Categorie archieven: Elektrisch vervoer

Tweedehands elektrische auto: veel automobilisten blijven twijfelen

Ondanks de groeiende populariteit van elektrische voertuigen (EV’s) blijft een aanzienlijke groep automobilisten in Nederland twijfelen over de overstap naar elektrisch rijden.

Diverse obstakels, waaronder financiële en praktische aspecten, houden consumenten tegen om hun benzine- of dieselauto in te ruilen voor een duurzamer alternatief. Een van de grootste redenen waarom consumenten aarzelen, is de hogere aanschafprijs van elektrische auto’s. De gemiddelde EV is aanzienlijk duurder dan een traditionele auto op fossiele brandstoffen, wat vooral te wijten is aan de kosten van de batterijen. Hoewel de operationele kosten, zoals energie en onderhoud, vaak lager liggen, blijven veel mensen opzien tegen de initiële investering. 

Bovendien wordt de situatie verergerd door het afbouwen van subsidies door de overheid. Tot enkele jaren geleden werden kopers van elektrische voertuigen flink beloond met financiële tegemoetkomingen, maar deze voordelen zijn de laatste tijd aanzienlijk verminderd. Het verdwijnen van subsidies maakt elektrisch rijden voor veel Nederlanders minder aantrekkelijk.

laadmogelijkheden

Hoewel Nederland een van de dichtste netwerken van laadpalen ter wereld heeft, is het gebrek aan laadmogelijkheden een belangrijke reden voor terughoudendheid. Vooral mensen zonder eigen oprit of parkeerplaats ervaren dit als een probleem. “Ik moet altijd een laadpaal zoeken in mijn buurt, en dat is niet altijd eenvoudig,” verklaart een automobilist uit Amsterdam. Dit probleem is vooral nijpend in dichtbevolkte stedelijke gebieden, waar publieke laadpalen vaak volgeboekt zijn. Ook op vakantie of tijdens langere ritten roept het vinden van een laadpunt stress op bij potentiële kopers.

De zorgen over de batterijprestaties van elektrische auto’s spelen eveneens een rol. Hoewel fabrikanten doorgaans lange garanties bieden op batterijen, twijfelen consumenten aan de levensduur en vervangingskosten ervan. Vooral bij de aankoop van een tweedehands EV heerst er onzekerheid. Een batterijtje dat niet meer naar behoren functioneert, kan duizenden euro’s kosten om te vervangen. Deze twijfel weerhoudt veel kopers ervan om over te stappen.

Een automobilist die overwoog een tweedehands elektrische auto te kopen, merkte op: “Ik vond een mooie auto binnen mijn budget, maar na het lezen over mogelijke accuproblemen heb ik het niet gedaan. Het risico voelde te groot.”

persoonlijke voorkeuren

Los van de praktische en financiële aspecten geven sommige automobilisten simpelweg de voorkeur aan de rijervaring van een traditionele auto. Het geluid en de sensatie van een krachtige verbrandingsmotor worden door liefhebbers vaak als een gemis ervaren in elektrische voertuigen. “Het voelt alsof ik een deel van mijn rijplezier opgeef,” aldus een autoliefhebber die al jaren fan is van sportwagens met een benzinemotor.

Foto: © Pitane Blue – Pitane Mobility laadpalen opzoeken

De verschillen tussen de Randstad en de Achterhoek maken duidelijk dat de overstap naar elektrisch rijden maatwerk vereist. In stedelijke gebieden,

Voor wie toch de stap naar elektrisch rijden overweegt, biedt de tweedehandsmarkt een interessant alternatief. Hier liggen de prijzen vaak lager, maar extra voorzichtigheid is geboden. Deskundigen raden aan om bij tweedehands elektrische auto’s altijd een accudegradatietest uit te laten voeren. Zo krijgt de koper inzicht in de resterende capaciteit van de batterij. Andere tips, zoals het controleren van de onderhoudshistorie en een uitgebreide proefrit, zijn eveneens cruciaal.

toekomst van elektrisch rijden

Elektrisch rijden is in opkomst, maar de mogelijkheden om een elektrische auto te gebruiken verschillen sterk per regio in Nederland. De Randstad, met zijn stedelijke karakter en uitgebreide infrastructuur, biedt volop kansen voor elektrisch rijden. Daarentegen ervaart de meer landelijke Achterhoek duidelijke uitdagingen, vooral door het gebrek aan een uitgebreid laadnetwerk. Deze verschillen tonen hoe de overgang naar duurzaam vervoer voor iedereen anders verloopt.

De Randstad, bestaande uit steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, is een van de drukst bevolkte regio’s van Nederland. Deze stedelijke omgeving is een broedplaats voor innovatie en economische activiteit, wat duidelijk zichtbaar is in de ontwikkeling van elektrische mobiliteit. Het laadnetwerk in de Randstad is een van de meest uitgebreide in Europa. Overal in de steden zijn laadpalen te vinden, waardoor bewoners en bezoekers eenvoudig hun voertuigen kunnen opladen.

In contrast met de Randstad staat de Achterhoek, een regio die bekendstaat om zijn rust, natuur en kleine dorpsgemeenschappen. De lage bevolkingsdichtheid is een van de redenen waarom de laadinfrastructuur hier minder ontwikkeld is. In sommige dorpen zijn slechts een of twee laadpalen beschikbaar, wat voor veel inwoners een struikelblok vormt. Wie in een dorp woont en niet de mogelijkheid heeft om een laadpunt op eigen terrein te plaatsen, moet vaak op zoek naar een publieke laadpaal die misschien al bezet is.

Hoewel de obstakels reëel zijn, groeit het aantal elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen gestaag. Innovaties in batterijtechnologie, de uitbreiding van het laadnetwerk en prijsdalingen maken elektrisch rijden steeds toegankelijker. Experts verwachten dat de drempels in de komende jaren verder zullen verdwijnen, waardoor steeds meer consumenten de overstap zullen maken. Voor nu blijft het echter belangrijk om potentiële kopers beter te informeren en de laadinfrastructuur verder te verbeteren.

OV-NL: doel uitstootvrije bussen in 2030 onder druk door gebrek aan stroom

Elektrische ov-bussen dreigen 2030-doel te missen door gebrek aan stroomvoorziening.

Het streven om in 2030 alle ov-bussen uitstootvrij te laten rijden, komt in gevaar. Volgens OV-NL, de brancheorganisatie van openbaarvervoerbedrijven, vormt het tekort aan oplaadpunten door de overbelasting van het elektriciteitsnet een grote uitdaging. “Sommige opdrachtgevers accepteren nu al dat er ook na 2030 nog fossiel wordt gereden,” aldus voorzitter Hatte van der Woude.

De overgang naar volledig elektrisch busvervoer blijkt in de praktijk moeilijk haalbaar door problemen met de infrastructuur. Hoewel het al sinds 2023 verplicht is dat nieuw aangeschafte bussen elektrisch zijn, is nog maar 37% van de 5100 bussen emissievrij. Het probleem ligt voornamelijk bij de toegang tot het elektriciteitsnet. Vervoersmaatschappijen krijgen geen voorrang bij netbeheerders en staan achteraan in de wachtrij voor een aansluiting. Hierdoor blijven dieselbussen langer in gebruik, ondanks het landelijke doel om in 2030 uitstootvrij te zijn.

Woordvoerder Jan van Selm van het samenwerkingsverband van ov-autoriteiten geeft aan dat de ernst van netcongestie pas recent duidelijk is geworden. “Op sommige plekken kun je geen stroom meer krijgen, wat het halen van de 2030-doelen bemoeilijkt.”

Friesland en Gelderland worstelen met realiteit

Vervoerder Qbuzz in Friesland heeft eind 2023 vanwege het stroomprobleem noodgedwongen 200 nieuwe dieselbussen aangeschaft. Een paar weken later zouden deze niet meer in gebruik genomen mogen worden. “We zagen al snel dat er bij de start onvoldoende stroom beschikbaar was,” zegt een woordvoerder van Qbuzz.

In Gelderland erkent men eveneens de hindernissen. De provincie heeft bij de aanbesteding van het busvervoer in de regio’s Arnhem en Nijmegen bewust besloten om het emissievrije jaar 2030 niet als harde eis te stellen. “We waren bang dat er anders geen inschrijvingen zouden komen,” aldus een woordvoerder.

Ook in Roosendaal blijft een groot deel van de bussen voorlopig op diesel rijden. Arriva, in samenwerking met netbeheerder Enexis, slaagde er ondanks inspanningen niet in tijdig voldoende stroom te verkrijgen.

Hoewel de situatie in veel regio’s problematisch is, zijn er ook vervoerders die creatieve oplossingen bedenken om toch met elektrische bussen te blijven rijden. In Flevoland maakt vervoerder EBS gebruik van bestaande stroomvoorzieningen, zoals bij Lelystad Airport en een particulier transportbedrijf in Nagele. Algemeen directeur Wilko Mol benadrukt dat deze tijdelijke constructie wel extra kosten met zich meebrengt: “Dit kost ons honderden duizenden euro’s meer.”

voorrang op elektriciteitsnet

De druk om het 2030-doel te halen heeft ov-bedrijven ertoe aangezet om samen met veertien andere grote partijen, waaronder ProRail en KPN, naar de rechter te stappen. Ze eisen een hogere plek op de prioriteitenlijst van het elektriciteitsnet, die vorig jaar door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) is vastgesteld. Op de huidige lijst krijgen scholen, ziekenhuizen en politie voorrang, maar het openbaar vervoer valt daar niet onder.

Een ACM-woordvoerder geeft aan dat keuzes onvermijdelijk zijn. “Als iedereen prioriteit krijgt, heeft uiteindelijk niemand prioriteit. Bovendien zijn er oplossingen zoals het opladen van bussen buiten de spitsuren.” In Zaandam is dit al praktijk: daar mogen bussen van EBS in de wintermaanden alleen ’s nachts opladen.

uitspraak bepaalt toekomst

De rechter buigt zich dit jaar over de zaak die het openbaar vervoer samen met andere partijen heeft aangespannen. Deze uitspraak kan bepalend zijn voor het behalen van de klimaatdoelstellingen in 2030. Voorlopig blijft de vraag of er voldoende daadkracht en infrastructuur beschikbaar komt om het openbaar busvervoer op tijd volledig emissievrij te maken.

Ambitieuze groeiplannen nekken Cargoroo: investeerders blijven uit

Het Nederlandse bedrijf Cargoroo, bekend om zijn elektrische deelbakfietsen, heeft op 24 december 2024 faillissement aangevraagd bij de rechtbank in Amsterdam.

Dit nieuws heeft niet alleen de gebruikers van de populaire gele bakfietsen overvallen, maar ook steden zoals Antwerpen en Mechelen, die naar eigen zeggen volledig in het duister tastten over de financiële moeilijkheden van de aanbieder.

De onderneming, opgericht in 2017, was actief in Nederlandse steden als Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven. De afgelopen jaren breidde Cargoroo zijn activiteiten ook uit naar België, Duitsland en Frankrijk, met een focus op steden als Antwerpen, Berlijn en Lyon. De deelbakfietsen boden een milieuvriendelijk en flexibel alternatief voor gezinnen, ondernemers en stedelingen die geen eigen voertuig bezitten maar incidenteel behoefte hebben aan vervoersgemak.

ambitieuze groeiplannen

In december 2022 leek Cargoroo nog volop in de lift te zitten. Het bedrijf haalde toen tien miljoen euro op bij investeerders om zijn Europese marktpositie te versterken. Het plan was om verder uit te breiden naar meer Duitse steden, terwijl de vloot in bestaande markten als Antwerpen en Berlijn aanzienlijk werd uitgebreid. In Frankrijk werd Lyon toegevoegd aan het netwerk van steden waar de fietsen beschikbaar waren.

Volgens Cargoroo maakte de groeiende populariteit van het concept het mogelijk om het aantal gebruikers in korte tijd te verdrievoudigen. In het afgelopen jaar legden klanten samen meer dan 1,5 miljoen kilometer af op de elektrische bakfietsen. Toch bleek dit succes op papier niet genoeg om de financiële fundamenten van het bedrijf te verstevigen.

De exacte oorzaken van het faillissement zijn nog niet bekendgemaakt. Jaron Borensztajn, mede-oprichter van Cargoroo, liet weten dat een curator zal onderzoeken of een doorstart mogelijk is.

Dinsdag heeft de rechtbank in Amsterdam het faillissement uitgesproken. Of de deelfietsaanbieder nog een doorstart kan maken, is moeilijk te zeggen. De fietsen kunnen nu niet meer worden gereserveerd. In sommige steden zijn de fietsen ook al weggehaald.

Foto: © Pitane Blue – Cargoroo

Cargoroo, bekend van de gele elektrische deelbakfietsen, heeft zijn faillissement aangevraagd. Dit bevestigt medeoprichter Jaron Borensztajn aan de NOS. De startup, ooit een pionier in duurzame stedelijke mobiliteit, moet door financiële problemen zijn activiteiten voorlopig staken. De iconische bakfietsen, die in tal van Nederlandse en buitenlandse steden op vaste plekken in wijken stonden, zijn in meerdere steden inmiddels al uit het straatbeeld verdwenen.

Gebruikers die afhankelijk waren van de bakfietsen voor dagelijkse of incidentele ritten, reageerden teleurgesteld en bezorgd. “Het voelt alsof we volledig buitenspel zijn gezet,” reageerde een Antwerpse ambtenaar in de Gazet van Antwerpen. “We hadden geen enkele indicatie dat het zo slecht ging met het bedrijf.” In Antwerpen en Mechelen werden de fietsen zonder waarschuwing weggehaald, wat veel verwarring veroorzaakte onder bewoners.

levensvatbaarheid deelmobiliteit

Het faillissement van Cargoroo werpt opnieuw een schaduw over de duurzaamheid en levensvatbaarheid van deelmobiliteitsinitiatieven. Hoewel elektrische deelbakfietsen zoals die van Cargoroo bijdragen aan het verminderen van autogebruik en CO2-uitstoot in steden, blijven deze concepten kwetsbaar voor financiële instabiliteit.

Het idee achter Cargoroo was steden leefbaarder, gezonder en veiliger maken door een betaalbaar en gebruiksvriendelijk alternatief voor autovervoer te bieden. Ondanks de populariteit van het concept en de groei in het aantal gebruikers, lijkt het bedrijf zich te hebben verkeken op de financiële uitdagingen van grootschalige uitbreidingen in meerdere landen.

toekomst ongewis

Voorlopig is het nog onduidelijk wat er met Cargoroo gaat gebeuren. Een eventuele doorstart zou afhankelijk zijn van nieuwe investeerders en een duidelijker verdienmodel dat financiële stabiliteit garandeert. Gebruikers en gemeenten wachten op meer duidelijkheid over de afwikkeling van het faillissement en de mogelijke terugkeer van de elektrische bakfietsen.

De gele fietsen, die ooit symbool stonden voor een duurzame stedelijke toekomst, zijn voorlopig uit het straatbeeld verdwenen. Het is onzeker of deze ooit zullen terugkeren, en zo ja, onder welke voorwaarden.

Einde belastingkorting: elektrische rijders gaan meer betalen

Autobezitters moeten vanaf januari 2025 rekening houden met hogere maandelijkse kosten door wijzigingen in de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies.

De overheid heeft besloten om de belastingvoordelen voor (semi-)elektrische voertuigen stapsgewijs af te bouwen. Daarnaast wordt de casco-verzekeringspremie voor voertuigen geïndexeerd, wat leidt tot een extra kostenpost. De korting op de motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto’s en plug-in hybrides wordt vanaf 2025 stapsgewijs afgebouwd. 

Dat betekent dat bestuurders van volledig elektrische voertuigen volgend jaar 25% van het normale tarief moeten betalen. Voor plug-in hybride voertuigen ligt dit percentage hoger, namelijk 75%. Deze afbouw is onderdeel van het streven naar een gelijke belastingheffing voor alle typen voertuigen, ongeacht hun aandrijflijn. Volgens het Belastingplan zal de korting in de jaren daarna verder afnemen en volledig verdwijnen in 2030.

Volledig elektrische auto’s waren tot nu toe vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting, wat veel automobilisten stimuleerde om over te stappen naar emissievrij rijden. Voor plug-in hybrides gold een fors verlaagd tarief. De overheid heeft echter vastgesteld dat de financiële voordelen voor elektrische voertuigen op termijn onhoudbaar zijn. Tegen 2030 moeten bestuurders van zowel elektrische als traditionele voertuigen het volledige belastingtarief betalen.

maandelijkse leasekosten

Deze veranderingen hebben directe gevolgen voor automobilisten met een leasecontract. Voor volledig elektrische voertuigen kan de motorrijtuigenbelasting, afhankelijk van het gewicht van de auto, enkele tientallen euro’s per maand bedragen. Plug-in hybride rijders zullen, vanwege het hogere belastingtarief, nog dieper in de buidel moeten tasten. De exacte verhoging zal per voertuig verschillen en wordt zichtbaar op de factuur van januari 2025.

Met de nieuwe maatregelen staan zowel elektrische rijders als eigenaren van plug-in hybrides aan de vooravond van oplopende kosten. Hoewel elektrisch rijden in de toekomst nog steeds goedkoper kan zijn qua gebruikskosten, betekent 2025 een duidelijke stap richting hogere maandlasten.

Voor veel leaserijders betekent dit een aanzienlijke kostenstijging, zeker wanneer de hogere belasting wordt gecombineerd met een indexatie van de verzekeringspremies. De casco-premie voor voertuigen wordt eveneens verhoogd door de jaarlijkse indexatie. Verzekeraars schatten de gemiddelde premieontwikkeling op ongeveer € 5 tot € 15 extra per maand, afhankelijk van het type voertuig, de verzekeringsdekking en het schadeverleden van de bestuurder.

kosten drukken op autobezitters

Volgens experts zorgt de combinatie van de hogere motorrijtuigenbelasting en premie-indexatie ervoor dat automobilisten die de overstap maakten naar duurzamere voertuigen minder financieel voordeel ervaren. “De belastingvoordelen hebben jarenlang een cruciale rol gespeeld in de verkoop van elektrische auto’s en hybrides. Nu die voordelen verdwijnen, zullen de maandelijkse kosten voor autobezitters aanzienlijk stijgen,” aldus een woordvoerder van een grote leasemaatschappij.

Voor bestuurders van zware elektrische SUV’s, die door hun gewicht zwaarder belast worden, kunnen de kosten nog verder oplopen. Het gewichtscriterium van de motorrijtuigenbelasting is immers niet aangepast, waardoor zware elektrische voertuigen relatief duurder uitvallen dan lichtere modellen.

reacties vanuit de autobranche

De autobranche reageert gemengd op de aangekondigde veranderingen. Enerzijds begrijpen marktpartijen dat de overheid de belastingvoordelen wil afbouwen om meer financiële gelijkheid te creëren, maar anderzijds vrezen zij dat dit de groei van de elektrische markt zal afremmen. “Dit voelt als een terugslag na jarenlange stimulering van elektrisch rijden” zegt een woordvoerder. “Veel mensen kozen bewust voor een elektrische auto, niet alleen vanwege duurzaamheid, maar ook vanwege het kostenvoordeel. Dit valt nu grotendeels weg.”

Ook consumentenorganisaties roepen op tot transparante communicatie over de stijgende kosten. Leaserijders en particuliere autobezitters moeten volgens hen ruim op tijd geïnformeerd worden over de precieze impact van de belastingwijzigingen en premie-indexatie.

Wat kunnen autobezitters doen?

Autobezitters wordt aangeraden om de wijzigingen in de gaten te houden en eventuele vragen te stellen bij hun leasemaatschappij of verzekeraar. De exacte gevolgen zijn immers afhankelijk van het type voertuig, het gewicht en het contract. Voor meer informatie over de nieuwe motorrijtuigenbelasting kunnen automobilisten terecht op de website van de Belastingdienst, waar alle details omtrent de afbouwregeling staan vermeld.

Pionier in mobiliteit: Antwerpse taxisector opnieuw in crisis na faillissement VHF Taxi

Het Antwerpse taxibedrijf VHF Taxi uit Brasschaat, ooit een pionier in elektrische mobiliteit, is failliet verklaard.

Het bedrijf kreeg tien jaar geleden ruime aandacht door als een van de eerste in Vlaanderen zijn volledige vloot te elektrificeren. In plaats van te kiezen voor goedkopere elektrische modellen, besloot VHF Taxi om in te zetten op Tesla’s. Destijds klonk het dat deze investering zichzelf zou terugverdienen, maar de harde realiteit bleek anders. Het faillissement markeert een nieuwe klap voor de Antwerpse taxisector, die eerder al andere prominente spelers zag verdwijnen.

VHF Taxi maakte in 2014 bekend dat het volledig zou overschakelen op elektrische voertuigen. Het taxibedrijf beschikte al over een vloot van twintig elektrische auto’s, waaronder twee Tesla Model S’en. Volgens het bedrijf waren deze wagens niet alleen milieuvriendelijk, maar voldeden ze ook aan de steeds veeleisender wensen van hun klanten. “We wilden inzetten op een duurzame toekomst,” verklaarde het management destijds. Het bedrijf was daarmee het eerste Vlaamse taxibedrijf dat in een niet-stedelijke omgeving volledig elektrisch ging rijden.

De investering was aanzienlijk. Tesla’s behoren tot de duurdere elektrische voertuigen, maar VHF Taxi was ervan overtuigd dat deze keuze op de lange termijn rendabel zou zijn. Dit bleek echter niet voldoende om het bedrijf overeind te houden.

Voorlopig blijft het echter onduidelijk of andere taxibedrijven in Vlaanderen bereid zullen zijn om de sprong naar volledige elektrificatie te maken, gezien de uitdagingen waar VHF Taxi mee te maken kreeg.

Volgens de Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met Chauffeur (GTL) heeft VHF Taxi zwaar geleden onder de economische gevolgen van de coronapandemie. De vraag naar taxidiensten stortte tijdens de lockdowns volledig in, waardoor bedrijven in de sector moeite hadden om hun vaste kosten te dekken. Voor VHF Taxi, dat sterk had geïnvesteerd in dure voertuigen, werd de situatie onhoudbaar.

toegenomen concurrentie

Daarnaast wijst de GTL op de toegenomen concurrentie in de Antwerpse taxisector. Sinds 2020 is het aantal zelfstandige taxichauffeurs in de regio bijna verdubbeld. “Er rijden nu dubbel zoveel taxi’s rond als in het begin van 2020,” verklaart een woordvoerder van de GTL. “Voor een bedrijf als VHF, dat gebonden was aan hoge kosten door zijn investeringen in elektrische voertuigen, was dit een enorme uitdaging.”

Het faillissement van VHF Taxi is niet het enige dat de Antwerpse taxisector heeft getroffen. Vorig jaar legde ook een andere grote speler de boeken neer. Deze ontwikkelingen zorgen voor onzekerheid in een markt die toch al onder druk staat door de opkomst van ride-sharingdiensten zoals Uber.

De GTL betreurt het verlies van VHF Taxi. “Het is jammer dat een bedrijf met zo’n innovatieve visie en ambitie de strijd moet opgeven. Dit toont aan hoe kwetsbaar onze sector is in tijden van economische crisis en toenemende concurrentie,” aldus de organisatie.

Het faillissement van VHF Taxi roept vragen op over de haalbaarheid van elektrische mobiliteit binnen de taxisector. Hoewel elektrische voertuigen steeds populairder worden, blijft het een dure investering, zeker voor bedrijven die in een competitieve markt opereren. Ondanks de moeilijkheden blijft de GTL geloven in een toekomst voor elektrische taxi’s, al is het volgens hen belangrijk dat er meer steun komt van de overheid om bedrijven te helpen de transitie naar duurzaamheid te maken.

Steden: laadstress en kortere afstanden remmen elektrisch rijden in de Randstad

Het aantal zakelijke kilometers dat met elektrische auto’s wordt afgelegd, blijkt verrassend genoeg buiten de Randstad het hoogst te liggen.

Vooral werknemers uit Drenthe nemen het voortouw: maar liefst 28% van hen rijdt elektrisch naar het werk, volgens recent onderzoek van mobiliteitsaanbieder Shuttel. Daarentegen blijft het aantal elektrische kilometers in de Randstad achter, met Zuid-Holland als opvallende hekkensluiter, waar slechts 2% van de werknemers voor een elektrische auto kiest. Shuttel, dat mobiliteitsoplossingen biedt voor 250.000 werknemers van 125 grote bedrijven, ziet een duidelijk verschil tussen de vervoerskeuzes van werknemers in landelijke en stedelijke gebieden.

Bart Horstman, mobiliteitsspecialist bij Shuttel, legt uit dat de beschikbaarheid van openbaar vervoer en de reisafstanden hierin een grote rol spelen. In provincies zoals Drenthe zijn de mogelijkheden voor openbaar vervoer aanzienlijk beperkter: de afstand naar haltes en stations is vaak groter en de verbindingen zijn minder frequent. Bovendien zijn deze verbindingen vooral gericht op spitsuren, waardoor werknemers in de avond en tijdens het weekend nauwelijks op het openbaar vervoer kunnen vertrouwen. Horstman merkt op dat dit werknemers vaak dwingt om voor een auto te kiezen. “De auto is dan vaak de meest praktische en betrouwbare optie voor werknemers buiten de Randstad,” zegt Horstman. “Een uitgevallen bus of een vertraagde trein kan in landelijke gebieden tot enorme vertragingen leiden, omdat alternatieve verbindingen veelal ontbreken. Elektrische auto’s bieden een aantrekkelijke oplossing omdat ze duurzaamheid combineren met gebruiksgemak.”

laadpaaldichtheid

Het onderzoek toont daarnaast aan dat ook binnen de Randstad verschillen bestaan in de keuze voor elektrisch rijden. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat hoewel Zuid-Holland meer laadpalen heeft dan Noord-Holland, de zogenaamde ‘laadpaaldichtheid’ er lager is vanwege de hogere bevolkingsdichtheid. In Zuid-Holland moeten meer mensen gebruikmaken van een beperkte hoeveelheid publieke laadpalen, wat kan leiden tot zogeheten ‘laadstress’. Horstman verklaart: “Niemand wil geconfronteerd worden met het risico van een lege accu zonder oplaadmogelijkheid. Voor veel werknemers in Zuid-Holland is het delen van publieke laadpalen een obstakel. Zeker voor bewoners van appartementencomplexen met een beperkte laadvoorziening kan dit ontmoedigend werken.”

Hoewel het in dunbevolkte provincies niet onverwacht is dat de auto een belangrijke rol speelt, blijft het toch verrassend dat een groot aantal werknemers daar kiest voor elektrisch rijden. In Drenthe rijdt al meer dan een kwart van de werknemers met een elektrische auto naar het werk, een trend die volgens Horstman alleen maar verder zal toenemen. Ook landelijke cijfers van het CBS ondersteunen deze groeiende voorkeur: in slechts één jaar tijd, van 2021 tot 2022, steeg het aantal zakelijke kilometers dat elektrisch werd gereden met 14,3%.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

De opmars van duurzaam mobiliteitsbeleid draagt bij aan deze verandering, stelt Horstman. Werkgevers worden steeds vaker gestimuleerd om CO2-uitstoot te monitoren en terug te dringen, wat hen aanmoedigt om hun wagenpark te elektrificeren. “Vooral grote bedrijven kiezen ervoor om hun lease-aanbod volledig elektrisch te maken. Wanneer werkgevers een duurzame mobiliteit bevorderen, zien we dat werknemers, zeker zij die verder van het werk wonen, vaker voor een elektrische auto kiezen.”

onderzoek

Dit onderzoek van Shuttel is gebaseerd op data van 45.537 werknemers uit heel Nederland, die werken bij 1.384 bedrijven. De gegevens zijn afkomstig uit een bredere populatie van 250.000 werknemers die Shuttel bedient, wat zorgt voor een representatief beeld van het Nederlandse reisgedrag. De data, verzameld tussen 1 januari en 17 oktober 2024, geven inzicht in de mobiliteitskeuzes van werknemers die al langer dan een jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn en gebruikmaken van de Shuttel-mobiliteitskaart.

Shuttel, een samenwerking tussen Pon en Volkswagen Financial Services, biedt al meer dan tien jaar mobiliteitsdiensten aan voor bedrijven die streven naar een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid. Hun aanpak is gericht op duurzaamheid, efficiëntie en gemak, wat Shuttel een populaire keuze maakt voor bedrijven die het mobiliteitsgedrag van hun werknemers willen optimaliseren. Klanten als FrieslandCampina, Deloitte en Decathlon gebruiken de mobiliteitskaart van Shuttel om werknemers flexibele reisopties te bieden, van elektrische auto’s tot openbaar vervoer.

Horstman benadrukt dat inzichten uit onderzoeken zoals deze waardevol zijn voor zowel werkgevers als werknemers. “Het is essentieel om inzicht te hebben in het reisgedrag van werknemers, zodat werkgevers kunnen inspelen op hun mobiliteitsbehoeften en hun beleid hierop kunnen afstemmen. Met een goed geïnformeerd beleid kunnen bedrijven niet alleen duurzamer worden, maar ook hun administratieve lasten en kosten verlagen.” Shuttel helpt bedrijven met het verbeteren van hun mobiliteitsbeleid door regelmatig dergelijke analyses uit te voeren en gerichte adviezen te geven.

Parijs gaat in lockdown voor autoverkeer: nieuwe zone wekt woede bij inwoners

Hoewel elektrische auto’s geen uitstoot veroorzaken, worden ze toch aan dezelfde restricties onderworpen als voertuigen met een verbrandingsmotor.

Algemeen afgevaardigde MOBILIANS Xavier Horent, heeft een kritisch artikel geschreven over de invoering van de nieuwe Zone à Trafic Limité (ZTL) in Parijs, waarin hij scherpe kritiek uit op het beleid van de gemeente Parijs en de gevolgen voor de mobiliteit en inclusiviteit in de stad. Volgens Horent is de ZTL, geïntroduceerd met slechts een minimale steun van 357 Parijzenaars die deelnamen aan een openbare enquête, een demagogische maatregel die niet de werkelijke belangen van de inwoners dient.

Het principe van de ZTL is om alleen voertuigen toe te laten die aantoonbaar een bestemming hebben in de eerste vier arrondissementen van Parijs. In de praktijk betekent dit dat automobilisten die Parijs als doorgangsroute willen gebruiken, de toegang wordt ontzegd. Horent stelt echter dat het onderscheid tussen “bestemmingsverkeer” en “transitverkeer” in de praktijk moeilijk te handhaven is en slechts zal leiden tot meer complexiteit en uitsluiting. Hij benadrukt dat hoewel de gemeente termen als “inclusie” gebruikt om het beleid te rechtvaardigen, deze maatregel juist het tegenovergestelde effect heeft door bepaalde bevolkingsgroepen en bedrijven uit te sluiten van het centrum van Parijs

verantwoorden

In zijn betoog haalt Horent scherpe herinneringen op aan de attesten die nodig waren tijdens de coronapandemie om je binnen de stad te kunnen verplaatsen. Dit keer, zo stelt hij, is de situatie omgekeerd: bewoners moeten zich nu verantwoorden om de stad in te komen, niet om eruit te gaan. Dit gevoel van restrictie en de noodzaak tot “verantwoording afleggen” draagt volgens hem bij aan het negatieve sentiment onder Parijzenaars en omwonenden.

Een andere zorg die Horent aanhaalt, is de impact van de ZTL op de economie in Parijs. In zijn betoog wijst hij op de belangen van ondernemers, winkeliers en bedrijven die afhankelijk zijn van toegankelijke mobiliteit voor hun klanten en medewerkers. Terwijl de ZTL de toegang tot de stad belemmert, heeft de gemeente ook de parkeertarieven aanzienlijk verhoogd, wat paradoxaal genoeg kan leiden tot een toename van het transitverkeer. Door de hoge parkeerkosten zoeken veel automobilisten alternatieve routes en parkeerplaatsen buiten het stadscentrum, waardoor juist de verkeersdrukte in de omliggende gebieden zal toenemen.

Foto: © Pitane Blue – Parijs – busvervoer

Een opvallend punt in Horents kritiek is de gelijke behandeling van elektrische voertuigen in de ZTL. Hoewel deze auto’s geen uitstoot veroorzaken, worden ze toch aan dezelfde restricties onderworpen als voertuigen met een verbrandingsmotor. Voor Horent is dit een duidelijk signaal dat de ZTL niet primair gericht is op het verbeteren van de luchtkwaliteit. Hij noemt het “een bekentenis van de gemeente” en stelt dat de ZTL in feite geen positieve impact heeft op de luchtvervuiling en enkel bijdraagt aan het uitsluiten van alles met meer dan twee wielen.

levenskwaliteit

Horent wijst er verder op dat de gemeente andere dringende problemen negeert terwijl zij focust op mobiliteitsbeperkingen in het centrum. Hij noemt hierbij onder meer de vervuiling in het metrosysteem, de ontoegankelijkheid van het openbaar vervoer voor mensen met een beperking, het behoud van erfgoed en lokale middenstand, en de bestrijding van criminaliteit en drugshandel in bepaalde stadsdelen. Deze prioriteiten worden volgens hem over het hoofd gezien, terwijl zij een veel directere invloed hebben op de levenskwaliteit van de Parijzenaars.

Daarnaast wijst de afgevaardigde van MOBILIANS op de aanstaande Zone à Faibles Émissions (ZFE), die vanaf 1 januari voertuigen met een Crit’Air 3-sticker (oudere diesel- en benzineauto’s) uit delen van Parijs zal weren. Hoewel de ZFE bedoeld is om de luchtkwaliteit te verbeteren, ziet hij het vooral als een financiële druk op de mensen die zich geen nieuwer voertuig kunnen veroorloven. Horent uit in zijn reactie zijn bezorgdheid dat deze restricties de mobiliteit verder zullen inperken en de verkeersdrukte zullen verplaatsen naar gebieden buiten de zones, zoals de drukke périphérique, waar de snelheid al beperkt is tot 50 km/u.

doorgeschoten

Horent sluit zijn betoog af met een oproep aan de gemeente Parijs om te heroverwegen welke beleidsmaatregelen echt bijdragen aan het welzijn en de inclusiviteit van de stad. Voor hem vertegenwoordigen de ZTL en ZFE een doorgeschoten controlebeleid dat de stad onherkenbaar maakt en het leven voor bewoners en bezoekers onnodig moeilijk en kostbaar maakt. De hand van de automobilist, stelt hij, “moet niet langer applaudisseren voor dit politieke circus, maar vrij zijn om te kiezen zonder de last van steeds meer verboden en belastingen.”

Geen steun voor deelfietsen in Hasselt: Hoppy stopt na matige interesse

Het deelfietsenbedrijf Hoppy heeft besloten om zijn elektrische deelfietsen uit Hasselt te verwijderen.

Sinds vorig jaar stonden er zo’n 200 elektrische fietsen van Hoppy in de stad, maar volgens Hélène De Meester, vertegenwoordiger van Hoppy, was de operatie simpelweg niet rendabel. “Het bleek niet rendabel,” verklaarde De Meester aan de lokale media. “We hebben verschillende gesprekken met de stad gevoerd, maar het marcheerde gewoon niet in Hasselt.”

De elektrische fietsen waren bedoeld als aanvulling op het bestaande deelfietsensysteem van Mobit en Blue Bikes, die vooral rond de stationsbuurten in Hasselt actief zijn. Deze ‘gewone’ deelfietsen blijven voorlopig in Hasselt, maar de elektrische fietsen van Hoppy verdwijnen definitief uit het straatbeeld. Volgens De Meester was er in Hasselt simpelweg te weinig interesse voor hun elektrische deelfietsen, zeker in vergelijking met andere steden zoals Genk. “Onze fietsen worden elders, bijvoorbeeld in Genk, beter gebruikt. In Hasselt telden we gemiddeld 100 gebruikers per maand, die samen zo’n 300 ritten maakten. Dat zijn er in Genk bijna vier keer zoveel,” vertelt De Meester.

tariefmodel

Een van de redenen voor het uitblijven van succes in Hasselt lijkt volgens Het Belang van Limburg te liggen in het tariefmodel van Hoppy. Voor een ritje met een elektrische fiets betaalde de gebruiker één euro startgeld, gevolgd door 25 eurocent per minuut. Dit betekent dat een rit van vijftien minuten al gauw bijna vijf euro kost. Volgens De Meester was deze prijs voor veel Hasselaren een struikelblok, en daarom ging Hoppy in gesprek met de stad over mogelijke subsidies. Genk, waar Hoppy wel succes boekt, biedt wel subsidies aan, wat de kosten voor de gebruiker lager maakt.

Hasselts mobiliteitsschepen Marc Schepers, van de partij RoodGroen, geeft echter aan dat de gemeente duidelijk had gemaakt dat er geen financiële ondersteuning zou komen. “Toen we de prijsvraag in de markt zetten, hebben we expliciet gevraagd om een voorstel met en zonder subsidies,” legt Schepers uit. “We hebben samen gekozen voor het Hoppy-voorstel zonder subsidies van de stad. Dan zou het voor andere geïnteresseerde ondernemers oneerlijk zijn om plots subsidies te gaan geven eens het contract loopt. Dat hebben we dus geweigerd.” Deze beslissing was in lijn met het gemeentebeleid om geen voorkeursbehandeling te geven aan een specifieke aanbieder, vooral als het contract al getekend is.

Foto: © Pitane Blue – Marc Schepers, voormalig Hasseltse schepen van Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit

Een bijkomende reden voor de beëindiging van de samenwerking tussen Hoppy en de stad Hasselt was de kwestie van de veiligheid. Hoppy stelde voor om het aanbod uit te breiden met elektrische steps, die in veel steden populair zijn als kortetermijnoplossing voor stedelijke mobiliteit. De stad Hasselt wees dit voorstel echter af vanwege de mogelijke gevaren van elektrische steps in het straatbeeld. Voor de gemeente was de veiligheid van de burgers een prioriteit, en de kans op ongelukken met elektrische steps werd als te groot ingeschat.

afwijzing

De Meester benadrukt dat de situatie in Hasselt voor Hoppy onhoudbaar was geworden door de afwijzing van zowel financiële als praktische steun vanuit de gemeente. “Voor ons was deze situatie onhoudbaar,” zegt De Meester. Na overleg besloten beide partijen het contract vroegtijdig te beëindigen, waarbij Hoppy een schadevergoeding van 27.000 euro aan de stad betaalde. De Meester noemt deze betaling “negatieve subsidies,” een bewuste keuze van het bedrijf om verlies verder te beperken en elders op zoek te gaan naar rendabele mogelijkheden.

Hoewel steden als Genk een alternatief bieden met behulp van subsidies, lijken steden zoals Hasselt terughoudender te zijn in hun financiële steun voor nieuwe initiatieven op het gebied van gedeelde mobiliteit. De terugtrekking van Hoppy toont aan dat het succes van deelfietsensystemen sterk afhankelijk is van de bereidheid van lokale overheden om deze nieuwe vormen van transport financieel te ondersteunen, vooral wanneer de tarieven voor gebruikers relatief hoog zijn.

Het vertrek van de elektrische deelfietsen uit Hasselt roept vragen op over de haalbaarheid van dergelijke mobiliteitsprojecten in middelgrote steden zonder ondersteuning.

Duurzame mobiliteit: Rentacab breidt uit naar Eindhoven met elektrisch taxi-verhuurmodel

Vanaf 1 november breidt RentaCab, een verhuurbedrijf van elektrische taxi’s, uit naar Eindhoven.

Dit initiatief, dat al enkele jaren succesvol in Amsterdam draait, biedt zelfstandige taxichauffeurs een alternatief voor traditionele taxi’s door hen toegang te geven tot emissievrije voertuigen zonder lange-termijnverplichtingen. Chauffeurs betalen alleen voor het daadwerkelijke gebruik van de taxi, wat hen niet alleen flexibiliteit biedt, maar ook helpt om onnodige kosten te vermijden tijdens rustige periodes. Hiermee speelt RentaCab in op de groeiende behoefte aan betaalbare en milieuvriendelijke mobiliteitsoplossingen in Nederland.

geen taxicentrale

In tegenstelling tot een conventionele taxicentrale, waar chauffeurs vaste ritten en routes toegewezen krijgen, profileert RentaCab zich als een facilitaire dienstverlener voor zzp-chauffeurs. Hun vloot bestaat volledig uit elektrische en waterstofauto’s, waaronder modellen als de Tesla Model 3 en Hyundai Nexo. Volgens RentaCab past deze opzet naadloos binnen hun missie om duurzame stedelijke mobiliteit te stimuleren. Door chauffeurs de mogelijkheid te bieden om een taxi per uur te reserveren, kunnen zij efficiënt inspelen op vraagfluctuaties en hun werktijden afstemmen op drukke periodes, zoals tijdens grote evenementen of in het hoogseizoen.

De uitbreiding naar Eindhoven komt op een strategisch moment. Steeds meer steden voeren strengere emissienormen in om de luchtkwaliteit te verbeteren en klimaatdoelen te behalen. RentaCab speelt hier handig op in door volledig uitstootvrije voertuigen aan te bieden die passen bij de ambitie van Nederlandse steden om de CO₂-uitstoot drastisch te verminderen. “We willen bijdragen aan schonere lucht in de steden en een leefbaardere omgeving creëren,” zegt een woordvoerder van RentaCab.

Een van de opvallende aspecten van RentaCab is het aanbieden van waterstofvoertuigen, een segment waarin het bedrijf nog steeds een pionierspositie inneemt. Vooral de samenwerking met Toyota maakt het aanbod bijzonder, aangezien hun Mirai-model is uitgerust met technologie die de omgevingslucht zuivert tijdens het rijden. In Amsterdam heeft dit al geleid tot een merkbare toename in populariteit onder chauffeurs die waarde hechten aan milieubewuste oplossingen. “Het is niet alleen een taxi, maar een rijdend luchtfilter,” aldus een chauffeur die gebruikmaakt van een waterstofauto uit de RentaCab-vloot.

RentaCab is geen taxicentrale, maar zij kennen de branche en weten wat taxiondernemers op dit moment nodig hebben: de mogelijkheid om omzet te draaien zonder investeringen en zonder vaste lasten.

Voor zelfstandige chauffeurs biedt het flexibele model van RentaCab aanzienlijke voordelen. Tijdens de coronapandemie werden veel chauffeurs zwaar getroffen door de afname in vraag en de financiële druk van eigendoms- en onderhoudskosten. Door deze flexibele huuroptie hebben zzp-chauffeurs nu een alternatief dat hen in staat stelt om hun werk voort te zetten zonder grote investeringen in een eigen voertuig. RentaCab stelt dat dit model in de toekomst nog verder uitgebreid kan worden, zeker nu de vraag naar elektrische en waterstofvoertuigen toeneemt.

Uber

Daarnaast past de samenwerking van RentaCab met platformen als Uber perfect in het streven naar een emissievrije taxivloot in Europese steden tegen 2030. Uber heeft namelijk ambitieuze plannen aangekondigd om binnen vijf jaar 100.000 elektrische voertuigen op de Europese wegen te krijgen. Voor chauffeurs die voor Uber rijden maar geen eigen elektrische auto willen aanschaffen, biedt RentaCab een uitkomst: zij kunnen een volledig elektrische of waterstofauto huren en betalen alleen voor de tijd dat zij deze gebruiken. Het partnerschap met RentaCab stelt onze chauffeurs in staat om bij te dragen aan de verduurzaming van het Uber platform, zonder dat ze zelf een grote investering hoeven te doen.

Recordinvestering: Google-zus Waymo haalt miljarden op voor zelfrijdende revolutie

Alphabet-dochter Waymo heeft een indrukwekkende stap gezet in de concurrentiestrijd binnen de autonome voertuigenindustrie door een recordbedrag van 5,6 miljard dollar op te halen in haar nieuwste financieringsronde.

Dit maakt het tot de grootste kapitaalinjectie ooit voor het bedrijf, dat hiermee zijn uitbreiding in de Verenigde Staten wil versnellen en haar voorsprong op concurrent Tesla wil behouden. Waymo, momenteel actief met een autonome taxidienst in San Francisco en Phoenix, bevestigde vrijdag dat deze nieuwe investering onder andere ingezet zal worden om naar nieuwe steden uit te breiden.

Waymo’s CEO’s Tekedra Mawakana en Dmitri Dolgov benadrukten de plannen om de dienstverlening naar steden als Los Angeles en Atlanta te brengen, met testprojecten in grootstedelijke gebieden zoals New York en Washington D.C. Ook wordt geïnvesteerd in het versterken van het netwerk in reeds actieve gebieden. Volgens het bedrijf is er een toenemende vraag naar hun autonome taxidienst, die als enige in de VS volledig zelfrijdend opereert. Sinds Waymo afgelopen juli de testfase in San Francisco afsloot en de dienst publiekelijk toegankelijk maakte, schoot het aantal wekelijkse betaalde ritten omhoog naar ruim 100.000 – een vertienvoudiging ten opzichte van het voorgaande jaar.

schaalvergroting

David Margines, Waymo’s directeur Productmanagement, noemde deze uitbreiding een stap naar “verantwoordelijke schaalvergroting.” Margines benadrukte ook dat Waymo’s zelfrijdtechnologie, bekend als “Driver,” in de toekomst mogelijk voor licentie beschikbaar komt aan andere autobedrijven. “De vraag naar onze technologie is hoog,” aldus Margines in een interview. Met het oog op de groeiende markt voor zelfrijdende voertuigen kan deze strategische keuze Waymo’s positie verstevigen en tegelijkertijd nieuwe inkomstenbronnen openen.

Onder de investeerders in deze nieuwe financieringsronde bevinden zich bekende namen zoals Andreessen Horowitz, Tiger Global, en Silver Lake – dat ook belangen heeft in de Duitse vervoerder Flixbus. Bovendien gaf moederbedrijf Alphabet eerder deze zomer al een extra vijf miljard dollar steun toe aan Waymo. In totaal heeft Waymo sinds zijn oprichting nu 11,1 miljard dollar opgehaald, wat de groeiende interesse van investeerders in de autonome rijtechnologieën van het bedrijf bevestigt.

terughoudend

Waymo’s grootste concurrent in de autonome voertuigenmarkt blijft Tesla, waar CEO Elon Musk de belofte van volledig zelfrijdende auto’s al enkele jaren herhaalt zonder volledig resultaat. Afgelopen week kondigde Musk opnieuw aan dat Tesla vanaf volgend jaar autonome taxidiensten wil lanceren in Californië en Texas. Tesla heeft de afgelopen jaren meerdere malen functies voor autonoom rijden geïntroduceerd, maar deze werden vaak als onvolledig ervaren en zorgden voor controverses over hun veiligheid. In tegenstelling tot Tesla hanteert Waymo een terughoudendere benadering rondom veiligheid. Het bedrijf is er tot nu toe in geslaagd om grote incidenten te vermijden, al onderzoekt de Amerikaanse verkeersveiligheidsautoriteit NHTSA momenteel een dertigtal lichte aanrijdingen met Waymo-voertuigen.

Foto: © Pitane Blue – Waymo

Waymo streeft naar een geleidelijke vernieuwing van zijn wagenpark en is onlangs begonnen met de vervanging van zijn Jaguar-auto’s door modellen van het Chinese Zeekr. Daarnaast heeft Waymo een nieuwe samenwerking aangekondigd met Hyundai, waarbij de Koreaanse fabrikant zijn Ioniq 5-model beschikbaar stelt als nieuwe toevoeging aan Waymo’s autonome vloot. Deze strategische partnerschappen geven Waymo de mogelijkheid om zijn dienstenaanbod te diversifiëren en aantrekkelijker te maken voor een breder publiek.

vertrouwen

Chase Coleman, oprichter van Tiger Global en één van de investeerders in deze financieringsronde, verklaarde: “Klanten zijn dol op Waymo. Ze hebben niet alleen het veiligste, maar ook het meest geavanceerde product ontwikkeld op het gebied van autonome voertuigen.” Met deze positieve woorden onderstrepen investeerders hun vertrouwen in de toekomst van Waymo als pionier in het autonome rijden.

Waymo’s strategische uitbreiding en vernieuwde voertuiginvesteringen bevestigen zijn groeiambities, terwijl het bedrijf zich blijft richten op veiligheid en betrouwbaarheid – kernwaarden die in de autonome voertuigenmarkt steeds belangrijker worden. De komende jaren zullen uitwijzen of Waymo erin slaagt om niet alleen zijn voorsprong op Tesla te behouden, maar ook om een autonome revolutie in de mobiliteitssector te ontketenen.

Belastingplan treft ondernemers hard: hogere kosten voor elektrisch wagenpark

Het Belastingplan voor 2025 brengt flinke veranderingen met zich mee voor Nederlandse ondernemers, met name op het gebied van zakelijke mobiliteit.

Terwijl de overheid blijft inzetten op de elektrificatie van het wagenpark, worden de fiscale voordelen voor elektrische voertuigen stapsgewijs afgebouwd. Deze veranderingen hebben een directe impact op de totale eigendomskosten (TCO) van bedrijfsvoertuigen, wat de keuze voor een nieuwe auto aanzienlijk beïnvloedt.

Een van de belangrijkste aanpassingen in het nieuwe belastingplan is de afbouw van de motorrijtuigenbelastingkorting voor volledig elektrische personenauto’s. Tot nu toe genoten eigenaren van deze voertuigen een flinke korting, maar dit voordeel zal langzaam verdwijnen. Waar de korting in 2025 nog op 75% ligt, zal deze vanaf 2026 worden teruggeschroefd naar 25%. Deze situatie blijft zo tot en met 2029, waarna de korting volledig zal verdwijnen in 2030. Dit betekent dat ondernemers die nu nog profiteren van een aanzienlijk lagere belasting voor hun elektrische auto’s, vanaf 2030 dezelfde kosten zullen hebben als bezitters van auto’s met een verbrandingsmotor.

bedrijfswagens

De veranderingen beperken zich echter niet tot personenauto’s. Ook voor elektrische bedrijfswagens verandert er veel. In 2025 geldt nog een korting van 75% op de motorrijtuigenbelasting, maar vanaf 2026 vervalt dit voordeel volledig en geldt het standaardtarief. Dit is een flinke kostenverhoging voor bedrijven die nu hun vloot willen verduurzamen. Daarnaast komt er een verandering voor plug-in hybride elektrische voertuigen (PHEV’s), waarvan de korting op de motorrijtuigenbelasting in 2025 nog 25% bedraagt. Ook hier wordt de korting in 2026 volledig afgeschaft.

Een ander punt van aandacht in het Belastingplan 2025 is de verhoging van de aanschafbelasting (bpm) voor alle personenauto’s, inclusief elektrische. De vaste voet stijgt naar €667, wat vooral gevolgen heeft voor bedrijven die regelmatig nieuwe voertuigen aanschaffen. Voor plug-in hybrides vervalt bovendien de speciale bpm-berekening vanaf 2025, waarna deze voertuigen onder het reguliere tarief vallen. Deze veranderingen kunnen het aantrekkelijker maken voor ondernemers om hun aankoopbeslissingen te heroverwegen, vooral als zij nu profiteren van deze fiscale voordelen.

bpm-vrijstelling

Het afschaffen van de bpm-vrijstelling voor bedrijfswagens is een andere maatregel die ondernemers zal raken. Vanaf 2025 wordt bpm voor bedrijfswagens bepaald op basis van de CO2-uitstoot van het voertuig, met een tarief van €74,41 per gram CO₂. Deze maatregel zal vooral bedrijven met grote wagenparken van traditionele bedrijfswagens hard treffen, aangezien de kosten voor voertuigen met een hogere CO₂-uitstoot flink zullen toenemen.

Foto: Pitane Blue – leasewagens

Naast deze belastingen en heffingen, stopt ook de subsidie voor elektrische voertuigen. Zowel de Subsidie Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) als de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) wordt vanaf volgend jaar stopgezet. Dit betekent dat bedrijven geen financiële tegemoetkoming meer krijgen voor de aanschaf van elektrische bedrijfswagens, wat de drempel voor het investeren in deze voertuigen verhoogt.

leasemarkt

Een van de maatregelen die vooral ondernemers in de leasemarkt treft, is de bijtelling voor elektrische leaseauto’s. Deze wordt in de komende jaren stapsgewijs verhoogd. In 2024 bedraagt de bijtelling nog 16%, maar in 2025 stijgt dit naar 17% voor elektrische auto’s tot 30.000 euro. Voor bedragen boven de 30.000 euro geldt een bijtelling van 22%. Vanaf 2026 wordt het bijtellingstarief voor elektrische auto’s gelijk aan dat van auto’s met een verbrandingsmotor, namelijk 22%. Hiermee verdwijnt een van de grootste fiscale voordelen voor elektrische auto’s in de zakelijke markt.

Het Belastingplan 2025 introduceert ook nieuwe regels rondom zero-emissiezones, die door gemeenten worden ingesteld om de uitstoot van schadelijke stoffen in binnensteden te beperken. Tegen het einde van 2024 komt er een nieuw convenant rondom de invoering van deze zones en eventuele uitzonderingen. Dit kan betekenen dat ondernemers die afhankelijk zijn van voertuigen voor leveringen in stedelijke gebieden, binnenkort te maken krijgen met strengere regels voor hun wagenpark.

belastingplan

Al met al lijkt het Belastingplan 2025 vooral een einde te maken aan een aantal fiscale voordelen die elektrische en plug-in hybride auto’s lange tijd aantrekkelijk maakten voor ondernemers. Deze veranderingen maken het voor bedrijven lastiger om kosten te besparen door over te stappen op emissievrije voertuigen, zeker omdat de overheid zich duidelijk richt op het verhogen van belastingen en het afbouwen van subsidies. Voor veel ondernemers is het nu de vraag of zij hun wagenpark tijdig kunnen aanpassen om te blijven voldoen aan de steeds strengere eisen, terwijl de financiële prikkels steeds verder afnemen.

Elektrisch vervoer: Fastned en Noot Personenvervoer slaan handen ineen

Fastned, het Europese bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in snelladen, kondigt een nieuwe strategische samenwerking aan met Noot Personenvervoer.

Dit Nederlandse vervoersbedrijf, dat een belangrijke speler is in de sector van mobiliteitsdiensten, heeft grootse plannen om zijn wagenpark te verduurzamen. Deze stap markeert een nieuwe koers voor Fastned, dat zich voorheen vooral richtte op de aanleg van snellaadstations langs autosnelwegen. Nu richt het bedrijf zich ook op samenwerking met partners in de vervoerssector, met als doel een significante bijdrage te leveren aan de verduurzaming van het vervoer.

Noot Personenvervoer is een bekende naam in Nederland op het gebied van groepsvervoer en speciale mobiliteitsdiensten, zoals vervoer voor ouderen, kinderen en mensen met een beperking. Het bedrijf heeft de ambitie om zijn wagenpark volledig te elektrificeren en daarmee zijn ecologische voetafdruk aanzienlijk te verkleinen. De samenwerking met Fastned speelt een cruciale rol in het realiseren van deze plannen, aangezien Noot toegang krijgt tot Fastneds uitgebreide netwerk van snellaadstations in Europa. Fastned heeft momenteel meer dan 320 snellaadstations verspreid over zeven landen, uitgerust met in totaal 1.900 laders.

Martijn Kersing, directeur van Noot Personenvervoer, uitte zijn enthousiasme over de samenwerking en de gezamenlijke duurzaamheidsdoelen. “Betrouwbaar en comfortabel personenvervoer aanbieden op een duurzame manier, daar werken we bij Noot continu aan,” aldus Kersing. “Daarom zijn we blij met deze samenwerking met Fastned, marktleider in het aanbieden van hoogwaardig laden in heel Europa met 100% energie uit hernieuwbare bronnen. We kijken ernaar uit om met deze samenwerking samen duurzame en inclusieve vervoersdiensten naar een hoger niveau te tillen en CO2-uitstoot verder te vermijden.”

De ambitie van Noot Personenvervoer is al duidelijk zichtbaar in hun wagenpark. Het bedrijf beschikt momenteel over meer dan 1.300 volledig elektrische voertuigen, een aantal dat naar verwachting de komende jaren verder zal groeien. Door over te stappen op elektrische voertuigen hoopt Noot niet alleen de CO2-uitstoot te verminderen, maar ook een positieve sociale impact te hebben. Het bedrijf richt zich namelijk op de toegankelijkheid van vervoersdiensten voor kwetsbare groepen in de samenleving, zoals ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking.

Door de samenwerking krijgt Noot toegang tot Fastneds meermaals bekroonde laadervaring van hoge kwaliteit met ruim 1.900 laders op meer dan 320 snellaadstations in zeven Europese landen.

Foto: © Pitane Blue – Fastned laadstation

Fastned, opgericht in 2012, heeft zich in de afgelopen jaren gepositioneerd als een van de marktleiders op het gebied van elektrisch snelladen in Europa.

Het bedrijf staat bekend om zijn snellaadstations die volledig worden gevoed door energie uit hernieuwbare bronnen, zoals zonne- en windenergie. Deze stations bieden bestuurders van elektrische voertuigen een snelle en efficiënte laadervaring, wat cruciaal is voor de groei van elektrisch vervoer. De samenwerking met Noot past perfect binnen de missie van Fastned om positieve veranderingen teweeg te brengen, niet alleen voor het milieu, maar ook voor de samenleving als geheel.

Lieke Duijmelings, commercieel directeur bij Fastned, benadrukte het belang van deze samenwerking. “Met deze samenwerking zetten wij samen een volgende stap bij het verminderen van de uitstoot van het wagenpark,” aldus Duijmelings. “Dit past naadloos bij onze missie. Het is fantastisch om te zien hoe Noot verduurzaming en positieve sociale impact samenbrengt door het aanbieden van duurzame en inclusieve mobiliteitsoplossingen. Daar helpen wij als Fastned graag bij door hen toegang te geven tot het grote Europese netwerk van snellaadstations met een zorgeloze laadervaring.”

Fastned ontving onlangs ook de prestigieuze B Corp-certificering, een erkenning die wordt toegekend aan bedrijven die voldoen aan strikte normen op het gebied van sociale en milieuprestaties, transparantie en verantwoordelijkheid. Het behalen van deze certificering onderstreept Fastneds inzet voor duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid. Het bedrijf streeft ernaar om niet alleen bij te dragen aan een schoner milieu, maar ook om een positieve impact te hebben op de samenleving en de arbeidsomstandigheden van hun medewerkers.

over Fastned

Fastned versnelt de transitie naar elektrisch rijden. Sinds 2012 gaat Fastned voorop in de ontwikkeling van laadinfrastructuur in Europa met een snel groeiend netwerk van iconische snellaadstations. Onze gele, op de natuur geïnspireerde stations bieden een aangename omgeving gedurende de 10-15 minuten die nodig zijn om tot 300 km. bereik te laden. Met Europa’s meest betrouwbare, gebruiksvriendelijke en plezierige laadervaring willen wij miljoenen autorijders inspireren om te rijden op energie van zon en wind, zodat we samen klimaatverandering tegengaan. Fastned is genoteerd aan Euronext Amsterdam (AMS: FAST) en is een gecertificeerde B Corp. 

Fotorechten: Fastned

Elektrisch rijden: Electra start met snellaadstations bij KFC in vijf steden

ELECTRA, de Europese specialist op het gebied van snelladen voor elektrische voertuigen, heeft een samenwerking aangekondigd met Ruval Real Estate, een vastgoedfonds beheerd door Dunavast.

Deze strategische samenwerking heeft als doel om vijf nieuwe snellaadstations te realiseren bij KFC-restaurants in Nederland. Het is voor ELECTRA een belangrijke eerste stap om zijn ambitieuze plannen voor de Nederlandse markt te verwezenlijken, nadat het bedrijf eerder dit jaar zijn intenties om Nederland te betreden aankondigde.

De snellaadstations worden geïnstalleerd bij KFC-vestigingen in de steden Utrecht, Delft, Lelystad, Vlaardingen en Hoogeveen. Deze locaties vormen de eerste concrete actie van het bedrijf om een solide aanwezigheid in Nederland op te bouwen. ELECTRA heeft als doelstelling om tegen 2030 in totaal 100 snellaadstations met 600 laadpunten te realiseren in Nederland, waarmee ze het groeiende aantal elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen willen bedienen.

De keuze voor KFC-locaties sluit naadloos aan bij de strategie van ELECTRA om hun snellaadstations in stedelijke gebieden te plaatsen, waar klanten gemakkelijk toegang hebben tot voorzieningen tijdens het opladen van hun voertuigen. Denk hierbij aan locaties bij supermarkten, hotels, restaurants en parkeerplaatsen. Deze focus op toegankelijkheid en gebruiksgemak onderscheidt ELECTRA van andere aanbieders, die vaak minder zichtbare of moeilijk bereikbare plekken kiezen.

Louis-Charles Mosseray, General Manager Benelux bij ELECTRA, is enthousiast over deze nieuwe stap in Nederland. “Wij zijn verheugd om onze eerste snellaadstations in Nederland te openen. Elektrisch rijden is de toekomst, maar om deze toekomst te realiseren is een uitgebreid netwerk van toegankelijke snellaadstations noodzakelijk. De hoeveelheid elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen zal namelijk alleen maar groeien en daarmee ook de vraag naar snelle oplaadmogelijkheden. Deze eerste vijf snellaadstations bij een bekende fastfoodketen als KFC kenmerken ELECTRA’s vastberadenheid om zijn doelstellingen te behalen.”

Deze nieuwe samenwerking is een belangrijke mijlpaal voor het bedrijf, dat al actief is in negen landen en al meer dan 350 snellaadstations beheert. ELECTRA heeft grootse plannen om tegen 2030 dit netwerk uit te breiden naar meer dan 2.200 stations in heel Europa. Voor de financiering van deze ambitieuze doelen heeft het bedrijf in drie jaar tijd meer dan 600 miljoen euro aan kapitaal opgehaald. Onder de aandeelhouders van ELECTRA bevinden zich gerenommeerde partijen zoals het Nederlandse pensioenfonds PGGM, EIP uit Zwitserland, en investeerders zoals Allianz en Caisse des Dépôts.

Ruval Real Estate, dat verantwoordelijk is voor de vastgoedlocaties van KFC in Nederland, ziet ook veel potentie in de samenwerking. Coen Sterk, manager van Ruval Real Estate, verklaarde: “We zijn erg enthousiast over onze samenwerking met ELECTRA. Het installeren van snellaadstations op onze locaties biedt de klanten van KFC niet alleen gemak, maar draagt ook bij aan een duurzame toekomst. Deze samenwerking past perfect in onze visie voor de toekomst van mobiliteit en klantgerichtheid.”

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

De samenwerking tussen ELECTRA en Ruval Real Estate is een voorbeeld van hoe bedrijven zich steeds meer richten op duurzaamheid en het bieden van praktische oplossingen voor de snelgroeiende markt van elektrische voertuigen. Door het plaatsen van snellaadstations bij populaire eetgelegenheden zoals KFC, kunnen bestuurders van elektrische auto’s hun voertuigen opladen terwijl ze genieten van een maaltijd, wat zowel tijdsbesparing als gemak biedt.

ELECTRA’s intrede op de Nederlandse markt komt op een moment dat het aantal elektrische voertuigen in Nederland blijft toenemen. De Nederlandse overheid stimuleert elektrisch rijden met subsidies en belastingvoordelen, en steeds meer automerken zetten in op volledig elektrische modellen. De vraag naar snelle en betrouwbare oplaadmogelijkheden groeit navenant, en bedrijven zoals ELECTRA spelen in op deze behoefte met grootschalige investeringen en strategische samenwerkingen.

Met de realisatie van de eerste vijf snellaadstations bij KFC is dit slechts het begin van wat een belangrijke uitbreiding van het snellaadnetwerk in Nederland belooft te worden. De komende jaren zullen cruciaal zijn voor ELECTRA, aangezien het bedrijf verder werkt aan de uitbreiding van zijn netwerk en het versterken van zijn positie in de Europese markt voor elektrische voertuigen.

Gent verdeeld over mobiliteitsbeleid: groeiende kritiek op wijkplannen

In Gent woedt een hevig debat over het huidige mobiliteitsbeleid, waarbij vooral de wijkmobiliteitsplannen centraal staan.

Terwijl sommige bewoners tevreden zijn met de toegenomen rust en ruimte voor fietsers en voetgangers, klinkt er aan de andere kant steeds meer kritiek. Tegenstanders wijzen op nieuwe gevaarlijke verkeerssituaties, langere reistijden en groeiende files, wat voor velen een bron van frustratie is. Daarnaast komt uit de gesprekken naar voren dat de stad volgens de critici onvoldoende luistert naar de zorgen van de inwoners, wat de polarisatie alleen maar verder in de hand werkt.

De wijkmobiliteitsplannen, ingevoerd in onder andere Oud Gentbrugge, Sint-Amandsberg en Zwijnaarde, hebben veel veranderingen gebracht. Waar fietsers en voetgangers nu meer ruimte krijgen in bepaalde straten, voelen autobestuurders zich benadeeld. Het creëren van verkeersluwe zones zorgt ervoor dat automobilisten langere omwegen moeten maken, wat tot meer verkeersdrukte leidt op de toegestane routes. Een groot deel van de bewoners die tegen de plannen zijn, benadrukken dat de plannen in de praktijk niet werken zoals bedoeld. Ze zien liever dat de stad flexibeler is en openstaat voor aanpassingen.

emotioneel

Mobiliteit is in Gent al lange tijd een emotioneel beladen thema. Inwoners voelen zich direct betrokken omdat het hen dagelijks raakt. Het is dan ook geen verrassing dat het mobiliteitsbeleid een centraal onderwerp is geworden in de aanloop naar de verkiezingen. Mathias De Clercq van Open VLD leidt de huidige coalitie, die bestaat uit Open VLD, Groen, Vooruit en CD&V. Met name Groen, vertegenwoordigd door schepenen Filip Watteeuw en Hafsa El-Bazioui, heeft het afgelopen decennium stevig ingezet op een duurzamer mobiliteitsbeleid, maar deze koers is niet zonder controverse.

Tegenstanders verwijten het stadsbestuur dat er te weinig overleg is geweest met de bewoners tijdens het uitrollen van de plannen. “Het is alsof Gent een kant op wordt geduwd zonder dat er naar de bezwaren van de inwoners wordt geluisterd,” zegt een boze buurtbewoner uit Zwijnaarde. Hij benadrukt dat er gevaarlijke situaties zijn ontstaan omdat sommige automobilisten andere, minder veilige routes kiezen om hun bestemming sneller te bereiken. “Het duurt nu twee keer zo lang om naar mijn werk te rijden, en de nieuwe routes voelen helemaal niet veilig aan.” Dergelijke geluiden worden steeds luider en dwingen het stadsbestuur tot heroverweging van enkele plannen.

Foto: Pitane Blue – fiets in Gent

Naast de mobiliteitsplannen wordt er ook geïnvesteerd in verbeterde fiets- en voetgangersinfrastructuur. Veel Gentenaars zien deze ontwikkelingen als een positieve stap richting een moderne stad die voorbereid is op de toekomst. Aan de andere kant zijn er deelgemeenten waar de geplande projecten zijn uitgesteld, wat sommigen zien als een teken van zwakke planning of politieke druk.

Toch zijn er ook veel voorstanders die erop wijzen dat de veranderingen noodzakelijk zijn voor een duurzamere toekomst. We kunnen niet blijven hangen in een auto-afhankelijke samenleving. De maatregelen die werden genomen, zijn gericht op het verbeteren van de leefbaarheid van de stad op lange termijn. We moeten vaak de ongemakken op korte termijn accepteren om op lange termijn te kunnen genieten van een groenere, veiligere stad.

discussie

De discussie over mobiliteit komt op een politiek gevoelig moment. Ook in Gent zijn de verkiezingen in aantocht, en naast mobiliteit staan betaalbaar wonen en het al dan niet besturen mét of zonder Groen centraal in de politieke debatten. De huidige coalitie heeft belangrijke vooruitgang geboekt, zoals de toezegging van de Vlaamse regering om 800 miljoen euro te investeren in de ondertunneling van grote verkeersknooppunten en nieuwe tramlijnen. De verplaatsing van de stadsring en de aanleg van de Verapazbrug zijn enkele van de grote projecten die momenteel in uitvoering zijn.

Het is duidelijk dat de toekomst van het mobiliteitsbeleid in Gent een belangrijk discussiepunt blijft, zowel onder de inwoners als in de politieke arena. Of de huidige coalitie haar koers kan aanhouden, hangt deels af van hoe goed ze kan inspelen op de zorgen van de burgers. Mathias De Clercq en zijn team zullen in de aanloop naar de verkiezingen moeten aantonen dat ze niet alleen oog hebben voor de lange termijn, maar ook luisteren naar de kortetermijnproblemen waar inwoners dagelijks mee te maken hebben. Flexibiliteit en openheid voor aanpassingen lijken essentieel te zijn om de onvrede weg te nemen.

Foto: © Pitane Blue renovatie viaduct E17 – Gentbrugge

Wanneer komt er een alternatief voor de brokkelbrug aan de E17 in Gentbrugge?

De politieke arena in Gent maakt zich op voor een spannende strijd, waarin burgemeester Mathias De Clercq zijn ambitie om een tweede termijn te verzekeren duidelijk naar voren brengt. Hij trekt de lijst Voor Gent, een nieuwe politieke beweging die een samenwerking is tussen liberalen, socialisten en onafhankelijken. Deze formatie, die geen klassiek kartel maar een echte politieke beweging wil zijn, heeft als doel de grootste partij in Gent te worden en daarmee Groen, de huidige sterke speler in het Gentse politieke landschap, te overtreffen. De beweging zal ook als één fractie zetelen in de gemeenteraad.

Voor de socialisten is Astrid De Bruycker, een prominente figuur binnen Vooruit, de kopvrouw op de lijst. Een opmerkelijke terugkeer naar de Gentse politiek is die van Freya Van den Bossche, voormalig minister en een bekende naam binnen de socialistische partij. Met deze stevige namen wil Voor Gent een krachtig alternatief bieden voor de huidige coalitie, waarin Groen een dominante rol speelt.

mogelijke coalities

Hoewel De Clercq zelf voorzichtig blijft in zijn uitspraken over mogelijke coalities na de verkiezingen, lijken zijn intenties duidelijk. Mocht hij slagen in zijn opzet, zou hij Groen kunnen buitenspel zetten en op zoek kunnen gaan naar steun bij partijen zoals N-VA en/of CD&V. Toch benadrukt De Clercq dat de inhoud voorop staat: “Voor ons telt maar één ding en dat is de inhoud. Welk verhaal is het beste voor onze stad en met wie kunnen we dat schrijven? Gent is een progressieve stad en dat moet absoluut zo blijven.”

De kans dat Groen groter wordt dan Voor Gent, wordt door velen als klein beschouwd, maar is niet onbestaande. Groen, met schepenen Filip Watteeuw en Hafsa El-Bazioui aan het roer, heeft in het verleden bewezen een sterke achterban te hebben in Gent. Hun groene en progressieve beleid, met een focus op duurzaamheid en mobiliteit, heeft veel aanhang, maar ook aanzienlijke weerstand opgeroepen bij delen van de bevolking. Deze verdeeldheid maakt de uitkomst van de verkiezingen onzeker.

Een andere opvallende nieuwkomer in het Gentse politieke landschap is Fouad Ahidar met zijn lijst FouadAhidar&TeamGent. Ahidar, een politicus die eerder vanuit het niets enkele zetels wist te behalen bij de Vlaamse en Brusselse verkiezingen, heeft nu zijn blik gericht op Gent. De lijst wordt in Gent aangevoerd door Sidi El Omari, een bekend figuur in de stad. El Omari was ooit uitgeroepen tot Strafste Gentenaar en is actief in diverse vzw’s, wat hem een breed draagvlak onder de Gentse bevolking kan opleveren. Een zetel binnenhalen lijkt voor deze nieuwe partij geen onmogelijke opdracht en zou wel eens één van de verrassingen van de verkiezingen kunnen worden.

stemplicht

Toch is het moeilijk te voorspellen of deze nieuwe partijen en bewegingen daadwerkelijk genoeg stemmen zullen krijgen om een zetel te veroveren. De afschaffing van de stemplicht maakt de uitkomst van de verkiezingen extra onzeker. Het is onduidelijk welke impact de vrijwillige opkomst zal hebben op het stemgedrag in Gent. Deze verandering kan ervoor zorgen dat sommige nieuwe partijen moeite hebben om de kiesdrempel te halen, terwijl anderen wellicht verrassen door een hogere opkomst onder hun doelgroep.

Nieuwe stap voor Umob: uitbreiding naar België, Frankrijk en Spanje

De Nederlandse MaaS (Mobility as a Service)-app Umob, die verschillende vormen van openbaar vervoer, taxi’s en deelmobiliteit samenbrengt in één platform, breidt zijn bereik verder uit in Europa.

Vanaf nu kunnen ook gebruikers in België, Frankrijk en Spanje gebruikmaken van de innovatieve mobiliteitsoplossing. Dit is mede te danken aan de toevoeging van grote deelvervoeraanbieders als BAQME, BIRD, Bolt en Cooltra. Deze uitbreiding onderstreept de ambitie van Umob om het grootste mobiliteitsplatform van Europa te worden en de mobiliteitstransitie in stedelijke gebieden te ondersteunen.

Umob biedt een gebruiksvriendelijke oplossing voor mensen die verschillende vervoersmiddelen willen gebruiken zonder telkens te hoeven schakelen tussen verschillende apps van aanbieders. Of het nu gaat om het boeken van een treinreis, het huren van een scooter, of het inschakelen van een taxi, met Umob kan alles via één app geregeld worden. Dit maakt het platform een aantrekkelijke optie voor steden die worstelen met mobiliteitsproblemen zoals parkeerdruk, hoge kosten voor autobezit, en het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen. Vooral in grote stedelijke gebieden waar de druk op het wegennet steeds groter wordt, lijkt een platform als Umob een uitkomst.

aanbestedingen

Onlangs haalde Umob nog belangrijke aanbestedingen binnen in steden als Den Haag en Utrecht. De gemeente Den Haag heeft de samenwerking met Umob gestart om efficiënte, betaalbare en toegankelijke vervoersoplossingen te bieden aan al haar inwoners. De app biedt een breed scala aan vervoersopties die snel en eenvoudig beschikbaar zijn, zonder dat gebruikers meerdere apps hoeven te installeren. Dit is een belangrijke stap in de mobiliteitstransitie van de stad. In Utrecht werkt Umob nauw samen met de provincie en gemeenten als Amersfoort om via de app de mobiliteitsuitdagingen aan te pakken. Bij deze aanbesteding kwam Umob als beste MaaS-aanbieder uit de bus na een kwalitatieve beoordeling.

De vraag naar MaaS-oplossingen groeit internationaal snel, en Umob speelt daar slim op in. De uitbreiding naar België, Frankrijk en Spanje markeert een belangrijke mijlpaal voor de Rotterdamse startup. De samenwerking met bedrijven als BAQMEBIRDBolt en Cooltra, die recentelijk fuseerde met Cityscoot en Felyx, stelt Umob in staat om snel verder te groeien. Deze vervoersaanbieders bieden een breed scala aan deelmobiliteitsopties, zoals scooters, fietsen en deelauto’s, waarmee de gebruikers van Umob nog meer keuze hebben in hun manier van reizen.

Foto: Bibi Jorissen – Umob

“Een succesvol mobiliteitsaanbod heeft twee belangrijke ingrediënten: voldoende opties en gebruiksgemak,” aldus Bibi Jorissen, medeoprichter van Umob. “Niet iedereen woont op loopafstand van een trein- of busstation, en soms is het gewoon prettiger om met de fiets te gaan. Als je als toerist in een nieuwe stad komt, wil je niet uitzoeken welke app je voor welk vervoermiddel moet downloaden. Met Umob hoef je daar niet meer over na te denken. Alles wat je nodig hebt, zit in één app.”

De kracht van Umob ligt in de schaalbaarheid van het platform. Omdat Umob de vervoersmiddelen niet zelf beheert, kan het bedrijf zich volledig richten op het optimaliseren van de mobiliteitservaring voor de gebruikers en de samenwerking met mobiliteitsaanbieders. Raymon Pouwels, medeoprichter van Umob, legt uit: “We zijn de verbindende factor tussen overheden, gemeenten en mobiliteitsaanbieders. Samen kijken we naar de mobiliteitsuitdagingen in verschillende regio’s en gebruiken we data om oplossingen te vinden. Door ons te concentreren op de behoeften van de gebruiker, kunnen mobiliteitsaanbieders hun operaties verbeteren.”

ambitie

De ambitie van Umob is duidelijk: met de overname van MaaS Global eerder dit jaar, dat al een decennium aan ervaring heeft op het gebied van MaaS-technologie, beschikt Umob nu over de infrastructuur om snel uit te breiden naar verschillende Europese landen. Het doel is om binnen enkele maanden naar een vloot van 500.000 voertuigen in Europa te groeien, variërend van deelauto’s en scooters tot fietsen en taxi’s.

De toekomst voor Umob ziet er rooskleurig uit. Met een sterke focus op duurzaamheid, gemak en het verbeteren van stedelijke mobiliteit, lijkt het bedrijf goed gepositioneerd om een belangrijke speler te worden op de Europese mobiliteitsmarkt. Terwijl steden steeds vaker overstappen op MaaS-oplossingen om hun mobiliteitsproblemen op te lossen, lijkt Umob klaar om een leidende rol te spelen in deze revolutie.

Verbod in zicht: Kamer wil helmplicht en leeftijdsgrens voor fatbikegebruikers

Fatbikes zijn elektrische fietsen met opvallend dikke banden, oorspronkelijk ontworpen voor ruige terreinen zoals stranden of sneeuw, maar steeds vaker worden ze gebruikt in stedelijke gebieden.

De Tweede Kamer heeft ingestemd met een voorstel voor een helmplicht voor fatbikegebruikers en een verbod op het gebruik van deze populaire elektrische fietsen met dikke banden voor kinderen jonger dan 14 jaar. De motie, ingediend door de VVD en de NSC, kreeg een ruime meerderheid van stemmen. De Kamer ziet de noodzaak voor strengere regels vanwege het toenemende aantal ongelukken waarbij fatbikes betrokken zijn, met name onder jonge gebruikers.

De huidige regels stellen dat er geen rijbewijs nodig is en dat een helm dragen optioneel is. Bovendien mag iedereen, ongeacht de leeftijd, op een fatbike rijden. De Kamer wil nu ingrijpen en stelt voor om een minimumleeftijd van 14 jaar in te voeren voor het gebruik van fatbikes, samen met een verplichte helm voor alle gebruikers. Volgens de indieners van de motie is 14 jaar een logische grens, omdat op die leeftijd ook de legitimatieplicht geldt, wat de handhaving zou vergemakkelijken.

dikke banden

NSC-Kamerlid Van Dijk denkt echter dat het onderscheid wel degelijk gemaakt kan worden, bijvoorbeeld door de dikke banden van fatbikes als criterium te nemen. Hij benadrukte dat minister Madlener “snel aan de slag moet” met het uitwerken van de plannen. Madlener heeft toegezegd de voorstellen te gaan bestuderen en wil voor het einde van het jaar met een uitwerking komen.

Het voorstel komt op een moment waarop er steeds meer zorgen zijn over de veiligheid van fatbikes. Uit cijfers van VeiligheidNL blijkt dat tussen april en juni van dit jaar 115 fatbikerijders in het ziekenhuis zijn beland. Wat opvalt, is dat bijna de helft van de slachtoffers tussen de 12 en 15 jaar oud was. Deze cijfers zijn echter nog maar het topje van de ijsberg, aangezien ze gebaseerd zijn op gegevens van slechts 14 van de 83 spoedeisende hulpafdelingen in Nederland.

Beeld: Martijn Beekman – Barry Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat

Minister Madlener van Verkeer waarschuwde echter dat het juridisch lastig kan zijn om fatbikes van andere elektrische fietsen te onderscheiden. Hij wees erop dat als er regels worden ingevoerd voor fatbikes, deze mogelijk ook zouden moeten gelden voor alle elektrische fietsen. Dit zou betekenen dat ook kinderen jonger dan 14 jaar die met een reguliere e-bike lange afstanden naar school moeten afleggen, onder dezelfde regels zouden vallen, iets waar de Kamer tegen is.

Een van de grootste problemen met fatbikes is dat deze vaak worden opgevoerd, waardoor ze snelheden van 45 tot 50 kilometer per uur kunnen bereiken, terwijl de wettelijke limiet op 25 kilometer per uur ligt. De Inspectie Leefomgeving en Transport maakte eerder deze maand bekend dat ze inmiddels 16.500 illegale fatbikes uit China in beslag hebben genomen. Deze fietsen zijn gemakkelijk op te voeren en vormen een groot veiligheidsrisico.

ouders

In afwachting van eventuele nieuwe regelgeving, heeft minister Madlener ouders opgeroepen om geen fatbikes meer te kopen voor kinderen onder de 14 jaar. NSC-Kamerlid Van Dijk sloot zich hierbij aan en riep ouders op “verstandig” te zijn. Van Dijk benadrukte dat de veiligheid van kinderen voorop moet staan en dat het van belang is dat de regels snel duidelijk worden, zodat handhaving mogelijk is.

skinny bike

De strengere regels voor fatbikes die momenteel door de Tweede Kamer worden besproken, hebben niet alleen impact op gebruikers en ouders, maar ook op de producenten van deze populaire elektrische fietsen. Sommige fabrikanten voelen de druk en zijn al bezig met aanpassingen aan hun modellen om de voorgenomen wetgeving te omzeilen. Een nieuw model dat binnenkort op de markt verschijnt, is de zogenaamde “skinny bike,” die, zoals de naam al suggereert, is uitgerust met dunnere banden in plaats van de kenmerkende brede exemplaren van de fatbike.

De producenten hopen met dit nieuwe model buiten de regels te vallen die de Tweede Kamer wil invoeren. Terwijl de focus van de nieuwe regelgeving ligt op de dikte van de banden, denken fabrikanten dat ze door minimale aanpassingen hun producten toch legaal op de markt kunnen blijven aanbieden. “We hebben gekeken naar wat de nieuwe regels vereisen en zijn tot de conclusie gekomen dat kleine wijzigingen voldoende kunnen zijn om te voldoen aan de wet, zonder dat het concept van de elektrische fiets volledig verloren gaat,” aldus een woordvoerder van een grote fatbikeproducent.

Een van de aanpassingen die al genoemd worden, is het vervangen van de brede banden door smallere exemplaren. Op deze manier zou de skinny bike technisch gezien niet langer onder de fatbikecategorie vallen. De fabrikanten spelen hiermee slim in op de nog niet volledig uitgewerkte regelgeving, die voornamelijk is gericht op de veiligheid van fatbikes door het gebruik van dikke banden te beperken.

omzeilen

Naast de dunnere banden zijn er nog andere manieren waarop producenten de wetgeving proberen te omzeilen. Zo wordt gekeken naar verstelbare zadels en variaties in de bandenmaat. Deze aanpassingen zouden ervoor moeten zorgen dat de fiets net buiten de nieuwe regels valt, maar tegelijkertijd dezelfde aantrekkingskracht behoudt voor jonge gebruikers. Voor velen zijn de dikke banden en het stoere uiterlijk van de fatbike een belangrijke reden om voor deze fietsen te kiezen, en de fabrikanten willen dat imago behouden, ondanks de veranderende regelgeving.

Leveringsproblemen: Connect Bus verbreekt samenwerking met Ebusco

Connect Bus, een belangrijke speler in het openbaar vervoer in Zweden, heeft besloten om van leverancier te wisselen voor hun elektrische busvloot.

Dit besluit kwam na aanzienlijke vertragingen bij de levering door Ebusco, een Nederlands bedrijf dat gespecialiseerd is in elektrische bussen. Volgens het Zweedse vakblad Bussmagasinet.se gaat Connect Bus niet alleen op zoek naar een nieuwe leverancier, maar zal het bedrijf ook financiële compensatie eisen van Ebusco vanwege de opgelopen vertragingen en de bijkomende kosten.

Oorspronkelijk had Connect Bus gepland om tegen december 2023 maar liefst 47 nieuwe elektrische bussen van het model Ebusco 3.0 te introduceren in de regio Kronoberg. De bussen, die al in 2022 waren besteld, zouden een aanzienlijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van het openbaar vervoer in de regio. Echter, herhaaldelijke tegenslagen en vertragingen dwongen Connect Bus om de samenwerking met Ebusco te heroverwegen. Uiteindelijk werd besloten om een nieuwe partner te zoeken die de levering van volledig operationele elektrische bussen kon garanderen, met een verwachte levering in augustus en september 2025. De naam van de nieuwe leverancier is nog niet bekendgemaakt, maar het zou volgens bronnen gaan om een van de grootste busfabrikanten ter wereld.

moeilijk vaarwater

Ebusco, dat te maken heeft met een toenemend aantal financiële problemen, bevindt zich in een moeilijk vaarwater. Begin september 2024 werd Christian Schreyer aangesteld als nieuwe CEO van het bedrijf, als onderdeel van een ingrijpend herstructureringsplan. De oprichters van het bedrijf, Peter Bijvelds en Michiel Peters, stapten op 2 september op nadat duidelijk werd dat Ebusco ernstige moeilijkheden had bij het nakomen van hun leveringsverplichtingen.

Financiële gegevens van Ebusco over de eerste helft van 2024 laten zien dat het bedrijf kampt met grote verliezen. De EBITDA-verliezen liepen op tot 60,7 miljoen euro, een stijging van 40% ten opzichte van het voorgaande jaar. De omzet daalde met 8,8% naar 38 miljoen euro. Ondanks een orderportefeuille van 1.662 bussen, wist het bedrijf in die periode slechts 98 bussen af te leveren. Volgens Ebusco werden hun plannen voor opschaling met contractfabrikanten bemoeilijkt door inefficiënties bij het opstarten van de productie.

Persfoto: Ebusco

Het Zweedse bedrijf Connect Bus had een bestelling geplaatst van 47 elektrische bussen bij de Nederlandse busfabrikant Ebusco. Deze order, die bestaat uit zowel 12- als 18-meter lange bussen van het model Ebusco 3.0, was bedoeld om de bussen eind vorig jaar in gebruik te nemen in de stad Växjö, op verzoek van Länstrafiken Kronoberg, de regionale vervoersmaatschappij.

Naast de operationele problemen verkeert het bedrijf ook in financiële moeilijkheden op de aandelenmarkt. De waarde van de aandelen van Ebusco is met maar liefst 87% gedaald in de afgelopen 12 maanden, met een huidige waarde van slechts 0,94 euro per aandeel. Dit vertegenwoordigt een verlies van 96% vergeleken met de beursintroductie in oktober 2021, toen de aandelen nog rond de 23 euro werden verhandeld.

compensatie

In reactie op de annulering van het contract door Connect Bus, heeft Ebusco naar verluidt ook financiële compensatie geëist. Het oorspronkelijke order van Connect Bus omvatte 29 standaardbussen van 12 meter en 18 gelede bussen van 18 meter. Maar de aanhoudende onzekerheid over de leveringstermijnen en de operationele problemen van Ebusco dwongen Connect Bus ertoe het contract te verbreken.

Connect Bus-CEO Jonas Kempe bevestigde dat er tijdelijke oplossingen in werking zijn gesteld om de continuïteit van het openbaar vervoer te waarborgen. Oudere bussen zijn inmiddels vervangen door tweedehandsmodellen om aan de vraag te voldoen. “We hebben aanzienlijke extra kosten moeten maken om de dienstregeling draaiende te houden,” aldus Kempe. “We zijn genoodzaakt geweest om oude gasbussen in Växjö te gebruiken, wat ons grote kosten heeft opgeleverd voor reparaties en onderhoud.”

Het conflict tussen Connect Bus en Ebusco is nog niet ten einde. Volgens Kempe is er een lopende dialoog tussen de twee bedrijven over de financiële compensatie die Connect Bus eist. “De bedragen waarover we praten zijn behoorlijk groot,” verklaarde Kempe. Hij benadrukte dat de directe extra kosten die zijn bedrijf heeft gemaakt, aanzienlijk zijn, en dat ze gerechtigd zijn op een schadevergoeding van Ebusco.

Treinwerkzaamheden: elektrische touringcars debuteren op traject Amersfoort-Zwolle

De NS zet een belangrijke stap richting duurzame mobiliteit met de introductie van zero-emissiebussen als vervangend vervoer bij treinwerkzaamheden of -storingen.

Voor het eerst worden er in Nederland elektrische touringcars ingezet op het traject tussen station Amersfoort Centraal en Zwolle. Drie bedrijven, Gebo Tours, Kupers Touringcars en Betuwe Express, hebben hun elektrische bussen vandaag ingezet, waarmee een nieuw tijdperk voor vervangend treinvervoer begint. Dit initiatief is in samenwerking met Transvision opgezet en wordt gezien als een mijlpaal in de verduurzaming van het openbaar vervoer.

Laurens van Remortele, directeur van Transvision, benadrukt het belang van deze nieuwe ontwikkeling. “We zijn enorm gedreven om daadwerkelijk stappen te zetten in de transitie naar zero-emissie vervoer,” zegt hij. Ook Tim van Leeuwen, directeur Besturing Operatie van NS, spreekt zijn enthousiasme uit over deze nieuwe vorm van duurzaam vervangend vervoer. “Bij NS lopen we graag voorop bij het aanbieden van duurzame mobiliteit. Dat geldt uiteraard voor onze treinen, maar als die onverhoopt niet kunnen rijden, ook voor het vervangend busvervoer. We hopen dat deze drie bussen leiden tot meer en zijn benieuwd wat onze reizigers vinden van elektrische touringcars bij werkzaamheden,” aldus Van Leeuwen.

groene stroom

Het openbaar vervoer in Nederland is de laatste jaren flink verduurzaamd. De treinen van de NS rijden al 100 procent op groene stroom, en ook in het reguliere openbaar vervoer, zoals stads- en streekbussen, rijden steeds meer elektrische voertuigen. Echter, voor de touringcarsector is dit een relatief nieuw terrein. Deze elektrische touringcars zullen bij storingen of werkzaamheden zoveel mogelijk worden ingezet, maar het blijft voor nu nog een proef. De ervaringen die de bedrijven en reizigers met de bussen opdoen, zullen bijdragen aan de beslissing om deze vorm van vervoer verder uit te breiden.

Niet alleen elektrische touringcars worden getest als alternatief voor het traditionele vervangend busvervoer. Ook wordt er een proef gestart met waterstofbussen. De Koninklijke Jan de Wit Group zet vanaf oktober een touringcar op waterstof in, wanneer zij voor de NS het busvervoer organiseert. Volgens Walter de Wit, eigenaar van de Koninklijke Jan de Wit Group, is de toepassing van waterstoftechniek in het besloten busvervoer onbekend terrein. “Wij willen met deze proef ondervinden of met het specifieke karakter van het besloten busvervoer, waarin geen dag een gelijk inzetpatroon van bussen en chauffeurs kent, waterstof op termijn een goed alternatief is voor fossiele- en biobrandstoffen,” legt De Wit uit.

Foto: © Peter Lodder – NS persdienst

Waterstofvoertuigen worden steeds vaker genoemd als een veelbelovend alternatief voor elektrische voertuigen, vooral vanwege de korte tanktijden en lange actieradius. In het personenvervoer wordt er al geruime tijd geëxperimenteerd met waterstofbussen, met name op trajecten waar het lastig is om elektrische voertuigen in te zetten door de lange afstanden en beperkte laadmogelijkheden. Deze technologie zou dan ook een uitkomst kunnen bieden voor het touringcarvervoer, waar dagelijks lange afstanden worden afgelegd en het inzetpatroon van voertuigen zeer onregelmatig kan zijn.

bredere visie

De proef met zowel de elektrische als de waterstof touringcars past binnen een bredere visie van de NS en de partners om volledig zero-emissie busvervoer te realiseren. Op termijn moeten fossiele brandstoffen volledig verdwijnen uit het openbaar vervoer en zullen alternatieven zoals elektriciteit en waterstof de norm worden. Dit sluit ook aan bij de bredere doelstellingen van de Nederlandse overheid, die streeft naar een volledig emissieloos openbaar vervoer in 2030. Of deze ambitie werkelijkheid zal worden, hangt deels af van de resultaten van proeven zoals deze.

De reizigers worden aangemoedigd hun ervaringen met de nieuwe touringcars te delen, omdat dit waardevolle inzichten kan bieden voor de verdere ontwikkeling van zero-emissiebusvervoer. De NS en haar partners hopen dat deze stap niet alleen een positieve bijdrage levert aan het milieu, maar ook aan de reiservaring van de reizigers. Met de focus op comfort en duurzaamheid beloven de nieuwe bussen een moderne en milieuvriendelijke oplossing te zijn voor treinreizigers die tijdens verstoringen of werkzaamheden op alternatief vervoer moeten vertrouwen.

Minister waarschuwt: opgevoerde elektrische fiets levensgevaarlijk

De Minister komt met campagne tegen opvoeren fatbikes: ‘Van lekker hard trappen, naar een strafblad pakken’.

Met snelheden van wel 60 kilometer per uur over de weg scheuren op een opgevoerde elektrische fiets, het klinkt als een adrenaline rush, maar het is levensgevaarlijk én illegaal. In een nieuwe campagne, vandaag afgetrapt door minister Barry Madlener (Infrastructuur en Waterstaat), wordt er nadrukkelijk gewezen op de gevaren en consequenties van het opvoeren van elektrische fietsen. De campagne, met de veelzeggende titel ’t kan hard gaan, richt zich voornamelijk op jongeren en hun ouders.

“Je hoort steeds vaker dat er ongelukken gebeuren met opgevoerde elektrische fietsen, die soms met absurde snelheden door het verkeer racen. Dat is levensgevaarlijk, en het is niet voor niets verboden”, benadrukt minister Madlener tijdens de aftrap in Rotterdam. De boodschap van de campagne is tweeledig: enerzijds worden de wettelijke regels opnieuw onder de aandacht gebracht, anderzijds worden de risico’s van dit gevaarlijke gedrag uitgelicht. “Bij een ongeval ben je niet verzekerd, en de kosten kunnen in de duizenden euro’s lopen. Dat kan dus echt hard gaan,” waarschuwt de minister.

strenge regels

De regels omtrent het gebruik van elektrische fietsen zijn helder. Elektrische fietsen mogen maximaal 25 kilometer per uur halen met trapondersteuning en het motorvermogen mag niet boven de 250 watt uitkomen. Bovendien is het verboden om een gashendel te hebben waarmee de snelheid boven de 6 kilometer per uur kan komen zonder dat er wordt getrapt. Voldoet een fiets niet aan deze eisen, dan wordt het voertuig gekwalificeerd als een bromfiets en moet het goedgekeurd zijn door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Dit betekent dat er extra regels gelden, zoals de helmplicht, een minimumleeftijd en een rijbewijsplicht.

Wie zich niet aan deze regels houdt en toch op een opgevoerde elektrische fiets rijdt, loopt grote risico’s. De boetes liegen er niet om: bij de eerste overtreding kan een boete van 310 euro worden opgelegd. Bij een tweede overtreding volgt niet alleen een nieuwe boete, maar wordt de fiets ook in beslag genomen. Daarnaast kan iedereen boven de 12 jaar hiervoor een strafblad krijgen. Een ander groot risico is het ontbreken van verzekering: bestuurders van opgevoerde fietsen zijn namelijk niet verzekerd. Dit betekent dat bij een ongeval de schade en eventuele ziektekosten uit eigen zak betaald moeten worden. In sommige gevallen kan dit oplopen tot tienduizenden euro’s, wat voor veel jongeren en hun families desastreuze financiële gevolgen kan hebben.

Beeld: Martijn Beekman – Barry Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat

De boodschap van minister Madlener is duidelijk: “We moeten echt de veiligheid op de weg waarborgen, voor iedereen. Dit soort gevaarlijk gedrag hoort daar niet bij, en we gaan er alles aan doen om dit te stoppen.”

De campagne ’t kan hard gaan is specifiek gericht op jongeren, een groep die volgens de minister het vaakst in de verleiding komt om hun elektrische fiets op te voeren. “Het opvoeren van fietsen lijkt misschien onschuldig, maar de gevolgen zijn groot. Jongeren zijn zich hier vaak niet van bewust,” aldus minister Madlener. Via radiospotjes, sociale media en posters probeert het ministerie deze groep en hun ouders te bereiken. De posters zullen door heel Nederland te zien zijn, van bushokjes tot scholen, en gemeenten en onderwijsinstellingen kunnen deze ook zelf aanvragen.

Tijdens de lancering in Rotterdam is er een samenwerking met TeamAlert, een organisatie die zich richt op verkeersveiligheid voor jongeren. Madlener gaat persoonlijk in gesprek met jongeren op straat die langsfietsen op hun elektrische fiets, terwijl de politie op de achtergrond actief controleert of de fietsen voldoen aan de wettelijke eisen.

opvoeren aanpakken

De campagne is echter slechts een onderdeel van een breder aanvalsplan van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om het opvoeren van elektrische fietsen tegen te gaan. Zo wordt er gewerkt aan nieuwe wetgeving die het moeilijker moet maken om fietsen illegaal op te voeren. Momenteel is het nog relatief eenvoudig om via hard- en software snelheidsbegrenzers te omzeilen, maar het ministerie wil hier een einde aan maken. Er wordt wetgeving voorbereid die het gebruik en de verkoop van dergelijke software en apparatuur strafbaar stelt.

Daarnaast wordt er ook ingezet op preventie door middel van educatie. Voor middelbare scholen is er een lespakket ontwikkeld waarin jongeren worden voorgelicht over de gevaren van opgevoerde elektrische fietsen en de gevolgen van roekeloos rijgedrag. Dit lespakket zal de komende maanden landelijk worden uitgerold. Ook de handhaving wordt verscherpt: de politie en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zullen intensiever controleren op illegale elektrische fietsen en de regelgeving strikter handhaven.

BYD maakt debuut op Innotrans 2024: pionier in elektrische bussen toont nieuwste modellen

InnoTrans 2024, de grootste internationale vakbeurs voor transporttechnologie, zet de schijnwerpers dit jaar op de toekomst van het openbaar vervoer met de nieuwste generatie bussen.

De Bus Display, een vaste waarde binnen het evenement, biedt een indrukwekkende presentatie van de meest geavanceerde bussen en infrastructuur, waarbij duurzaamheid en innovatie centraal staan. Dit jaar trekt de Bus Display extra aandacht door de deelname van prominente internationale fabrikanten, waaronder enkele nieuwkomers op het evenement. De Bus Display, gelegen in de Zomertuin van het Berlijnse beursterrein, biedt een platform waar vervoersbedrijven en verenigingen de nieuwste modellen bussen kunnen bewonderen. 

Chinese BYD

Op een speciaal aangelegd circuit van 500 meter worden deze bussen niet alleen statisch tentoongesteld, maar kunnen ze ook in actie worden gezien. Deze demonstratieritten stellen fabrikanten in staat om de capaciteiten van hun voertuigen live te tonen, wat een uniek inzicht geeft in de prestaties en mogelijkheden van de nieuwste technologieën. Een van de grootste trekkers dit jaar is de eerste deelname van het Chinese BYD, ’s werelds grootste autofabrikant, die drie elektrische bussen presenteert: de BYD B12, B13 en B18. Met een actieradius van maar liefst 600 kilometer en innovatieve kenmerken zoals het zelfontwikkelde blade battery-chassis, zetten deze bussen een nieuwe standaard voor elektrisch stadsvervoer. BYD heeft wereldwijd al meer dan 81.000 elektrische bussen geleverd en is daarmee een pionier op het gebied van e-mobiliteit.

Ook het Nederlandse Ebusco trekt de aandacht met zijn Ebusco 3.0, de lichtste e-bus in zijn klasse. Dankzij een carrosserie van composietmaterialen weegt deze bus slechts 9950 kilogram en verbruikt hij slechts 0,65 kWh per kilometer. Met een actieradius tot 700 kilometer en een levensduur van 25 jaar, biedt de Ebusco 3.0 een duurzame en kostenefficiënte oplossing voor stedelijk vervoer. De geïntegreerde accu’s in de vlakke vloer en de mogelijkheid om het dak te benutten voor zonne-energie maken deze bus tot een van de meest innovatieve voertuigen op de markt.

Een andere opvallende deelnemer is de Hongaarse busfabrikant Ikarus, die voor het eerst aanwezig is op de InnoTrans. Ikarus, met meer dan 125 jaar ervaring, presenteert twee elektrische bussen: de Ikarus 120e en de Ikarus Midi-bus. Beide modellen zijn ontworpen met het oog op emissievrij openbaar vervoer en zijn uitgerust met de nieuwste laadstroomafnemers van Siemens, wat een naadloze integratie van laadoplossingen mogelijk maakt.

Foto: © Messe Berlin GmbH

Naast de prominente busfabrikanten zijn er ook exposanten die zich richten op ondersteunende technologieën en infrastructuur. Ventura Systems, een toonaangevende fabrikant van deursystemen voor stadsvervoer, presenteert haar nieuwste innovaties op het gebied van veiligheid en comfort. Hun “Seal” deursysteemconcept en het nieuwe ontwerp voor deurpanelen beloven een aanzienlijke verbetering in gebruiksgemak en bescherming voor passagiers.

Mont-Ele, een Italiaanse specialist in elektrische en automatiseringssystemen, introduceert op de Bus Display zijn nieuwste oplaadsysteem voor elektrische bussen. Met meer dan 40 jaar ervaring biedt Mont-Ele op maat gemaakte oplossingen voor de integratie van oplaadinfrastructuur in het openbaar vervoer.

De Bus Display toont niet alleen de nieuwste voertuigen en technologieën, maar biedt ook een platform voor het debat over de toekomst van het openbaar vervoer. Op 26 september zullen experts uit de industrie samenkomen tijdens het Internationale Bus Forum en het Openbaar Vervoer Forum om te discussiëren over de uitdagingen en kansen die de transitie naar duurzame mobiliteit met zich meebrengt.

Met de aanwezigheid van gevestigde namen en innovatieve nieuwkomers belooft de Bus Display op de InnoTrans 2024 een cruciale rol te spelen in de evolutie van het openbaar vervoer. Deze tentoonstelling laat zien hoe technologie, innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan in de ontwikkeling van de mobiliteit van morgen.

InnoTrans is de toonaangevende internationale vakbeurs voor vervoerstechnologie, die om de twee jaar plaatsvindt in Berlijn. De vijf beurssegmenten van InnoTrans zijn Railway Technology, Railway Infrastructure, Public Transport, Interiors en Tunnel Construction. InnoTrans wordt georganiseerd door Messe Berlin. In 2022 presenteerden 2.771 exposanten uit 56 landen hun producten en diensten aan 132.319 vakbezoekers uit 137 landen. Er waren 128 voertuigen en 14 bussen te zien op het buitenterrein en het spoor/busdisplay. De volgende InnoTrans wordt van 24 tot 27 september 2024 gehouden op het beursterrein in Berlijn.