Grote hersteloperatie aan viaducten moet treinen uiteindelijk weer 300 kilometer per uur laten rijden.
Reizigers op de hogesnelheidslijn tussen Hoofddorp en Rotterdam krijgen de komende jaren te maken met forse hinder. Voor het herstel van constructiefouten aan meerdere HSL-viaducten zijn aanzienlijk langere buitendienststellingen nodig dan eerder voorzien. Vooral in 2028 wordt de impact groot. Volgens de huidige planning kan gedurende 112 dagen geen gebruik worden gemaakt van de HSL tussen Hoofddorp en Rotterdam. Een jaar later volgt opnieuw een afsluiting van 50 dagen voor werkzaamheden bij Rijpwetering.
ProRail werkt in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met Infraspeed, de beheerder van de Hogesnelheidslijn, aan het herstel van de noordelijke viaducten van de HSL-Zuid tussen de Groene Harttunnel en Hoofddorp. Uiteindelijk moeten treinen op dit gedeelte weer veilig de oorspronkelijke maximumsnelheid van 300 kilometer per uur kunnen rijden.
hersteloplossingen
De ambitie blijft om dat uiterlijk in 2031 op alle betrokken viaducten mogelijk te maken. De voorbereidende werkzaamheden zijn inmiddels begonnen en ingenieursbureaus werken aan het ontwerp van de hersteloplossingen. Tegelijkertijd worden met Infraspeed de plannen voor de daadwerkelijke uitvoering voorbereid.
Tijdens dat voorbereidende werk is duidelijk geworden dat de problemen omvangrijker en ingewikkelder zijn om aan te pakken. Het gaat om herstel- en reconstructiewerkzaamheden aan tien spoorviaducten. ProRail had eerder al bekendgemaakt dat alleen voor werkzaamheden aan het HSL-viaduct Zuidweg ten minste 82 dagen nodig zouden zijn. Langere afsluitingen werden toen niet uitgesloten. Inmiddels staat vast dat extra buitendienststellingen noodzakelijk zijn.
Voor het viaduct Zuidweg bij Rijpwetering zijn daarom in 2028 en 2029 twee grote buitendienststellingen voorzien. Uit technisch onderzoek is gebleken dat op sommige plaatsen niet kan worden volstaan met het repareren van bestaande schade. Ook funderingen, landhoofden en andere constructieve onderdelen moeten ingrijpend worden aangepast. Het gaat daarbij om onderdelen die essentieel zijn voor de stabiliteit en veiligheid van het spoor.
extra ingewikkeld
De manier waarop de HSL is gebouwd, maakt het herstel extra ingewikkeld. Anders dan veel andere spoorlijnen in Nederland ligt de hogesnelheidslijn voor een groot gedeelte op betonnen constructies. De locaties waar gewerkt moet worden zijn bovendien vaak krap en moeilijk bereikbaar. Daardoor zijn prefab-onderdelen maar beperkt inzetbaar en zal veel beton rechtstreeks op de bouwlocaties moeten worden gestort.
Het herstel van de verschillende viaducten wordt daarom in fases uitgevoerd. ProRail geeft voorrang aan locaties waar een hogere toegestane snelheid de grootste vermindering van het reistijdverlies voor reizigers oplevert. De vier meest zuidelijke viaducten, waaronder Zuidweg, staan als eerste op de planning.
Bij Zuidweg is ondertussen al een belangrijke voorbereidende stap gezet. Daar is een palenwand aangebracht om grondbewegingen van de spoordijk en het viaduct te stabiliseren. Volgens ProRail ging het om een complexe operatie die volgens planning kon worden afgerond zonder dat reizigers daarvan hinder ondervonden.
Ondanks de omvangrijke werkzaamheden houdt ProRail voorlopig vast aan 2031 als eindpunt. Uiterlijk dat jaar moet op alle betrokken viaducten de oorspronkelijke maximumsnelheid van 300 kilometer per uur weer veilig mogelijk zijn. Voordat het zover is, wacht reizigers echter een periode waarin langdurige afsluitingen en aangepaste treinverbindingen onvermijdelijk lijken.
Voor de eerste viaducten worden momenteel de laatste onderzoeken uitgevoerd. Daarna kan de definitieve technische oplossing worden vastgesteld en kunnen de ontwerpen verder worden uitgewerkt. ProRail wil de werkzaamheden aan Zuidweg combineren met die aan de drie andere zuidelijk gelegen viaducten. Tijdens de grote afsluitingen moet daardoor zoveel mogelijk werk tegelijkertijd worden uitgevoerd. Daarmee hoopt de spoorbeheerder de totale hinder uiteindelijk te beperken.
niet beschikbaar
Dat neemt niet weg dat treinreizigers vooral in 2028 rekening moeten houden met een uitzonderlijk lange periode waarin de hogesnelheidslijn niet beschikbaar is. Op basis van de huidige inzichten wordt het gedeelte tussen Hoofddorp en Rotterdam dat jaar 112 dagen buiten dienst gesteld. De afsluiting begint naar verwachting op 4 september 2028.
Daar blijft het niet bij. Voor het werk aan Zuidweg staat in 2029 nog een tweede buitendienststelling van 50 dagen op de planning. Wanneer die precies begint, moet later worden bepaald. Voor werkzaamheden aan de overige viaducten zijn in 2029 naar verwachting daarnaast enkele verlengde weekenden nodig waarin het spoor eveneens buiten dienst wordt gesteld.
De gevolgen kunnen aanzienlijk zijn voor zowel binnenlandse als internationale reizigers. Tijdens de afsluitingen kunnen treinen niet over de HSL tussen Hoofddorp en Rotterdam rijden. Vervoerders worden volgens ProRail daarom betrokken bij de verdere planning en bij het opstellen van een alternatieve dienstregeling.
Het uitgangspunt is dat reizigers tijdens de werkzaamheden zoveel mogelijk moeten kunnen blijven reizen. Er wordt onder meer gekeken naar omleidingsmogelijkheden. Voor internationaal treinverkeer wordt onderzocht of treinen gebruik kunnen maken van de reguliere spoorverbinding via Amsterdam, Leiden, Den Haag en Rotterdam.
structureel opgelost
Ook regionale en lokale overheden worden bij de voorbereidingen betrokken. Met hen wordt gekeken naar tijdelijke maatregelen tijdens de werkzaamheden. Daarnaast moet de omgeving tijdig informatie krijgen over de gevolgen van het werk en over maatregelen waarmee de overlast kan worden verminderd.
De nu genoemde 112 en 50 dagen staan overigens nog niet definitief vast. Begin 2027 verwacht ProRail op basis van het definitieve ontwerp en de uitvoeringsplanning van de aannemer een betrouwbaarder beeld te kunnen geven van de precieze duur van de buitendienststellingen. Dan moet ook duidelijker worden welke werkzaamheden tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden.
Het uiteindelijke doel blijft dat de problemen aan de HSL structureel worden opgelost. De hogesnelheidslijn vormt een belangrijke verbinding tussen Amsterdam, Schiphol, Rotterdam en Breda en internationale bestemmingen als Antwerpen, Brussel, Parijs en Londen. Een goed functionerende HSL is volgens ProRail van belang voor betrouwbare reistijden, voldoende capaciteit en aantrekkelijke internationale treinverbindingen.
