A24/Blankenburgverbinding: Flitsmeister biedt binnenkort automatisch tol betalen aan

Met de komst van de nieuwe A24/Blankenburgverbinding, die op 7 december 2024 officieel wordt geopend, maakt Nederland kennis met een nieuw tijdperk in tolwegen.

Dit innovatieve project, dat de A15 bij Rozenburg verbindt met de A20 bij Vlaardingen, is niet alleen belangrijk voor de verkeersdoorstroming in de regio, maar ook voor de manier waarop tol in Nederland wordt geïnd. Meer dan 12.000 weggebruikers hebben zich inmiddels aangemeld voor e-TOL, het elektronische tolsysteem waarmee betalen via kentekenregistratie plaatsvindt. Deze tolweg is de eerste in Nederland waar je geen tolpoortjes meer tegenkomt.

De publieke bewustwordingscampagne ‘Word ook een relaxte rijder’ is deze week gelanceerd om weggebruikers voor te bereiden op het nieuwe systeem. Het belangrijkste voordeel van e-TOL? Je hoeft niet meer te stoppen om te betalen, waardoor je zonder onderbreking je weg kunt vervolgen. De campagne benadrukt het gemak van automatische betalingen, waarbij het systeem zonder tussenkomst van de weggebruiker de tol verrekent via kentekenregistratie. Voor weggebruikers betekent dit niet alleen minder stress, maar ook meer tijdwinst.

hoe werkt e-TOL?

Het e-TOL-systeem werkt volledig elektronisch en is gebaseerd op kentekenherkenning via camera’s die boven de snelweg hangen. Wanneer een voertuig over de A24 rijdt, wordt het kenteken geregistreerd en wordt het bijbehorende tolbedrag automatisch afgeschreven van de rekening van de weggebruiker die zich heeft aangemeld voor automatische betaling. Voor wie dat niet heeft gedaan, is er nog de mogelijkheid om binnen zeven dagen voor of maximaal drie dagen na de rit de tol online te betalen via e-tol.nl.

Het tolbedrag voor auto’s, (elektrische) bestelwagens en motoren is vastgesteld op €1,51 per rit, terwijl vrachtwagens en andere zware voertuigen €9,13 moeten betalen. Een belangrijk punt hierbij is dat er voor aanhangers, caravans en opleggers geen extra tol in rekening wordt gebracht, een opvallend voordeel voor wie regelmatig met deze voertuigen rijdt. Ook buitenlandse weggebruikers zullen tol moeten betalen voor het gebruik van de A24.

De keuze voor automatisch tol betalen biedt veel voordelen. Allereerst zorgt het ervoor dat de gebruiker nooit meer hoeft te denken aan het op tijd betalen van de tol, waardoor boetes of herinneringen tot het verleden behoren. Daarnaast biedt automatisch betalen een handig overzicht van alle ritten die zijn gemaakt, iets wat bij losse betalingen niet mogelijk is. Dit maakt het voor bedrijven en veelgebruikers van de tolweg extra interessant om zich aan te melden voor e-TOL.

MOVE-IZI en Flitsmeister

Momenteel kunnen weggebruikers zich al aanmelden voor automatisch betalen via MOVE-IZI, en vanaf november komt daar de populaire app Flitsmeister bij. Deze app, die door meer dan drie miljoen Nederlanders wordt gebruikt, zal het vanaf half november mogelijk maken om de tol automatisch te betalen. Gebruikers van Flitsmeister zullen de verschuldigde tol eenvoudig via een maandelijkse factuur betalen.

Illustratie: © e-tol.nl

De overheid hanteert voor de tolweg een vast tarief van € 1,51 per enkele rit voor auto’s en motoren. Zware voertuigen zoals vrachtwagens en bussen betalen € 9,13. Daarnaast betaal je via Flitsmeister € 0,35 transactiekosten per rit. Voor caravans en/of aanhangers hoef je geen tol te betalen. Vanaf 2026 worden in verband met inflatie de tarieven ieder jaar aangepast.

Het is de verwachting dat in de toekomst nog meer aanbieders zich zullen aansluiten bij het e-TOL-systeem. Be-Mobile, het moederbedrijf van Flitsmeister, heeft aangegeven dat begin 2025 de Belgische parkeerapp 4411 aan het systeem zal worden toegevoegd. Dit zal de toegankelijkheid en het gebruiksgemak voor gebruikers van het systeem verder vergroten.

De introductie van e-TOL is niet zonder reden. De aanleg van de A24/Blankenburgverbinding was een kostbaar project en het heffen van tol moet helpen om een deel van de kosten terug te verdienen. Toch is het goed om te weten dat er altijd alternatieve routes beschikbaar zijn, zoals de tolvrije Beneluxtunnel op de A4, zodat weggebruikers die geen tol willen betalen een keuze hebben.

De nieuwe A24 belooft niet alleen een betere doorstroming van het verkeer in de regio, maar ook een impuls voor de lokale en nationale economie. De verbinding versterkt de positie van de Rotterdamse Haven en Greenport Westland, twee belangrijke economische pijlers in het land. Door een vlottere verbinding kunnen goederen sneller en efficiënter worden vervoerd, wat bijdraagt aan de concurrentiepositie van Nederland op de internationale markt.

publiekscampagne

De publiekscampagne en de voorbereidingen voor de lancering van e-TOL verlopen op schema. De samenwerking tussen Flitsmeister, MOVE-IZI en RDW is cruciaal voor een soepele integratie van het nieuwe tolsysteem. Alle systemen worden uitgebreid getest om ervoor te zorgen dat alles naar behoren werkt op de openingsdatum in december.

Met de A24 en de introductie van e-TOL zet Nederland een belangrijke stap in de toekomst van slimme en efficiënte mobiliteit. Voor weggebruikers betekent dit minder oponthoud en meer gemak.

Vervoerders opgelucht: nieuwe regeling RDW maakt vroege registratie mogelijk

Vanaf 1 november voert de RDW een belangrijke wijziging door in het proces voor het aanvragen van een individuele voertuigkeuring.

Vanaf die datum wordt het mogelijk om de datum van fabricage van een voertuig te gebruiken als de officiële datum van eerste toelating (DET). Deze verandering biedt een welkome oplossing voor vervoerders, vooral nu er strengere regels aankomen in 2025. Transport en Logistiek Nederland (TLN) is enthousiast over deze nieuwe regeling, die bedrijven de kans geeft om nieuwe bedrijfsvoertuigen te registreren met een DET van vóór 1 januari 2025, zelfs als de keuring pas in 2025 plaatsvindt.

Op 1 januari 2025 veranderen namelijk belangrijke wetten en regels voor bedrijfsvoertuigen. Zo treden zowel de regelgeving voor Zero-Emissie (ZE)-zones als de aangescherpte BPM-wetgeving voor bestelauto’s in werking. De DET-datum speelt in beide regelingen een cruciale rol. Zware dieselvrachtauto’s met een DET van vóór 1 januari 2025 mogen namelijk nog vijf jaar de ZE-zones inrijden, terwijl bestelauto’s nog drie jaar vrijgesteld zijn van deze milieuzones. Daarnaast zijn bestelauto’s, wanneer deze vóór die datum zijn geregistreerd en op naam van een ondernemer staan, nog vrijgesteld van de BPM. Dit zorgt ervoor dat veel vervoerders nu haast moeten maken met de keuring van hun voertuigen, om te voorkomen dat ze vastlopen in de strengere regels van het nieuwe jaar.

toelatingskeuring

De nieuwe regeling komt op een moment van grote drukte bij de RDW-keuringsstations. Veel nieuwe bedrijfsauto’s moeten namelijk vóór 1 januari 2025 door een toelatingskeuring. TLN en andere brancheorganisaties hebben daarom al langer aangedrongen op maatregelen om de keuringscapaciteit bij de RDW te vergroten. De RDW heeft hier gehoor aan gegeven en heeft extra keuringscapaciteit toegezegd, inclusief de mogelijkheid om voertuigen op zaterdagen aan huis te keuren. Mocht de vraag verder oplopen, dan is er bovendien ruimte om de openingstijden van de keuringsstations uit te breiden.

Bedrijven die gebruik willen maken van de nieuwe regeling, dienen er echter wel voor te zorgen dat hun aanvraag tijdig wordt ingediend. Keuringen die vóór 1 november zijn aangevraagd, moeten uiterlijk vóór 1 januari 2025 zijn afgerond. Dit legt extra druk op bedrijven om snel te handelen, want na deze datum vallen nieuwe bedrijfsvoertuigen onder de strengere regels van de ZE-zones en de BPM-wetgeving.

Foto: © Pitane Blue – Foodtruck

Op 1 januari 2025 veranderen belangrijke wetten en regels voor bedrijfsvoertuigen. Zo treden zowel de regelgeving voor Zero-Emissie (ZE)-zones als de aangescherpte BPM-wetgeving voor bestelauto’s in werking.

Naast deze maatregelen biedt de RDW nu de optie om de datum van fabricage van het voertuig als de DET-datum vast te leggen. Dit biedt een oplossing voor voertuigen die wel in 2024 zijn afgebouwd, maar niet meer op tijd gekeurd kunnen worden. Zo kan een voertuig dat pas in 2025 wordt gekeurd, toch een DET van vóór 2025 krijgen. Hiervoor moet de laatste fase van fabricage van het voertuig aangetoond worden met een verklaring van de fabrikant die de wijzigingen of voltooiing heeft uitgevoerd.

voorwaarden

Voor bedrijven die van deze mogelijkheid gebruik willen maken, is het belangrijk om op het nieuwe aanvraagformulier voor de individuele voertuigkeuring het vakje aan te vinken waarin wordt verzocht om de datum van fabricage als DET vast te leggen. Dit verwijst naar artikel 7, bijlage II van de Regeling voertuigen. Hierdoor kan een voertuig dat in 2025 wordt gekeurd, toch met terugwerkende kracht een DET van vóór 1 januari 2025 krijgen, mits aan de voorwaarden is voldaan. Deze nieuwe regeling is eerder besproken tussen de RDW en TLN, en TLN is blij dat deze nu in de praktijk wordt gebracht.

Het invoeren van deze regeling biedt transportbedrijven meer flexibiliteit in de aanloop naar de invoering van de ZE-zones en de aangescherpte BPM-regels. Met de mogelijkheid om de datum van fabricage als DET te gebruiken, kunnen bedrijven hun voertuigen blijven inzetten onder de huidige regelgeving, zelfs als de keuring niet meer in 2024 plaatsvindt. Hierdoor krijgen ondernemers net dat beetje extra tijd en ruimte om hun wagenpark optimaal te beheren.

Frankrijk zet grens op slot: premier Barnier voert tijdelijke controles in

Frankrijk gaat vanaf 1 november tijdelijk alle landsgrenzen controleren, een maatregel die volgens premier Michel Barnier noodzakelijk is vanwege toenemende veiligheidszorgen.

De grenscontroles zullen van kracht blijven tot april volgend jaar, en gelden voor de grenzen met België, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland, Italië en Spanje. Dit besluit volgt op een periode van oplopende spanningen rondom migratie en de vrees voor nieuwe aanslagen, zo maakte Barnier bekend. De controles zijn volgens de Franse regering ingegeven door de noodzaak om migranten zonder papieren tegen te houden, vooral degenen die proberen via Frankrijk naar het Verenigd Koninkrijk te reizen. 

Migranten proberen vaak het Kanaal over te steken, wat de Franse autoriteiten voor grote uitdagingen stelt. De grens met Italië werd al langer gecontroleerd in samenwerking met de Italiaanse autoriteiten, en volgens Barnier hebben deze controles bewezen effectief te zijn. “De maatregel heeft zichzelf bewezen. We gaan deze controles nu invoeren bij al onze landsgrenzen,” aldus de premier.

rechts beleid

Frankrijk-correspondent voor de NOS Frank Renout legt uit dat deze maatregel niet onverwacht komt. De nieuwe rechtse regering van premier Barnier volgt hiermee de lijn van Duitsland, dat in september grenscontroles invoerde om migratiestromen te beperken. Barnier, die tijdens een bezoek aan de Italiaanse grens de nieuwe maatregelen toelichtte, verklaarde dat “de Franse grenzen beter bewaakt moeten worden.” Een van de belangrijkste prioriteiten van zijn regering is het beperken van migratie, een onderwerp dat sterk leeft in de Franse politiek.

Hoewel de beslissing om grenscontroles in te voeren niet alleen voortkomt uit politieke overtuigingen, speelt de interne machtsverdeling binnen de Franse regering ook een grote rol. De regering van Barnier heeft namelijk geen absolute meerderheid in het parlement. Om effectief te kunnen regeren, is Barnier afhankelijk van de gedoogsteun van de radicaal-rechtse partij van Marine Le Pen. Grenscontroles zijn al lange tijd een belangrijk speerpunt van Le Pen, en door deze maatregel door te voeren, lijkt Barnier tegemoet te komen aan de wensen van deze partij.

“De vraag is nu vooral hoe deze controles zullen worden uitgevoerd,” zegt Renout. “Frankrijk heeft zes grote buurlanden op het vasteland, met duizenden kilometers aan grenzen. Het is nog onduidelijk of deze grenzen systematisch en overal bewaakt zullen worden, of dat er steekproefsgewijze controles komen.”

De landen waar Frankrijk de grenscontroles zal invoeren, zijn allemaal lid van de Schengenzone. Binnen deze zone is er normaal gesproken vrij verkeer van mensen en goederen, maar de Schengenregels staan toe dat landen in geval van nood tijdelijk grenscontroles kunnen invoeren. Frankrijk maakte deze zomer al gebruik van deze mogelijkheid vanwege de verhoogde dreiging rondom de Olympische Spelen in Parijs, die in 2024 plaatsvinden. Toen werden de controles opgevoerd om mogelijke terroristische aanslagen te voorkomen.

Frankrijk is niet het enige Europese land dat extra grenscontroles heeft ingevoerd. Sinds september voert Duitsland paspoortcontroles uit in een poging het aantal mensen dat zonder geldig visum het land binnenkomt, terug te dringen. Deze maatregel blijft in ieder geval tot het voorjaar van kracht, en de Duitse regering heeft aangegeven dat ze de situatie nauwlettend in de gaten zal houden.

toenemende zorgen

De maatregel van Frankrijk past in een bredere trend binnen Europa, waar landen steeds vaker teruggrijpen op grenscontroles als reactie op de aanhoudende migratieproblematiek en de dreiging van terrorisme. De tijdelijke herinvoering van grenscontroles door lidstaten binnen de Schengenzone is sinds de migratiecrisis van 2015 vaker voorgekomen, en hoewel het om een tijdelijke maatregel gaat, lijkt de kwestie van open grenzen in Europa steeds meer onder druk te staan.

“De Franse regering ziet deze controles als noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen, maar het roept ook vragen op over de toekomst van de Schengenzone,” aldus Renout. “Met name binnen de Europese Unie, waar het vrije verkeer van mensen een van de belangrijkste verworvenheden is, kunnen dergelijke maatregelen leiden tot spanningen tussen lidstaten.”

Het is duidelijk dat de grenscontroles onderdeel zijn van een bredere discussie over veiligheid en migratie in Europa. Voorlopig blijft het afwachten hoe de maatregelen in de praktijk zullen worden uitgevoerd en welke effecten dit zal hebben op zowel de migratiestromen als de diplomatieke relaties binnen Europa.

Helmond: Taxbus lanceert nieuw openbaar vervoersinitiatief voor alle inwoners

Met deeltaxi Taxbus in Helmond reist u flexibel en betaalbaar van deur-tot-deur binnen Helmond.

In Helmond is het voor iedereen mogelijk om gebruik te maken van de Taxbus. Deze deeltaxi, die voorheen alleen beschikbaar was voor mensen met een Wmo-indicatie, wordt nu ingezet als een volwaardig openbaar vervoermiddel voor alle inwoners van de stad. Dit maakt reizen binnen Helmond aanzienlijk makkelijker en betaalbaarder. De ritprijs is vastgesteld op 4 euro per persoon, wat het een aantrekkelijk alternatief maakt voor korte autoritten.

De officiële lancering van de uitgebreide dienst vond afgelopen vrijdag plaats. Wethouders Arno Bonte (mobiliteit) en Harrie van Dijk (WMO en inclusie) waren aanwezig om samen met een Taxbus-chauffeur deze belangrijke mijlpaal te vieren. De uitbreiding van Taxbus speelt in op een duidelijke behoefte uit de stad, vooral in wijken waar het reguliere openbaar vervoer beperkt of niet aanwezig is.

Wethouder Arno Bonte benadrukte tijdens de lancering het belang van deze vervoersoplossing: “Taxbus verbindt Helmond. We bieden inwoners meer flexibiliteit, keuzevrijheid en gemak in hun dagelijkse vervoersbehoeften. Deze vorm van openbaar vervoer is een mooie aanvulling op het bestaande netwerk, met name in delen van de stad waar het openbaar vervoer niet of slechts beperkt beschikbaar is.” Hiermee wordt er ingespeeld op de wens van veel Helmonders om meer en beter bereikbare vervoersopties te hebben, vooral in de wijken die niet goed bediend worden door de openbaar vervoer.

Foto: © Pitane Blue – Arno Bonte – wethouder Helmond

Helmond staat voor een grote uitdaging op het gebied van mobiliteit. Volgens wethouder Arno Bonte ligt de focus op de mobiliteitstransitie, een cruciaal onderdeel van de stedelijke ontwikkeling van de stad. Met de verstedelijking die momenteel gaande is, waarbij Helmond flink uitbreidt en nieuwe woningen worden toegevoegd, neemt de druk op de infrastructuur toe. Dit dwingt de gemeente om duurzame en efficiënte alternatieven te bieden, zodat inwoners hun auto vaker laten staan en kiezen voor milieuvriendelijkere vervoersopties zoals de fiets of het openbaar vervoer.

Voor inwoners die reeds gebruikmaakten van de Taxbus vanwege hun WMO-indicatie, verandert er niets. Het grote verschil nu is dat iedereen in Helmond gebruik kan maken van de dienst, ongeacht of zij een WMO-indicatie hebben. Deze inclusieve aanpak biedt meer keuze voor inwoners die zich comfortabel, snel en voordelig willen verplaatsen binnen de stadsgrenzen.

Wethouder Harrie Van Dijk (WMO en inclusie) benadrukte tijdens de aftrap hoe belangrijk deze stap is in het bevorderen van een inclusieve stad: “De uitbreiding met Taxbus als openbaar vervoer is een belangrijke stap naar een inclusieve en bereikbare stad. We bieden nu alle inwoners een betaalbare en comfortabele manier om zich te verplaatsen. Het is een mooi voorbeeld hoe we mobiliteit, doelgroepvervoer en openbaar vervoer met elkaar verbinden.”

zorgen

De recentelijke uitbreiding van de Taxbus als openbaar vervoer voor alle inwoners van Helmond roept niet alleen enthousiasme op, maar ook zorgen. Angélique van Deursen, ervaringsdeskundige op het gebied van incest en kindermishandeling, en auteur van Het duivelskind uitte haar bezorgdheid over de mogelijke gevolgen voor huidige WMO-gebruikers, die al langer gebruikmaken van de Taxbus. Van Deursen maakt duidelijk dat het huidige systeem al met problemen kampt. “Nu zit je al vaak te lang in de taxi, is er personeelstekort, gaan er dingen fout. Ik ben er echt wel wat ongerust over,” vertelt ze. Deze zorgen zijn niet ongegrond; de deelvervoersdienst wordt vaker bekritiseerd vanwege lange wachttijden en logistieke fouten die vooral de kwetsbare groep WMO-gebruikers raken.

Hoewel er zorgen bestaan onder WMO-gebruikers over de uitbreiding van de Taxbus naar alle inwoners, moet benadrukt worden dat het merendeel van de ritten probleemloos verloopt. De Taxbus biedt de mogelijkheid om comfortabel van deur tot deur te reizen. Dit maakt het vooral aantrekkelijk voor mensen die geen eigen vervoer hebben of voor wie de reguliere busroutes niet praktisch zijn. De dienst werkt volgens het principe van een deeltaxi, wat betekent dat er tijdens de rit andere passagiers kunnen worden opgehaald of afgezet. Dit kan betekenen dat de rit iets langer duurt dan een reguliere taxirit, maar maakt het tegelijkertijd ook een voordeliger alternatief. De flexibiliteit die de Taxbus biedt, maakt het een ideale oplossing voor korte verplaatsingen binnen de stad.

boeken

Het boeken van een rit met de Taxbus kan eenvoudig via de Munckhof Regiotaxi-app of door te bellen naar een speciaal telefoonnummer. Voor slechts 4 euro per rit kunnen Helmonders gebruikmaken van deze handige vervoersdienst. Betaling kan gemakkelijk met pin in het voertuig, wat het proces nog gebruiksvriendelijker maakt.

De Taxbus rijdt zeven dagen per week tussen 07:00 uur en middernacht. Op vrijdag- en zaterdagnacht is de dienst zelfs beschikbaar tot 01:00 uur, wat het een geschikt alternatief maakt voor mensen die ook op latere tijdstippen binnen de stad willen reizen. De taxi kan echter tot 15 minuten eerder of later arriveren dan het afgesproken tijdstip, afhankelijk van het aantal ritten dat op dat moment ingepland staat. Dit maakt de dienst efficiënter en zorgt ervoor dat de kosten laag blijven voor de gebruikers.

Centrale Database Taxi: KNV wil pilot CDT per 1 januari 2025 starten met vrijstelling BCT

KNV Zorgvervoer en Taxi heeft staatssecretaris Jansen (Openbaar Vervoer en Milieu) officieel verzocht om een pilot voor de Centrale Database Taxivervoer (CDT) op te starten per 1 januari 2025.

In een brief heeft de brancheorganisatie aangedrongen op deze stap, om vervoerders extra tijd en ruimte te bieden voor de noodzakelijke overgang naar het nieuwe systeem. De Centrale Database Taxivervoer (CDT) is bedoeld om arbeids- en rusttijden van chauffeurs in de sector beter te kunnen monitoren en reguleren. 

Deze database moet uiteindelijk leiden tot meer transparantie en toezicht in de taxibranche, waar de overheid al jaren extra controle op wil uitoefenen. Toch heeft de invoering van het systeem al diverse vertragingen opgelopen, met name door problemen in het wetgevingstraject en technische hindernissen bij de implementatie.

invoeringsdatum

KNV wil nu dat de staatssecretaris niet langer wacht tot de wettelijke invoeringsdatum van 1 juli 2025, maar eerder al een pilot mogelijk maakt. Dit moet vervoerders de kans geven om eerder te beginnen met het testen van de systemen en de overgang naar de CDT beter te kunnen voorbereiden. “Zo hoeven vervoerders niet te wachten tot 1 juli 2025, kunnen oplossingen beter getest worden en hebben vervoerders een langere aanlooptijd om over te gaan op de CDT,” aldus KNV in hun brief aan de staatssecretaris.

Een belangrijke eis van KNV in dit verzoek is een vrijstelling van de aanwezigheidsplicht van een boordcomputer taxi (BCT) tijdens de pilotperiode. Dit zou betekenen dat vervoerders tijdelijk geen verplichting hebben om de BCT in hun voertuigen operationeel te hebben, waardoor ze meer ruimte krijgen om de overstap naar de CDT flexibel in te richten. Volgens KNV is een te korte overgangsperiode namelijk niet alleen kostbaar, maar ook problematisch voor de operationele kant van veel taxibedrijven. “Onze sector kan dit er niet bij hebben,” schrijft de organisatie, wijzend op de reeds bestaande uitdagingen waar taxibedrijven mee te maken hebben.

soepeler overgang

De voorgestelde pilot zou moeten bijdragen aan een soepeler overgang naar de CDT en biedt daarnaast een mogelijkheid om grootschalig te testen. KNV benadrukt in de brief dat dit essentieel is om te waarborgen dat de ICT-systemen goed functioneren en de sector voldoende voorbereid is op de definitieve invoering van de database.

De brief van KNV komt kort nadat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een belangrijke stap heeft gezet in de ontwikkeling van de CDT. Vorige week werd de eerste ICT-dienstverlener succesvol aangesloten op de database, wat het startsein markeerde voor de Tweede Praktijktoets. Dit is een cruciale fase waarin systemen en processen in de praktijk worden getest om eventuele knelpunten op tijd te kunnen opsporen en oplossen.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

De introductie van de huidige BCT in 2014/2015 heeft enorme problemen en kosten opgeleverd. Voorzichtige schattingen zijn dat het de overheid ruim €45 miljoen heeft gekost en de sector ruim €24 miljoen. Met name de hoge mate van beveiliging en de manier waarop gewerkt kon worden maakte het complex.

KNV Zorgvervoer en Taxi pleit voor een nieuwe boordcomputer taxi (BCT) die enkel de arbeids- en rusttijden van chauffeurs registreert, zonder extra functies, tenzij ondernemers deze zelf willen toevoegen. De data moet bijna real-time bij de ILT worden aangeleverd, met lagere kosten en minder administratieve lasten dan de huidige systemen. Chauffeursidentificatie moet fraudebestendiger worden, en handhaving op naleving van de regels moet prioriteit krijgen, zowel online als op straat. Het systeem moet flexibel zijn voor vervoerders en uitgebreid getest worden voordat het definitief wordt ingevoerd, met duidelijke communicatie van de overheid naar de sector.

Sociaal Fonds Mobiliteit

Met betrekking tot de Stichting Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) benadrukt KNV dat een nauwe samenwerking tussen de ILT en SFM van groot belang is. SFM speelt namelijk een cruciale rol bij het toezicht op de naleving van de cao’s in de taxibranche, waarbij zij ook de gegevens van de huidige boordcomputer taxi (BCT) gebruiken voor controles op arbeids- en rusttijden. Het is essentieel dat ILT de gegevens die via de nieuwe BCT worden verzameld, deelt met SFM, zodat beide organisaties effectief kunnen samenwerken om toezicht en handhaving te verbeteren. Dit zorgt voor een sluitend systeem en consistentie in de naleving van de regels.

Hoewel de technische voorbereidingen van de ILT voor deze praktijktoets al sinds 1 augustus 2023 afgerond waren, duurde het tot vorige week voordat de eerste set gegevens over arbeids- en rusttijden werd aangeleverd. Deze vertraging werd onder andere veroorzaakt doordat ICT-dienstverleners die al deelnamen aan de Eerste Praktijktoets niet automatisch werden doorgezet naar de tweede fase. Dit betekende dat ieder bedrijf opnieuw door het proces van aansluiting moest, wat leidde tot een langzamere opstart van de Tweede Praktijktoets.

certificering

Ook bij de ICT-dienstverleners zelf leven er zorgen over de eisen die aan hen worden gesteld in het kader van de CDT. Zo moeten deze bedrijven voldoen aan strenge informatiebeveiligingsnormen, waaronder ISO 27001-certificering. Deze certificering is verplicht vanwege de gevoelige aard van de gegevens die in de database worden opgeslagen, maar zorgt vooral bij kleinere softwarebedrijven voor aanzienlijke druk. Hoewel deze eis inmiddels is versoepeld voor de bedrijven die deelnemen aan de Tweede Praktijktoets, blijft het onzeker hoe de uiteindelijke toelatingscriteria voor definitieve aansluiting op de CDT eruit zullen zien.

Met de geplande invoering van de CDT per 1 juli 2025 in zicht, blijft er voor de betrokken partijen nog veel onzekerheid bestaan over de technische en juridische aspecten van het systeem. KNV hoopt met hun voorstel voor een pilot de staatssecretaris te overtuigen van het belang van een gefaseerde en goed voorbereide invoering. Of dit verzoek gehoor zal vinden en niet veel te laat komt bij de overheid, is nog niet duidelijk.

Reizigers gedupeerd door staking De Lijn: hinder breidt zich uit over heel Vlaanderen

De staking bij vervoersmaatschappij De Lijn breidt verder uit.

Na de Vlaamse Rand sluiten nu ook buschauffeurs in de Kempen en Heist-op-den-Berg zich aan bij de acties, die voor de tweede dag op rij het openbaar vervoer in verschillende regio’s ernstig verstoren. De onvrede onder de chauffeurs blijft aanhouden, voornamelijk vanwege de nieuwe werkroosters die vanaf januari van kracht worden. De maatregel, die onderdeel is van een bredere herstructurering binnen De Lijn, blijft het middelpunt van de controverse tussen vakbonden en de directie van de vervoersmaatschappij.

De staking begon gisteren als een spontane actie in de Vlaamse Rand, waarbij chauffeurs in Brussel, Halle, Ninove, Asse, Dendermonde, Vilvoorde en Grimbergen het werk neerlegden. De nieuwe dienstregeling, die volgens De Lijn noodzakelijk is om de basisbereikbaarheid te garanderen, stuit op hevig verzet bij het personeel. De vakbonden wijzen erop dat de plannen van De Lijn niet alleen leiden tot het schrappen van ritten, maar ook tot een verslechtering van de werkomstandigheden voor de chauffeurs. Volgens de bonden zouden vooral de geplande wijzigingen in de weekenddiensten en het schrappen van specifieke ritten zorgen voor onvrede.

werkdruk

Naast de werkdruk die toeneemt, spelen er in sommige regio’s ook andere problemen mee, zoals een tekort aan chauffeurs en bussen. Dit leidt ertoe dat bepaalde routes niet langer gegarandeerd kunnen worden, wat de werkdruk voor de huidige chauffeurs alleen maar vergroot. Vakbondsvertegenwoordigers benadrukken dat deze situatie niet houdbaar is en eisen dat de directie met betere oplossingen komt.

Gisteren zaten de vakbonden en de directie van De Lijn al meermaals aan de onderhandelingstafel, maar dat overleg leverde geen doorbraak op. De gesprekken zijn moeilijk, en de standpunten van beide partijen liggen ver uit elkaar. Terwijl De Lijn aanstuurt op efficiëntere werkroosters om kosten te besparen en het netwerk meer in lijn te brengen met de noden van de reizigers, vrezen de vakbonden dat deze besparingen ten koste gaan van de dienstverlening én de werkomstandigheden.

Foto: Pitane Blue – De Lijn

“De nieuwe werkroosters houden geen rekening met de realiteit van de chauffeurs,” aldus een woordvoerder van de vakbonden. “Het schrappen van ritten, met name in het weekend, betekent dat chauffeurs nog meer flexibiliteit moeten tonen. We vragen niet om speciale gunsten, maar om werkroosters die haalbaar zijn en rekening houden met de balans tussen werk en privé.”

Ook in de Kempen en Heist-op-den-Berg hebben de buschauffeurs het werk inmiddels neergelegd, waarmee de staking zich verder uitbreidt naar andere delen van Vlaanderen. Voor reizigers in deze regio’s betekent dit dat er ook vandaag rekening moet worden gehouden met ernstige verstoringen. De Lijn roept reizigers op om gebruik te maken van de routeplanner op hun website of via de app om te controleren welke ritten nog steeds doorgaan. Rituitval wordt duidelijk aangegeven, zodat reizigers niet onnodig lang hoeven te wachten bij haltes.

Ondertussen groeit de frustratie onder de reizigers, vooral onder degenen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer om naar hun werk of school te gaan. “Het is al moeilijk genoeg om op tijd op het werk te komen, en nu moeten we ook nog uitzoeken of onze bus wel rijdt,” klaagt een boze pendelaar in Vilvoorde bij de nieuwsdienst VRT NWS. De staking heeft ook geleid tot toenemende druk op de alternatieve vervoersmiddelen, zoals de trein of de fiets, hoewel deze niet altijd voor iedereen een oplossing bieden.

De Lijn staat erop dat de hervormingen noodzakelijk zijn om de langetermijnduurzaamheid van hun dienstverlening te garanderen. “Het is jammer dat er hinder is voor de reizigers, maar we moeten werken aan een efficiënter netwerk dat beter aansluit op de behoeften van vandaag en morgen,” aldus een woordvoerder van De Lijn. Toch blijft het de vraag of de directie er snel in zal slagen om een akkoord te bereiken met de vakbonden. Zolang er geen oplossing in zicht is, lijkt de kans groot dat de staking zich verder zal uitbreiden.

Met de staking die nu al twee dagen duurt en geen tekenen vertoont van snel aflopen, blijft de impact op het openbaar vervoer groot. Het is afwachten of de gesprekken tussen de directie en de vakbonden vandaag tot een doorbraak zullen leiden, of dat er meer regio’s bij de staking betrokken zullen raken.

Fietspaden Amsterdam steeds drukker: roep om snelheidslimiet

Uit politiecijfers blijkt dat het aantal ernstig verkeersgewonden ook in 2023 fors was, en weer licht
gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor.

De verkeersveiligheid in Amsterdam staat hoog op de agenda, dat blijkt uit de Monitor Verkeersveiligheid en de Monitor Fiets. In 2023 heeft de gemeente op 73 plekken maatregelen genomen om de veiligheid op de weg te verbeteren. Deze ingrepen vonden voornamelijk plaats op locaties waar eerder ongelukken waren gebeurd. De gemeente benadrukt echter dat er nog veel werk aan de winkel is om Amsterdam veiliger te maken voor alle verkeersdeelnemers.

Een belangrijke zorg is de toename van elektrische fietsen, zoals e-bikes en fatbikes, die steeds vaker te hard rijden. De gemeente roept daarom op tot actie vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Minister Barry Madlener (PVV) wordt gevraagd om strengere maatregelen te nemen tegen het opvoeren van deze fietsen. Het opvoeren van e-bikes leidt volgens verkeersdeskundigen tot gevaarlijke situaties, vooral op de smalle en drukke fietspaden van de stad. Er wordt gepleit voor strengere handhaving en technische controles om deze snelheidsovertredingen te voorkomen.

Naast de aanpak van elektrische fietsen, zet Amsterdam zich in voor een betere inrichting van de wegen. Zo werkt de gemeente aan de aanpak van zogenoemde blackspots, locaties waar regelmatig ongevallen plaatsvinden. Deze gevaarlijke kruispunten en wegen krijgen prioriteit bij herinrichting. Daarbij wordt meer ruimte gecreëerd voor voetgangers en fietsers. Vooral bij scholen worden ingrijpende maatregelen genomen. Zo worden er steeds meer schoolstraten ingevoerd, waarbij het verkeer rondom scholen op bepaalde tijden wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer om de veiligheid van kinderen te waarborgen. Dit concept, dat al succesvol is in andere steden, zorgt voor rustiger en veiliger straten tijdens schooltijden.

In Amsterdam vinden jaarlijks veel eenzijdige fietsongelukken plaats, waarbij fietsers ten val komen doordat ze tegen de stoeprand botsen. Deze ongelukken, die vaak onnodig letsel veroorzaken, zijn een bron van zorg voor de gemeente. Om dit probleem aan te pakken, werd een onderzoek gestart naar de veiligheid van stoepranden langs fietspaden. In dit onderzoek werd gekeken of een schuiner aflopende stoeprand kan bijdragen aan een veiliger fietsomgeving. De resultaten van het onderzoek waren duidelijk. Een schuine stoeprand, ook wel een ‘vergevingsgezinde schuine trottoirband’ genoemd, bleek een veel veiligere optie te zijn dan de traditionele verticale stoepranden.

Extra handhaving en gedragsverandering zijn volgens de gemeente essentieel om het aantal ongelukken verder terug te dringen. Campagnes gericht op het bewust maken van verkeersdeelnemers van de risico’s die zij zelf lopen of veroorzaken, worden ingezet om gedragsverandering te stimuleren. Ook speelt verkeerseducatie een steeds grotere rol, met lessen die op scholen worden gegeven om jongeren vroeg te leren hoe zij zich veilig in het verkeer kunnen bewegen.

De discussie over de maximumsnelheid op fietspaden leeft onder de Amsterdammers. In een recent onderzoek, uitgevoerd door de gemeente onder 1000 inwoners verspreid over 20 verschillende locaties in de stad, werd de mening van de inwoners over een mogelijke snelheidsbeperking op het fietspad gevraagd. De resultaten zijn duidelijk: 80 procent van de ondervraagden ziet graag een snelheidslimiet op het fietspad ingevoerd worden. Van deze groep vindt 37 procent dat de limiet onder de huidige grens van 25 kilometer per uur zou moeten liggen. Een andere groep van bijna een derde is tevreden met de huidige snelheid van 25 kilometer per uur. Slechts 14 procent van de respondenten ziet niets in een snelheidsbeperking en wil dat er geen limiet komt.

Foto: Melanie van der Horst – wethouder Verkeer, vervoer en luchtkwaliteit in Amsterdam.

“We willen een stad zijn waarin kinderen zelfstandig en veilig naar school kunnen fietsen of lopen, waar ouderen met plezier de fiets pakken en waar iedereen ontspannen van A naar B kan. Om het
aantal verkeerslachtoffers te verlagen is samenwerking cruciaal. Ik verwacht dat het college het Uitvoeringsplan 2025 eind 2024 vaststelt en dat dit vervolgens aan u wordt aangeboden.”

Melanie van der Horst

De zorgen over snelheid op fietspaden hangen samen met de explosieve groei van elektrische fietsen in de stad. Uit tellingen van juni 2023 blijkt dat inmiddels 20 tot 30 procent van alle fietsen in de stad elektrisch is. Deze e-bikes maken het fietsen voor veel mensen gemakkelijker, vooral voor langere afstanden of ouderen die moeite hebben met een reguliere fiets. Maar de hogere snelheden zorgen ook voor gevaarlijke situaties, vooral op drukke fietspaden waar fietsers van verschillende snelheden en capaciteiten zich mengen. De gemeente hoopt dat door het invoeren van snelheidslimieten, handhaving en gedragsverandering, de veiligheid op fietspaden kan worden verbeterd.

De noodzaak voor actie is groot. Met het toenemende aantal verkeersdeelnemers en de drukte op de wegen moet de stad zich voorbereiden op verdere groei, zonder dat dit ten koste gaat van de verkeersveiligheid. De gemeente zal in de komende jaren doorgaan met het uitvoeren van haar verkeersveiligheidsbeleid en blijft aandringen op steun van het rijk voor landelijke maatregelen, vooral op het gebied van elektrische fietsen.

plannen

In 2025 zet de gemeente Amsterdam een volgende stap in het verbeteren van de verkeersveiligheid en de mobiliteit in de stad. Er wordt momenteel hard gewerkt aan een nieuw uitvoeringsplan, waarbij de nadruk ligt op verdere samenwerking tussen verschillende partijen en het verhogen van de efficiëntie van maatregelen op straat. Het plan is gebaseerd op input van verschillende stakeholders, zoals bewoners, experts en de stadsdelen, om ervoor te zorgen dat de gekozen maatregelen breed gedragen worden en effectief zijn.

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe uitvoeringsplan is de aanpak van snelle e-bikes, die steeds vaker voor overlast en gevaarlijke situaties zorgen op de fietspaden. Deze snelle elektrische fietsen, die vaak opgevoerd zijn, kunnen snelheden halen die vergelijkbaar zijn met die van bromfietsen, waardoor de veiligheid van andere fietsers in het gedrang komt. Strengere handhaving op snelheid en het invoeren van snelheidslimieten op fietspaden zijn daarom speerpunten in de nieuwe plannen. Daarnaast blijft de gemeente zich inzetten voor verkeershandhaving in het algemeen, met extra focus op plekken waar veel ongelukken gebeuren en waar overtredingen, zoals het negeren van verkeersregels, veel voorkomen.

Import van Tesla Cybertruck in België loopt vast: verkoop volgt snel

De allereerste Tesla Cybertruck heeft onlangs zijn weg gevonden naar België, met Groot-Bijgaarden als zijn nieuwe thuishaven.

De eigenaar, een gepassioneerde verzamelaar van bijzondere voertuigen, haalde het futuristische model persoonlijk uit de Verenigde Staten. Toch hangt er een grote vraag boven dit opmerkelijke voertuig: mag het de openbare weg op? Het antwoord daarop is nog verre van zeker, want de Cybertruck moet eerst worden gehomologeerd in België. Zonder deze cruciale goedkeuring kan het opvallende voertuig voorlopig enkel bewonderd worden op privéterrein.

De Cybertruck, Tesla’s baanbrekende elektrische pick-uptruck, is met zijn zilveren, hoekige design een opvallende verschijning, bijna alsof het voertuig uit een sciencefictionfilm is gereden. De wagen, die wereldwijd de aandacht trok door zijn futuristische vormgeving en zijn robuuste prestaties, staat erom bekend onverwoestbaar te zijn. Demonstraties door Tesla toonden aan dat zelfs een hamer nauwelijks schade kan aanrichten aan de auto. Dit maakt het voertuig niet alleen een technologisch hoogstandje, maar ook een statement van kracht en duurzaamheid. Echter, dit unieke design brengt ook uitdagingen met zich mee, zeker in een land als België, waar strenge regels gelden voor toelating op de openbare weg.

De eigenaar van de Cybertruck is inmiddels niet meer van plan om te wachten op een eventuele homologatieprocedure. Volgens berichten uit de Vlaamse krant Het Nieuwsblad en een bevestiging tegenover VRT NWS van Jonathan Wong, vertegenwoordiger van Nikola Brussels, een onafhankelijke Tesla-verdeler in Londerzeel, heeft de man besloten de wagen alweer te koop aan te bieden. Dit ondanks de beperkte mogelijkheden om er voorlopig mee te rijden. Het opvallende voertuig werd eerder al gespot in Knokke, waar het veel aandacht trok, maar zonder de juiste goedkeuring blijft het een onzekere investering.

homologatie

Homologatie is in België een essentieel proces voor elk voertuig dat nieuw op de markt komt, verbouwd is of uit het buitenland wordt ingevoerd. Dit proces is nodig om te bevestigen dat het voertuig voldoet aan de strenge technische en administratieve eisen die gelden binnen de Europese Unie. In België gebeurt dit volgens de Europese type-goedkeuring, wat betekent dat de criteria hier vaak strenger zijn dan in andere landen. Dit kan de goedkeuring van een unieke wagen als de Cybertruck aanzienlijk vertragen.

Er zijn twee mogelijke wegen om een voertuig in België gehomologeerd te krijgen. Een eerste optie is een Europese type-goedkeuring, die geldig is in alle EU-lidstaten. Deze procedure is meestal snel, maar ook duurder en vaak complex voor een voertuig dat afwijkt van de standaardmodellen op de markt. Een andere optie is een nationale goedkeuring, waarbij het voertuig alleen wordt toegelaten in België. Deze procedure is goedkoper en biedt ruimte om in te spelen op de specifieke eisen en regels die in België gelden. Nationale goedkeuringen volgen echter grotendeels de instructies van de Europese regelgeving, wat betekent dat de eisen nog steeds streng zijn. Dit kan voor de eigenaar van de Cybertruck een uitdaging vormen.

Foto: © Pitane Blue – Cybertruck

Toch hangt er een grote vraag boven dit opmerkelijke voertuig: mag het de openbare weg op?

In sommige gevallen kan een voertuig dat in een ander EU-land is goedgekeurd, relatief makkelijk worden toegelaten in België, mits de eigenaar een validatiecertificaat aanvraagt. Echter, zelfs in deze situaties kunnen uitzonderingen gelden. In bepaalde gevallen kan een voertuig geweigerd worden op basis van specifieke criteria, hoewel deze beslissing goed gemotiveerd moet worden. Gezien het unieke karakter van de Cybertruck, is het mogelijk dat de homologatie een tijdrovend en onzeker proces kan worden.

onzeker

De beslissing van de man uit Groot-Bijgaarden om zijn Cybertruck snel weer te verkopen, ondanks de aandacht die het voertuig heeft gekregen, is dus niet zonder reden. Zolang de homologatieprocedure niet rond is, blijft de vraag of het voertuig legaal op de Belgische wegen mag rijden onbeantwoord. Voor verzamelaars en liefhebbers van zeldzame voertuigen is dit een kans om een stukje Tesla-geschiedenis te bemachtigen, maar het komt met een flinke portie geduld en onzekerheid.

Nieuwe Eurocity direct: van Amsterdam naar Brussel in twee uur

De eerste reizigers naar Brussel stapten deze maand aan boord van de nieuwe, snellere treinverbinding, een belangrijke mijlpaal voor de Nederlandse Spoorwegen (NS) en de Belgische NMBS.

Deze verbinding is een voorbode van de officiële start op 15 december 2024, wanneer het aantal treinen tussen Nederland en België zal verdubbelen. Vanaf dat moment rijden er dagelijks 32 treinen tussen de twee landen, een aanzienlijke verbetering van de huidige dienstregeling.

Voorlopig worden er testritten uitgevoerd met de ICNG-treinen, die speciaal zijn ontworpen om met hoge snelheid naar Brussel te rijden. Reizigers die al een ticket naar Brussel hebben geboekt, krijgen de kans om mee te reizen tijdens deze testritten, wat hen de unieke mogelijkheid biedt om de nieuwe verbinding als eersten te ervaren. Deze testritten zullen doorgaan tot december, ter voorbereiding op de officiële lancering van de nieuwe dienstregeling.

Vanaf 15 december zal de nieuwe dienstregeling twee verschillende verbindingen tussen Nederland en België bieden, waaronder de Eurocity Direct. Deze nieuwe route, die 16 keer per dag tussen Amsterdam-Zuid en Brussel Zuid-Midi rijdt, biedt een snelle verbinding tussen de twee hoofdsteden met stops op Schiphol, Rotterdam en Antwerpen. Voor reizigers uit steden zoals Utrecht en Den Haag wordt het eenvoudig om over te stappen op deze trein in Rotterdam of Schiphol, wat de toegankelijkheid van de route vergroot. De eerste Eurocity Direct van de dag vertrekt rond 06.00 uur vanuit Amsterdam-Zuid, waarna er elk uur een trein richting Brussel vertrekt.

prijzen

De prijzen voor een enkele reis met de Eurocity Direct beginnen bij 25 euro, afhankelijk van het moment van boeken en de gewenste flexibiliteit. Voor de tweede klas varieert de prijs van 25 tot 64,10 euro. Deze prijsklasse geeft reizigers de keuze om voordelig te reizen als ze op tijd boeken of meer flexibiliteit te krijgen tegen een hogere prijs.

Een tweede belangrijke toevoeging aan de dienstregeling is de EuroCity-verbinding tussen Rotterdam en Brussel. Ook deze verbinding zal vanaf 15 december 16 keer per dag worden aangeboden, waarbij NMBS-treinen via Breda rijden. Onderweg stopt de EuroCity op belangrijke stations zoals Noorderkempen, Antwerpen Centraal, Brussel Noord en Brussel Centraal. Deze route biedt reizigers uit Den Haag, Utrecht en Amsterdam de mogelijkheid om via Rotterdam snel in Brussel te komen. De reistijd blijft vergelijkbaar met de huidige verbindingen, maar biedt meer flexibiliteit en frequentie.

Foto: Intercity ICNG – nieuwe generatie NS trein

De eerste EuroCity-trein van de dag vertrekt rond 07.00 uur vanuit Rotterdam en tickets voor een enkele reis zijn te boeken vanaf 13,10 euro. Net als bij de Eurocity Direct variëren de prijzen, afhankelijk van het moment van boeken en de gewenste mate van flexibiliteit. De prijsrange voor een enkele reis in de tweede klas ligt tussen 13,10 en 32,70 euro, wat van de verbinding een betaalbare optie maakt voor reizigers tussen deze twee grote steden.

ICNG

Vooruitkijkend naar december, zal de Eurocity Direct-verbinding worden uitgevoerd met het nieuwe ICNG-treintype, terwijl de EuroCity-treinen tussen Rotterdam en Brussel zullen rijden met intercity-materieel van NMBS. Hoewel deze nieuwe treinen vanaf 15 december worden ingezet, zal het materieel in de beginperiode nog worden aangevuld met de huidige treinen. Zo zullen er op de route Amsterdam-Brussel tijdelijk nog oudere TRAXX-treinen met ICR-rijtuigen rijden naast de ICNG-treinen. Dit betekent dat reizigers in eerste instantie te maken krijgen met een mix van oud en nieuw materieel.

De lancering van deze nieuwe treinverbindingen is een grote stap voorwaarts in de verbetering van de internationale treinverbindingen tussen Nederland en België. Met hogere frequenties en modernere treinen wordt de trein een aantrekkelijker alternatief voor zowel zakelijke reizigers als toeristen. Bovendien kunnen jongeren tot 25 jaar en groepen rekenen op speciale kortingen, wat de treinreis nog voordeliger maakt voor deze doelgroepen.

Voor reizigers die graag vooruit plannen, zijn de treintickets voor zowel de Eurocity Direct als de EuroCity al te boeken via NS International. Dit biedt de mogelijkheid om tijdig te profiteren van de laagste prijzen en een comfortabele en snelle reis naar de Belgische hoofdstad te garanderen. De verhoogde frequentie en de introductie van het nieuwe materieel markeren een belangrijke verbetering in het reizen tussen Nederland en België, waardoor de trein een aantrekkelijke optie wordt in vergelijking met het vliegtuig of de auto.

Doorbraak voor toerismesector: touringcars behouden toegang tot Parijs centrum

De Fédération Nationale des Transports de Voyageurs (FNTV) heeft recent haar tevredenheid geuit over de belangrijke vooruitgang met betrekking tot de toegang van touringcars tot de Zone à Trafic Limité (ZTL) in het centrum van Parijs.

Na maanden van overleg met de lokale autoriteiten heeft de gemeente Parijs haar plannen voor het beperken van het verkeer herzien, waarbij rekening is gehouden met de zorgen van de toerismesector. Deze aanpassingen markeren een belangrijke stap voor het behoud van de toeristische activiteiten in de hoofdstad, terwijl er tegelijkertijd wordt ingespeeld op milieudoelstellingen.

Een van de cruciale punten in de dialoog tussen de FNTV, de prefect van politie van Parijs en de staatssecretaris voor Transport betrof de toegang van toeristentouringcars tot deze gereguleerde zone. Oorspronkelijk voorzag de invoering van de ZTL in strikte beperkingen voor voertuigen die in het hart van Parijs rijden, wat tot grote bezorgdheid leidde bij de toeristische sector. De mogelijkheid om de toegang van touringcars te beperken, dreigde de toeristische activiteit ernstig te verstoren, een sector die van vitaal belang is voor de economie van de stad.

toeristentouringcars

Dankzij een constructieve dialoog heeft de gemeente uiteindelijk besloten om de toegang van toeristentouringcars tot de ZTL te behouden, op voorwaarde dat het vertrekpunt of de bestemming van deze voertuigen binnen het afgebakende gebied ligt. Dit besluit zal een positieve impact hebben op zowel de toeristische als de economische activiteiten in het hart van Parijs. Het stelt exploitanten in staat om hun diensten aan bezoekers ononderbroken voort te zetten, wat de aantrekkelijkheid van Parijs als toeristische bestemming behoudt.

Naast het behoud van de toegang voor touringcars, benadrukt de FNTV dat er ook belangrijke vooruitgang is geboekt in het proces van controle en regulering van de toegang tot de ZTL. De regels en benodigde documenten voor toegang worden nu gezamenlijk bepaald door de gemeente Parijs en de prefect van politie. Deze samenwerking zorgt voor een meer evenwichtige aanpak in het beheer van de ZTL en biedt een stevigere basis voor een goede verkeersdoorstroming en veiligheid.

Foto: © Pitane Blue – drukte in Parijs

De FNTV ziet deze ontwikkelingen als een bevestiging van het belang van dialoog tussen de autoriteiten en de professionals in de transportsector. De organisatie is verheugd dat haar zorgen serieus zijn genomen en dat er pragmatische oplossingen zijn gevonden die de ecologische transitie kunnen verenigen met het behoud van economische vitaliteit. De maatregelen tonen aan dat het mogelijk is om milieudoelstellingen te realiseren zonder de toeristische sector te benadelen, wat cruciaal is voor de dynamiek van de stad.

In de toekomst blijft de FNTV nauw samenwerken met de autoriteiten om de praktische aspecten van de ZTL verder te verfijnen en haar leden te ondersteunen bij het aanpassen aan het nieuwe regelgevingskader. De FNTV benadrukt dat ze zich blijft inzetten voor een harmonieuze transitie naar duurzamere mobiliteit, waarbij de economische en toeristische dynamiek van Parijs behouden blijft. Het doel is om een evenwicht te vinden tussen ecologische verplichtingen en de praktische realiteit van de transportsector, die essentieel is voor het toerisme in de Franse hoofdstad.

FNTV

De Fédération Nationale des Transports de Voyageurs (FNTV) is een beroepsvereniging die een breed scala aan bedrijven in de sector van het wegvervoer van passagiers (TRV) en nieuwe mobiliteitsdiensten vertegenwoordigt. De FNTV fungeert als belangrijke gesprekspartner voor bedrijven die actief zijn in het passagiersvervoer, maar ook in andere gespecialiseerde sectoren zoals het vervoer van zieken en het vervoer van waardevolle goederen. Tot de aangesloten leden behoren onder andere de Chambre Nationale des Services d’Ambulances (CNSA) en de Fédération des Entreprises de la Sécurité Fiduciaire (Fedesfi), wat de diversiteit van de FNTV onderstreept.

Met meer dan 1.300 aangesloten bedrijven, variërend van kleine ondernemingen tot grote multinationals, vormt de FNTV een belangrijk onderdeel van de Franse vervoerssector. Deze bedrijven, die in grootte variëren van TPE’s (zeer kleine ondernemingen) tot middelgrote en grote bedrijven (PME’s en ETI’s), bieden werk aan meer dan 85.000 mensen in heel Frankrijk. Dit geeft aan hoe groot de invloed van de FNTV is op zowel de arbeidsmarkt als op de bredere economische infrastructuur van het land.

Wet-lease maakt comeback: German Airways speelt in op groeiende vraag

German Airways, de luchtvaartmaatschappij van de logistieke groep Zeitfracht, wil de vliegtuigen die het momenteel leaset, overnemen.

De vliegtuigen die German Airways wil overnemen, zijn niet de nieuwste. Het gaat om Embraer E190-toestellen die tussen de twaalf en vijftien jaar oud zijn, gehuurd van de Amerikaanse leasemaatschappij Azorra. Hoewel het verlengen van de leasecontracten waarschijnlijk geen probleem zou zijn geweest, kiest German Airways ervoor om deze jets definitief over te nemen. De reden achter deze beslissing is volgens Simon-Schröter economisch van aard. “De transactie is voor ons economisch gunstig omdat we de vliegtuigen langer willen gebruiken. Bovendien krijgen we hiermee afschrijvingspotentieel in onze balans,” aldus Wolfram Simon-Schröter, CEO van Zeitfracht.

“We zullen onze vliegtuigen uit de leasecontracten kopen,” verklaarde de CEO van Zeitfracht, aan het Handelsblatt. Deze beslissing komt op een moment dat veel bedrijven huiverig zijn om dergelijke waardevolle activa op hun balans te plaatsen, maar Simon-Schröter ziet juist kansen in deze stap.

verwachte groei

German Airways speelt hiermee in op de verwachte groei van de wet-lease-markt. Tijdens de coronapandemie leek het erop dat deze markt op sterven na dood was, maar inmiddels heeft deze vorm van luchtvaartverhuur een opmerkelijke comeback gemaakt. Wet-lease, waarbij een luchtvaartmaatschappij complete vliegtuigen inclusief bemanning verhuurt aan andere maatschappijen, werd tijdens de pandemie massaal geannuleerd. Ook de voorganger van German Airways, WDL Aviation, was hiervan de dupe. Toch besloot Zeitfracht in 2020, midden in de pandemie, opnieuw in te stappen in dit risicovolle segment.

De heropleving van de wet-lease-markt heeft alles te maken met de strategie van grote luchtvaartmaatschappijen om hun eigen capaciteit te beperken. In plaats van grote vloten het hele jaar door te onderhouden, huren ze tijdens de piekperiodes in de zomer extra capaciteit in. Lufthansa, een van de grootste spelers in Europa, doet bijvoorbeeld tijdens het drukke zomerseizoen een beroep op maatschappijen als Air Baltic uit Letland. Voor luchtvaartmaatschappijen biedt wet-lease het voordeel dat ze hun capaciteit kunnen afstemmen op de seizoensgebonden vraag.

Foto: © Pitane Blue – Embraer

wet-leaseovereenkomsten, ook wel ACMI-leases genoemd, die vaak voor periodes van één maand tot twee jaar worden afgesloten, bieden luchtvaartmaatschappijen de flexibiliteit om in te spelen op pieken in de vraag, bijvoorbeeld tijdens drukke zomermaanden of wanneer een deel van hun eigen vloot uit de roulatie is voor groot onderhoud. German Airways speelt hierbij een belangrijke rol als lessor door vliegtuigen, bemanning, onderhoud en verzekering aan te bieden aan grote maatschappijen die tijdelijk extra capaciteit nodig hebben.

Volgens Gerald Wissel van het luchtvaartadviesbureau Airborne Consulting biedt wet-lease luchtvaartmaatschappijen veel flexibiliteit. “Voor een luchtvaartmaatschappij heeft wet-lease het grote voordeel dat de capaciteit kan worden aangepast aan de seizoensgebonden vraag,” zegt Wissel. Maar voor passagiers kan dit voor verwarring zorgen. “Ze kunnen soms in een vliegtuig van een andere maatschappij zitten dan ze hadden geboekt, wat tot frustraties kan leiden als de kwaliteit van de dienstverlening niet voldoet aan de verwachtingen.”

German Airways heeft echter bewezen een betrouwbare partner te zijn in de wet-lease-markt. “We hebben vorig jaar zo’n 800.000 passagiers vervoerd, en dit jaar zullen dat er meer dan een miljoen zijn,” verklaarde Maren Wolters, de CEO van German Airways. Ondanks het succes waarschuwt Wissel voor al te veel optimisme. “Op dit moment kunnen wet-lease-bedrijven hun vliegtuigen gemakkelijk meerdere keren verhuren omdat er een tekort is aan vliegtuigen bij luchtvaartmaatschappijen,” zegt de expert. “Maar zodra Boeing weer op schema ligt met leveringen, kunnen er overcapaciteiten ontstaan, wat de tarieven flink zal drukken.”

KLM

Hoewel Wolters niet wil onthullen voor welke luchtvaartmaatschappijen German Airways vliegt, is bekend dat KLM, onderdeel van Air France-KLM, de diensten van German Airways blijft gebruiken. De Nederlandse maatschappij heeft bevestigd dat het ook in de winterdienstregeling van 2024-2025 zal samenwerken met German Airways. Dit betekent dat passagiers die bij KLM een vlucht boeken vanaf luchthavens zoals Bremen, Düsseldorf, Frankfurt of Hamburg, waarschijnlijk aan boord van een toestel van German Airways zullen stappen. De Embraer E190-jets van German Airways, die ruimte bieden aan 88 passagiers, staan bekend om hun comfortabele indeling.

De overname van de vliegtuigen door German Airways heeft volgens Simon-Schröter twee belangrijke voordelen. Ten eerste kan de maatschappij gebruikmaken van aantrekkelijke financieringsopties die door hun financiële partners worden aangeboden. Dit is mogelijk doordat German Airways organisch groeit en een stabiel bedrijfsmodel heeft. Ten tweede heeft de luchtvaartmaatschappij een eigen onderhoudsafdeling, waardoor ze erop vertrouwen dat ze de oudere vliegtuigen nog jarenlang veilig en efficiënt kunnen inzetten.

German Airways heeft bovendien plannen om zijn vloot verder uit te breiden. De onderhoudsafdeling van de luchtvaartmaatschappij is in staat om tot vijftien vliegtuigen te onderhouden, wat verdere groei mogelijk maakt. “We kunnen, gemeten aan onze capaciteit, nog meer vliegtuigen onderhouden in ons eigen onderhoudsbedrijf,” zei Wolters. Simon-Schröter voegde eraan toe dat German Airways niet slechts een onderaannemer wil zijn, maar zichzelf ziet als een strategische partner. “We zijn geen eenvoudige dienstverlener, we werken samen met onze partners aan een langetermijnplanning.”

Gerald Wissel merkt op dat er wel een spanningsveld bestaat tussen de wens van wet-lease-bedrijven om langdurige partnerschappen aan te gaan en de behoefte van luchtvaartmaatschappijen aan flexibiliteit. Toch blijft Simon-Schröter optimistisch. “Hoewel het wet-lease-model niet eenvoudig is, zijn de tarieven niet altijd de belangrijkste factor in gesprekken met onze klanten. Het draait vaak om kwaliteit en betrouwbaarheid.”

Elektrisch vervoer: Fastned en Noot Personenvervoer slaan handen ineen

Fastned, het Europese bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in snelladen, kondigt een nieuwe strategische samenwerking aan met Noot Personenvervoer.

Dit Nederlandse vervoersbedrijf, dat een belangrijke speler is in de sector van mobiliteitsdiensten, heeft grootse plannen om zijn wagenpark te verduurzamen. Deze stap markeert een nieuwe koers voor Fastned, dat zich voorheen vooral richtte op de aanleg van snellaadstations langs autosnelwegen. Nu richt het bedrijf zich ook op samenwerking met partners in de vervoerssector, met als doel een significante bijdrage te leveren aan de verduurzaming van het vervoer.

Noot Personenvervoer is een bekende naam in Nederland op het gebied van groepsvervoer en speciale mobiliteitsdiensten, zoals vervoer voor ouderen, kinderen en mensen met een beperking. Het bedrijf heeft de ambitie om zijn wagenpark volledig te elektrificeren en daarmee zijn ecologische voetafdruk aanzienlijk te verkleinen. De samenwerking met Fastned speelt een cruciale rol in het realiseren van deze plannen, aangezien Noot toegang krijgt tot Fastneds uitgebreide netwerk van snellaadstations in Europa. Fastned heeft momenteel meer dan 320 snellaadstations verspreid over zeven landen, uitgerust met in totaal 1.900 laders.

Martijn Kersing, directeur van Noot Personenvervoer, uitte zijn enthousiasme over de samenwerking en de gezamenlijke duurzaamheidsdoelen. “Betrouwbaar en comfortabel personenvervoer aanbieden op een duurzame manier, daar werken we bij Noot continu aan,” aldus Kersing. “Daarom zijn we blij met deze samenwerking met Fastned, marktleider in het aanbieden van hoogwaardig laden in heel Europa met 100% energie uit hernieuwbare bronnen. We kijken ernaar uit om met deze samenwerking samen duurzame en inclusieve vervoersdiensten naar een hoger niveau te tillen en CO2-uitstoot verder te vermijden.”

De ambitie van Noot Personenvervoer is al duidelijk zichtbaar in hun wagenpark. Het bedrijf beschikt momenteel over meer dan 1.300 volledig elektrische voertuigen, een aantal dat naar verwachting de komende jaren verder zal groeien. Door over te stappen op elektrische voertuigen hoopt Noot niet alleen de CO2-uitstoot te verminderen, maar ook een positieve sociale impact te hebben. Het bedrijf richt zich namelijk op de toegankelijkheid van vervoersdiensten voor kwetsbare groepen in de samenleving, zoals ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking.

Door de samenwerking krijgt Noot toegang tot Fastneds meermaals bekroonde laadervaring van hoge kwaliteit met ruim 1.900 laders op meer dan 320 snellaadstations in zeven Europese landen.

Foto: © Pitane Blue – Fastned laadstation

Fastned, opgericht in 2012, heeft zich in de afgelopen jaren gepositioneerd als een van de marktleiders op het gebied van elektrisch snelladen in Europa.

Het bedrijf staat bekend om zijn snellaadstations die volledig worden gevoed door energie uit hernieuwbare bronnen, zoals zonne- en windenergie. Deze stations bieden bestuurders van elektrische voertuigen een snelle en efficiënte laadervaring, wat cruciaal is voor de groei van elektrisch vervoer. De samenwerking met Noot past perfect binnen de missie van Fastned om positieve veranderingen teweeg te brengen, niet alleen voor het milieu, maar ook voor de samenleving als geheel.

Lieke Duijmelings, commercieel directeur bij Fastned, benadrukte het belang van deze samenwerking. “Met deze samenwerking zetten wij samen een volgende stap bij het verminderen van de uitstoot van het wagenpark,” aldus Duijmelings. “Dit past naadloos bij onze missie. Het is fantastisch om te zien hoe Noot verduurzaming en positieve sociale impact samenbrengt door het aanbieden van duurzame en inclusieve mobiliteitsoplossingen. Daar helpen wij als Fastned graag bij door hen toegang te geven tot het grote Europese netwerk van snellaadstations met een zorgeloze laadervaring.”

Fastned ontving onlangs ook de prestigieuze B Corp-certificering, een erkenning die wordt toegekend aan bedrijven die voldoen aan strikte normen op het gebied van sociale en milieuprestaties, transparantie en verantwoordelijkheid. Het behalen van deze certificering onderstreept Fastneds inzet voor duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid. Het bedrijf streeft ernaar om niet alleen bij te dragen aan een schoner milieu, maar ook om een positieve impact te hebben op de samenleving en de arbeidsomstandigheden van hun medewerkers.

over Fastned

Fastned versnelt de transitie naar elektrisch rijden. Sinds 2012 gaat Fastned voorop in de ontwikkeling van laadinfrastructuur in Europa met een snel groeiend netwerk van iconische snellaadstations. Onze gele, op de natuur geïnspireerde stations bieden een aangename omgeving gedurende de 10-15 minuten die nodig zijn om tot 300 km. bereik te laden. Met Europa’s meest betrouwbare, gebruiksvriendelijke en plezierige laadervaring willen wij miljoenen autorijders inspireren om te rijden op energie van zon en wind, zodat we samen klimaatverandering tegengaan. Fastned is genoteerd aan Euronext Amsterdam (AMS: FAST) en is een gecertificeerde B Corp. 

Fotorechten: Fastned

ILT: Tweede Praktijktoets Centrale Database gestart met vertraging

De ILT heeft een belangrijke stap gezet met de start van de Tweede Praktijktoets voor de Centrale Database Taxivervoer, maar de aansluiting van ICT-dienstverleners verloopt langzamer dan gepland.

De Inspectie Leefmilieu en Transport (ILT) heeft een belangrijke mijlpaal bereikt in het kader van het programma Realisatie Variant BCT (RVB). Afgelopen week werd de eerste ICT-dienstverlener succesvol aangesloten op de Centrale Database Taxivervoer (CDT), wat de officiële start van de Tweede Praktijktoets markeert. Dit is een cruciale stap in de voorbereiding op het vernieuwde toezicht op taxivervoer in Nederland.

De technische voorbereidingen van de ILT voor deze praktijktoets waren al sinds 1 augustus afgerond, maar pas vorige week werd een eerste set gegevens over arbeids- en rusttijden aangeleverd. Deze vertraging lijkt te zijn veroorzaakt doordat de ICT-dienstverleners die deelnamen aan de Eerste Praktijktoets niet automatisch zijn doorgezet naar de Tweede Praktijktoets. Elk bedrijf moet opnieuw door het proces van aansluiting, wat mogelijk de reden is voor de langzame opstart van deze fase.

Tweede Praktijktoets

Het doel van de Tweede Praktijktoets is om vast te stellen of de ILT klaar is om de CDT in gebruik te nemen en het beheer ervan te integreren in de vernieuwde informatieketen voor taxitoezicht. Deze toets moet aantonen dat de techniek en processen rondom het toezicht goed functioneren en representatief zijn voor de uiteindelijke situatie wanneer het systeem volledig operationeel is. Zowel het inspectieproces, dat door de ILT wordt uitgevoerd, als de aansluiting van ICT-dienstverleners en de bijbehorende beheerprocessen worden in deze toets onder de loep genomen.

In de afgelopen week heeft het  technologiebedrijf Neone, een van de deelnemende ICT-dienstverleners, succesvol de eerste taxi’s aangesloten op de CDT. Dit gebeurde kort na een succesvolle audit van de ILT, wat aantoont dat de basisinfrastructuur van de database robuust genoeg is om de praktijktoets aan te gaan. Echter, ondanks de officiële start van de Tweede Praktijktoets op 1 augustus, zijn er nog maar weinig bedrijven volledig operationeel. Dit vertraagt de volledige invoering van het vernieuwde systeem.

Arnold Leemans, project- en programmamanager van de Centrale Database Taxi, liet via zijn sociale media weten dat de verwachting is dat in de komende weken meer ICT-dienstverleners zullen worden aangesloten. “We verwachten dat enkele honderden taxichauffeurs binnenkort ‘op CDT’ zullen rijden,” aldus Leemans. Hij benadrukte dat de aansluiting van ICT-partners essentieel is voor de verdere uitrol en dat het aansluiten van taxi’s op de database nauw luistert om een soepele overgang naar het nieuwe systeem te waarborgen.

Foto: © Pitane Blue – Centraal station – Den Bosch

Ondanks de trage start heeft ILT de periode van de Tweede Praktijktoets verlengd tot 31 maart 2025. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze fase zou worden afgerond op 31 december 2024, maar de verlenging geeft extra tijd om eventuele technische en procesmatige uitdagingen het hoofd te bieden. Het geeft ICT-dienstverleners ook de ruimte om hun systemen volledig operationeel te krijgen voordat de database volledig in gebruik wordt genomen.

De Centrale Database Taxivervoer is een belangrijke pijler in het nieuwe toezicht op de Nederlandse taxibranche. De database stelt de ILT in staat om real-time inzicht te krijgen in de arbeids- en rusttijden van chauffeurs, een cruciaal aspect van het toezicht op de sector. Hiermee wordt beoogd om de veiligheid en arbeidsomstandigheden binnen de taxibranche te verbeteren en oneerlijke concurrentie door overtredingen van regels tegen te gaan.

opstartproblemen

De opstartproblemen bij de invoering van dit vernieuwde systeem tonen aan hoe complex de implementatie van een dergelijk project is. Het integreren van verschillende systemen, die elk hun eigen technische specificaties en beheerprocessen hebben, vraagt om zorgvuldige planning en uitvoering. Toch lijkt de ILT vastberaden om de implementatie van de Centrale Database Taxi tot een succes te maken. Met de verlenging van de testperiode hopen alle betrokken partijen de tijd te krijgen om de laatste obstakels uit de weg te ruimen en de taxibranche klaar te maken voor een toekomst met strikter toezicht en betere naleving van regels.

Jubileumeditie: duizenden lopers in actie tijdens 40e editie ASML Marathon Eindhoven

De ASML Marathon Eindhoven heeft dit weekend opnieuw de stad in haar greep.

Traditiegetrouw heeft het grootste tweedaagse sportevenement van Noord-Brabant plaats in het tweede weekend van oktober, en ook dit jaar wist het duizenden sportievelingen en toeschouwers te trekken. Met maar liefst 11.000 deelnemers verspreid over verschillende onderdelen, waaronder de nieuwe en uitgebreide Jumbo Mini Marathon, bewees de jubileumeditie wederom haar status als toonaangevend evenement in de regio.

De festiviteiten begonnen op zaterdag 12 oktober, toen de marathon feestelijk van start ging. De eerste dag stond in het teken van diverse kortere afstanden, waardoor er voor iedere deelnemer wel iets passends was. Van gezinnen die gezamenlijk de Jumbo Mini Marathon volbrachten, tot aan de fanatieke lopers die hun snelheid testten op de 5 kilometer lange City Run. De dag kende een uitgelaten sfeer, met deelnemers van alle leeftijden die vanaf de start aan de Parklaan richting de finish op de Vestdijk trokken. Deze straat, waar de atleten van de volledige marathon op zondag eveneens zouden eindigen, vormde het bruisende middelpunt van het hele evenement.

Jumbo Mini Marathon

De Jumbo Mini Marathon was dit jaar voor het eerst onderdeel van het zaterdagprogramma. Nieuw was de mogelijkheid om te kiezen tussen twee afstanden: 1,5 kilometer en 2,5 kilometer. Het initiatief om meerdere keuzes te bieden werd enthousiast ontvangen door de deelnemers, vooral door gezinnen die samen een sportieve dag wilden beleven. De opwinding onder de kinderen was duidelijk zichtbaar, en voor velen vormde de high five van Willy de Wasbeer, de mascotte van Brabant Sport, het hoogtepunt voordat ze aan hun loop begonnen. Het hele parcours werd langs de zijlijnen gevuld met enthousiaste toeschouwers die jong en oud aanmoedigden. Bij de finish wachtte hen de beloning: een prachtige medaille, speciaal ontworpen voor deze 40e jubileumeditie.

De afsluiting van de zaterdag werd verzorgd door de populaire City Run. Deze 5 kilometer lange wedstrijd, die snel was uitverkocht, bracht duizenden hardlopers op de been. De route leidde de deelnemers langs enkele van de mooiste delen van Eindhoven, en het parcours stond bekend om zijn snelheid. Voor zowel beginnende lopers als ervaren atleten bood de City Run een kans om deel te nemen aan het marathonweekend. Terwijl sommigen simpelweg genoten van de sfeer en de route, wisten anderen hun persoonlijk record te verbeteren op dit vlakke en snelle parcours. De eerste jonge lopers passeerden de finish al na 17 minuten, met nog genoeg energie om een laatste sprintje in te zetten. Het beeld van kinderen die zigzaggend tussen de volwassen lopers door renden, leverde een prachtig schouwspel op voor de toeschouwers.

Foto: © Pitane Blue – ASML Marathon Eindhoven 2024

De ASML Marathon Eindhoven zelf blijft natuurlijk het kroonjuweel van het weekend. De volledige marathon, die op zondag wordt gelopen, staat bekend om zijn snelle parcours. Het vlakke en brede traject, dat de lopers langs iconische plekken in de stad leidt, zorgt al jaren voor snelle tijden. Veel deelnemers spreken dan ook lovend over de organisatie en het parcours, dat al vaker resulteerde in persoonlijke records en zelfs kwalificaties voor internationale marathons. De finish op de Vestdijk, met het publiek dat rijen dik staat te juichen, biedt de perfecte afsluiting van een sportieve prestatie.

Eindhoven heeft zich wederom van zijn beste kant laten zien tijdens dit marathonweekend. De stad bruist, niet alleen door de duizenden deelnemers, maar ook door de vele bezoekers die speciaal voor dit evenement naar de lichtstad zijn afgereisd. Met de zon die af en toe doorbrak, de enthousiaste menigte en het vlekkeloze verloop van het evenement, kan de organisatie terugkijken op een zeer geslaagd weekend. De ASML Marathon Eindhoven blijft niet alleen een sportief hoogtepunt, maar ook een evenement dat de gemeenschap samenbrengt, jong en oud inspireert en internationale allure heeft.

Foto: © Pitane Blue – ASML Marathon Eindhoven 2024

De ASML Marathon Eindhoven betekent dat er in de stad en omgeving veel verkeersmaatregelen van kracht zijn. Het grootste sportevenement van Noord-Brabant brengt niet alleen duizenden lopers op de been, maar ook uitgebreide wegafsluitingen en omleidingen. Zowel deelnemers als toeschouwers wordt daarom aangeraden zoveel mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Station Eindhoven Centraal ligt op een ideale locatie, vlakbij de start- en finishzones, en blijft goed bereikbaar gedurende het hele weekend. Toch zullen veel wegen in de stad afgesloten zijn, waardoor verkeershinder onvermijdelijk is.

Hermes, de lokale vervoersmaatschappij, doet haar best om de overlast voor reizigers te beperken, maar waarschuwt dat vertragingen en rituitval op bepaalde lijnen onvermijdelijk zijn. Vooral op zondag 13 oktober, de dag van de volledige marathon, zullen er uitgebreide maatregelen van kracht zijn. Zo zijn er langdurige afsluitingen gepland voor zowel de opbouw als de afbouw van het evenement, vooral rondom de start- en finishlocaties.

De grootste verkeershinder wordt verwacht op de route van 20 tot 25 kilometer, waar op zondag tussen 10.00 en 14.30 uur diverse wegen rondom de Beukenlaan, Noord Brabantlaan en de Hovenring afgesloten zullen zijn. Zo is de afrit naar de Cederlaan dicht, en kunnen automobilisten de Noord Brabantlaan niet oversteken. Ook de busbaan zal daar afgesloten zijn, wat voor verdere vertragingen kan zorgen voor het openbaar vervoer. In het zuidelijke deel van Eindhoven, richting Meerhoven-Zuid, zullen ook verschillende afsluitingen gelden, zoals de toerit 30A richting het zuiden.

Verderop in de marathonroute, tussen 25 en 30 kilometer, blijven belangrijke verkeersaders zoals de Meerenakkerweg en de Kasteellaan grotendeels afgesloten. Hier wordt tussen 06.00 en 15.00 uur zowel de opbouw als de afbouw van verzorgingsposten uitgevoerd. Dit zorgt voor grote hinder voor verkeer dat normaal deze wegen gebruikt om door Eindhoven te rijden. Ook in Veldhoven zal de afrit 31 vanaf de snelweg afgesloten zijn, wat betekent dat automobilisten rekening moeten houden met aanzienlijke vertragingen en omleidingen. De gemeente heeft geadviseerd om indien mogelijk deze gebieden te vermijden en gebruik te maken van alternatieve routes via de N2.

De High Tech Campus, een belangrijke locatie op de marathonroute, zal tussen 10.15 en 16.00 uur volledig afgesloten zijn voor verkeer. Ook de Antoon Coolenlaan en Genneperweg zijn tijdens deze uren niet toegankelijk. Daarnaast wordt het fietspad tussen de Genneperweg en de Boutenslaan afgesloten, wat extra complicaties met zich meebrengt voor fietsers in de stad.

Foto: © Pitane Blue – ASML Marathon Eindhoven 2024

Op de laatste kilometers van de marathonroute, van 35 kilometer tot de finish, zijn er opnieuw uitgebreide maatregelen genomen om de veiligheid van de lopers te garanderen. Zo zijn de Boutenslaan, Alberdingk Thijmlaan en Hoogstraat afgesloten tussen 10.00 en 16.30 uur. Dit betekent dat automobilisten ook hier te maken krijgen met flinke verkeershinder, vooral op de parallelrijbanen die normaal een doorstroom van verkeer mogelijk maken. Verder zijn belangrijke straten in het centrum, zoals de Vonderweg en Willemstraat, afgesloten, evenals de Emmasingel en Keizersgracht. Dit kan voor verwarring zorgen bij bezoekers die de stad proberen te bereiken met de auto.

Ook rondom het stadion van PSV zijn er afsluitingen van kracht. De PSV-laan en de Mathildelaan zijn tussen 08.45 en 17.00 uur gesloten vanwege de opbouw en afbouw van verzorgingsposten, en hetzelfde geldt voor de Glaslaan en Kastanjelaan. Hierdoor kunnen bezoekers van het stadion en omliggende gebieden hinder ondervinden. De organisatie heeft benadrukt dat centrumlocaties zoals de Emmasingel bereikbaar blijven via de busbaan vanaf de Jan Smitzlaan en de P. Czn. Hooftlaan, maar waarschuwt dat de drukte aanzienlijk zal zijn.

Al met al is de ASML Marathon Eindhoven een prachtig sportevenement dat elk jaar weer vele lopers en bezoekers trekt, maar het brengt ook aanzienlijke verkeershinder met zich mee. De organisatie vraagt iedereen om geduld te hebben en zich goed voor te bereiden op de wegafsluitingen en omleidingen. Wie met het openbaar vervoer reist, kan gelukkig rekenen op goede verbindingen naar het centrum, maar voor automobilisten is het van belang om de verkeersmaatregelen nauwlettend in de gaten te houden en waar mogelijk alternatieve routes te plannen.

FNV roept kabinet op: meer parkeerplaatsen nodig voor beroepschauffeurs

Het beeld van vrachtwagens die stilstaan op toeritten, vluchtstroken of langs de snelweg wordt steeds vaker zichtbaar in Nederland.

Voor veel beroepschauffeurs lijkt het soms de enige uitweg in een situatie waarin ze geen parkeerplek kunnen vinden om de verplichte rustpauze te nemen. Hoewel begrijpelijk gezien het nijpende tekort aan parkeerplaatsen, zijn deze praktijken ronduit gevaarlijk en kunnen ze tot levensgevaarlijke situaties leiden. Rijkswaterstaat houdt dit probleem nauwlettend in de gaten en waarschuwt chauffeurs voor de grote risico’s van het parkeren op zulke onveilige plekken.

Het gebrek aan fatsoenlijke parkeerplaatsen dwingt vrachtwagenchauffeurs om steeds creatiever te worden in hun zoektocht naar een plek om te rusten. Vaak wijken ze uit naar de vluchtstrook of een toerit wanneer er geen parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dit gebeurt vooral langs drukke snelwegen zoals de A67, waar het tekort aan rustplekken groot is. Hoewel dit hen in staat stelt om te stoppen, brengen ze daarmee niet alleen zichzelf in gevaar, maar ook andere weggebruikers. De kans op ernstige ongevallen neemt hierdoor aanzienlijk toe.

weginspecteurs

Rijkswaterstaat is zich terdege bewust van deze problematiek en houdt de situatie op de Nederlandse snelwegen dan ook scherp in de gaten. De weginspecteurs van Rijkswaterstaat monitoren continu het wegennetwerk om dit soort risicovolle situaties zo snel mogelijk op te sporen en chauffeurs waar nodig aan te spreken. Zij hebben de taak om chauffeurs te waarschuwen dat het parkeren op vluchtstroken en toeritten niet alleen verboden is, maar ook levensgevaarlijk kan zijn. De vluchtstrook is bedoeld voor noodsituaties, zoals pech of een ongeval, en niet voor langdurige stops.

Weginspecteurs wijzen er daarnaast op dat vrachtwagenchauffeurs beter voorbereid op pad kunnen gaan door gebruik te maken van verschillende hulpmiddelen die beschikbaar zijn. Een van de belangrijkste adviezen die zij geven, is het gebruik van apps waarmee chauffeurs tijdens hun rit kunnen zien waar vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Deze apps bieden informatie over de beschikbaarheid van parkeerplekken in de buurt en kunnen zelfs helpen bij het van tevoren reserveren van een parkeerplaats. ‘Het plannen van je rustmomenten is cruciaal om te voorkomen dat je in een situatie komt waarin er geen fatsoenlijke parkeerplek meer beschikbaar is,’ aldus een woordvoerder van Rijkswaterstaat.

Hoewel apps en technologische hulpmiddelen een oplossing kunnen bieden, blijft het feit dat er in Nederland simpelweg te weinig parkeerplaatsen zijn voor het toenemende aantal vrachtwagens op de weg. Vooral in de avonduren en tijdens drukke periodes is er een groot tekort aan beschikbare rustplaatsen, en chauffeurs die zich strikt aan de rij- en rusttijdenwet willen houden, komen vaak in de knel. Dit probleem zorgt er uiteindelijk voor dat chauffeurs soms gedwongen worden om onveilige keuzes te maken, zoals parkeren op een toerit of vluchtstrook.

meer parkeerplaatsen

Naast de waarschuwingen van Rijkswaterstaat, doet de FNV Transport en Logistiek ook al geruime tijd een oproep aan de overheid om meer parkeerplaatsen voor beroepschauffeurs te realiseren. De vakbond stelt dat chauffeurs niet mogen worden gedwongen om in gevaarlijke situaties terecht te komen door een gebrek aan faciliteiten. Femke Janssen van de FNV benadrukt dat de verantwoordelijkheid hiervoor niet alleen bij de chauffeurs zelf ligt. ‘We kunnen chauffeurs niet in de steek laten door hen geen veilige parkeerplekken te bieden. Het risico dat zij nemen door te parkeren op plekken waar dat niet mag, is een direct gevolg van een tekort aan parkeervoorzieningen. De overheid moet hier actie op ondernemen,’ aldus Janssen.

Foto: © Pitane Blue – parkeren en vlucht nemen

Veel chauffeurs kiezen ervoor om hun vrachtwagen te parkeren en daarna met een privévoertuig of met het vliegtuig naar huis te reizen. Het achterlaten van een vrachtwagen is op zich geen probleem, mits dit gebeurt op daarvoor bestemde parkeerplaatsen.

De FNV Transport en Logistiek heeft een dringende oproep gedaan aan het kabinet om het nijpende tekort aan parkeerplaatsen voor beroepschauffeurs aan te pakken. Ook de vakbond is van mening dat het huidige gebrek aan fatsoenlijke rustplaatsen leidt tot gevaarlijke situaties op de weg. Beroepschauffeurs hebben volgens de regels recht op voldoende rust, maar door het toenemende aantal verdwenen parkeerplekken wordt hen die rust vaak ontzegd.

De situatie is vooral nijpend voor chauffeurs die lange afstanden afleggen, vaak in internationale transporten. Steeds meer chauffeurs, zowel uit binnen- als buitenland, zijn genoodzaakt om hun vrachtwagens op ongeschikte of zelfs illegale plekken te parkeren. Dit komt simpelweg doordat er geen beschikbare parkeerplekken zijn op momenten dat zij moeten rusten. Janssen benadrukt dat het hier niet om een keuze gaat, maar om een noodzakelijke maatregel om de veiligheid van de chauffeur en de overige weggebruikers te waarborgen.

De ervaring van Jan Slotboom, een vrachtwagenchauffeur uit Dordrecht, illustreert hoe schrijnend de situatie kan zijn. Op 23 maart vorig jaar ontving Slotboom een boete van €500 omdat hij zijn vrachtwagen parkeerde op een plek waar dat wettelijk niet is toegestaan. Hij had echter geen andere keus, aangezien er geen legale parkeerplaatsen beschikbaar waren. Hoewel hij zijn zaak voor de rechter bracht in de hoop dat de omstandigheden zouden worden erkend, kreeg hij geen gelijk. De rechter stelde simpelweg dat de wet was overtreden en dat dit moest worden bestraft, ondanks de overmacht waarin Slotboom verkeerde.

teleurgesteld

De FNV is teleurgesteld over de uitspraak en plaatst grote vraagtekens bij de juridische en politieke situatie rondom dit probleem. Janssen licht toe: ‘We begrijpen dat de rechter de wet moet volgen, maar het probleem ligt dieper. De politiek maakt het voor chauffeurs soms onmogelijk om zich aan de regels te houden. Het kan niet zo zijn dat iemand zoals Jan, die simpelweg geen parkeerplek kan vinden, wordt gedwongen om ofwel illegaal te parkeren of verder te rijden terwijl hij doodmoe is. Dat is niet alleen onveilig, het is ook onverantwoord.’

De vakbond vindt dat de politiek nu snel actie moet ondernemen om dit groeiende probleem structureel op te lossen. Er is dringend behoefte aan meer parkeervoorzieningen, speciaal voor beroepschauffeurs, langs de snelwegen en belangrijke transportroutes. Janssen benadrukt dat niet alleen de overheid hier een rol in moet spelen, maar ook de transportbedrijven zelf. Deze bedrijven moeten hun ritten zodanig plannen dat chauffeurs niet in verleiding komen om regels te overtreden of op onveilige plekken te parkeren. Ze waarschuwt echter dat dit wel kan betekenen dat er minder ritten per chauffeur gemaakt kunnen worden, wat mogelijk invloed heeft op de economie.

‘Onze chauffeurs zijn onmisbaar voor de economie’, zegt Janssen. ‘Zij zorgen ervoor dat supermarkten bevoorraad worden en medicijnen in de apotheken liggen. Ze vormen een cruciale schakel in de logistieke keten. Maar die schakel komt nu onder druk te staan omdat zij niet in staat worden gesteld om hun werk veilig en volgens de regels uit te voeren. Dit is een situatie die door anderen is veroorzaakt en waar de chauffeurs nu de dupe van worden.’

De FNV roept de politiek dan ook op om snel met een oplossing te komen. ‘Het is niet alleen een kwestie van verkeersveiligheid, maar ook van het welzijn van de chauffeurs’, aldus Janssen. De vakbond blijft zich inzetten voor de belangen van beroepschauffeurs en zal het probleem van de parkeerplaatsen blijven aankaarten, totdat er daadwerkelijk een oplossing komt die recht doet aan de situatie van de chauffeurs.

ACM: gezamenlijke fusieplannen Cetorhinus Maximus en RMC van de baan

De geplande omzetting van Transvision B.V. naar een volwaardige gemeenschappelijke onderneming door Cetorhinus Maximus B.V. (CM) en de Rotterdamse Mobiliteit Centrale RMC B.V. (RMC) gaat vooralsnog niet door.

Eind vorige maand maakten beide bedrijven aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM) bekend dat ze hun eerdere melding om de bestaande samenwerking te intensiveren wilden intrekken. Dit besluit markeert een opmerkelijke wending, nadat de intentie tot een diepgaandere samenwerking in augustus 2024 nog vol overtuiging was aangekondigd. Het nieuws over het intrekken kwam bij onze redactie terecht naar aanleiding van berichtgeving van het digitaal Magazine Personenvervoer.

De samenwerking tussen CM en RMC is niet nieuw. Beide partijen zijn al enige tijd verbonden door hun gezamenlijke betrokkenheid bij Transvision B.V., een bedrijf dat gespecialiseerd is in het organiseren van mobiliteitsdiensten voor diverse doelgroepen. De melding van augustus leek op dat moment een logische stap om de samenwerking verder te formaliseren en te verdiepen. Toch kozen de twee ondernemingen uiteindelijk voor een andere koers, al is niet geheel duidelijk waarom de fusieplannen nu zijn ingetrokken.

samenwerking

Transvision B.V. is al jarenlang een bekende speler in de mobiliteitssector. Het bedrijf houdt zich bezig met de coördinatie en organisatie van verschillende vormen van doelgroepenvervoer, waaronder ziekenvervoer, WMO-vervoer en contractueel taxivervoer. De combinatie van de expertise van CM en RMC binnen dit bedrijf was tot nu toe succesvol gebleken. Zo biedt CM, via haar dochteronderneming Zorgvervoercentrale Nederland B.V. (ZCN), landelijke mobiliteitsdiensten aan onder de naam BIOS-groep. De BIOS-groep is een belangrijke speler in de vervoerssector en levert onder meer vervoer voor mensen met een beperking, ziekenvervoer en zakelijk vervoer voor overheidsinstellingen en bedrijven.

RMC, dat als vervoersregisseur opereert, heeft een sterke focus op doelgroepenvervoer en werkt samen met onder meer de gemeente Rotterdam. Het biedt diensten zoals leerlingenvervoer, WSW-vervoer en WMO-vervoer. Daarnaast regelt het bedrijf ook personeelsvervoer en evenementenvervoer. Door de jaren heen heeft RMC zich geprofileerd als een specialistische aanbieder binnen de Nederlandse vervoersmarkt, met een breed scala aan diensten die verder reiken dan het traditionele taxivervoer. Ook biedt RMC callcenterdiensten en chauffeursdiensten aan, vooral voor andere bedrijven binnen de sector.

Foto: © Pitane Blue – Transvision

Op 5 augustus 2024 maakten CM en RMC officieel bekend dat ze hun samenwerking binnen Transvision wilden intensiveren door deze om te zetten in een volwaardige gemeenschappelijke onderneming. De plannen werden gepresenteerd als een strategische zet om hun positie in de snel veranderende mobiliteitsmarkt verder te verstevigen. Deze stap leek in lijn met de bredere trend in de vervoerssector waarin consolidatie en schaalvergroting steeds belangrijkere factoren zijn om efficiëntie te verhogen en innovatie te stimuleren.

De fusieplannen werden destijds ook als een noodzakelijke ontwikkeling gezien om te kunnen blijven concurreren in een markt waarin zowel technologische innovatie als regelgeving bedrijven dwingt om steeds efficiënter en klantgerichter te opereren. De gedachte achter de fusie was om de sterke punten van beide bedrijven te bundelen en zo beter in te kunnen spelen op de groeiende vraag naar geïntegreerde mobiliteitsoplossingen.

intrekking van de melding

De intrekking van de fusieplannen komt daarom als een verrassing, vooral gezien de eerdere verwachtingen en ambities van beide bedrijven. Vooralsnog hebben CM en RMC geen verdere details gegeven over de reden van de terugtrekking, maar de melding aan de ACM impliceert dat de bedrijven de plannen voor een volledige gemeenschappelijke onderneming voorlopig hebben geparkeerd. De exacte overwegingen blijven echter onduidelijk. Mogelijk spelen marktontwikkelingen, financiële overwegingen of veranderende strategische inzichten een rol in deze beslissing.

Ondanks de intrekking van de fusie blijft Transvision B.V. voorlopig opereren zoals voorheen, met beide bedrijven aan het roer. De samenwerking tussen CM en RMC binnen Transvision is in het verleden succesvol gebleken en er is geen indicatie dat deze nu beëindigd zal worden. De verwachting is dat beide partijen in de toekomst wellicht opnieuw een poging zullen wagen om hun samenwerking te verdiepen, maar voor nu blijven de plannen beperkt tot de huidige opzet.

Economie: grote boost voor VDL-fabriek in Roeselare dankzij order van Arriva

De Nederlandse vervoersmaatschappij Arriva heeft een belangrijke order geplaatst bij de busbouwer VDL voor de levering van 157 elektrische bussen.

Deze bussen zijn bestemd voor de regio West-Brabant en vormen een essentieel onderdeel van het openbaar vervoer dat Arriva zal verzorgen vanaf juli 2025. Dit is de op een na grootste bestelling die VDL ooit heeft ontvangen voor zijn Citea-bussen, een mijlpaal die de busbouwer nieuwe kansen biedt, ondanks de aanhoudende uitdagingen in de sector.

De VDL-fabriek in Roeselare, België, speelt een cruciale rol in de productie van deze bussen. Hoewel het nog niet volledig duidelijk is hoeveel van de 157 bussen in de West-Vlaamse vestiging gebouwd zullen worden, is het zeker dat een deel van de productie daar zal plaatsvinden. Voor de fabriek in Roeselare, die door de coronacrisis flinke klappen heeft gekregen, is dit order een welkome ontwikkeling. Toch zal het extra werk niet leiden tot nieuwe banen, meldt VDL. Dit komt omdat de bussector nog steeds te kampen heeft met de gevolgen van de pandemie en de teruglopende omzet van de afgelopen jaren.

innovatie

De nieuwe elektrische bussen zijn niet zomaar voertuigen. Ze zijn voorzien van innovatieve technologieën en voldoen aan de hoogste eisen op het gebied van duurzaamheid en veiligheid. Zo zullen de bussen volledig emissievrij zijn, wat perfect aansluit bij de zero-emissie doelstellingen van zowel Arriva als VDL. Daarnaast zullen de bussen uitgerust zijn met cameramonitoringsystemen, ter vervanging van de traditionele spiegels, en zowel aan de linker- als rechterzijde laadaansluitingen hebben. Dit maakt het opladen flexibeler en efficiënter.

Veiligheid is ook een belangrijk punt in het ontwerp van deze nieuwe generatie bussen. Iedere bus wordt uitgerust met een elektrische rolstoeloprijplaat, waardoor reizigers met een beperking gemakkelijker kunnen in- en uitstappen. Daarnaast zullen er AED-apparaten (Automatische Externe Defibrillatoren) aan boord zijn, waarmee in noodgevallen snel gereageerd kan worden. Deze maatregelen onderstrepen het streven van Arriva en VDL om zowel het comfort als de veiligheid van de passagiers te waarborgen.

samenwerking

De bestelling van Arriva is een duidelijke indicatie van het vertrouwen dat het vervoersbedrijf heeft in VDL en hun gezamenlijke visie op duurzaam openbaar vervoer. Beide bedrijven hebben een lange geschiedenis van samenwerking en hebben in de afgelopen jaren verschillende projecten succesvol afgerond. “Deze bestelling is een bevestiging van onze sterke samenwerking en ons gezamenlijke doel om het openbaar vervoer groener en efficiënter te maken,” aldus een woordvoerder van VDL. Door de jaren heen hebben Arriva en VDL zich samen ingezet om bij te dragen aan de realisatie van de Europese emissiedoelstellingen, en deze nieuwe bestelling is een logische voortzetting van die missie.

Foto: © Pitane Blue – VDL Roeselare

VDL mag trots zijn op deze bestelling, die niet alleen een positief effect heeft op de productie in zowel Nederland als België, maar ook laat zien dat er ondanks de uitdagingen in de bussector nog steeds ruimte is voor groei en innovatie. De toekomst van het openbaar vervoer wordt steeds groener en VDL en Arriva staan klaar om die verandering aan te voeren.

VDL Bus & Coach, een divisie van de VDL Groep, heeft echter moeilijke tijden gekend. Vorig jaar zag het bedrijf de omzet met 33 procent dalen, mede door de hevige concurrentie van Chinese busbouwers die steeds meer marktaandeel in Europa veroveren. Deze nieuwe order geeft VDL dan ook een broodnodige impuls om zich opnieuw te positioneren op de internationale markt. Hoewel de productie van elektrische bussen steeds belangrijker wordt, blijft de concurrentie intens, vooral nu Europese steden steeds meer de nadruk leggen op milieuvriendelijk transport.

De eerste leveringen van de bussen zullen naar verwachting plaatsvinden in de eerste helft van 2025. Dit tijdschema is cruciaal, omdat Arriva vanaf juli 2025 verantwoordelijk is voor de nieuwe concessie in West-Brabant. Met de toevoeging van deze bussen aan hun vloot kan Arriva niet alleen voldoen aan de strengere milieueisen, maar ook haar passagiers een modern en veilig vervoersmiddel bieden. De vervoersmaatschappij heeft aangegeven dat dit project een belangrijke stap is in de verdere vergroening van haar diensten in Nederland.

VDL Bus Roeselare is een autobusfabriek in het Belgische Beveren bij Roeselare en is onderdeel van VDL Bus & Coach. Het bedrijf voerde tussen 1881 en 1994 de naam Jonckheere. In 1994 werd het bedrijf opgekocht door de Berkhof Groep en gaat het sinds 1998 verder als VDL Jonckheere Bus & Coach N.V..

Elon Musk onthult futuristisch robotaxi: ‘Cybercab’ moet in 2026 op de weg zijn

Elon Musk heeft in Los Angeles opnieuw een grootse belofte gedaan – althans, deels. De Tesla-topman presenteerde het langverwachte robotaxi dat in de toekomst autonoom passagiers moet gaan vervoeren.

Dit voertuig, dat de naam “Cybercab” draagt, doet denken aan een Tesla Model 3 en valt op door zijn vleugeldeuren die naar boven openen. Maar ondanks de indrukwekkende presentatie op het terrein van de Warner Bros.-studio’s in Hollywood, bleven er veel vragen onbeantwoord over de technologie en de uiteindelijke realisatie.

Tesla is van plan om de productie van de “Cybercab” in 2026 te starten. Elon Musk gaf echter meteen toe dat hij erom bekendstaat vaak te optimistisch te zijn over tijdschema’s. Deze zelfkritiek is terecht, want in het verleden heeft Musk meerdere keren te ambitieuze voorspellingen gedaan. Zo beloofde hij jaren geleden al dat Tesla-eigenaren hun voertuigen als robotaxi’s zouden kunnen inzetten om geld te verdienen. Tot op heden is dat echter nog niet mogelijk, en de bestaande autonome rijtechnologie van Tesla blijft onderwerp van discussie.

30.000 dollar

Volgens Musk zal de “Cybercab” niet alleen als robotaxi worden ingezet, maar ook beschikbaar zijn voor consumenten om te kopen – voor minder dan 30.000 dollar. Hiermee wil Tesla een aantrekkelijk geprijsd model aanbieden dat een brede doelgroep kan aanspreken. Of die prijs en het productiejaar van 2026 haalbaar zijn, moet echter nog blijken.

Tijdens het evenement arriveerde Musk in stijl: hij liet zich met een stuurloze “Cybercab” naar het podium rijden, zonder bestuurder. Dit gebeurde echter op een gecontroleerd terrein, wat betekent dat er geen goedkeuring van de verkeersautoriteiten nodig was. Het voertuig reed autonoom, maar of deze technologie in het reguliere verkeer even goed zal werken, blijft onzeker.

Robovan

Een ander hoogtepunt van de avond was de presentatie van een futuristische zelfrijdende minibus genaamd “Robovan,” die plaats biedt aan maximaal 20 personen. Ook dit voertuig past binnen Tesla’s ambitie om een volledig autonoom wagenpark te ontwikkelen. Toch is het de vraag hoe snel deze ambities werkelijkheid kunnen worden, vooral omdat Tesla nog steeds worstelt met het behalen van zijn doelen op het gebied van autonoom rijden.

Het evenement begon met bijna een uur vertraging, waarbij Musk de vertraging toeschreef aan een medisch noodgeval onder de aanwezigen. Naast journalisten waren ook analisten en prominente Tesla-influencers uitgenodigd, die het merk en zijn oprichter vaak de hemel in prijzen.

Elon Musk

Met de presentatie van de “Cybercab” en de “Robovan” laat Tesla opnieuw zien dat het bedrijf grote ambities heeft op het gebied van autonoom rijden. Maar of deze toekomstvisie snel werkelijkheid wordt, zal afhangen van technologische doorbraken en het vermogen van Tesla om zijn beloften daadwerkelijk waar te maken.

Musk doet al sinds 2016 beloften dat Tesla op het punt staat een doorbraak te bereiken op het gebied van autonoom rijden. Hij beloofde zelfs jaren geleden dat alle Tesla-eigenaren hun voertuigen zonder bestuurder op een robotaxi-platform zouden kunnen inzetten om geld te verdienen. Tesla biedt al geruime tijd de optie aan om vooraf te betalen voor de mogelijkheid tot autonoom rijden, maar in de praktijk is het zogenaamde “Autopilot”-systeem, zelfs in de geavanceerde versie “Full Self-Driving” (volledig zelfrijdend), nog steeds een rijhulpsysteem waarbij de bestuurder altijd verantwoordelijk blijft en te allen tijde de controle moet kunnen overnemen.

concurrentie

Ondertussen zijn er al werkende robotaxi’s, vooral van Waymo, een zusterbedrijf van Google. Deze voertuigen maken wekelijks meer dan 100.000 ritten zonder bestuurder in vier Amerikaanse steden, met name in San Francisco. Waymo heeft daar omgebouwde Jaguar-elektrische voertuigen die deel uitmaken van het straatbeeld. Ook in China boeken bedrijven zoals Baidu snelle vooruitgang op het gebied van robotaxi’s.

In tegenstelling tot Waymo en andere ontwikkelaars van robotaxi’s blijft Musk vasthouden aan zijn visie dat volledig autonoom rijden alleen mogelijk is met camera’s en zonder de duurdere laser-radartechnologie. Veel experts in de industrie betwijfelen echter of deze voertuigen voldoende informatie kunnen verzamelen om veilig en effectief door het verkeer te navigeren.

Groene toekomst voor touringcars: Flixbus zet stappen naar duurzaamheid met bio-LNG

Op uitnodiging van Charles Billiard, Senior PR-PA & Communication Manager bij Flixbus voor Frankrijk en de Benelux, lieten wij ons vandaag informeren over Flixbus die stappen zet naar duurzaamheid met bio-LNG.

Tijdens een bijeenkomst bij het Shell Truck Only tankstation in Eindhoven was het doel om de vooruitgang in het gebruik van alternatieve brandstoffen te bespreken, met name de rol van bio-LNG in het verminderen van de CO2-uitstoot in de touringcarsector. Flixbus, opgericht in 2011 door André Schwämmlein, heeft zich sinds zijn oprichting gepositioneerd als het belangrijkste netwerk van lange afstand busbedrijven in Europa en zet nu stappen richting duurzaamheid.

partnerbedrijven

De bijeenkomst werd bijgewoond door vertegenwoordigers van verschillende belangrijke Flixbus partnerbedrijven die nauw betrokken zijn bij de verduurzaming van het busvervoer. Onder de aanwezigen bevonden zich Fokke Wim Velthuijsen, Head of Business & Country Lead Benelux bij Flixbus, en Michał Dropko, Senior Project Manager bij Flixbus. Ook vertegenwoordigers van partnerbedrijven zoals Shell, Scania, Staf Cars en Kupers Touringcars waren aanwezig. Deze bedrijven spelen een cruciale rol in het realiseren van de duurzame ambities van Flixbus.

Foto: © Pitane Blue – (vlnr) Pieter Thijs – Sandra Geilings – Michał Dropko – Charles Billiard – Bert Fonteijn – Bram Stakenburg

Het proces om bio-LNG in te zetten wordt door Flixbus en Shell al toegepast in Nederland. Shell levert de biobrandstof vanuit een installatie in Amsterdam, die het in samenwerking met partners Nordsol en Renewi in 2021 opende. In de toekomst wil Shell de productie van bio-LNG opschalen om volledig op schone brandstoffen te draaien, een stap die al in Duitsland wordt genomen. Momenteel wordt bio-LNG in Nederland nog bijgemengd, maar dit zorgt al voor een CO2-reductie van zo’n 30%. Shell wil dit percentage in de komende jaren verhogen naar 100%.

Staf Cars en Kupers

De voordelen van bio-LNG werden ook duidelijk tijdens een demonstratie waarbij Staf Cars uit België en Kupers Touringcars uit Nederland lieten zien hoe hun bussen werden getankt met bio-LNG. Dit tankproces verschilt echter van traditioneel tanken. Een van de betrokken chauffeurs, legde uit: “LNG komt uit een opslagtank met een binnentemperatuur van -150 graden. Je kunt je voorstellen dat het enige tijd kost om de installatie af te koelen, vooral als er niet recent getankt is. Het is daarnaast belangrijk om de nozzle goed schoon te maken en goed op de tank aan te sluiten. Als de verbinding niet goed zit, kan er lekkage optreden.” 

Foto: © Pitane Blue – Flixbus – Shell – tanken bioLNG

Veiligheid is ook van groot belang, vooral vanwege de extreem lage temperatuur van het gas, die kan leiden tot brandwonden of bevriezing.

Emissievrij busvervoer voor lange afstanden staat nog in de kinderschoenen. De voordelen van bio-LNG zijn echter duidelijk. Deze brandstof biedt een actieradius van ongeveer 1000 kilometer, aanzienlijk meer dan elektrische bussen, die meestal rond de 350 kilometer per oplaadbeurt kunnen rijden. Dit maakt bio-LNG een aantrekkelijk alternatief voor touringcarbedrijven die duurzaam willen opereren zonder concessies te doen aan de operationele flexibiliteit.

Foto: © Pitane Blue – Sandra Geilings – SHELL

Shell, vertegenwoordigd door Sandra Geilings, commercieel verantwoordelijk voor wegvervoer in de Benelux en Frankrijk, gaf tijdens de bijeenkomst een uitgebreide uitleg over het bio-LNG-project. Deze biobrandstof, geproduceerd uit organisch afval zoals landbouwresten en voedsel waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken, kan in bestaande LNG-motoren worden gebruikt zonder dat er technische aanpassingen nodig zijn. Bio-LNG biedt volgens Geilings een belangrijke overgangsoplossing voor sectoren waarin volledige elektrificatie op korte termijn lastig te realiseren is, zoals zwaar wegtransport en de touringcarindustrie.

Flix, bekend van de groene Flixbussen, en autobouwer Scania werken samen aan bussen die op bio-LNG kunnen rijden. Zo willen ze langeafstandsreizen duurzamer maken. Scania is actief betrokken bij de verduurzaming van de sector. Bram Stakenburg, verantwoordelijk voor bussen en coaches in de Benelux, deelde tijdens de bijeenkomst de ambitie van Scania en Shell om de touringcar- en transportsector verder te decarboniseren. Ze werken samen aan de ontwikkeling van openbare snellaadstations voor elektrische bussen, die deel zullen uitmaken van het Scania dealernetwerk in Nederland en mogelijk zullen uitbreiden naar de hele Benelux.

Toch was er tijdens de bijeenkomst ook kritiek te horen op de rol van de overheid in het verduurzamen van het personenvervoer. Bert Fonteijn, CEO van Kupers Touringcars, uitte zijn zorgen over de haalbaarheid van elektrische bussen op de korte termijn: “Het is voor overheden gemakkelijk om openbaar vervoersbedrijven te verplichten binnen de aanbesteding met elektrische bussen te rijden, maar dat is tot op vandaag geen haalbare kaart gezien de veel te lage actieradius.” Hij benadrukte dat touringcarbedrijven bereid zijn te investeren in duurzaamheid, maar dat de middelen daarvoor wel beschikbaar moeten zijn.

Foto: © Pitane Blue – Flixbus – Staf Cars

Pieter Thijs, CEO van Staf Cars, sloot zich aan bij deze kritiek en noemde de situatie in België niet anders dan die in Nederland: “In België is de regering altijd ‘under construction’, waardoor er weinig concrete stappen worden genomen om de sector te ondersteunen.” Toch is Staf Cars al vooruitstrevend, met de inzet van een bio-LNG bus voor Flixbus. 

alternatieven

Naast het gebruik van bio-LNG als overgangsbrandstof, onderzoekt Flixbus ook andere alternatieve oplossingen voor het verduurzamen van langeafstandsvervoer. Het bedrijf, dat in 2011 werd opgericht en sindsdien een van de grootste spelers in de Europese langeafstandsbusmarkt is, streeft ernaar om een steeds groenere vervoersoptie te bieden. Dit streven wordt gedreven door een groeiend bewustzijn van de noodzaak om de CO₂-uitstoot in de transportsector drastisch te verminderen.

Flixbus heeft ambitieuze doelstellingen als het gaat om duurzaamheid. Het bedrijf wil in Europa tegen 2040 volledig CO₂-neutraal zijn, en wereldwijd moet dat doel in 2050 zijn bereikt. Hoewel bio-LNG momenteel een belangrijke rol speelt in het verduurzamingsplan van Flixbus, is het niet de enige oplossing die wordt onderzocht. In samenwerking met partners zoals Shell en Scania wordt er gekeken naar verschillende alternatieve brandstoffen en technologieën die bijdragen aan het terugdringen van de CO₂-uitstoot.

Een van de mogelijke alternatieven die Flixbus onderzoekt, is groene waterstof. Hoewel er op dit moment nog geen bevestiging is of dit een technologie is die Flixbus actief onderzoekt, is de interesse in waterstof als brandstof voor langeafstandsreizen wel logisch. Groene waterstof wordt geproduceerd door middel van elektrolyse, waarbij hernieuwbare energie wordt gebruikt om water te splitsen in waterstof en zuurstof. Deze waterstof kan vervolgens worden gebruikt in brandstofcelbussen, waarbij de enige uitstoot waterdamp is. Dit maakt het een zeer schone en veelbelovende technologie voor de toekomst van langeafstandsvervoer.

Elektrisch rijden: Electra start met snellaadstations bij KFC in vijf steden

ELECTRA, de Europese specialist op het gebied van snelladen voor elektrische voertuigen, heeft een samenwerking aangekondigd met Ruval Real Estate, een vastgoedfonds beheerd door Dunavast.

Deze strategische samenwerking heeft als doel om vijf nieuwe snellaadstations te realiseren bij KFC-restaurants in Nederland. Het is voor ELECTRA een belangrijke eerste stap om zijn ambitieuze plannen voor de Nederlandse markt te verwezenlijken, nadat het bedrijf eerder dit jaar zijn intenties om Nederland te betreden aankondigde.

De snellaadstations worden geïnstalleerd bij KFC-vestigingen in de steden Utrecht, Delft, Lelystad, Vlaardingen en Hoogeveen. Deze locaties vormen de eerste concrete actie van het bedrijf om een solide aanwezigheid in Nederland op te bouwen. ELECTRA heeft als doelstelling om tegen 2030 in totaal 100 snellaadstations met 600 laadpunten te realiseren in Nederland, waarmee ze het groeiende aantal elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen willen bedienen.

De keuze voor KFC-locaties sluit naadloos aan bij de strategie van ELECTRA om hun snellaadstations in stedelijke gebieden te plaatsen, waar klanten gemakkelijk toegang hebben tot voorzieningen tijdens het opladen van hun voertuigen. Denk hierbij aan locaties bij supermarkten, hotels, restaurants en parkeerplaatsen. Deze focus op toegankelijkheid en gebruiksgemak onderscheidt ELECTRA van andere aanbieders, die vaak minder zichtbare of moeilijk bereikbare plekken kiezen.

Louis-Charles Mosseray, General Manager Benelux bij ELECTRA, is enthousiast over deze nieuwe stap in Nederland. “Wij zijn verheugd om onze eerste snellaadstations in Nederland te openen. Elektrisch rijden is de toekomst, maar om deze toekomst te realiseren is een uitgebreid netwerk van toegankelijke snellaadstations noodzakelijk. De hoeveelheid elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen zal namelijk alleen maar groeien en daarmee ook de vraag naar snelle oplaadmogelijkheden. Deze eerste vijf snellaadstations bij een bekende fastfoodketen als KFC kenmerken ELECTRA’s vastberadenheid om zijn doelstellingen te behalen.”

Deze nieuwe samenwerking is een belangrijke mijlpaal voor het bedrijf, dat al actief is in negen landen en al meer dan 350 snellaadstations beheert. ELECTRA heeft grootse plannen om tegen 2030 dit netwerk uit te breiden naar meer dan 2.200 stations in heel Europa. Voor de financiering van deze ambitieuze doelen heeft het bedrijf in drie jaar tijd meer dan 600 miljoen euro aan kapitaal opgehaald. Onder de aandeelhouders van ELECTRA bevinden zich gerenommeerde partijen zoals het Nederlandse pensioenfonds PGGM, EIP uit Zwitserland, en investeerders zoals Allianz en Caisse des Dépôts.

Ruval Real Estate, dat verantwoordelijk is voor de vastgoedlocaties van KFC in Nederland, ziet ook veel potentie in de samenwerking. Coen Sterk, manager van Ruval Real Estate, verklaarde: “We zijn erg enthousiast over onze samenwerking met ELECTRA. Het installeren van snellaadstations op onze locaties biedt de klanten van KFC niet alleen gemak, maar draagt ook bij aan een duurzame toekomst. Deze samenwerking past perfect in onze visie voor de toekomst van mobiliteit en klantgerichtheid.”

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

De samenwerking tussen ELECTRA en Ruval Real Estate is een voorbeeld van hoe bedrijven zich steeds meer richten op duurzaamheid en het bieden van praktische oplossingen voor de snelgroeiende markt van elektrische voertuigen. Door het plaatsen van snellaadstations bij populaire eetgelegenheden zoals KFC, kunnen bestuurders van elektrische auto’s hun voertuigen opladen terwijl ze genieten van een maaltijd, wat zowel tijdsbesparing als gemak biedt.

ELECTRA’s intrede op de Nederlandse markt komt op een moment dat het aantal elektrische voertuigen in Nederland blijft toenemen. De Nederlandse overheid stimuleert elektrisch rijden met subsidies en belastingvoordelen, en steeds meer automerken zetten in op volledig elektrische modellen. De vraag naar snelle en betrouwbare oplaadmogelijkheden groeit navenant, en bedrijven zoals ELECTRA spelen in op deze behoefte met grootschalige investeringen en strategische samenwerkingen.

Met de realisatie van de eerste vijf snellaadstations bij KFC is dit slechts het begin van wat een belangrijke uitbreiding van het snellaadnetwerk in Nederland belooft te worden. De komende jaren zullen cruciaal zijn voor ELECTRA, aangezien het bedrijf verder werkt aan de uitbreiding van zijn netwerk en het versterken van zijn positie in de Europese markt voor elektrische voertuigen.