De bereidheid om vliegreizen te verminderen als een gebaar naar klimaatbewust leven is echter vergelijkbaar over de verschillende leeftijdsgroepen.
Uit recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is gebleken dat jongeren tussen de 18 en 25 jaar zichzelf minder klimaatbewust inschatten dan oudere leeftijdsgroepen. Dit contrast komt naar voren in de Landelijke Jeugdmonitor, waar jongeren hun eigen klimaatbewuste gedrag beoordelen met een gemiddelde van 6,2 op een schaal van 10. Het onderzoek, getiteld Belevingen 2023, benadrukt dat dit zelfbeeld contrasteert met de oudere generaties, die zichzelf gemiddeld met een 7 beoordelen.
Dit verschil in perceptie van klimaatbewust leven tussen de generaties kan deels worden toegeschreven aan het vlieggedrag van jongeren. In 2023 heeft 61% van de 18- tot 25-jarigen aangegeven in de afgelopen twaalf maanden met het vliegtuig gereisd te hebben, een aanzienlijk hoger percentage dan bij oudere leeftijdsgroepen. Zo reisde ongeveer 45% van de 35- tot 55-jarigen per vliegtuig, terwijl slechts 14% van de 75-plussers hetzelfde deed.
Jongeren vinden minder dan ouderen dat ze zelf klimaatbewust leven
De bereidheid om vliegreizen te verminderen als een gebaar naar klimaatbewust leven is echter vergelijkbaar over de verschillende leeftijdsgroepen. Ongeveer 30% van de jongere generatie is bereid minder vaak te vliegen voor het klimaat, een percentage dat gelijkstaat aan dat van de 25- tot 65-jarigen. Onder 65-plussers, die weleens met het vliegtuig reizen, is ongeveer de helft bereid om minder vaak te vliegen.
Interessant is dat het gevoel van vliegschaamte niet significant verschilt tussen jongeren en de meeste andere leeftijdsgroepen. Ondanks het hoge vliegverkeer onder jongeren, voelt 22% zich schuldig over hun keuze om te vliegen vanwege de impact op het klimaat, een gevoel dat ongeveer de helft van deze leeftijdsgroep niet deelt.
Het rapport wijst ook op de lage bereidheid onder jongeren om vliegvakanties volledig op te geven; slechts 6% van de 18- tot 25-jarigen is hier zeker toe bereid, tegenover 24% van de 75-plussers. Dit suggereert een complexe relatie tussen het bewustzijn van klimaatverandering en de bereidheid om levensstijl aanpassingen te maken.
De bevindingen van het CBS roepen vragen op over hoe klimaatbewustzijn wordt waargenomen en toegepast door verschillende generaties, en in het bijzonder hoe jongeren zich positioneren ten aanzien van klimaatverandering en duurzaamheid. Het onderstreept het belang van verdere educatie en bewustwording rondom klimaatvriendelijk leven en de impact van persoonlijke keuzes op het milieu.
klimaatbewustzijn
In het nieuwsbericht wordt benoemd dat jongeren minder milieuvriendelijk gedrag vertonen. Dit is ongeacht de reden voor dit gedrag. Milieuvriendelijk gedrag kan voortkomen uit klimaatbewustzijn, maar er kunnen ook andere zaken aan ten grondslag liggen, zoals hoge energiekosten, armoede of de woonomgeving, bijvoorbeeld de stad of het platteland. Deze gegevens bieden een belangrijk inzicht in de percepties en het gedrag van verschillende leeftijdsgroepen in Nederland met betrekking tot klimaatbewustzijn en milieuverantwoordelijk gedrag.
Experts vragen EU om heroverweging van rijbewijswijzigingen en het riskant plan 16-jarigen mogelijk achter het stuur van 2,5 ton SUV’s toe te staan.
De Europese Unie staat op het punt een controversiële wijziging in haar rijbewijsregelgeving door te voeren, die jongeren toestaat op beduidend jongere leeftijd zware voertuigen te besturen. Volgens voorstellen die momenteel worden overwogen, zouden 17-jarigen in staat worden gesteld vrachtwagens te besturen en 16-jarigen SUV’s die tot 2,5 ton wegen. Deze voorstellen maken deel uit van een herziening van de EU-rijbewijsrichtlijn, die de normen en procedures voor rijopleidingen in EU-landen regelt.
Op dit moment moeten kandidaten minimaal 21 jaar oud zijn om met een vrachtwagenopleiding te beginnen, hoewel nationale overheden deze leeftijdsgrens naar 18 jaar kunnen verlagen als de kandidaat slaagt voor een initiële theorie-test. Ongeveer de helft van de EU-landen maakt gebruik van deze mogelijkheid. De transportcommissie van het Europees Parlement overweegt nu echter om deze leeftijdsgrens verder te verlagen naar 17 jaar, op voorwaarde dat deze jonge bestuurders worden begeleid door een volwassene van 24 jaar of ouder.
EU overweegt om rijbewijsleeftijd te verlagen, experts slaan alarm.
Statistieken en onderzoeken wijzen op een hoger ongevalsrisico bij jongere bestuurders. Onderzoek van de Duitse verzekeringsassociatie toont aan dat jonge vrachtwagenbestuurders tussen de 18 en 20 jaar verantwoordelijk zijn voor ongeveer 25% van de ongevallen afgezet tegen het aantal rijbewijshouders in deze leeftijdsgroep. Dit risico neemt af met de leeftijd, tot ongeveer 1-2% bij oudere leeftijdsgroepen. Daarnaast wordt het als moeilijk beschouwd voor de begeleidende volwassenen om constant waakzaam te blijven, wat de veiligheid op de weg verder in gevaar kan brengen.
Naast de kwestie van jonge vrachtwagenchauffeurs, wordt ook voorgesteld om 16-jarigen met een B1-rijbewijs toe te staan voertuigen tot 2,5 ton te besturen, mits de snelheid technisch beperkt is tot 45 km/u. Dit zou jongere bestuurders in staat stellen om aanzienlijk grotere voertuigen te besturen dan momenteel toegestaan, wat vragen oproept over de veiligheid en haalbaarheid van dergelijke maatregelen.
De aanpassingen in de wetgeving lijken te zijn gericht op het aanpakken van bestaande problemen, zoals het tekort aan gekwalificeerde vrachtwagenchauffeurs en de noodzaak om jongere bestuurders in landelijke gebieden mobiliteitsoplossingen te bieden. Echter, critici argumenteren dat deze voorstellen de verkeersveiligheid in gevaar brengen en suggereren dat er betere oplossingen zijn, zoals het verbeteren van de werkomstandigheden voor vrachtwagenchauffeurs, het verhogen van hun salarissen, en het uitbreiden van openbaar vervoer en veilige infrastructuur voor voetgangers en fietsers.
De voorgestelde wijzigingen zullen naar verwachting eind februari in de plenaire vergadering van het Europees Parlement ter stemming worden gebracht. Met het oog op de verkeersveiligheid voor alle EU-burgers roepen tegenstanders van de wijzigingen de parlementsleden op om tegen deze amendementen te stemmen en te pleiten voor beleid dat weloverwogen en veilig is, vrij van politieke belangen.
De overheid en lokale gemeenten worden aangespoord om maatregelen te nemen.
In de hedendaagse uitgaanscultuur manifesteert zich een zorgwekkende trend: jongeren die voorafgaand aan een avondje stappen thuis ‘indrinken’. Deze praktijk brengt niet alleen gezondheidsrisico’s met zich mee, maar vormt ook een gevaar op de weg. Vooral in steden waar de fiets een populair vervoermiddel is, leidt dit tot verontrustende situaties.
Thuis indrinken is niet echt nieuw en is een wijdverspreid fenomeen bij jongeren dat deel uitmaakt van de jongerencultuur. De recente economische ontwikkelingen hebben een directe impact gehad op de toename, met name op de prijs van een biertje in cafés. Deze prijsstijgingen hebben ook invloed op het uitgaansgedrag van mensen. Een analyse van de prijsstijgingen in verschillende steden toont aan dat de prijs van een standaardglas pils in sommige gevallen met wel 10% tot 15% is gestegen vergeleken met vorig jaar.
onderzoek
Een recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam heeft aangetoond dat meer dan 60% van de jongeren tussen 16 en 24 jaar regelmatig thuis alcohol nuttigt voordat ze uitgaan. De redenen variëren van financiële besparingen – drankjes in clubs en bars zijn vaak duur – tot sociale druk. Echter, wat begint als een onschuldige voorbereiding op een avondje uit, kan snel omslaan in gevaarlijk gedrag.
De effecten van alcohol zijn duidelijk en wetenschappelijk bewezen: verminderde coördinatie, trager reactievermogen en een vertekend beoordelingsvermogen. Dit zijn factoren die, zodra jongeren op de fiets stappen, levensgevaarlijk kunnen zijn. De politie rapporteert een toename in het aantal verkeersongevallen onder invloed, vooral in de late avonduren en vroege ochtend.
De boodschap is duidelijk: het ‘onschuldige’ thuis indrinken kan ernstige gevolgen hebben.
Het probleem wordt verergerd door het feit dat veel jongeren de gevaren van alcohol onderschatten. “Ze denken vaak dat een paar drankjes geen kwaad kunnen, maar de werkelijkheid is anders”, zegt Joris van Hoof, onderzoeker aan de Universiteit Twente. “Al bij lage alcoholpromillages zien we een significante toename in risicogedrag.”
Deze trend heeft geleid tot oproepen voor strengere handhaving en voorlichting. Sommige steden hebben al initiatieven genomen, zoals het organiseren van bewustwordingscampagnes en het verhogen van de aanwezigheid van politie in uitgaansgebieden. Ook wordt er gepleit voor meer voorlichting op scholen en in de gemeenschap over de gevaren van alcoholgebruik, vooral in combinatie met fietsen.
De boodschap is duidelijk: het ‘onschuldige’ thuis indrinken kan ernstige gevolgen hebben. Het is essentieel dat jongeren zich bewust worden van de risico’s, niet alleen voor hun eigen gezondheid, maar ook voor hun veiligheid op de weg.
spoedeisende hulp
Dronken fietsers vormen de grootste groep patiënten na alcoholgerelateerde ongevallen. Uit recente data blijkt dat 60% van de ongevallen waarbij alcohol een rol speelde, betrekking heeft op fietsers die ten val zijn gekomen.
Artsen en verpleegkundigen op spoedeisende hulpafdelingen zien regelmatig de gevolgen van dergelijk risicogedrag. “De verwondingen variëren van lichte schaafwonden tot ernstige hoofdtrauma’s,” zegt een ervaren arts in een grootstedelijk ziekenhuis. “Het is schokkend om te zien hoeveel mensen zichzelf en anderen in gevaar brengen door dronken te fietsen.”
De impact van deze ongevallen strekt verder dan alleen fysieke schade. Naast de directe gevolgen voor de gezondheid, zijn er ook maatschappelijke en economische implicaties. De druk op de gezondheidszorg, de kosten van medische behandelingen en de bredere gevolgen voor verkeersveiligheid zijn aanzienlijk.
Deze cijfers leiden tot oproepen voor strengere handhaving en meer bewustwordingscampagnes. Verkeersveiligheidsorganisaties, zoals Veilig Verkeer Nederland, benadrukken de noodzaak van educatie over de gevaren van alcohol in het verkeer, met een specifieke focus op fietsers.
Foto: Pitane Blue – ambulance op weg op het fietspad
Artsen en verpleegkundigen op spoedeisende hulpafdelingen zien regelmatig de gevolgen van dergelijk risicogedrag.
De combinatie van alcohol en fietsen leidt vaak tot verhalen die zowel humoristisch als zorgwekkend zijn. In de Nederlandse fietscultuur, waar de fiets een onmisbaar vervoermiddel is, zijn dergelijke avonturen niet moeilijk te vinden. Een rondvraag in verschillende steden bevestigt dit: bijna iedereen heeft wel een persoonlijke anekdote of kent iemand die een dergelijk avontuur heeft beleefd.
anekdotes
De verhalen variëren van komische tot soms gevaarlijke situaties. Neem bijvoorbeeld de klassieker over de onzichtbare kuil in de weg. “Ik dacht dat ik kon zigzaggen tussen de kuilen door, maar voor ik het wist, lag ik er middenin,” vertelt een student uit Utrecht lachend over zijn nachtelijke fietsavontuur na een feestje.
Of het verhaal over de ‘bewegende’ boom. Een jonge vrouw uit Rotterdam herinnert zich: “Ik zweer het je, die boom kwam uit het niets. Ik probeerde hem te ontwijken, maar het was al te laat.” Gelukkig liep dit avontuur af met een paar schrammen en een deuk in haar ego.
Deze anekdotes, hoewel vaak verteld met een glimlach, belichten een serieus probleem. Alcoholgebruik beïnvloedt het beoordelingsvermogen en de motorische vaardigheden, wat leidt tot verhoogde risico’s in het verkeer. De Politie en Veilig Verkeer Nederland waarschuwen regelmatig voor de gevaren van rijden onder invloed, inclusief fietsen.
Deze waarschuwingen zijn niet voor niets. Uit ziekenhuisgegevens blijkt dat een significant aantal fietsongevallen in de nachtelijke uren gerelateerd is aan alcoholgebruik. “Het is een probleem dat we serieus moeten nemen,” zegt een woordvoerder van de verkeerspolitie. “Een ongeluk zit in een klein hoekje, zeker als je gedronken hebt.”
Uit recent onderzoek blijkt dat veel minderjarigen zonder veel moeite alcohol kunnen kopen.
Ondanks strenge regelgeving en bewustwordingscampagnes, blijft het verrassend eenvoudig voor minderjarigen in Nederland om aan alcohol te komen. Dit wijst op een kloof tussen de wetgeving en de realiteit in winkels en horecagelegenheden.
nachtwinkels
Volgens de Nederlandse wetgeving zijn verkopers verplicht om bij twijfel over de leeftijd van een koper een legitimatiebewijs te vragen. Dit kan een identiteitskaart, rijbewijs of een ander officieel document zijn. De wet is helder: de verkoop van alcohol aan minderjarigen is verboden en de verkoper is altijd verantwoordelijk bij overtreding van deze regel.
Ondanks deze duidelijke regels, blijkt uit recent onderzoek dat veel minderjarigen zonder veel moeite alcohol kunnen kopen. In sommige gevallen wordt er niet eens om een identiteitsbewijs gevraagd. Deze situatie is niet alleen zorgwekkend vanwege de directe gezondheidsrisico’s voor jongeren, maar ook vanwege de bredere maatschappelijke gevolgen.
Ontbijt achter het stuur of grijpen naar fastfood kunnen bijdragen aan een ongezond eetpatroon.
Een recent rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft aan het licht gebracht dat een kwart van de jongvolwassenen in Nederland aan overgewicht lijdt, met 7 procent van de populatie die zelfs met ernstig overgewicht (obesitas) kampt. In het licht van deze cijfers is het belangrijk om te kijken naar verschillende factoren die bijdragen aan deze trend. Een van deze factoren, die vaak over het hoofd wordt gezien, is de tijd die we doorbrengen achter het stuur van onze auto’s.
Een kwart van de jongvolwassenen in Nederland lijdt aan overgewicht, bij 7 procent is er zelfs sprake van ernstig overgewicht (obesitas). Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Het moderne leven heeft het comfort en het gemak van persoonlijk vervoer met zich meegebracht. Autorijden is voor velen een noodzakelijke dagelijkse routine geworden, of het nu gaat om woon-werkverkeer, boodschappen doen, kinderen naar school brengen of gewoon reizen. Wat echter vaak over het hoofd wordt gezien, is het feit dat deze uren achter het stuur kunnen bijdragen aan de prevalentie van overgewicht.
Ten eerste leidt langdurig zitten, zoals dat vaak gebeurt tijdens het rijden, tot een aanzienlijke vermindering van fysieke activiteit. Minder bewegen betekent minder calorieën verbranden, wat kan leiden tot gewichtstoename. Dit geldt vooral als het zitten wordt gecombineerd met een ongezond voedingspatroon, wat vaak het geval is voor mensen die regelmatig lange afstanden rijden en onderweg naar fastfood grijpen.
Het is duidelijk dat autorijden en overgewicht met elkaar verweven zijn.
Daarnaast kan de stress van het rijden in druk verkeer leiden tot hormonale veranderingen die de eetlust en gewichtstoename kunnen beïnvloeden. Langdurige stress kan leiden tot verhoogde cortisolniveaus, een hormoon dat in verband is gebracht met een toegenomen verlangen naar suiker- en vetrijke voedingsmiddelen.
Bovendien kunnen de onregelmatige eettijden die gepaard gaan met lange ritten het metabolisme beïnvloeden en leiden tot gewichtstoename. Wanneer maaltijden worden overgeslagen of op ongebruikelijke tijden worden gegeten, kan het lichaam in een ‘opslagmodus’ gaan, waarbij het energie opslaat in plaats van verbrandt.
De groeiende trend van overgewicht en obesitas in Nederland, zoals belicht door het CBS, is een dringend probleem dat een multi-disciplinaire aanpak vereist. De rol van levensstijlfactoren zoals zittend rijden mag niet over het hoofd worden gezien. In deze tijd waarin autorijden zo’n groot deel van ons leven uitmaakt, moeten we proactief zijn in het aanpakken van de gezondheidsrisico’s die ermee gepaard gaan.
Het is duidelijk dat autorijden en overgewicht met elkaar verweven zijn, wat betekent dat het aanpakken van overgewicht meer vereist dan alleen het focussen op voeding en lichaamsbeweging. Terwijl we werken aan het opbouwen van gezondere levensstijlgewoonten, zouden we moeten kijken naar hoe we ons transport kunnen veranderen om actiever te zijn en minder te zitten. Fietsen en wandelen kunnen goede alternatieven zijn voor kortere afstanden. Voor langere afstanden kunnen openbaar vervoer en carpoolen opties zijn die minder zittijd betekenen
Naar schatting sterven er 75 tot 150 mensen ieder jaar door drugs- en of alcoholgebruik in het verkeer.
Het CBR is altijd druk om ervoor te zorgen dat iedereen veilig aan het verkeer kan deelnemen. Ze zorgen voor een mobiel en verkeersveilig Nederland. Met dat doel voor ogen zorgen ze ervoor dat er verkeersexamens af worden genomen maar toetsen ze ook of bestuurders lichamelijk en geestelijk in staat zijn om veilig aan het verkeer deel te nemen. Het CBR voert deze taken uit in opdracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Het CBR start elk jaar een aantal campagnes op, nu starten ze met een socialmediacampagne gericht speciaal op jongeren. De campagne moet zorgen voor meer bewustzijn bij jongeren rondom veilig rijgedrag.
Onlangs zijn er twee nieuwe educatieve maatregelen ingevoerd, de korte cursus gedrag en verkeer en de cursus drugs en verkeer. Jaarlijks worden er 1 miljoen blaas- of speekseltesten afgenomen door de politie en worden er maandelijks meer dan 3500 mensen aangehouden die onder invloed van drugs of alcohol achter het stuur zitten. Naar schatting sterven er 75 tot 150 mensen ieder jaar door drugs- en of alcoholgebruik in het verkeer. Vaak is dat niet de bestuurder zelf maar iemand in de omgeving die aangereden wordt. Jonge bestuurders die hun rijbewijs minder dan vijf jaar hebben veroorzaken een groot deel van deze ongevallen.
Jaarlijks worden er 1 miljoen blaas- of speekseltesten afgenomen door de politie en worden er maandelijks meer dan 3500 mensen aangehouden die onder invloed van drugs of alcohol achter het stuur zitten.
Met deze nieuwe campagne wil het CBR jongeren duidelijk maken wat drugs en alcohol in het verkeer en gevaarlijk rijgedrag kan veroorzaken. Ook moeten er bepaalde regels duidelijk worden, hoeveel mag je eigenlijk drinken? Hoelang blijft drugs en alcohol in je bloed? Door de campagne moeten jongeren gaan beseffen wat ze eigenlijk kunnen kwijtraken door met alcohol of drugs op achter het stuur te kruipen. Het verliezen van je rijbewijs, het krijgen van een strafblad, hoge boetes, hoge schadekosten, verplicht een cursus moeten volgen maar ook met de gevolgen moeten leven als je iemand aanrijdt horen hier bij. De campagne loopt via YouTube, Snapchat, TikTok en Instagram.
Zo zijn er de afgelopen jaren al veel verkeersincidenten geweest met lachgas. Hallucineren, flauwvallen of verlamming in de benen.
De meeste jongeren vinden lachgasgebruik in het verkeer gevaarlijk. Toch zijn er jongeren die met lachgas deelnemen aan het verkeer. Dit komt door zelfoverschatting en een verkeerde inschatting van de risico’s. Ook vinden jongeren het vervelend om als passagier de bestuurder aan te spreken op lachgasgebruik in de auto. Dit blijkt uit onderzoek van jongerenorganisatie TeamAlert.
Gevaarlijke verkeerssituaties
Lachgasgebruik in het verkeer is een zorgwekkend probleem onder jongeren in Nederland. Zo zijn er de afgelopen jaren al veel verkeersincidenten geweest met lachgas. Hallucineren, flauwvallen of verlamming in de benen: het zijn verschillende bijwerkingen die lachgas in het verkeer levensgevaarlijk maken. Voor veel jongeren is de auto echter de plek om lachgas te gebruiken. Zo geeft een (stilstaande) auto veel comfort en privacy. De drempel om toch de auto te starten is hierdoor minder hoog, wat leidt tot gevaarlijke verkeerssituaties.
Lachgas eigen verantwoordelijkheid
TeamAlert onderzocht het gebruik van lachgas onder jongeren in het verkeer. Veel jongeren voelen zich niet verantwoordelijk voor het lachgasgebruik van anderen. Ze willen zich niet bemoeien met het gedrag van anderen en praten nauwelijks met elkaar over het gebruik. Hoewel jongeren vinden dat lachgas in het verkeer gevaarlijk is, vindt een op de vier jongeren het vervelend om een bestuurder aan te spreken op lachgasgebruik. Zo blijkt uit het onderzoek van TeamAlert. Er heerst onder deze jongeren geen wenselijke sociale norm om elkaar aan te spreken.
Lachgasgebruik in het verkeer is een zorgwekkend probleem onder jongeren in Nederland.
“Hoe spreek jij een ander aan?”
Om het lachgasprobleem in het verkeer aan te pakken, lanceerde TeamAlert onlangs voor de derde keer op rij de campagne ‘Rij Ballonvrij’. Met deze campagne gaat TeamAlert het lachgasgebruik onder jongeren in het verkeer tegen. De focus in de campagne ligt dit jaar op de passagiers om hun bestuurder aan te spreken op lachgasgebruik. ‘Word geen clown in het verkeer. Hoe spreek jij een ander aan?’ is de boodschap die hierbij centraal staat. Als aftrap van de campagne stond TeamAlert onlangs met een ludieke actie op het Stationsplein in Almere.
“Het aantal ongevallen waarbij lachgas een rol speelt, is veel te groot, ik vind dat zorgwekkend. Het kabinet zet er daarom op in lachgasgebruik in het verkeer aan te pakken. Naast handhaving zetten we in op voorlichting en bewustwording, hierbij zijn jongeren een heel belangrijke doelgroep. Heel goed dat TeamAlert de risico’s bij hen duidelijk maakt.”
Nederlandse jongeren kiezen met bijna 67% steeds vaker om met licht aan te fietsen.
Nederlandse jongeren kiezen met bijna 67% steeds vaker om met licht aan te fietsen. Om een derde van de jongeren onder de 18 jaar die nog zonder licht fietst eraan te herinneren dat zij in deze donkere maanden ook de fietsverlichting aanzetten en veilig deelnemen aan het verkeer is de ANWB de jaarlijkse actie ‘Zet je licht aan!’ gestart.
Fietsers zijn kwetsbaar in het verkeer, in het bijzonder geldt dat voor kinderen en jongeren. Zonder licht zijn fietsers slecht zichtbaar voor andere weggebruikers en lopen zij een grotere kans op een ongeval. Tien jaar geleden reed ruim de helft van de jongeren met licht op de fiets. Inmiddels rijdt twee derde van de jongeren met fietsverlichting. Om kinderen en jongeren eraan te herinneren hun fietslicht aan te doen, zullen door het hele land tags met de tekst ‘Zet je licht aan!’ op de fietspaden worden gezet door een speciaal tagteam. Met de actie wil de ANWB wijzen op het belang van goede fietsverlichting.
De ANWB roept iedereen op om ook mee te helpen en een tagpakket ‘Zet je licht aan!’ op te halen bij één van de ANWB-winkels. In het pakket zitten sjablonen en een spuitbus met spuitkrijt waarmee de tags kunnen worden gezet. Het tagpakket kan gebruikt worden rondom scholen, sportverenigingen of andere druk bezochte plekken.
Onlangs is het startsein in Tilburg gegeven door een team van ANWB-vrijwilligers dat de komende weken door het land tags zet om aandacht te vragen voor de fietsverlichtingsactie. Ook ondersteunen 1000 politiebureaus in Nederland de actie. De jeugdagenten gaan in hun eigen wijk op pad om tags te zetten om daarmee buurtbewoners er aan te herinneren hun licht aan te zetten. Alle Swapfiets-locaties en honderden basisscholen zetten zich de komende weken ook in voor de ANWB-actie. De fietsverlichtingsactie ‘Zet je licht aan!’ duurt tot 14 november, aldus de ANWB.
Onlangs is de jongerenorganisatie TeamAlert weer haar jaarlijkse campagne “Rij drugsvrij” gestart. Met deze campagne wil TeamAlert jongeren motiveren om een veilige trip naar huis regelen, na een festival of een avondje uit. Na bijna twee jaar leven zonder festivals of stapavonden kunnen jongeren eindelijk weer losgaan. De knaldrang onder jongeren is groot, blijkt uit recent onderzoek van het Trimbos-instituut. Nog te veel jongeren rijden na het slikken van een pilletje of snuiven van een lijntje op een festival onder invloed naar huis – per maand houdt de politie ongeveer 1.000 mensen aan die drugs hebben gebruikt in het verkeer. Levensgevaarlijk, en niet alleen voor jezelf! De kans op een ongeval wordt door een combinatie van alcohol en drugs tot 200 keer groter.
Plan je trip. Rij drugsvrij
Met de slogan “Plan je trip. Rij drugsvrij” wil TeamAlert jongeren stimuleren om een veilige rit naar huis te fixen. Dit kan door van tevoren goede afspraken te maken in de vorm van een nuchtere bestuurder te regelen, met het openbaar vervoer naar huis te gaan, of te blijven slapen totdat je de weg weer op mag. Onlangs werd de campagne afgetrapt. Na afloop van het HIDE Festival in Nieuwegein werden feestgangers met een partybus veilig naar Utrecht Centraal gebracht. In de partybus werd het feestje doorgezet met discolampen, muziek en rookmachines, zodat jongeren inzien dat het een feestje is om met alternatief vervoer richting huis te gaan.
De campagne is tot en met 31 augustus voornamelijk online te zien op Instagram, Snapchat en TikTok, omdat daar de doelgroep te vinden is. Door campagnevideo’s met duidelijke handelingsalternatieven en de inzet van verschillende influencers worden jongeren gestimuleerd slimme keuzes te maken in het verkeer. Als winactie maken jongeren kans op een partybusreis met vrienden van en naar een festival naar keuze in Nederland. Daarnaast is er een campagnetoolkit met campagnemateriaal beschikbaar. Dit materiaal is voor gemeenten, provincies en andere organisaties vrij om te delen, om de boodschap van “Rij Drugsvrij” verder te verspreiden en het drugsgebruik in het verkeer te verminderen. Laten we met z’n allen ervoor zorgen dat jongeren bewust worden van het gevaar van rijden met drugs op, en dus niet onder invloed achter het stuur stappen of met iemand anders meerijden die onder invloed is.
Gemeten over een langere periode is de trend nog steeds dat de werkloosheid daalt.
Ondanks in alle sectoren er wordt geschreeuwd om medewerkers is het opvallend dat de werkloosheid weer licht aan het toenemen is. Het aantal werklozen kwam in mei 2022 uit op 323 duizend. Dat is 3,3 procent van de beroepsbevolking. Het werkloosheidspercentage valt daarmee iets hoger uit dan in april 2022, toen dit 3,2 was.
Gemiddeld over de afgelopen drie maanden daalde het aantal werklozen wel nog met 4 duizend per maand. Meer mensen gingen in mei op zoek naar werk. Het aantal werkenden van 15 tot 75 jaar nam in de afgelopen drie maanden met gemiddeld 40 duizend per maand toe naar 9,6 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de beroepsbevolking. UWV registreerde eind mei 165 duizend lopende WW-uitkeringen.
De lichte toename van de werkloosheid in mei hing vooral samen met een toegenomen toestroom uit de niet-beroepsvolking. Meer dan in de voorgaande maanden gingen mensen die niet tot de beroepsbevolking behoorden aan het werk of op zoek naar werk. Daardoor nam zowel het aantal werkenden als het aantal werklozen toe.
Gemeten over een langere periode (van drie maanden) is de trend nog steeds dat de werkloosheid daalt. Bij het aantal werkenden zette de groei van de afgelopen twee jaar door. In het afgelopen jaar was de toename vooral sterk bij jongeren. De verdere daling van het aantal werklozen in de afgelopen drie maanden is het resultaat van onderliggende stromen tussen de werkzame, de werkloze en de niet-beroepsbevolking. Het onderstaande schema laat die stromen zien.
In het afgelopen jaar was de toename vooral sterk bij jongeren.
De meeste onder ons kunnen het zicht waarschijnlijk nog wel herinneren, de dag dat ze hun rijbewijs hebben gehaald. Een belangrijke mijlpaal in het leven, de dag dat je niet meer afhankelijk was van anderen met betrekking tot vervoer. Vroeger kon je pas starten met lessen vanaf je 18e verjaardag. Tegenwoordig mag je starten met je theorie vanaf 16 jaar, lessen vanaf 16,5 jaar en vanaf 17 jaar mag je al op praktijkexamen. Nou blijkt uit onderzoek dat beginnende bestuurders een grotere kans hebben op een ongeluk in het verkeer. Dit blijkt te komen door dat beginnende bestuurders weinig ervaring hebben in het verkeer, vaak nemen jongeren meer risico’s en overschatten bepaalde situaties. Hierdoor kunnen gevaarlijke situaties en zelfs ongelukken ontstaan. Om deze reden gaan adviesbureau Goudappel en het CBR in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoek doen of en welke aanpassingen er gedaan kunnen worden in het rijexamen om het veiliger te maken voor beginnende bestuurders.
Het onderzoek heet: “Roze Pasje Ander Jasje”. De Goudappel Groep, waarmee het CBR dit onderzoek gaat doen bestaat uit een aantal samenwerkende bedrijven die gezamenlijk invulling geven aan hun missie: mobiliteitsvraagstukken op de best mogelijke manier oplossen. Het onderzoek bestaat uit 3 varianten, een stapsgewijs examentraject, een periode van begeleid rijden en de laatste is het huidige examentraject. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in Venlo, Breda, Barendrecht, Utrecht, Amsterdam, Nijmegen, Emmeloord, Zwolle, Groningen en Leeuwarden. Rijscholen en jongeren uit deze plaatsen kunnen zich vrijwillig aanmelden voor dit onderzoek. Het CBR verwacht eind februari te starten met de eerste rijproeven en examens en de resultaten van het onderzoek worden eind 2023 verwacht.
donderdag startte jongerenorganisatie TeamAlert weer de “Rij Drugsvrij”-campagne, om het rijden onder invloed van drugs onder jongeren aan te pakken. Met deze campagne wil TeamAlert de boodschap uitdragen dat onder invloed van drugs deelnemen aan het verkeer echt niet oké is.
Drugsgebruik in het verkeer is een groot probleem onder jongeren. Regelmatig rijden zij onder invloed van een pilletje of lijntje naar een feestje toe of onder invloed weer terug naar huis. De laatste jaren vinden er meer aanhoudingen plaats voor het rijden onder invloed van drugs en uit onderzoek van TeamAlert blijkt dat in coronatijd, zonder festivals en grote feesten, nog steeds veel jongeren onder invloed achter het stuur stappen.
“Plan je trip, rij drugsvrij”
Om dit probleem aan te pakken, start jongerenorganisatie TeamAlert vandaag met de jaarlijkse campagne “Rij Drugsvrij”. Deze campagne heeft als doel om jongeren die drugs gebruiken veilige keuzes te laten maken in het verkeer. “Rij Drugsvrij” stimuleert jongeren om voorafgaand aan een avond thuis gebruiken, een (huis)feestje of festival de juiste keuze voor vervoer te maken. In plaats van dat zij onder invloed van drugs autorijden, regelen zij een nuchtere bestuurder, alternatief vervoer (zoals een taxi of het openbaar vervoer) of wachten zij totdat zij weer mogen rijden. TeamAlert lanceerde de campagne in 2018, die jaarlijks terugkeert om drugsgebruik in het verkeer tegen te gaan.
“De laatste jaren zien we het gebruik van drugs achter het stuur door jongeren toenemen. Het is een serieus probleem voor de verkeersveiligheid in Nederland. Met deze jaarlijkse campagne draagt TeamAlert bij om het risicogedrag van jongeren aan te pakken en ervoor te zorgen dat zij slimme keuzes in het verkeer maken en veilig onderweg zijn.”
Campagnetoolkit
Om de jongeren zo goed mogelijk te bereiken, zet TeamAlert “Rij Drugsvrij” online via social media uit met een campagnevideo en ander -materiaal. Op de website www.rijdrugsvrij.nl/campagnetoolkit is vanaf vandaag dit materiaal te vinden in een speciale campagnetoolkit. Gemeenten, provincies en andere organisaties zijn vrij om het materiaal te delen, om zo de campagneboodschap verder te helpen verspreiden.
Het mondkapje niet dragen, de avondklok negeren, een onderneming stiekem openhouden terwijl die gesloten moet zijn of social distancing van anderhalve meter niet respecteren, het zijn enkele voorbeelden van boetes die door de politie of boa’s werden uitgeschreven het afgelopen jaar. Maar ook veel ernstiger vergrijpen waren aanleiding voor het massaal uitschrijven van boetes zoals een lockdownfeestje organiseren of met een grote groep samenscholen. Boetes worden onder de meeste gevarieerde omstandigheden uitgeschreven. Wellicht is de meest opvallende wel de landsgrens oversteken zonder op voorhand te registreren om aan de overkant te tanken bij een onbemand tankstation waar de kans op besmetting nihil is.
Vandaag is de term coronaboete even alom tegenwoordig maar een jaar geleden had nog niemand het woord in de mond genomen. Als u zich niet aan de coronaregels houdt, kunt u in Nederland een boete, dank zij de Minister Ferd Grapperhaus van Justitie, van slechts € 95 krijgen. Grapperhaus ging toen in gesprek met politie en boa’s’ na commotie om zijn bruiloft waar massaal de regels werden overtreden. Maar in Vlaanderen gaat het harder. Artikel 187 van deze wet voorziet in de bestraffing van overtredingen van de krachtens deze wet gelaste maatregelen met een geldboete van € 208 tot € 4.000 en/of een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden. De zogenaamde corona inbreuken kosten € 750 voor winkeliers, uitbaters en personen die verantwoordelijk zijn voor een activiteit en op € 250 voor alle andere overtreders.
Bijna de helft van alle overtredingen tegen de coronaregels zijn op het conto van jongeren te schrijven, waarbij het samenscholingsverbod bovenaan staat als oorzaak. Opvallend is dat 60-plussers nauwelijks op de bon gingen. Toch mogen we de jongeren zeker niet stigmatiseren, bijna alle maatregelen treffen de jongeren het hardst zoals het samenscholingsverbod, de avondklok en het uitblijven van evenementen.
HALT of kinderbescherming
Als een jongere zich na een waarschuwing niet aan de regionale noodverordening in verband met de coronamaatregelen houdt, wordt waar mogelijk gekozen voor een HALT-afdoening. Die waarschuwing van een BOA of politieagent kan bijvoorbeeld komen doordat de jongere onvoldoende afstand houdt of zich bevindt in een verboden gebied. Als de jongere akkoord gaat met een HALT-afdoening en deze met goed resultaat afrondt, komt dit in de plaats van de geldboete van 95 euro. Dit geldt alleen voor de eerste keer dat jongeren de maatregelen overtreden. Bij de HALT-afdoening wordt nog eens heel duidelijk uitgelegd wat het nut en de noodzaak is van de noodverordening en waarom het zo belangrijk is dat de jongere zich hieraan houdt. Ook ouders worden daarbij betrokken en op hun verantwoordelijkheid gewezen.
Bij de tweede geconstateerde overtreding van de noodverordening, krijgt de jongere een boete van 95 euro. Vanaf de derde overtreding door dezelfde jongere, wordt de zaak voorgelegd aan het lokale OM-parket. Daar wordt door het OM gekeken naar een beslissing op maat. Het OM wordt hierbij geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming.
Het OM kan besluiten dat de jongere zich voor de rechter moet verantwoorden. In de tussentijd kan de jongere dan bijvoorbeeld een gebiedsverbod krijgt of verplicht wordt zich op gezette tijden te melden. Boetes voor meerderjarigen voor het overtreden van de regionale noodverordening in verband met de coronamaatregelen bedragen ook 95 euro. Ook voor hen geldt dat vanaf de derde overtreding het lokale parket een OM-beslissing op maat zal maken.
Tot 17 januari 2021 kun je schaatsen op een overdekte ijsbaan op het Kurhausplein van maar liefst 600 vierkante meter. Zeer welkom voor de jongeren, maar toch vreemd wanneer je bedenkt dat winterkermissen taboe en niet coronaproof zijn en kerstmarkten al helemaal niet kunnen vanwege het gevaar voor de verdere verspreiding van het virus. Het drinken van warme chocomel of Glüwein mag dan weer wel bij de stalletjes op de gesloten terrassen rond de ijsbaan en dat terwijl de horeca zijn deuren moet dichthouden.
vergunning
Men zou verwachten dat de schaatsbaan vanwege corona enkel voor de kinderen geopend is maar tot verbazing betreden de volwassenen evengoed de ijsbaan. Soms snap je helemaal niets meer van het coronabeleid. Veel gemeenten hebben de vergunning voor het plaatsen van de schaatsbaan dit jaar door corona niet aangedurfd maar Den Haag onthulde wel de schaatsbaan die tot medio januari de plaats is waar de jeugd kan samenkomen.
Na de beoordeling en de ingewonnen adviezen werd de omgevingsvergunning voor voornoemde activiteiten verleend. Er werd op 3 november 2020 een vergunning verleend voor het tijdelijk plaatsen van 2 tenten voor een schaatsbaan op het Gevers Deynootplein voor een periode van 5 maanden ten behoeve van het Cool Event Scheveningen
Legoland Miniland onthuld
De opening van LEGOLAND® Discovery Centre Scheveningen is verplaatst naar voorjaar 2021. Onlangs onthulde Miniland Den Haag in meer dan 1 miljoen LEGO® steentjes. Momenteel wordt de laatste hand gelegd om de locatie af te bouwen en deze ook zodanig corona proof te maken zodat de veiligheid van de bezoekers gewaarborgd is. Aangezien de omstandigheden om ons heen voortdurend veranderen zullen ze over enige tijd met een meer specifieke datum naar buiten treden.
Een van de onderdelen in de attractie is MINILAND, waar verschillende Haagse highlights zijn nagebouwd in duizenden LEGO steentjes. Ook zijn er “playmakers” aanwezig. Zij leren de bezoekers meer over LEGO en de verschillende bouwwerken en hoe zij dit thuis in de praktijk kunnen toe passen, door het geven van mini-workshops en speciale LEGO bouwsessies.
Mocht je een unieke bestemming zoeken voor het volgende uitstapje, dan is LEGOLAND Discovery Centre Scheveningen zeker het bezoeken waard. Interactiviteit, creativiteit en leerzaamheid komen hier allemaal samen, om kinderen in de leeftijd van 3 tot 10 jaar oud een waardevol uitje te bezorgen. De attractie is volledig overdekt en een bezoek is te combineren met het naastgelegen SEA LIFE Scheveningen.
In de afgelopen jaren is het aantal personenauto’s in Nederland sterk gegroeid. Zo sterk zelfs dat het aantal personenauto’s sneller groeit dan de bevolking van 18 jaar en ouder. Uit cijfers van het CBS blijkt dat vooral mannen tussen de 65 en 75 jaar het vaakst een auto bezitten, namelijk bijna 80%. Dat is opmerkelijk, zeker wanneer je dit vergelijkt met het autobezit onder vrouwen in dezelfde leeftijdscategorie. Bij vrouwen is het autobezit het hoogst onder de 45- tot 55-jarigen, maar de 80% wordt lang niet gehaald. Van de vrouwen in deze leeftijdscategorie heeft bijna de helft, 50%, één auto op haar naam staan. Over het algemeen genomen is in de afgelopen jaren het autobezit onder de 65-plussers het hardst gestegen in vergelijking met andere leeftijdscategorieën. Het autobezit onder jongeren tot 30 jaar is daarentegen in de afgelopen jaren juist iets gedaald in vergelijking met voorgaande jaren.
Minder jongeren met een auto Onder jongeren tot 25 jaar is het autobezit onder jongens en meisjes nog het meest vergelijkbaar. Toch zijn de jongeren over het algemeen wel ondervertegenwoordigd. Zelfs mannen en vrouwen van 90 jaar of ouder bezitten vaker een auto dan jongeren tot 25 jaar. Mogelijke redenen voor het niet hebben van een auto onder jongeren en ouderen zijn dat niet iedereen (meer) in het bezit is van een rijbewijs, ze geen geld hebben voor een auto of voor zowel jongeren als ouderen kan het lastiger zijn om een auto te verzekeren.
Invloed leeftijd op autoverzekering
Verzekeraars hanteren een hogere premie of een maximumleeftijd voor het nieuw afsluiten van een autoverzekering uit risico-overweging. Volgens cijfers van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek kunnen verzekeraars niet zonder meer stellen dat senioren een groter risico vormen. Het blijkt namelijk dat oudere automobilisten tussen 66 en 75 jaar niet meer schades claimen op de autoverzekering dan automobilisten tussen 28 en 65 jaar oud. Als het stellen van striktere voorwaarden voor senioren niet te onderbouwen is, kun je zeggen dat er sprake is van leeftijdsdiscriminatie. Ouderen zijn voor verzekeraars minder interessant, maar dat is nog geen reden om hogere premies te hanteren.
Hoe hoger het inkomen, hoe meer auto’s
Het autobezit onder particulieren is mede afhankelijk van het inkomen. Zo is in de tabel duidelijk te zien dat hoe hoger het inkomen is, hoe meer auto’s iemand bezit. Particulieren die in de hoogste inkomensklasse vallen, namelijk met een persoonlijk inkomen van 200 000 euro of meer, hebben dan ook de meeste auto’s. Dit is de leeftijdscategorie van 30 tot 65 jaar.
Meer ouderen met een auto
Het autobezit nam de afgelopen vijf jaar het sterkst toe bij 80-plussers. Zij hadden begin 2015 324 auto’s per duizend inwoners, begin 2020 zijn dat 375 auto’s. Het autobezit van jongeren tot 30 jaar ligt in 2020 met 283 auto’s per duizend inwoners iets lager dan begin 2015. Hoewel het autobezit in deze leeftijdsgroep in 2020 lager was, nam het aantal personen in deze leeftijdsgroep toe. Daardoor bleef het aandeel auto’s dat deze groep in bezit had nagenoeg gelijk. Zowel begin 2020 als begin 2015 was 10 procent van de particuliere personenauto’s eigendom van een 30-minner. 80-plussers hebben 9 procent van alle particuliere personenauto’s in bezit. Vijf jaar eerder was dit aandeel 7 procent. 30- tot 65-jarigen bezitten 65 procent van alle personenauto’s.
Vier op de vijf jongeren dragen geen fietshelm tijdens het fietsen en zal dat in de toekomst ook niet doen. De voornaamste reden om volgens jongeren geen helm te dragen, is dat zij het niet nodig vinden, blijkt uit onderzoek van stichting TeamAlert.
De fiets is een van de meest gebruikte vervoersmiddelen in Nederland en heeft een prominente rol in het Nederlandse verkeer. Hierdoor heeft de fietser een groot aandeel in het aantal verkeersdoden. In 2019 stierven er bijvoorbeeld 203 fietsers, waaronder 17 jongeren. Eén van de manieren om dit aantal te verlagen, is het dragen van een fietshelm. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) schat in dat als men een fietshelm draagt er 85 verkeersdoden per jaar bespaard kunnen worden.
Over het algemeen staat de fietser negatief tegenover het dragen van een fietshelm. Stichting TeamAlert deed kwantitatief onderzoek naar hoe jongeren naar de fietshelm kijken. Uit het onderzoek, met 514 respondenten, komt naar voren dat vier op de vijf jongeren nooit een fietshelm dragen tijdens het fietsen. Slechts 1,2% van de ondervraagden draagt een helm op een gewone fiets of e-bike, voornamelijk omdat hun werkgever (bijvoorbeeld een maaltijdbezorger) dat verplicht. De overige groep jongeren (19%) draagt een helm op de racefiets of de mountainbike.
‘Niemand draagt fietshelm’
De voornaamste reden die jongeren geven om geen fietshelm te dragen, is dat zij dit onnodig vinden. Jongeren zijn van mening dat de kans op een ongeluk klein is en dat de snelheden op een stadsfiets vrij laag zijn. Daarnaast vindt een ruime meerderheid van de jongeren de fietshelm onhandig om mee te nemen en er stom uitzien. Vier op de vijf jongeren zullen ook in de toekomst geen helm dragen, slechts 5% van de ondervraagden wil dit wel doen.
Een belangrijke reden voor jongeren om geen fietshelm te dragen, is dat anderen om hen heen dit ook niet doen. Vier op de vijf jongeren kennen niemand in hun omgeving die een fietshelm gebruikt. Als zij iemand kennen die wel een helm draagt, dan zijn dat wielrenners of kwetsbare ouderen. Slechts 10% van de ondervraagde jongeren heeft iemand in hun omgeving die het belangrijk vindt dat zij een helm dragen.
Wel hebben jongeren het gevoel dat een fietshelm hen zal beschermen, mochten zij op de fiets een ongeval hebben met een auto. 85,6% van de ondervraagde jongeren vindt de fietshelm veilig. Ook schatten de meeste jongeren in dat een helm kan bijdragen aan het voorkomen van hoofdletsel na een ongeluk. Toch vinden de meeste jongeren dat ze geen helm hoeven te dragen, omdat onder meer het fietsen daarvoor niet gevaarlijk genoeg is. Jongeren zijn zich dus wel bewust van de voordelen van de helm, maar deze wegen niet op tegen mee dan de nadelen om daadwerkelijk een helm te dragen.
De leukste jongerencamping op Terschelling gaat vervroegd het zomerseizoen 2020 afbouwen. Het zal iedereen wellicht niet zijn ontgaan zijn dat ondanks de genomen maatregelen er toch veel campingbezoekers besmet zijn geraakt met het coronavirus. Het aantal besmettingen is opgelopen naar acht, meldt de Friese GGD. Daarom heeft men in overleg met de gemeente Terschelling en de veiligheidsregio besloten om gedoseerd het zomerseizoen af te bouwen.
Dit houdt in dat zij helaas de gasten die vanaf maandag 17 augustus geboekt hebben zullen moeten annuleren. De boekingskosten storten zij naar eigen zeggen voor 1 oktober terug en hopen op begrip van de gasten. Niet voor niets is Camping Appelhof de meest populaire jongerencamping van Nederland. Gelegen dichtbij het strand en midden op het party eiland Terschelling trekt de camping vele jongeren aan.
De Friese GGD roept jongeren op die vorige week op de camping waren om zich te laten testen als ze milde klachten hebben. De eigenaar van Appelhof, Geert van Dieren schrijft op zijn website dat de camping de deuren voor de rest van de zomer sluit en het zomerseizoen gaat afbouwen. Het seizoen zou tot 1 september duren, maar stopt twee weken eerder. Ongeveer achthonderd gasten op de camping gaan naar huis.
Uit een proef onder jongeren die regelmatig over de Spijkenisserbrug fietsen is gebleken dat jongeren makkelijk te bereiken zijn met verkeersinformatie door middel van social media. De jongeren staan hiervoor open en de potentie zit vooral in het vooraf aankondigen van geplande werkzaamheden en in het verwijzen naar middelen voor actuele reisinformatie zoals websites of een sms-service.
Deze proef wordt gedaan door Rijkswaterstaat samen met de gemeenten Nissewaard en Rotterdam en het havenbedrijf om de bereikbaarheid van Voorne-Putten te verbeteren. Er lopen naast deze proef ook nog 2 andere proeven voor een betere bereikbaarheid: de brugopeningsvoorspeller voor automobilisten en de proef met een fietspont bij de Spijkenisserbrug.
Igor Bal, wethouder Verkeer en Vervoer gemeente Nissewaard: ‘De Spijkenisserbrug is één van de belangrijkste verbindingswegen van en naar Nissewaard. Een brug gaat regelmatig open en dicht. Hierbij vinden we het als gemeente erg belangrijk dat de bruggebruiker zo optimaal mogelijk geïnformeerd wordt over openingen en werkzaamheden aan de brug. Deze proeven brengen daar weer meer inzicht in. Hierbij is de mening van de gebruiker van belang. Hoe meer mensen de enquêtes invullen hoe beter zicht hierop wordt verkregen. We blijven werken aan een optimale communicatie naar onze burger.’
Het doel van de proef was om uit te zoeken of het mogelijk is om een specifieke doelgroep te bereiken en deze doelgroep gerichter te kunnen informeren over reisalternatieven en bruguitval. Tijdens 2 testweken zijn er dagelijks via Facebook, Instagram, Snapchat en YouTube berichten getoond die doorlinkten naar een website met informatie over onder andere de alternatieven. Het uitgangspunt was wel dat jongeren voor vertrek hun telefoon raadpleegden, en de berichten maakten geen geluid of gaven geen trillingen om afleiding tijdens het fietsen te voorkomen. Tijdens de stremming zijn in korte tijd 1.682 mensen bereikt. In beide testweken hebben de berichten ongeveer 40.000 mensen bereikt.
De conclusie van de proef is dat berichten via social media minder geschikt zijn om realtime tijdens plotselinge bruguitval te informeren. Het bericht staat dan relatief kort online en de ontvanger moet precies op dat moment actief zijn op social media om het bericht te zien. Hoe langer het bericht online staat, hoe groter de kans is dat het gezien wordt. De social mediaberichten zijn geschikt bij langdurigere inzet, bij bijvoorbeeld geplande wegwerkzaamheden in de toekomst.