Tag archieven: transportsector

Stijging omzet transportsector eerste kwartaal 2023

Ook in de dienstverlening voor de luchtvaart steeg de omzet in het eerste kwartaal van 2023; met 18,1 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.

De omzet van de transportsector was in het eerste kwartaal van 2023 4,4 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. De stijging is minder groot dan in voorgaande kwartalen. Dit komt door een lagere omzetstijging in meerdere deelmarkten. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. In het eerste kwartaal van 2023 was de omzet van de luchtvaartsector 34,4 procent hoger dan een jaar eerder. De omzet steeg minder sterk vergeleken met de kwartalen in 2022. De omzetstijging was toen groter als gevolg van geldende coronamaatregelen in 2021; er werd weinig gevlogen.

Ook in de dienstverlening voor de luchtvaart steeg de omzet in het eerste kwartaal van 2023; met 18,1 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. In het eerste kwartaal van 2022 steeg de omzet nog met 183,7 procent vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder.

Omzetstijging zeevaart neemt af

In het eerste kwartaal van 2023 was de omzet in de zee- en kustvaart 5,1 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De omzet van de deelmarkten laad- en losactiviteiten en expediteurs daalde met respectievelijk 2 en 12,1 procent. Dit komt doordat de prijzen van het zee- en kustvaartvervoer minder hard zijn gestegen vergeleken met eerdere kwartalen. In het eerste kwartaal van 2023 stegen de prijzen van het zee- en kustvaartvervoer met 8 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Een jaar eerder was dit nog 42 procent.

In het eerste kwartaal van 2023 stonden 18 duizend vacatures open in de transportbranche.

Verwachtingen voor de transportsector

In het eerste kwartaal van 2023 verwacht bijna 64 procent van de ondernemers in de transportsector dat de omzet in het tweede kwartaal van 2023 hetzelfde blijft als een kwartaal eerder, 29 procent verwacht dat de omzet zal stijgen. Iets meer dan 7 procent rekent erop dat de omzet gaat dalen. 88 procent van de transportbedrijven verwacht dat de prijzen komend kwartaal gelijk blijven. 8 procent verwacht dat de prijzen stijgen en 3 procent denkt dat de prijzen gaan dalen.

Hoogste aantal faillissementen sinds tweede kwartaal 2020

In het eerste kwartaal van 2023 werden 61 bedrijven in de transportsector failliet verklaard. Dit was het hoogste aantal faillissementen sinds het tweede kwartaal van 2020.

Minder vacatures in het eerste kwartaal

In het eerste kwartaal van 2023 stonden 18 duizend vacatures open in de transportbranche. Dit is het tweede kwartaal op rij waarin het aantal vacatures afnam. Daarvoor steeg het aantal vacatures sinds het laatste kwartaal van 2020 onafgebroken, meldt het CBS.

TFOC wijst transportsector op hun kwetsbaarheid voor criminelen

Tijdens de actiedag waren er verkeerscontroles en controles van schepen en vrachtwagens.

Criminelen maken graag gebruik van onze infrastructuur. In de actieweek in Amsterdam van 11 tot 14 april 2023 wees Transport Facilitated Organized Crime (TFOC) de transportsector op hun kwetsbaarheid voor criminelen. Op 12 april was er een actiedag in de haven van Amsterdam. Doel van het programma TFOC is om ondermijnende criminaliteit in de logistieke en transportsector tegen te gaan en te verstoren. Tijdens de actiedag waren er verkeerscontroles en controles van schepen en vrachtwagens. Ook gingen de agenten letterlijk op de koffie bij chauffeurs en schippers in het havengebied.

Gewapend met kannen koffie en thee, knoopten zij het gesprek aan over ondermijning. Om te wijzen op risico’s en voorzorgsmaatregelen. In de hoop dat criminele activiteiten voortaan eerder herkend worden. De agenten deelden mokken uit met een QR-code, die verwijst naar een filmpje over ondermijning op YouTube.

Samenwerking tussen opsporingsdiensten en transportsector

Transport Facilitated Organized Crime (TFOC)  is een samenwerkingsverband tussen:

  • Douane
  • Politie
  • Openbaar Ministerie
  • Belastingdienst
  • Koninklijke Marechaussee
  • gemeenten
  • transportsector

Rol van de Douane

Tijdens de actieweek controleert de Douane vooral op goederen die het land inkomen. Met speciale aandacht voor spullen waar bedrijven belasting (accijns) over moeten betalen. Zoals drank en sigaretten. Ook let de Douane op verborgen bergruimtes in containers en vrachtwagens. In zulke ruimtes verstoppen criminelen vaak drugs.

Tijdens de actieweek controleert de Douane vooral op goederen die het land inkomen. Met speciale aandacht voor spullen waar bedrijven belasting (accijns) over moeten betalen.

Havens kwetsbaar voor criminaliteit

De haven van Amsterdam is via het Noordzeekanaal verbonden met de zee en is dus een zeehaven. Er komen goederen binnen die bestemd zijn voor de hele Europese Unie. Daarmee is de kans op smokkel ook groter. In de buurt van de haven is een groot industriegebied met veel logistieke ondernemingen. Daar is weinig toezicht, dus het gebied is kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit.

Dat blijkt ook uit een aantal gebeurtenissen in de afgelopen tijd. Zo vond de Douane op 14 februari 2023 128 kilo cocaïne onder een zeeschip. En in juli 2022 namen de Douane en de politie nog 1100 kilo en 150 kilo cocaïne in beslag in het havengebied van Amsterdam. De transportbedrijven die worden gebruikt voor het vervoer van drugs, weten dat vaak zelf niet. Door voorlichting te geven, kunnen bedrijven criminele activiteiten sneller herkennen. En hiertegen in actie komen. 

Grote en kleine knooppunten zijn in beeld

Het uitroeien van georganiseerde misdaad is helaas onmogelijk. Maar TFOC doet er alles aan om deze zoveel mogelijk te ontmantelen en in de war te schoppen. Door bijvoorbeeld geld of goederen af te pakken, bedrijven te sluiten of vergunningen in te trekken.

TFOC let daarbij ook op de kleintjes. Criminelen weten dat opsporingsdiensten scherp controleren bij bekende knooppunten voor transport. Daarom wijken ze steeds vaker uit naar kleinere vliegvelden en havens. Ook daar helpen medewerkers van TFOC de transportbranche om zich beter te wapenen tegen ondermijning, aldus de Douane.

CO2-reductie transportsector enorme opgave

Het huidige zero-emissiebeleid zet in de transportsector voorlopig nog geen zoden aan de dijk bij het reduceren van CO2-uitstoot.

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving stevent Nederland af op een CO2-reductie van 39 tot 50 procent in 2030. Als geagendeerde plannen ook worden meegeteld, kan dat oplopen naar 41 tot 52 procent. Het huidige zero-emissiebeleid zet in de transportsector voorlopig nog geen zoden aan de dijk bij het reduceren van CO2-uitstoot.

Het zero-emissiebusinessmodel op grote schaal kan op korte termijn bedrijfseconomisch nog niet uit door de hoge kostprijs vergeleken met brandstofmotoren. Op langere termijn is de laadinfrastructuur de bottleneck. Ondertussen is de opgave voor de sector gigantisch is en ligt de lat steeds hoger.

De CO2-uitstoot van vrachtauto’s en trekkers ligt in 2021 ongeveer een kwart hoger dan in 1990. Van bestelauto’s is de CO2-uitstoot tussen 1990 en 2021 zelfs meer dan verdubbeld. Door het grote aantal online bestellingen is de vervoersprestatie van bestelauto’s fors toegenomen. Dat heeft ervoor gezorgd dat de eerder gerealiseerde brandstofbesparingen in vervoer volledig teniet zijn gedaan.

Nu duidelijk is dat de doelstelling van 60 procent CO2-reductie waarschijnlijk niet gehaald gaat worden, brengt de verantwoordelijke minister het alsnog behalen daarvan in verband met geagendeerde plannen. Dat betekent dat beleidsmakers juist nu breder moeten durven kijken. Bijvoorbeeld door het omarmen en stimuleren van CO2-besparingen die al op korte termijn gerealiseerd kunnen worden terwijl daarnaast gewerkt wordt aan zero-emissie-oplossingen. Dat vraagt dus om een andere manier van denken, met een open mind kijkend naar het hele speelveld.

De CO2-uitstoot van vrachtauto’s en trekkers ligt in 2021 ongeveer een kwart hoger dan in 1990.

Er is nog veel ongebruikt potentieel om CO2-uitstoot in de transportsector terug te dringen. Door wetgeving of andere focus wordt dit potentieel nauwelijks benut. Zo blijkt uit een recente studie van ING en TVM. Deels doordat hernieuwbaar gas (bio-LNG) en biobrandstoffen (HVO, FAME, biodiesel) niet meer in beeld zijn als eindoplossing (ruim 80 procent reductie maar nog altijd niet zero-emissie) waardoor de stimulering is gestopt.

Er is ook onbenut potentieel in brandstofbesparende maatregelen waar wet- en regelgeving in de weg zit, zoals het kiezen voor technische verbeteringen door aerodynamische toepassingen, elektrificatie van trailers, en plug-in-hybrides i.c.m. biobrandstof. Datzelfde geldt voor efficiëntieverbeteringen, zoals het verhogen van het transportvolume door inzet van lange zware voertuigen.

Een verandering kan alleen gerealiseerd worden als alle stakeholders met elkaar samenwerken en kennis delen. Ook ligt er een rol voor beleidsmakers om de juiste kaders te scheppen. Zodat het niet enkel bij plannen maken blijft, maar ook leidt tot uitvoerbare acties om daadwerkelijk CO2-uitstoot terug te dringen. Dat gaat de transportsector helpen om (verder) aan de slag te gaan met CO2-reductie, aldus Machiel Bode, sectorspecialist Transport, Logistics and Mobility, ING Sector Banking.

Reductie CO2 transportsector in gevaar

Immers ook als het doel van 16.000 elektrische voertuigen in 2030 wel gehaald wordt, bestaat 90 procent van het Nederlandse vrachtwagenpark uit brandstofmotor aangedreven voertuigen.

Het terugdringen van de CO2-uitstoot en schadelijke stoffen zoals stikstof heeft de hoogste prioriteit. Om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen staat de transportsector in Nederland voor de grote uitdaging om in 2030 70 procent CO2-uitstoot te reduceren. De focus van huidig beleid is op zero-emissie.

De instroom van elektrische vrachtauto’s gaat lang niet snel genoeg. De hoge prijs en beperkte actieradius zijn de knelpunten van dit moment. Ook is de infrastructuur voor energievoorziening zoals laadpalen nog lang niet overal geregeld.

Om de reductiedoelstelling te behalen, is voor de transportsector om vaart te maken beleid nodig dat verder gaat dan de focus op zero-emissie. Immers ook als het doel van 16.000 elektrische voertuigen in 2030 wel gehaald wordt, bestaat 90 procent van het Nederlandse vrachtwagenpark uit brandstofmotor aangedreven voertuigen. En dat terwijl er groot onbenut potentieel is voor CO2-reductie door brandstofbesparing en efficiency.

Om snelle meters te maken voor verduurzaming van het transport is een tweesporenbeleid nodig dat bestaat uit 1. Zero-emissie beleid en 2. Brandstof-efficiency beleid in de ruimste zin van het woord met aandacht voor emissiearme alternatieve brandstoffen en – aandrijvingen zoals Biodiesel en Plug-in-hybrides.

De instroom van elektrische vrachtauto’s gaat lang niet snel genoeg.

Als we dat niet doen, dan loopt verduurzaming in het transport onnodige vertraging op. Veel transportondernemers weten door de hoeveelheid aan informatie niet goed welke stappen zij moeten zetten in de transitie naar zero-emissie. Ook zijn er vrachtautomerken die nieuwe zero-emissievoertuigen presenteren alsof deze vrachtwagens direct en in grote aantallen leverbaar zijn. Dat is nog niet het geval. Ook bij beleidsmakers is nog veel kennisgebrek over zero-emissie.

Diverse technische rapporten laten de verwachting zien dat elektrische transportvoertuigen in de toekomst steeds beter gaan presteren, bijvoorbeeld op het gebied van actieradius en laadsnelheid. Maar omslagpunten worden niet alleen door techniek bepaald. Het gaat ook om werkelijke beschikbaarheid van voldoende materieel op de lange termijn, bereidheid van opdrachtgevers voor elektrische transportvoertuigen te betalen en de mogelijkheid om elektrisch te kunnen laden.

Als vervolgens op basis van verkeerde veronderstellingen en inschattingen regelgeving wordt gemaakt, wordt het klimaatdoel van CO2-reductie in zeven jaar niet bereikt. Hierdoor krijgt de transportsector te maken met ongerealiseerde eisen die in grote risico’s voor de sector en individuele bedrijven kunnen uitmonden.

Een tweesporenbeleid kan ervoor zorgen dat het reductiedoel behaald kan worden. Met daarin handelingsperspectief voor zowel beleidsmakers als ondernemers en overeenstemming over de feiten en cijfers, aldus Machiel Bode, sectorspecialist Transport, Logistics and Mobility, ING Sector Banking.

Het beleid lijkt alleen op zero-emissie gericht

Nu kolencentrales meer mogen draaien, komt het kabinet met andere maatregelen om de extra uitstoot van CO2 te compenseren. Maar die plannen liggen er nog niet, zei minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) tijdens een speciale persconferentie over de leveringszekerheid van gas.

Adviseurs van de minister gaan aan de slag. Gedacht wordt aan verplicht overschakelen van gas naar elektrisch in diverse sectoren en de verplichting voor het bedrijfsleven om alleen nog elektrische auto’s te kopen en leasen. De transportsector staat al voor de opgave om met ingang van 2025 in een groot aantal steden de overstap te maken naar zero emissie stadsdistributie, met een overgangsperiode die nog 5 jaar uitstel kent.

Beleidsmakers zouden juist nu breder moeten durven kijken en aanzienlijke CO2-besparingen die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden te omarmen en stimuleren. Op dit moment lijkt het beleid alleen op zero-emissie gericht. Deze oplossingsrichting heeft verschillende nadelen. Los van de leveringsproblemen van elektriciteit – denk aan netwerkcapaciteit en laadinfrastructuur, algemeen erkend als de grootste bottlenecks in de transitie – levert elektrisch op korte termijn geen bijdrage aan CO2-reductie als de stroom niet groen gemaakt wordt. Dat effect verergert zeker op korte termijn als opschakelende kolencentrales worden ingezet om de elektriciteit te maken voor de bedrijven in de sectoren die verplicht worden en al zijn over te schakelen op elektrisch. Dat levert dan geen reductie op die kan worden ingezet als compensatie. Dat is alleen nog maar verschuiven. De ambitieuze klimaatdoelen komen er niet sneller door in beeld.

Ook in het wegtransport gaat voor het realiseren van de CO2-doelstellingen de meeste aandacht uit naar zero-emissie trucks met alternatieve aandrijving. Het is door de onzekere randvoorwaarden niet zeker dat er eind 2029 ruim 11.000 of meer zero-emissie trucks op de weg zijn. Om alvast meters te maken terwijl de stroom steeds groener wordt en de laadinfra nog in opbouwfase zit, kunnen nu al direct bijdragen aan/vaart maken met verduurzaming worden bereikt met serieus inzetten op beter benutten, zuiniger rijden op diesel en emissiearme brandstoffen.

Dit mes snijdt aan twee kanten, zowel in de uitstoot als in de kosten. Omdat er zo brandstof- besparing mogelijk is met de bestaande vloot, is de impact van elk procent op de totale uitstoot groot. Deze brandstofbesparing brengt daarom klimaatdoelen juist wel sneller in beeld. En is een goede route naar uiteindelijk net zero.

Transportsector draagt bij aan stikstofreductie

Als Nederland alle klimaatafspraken tot 2030 nakomt, levert dit een enorme bonus aan stikstofwinst op waardoor de landbouw de uitstoot met een kwart tot de helft minder hoeft terug te brengen. Dat blijkt volgens NRC uit nog niet gepubliceerde berekeningen van het ministerie van Financiën. De transportsector kan hierin een handje helpen.

Het CO2-reductie potentieel in de transport en logistieksector telt stevig door als je kijkt naar beter benutten, samenwerken in de keten en het reduceren van leegrijden. Voeg daaraan toe: brandstof-efficiency door de inzet van de nieuwste generatie brandstofmotoren en plug-in-hybrides in combinatie met biobrandstoffen, lange zware voertuigen van 25,25 meter en de super-eco-combi’s van 32 meter en het potentieel is groot.

Temeer van belang omdat 1 procent brandstofreductie van de hele Nederlandse transportvloot het equivalent is van 1.400 elektrische voertuigen. Alle aandacht lijkt uit te gaan naar die elektrische vrachtwagens, maar de realiteit is dat we nu pas per eind mei 2022 op 270 eenheden uitkomen.

Het komt op de periode 2025-2030 aan om door te groeien naar 10.000+ elektrische vrachtwagens. En dat is tegen de stroom in door een combinatie van beschikbaarheid van passend materieel vanuit de truckfabrikanten en de mogelijkheid om überhaupt zoveel wagens te kunnen laden.

Ondertussen zal de transportsector toch een zichtbare bijdrage moeten gaan leveren om de CO2-uitstoot ook de komende 10 jaar al terug te brengen en bij te dragen aan de doelstellingen voor 2030 en dat kan ook.

Dit mes snijdt aan meerdere kanten, lagere uitstoot is goed voor het klimaat, reduceert ook de kosten en het helpt mee bij behalen van de klimaatdoelstelling. En dat komt door stikstofreductie ook de agrarische sector ten goede.

Daarvoor is wel nodig dat silobenaderingen doorbroken worden en overheid en bedrijfsleven elkaar met een open agenda opzoeken. Met oog voor het dilemma van gemeenschappelijk belang en individuele risico’s. Dat vraagt om een breder perspectief op natuur en klimaatproblemen en de bereidheid met een open mind toe te werken naar oplossingen waarmee ook echt de onderliggende doelen bereikt worden. De berekeningen van het ministerie van Financiën over de relatie tussen klimaatdoelstelling en stikstofreductie zijn daar een goede aanzet voor.

Gouden RAI Wiel 2022 voor Albert Heijn

Supermarktketen Albert Heijn heeft onlangs, tijdens het jaarlijkse RAI Mobiliteitsdiner, het Gouden RAI Wiel 2022 ontvangen. De prijs werd uitgereikt door Jan Hendrik Dronkers, secretaris-generaal van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Albert Heijn ontvangt de prijs voor de bijdrage aan de verduurzaming van transport en logistiek in Nederland.

Nederland en Europa hebben grote ambities om per 2030 de uitstoot van CO2 met 55 procent te hebben teruggebracht ten opzichte van het niveau van 1990. Hier moet ook de transportsector een belangrijke bijdrage aan leveren. In Nederland is de sector goed voor ruim 10 procent van de jaarlijkse CO2-uitstoot. Vanaf 2025 gaan daarom tientallen Nederlandse steden geleidelijk over naar zero-emissie stadslogistiek. Dat heeft een grote impact op de bevoorrading van onder meer supermarkten en de bezorging bij consumenten. In de aanloop naar deze overgang is Albert Heijn één van de koplopers op het gebied van de verduurzaming van haar complete logistieke processen via de inzet van onder meer schonere en zuinigere lichte en zware bedrijfswagens.  

Koploper in verduurzaming transport en logistiek
Voor Albert Heijn rijden er iedere dag meer dan duizend voertuigen van ruim twintig transportbedrijven om vanuit zes distributiecentra bijna 900 winkels in Nederland van alle producten te voorzien. Albert Heijn heeft in 2014 de Green Deal Stadslogistiek ondertekend om vanaf 2025 een groot aantal steden emissieloos te gaan bevoorraden. Hiervoor heeft Albert Heijn afgelopen jaren samen met haar logistieke partners door het land diverse pilots gestart gericht op het testen van zero-emissie technologieën en pilots voor laadtechnologie. Hierdoor maakt Albert Heijn momenteel niet alleen gebruik van volledig batterij-elektrische aangedreven vrachtwagens, maar test ook met een divers wagenpark van alternatieve schone en zuinige technologieën zoals (bio-)LNG en plug-in hybride trucks. Daarnaast zijn inmiddels tientallen kleinere bezorgauto’s omgebouwd van diesel naar elektrisch en wordt er constant gewerkt aan het optimaliseren van de distributie en bezorgritten. Dankzij deze optimalisatie vindt zowel de distributie naar de supermarkt als bezorging direct bij klanten, met steeds minder CO2-uitstoot plaats.

Comité van Aanbeveling
Het Comité van Aanbeveling waardeert de enorme inzet van Albert Heijn op het gebied van het milieu om zoveel mogelijk te verduurzamen en tot een circulaire economie te komen. Albert Heijn is een inspirerend voorbeeld voor andere bedrijven die hard werken om de logistieke verduurzaming in Nederland mogelijk te maken. Al deze aspecten hebben het Comité van Aanbeveling doen besluiten om het hoofdbestuur van Koninklijke RAI Vereniging te adviseren om ‘Het Gouden RAI Wiel 2022’ toe te kennen aan Albert Heijn.

Het Gouden RAI Wiel
Het Gouden RAI Wiel is in 2003 in het leven geroepen om personen of instellingen te eren en te stimuleren, die zich op nationaal of internationaal niveau onderscheiden op het gebied van verkeer en vervoer of van vervoermiddelen in brede zin. Eerdere prominenten en instellingen die de prijs in ontvangst mochten nemen zijn onder andere de weginspecteurs van Rijkwaterstaat, voormalig minister van Infrastructuur en Waterstaat Melanie Schultz van Haegen, snellaadbedrijf Fastned., ruimtevaarder Wubbo Ockels, Pieter van Vollenhoven, de ANWB, de afdeling Advanced Automotive Design van de TU Delft, het SWOV en het KiM.

Transportsector kampt met te weinig chauffeurs

De spanning op de arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2022 verder toegenomen. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. Corona heeft sommige deelmarkten zoals de automotive, horeca en personenvervoer hard geraakt, terwijl andere deelmarkten zoals de Retail en last mile delivery (dit is het proces waarbij het product of pakket van de transport hub naar de eindbestemming wordt verzonden) juist profiteerden van de verschoven transportvraag.

In hardgeraakte deelmarkten hebben transportbedrijven gedwongen afscheid genomen van een deel van hun chauffeurs. Sommige chauffeurs zijn bij andere bedrijven in de sector aan de slag gegaan. Afgezien van corona zorgt de vergrijzing ook voor een uitstroom van chauffeurs. De transportsector kent het hoogste aantal 55-/75-jarigen in de werkzame beroepsbevolking in Nederland.

Er lag in het afgelopen jaar door corona minder focus op de instroom van nieuwe chauffeurs via opleiding, werving en selectie. Ook zijn steeds meer chauffeurs voor zichzelf begonnen. Zo is het aantal eigen rijders met bijna 500 toegenomen in het afgelopen jaar. Daarbij komt dat aan de vraagzijde de behoefte aan chauffeurs enorm toenam door de groeiende vraag naar transportcapaciteit vanwege de aangetrokken economie en de toegenomen belevering rechtstreeks aan consumenten.

Sector heeft te kampen met ontgroening

Naast de vergrijzing en een grotere uitstroom naar pensioen is er ook sprake van ‘ontgroening’ in de sector. Het aantal chauffeurs onder de 35 jaar lag halverwege 2021 op 18%, terwijl dit vijf jaar eerder nog op 24% lag. Het beroep is niet aantrekkelijk genoeg voor voldoende instroom van jongeren. Voor een redelijk salaris is het namelijk nodig om genoeg uren te draaien. Dat sluit niet aan bij de wens van jongeren om privé veel tijd door te kunnen brengen. Jongeren willen bijvoorbeeld in deeltijd kunnen werken of een vaste dag vrij zijn.

In hardgeraakte deelmarkten hebben transportbedrijven gedwongen afscheid genomen van een deel van hun chauffeurs.

Tekort aan chauffeurs binnen transportsector nijpend

Na een korte inzinking is het chauffeurstekort groter dan ooit. In het derde kwartaal van 2021 piekte het aantal vacatures op 11.650, waarmee het tekort aan chauffeurs binnen de transportsector ook het meest nijpend is. Uit de meest recente Sectormonitor transport en logistiek blijkt dat de arbeidsmarkt in de sector kampt met een tekort aan personeel. Volgens het CBS is een personeelstekort eind 2021 de meest ervaren belemmering in Nederland.

Een combinatie van sterk stijgende vraag in 2021 en dalende netto instroom heeft het tekort opgestuwd. Naast vergrijzing en grotere uitstroom naar pensioen is ook sprake van ‘ontgroening’. Het aandeel chauffeurs onder 35 jaar lag halverwege 2021 op 18%, terwijl dit vijf jaar eerder nog op 24% lag.

Het beroep van chauffeur is niet aantrekkelijk genoeg voor voldoende jonge instroom. Dit is lastig te compenseren met zij-instroom. Een moderne vorm van werkgeverschap waarbij ook deeltijd mogelijk is, is noodzakelijk om meer mensen structureel aan het bedrijf te binden. Er moet worden ingespeeld op imagoverbetering. Het beroep moet weer aantrekkelijk worden voor een grotere groep mensen.

Enkel salarisverhoging is onvoldoende

Een moderne vorm van werkgeverschap waarbij ook deeltijd mogelijk is, is noodzakelijk om meer mensen structureel aan het bedrijf te binden. Dus moet de sector naar de secundaire arbeidsvoorwaarden kijken en het beroep minder zwaar maken door de werkomstandigheden te verbeteren.

Lees ook: Heineken zet elektrische truck in voor langere afstanden

Nijpend tekort aan chauffeurs binnen de transportsector.

Handtekening onder ambitie schoon zwaar wegvervoer

Vijftien landen en tal van bedrijven in de transportsector verspreid over de wereld stappen over op schoon zwaar wegvervoer. Op initiatief van Nederland zetten zij vandaag op de klimaattop in Glasgow hun handtekening onder de ambitie dat vanaf 2040 alle nieuwe vrachtwagens en bussen in hun land rijden zonder uitlaatgassen. Omdat vrachtwagens gemiddeld zo’n tien jaar rondrijden, is de overeenkomst een mooie stap om de uitstoot van broeikasgassen door vrachtwagens en bussen wereldwijd naar nul te krijgen in 2050.

Schoon scheelt veel uitstoot

Nederland is echt een transportland. Dat zorgt voor banen en brengt geld in het laatje. En steeds vaker groen: Nederlandse bedrijven zijn goed in de bouw van uitstootvrije bussen en vrachtwagens.
Het zwaar vervoer blijft echter ook een belangrijke bron van luchtvervuiling. De uitstoot van de transportsector wereldwijd is niet in lijn met de Parijsdoelen. Zwaar verkeer zorgt voor ruim een derde van de CO2-uitstoot en zo’n 70% van de stikstofuitstoot van al het wegverkeer wereldwijd, en produceert veel schadelijke gassen die mensen direct inademen.

Oplossingen van belang voor Nederland

Met de vrachtwagen en bus die rijdt op een batterij of waterstof is daar een oplossing voor. Ze zijn stil en rijden zonder uitlaatgassen. Maar ze zijn nog wel duur. Veel transportondernemers hikken tegen de prijs aan, en veel producenten aarzelen nog om massaal schone vrachtwagens te gaan maken.

Nederland wil tempo maken. Ondernemers kunnen in ons land met subsidie een uitstootvrije bestelbus kopen, en ook voor vrachtwagens is zo’n regeling aanstaande. Maar die vrachtauto’s moeten er dan wel in ruime keuze zijn. Bouwers van bussen en vrachtwagens zijn wereldwijd verspreid. Internationale samenwerking is daarom van belang.

“Deze overeenkomst is een mooi begin. Nederland is ambitieus. Wij hebben in het klimaatakkoord al afgesproken al het wegverkeer in 2050 schoon te willen hebben. Het is belangrijk om daar samen met andere landen voor te gaan, zodat de markt zich sneller gaat ontwikkelen. Ik roep andere landen dan ook op zich aan te sluiten.”

Staatssecretaris Van Weyenberg (Infrastructuur en Waterstaat).

Naast Nederland doen Oostenrijk, Canada, Chili, Denemarken, Finland, Luxemburg, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Schotland, Turkije, Uruguay, het Verenigd Koninkrijk, Wales en Zwitserland mee.

Samenwerken

De vijftien landen gaan beleid maken om de afgesproken doelstellingen te halen. Zij gaan intensief samenwerken en kennis uitwisselen om de ambities waar te maken. Jaarlijks rapporteren ze over de voortgang. Naast landen doen ook tal van staten, bedrijven die transporteren en vrachtwagenbouwers mee, zoals California, DHL, Heineken, Scania en BYD.

De logica achter de afgesproken ambitie is eenvoudig. Als je in 2050 helemaal schoon wil zijn, moeten alle nieuwe vrachtwagens en bussen in 2040 schoon zijn. Die hebben immers een levensduur van ongeveer tien jaar. En om aan te sluiten bij de logische momenten van vervanging voor ondernemers, is het doel in 2030 30% van de nieuwe zware voortuigen uitstootvrij te hebben.

“Het is goed dat Nederland hierin het voortouw neemt. Als landen om ons heen ook mee gaan doen, komt er meer keuze en worden de prijzen lager. Dat is belangrijk voor onze ondernemers. Wel moet er zowel in Nederland als in de rest van de wereld nog veel gebeuren zodat de elektrische vrachtauto’s efficiënt opgeladen kunnen worden en de logistieke planning niet in de knel komt”.

Machiel van der Kuijl van ondernemersvereniging evofenedex.

Laadpalen

Om het belang van goede laadpalen te onderstrepen organiseert Nederland samen met Californië vandaag op de klimaattop ook een aparte sessie over laadpalen. Zonder goede laadinfrastructuur kunnen schone auto’s, bussen en vrachtwagens immers niet rijden, aldus de Rijksoverheid.

Lees ook:  Reisbranche ook druk met klimaatverandering

Vijftien landen hebben de ambitie dat vanaf 2040 alle nieuwe vrachtwagens en bussen rijden zonder uitlaatgassen.

Zaterdag 25 september NK Veiligste Chauffeur

Wie is de veiligste (vrachtwagen)chauffeur van Nederland? Op zaterdag 25 september is het TT Circuit van Assen wederom het decor voor het NK Veiligste Chauffeur. Uit een deelnemersveld van circa 1000 vrachtwagenchauffeurs hebben 25 mannen en vrouwen zich gekwalificeerd voor de landelijke finale. Zij gaan hun kennis en kunde tonen en moeten onder andere een aantal uitdagende praktijkproeven afleggen.

Tijdens de finaledag vindt waarschijnlijk de grootste ‘Teabag Challenge’ van Nederland plaats. De ‘Teabag Challenge’ is de afgelopen maanden uitgegroeid tot een ware hype in de transportsector. Alle bezoekers aan het TT Circuit met een groot rijbewijs kunnen de proef op de som nemen en proberen om achteruit rijdend met een vrachtwagen plus oplegger een kopje thee te zetten.

De 25 finalisten van het NK Veiligste Chauffeur 2021 zijn:

Izaak de Baat (Klaaswaal),Rene de Baat (Klaaswaal), Famke Bos (Maarn), Andre Dillerop (Emmen), Edwin Dorrepaal (Wemeldinge), Roel de Graaf (Heino), Michael van Graafeiland (Zaandam), Henny de Haan (Oosterland), Danny Henskens (Berghem), Pieter Jacobs (Beuningen), John Kersten (Grave), Yaël Kluitenberg (Barneveld), Martin Kolff (Dirksland), Robert van der Meer (Leusden), Johan Muselaers (Erp), John Peek (Huissen), Richard Pieters (Hoogeveen), Joffrey Post (Bovenkarspel), Paul Roozen (Hilvarenbeek), Roy Ruesen (Dinxperlo), Gerard Schoenaker (Klarenbeek), Olav van der Stoep (Dordrecht), Mariska Struijs (Heerjansdam), Dirk-Jan Uitbeijerse (Volendam) en Allard Warnders (Linschoten).

Het programma ziet er als volgt uit:

  • 9.00-13.00 uur roulatieprogramma opdrachten 25 finalisten
  • 14.00-15.00 uur finale met top-drie
  • 15.00-15.30 uur uitreiking TVM Awards, incl. winnaar NK Veiligste Chauffeur

Vanzelfsprekend wordt de finale in Assen volledig ‘coronaproof’ gehouden.

Over het NK Veiligste Chauffeur

Veiligheid op de weg is en blijft een belangrijk thema. Vorig jaar vielen er in Europa bijna 19.000 dodelijke slachtoffers in het verkeer. Uit onderzoek blijkt dat bij ruim 90 procent van het aantal ongevallen menselijk gedrag een grote rol speelt; dat percentage moet en kan omlaag.

TVM verzekeringen maakt zich al decennialang hard voor transportveiligheid. Het NK Veiligste Chauffeur is onderdeel van de TVM Awards, een initiatief van TVM om meer bewustwording te creëren bij alle weggebruikers voor veiligheid op de weg én om tegelijkertijd waardering te tonen voor de Nederlandse beroepschauffeurs.

De TVM Awards worden ondersteund door een aantal betrokken partners: Volvo Trucks Nederland, VVN, Van Eijck, Sectorinstituut Transport en Logistiek, Continental, BP, ANWB en Advance Groep. Op de finaledag van het NK Veiligste Chauffeur worden tevens de TVM Awards Ridder 2021 en Veilig Transport uitgereikt aan respectievelijk een chauffeur en een onderneming die een positieve bijdrage hebben geleverd aan de verkeers- en/of transportveiligheid in Nederland.

Hélène Hendriks

TV-persoonlijkheid Hélène Hendriks is al vanaf het begin als ambassadrice aan de TVM Awards verbonden. Zij zal op 25 september ook de finaledag presenteren. De winnaar van het NK Veiligste Chauffeur wint naast de sportieve eer vanzelfsprekend de bronzen TVM Award. De gehele-top 25 wint daarnaast een bezoek aan de Volvo-fabriek, het Volvo Trucks-democentrum en het Volvo Museum in het Zweedse Göteborg.

‘Ieder ongeluk op de weg is er één teveel. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van iedereen om de veiligheid op de weg verder te verbeteren. Preventie is al decennialang een belangrijke pijler onder het beleid van TVM. Het creëren van meer bewustwording voor veilig rijgedrag doen we op talloze manieren, onder andere via de organisatie van de TVM Awards en het NK Veiligste Chauffeur. Het NK is voor ons en onze partners tevens een manier om de Nederlandse vrachtwagenchauffeurs een podium te geven want zij behoren al sinds jaar en dag tot de veiligste vervoerders van Europa. Dat is iets om trots op te zijn”.

Michel Verwoest, CEO TVM verzekeringen.

Lees ook: Brandstofbranche start campagne: ‘We zijn goed op weg’

Transportbedrijven op weg naar duurzame transportsector

Transportbedrijven slaan de handen ineen om samen de route naar een duurzame transportsector te initieren. DFDS stapt via Don Trucking over op 20 gloednieuwe LNG-aangedreven vrachtwagens, wat de kans biedt om de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen en een transparante toeleveringsketen voor klanten te creëren

Steeds meer klanten willen dat bedrijven transparant zijn over hun uitstoot van broeikasgassen en weten hoe zij omgaan met de duurzaamheid van hun producten en aanbiedingen. DFDS erkent het probleem van de klimaatverandering en begrijpt de noodzaak om duurzaam bewust te zijn en verbindt zich met Don Trucking om een transparante toeleveringsketen te realiseren door 20 dieseltrucks om te schakelen naar 20 gloednieuwe LNG-aangedreven trucks voor hun dagelijkse activiteiten. Deze verandering zal ook de eigen CO2-voetafdruk van het bedrijf verkleinen en zal de zware transportbedrijven ervan bewust maken dat ze moeten streven naar een betere en duurzame toekomst binnen de industrie.

Don Trucking vloot

Momenteel heeft Don Trucking 20 LNG-trucks in zijn vloot en tegen het einde van het jaar zullen daar nog eens 40 aan worden toegevoegd. Don Trucking wil het eerste CO2-neutrale transportbedrijf in Europa worden in 2025 en is van plan dit te bereiken door volledig over te schakelen op een vloot met lage emissies. Daarnaast ondersteunt Don Trucking Ecobal, een internationaal initiatief om bossen in Europa te behouden en nieuw leven in te blazen, om hun uitstoot van broeikasgassen verder te compenseren via emissiecertificaten, waardoor hun totale CO2-voetafdruk met 15% daalt. De samenwerking tussen de twee bedrijven kwam organisch tot stand, gewoon door het delen van dezelfde waarden en dezelfde visie op de toekomst.

“We werken continu aan het verbeteren van onze operaties en transportzichtbaarheid om onze klanten de best mogelijke service te bieden met een volledig transparante supply chain. Alleen samen kunnen we 100% supply chain transparantie bereiken. Deze samenwerking is om anderen binnen de industrie bewust te maken en oplossing te bieden als multimodaal transport. We proberen ons te richten op het verbeteren van onze sector en het gebruik van LNG – aangedreven trucks geeft ons de mogelijkheid om dit te doen. We zijn zeer verheugd om partners te hebben die dezelfde waarden delen en inspireren om de logistieke keten groener te maken door fossielvrije biobrandstoffen te gebruiken.”

Michael Bech, Vice President & Head of Continent, DFDS Logistic Division.

“Ik geloof dat deze samenwerking een effectieve actie is tegen klimaatverandering als het gaat om het neutraliseren van kooldioxide-uitstoot door het bouwen van een transparante supply chain. We hebben actieve initiatieven nodig en dat begint bij onszelf. De partnerschappen tussen individuen en grote bedrijven zijn van vitaal belang. Elk bedrijf kan zijn milieudoelstellingen verbeteren, en veel bedrijven hebben ze nog niet eens. Het is heel belangrijk om nu de duurzame marktverschuiving te begrijpen en actie te ondernemen, aangezien de vervoersdiensten blijven groeien en er de komende jaren extra inspanningen nodig zijn.”

Don de Jong, eigenaar van Don Trucking.

Door de klimatologische effecten van de vele verschillende activiteiten die een bedrijf dagelijks onderneemt, laat Don Trucking samen met DFDS zien dat het kennen van de eigen CO2-voetafdruk een verplichting aan het worden is, vooral binnen de zware transportsector.

Lees ook: Verduurzamen prioriteit voor Maasstad Regie Centrale

Transportsector loopt onnodig schade op

Vanwege een tekort aan materiaal en personeel bij het Openbaar Ministerie is het niet mogelijk om de verkeershinder bij de Haringvliet te beperken. Daardoor loopt de transportsector onnodig miljoen euro’s schade op. “Volstrekt belachelijk”, reageert TLN-directeur Jan Boeve. TLN rekende eerder uit dat een half uur extra reistijd vanwege verkeershinder bij de Haringvlietbrug de transportsector zeker 53 miljoen euro kost. Na verder onderzoek van Rijkswaterstaat blijkt echter dat het rijtijdverlies in de avondspits niet 30, maar zeker 68 minuten bedraagt, waardoor de kosten voor vervoerders nóg verder oplopen.

Tekort
In gesprek met Rijkswaterstaat riep onder andere TLN op om de verkeershinder zoveel mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door tot de renovatie in 2023 beide rijstroken open te houden. Volgens Rijkswaterstaat is dat echter niet mogelijk, vanwege een materiaal- en personeelstekort bij de politie en het OM. Daardoor zouden zij niet kunnen handhaven op de snelheidsbeperking.

“Volstrekt belachelijk. Het kan écht niet zo zijn dat vervoerders de komende jaren massaal stilstaan en miljoenen euro’s schade leiden omdat het niet lukt om op tijd een paar flitspalen te plaatsen of een trajectcontrole in te stellen. Vanaf aanstaande maandag gaan de rijkstroken dicht, dus haast is geboden. Hoe moeilijk kan het nou zijn om voor die tijd een mobiele controlepost te installeren? Dat kost ongetwijfeld minder dan 53 miljoen, het bedrag dat onze leden minimaal kwijt zijn als ze tot 2023 op dat traject in de file staan”.

TLN-directeur Jan Boeve.

“Deze uitzonderlijke situatie vraagt ook om een uitzonderlijke oplossing. Naast het belang voor de transportsector is de brug onmisbaar voor de bereikbaarheid van de regio, van banen en voor hulpdiensten. Daarom moet het OM en politie alles op alles zetten om de doorstroming te maximaliseren. Anders laten ze niet alleen de transportsector, maar een hele regio deze zomer in de kou staan.”

TLN-directeur Jan Boeve.

Kamervragen
De maatschappelijk en economische schade door de gedeeltelijke sluiting van de Haringvlietbrug zijn buitenproportioneel hoog. Daarom riep TLN samen de provincie Zuid-Holland al eerder op om de verkeershinder te minimaliseren en inzicht te geven in de besluitvorming van de gekozen verkeersmaatregelen. Ook stelden verschillende fracties Kamervragen over de gedeeltelijke sluiting van de Haringvlietbrug, aldus Transport en Logistiek Nederland.

Lees ook: Weer minder voertuigen gestolen eerste halfjaar 2021

Verhoging van 44 naar 50 ton voor transportsector

Binnenkort mogen op Vlaamse wegen, onder welbepaalde omstandigheden, transporten gebeuren met een maximale toegelaten massa (MTM) tot 50 ton. Dat heeft de Vlaamse Regering principieel goedgekeurd. Om dergelijke massa te vervoeren, moeten transporteurs voldoen aan meerdere strenge voorwaarden. Die zijn noodzakelijk om onze infrastructuur te beschermen en de verkeersveiligheid te garanderen.

De toegestane afmetingen en massa’s voor vrachtwagens en zware aanhangwagens worden door Europa bepaald, maar de lidstaten mogen daarvan afwijken op hun grondgebied. In België is dat een bevoegdheid van de gewesten. Wallonië besliste al in 2018 om voertuigcombinaties tot 50 ton toe te laten. Ook in Nederland is dat al enige tijd het geval.

“De verhoging van 44 naar maximaal 50 ton komt er na overleg met de transportsector. We verhogen hiermee de efficiëntie van het transport en verminderen de impact op het verkeer en het milieu.”

Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

“We maken dat onderscheid doelbewust omdat milieuvriendelijke technologie, zoals batterijen, in deze voertuigen voor extra gewicht zorgt. We willen met dat nieuwe ontwerp ons transport verder verduurzamen en vergroenen, en zo werk maken van een betere luchtkwaliteit. Vanaf 2031 zullen alleen nog emissievrije voertuigen een MTM hoger dan 44 ton krijgen. We verwachten dat tegen dan al meer vrachtwagens op alternatieve brandstoffen zullen rijden.”

Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

Tweet

Klassiek aangedreven voertuigen krijgen in de nieuwe wetgeving een maximale toegelaten massa (MTM) tot 48 ton. Voor milieuvriendelijke en emissievrije voertuigen is een tonnageverhoging tot maximaal 50 ton toegelaten.  Om een maximale toegelaten massa van 48 ton te hebben, moet de sleep (een groep voertuigen die aan elkaar gekoppeld zijn om door één en dezelfde kracht voortbewogen te worden) voldoen aan meerdere voorwaarden.

Voor Hans Maertens, gedelegeerd bestuurder van Voka, is de tonnageverhoging voor vrachtwagens is twee keer goed nieuws. Gespecialiseerde bedrijven zijn al langer vragende partij om de tonnageregels af te stemmen op de ons omringende regio’s. Men zal ook minder vrachtwagens de weg op moeten sturen wat de mobiliteit ten goede komt”

Lees ook: Minister Lydia Peeters realiseert fietsbrug over E34

Poolse chauffeurs op parkeerplaats

ILT test verschillende uitleessystemen voor smart tachografen

Toezichthouders in Europese landen die handhaven op het wegvervoer moeten vanaf medio juli 2024 beschikken over apparatuur om op afstand smart tachografen uit te lezen. Vooruitlopend daarop test de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op dit moment verschillende systemen hiervoor. Daarmee zet de ILT een volgende stap in de aanpak van tachograaffraude. Sinds juni 2019 worden nieuwe tachograafplichtige voertuigen voorzien van een smart tachograaf, die de rij- en rusttijden van de chauffeur registreert. Bestaande vrachtwagens en bussen moeten hierover vanaf december 2024 beschikken. Om de smart tachografen op afstand uit te kunnen lezen, is zogenaamde Dedicated Short Range Communication (DSRC)-apparatuur nodig. Hiermee kan de ILT langs de weg tachograafgegevens beoordelen zonder dat zij het voertuig hoeft te stoppen.

De inspecteurs kunnen op afstand zien of er mogelijk met de registratie van de rij- en rusttijden wordt gefraudeerd. Het DSRC-apparaat maakt bijvoorbeeld zichtbaar of de tachograaf rijtijd registreert en of er een bestuurderskaart actief is. Voordeel hiervan is dat de ILT gerichter voertuigen kan selecteren voor een inspectie. De pakkans van overtreders gaat hierdoor omhoog, terwijl de ILT de chauffeurs die zich aan de regels houden met rust kan laten. Als een van de eerste inspectiediensten in Europa heeft de ILT nu de beschikking over drie van deze systemen van verschillende fabrikanten.

De inspectie wil in 2021 ervaring met deze toezichtvorm opdoen en vergelijkt tijdens de proefperiode de eigenschappen van de systemen met elkaar. Daarnaast onderzoeken de inspecteurs welke gegevens die het DSRC-apparaat uitleest, relevant zijn voor de selectie van voertuigen voor een inspectie. Het toezicht van de ILT richt zich op eerlijk en veilig wegvervoer. De ILT handhaaft structureel op de regels voor onder andere rij- en rusttijden met als doel: het tegengaan van concurrentievervalsing in de transportsector, het waarborgen van de veiligheid, gezondheid en het welzijn van chauffeurs én de veiligheid van andere weggebruikers. Als inspecteurs tijdens de proef door de DSRC-apparatuur informatie ontvangen over vermoedelijke overtredingen, wordt hier actie op ondernomen. Dit meldt de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Lees ook: Let op gevolgen verklaring geen privégebruik

Vrachtwagenheffing kan niet voor 2027 geïmplementeerd worden

Door de vrachtwagenheffing pas in 2027 in te voeren ontstaat een gat van 750 miljoen euro, bedoeld om de transportsector op tijd te verduurzamen. Daardoor dreigt de sector de klimaatdoelstellingen niet te halen, waarschuwt Transport en Logistiek Nederland (TLN).

“Dit besluit komt volledig uit het niets vallen,” reageert TLN-voorzitter Elisabeth Post. “De terugsluis van de opbrengsten van de vrachtwagenheffing is het fundament van onze duurzaamheidtransitie. Dat werd, in aanloop naar de verkiezingen, ook door veel politieke partijen onderstreept. Maar dat fundament wordt nu met één pennenstreek doorgehaald.”

Mokerslag
De invoering van de vrachtwagenheffing stond gepland op 2024, maar demissionair minister Cora van Nieuwenhuizen liet onlangs in een brief aan de Tweede Kamer weten dat de heffing niet vóór 2027 geïmplementeerd kan worden. Een mokerslag voor de duurzaamheidstransitie van de sector transport en logistiek. De opbrengsten van de vrachtwagenheffing – ongeveer 250 miljoen euro per jaar – zouden namelijk gebruikt worden om de sector te helpen in de verduurzamingsopgave. Nu de invoering met minstens drie jaar uit te stellen loopt de sector zeker 750 miljoen euro mis. En dat terwijl de klok doorloopt.

Doelstellingen in het klimaatakkoord, zoals het emissievrije vervoer in 30 tot 40 binnensteden, komen door dit besluit op losse voet te staan, benadrukt TLN-voorzitter Elisabeth Post: “Bij het opstellen van het klimaatakkoord hebben wij bewezen dat we een ambitieuze sector zijn. Wij willen meewerken aan het verduurzamen van het goederenvervoer, maar dat kunnen we simpelweg niet alleen. Om de klimaatdoelstellingen te halen, hebben samen met het kabinet duidelijke afspraken gemaakt over de invoering van de vrachtwagenheffing en de terugsluis van de opbrengsten. Maar daar trekt de minister nu opeens een streep doorheen. Een nieuw kabinet moet dit gat zo snel mogelijk dichten.”

Subsidie
Op dit moment rijden er slechts 160 trucks met een emissievrije aandrijving in Nederland. Om steden vanaf 2025 emissievrij te bevoorraden zijn zeker 5000 elektrische vrachtwagens nodig, maar zo’n vrachtwagen kost ongeveer drie keer zoveel als een dieseltruck. Met de opbrengsten van de vrachtwagenheffing zouden transportondernemers door middel van subsidie deze grote investeringen gedeeltelijk kunnen financieren, aldus TLN op hun website.

Met dit plotselinge besluit toont de overheid zich geen betrouwbare partner. Uiterst kwalijk, want vertrouwen is cruciaal om de klimaatdoelen te halen, aldus Post: “De uitdagingen waar we gezamenlijk voor staan, zijn groot. En als we die willen halen is duidelijkheid nodig. Duidelijkheid voor de sector, maar bovenal voor ondernemers. Juist nu het bij de formatie zal gaan over het herstel van de economie en het opkrabbelen van het bedrijfsleven na de crisis, zijn vertrouwen en duidelijkheid onmisbaar. Maar beide zijn op dit moment ver te zoeken.”

Lees ook: DKV Box Europe officieel toegelaten op de Italiaanse tolwegen

Wegtransport pas na 2022 weer op niveau

in het meest gunstige scenario duurt het tot na 2022 voordat het wegtransport weer op het niveau zit van voor de coronacrisis. In de minder gunstige scenario’s zelfs tot na 2025. Daarnaast blijkt de huidige groei van de koerier- en pakketdiensten structureel; de komende vijf jaar wordt een explosieve, structurele groei verwacht van 31% tot 42%. De onderzoekers waarschuwen dat bij deze groeicijfers de bestaande problematiek bij koerier- en pakketdiensten fors zal toenemen en roepen op tot urgentie bij het maken van beleid voor de transportsector, door de sector zelf én door de betrokken ministeries.

Studie
Onderzoekbureaus Policy Research Corporation en Panteia hebben, in opdracht van de NIWO, een studie naar de toekomstverwachting voor het wegtransport gemaakt: “Het wegtransport gedurende COVID-19 en nadien”. Vier medische scenario’s over de ontwikkeling van de corona-epidemie zijn hierin leidend. Deze vormen de basis voor een complete doorrekening, per scenario, van de verwachte ontwikkeling van de 63 sectoren van de Nederlandse economie. Vanuit dit alomvattende sectorbeeld wordt het effect op het wegtransport en haar deelmarkten tot en met 2025 in kaart gebracht. Uniek aan de studie is het feit dat de indeling van de deelmarkten is gehanteerd zoals deze sinds jaar en dag door Transport en Logistiek Nederland (TLN) wordt gebruikt.

De studie werpt een blik op de verwachte ontwikkelingen in het wegvervoer tot en met 2025. Aan het begin van de coronacrisis zei Premier Rutte dat we varen op zicht. Dit lijkt voor veel economische sectoren nog immer het devies. Er zijn maar weinig studies die de economische ontwikkeling op de langere termijn kunnen concretiseren. Waar is terugslag of groei te merken, hoe groot is deze en hoelang duurt dit?

Resultaten
In het meest gunstige scenario duurt het tot na 2022 voordat de verwachte toegevoegde waarde binnen het wegtransport weer op het niveau zit van voor de coronacrisis. In de minder gunstige scenario’s zelfs tot na 2025. In, onder andere, de deelmarkten ferrytransport, autotransport en afvalstoffenvervoer is de initiële krimp fors en het herstel de komende vijf jaar zwak. Daarentegen is er bij de deelmarkten distributie en bouwmaterialenvervoer sprake van een kleinere initiële krimp en sneller herstel. De koerier- en pakketdiensten geven een heel ander beeld, in deze deelmarkt is geen moment sprake geweest van krimp. Door COVID-19 hebben velen de weg gevonden naar e-commerce met, ook op de langere termijn, ongeziene groei voor de pakketdiensten. De verwachte groeicijfers voor de komende vijf jaar schommelen, afhankelijk van het te ontvouwen scenario, tussen 31% en 42%. Prognoses van de studie bevestigen dat de coronacrisis geen structureel antwoord biedt op het chauffeurstekort. Alhoewel er door de vraaguitval in het goederenwegvervoer minder chauffeurs nodig zijn, is de vraaguitval niet dermate groot dat het chauffeurstekort verdwijnt.

Aanbevelingen
De auteurs van het rapport wijzen naar de verwachte explosieve groei van de koerier- en pakketdiensten wanneer zij stellen dat er urgentie zit bij het maken van beleid voor deze sector. Bezinning over groei van de koerier- en pakketdiensten is op zijn plaats. Zo leidt de groei tot meer uitstoot van CO2, meer onveilige situaties in het verkeer, extra druk op het wegennetwerk in drukke steden, meer economische activiteit in een weinig transparante markt en meer sociale misstanden. De studie zet uiteen dat een professionaliseringsslag binnen de koerier- en pakketdiensten nodig is en dat hierbij haast geboden is.

De studie behandelt bovendien dat een mentaliteitsverandering in het goederenwegvervoer nodig is in de omgang met structurele uitdagingen in de sector (de noodzaak tot verduurzaming, capaciteitsdeling en het verhogen van de beladingsgraad). Een grotere nadruk op innovatie en maatschappelijke verantwoordelijkheid is gewenst in de gehele keten. In het nastreven van deze mentaliteitsverandering zien de onderzoekers een belangrijke rol weggelegd voor logistieke kampioenen. Dit zijn bedrijven die een voortrekkersrol in de sector bekleden door gebruikte technologieën, toegang tot (big) data, gehanteerde logistieke processen en bestaande bedrijfscultuur. In het rapport wordt aanbevolen om de hoofdkantoren van dergelijke bedrijven voor Nederland te behouden of aan te trekken en om actief in te zetten op groei of overname voor bedrijven die een dergelijke voortrekkersrol nog niet kunnen bekleden. Het rapport wijst daarnaast op onderzoek naar de crisisparaatheid van het Nederlandse goederenwegvervoer en behoud, of zelfs intensivering, van maatregelen tegen het chauffeurstekort en congestie.

Lees ook: Nederlands Transport Museum krijgt TEE-trein