Tag archieven: Leerlingenvervoer

Gemeenten onder druk: kilometervergoeding omhoog en ouders krijgen extra geld

De stijgende brandstofprijzen werken nadrukkelijk door in het beleid rond leerlingenvervoer.

Gemeenten krijgen het advies om ouders financieel tegemoet te komen nu de onbelaste kilometervergoeding wordt verhoogd. Die vergoeding gaat van €0,23 naar €0,25 per kilometer en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Daarmee wil het kabinet de pijn van de fors duurdere benzine deels verzachten.

De maatregel maakt onderdeel uit van het Belastingplan 2027, maar wordt al eerder in de praktijk gebracht. De staatssecretaris van Financiën heeft namelijk aangegeven dat gemeenten en andere betrokken partijen niet hoeven te wachten op de formele wetswijziging. De nieuwe tarieven mogen alvast worden toegepast en verwerkt. Dat betekent concreet dat ouders die hun kinderen zelf naar school brengen en daarvoor een vergoeding ontvangen, met terugwerkende kracht recht hebben op een hogere tegemoetkoming.

sturende rol

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) speelt hierin een sturende rol. De organisatie adviseert gemeenten om de verhoging van de kilometervergoeding ook door te voeren in de normbedragen voor het leerlingenvervoer. Om die reden zijn de basisnormbedragen in de modelverordening aangepast. Daarmee wordt geprobeerd om landelijk meer uniformiteit te creëren en ouders niet afhankelijk te laten zijn van lokaal uiteenlopend beleid.

Achter deze aanpassing zit een duidelijke gedachte. Gemeenten stimuleren al langer dat ouders, waar dat mogelijk is, hun kinderen zelf naar school brengen. Dat kan bijvoorbeeld efficiënter zijn dan georganiseerd vervoer en geeft ouders meer flexibiliteit. Tegelijkertijd wordt erkend dat de stijgende brandstofkosten voor veel gezinnen een flinke belasting vormen. Met de verhoging van de kilometervergoeding wordt geprobeerd die extra kosten enigszins te compenseren.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Voor gemeenten betekent dit dat zij niet alleen het nieuwe tarief kunnen overnemen, maar ook dat zij bestaande vergoedingen moeten herzien. Ouders die al een vergoeding ontvangen op basis van de kilometerregeling, kunnen aanspraak maken op een nabetaling over de periode vanaf 1 januari 2026. Dat kan administratief de nodige inspanning vergen, omdat eerdere uitbetalingen moeten worden gecorrigeerd.

bestaande middelen

Hoewel de maatregel voor ouders positief uitpakt, brengt deze ook uitdagingen met zich mee voor gemeenten. Er is namelijk een belangrijk aandachtspunt: het rijk stelt vooralsnog geen extra budget beschikbaar om de hogere kosten op te vangen. Gemeenten moeten de extra uitgaven dus uit hun bestaande middelen bekostigen. Dat kan druk zetten op de gemeentelijke begrotingen, zeker in een tijd waarin veel lokale overheden al te maken hebben met financiële krapte.

De vraag is dan ook hoe gemeenten hiermee omgaan. Sommige gemeenten zullen de verhoging zonder veel discussie doorvoeren, mede omdat het advies van de VNG zwaar weegt. Andere gemeenten zullen mogelijk kritischer kijken naar de financiële gevolgen en zoeken naar manieren om de kosten te beperken. Denk daarbij aan strengere voorwaarden voor vergoedingen of een heroverweging van het beleid rond leerlingenvervoer.

Voor ouders is de boodschap in ieder geval duidelijk: er komt extra compensatie aan voor de kilometers die zij maken om hun kinderen naar school te brengen. Zeker voor gezinnen die dagelijks flinke afstanden moeten afleggen, kan het verschil van twee cent per kilometer op jaarbasis oplopen tot een merkbaar bedrag.

De komende periode zal moeten blijken hoe gemeenten deze wijziging concreet gaan doorvoeren en hoe zij omgaan met de financiële gevolgen. Vaststaat dat de stijgende brandstofprijzen een blijvende impact hebben op beleid en portemonnee, en dat zowel ouders als gemeenten zich moeten aanpassen aan deze nieuwe realiteit.

Grote rol voor lokale taxi’s: DVG neemt leerlingenvervoer over in Best en Nuenen

Gemeenten kiezen voor landelijke partij met lokale partners.

De gemeenten Best en Nuenen hebben het leerlingenvervoer voor het komende schooljaar ondergebracht bij vervoersbedrijf DVG. Daarmee komt de organisatie van het vervoer voor kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen in handen van een partij die landelijk opereert, maar nadrukkelijk samenwerkt met lokale vervoerders. De start van het nieuwe schooljaar markeert het begin van de nieuwe samenwerking.

lokale vervoerders

In Best gaat DVG de ritten uitvoeren in samenwerking met franchisenemers Taxi van Kronenburg en Taxi van Kampen. In de buurgemeente Nuenen kiest DVG voor een samenwerking met Taxi Van Helvoort. Door deze constructie wordt de kennis van een grotere organisatie gecombineerd met de ervaring en aanwezigheid van lokale vervoersbedrijven. DVG laat weten uit te kijken naar de samenwerking en ziet kansen om de dienstverlening verder te versterken.

Leerlingenvervoer is bedoeld voor kinderen die niet op eigen kracht naar school kunnen reizen. Dat kan verschillende oorzaken hebben, zoals ziekte, een lichamelijke of verstandelijke beperking of gedragsproblemen. Ook wanneer de afstand tot de school te groot is om zelfstandig af te leggen, kan een beroep worden gedaan op deze regeling. Het vervoer wordt georganiseerd via de gemeente, die uiteindelijk ook bepaalt of een kind hiervoor in aanmerking komt.

Voor ouders en verzorgers betekent de nieuwe gunning dat zij vanaf het komende schooljaar te maken krijgen met een andere vervoerder. In de praktijk verandert er voor de leerlingen zelf vaak minder dan gedacht, omdat juist de inzet van lokale taxibedrijven zorgt voor herkenbaarheid en continuïteit. Chauffeurs uit de regio kennen de omgeving en zijn vaak gewend om met de doelgroep te werken.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Achter DVG staat De Vier Gewesten, een organisatie die zich profileert als kennispartner in taxi- en touringcarvervoer. Vanuit Rijen wordt een uitgebreid netwerk aangestuurd van bijna 100 vervoerders, ruim 5.000 voertuigen en ongeveer 8.000 medewerkers. Die schaal maakt het mogelijk om snel te schakelen en tegelijkertijd maatwerk te leveren op lokaal niveau.

franchiseorganisatie

De organisatie bestaat uit drie gespecialiseerde onderdelen: DVG Franchiseorganisatie, DVG Kwaliteit & Opleiding en DVG Regie. Samen moeten zij ervoor zorgen dat de kracht van een landelijk netwerk wordt gekoppeld aan lokale expertise. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op het uitvoeren van ritten, maar ook op zaken als opleiding, kwaliteitsbewaking en efficiënte planning.

Met de nieuwe contracten in Best en Nuenen verstevigt DVG zijn positie in de regio. Voor de betrokken gemeenten is het van belang dat het leerlingenvervoer betrouwbaar en veilig wordt uitgevoerd, terwijl ouders vooral hopen op duidelijkheid en stabiliteit in de dagelijkse ritten van hun kinderen. De komende periode zal moeten uitwijzen hoe de samenwerking in de praktijk verloopt, maar de basis voor een nieuwe fase in het leerlingenvervoer is gelegd.

Motie Beckerman: optie om aanbesteding van vervoer te stoppen nadrukkelijk op tafel

De Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie van het lid Beckerman waarin wordt aangedrongen op een grondige verbetering van het leerlingenvervoer.

Daarmee krijgt een probleem dat al jaren speelt bij ouders, scholen en gemeenten opnieuw nadrukkelijk politieke aandacht. Het besluit van de Kamer betekent dat de regering samen met gemeenten aan de slag moet om een concreet plan te maken dat de kwaliteit van het vervoer van leerlingen, vooral uit het speciaal onderwijs, moet verbeteren.

De aangenomen motie stelt dat goed georganiseerd leerlingenvervoer geen luxe is, maar een essentiële voorwaarde om onderwijs te kunnen volgen. Voor veel kinderen, met name leerlingen uit het speciaal onderwijs, vormt aangepast vervoer immers de enige manier om dagelijks op school te komen. Wanneer dat vervoer hapert, betekent dat voor deze groep leerlingen vaak dat onderwijs simpelweg niet bereikbaar is.

landelijke politiek

De tekst van de motie laat weinig ruimte voor twijfel over de ernst van de situatie. Daarin staat letterlijk dat er “al jaren grote problemen zijn met het leerlingenvervoer, waaronder te lange ritten, ongeschikte vervoersmiddelen en kinderen die überhaupt niet worden opgehaald”. Ouders en verzorgers hebben die klachten al langere tijd onder de aandacht gebracht bij gemeenten en landelijke politiek. Lange reistijden, onverwachte routewijzigingen en chauffeurs die niet bekend zijn met de specifieke behoeften van kinderen met een beperking vormen volgens hen structurele knelpunten.

De motie benadrukt ook het belang van het vervoer voor leerlingen die afhankelijk zijn van speciaal onderwijs. Volgens de indiener is leerlingenvervoer “voor een grote groep leerlingen van met name het speciaal onderwijs een essentiële voorwaarde voor het kunnen volgen van onderwijs”. Zonder betrouwbaar vervoer komen deze kinderen simpelweg niet op school en lopen zij onderwijsachterstanden op.

Een belangrijk punt van discussie dat in de motie wordt genoemd, is het commercieel aanbesteden van het leerlingenvervoer. Volgens de tekst ontstaan veel problemen juist door dit systeem. De motie stelt dat “veel problemen voortkomen uit het commercieel aanbesteden van leerlingenvervoer”. Gemeenten schrijven het vervoer vaak via aanbestedingen uit, waarbij vervoersbedrijven concurreren op prijs en contractvoorwaarden.

Met het aannemen van de motie is het debat over de toekomst van het leerlingenvervoer nog lang niet afgerond. Wel staat vast dat het onderwerp opnieuw hoog op de politieke agenda staat en dat zowel gemeenten als het kabinet met voorstellen moeten komen om de problemen die al jaren spelen eindelijk aan te pakken.

Critici zeggen dat deze werkwijze leidt tot druk op kosten en personeel, waardoor de kwaliteit van het vervoer onder druk komt te staan. Wisselende chauffeurs, complexe routes en voertuigen die niet altijd geschikt zijn voor de doelgroep worden door ouders en scholen regelmatig genoemd als gevolg van deze aanbestedingen.

aanbesteden vervoer

De aangenomen motie vraagt de regering daarom om samen met gemeenten te onderzoeken hoe het vervoer structureel kan worden verbeterd. Daarbij moeten verschillende opties worden uitgewerkt. Eén van die opties is nadrukkelijk het stoppen met het aanbesteden van leerlingenvervoer. Door alternatieve vormen te onderzoeken hoopt de Kamer dat er meer stabiliteit en kwaliteit kan ontstaan in het systeem.

Volgens voorstanders van verandering kunnen lokale taxibedrijven daarbij een belangrijke rol spelen. Zij wijzen erop dat regionale vervoerders vaak beter zicht hebben op de lokale situatie. Lokale chauffeurs kennen de omgeving, weten hoe routes lopen en bouwen bovendien een band op met de kinderen die zij dagelijks vervoeren. Juist die vaste gezichten zijn voor veel leerlingen uit het speciaal onderwijs van grote waarde, omdat voorspelbaarheid en vertrouwen essentieel zijn.

flexibeler

Daarnaast wordt aangevoerd dat regionale vervoerders flexibeler kunnen inspelen op individuele behoeften. Vaste chauffeurs herkennen gedrag, weten welke ondersteuning een kind nodig heeft en kunnen sneller schakelen wanneer zich onderweg problemen voordoen. Voor ouders kan dat een groot verschil maken in het gevoel van veiligheid en vertrouwen.

De regering krijgt nu de opdracht om samen met gemeenten een plan uit te werken waarin deze en andere mogelijkheden worden onderzocht. De Kamer wil bovendien dat zij op de hoogte wordt gehouden van de voortgang. In de motie staat daarom dat de regering wordt verzocht “de Kamer voor de zomer van 2026 te rapporteren over de voortgang”.

Tilburg op vingers getikt: moeder strijdt tegen gemeente om taxivervoer voor dochter

Gemeente moet opnieuw kijken naar vervoer leerling met beperking.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in Breda een tussenuitspraak gedaan in een slepende kwestie over leerlingenvervoer, waarin een moeder uit de regio Tilburg botst met het college van burgemeester en wethouders over de vergoeding van taxivervoer voor haar dochter met een autismespectrumstoornis. De zaak werpt opnieuw licht op de spanningen tussen gemeentelijk beleid en de dagelijkse realiteit van gezinnen die afhankelijk zijn van passend vervoer naar school.

leerlingenvervoer

De moeder had op 16 december 2024 een aanvraag ingediend voor een vergoeding van de kosten van leerlingenvervoer voor het schooljaar 2024-2025. Het ging om haar dochter, die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en speciaal onderwijs volgt. Begin januari 2025 werd die aanvraag door de gemeente Tilburg afgewezen, met als reden dat de afstand tussen de woning en de school minder dan zes kilometer bedraagt. Volgens de geldende verordening zou daarmee geen recht bestaan op vergoeding van aangepast vervoer, zoals taxivervoer.

Na bezwaar kwam de gemeente gedeeltelijk terug op dat besluit. In april 2025 verklaarde het college het bezwaar gegrond en werd alsnog een reiskostenvergoeding toegekend, gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer voor het kind en een begeleider. De moeder bleef echter met lege handen staan waar het ging om taxivervoer. Volgens het college voldeed zij niet aan de voorwaarden van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2020, waarin is vastgelegd wanneer aangepast vervoer moet worden vergoed.

afwijzing

Die afwijzing liet de moeder niet los. In beroep voerde zij aan dat haar dochter, gezien haar psychische beperking, niet in staat is om ook niet onder begeleiding gebruik te maken van het openbaar vervoer. Daarmee zou volgens haar zijn voldaan aan de voorwaarden die de verordening stelt. Daarnaast wees zij op de zware belasting voor het gezin. Door de situatie rond haar dochter moet haar andere kind iedere ochtend naar de voorschoolse opvang, een extra kostenpost waar in de toegekende vergoeding geen rekening mee wordt gehouden. Ook stelde zij dat de gemeente te laat was met het nemen van een beslissing op bezwaar en dat daar consequenties aan verbonden zouden moeten worden.

Als de leerling door zijn structurele handicap niet in staat is, zelfs niet onder begeleiding, van het openbaar
vervoer gebruik te maken, verstrekt het college een voorziening in de vorm van aangepast vervoer. De
vraag of een leerling al dan niet als gehandicapt valt aan te merken is hierbij niet van belang. Het gaat om
de vraag of de leerling, door zijn handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan
maken.

Tijdens de zitting in november 2025 bleek dat de kern van het geschil draait om de vraag of de dochter, gelet op haar handicap, daadwerkelijk in staat is om met het openbaar vervoer te reizen. Het college stelde zich op het standpunt dat uit het overgelegde psychologisch onderzoek uit 2023 niet volgt dat sprake is van een onhoudbare situatie bij reizen met bus of trein. Daarbij werd aangevoerd dat ook taxivervoer prikkels met zich meebrengt, bijvoorbeeld doordat een taxi wordt gedeeld met andere kinderen of in de file kan komen te staan.

tussenuitspraak

De rechtbank zette daar stevige vraagtekens bij. In de tussenuitspraak oordeelt de rechter dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de relevante bepaling uit de verordening niet van toepassing zou zijn. In de toelichting bij de regels staat juist dat verklaringen van deskundigen zwaar moeten meewegen en dat de gemeente, als die verklaringen onduidelijk of onvolledig zijn, zelf een onafhankelijk deskundig advies kan inwinnen. De moeder had niet alleen een psychologisch rapport ingebracht, maar ook een verklaring van de begeleider van haar dochter. Dat de gemeente die stukken terzijde schoof zonder aanvullend deskundig onderzoek, noemt de rechtbank een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.

motivering

Om die reden krijgt het college nu de opdracht om het gebrek te herstellen. Binnen twee weken moet de gemeente laten weten of zij van die mogelijkheid gebruikmaakt en vervolgens heeft zij zes weken de tijd om alsnog een deugdelijke motivering te geven of een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Dat kan betekenen dat een onafhankelijk sociaal-medisch advies wordt ingewonnen, zoals de verordening voorschrijft. Tot die tijd houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan en is er nog geen oordeel over proceskosten of griffierecht.

De zaak laat zien hoe strikt beleid en menselijke maat elkaar kunnen raken. Voor de betrokken moeder staat niet alleen een juridische interpretatie op het spel, maar vooral de dagelijkse haalbaarheid van het schooltraject van haar dochter en de impact daarvan op het hele gezin. De definitieve uitspraak wordt pas verwacht nadat de gemeente haar huiswerk opnieuw heeft gedaan.

Kleinere contracten: landelijke vervoerders verliezen lokale kennis en overzicht

Niet de chauffeur, maar het systeem is het probleem. Chauffeurs moeten tegelijk rijden, begeleiden en verzorgen.

Het vervoer van kwetsbare groepen van zowel Wmo-gebruikers als leerlingen met een beperking  staat in veel gemeenten zwaar onder druk. Klachten over te laat komende taxi’s, ritten die uitvallen en kinderen die uren in de auto zitten, stapelen zich op. Ouders en verzorgers trekken aan de bel, chauffeurs raken overbelast en gemeenten wijzen naar elkaar. Terwijl vervoerders worstelen met lage tarieven en krappe planningen, lijkt bij sommige reizigers en ouders het besef te ontbreken dat dit geen privé-taxidienst is, maar collectief vervoer dat afhankelijk is van vele schakels en onvoorziene omstandigheden.

Toch kan de sector ook met een beschuldigende vinger naar zichzelf wijzen. Want de scherpe tarieven waar vervoerders nu onder zuchten, zijn deels door henzelf in het leven geroepen. Jarenlang hebben grote bedrijven hun offertes ingediend tegen bodemprijzen om de concurrentie af te troeven, met alle gevolgen van dien.

Die strategie, ingegeven door de wens om per se marktaandeel te behouden of te vergroten, heeft geleid tot een neerwaartse spiraal. Elke nieuwe aanbesteding werd goedkoper dan de vorige, tot de marges vrijwel verdwenen waren. Het werd een race naar de bodem. We kunnen niet ontkennen dat de sector daar zelf een rol in heeft gespeeld. Bedrijven hebben jarenlang meegeboden op prijzen waarvan ze wisten dat ze eigenlijk niet haalbaar waren.

De aanbestedingen, waarin vaak de laagste prijs de doorslag geeft, zorgen ervoor dat grote landelijke vervoerders enorme percelen binnenhalen. Die moeten vervolgens duizenden ritten per dag organiseren binnen een beperkt tijdsblok. Dat is logistiek bijna ondoenlijk. Bedrijven zitten nu gevangen tussen lage tarieven en hoge verwachtingen. Er wordt te veel gevraagd voor te weinig geld.

het kraakt

Het resultaat is een keten die kraakt. Kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking komen soms te laat op school of dagbesteding. Ouders melden dat hun kind overstuur raakt door lange wachttijden of ritten die plotseling worden geannuleerd. “Mijn dochter van elf met autisme zat vorige week meer dan anderhalf uur in de taxi,” vertelt een moeder uit Utrecht. “Ze was overstuur toen ze aankwam. De chauffeur kon er niets aan doen, maar het systeem werkt gewoon niet.”

Ook bij het Wmo-vervoer, dat ouderen en mensen met een beperking moet helpen om zelfstandig te blijven, klinken soortgelijke verhalen. Reizigers melden ritten die niet worden uitgevoerd, gebrekkige communicatie en chauffeurs die oververmoeid zijn. Een oudere man uit Noord-Brabant zegt: “Ik wachtte bijna twee uur. De taxi kwam niet. Toen ik belde, kreeg ik te horen dat mijn rit ‘vervallen’ was. Zonder bericht.”

Chauffeurs en reizigers de dupe van onhaalbare prijsafspraken. Lokale vervoerders pleiten voor realistische tarieven en menselijker vervoer.

Niet alleen de lage prijs heeft die de problemen veroorzaakt, maar vooral de schaalgrootte van de contracten. Gemeenten kiezen steeds vaker voor één grote aanbieder die het hele gebied moet bedienen. Daardoor verdwijnt de lokale kennis die cruciaal is om het vervoer soepel te laten verlopen. Een lokale vervoerder kent de wegen, de scholen, de cliënten en hun behoeften. Zij weten dat een bepaald kind bang wordt als het te lang moet wachten of dat een oudere passagier moeite heeft met trapjes. Die menselijke kennis kun je niet vangen in een spreadsheet.

Ik pleit er daarom voor om de grote contracten op te knippen in kleinere, regionale percelen. Dat zou niet alleen de kwaliteit verhogen, maar ook lokale ondernemers een eerlijke kans geven. Als gemeenten het vervoer verdelen over kleinere partijen, wordt de planning overzichtelijker en menselijker. Kleine taxibedrijven kunnen veel flexibeler inspelen op onverwachte situaties.

maatwerk

Ook ouders van leerlingen met een beperking pleiten voor meer maatwerk. Een ouderraad van een speciale basisschool in stuurde onlangs een brief naar de gemeente waarin ze klaagden over de ‘onmenselijke planningen’. In de brief staat: “Onze kinderen zijn geen pakketjes die opgehaald en afgeleverd moeten worden. Ze hebben structuur en rust nodig. Die verdwijnt door het jachtige systeem dat nu is ontstaan.”

Gemeenten erkennen dat de problemen toenemen, maar wijzen op de druk van stijgende kosten en krapte op de arbeidsmarkt. “De budgetten staan onder druk,” zegt een gemeentewoordvoerder. “We proberen de balans te vinden tussen betaalbaarheid en kwaliteit, maar het is een ingewikkeld vraagstuk.” Toch groeit ook binnen de politiek het besef dat het anders moet. Gelukkig pleiten diverse raadsleden ervoor om kwaliteit en lokale kennis zwaarder te laten wegen dan prijs bij toekomstige aanbestedingen.

chauffeurs

Chauffeurs, die dagelijks met de passagiers werken, voelen de spanning het sterkst. “Wij worden aangekeken als iets misgaat,” vertelt een chauffeur die al twintig jaar in het leerlingenvervoer werkt. “Maar wij doen wat we kunnen met de planning die we krijgen. De computer bepaalt de route, niet wij.” Niet de chauffeurs zijn het probleem, maar het systeem waarin zij gedwongen werken. Terwijl klachten over lange wachttijden, uitvallende ritten en overspannen planningen zich opstapelen, zijn het juist de chauffeurs die dagelijks proberen het onmogelijke mogelijk te maken. Zij bevinden zich in de frontlinie van een systeem dat door jarenlange bezuinigingen, te lage aanbestedingstarieven en onrealistische verwachtingen van gemeenten én reizigers is vastgelopen.

Het doelgroepenvervoer – bedoeld voor ouderen, mensen met een beperking en kinderen in het speciaal onderwijs – is in de loop der jaren veranderd van een zorgvoorziening in een logistiek rekenmodel. Gemeenten schrijven enorme percelen uit, waarop grote vervoersbedrijven tegen bodemprijzen inschrijven. Wat daarna volgt, is een puzzel van duizenden ritten per dag binnen een paar uur tijd. En wie die puzzel moet leggen? De chauffeurs.

“De werkdruk is gigantisch,” zegt een chauffeur die al vijftien jaar leerlingen vervoert in Zuid-Holland. “We krijgen een route vanachter een computer voorgeschoteld die in theorie klopt, maar in de praktijk onmogelijk is. Files, kinderen die langer de tijd nodig hebben om in te stappen, of ouders die nog even iets willen zeggen — daar houdt de planning geen rekening mee. En als we vijf minuten te laat zijn, krijgen we de klachten over ons heen.”

opvoeden

De verwachtingen zijn bovendien de laatste jaren alleen maar toegenomen. Van chauffeurs wordt niet alleen gevraagd dat ze veilig en op tijd rijden, maar ook dat ze optreden als begeleider, verzorger en soms zelfs als opvoeder. “We moeten de kinderen helpen uitstappen, begeleiden tot aan de schoolpoort, troosten als ze overstuur zijn en rustig blijven als er iets misgaat onderweg,” vertelt een andere chauffeur. “Dat doen we met liefde, maar het is geen taak die past binnen de tijdsdruk die we krijgen. Soms moeten we kiezen tussen menselijkheid en planning — en dat voelt vreselijk.”

Gemeenten geven intussen toe dat de uitvoering onder druk staat, maar wijzen op budgettaire beperkingen. “We begrijpen de signalen,” zegt een gemeentewoordvoerder. “Maar het is een complexe taak met beperkte middelen.” Een verklaring die binnen de sector met gefronste wenkbrauwen wordt ontvangen. Want de lage tarieven zijn mede het gevolg van aanbestedingen waarbij prijs belangrijker is dan kwaliteit.

Gemeente opgelucht: RMC krijgt groen licht van de rechter voor Rotterdams vervoer

Het Rotterdamse vervoersbedrijf RMC mag zich officieel de nieuwe vervoerder noemen voor ouderen en kwetsbare kinderen in de stad.

De rechtbank heeft alle bezwaren van concurrenten van tafel geveegd, waardoor de gunning van het megacontract van 300 miljoen euro definitief is. De uitspraak betekent een grote opluchting voor zowel de gemeente Rotterdam als voor RMC zelf, dat eerder het contract nog verloor aan Trevvel.

De gemeente besloot eerder dit jaar het contract toe te wijzen aan RMC, nadat het bedrijf volgens de beoordelingscommissie de maximale score behaalde tijdens de aanbestedingsprocedure. Die beslissing stuitte echter op verzet van twee concurrenten, waaronder TWZ Connect — het moederbedrijf van de huidige vervoerder Trevvel. De tegenpartij vond dat RMC niet geschikt was om het vervoer uit te voeren en stapte naar de rechter in een poging de aanbesteding ongeldig te laten verklaren.

Volgens TWZ Connect was RMC onbetrouwbaar, onder meer omdat het jarenlang te laat zijn jaarrekeningen deponeerde en naar verluidt slecht presteerde bij het leerlingenvervoer in de regio Dordrecht. De gemeente zou volgens de klagers niet zorgvuldig genoeg hebben gehandeld bij het beoordelen van deze risico’s.

economisch delict

De rechter ging echter niet mee in die redenering. In het vonnis staat dat het te laat deponeren van jaarrekeningen weliswaar als een economisch delict kan worden aangemerkt, maar dat dit niet kwalificeert als een ‘ernstige beroepsfout’. Ook ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de integriteit van RMC of de betrouwbaarheid van het bedrijf in de uitvoering van het contract. Over de situatie in Dordrecht stelt de rechter dat er wel sprake was van spanningen, maar dat niet bewezen is dat RMC daar daadwerkelijk wanprestatie heeft geleverd.

Met de uitspraak lijkt een einde gekomen aan maanden van onzekerheid over wie het vervoer van ouderen en kwetsbare leerlingen in Rotterdam gaat uitvoeren. De komende tijd werkt de gemeente samen met RMC aan de overgang van de werkzaamheden, zodat gebruikers van het vervoer geen hinder ondervinden.

Voor de gemeente Rotterdam is de uitspraak bijzonder welkom. Een nieuwe aanbestedingsronde zou niet alleen veel tijd kosten, maar ook extra geld. Wethouder Ronald Buijt reageert tevreden: „We hebben altijd vertrouwen gehad in een goede afloop in deze zaak. Het is fijn dat de rechter ons in het gelijk heeft gesteld en ons vertrouwen bevestigt. We gaan nu gunnen en met volle kracht vooruit om dit vervoer voor de Rotterdammers goed te regelen.”

opluchting

Ook bij RMC is de opluchting groot. In een schriftelijke reactie laat het bedrijf weten blij te zijn met de uitspraak, die volgens de directie „nogmaals heeft bevestigd dat RMC de beste inschrijving heeft ingediend en dat de procedure correct en op integere wijze is verlopen.” Het bedrijf zegt de afgelopen periode als zwaar te hebben ervaren door de ophef rondom de gunning, maar wil zich nu volledig richten op de toekomst. „We betreuren de ophef van de afgelopen periode en zijn opgelucht dat er nu eindelijk duidelijkheid is voor de duizenden Rotterdammers die van dit vervoer gebruikmaken,” aldus RMC.

Petitie: helft van ouders ontevreden over vervoer naar speciaal onderwijs

Wisselende chauffeurs, uren in taxi’s, touringcars en lange reistijden zorgen voor stress.

Het vervoer van kinderen naar het speciaal onderwijs blijft een bron van frustratie voor veel ouders. Uit een nieuwe peiling van Ouders & Onderwijs blijkt dat bijna de helft van de ouders nog altijd ontevreden is. Van de 234 ondervraagde ouders geeft 48 procent aan dat het leerlingenvervoer niet goed geregeld is. De meest gehoorde klachten gaan over lange reistijden, steeds wisselende chauffeurs en een te volle taxi.

De onvrede speelt al jaren. Ouders & Onderwijs hield dit onderzoek inmiddels voor de derde keer en ziet nauwelijks verbetering. Volgens de resultaten vindt 42 procent van de ouders dat er de afgelopen jaren niets veranderd is, ondanks alle gesprekken in de politiek en het onderwijsveld. Maar liefst 23 procent ziet zelfs dat de problemen groter zijn geworden.

begeleiding

Ouders melden dat hun kinderen dagelijks uren in een busje doorbrengen, vaak zonder de juiste begeleiding. Daarnaast wordt de toegang tot leerlingenvervoer voor steeds meer gezinnen beperkt door nieuwe regels die gemeenten hanteren. Ouders ervaren dit als onrechtvaardig en schadelijk voor hun kinderen.

De persoonlijke verhalen maken duidelijk hoe groot de impact is. Moeder Marian Keuning vertelt hoe zwaar het vervoer weegt op haar gezin: “De onrust in het taxivervoer zorgt voor extra stress en onzekerheid, waardoor gedurende de week hier veel tijd en negatieve aandacht heen gaat. Ik denk niet dat beleidsmakers en uitvoerenden hier zich voldoende bewust van zijn.”

Voor haar kind voelt de keuze van de gemeente extra wrang. “Dat er nu van touringcars gebruik wordt gemaakt, is natuurlijk idioot. De kinderen worden niet voor niets overgeplaatst naar speciaal onderwijs; waar de klassen kleiner zijn, meer kennis is van de problematiek en meer structuur wordt geboden.” Volgens haar laat dit zien dat het vervoer steeds verder losstaat van de behoeften van de kinderen waarvoor het juist bedoeld is.

kindvriendelijk

Ook Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs, stelt dat het systeem tekortschiet. Zij ziet dat de verantwoordelijkheden tussen gemeenten en vervoersbedrijven zorgen voor problemen: “Deze peiling laat opnieuw zien dat het systeem niet goed werkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vervoer, maar geven de uitvoering aan bedrijven. Die doen hun werk vaak niet op een kindvriendelijke manier. Ouders zijn boos en verdrietig als ze zien dat hun kind elke dag uren in een busje zit. Het is tijd dat de landelijke politiek iets doet.”

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De boodschap van ouders en belangenorganisaties is helder: zolang gemeenten en vervoerders het probleem niet zelf kunnen oplossen, moet de landelijke politiek ingrijpen. Alleen met landelijke regels en duidelijke kaders kan worden gegarandeerd dat alle kinderen veilig, menselijk en passend naar school kunnen reizen.

De roep om landelijke regels wordt steeds sterker. Ouders willen afspraken over maximale reistijden, vaste chauffeurs en voldoende kwaliteit van het vervoer. Een van hen is Jethro Geelen, die de petitie Onze kinderen zijn geen pakketje! Regel leerlingenvervoer landelijk en menselijk is gestart. Hij pleit voor meer aandacht voor de menselijke maat in plaats van een puur logistieke benadering. Ouders & Onderwijs ondersteunt dit initiatief en roept alle betrokkenen op om de petitie te tekenen.

overprikkeld

Voor veel gezinnen voelt het leerlingenvervoer inmiddels als een dagelijkse strijd die ten koste gaat van het welzijn van hun kinderen. Ouders zien dat hun kinderen vermoeid, overprikkeld of gestrest op school aankomen, wat hun leerprestaties en welzijn ernstig beïnvloedt. Zij willen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van structurele hervormingen.

Ouders & Onderwijs nodigt daarnaast ouders uit om mee te praten over het onderwerp. In een speciale klankbordgroep kunnen zij ervaringen delen en oplossingen aandragen. Via het Landelijk Ouderpanel worden ouders regelmatig bevraagd over onderwijsthema’s. Met ruim 9.500 deelnemers klinkt de stem van ouders steeds luider, en volgens de organisatie is het van groot belang dat zoveel mogelijk ouders zich aansluiten.

Bestuurster Connexxion claimt parkeerplek bij bewoners: bus moet hier staan

In woonwijken door heel Nederland wordt tijdens de zomervakantie een groeiende bron van ergernis zichtbaar: busjes, bussen en bestelwagens van vervoerders en bouwbedrijven die wekenlang blijven staan, midden in de wijk, pal voor woonhuizen.

Parkeren in een drukke woonwijk is voor veel bewoners al een dagelijkse uitdaging. Laat staan als je dat moet doen tussen de bestelwagens, werkbusjes en busjes voor schoolvervoer die zich tijdens vakanties massaal in de wijk verzamelen. Van schoolbusjes tot werkbusjes — bewoners zien hun uitzicht verdwijnen, hun parkeerplek ingenomen worden en hun woonomgeving in rap tempo veranderen in een bedrijventerrein. En terwijl de overlast groeit, blijven gemeenten machteloos toekijken.

woonwijk

Een steeds terugkerend patroon komt boven: zodra de schoolvakantie of bouwvak begint, verdwijnen de chauffeurs en bouwvakkers, maar blijven hun voertuigen staan. Busjes van het leerlingenvervoer worden bij gebrek aan centrale stallingslocaties door bedrijven bij chauffeurs ‘geparkeerd’. Die nemen de voertuigen noodgedwongen mee naar hun eigen woonwijk. Niet zelden krijgen ze die opdracht van de werkgever, simpelweg omdat het bedrijf geen terrein beschikbaar heeft. De publieke ruimte wordt zo, zonder overleg of vergunning, gebruikt als gratis opslagplaats.

In Eindhoven bereikte de overlast onlangs een nieuw dieptepunt. Een vrouw, bestuurster van busje voor leerlingenvervoer, belde aan bij bewoners met de mededeling dat ze haar bus voor hun deur moest parkeren. Volgens de bewoners was haar verklaring kort en krachtig: “Bij mij thuis is geen plek, dus ik zet ‘m hier neer.” Er werd geen toestemming gevraagd. Integendeel, de toon werd als dwingend en onbeschoft ervaren. “Ze claimde de plek alsof het vanzelfsprekend was,” aldus een van de bewoners. “Alsof wij daar niets over te zeggen hebben. Terwijl het gaat om de plek pal voor onze woonkamer. Je kijkt ineens uit op een wand van reclamebestickering.”

Foto: © Pitane Blue – Connexxion

Kort daarop deed zich opnieuw een incident voor met dezelfde bestuurster. Ze trof een automobilist aan die geparkeerd stond op de plek waar zij normaliter haar busje stalt. Via het open raam van zijn auto vroeg ze de man: “Ga je daar lang staan? Mijn bus moet daar staan.” De verbaasde bestuurder had slechts even stilgestaan om iemand te laten instappen. De impliciete boodschap: die plek is van mij — en wie daar staat, zit fout.

dagenlang

Vergelijkbare taferelen voltrekken zich in Tilburg, waar bewoners van meerdere straten melden dat ze hun eigen straat nauwelijks meer in kunnen. Bestelbussen staan dagenlang geparkeerd, terwijl bewoners hun auto’s straten verderop moeten parkeren. Op forums en lokale platforms wordt volop geklaagd over het gebrek aan actie. “Ze zetten de bussen door heel Tilburg,” schrijft een bewoner. “Bij mij in de straat wonen ze en ze zetten de bussen altijd ergens neer waar geen vergunning is.”

De frustratie in de wijken is des te schrijnender omdat de regelgeving duidelijk is. Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het in veel gemeenten verboden een voertuig dat, inclusief lading, langer is dan zes meter of hoger dan 2,4 meter, te parkeren bij een gebouw dat voor bewoning of dagelijks gebruik dient, wanneer dit het uitzicht van bewoners belemmert of hinder veroorzaakt. Maar in de praktijk gebeurt dit dagelijks, met instemming of op zijn minst met medeweten van de gemeente.

Een inwoner van Utrecht laat weten: “We melden het keer op keer. Maar de gemeente zegt dat ze per situatie beoordelen of iets hinderlijk is. Ondertussen staan die bussen hier gewoon wekenlang geparkeerd. Er gebeurt niks.” Ook in Breda uiten bewoners hun frustraties. “Elke ochtend kijken we tegen een bouwbus aan. De zon in de ochtend is verdwenen, kinderen kunnen niet veilig spelen, en de stoep is onbegaanbaar. Wat moeten we nog meer doen om gehoord te worden?”

wetgeving

Voertuigen die langer zijn dan 6 meter, hoger zijn dan 2,40 meter, of een oplegger/aanhangwagen betreffen, mogen binnen de bebouwde kom niet zomaar geparkeerd worden tussen 18:00 en 8:00 uur, tenzij op een daarvoor aangewezen plek. Maar hier wringt de schoen. De busjes die door vervoersbedrijven voor leerlingenvervoer of door kleinere aannemers worden gebruikt, zijn doorgaans net korter dan zes meter en lager dan 2,4 meter. Daardoor vallen ze formeel niet onder het verbod dat bedoeld is om juist deze overlast te voorkomen. En dus kunnen deze voertuigen — ook als ze structureel het uitzicht blokkeren of parkeerplekken innemen — juridisch ongestoord blijven staan. Niet voor een paar uur, maar soms weken achter elkaar.

Het probleem ligt dus niet alleen bij het ontbreken van handhaving. Dieper ligt het structurele tekort aan stallingsruimte bij vervoers- en bouwbedrijven. Bedrijven bezuinigen op terreinhuur en rekenen erop dat chauffeurs hun voertuigen wel meenemen. Dat deze keuze de verantwoordelijkheid én de overlast bij de wijkbewoners neerlegt, lijkt voor veel ondernemers van ondergeschikt belang.

vergunning

Het is een kwalijke ontwikkeling. De openbare ruimte is bedoeld voor bewoners, niet als verlengstuk van het wagenpark van bedrijven. Bedrijven zouden bij het aanvragen van opdrachten of vergunningen verplicht moeten aantonen dat zij beschikken over voldoende stallingscapaciteit. Geen plek? Dan ook geen vergunning.

Toch blijft gemeentelijke actie uit. Gemeenten geven aan dat de beoordeling subjectief is en dat zij handhaven op basis van meldingen en capaciteit. Ondertussen blijft het voor bewoners dweilen met de kraan open. Klachten worden niet of nauwelijks opgevolgd, en elke vakantieperiode herhaalt het patroon zich.

parkeerbeleid

De situatie raakt aan meer dan alleen parkeerbeleid. Het tast het woongenot aan, beïnvloedt de verkeersveiligheid en ondermijnt het vertrouwen in gemeentelijke besluitvorming. In veel wijken groeit het gevoel dat bedrijven mogen doen wat ze willen, zonder dat bewoners enige bescherming genieten.

Zolang er geen duidelijke landelijke richtlijnen komen of gemeenten geen striktere eisen stellen bij aanbestedingen en vergunningverlening, blijven woonwijken ongewild het toneel van wildparkerende busjes, tot grote frustratie van hen die er wonen.

Pijnlijk en misplaatst: Fred Teeven noemt eisen te hoog, LBVSO woest

De woede bij ouders en leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs is groot.

Aanleiding zijn uitspraken van Fred Teeven, voorzitter van branchevereniging Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), die zich op kwalitatief platform voor ambtenaren en bestuurders Binnenlands Bestuur uitliet over de in zijn ogen “te hoge eisen” die gemeenten stellen aan het leerlingenvervoer. Teeven suggereerde dat elektrische fietsen en openbaar vervoer prima alternatieven zijn voor het taxivervoer waar duizenden kwetsbare jongeren dagelijks op zijn aangewezen.

De belangenorganisatie LBVSO, die opkomt voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs, reageerde fel via sociale media. “Sorry dat we bestaan, meneer Teeven. Sorry dat we leerlingenvervoer nodig hebben. Sorry dat wij niet in uw efficiency- en lobbyclubmodel passen,” schrijven zij in een vlammende verklaring. Volgens de organisatie bewijzen meer dan 1.500 meldingen dit schooljaar alleen al dat het huidige systeem structureel tekortschiet. Leerlingen worden te laat opgehaald, instappunten zijn onveilig en aanvragen voor vervoer worden regelmatig afgewezen.

schrijnende situaties

In diezelfde verklaring laat LBVSO weten dat hun achterban vaak schrijnende situaties rapporteert. Leerlingen die door hun beperking niet zelfstandig kunnen reizen, missen tientallen uren onderwijs per jaar omdat het vervoer niet op orde is. “Mijn kind heeft ruim 100 lesuren gemist door te late bussen,” luidt een van de citaten. “Ze vonden mijn beperking niet ernstig genoeg,” zegt een andere leerling. LBVSO stelt dat het systeem doelbewust wordt uitgekleed en noemt het “besparen over de rug van kwetsbare kinderen.”

De uitspraken van Teeven zijn volgens LBVSO pijnlijk en misplaatst. Hij verklaarde dat de eisen van gemeenten – zoals vaste chauffeurs of gespecialiseerde begeleiding – te kostbaar en inefficiënt zouden zijn. “Zelden zagen we het masker zo snel vallen,” reageert LBVSO. De suggestie dat leerlingen zelf maar met de bus of fiets moeten, is volgens hen niet alleen onrealistisch, maar ook gevaarlijk.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De kritiek staat niet op zichzelf. Al in september 2023 was eer sprake dat veel leerlingen in het speciaal onderwijs dagelijks vervoer misten. Sommige kinderen werden zelfs dagenlang niet opgehaald. Gemiddeld ging het om honderden gemiste lesuren per leerling per jaar. Ouders trokken steeds vaker aan de bel over falend vervoer, soms met inzet van touringcars als noodoplossing.

beleidsvorming

Wat LBVSO het meest steekt, is dat zij als vertegenwoordigers van de grootste doelgroep binnen het leerlingenvervoer niet zijn betrokken bij de beleidsvorming. “U heeft ons, de eindgebruikers, niet eens gesproken!” luidt hun aanklacht aan het adres van Teeven. Die zou vooral geluisterd hebben naar lobbyclubs en vervoerders, niet naar de kinderen en ouders die dagelijks afhankelijk zijn van het systeem.

Op de zogeheten ‘Leerlingenvervoerdag’, georganiseerd door vervoerders en lobbyisten, was LBVSO zelfs niet welkom. “Uw boodschap is luid en duidelijk: wij zijn nog minder dan een postpakket,” stellen ze in hun reactie. Ze eisen dat het beleid niet langer draait om marges en marktaandeel, maar om de behoeften van kinderen.

Ministeriële bemoeienis blijft tot nu toe uit, maar de roep om structurele verandering groeit. LBVSO wil niet langer als kostenpost worden gezien, maar als wat ze zijn: leerlingen die recht hebben op veilig, waardig en passend onderwijs. “Wij laten ons niet uitroken. Wij bestaan. En we gaan nergens heen,” luidt het slot van hun verklaring.

Rotterdam: ouders kunnen vergoeding blijven krijgen voor zelf regelen leerlingenvervoer

Ouders in Rotterdam die hun kind met recht op aangepast vervoer zelf naar school brengen en ophalen, blijven een kilometervergoeding van €0,38 ontvangen.

De gemeente heeft besloten deze regeling, die sinds 2022 bestaat, te handhaven als alternatief voor het omstreden leerlingenvervoer via Trevvel, zo meldt Dagblad010.

De vergoeding werd eind 2022 verhoogd om ouders te stimuleren hun kind zelf te vervoeren in plaats van gebruik te maken van taxivervoer. Financieel gezien is deze regeling voordeliger voor de gemeente, omdat de kosten per leerling lager uitvallen dan bij het inhuren van Trevvel.

Zorgwethouder Ronald Buijt spreekt van positieve ervaringen met deze kilometervergoeding. Hij heeft echter geen inzicht in de vraag of steeds meer ouders overstappen op deze regeling sinds de vele klachten over Trevvel zich opstapelden. Al jarenlang ligt Trevvel onder vuur vanwege problemen met stiptheid, communicatie en incidenten waarbij kwetsbare leerlingen niet op tijd of zelfs helemaal niet werden opgehaald.

De gemeenteraad klaagt al sinds de vorige coalitieperiode (2018-2022) over de gebrekkige prestaties van Trevvel. Desondanks blijft het vervoersbedrijf voorlopig actief in Rotterdam. De gemeente heeft een overbruggingsovereenkomst gesloten die de continuïteit van het leerlingenvervoer waarborgt tot maximaal de zomer van 2026. Dit betekent dat de nieuwe vervoersovereenkomst, die uit een lopende aanbestedingsprocedure voortkomt, pas op 21 juli 2026 ingaat.

Wethouder Ronald Buijt (Leefbaar Rotterdam)

Politieke partijen zoals Leefbaar Rotterdam en de Jongere Ouderen Unie hadden liever gezien dat Trevvel eerder zou worden vervangen. De wens om het contract versneld te beëindigen strandde echter op de complexiteit en de risico’s die zo’n stap met zich meebrengt. Het voortijdig ontbinden van het contract zou juridische en praktische complicaties kunnen veroorzaken, waardoor de continuïteit van het leerlingenvervoer in gevaar zou komen.

Ouders die voor de kilometervergoeding kiezen, blijven zo de mogelijkheid behouden om hun kind zelf te vervoeren en tegelijkertijd financieel gecompenseerd te worden. Hoeveel ouders hier daadwerkelijk gebruik van maken en of deze regeling in de toekomst verder wordt uitgebreid, blijft voorlopig onduidelijk.

College Rotterdam terechtgewezen: leerling had recht op taxivervoer

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 januari 2025 een belangrijke uitspraak gedaan in een geschil over aangepast leerlingenvervoer in Rotterdam.

De zaak betrof een moeder die bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag had ingediend voor aangepast vervoer voor haar zoon naar speciaal basisonderwijs, maar deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen. De Raad van State heeft de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd, wat betekent dat het college onterecht heeft gehandeld bij het afwijzen van de aanvraag.

De kern van de zaak draaide om de vraag of de zoon van de moeder recht had op aangepast vervoer, zoals taxivervoer, omdat hij door een verstandelijke en lichamelijke handicap niet zelfstandig of met begeleiding gebruik kon maken van openbaar vervoer. De afstand tussen de woning van het gezin en de school bedraagt 5,17 kilometer, en de moeder stelde dat deze reis niet haalbaar was zonder aangepast vervoer.

aanvraag en afwijzing

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag in september 2021 af, evenals het bezwaar dat de moeder daarna indiende. Volgens het college was er geen sprake van een situatie waarin de leerling, op basis van artikel 12 van de Verordening leerlingenvervoer Rotterdam 2015, recht zou hebben op aangepast vervoer. Het college vond dat de leerling wel onder begeleiding met het openbaar vervoer naar school kon reizen, ondanks de medische en psychologische problemen die door de moeder en deskundigen werden aangevoerd.

De moeder ging tegen deze beslissing in beroep bij de rechtbank Rotterdam. In april 2023 oordeelde de rechtbank dat het college niet correct had gehandeld en dat de aanvraag voor aangepast vervoer ten onrechte was afgewezen. De rechtbank baseerde zich op verschillende medische verklaringen, waaronder een rapport van een orthopedagoog en een psycholoog, waaruit bleek dat de zoon door een autismespectrumstoornis, een licht verstandelijke beperking en posttraumatische stressstoornis niet in staat was om zelfstandig of met begeleiding van het openbaar vervoer gebruik te maken. De rechtbank gaf het college de opdracht om een nieuw besluit te nemen en daarbij de uitspraak mee te nemen.

Foto: © Pitane Blue – Raad van State

Het college bleef echter volhouden dat niet aan alle voorwaarden van de verordening was voldaan en ging in hoger beroep bij de Raad van State.

De Raad van State oordeelde dat het college opnieuw in de fout was gegaan en dat het besluit om aangepast vervoer te weigeren onterecht was. De hoogste bestuursrechter baseerde zich op een medisch advies uit augustus 2023, waarin expliciet werd geconcludeerd dat de zoon vanwege zijn beperkingen zelfs onder begeleiding niet in staat was om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Ook werd vastgesteld dat de problematiek van de zoon al tijdens het schooljaar 2021-2022 aanwezig was en dat er sprake was van structurele reisbeperkingen. Het argument van het college dat de beperkingen pas later relevant zouden zijn geworden, werd door de Raad van State verworpen.

De Raad van State ging verder dan de rechtbank door te bepalen dat de moeder recht had op een vergoeding van €1.540 voor de reiskosten in het schooljaar 2021-2022. Deze vergoeding is gebaseerd op de werkelijke benzinekosten die de moeder maakte, aangezien het college destijds geen aangepast vervoer had toegekend. Het eerdere bedrag van €580, dat het college had toegekend op basis van de kosten van openbaar vervoer, werd als onvoldoende beschouwd.

bredere impact

Deze uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor de betrokken familie, maar biedt ook een precedent voor andere ouders die met vergelijkbare situaties kampen. De Raad van State benadrukte dat bij de beoordeling van aanvragen voor aangepast vervoer medische en sociale omstandigheden van de leerling zwaar moeten meewegen. Het college van Rotterdam is verplicht om bij toekomstige aanvragen zorgvuldiger te toetsen en medische adviezen serieuzer mee te nemen in de besluitvorming.

De uitspraak onderstreept daarnaast het belang van duidelijke communicatie en adequate ondersteuning van ouders in complexe procedures rondom leerlingenvervoer. Het college werd ook veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de moeder, die werden vastgesteld op €1.312,50.

Rotterdam past eisen aan: onzekerheid over nieuw contract na rechtszaak Trevvel

De gemeente Rotterdam heeft de voorwaarden voor het vervoer van ouderen en kwetsbare kinderen aangepast.

Deze wijzigingen volgen op een kort geding dat vervoersbedrijf Trevvel in november aanspande tegen de gemeente. De aanpassing van de eisen komt slechts tien dagen voor de rechtszaak, een signaal dat de gemeente lijkt in te spelen op de kritiek van Trevvel en andere betrokkenen.

De controverse draait om de nieuwe aanbesteding van het vervoer, die volgens betrokkenen vooral gericht was op de laagste prijs en onvoldoende rekening hield met kwaliteit. Het maximumtarief waarop bedrijven konden inschrijven, lag onder het bedrag waarvoor Trevvel momenteel werkt. Tegelijkertijd zijn de operationele kosten voor vervoerders de afgelopen jaren gestegen. Trevvel, dat tot de zomer verantwoordelijk blijft voor het vervoer, uitte ook zorgen over de al bestaande klachten over de dienstverlening en stelde dat een lagere prijs ten koste zou gaan van de kwaliteit.

Wethouder Ronald Buijt laat de media weten dat de gemeente na bestudering van de dagvaarding en ingewonnen adviezen heeft besloten enkele voorwaarden te versoepelen. Zo wordt het maximumtarief losgelaten. Hoewel inschrijvingen boven het oude maximum minder kans maken, biedt deze wijziging meer speelruimte voor bedrijven om hun kosten te dekken. Daarnaast is besloten dat bedrijven niet meermaals worden beboet voor dezelfde overtreding, een ander belangrijk bezwaar van Trevvel.

onzekerheid blijft

Mirl de Bruin, directeur van Trevvel, reageert tegenover het AD terughoudend op de aanpassingen. “Ik heb kennisgenomen van het bericht dat de gemeente naar aanleiding van onze bezwaren meerdere aanpassingen heeft gedaan. De komende dagen zullen wij inhoudelijk bestuderen of deze aanpassingen voldoende zijn om de kwaliteit van het vervoer voor Rotterdammers te waarborgen.” Het blijft daarmee onduidelijk of het kort geding van de baan is.

PvdA-raadslid Dennis Tak noemt de wijzigingen op zich positief, maar uitte ook zijn twijfels over de mogelijke gevolgen. “Al lijkt het me sterk dat Trevvel de rechtszaak nu stopt. Mijn inschatting is dat ze de boel vooral willen traineren.” Door deze onzekerheid bestaat de kans dat er geen nieuw contract beschikbaar is wanneer de huidige overeenkomst met Trevvel afloopt.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

De gemeente Rotterdam heeft inmiddels gesprekken gevoerd met andere vervoersbedrijven over een mogelijke tijdelijke oplossing, mocht de situatie escaleren. Dit zou betekenen dat een nieuw bedrijf het vervoer van ouderen en kwetsbare kinderen tijdelijk overneemt tot de aanbesteding definitief is afgerond. Het blijft echter een uitdaging om een snelle en kwalitatieve overgang te garanderen.

Met de aanpassingen probeert de gemeente een balans te vinden tussen prijs en kwaliteit. Toch wordt het hele proces overschaduwd door de tijdsdruk en de juridische strijd met Trevvel. Voor nu blijft het onzeker of de wijzigingen voldoende zijn om toekomstige problemen te voorkomen, en of de kwaliteit van het vervoer daadwerkelijk gewaarborgd zal zijn.

Leerlingenvervoer: kleine vervoerders verdwijnen door complexe aanbestedingen

Het leerlingenvervoer in Nederland kampt met grote problemen die directe gevolgen hebben voor kinderen die afhankelijk zijn van deze essentiële dienst.

Fred Teeven, voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), luidt de noodklok in de ochtenduitzending van WNL en wijst op twee kernproblemen: een schrijnend personeelstekort en de ingewikkelde aanbestedingsregels die de sector verstikken.

Volgens Teeven is het tekort aan gekwalificeerd personeel een van de grootste obstakels voor een goed functionerend leerlingenvervoer. “Met meer personeel kunnen vervoerders flexibeler inspelen op de specifieke behoeften van leerlingen, zoals kinderen met een beperking of andere speciale vereisten. Dat lukt nu vaak niet,” stelt hij. Het tekort heeft bovendien een domino-effect: routes worden langer, wachttijden nemen toe en chauffeurs staan onder enorme druk, wat de kwaliteit van het vervoer niet ten goede komt.

Het andere grote probleem is volgens Teeven het complexe aanbestedingssysteem. Europese aanbestedingsregels dwingen gemeenten om vervoersopdrachten openbaar aan te besteden, wat vaak ten koste gaat van lokale vervoerders die al jarenlang vertrouwd zijn met de omgeving en de specifieke behoeften van de leerlingen. “Kleine, betrouwbare vervoerders worden vervangen door grotere bedrijven die minder binding hebben met de gemeenschap. Dit leidt niet alleen tot onzekerheid voor ouders en kinderen, maar kan ook de continuïteit en kwaliteit van het vervoer in gevaar brengen,” aldus Teeven.

chaos in leerlingenvervoer

De problemen in het leerlingenvervoer hebben zowel ouders, scholen als vervoerders op scherp gezet. De KNV voorzitter ziet mogelijkheden voor de staatssecretaris om in te grijpen en het tij te keren, ondanks de beperkingen die de Europese aanbestedingsregels met zich meebrengen. Met gerichte acties kan volgens Teeven niet alleen de kwaliteit van het vervoer verbeteren, maar ook het personeelstekort worden aangepakt.

Een van de belangrijkste stappen die de staatssecretaris kan nemen, is het aanpassen van de aanbestedingspraktijken. Teeven benadrukt dat gemeenten vaak te veel gericht zijn op de laagste prijs, wat leidt tot een “race to the bottom”. “Het gaat niet alleen om wat goedkoop is, maar om wat werkt,” stelt hij. Volgens hem zouden gemeenten moeten worden aangemoedigd om eerlijke prijzen te betalen aan vervoerders. Dit zou hen niet alleen de middelen geven om betere service te leveren, maar ook om voldoende personeel aan te trekken en te behouden.

Foto: © KNV – Fred Teeven bij WNL

Het televisieprogramma Zembla bracht deze week een onthullende uitzending over de groeiende problemen in het leerlingenvervoer. Aan de hand van persoonlijke verhalen en deskundige analyses werd pijnlijk duidelijk hoe ernstig de situatie is. Fred Teeven, voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), leverde scherpe kritiek op het huidige systeem en wees op de diepgaande gevolgen voor kwetsbare kinderen.

Een andere suggestie van Teeven is om het beroep van chauffeur aantrekkelijker te maken. Hij stelt voor om het leerlingenvervoer te combineren met andere vormen van zorgvervoer, zoals het vervoer dat wordt geregeld onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). “Door de werkzaamheden te combineren, kunnen chauffeurs een stabieler inkomen krijgen en wordt het vak aantrekkelijker,” legt Teeven uit. Dit zou niet alleen helpen om nieuwe mensen te werven, maar ook om de flexibiliteit binnen de sector te vergroten.

Het personeelstekort is een van de grootste knelpunten binnen het leerlingenvervoer en heeft verregaande gevolgen voor de kinderen en hun ouders. Lange wachttijden, onregelmatige ophaaltijden en stressvolle situaties voor kwetsbare leerlingen worden hierdoor steeds vaker de norm. Door chauffeurs betere arbeidsvoorwaarden en meer variatie in hun werk te bieden, kan een structurele verbetering worden bereikt.

Zembla

Een terugkerend thema in de Zembla uitzending was de benadering van kinderen die louter als “pakketjes” die van A naar B gebracht moeten worden. Deze vergelijking, vaak door meerdere ouders en betrokkenen gebruikt, onderstreepte hoe gevoelloos het systeem soms opereert. “Kinderen moeten met zorg en aandacht worden vervoerd, niet als pakketjes in een busje worden gepropt,” benadrukte Teeven. Vooral voor kinderen met speciale behoeften, zoals een handicap of autisme, is een persoonlijke en gestructureerde aanpak essentieel.

Een van de meest opvallende voorbeelden die in de uitzending aan bod kwam was de zogenaamde “touringcar” in de provincie Utrecht, een noodoplossing die werd ingezet na een mislukte aanbesteding. Deze tijdelijke maatregel werd in de uitzending beschreven als een symbool voor hoe het misgaat in het leerlingenvervoer.

warme overdracht

Een ander belangrijk punt dat Teeven naar voren brengt, is de zogenoemde “warme overdracht” van kinderen. Dit houdt in dat er meer aandacht moet zijn voor de begeleiding van kinderen vanaf het moment dat ze worden opgehaald tot het moment dat ze veilig op school arriveren. “Het gaat erom dat kinderen niet alleen veilig vervoerd worden, maar ook op een rustige en prettige manier de schooldag beginnen,” legt hij uit.

Teeven legt uit dat sommige kinderen alleen op de voorbank kunnen zitten of geen andere kinderen naast zich kunnen hebben. Dit benadrukt de noodzaak voor voldoende personeel, zodat vervoerders flexibeler kunnen inspelen op de specifieke behoeften van de kinderen. Als je voldoende personeel hebt, dan ben je als vervoerder flexibeler. 

“En als laatste, ik denk dat ook een warme overdracht van kinderen belangrijk is”, besluit Fred Teeven. “Dat betekent als een vervoerder bij een school aankomt met vijf kinderen in een busje en hij moet tien minuten door een school lopen om te zorgen dat het kind kan worden begeleid en naar de klas gaat, dan zitten er vier andere kinderen in zo’n busje.”

Onrust in Zoetermeer om leerlingenvervoer: vertragingen en slechte communicatie

Inwoners van Zoetermeer maken zich grote zorgen over de toestand van het leerlingen- en jeugdhulpvervoer.

Sinds de start van het nieuwe schooljaar op 26 augustus 2024 ontvangt de gemeente Zoetermeer een groeiend aantal klachten over het leerlingen- en jeugdhulpvervoer, uitgevoerd door Trevvel. De problemen zijn divers, maar draaien voornamelijk om de telefonische bereikbaarheid, vertraagde ritten, het te laat ophalen van kinderen en een gebrek aan duidelijke communicatie. Deze situatie veroorzaakt niet alleen veel stress bij ouders, maar brengt ook de kinderen zelf in een kwetsbare positie doordat ze vaak te laat op school of bij zorginstellingen arriveren.

De problemen die door ouders worden gemeld, zijn deels te wijten aan opstartproblemen bij Trevvel, dat sinds augustus verantwoordelijk is voor het vervoer van 340 kinderen in de gemeente Zoetermeer. In de eerste twee weken van het nieuwe schooljaar had Trevvel te kampen met een terugkerende telefoonstoring, waardoor de communicatie met ouders ernstig werd bemoeilijkt. Deze storing is op 6 september 2024 definitief verholpen, maar daarmee waren de klachten nog lang niet van de baan.

Een ander groot probleem betreft de communicatie tussen het portaal van Trevvel en dat van één van hun onderaannemers. Door deze technische storing kunnen ouders de taxi’s niet volgen, zijn wijzigingen in de ritten niet zichtbaar en kunnen afmeldingen niet worden verwerkt. Hoewel Trevvel meermaals heeft toegezegd dat dit probleem op korte termijn zou worden opgelost, bleek tijdens een gesprek met de gemeente op 1 oktober 2024 dat dit nog steeds niet het geval is. Eerdere toezeggingen van Trevvel waren te optimistisch, en de verwachting is nu dat de oplossing binnen enkele werkdagen wordt gerealiseerd.

gevolgen voor kinderen

Naast de technische problemen is er ook sprake van een personeelstekort. Tot 16 september 2024 hadden 15 tot 18 kinderen nog geen vaste chauffeur, waardoor zij vaak pas vervoerd worden nadat een andere route is afgerond. Dit leidt ertoe dat zij regelmatig te laat op hun bestemming arriveren. Op 16 september meldde Trevvel dat ze wekelijks voor 4 tot 5 kinderen een vaste chauffeur zou vinden, een belofte die redelijk in lijn ligt met de huidige voortgang. Toch zijn er per dag nog 4 tot 10 kinderen zonder vaste chauffeur, wat betekent dat zij op onregelmatige tijden worden opgehaald en afhankelijk zijn van vervangende routes.

Trevvel heeft aangegeven dat het personeelstekort langzaam wordt opgelost, maar de vertragingen zorgen bij ouders voor veel onrust. Het vervoer van deze kinderen, die vaak baat hebben bij een vaste routine, blijft onzeker. Uit onderzoek blijkt dat andere vervoerders niet genoeg capaciteit hebben om de ritten structureel over te nemen, wat een oplossing via een andere aanbieder vooralsnog onmogelijk maakt.

financiële sancties

De gemeente Zoetermeer heeft inmiddels stappen ondernomen om Trevvel aan te sporen tot verbetering. Op 23 september 2024 is aan de vervoerder duidelijk gemaakt dat zij binnen drie weken onder de norm van maximaal twee gegronde klachten per 500 ritten moeten zitten. Als deze norm op 14 oktober 2024 niet is gehaald, dient Trevvel een plan van aanpak op te stellen om de situatie te verbeteren. Deze termijn van drie weken is om juridische redenen vastgesteld, omdat het contract met Trevvel pas twee maanden oud is. De gemeente wil voorkomen dat hen verweten wordt dat ze niet redelijk en billijk hebben gehandeld bij de begeleiding van een nieuwe partner.

Naast deze waarschuwing zijn er financiële sancties toegepast. Op basis van de klachten is al op 25 september aangekondigd dat 5% van de volgende factuur zal worden ingehouden. Dit percentage kan oplopen als Trevvel de problemen met hun portaal niet op tijd oplost. Toen op 1 oktober bleek dat het portaal nog steeds niet operationeel was, is besloten dat er nogmaals 5% van de factuur wordt ingehouden, waardoor de totale inhouding nu op 10% staat.

Hoewel deze financiële sancties zijn bedoeld om druk uit te oefenen op Trevvel om de situatie te verbeteren, merken ouders en kinderen hier in de praktijk weinig van. Zij blijven de directe gevolgen ondervinden van de problemen in het leerlingen- en jeugdhulpvervoer, zoals vertraagde ritten en een gebrek aan communicatie. Voor hen is het cruciaal dat de problemen snel worden opgelost, omdat de huidige situatie hun dagelijkse leven ernstig ontregelt.

De gemeente Zoetermeer houdt de vinger aan de pols en blijft in gesprek met Trevvel om de dienstverlening zo snel mogelijk op het gewenste niveau te krijgen. Ondertussen blijft de druk vanuit de politiek en de ouders toenemen. Het is afwachten of de vervoerder erin slaagt om binnen de gestelde termijn verbeteringen door te voeren, of dat er mogelijk nog strengere maatregelen genomen moeten worden.

Hoewel een nieuwe vervoerder doorgaans enige tijd nodig heeft om in te werken, wordt het gebrek aan efficiëntie en communicatie momenteel scherp bekritiseerd door ouders, vooral in vergelijking met de vorige vervoersbedrijven.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Het leerlingen- en jeugdhulpvervoer van de gemeente Zoetermeer werd voorheen uitgevoerd door De Vier Gewesten Personenvervoer (DVG), waarbij de diensten werden verzorgd door twee lokale taxibedrijven: Taxi van den Heuvel en Royal Taxi Service. Deze bedrijven waren jarenlang verantwoordelijk voor het vervoeren van kinderen naar scholen en zorginstellingen, en werden door veel ouders gewaardeerd vanwege hun lokale aanwezigheid en persoonlijke benadering.

Aan het begin van een nieuw schooljaar is het niet ongebruikelijk dat er klachten binnenkomen over het leerlingen- en jeugdhulpvervoer. Dit komt vaak door de overgang naar een nieuwe vervoerder, wat bij ouders tot frustratie kan leiden. De verwachtingen van ouders zijn vaak hoog en de vergelijking met de vorige vervoerder speelt daarbij een belangrijke rol. Zeker als de nieuwe vervoerder nog niet aan de hoge eisen van ouders lijkt te voldoen, worden de kritische geluiden snel geuit.

Het blijkt dat ouders vaak terugverlangen naar de oude vervoerder, zeker als de start met de nieuwe partij moeizaam verloopt. Daarbij komt dat de meeste ouders een lage tolerantie hebben voor problemen als vertragingen of slechte communicatie, aangezien het gaat om kwetsbare groepen kinderen die afhankelijk zijn van deze vervoersdiensten om naar school of zorginstellingen te komen. De verantwoordelijkheid om alles in goede banen te leiden ligt echter bij de nieuwe vervoerder, die in de eerste maanden vaak onder een vergrootglas ligt.

lokale politiek

Niet alleen ouders roeren zich in zulke situaties, ook de lokale politiek blijft niet stilzitten. Oppositiepartijen in de gemeenteraad zijn er doorgaans snel bij om zich kritisch uit te laten over problemen in het leerlingenvervoer. Ze stellen al vroeg vragen aan de verantwoordelijke wethouder en gebruiken dergelijke kwesties om druk uit te oefenen op het college. Zó! Zoetermeer is daar een goed voorbeeld van. De partij stelt scherpe vragen over de kwaliteit van het leerlingenvervoer en pleit voor snelle oplossingen. “De gemeente heeft een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ouders niet het slachtoffer worden van een falende vervoerder,” aldus een woordvoerder van de partij.

Het is echter belangrijk om op te merken dat het vervoer aan het begin van een schooljaar doorgaans gepaard gaat met aanloopproblemen. Nieuwe routes moeten ingewerkt worden, chauffeurs moeten wennen aan de kinderen en er is soms tijd nodig om de planningen goed op elkaar af te stemmen. Dit kan leiden tot de nodige kinderziektes, maar veel van deze problemen worden in de eerste weken vaak opgelost.

Desondanks begrijpen ouders die afhankelijk zijn van leerlingen- en jeugdhulpvervoer dat dergelijke problemen niet lang mogen duren. Voor hen gaat het niet alleen om een dienst, maar om een essentieel onderdeel van hun dagelijks leven. Het gaat om kinderen die vaak extra zorg en aandacht nodig hebben, en een falend vervoerssysteem kan voor deze gezinnen ernstige gevolgen hebben.

Vader autistisch kind trekt aan de bel: stop onnodig aanbesteden leerlingenvervoer

De afgelopen maanden is er in de provincie Utrecht een intensief debat losgebarsten over het leerlingenvervoer, vooral nadat vervoersbedrijf Noot het contract verloor aan een nieuwe aanbieder.

Tim Robbe uit Nieuwegein, een vader van een autistische zoon, trekt aan de bel en doet een oproep om te stoppen met het onnodig aanbesteden van leerlingenvervoer. Als vader en aanbestedingsjurist, die tevens promoveert op dit onderwerp, biedt hij een unieke kijk op de problematiek en stelt hij voor om ervaringen van ouders en kinderen leidend te maken in plaats van een puur zakelijke aanbestedingsprocedure.

Robbe heeft van dichtbij ervaren hoe het leerlingenvervoer, dat jarenlang zonder problemen verliep, nu een bron van frustratie is geworden. Vijf jaar lang reisde zijn zoon zonder problemen met een taxibus van vervoersbedrijf Noot van Nieuwegein naar zijn school in Utrecht. “Hij zat prima in zijn vel. We voelden dat, we zagen dat, want hij praat niet. Wij als ouders waren heel tevreden over het vervoer”, vertelt hij. De communicatie met de chauffeurs was goed en persoonlijk, iets dat volgens Robbe cruciaal was voor het welzijn van zijn zoon.

bezorgde ouder

Toch verloor Noot dit jaar de opdracht na een nieuwe aanbestedingsronde, ondanks dat het bedrijf nog juridische stappen ondernam. Het contract werd toegekend aan een nieuwe vervoerder, Willemsen-de Koning, en sindsdien gaat het niet meer zo soepel, met alle gevolgen van dien voor zijn zoon en vele andere kinderen. Robbe is niet alleen een bezorgde ouder, maar ook een expert op het gebied van aanbestedingen. Hij ziet de aanbestedingsprocedure als een groot probleem wanneer het gaat om doorlopende dienstverlening, zoals het vervoer van kwetsbare kinderen.

Aanbesteden is een juridisch complexe procedure, ingegeven door Europese wetgeving om concurrentie te bevorderen en vriendjespolitiek te voorkomen. Dit klinkt op papier als een goede oplossing, maar volgens Robbe en andere critici gaat de kwaliteit van het leerlingenvervoer hierdoor juist achteruit. Bedrijven worden gedwongen om zo scherp mogelijk in te schrijven, wat kan leiden tot lagere kwaliteit in de dienstverlening. Het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit stelt bijvoorbeeld dat bedrijven vanwege de lage prijzen geen ruimte hebben om te investeren in essentiële zaken zoals de opleiding van chauffeurs.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Advocaat Tim Robbe heeft een opvallende conclusie getrokken in zijn proefschrift, dat hij afgelopen donderdag verdedigde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens Robbe is de verplichting voor (lokale) overheden om vrijwel altijd te kiezen voor marktwerking grotendeels door rechters gecreëerd en niet door de wetgever zelf. Dit geldt voor een breed scala aan activiteiten van de overheid, zoals de aanbesteding van jeugdhulp, de verkoop van grond, of het verlenen van vergunningen voor kansspelautomaten. Deze bevinding werpt een nieuw licht op de manier waarop overheidsinstellingen omgaan met het verdelen van schaarse publieke middelen.

Tim Robbe pleit daarom voor een andere aanpak. In zijn proefschrift stelt hij dat overheden de mogelijkheid moeten krijgen om af te zien van aanbesteding als dat in het belang is van de continuïteit en de kwaliteit van de dienstverlening. Hij heeft hiervoor een model ontwikkeld waarin de kwaliteit en de prijs van het vervoer centraal staan, met ervaringen van de gebruikers als de belangrijkste graadmeter. Volgens Robbe moeten deze ervaringen, zoals de tevredenheid van ouders en kinderen, gedurende de looptijd van het contract in real time worden bijgehouden. “Dat is de beste manier om de kwaliteit van het vervoer te meten,” aldus Robbe.

verlengen

Aan het einde van het contract moet volgens zijn model worden beoordeeld of de prijs nog marktconform is. Is de prijs niet meer in overeenstemming met de markt, dan kan de gemeente onderhandelen met de vervoerder. Lukt dat niet, dan volgt alsnog een aanbesteding. Maar als de kwaliteit en de prijs beide op orde zijn, moet het volgens Robbe mogelijk zijn om de overeenkomst te verlengen zonder opnieuw Europees aan te besteden.

Robbe benadrukt dat dit proces transparant en controleerbaar moet verlopen, om willekeur en vriendjespolitiek te voorkomen. “Als je kwaliteit en prijs op deze manier laat wegen, bereik je altijd efficiëntie. De prijs is immers gerelateerd aan de maatstaf van kwaliteit,” stelt hij. Zijn pleidooi is dan ook om leerlingenvervoer niet te behandelen als een eenmalige transactie, zoals het aanleggen van een rotonde, maar als een doorlopende dienstverlening die cruciaal is voor de dagelijkse routine van kwetsbare kinderen.

Gemeenten reageren wisselend op zijn oproep. Zo noemt de gemeente Utrecht aanbesteden “een noodzakelijk kwaad” en geeft aan dat er momenteel geen alternatief is, maar dat vernieuwende mogelijkheden altijd onderzocht worden. Andere gemeenten, zoals Nieuwegein en Woerden, benadrukken dat zij altijd naar alternatieven kijken, maar dat ook die geen garantie bieden voor betere kwaliteit. Wel wordt erkend dat de toename van aanvragen voor aangepast vervoer en het tekort aan chauffeurs een uitdaging vormen die vraagt om innovatieve oplossingen.

Tim Robbe hoopt dat zijn onderzoek en model een bijdrage kunnen leveren aan die verbetering. Hij verdedigt zijn proefschrift op de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij ingaat op de rol van aanbestedingen in de democratische rechtsstaat en pleit voor een fundamentele heroverweging van hoe schaarse middelen, zoals leerlingenvervoer, verdeeld worden.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Tim Robbe is niet zomaar een vader die zich inzet voor beter leerlingenvervoer. Hij is ook een ervaren jurist en adviseur die al jaren betrokken is bij gemeentelijke inkoop- en aanbestedingstrajecten, met een bijzondere focus op het sociaal domein. Zijn persoonlijke betrokkenheid bij het leerlingenvervoer van zijn autistische zoon is slechts één kant van zijn verhaal.

Als jurist heeft Robbe uitgebreide expertise in het complexe veld van overheidsaanbestedingen. Afgelopen donderdag verdedigde hij zijn proefschrift aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waarin hij dieper inging op de fundamentele vraagstukken rondom aanbestedingen en verdeling van schaarse middelen.

proefschrift

De titel van zijn proefschrift luidt volledig: *Verdelingsrecht en democratische rechtsstaat – democratische en rechtsstatelijke overwegingen bij het met mededinging verdelen van schaarse vergunningen, subsidies, overheidsopdrachten en overheidseigendom*. In dit proefschrift onderzoekt Robbe hoe mededinging, zoals aanbestedingen, een rol speelt binnen de democratische rechtsstaat. Hij belicht de spanningen tussen de noodzaak om publieke middelen efficiënt te verdelen en de verantwoordelijkheid om rekening te houden met de sociale impact van dergelijke beslissingen.

Robbe’s onderzoek draait om de vraag hoe schaarse publieke middelen, zoals vergunningen, subsidies, en overheidsopdrachten, op een eerlijke manier kunnen worden verdeeld, zonder dat dit ten koste gaat van kwetsbare groepen of de kwaliteit van de dienstverlening. Dit onderwerp sluit nauw aan bij zijn ervaringen met het leerlingenvervoer, waar hij zich zorgen maakt over de manier waarop aanbestedingen momenteel plaatsvinden. Zijn proefschrift vormt daarmee niet alleen een academische bijdrage, maar ook een praktisch pleidooi voor hervorming van de manier waarop gemeenten aanbestedingen inrichten.

Bron: RTV Utrecht / Vrije Universiteit Amsterdam / Tim Robbe

Einde ambtstermijn Lydia Peeters: lof voor verkeersveiligheid, kritiek op openbaar vervoer

Peeters laat een gemengd erfgoed achter. Hoewel ze aanzienlijke vooruitgang boekte op het gebied van mobiliteit en infrastructuur, blijven er dossiers zoals het openbaar vervoer en het leerlingenvervoer die nog steeds om een oplossing vragen. Het is nu aan haar opvolger om deze uitdagingen aan te gaan.

Lydia Peeters heeft afgelopen maandag voor de laatste keer het Ferrarisgebouw in Brussel verlaten als Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Na het opvolgen van Bart Tommelein in 2018, heeft ze vier jaar lang een van de zwaarste portefeuilles in de Vlaamse regering beheerd. Peeters kijkt met trots terug op haar verwezenlijkingen, maar haar termijn werd ook gekenmerkt door stevige kritiek. “We hebben heel wat doorbraken weten te forceren en belangrijke infrastructuurprojecten kunnen realiseren, en daar ben ik trots op,” schreef Peeters in een bericht op sociale media.

lof

Lydia Peeters, die ook burgemeester van Dilsen-Stokkem is, wist tijdens haar mandaat aanzienlijke vooruitgang te boeken op het gebied van mobiliteit in Limburg en Vlaanderen. In haar thuisprovincie Limburg werd nog nooit zoveel geïnvesteerd in infrastructuurprojecten als onder haar bewind. Ondanks de uitdagingen is Peeters van plan om vanuit het Vlaams Parlement haar invloed te blijven uitoefenen. “Thuiskomen doet altijd deugd,” deelde ze mee.

Tijdens haar ministerschap lag de nadruk op verkeersveiligheid en het bevorderen van duurzame mobiliteit, met name voor fietsers. Een van haar meest opvallende projecten was het plaatsen van maar liefst 30.000 laadpalen, waarmee ze haar ambitieuze doel ruimschoots behaalde. Bovendien zette Peeters zich in voor de transitie naar zero-emissie mobiliteit, een proces dat volgens haar niet meer te stoppen is.

kritiek

Naast lof voor haar prestaties, was er echter ook kritiek. Professor Dirk Lauwers van de Universiteit Antwerpen erkent dat Peeters openstond voor advies van experts, maar dat er vaak meningsverschillen waren. “Kritiek kon en mocht. Dat is wat mij betreft een belangrijke eigenschap voor een minister,” aldus Lauwers in een reactie. Een van de meest heikele punten tijdens haar ambtstermijn was de hervorming van De Lijn, de Vlaamse openbaarvervoermaatschappij. Het plan om duizenden bushaltes te schrappen en te vervangen door flexvervoer – een systeem vergelijkbaar met de vroegere belbus – stuitte op verzet van zowel mobiliteitsorganisaties als burgergroepen. Zij vreesden dat deze hervorming zou leiden tot “vervoersarmoede en uitsluiting,” vooral in landelijke gebieden.

De kritiek op haar beleid werd verder versterkt door de toenmalige topvrouw van De Lijn, Ann Schoubs, die naar de media stapte om haar ongenoegen te uiten over de onderfinanciering van de vervoersmaatschappij. Schoubs noemde de situatie bij De Lijn zelfs een “verrottingsstrategie” en beschreef de verouderde bussen als “kadavers.” Verschillende Vlaamse parlementsleden vroegen Peeters om een reactie op deze zware kritiek. Peeters reageerde fel en stelde dat een bedrijf dat problemen heeft “niet moet gaan huilen in de krant.”

Foto: De Lijn

Een ander moeilijk dossier dat op Peeters’ bureau belandde, was het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs. Kwetsbare kinderen die urenlang in de bus zaten, zorgden voor verontwaardiging bij ouders en scholen. Hoewel Peeters stappen ondernam om dit probleem aan te pakken, bleef er veel onvrede bestaan over de trage vooruitgang. Dit dossier zal naar verwachting nu worden overgedragen aan haar opvolger.

opvolger

Peeters’ beleid werd ook vanuit politieke hoek bekritiseerd. Marc Descheemaecker (N-VA) was bijzonder scherp en stelde onlangs dat Peeters “de putten vult die ze zelf heeft gegraven.” Hij wees op een gebrek aan strategische visie bij de minister. Ironisch genoeg voerde Descheemaecker als voorzitter van de raad van bestuur bij De Lijn de besparingsmaatregelen van Peeters’ voorganger Ben Weyts (N-VA) uit, een besparingsronde die volgens critici juist heeft bijgedragen aan de problemen bij de vervoersmaatschappij. De Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA) sloot zich aan bij de kritiek van Descheemaecker en stelde: “Als je aan het einde van de legislatuur zelf vindt dat het niet goed is, moet je in de spiegel kijken en niet naar iemand anders.”

Ondanks deze kritische noten wordt Lydia Peeters door velen geprezen voor haar werk. Carine Driessens, voormalig directeur van BuSO De Dageraad Kortessem, bedankte Peeters publiekelijk voor haar inzet bij het dossier over het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs. “U bent tot nu toe de enige minister die dit dossier ter harte genomen heeft. Ik hoop dat de volgende minister met dezelfde gedrevenheid, zonder afbreuk te doen aan uw verwezenlijkingen, het dossier zal behandelen,” aldus de schriftelijke reactie van Driessens op haar vertrek.

Leerlingenvervoer: taxibedrijf lost chauffeurstekort op met creatieve oplossingen

VNG werkt samen met gemeenten aan oplossingen voor tekort aan chauffeurs in leerlingenvervoer.

Bij het taxibedrijf waar we op bezoek zijn heerst een bedrijvige sfeer. Het bedrijf staat voor een grote uitdaging: het vervoer van 500 kinderen naar een locatie, binnen een strak tijdsbestek, met een tekort aan chauffeurs. In de centrale controlekamer staat bedrijfsleider Martijn de Graaf met zijn team voor het bord waarop de routes zijn uitgezet. De spanning is voelbaar, maar De Graaf straalt rust uit. Hij heeft een plan.

“Het is zeker geen eenvoudige klus,” zegt De Graaf terwijl hij de routes nogmaals bekijkt. “We moeten 500 kinderen op tijd op hun bestemming krijgen met een tekort aan chauffeurs en de beperking van maximaal acht kinderen per busje. Maar met de juiste aanpak lossen we dit op.”

flexibiliteit

Het bedrijf heeft een plan opgesteld om het vervoer zo soepel mogelijk te laten verlopen, ondanks de druk die het chauffeurstekort oplevert. De Graaf legt uit dat de sleutel ligt in samenwerking en flexibiliteit. “We hebben allereerst onze huidige chauffeurs gevraagd om extra uren te draaien. Veel van hen staan open voor flexibele roosters en hebben aangegeven bereid te zijn om op piekmomenten bij te springen. Dat scheelt ons al een hoop stress.”

Daarnaast heeft het bedrijf gepensioneerde chauffeurs benaderd die voorheen bij ons werkten. “We hebben geluk dat er nog een aantal ervaren krachten beschikbaar was die graag weer een paar ritten wilden rijden,” aldus De Graaf. “Zij kennen de routes en weten hoe ze efficiënt moeten werken. Dat geeft vertrouwen.”

routeplanning

Een van de belangrijkste strategieën die men inzet om het aantal benodigde chauffeurs te verminderen, is routeoptimalisatie. Daarvoor gebruiken we software van een bedrijf uit Eindhoven. “We hebben de kinderen gegroepeerd op basis van hun woongebied. Hierdoor kunnen we per rit meerdere kinderen uit dezelfde buurt oppikken, wat niet alleen tijd bespaart maar ook het aantal ritten reduceert,” zegt De Graaf met een glimlach. Hij wijst naar het scherm waarop de geplande routes in realtime te zien zijn.

“Daarnaast maken we gebruik van hun routeplanningssoftware die ons helpt om de meest efficiënte routes te bepalen, waardoor we files kunnen vermijden. Het klinkt misschien simpel, maar het zorgt ervoor dat we elke minuut optimaal benutten. Op deze manier kunnen we zelfs met een beperkt aantal chauffeurs en busjes onze doelstelling halen.”

Foto: © Pitane Blue – bedrijfsleider Martijn de Graaf

samenwerking met ouders

Naast de inzet van gepensioneerde chauffeurs en routeplanning, zet het taxibedrijf in op samenwerking met ouders en buurtbewoners. “We hebben een beroep gedaan op ouders met een rijbewijs om vrijwillig te helpen. Voor hen die in dezelfde buurt wonen, hebben we carpoolgroepen opgezet. Hierdoor kunnen zij zelf hun kinderen en die van anderen naar de locatie brengen,” vertelt De Graaf.

Hij benadrukt dat de reacties positief zijn. “Veel ouders zijn bereid om mee te helpen. Ze begrijpen dat dit voor het welzijn van hun kinderen is en dat we op deze manier de druk op onze chauffeurs kunnen verlichten.”

Om zijn chauffeurs te motiveren om tijdens deze drukke periode extra te werken, heeft De Graaf besloten om financiële incentives aan te bieden. “We hebben besloten bonussen uit te keren aan chauffeurs die extra ritten maken. Daarnaast bieden we flexibele werktijden aan, waardoor ze hun werk beter kunnen combineren met hun privéleven. Dit soort maatregelen maken het verschil als je te maken hebt met een tekort aan personeel.”

Veiligheid

Ondanks de creatieve oplossingen blijft veiligheid vooropstaan. De Graaf vertelt dat alle chauffeurs die ingezet worden volledig gekwalificeerd zijn en dat er strenge protocollen worden gevolgd. “We gaan geen enkele concessie doen als het gaat om de veiligheid van de kinderen. Al onze busjes worden regelmatig gecontroleerd en onze chauffeurs zijn getraind in noodsituaties.”

Met een zelfverzekerde blik concludeert De Graaf: “Dit is misschien een complexe situatie, maar door creatief te denken en slim samen te werken, komen we hier doorheen. We zien dit als een leermoment. In de toekomst zullen we waarschijnlijk vaker met dit soort uitdagingen te maken krijgen. Door nu de juiste stappen te zetten, kunnen we hier straks efficiënter mee omgaan.”

Terwijl de laatste hand wordt gelegd aan de planning en de communicatie naar de ouders en kinderen wordt verzorgd, geeft De Graaf nog een laatste boodschap mee: “We gaan ervoor zorgen dat elk kind op tijd en veilig op locatie aankomt, chauffeurstekort of niet.”

Bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt hard gewerkt om het leerlingenvervoer in Nederland te verbeteren. Samen met gemeenten, landelijke partijen en andere betrokkenen heeft de VNG een nieuwe modelverordening ontwikkeld, handreikingen geschreven en webinars georganiseerd.

Fotograaf: Femke van den Heuvel – Burgemeester van Utrecht en vooriztter VNG Sharon Dijksma

Ondanks deze goede voorbeelden blijft het leerlingenvervoer in Nederland kampen met uitdagingen. De VNG erkent dat het landelijke chauffeurstekort een belangrijke belemmering vormt voor veel gemeenten.

Deze initiatieven hebben niet alleen het bewustzijn vergroot, maar hebben ook gezorgd voor gerichte acties binnen gemeenten om het vervoer van leerlingen naar scholen soepeler te laten verlopen. Toch blijven er uitdagingen, vooral door het aanhoudende chauffeurstekort.

praktijkvoorbeelden

Verschillende gemeenten zijn actief bezig met het verbeteren van het leerlingenvervoer door innovatieve oplossingen te introduceren. Valkenswaard is een voorbeeld van een gemeente die de nadruk legt op de zelfredzaamheid van leerlingen. Ze zijn het gesprek aangegaan met ouders om te kijken naar alternatieven voor het traditionele taxivervoer, blijkt uit  de berichtgeving van de gemeente uit. Ze bieden bijvoorbeeld e-bikes aan voor leerlingen die zelfstandig kunnen fietsen. Op die manier verminderen ze de druk op het vervoer én stimuleren we de zelfredzaamheid van de leerlingen.

Hoewel deze aanpak in Valkenswaard positief wordt ontvangen, erkent de gemeente dat het traditionele taxivervoer nog steeds belangrijk is voor leerlingen die niet zelfstandig kunnen reizen. Het chauffeurstekort is een probleem, maar men werkt samen met andere partijen om structurele verbeteringen aan te brengen. Zo zijn er regionale werkgroepen opgericht om knelpunten in het leerlingenvervoer op te lossen en worden er aanpassingen in de schooltijden doorgevoerd om het vervoer beter te spreiden. Als scholen hun begintijden aanpassen, kunnen ze de piekdrukte voor chauffeurs verminderen en efficiënter gebruikmaken van de beschikbare capaciteit.

Andere gemeenten zoals Velsen en Haarlem hebben weer andere innovatieve oplossingen gevonden. In Velsen zet de gemeente vrijwilligers in om leerlingen naar school te brengen. Daarnaast is in Haarlem een klankbordgroep opgericht waarin ouders, scholen en vervoerders regelmatig met elkaar in gesprek gaan. Deze groep bespreekt problemen en mogelijke oplossingen om het leerlingenvervoer te verbeteren.

verbeteringen

Ondanks deze goede voorbeelden blijft het leerlingenvervoer in Nederland kampen met uitdagingen. De VNG erkent dat het landelijke chauffeurstekort een belangrijke belemmering vormt voor veel gemeenten. Vooral in landelijke gebieden, waar afstanden groter zijn en er minder alternatieven beschikbaar zijn, zorgt dit voor problemen. 

Eckhardt over toekomst KNV: Fred Teeven heeft grote schoenen te vullen

Bertho Eckhardt, voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), kaartte recentelijk in een gesprek bij BNR Zakendoen de toenemende problemen in de Nederlandse taxisector aan.

Deze sector staat onder grote druk door diverse uitdagingen, waaronder de verduurzaming van het openbaar vervoer, de aanhoudende personeelstekorten in het zorgvervoer, en het ontbreken van een nieuwe cao voor taxichauffeurs. KNV speelt een cruciale rol in het vertegenwoordigen van de belangen van bedrijven in het commerciële personenvervoer, waaronder taxi’s, zorgvervoer en openbaar vervoer.

Eckhardt, die na tien jaar voorzitterschap binnenkort plaatsmaakt voor zijn opvolger Fred Teeven, lichtte tijdens het interview de diverse problemen toe waarmee de sector te kampen heeft. Eén van de meest urgente kwesties betreft het leerlingenvervoer, waar de opstart van het schooljaar vaak gepaard gaat met chaos. “Het gebeurt regelmatig dat honderden kinderen aan het begin van het schooljaar niet correct zijn aangemeld door ouders, waardoor ze buiten het vervoerssysteem vallen,” aldus Eckhardt.

nieuwe contracten

Hij benadrukte dat dit probleem deels wordt veroorzaakt door de complexe aanbestedingsprocedures van gemeenten, die vaak elk jaar nieuwe contracten afsluiten met verschillende vervoerders. Deze voortdurende wisseling van vervoerders zorgt voor veel onrust en logistieke problemen, vooral omdat nieuwe chauffeurs vaak opnieuw moeten wennen aan de kinderen en de routes.

Het probleem is echter breder dan alleen het leerlingenvervoer. Ook in het zorgvervoer zijn de uitdagingen groot. Hier pleit KNV voor een efficiëntere bundeling van aanbestedingen, zodat chauffeurs niet langer gedwongen worden om na het wegbrengen van leerlingen urenlang werkloos stil te staan terwijl een andere vervoerder het WMO-vervoer (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) oppakt. 

Eckhardt stelde dat door het samenvoegen van deze aanbestedingen een grote stap gezet kan worden in het aanpakken van de personeelstekorten in de sector. “Door chauffeurs volwaardige contracten aan te bieden en de verschillende vervoersopdrachten te combineren, kunnen we zowel de efficiëntie verbeteren als het werk aantrekkelijker maken,” aldus Eckhardt.

Foto: © Pitane Blue – Melanie van der Horst (D66) – Bertho Eckhardt (KNV)

Samen zijn ze het eens: “Er zijn simpelweg te veel taxi’s op de weg, vooral in grootstedelijke gebieden zoals Amsterdam, waar de overlast van rondrijdende taxi’s enorm is.”

Een ander groot probleem is de verouderde wet- en regelgeving rond de taxibranche. De Wet Personenvervoer 2000, die al 24 jaar oud is, houdt geen rekening met de opkomst van digitale platformen zoals Uber, waardoor er een scheve situatie is ontstaan tussen traditionele taxi’s en platformgebonden taxidiensten. Dit leidt tot een overaanbod van taxi’s in steden, wat niet alleen zorgt voor congestie, maar ook voor een marginale bedrijfsvoering waarbij chauffeurs lange uren moeten maken om hun kosten te dekken.

vergunningverlening

Een mogelijke oplossing, volgens Eckhardt, ligt in het herzien van de vergunningverlening en het beperken van het aantal taxi’s in dichtbevolkte gebieden. Dit zou niet alleen de overlast verminderen, maar ook de concurrentie eerlijker maken en de kwaliteit van de dienstverlening verbeteren. Hij wijst daarbij ook op de noodzaak om de wetgeving rondom digitale en traditionele taxidiensten gelijk te trekken, zodat er één handhavingskader ontstaat dat voor alle partijen geldt.

Wat betreft de toekomst van het openbaar vervoer, benadrukte Eckhardt dat de overheid bij het verstrekken van subsidies niet alleen moet kijken naar de Nederlandse Spoorwegen (NS), maar naar de gehele OV-sector. “Door de coronapandemie zijn de reizigersaantallen fors gedaald en hoewel deze zich enigszins herstellen, is het nog lang niet op het niveau van voor de pandemie. Het is belangrijk dat de overheid bij financiële steun het hele openbaar vervoer in ogenschouw neemt en niet alleen de NS,” aldus Eckhardt.

verduurzaming

De verduurzaming van de sector is een ander belangrijk aandachtspunt. Hoewel er flinke stappen worden gezet in de elektrificatie van taxi’s en bussen, is de overgang naar elektrische voertuigen in het rolstoelvervoer en de touringcarsector nog problematisch. Zwaardere voertuigen hebben namelijk grotere accupakketten nodig, wat betekent dat chauffeurs een extra rijbewijs moeten halen. Eckhardt roept op tot uitzonderingsregelingen voor deze chauffeurs, vergelijkbaar met de regelingen die zijn getroffen voor pakketbezorgers.

Foto: © Pitane Blue –
Bertho Eckhardt – voorzitter KNV en Busvervoer Nederland

Eckhardt zelf kijkt met voldoening terug op zijn tijd bij KNV, maar geeft aan dat het nu tijd is voor een nieuwe uitdaging.

Met zijn afscheid nadert een einde aan een decennium waarin Eckhardt heeft geprobeerd de mobiliteitssector in Nederland in goede banen te leiden. Zijn opvolger, Fred Teeven, een voormalige staatssecretaris en buschauffeur, zal de grote schoenen van Eckhardt moeten vullen. 

dilemma’s

Tijdens het interview werd Bertho Eckhardt geconfronteerd met enkele prikkelende dilemma’s die zijn standpunten als voorzitter van KNV onderstreepten. Het eerste dilemma betrof de financiering van het openbaar vervoer, waarbij Eckhardt moest kiezen tussen specifieke steun voor de NS of een bredere aanpak waarbij de gehele OV-sector financieel zou worden ondersteund. Hij koos duidelijk voor de tweede optie, benadrukkend dat het belangrijk is dat alle spelers in de OV-sector, niet alleen de NS, profiteren van overheidssteun. 

Het tweede dilemma draaide om zijn opvolging door Fred Teeven als nieuwe voorzitter van KNV. Eckhardt sprak zijn vertrouwen uit in Teeven, ondanks de grote uitdagingen die voor hem liggen, en gaf aan dat de toekomst van KNV met Teeven in goede handen zou zijn. Deze dilemma’s weerspiegelen de complexiteit van de kwesties waarmee KNV te maken heeft, en de noodzaak van een doordachte en evenwichtige benadering in de besluitvorming.

Zoetermeer: jeugdwet- en leerlingenvervoer in handen van Trevvel

Deze jongeren kunnen om uiteenlopende redenen niet zelfstandig of met hulp van ouders en verzorgers reizen. Daarom voert een gespecialiseerde vervoerder deze ritten uit, al dan niet in aanwezigheid van extra begeleiders.

Vandaag begint Trevvel officieel met het verzorgen van het jeugdwet- en leerlingenvervoer in de gemeente Zoetermeer. Het Rotterdamse bedrijf won eerder dit jaar de aanbesteding die de gemeente Zoetermeer had uitgeschreven en start per 1 augustus met de uitvoering van de opdracht.

In Zoetermeer maken ongeveer 350 jongeren gebruik van het vervoer dat onder de jeugdwet valt of het leerlingenvervoer. Deze jongeren reizen dagelijks naar locaties waar zij jeugdhulp ontvangen of naar scholen binnen het regulier en speciaal onderwijs. Om uiteenlopende redenen kunnen deze jongeren niet zelfstandig reizen of met hulp van hun ouders en verzorgers. Daarom is er een gespecialiseerde vervoerder nodig, die deze ritten vaak ook uitvoert met extra begeleiders.

Mirl de Bruin, General Manager van Trevvel, legt uit: “Ons personeel is goed opgeleid om deze bijzondere vorm van vervoer in goede banen te leiden. We kunnen dan ook niet wachten om onze expertise nu ook in Zoetermeer aan de dag te leggen.” Trevvel heeft vergelijkbare opdrachten in Rotterdam en Capelle aan den IJssel en beschikt daarmee over ruime ervaring in het doelgroepenvervoer.

zorg- en onderwijsinstellingen

De ritten van Trevvel voeren van en naar diverse zorg- en onderwijsinstellingen. Dit zijn onder meer locaties voor dagbesteding, (para)medische behandeling en jeugd-ggz. Daarnaast gaat het om instellingen voor speciaal onderwijs (so), voortgezet speciaal onderwijs (vso) en regulier basis- of voortgezet onderwijs. Ook speciale scholen voor basisonderwijs (sbo) en richtingsscholen vallen onder de bestemmingen.

Het leerlingenvervoer richt zich op zowel leerlingen met een beperking als leerlingen die onderwijs volgen aan bijzondere scholen met een specifieke levensbeschouwelijke of religieuze visie. “Een leerling komt in Zoetermeer in aanmerking voor het leerlingenvervoer als de richtingsschool meer dan zes kilometer van het huisadres verwijderd is. Dat is een afstand die jongeren niet vanzelfsprekend zelfstandig en veilig kunnen afleggen. Ook in zulke gevallen biedt Trevvel uitkomst,” aldus De Bruin.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Trevvel is gevestigd aan de Bahialaan in Rotterdam en gespecialiseerd in doelgroepenvervoer en zorgvervoer. Het bedrijf is actief in de regio Rijnmond en werkt in opdracht van verschillende gemeentes en regionale zorginstellingen. Trevvel biedt diverse vervoersvormen aan, zoals Trevvel Route en Trevvel Samen. Daarnaast voert het bedrijf met Trevvel Sociaal ook welzijnswerk uit, wat nog een stap verder gaat in hun dienstverlening.

Trevvel is niet onbekend met complexe vervoersopdrachten. In Rotterdam en Capelle aan den IJssel heeft het bedrijf al diverse succesvolle projecten afgerond. De focus ligt altijd op veiligheid, betrouwbaarheid en klanttevredenheid, wat blijkt uit de positieve feedback van zowel opdrachtgevers als gebruikers. De Bruin benadrukt dat het bedrijf continue werkt aan verbeteringen en innovaties om de dienstverlening verder te optimaliseren.

Crisis in leerlingenvervoer Drechtsteden: RMC trekt aan de bel

RMC ziet geen uitweg meer in Drechtsteden nu het verlies te groot is geworden.

Het WMO- en leerlingenvervoer in de Drechtsteden verkeert in zwaar weer. Vervoerder RMC, die sinds november 2023 verantwoordelijk is voor deze dienstverlening, wil vanwege aanzienlijke verliezen van het het eerder overgenomen contract af maar de zoektocht naar een nieuwe vervoerder verloopt moeizaam. 

onhoudbaar

Het contract, dat in oktober 2022 werd afgesloten door de toenmalige RMC-directeur, blijkt nu financieel onhoudbaar te zijn. De huidige directeur, Ties de Ruyter de Wildt, probeert sinds mei in gesprek te komen met de Dordtse wethouders Heijkoop en Van Benschop. Dordrecht is immers de grootste gemeente in dit contract.

In oktober 2022 nam RMC het vervoer over van de eerder ingestapte vervoerder nadat Maasstad Regie Centrale (MRC) plotseling stopte met het vervoeren van kinderen naar school en dagbesteding. MRC bracht dagelijks zo’n 200 kinderen naar school en bijna 50 kinderen naar hun dagbesteding in Dordrecht en omliggende gemeenten. Stroomlijn, die verantwoordelijk is voor het leerlingen- en jeugdhulpvervoer in zeven Drechtsteden-gemeenten, Molenlanden en Gorinchem, stond toen voor een enorme uitdaging.

zorgen

Ouders maakten zich zorgen over het vervoer van hun kinderen en RMC nam het vervoer over maar als er voor het einde van de zomervakantie geen oplossing wordt gevonden, voelt RMC zich genoodzaakt om maatregelen te nemen. De Ruyter de Wildt wil nog niet vooruitlopen op de exacte maatregelen, maar verwacht dat deze gevolgen zullen hebben voor de dienstverlening.

De Drechtsteden-gemeenten zijn ondertussen bezig met een nieuwe aanbesteding, nadat eerdere pogingen faalden. Volgens De Ruyter de Wildt is het een duidelijk signaal dat geen enkele ondernemer op de vorige aanbesteding reageerde. Hij benadrukt dat de gestelde tarieven niet marktconform zijn, iets wat de gemeenten echter niet lijken te erkennen.

Een recente raadsinformatiebrief onthulde dat een nieuwe aanbesteding voor het doelgroepenvervoer geen enkele inschrijving heeft opgeleverd. Hierdoor zagen de Drechtsteden-gemeenten zich genoodzaakt om de eenzijdige verlengoptie in het huidige contract met RMC te lichten. Wethouder Van Benschop benadrukte dat RMC volledig op de hoogte was van de aanbesteding en de contractvoorwaarden toen zij inschreven.

Nederland, Dordrecht, 18-05-2022
Nieuwe wethouders,
Peter Heijkoop, CDA
Foto: Ronald van den Heerik

Als men niet voor het einde van de vakantie om de tafel gaat ‘om een nette oplossing te zoeken’, voelt de personenvervoerder zich genoodzaakt maatregelen te nemen.

Het eenzijdig stopzetten van de contracten door Maasstad Regie Centrale (MRC) in oktober 2022 verraste zowel opdrachtgevers als leveranciers. Nadat de situatie enigszins was gestabiliseerd, lieten de gemeenten Amstelveen en Aalsmeer als eerste weten een schikking te hebben getroffen met MRC, waarbij de vorderingen tegen elkaar werden weggestreept. 

leerlingenvervoer

Ook Stroomlijn werd getroffen door het stoppen van MRC met het leerlingenvervoer. RMC sprong in en nam vanaf 1 november 2023 het vervoer over van MRC, wat de continuïteit van het vervoer in de regio Drechtsteden waarborgde. De toenmalige vervoerder MRC onder de leiding van Sjaak de Winter, die sinds april 2022 aan het roer stond, sleepte ook een contract in de wacht voor leerlingenvervoer in de gemeenten Barendrecht, Hoeksche Waard, Capelle aan den IJssel, Nissewaard, Ridderkerk en Rotterdam. Echter, ook daar kwam het vervoer abrupt tot een einde.

Het falen van deze contracten heeft een schokgolf veroorzaakt in de regio. Gemeenten en betrokken partijen staan onder druk om een oplossing te vinden die zowel financieel haalbaar als betrouwbaar is. De situatie vraagt om snelle en doeltreffende actie van alle betrokken partijen om ervoor te zorgen dat kwetsbare kinderen en jongeren niet de dupe worden van deze problemen. Partijen hebben eerder bij de aanbesteding aangegeven dat de gestelde tarieven niet marktconform zijn, maar de gemeenten vinden van wel.

Stroomlijn is in 2016 opgericht als mobiliteitsplatform dat passend vervoer regelt voor inwoners van de 7 Drechtsteden die dit nodig hebben. De Sociale Dienst is daarbij namens de gemeenten onze opdrachtgever en het vervoer wordt uitgevoerd door vervoerspartners uit de regio. In de regio Drechtsteden wonen veel mensen die, meestal vanwege een lichamelijke of geestelijke beperking, niet (meer) zelfstandig kunnen reizen. Voor deze mensen regelt Stroomlijn passend vervoer.