Tag archieven: tarieven

Nieuw tolvignet: Belgie zet door met omstreden tol en laat Nederlanders in de kou staan

Compensatie voor belgen voedt discussie over discriminatie, de Minister noemt ontbreken van regeling voor grensbewoners teleurstellend.

Minister van Infrastructuur Vincent Karremans heeft zijn teleurstelling uitgesproken over het besluit van België om door te gaan met de invoering van een tolvignet. De VVD-bewindsman werd recent door zijn Vlaamse ambtsgenoot bijgepraat over de plannen, die inmiddels ter besluitvorming voorliggen in de Belgische ministerraad. Vooral het uitblijven van een tegemoetkoming voor Nederlandse grensgebruikers valt in Den Haag slecht.

Karremans liet weten dat hij nog heeft aangedrongen op een soepeler regeling voor Nederlanders die regelmatig de grens oversteken, bijvoorbeeld voor werk, familiebezoek of dagelijkse boodschappen. „Maar ik heb begrepen dat dat nu niet in het pakket zit, erg teleurstellend”, aldus de minister. Daarmee lijkt een belangrijk pijnpunt voor bewoners van de grensregio’s voorlopig niet opgelost.

tolvignet

De discussie over het Belgische tolvignet speelt al langer. Eerder sprak Karremans’ voorganger, BBB-minister Robert Tieman, zich al nadrukkelijk uit tegen de plannen. Ondanks die bezwaren lijkt Brussel nu toch door te pakken. Volgens berichten in diverse media moeten automobilisten vanaf 1 mei 2027 verplicht een digitaal vignet aanschaffen om gebruik te mogen maken van de Belgische wegen.

De tarieven voor dat vignet lopen uiteen en zijn afhankelijk van de uitstoot van het voertuig. Zo zou een jaarvignet voor elektrische auto’s rond de 90 euro kosten, terwijl voertuigen met een hogere CO2-uitstoot tot 125 euro per jaar kwijt zijn. Ook komen er kortlopende varianten beschikbaar, variërend van een dagpas tot een vignet van twee maanden. Voor een dag gebruik van de Belgische wegen wordt een bedrag tussen de 8,10 en 11,25 euro genoemd.

grensstreek

De plannen zorgen met name in de Nederlandse grensstreken voor onrust. In provincies als Zeeland, Noord-Brabant en Limburg steken dagelijks duizenden mensen de grens over voor werk of andere activiteiten. Voor hen betekent een verplicht jaarvignet een forse extra kostenpost. Ondernemers vrezen bovendien dat klanten uit Nederland zullen afhaken, wat economische gevolgen kan hebben voor grensgemeenten.

De Belgische krant De Tijd meldde dat de plannen zijn gebaseerd op een akkoord tussen de deelstaten Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Daarmee lijkt een doorbraak in het langdurige dossier nabij. Verwacht wordt dat er op korte termijn een definitief besluit valt.

Tegelijkertijd groeit de kritiek op de mogelijke ongelijkheid tussen Belgische en buitenlandse automobilisten. De Belgische overheden zouden namelijk werken aan een compensatieregeling voor eigen inwoners, bijvoorbeeld via een lagere wegenbelasting. „Dit betekent in de praktijk geen verhoging van de huidige tarieven voor de Vlaming”, stelde de Vlaamse minister van Financiën Ben Weyts in de krant.

Foto: © Pitane Blue – Kennedytunnel

Juist dat aspect roept vragen op in Nederland en daarbuiten. Wanneer Belgische automobilisten worden gecompenseerd en buitenlandse bestuurders niet, kan er sprake zijn van ongelijke behandeling. Europese regels schrijven voor dat discriminatie op basis van nationaliteit niet is toegestaan binnen de interne markt.

compensatie

De situatie doet denken aan een eerdere kwestie met Duitsland. In 2017 stapte toenmalig minister Cora van Nieuwenhuizen naar de Europese rechter om Duitse tolplannen aan te vechten. Duitsland wilde destijds een systeem invoeren waarbij buitenlandse automobilisten de volledige tol betaalden, terwijl eigen inwoners via belastingvoordelen werden gecompenseerd. Dat plan werd uiteindelijk door de rechter afgewezen.

Of het Belgische vignet eenzelfde juridisch traject tegemoet gaat, is nog onduidelijk. Voorlopig lijkt het erop dat Nederlandse automobilisten zich moeten voorbereiden op extra kosten wanneer zij vanaf 2027 de grens oversteken. De zorgen in Den Haag en de grensregio’s nemen ondertussen toe, terwijl de Belgische besluitvorming haar laatste fase ingaat.

Provincie verlaagt prijzen: zomer en winter goedkoper reizen na aanhoudende problemen

Reiziger in Utrecht krijgt geld terug na chaos in OV, provincie grijpt in met lagere tarieven en compensatie.

Reizigers in de provincie Utrecht krijgen de komende maanden een financiële tegemoetkoming vanwege de aanhoudende problemen in het bus- en tramvervoer. Het provinciebestuur grijpt in nadat de dienstverlening sinds de overname door vervoerders Transdev en Keolis eind vorig jaar structureel onder de maat blijft. Vertragingen, uitgevallen ritten en onduidelijkheid over dienstregelingen zorgen al geruime tijd voor frustratie onder reizigers.

Volgens de provincie voldoet het openbaar vervoer nog altijd niet aan de afgesproken normen. Daarom is besloten om de tarieven tijdelijk te verlagen, in een poging het vertrouwen van het publiek terug te winnen. Tussen oktober en december wordt een maximum ingesteld van 50 euro per maand voor bus- en tramgebruik. Daarmee wil de provincie de financiële pijn voor frequente reizigers verzachten.

dal-vrijabonnement

Ook het dal-vrijabonnement gaat tijdelijk in prijs omlaag. Reizigers betalen hiervoor in diezelfde periode geen 30 euro, maar 15 euro. Rond de kerstvakantie volgt een extra maatregel, waarbij het reizen nog voordeliger wordt gemaakt. In die periode hoeven reizigers alleen nog het instaptarief te betalen, wat neerkomt op een minimale bijdrage per rit.

De zomerperiode wordt eveneens aangepakt. Van 18 juli tot en met 30 augustus geldt een aangepast tarief, waarbij reizigers maximaal 5 euro per dag betalen voor bus- en tramvervoer in de regio. Normaal ligt dat bedrag op 10 euro per dag. Voor mensen met een jaarabonnement komt daar nog een extra compensatie bovenop: zij krijgen de mogelijkheid om een maand abonnementsgeld terug te vragen.

De provincie financiert deze maatregelen met geld dat eerder is geïnd via boetes voor de vervoerders. Transdev kreeg een boete opgelegd van 1,7 miljoen euro, terwijl Keolis een bedrag van 950.000 euro moest betalen. Deze sancties werden opgelegd vanwege het structureel niet halen van de afgesproken prestaties.

De problemen in Utrecht staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van een bredere trend in het regionale openbaar vervoer. In meerdere delen van het land kampen vervoerders met vergelijkbare uitdagingen. Personeelstekorten spelen daarbij een grote rol, net als een hoog ziekteverzuim onder medewerkers. Daarnaast zorgen de overgang naar nieuwe concessies en organisatorische veranderingen voor extra druk op de uitvoering van de dienstregelingen.

kern van het probleem

Voor reizigers blijft de kern van het probleem echter onverminderd bestaan. Betrouwbaarheid is essentieel voor dagelijks gebruik van het openbaar vervoer, en juist daar wringt het momenteel. Hoewel lagere tarieven een welkome verlichting bieden voor de portemonnee, nemen ze de onzekerheid over het daadwerkelijk kunnen reizen niet weg. Uitvallende bussen en trams blijven voor veel mensen een bron van ergernis en ongemak.

Met de aangekondigde maatregelen zet de provincie een eerste stap om het vertrouwen enigszins te herstellen. Of dat voldoende is om de reputatieschade te beperken en reizigers terug te winnen, zal de komende maanden moeten blijken. Duidelijk is wel dat structurele verbeteringen in de dienstverlening noodzakelijk blijven om het openbaar vervoer in Utrecht weer op het gewenste niveau te krijgen.

Nachtje hotel: toeristenbelasting rijst de pan uit en Amsterdam spant de kroon

Van een paar euro tot bijna twintig euro extra per nacht, grote verschillen tussen steden zorgen voor verrassend hoge rekening.

De toeristenbelasting in Nederland blijft stijgen en dat merkt de hotelgast direct in de portemonnee. Wie in 2026 een nachtje weg boekt, betaalt in veel steden niet alleen de kamerprijs, maar ook een extra heffing die in sommige gevallen flink kan oplopen. Vooral in de grote steden met een percentage van de kamerprijs tikt het bedrag snel aan, terwijl kleinere gemeenten vaak werken met een vast bedrag per persoon per nacht.

Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk hoe groot de verschillen zijn. Bij een gemiddelde hotelovernachting van 152,30 euro betaalt een toerist in Amsterdam maar liefst 19,04 euro extra. Daarmee is de hoofdstad veruit de duurste van het land. Utrecht volgt met 15,23 euro en Rotterdam komt uit op 9,90 euro. In steden waar een vast bedrag wordt gehanteerd, liggen de bedragen doorgaans lager. Den Haag en Haarlem rekenen 6,20 euro per persoon per nacht, terwijl Leeuwarden met 1,65 euro juist een van de goedkoopste gemeenten is.

toeristenbelasting van 12.50 %

De verschillen zijn grotendeels te verklaren door de manier waarop gemeenten de belasting berekenen. In het overgrote deel van Nederland gaat het om een vast bedrag per persoon per nacht. Maar een kleiner aantal steden kiest voor een percentage van de overnachtingsprijs. Juist dat systeem zorgt voor uitschieters, zeker wanneer hotelprijzen hoog liggen. 

De frustratie over de almaar stijgende toeristenbelasting klinkt steeds luider onder hotelgasten. Waar een stedentrip ooit draaide om een scherpe deal en een duidelijke prijs, worden reizigers nu steeds vaker geconfronteerd met extra kosten die de uiteindelijke rekening flink opstuwen. Een lezer deelt zijn ervaring na een verblijf in Amsterdam en legt daarmee de vinger op de zere plek.

“Ik boekte een kamer voor twee nachten in Amsterdam met een kamerprijs van 336,20 eur per nacht. Daar kwam nog eens 69.46 eur stadbelasting bovenop en dan had ik nog niet eens mijn auto geparkeerd wat nog eens 65,- eur extra was bij QPark Nieuwendijk ”, aldus een reactie van onze lezers.

In steden als Amsterdam loopt de toeristenbelasting snel op omdat deze wordt berekend als percentage van de overnachtingsprijs. Hoe hoger de kamerprijs per nacht, hoe hoger dus ook de belasting. Bij meerdere nachten stapelt dat effect zich direct op, waardoor de extra kosten in korte tijd kunnen oplopen tot tientallen euro’s.

Gemeenten verhogen de toeristenbelasting al jaren gestaag. De opbrengsten verdwijnen in de algemene middelen, waardoor steden vrij zijn in hoe ze het geld besteden. Voor populaire bestemmingen is het een aantrekkelijke manier om inkomsten te genereren, zeker nu het toerisme weer aantrekt.

Ook Utrecht heeft in 2026 een stap gezet door het percentage te verhogen van 8,5 naar 10 procent. Dat lijkt op papier een beperkte stijging, maar in de praktijk betekent het dat toeristen per nacht enkele euro’s extra kwijt zijn. Rotterdam houdt vast aan 6,5 procent, wat in vergelijking met de andere grote steden relatief gematigd is.

Voor reizigers betekent dit dat het steeds belangrijker wordt om goed naar de totale prijs te kijken. De kamerprijs per nacht is slechts een deel van het verhaal. Belastingen en bijkomende kosten bepalen uiteindelijk wat een verblijf echt kost.

Foto: © Pitane Blue – receptie

Wat begint als een aantrekkelijk aanbod per nacht, kan zo eindigen in een totaalbedrag dat flink hoger uitvalt. En precies dat zorgt voor groeiende irritatie onder hotelgasten die zich verrast voelen door de uiteindelijke rekening.

Landelijk gezien is de trend duidelijk stijgend. Het gewogen gemiddelde van de toeristenbelasting komt in 2026 uit op 4,54 euro per hotelovernachting. Dat is een stijging van 8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Opvallend is dat de mediaan veel lager ligt, namelijk 2,15 euro. Dat verschil laat zien dat een klein aantal grote en toeristische gemeenten het gemiddelde sterk omhoog trekt.

Niet alleen de grote steden zorgen voor stijgingen. Ook kleinere gemeenten verhogen hun tarieven soms fors. Zo wordt Pijnacker-Nootdorp genoemd als grootste stijger. Aalsmeer volgt met een stijging nadat de gemeente overstapte naar een percentage van de overnachtingsprijs.

vrijheid gemeente

Dat toeristenbelasting zo uiteenloopt, heeft ook te maken met de vrijheid die gemeenten hebben. De opbrengsten verdwijnen in de algemene middelen en zijn niet verplicht bestemd voor toerisme of voorzieningen voor bezoekers. Daardoor kan de heffing ook worden gebruikt om gaten in de begroting te dichten. Voor de reiziger betekent dit dat dezelfde hotelovernachting afhankelijk van de locatie tientallen euro’s duurder kan uitvallen.

Voor wie een stedentrip plant, loont het dus om verder te kijken dan alleen de kamerprijs. In steden met lage vaste tarieven blijft de extra heffing vaak beperkt tot enkele euro’s. Maar in populaire bestemmingen met procentuele tarieven kan de rekening flink oplopen, zeker bij duurdere hotels. Bij meerdere personen in één kamer wordt het verschil nog groter, omdat vaste bedragen per persoon worden berekend en dus snel verdubbelen.

De verwachting is dat de stijgende lijn voorlopig aanhoudt. Gemeenten blijven zoeken naar extra inkomsten en toeristenbelasting is daarvoor een relatief eenvoudige knop om aan te draaien. Voor reizigers betekent dit dat een nachtje weg in eigen land langzaam maar zeker duurder wordt, zonder dat de hotelprijs zelf per se stijgt.

Brancheorganisatie KNV waarschuwt: Fred Teeven roept kabinet op waakzaam te blijven

De sterk gestegen brandstofprijzen als gevolg van de oorlog in Iran zorgen voor grote onrust binnen de Nederlandse vervoerssector.

Brancheorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), die de belangen behartigt van zorgvervoerders, touringcarbedrijven en taxi-ondernemers, luidt de noodklok over de financiële druk die op bedrijven komt te liggen. Volgens de organisatie dreigen winstmarges van vervoerders steeds verder te krimpen, omdat veel bedrijven de hogere brandstofkosten niet of nauwelijks kunnen doorberekenen aan hun klanten.

eigen oplossingen

De zorgen werden vorige week al onder de aandacht gebracht van het kabinet. KNV heeft de stijgende brandstofprijzen en de mogelijke gevolgen voor de sector nadrukkelijk besproken met de overheid. Toch lijkt Den Haag voorlopig geen directe maatregelen te willen nemen. Premier Jetten liet eerder bij het televisieprogramma Nieuwsuur weten dat hij het op dit moment nog niet noodzakelijk vindt om in te grijpen. Daarmee blijft de sector voorlopig aangewezen op eigen oplossingen, terwijl de onzekerheid over de brandstofprijzen blijft voortduren.

Volgens KNV-voorzitter Fred Teeven is het belangrijk dat de overheid de ontwikkelingen nauwlettend blijft volgen. Hij benadrukt dat plotselinge prijsstijgingen grote gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse economie en voor bedrijven die dagelijks afhankelijk zijn van brandstof. Teeven waarschuwt dat vervoerders in de problemen kunnen komen wanneer de kosten te snel blijven stijgen. “Die kunnen grote gevolgen hebben voor de economische bedrijvigheid in Nederland. We willen voorkomen dat bedrijven die bijvoorbeeld kwetsbare mensen vervoeren straks niet meer kunnen rijden of zelfs omvallen door de sterk stijgende kosten.”

beperkte marges

Binnen de sector wordt vooral met spanning gekeken naar de situatie van touringcarbedrijven. Volgens KNV hebben juist deze ondernemingen de afgelopen periode hun zorgen duidelijk geuit bij de brancheorganisatie. Touringcarbedrijven zijn vaak afhankelijk van lange ritten en internationale reizen, waardoor brandstof een groot deel van hun kosten vormt. Wanneer de prijzen plotseling stijgen, kan dat direct een flinke hap nemen uit de toch al beperkte marges.

Een deel van de touringcarbedrijven werkt met contracten waarin is vastgelegd dat tarieven aangepast mogen worden wanneer brandstofprijzen sterk schommelen. In theorie zouden vervoerders daarmee de hogere kosten kunnen doorberekenen aan opdrachtgevers of klanten. In de praktijk gebeurt dat echter niet altijd. Volgens een woordvoerster van KNV kiezen sommige bedrijven er bewust voor om prijsverhogingen achterwege te laten. De angst om klanten te verliezen speelt daarbij een grote rol. Veel vervoerders opereren in een competitieve markt en vrezen dat opdrachtgevers bij een prijsverhoging eenvoudig kunnen overstappen naar een andere aanbieder.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

Naast de touringcarsector houdt KNV ook de ontwikkelingen in de taxibranche nauwlettend in de gaten. Tot nu toe heeft de organisatie nog geen concrete meldingen ontvangen van taxibedrijven die direct in financiële problemen zijn gekomen door de stijgende brandstofprijzen. Toch betekent dat volgens de brancheorganisatie niet dat er geen risico’s bestaan. De marges in de taxibranche zijn vaak klein en bedrijven hebben weinig financiële ruimte om onverwachte kostenstijgingen op te vangen.

winstmarges

KNV wijst erop dat juist taxi-ondernemers snel in de problemen kunnen komen wanneer brandstofprijzen sterk oplopen. “Vooral bij de taxibranche zijn de winstmarges erg klein en door zo’n scherpe stijging in brandstofprijzen kunnen zij al snel in de rode cijfers komen.” Volgens de brancheorganisatie kan een langdurige periode van hoge brandstofprijzen uiteindelijk gevolgen hebben voor de continuïteit van bedrijven, maar ook voor de bereikbaarheid van bepaalde vormen van vervoer.

Vooral het vervoer van kwetsbare groepen, zoals zorgvervoer voor ouderen en mensen met een beperking, baart de sector zorgen. Wanneer vervoerders door stijgende kosten gedwongen worden om routes te schrappen of zelfs hun activiteiten te beëindigen, kan dat directe gevolgen hebben voor mensen die afhankelijk zijn van deze diensten.

alertheid

KNV blijft daarom aandringen op alertheid bij de overheid. Hoewel het kabinet op dit moment geen directe maatregelen noodzakelijk acht, hoopt de brancheorganisatie dat Den Haag snel zal ingrijpen wanneer de situatie verder verslechtert. De komende periode zal duidelijk moeten worden of de brandstofprijzen stabiliseren of dat de druk op vervoerders verder toeneemt.

Milaan en Cortina overspoeld: winterspelen jagen huurauto’s en prijzen omhoog

Het vooruitzicht van de Olympische Winterspelen van 2026 in Noord-Italië zorgt nu al voor een ongekende drukte op de verhuurmarkt van auto’s.

Nederlandse reizigers weten de weg naar Milaan, Cortina d’Ampezzo en omliggende plaatsen massaal te vinden. Cijfers van autoverhuurspecialist Sunny Cars laten zien dat het aantal huurauto-boekingen in en rond deze steden tijdens de olympische periode met ruim 300 procent is gestegen ten opzichte van vorig jaar. De enorme toename in vraag gaat hand in hand met fors hogere prijzen, waardoor de Winterspelen niet alleen sportief maar ook financieel hun sporen nalaten.

Met name de luchthavens rond Milaan laten een explosieve groei zien. Milano Malpensa Airport springt eruit als absolute koploper. Het aantal Nederlandse huurauto-boekingen ligt daar maar liefst 420 procent hoger dan een jaar geleden. Ook Milano Linate Airport laat een indrukwekkende stijging zien, waar de vraag met 291 procent toenam. Bergamo Airport volgt op korte afstand met een groei van bijna 193 procent. Deze cijfers onderstrepen dat Milaan voor veel bezoekers het belangrijkste toegangspunt is tot de olympische regio en dat de mobiliteit ter plaatse een cruciale rol speelt.

stevige prijzen

Niet alleen het aantal reserveringen stijgt hard, ook de prijzen van huurauto’s zijn fors omhooggeschoten. Vooral in Bolzano is de impact groot. Daar zijn huurauto’s gemiddeld 200 procent duurder dan vorig jaar. Suzanne Al, Managing Director van Sunny Cars, licht deze stijging toe met concrete cijfers en zegt: “Vorig jaar betaalden autohuurders hier 323 euro voor een week in februari, dat zit dit jaar op 654 euro”. 

Ook rond Milaan moeten reizigers die tijdens de Olympische Winterspelen een auto willen huren dieper in de buidel tasten. Op Milano Malpensa Airport is de prijs per week gestegen van 156 euro naar 292 euro, wat neerkomt op een toename van 188 procent. Bergamo Airport volgt met een stijging van 174 procent, waarbij de prijs opliep van 127 euro naar 221 euro per week. Milano Linate Airport kent een meer gematigde maar nog steeds stevige stijging van 123 procent, waar de huurprijs steeg van 269 euro naar 330 euro per week.

Foto: © Pitane Blue
– Sunny Cars

Huurauto-boekingen in Milaan verdrievoudigd richting Olympische Winterspelen, maar gemiddelde huurautoprijzen bijna verdubbeld.

Ondanks deze forse prijsstijgingen hoeven lastminute reizigers zich nog niet direct zorgen te maken over de beschikbaarheid van huurauto’s. Volgens Sunny Cars is het aanbod voorlopig toereikend. Suzanne Al benadrukt dat de markt nog niet is drooggevallen en zegt: “Hoewel de vraag hoog is, zien we dat het aanbod nog steeds breed is”. Zij voegt daaraan toe: “Er zijn dan ook nog huurauto’s beschikbaar in meerdere categorieën rond de locaties van de Olympische Winterspelen”. Daarmee lijkt het erop dat flexibiliteit en tijdig vergelijken voor reizigers het verschil kunnen maken.

oplopende tarieven

De toenemende prijsdruk beperkt zich niet tot vervoer alleen. Ook de hotelmarkt in de regio voelt de invloed van de Olympische Winterspelen. Wie in de buurt van de wedstrijdlocaties wil overnachten, krijgt te maken met sterk oplopende tarieven. Onderzoek van de Italiaanse consumentenorganisatie Altroconsumo wijst uit dat een hotelovernachting in onder meer Cortina d’Ampezzo tijdens een olympisch weekend gemiddeld meer dan 260 procent duurder is dan tijdens een regulier weekend in dezelfde periode een jaar eerder. In sommige gevallen lopen de prijzen zelfs op tot ruim vier keer het normale niveau. Deze ontwikkelingen maken duidelijk dat de Winterspelen niet alleen sportliefhebbers trekken, maar ook een forse economische impact hebben op de hele regio.

Alles wijst erop dat de Olympische Winterspelen van 2026 nu al zorgen voor een ongekende dynamiek in Noord-Italië. De combinatie van een explosief stijgende vraag naar huurauto’s, bijna verdubbelde prijzen en sterk oplopende hotelkosten schetst een beeld van een regio die zich opmaakt voor een ongekende toestroom van bezoekers. Voor Nederlandse reizigers betekent dit dat vroeg plannen loont, maar ook dat zelfs op het laatste moment nog mogelijkheden bestaan om mobiel te blijven tijdens een van de grootste sportevenementen ter wereld.

Laadprijzen: onderzoek toont extreme prijsverschillen tussen laadpalen

Er zijn forse prijsverschillen ontstaan tussen openbare laadpalen voor elektrische auto’s, en wie slim wil laden doet er verstandig aan de tarieven nauwkeurig te vergelijken.

Uit een breed onderzoek van Independer, dat tussen 1 en 3 december 2025 de prijzen van ruim 53.000 laadpalen door heel Nederland analyseerde, komt een beeld naar voren van een markt waarin het verschil tussen goedkoop en duur soms tot extreme hoogten oploopt. Volgens deze analyse varieert de prijs per kWh binnen één gemeente van slechts enkele centen tot meer dan een euro, wat betekent dat een automobilist die op de verkeerde plek inplugt tientallen euro’s duurder uit kan zijn voor exact dezelfde hoeveelheid stroom.

verschillen

Het goedkoopste laadpunt van Nederland staat in het Limburgse Beringe, waar een automobilist slechts 18 cent per kWh betaalt. Aan de andere uiterste kant van het spectrum staat een paal op een parkeerplaats bij Duinrell, waar de prijs oploopt tot 1,41 euro per kWh. Een volle batterij van 75 kWh kan daardoor bij de goedkoopste locatie minder dan vijftien euro kosten, terwijl dezelfde laadbeurt bij Duinrell ruim honderd euro kan aantikken. Dat prijsverschil van meer dan negentig euro laat volgens Independer zien hoeveel winst consumenten kunnen behalen door simpelweg een andere paal te kiezen.

Gemiddeld kost een laadbeurt van 75 kWh in Nederland 35,35 euro. De provincie Zeeland blijkt het duurst voor elektrische rijders, gevolgd door Friesland, Flevoland en Utrecht. Toch moet dit beeld genuanceerd worden, omdat binnen elke provincie grote verschillen bestaan tussen individuele laadpunten. Limburg bewijst dat: hoewel zich daar de duurste paal van het land bevindt, telt de provincie ook de meeste goedkope laadpunten. Daardoor ligt de gemiddelde prijs voor een volledige laadbeurt in Limburg zo’n tien euro onder het landelijke gemiddelde, wat automobilisten in die provincie aanzienlijk in de portemonnee kan schelen.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

Volgens energie-expert Joris Kerkhof van Independer wordt een groot deel van de prijsverschillen verklaard door de dichtheid van laadpalen. Kerkhof zegt hierover: “De verschillen hebben te maken met de dichtheid van de laadpalen: in Amsterdam, waar meer palen zijn, is de prijs lager dan in een gemeente waar minder palen zijn.” Daarnaast speelt het beleid van gemeenten een doorslaggevende rol. Zij maken afspraken over zowel de locaties als de tarieven van laadpalen, waardoor de prijsniveaus per wijk, dorp of stad sterk van elkaar kunnen verschillen.

parkeergarages

Bezitters van een elektrische auto doen er daarbij goed aan ook de laadlocatie mee te wegen. Ondergrondse parkeergarages zijn doorgaans een stuk duurder, met tarieven die gemiddeld zeventien procent hoger liggen dan die van laadpalen langs de openbare weg. Zelfs een gewone bovengrondse parkeergarage rekent al snel zo’n achteneenhalf procent meer dan een straatlaadpunt. Wie op de kleintjes let, kan dus beter aan de stoep inpluggen dan in een garagebox.

Voor wie echt goedkoop wil laden, blijft thuisladen de meest voordelige optie. “Het allergoedkoopste is nog steeds een laadpaal aan huis”, benadrukt Kerkhof. “Zeker de combinatie van een elektrische auto en zonnepanelen is ideaal. Dan kun je op een zonnige dag praktisch vrijwel gratis de auto opladen, en dat is natuurlijk het allerbeste voor de portemonnee.” Independer benadrukt daarbij dat de geanalyseerde tarieven per dag, per dagdeel of zelfs per uur kunnen verschillen. Om uitschieters niet te zwaar te laten meetellen, is voor de vergelijking de doorsnee prijs gebruikt: het punt waarbij de helft van de laadpalen goedkoper is en de andere helft duurder. Abonnementskosten of extra kosten van laadpassen zijn buiten beschouwing gelaten.

OV-chipkaart ruzie escaleert: Rover en Translink naar rechter

Translink spreekt van duidelijk signaal aan hardnekkige exploitant.

Reizigersorganisaties Rover en vervoerbedrijf Translink zetten een harde juridische stap om een einde te maken aan een handvol websites die de OV-chipkaart tegen buitensporige tarieven aanbieden. De kwestie speelt al langere tijd, maar na eerdere successen in het overtuigen van diverse aanbieders om hun praktijken te staken, blijft één exploitant – het bedrijf Kings Online – volharden met twee omstreden websites. Op 6 januari 2026 volgt daarom een kort geding bij de Rechtbank Midden-Nederland in Lelystad.

Het probleem waar duizenden reizigers onbewust tegenaan lopen, begint zodra zij via een zoekmachine op zoek gaan naar een plek om een persoonlijke OV-chipkaart te bestellen. Bovenaan verschijnen dan opvallend vaak commerciële websites die de indruk wekken officiële verkoopkanalen te zijn. De vormgeving komt volgens gedupeerde reizigers akelig dicht in de buurt van de huisstijl van NS of Translink. Daardoor ontstaat gemakkelijk verwarring en wordt er zonder extra dienstverlening soms tientallen euro’s te veel betaald voor een kaart die bij Translink zelf simpelweg €7,50 kost.

hoge kosten

Rover geeft aan dat inmiddels meer dan zeshonderd reizigers melding hebben gedaan van te hoge kosten. Veel van hen zeggen pas na betaling ontdekt te hebben dat zij niet bij de officiële uitgever bestelden. De bedragen die gemoeid zijn met deze bestellingen lopen behoorlijk uiteen, maar de rode draad is dat consumenten zich misleid voelen en vinden dat de websites een oneerlijke vorm van handel voeren.

Rover en Translink geven aan dat zij eerder drie aanbieders, die met soortgelijke websites opereerden, succesvol hebben weten te overtuigen te stoppen na duidelijke sommaties. Beide organisaties wilden daarmee vooral een einde maken aan onnodige kosten voor reizigers, die vaak al weinig zicht hebben op de officiële procedures rondom hun OV-chipkaart. Voor de laatste twee websites, beide beheerd door Kings Online, bleek dat anders te liggen. De exploitant weigert de activiteiten zelf stil te leggen en blijft de kaarten aanbieden voor tarieven die volgens Rover en Translink in geen verhouding staan tot de geboden dienst.

Foto: © Pitane Blue – Translink

De inzet is voor Rover en Translink helder: een transparante markt waar reizigers op een betrouwbare manier en tegen een eerlijke prijs aan een OV-chipkaart kunnen komen zonder dat zij via slimme zoekresultaten of misleidende huisstijlen onnodig worden opgelicht

“Het is positief dat meerdere websites inmiddels zijn gestopt na onze eerdere acties,” verklaart Rover-directeur Freek Bos letterlijk. Hij benadrukt dat de organisaties pas tevreden zijn als alle misleidende praktijken van tafel zijn. “Maar zolang niet alle partijen bereid zijn hun oneerlijke handelspraktijken te beëindigen, blijven wij ons inzetten om reizigers te beschermen. Met de dagvaarding zetten we een noodzakelijke vervolgstap.”

Ook bij Translink is het geduld inmiddels op. Directeur Peter van Dijk laat weten dat de stap onvermijdelijk is geworden om duidelijkheid te creëren voor reizigers en misstanden tegen te gaan. Hij zegt: “Met deze stap geven we een duidelijk signaal: onnodig hoge kosten voor reizigers accepteren we niet. Iedereen moet eenvoudig en betrouwbaar een OV-chipkaart kunnen bestellen – via de website van OV-chipkaart of bij servicepunten van de vervoerders, gewoon voor de adviesprijs van €7,50.”

Bij de rechtbank in Lelystad zal op dinsdag 6 januari 2026 om 13.00 uur het kort geding dienen. De zitting is openbaar, wat betekent dat belangstellenden fysiek kunnen komen kijken hoe de zaak zich ontvouwt. Rover roept reizigers op om zich te blijven melden bij hun meldpunt wanneer zij geconfronteerd zijn met onredelijke kosten. De verklaringen kunnen volgens de organisatie van belang zijn in het verdere verloop van de zaak en vormen bovendien een belangrijk signaal richting bedrijven die volgens hen misbruik maken van de onwetendheid van consumenten.

Maximumtarieven taxi: KNV wil andere rekenmethode voor indexering

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een aanpassing van de maximumtarieven voor taxivervoer die per 1 januari 2026 in werking moet treden.

De jaarlijkse indexering, die wordt berekend via de Landelijke Tarievenindex (LTI), zorgt ervoor dat de tarieven aansluiten bij de actuele prijsontwikkeling binnen de sector. De LTI komt voor 2026 uit op 3,86 procent, wat betekent dat zowel de vaste bedragen als de kilometer- en minuutprijzen met dit percentage omhoog zullen gaan. Ook het tarief dat chauffeurs mogen rekenen voor de wachtperiode bij aanvang van een rit stijgt evenredig, mits dat vooraf met de consument is overeengekomen.

wettelijk proces

De aanpassing maakt deel uit van een wettelijk proces dat jaarlijks plaatsvindt op grond van artikel 106 van de Wet personenvervoer 2000. Het ministerie consulteert hierbij belanghebbenden, zoals vervoerders, reizigersorganisaties en belangenverenigingen, om hen te informeren en hun reacties op te halen. Tot 3 november 2025 konden betrokkenen reageren op de voorgenomen wijziging.

De Landelijke Tarievenindex is eerder opgesteld door DOVA, het samenwerkingsverband van veertien decentrale ov-autoriteiten. In aanvulling daarop heeft het ministerie een extra consultatie gehouden om te toetsen of de indexatie goed aansluit bij de realiteit in de markt. Volgens het ministerie zorgt de wijzigingsregeling niet alleen voor marktconforme tarieven, maar ook voor duidelijkheid richting chauffeurs, ondernemers, burgers en toezichthouders over de maximumprijzen die in 2026 mogen worden gehanteerd.

De verhoging geldt uitsluitend voor taxivervoer waarbij een tarief per kilometer of minuut wordt gehanteerd. Voor contractvervoer en voor ritten waarbij vooraf een vaste prijs met de klant is afgesproken, blijven de huidige afspraken ongewijzigd.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

Met de aanpassing van de tarieven wil het ministerie de balans behouden tussen kostendekkendheid voor ondernemers en betaalbaarheid voor reizigers. De definitieve regeling zal naar verwachting eind 2025 worden vastgesteld, zodat de nieuwe tarieven per 1 januari 2026 van kracht kunnen worden.

reacties uit de sector

De voorgenomen indexering heeft uiteenlopende reacties opgeroepen. Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi liet weten blij te zijn met de jaarlijkse aanpassing van de tarieven, maar pleit voor een andere rekenmethode. Volgens de branchevereniging zou de NEA-kostenontwikkelingsindex beter aansluiten bij de werkelijke kostenstructuur van de taxibranche. “De NEA-index is het meest toegesneden op onze sector,” aldus KNV in haar reactie. De organisatie benadrukt bovendien dat zij graag in gesprek wil blijven met het ministerie over toekomstige wijzigingen in de Regeling maximumtarieven. Hoewel de aanpassing van de taxameters door de leden van KNV extra administratieve lasten met zich meebrengt, beschouwt de vereniging dit als een aanvaardbare consequentie van het indexeringsproces.

waarborgen

Ook belangenorganisatie Ieder(in), de koepel voor mensen met een beperking en/of chronische ziekte, reageerde op de consultatie. De organisatie toont begrip voor het feit dat tarieven kostendekkend moeten blijven, maar benadrukt dat de overheid verplicht is om volgens het VN-Verdrag Handicap de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking te waarborgen. “Om mobiliteit betaalbaar en toegankelijk te houden, moet het openbaar vervoer volledig toegankelijk zijn. Zolang dit niet het geval is, zijn veel mensen met een beperking afhankelijk van doelgroepenvervoer,” stelt Ieder(in). De organisatie roept het ministerie daarom op om de financiering van dit vervoer persoonsvolgend te maken en de bestaande kilometerbudgetten af te schaffen. Volgens Ieder(in) zorgt een dergelijke aanpassing ervoor dat mensen daadwerkelijk de vervoersondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

positief

Reizigersvereniging Rover onderschrijft in haar reactie het gebruik van de LTI als juiste systematiek. De vereniging verwijst naar de invoering van deze index in 2017, na een evaluatie van de tariefstructuur in de taxisector waarover de Tweede Kamer destijds werd geïnformeerd. “De door het ministerie voorgestelde verhoging is gebaseerd op een eerder vastgestelde en gedragen systematiek. De uitkomsten hiervan betwisten wij niet,” aldus Rover. De reizigersvereniging adviseert daarom positief over de voorgenomen wijziging.

NMBS gooit tariefsysteem om: goedkoper reizen, maar niet iedereen wint erbij

Nieuw tariefsysteem belooft eenvoud maar zorgt voor verwarring bij senioren en gezinnen.

Vanaf vandaag hanteert de NMBS een volledig nieuw systeem voor haar ticketprijzen, en dat zorgt voor heel wat vragen bij reizigers. De Belgische spoorwegmaatschappij belooft eenvoudiger tarieven, goedkopere ritten voor de meeste reizigers en meer treinen in de toekomst. Toch blijkt niet iedereen even tevreden. Vooral senioren en grote gezinnen voelen zich benadeeld.

Woordvoerder Dimitri Temmerman verzekert in het consumentenprogramma WinWin dat de hervorming een noodzakelijke stap is richting “een moderner en eerlijker systeem”. Volgens hem moet het nieuwe prijsbeleid tegen 2032 leiden tot 30 procent meer treinreizigers. “Het wordt transparanter en logischer. We willen mensen overtuigen om vaker de trein te nemen, ook buiten de spitsuren,” zegt hij.

afstand

De belangrijkste wijziging is dat de ticketprijs voortaan wordt berekend op basis van de afstand die een reiziger aflegt. Daarbovenop komt een prijsverschil tussen spits- en daluren. De spits loopt van 6 tot 9 uur ’s ochtends en van 16 tot 18 uur ’s avonds. Reizen daarbuiten – dus voor 6 uur, tussen 9 en 16 uur en na 18 uur – wordt beschouwd als daluren.

Volgens Temmerman is de invoering van goedkopere tarieven tijdens daluren bedoeld om “mensen die in hun vrije tijd reizen, aan te moedigen vaker de trein te nemen.” Daarbij komt dat de NMBS vanaf december meer treinen zal inzetten, met extra late ritten naar Brussel en Antwerpen tijdens weekends en vrijdagavonden.

Wie pendelt naar het werk tijdens de spits, blijft dezelfde prijs betalen als vandaag. De abonnementen veranderen voorlopig niet, en ook komt er een vaste maximumprijs voor standaardtickets.

train+kaart

Een opvallende nieuwigheid is de Train+kaart, een voordeelkaart waarmee reizigers 40 procent extra korting krijgen tijdens daluren en in het weekend. Voor volwassenen kost die 6 euro per maand of 48 euro per jaar, terwijl jongeren, senioren en mensen met een verhoogde tegemoetkoming slechts 4 euro per maand of 32 euro per jaar betalen. Wie de kaart vóór 4 januari 2026 koopt, krijgt bovendien 50 procent korting.

Temmerman benadrukt dat de kaart vooral voordelig is voor wie regelmatig reist. “Je kan via onze online prijssimulator berekenen of de kaart voor jouw traject loont,” legt hij uit. De Train+kaart kan online, aan ticketautomaten of aan het loket gekocht worden, en wordt automatisch gekoppeld aan de MoBIB-kaart of een MyNMBS-profiel.

Met het nieuwe tariefsysteem hoopt de spoorwegmaatschappij niet alleen meer reizigers aan te trekken, maar ook het imago van de trein als duurzaam en flexibel vervoermiddel te versterken. Toch zal het nog even duren voor iedereen zijn plek vindt in dit vernieuwde systeem.

Toch zorgt het nieuwe systeem voor wrevel, vooral bij 65-plussers. Tot gisteren betaalden senioren een vast tarief van 8,50 euro voor een ticket, enkel geldig tijdens de daluren. Dat systeem verdwijnt. Senioren krijgen voortaan altijd 40 procent korting, ongeacht de afstand of het tijdstip van de rit. Maar wie slechts af en toe reist, bijvoorbeeld tijdens de spits, kan uiteindelijk meer betalen dan vroeger.

Temmerman begrijpt de ongerustheid maar nuanceert: “De vroegere vaste prijs was voordelig voor wie lange afstanden aflegde, maar minder interessant voor korte ritten. Nu krijgen senioren altijd korting, ook vóór 9 uur ’s ochtends. Met de Train+kaart komt daar nog eens extra korting bovenop.”

Om reizigers te helpen, heeft de NMBS een online prijssimulator gelanceerd die automatisch het goedkoopste tarief toont, mét of zonder Train+kaart. Daarnaast zijn er vandaag 250 extra NMBS-medewerkers in Belgische stations aanwezig om uitleg te geven. “Mensen zullen hun weg nog moeten vinden in het nieuwe systeem, maar ze hoeven zich geen zorgen te maken dat ze te veel betalen,” zegt Temmerman geruststellend.

NMBS: tot 64 procent korting mogelijk voor jongeren en senioren

Reizigers die de trein nemen buiten de piekuren of tijdens het weekend, zullen binnenkort flink wat minder betalen.

De NMBS voert op 15 oktober een volledig nieuw tarievenstelsel in dat volgens de spoorwegmaatschappij de grootste hervorming in decennia vormt. Met het nieuwe systeem wil de NMBS niet alleen het treinverkeer beter spreiden, maar ook meer mensen overtuigen om tijdens de rustiger momenten de trein te nemen.

De kern van de hervorming is de introductie van de voordeelkaart Train+, die recht geeft op een korting van 40 procent tijdens daluren en weekends. Wie deze kaart aankoopt, betaalt 6 euro per maand of 48 euro per jaar. Bovendien geldt er tot het einde van dit jaar een promotietarief van 50 procent op de prijs van Train+, wat betekent dat reizigers tijdelijk nog voordeliger kunnen reizen.

daluren

De NMBS benadrukt dat het gemiddelde tarief zal dalen. Vooral wie vaak reist tijdens daluren of in het weekend, zal dat volgens de maatschappij duidelijk merken in de portemonnee. “We willen meer mensen op de trein krijgen op momenten dat er nog voldoende capaciteit is,” klinkt het bij de spoorwegmaatschappij. “De meeste treinen zitten tijdens de spits goed vol, maar daarbuiten is er nog veel ruimte. Met Train+ willen we dat evenwicht verbeteren.”

Voor jongeren, senioren en reizigers met recht op een verhoogde tegemoetkoming verandert er nog meer ten goede. Zij behouden hun bestaande korting van 40 procent, maar kunnen die voortaan combineren met de Train+ korting, waardoor de totale besparing kan oplopen tot 64 procent op het standaardtarief. Voor deze groepen is ook de prijs van de voordeelkaart lager vastgesteld: 4 euro per maand of 32 euro per jaar.

trajecten

Een opvallende nieuwigheid in het systeem is dat de tarieven voortaan per kilometer worden berekend. Dat betekent dat reizigers nauwkeuriger betalen voor de afstand die ze effectief afleggen. Tegelijk verlaagt de NMBS de maximumafstand waarop de prijs berekend wordt: die daalt van 150 naar 120 kilometer. In de praktijk zullen dus vooral reizigers die langere trajecten afleggen, minder betalen dan vandaag.

Foto: © Pitane Blue – NMBS

Een extra stimulans is de prijsplafondregeling: wie met Train+ reist, betaalt als volwassene nooit meer dan 14 euro per rit, ook niet tijdens de spitsuren. Op die manier wil de NMBS transparantie en voorspelbaarheid bieden aan wie regelmatig de trein neemt.

losse tickets

Het nieuwe systeem geldt enkel voor losse tickets en niet voor abonnementen. Voor pendelaars die dagelijks dezelfde route nemen, blijft alles dus zoals het is. Toch verwacht de NMBS dat 70 tot 80 procent van de reizigers er financieel op vooruit zal gaan of minstens evenveel zal betalen als nu.

De Train+ kaart is vanaf 15 oktober te koop via alle gebruikelijke kanalen: online, aan de ticketautomaten en aan de loketten. Reizigers kunnen de kaart koppelen aan hun MoBIB-kaart, hun onlineprofiel op MyNMBS, of ze kunnen ervoor kiezen om een losse QR-code te gebruiken.

De NMBS ziet deze hervorming als een belangrijke stap in de modernisering van haar tariefstructuur. Door de prijzen te verlagen wanneer de treinen minder druk bezet zijn, hoopt de maatschappij de efficiëntie van haar netwerk te vergroten en tegelijk nieuwe reizigers aan te trekken.

Tijd voor prijsborden: bij tanken is de prijs heilig maar laden blijft vaag

Wie met een volle tank benzine of diesel op weg wil, weet precies waar hij aan toe is.

De prijs per liter staat groot aangegeven langs de snelweg, en automobilisten kijken daar steevast naar voordat ze hun auto volgooien. Het is een ritueel dat diepgeworteld zit in het rijgedrag van miljoenen Nederlanders. Toch lijken deze vanzelfsprekende verwachtingen volledig te verdwijnen zodra men overstapt op elektrisch rijden.

Langs de weg, bij tankstations, vormen transparantie en prijsbewustzijn de norm. Iedere automobilist vergelijkt, al is het maar onbewust, de prijs van een liter brandstof voordat hij beslist waar te stoppen. Zo’n heldere prijsaanduiding ontbreekt volledig bij het laden van een elektrische auto. Terwijl de kosten per kilowattuur net zo belangrijk zijn als de prijs per liter, blijft die informatie op veel laadlocaties een raadsel.

display

Veel laadpunten beschikken niet over een display waarop tarieven worden weergegeven. Vaak is er geen enkele informatie over de actuele prijs te vinden op de locatie zelf. Wat het nog complexer maakt, is dat de tarieven ook nog eens variëren per aanbieder, per tijdstip, per laadpas en zelfs per abonnementsvorm. Een automobilist die zijn elektrische voertuig oplaadt, heeft zelden een idee wat hem dat precies gaat kosten.

Toch laden duizenden Nederlanders dagelijks hun EV op zonder stil te staan bij de prijs die zij betalen. De vanzelfsprekendheid waarmee dit gebeurt, staat in schril contrast met het gedrag bij tankstations. De vraag dringt zich op waarom er bij elektrische mobiliteit zo laks wordt omgegaan met prijstransparantie, terwijl die bij fossiele brandstoffen een absolute norm is.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft al meerdere malen aangegeven dat er meer duidelijkheid moet komen over laadtarieven. In 2023 bracht de ACM naar buiten dat veel aanbieders van laadinfrastructuur tekortschieten in transparantie. “Consumenten moeten gemakkelijk kunnen achterhalen wat zij betalen voor het laden van hun elektrische auto. Dat is nu vaak niet het geval,” stelde een woordvoerder van de toezichthouder.

Brancheorganisaties erkennen het probleem, maar wijzen ook op de complexiteit van het huidige systeem. Zo stelt ElaadNL, het kennis- en innovatiecentrum voor smart charging, dat de wildgroei aan laadpassen en variabele tarieven deels te wijten is aan de snelle groei van de markt. “We zitten in een transitiefase,” aldus directeur Onoph Caron. “Maar uiteindelijk moet het systeem overzichtelijker worden voor de gebruiker.”

Ondertussen groeit de onvrede onder gebruikers. Op fora en sociale media klagen EV-rijders regelmatig over onduidelijke facturen, onverwacht hoge kosten en het gebrek aan duidelijke informatie op locatie. Een veelgehoorde klacht is dat er pas na afloop duidelijk wordt hoeveel er precies betaald is voor een laadsessie. “Je staat daar maar, je plugt in en je hoopt dat het een beetje meevalt,” schreef een gebruiker op het forum.

transparantie

De roep om transparantie wordt dan ook luider. Experts en belangenorganisaties pleiten voor verplichte prijsaanduiding bij laadpunten, vergelijkbaar met tankstations. Het zou de consument meer grip geven op zijn uitgaven en de markt eerlijker maken. De vraag is: waarom bestaat deze verplichting nog niet?

Zolang duidelijkheid ontbreekt, blijft elektrisch laden voor veel mensen een ondoorgrondelijke bezigheid. In een tijd waarin duurzaamheid en betaalbaarheid steeds belangrijker worden, lijkt het moment aangebroken om ook in deze sector transparantie de standaard te maken.

Stadsbestuur grijpt in: woekerritten in Oostende kost reizigers geld

In Oostende stapelen de klachten zich op over taxichauffeurs die hogere tarieven aanrekenen dan wettelijk is toegestaan.

Volgens de geldende afspraken met de stad mag een rit binnen het stadsgebied maximaal 15 euro kosten, ook tijdens nachtelijke uren. Toch lijken sommige chauffeurs zich weinig aan te trekken van deze regels, tot frustratie van klanten én stadsbestuur.

Het reglement is nochtans duidelijk. Sinds de invoering in 2022 gelden er vaste tarieven voor ritten binnen de grenzen van Oostende. Overdag wordt per kilometer 2,60 euro aangerekend, met een limiet van 15 euro. Tussen middernacht en 6 uur ’s ochtends geldt een startbedrag van 10 euro, waarna hetzelfde kilometertarief wordt toegepast tot het maximum bereikt is.

Toch circuleren er steeds meer meldingen van klanten die tot 20 of zelfs 25 euro moesten betalen voor korte ritten. Een vrouw getuigde over een incident: “De chauffeur vroeg 20 euro voor een rit die normaal 15 euro zou moeten kosten. Toen ik dreigde met de politie, ging hij akkoord met het juiste bedrag.” Haar ervaring is geen alleenstaand geval.

standplaats

Taxi’s die geen vaste standplaats hebben blijken moeilijker te controleren. Zij zouden vaker geneigd zijn om hogere prijzen te vragen, zonder de verplichte tarieven zichtbaar te afficheren. De nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met Chauffeur (GTL) wijst erop dat het Oostendse taxibeleid in een complexe wettelijke context opereert. Volgens GTL mogen steden sinds de Vlaamse taxihervorming van 2020 enkel tarieven opleggen aan ritten die worden aangeboden vanop officiële taxistandplaatsen, zoals aan het station of op pleinen en markten. 

De stad Oostende beschikt volgens de sectororganisatie GTL over een belangrijk controlemiddel om grip te houden op de werking van taxi’s binnen haar grondgebied. Via de Chiron-databank, het centrale Vlaamse registratiesysteem voor taxi’s, kunnen lokale besturen nagaan of een chauffeur al dan niet een vooraf gereserveerde rit uitvoert. Op die manier kunnen politiediensten en controleurs handhaven tegen chauffeurs van buiten Oostende die zich ophouden in de buurt van taxistandplaatsen, zonder een vooraf bevestigde rit.

Voor ritten die via apps, telefonisch of op straat worden geregeld geldt dat lokale overheden geen maximumtarieven meer mogen vastleggen. Daardoor ontstaat een grijze zone waarin bepaalde chauffeurs, ondanks de verordening van de stad Oostende, hogere bedragen kunnen vragen zonder formeel de regels te overtreden. Deze hervorming ondermijnt volgens GTL de controleerbaarheid van het systeem en leidt tot verwarring bij klanten die denken beschermd te zijn door uniforme tarieven, terwijl dat wettelijk slechts deels het geval is.

Foto: © Pitane Blue – Marie-Joséplein Oostende

Bij vooraf bestelde taxiritten via een app of taxicentrale geldt een vrij tariefregime, wat betekent dat de prijs niet wordt beperkt door het stedelijke taxireglement. Dit systeem, ingevoerd sinds de Vlaamse taxihervorming van 2020, laat toe dat tarieven fluctueren afhankelijk van de vraag. Wanneer er meer vraag is naar taxi’s, zoals tijdens grote evenementen of op drukke uitgaansavonden, kunnen de prijzen voor app-ritten gevoelig stijgen. Hierdoor ontstaan situaties waarin klanten voor eenzelfde traject tot dubbel zoveel betalen als bij een standplaatstaxi.

Het merendeel van de vergunde chauffeurs houden zich wél aan de afspraken. Maar bij de straattaxi’s loopt het soms fout. Die zijn moeilijker te controleren en veroorzaken nu deze negatieve beeldvorming. Het stadsbestuur is op de hoogte van de situatie en onderneemt actie. Volgens schepen Maxim Donck wordt er gewerkt aan een nieuw reglement voor taxivergunningen.

Ook burgemeester John Crombez bevestigt in de media dat er aan een nieuw kader wordt gewerkt. Naast strengere eisen voor licentiehouders, wil de stad ook het toezicht op straat opvoeren. Politie en stadsdiensten voeren al steekproefsgewijs controles uit en chauffeurs die betrapt worden op overtredingen riskeren boetes of sancties.

vraag en aanbod

Tijdens het zomerseizoen en bij drukke evenementen nemen de meldingen toe, blijkt uit cijfers van het stadsbestuur. Vooral ’s nachts, wanneer het openbaar vervoer stilligt, grijpen klanten naar de taxi en worden ze soms geconfronteerd met prijzen die niet in verhouding staan tot het traject. 

Deze vrije tariefzetting voor straattaxi trekt ook chauffeurs van buiten Oostende aan, die via platformen als Bolt of Uber naar de kuststad komen om tijdens piekmomenten extra inkomsten te genereren. Hoewel zij wettelijk gezien niet gebonden zijn aan de Oostendse maximumtarieven, zorgt hun aanwezigheid wel voor toenemende concurrentie voor lokale taxibedrijven. Bovendien hangen zij vaak in de buurt van taxistandplaatsen rond, in afwachting van een digitale ritboeking, wat de indruk wekt van illegaal klanten ronselen.

Volgens de verordening zijn alle taxi’s verplicht hun tarieven zichtbaar in de wagen aan te brengen. In realiteit blijkt dat niet elke chauffeur zich aan die regel houdt. Klanten worden daarom aangespoord om altijd vooraf naar de prijs te vragen en verdachte praktijken te melden bij de stad of de politie.

Hervorming Vlaamse autokeuring: ook garages mogen straks auto controleren

Wachten in lange rijen voor een jaarlijks bezoek aan het keuringsstation lijkt binnenkort verleden tijd.

De Vlaamse regering heeft een ingrijpende hervorming van de autokeuring goedgekeurd. Binnenkort zal het mogelijk zijn om ook bij erkende garages een officieel keuringsbewijs te krijgen. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) bevestigt dat garages met de juiste uitrusting en erkenning dezelfde keuringen mogen uitvoeren als de klassieke keuringsstations.

“Door ook garages de kans te geven auto’s te keuren, willen we de keuring toegankelijker en klantgerichter maken,” verklaart De Ridder. “Het bestaande model bleef met lange wachttijden kampen en bood ook weinig ruimte voor verbetering.”

kritiek

De hervorming komt er nadat al jarenlang kritiek klinkt op de beperkte klantvriendelijkheid en de rigide structuur van de huidige keuringscentra. De plannen van De Ridder zijn een voortzetting van eerdere voorstellen onder voormalig minister Lydia Peeters (Open VLD), maar zijn nu concreet uitgewerkt en goedgekeurd.

Naast het openstellen van de keuring voor garages verandert er nog meer. De huidige 70 verschillende vaste tarieven worden afgeschaft. In de plaats komt een prijsvork, waarbij garages een tarief mogen bepalen binnen vooraf vastgelegde grenzen. “In plaats van vaste tarieven komt er een prijsvork. Maar de burger blijft beschermd via maximumtarieven”, aldus De Ridder. Volgens haar moet dit het systeem transparanter en eenvoudiger maken voor de consument.

Opvallend is dat ook de keuringsfrequentie wordt versoepeld. Voertuigen met meer dan 160.000 kilometer op de teller hoeven niet langer elk jaar naar de keuring, maar voortaan slechts om de twee jaar. De verplichte identificatiekeuring bij inschrijving van een wagen wordt afgeschaft, en ook voor het monteren van een trekhaak hoeft de auto niet langer gekeurd te worden.

verzekering

Een andere belangrijke verandering betreft de hersteltijd na een negatieve beoordeling. Waar die vandaag nog beperkt is tot vijftien dagen, krijgen automobilisten in de toekomst twee maanden de tijd om hun wagen in orde te brengen. Ook wordt de controle op de verzekering geschrapt, die vandaag nog deel uitmaakt van de keuring.

“Er bestonden in Vlaanderen heel wat regels die strenger waren dan wat Europa voorschrijft,” zegt De Ridder. “Tenzij er een significante meerwaarde is voor de veiligheid of de luchtkwaliteit, maken we daar nu komaf mee. Waarom strenger zijn, wanneer die regels nergens toe leiden, behalve tot frustratie?”

Een maatregel die zeker opvalt is de afschaffing van de tweedehandskeuring. Bij verkoop van een wagen volstaat voortaan een geldig keuringsbewijs. Volgens De Ridder is dat “zoals ook in veel andere Europese landen” de gangbare praktijk.

minder streng

Niet enkel personenwagens profiteren van de versoepelingen. Ook voor bestelwagens, taxi’s, ambulances, landbouwvoertuigen, bussen en kermiswagens worden de regels minder streng.

De hervorming wordt gefaseerd ingevoerd. Sommige maatregelen gaan al komende zomer van start. De volledige hervorming moet in 2028 volledig operationeel zijn. In juli 2024 startte al de eerste fase, waarbij jonge voertuigen onder bepaalde voorwaarden maar om de twee jaar gekeurd moeten worden.

monopolie

Hoe de bestaande keuringsstations zullen reageren op de hervorming, is voorlopig onduidelijk. In het verleden uitte sectorfederatie GOCA zich bijzonder kritisch over soortgelijke plannen. De hervorming zou hun jarenlang monopolie op de technische keuring deels doorbreken.

Volgens de Vlaamse regering is de hervorming broodnodig. “De klant staat centraal,” klinkt het. En wie binnenkort nog uren moet aanschuiven, zal daar vooral zelf voor kiezen.

Waddeneilanden: rederijen verdedigen prijsstijging, reiziger draait op voor kosten

Een overtocht naar de Waddeneilanden is dit seizoen een stuk prijziger geworden.

Zowel Texel, Terschelling, Vlieland, Ameland als Schiermonnikoog zagen hun veerdiensten de tarieven verhogen, al verschillen de prijsverhogingen per eiland flink. Opvallend is vooral hoe sterk de tarieven uiteenlopen. Voor een retourtje Texel betaal je als voetganger amper drie euro, terwijl je voor dezelfde reis naar Terschelling al snel het tienvoudige neertelt. Vakantiegangers trekken dan ook massaal aan de bel, want het verschil is volgens velen niet meer uit te leggen.

Rederij Teso, die de veerboot naar Texel exploiteert, verhoogde per 1 april al haar tarieven met tien procent. De prijsverhoging is volgens Teso nodig door ‘de afvlakking van de stijging van de vervoerscijfers’ en de aanhoudend hoge inflatie. De onderneming, opgericht door de bewoners van Texel, benadrukt dat zij geen winstoogmerk heeft en winst investeert in veiligheid, kwaliteit en continuïteit. Ook wil Teso de overtocht naar Texel betaalbaar houden, vooral voor eilandbewoners en regelmatige gebruikers. Reizigers kunnen bovendien profiteren van 30 procent korting op de autovervoerprijzen wanneer zij op dinsdag, woensdag of donderdag reizen. Voor voetgangers en fietsers blijft het lage tarief altijd gelden.

Bij de commerciële veerdiensten naar de andere eilanden ligt dat anders. Rederij Doeksen, verantwoordelijk voor de overtochten naar Terschelling en Vlieland, verhoogde haar prijzen met vier procent. De stijgende brandstof- en personeelskosten zijn volgens Doeksen de aanleiding. De overtocht naar Terschelling kost nu 36,76 euro per persoon. Voor een gezin van vier personen met auto komt een retourtje uit op liefst 350,40 euro. Datzelfde gezin betaalt voor Texel slechts 46,75 euro.

opmerkelijk

Rederij Wagenborg, actief op de trajecten naar Ameland en Schiermonnikoog, voerde eveneens een prijsverhoging van vier procent door. Een retour voor een gezin met auto naar Ameland kost inmiddels 209,36 euro, terwijl hetzelfde gezin zonder auto 80,16 euro betaalt. Korting op de overtochten is hier nauwelijks te vinden. Wel kunnen veelreizigers een tienrittenkaart kopen voor 182,75 euro, maar het voordeel komt pas na meerdere overtochten tot zijn recht.

Jan Willem van Tilburg van Ferrygogo, een online veerbotengids, noemt de in een reactie bij Tubantia verschillen tussen de eilanden opmerkelijk. „Wat mij ieder jaar weer opvalt, is hoe groot de verschillen zijn tussen Texel en de andere eilanden. Voor de boot naar Texel betaal je als voetganger drie euro. Voor Terschelling is dat 36,76 euro. Natuurlijk is de afstand naar Terschelling groter, maar korte overtochten zijn altijd inefficiënter voor een veerdienst.”

Doeksen biedt reizigers wel een alternatief via het zomerdaltarief. Wie tussen 1 april en 30 september de laatste boot van 19.55 uur vanuit Harlingen neemt, betaalt 29,96 euro voor een retour, bijna acht euro goedkoper. Daartegenover staat wel een late aankomsttijd op Terschelling van rond 21.30 uur, en een extreem vroege terugreis: de boot vertrekt al om 07.20 uur. Voor wie flexibel is, kan het wel degelijk lonen.

Foto: © Pitane Blue -Wagenborg Passagiersdiensten

Wie de wekker vroeg zet of zijn trip slim plant, kan nog altijd profiteren van voordelige tarieven naar de Waddeneilanden. De eerste of laatste veerboot van de dag blijkt in veel gevallen goedkoper. Voor wie gebruikmaakt van het daltarief betekent dit wel dat je soms al om 07.00 uur op de veerboot moet zitten, of pas laat in de avond aankomt op het eiland. Het is een keuze die steeds meer reizigers bewust maken, zeker nu de standaardtarieven fors zijn gestegen.

Naast de veerdiensten verschillen ook de parkeertarieven bij de vertrekpunten flink. Bij Holwerd, waar de boten naar Ameland vertrekken, betaal je slechts 3 euro per dag op het terrein van Holwerd Ameland Carpark, inclusief shuttleservice naar de boot. Bij Lauwersoog, vertrekpunt voor Schiermonnikoog, variëren de kosten tussen 6 en 8 euro per dag, afhankelijk van overdekte of buitenstalling. Harlingen, vertrekpunt voor Terschelling en Vlieland, biedt geen dergelijke lage tarieven.

Het prijsverschil tussen de Waddeneilanden blijft voor veel reizigers een doorn in het oog. De unieke structuur van Teso, zonder winstoogmerk, staat haaks op de commerciële aanpak van Doeksen en Wagenborg. Wie goed plant, kan nog wel besparen, maar voor wie met het hele gezin naar een verder gelegen eiland wil, blijft het een prijzige onderneming.

Beurzen kelderen: VS zet mes in wereldhandel met nieuwe tarieven

De Verenigde Staten hebben vanochtend een universeel invoertarief van tien procent ingevoerd op goederen die het land binnenkomen vanuit het buitenland.

Het nieuwe tarief geldt bovenop de bestaande douanerechten en zorgt voor wereldwijde beroering, met zware verliezen op de aandelenmarkten als direct gevolg. Enkel een select aantal producten blijft voorlopig vrijgesteld, terwijl de verhoogde tarieven voor specifieke handelspartners zoals de Europese Unie en China pas op 9 april in werking treden.

De maatregel trad in werking om zes uur en één minuut Nederlandse tijd en geldt voor een breed scala aan importproducten. Vrijgesteld zijn onder andere olie, gas, koper, goud, zilver, platina, palladium, hout, halfgeleiders, farmaceutische producten en bepaalde zeldzame mineralen die niet op Amerikaanse bodem worden gewonnen. Daarnaast blijven producten zoals staal, aluminium en auto’s onderworpen aan een eerder vastgesteld invoertarief van 25 procent.

beurzen

Op de beurzen was de schok direct voelbaar. De S&P 500, de breed samengestelde graadmeter van de Amerikaanse beurs, verloor bijna zes procent en noteerde daarmee het grootste verlies over twee dagen sinds maart 2020, toen de coronacrisis wereldwijd voor paniek zorgde. De Dow-Jonesindex kelderde met 5,5 procent naar een niveau dat sinds het midden van vorig jaar niet meer werd bereikt. Op weekbasis leverde de Dow zelfs acht procent in, wat het slechtste resultaat in jaren betekent. Ook de technologiebeurs Nasdaq moest stevig inleveren en sloot 5,8 procent lager.

De nervositeit op de markten wordt gevoed door toenemende zorgen over een mogelijke wereldwijde recessie. De nieuwe tarieven worden gezien als een signaal dat de Amerikaanse regering onder leiding van Donald Trump vastberaden is om zijn handelsbeleid te verharden. Volgens de president zijn de invoerrechten onderdeel van een ‘wederkerig handelsbeleid’, waarmee hij naar eigen zeggen de binnenlandse economie wil beschermen tegen wat hij noemt oneerlijke concurrentie uit het buitenland.

Foto: © Pitane Blue – transport USA – Miami

Hoewel bepaalde producten tijdelijk worden gespaard, is het voor veel internationale handelspartners duidelijk dat het niet bij deze eerste stap zal blijven. Voor onder meer China en de Europese Unie zijn er vanaf 9 april al hogere tarieven aangekondigd: respectievelijk 34 procent voor Chinese producten en 24 procent voor Europese goederen. China heeft inmiddels gereageerd door aan te kondigen dat het vanaf 10 april op zijn beurt een invoertarief van 34 procent zal heffen op Amerikaanse producten.

tegenmaatregelen

De Europese Unie werkt eveneens aan tegenmaatregelen, en binnen de diplomatieke kringen groeit de vrees voor een kettingreactie van protectionistische maatregelen wereldwijd. Ondertussen verliezen beleggers het vertrouwen en zoeken zij massaal hun toevlucht tot veiliger investeringen, wat de volatiliteit op de markten verder aanjaagt.

De aankondiging van de invoertarieven en de reactie daarop markeren een nieuwe fase in het internationale handelsklimaat. Economische grootmachten lijken zich op te maken voor een langdurige confrontatie, waarbij wederzijdse heffingen het handelsverkeer ernstig kunnen verstoren. Wat begon als een strategisch politiek signaal dreigt nu uit te monden in een wereldwijde economische clash, met gevolgen die ver buiten de grenzen van de Verenigde Staten voelbaar zijn.

Easypark rekent 15 procent per parkeeractie: parkeren duurder voor langparkeerders

Gebruikers van de populaire parkeerapp EasyPark in Nederland krijgen vanaf 1 mei 2025 te maken met een gewijzigde tariefstructuur.

De aanbieder van digitale parkeeroplossingen stapt af van een vast bedrag per parkeeractie en introduceert een variabel model op basis van 15 procent van de parkeerkosten per transactie. Daarmee wil het bedrijf inspelen op het verschil in parkeerduur van gebruikers en een eerlijkere verdeling van de servicekosten realiseren.

Momenteel betalen klanten die gebruikmaken van het EasyPark Small-model standaard €0,39 aan servicekosten per parkeeractie, ongeacht de lengte van het parkeren. Vanaf 1 mei verandert dat. Dan wordt per parkeeractie 15 procent van het parkeertarief in rekening gebracht, met een minimum van €0,19 en een maximum van €0,70 per uur. De maximale servicekosten per parkeeractie blijven beperkt tot €7, ongeacht hoe lang een auto geparkeerd staat. Deze wijziging heeft gevolgen voor gebruikers die kort of juist langdurig parkeren. Bij korte parkeeracties dalen de kosten mogelijk naar €0,19, terwijl bij langere sessies de kosten juist kunnen oplopen tot het maximum.

prijsmodellen

Volgens EasyPark zijn de aanpassingen onderdeel van een bredere harmonisatie van hun prijsmodellen in Europa. “De nieuwe prijsstructuur van EasyPark Small is in lijn met ons model in andere landen waar we actief zijn,” aldus het bedrijf. Het Noorse technologiebedrijf, dat in Nederland en in de meeste Europese landen actief is, stelt dat de servicekosten noodzakelijk zijn voor het aanbieden van hun diensten. Die diensten bestaan onder meer uit het starten, stoppen en verlengen van parkeeracties via de app, toegang tot klantenservice en de continue ontwikkeling van de technologie.

Foto: © Pitane Blue – parkeren

Als je 12 uur parkeert in een garage met een parkeertarief van €10 per uur, zou 15% neerkomen op €1,50 per uur aan servicekosten. Omdat dit boven het maximum van €0,70 per uur ligt, wordt dat tarief toegepast. Normaal zou dit resulteren in €8,40 aan servicekosten (12 × €0,70), maar door het vastgestelde maximum van €7,00 betaal je uiteindelijk nooit meer dan dat.

De servicekosten komen bovenop de reguliere parkeerkosten die door de exploitant van de parkeerplek worden geïnd. Dat betekent dat gebruikers te maken krijgen met een dubbele kostenstructuur: de reguliere parkeerprijs en de EasyPark-vergoeding. Voor gebruikers die vaker parkeren biedt EasyPark echter een alternatief: het zogeheten EasyPark Go-abonnement. Voor een bedrag van €4,99 per maand kunnen gebruikers onbeperkt parkeren zonder bijkomende servicekosten per parkeeractie. Hierbij kunnen tot vier kentekens onder één abonnement worden geregistreerd. De geboden service blijft verder identiek aan het Small-model.

De nieuwe opzet biedt volgens EasyPark voordelen voor mensen die slechts kort parkeren, omdat zij mogelijk minder betalen dan bij het huidige vaste tarief. Tegelijkertijd blijft de maximale financiële last voor lange parkeersessies begrensd. Het variabele model is ontworpen om gebruikers meer flexibiliteit en transparantie te bieden. Daarbij benadrukt EasyPark dat het gemak van parkeren in verschillende steden, zowel op straat als in parkeergarages, centraal blijft staan. “Of je nu op straat of in een garage parkeert, in een andere stad bent of op vakantie gaat, onze app kan in heel veel plaatsen worden gebruikt,” stelt de aanbieder.

Het bedrijf blijft voorlopig vasthouden aan het onderscheid tussen de Small- en Go-varianten, waarbij gebruikers zelf kunnen kiezen welk model het beste past bij hun parkeergedrag. Voor veel gebruikers zal de keuze tussen een maandelijks vast bedrag of een variabele toeslag per parkeeractie afhangen van hoe frequent zij de dienst gebruiken.

De tariefwijziging is een volgende stap in het verder uitrollen van EasyParks Europese strategie. Het bedrijf blijft zoeken naar manieren om technologie en gebruikerservaring te combineren met een duurzame inkomstenstructuur.

Standaardticket De Lijn vanaf april drie euro: ook andere tarieven stijgen

De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn voert vanaf 1 april een aanzienlijke tariefverhoging door op al haar producten.

De prijsstijging is het gevolg van een beslissing van de Vlaamse regering, die twee weken geleden het tarievenkader vastlegde. De gemiddelde verhoging bedraagt 18,37 procent, wat volgens de regering nodig is om de inflatie van de afgelopen jaren te compenseren.

Een van de meest opvallende aanpassingen is de stijging van de prijs van een standaardticket, dat van 2,50 euro naar 3 euro gaat. Ook de prijs van een tienrittenkaart wordt duurder en stijgt van 17 naar 21 euro. Voor frequente reizigers wordt het eveneens een stuk prijziger: de vijftigrittenkaart wordt 90 euro in plaats van 75 euro. Wie af en toe een dagticket koopt, betaalt binnenkort 9 euro in plaats van 7,50 euro. Voor kinderen stijgt de prijs van een dagticket met 50 cent naar 4,50 euro.

Ondanks de algemene stijging blijven sommige tarieven grotendeels ongewijzigd. Op vraag van de Vlaamse regering wordt de prijs van het Buzzy Pazz-abonnement voor jongeren tussen 18 en 24 jaar niet verhoogd. Dit is bedoeld om mobiliteit voor jongeren betaalbaar te houden. Voor andere leeftijdsgroepen wordt de stijging beperkt gehouden. Abonnementen met een sociale correctie, zoals het Vervoersgarantie (VG)-abonnement en het Verhoogde Tegemoetkoming (VT)-abonnement, stijgen lichtjes naar respectievelijk 54 en 66 euro per jaar.

Foto: © De Lijn – Controleur en reiziger

Naast de prijsverhogingen voert De Lijn ook enkele praktische wijzigingen door. De extra kost voor een sms-ticket stijgt van 0,15 euro naar 0,25 euro. Bovendien wordt de geldigheidsduur van tickets en abonnementen op een elektronische kaart ingekort naar één jaar. Dit betekent dat reizigers hun aangekochte ritten binnen een jaar moeten opgebruiken, anders vervallen ze.

De Vlaamse regering wil De Lijn meer tariefautonomie geven, iets wat al langer werd beloofd. Vanaf 1 april legt de overheid enkel de richtlijnen vast, maar bepaalt De Lijn zelf hoe ze de prijsstijgingen invult. De overheid heeft wel vastgelegd dat de gemiddelde verhoging 18,37 procent moet bedragen, met enkele beperkingen. Zo mogen abonnementen voor jongeren (18-24) en ouderen (65+) niet meer dan 60 procent van een standaardtarief bedragen. Sociale tarieven blijven onder de bevoegdheid van de regering.

Ook in de toekomst zullen de tarieven van De Lijn blijven stijgen. De vervoersmaatschappij moet de ticketprijzen jaarlijks laten meegroeien met de gezondheidsindex. Dit betekent dat reizigers in de komende jaren rekening moeten houden met verdere prijsverhogingen.

Jerez en Valladolid: Spanje verliest reizigers door conflict met luchthavenexploitant

De Ierse luchtvaartmaatschappij Ryanair heeft aangekondigd dat er komende zomer fors minder vluchten naar Spanje worden uitgevoerd.

In totaal gaat het om een reductie van 800.000 stoelen op vluchten van en naar Spaanse bestemmingen. Volgens een persbericht van de prijsvechter, dat door persbureau Reuters werd gedeeld, ligt de oorzaak van deze beslissing in de volgens Ryanair “buitensporige taksen” die door de Spaanse luchthavenexploitant Aena worden opgelegd.

De beslissing treft zowel kleinere luchthavens als grotere regionale vliegvelden in Spanje. Ryanair zal volledig stoppen met vluchten naar Jerez de la Frontera en Valladolid. Daarnaast worden ook de frequenties verlaagd op routes naar Vigo, Santiago de Compostela, Zaragoza, Santander en de luchthaven van Asturias.

Ryanair voert al jaren een felle strijd tegen de tarieven die door Aena worden gehanteerd. De Spaanse luchthavenbeheerder stelt echter dat haar gemiddelde tarief slechts 10,35 euro per passagier bedraagt. Volgens Aena is dit een van de laagste luchthavenkosten in Europa. Ryanair blijft desondanks volhouden dat de tarieven te hoog zijn en ontmoedigend werken voor luchtvaartgroei.

In het persbericht stelt Ryanair dat andere landen juist het tegenovergestelde beleid voeren. Overheden in onder meer Italië, Zweden, Kroatië, Hongarije en Marokko zouden volgens de luchtvaartmaatschappij actief maatregelen nemen om de luchtvaart te stimuleren. Dit zou onder meer gebeuren door lagere tarieven en andere vormen van ondersteuning, zoals belastingkortingen en investeringen in infrastructuur. Ryanair geeft aan dat het daarom de capaciteit zal verplaatsen naar deze landen.

Foto: © Pitane Blue – Ryanair

Naast de tarieven heeft Ryanair de afgelopen tijd ook te maken gehad met andere uitdagingen in Spanje. Vorig jaar waren er verschillende stakingen van luchthavenpersoneel, waaronder bagageafhandelaars en verkeersleiders. Dit leidde tot vertragingen en annuleringen, wat mogelijk een rol speelt in Ryanairs beslissing om vluchten naar Spanje terug te schroeven.

De concurrentie op Spaanse luchthavens is daarnaast stevig. Andere low-cost maatschappijen zoals Vueling en EasyJet hebben een sterke positie op de binnenlandse en internationale routes van en naar Spanje. Dit kan eveneens een factor zijn geweest in de strategische heroverweging van Ryanair.

economische impact

De beslissing van Ryanair kan vooral voor de getroffen regio’s economische gevolgen hebben. Veel van de luchthavens die worden getroffen, zoals die in Jerez de la Frontera en Valladolid, zijn sterk afhankelijk van toeristische en zakelijke reizigers. Minder vluchten kunnen de lokale economie treffen, vooral in sectoren zoals horeca en toerisme. Lokale autoriteiten en ondernemers hebben zich nog niet publiekelijk uitgesproken over de gevolgen van het besluit, maar experts waarschuwen dat de capaciteitsreductie een significante impact kan hebben.

Ondertussen blijft Ryanair vasthouden aan haar strategie om groei te zoeken in landen waar de omstandigheden volgens de luchtvaartmaatschappij gunstiger zijn. Dit sluit aan bij eerdere stappen van Ryanair om zich aan te passen aan veranderende markt- en regelgevingseisen.

Parkeertarieven in garages: per minuut parkeren zorgt voor chaos volgens experts

Parkeren in een overdekte of ondergrondse garage wordt bijna altijd afgerekend per begonnen uur in plaats van per minuut.

Dit is een bewuste keuze, zo legt Peter Lamens, bestuurslid van de Belgische Parkeerfederatie, uit in de podcast Mens erger je niet van het consumentenprogramma WinWin op Radio 2. Hoewel minutenfacturatie eerlijker lijkt, blijkt het in de praktijk voor veel verwarring te zorgen bij parkeerders.

verwarrend

Sommige parkeergarages hebben in het verleden geëxperimenteerd met een systeem waarbij parkeerders per minuut betaalden. Dit leek een eerlijke oplossing, maar leidde juist tot meer klachten. Een opvallend voorbeeld hiervan is de grote parking onder het Ladeuzeplein in Leuven. Daar voerde de uitbater een per-minuuttarief in, wat resulteerde in onduidelijkheid bij klanten. Veel mensen snapten niet precies hoeveel ze uiteindelijk moesten betalen. Volgens Lamens leidde dit binnen enkele maanden tot de terugkeer van een vast uurtarief.

“Mensen willen duidelijkheid over wat ze kwijt zijn,” aldus Lamens. “Als ze bij het binnenrijden zien dat een uur bijvoorbeeld vier euro kost, weten ze wat ze kunnen verwachten. Bij tarieven per minuut moet je constant rekenen en dat zorgt voor frustraties.”

tarieven

Het prijskaartje van een parkeerplek wordt niet zomaar vastgesteld. Lamens legt uit dat er twee soorten parkeergarages zijn: particuliere ondernemingen en parkings die door een gemeente of stad worden beheerd.

Bij commerciële parkings, waarbij bedrijven zelf hebben geïnvesteerd in de bouw en het beheer, bepalen de uitbaters de tarieven. Dit gaat vaak om garages in drukbezochte centra of winkelstraten. Voor parkings die in handen zijn van gemeenten of steden, zoals die op een marktplein of aan de stadsrand, worden de prijzen in samenspraak met het lokale bestuur vastgesteld. Dit gebeurt meestal met als doel auto’s uit het straatbeeld te weren door ondergronds parkeren aantrekkelijker te maken.

Hoewel de prijzen transparant worden weergegeven bij de ingang van parkeergarages, blijft de perceptie van eerlijkheid een punt van discussie. Chaima Saysay, een van de presentatoren van Mens erger je niet, vindt het systeem niet altijd rechtvaardig. “Je betaalt voor een volledig uur, ook als je maar vijf minuten te laat bent. Waarom kan dit niet gewoon per minuut, zoals bij een parkeermeter op straat?” vraagt ze zich af.

Foto: Pitane Blue – parkeren op de Boulevard op Scheveningen

Xavier Taveirne en Chaima Saysay delen in de podcast ‘Mens erger je niet’ hun consumentenergernissen. Dat doen ze elke week samen met een bekende gast. Ze gaan op zoek naar verklaringen en oplossingen en da’s een ‘WinWin’. Zelf je ergernis delen? Mail naar winwin@radio2.be.

Volgens Lamens is het niet alleen een kwestie van duidelijkheid, maar ook van economische haalbaarheid. “Een parkeerbedrijf is een commerciële onderneming. Het moet winst maken, maar heeft ook veel kosten. Denk aan de bouw, onderhoud van slagbomen en liften, schoonmaak, elektriciteit en verzekeringen.” Deze kosten worden verrekend in de tarieven.

Een mogelijke oplossing voor meer transparantie zou een tariefsysteem per kwartier kunnen zijn, zoals in sommige landen wordt toegepast. Toch blijft per begonnen uur de standaard in België, omdat het eenvoudiger te communiceren is naar klanten. Zodra een automobilist de parking binnenrijdt, gaat hij impliciet akkoord met de gepubliceerde tarieven.

Lamens benadrukt dat het voor uitbaters belangrijk is om tarieven duidelijk te communiceren. “Daarom staan de prijzen altijd goed zichtbaar bij de ingang. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn voordat ze parkeren.”

toekomst

De vraag naar meer transparantie in parkeertarieven blijft een onderwerp van discussie, vooral in stedelijke gebieden waar de kosten vaak hoger liggen. Hoewel minutenparkeren op papier eerlijker lijkt, blijkt het in de praktijk nog niet gebruiksvriendelijk genoeg. Lamens sluit af met de constatering dat de balans tussen eenvoud en rechtvaardigheid moeilijk te vinden is, maar dat het uurtarief voorlopig de meest praktische optie blijft.

Onzekerheid voorbij: 13 miljoen reizigers kunnen opgelucht ademhalen

De Duitse CDU/CSU-fractie heeft een verrassende draai gemaakt in het debat rond de voortzetting van het populaire Deutschlandticket.

Hoewel de partij zich aanvankelijk tegen de financiering van het ticket verzette, heeft ze nu aangegeven in de week voor kerst haar steun te verlenen. Deze beslissing brengt opluchting voor miljoenen gebruikers en lijkt een oplossing te bieden voor de onzekerheden rond het goedkope openbaarvervoerabonnement.

De vicevoorzitter van de CDU/CSU-fractie, Ulrich Lange (CSU), maakte op donderdag duidelijk waarom de fractie haar standpunt heeft herzien. Hij benadrukte dat de resterende middelen van de federale overheid voor het openbaar vervoer uit 2023 al bij de deelstaten liggen. “Deze middelen moeten daar blijven en gebruikt worden. Daarmee is het Deutschlandticket voor 2025 veiliggesteld,” verklaarde hij. Zijn woorden markeren een duidelijke koerswijziging binnen de partij, die eerder tegen de plannen van de federale regering ageerde.

vertrouwensvraag cruciaal

Hoewel het akkoord over het Deutschlandticket een stap in de goede richting lijkt, zijn er nog obstakels te overwinnen. De noodzakelijke besluiten over de langere termijn worden pas na de vertrouwensstemming over bondskanselier Olaf Scholz (SPD) genomen. Deze stemming, gepland op 16 december, zal bepalen of de huidige regering in functie blijft of slechts nog een demissionaire rol vervult. Indien Scholz de vertrouwensstemming verliest, moet de regering in de resterende tijd nog zoveel mogelijk lopende wetgevingsprojecten afronden, waaronder de definitieve regeling van het Deutschlandticket.

De hoge populariteit van het ticket – met 13 miljoen abonnees – lijkt de CDU/CSU uiteindelijk te hebben overtuigd. De SPD, met bondskanselier Scholz en fractievoorzitter Rolf Mützenich, had eerder krachtig aangedrongen op steun voor het ticket. Zij wezen op de enorme maatschappelijke impact, vooral voor pendelaars in stedelijke gebieden.

Het Deutschlandticket werd in mei 2023 gelanceerd en maakte direct indruk door zijn eenvoud en betaalbaarheid. Met het abonnement, dat momenteel 49 euro per maand kost, kunnen reizigers onbeperkt gebruikmaken van het regionale openbaar vervoer in heel Duitsland. Grote beperkingen zijn er niet, behalve dat langeafstandstreinen zoals de ICE en IC uitgesloten zijn. Het ticket is maandelijk opzegbaar, wat het een flexibele keuze maakt voor pendelaars en incidentele reizigers.

Foto: © Pitane Blue – nieuw interieur trein in Duitsland

Vanaf januari 2025 stijgt de prijs naar 58 euro per maand, een beslissing die voortkomt uit de noodzaak om de stijgende kosten van het openbaar vervoer te dekken. Hoe lang deze nieuwe prijs houdbaar is, blijft een open vraag, aangezien de financiering gedeeld wordt door de federale overheid en de deelstaten. Vooral in Beieren is er kritiek op de huidige verdeelsleutel. Minister-president Markus Söder (CSU) uitte eerder zijn twijfels over de houdbaarheid van het ticket als de federale overheid niet bereid is de volledige kosten op zich te nemen.

toekomstperspectief

De goedkeuring van het Deutschlandticket door de Union betekent niet dat de politieke spanningen rond het project zijn verdwenen. Fractievoorzitter Friedrich Merz (CDU) liet eerder weten dat de Union slechts in uitzonderlijke gevallen bereid was om de regering-Scholz te steunen. De draai rond het Deutschlandticket wijst echter op pragmatisch denken binnen de partij, wellicht ingegeven door de enorme populariteit van het project onder kiezers.

Met de geplande prijsverhoging in zicht en een toenemende druk op de overheidsbegroting blijft het echter onzeker hoe lang het Deutschlandticket in zijn huidige vorm kan voortbestaan. Toch brengt de aankomende goedkeuring door de CDU/CSU-fractie hoop voor miljoenen reizigers die afhankelijk zijn van betaalbare en efficiënte mobiliteit.