Tag archieven: kabinet

OV-staking legt ochtendspits plat: geen treinen en bussen in vroege uren

De vroege ochtendspits van woensdag 24 juni dreigt op meerdere plekken in het land volledig vast te lopen door een grootschalige staking in het openbaar vervoer.

Reizigers die afhankelijk zijn van trein, bus, tram of metro moeten rekening houden met aanzienlijke vertragingen en zelfs het volledig uitvallen van verbindingen in de eerste uren van de dag. De actie, georganiseerd door vakbonden, richt zich tegen de kabinetsplannen rondom sociale zekerheid en heeft een landelijke impact.

Volgens regionale berichtgeving ligt het treinverkeer van de NS tussen 04.00 en 08.00 uur grotendeels stil. In die periode rijden er geen treinen, waarna de dienstregeling slechts langzaam weer wordt opgestart. Dit betekent dat ook na 08.00 uur nog hinder kan worden ondervonden, doordat materieel en personeel niet direct op de juiste plekken beschikbaar zijn. Voor veel forenzen, die juist in deze uren onderweg zijn naar werk of studie, zorgt dat voor flinke onzekerheid.

reis uitstellen

Niet alleen het spoor wordt getroffen door de staking. Ook het regionale vervoer krijgt harde klappen. In Zeeuws-Vlaanderen heeft vervoerder Connexxion aangekondigd dat de bussen tussen 06.00 en 08.00 uur helemaal niet rijden. Daarmee wordt een belangrijk deel van Zeeland geraakt, waar reizigers vaak afhankelijk zijn van busverbindingen om grotere afstanden te overbruggen. De maatregel betekent dat veel mensen alternatieve manieren moeten zoeken om hun bestemming te bereiken, of hun reis moeten uitstellen.

Ook in het oosten van Nederland is de impact duidelijk merkbaar. Vervoerder RRReis laat weten dat de staking in hun regio tot 08.00 uur duurt. Steden als Arnhem en Nijmegen worden daarbij expliciet genoemd. In diezelfde regio heeft Breng aangegeven dat de dienstregeling eveneens pas om 08.00 uur weer wordt opgestart. Voor reizigers betekent dit dat zij in de vroege ochtend rekening moeten houden met minder of zelfs helemaal geen bussen en treinen. De verwachting is dat haltes en stations daardoor extra druk kunnen worden zodra het vervoer weer op gang komt.

In Brabant waarschuwt vervoerder Bravo eveneens voor hinder. Reizigers worden daar nadrukkelijk gewezen op de gevolgen van de landelijke actie. Wel blijven de belangrijke airportlijnen 400 en 401 van en naar Eindhoven Airport volgens de gebruikelijke dienstregeling rijden. Daarover zijn afspraken gemaakt met de vakbonden. Voor andere buslijnen geldt dat reizigers rekening moeten houden met uitval of een latere opstart van de dienstregeling.

Als vervoerder kiezen Arriva en Hermes geen politieke kleur en nemen geen positie in binnen dit maatschappelijke debat. Wij hebben begrip voor het feit dat vakbonden aandacht willen vragen voor onderwerpen die zij belangrijk vinden. Tegelijkertijd vinden wij het absoluut niet passend dat het openbaar vervoer en onze reizigers daarvoor worden ingezet. Uiteindelijk zijn het reizigers die hiervan de dupe worden.

Foto: © Pitane Blue – NS

De combinatie van deze factoren zorgt voor een onrustige periode voor reizigers. Waar de staking op korte termijn voor directe problemen zorgt, brengt de overgang naar OVpay op langere termijn veranderingen met zich mee in de manier waarop mensen gebruikmaken van het openbaar vervoer. Voor veel reizigers betekent dit dat zij niet alleen moeten omgaan met vertragingen en uitval, maar ook met aanpassingen in betaalmethoden en reisgedrag.

weinig alternatieven

De verwachting is dat de ochtendspits woensdag bijzonder chaotisch kan verlopen, vooral in gebieden waar weinig alternatieven beschikbaar zijn. Automobilisten moeten mogelijk rekening houden met extra drukte op de weg, doordat meer mensen kiezen voor de auto. Tegelijkertijd blijft het onzeker hoe snel het openbaar vervoer zich na 08.00 uur volledig herstelt.

Reizigers wordt geadviseerd om voor vertrek de actuele reisinformatie te controleren en waar mogelijk alternatieve routes of vervoersmiddelen te overwegen. De staking onderstreept opnieuw hoe kwetsbaar het vervoersnetwerk kan zijn wanneer meerdere schakels tegelijk wegvallen.

Eindhoven Airport: kabinet vecht stikstofuitspraak aan en zet alles op alles voor duidelijkheid

Minister Van Essen zoekt juridische doorbraak in strijd rond luchthavens.

Het kabinet zet een volgende stap in de slepende stikstofkwestie rond regionale luchthavens en gaat in hoger beroep tegen de recente uitspraak over Eindhoven Airport. Minister Jaimi van Essen van Landbouw, namens D66, wil met deze stap afdwingen dat er meer juridische duidelijkheid komt over de toepassing van de stikstofregels op luchthavens. In een brief aan de Tweede Kamer benadrukt hij dat die duidelijkheid noodzakelijk is om toekomstig beleid op te kunnen bouwen.

De uitspraak van de rechter vorige maand zette de zaak op scherp. Daarin werd bepaald dat niet alleen Eindhoven Airport, maar ook Rotterdam The Hague Airport en Lelystad Airport verplicht zijn om over een geldige natuurvergunning te beschikken. Daarmee werd de druk op het kabinet aanzienlijk opgevoerd, aangezien dergelijke vergunningen aantonen dat de uitstoot van stikstof geen onaanvaardbare schade toebrengt aan beschermde natuurgebieden.

strakke deadline

De rechter gaf het ministerie bovendien een strakke deadline. Binnen acht weken, met als uiterste termijn halverwege juni, moet Van Essen beslissen of hij daadwerkelijk ingrijpt bij de betrokken luchthavens. Ook moet hij binnen die periode duidelijk maken of er handhavend zal worden opgetreden. Die verplichting legt extra gewicht op de politieke en juridische afwegingen die nu op tafel liggen.

In een poging om de situatie beheersbaar te houden, heeft de minister inmiddels een tijdelijke maatregel aangekondigd. Eindhoven Airport en Rotterdam Airport krijgen een maximum opgelegd voor hun stikstofuitstoot in de jaren 2026 en 2027. Met deze ingreep probeert het kabinet de uitstoot te beperken en tegelijkertijd ruimte te houden voor een structurele oplossing. Eerder ondernam het kabinet al soortgelijke stappen, maar die werden door de rechter van tafel geveegd, waardoor de onzekerheid voor zowel de luchtvaartsector als omwonenden bleef bestaan.

Foto: © Pitane Blue – Eindhoven Airport

Volgens Van Essen is het duidelijk dat het probleem verder reikt dan alleen de luchthavens. Hij wijst erop dat de stikstofcrisis bredere gevolgen heeft voor tal van maatschappelijke en economische dossiers. In zijn brief schrijft hij dat herstel van de natuur essentieel is om de impasse te doorbreken. “Daardoor lopen we vast op alles wat we juist wel willen: het legaliseren van PAS-melders, verduurzaming in de landbouw en projecten voor de energietransitie”, aldus de minister.

stikstofproblematiek

Die uitspraak onderstreept hoe nauw verweven de stikstofproblematiek is met andere beleidsdoelen van het kabinet. Zonder een oplossing dreigen niet alleen infrastructurele projecten stil te vallen, maar komt ook de voortgang op het gebied van duurzaamheid en landbouw onder druk te staan. De kwestie rond de luchthavens fungeert daarmee als een belangrijk juridisch en politiek testgeval.

Het hoger beroep moet nu duidelijk maken hoe de regels precies moeten worden geïnterpreteerd en toegepast. Voor zowel de luchtvaartsector als de overheid staat er veel op het spel. Een bevestiging van de eerdere uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van regionale luchthavens, terwijl een andere uitkomst juist ruimte kan bieden voor aangepaste regelgeving en beleid.

Ondertussen kijkt Den Haag vooruit naar de aangekondigde stikstofplannen die volgende maand gepresenteerd moeten worden. Die plannen moeten richting geven aan een structurele aanpak van het probleem en mogelijk ook antwoorden bieden op de vragen die in deze juridische strijd centraal staan. Tot die tijd blijft de onzekerheid groot, zowel voor de betrokken luchthavens als voor de vele sectoren die afhankelijk zijn van duidelijke en werkbare stikstofregels.

Dreigende acties: reizigers de dupe van OV-staking door conflict over sociale zekerheid

Vakbond FNV zet de toon richting het kabinet met een landelijke werkonderbreking in het openbaar vervoer op 24 juni.

Op die dag beginnen werknemers in trein, bus, tram en metro pas om 08.00 uur met hun diensten, waardoor in de vroege ochtenduren geen enkel openbaar vervoermiddel rijdt. De actie raakt daarmee direct duizenden reizigers die afhankelijk zijn van het ov om op tijd op hun werk, school of afspraak te komen.

De staking is volgens de bond geen op zichzelf staand incident, maar een nadrukkelijk signaal richting de politiek. Edwin Kuiper, bestuurder van FNV Vervoer, laat er geen misverstand over bestaan hoe hoog de spanningen zijn opgelopen. “Als het kabinet Jetten doorgaat met de afbraak van de sociale zekerheid, dan zijn stakingen onvermijdelijk. Dit is een duidelijke waarschuwing: de maatregelen moeten van tafel. Gebeurt dat niet, dan volgen er acties.” Met deze woorden onderstreept Kuiper dat de werkonderbreking slechts het begin kan zijn van een langere reeks acties.

kabinet Jetten

De kern van het conflict ligt bij de plannen van het kabinet rond de sociale zekerheid. Volgens vakbonden FNV en CNV worden bestaande afspraken uitgehold en verslechteren belangrijke regelingen. Zo zou er worden ingegrepen in de AOW, wordt de duur van de WW verkort en verandert de WIA op een manier die nadelig uitpakt voor werknemers. De bonden stellen dat werkenden hierdoor niet alleen langer moeten doorwerken, maar ook minder zekerheid hebben op het moment dat zij ziek worden of hun baan verliezen.

De onvrede hierover leeft breed binnen de sector. Werknemers in het stadsvervoer, streekvervoer en op het spoor hebben zich volgens de bond in grote meerderheid achter mogelijke acties geschaard. Interne raadplegingen laten zien dat de bereidheid om het werk neer te leggen aanzienlijk is. Daarmee groeit de druk op de regering om in te grijpen voordat het conflict verder escaleert.

Aan de aangekondigde actie ging al een stevig ultimatum vooraf. De vakbonden gaven het kabinet tot maandag 25 mei middernacht de tijd om de plannen aan te passen. In dat ultimatum eisen zij dat de voorgenomen versoberingen van de WW en de WIA volledig van tafel gaan. Ook moet het plan om het maximum dagloon te verlagen worden geschrapt. Daarnaast ligt de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd onder vuur. Volgens de bonden zijn deze maatregelen onacceptabel en tasten zij de bestaanszekerheid van werkenden fundamenteel aan.

FNV vakbond

Wanneer het kabinet niet aan deze eisen tegemoetkomt, volgt dus de werkonderbreking op 24 juni. Daarmee willen de bonden laten zien dat zij bereid zijn om drukmiddelen in te zetten om hun punt kracht bij te zetten. Tegelijkertijd benadrukt Kuiper dat de staking niet lichtvaardig is besloten. Hij spreekt van een uiterste middel, waar de bond pas toe overgaat nadat andere pogingen om gehoord te worden zijn vastgelopen. “Wij begrijpen goed dat reizigers last hebben van deze actie en dat vinden wij heel vervelend. Mensen moeten naar hun werk, school of afspraken kunnen. Onze leden doen dat het liefst ook. Maar het kabinet weigert te luisteren naar de zorgen van werkenden. Onze leden zien geen andere mogelijkheid meer dan staken. We doen dit niet alleen voor werknemers in het ov, maar voor alle Nederlanders die afhankelijk zijn van goede sociale zekerheid.”

ochtendspits

De impact van de actie zal vooral in de ochtendspits voelbaar zijn. Forenzen die normaal vroeg vertrekken, zullen alternatieven moeten zoeken of hun reis moeten uitstellen. Daarmee wordt de maatschappelijke druk verder opgevoerd, precies zoals de bonden beogen. Het doel is om de gevolgen van de kabinetsplannen zichtbaar te maken en tegelijkertijd de urgentie van het conflict te onderstrepen.

Kuiper waarschuwt bovendien dat het hier mogelijk niet bij blijft. “Als we na de zomer nog steeds in deze positie zitten, dan zullen er grotere acties volgen. Dan moet je echt denken aan 24-uurs-stakingen, dus wat dat betreft is dit een eerste speldenprik.” Die woorden maken duidelijk dat de aangekondigde werkonderbreking slechts een voorproefje kan zijn van wat Nederland te wachten staat als de impasse niet wordt doorbroken.

Kabinet kiest voor brede aanpak: miljarden om pijn van energiecrisis te verzachten

Het kabinet komt met een omvangrijk pakket aan maatregelen om de financiële gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten op te vangen.

Burgers en bedrijven worden geconfronteerd met stijgende energieprijzen en hogere kosten, en Den Haag grijpt nu in met een mix van belastingverlagingen, subsidies en gerichte steun. In totaal is er bijna 1 miljard euro gemoeid met de plannen, waarvan een groot deel direct uit de schatkist komt en een ander deel voortkomt uit belastingverlagingen.

reiskostenvergoeding

Opvallend is de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding. Werknemers kunnen voortaan 0,25 euro per kilometer ontvangen, een stijging van 2 cent. Deze verhoging geldt met terugwerkende kracht voor het hele jaar. Volgens het kabinet betekent dit concreet dat de hogere vergoeding neerkomt op “een voordeel van circa 30 cent per liter brandstof.” Minister Herbert van Economische Zaken doet daarbij een nadrukkelijke oproep aan werkgevers om deze ruimte ook daadwerkelijk te benutten. Hoewel de vergoeding belastingvrij is, brengt een verhoging wel extra kosten met zich mee voor bedrijven. Uit een rondgang van werkgeversorganisatie AWVN blijkt dat veel werkgevers bereid zijn die stap te zetten.

reiskostenvergoeding

Naast de reiskosten worden ook andere lasten aangepakt. Zo wordt de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens volledig geschrapt en wordt deze belasting voor voertuigen met een grijs kenteken gehalveerd. Vooral kleine ondernemers, die vaak afhankelijk zijn van een bestelbus, moeten daarvan profiteren. Deze maatregelen gaan in vanaf juli en gelden voor de rest van het jaar.

Voor huishoudens met de laagste inkomens wordt extra steun vrijgemaakt. Het kabinet trekt 195 miljoen euro uit voor het Noodfonds Energie, waarmee de zwaarst getroffen gezinnen geholpen kunnen worden. Tegelijkertijd wordt er geïnvesteerd in verduurzaming. Zo gaat er 180 miljoen euro extra naar het bestaande warmtefonds, dat leningen verstrekt voor woningisolatie en andere energiebesparende maatregelen. Daarnaast komt er een subsidieregeling om mensen met een midden- of laag inkomen te helpen bij de overstap naar een elektrische auto.

Ook specifieke sectoren krijgen financiële steun om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. De visserijsector ontvangt 25 miljoen euro om te verduurzamen, terwijl boeren eenzelfde bedrag krijgen om hun gebruik van kunstmest en energie terug te dringen. Daarmee probeert het kabinet niet alleen de huidige kosten te drukken, maar ook structureel minder kwetsbaar te worden voor prijsschommelingen op de energiemarkt.

Rob Jetten – Beeld: Martijn Beekman

Woensdag buigt de Tweede Kamer zich over het totale pakket. De verwachting is dat een meerderheid van de Kamer de plannen zal steunen, al zal het debat naar verwachting nog stevige discussies opleveren over de keuzes die zijn gemaakt en de groepen die wel of juist niet worden ontzien.

De rekening voor deze plannen wordt deels neergelegd bij andere maatregelen. Zo gaan de accijnzen op alcohol volgend jaar omhoog en stijgen deze mee met de inflatie. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Financiën gaat het om “een prijsverhoging van enkele centen per drankje.” Daarnaast verdwijnt de startersaftrek, een belastingvoordeel voor beginnende ondernemers, en wordt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek versoberd.

startersaftrek

Opvallend is dat het kabinet geen directe ingreep doet in de brandstofprijzen aan de pomp, ondanks de stijgende kosten. In andere landen, zoals Duitsland, gebeurt dat wel. Volgens Den Haag is zo’n maatregel echter te duur en levert het relatief weinig op. Het zou de staat ongeveer 1 miljard euro kosten om de prijs van een liter benzine met 10 cent te verlagen.

De discussie over betaalbaar openbaar vervoer blijft ondertussen doorgaan. Een groot deel van de Tweede Kamer dringt aan op snellere en ingrijpende maatregelen om het ov aantrekkelijker te maken. Het kabinet laat weten in gesprek te zijn met de sector om hier verdere stappen in te zetten.

Kabinet grijpt in: OV op kruispunt door geldzorgen en grote veranderingen

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Tweede Kamer uitgebreid geïnformeerd over de stand van zaken in het openbaar vervoer en de taximarkt.

Uit de verzamelbrief van A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, blijkt dat het kabinet inzet op een toekomstbestendig OV-systeem, maar tegelijk worstelt met financiële druk, veiligheid en technologische veranderingen. De brief schetst een sector in beweging, waarin grote keuzes op komst zijn.

Het openbaar vervoer wordt door het kabinet nadrukkelijk gezien als een onmisbare pijler onder de bereikbaarheid van Nederland. Met de groei van de bevolking en de bouw van honderdduizenden woningen neemt de druk op het mobiliteitssysteem verder toe. Het OV moet daarin een sleutelrol spelen door mensen te verbinden met werk, onderwijs en zorg, terwijl het ook helpt om files en parkeerproblemen te verminderen. Tegelijkertijd staat het systeem onder druk sinds de coronapandemie, met financiële uitdagingen voor zowel reizigers als overheid.

onderzoek

Om grip te krijgen op die problematiek is een onderzoek gestart naar de betaalbaarheid van het OV-systeem. Daarbij wordt gekeken naar zowel de bekostiging als de tarieven voor reizigers. Het onderzoek, uitgevoerd door ABDTopconsult, moet voor de zomer duidelijk maken waar de knelpunten liggen en welke maatregelen nodig zijn om het systeem toekomstbestendig te houden. De uitkomsten worden met spanning verwacht, aangezien betaalbaarheid een steeds grotere rol speelt in het maatschappelijke debat.

Op technologisch vlak wordt stevig ingezet op vernieuwing. De overgang van de OV-chipkaart naar het nieuwe OVpay-systeem is in volle gang. Reizigers kunnen inmiddels al met hun bankpas of creditcard reizen, een mogelijkheid die snel aan populariteit wint. Eind 2025 werd al meer dan 20 procent van alle OV-reizen op deze manier afgerekend. De waardering onder reizigers is hoog, met een rapportcijfer van 8,5. Tegelijk wordt gewerkt aan de introductie van de OV-pas en later ook een digitale variant voor smartphone en smartwatch. De definitieve uitfasering van de OV-chipkaart staat gepland voor 2027.

Foto: © Pitane Blue – V-Translink

Ondanks alle uitdagingen blijft de waardering van reizigers voor het openbaar vervoer stabiel. Met een gemiddeld rapportcijfer van 7,8 is het oordeel over 2025 gelijk aan dat van een jaar eerder. Kleine verbeteringen zijn zichtbaar op het gebied van comfort, snelheid en beleving. Dat stemt voorzichtig positief, al is duidelijk dat er nog veel werk te verzetten is om het OV toekomstbestendig te maken.

Niet alle vernieuwingen verlopen zonder discussie. Zo blijft het gebruik van abonnementen via de betaalpas achter, omdat vervoerders zoals NS kiezen voor andere systemen waarbij achteraf wordt gefactureerd. Dat vraagt om complexe aanpassingen en investeringen, waardoor de betaalpas voorlopig vooral geschikt blijft voor losse reizen zonder abonnement.

grensoverschrijdend reizen

Ook internationaal wordt gewerkt aan verbeteringen. Europese plannen moeten het eenvoudiger maken om grensoverschrijdende treinreizen te boeken. NS werkt samen met andere vervoerders aan betere ticketing en informatievoorziening. Toch blijft het voor reizigers vaak ingewikkeld om internationale tickets te regelen, zeker bij verstoringen. Er wordt daarom gewerkt aan verbeteringen, zoals automatische vertragingbewijzen.

Zorgen blijven bestaan over de sociale veiligheid in het openbaar vervoer. Uit cijfers blijkt dat personeel de veiligheid beoordeelt met een 6,5, een stijging ten opzichte van 2022 maar nog altijd lager dan voor de pandemie. Opvallend is dat 72 procent van het personeel aangeeft te maken te hebben gehad met incidenten. Om de situatie te verbeteren, zet het kabinet onder meer in op bodycams, betere samenwerking tussen partijen en gerichte maatregelen op stations waar de problemen het grootst zijn. Voor dat laatste is een programma gestart met een budget van 20 miljoen euro.

mensen met beperking

Toegankelijkheid blijft eveneens een belangrijk aandachtspunt. Inmiddels is 94 procent van de treinstations toegankelijk voor mensen met een beperking. Daarnaast wordt gewerkt aan betere reisinformatie, onder meer over liftstoringen, en aan voorzieningen zoals vindbare toiletten en reisassistentie. Het streven is om in 2030 alle stations volledig toegankelijk te hebben.

In het noorden van het land wordt fors geïnvesteerd in het spoor. De verbinding via Zwolle en Meppel is kwetsbaar en krijgt daarom extra aandacht. Met miljoeneninvesteringen moeten meer treinen kunnen rijden en moet de betrouwbaarheid toenemen. Daarmee wil het kabinet de bereikbaarheid van Noord-Nederland structureel verbeteren.

Naast het OV komt ook de taximarkt aan bod. Die verandert snel door de opkomst van digitale platforms. Het kabinet onderzoekt hoe regelgeving kan worden aangepast om de kwaliteit te waarborgen en misstanden tegen te gaan. Daarbij wordt onder meer gekeken naar strengere controles, betere handhaving en maatregelen tegen buitensporige tarieven.

Eed en belofte: Koning verleent ontslag en kabinet kan direct aan de slag

Paleis Huis ten Bosch vormde het statige decor voor een nieuwe politieke bladzijde in Den Haag.

Daar hebben de nieuwe ministers en staatssecretarissen officieel de eed of de belofte afgelegd, waarmee het kabinet-Jetten nu daadwerkelijk aan het werk kan. In de Oranjezaal stonden de bewindslieden één voor één tegenover koning Willem-Alexander opgesteld, terwijl de plechtigheid volgens vast protocol verliep. Met de beëdiging is de samenstelling van het kabinet definitief bekrachtigd en kan het bestuur van het land onder leiding van de nieuwe ploeg van start gaan.

ingetogen

De ceremonie verliep zoals gebruikelijk in een ingetogen en plechtige sfeer. Iedere minister en staatssecretaris werd naar voren geroepen en sprak duidelijk de gekozen formulering uit. Sommigen kozen voor de religieuze variant en spraken de woorden “zo waarlijk helpe mij God almachtig” uit, terwijl anderen de seculiere belofte uitspraken met de woorden “dat verklaar en beloof ik”. Beide formuleringen zijn toegestaan binnen de regels van het staatsrecht. Ook bestaat de mogelijkheid om de eed of belofte in het Fries af te leggen, maar van die optie werd deze keer geen gebruikgemaakt door de aanwezige bewindspersonen.

Niet iedereen hoefde opnieuw de eed af te leggen. Vier ministers maakten immers al deel uit van het vorige kabinet-Schoof en konden daarom hun werkzaamheden zonder nieuwe beëdiging voortzetten. Het gaat om minister Hermans van Volksgezondheid, Karremans van Infrastructuur, Van Weel van Justitie en Veiligheid en Heinen van Financiën. Hun positie binnen het kabinet blijft ongewijzigd, waardoor een nieuwe eed volgens de regels niet noodzakelijk was.

Voor twee staatssecretarissen lag dat anders. Palmen, belast met Herstel Toeslagen, en Tielen, verantwoordelijk voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, maakten eveneens al deel uit van het kabinet-Schoof. Toch moesten zij opnieuw de eed of de gelofte afleggen. De reden daarvoor is dat zij onder een nieuwe minister zijn komen te vallen. Volgens de geldende voorschriften vereist een dergelijke wijziging in hiërarchische aansturing een nieuwe formele bekrachtiging door de koning.

Rob Jetten – Beeld: Martijn Beekman

Tijdens de plechtigheid werd ook stilgestaan bij het vertrek van de overige bewindspersonen uit het kabinet-Schoof. Koning Willem-Alexander verleende hen zoals gebruikelijk ontslag en deed dat, zo luidde de officiële formulering, “op de meest eervolle wijze”. Daarmee werd een periode afgesloten en ruimte gemaakt voor de nieuwe samenstelling van het kabinet-Jetten. Het moment markeerde niet alleen een bestuurlijke wisseling, maar ook een symbolische overgang naar een volgende fase in de politieke koers van het land.

formele handelingen

Na het uitspreken van de eed en het afronden van de formele handelingen begaven de ministers en staatssecretarissen zich naar het bordes van het paleis voor de traditionele groepsfoto met de koning. Daar wachtte hen echter een ander geluid dan het ceremoniële binnen in het paleis. Voor het hek van Huis ten Bosch hadden zich tientallen demonstranten van Extinction Rebellion verzameld. Zij lieten luidruchtig van zich horen en maakten kabaal terwijl de bewindslieden poseerden voor de fotografen.

Het contrast tussen de plechtige stilte binnen en het protest buiten was groot. Waar binnen de woorden zorgvuldig en volgens protocol werden uitgesproken, klonk buiten het geluid van actievoerders die hun onvrede kenbaar maakten. De demonstranten stonden zichtbaar en hoorbaar opgesteld tegenover het bordes, terwijl camera’s het moment vastlegden waarop het nieuwe kabinet zich aan Nederland presenteerde.

VVD, NSC en BBB verrast: Wilders laat kabinet klappen na weigering asielplan

Geert Wilders heeft dinsdagochtend 3 juni onverwacht een politieke bom laten ontploffen door de Partij voor de Vrijheid (PVV) per direct uit de regeringscoalitie te trekken.

De demarche van Wilders kwam als donderslag bij heldere hemel voor coalitiepartners VVD, NSC en BBB. De reden: een onoverbrugbaar conflict over het migratiebeleid en het weigeren van de andere partijen om in te stemmen met het tienpuntenplan van de PVV. Daarmee is het kabinet-Schoof effectief gevallen, nog voordat het in volle werking was getreden.

In een kort maar krachtig bericht op X schreef Wilders: “Geen handtekening voor onze asielplannen. Geen aanpassing Hoofdlijnenakkoord. PVV verlaat de coalitie.” Met deze woorden maakte de PVV-leider een abrupt einde aan een regeringscoalitie die nog geen jaar geleden met veel moeite tot stand kwam. De vier partijen – PVV, VVD, NSC en BBB – hadden maandenlang onderhandeld over een hoofdlijnenakkoord waarin het migratievraagstuk als één van de grootste struikelblokken gold.

crisisoverleg

Tijdens een ingelast crisisoverleg dat maandagavond plaatsvond, drong Wilders aan op directe instemming met zijn plan voor een verscherpt asielbeleid. Zijn voorstel omvatte onder meer strengere toelatingseisen en een quotum voor het aantal asielzoekers. De andere drie partijen weigerden echter het bestaande akkoord te herzien. Zij stelden dat PVV-minister Marjolein Faber al voldoende ruimte had om binnen haar portefeuille stappen te zetten op dit dossier, zonder het akkoord open te breken.

De woede en teleurstelling onder de coalitiepartners was groot. VVD-leider Dilan Yesilgöz verliet zichtbaar geëmotioneerd de kamer van Wilders en sprak harde woorden: “Hij kiest voor zijn eigen ego en zijn eigen belang. Ik ben verbijsterd. Hij gooit de kans op een rechts beleid weg. Dit is superonverantwoord.” Caroline van der Plas van BBB liet weten dat ze “geen enkel signaal had ontvangen dat Wilders dit zou doen” en noemde het besluit “roekeloos”. NSC-leider Nicolien van Vroonhoven verklaarde dat ze “echt geen woorden had” voor het abrupte vertrek van de PVV.

Het vertrek van de PVV uit de coalitie betekent niet alleen een politieke crisis, maar ook een institutionele impasse. Premier Dick Schoof, die sinds juli 2024 aan het roer stond van een krappe rechtse coalitie, ziet zijn kabinet nog voor de zomer uit elkaar vallen. De vraag die nu boven Den Haag hangt, is of er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven of dat een minderheidskabinet of een nieuwe coalitievorming mogelijk is.

timing

De timing van de crisis is op zijn zachtst gezegd ongelukkig. Nederland bevindt zich midden in een periode van economische onzekerheid, stijgende kosten van levensonderhoud en een gespannen internationaal klimaat vanwege de voortdurende oorlog in Oekraïne. De politieke instabiliteit kan verstrekkende gevolgen hebben, niet alleen voor het binnenlandse bestuur, maar ook voor de internationale positie van Nederland.

Wilders, die met zijn PVV bij de verkiezingen in november 2023 met 37 zetels de grootste partij werd, had eerder al laten doorschemeren dat hij niet zou schromen uit de coalitie te stappen als zijn kernpunten niet werden ingewilligd. Toch kwam de stap voor velen onverwacht. Tot op het laatste moment werd er nog gehoopt op een compromis. De komende dagen zullen uitwijzen hoe de overige partijen deze crisis het hoofd proberen te bieden en wat dit betekent voor het politieke landschap in Nederland.

Klimaatnota kabinet: RAI vereniging ziet lichtpuntjes maar vraagt om meer concrete plannen

Het kabinet heeft haar nieuwe Klimaatnota gepresenteerd en die brengt volgens de RAI Vereniging enkele hoopgevende signalen voor de toekomst van duurzame mobiliteit.

Hoewel de vereniging benadrukt dat de plannen nog verre van compleet zijn, erkent zij dat er eindelijk beweging zit in het verduurzamen van het Nederlandse wagenpark. Marktpartijen en consumenten wachten echter nog steeds op duidelijke langetermijnvisies, die essentieel zijn om gerichte investeringen en keuzes te kunnen maken.

Volgens de RAI Vereniging is er sprake van kleine, maar betekenisvolle stappen. Zo heeft het kabinet aangekondigd dat de gewichtscorrectie op de wegenbelasting voor elektrische auto’s iets verhoogd wordt. Deze maatregel wordt gezien als een stap in de juiste richting, maar zal volgens de vereniging niet voldoende zijn om het grote publiek massaal over te laten stappen naar elektrische voertuigen. “Nederlanders moeten op een aantrekkelijke manier gestimuleerd worden om voor elektrisch te kiezen,” aldus een woordvoerder van de RAI Vereniging.

zakelijke rijders

Een belangrijkere maatregel vindt de vereniging het extra belastingvoordeel dat nu wordt geboden aan zakelijke rijders die kiezen voor een elektrische auto. Deze stimulans zou volgens RAI Vereniging daadwerkelijk impact kunnen hebben op de markt, al willen zij eerst nauwkeurig analyseren wat de financiële en praktische gevolgen zullen zijn voor ondernemers. “We gaan de effecten hiervan de komende tijd goed in kaart brengen,” zo stelt de organisatie.

Een ander positief punt is het schrappen van de eerder aangekondigde invoering van de BPM (Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen) op elektrische motoren en rolstoelbussen. Volgens de RAI Vereniging is deze aanpassing volkomen logisch binnen de energietransitie. “Het is essentieel dat ook voor motoren en rolstoelbussen de overstap naar duurzame alternatieven aantrekkelijk blijft,” aldus de vereniging

Foto: © Pitane Blue – snellader De Vleute

Een belangrijk aspect van de financiering van deze nieuwe maatregelen is dat deze grotendeels uit het Klimaatfonds komt. De RAI Vereniging spreekt haar waardering uit voor deze keuze, omdat hierdoor de financiële lasten niet direct op burgers en bedrijven worden afgewenteld. Hiermee blijft verduurzaming toegankelijker voor een grotere groep mensen en wordt volgens de vereniging een bredere maatschappelijke draagkracht gecreëerd.

kritisch

Ondanks deze lichtpuntjes blijft de RAI Vereniging kritisch op de koers van het kabinet. Er is volgens hen dringend behoefte aan een integraal en langjarig mobiliteitsplan, waarin zowel consumenten als ondernemers duidelijkheid krijgen over de verwachte ontwikkelingen en stimuleringsmaatregelen voor de komende decennia. “Alleen met een helder toekomstperspectief kan Nederland koploper blijven in duurzame mobiliteit,” benadrukt de vereniging.

De RAI Vereniging heeft aangegeven de komende maanden graag samen te willen werken met het kabinet om de verdere invulling van deze langetermijnplannen vorm te geven. Daarbij willen zij inzetten op concrete afspraken die zowel economische als ecologische doelen ondersteunen.

Wegenbelasting gaat op de schop: kabinet rekent voortaan op vierkante meters

De wegenbelasting in Nederland staat op het punt drastisch te veranderen. De regering is van plan het systeem voor de motorrijtuigenbelasting (mrb) volledig op de schop te nemen.

Waar nu nog het gewicht van een auto bepaalt hoeveel belasting er betaald moet worden, wil het kabinet dit in de toekomst baseren op de oppervlakte van het voertuig. De wijziging is een directe poging om het bezit van elektrische auto’s aantrekkelijker te maken, nu juist die zwaardere modellen in het huidige systeem vaak zwaarder belast worden.

Het nieuwe voorstel maakt deel uit van het klimaatpakket dat staatssecretaris Van Oostenbruggen (Belastingdienst, NSC) en minister Hermans (Klimaat, VVD) vrijdag willen presenteren. Volgens bronnen rondom het kabinet zou het plan een structurele oplossing moeten bieden voor een scheefgroei die zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld: elektrische auto’s, vaak zwaarder door hun accu’s, worden in het huidige stelsel zwaarder belast dan lichtere brandstofauto’s, terwijl de overheid elektrisch rijden juist stimuleert.

nieuw stelsel

Nu betalen eigenaren van een elektrische auto nog fors minder motorrijtuigenbelasting. In 2025 is er een korting van 75 procent van kracht, die volgens eerdere plannen zou dalen naar 25 procent in 2026. Maar het kabinet wil die korting vanaf 2026 verhogen naar 30 procent, en deze regeling in stand houden tot in ieder geval 2028. Het nieuwe stelsel moet daarna zorgen voor een eerlijke, blijvende stimulans, zonder het gebruik van subsidies of tijdelijke belastingkortingen.

Minister Hermans bevestigde tegenover BNR dat het kabinet het belangrijk vindt dat elektrisch rijden ook in de toekomst aantrekkelijk blijft. “We willen het bezit van elektrische auto’s blijven stimuleren, maar wel op een manier die structureel houdbaar is,” aldus Hermans. “Daarom zetten we in op een belasting die meer recht doet aan het gebruik en de grootte van het voertuig, in plaats van het gewicht alleen.”

Staatssecretaris Van Oostenbruggen ziet in de nieuwe berekening een manier om belasting eerlijker te maken. “Het systeem moet meebewegen met technologische ontwikkelingen en duurzaamheid. Elektrische auto’s zijn belangrijk in onze klimaatambities, maar ze worden nu ten onrechte zwaarder belast. Daar willen we iets aan doen.”

Sophie Hermans – VVD

Door te kijken naar de lengte en breedte van voertuigen, en deze oppervlakte als basis te nemen voor de mrb, hoopt het kabinet een evenwichtiger verdeling te vinden. Grotere auto’s gaan dan weliswaar meer betalen, maar het verschil tussen elektrische en fossiele voertuigen wordt kleiner. Daarmee worden niet langer alleen accuzware elektrische SUV’s gestraft, terwijl compacte brandstofauto’s een belastingvoordeel genieten.

groter pakket

De hervorming van de motorrijtuigenbelasting is onderdeel van een groter pakket maatregelen dat de komende jaren in werking moet treden om de CO2-uitstoot te verminderen. Naast deze belastingaanpassing wordt er gekeken naar een breder beleid rond elektrisch rijden, zoals de stimulering van tweedehands stekkerauto’s en vergroening van leaseparken.

Tegelijkertijd liggen er zorgen over de financiële houdbaarheid van het stelsel. Nu steeds meer mensen elektrisch rijden en dus geen accijns meer betalen op brandstof, dreigen de belastinginkomsten terug te lopen. Het idee van rekeningrijden, eerder al door het kabinet onderzocht, blijft voorlopig in de ijskast staan. Met deze belastinghervorming wil het kabinet alvast een eerste stap zetten richting een toekomstbestendig systeem.

Schoof baalt van ophef: Faber houdt voet bij stuk in lintjesrel en blijft zitten

Geert Wilders (PVV) verdedigt Marjolein Faber en noemt kritiek ronduit sneu.

De spanningen binnen het kabinet van premier Dick Schoof nemen toe door het aanhoudende optreden van PVV-minister Marjolein Faber. Haar weigering om Koninklijke onderscheidingen toe te kennen aan vijf vrijwilligers die zich hebben ingezet voor de opvang van asielzoekers, leidde tot grote commotie in de Tweede Kamer. Hoewel een motie van wantrouwen het woensdag niet haalde, blijven de vragen over haar functioneren zich opstapelen. Faber hoeft geen excuses te maken, mag bij het toekennen van lintjes afwijken van het kabinetsbeleid en behoudt het vertrouwen van de coalitiepartijen, ondanks het feit dat zij zich niet conformeert aan het gebruikelijke decoratiebeleid.

een lintje

De rel begon toen Faber besloot haar handtekening niet te zetten onder de voordracht van vijf vrijwilligers van het COA voor een lintje. Zij stelde dat het uitreiken van onderscheidingen aan mensen in de asielsector niet strookt met haar beleid en haar missie om de asielinstroom te beperken. Daarmee werd het decoratiestelsel, dat altijd als apolitiek is beschouwd, opeens het toneel van ideologische stellingname.

Premier Dick Schoof probeerde de zaak te sussen door de voordrachten alsnog te laten ondertekenen door zichzelf en minister Judith Uitermark van Binnenlandse Zaken. Om verdere schade te voorkomen stuurde Faber op dinsdagavond een brief naar de Kamer waarin zij zich “100 procent” achter de toekenning van de lintjes schaarde. Toch bleef ze volharden in haar beslissing om zelf niet te tekenen. Tijdens het debat gaf ze toe: “Ik heb uitgelegd dat ik heb geworsteld met de voordrachten. Ik denk ook dat deze mensen het doen met alle beste wil van de wereld. Maar in het licht van mijn portefeuille had ik moeite met tekenen.”

scherpe toon

De oppositie liet het er niet bij zitten. Partijen als GroenLinks-PvdA, D66, CDA, ChristenUnie, SP, Volt, Partij voor de Dieren en DENK dienden gezamenlijk een motie van wantrouwen in. Oppositieleider Frans Timmermans zei daarover: “Faber is voor de zoveelste keer uit de bocht gevlogen. En ze heeft niet het moreel besef dat wat ze gedaan heeft niet acceptabel is.” Ondanks de scherpe toon van het debat kreeg de motie geen meerderheid en kon Faber aanblijven.

Premier Schoof, zichtbaar geïrriteerd over de aanhoudende incidenten rond zijn asielminister, moest woensdag alsnog naar de Kamer komen om tekst en uitleg te geven. Aanvankelijk was hij van plan het debat aan zich voorbij te laten gaan, in de hoop dat de brief van Faber de rust zou herstellen. Hij verklaarde later: “Het is af en toe nog steeds een bumpy ride,” waarmee hij erkende dat het samenwerken met de PVV niet altijd vlekkeloos verloopt.

Foto: © Pitane Blue – Geert Wilders (PVV)

PVV-leider Geert Wilders verdedigde zijn partijgenote met volle overtuiging. Volgens hem had Faber “niets verkeerd gedaan” en vond hij de commotie “sneu”. Hij voegde daaraan toe: “Als iemand in het land een lintje verdient, is zij het wel.”

Hoewel Faber deze politieke storm opnieuw overleefde, is duidelijk dat haar optreden niet zonder gevolgen blijft voor de onderlinge verhoudingen in het kabinet. De vraag rijst in toenemende mate hoelang premier Schoof zijn ministersploeg bij elkaar kan houden nu spanningen tussen coalitiepartners steeds openlijker worden.

Kabinet-Schoof: ambitieus met focus op migratie en herstel van vertrouwen

“Het is een positie waarnaar ik nooit heb gestreefd, een wonderlijk lot dat op mijn pad is gekomen”, zegt Schoof over het premierschap.

De Tweede Kamer debatteert  over de ambitieuze plannen van het kabinet-Schoof. Nu de regering-Schoof officieel is beëdigd, moet deze zomer het voorlopige akkoord worden omgevormd tot een concreet regeerakkoord. Premier Schoof benadrukte in zijn openingstoespraak dat het kabinet de zorgen van de kiezers serieus neemt, vooral die over migratie. “We moeten die zorgen serieus nemen, juist ook om ervoor te zorgen dat er draagvlak blijft voor de opvang van echte vluchtelingen”, aldus Schoof.

Schoof begon zijn toespraak met een verwijzing naar sportheld Sifan Hassan, die onlangs haar eerste marathon met overtuiging won. “De nerveuze spanning was er, en ik voel ook de adrenaline”, zei Schoof, die zelf een marathonloper is. “Maar we hebben er ook gewoon zin in. Sifan Hassan won haar eerste marathon met overtuiging, en daar trek ik mij als marathonloper aan op.”

vertrouwen

Als oud-topambtenaar heeft Schoof tot nu toe weinig van zijn plannen prijsgegeven, waardoor de Tweede Kamer een belangrijke rol heeft in het verduidelijken van zijn koers. Volgens Schoof is er veel vertrouwen verloren gegaan en moet dat worden hersteld. “Het kabinet beschouwt dat als misschien wel de belangrijkste opdracht voor de komende periode.” Hij verwees specifiek naar het toeslagenschandaal en de gaswinning in Groningen als cruciale dossiers die aangepakt moeten worden. “Maar we willen meer doen dan dat. Er zijn keuzes nodig, en u mag een uitwerking van het hoofdlijnenakkoord verwachten. Het streven is om dat tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen te kunnen bespreken.”

“Dit kabinet staat voor de rechtstaat”, benadrukt Schoof. “Ik vraag aan u en aan alle inwoners van het land: beoordeel ons op wat we doen. Beoordeel ons op onze daden.”

Schoof’s eerste optreden in de plenaire zaal werd gekenmerkt door lof voor zijn voorganger Mark Rutte. “Zijn verdienste kunnen moeilijk overschat worden,” zei Schoof, terwijl hij Rutte bedankte voor zijn jarenlange dienst. Hij sprak ook zijn waardering uit voor Geert Wilders: “Voor hem moet dit vandaag een mijlpaal zijn.”

Foto: © Pitane Blue – Fleur Agema – 1e viceminister-president

Veel aandacht voor economische hervormingen. Het kabinet-Schoof heeft aangekondigd te willen investeren in duurzame energie en innovatie, wat volgens hen niet alleen de economie zal stimuleren maar ook bijdraagt aan de strijd tegen klimaatverandering. “We moeten vooruitkijken en investeren in de toekomst,” benadrukte Schoof. Ook het herstel van vertrouwen in de politiek was een belangrijk onderwerp. 

Verschillende partijen drongen aan op transparantie en verantwoording. “De Nederlandse bevolking moet erop kunnen vertrouwen dat de overheid eerlijk en rechtvaardig handelt,” klonk het vanuit de oppositie. Schoof erkende de noodzaak van openheid en beloofde dat zijn kabinet zich hiervoor zal inzetten. Steun aan Oekraïne blijft, zegt de premier. Er komen geen nationale ‘koppen’ op Europese regelgeving, die beleid strenger maken. “We hoeven niet altijd het beste jongetje van de klas te zijn, dat kunnen we ons niet veroorloven.”

Op 2 juli 2024 was de beëdiging van het kabinet-Schoof.

Ministers

  • Minister-president, minister van Algemene Zaken
    Drs. H.W.M. (Dick) Schoof
  • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
    M.F. (Fleur) Agema MA (PVV); 1e viceminister-president
  • Minister van Klimaat en Groene Groei
    Drs. S.Th.M. (Sophie) Hermans (VVD); 2e viceminister-president
  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
    Dr. Y.J. (Eddy) van Hijum (NSC); 3e viceminister-president
  • Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
    Mona Keijzer (BBB); 4e viceminister-president
  • Minister van Buitenlandse Zaken
    Drs. C.C.J. (Caspar) Veldkamp (NSC)
  • Minister van Justitie en Veiligheid 
    D.M. (David) van Weel (VVD)
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
    Mr. J.J.M. (Judith) Uitermark (NSC)
  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
    Dr. E.E.W. (Eppo) Bruins (NSC)
  • Minister van Financiën
    E. (Eelco) Heinen MSc (VVD)
  • Minister van Defensie 
    R.P. (Ruben) Brekelmans MPA, MSc (VVD) 
  • Minister van Infrastructuur en Waterstaat
    B. (Barry) Madlener (PVV)
  • Minister van Economische Zaken
    D.S. (Dirk) Beljaarts (PVV)
  • Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
    F.M. (Femke Marije) Wiersma (BBB)
  • Minister van Asiel en Migratie 
    M.H.M. (Marjolein) Faber (PVV)
  • Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
    Drs. R.J. (Reinette) Klever (PVV)

Staatssecretarissen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
    I. (Ingrid) Coenradie (PVV)
  • Staatssecretaris Rechtsbescherming
    Dr. mr. Th.H.D. (Teun) Struycken (op voordracht van NSC; partijloos)
  • Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering
    Drs. F.Z. (Zsolt) Szabó (PVV)
  • Staatssecretaris Herstel Groningen 
    E. (Eddie) van Marum (BBB)
  • Staatssecretaris Primair en Voortgezet Onderwijs en Emancipatie
    Drs. M.L.J. (Mariëlle) Paul (VVD)
  • Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst
    Drs. F.L. (Folkert) Idsinga (NSC)
  • Staatssecretaris Toeslagen en Douane
    Mr. N. (Nora) Achahbar (NSC)
  • Staatssecretaris van Defensie
    G.P. (Gijs) Tuinman (BBB)
  • Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu
    Ch.A (Chris) Jansen (PVV) 
  • Staatssecretaris Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
    ir. J.F. (Jean) Rummenie (BBB)
  • Staatssecretaris Participatie en Integratie
    Drs. J.N.J. (Jurgen) Nobel (VVD) 
  • Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg
    V. (Vicky) Maeijer MA (PVV)
  • Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport
    V.P.G. (Vincent) Karremans LL.M., MSc (VVD)

Ministersposten: Mark Harbers neemt afscheid van politiek Den Haag

Hij kijkt nu uit naar nieuwe uitdagingen buiten de politiek, en dankte zijn collega’s en medewerkers voor de samenwerking en het vertrouwen in de afgelopen jaren.

Nu de ministersposten verdeeld zijn over de partijen en de komst van een nieuw kabinet nabij is, heeft aftredend Minister van Infrastructuur en Waterstaat Mark Harbers op sociale media zijn afscheid aangekondigd. “Ik zal daar geen deel meer van uitmaken, het is tijd om wat anders te gaan doen,” schrijft hij. Harbers kijkt terug op een vijftienjarige loopbaan in de landelijke politiek, waar hij actief was in de Tweede Kamer, als staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en in het huidige kabinet als minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Met trots blikt Harbers terug op zijn tijd bij het ministerie, waar hij zich “meer dan thuis” heeft gevoeld. Van jongs af aan heeft hij een passie gehad voor alles wat rijdt, vliegt, vaart en stroomt, en het was voor hem een droom die uitkwam om minister te mogen zijn. “Het ministerie waar ik me meer dan thuis heb gevoeld! Want van jongs af aan heb ik al een passie voor alles wat rijdt, vliegt, vaart en stroomt. Het was dus echt een droom die uit kwam om hier minister te mogen zijn, en nu geef ik het stokje graag door,” aldus Harbers.

uitdagingen

Tijdens zijn ambtstermijn waren er veel uitdagingen en mijlpalen. Harbers was onder andere verantwoordelijk voor de start van de grootste onderhouds- en vervangingsoperatie van wegen, bruggen, vaarwegen en spoorwegen in Nederland. Hij introduceerde een moderne visie op mobiliteit voor 2050, en zette zich in om de negatieve trend op het gebied van verkeers- en fietsveiligheid te keren. Ook werkte hij aan een nieuw toekomstperspectief voor de auto en legde hij een stevig fundament voor de luchtvaart van de toekomst, waarbij luchthavens in balans moeten zijn met hun omgeving.

Een ander belangrijk speerpunt was de waterhuishouding van Nederland. Harbers benadrukte dat het land niet alleen beschermd moet worden tegen hoogwater, maar ook voorbereid moet zijn op droogte en moet zorgen voor schoner water. Hij zette zich daarnaast in voor de verduurzaming van de scheepvaart en havens. Over deze en vele andere onderwerpen heeft Harbers in zijn rol als minister gepassioneerd gewerkt.

Foto: © Pitane Blue – Mark Harbers tijdens opening tunnel in Eindhoven

Nu zijn ambtstermijn ten einde loopt, kijkt Harbers uit naar een nieuw hoofdstuk buiten de politiek. “Nu wordt het na al die jaren tijd voor nieuwe bezigheden. Ik weet nog niet wat ik ga doen maar ik kijk er wel naar uit om het leven buiten politiek Den Haag te verkennen,” zegt hij.

Voor Harbers was het een voorrecht om de afgelopen vijftien jaar voor de VVD aan de slag te zijn in Den Haag, en daarvoor in de Rotterdamse politiek. Hij is dankbaar voor het vertrouwen dat hij vanuit de VVD kreeg en bedankt alle fantastische medewerkers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Ik ben dan ook dankbaar voor het vertrouwen wat ik vanuit de VVD kreeg,” schrijft Harbers. Hij dankt ook alle fantastische medewerkers van IenW – die vanuit het ministerie en overal in het land Nederland iedere dag in beweging houden. “En ook dank aan de medewerkers in de Tweede Kamer, de Kamerleden in de diverse periodes en de collega’s in het kabinet voor de plezierige samenwerking. Ik wens de komende VVD-bewindslieden, alle leden van het komende kabinet en mijn opvolger veel succes,” aldus Harbers.

Met zijn vertrek verliest de Nederlandse politiek een toegewijde en gepassioneerde politicus. Harbers’ bijdragen aan de infrastructuur en waterstaat hebben een blijvende impact gehad, en zijn werk aan de verduurzaming en veiligheid van het Nederlandse transportsysteem zal voortleven. Zijn opvolger zal een stevige basis hebben om op voort te bouwen, en Harbers zelf kijkt uit naar wat de toekomst voor hem in petto heeft buiten de politieke arena.

opvolger

PVV-Kamerlid Barry Madlener lijkt de belangrijkste kandidaat te zijn voor de post van minister van Infrastructuur en Waterstaat in het nieuwe kabinet-Schoof. Deze ministerspost zal in ieder geval naar de partij van Geert Wilders gaan, die tevens de nieuwe staatssecretaris op dit ministerie zal leveren. Madlener, geboren in 1969 in Leiden en opgegroeid in Oostvoorne, heeft gedurende zijn politieke carrière altijd Infrastructuur en Waterstaat in zijn portefeuille gehad. Tijdens zijn eerste periode als Kamerlid van 2006 tot 2009 was hij lid van de Kamercommissie Verkeer en Waterstaat. 

Hoop, lef en trots onder de loep: de mobiliteitsvisie van het nieuwe kabinet

Het Nederlandse volk heeft hiervoor gekozen, het kabinet-Wilders komt eraan!

Het nieuwe hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028, getiteld ‘Hoop, Lef en Trots’, uitgebracht door PVV, VVD, NSC en BBB, werpt een ambitieus licht op de toekomst van Nederlandse mobiliteit. Dit beleidsdocument belooft ingrijpende wijzigingen en verbeteringen op verschillende gebieden, van de aanleg van nieuwe spoorlijnen tot verduurzaming van het wagenpark. Hier volgt een analyse van de meest opvallende initiatieven en de potentiële impact op onze dagelijkse reiservaringen.

Een van de meest in het oog springende projecten is de voortzetting van de aanleg van de Lelylijn, een cruciale verbinding die zal beginnen in Groningen, afhankelijk van uitvoeringstechnische haalbaarheid. Dit project is niet alleen een boost voor de noordelijke economie maar ook een versterking van de nationale spoorinfrastructuur die naadloze verbindingen belooft met de rest van Europa.

Internationaal spoorvervoer krijgt ook een stimulans door het verminderen van barrières voor nieuwe toetreders in de markt. Met een voorstel voor grensoverschrijdend spoorvervoer dat vijf treinstations, waaronder Hengelo, Venlo, Heerlen, Groningen en Zwolle, aansluit op internationale hogesnelheidslijnen, zet Nederland stappen naar een meer geïntegreerd Europees spoorwegnet.

Daarnaast wordt de toegankelijkheid van het platteland aangepakt door het versterken van het busvervoer tussen dorpskernen. Dit is een belangrijke stap om landelijke gebieden beter bereikbaar te maken, wat bijdraagt aan de leefbaarheid en de lokale economieën.

Oppositieleider Frans Timmermans (GroenLinks-PvdA) noemt het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB ‘rampzalig voor Nederland’. ,,het is een zwarte dag.”

De veiligheid in het openbaar vervoer krijgt een belangrijke boost met de inzet van meer bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) in treinen en bussen, die uitgebreidere bevoegdheden krijgen. Ook wordt geëxperimenteerd met bodycams voor hoofdconducteurs, al wordt dit op vrijwillige basis ingevoerd.

Wat de luchtvaart betreft, ligt de nadruk op het verbeteren van de rechtsbescherming van omwonenden met betrekking tot geluidsoverlast, terwijl de netwerkkwaliteit van Schiphol behouden blijft. De toekomst van de luchtvaart ziet er ook groener uit met plannen voor stillere en schonere vliegtuigen.

De onderhoudsopgave van bestaande infrastructuren blijft een prioriteit, met als doel de basiskwaliteit van wegen, waterwegen en het OV-netwerk te behouden. Hierbij worden ook 17 gepauzeerde projecten opnieuw bekeken, waaronder verbeteringen aan de A1/A30 en de A67, evenals de Volkerak- en Kreekraksluizen.

Innovatie blijft niet achter; de verduurzaming van het wagenpark wordt voortgezet met stimulansen voor elektrisch rijden, waarbij elektrische rijders een eerlijke bijdrage leveren aan de financiële duurzaamheid van dit beleid.

Dit hoofdlijnenakkoord toont een duidelijke toewijding aan het verbeteren en moderniseren van Nederlandse mobiliteit. De komende jaren beloven transformatief te zijn met een breed scala aan initiatieven die de manier waarop Nederlanders reizen zal veranderen.

De Mobiliteitsalliantie ziet in het donderdag gepresenteerde coalitieakkoord aanknopingspunten om de bereikbaarheid van regio en stad te verbeteren, maar vraagt ook om meer ambitie en een langetermijnvisie.

Voor de Mobiliteitsalliantie is dit akkoord een goede aanzet met oog voor belangrijke opgaven zoals de ontsluiting van woningbouw, onderhoud en het uitbreiden van de infrastructuur. Tegelijkertijd is er meer nodig voor het aanpakken van de problemen. Alleen al de instandhoudingsopgave van de hoofdinfrastructuur en de onderliggende netwerken vragen om stevige extra investeringen. Als we volgens de vertegenwoordiging van toonaangevende organisaties daarbij ook de bevolkingsgroei willen opvangen en woningen bereikbaar willen maken, terwijl we onze mobiliteit verduurzamen en betaalbaar houden voor de burger, hebben we aanvullend beleid, tempo en meer middelen nodig. 

“Ik ben blij dat er uitgebreide aandacht is voor het spoor in het hoofdlijnenakkoord. Dat is ook nodig, want het spoor biedt oplossingen voor belangrijke problemen van deze tijd”

John Voppen, CEO van ProRail

Deze plannen, welkom geheten door spoorbeheerder ProRail, benadrukken de essentiële rol van het treinverkeer in het bevorderen van nationale bereikbaarheid en het aanpakken van actuele maatschappelijke uitdagingen.

John Voppen, de CEO van ProRail, heeft zijn tevredenheid uitgesproken over de prominente rol van het spoor in het akkoord. Volgens Voppen is deze focus niet alleen welkom maar ook noodzakelijk: “Het spoor biedt oplossingen voor belangrijke problemen van deze tijd,” aldus Voppen. Hij benadrukt het belang van een inclusieve aanpak waarbij naast personenvervoer ook voldoende aandacht moet zijn voor spoorgoederenvervoer. Met een optimistische blik kijkt hij uit naar de samenwerking tussen de verschillende stakeholders om Nederland bereikbaar en mobiel te houden.

Demissionair kabinet trekt 420 miljoen euro uit om OV-tariefstijging te voorkomen

Het openbaar vervoer speelt een cruciale rol in het bereikbaar houden van het hele land, en daarom heeft de regering besloten om financiële steun te bieden.

Goed nieuws voor reizigers in Nederland: de prijzen voor kaartjes van het openbaar vervoer zullen volgend jaar niet stijgen. Het demissionaire kabinet heeft besloten om 420 miljoen euro beschikbaar te stellen om deze wens van de Tweede Kamer te vervullen. Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur heeft dit aangekondigd in een Kamerbrief, waarin ze verklaarde dat het kabinet twee moties zal uitvoeren die hierom vroegen. Dit besluit komt als een opluchting voor veel reizigers en is bedoeld om te voorkomen dat de prijzen voor trein- en buskaartjes volgend jaar aanzienlijk zouden stijgen.

Vanaf volgend jaar zal het regionale vervoer structureel 300 miljoen euro ontvangen. Daarnaast wordt er 120 miljoen euro toegewezen aan de Nederlandse Spoorwegen (NS), zodat de prijzen van treinkaartjes in 2024 niet zullen stijgen. Heijnen benadrukte het belang van het openbaar vervoer in Nederland, met name op regionaal niveau. Ze erkende dat de vervoerssector te maken heeft met diverse uitdagingen, zoals inflatie en stijgende kosten voor energie, materialen en personeel. 

Hoewel de Nederlandse Spoorwegen (NS) tevreden zijn met de beslissing, uiten zij zorgen over de onzekerheid of de tariefsverhoging voor de trein definitief kan worden geschrapt of dat het feitelijk slechts uitstel betreft van een jaar.

Vanaf volgend jaar zal het regionaal openbaar vervoer structureel 300 miljoen euro ontvangen. Daarnaast zal 120 miljoen euro worden toegewezen aan de Nederlandse Spoorwegen (NS) om ervoor te zorgen dat de prijzen voor treinkaartjes in 2024 niet verhoogd zullen worden. Het is belangrijk op te merken dat dit bedrag als incidenteel wordt beschouwd en niet als een structurele verhoging van de financiering.

Hoewel het kabinet de intentie heeft uitgesproken om de moties uit te voeren, moeten er nog praktische beslissingen worden genomen met betrekking tot de verdeling van het extra geld tussen de verschillende vervoersbedrijven in de regio. Het extra geld zal in het provinciefonds worden gestort, maar de exacte details moeten nog worden vastgesteld.

Het nieuws van het kabinet werd met enthousiasme ontvangen door verschillende partijen in het openbaar vervoer. Zo kondigde de Metropoolregio Rotterdam Den Haag al aan dat de tarieven voor het openbaar vervoer in hun gebied volgend jaar niet zullen stijgen dankzij deze financiële steun.

Heijnen benadrukte het belang van (regionaal) openbaar vervoer bij het toegankelijk houden van Nederland. Ze erkende de uitdagingen waarmee de vervoerssector kampt, zoals inflatie en stijgende kosten voor energie, materialen en personeel.

Zonder de extra financiering zou het tarief voor het openbaar vervoer volgend jaar met maar liefst 11,72 procent zijn gestegen, volgens de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, die ongeveer 2,4 miljoen inwoners bedient. Pendelaar André de Vries is blij met het besluit en voegt toe: “Dit is goed nieuws voor reizigers, maar ze moeten ervoor zorgen dat dit geen tijdelijke oplossing is. Structurele maatregelen zijn nodig om de betaalbaarheid van openbaar vervoer op de lange termijn te waarborgen.”

Hoewel de NS blij is met het besluit van het kabinet, benadrukken ze dat het nog niet duidelijk is of de tariefsverhoging voor de trein definitief is afgewend of slechts met een jaar is uitgesteld. De NS wil voorkomen dat reizigers in 2025 geconfronteerd worden met een dubbele tariefsverhoging, aangezien dit niet in het belang van de reizigers zou zijn. Ze hopen op verdere duidelijkheid over dit punt.

Minimumloon in de vervoerssector moet naar € 16 per uur

Het verhogen van het minimumloon in sectoren zoals de vervoerssector is geen luxe, maar een noodzaak in de strijd tegen armoede.

Het demissionaire kabinet heeft haar handen vol na de zomerpauze. Met een duidelijke waarschuwing van het Centraal Planbureau (CPB) over toenemende armoede en een begroting voor 2024 die in aantocht is, zijn de zorgen groot. Ook binnen de vervoerssector ziet men een dringende noodzaak voor een verhoging van het minimumloon.

Vakbond FNV trekt terecht aan de bel. Volgens de vakbond moet het minimumloon omhoog naar € 16 per uur om de groeiende armoede in Nederland tegen te gaan. Daarnaast pleiten ze voor een verdere verhoging van de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Tuur Elzinga, voorzitter van de FNV, spreekt duidelijke taal: “Het kabinet is weliswaar demissionair, maar het mag zich hier niet achter verstoppen. Er is een grondwettelijke taak om iedereen in dit land bestaanszekerheid te bieden.”

Het CPB onderstreept de urgentie van deze boodschap door te waarschuwen dat als er geen actie wordt ondernomen door het demissionaire kabinet, de armoede in Nederland snel zal toenemen. Met bedrijven die recordwinsten noteren, ligt het gevaar op de loer dat in 2024 een miljoen mensen onder de armoedegrens leven.

De FNV heeft in het verleden al aangedrongen op een minimumloon van € 14, wat overeenkwam met 60% van het mediaan inkomen. Maar inflatie heeft deze norm achterhaald, waardoor dit bedrag nu ontoereikend is voor velen.

Het beeld van werknemers uit de sociale werkvoorziening die op het Plein in Den Haag kamperen uit protest tegen hun lage lonen is hartverscheurend. En zoals Elzinga terecht opmerkt, kan het zijn dat als er geen actie wordt ondernomen, dit niet slechts een protest is, maar een harde realiteit voor velen.

Hoewel het CPB stelt dat er enige verbetering is in de koopkracht, is het niet voldoende om de financiële tegenslagen van de afgelopen jaren te compenseren. Degenen die het hardst worden getroffen zijn de mensen met lagere inkomens en uitkeringsgerechtigden.

Hoewel het demissionaire kabinet terughoudendheid moet betrachten, wijst het CPB op het toenemende gevaar van armoede. Als er geen actie wordt ondernomen, kan armoede een realiteit worden voor 5,7% van de totale bevolking en groeit 7% van alle kinderen op in armoede.

Terwijl we uitkijken naar de details van de begroting voor 2024 en Prinsjesdag, is het duidelijk dat er actie moet worden ondernomen. Het verhogen van het minimumloon in sectoren zoals de vervoerssector is geen luxe, maar een noodzaak. Het is tijd voor het kabinet om haar grondwettelijke plicht na te komen en voor alle Nederlanders te zorgen.

Overheidswerkzaamheden gaan ondanks val Rutte IV onverminderd door

Terwijl Koning Willem Alexander de vakantie afbreekt na het aftreden van het kabinet, beschuldigd D66-leider Jan Paternotte Rutte ervan niet bereid te zijn om tot een compromis te komen en zo de politieke impasse te doorbreken.

Het kabinet Rutte IV mag dan gevallen zijn, maar dit betekent niet dat het systeem van de Nederlandse overheid tot stilstand komt. Integendeel, het land blijft functioneren, zelfs in deze periode van politieke verandering.

De onverenigbare standpunten over het asielbeleid tussen de VVD en het CDA enerzijds, en D66 en de ChristenUnie anderzijds, hebben geleid tot de val van het kabinet-Rutte IV. De wens van de VVD en het CDA om de migratiestroom te verlagen vond felle oppositie bij hun coalitiepartners, wat resulteerde in een politieke impasse en uiteindelijk de ontbinding van het kabinet. Deze politieke wending betekent dat Nederlanders zich opmaken om opnieuw naar de stembus te gaan.

Deze moeilijke periode in de Nederlandse politiek biedt een kans voor reflectie en herbeoordeling.

Het kabinet Rutte IV blijft zitten en handelt alle dagelijkse zaken af die nodig zijn om het land draaiende te houden. Dit betekent dat lopende projecten, sociale diensten, onderwijs, gezondheidszorg, wetshandhaving en andere kritieke overheidsdiensten normaal blijven functioneren. Hoewel een demissionair kabinet terughoudend is bij het aannemen van nieuwe wetgeving, is het niet onmogelijk. Wetgevende initiatieven met dringende behoeften of brede parlementaire steun kunnen nog steeds worden doorgevoerd.

doorgaan

Verder gaan ook de taken van de ambtenaren door. Deze cruciale spelers in het overheidsapparaat zorgen voor continuïteit in de dienstverlening, ongeacht de politieke context. Hun dagelijkse werkzaamheden, variërend van het uitvoeren van bestaande wetten tot het ondersteunen van infrastructuur en openbare diensten, blijven doorgaan.

Het democratische proces gaat door. Nieuwe verkiezingen worden georganiseerd om een nieuw kabinet te kiezen. Hoewel deze periode van transitie onzekerheden met zich meebrengt, is het ook een tijd waarin burgers de kans krijgen om hun stem te laten horen en bij te dragen aan de toekomstige richting van het land.

In een reactie op de val van het kabinet-Rutte IV heeft CDA-leider Wopke Hoekstra het besluit om het kabinet te ontbinden “onnodig” en “zeer teleurstellend” genoemd. Volgens Hoekstra is het moeilijk uit te leggen dat de vier regeringspartijen hun verschillen niet hebben kunnen overbruggen.

Terwijl de val van het kabinet Rutte IV inderdaad een belangrijke gebeurtenis is met verstrekkende politieke implicaties, is het zeker niet het einde van de Nederlandse overheidswerkzaamheden. Het systeem is ontworpen om flexibel te zijn en door te gaan, ondanks veranderingen aan de top. Deze veerkracht toont de sterkte van onze democratische instellingen en ons vermogen om door te gaan, zelfs in tijden van verandering.

verkiezingen

Nederland zal op zijn vroegst pas half november naar de stembus gaan, volgens een recente aankondiging van de Kiesraad. Ondertussen kijkt VVD-fractieleider Sophie Hermans al vooruit naar de nieuwe verkiezingen en sluit een samenwerking met de PVV uit.

Hermans maakte haar standpunt duidelijk tijdens een optreden in het programma Op1, waarin ze verklaarde: “Dat zie ik niet gebeuren. Want wij hebben daar eerder dingen over gezegd, daar is niks aan veranderd”. Deze uitspraken blijven in lijn met de positie van de VVD bij eerdere verkiezingen, waarbij de partij zowel de PVV als de FVD als mogelijke partners uitsloot.

De kern van deze onverenigbaarheid ligt volgens Hermans bij de uiteenlopende standpunten over het asielbeleid. “De asielvoorstellen van de PVV komen helemaal niet overeen met die van haar partij”, verklaarde ze. Ze benadrukte verder de radicale benadering van de PVV van de migratiekwestie, met Geert Wilders die streeft naar een volledige stop op asielzoekers en een vertrek uit Europa.

Ondanks deze duidelijke tegenstelling tussen de VVD en de PVV, blijft Geert Wilders openstaan voor samenwerking. De PVV-leider verklaarde eerder op de avond: “Mijn partij is er klaar voor”. Hij betoogde dat de PVV de partij bij uitstek is om een meerderheid te vormen om de asielinstroom aanzienlijk te beperken.

Na de val van het kabinet-Rutte IV heeft minister van Financiën Sigrid Kaag zich onthouden van het direct aanwijzen van een schuldige. Ze heeft echter wel opgemerkt dat er afgelopen week meer spanning was dan zij noodzakelijk achtte, een mogelijke verwijzing naar interne strijd binnen het kabinet.

In tegenstelling tot zijn collega’s, die terughoudend zijn geweest in het aanwijzen van een directe schuldige voor de val van het kabinet-Rutte IV, heeft D66-leider Jan Paternotte geen blad voor de mond genomen en wees direct naar premier en VVD-leider Mark Rutte als de voornaamste oorzaak van de politieke crisis.

In reactie op de val van het kabinet-Rutte IV, heeft de leider van de ChristenUnie, Mirjam Bikker, aangegeven dat het helaas niet is gelukt om tot een gezamenlijk gedragen pakket van voorstellen te komen. Het struikelblok bleek de kwestie van gezinshereniging in het migratiedebat. Bikker benadrukte de kernwaarde van de ChristenUnie dat kinderen bij hun ouders moeten kunnen opgroeien. “Voor ons is een van de waarden die belangrijk is bij voorstellen, dat kinderen opgroeien bij hun ouders, zodat zij voor hen kunnen zorgen. Als gezinspartij staan wij daar voor. Zo hebben we de verschillende voorstellen gewogen.”

Ondanks de val van het kabinet, heeft Bikker haar steun uitgesproken voor het voornemen van premier Rutte om ontslag aan te bieden bij de Koning en om demissionair met de huidige coalitie een regering te blijven vormen. “Wij steunen het voornemen van de minister-president om ontslag aan te bieden bij de Koning voor het huidige kabinet en demissionair met de huidige coalitie een regering te blijven vormen”, zei Bikker.

Kabinet haalt eigen ambities niet zonder investering in OV

De oproep van Openbaar Vervoer Nederland aan het kabinet is helder.

Het kabinet heeft grote ambities met het klimaatbeleid. Ook blijft er een grote woningbouwopgave bestaan. In veel dossiers kan het openbaar vervoer een essentiële bijdrage leveren. Vrijdag 21 april kwam er alleen teleurstellend nieuws: het kabinet heeft geen geld om het OV overeind te houden. In de Voorjaarsnota 2023 en in het klimaatpakket van het kabinet wordt duidelijk dat er niet in OV wordt geïnvesteerd.

De eenvoudigste en meest impactvolle knop om de Rijksambities te bereiken, is het overeind houden en stimuleren van het vervoermiddel dat – door middel van gedeeld en vaak elektrisch vervoer – ver vooroploopt in de transitie richting duurzaamheid, namelijk het OV. Maar het OV wordt door dit kabinet in het klimaatpakket niet of nauwelijks genoemd, laat staan gesteund en gestimuleerd. Het kabinet is zelfs niet bereid om de BTW van het Ov-kaartje te halen om aanstaande prijsverhogingen niet tot vervoersarmoede te laten leiden voor kwetsbare groepen. Mobiliteit wordt hierdoor beperkt voor de mensen die het Ov-kaartje kunnen betalen.

Door het beleid van dit kabinet hangen er pijnlijke maatregelen boven de markt. De reizigersaantallen groeien, maar zijn nog niet op het niveau van voor corona. Daarbij heeft de sector te maken met forse kostenstijgingen.

Openbaar Vervoer Nederland

Het geld moet ergens vandaan komen. Bij de vervoerders ligt nog maar zeer beperkt potentieel om de organisaties verder te stroomlijnen. Ook de kas van de decentrale overheden begint leeg te raken, want zij hebben al fors bijgedragen aan het behoud van het OV en investeren tegelijkertijd, en op verzoek van het Rijk, in de groei van de toekomst.

De reiziger wordt de dupe

Door de landelijke indexatie van de gestegen kosten zijn stad- en streekvervoerders genoodzaakt volgend jaar de prijs van het Ov-kaartje met 11 procent te verhogen (Voor NS is de tariefsaanpassing voor volgend jaar nog niet bekend). Na al een forse verhoging dit jaar raakt dit de reizigers, die ook te maken hebben met andere kostenstijgingen, hard in de portemonnee. Ook wordt de sector zonder aanvullende rijksbijdrage gedwongen het OV verder af te schalen. Dit zal het nadeligst uitvallen voor de regio’s waar de lijnen het ‘dunst’ zijn, bij de onrendabelste lijnen in de regio dus. Dat staat op gespannen voet met de terechte hernieuwde politieke aandacht voor het voorzieningenniveau in de regio.

Maatregelenpakket ligt klaar, geld ‘is er niet’

Dit alles is echter niet nodig, want de afgelopen maanden is er – naar aanleiding van de door staatssecretaris Heijnen in het leven geroepen ‘urgentieconferentie’ – een maatregelenpakket samengesteld om het OV krachtig te herstellen en zijn maatschappelijke rol met verve te kunnen laten spelen. Zo wil Openbaar Vervoer Nederland samen met de decentrale overheden nieuwe financiële afspraken maken om de neerwaartse spiraal door afschalen te voorkomen. Andere maatregelen zijn een ‘groen’ ticket, stimuli om de doorstroming te bevorderen, een eenmalige energiecompensatie, en de overgang naar een zero-emissie busvloot versnellen. Staatssecretaris Heijnen heeft echter laten weten geen van deze maatregelen te kunnen bekostigen.

Krachtig herstel OV voor klimaat, woningbouw en regio’s

De oproep van Openbaar Vervoer Nederland aan het kabinet is helder. Verhoog en indexeer de Brede Doeluitkering (BDU) en verwijder contraproductieve fiscale regelingen, met name op het gebied van BTW en accijns. Stel broodnodige investeringen in de toekomst niet uit of af om op korte termijn financiële gaten te dekken. Want uit ons recent verschenen rapport De waarde van het OV blijkt dat om alle rijksambities te halen er een sterk en robuust OV is vereist. Daar moet in worden geïnvesteerd.

Meer geld voor uitstootvrije machines in de bouw

Er is 60 miljoen subsidie voor bouwbedrijven om over te stappen op zulke machines, zoals elektrische hijskranen, betonmixers op waterstof en graafmachines op batterijen.

Het kabinet trekt komend jaar fors meer geld uit voor uitstootvrije machines in de bouw. Er is 60 miljoen subsidie voor bouwbedrijven om over te stappen op zulke machines, zoals elektrische hijskranen, betonmixers op waterstof en graafmachines op batterijen. Dergelijk bouwmaterieel stoot geen uitlaatgassen uit, en dus ook geen stikstof. Staatssecretaris Heijnen publiceert haar besluit vandaag in de Staatscourant. Ook voor ondernemers die een vrachtwagen zonder uitlaatgassen willen rijden, komen meer subsidiemogelijkheden.

“We weten allemaal dat stikstof een probleem is, ook voor de bouw. Met uitstootvrije machines helpen we dat probleem steeds verder de wereld uit. Ik weet dat de bouw graag wil, want vorig jaar was de subsidiepot binnen één dag leeg. Daarom stop ik er komend jaar fors meer in, want ik wil echt meters maken met de sector. Op weg naar een bedrijvige bouwplaats, maar zonder stikstof en uitlaatgassen”.

Staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat).

Oplossingen tegen stikstof

De uitspraak van de Raad van State over Porthos heeft de noodzaak om duurzamer te bouwen extra onderstreept. De sector wil, en het kabinet ook. Daarom kunnen bouwers subsidie krijgen bij de aanschaf van een schone bouwmachine, of voor de ombouw van een vervuilende bouwmachine naar een schone. Ook voor het plaatsen van katalysatoren, waarmee veel vuile stoffen opgevangen worden zodat ze niet in de lucht terechtkomen, zijn subsidiemogelijkheden.

Het kabinet trekt komend jaar fors meer geld uit voor uitstootvrije machines in de bouw.

De subsidie is nodig omdat bouwmaterieel op waterstof of batterijen vaak veel duurder is dan materieel dat op diesel draait. Bouwers kunnen met de subsidie tot maximaal 40% van het prijsverschil met diesel vergoed krijgen. Voor kleinere ondernemers ligt dat percentage hoger dan voor grotere ondernemers, om zo ook het MKB te helpen bij de overstap. Voor de bouw heeft stikstofvrij materieel de toekomst om te kunnen blijven bouwen. Immer, als je geen stikstofruimte gebruikt, hoef je die ook niet te zoeken. In reactie op de Porthos-uitspraak heeft het kabinet besloten 400 miljoen extra uit te trekken voor schoon en emissieloos bouwen.

Ook steuntje in de rug bij aanschaf vrachtwagen

Ook bij de aanschaf van een uitstootvrije vrachtwagen kunnen ondernemers een steuntje in de rug krijgen. In 2023 is daar in totaal 30 miljoen voor beschikbaar, zo is vandaag bekend geworden. Dat is 5 miljoen euro meer dan vorig jaar, aldus de Rijksoverheid

Nederland riskeert botsing met Europese Commissie

Concurrerende spoorvervoerders kunnen een schadevergoeding eisen als de procedure niet volgens de Brusselse regels is gelopen.

Het kabinet blijft bij het voornemen om de exploitatie van de belangrijkste intercity’s en stoptreinen te gunnen aan de Nederlandse Spoorwegen. Dat zei staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat, CDA) dinsdagavond in de Tweede Kamer tijdens een debat over het spoor.

Meer liberalisering zou de dienstverlening aan treinreizigers moeten verbeteren, is de gedachte van de Europese Commissie. Concurrenten van NS, waaronder Arriva en Qbuzz, voerden meerdere rechtszaken om meer treinverbindingen te mogen verzorgen in Nederland, maar concessies zijn in Nederland alleen van toepassing op niet-rendabele lijnen die subsidie vragen.

Het kabinet wil vasthouden aan het meeste treinverkeer ook na 2025 te gunnen aan de NS, maar dat is in strijd met Europese regels zeggen concurrerende vervoerbedrijven verenigd in de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN). Eurocommissaris Adina Valean lijkt op de hand van de FMN-bedrijven. Door de spoorconcessie onderhands aan de NS te gunnen, loopt Nederland een ‘ernstig risico op overtreding van het Europees recht’, schreef zij deze zomer.

steun

Het kabinet kreeg dinsdag 1 november 2022 steun voor het plan om NS een spoorconcessie te gunnen. Een meerderheid in de Tweede Kamer steunde het plan om de NS ook de komende jaren de grootste en belangrijke spoorconcessie in Nederland te gunnen. De huidige concessie loopt eind 2024 af. Het kabinet wil volgend jaar een definitief besluit nemen over de nieuwe gunning. Als de bezwaren van Brussel dan nog niet zijn weggenomen, dan overweegt het kabinet de huidige gunning met een of twee jaar te verlengen of voor korte tijd onderhands aan te besteden aan NS.

Vivianne Heijnen
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

Kabinet wil voordelen fiets beter benutten

Gezond, goedkoop en schoon. Het kabinet wil de maatschappelijke voordelen die de fiets biedt graag beter benutten. Meer mensen op de fiets naar het werk, een fietsenplan voor kinderen in arme gezinnen en investeringen in goede stallingen bij stations en nieuwe woonwijken. Dat zijn de speerpunten van het nieuwe fietsbeleid dat Staatssecretaris Heijnen vandaag naar de Kamer stuurt. Zij stuurt bovendien nieuw onderzoek mee, waaruit blijkt dat de fiets goed is voor onze economie en werkgelegenheid.

“De fiets helpt ons letterlijk en figuurlijk vooruit. Dat vinden we in Nederland gelukkig heel normaal, maar het gaat niet vanzelf. Daarom wil ik komende jaren, samen met werkgevers en andere overheden, fietsen voor meer mensen aantrekkelijk maken. Voor onze bereikbaarheid, gezondheid en de schone lucht”.

Staatssecretaris Heijnen.

Fietsen naar het werk

Heijnen wil dat de komende 2,5 jaar 100.000 extra mensen de fiets naar het werk pakken. Fietsen scheelt in de spits drukte op de weg en in het openbaar vervoer. Bovendien melden fietsers zich gemiddeld genomen minder vaak ziek. Ondanks meer thuiswerken, is de verwachting dat de drukte in de spits de komende jaren stijgt. Vanuit het coalitieakkoord heeft Heijnen € 50 miljoen beschikbaar voor verdere verbetering van fietsenstallingen bij de stations, zodat het aantrekkelijker is een deel van de reis van en naar het werk met de fiets te doen. Ook zoekt zij nadrukkelijk de samenwerking met werkgevers.

Heijnen wil ook bijdragen aan de bouw van een landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes, waar provincies en gemeenten al volop mee bezig zijn. Op deze routes kun je op langere afstanden, bijvoorbeeld tussen 2 steden, snel en veilig doorfietsen, bijvoorbeeld naar het werk of school. Zij trekt hier structureel € 6 miljoen per jaar voor uit.

Fietsen en woningbouw

Bij de bouw van nieuwe woonwijken wil het kabinet consequent kijken welke kansen de fiets biedt. De woningnood is groot. Goede bereikbaarheid van huizen is heel belangrijk om er fijn te kunnen wonen. Heijnen gaat daarom 2 keer per jaar met de regio’s om tafel om te kijken waar de fiets kan helpen om te zorgen dat huizen bereikbaar zijn, naast het openbaar vervoer (ov) en de auto. De komende jaren heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) € 7,5 miljard beschikbaar om huizen bereikbaar te maken.

Het gaat veel om plannen van gemeenten en provincies waar de mogelijkheid voor auto, ov en fiets samen worden benut. Heijnen en Harbers trekken in de eerste ronde samen in totaal € 370 miljoen uit voor infrastructuurprojecten met een rol voor de fiets. Het gaat om 21 projecten, verspreid over het land. Denk onder andere aan de aanleg van doorfietsroutes, fietstunnels en fietsbruggen. Ook in volgende rondes is de verwachting dat er geld uit deze pot is voor aanleg van fietsinfrastructuur.

“Goede infrastructuur is een heel belangrijke voorwaarde om mensen op de fiets te krijgen en ze veilig te laten fietsen. Gemeenten en provincies hebben daar al goede plannen voor, en deze steun van het ministerie zorgt dat deze plannen nu kunnen worden uitgevoerd. Dat is heel goed nieuws”.

Fietsersbond-directeur Esther van Garderen.

Fiets als wapen tegen vervoersarmoede

In Nederland leven ruim 200.000 minderjarige kinderen in een gezin dat rond moet komen van een bijstandsuitkering. In deze gezinnen is niet altijd geld voor een fiets. Terwijl fietsen niet alleen gezond is, maar kinderen en ouders ook vrijheid en zelfstandigheid biedt. Heijnen wil daarom dat meer kinderen die dat nu niet kunnen, gebruik kunnen maken van een fiets. Het ministerie onderzoekt momenteel wat daar voor nodig is en wat er kan. Op korte termijn komt er een actieplan.

Nederland fietsland, ook in onze portemonnee

De fiets levert veel maatschappelijk voordeel op, en betekent ook wind mee voor onze economie. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het maken, verkopen en verhuren van fietsen ons land 13.000 voltijdsbanen oplevert, verdeeld over 3350 bedrijven. In 2020 verkochten Nederlandse bedrijven 1,2 miljoen fietsen, waarvan meer dan 1 miljoen in het buitenland. De totale exportwaarde van de sector lag net onder de 2 miljard. We verdienen steeds meer geld in het buitenland. Tussen 2015 en 2020 steeg de exportwaarde met 70%, aldus de Rijksoverheid.