karine Lalieux – stelt, gaat over het tempo en de operationele haalbaarheid.”

Volgens hem moet ook vooruit worden gekeken. Hij noemt 316 publieke snelladers tegenover ongeveer 700 elektrische taxi’s in 2027 en duizenden bijkomende voertuigen vanaf 2028. Die laadpunten zijn bovendien niet uitsluitend voor taxi’s bestemd.

„Een taxi rijdt bovendien vaak 70.000 tot 100.000 km per jaar en moet snel kunnen laden wanneer de exploitatie dit vereist”, aldus Steenberghen. Volgens hem melden exploitanten nu al wachttijden bij snelladers. Dat kan rechtstreeks gevolgen hebben voor de inkomsten. „Een gunstige TCO is belangrijk, maar wachttijd aan een laadpaal is voor een taxi eveneens een kost: het voertuig kan dan geen klanten vervoeren.”

Foto: © Pitane Blue – taxi in Brussel

Vandaag rijdt ongeveer tien procent van de 3.250 Brusselse taxi’s volledig elektrisch. De omschakeling staat de komende jaren voor een belangrijke volgende stap. Volgens Brussel Mobiliteit zijn in 2027 naar schatting 300 tot 350 taxi’s met een verbrandingsmotor aan vervanging toe. Juist die vervangingsgolf speelt een belangrijke rol in de discussie over het tempo waarin de Brusselse taxivloot verder moet elektrificeren.

Vangeel betwist op zijn beurt niet dat de laadcapaciteit verder moet groeien. Volgens hem willen bedrijven blijven investeren en uitbreiden. Wel plaatst hij vraagtekens bij het beeld dat er momenteel structureel onvoldoende snellaadcapaciteit zou zijn. De signalen over de huidige bezettingsgraad van Brusselse snelladers die zijn sector ontvangt, zijn volgens hem moeilijk te rijmen met de stelling dat structurele wachttijden een algemeen probleem vormen.

Daarom pleit Vangeel voor overleg tussen beide sectoren. „Waar en wanneer ontstaan die wachttijden? Welke capaciteit is nodig richting 2027 en 2028? Welke locaties zijn kritisch? Wat kunnen CPO’s en taxi-exploitanten samen organiseren?”

Volgens Vangeel is er voor zover hij weet nog nooit structureel overleg geweest tussen de taxisector en de laadsector over deze vragen. „Misschien moeten we dus eerst samen bekijken hoe we het wél kunnen realiseren, voor we besluiten dat twee jaar uitstel de oplossing is.”

thuisladen geen optie

Steenberghen blijft echter benadrukken dat thuisladen voor een aanzienlijk deel van de Brusselse taxichauffeurs geen realistische oplossing is. „Je moet eens kijken waar ze vooral wonen in Brussel en in welk type gebouw… Snel opladen is daarom een absolute noodzaak. Ze rijden veel kilometers.” Daar komt volgens hem bij dat veel taxi’s door twee chauffeurs worden gebruikt en dus in twee shifts rijden.

Daarmee verschuift de discussie steeds nadrukkelijker van de vraag óf Brussel zijn taxivloot moet elektrificeren naar de vraag hoe snel dat operationeel haalbaar is. Aan de ene kant staat een laadsector die erop wijst dat voertuigen beschikbaar zijn, infrastructuur is aangelegd en private investeringen al zijn gedaan. Aan de andere kant staat een taxisector die waarschuwt dat publieke snelladers gedeeld worden met andere automobilisten en dat duizenden chauffeurs niet thuis kunnen laden.

Precies daar lijkt de kern van het conflict te liggen: niet alleen hoeveel laadpunten Brussel telt, maar vooral of voldoende capaciteit beschikbaar is op het moment en de plaats waar intensief gebruikte taxi’s die daadwerkelijk nodig hebben.stekkerstrijd: waarom brusselse taxi’s nóg twee jaar uitstel moeten krijgen.

Hoofdstad houdt vast aan verbod vanaf 2027: deelsteps moeten weg

Brussel werkt overgangsregeling uit na ingrijpen van de Raad van State, operatoren kunnen tijdelijke vergunning krijgen terwijl nieuwe procedure wordt voorbereid.

Brusselaars die gebruikmaken van deelfietsen hoeven voorlopig niet te vrezen dat de tweewielers vanaf 1 september plots uit het straatbeeld verdwijnen. De Brusselse regering heeft een overgangsregeling uitgewerkt waarmee de dienstverlening kan worden voortgezet. Het voorstel moet nog langs de ministerraad, maar moet vooral voorkomen dat gebruikers de gevolgen dragen van de problemen met de eerdere vergunningsprocedure.

De toekomst van de deelfietsen kwam eind juli plots op losse schroeven te staan. De Raad van State verklaarde toen de vergunning voor deelfietsen en deelsteps nietig. Aanleiding waren onregelmatigheden die waren vastgesteld bij de aanbestedingsprocedure. De uitspraak zorgde meteen voor onzekerheid, omdat Brussel daardoor vanaf 1 september zonder deelfietsen dreigde te vallen.

overgangsperiode

Na meerdere overlegrondes met de betrokken operatoren heeft de Brusselse regering nu een oplossing uitgewerkt. Het kabinet van Brussels minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) laat weten dat er een voorstel klaarligt voor een tijdelijke overgangsperiode. Daarmee moeten de elektrische deelfietsen ook na 1 september beschikbaar kunnen blijven.

Centraal in het plan staat een systeem met tijdelijke licenties. Niet alleen bedrijven die momenteel al actief zijn, kunnen daarvoor in aanmerking komen. Ook nieuwe operatoren krijgen de mogelijkheid om zich aan te bieden. Dat kan tot het einde van 2027.

Wel worden er voorwaarden verbonden aan de tijdelijke toelating. Per operator mogen maximaal 2.500 fietsen worden ingezet. Met die beperking wil de regering voorkomen dat de zogenoemde dropzones, waar deelvoertuigen kunnen worden achtergelaten, verzadigd raken. Opvallend is dat er tegelijkertijd geen maximum wordt opgelegd aan het aantal bedrijven dat een tijdelijke licentie kan krijgen.

De overgangsregeling zelf moet tot mei 2028 van kracht blijven. Tegen die tijd wil Brussel een volledig nieuwe aanbestedingsprocedure hebben afgerond. Daarbij zullen uiteindelijk twee vergunningen worden toegekend, waarbij iedere vergunning goed is voor maximaal 4.800 fietsen. De nieuwe procedure moet rekening houden met de kritiek die de Raad van State op de eerdere aanbesteding formuleerde.

Van den Brandt reageert tevreden op de gevonden oplossing en benadrukt het belang van de deelfietsen voor de dagelijkse verplaatsingen van Brusselaars. “Veel mensen rekenen op deelfietsen om thuis te geraken of om naar het werk te gaan. Het is een duurzame en veilige manier om je te verplaatsen, en die kunnen we nu blijven aanbieden”, aldus de minister.

voorlopig afgewend

Helemaal definitief is de regeling nog niet. Het voorstel wordt volgende week besproken door de ministerraad. De verwachting is dat het daar zal worden aangenomen. Daarmee lijkt een scenario waarbij de deelfietsen vanaf september volledig verdwijnen voorlopig afgewend.

Voor de deelsteps ziet de toekomst er heel anders uit. Bedrijven die dergelijke voertuigen aanbieden, vallen in principe eveneens onder de tijdelijke regeling en kunnen dus een tijdelijke licentie aanvragen. Dat verandert echter niets aan het eerdere besluit van de Brusselse regering om vanaf 1 januari 2027 geen deelsteps meer toe te laten.

Foto: © Pitane Blue – deelfietsen gered maar voor deelsteps valt definitief het doek

Mochten nieuwe aanbieders zich voor het einde van dit jaar melden, dan zullen hun steps daarom geleidelijk worden uitgefaseerd. Volgens het kabinet moet die aanpak voorkomen dat er vlak voor het definitieve verbod nog een sterke toename van het aantal voertuigen komt. “Zo kan worden voorkomen dat het aantal voertuigen op straat toeneemt en vermijden we een mogelijke chaos.”

Brussel houdt daarmee vast aan de argumenten die eerder werden aangevoerd voor het verdwijnen van de deelsteps. Het kabinet van Van den Brandt wijst daarbij zowel op verkeersveiligheid als op problemen in de openbare ruimte en het gebruik van de voertuigen bij criminaliteit. “Het aantal ongevallen stijgt en de letsels zijn vaak zwaar, slordig geparkeerde steps hinderen voetgangers en mensen met een beperking, en deelsteps worden ook steeds vaker gebruikt bij schietpartijen.”

einde van de deelsteps

Minister-president Boris Dilliès (MR) benadrukt eveneens dat de tijdelijke oplossing geen uitstel betekent van het aangekondigde einde van de deelsteps. “We houden ons woord”, zegt hij. “Volgend jaar is het gedaan met de deelsteps en brengen we orde en veiligheid terug naar de openbare ruimte. Dankzij de overgangsfase geven we bedrijven en gebruikers echter tijd om zich aan te passen.”

Daarmee kiest Brussel voor twee verschillende richtingen binnen dezelfde overgangsregeling. Deelfietsen krijgen de mogelijkheid om ook de komende jaren onderdeel van het mobiliteitsaanbod te blijven, terwijl voor deelsteps het einde al vastligt. Voor fietsgebruikers is vooral de datum van 1 september belangrijk: als de ministerraad het voorstel zoals verwacht goedkeurt, kunnen zij ook daarna gebruik blijven maken van de elektrische deelfietsen.

TreinTramBus: forse kritiek op onbenutte treinplaatsen tussen Antwerpen en Brussel

Reizigersvereniging hekelt opvallende situatie op drukke verbinding tussen Antwerpen en Brussel, gemiste kans om automobilisten uit de file en richting het spoor te krijgen.

Reizigersvereniging TreinTramBus stelt stevige vragen bij de manier waarop de beschikbare spoorcapaciteit tussen Antwerpen en Brussel wordt benut. Terwijl de NMBS meer automobilisten richting het openbaar vervoer wil krijgen, blijft een deel van het treinaanbod op deze drukke verbinding buiten bereik van binnenlandse reizigers. Vooral de Eurocity Direct zorgt voor onbegrip. Reizigers die uitsluitend tussen Antwerpen en Brussel willen reizen, mogen namelijk niet op deze internationale trein stappen.

Dagelijks rijden volgens TreinTramBus 116 treinen per richting tussen Antwerpen en Brussel wanneer de Eurocity Direct wordt meegeteld. Die internationale verbinding rijdt van Amsterdam-Zuid via Antwerpen naar Brussel, maar is niet toegankelijk voor reizigers die alleen het Belgische traject Antwerpen-Brussel willen afleggen. Volgens de reizigersvereniging betekent dit dat binnenlandse passagiers op ongeveer 14 procent van de treinen die over deze belangrijke spoorcorridor rijden niet worden toegelaten.

drukste verkeersassen

Voor TreinTramBus is dat moeilijk te rijmen met de ambitie om de trein aantrekkelijker te maken voor automobilisten. De spoorverbinding tussen Antwerpen en Brussel loopt immers grotendeels parallel met een van de drukste verkeersassen van Vlaanderen. Files en verkeershinder zijn daar dagelijkse kost, terwijl tegelijkertijd zitplaatsen in treinen beschikbaar blijven die niet door binnenlandse reizigers mogen worden gebruikt.

Vooral de situatie van de Eurocity Direct in Antwerpen roept bij de reizigersvereniging vragen op. De internationale trein staat daar langere tijd stil en volgens TreinTramBus zijn er bovendien voldoende vrije zitplaatsen beschikbaar. De organisatie ziet daarom weinig reden om reizigers die tussen Antwerpen en Brussel onderweg zijn de toegang tot deze treinen te ontzeggen. Een efficiënter gebruik van de capaciteit die al op het spoor aanwezig is, zou volgens de vereniging voor de hand liggen.

De discussie krijgt extra betekenis doordat reizigers en automobilisten deze week op verschillende plaatsen in Vlaanderen met werkzaamheden en omleidingen te maken krijgen. Ook in en rond Antwerpen zijn er ingrijpende werkzaamheden die gedurende langere tijd gevolgen hebben voor het verkeer.

Op maandag 17 augustus zijn omvangrijke vernieuwingswerken begonnen aan de Boekenberglei, Gitschotellei en Drakenhoflaan in Antwerpen. Volgens de huidige planning duren deze werkzaamheden tot het voorjaar van 2027. Daarmee gaat het niet om een kortstondige ingreep, maar om werkzaamheden die maandenlang invloed kunnen hebben op de bereikbaarheid en verkeersstromen in de omgeving.

routeplanner

Ook reizigers van De Lijn krijgen met aanpassingen te maken. Lijn 29a wordt getroffen door verschillende omleidingen. Daarbij speelt onder meer de onderbreking van de Baanbrug een rol. Daarnaast vinden op dinsdag 18 augustus dringende snoeiwerken plaats in de Boomsestraat. Reizigers wordt daarom aangeraden om voor vertrek de actuele routeplanner te controleren en rekening te houden met mogelijke wijzigingen onderweg. 

Foto: © Pitane Blue – NMBS

De kwestie legt zo een opvallende tegenstelling bloot. Aan de ene kant groeit de druk om het autoverkeer terug te dringen en reizigers richting het openbaar vervoer te krijgen. Aan de andere kant blijft een deel van de bestaande treincapaciteit op de drukke as Antwerpen-Brussel voor binnenlandse reizigers gesloten. Voor TreinTramBus is het dan ook duidelijk dat er kritisch moet worden gekeken naar de manier waarop die beschikbare plaatsen worden benut.

Niet alleen in Antwerpen zijn werkzaamheden van invloed op het verkeer. Het Agentschap Wegen en Verkeer maakte op 17 augustus bekend dat nieuwe asfaltwerken worden uitgevoerd op de Astridlaan in Geraardsbergen. Die werkzaamheden staan gepland van 24 tot en met 26 augustus. Verkeer dat vanuit Lessen richting Gent rijdt, wordt tijdens de werkzaamheden omgeleid via Flobecq en Brakel.

Daarnaast zijn onderhoudswerken aangekondigd op de Aarschotsesteenweg in Herselt. Daarmee zijn er verspreid over Vlaanderen verschillende plaatsen waar automobilisten en gebruikers van het openbaar vervoer rekening moeten houden met hinder, gewijzigde routes of extra reistijd.

kritiek

Juist tegen die achtergrond krijgt de kritiek van TreinTramBus op de spoorverbinding tussen Antwerpen en Brussel extra gewicht. Overheden en vervoersmaatschappijen proberen automobilisten al langer te overtuigen om vaker voor alternatieven zoals trein, tram en bus te kiezen. Tegelijkertijd wijst de reizigersvereniging erop dat een deel van de capaciteit op een van de belangrijkste spoorassen van het land niet toegankelijk is voor de reizigers die er dagelijks gebruik van zouden kunnen maken.

Daarmee draait de discussie niet alleen om het inzetten van extra treinen of het uitbreiden van de infrastructuur. TreinTramBus legt vooral de nadruk op de vraag of het bestaande aanbod wel zo efficiënt mogelijk wordt gebruikt. Wanneer internationale treinen met beschikbare zitplaatsen tussen Antwerpen en Brussel rijden, terwijl binnenlandse reizigers er niet op mogen stappen, ziet de organisatie ruimte voor verbetering.

Deelsteps verdwijnen uit Brussel: operatoren krijgen maand om alles op te ruimen

Brussel trekt stekker uit deelsteps en deelfietsen, bedrijven hopen op doorbraak tijdens spoedoverleg in augustus.

De Brusselse straten dreigen er binnenkort opvallend anders uit te zien. Deelsteps en deelfietsen moeten tegen uiterlijk 1 september verdwijnen uit de openbare ruimte. Die beslissing volgt op een arrest van de Raad van State, dat de bestaande vergunningen van verschillende aanbieders ongeldig verklaarde. Brussel Mobiliteit bevestigt dat de betrokken operatoren slechts een korte overgangsperiode krijgen om hun voertuigen weg te halen.

Woensdag kwam de Raad van State met een uitspraak die grote gevolgen heeft voor het mobiliteitslandschap in de hoofdstad. De vergunningen van aanbieders van deelsteps en -fietsen werden nietig verklaard na juridische procedures die al in 2023 waren opgestart door Lime. Dat bedrijf had destijds naast een vergunning gegrepen, terwijl concurrenten zoals Bolt en Dott wel groen licht kregen om hun deelsteps en -fietsen aan te bieden. Voi kreeg op zijn beurt toestemming om deelfietsen uit te baten in het Brussels Gewest.

abrupt einde

De uitspraak zorgt nu voor een abrupt einde van het huidige systeem. Brussel Mobiliteit laat weten dat het Gewest het arrest strikt zal uitvoeren. “Het Brussels Gewest neemt kennis van het arrest van de Raad van State, en ziet toe op de uitvoering ervan”, klinkt het officieel. Daarmee wordt duidelijk dat er weinig ruimte is voor interpretatie: de voertuigen moeten verdwijnen.

De betrokken bedrijven hadden gehoopt op een langere overgangsperiode om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Die komt er wel, maar blijft beperkt tot één maand. Brussel Mobiliteit heeft Bolt, Dott en Voi tot uiterlijk 1 september de tijd gegeven om hun deelsteps en -fietsen uit het straatbeeld te verwijderen. Volgens de gewestelijke instantie moet die periode volstaan om de operatie uit te voeren. Tot die datum zouden de voertuigen in principe nog gebruikt kunnen worden door het publiek, al blijft onduidelijk hoe intensief dat nog zal gebeuren in de aanloop naar de deadline.

overleg

De beslissing brengt niet alleen praktische uitdagingen met zich mee, maar zet ook de relatie tussen overheid en mobiliteitsbedrijven onder druk. Om verdere stappen te bespreken, plant Brussel Mobiliteit midden augustus een overleg met alle betrokken partijen. Opvallend is dat ook Lime, dat de juridische procedure op gang bracht, mee aan tafel zal zitten. Volgens woordvoerder Steven Fierens is het doel van dat overleg duidelijk: “Het doel is om het arrest te bestuderen en samen naar mogelijke vervolgstappen te zoeken.”

Foto: © Pitane Blue – Lime

Volgens de Raad van State schort er echter fundamenteel iets aan de manier waarop die vergunningen tot stand kwamen. De beslissingen voor het toekennen ervan vormen een inbreuk op de wet die de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen verplicht stelt. Daarnaast stelt het arrest dat de hele procedure gebaseerd was op een oproep tot kandidaten die zelf steunde op een besluit uit 2023 “waarvan verscheidene bepalingen zelf onwettig zijn”. Daarmee wordt niet alleen de uitkomst, maar ook de basis van het vergunningensysteem onderuit gehaald.

De onzekerheid binnen de sector is groot. Bedrijven die de voorbije jaren stevig investeerden in hun aanwezigheid in Brussel, zien hun activiteiten plots stilvallen. Guillaume Burland, woordvoerder van Bolt, reageert voorzichtig op de situatie en wijst op de korte termijn die wordt opgelegd. “We blijven er wel goede hoop in hebben dat we via het overleg tot een oplossing kunnen komen”, laat hij weten. Tegelijk erkent hij impliciet dat één maand bijzonder krap is om duizenden voertuigen uit de stad te verwijderen.

koerswijziging

Het verdwijnen van de deelsteps en -fietsen past bovendien in een bredere beleidslijn van het Brussels Gewest. Brussel Mobiliteit herhaalt dat de eerder aangekondigde maatregel om vanaf 1 januari 2027 geen deelsteps meer toe te laten, onverminderd van kracht blijft. Daarmee lijkt de huidige beslissing niet alleen een gevolg van juridische procedures, maar ook een voorbode van een structurele koerswijziging in het mobiliteitsbeleid.

Voor gebruikers betekent dit alles een plotse verandering in hun dagelijkse verplaatsingen. De deelsteps en -fietsen groeiden de afgelopen jaren uit tot een populair alternatief voor korte afstanden in de stad. Hun verdwijning zal ongetwijfeld voelbaar zijn, zeker in drukke wijken waar ze vaak gebruikt werden als aanvulling op het openbaar vervoer.

Hoe de situatie zich na 1 september zal ontwikkelen, blijft voorlopig onzeker. Het geplande overleg midden augustus kan mogelijk duidelijkheid brengen over een toekomstig kader of nieuwe vergunningen. Tot die tijd tikt de klok voor de operatoren, die zich moeten voorbereiden op een snelle en ingrijpende terugtrekking uit het Brusselse straatbeeld.

Startdatum nog onzeker: European Sleeper wil reizigers naar Milaan brengen

Ambitieuze plannen voor nachttrein dwars door Europa, nieuwe internationale trein op komst met stops in Brabant.

De komst van een nieuwe internationale nachttrein lijkt een stap dichterbij nu de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op 29 juni 2026 een officiële melding heeft ontvangen van European Sleeper Exploitatie B.V. Het bedrijf wil een passagiersdienst per spoor opzetten tussen Brussel-Midi en Milaan, met een route die door Nederland, Duitsland en Zwitserland loopt. Daarmee wordt opnieuw een ambitieus plan gelanceerd om het Europese spoornetwerk verder te versterken en reizigers een alternatief te bieden voor korte en middellange vluchten.

stations in Brabant

Volgens de ingediende plannen zal de trein in Nederland stoppen op de stations Breda en Eindhoven Centraal. Reizigers die hopen op binnenlandse verbindingen tussen deze steden komen echter bedrogen uit, want het is nadrukkelijk niet toegestaan om deze dienst te gebruiken voor reizen binnen Nederland. De verbinding is volledig gericht op internationale passagiers die tussen de verschillende landen willen reizen.

De trein moet drie keer per week in beide richtingen gaan rijden. Daarmee mikt European Sleeper op een vaste, maar nog beperkte dienstregeling die ruimte laat voor verdere uitbreiding in de toekomst. De geplande startdatum staat voorlopig op 1 januari 2028, al houdt het bedrijf de deur open voor een eerdere lancering. Die kan echter niet eerder plaatsvinden dan 13 december 2026, zo blijkt uit de ingediende melding.

Het initiatief past binnen de bredere trend waarin nachttreinen in Europa aan een comeback bezig zijn. Steeds meer reizigers kiezen voor de trein als duurzaam alternatief voor het vliegtuig, zeker op trajecten waar reistijd en comfort steeds beter op elkaar aansluiten. De verbinding tussen Brussel en Milaan zou daarbij een belangrijke schakel kunnen worden, mede omdat deze steden fungeren als belangrijke knooppunten binnen het Europese spoornetwerk.

Foto: © Pitane Blue – European Sleeper

Of de nachttrein daadwerkelijk volgens planning zal gaan rijden, hangt af van verschillende factoren, waaronder eventuele bezwaren en de praktische uitvoerbaarheid van het project. Toch lijkt de aankondiging nu al een duidelijk signaal dat de internationale treinmarkt in beweging blijft en dat nieuwe spelers kansen zien om reizigers te verleiden tot een duurzame manier van reizen door Europa.

De melding bij de ACM is een verplichte stap binnen het zogenoemde kader voor opentoegangsdiensten. Dit systeem maakt het mogelijk voor spoorvervoerders om zelfstandig nieuwe internationale treinverbindingen aan te bieden, zonder dat zij daarvoor een concessie hoeven te verkrijgen. Wel geldt er een belangrijke voorwaarde: de nieuwe dienst mag het economisch evenwicht van bestaande concessies niet in gevaar brengen.

onderzoek

Na ontvangst van de melding publiceert de ACM deze, zodat andere belanghebbenden op de hoogte zijn van de plannen. Concessiehouders en concessieverleners krijgen vervolgens een maand de tijd om de toezichthouder te verzoeken een onderzoek in te stellen. Dat kan alleen wanneer zij voldoende aanwijzingen hebben dat de nieuwe verbinding negatieve gevolgen heeft voor hun bestaande diensten.

De verdere uitwerking van het plan, inclusief de dienstregeling en operationele details, is opgenomen in het bijbehorende kennisgevingsformulier dat door European Sleeper is ingediend. Daarmee ligt de bal voorlopig bij de toezichthouder en eventuele belanghebbenden die zich willen uitspreken over de impact van deze nieuwe internationale verbinding.

Groter dan je denkt: Manneken Pis blijft klein maar trekt miljoenen bezoekers

Het beroemdste jongetje van Brussel verovert nog altijd harten, toeristen blijven massaal komen voor plassend beeldje.

Wie Brussel voor het eerst bezoekt en koers zet richting Manneken Pis, verwacht vaak een monument van formaat. Iets dat de grandeur van een hoofdstad weerspiegelt, een beeld dat oprijst op een ruim plein en indruk maakt nog voor men dichtbij komt. De realiteit is anders. In een smalle straat, omringd door chocoladewinkels, wafelkramen en souvenirzaken, staat een klein jongetje dat onverstoorbaar zijn behoefte doet. Toeristen verdringen zich, smartphones in de aanslag, om het tafereel vast te leggen.

relativering en humor

Juist dat contrast vormt de aantrekkingskracht van Manneken Pis. Het beeld dankt zijn status niet ondanks zijn bescheiden afmetingen, maar precies dankzij die kleinschaligheid. Het sluit naadloos aan bij het karakter van Brussel, een stad die een belangrijke rol speelt als hoofdstad van België en Europa, maar tegelijkertijd bekendstaat om haar gevoel voor relativering en humor.

Manneken Pis is uitgegroeid tot veel meer dan een verplichte tussenstop voor bezoekers op weg naar de Grote Markt. Het beeld staat symbool voor de eigenzinnigheid van de stad. De Stad Brussel omschrijft hem treffend als “een symbool van de rebelse geest van de stad.” Die reputatie wordt versterkt door een opmerkelijke traditie: de garderobe van het beeld. Met honderden kostuums en een aankleedritueel dat teruggaat tot minstens de zeventiende eeuw, wordt het jongetje ongeveer de helft van het jaar in verschillende outfits gehuld.

Die traditie maakt van Manneken Pis geen statisch monument, maar een levend onderdeel van de Brusselse cultuur. Bij feestdagen, herdenkingen, diplomatieke bezoeken en culturele evenementen krijgt het beeld een passend kostuum aangemeten. De GardeRobe MannekenPis laat zien hoe deze verzameling is uitgegroeid tot een indrukwekkend erfgoed. Jaarlijks komen er volgens het museum nog altijd twintig tot dertig nieuwe kostuums bij, waarmee het verhaal van het beeld voortdurend wordt aangevuld.

Manneken Pis bewijst dat een monument geen indrukwekkende afmetingen nodig heeft om een blijvende indruk achter te laten. Soms is het juist het kleine, onverwachte dat een stad het beste vertegenwoordigt. Brussel heeft geen imposant standbeeld nodig om zich te profileren. Een ondeugend jongetje dat al eeuwenlang zijn gang gaat, blijkt meer dan voldoende om miljoenen mensen te blijven fascineren.

Foto: © Pitane Blue – aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt.

Het 55,5 cm grote ventje op een sokkel is geplaatst aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt. Het is een replica uit 1966 van een creatie van Hiëronymus Duquesnoy uit 1619.

Toeristisch gezien blijft Manneken Pis een opmerkelijk fenomeen. Vrijwel niemand kiest Brussel als bestemming uitsluitend om dit kleine bronzen beeld te bewonderen. Toch staat het bij bijna iedere bezoeker op de lijst. Dat is de paradox van iconische plekken: hun betekenis overstijgt hun fysieke omvang. Waar de Eiffeltoren symbool staat voor Parijs, vervult Manneken Pis een vergelijkbare rol voor Brussel, zij het op een typisch Belgische manier. Niet door grootsheid of macht, maar door speelsheid en een vleugje absurdisme.

miljoenen bezoekers

De populariteit van het beeld sluit aan bij de bredere aantrekkingskracht van de stad. Brussel trekt jaarlijks miljoenen bezoekers en heeft herkenbare symbolen nodig die de identiteit van de stad tastbaar maken. Manneken Pis vervult die rol moeiteloos. Het beeld is toegankelijk, begrijpelijk en laagdrempelig. Bezoekers hoeven geen uitgebreide uitleg of historische kennis te hebben. Eén blik volstaat om een glimlach op te roepen en een herinnering vast te leggen.

Tegelijkertijd klinkt er ook kritiek. Sommigen vinden het beeld overgewaardeerd en wijzen op de drukte en commercialisering van de omgeving. Het zou niet meer zijn dan een vluchtige attractie waar men na enkele seconden op uitgekeken is. Die kritiek bevat een kern van waarheid, maar doet geen recht aan de bredere betekenis van de plek. Rond Manneken Pis komt namelijk iets tot stand wat voor steden van groot belang is: bezoekers maken kennis met een verhaal. Ze ontdekken een andere kant van Brussel, waarin folklore, traditie en humor centraal staan.

symboliek

De waarde van Manneken Pis schuilt dan ook niet in zijn materiaal of omvang, maar in zijn symboliek. Het beeld fungeert als toegangspoort tot een stad vol tegenstellingen. Brussel toont zich er tegelijk officieel en speels, historisch en levendig, internationaal en lokaal. Veel bezoekers komen voor een foto, maar blijven hangen voor de sfeer die deze bijzondere plek oproept.

LGBTQIA+-gemeenschap: Brussels Pride wil krachtig signaal geven aan Europa

Brussel maakt zich op voor een bijzondere mijlpaal: dertig jaar Pride in de hoofdstad van Europa.

De Brusselse ochtend breekt aan met een onafgebroken stroom vliegtuigen die richting Zaventem trekken. Net na zes uur hangt er al een voelbare bedrijvigheid in de lucht, alsof de stad zichzelf wakker schudt voor een dag die allesbehalve gewoon zal zijn. Wat zich aankondigt, is een drukte van formaat, met duizenden bezoekers die afzakken naar het hart van de hoofdstad voor een van de meest kleurrijke en betekenisvolle evenementen van het jaar.

De nacht liet zich niet onopgemerkt voorbijgaan. In verschillende straten klonk tot in de vroege uurtjes het geluid van opbouwende podia, het geratel van vrachtwagens en het geroezemoes van organisatoren die de laatste voorbereidingen troffen. Straatlawaai mengde zich met de energie van een stad in volle verwachting. Brussel sliep nauwelijks, maar lijkt daar vandaag geen last van te hebben. Integendeel, alles wijst erop dat de hoofdstad klaar is om te bruisen.

Wat begon als een strijd voor erkenning is uitgegroeid tot een jaarlijkse manifestatie van zichtbaarheid, solidariteit en feest. In 2026 krijgt deze jubileumeditie een extra geladen betekenis, met een thema dat de vinger op de wonde legt van een wereld onder druk: “When Times Get Darker, We Shine Brighter.” De boodschap is duidelijk en krachtig, en klinkt luider dan ooit in een internationaal klimaat waarin de rechten van de LGBTQIA+-gemeenschap steeds vaker ter discussie staan.

krachtig signaal

De Pride March vormt het kloppend hart van de Brussels Pride – In the Capital of Europe 2026. Met een kleurrijke stoet die door de Brusselse straten trekt, wordt niet alleen gevierd, maar ook een krachtig signaal gegeven. Diversiteit, tolerantie en aanvaarding staan centraal, ongeacht seksuele geaardheid of genderidentiteit. Het evenement brengt duizenden mensen samen die zich willen uitspreken voor gelijkheid en respect, en die hun stem willen laten horen in tijden waarin die rechten niet vanzelfsprekend blijken.

Internationaal groeit de bezorgdheid. In verschillende delen van Europa en daarbuiten worden LGBTQIA+-rechten ingeperkt of openlijk aangevallen. Zo probeerde de Hongaarse regering de Pride in Boedapest aan banden te leggen, terwijl in het Verenigd Koninkrijk recente gerechtelijke beslissingen het debat rond de wettelijke definitie van geslacht opnieuw op scherp hebben gezet, met directe gevolgen voor trans vrouwen. Ook in de Verenigde Staten nemen maatregelen toe die gericht zijn op het beperken van genderbevestigende zorg, waarbij vooral trans personen het doelwit zijn van systematische uitsluiting.

Die tendensen blijven niet zonder gevolgen dichter bij huis. Ook in België groeit het gevoel van onveiligheid binnen de LGBTQIA+-gemeenschap. Haatspraak en geweld nemen toe, zowel in de publieke ruimte als op sociale media en zelfs in politieke discussies. Vooral trans- en intersekse personen en LGBTQIA+-vluchtelingen worden geconfronteerd met aanvallen en ontmenselijking. De toename van seksistisch en anti-LGBTQIA+-discours online speelt daarin een grote rol. Dat discours vindt vaak zijn oorsprong in masculinistische kringen die zich fel verzetten tegen gendergelijkheid en diversiteit, en die deze ontwikkelingen als een bedreiging beschouwen.

Foto: © Pitane Blue – Brussels Pride 2026

Toch blijft de reactie van de gemeenschap krachtig en zichtbaar. “Wanneer vlaggen verdwijnen en haat politiek wordt, reageert de gemeenschap met zichtbaarheid, solidariteit en verzet,” klinkt het vastberaden. De Pride March is daarvan het levende bewijs. Met praalwagens, muziek en een feestelijke sfeer wordt de boodschap niet alleen gehoord, maar ook gevierd.

optocht

De optocht vertrekt om 14.30 uur aan de Kunstberg en zal naar verwachting rond 18 uur eindigen. De organisatie belooft binnenkort een gedetailleerd parcours bekend te maken. Iedereen is welkom om deel te nemen, en er is bewust gekozen om geen strikt thema op te leggen voor de mars zelf. De oproep is eenvoudig: haal je mooiste kostuum boven en vier mee. Het overkoepelende thema van de editie blijft echter als een rode draad doorheen het evenement lopen.

Foto: © Pitane Blue – Brussels Pride 2026

Bijzondere aandacht gaat uit naar toegankelijkheid en inclusiviteit. Kinderen en mensen met een beperking worden nadrukkelijk uitgenodigd om deel te nemen. Er worden concrete stappen gezet om ervoor te zorgen dat de Pride March voor iedereen toegankelijk is, zodat niemand wordt uitgesloten van dit moment van verbinding en zichtbaarheid.

Met dertig jaar op de teller is de Brussels Pride meer dan een feest alleen. Het is een herinnering aan de strijd die werd gevoerd, maar ook een oproep om waakzaam te blijven. In een tijd waarin verworven rechten onder druk staan, wil Brussel een duidelijk signaal geven: hoe donkerder de tijden, hoe feller het licht zal schijnen.

Nieuwe autoloze zondag: moederdag dreigt speelbal te worden van mobiliteitsplan

Brussel stevent af op een extra autoloze zondag, maar nog voor de plannen concreet zijn uitgewerkt, laait de discussie al hoog op.

Vooral de mogelijke timing van die bijkomende dag zorgt voor beroering, aangezien die volgens de huidige kalender in 2027 zou samenvallen met Moederdag. Critici spreken van een ongelukkige keuze die gezinnen rechtstreeks treft.

De aankondiging kwam er tijdens de plechtigheden van 8 mei in het Brussels parlement, waar minister-president Boris Dilliès (MR) bevestigde dat de hoofdstad vanaf volgend jaar een tweede autoloze zondag zal invoeren. Die extra dag zal telkens plaatsvinden op de zondag van het weekend van de Irisfeesten. Voor 2027 zou dat concreet neerkomen op zondag 9 mei, zo gaf Brussels parlementslid Lotte Stoops (Groen) aan in een toelichting.

regeerakkoord

Helemaal onverwacht komt de beslissing niet. Het plan voor een bijkomende autoloze zondag stond al expliciet opgenomen in het Brusselse regeerakkoord. Toch zorgt vooral de praktische invulling nu voor spanningen, met name bij tegenstanders van het mobiliteitsbeleid in de hoofdstad.

Het Comité Non au plan Good Move, een koepel van verschillende lokale verenigingen die zich verzetten tegen het Brusselse mobiliteitsplan, reageert bijzonder scherp. Volgens hen is de maatregel totaal misplaatst in een stad die volgens hun analyse nu al kreunt onder mobiliteitsproblemen. De organisatie stelt dat Brussel “al voor een groot deel verlamd is door openbare werken, Good Move-plannen, het schrappen van parkeerplaatsen en permanente autofiles”.

Volgens de koepel moet de focus net liggen op het verbeteren van de doorstroming voor automobilisten. In hun communicatie klinkt het dat “op een bepaald moment de ideologische obsessie tegen de auto moet stoppen”. Met die uitspraak zetten ze hun ongenoegen kracht bij en trekken ze de intenties van het beleid in twijfel.

De grootste verontwaardiging richt zich echter op de mogelijke datum van de autoloze zondag in 2027. In een persbericht noemt de organisatie de timing ronduit problematisch. “Het meest ongelooflijke van alles is de timing”, klinkt het scherp. Ze wijzen erop dat de dag midden in de lentevakantie van de Franstalige scholen zou vallen, een periode waarin gezinnen traditioneel vaker op pad gaan.

Daarbovenop komt het symbolische en praktische belang van Moederdag. Volgens de critici dreigt de maatregel net op die dag voor extra hinder te zorgen voor families die hun moeder of grootouders willen bezoeken. “Concreet betekent dit dat families die soms van ver komen om hun moeder, ouders of grootouders in Brussel te bezoeken, opnieuw te maken zullen krijgen met blokkades, beperkingen en extra complicaties”, luidt het.

De tegenstanders vinden dat de Brusselse regering deze samenloop van omstandigheden had moeten voorzien en vermijden. Hun kritiek richt zich daarbij expliciet op minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) en minister-president Boris Dilliès (MR). Ook vanuit politieke hoek klinkt ongenoegen. De Schaarbeekse burgerpartij Ensemble 1030, met Georges Verzin als uithangbord, stelt dat de MR met deze beslissing “zijn campagnebeloften breekt over de verdediging van de vrijheid om zich te verplaatsen”.

tweede autoloze zondag

Toch is de kous daarmee nog niet af. Vanuit het kabinet van minister-president Dilliès wordt benadrukt dat er weliswaar een akkoord bestaat over het principe van een tweede autoloze zondag, maar dat de concrete uitwerking nog niet vastligt. De praktische modaliteiten moeten nog besproken worden binnen de regering, waardoor ook de exacte timing nog kan verschuiven.

Daarmee blijft voorlopig onduidelijk of de autoloze zondag in 2027 effectief op Moederdag zal vallen. Wat wel vaststaat, is dat de aankondiging nu al het debat over mobiliteit in Brussel opnieuw op scherp zet, met voor- en tegenstanders die lijnrecht tegenover elkaar staan.

Nederland blijft terughoudend: Brussel dringt aan op minder brandstofgebruik

De Europese Commissie voert de druk op richting de lidstaten om alsnog serieus werk te maken van het terugdringen van het olieverbruik.

Ondanks eerdere terughoudendheid vanuit Den Haag, wordt Nederland samen met andere EU-landen nadrukkelijk gewezen op het belang van voorbereidende maatregelen. Aanleiding is de onrust rond de energievoorziening, mede door de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten.

Eurocommissaris Dan Jørgensen, verantwoordelijk voor Energie, heeft in een brief aan alle EU-energieministers zijn zorgen uitgesproken. Hoewel hij benadrukt dat de huidige situatie nog niet leidt tot directe problemen in de levering van olie en gas, ziet hij wel degelijk risico’s op korte termijn. Vooral de afhankelijkheid van geraffineerde aardolieproducten uit de Golfregio, zoals diesel en kerosine, baart hem zorgen. „Lidstaten worden daarom aangemoedigd om voorbereidingen te treffen in afwachting van een mogelijk langdurige verstoring”, aldus Jørgensen in de brief die in handen is van De Telegraaf.

De oproep uit Brussel komt op een moment dat veel lidstaten al beschikken over noodvoorraden en crisisplannen. Een deel van die reserves wordt inmiddels zelfs aangesproken. Toch vindt de Europese Commissie dat er meer nodig is. Lidstaten worden expliciet gevraagd na te denken over aanvullende maatregelen die de vraag naar olie kunnen beperken, waarbij de nadruk ligt op de transportsector, een van de grootste verbruikers.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De discussie over energiezekerheid en brandstofprijzen lijkt daarmee nog lang niet beslecht. Brussel zet duidelijk in op preventie en samenwerking, terwijl lidstaten hun eigen afwegingen maken tussen economische belangen en mogelijke risico’s op de energiemarkt.

Als leidraad verwijst Jørgensen naar het tienpuntenplan van het Internationaal Energie Agentschap. Dat plan bevat concrete voorstellen om het energieverbruik terug te dringen. Zo wordt gedacht aan het stimuleren van thuiswerken, het beperken van vliegreizen wanneer er alternatieven beschikbaar zijn en het bevorderen van elektrisch koken. Het zijn maatregelen die in Nederland eerder resoluut van tafel werden geveegd. Minister Stientje van Veldhoven liet weten dat er volgens het kabinet geen reden is tot zorg, omdat de aanvoer van olie en gas op peil blijft.

spoedoverleg

Toch lijkt Brussel daar anders tegenaan te kijken. Dinsdagmiddag staat er een digitaal spoedoverleg gepland met alle EU-energieministers, waarin de situatie opnieuw tegen het licht wordt gehouden. Daarbij zal ook worden gesproken over aanvullende stappen om de energiezekerheid te waarborgen.

Naast gedragsverandering bij consumenten en bedrijven, kijkt de Europese Commissie ook naar de industrie. Zo wordt lidstaten gevraagd om ‘niet-noodzakelijk onderhoud’ aan raffinaderijen uit te stellen, om zo de productiecapaciteit op peil te houden. Daarnaast wordt onderzocht of het gebruik van biobrandstoffen verder kan worden gestimuleerd. Op dat vlak liggen er kansen, maar ook uitdagingen. De haven van Rotterdam werd lange tijd gezien als hét toekomstige centrum voor biobrandstoffen, maar plannen voor meerdere grootschalige fabrieken zijn geschrapt, onder meer vanwege de hoge energiekosten.

Ondertussen nemen steeds meer EU-landen maatregelen om hun economieën te beschermen tegen de stijgende brandstofprijzen. Frankrijk biedt bijvoorbeeld steun aan boeren, vissers en transportbedrijven. In verschillende andere landen zijn accijnzen op brandstof verlaagd om de pijn voor consumenten te verzachten.

steunmaatregelen

Nederland blijft vooralsnog achter met concrete steunmaatregelen, wat leidt tot groeiende zorgen binnen het bedrijfsleven. Eurocommissaris Jørgensen wijst er in zijn brief op dat nationale maatregelen ook gevolgen hebben voor buurlanden en de interne markt. Door verschillen in steunbeleid ontstaan er volgens hem oneerlijke concurrentieverhoudingen. In de praktijk merken ondernemers dat al: bedrijven in landen met steunpakketten hebben een voordeel, terwijl Nederlandse ondernemingen het zonder extra hulp moeten zien te redden.

Staking legt Brussels Airport volledig stil: vertrekhallen leeg door vakbondsactie

Het luchtverkeer op Brussels Airport krijgt op donderdag 12 maart een zware klap door een nationale vakbondsbetoging in Brussel.

De luchthaven kondigde woensdag aan dat er die dag geen enkele vertrekkende passagiersvlucht zal opstijgen. De maatregel volgt nadat duidelijk werd dat een groot aantal werknemers van de veiligheidsdiensten en afhandelingsbedrijven het werk neerlegt om deel te nemen aan de actie in de hoofdstad.

Voor reizigers betekent dit dat de vertrekhallen die dag ongewoon stil zullen blijven. Normaal gezien vertrekken dagelijks tientallen passagiersvluchten vanuit Zaventem, maar door het massale personeelstekort kan de luchthaven de werking niet veilig garanderen. De luchthavenuitbater besloot daarom alle vertrekkende passagiersvluchten te annuleren. Volgens de luchthaven gebeurde dat besluit uit voorzorg. Men wil “om de veiligheid van de passagiers en het personeel te kunnen garanderen en om te lange wachtrijen te vermijden”.

afhandeling

Hoewel er geen vertrekkende passagiersvluchten zullen plaatsvinden, betekent dat niet dat het luchtruim boven Brussel volledig stilvalt. Sommige passagiersvluchten zullen nog wel kunnen landen. Toch waarschuwt de luchthaven dat ook bij aankomende vluchten hinder en annuleringen mogelijk zijn. Door de staking bij verschillende diensten kan de afhandeling op de grond immers vertraging oplopen, wat gevolgen kan hebben voor het volledige vluchtschema.

Luchtvaartmaatschappijen zijn inmiddels begonnen met het informeren van hun klanten. Passagiers die op 12 maart een vlucht gepland hadden vanuit Brussels Airport krijgen bericht over hun mogelijkheden. Dat kan gaan om een omboeking naar een andere datum of het kiezen van een alternatieve route. Brussels Airlines, de grootste luchtvaartmaatschappij op de luchthaven, had enkele dagen geleden al een voorzichtige stap gezet. De maatschappij liet reizigers met een vlucht op 12 maart hun ticket vrijwillig aanpassen om mogelijke problemen voor te zijn.

De ingreep komt voor velen dan ook niet helemaal onverwacht. Gelijkaardige vakbondsacties hebben de voorbije periode vaker voor grote hinder gezorgd op de nationale luchthaven. Sinds begin 2025 is het al de achtste keer dat het vliegverkeer wordt getroffen door een actie van vakbonden die niet rechtstreeks tegen de luchthaven zelf gericht is. Het gaat telkens om nationale protestacties tegen maatregelen van de regering, maar de gevolgen worden wel gevoeld op plaatsen waar veel personeel nodig is om de dagelijkse werking draaiende te houden.

Foto: Brussels Airlines

De nationale luchthaven staat zo opnieuw symbool voor hoe maatschappelijke acties ver buiten hun oorspronkelijke doelwit voelbaar kunnen zijn. Terwijl de betoging zich richt op politieke beslissingen, ondervinden reizigers, luchtvaartmaatschappijen en luchthavenpersoneel rechtstreeks de gevolgen van de protestdag.

Cijfers van Brussels Airport tonen hoe groot de impact kan zijn. Vorig jaar alleen al zorgden zeven vakbondsacties voor ernstige verstoringen van het luchtverkeer. Daardoor werden ongeveer 2.400 vluchten geannuleerd. Voor reizigers betekende dat dat ongeveer 275.000 mensen hun reisplannen moesten aanpassen of helemaal moesten schrappen. De luchthavenuitbater uitte eerder kritiek op die situatie en wees erop dat de acties niet gericht zijn tegen de luchthaven zelf, terwijl de economische en logistieke gevolgen wel bijzonder zwaar wegen op de luchthavenactiviteiten.

communicatie

De nationale betoging die op 12 maart gepland staat, wordt in de voormiddag op gang getrokken aan het Noordstation in Brussel. Verwacht wordt dat een grote groep betogers zich door de hoofdstad zal verplaatsen om hun ongenoegen over de regeringsmaatregelen te uiten. De deelname van personeel uit verschillende sectoren, waaronder luchthavenmedewerkers, zorgt ervoor dat ook cruciale diensten op Brussels Airport tijdelijk stilvallen.

Voor duizenden reizigers betekent de aangekondigde maatregel dat hun vertrekplannen op het laatste moment wijzigen. De luchthaven roept passagiers daarom op om de communicatie van hun luchtvaartmaatschappij goed te volgen en niet naar de luchthaven te komen als hun vlucht geannuleerd is. Door de volledige stopzetting van vertrekkende vluchten op die dag zal het gebruikelijke beeld van drukke incheckbalies, lange rijen bij de veiligheidscontrole en volle vertrekhallen plaatsmaken voor een uitzonderlijk rustige luchthaven.

Uitstel voor populaire trein: European Sleeper kiest voor zekerheid en schuift lancering op

De langverwachte nieuwe nachttrein van European Sleeper tussen Brussel en het Italiaanse Milaan laat langer op zich wachten dan gehoopt.

Reizigers die hadden gedroomd van een ontspannen zomerse treinreis richting de Zwitserse bergen en Noord-Italië, moeten hun plannen bijstellen. De Nederlands-Belgische spoorwegmaatschappij heeft bekendgemaakt dat de eerste rit niet op 18 juni zal vertrekken, maar pas op 9 september. Daarmee schuift de start van de verbinding op tot na de zomervakantie.

De vertraging is volgens de initiatiefnemers onvermijdelijk. Medeoprichter Chris Engelsman steekt niet onder stoelen of banken dat de aangepaste planning tegenvalt. “De start in september is later dan oorspronkelijk de bedoeling was”, geeft hij toe. Volgens hem spelen meerdere factoren een rol bij het uitstel. “Dat heeft te maken het grote aantal werkzaamheden in Duitsland in de zomer en alle procedures die we in Zwitserland moeten doorlopen.”

dienstverlening

De spoorwegmaatschappij kwam tot de conclusie dat een betrouwbare dienstverlening in de drukke zomermaanden niet gegarandeerd kon worden. Daarom is besloten de eerste officiële rit te verschuiven naar 9 september. “Met een start in september creëren we tijd en ruimte om alles zorgvuldig voor te bereiden”, luidt het bij European Sleeper. Het bedrijf wil koste wat kost voorkomen dat de nieuwe internationale verbinding direct bij aanvang te kampen krijgt met vertragingen of operationele problemen.

Niet alleen de startdatum verandert, ook de route wordt op onderdelen aangepast. Waar eerder sprake was van een stop in de Zwitserse hoofdstad Bern, zal de trein daar niet halt houden. In plaats daarvan rijdt de nachttrein via onder meer Zürich en Lugano. Daarmee kiest European Sleeper voor een traject dat dwars door economisch en toeristisch belangrijke regio’s loopt. Na Zwitserland volgt Italië, waar de trein stopt in Como en uiteindelijk eindigt in Milaan.

Voorlopig vertrekt de nieuwe nachttrein uitsluitend vanuit Brussel. Reizigers uit Nederland moeten nog geduld hebben. Rond 2027 moet er ook een rechtstreekse verbinding vanuit Amsterdam komen. Beide treinen zullen in Duitsland aan elkaar worden gekoppeld. In de omgekeerde richting worden ze daar weer gesplitst, waarna iedere trein zijn eigen eindbestemming vervolgt. Die constructie moet zorgen voor een efficiënte benutting van materieel en capaciteit op het drukke Duitse spoor.

European Sleeper spreekt zelf van een belangrijke uitbreiding van het Europese spoornetwerk. De maatschappij claimt dat de route “een cruciale nieuwe noord-zuidverbinding creëert op Europees niveau”. Daarbij mikt het bedrijf niet alleen op vakantiegangers die comfortabel slapend naar hun bestemming willen reizen, maar ook op zakelijke reizigers. “De nachttrein is zowel op plezier- als zakenreizigers gericht, waarbij de trein een aantal belangrijke economische en culturele Europese regio’s efficiënt in één nacht tijd met elkaar verbindt.”

Foto: © Pitane Blue – European Sleeper

Volgens de huidige planning zal de trein drie keer per week in beide richtingen rijden. Vanuit Brussel-Zuid vertrekt hij op maandag-, donderdag- en zaterdagavond rond 18.00 uur. In de avonduren volgen haltes in Luik, Aken en Keulen. Terwijl passagiers in hun slaapcoupé de nacht doorbrengen, doorkruist de trein Duitsland en Zwitserland. De volgende ochtend stopt hij achtereenvolgens in Zürich, Art-Goldau, Göschenen, Bellinzona, Lugano, Chiasso en Como. Aankomst in Milaan staat gepland rond 11.30 uur.

De terugreis vangt aan op woensdag, vrijdag en zondag rond 17.30 uur in Milaan. Na een nachtelijke rit arriveert de trein de volgende dag rond 11.10 uur weer in Brussel. De kaartverkoop voor deze nieuwe verbinding start op 17 maart. Daarmee hoopt European Sleeper voldoende tijd te hebben om reizigers warm te maken voor een najaarsstart.

geen onbekende naam

European Sleeper is geen onbekende naam meer op het Europese spoor. Momenteel rijden er al nachttreinen van Brussel via Amsterdam naar Berlijn, Dresden en Praag. Eind maart komt daar bovendien een nieuwe route bij tussen Parijs, Brussel en Berlijn. Met de toevoeging van de verbinding naar Zwitserland en Italië wil het bedrijf zijn positie als internationale aanbieder van nachttreinreizen verder versterken.

Hoewel de uitgestelde start voor teleurstelling kan zorgen bij zomerse treinliefhebbers, benadrukt de onderneming dat zorgvuldigheid vooropstaat. Betrouwbaarheid en een soepele uitvoering moeten ervoor zorgen dat de nachttrein in september alsnog met vertrouwen kan vertrekken richting de Alpen en de Italiaanse modehoofdstad.

Brussel eindelijk uit politieke houdgreep: nieuwe regering zet Metro 3 op pauze

Het nieuwe regeerakkoord in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eindelijk een feit.

Daarmee komt een einde aan een uitzonderlijk lange politieke patstelling die maandenlang als een schaduw over de hoofdstad hing. De onderhandelingen sleepten aan, de zenuwen stonden gespannen en achter de schermen werd intens overlegd om een werkbare meerderheid op de been te brengen.

De regeringsvorming in Brussel bleek opnieuw een huzarenstuk. Anders dan in andere regio’s volstaat het niet om enkel een meerderheid in het parlement te verzamelen. Een Brusselse coalitie moet immers niet alleen over een algemene meerderheid beschikken, maar ook afzonderlijk een meerderheid behalen binnen zowel de Nederlandstalige als de Franstalige taalgroep. Die dubbele drempel maakt elke onderhandeling bijzonder complex. Politieke evenwichten, communautaire gevoeligheden en programmatische verschillen liepen voortdurend door elkaar. Het resultaat was tijdverlies en moeizame gesprekken die pas na lange tijd tot een doorbraak leidden.

Metro 3

Mobiliteit groeide tijdens de onderhandelingen uit tot een van de meest besproken dossiers. Vooral het dossier rond Metro 3 zorgde voor verhitte debatten. Het akkoord bevat een opvallend voorstel over de uitbreiding van de metrolijn. De nieuwe regering wil de werken tijdelijk stilleggen of herbekijken via een zogenaamde “pauze”. Die term weegt zwaar, want het project geldt als een van de grootste infrastructuurwerken in de hoofdstad. Volgens waarnemers houdt die “pauze” mogelijk verband met financiële zorgen en de zware druk op de Brusselse begroting. De kosten van de uitbreiding zijn fors en de economische context noopt tot voorzichtigheid.

Toch betekent dit niet dat alles wordt stilgelegd. De huidige werken aan het eerste deel van het traject, tussen Albert en Noord, krijgen wel degelijk een vervolg. Dat luik blijft overeind, waardoor het reeds gestarte project niet abrupt wordt stopgezet. De discussie concentreert zich vooral op de verdere uitbreiding richting het noorden van de stad.

Ook het mobiliteitsplan Good Move lag op tafel als een heet hangijzer. Dat plan zorgde de voorbije jaren voor felle discussies bij bewoners, handelaars en politici. Het krijgt nu een nieuwe naam, maar onder meer Groen en Vooruit benadrukken dat de principes overeind blijven. De focus verschuift naar een vlottere circulatie dan vandaag, met bijzondere aandacht voor schoolwijken en verkeersveiligheid. De zogenoemde ‘mailles’, wijken waar minder transitverkeer wordt toegelaten, zouden verkleinen. Daarmee lijkt de regering een evenwicht te zoeken tussen leefbaarheid en bereikbaarheid.

Foto: © Pitane Blue -taxi’s in Brussel

Met het regeerakkoord ligt de weg nu open voor de installatie van de nieuwe regering. Na maanden van onzekerheid en politieke spanning krijgt Brussel opnieuw een bestuur dat de komende jaren knopen moet doorhakken over mobiliteit, financiën en leefbaarheid. De uitdagingen zijn groot, de verwachtingen minstens evenzeer.

Op het vlak van luchtkwaliteit blijven de volgende fasen van de lage-emissiezone, de LEZ, behouden. Wel komt er een belangrijke aanpassing in het boetebeleid. De boetes, die momenteel 350 euro bedragen en begrensd zijn op maximaal vier per jaar, dalen naar 80 euro. Dat maximumaantal per overtreder verdwijnt echter. Overtreders kunnen dus vaker beboet worden, zij het tegen een lager bedrag per inbreuk. Brussel kijkt voor deze aanpassingen naar voorbeelden uit Gent en Antwerpen, waar soortgelijke systemen al van kracht zijn.

vignet

Een ander gevoelig punt was het idee van een wegenvignet. Voor Brusselaars komt dat er niet. Voor niet-Belgen zou zo’n vignet wel ingevoerd kunnen worden. Die piste blijft dus open en zal ongetwijfeld nog voor debat zorgen.

De voorkeurstarieven voor jongeren en ouderen blijven behouden. Dat was een uitgesproken strijdpunt van de PS, die erop aandrong dat deze sociale correcties niet zouden verdwijnen. Ook de middelen voor de MIVB zouden niet dalen. Daarmee wil de regering duidelijk maken dat het openbaar vervoer een centrale rol blijft spelen in het mobiliteitsbeleid van de hoofdstad.

Daarnaast kondigt de nieuwe ploeg een tweede autoloze zondag aan, rond de datum van het Irisfeest begin mei. De autoloze zondag in september is al jaren een vaste waarde in Brussel, maar krijgt dus een vervolg in het voorjaar. Het initiatief past in de bredere ambitie om de stad leefbaarder en groener te maken.

Tot slot wordt ook vooruitgekeken naar nieuwe investeringen. Zo wil de regering werk maken van tramlijn 15 tussen Brussel-Noord en Thurn & Taxis. Dat project moet de bereikbaarheid van die zone verbeteren en inspelen op de verdere ontwikkeling van de wijk.

Autosalon Brussel 2026: organisatie ziet enorme interesse vanuit mobiliteitssector

Motorfietsen maken glorieuze comeback op Brussels Motor Show en bezoekers krijgen warmere ontvangst dankzij nieuwe Astrid Hall.

De voorbereidingen voor de 102de Brussels Motor Show lopen op volle toeren en de verwachtingen zijn hoog gespannen. De succesvolle herlancering van het Autosalon in januari 2025 heeft de toon gezet, maar de editie van 2026 lijkt uit te groeien tot een nog indrukwekkender spektakel. De volledige beschikbare oppervlakte van Brussels Expo, inclusief de recent toegevoegde Astrid Hall, is honderd dagen voor de opening al volledig ingevuld door exposanten. Het enthousiasme vanuit de sector is uitzonderlijk groot en positioneert het evenement opnieuw als een van de meest toonaangevende mobiliteitsbeurzen van Europa.

motorfietsen

Het meest in het oog springende nieuws is ongetwijfeld de officiële terugkeer van de motorfietsen, die in 2025 nog ontbraken. In Hall 9 komt een volledig nieuwe zone tot leven, speciaal ontwikkeld voor deze dynamische community. Drieëntwintig prominente motorfiets- en brommobielmerken zullen er hun nieuwste modellen, technologieën en innovaties presenteren. Samen met de drieënzestig merken uit de auto- en bedrijfsvoertuigensector stijgt het totale aantal merkexposanten naar zesentachtig, een record dat nog nooit eerder werd bereikt in de geschiedenis van het salon. De zes Heizelpaleizen én de Astrid Hall vormen samen het decor van een mobiliteitsevenement dat zijn gelijke niet kent.

Frank Van Gool, CEO van FEBIAC, reageert enthousiast op deze evolutie. Hij stelt: “Als organisator zijn we uiterst blij met zoveel interesse voor de Brussels Motor Show.” Volgens hem werd na het succes van de 101ste editie zorgvuldig onderzocht hoe bezoekers nog meer waarde konden krijgen. De herintroductie van motorfietsmerken stond daarbij hoog op de prioriteitenlijst. Zijn verklaring laat weinig ruimte voor twijfel: “Dat we nu samen met onze leden deze comeback kunnen realiseren, maakt de Brussels Motor Show nog méér relevant in Europa. Samen met hetzelfde indrukwekkende aantal auto- en LCV-exposanten als vorig jaar, kunnen we nu écht wel stellen dat je nergens anders in Europa zo’n allesomvattend overzicht van individuele mobiliteit op één plek kan ervaren.” Deze woorden illustreren hoe groot het vertrouwen is in de vernieuwde koers die het autosalon heeft ingezet.

Foto: Febiac – Brussels Motor Show

De Brussels Motor Show 2026 lijkt klaar om de internationale mobiliteitssector opnieuw naar Brussel te trekken. De combinatie van recordaantallen exposanten, de terugkeer van de motorfietsen én een uitgebreid beursparcours zorgt voor een editie die nu al geschiedenis schrijft.

De enorme vraag naar standruimte toont hoe krachtig het merk Brussels Motor Show nog altijd is. Alle beschikbare vierkante meters zijn gereserveerd, niet alleen door voertuigmerken maar ook door leveranciers van accessoires, dienstverleners en andere spelers die een rol spelen in de mobiliteitssector. De toevoeging van de Astrid Hall bleek een strategisch slimme zet. 

Volgens Christophe Dubon, Head of Communications en Project Coordinator bij FEBIAC, bood dit de kans om de bezoekerservaring verder te verrijken. Hij legt uit: “Zelfs met de toevoeging van die extra oppervlakte blijven er nog exposanten op de wachtlijst.” Toch benadrukt hij vooral de voordelen voor de bezoekers. “Voor de bezoekers maakt het de ervaring op de Brussels Motor Show in elk geval nog aangenamer. De eigenlijke toegang vanaf Parking C verhuist nu naar een structuur vóór de voetgangersbrug. Meteen bij het binnenwandelen kom je terecht in een gezellige, warme salonsfeer in de Astrid Hall. Hierdoor creëren we meteen ook een comfortabele spreiding van het publiek over de hele Brussels Motor Show.”

aftellen

Het aftellen is nu officieel begonnen. De 102de editie opent op vrijdag 9 januari 2026 met de traditionele persdag en een feestelijke openingsavond. Vanaf zaterdag 10 januari tot en met zondag 18 januari worden de deuren van Brussels Expo dagelijks geopend van tien tot zeven uur. Bezoekers die graag langer rondkuieren, kunnen op vrijdag 16 januari terecht tijdens een speciale avondopening tot tien uur. De ticketverkoop start eind oktober en de verwachtingen zijn dat de belangstelling opnieuw bijzonder groot zal zijn.

Fotomateriaal: persdienst – Febiac – Triptyque

Verplichte ID check: deelstepgebruikers niet langer anoniem in Brussel

De Brusselse strijd tegen het anonieme gebruik van deelsteps schuift vandaag een beslissende tand bij.

De twee grote aanbieders, Bolt en Dott, hebben hun lang aangekondigde systeem voor verplichte identificatie officieel geactiveerd. Daarmee wordt een nieuwe poging gedaan om het populaire vervoersmiddel minder aantrekkelijk te maken voor wie het inzet voor illegale activiteiten, zoals drugstransport, en om gevaarlijk rijgedrag sneller te kunnen herleiden tot een concrete gebruiker. De stap komt er nadat de Brusselse procureur Julien Moinil en verschillende burgemeesters herhaaldelijk aandrongen op een sluitende identificatieplicht, omdat de anonimiteit van de deelstep volgens hen een blinde vlek in het stedelijke veiligheidsbeleid vormt.

Het nieuwe systeem verplicht elke gebruiker om bij de aanmaak van een account of bij de eerstvolgende rit zijn identiteitskaart of een ander geldig identiteitsbewijs te scannen. Vervolgens wordt dat document automatisch gecontroleerd door de app. Bolt-woordvoerder Guillaume Burland benadrukt dat dit proces snel verloopt en volgens hem volledig binnen de regels van de privacywetgeving past. Hij verduidelijkt dat slechts één enkele controle per gebruiker nodig is en dat het systeem vooral is opgezet om de verantwoordelijkheid van rijders scherper in kaart te brengen. De automatische verificatie, die doorgaans binnen enkele seconden of minuten afgerond zou zijn, moet ervoor zorgen dat operators beter kunnen reageren wanneer er misbruik wordt vastgesteld of wanneer er klachten binnenkomen over hinderlijk, gevaarlijk of schadeveroorzakend gebruik.

selfie-check

Dott past een vrijwel identieke werkwijze toe en laat in zijn app duidelijk zien hoe nieuwe en bestaande klanten stapsgewijs door de procedure worden geleid. In de sector wordt al langer gesproken over een tweede, meer sluitende fase van identificatie: een selfie-check bij elke rit. Daarbij wordt een recente selfie van de gebruiker vergeleken met de foto op het eerder gescande identiteitsdocument. Dott heeft dat systeem zichtbaar klaarliggen, maar Bolt kiest voor een gefaseerde aanpak en voert de gezichtsverificatie voorlopig nog niet in. Volgens de uitleg van het bedrijf vergt het implementeren van betrouwbare selfie-herkenning extra technologische verfijning en extra tijd. Die aanvullende ontwikkeling moet vermijden dat de controle verkeerd positief of negatief aanslaat en moet misbruik van andermans identiteitsdocument zo goed mogelijk uitsluiten.

De Brusselse politiek ziet de invoering van het documentensysteem als een belangrijke stap, al wordt tegelijk hardop aangegeven dat het werk nog lang niet af is. Vincent De Wolf (MR), burgemeester van Etterbeek, noemt de nieuwe regeling expliciet een tussenstadium richting de gezichtsidentificatie die volgens hem noodzakelijk blijft om de anonimiteit definitief weg te werken. Hij herinnert eraan dat het parket zwaar inzet op een sluitende identificatieplicht en dat de technologie daarvoor stap voor stap verder moet worden uitgerold. Volgens De Wolf biedt het huidige systeem al meer houvast voor politie en parket, maar staat of valt de effectiviteit met het consistent toepassen van bijkomende controles, zoals de selfie-check die in de sector als einddoel wordt gezien.

kleine nummerplaat

Tegelijk rees onmiddellijk de vraag of de maatregel niet simpelweg leidt tot een verschuiving naar privésteps, die geen enkele vorm van identificatie vereisen. De Wolf erkent dat dat risico bestaat. Hij benadrukt dat een deel van de gebruikers die niet langer anoniem wil of kan rijden wellicht overstapt naar een eigen toestel. Daarmee zou een deel van het gewenste effect tenietgedaan kunnen worden. Hij stelt dat het probleem alleen kan worden aangepakt wanneer ook op federaal niveau wordt nagedacht over herkenbaarheid van privésteps. De burgemeester verklaart dat dit onderwerp binnenkort op tafel komt tijdens de volgende vergadering van de Conferentie van Burgemeesters. Daarbij wil hij een oproep doen om privésteps verplicht herkenbaar te maken, bijvoorbeeld via een kleine nummerplaat of een vergelijkbaar registratiesysteem. Volgens hem is enkel een gecoördineerde aanpak in staat om de verschuiving van anonieme ritten te voorkomen.

Het debat over identificatie van rijhulpmiddelen in Brussel blijft daarmee volop in beweging. De invoering van het scannen van identiteitsdocumenten markeert een duidelijke verstrenging, maar toont tegelijk hoe complex het evenwicht is tussen privacy, veiligheid en technologische haalbaarheid. Met de belofte dat de selfie-controle in een latere fase wordt uitgerold, staat al vast dat het Brusselse mobiliteitslandschap opnieuw grondig zal veranderen voor de honderdduizenden gebruikers van deelsteps. De komende maanden moet blijken hoe snel de operators hun technologie kunnen vervolledigen en hoe streng de burgemeesters en het parket zullen toezien op de effectiviteit van deze nieuwe maatregelen.

Ring blijft open: hele stad afgesloten voor verkeer op autoloze zondag

Brussel organiseert op zondag 21 september 2025 de jaarlijkse Autoloze zondag.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat zondag 21 september 2025 volledig in het teken van de jaarlijkse Autoloze Zondag. Tussen 9.30 uur en 19.00 uur gaat de hele stad op slot voor gemotoriseerd verkeer, waardoor voetgangers, fietsers en andere zachte weggebruikers de kans krijgen de hoofdstad op een heel andere manier te ervaren. Het is een van de grootste evenementen van het jaar en zet traditiegetrouw de aandacht op leefbaarheid, luchtkwaliteit en verkeersveiligheid.

Wie zich op die dag met de wagen in Brussel wil verplaatsen, zal echter rekening moeten houden met strenge beperkingen. Alleen een aantal uitzonderingen mag zich op de rijbanen begeven. Daarbij gaat het onder meer om voertuigen van het openbaar vervoer zoals MIVB, TEC en De Lijn, die hun diensten gewoon blijven aanbieden. Ook taxi’s en autocars krijgen groen licht om te blijven rijden. Daarnaast behouden de nooddiensten, zoals politie, brandweer en ziekenwagens, vanzelfsprekend altijd toegang tot de stad.

regelingen

Verder zijn er ook specifieke regelingen voorzien voor voertuigen die een maatschappelijk nut vervullen. Denk daarbij aan herstellingsdiensten, nutsbedrijven en andere instanties die zich kenbaar maken door hun officiële logo of markeringen. Ook voertuigen van de media die duidelijk herkenbaar zijn, krijgen toegang. Voor de horecasector geldt een uitzondering voor minibusjes met minstens acht plus één plaatsen, op voorwaarde dat ze duidelijk voorzien zijn van een bedrijfslogo.

Personen met een handicap hoeven zich evenmin zorgen te maken. Voor hen is er een speciale regeling voorzien, vastgelegd in het koninklijk besluit van 1 december 1975. Mits de persoon met de handicap zelf in het voertuig aanwezig is en er een geldige kaart kan worden voorgelegd, mag ook hun voertuig blijven rijden. Diplomaten met een nummerplaat van het type CD behoren eveneens tot de categorie die niet door de maatregel wordt getroffen.

Foto: © Pitane Blue -taxi in Brussel

Wie toch absoluut met de auto het Brussels Gewest in moet, kan een doorgangsbewijs aanvragen bij de bevoegde autoriteiten. Alleen met dit document in handen is het toegestaan de afgesloten zones te betreden. Zonder deze toelating riskeren bestuurders een boete en wordt de toegang tot de stad geweigerd.

Elektrische fietsen zijn, net als gewone fietsen en steps, wel welkom en worden zelfs aangemoedigd. Het is net de bedoeling dat Brusselaars en bezoekers de stad op een andere manier ontdekken. Tijdens de autoloze uren nemen vaak duizenden wandelaars, fietsers en skaters de straten in, wat zorgt voor een unieke sfeer die men op een gewone dag niet aantreft.

ring

De ring rond Brussel blijft wel open voor doorgaand verkeer. Bestuurders die de hoofdstad willen vermijden, kunnen dus zonder problemen gebruikmaken van de snelwegen. Het is enkel zo dat de afritten die leiden naar het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden afgesloten om de maatregel af te dwingen.

Autoloze Zondag is uitgegroeid tot een jaarlijkse traditie die niet alleen in Brussel, maar ook in andere steden in binnen- en buitenland navolging kent. Het evenement benadrukt het belang van een leefbare stad, waarbij luchtkwaliteit en verkeersveiligheid voorop staan. Voor inwoners en toeristen is het bovendien een feestelijke dag waarop de stad zich op een heel andere manier laat beleven.

Vluchten vertraagd: cyberaanval legt check-in systemen plat op Zaventem

Zaventem adviseert passagiers om vluchtstatus vooraf te checken.

De luchthaven van Zaventem werd vrijdagavond opgeschrikt door een grootschalige cyberaanval bij een externe dienstverlener die verantwoordelijk is voor de check-in- en boardingsystemen. Het incident zorgde ervoor dat verschillende luchtvaartmaatschappijen op Brussels Airport kampen met technische problemen, waardoor het inchecken van passagiers slechts handmatig mogelijk was. Hoewel de luchthaven benadrukt dat de impact voor reizigers en het vliegverkeer beperkt bleef, is de situatie ook op zaterdag nog niet volledig opgelost.

impact beperkt

De aanval vond plaats op vrijdag 19 september en trof niet enkel Brussels Airport, maar ook meerdere andere Europese luchthavens die gebruikmaken van dezelfde systemen. Voor passagiers betekende dit dat het digitale proces voor check-in en boarding volledig stilviel en enkel personeel met pen, papier en noodprocedures aan de slag kon. “Door de technische problemen moest de incheckprocedure handmatig worden uitgevoerd. De impact op de passagiers bleef beperkt,” laat de luchthaven in Zaventem weten.

Naast Brussels Airport zijn ook luchthavens in Berlijn en Londen zwaar getroffen door het digitale incident. Zowel Berlin Brandenburg Airport als London Heathrow Airport bevestigen dat de aanval hun systemen heeft geraakt en waarschuwen passagiers voor aanzienlijke hinder.

Ondanks deze geruststellende boodschap blijft de hinder zichtbaar. Op zaterdagochtend waren er nog altijd vluchten die met vertraging vertrokken en ook annuleringen konden niet uitgesloten worden. Brussels Airport adviseerde reizigers daarom om vooraf steeds de status van hun vlucht te controleren. Reizigers die op zaterdag een vlucht gepland hadden, kregen het dringende advies om alleen naar de luchthaven te komen als hun vlucht daadwerkelijk bevestigd was. Bovendien werd opgeroepen om ruimschoots op tijd aanwezig te zijn: twee uur voor vluchten binnen de Schengenzone en drie uur voor intercontinentale vluchten.

informatiekanelen

De externe dienstverlener werkt ondertussen met man en macht aan een oplossing. Vanuit Brussels Airport klinkt dat de betrokken IT-partner het probleem zo snel mogelijk probeert te verhelpen. Toch is het nog onduidelijk hoelang het duurt voordat de digitale systemen weer volledig operationeel zijn. De luchthaven zelf benadrukt dat zij passagiers blijven informeren via hun officiële informatiekanalen, waar regelmatig updates worden gedeeld.

Foto: Brussels Airlines

Voor veel reizigers betekende de cyberaanval een stresserende start van hun reis. Lange rijen aan de balies, onverwachte wachttijden en de onzekerheid of vluchten überhaupt zouden vertrekken, maakten dat de situatie chaotisch aanvoelde. Het luchthavenpersoneel probeerde de druk op te vangen door met extra inzet de manuele check-in zo vlot mogelijk te laten verlopen. Daarbij werd vooral ingezet op duidelijke communicatie en het garanderen dat zo weinig mogelijk vluchten volledig geannuleerd hoefden te worden.

incident

Brussels Airport gaf aan dat het incident hen niet onvoorbereid trof. Er zijn standaard noodprocedures voorzien voor wanneer de digitale systemen uitvallen, zodat het vliegverkeer in elk geval niet volledig stilvalt. Toch erkent de luchthaven dat een cyberaanval van deze omvang extra druk legt op de dagelijkse werking en op het personeel.

Voor passagiers is het intussen vooral zaak om geduld te hebben en de situatie nauwlettend te volgen. Brussels Airport adviseert iedereen die vandaag reist om steeds rekening te houden met mogelijke vertragingen en wijzigingen. Ondanks de hinder probeert de luchthaven de reizigers gerust te stellen door te benadrukken dat er hard gewerkt wordt aan een oplossing en dat men alles in het werk stelt om de gevolgen voor de passagiers zoveel mogelijk te beperken.

Proefkonijnen: waterstoftaxi’s in Brussel staan stil door falende infrastructuur

Woede en ontgoocheling na mislukte beloften overheid, waterstofproject verandert in financiële nachtmerrie.

De belofte van een groene toekomst met waterstoftaxi’s in Brussel is op korte tijd veranderd in een verhaal van frustratie, financiële problemen en wantrouwen tegenover de overheid. Waar het project in eerste instantie gepresenteerd werd als een vooruitstrevend voorbeeld van duurzame mobiliteit, blijkt nu dat tientallen taxichauffeurs in een uitzichtloze situatie zijn beland.

Toen Brussel Mobiliteit eind 2023 de weg vrijmaakte voor een nieuw tijdperk van taxivergunningen, klonk het vooruitzicht hoopvol. Een vijftigtal licenties werd speciaal gereserveerd voor waterstofvoertuigen. Het concept leek aantrekkelijk: voertuigen zonder CO₂-uitstoot die de voordelen van elektrische wagens zouden combineren met het gemak van een snelle tankbeurt. Geen lange wachttijden aan laadpalen, maar binnen vijf minuten weer de weg op, net zoals bij traditionele benzine- of dieselwagens.

fors investeren

De belofte klonk overtuigend genoeg voor een groep chauffeurs die bereid waren fors te investeren. Sommigen legden bijna 80.000 euro op tafel voor een nieuw model, anderen kozen voor tweedehands, maar ook die bleken duur in aanschaf. Ze vertrouwden daarbij op de communicatie van de Brusselse autoriteiten, die het project als innovatief en toekomstbestendig naar voren hadden geschoven.

Voor taxichauffeur Hatim, die sinds 2019 actief is, leek dit de kans om zijn carrière naar een hoger niveau te tillen. “In 2022 heeft Brussel Mobiliteit mij gecontacteerd om me te laten weten dat ik bovenaan de wachtlijst stond voor een waterstoflicentie,” legt hij uit. “Dus heb ik eind 2023 mijn wagen gekocht en ben ik begin 2024 gestart met werken.” Zijn enthousiasme sloeg echter snel om in ontgoocheling.

storingen

Het probleem kwam nauwelijks een jaar later aan het licht. De weinige tankstations die waterstof aanbieden, kampen regelmatig met technische storingen of zijn gewoon niet operationeel. Daardoor kunnen veel chauffeurs hun voertuigen niet gebruiken en staan hun dure investeringen letterlijk stil. De chauffeurs, die vaak leningen moesten afsluiten om hun wagen te kunnen bekostigen, zien zich geconfronteerd met hoge schulden en een inkomen dat volledig is weggevallen.

Foto: © Pitane Blue – taxi in Brussel

De frustratie groeit met de dag. Chauffeurs voelen zich misleid en in de steek gelaten. Ze wijzen met de vinger naar Brussel Mobiliteit, dat volgens hen veel te rooskleurige verwachtingen heeft geschetst zonder de nodige garanties te bieden voor de praktische werking van de infrastructuur. “Men heeft ons als proefkonijnen gebruikt,” klinkt het bij verschillende gedupeerden. De droom van een ecologische en rendabele taxidienst blijkt in de praktijk een financiële nachtmerrie te zijn.

wanhoop

Naast de materiële schade is er ook de menselijke kant van het verhaal. De wanhoop onder de chauffeurs is groot. Velen zijn afhankelijk van hun taxi om hun gezin te onderhouden. Het wegvallen van hun werk betekent dat ze hun rekeningen niet meer kunnen betalen en in een neerwaartse spiraal belanden. Ze vragen dan ook met aandrang om concrete oplossingen en een duidelijk plan van de Brusselse overheid.

De situatie roept vragen op over hoe voorbereid het beleid werkelijk was. Hoewel de ambitie om Brussel groener te maken lovenswaardig is, blijkt uit dit dossier dat de uitvoering gebrekkig en haastig is geweest. Zonder betrouwbare tankinfrastructuur en zonder vangnet voor de chauffeurs lijkt de waterstoftaxi in Brussel voorlopig vooral een mislukt experiment.