Tag archieven: fietsen

Leuven grijpt in na klachten: studenten parkeren massaal op stoep bij AH

Fietschaos bij Albert Heijn Leuven zorgt voor gevaarlijke situaties.

De stad Leuven en supermarktketen Albert Heijn slaan de handen in elkaar om de aanhoudende fietschaos aan de winkel in de Bondgenotenlaan aan te pakken. Vooral studenten weten de weg naar de vestiging massaal te vinden, maar hun gewoonte om fietsen lukraak op het voetpad te plaatsen zorgt voor toenemende frustratie bij buurtbewoners en stadsdiensten. Daarbij komt dat de situatie niet alleen hinderlijk is, maar ook gevaarlijk voor blinden en slechtzienden.

Schepen Lalynn Wadera (Vooruit) benadrukt in de landelijke media dat de komst van de supermarkt op zich positief is voor de stad, maar erkent tegelijk dat de locatie specifieke uitdagingen met zich meebrengt. “We zijn blij dat de winkel naar onze stad is gekomen”, zegt ze. “Een supermarkt van die schaal op die plek brengt wel wat uitdagingen met zich mee. Vooral de fietsen op het voetpad springen in het oog.” Volgens haar is het probleem vooral zichtbaar tijdens piekmomenten, wanneer klanten massaal toestromen en de beschikbare fietsenstalling snel verzadigd raakt.

Basic Fit

De winkel beschikt over parkeergelegenheid voor zo’n 30 fietsen, maar die ruimte wordt gedeeld met een nabijgelegen Basic Fit. Dat zorgt ervoor dat de capaciteit al snel tekortschiet. Gevolg is dat fietsen her en der op het voetpad worden achtergelaten, vaak pal op de geleidetegels die speciaal zijn aangebracht voor mensen met een visuele beperking. Die tegels, herkenbaar aan hun noppenstructuur, helpen blinden en slechtzienden om zich veilig door de stad te verplaatsen. Wanneer die geblokkeerd worden, verliezen ze een cruciaal hulpmiddel.

Wadera is duidelijk over het belang van vrije doorgang. “De fietsen horen niet thuis op het voetpad, en vooral niet aan de geleidetegels. Dat zijn de stoeptegels met noppen op, die blinden en slechtzienden duidelijk maken waar de stoep stopt. Het spreekt voor zich dat die vrij moeten blijven.” De stad beschouwt het dan ook als een prioriteit om deze obstakels weg te nemen, aldus de VRT NWS berichtgeving.

Om het probleem concreet aan te pakken, worden verschillende maatregelen ingevoerd. Zo zal de stad Leuven gebruikmaken van krijtspray om de geleidetegels extra zichtbaar te maken voor voorbijgangers. Op die manier hoopt men dat fietsers zich bewuster worden van waar ze hun tweewieler niet mogen achterlaten. Tegelijk zet Albert Heijn in op sensibilisering van klanten. “De stad gaat een krijtspray aanbrengen om de tegels extra aan te duiden”, legt woordvoerder Pieter-Jan Vaes uit. “Daarnaast gaan we klanten aansturen met boodschappen op de schermen en grote posters. Aan het begin van het nieuwe academiejaar delen we flyers uit om studenten aan te sporen om hun fiets correct te parkeren.”

Illustratie: © Pitane – fietsen blokkeren voetpad

Naast de fietsenoverlast zijn er nog andere aandachtspunten in de omgeving van de winkel. Zo wordt er melding gemaakt van een toename van zwerfvuil en overvolle vuilnisbakken. De stad heeft daarom aangekondigd vaker patrouilles te sturen om de situatie op te volgen en waar nodig in te grijpen. Ook geluidsoverlast door leveringen in de nachtelijke uren ligt onder de loep. Buurtbewoners klagen over het lawaai van vrachtwagens die achteruit rijden tijdens het laden en lossen. “We horen ook dat de vrachtwagens ’s nachts geluidsoverlast veroorzaken door achteruit te rijden bij het laden en lossen. Dat hebben we ook even besproken”, aldus Wadera.

alternatieven

Voorlopig komt er geen uitbreiding van de fietsenstalling aan de winkel zelf, wat betekent dat fietsers alternatieven moeten zoeken in de buurt. De stad wijst onder meer naar de fietsenstalling in de Jan Stasstraat, vlak om de hoek. “Fietsers moeten zich dus parkeren in een fietsenstalling, zoals die om de hoek in de Jan Stasstraat”, besluit Wadera.

Met deze gezamenlijke inspanningen hopen Leuven en Albert Heijn de overlast in te dijken en de toegankelijkheid voor iedereen te garanderen. Of de maatregelen voldoende zullen zijn om het gedrag van de vele studenten en andere bezoekers te veranderen, zal de komende maanden moeten blijken.

Van btw tot box 3: nieuwe belastingregels raken portemonnee en klimaat

Het kabinet zet per 1 januari 2026 een brede stap richting een beter functionerend belastingstelsel.

Met een groot pakket aan wijzigingen wil de regering tegelijkertijd oog houden voor de koopkracht van Nederlanders, de klimaatdoelen en een eerlijkere belasting van inkomen en vermogen. De maatregelen vloeien voort uit eerder aangenomen wetsvoorstellen en het Belastingplan 2026, dat op 16 december door de Eerste Kamer is goedgekeurd. Daarmee krijgt een reeks fiscale aanpassingen definitief groen licht.

Volgens staatssecretaris Eugène Heijnen van Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane is het verbeteren van het belastingstelsel een doorlopend proces. “Het verbeteren van het belastingstelsel gaat continu door. Zo schrappen of wijzigen we belastingmaatregelen waarvan duidelijk is dat ze niet bereiken waarvoor ze bedoeld zijn. Dit geldt ook voor maatregelen waarbij blijkt dat het geen efficiënte manier is om het doel te bereiken. Er is in het parlement brede steun voor deze maatregelen. Tot het aantreden van het nieuwe kabinet blijf ik mij inzetten voor het verbeteren van het belastingstelsel”, aldus Heijnen. Die inzet vertaalt zich in ingrepen die vrijwel alle Nederlanders op de een of andere manier gaan raken.

evaluaties

Uit evaluaties blijkt dat sommige regelingen hun doel voorbijschieten. Daarom wordt vanaf 2026 het lage tarief in de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto’s verder versoberd en volledig geschrapt voor paardenvervoer. Ook het verlaagde btw-tarief voor logies verdwijnt. Overnachtingen in hotels, vakantiewoningen en stacaravans vallen niet langer onder het 9 procenttarief, maar onder het algemene btw-tarief van 21 procent. Die verhoging geldt eveneens voor kortdurend logies, tot maximaal zes maanden, voor bijvoorbeeld werknemers, studenten, asielzoekers en dak- en thuislozen.

bijtelling

Daarnaast wordt een onduidelijkheid rond de bijtelling voor zakelijke fietsen opgeheven. Werknemers die hun fiets van de zaak ook privé gebruiken, hoeven daarover vanaf 2026 geen 7 procent bijtelling meer te betalen. Dat moet zorgen voor meer duidelijkheid en minder administratieve rompslomp.

Op het gebied van inkomen en ondernemen kiest het kabinet voor een aantal pijnlijke maar volgens de regering noodzakelijke keuzes. Om de btw-verhoging op cultuur, media en sport terug te draaien, worden de schijven van de inkomstenbelasting en de heffingskortingen niet volledig geïndexeerd. Daardoor vallen mensen iets eerder in een hogere belastingschijf. De eerste schijf stijgt naar 39.357 euro, terwijl de tweede schijf uitkomt op 79.137 euro.

De arbeidskorting wordt aangepast, waarbij de inkomensgrenzen per 1 januari 2026 omlaag gaan. Dit pakt gunstig uit voor mensen die in deeltijd werken en minder verdienen dan het minimumloon, omdat zij meer arbeidskorting krijgen. Tegelijkertijd wordt de accijnskorting op benzine, diesel en LPG met een jaar verlengd tot 1 januari 2027. De korting valt wel lager uit, waardoor de accijns op benzine 0,84 euro per liter wordt, op diesel 0,55 euro en op LPG 0,20 euro.

Foto: © Pitane Blue – snellader De Vleute

Zelfstandigen krijgen te maken met een verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek, die in 2026 daalt naar 1.200 euro. Daar staat tegenover dat het vrijgestelde maandbedrag voor vervroegd pensioen met 300 euro bruto omhooggaat. Werkgevers betalen hierover geen extra belasting, wat oudere werknemers met zwaar werk meer ruimte geeft om eerder te stoppen.

Wet Hillen

Ook vermogen blijft niet buiten schot. Binnen de erf- en schenkbelasting worden constructies aangepakt waarbij partners vlak voor overlijden of scheiding het vermogen ongelijk verdelen om belasting te ontwijken. Voortaan wordt belasting geheven over de helft van de gemeenschap van goederen. De aangiftetermijn voor de erfbelasting wordt verruimd van acht naar twintig maanden, zodat erfgenamen meer tijd krijgen om hun zaken op orde te brengen. Daarnaast wordt de Wet Hillen versneld afgebouwd, waardoor de belastingkorting voor mensen met een afgeloste hypotheek sneller verdwijnt en in 2041 helemaal eindigt.

Voor de woningmarkt is er ook een lichtpuntje. Wie in 2026 een tweede woning koopt als belegging of vakantiewoning, betaalt minder overdrachtsbelasting. Het tarief daalt van 10,4 procent naar 8 procent.

BPM-tarief

Op het gebied van klimaat en mobiliteit zet het kabinet verdere stappen richting vergroening. Het verlaagde bpm-tarief voor emissievrije auto’s gaat ook gelden voor motoren en bijzondere voertuigen zoals kampeerauto’s en rolstoelauto’s. Tegelijkertijd blijven brandstofauto’s via aangepaste bpm-tarieven worden aangespoord om zuiniger te worden. De korting op de bijtelling voor elektrische auto’s van de zaak wordt met twee jaar verlengd, terwijl de youngtimerregeling wordt aangescherpt door de minimumleeftijd te verhogen naar zestien jaar.

Tot slot wordt gewerkt aan het versterken van het vertrouwen in het belastingstelsel. Crypto-aanbieders worden verplicht om persoonsgegevens en transactiegegevens van klanten te verzamelen en te rapporteren aan de Belastingdienst. Daarmee wil de overheid belastingontduiking beter aanpakken en zorgen dat iedereen zijn eerlijke deel bijdraagt.

Antwerpen maakt centrum autoluw: alternatieven ruim voorhanden

Antwerpen is een dynamische en bruisende stad die jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt met haar indrukwekkende geschiedenis, culturele schatten en levendige stadsleven.

Maar al die aantrekkingskracht betekent ook uitdagingen op het gebied van mobiliteit. Antwerpen heeft de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen gedaan om vervoer en verkeer efficiënter, veiliger en duurzamer te maken. Hoe kun je je het beste door Antwerpen verplaatsen, en welke opties biedt de stad aan inwoners en bezoekers?

De binnenstad van Antwerpen heeft recent aanzienlijke veranderingen doorgemaakt. Sinds augustus 2023 is parkeren in het historische centrum uitsluitend voor bewoners met een vergunning. Deze maatregel moedigt bezoekers aan om alternatieven te zoeken buiten het centrum, zoals de vele publieke parkeergarages en de goed uitgeruste P+R-terreinen aan de rand van de stad. Hierdoor wordt niet alleen de verkeersdrukte verminderd, maar krijgt de stad ook meer ruimte voor voetgangers, fietsers en leefbaarheid.

kleurcodes

Parkeren in Antwerpen is duidelijk georganiseerd volgens verschillende kleurcodes. In de rode zone, dicht bij het stadscentrum, gelden hoge tarieven en korte parkeertijden om snelle rotatie te verzekeren. Oranje zones zijn bedoeld voor kortparkeren (30 minuten), ideaal voor snelle boodschappen. Groene zones bieden langere parkeertijden (tot 10 uur) tegen meer betaalbare tarieven, terwijl gele zones nog voordeliger zijn en vooral gericht op lang parkeren gedurende de dag. Parkeren op straat blijft gratis op zondagen en officiële feestdagen, hoewel in sommige gebieden nog steeds een parkeerschijf verplicht is.

LEZ

Bovendien hanteert Antwerpen sinds enkele jaren een strikte Lage-Emissiezone (LEZ). Deze milieuzone heeft tot doel vervuilende voertuigen uit het centrum te weren, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Momenteel worden oudere diesel- en benzinevoertuigen al geweerd, maar vanaf 2026 zullen alleen nog dieselwagens met Euronorm 6 of hoger en benzinevoertuigen vanaf Euronorm 3 toegestaan zijn. Automatische kentekencamera’s controleren voortdurend, en overtredingen resulteren in forse boetes.

Foto: © Pitane Blue – Antwerpen

[radio_player id=6]

Beluister onze podcast over Antwerpen dat de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen heeft gedaan om vervoer en verkeer efficiënter, veiliger en duurzamer te maken.

Naast beperkingen stimuleert Antwerpen actief alternatieve vervoersmiddelen. Het openbaar vervoer, verzorgd door De Lijn, is uitgebreid en efficiënt. Antwerpen beschikt over een uitgebreid netwerk van trams en bussen, inclusief de snelle premetro (ondergrondse tram), die frequente en betrouwbare verbindingen bieden met alle stadsdelen en attracties. Daarnaast is het hoofdstation Antwerpen-Centraal een belangrijk internationaal treinknooppunt, waardoor Antwerpen goed bereikbaar is vanuit andere steden en landen.

Voor wie graag actief en duurzaam reist, is de fiets een uitstekend alternatief. Antwerpen heeft een uitstekend ontwikkeld netwerk van veilige fietspaden en biedt het stadsbrede systeem van deelfietsen, ‘Velo Antwerpen’. Met meer dan 300 stations in en rond de stad biedt Velo een zeer praktische optie voor korte verplaatsingen tegen een geringe kostprijs. Daarnaast zijn er talrijke fietsverhuurbedrijven die stadsfietsen, elektrische fietsen, en zelfs tandems aanbieden voor wie een langere periode wil fietsen.

autoluwer

Ook voor wandelaars is Antwerpen aantrekkelijk gemaakt. Het centrum wordt steeds autoluwer en voetgangersvriendelijker. Populaire straten zoals de Meir, de Kammenstraat en het gebied rond de Grote Markt zijn vrijwel geheel autovrij gemaakt, wat een veilige en ontspannen wandelervaring oplevert. Verder zijn recent heraangelegde wandelzones, zoals de Scheldekaaien, perfect om te genieten van panoramische uitzichten op de stad en de rivier.

Tot slot biedt Antwerpen ook innovatieve opties zoals de Waterbus, een snelle en ontspannende bootverbinding die verschillende delen van de stad en de haven met elkaar verbindt. Dit biedt een unieke kans om de stad vanuit een ander perspectief te bekijken.

parkeernamagement

Door deze combinatie van parkeermanagement, strengere milieunormen, uitgebreide voorzieningen voor openbaar vervoer, fietsen en wandelen, toont Antwerpen een duidelijke visie op de toekomst. De stad werkt aan een schonere, veiligere en aangenamere leefomgeving, waarbij alternatieven voor de auto sterk gestimuleerd worden. Hoewel dat soms wat gewenning vraagt, zeker voor bezoekers die gewend zijn met de auto te reizen, resulteert het uiteindelijk in een aangenamer stadsbeeld en betere levenskwaliteit voor iedereen.

Recordaantal mensen pakt fiets: fietsforens massaal terug in het straatbeeld

Vandaag maakt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekend dat het ambitieuze doel om 100.000 extra forenzen op de fiets naar het werk te krijgen, ruimschoots is overtroffen.

De cijfers spreken voor zich: sinds het tweede kwartaal van 2022 zijn er maar liefst 380.000 nieuwe fietsforenzen bijgekomen. Daarmee komt het totaal op bijna 2,8 miljoen Nederlanders die op de fiets naar hun werk gaan. Een forse stijging ten opzichte van de periode voor corona, toen het aantal rond de 2,4 miljoen lag.

De cijfers zijn afkomstig uit de jaarlijkse monitor van het fietsgebruik in het woon-werkverkeer, die wordt uitgevoerd door Dat.mobility in opdracht van het ministerie. Voor deze monitor wordt gebruik gemaakt van data uit het Nederlands Verplaatsingspanel, waarbij kwartaalcijfers over meerdere jaren worden vergeleken.

gedragsverandering

De groei is opvallend en valt samen met de toename van het aantal banen. Sinds 2022 is de werkzame beroepsbevolking met 4 procent gegroeid. Toch verklaart dat niet volledig de forse stijging van het aantal fietsende forenzen. Volgens de monitor zijn er duidelijke tekenen van gedragsverandering: meer mensen kiezen bewust voor de fiets, met name in stedelijke gebieden en op middellange afstanden tussen de 15 en 25 kilometer.

Ook de combinatie van fiets en openbaar vervoer wint aan populariteit. Sinds 2022 is het spitsgebruik van trein en bus merkbaar toegenomen, waarbij forenzen vaker de fiets gebruiken om van en naar het station te reizen. Deze multimodale manier van reizen lijkt bij te dragen aan het succes van de fiets als vervoersmiddel voor woon-werkverkeer.

Foto: © Pitane Blue – Chris Jansen Staatssecretaris van Openbaar Vervoer en Milieu

Staatssecretaris Jansen van Infrastructuur en Waterstaat laat weten trots te zijn op de ontwikkeling: “Steeds meer mensen kiezen ervoor om naar het werk te fietsen. Dat is een mooie ontwikkeling die laat zien hoe stevig de fiets verankerd is in het dagelijks leven van veel Nederlanders. En de fiets pakken geeft niet alleen een gevoel van vrijheid, het ontlast ook het wegennetwerk en zorgt daarmee voor een beter bereikbaar Nederland.”

fietsforensen

Toch is er ook een opvallende kanttekening. Hoewel het aantal fietsforensen in absolute aantallen stijgt, blijft het aandeel van de fiets in de totale verdeling van vervoersmiddelen stabiel. Een eenduidige verklaring is er niet, maar het weer lijkt een rol te spelen. Zo viel er in de laatste maanden van 2023 veel regen, wat mogelijk invloed heeft gehad op de bereidheid van mensen om de fiets te pakken. Nieuwe fietsers blijken gevoeliger voor weersomstandigheden dan de doorgewinterde fietsende forens. Ook de veranderende aard van werkafspraken speelt mogelijk mee, waarbij de fiets niet altijd een praktische optie is.

Het ministerie blijft ondertussen inzetten op stimulering van het fietsgebruik. Met campagnes als ‘Da’s zo gefietst!’ en regelingen voor leasefietsen worden mensen aangespoord om vaker de fiets te pakken. Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd in fietsinfrastructuur, vaak in samenwerking met provincies, gemeenten en werkgevers. Het beleid lijkt zijn vruchten af te werpen, maar het ministerie blijft alert om deze positieve trend vast te houden.

Doorstart Stella: investeerder Scheybeek neemt bedrijf over na faillissement

Het Nederlandse e-bikemerk Stella Fietsen, dat vorige maand failliet werd verklaard, maakt een doorstart.

Op de website wordt bevestigd dat de investeringsmaatschappij Scheybeek het bedrijf heeft overgenomen. Het fietsenmerk uit Nunspeet zal in afgeslankte vorm verdergaan. Wat dit concreet betekent voor de structuur en activiteiten van Stella, zal later worden toegelicht op de officiële website van het bedrijf.

Stella Fietsen was jarenlang een dominante speler op de Nederlandse e-bikemarkt. Het bedrijf, opgericht in 2011, bouwde snel een sterke reputatie op door hoogwaardige elektrische fietsen rechtstreeks aan consumenten te verkopen. Met innovatieve ontwerpen en scherpe prijzen groeide Stella uit tot een van de grootste e-bikeleveranciers van Nederland. Toch begon de situatie de afgelopen jaren te verslechteren.

faillissement

Een combinatie van toenemende concurrentie, stijgende kosten en logistieke uitdagingen zorgde voor financiële problemen. Deze problemen stapelden zich op tot een punt waarop het bedrijf niet langer aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen. De rechtbank sprak vorige maand het faillissement uit. Het besluit was een klap voor de honderden werknemers van Stella, maar ook voor de duizenden klanten die zich afvroegen wat er zou gebeuren met hun bestellingen en serviceafspraken.

De overname door investeringsmaatschappij Scheybeek lijkt een nieuwe kans te bieden voor Stella. Scheybeek, dat ervaring heeft met het herstructureren van bedrijven, zal het merk een nieuwe koers laten varen. In een verklaring gaf men aan dat het bedrijf aanzienlijk zal worden afgeschaald. De focus lijkt daarbij te verschuiven naar een efficiënter bedrijfsmodel, waarbij niet alleen de kosten worden verlaagd maar ook de dienstverlening wordt verbeterd.

Hoewel details over de plannen voor Stella nog ontbreken, is al bekend dat de heropening gepland staat voor 1 maart 2025. Het is de bedoeling dat de productie en verkoop op die datum worden hervat, zij het in een kleinere vorm dan voorheen.

fietsenbranche

Het faillissement van Stella Fietsen is niet op zichzelf staand. De fietsenbranche kampt al geruime tijd met tegenslagen. Na de explosieve groei tijdens de coronapandemie, toen fietsen als duurzaam en gezond vervoersmiddel enorm populair werden, is de vraag fors afgenomen. Veel fietsproducenten en verkopers hebben hierdoor te maken met grote voorraden en dalende omzetten.

Daarbovenop komen de stijgende kosten voor grondstoffen en transport. Fabrikanten hebben moeite om deze kosten volledig door te berekenen aan consumenten, wat resulteert in lagere winstmarges. Ook de concurrentie in de e-bikemarkt blijft hevig. Naast gevestigde merken komen steeds meer goedkope aanbieders uit met name Azië de markt op, wat de marges verder onder druk zet.

Sint in Vianen: Pieten op de fiets en een omweg via Ameide

De spanning was voelbaar in Vianen toen Sinterklaas zaterdagmiddag eindelijk voet aan wal zette.

De goedheiligman arriveerde per traditionele stoomboot vanuit Spanje en werd opgewacht door een uitzinnige menigte van naar schatting 30.000 bezoekers. Voorafgaand aan de aankomst leek het even mis te gaan, toen de boot per abuis aanmeerde in het nabijgelegen dorp Ameide. Daar stapte een groot deel van de Pieten van boord om hun tocht per fiets voort te zetten, wat voor een onverwachte en gezonde twist zorgde tijdens de intocht.

Sinterklaas en zijn Hoofdpiet bleven aan boord van de stoomboot en bereikten om precies 12.45 uur de haven van Vianen. Het moment waarop de Sint aan wal stapte, werd met gejuich en applaus begroet. Kinderen zwaaiden uitbundig met vlaggetjes, terwijl ouders met telefoons in de aanslag het bijzondere tafereel vastlegden. De spanning vooraf en de ongebruikelijke aankomst via Ameide zorgden voor een unieke editie van de intocht.

Pieten op de fiets stelen de show

De keuze van de Pieten om hun tocht per fiets voort te zetten na het aanmeren in Ameide, leidde tot veel opgetrokken wenkbrauwen en bewondering. Een lange stoet van vrolijke, kleurrijk geklede Pieten fietste door de straten richting Vianen, een beeld dat bij velen een glimlach op het gezicht toverde. “Zo hoort het,” zei een toeschouwer. “Gezond en duurzaam, dat mag vaker gebeuren.”

Een groot deel van de Pieten stapten af in het nabijgelegen dorp Ameide, waar de stoomboot per ongeluk aanmeerde, en vervolgden per fiets hun weg.

Foto: © Pitane Blue – Sinterklaasintocht te Vianen

“Dit soort momenten maken de Sinterklaasperiode magisch,” zei een bezoeker terwijl ze haar kinderen een pepernoot aanreikte. “Het is een traditie die we koesteren.”

De organisatie van de intocht keek opgelucht terug op de dag, ondanks het onverwachte oponthoud in Ameide. Een woordvoerder liet weten dat er vooraf contact was geweest met lokale autoriteiten om alle details van de tocht te plannen. “Maar zelfs met een uitgebreide voorbereiding kun je niet alles voorzien,” vertelde hij. “Het belangrijkste is dat Sinterklaas veilig is aangekomen en dat iedereen van het feest heeft genoten.”

handen schudden

De aankomst van Sinterklaas in Vianen kende zaterdagmiddag niet alleen verrassingen, maar ook een opvallende feestelijke sfeer die deed denken aan Koningsdag. Langs de route waren podia opgebouwd waar kinderen vrolijk dansten op Sinterklaasliedjes. De goedheiligman te paard en Pieten bij de menigte schudden handen. Het samenspel van muziek, dans en de vrolijke drukte gaf het evenement een extra dimensie, waardoor het traditionele kinderfeest tijdelijk iets weg had van een nationale feestdag.

De kinderen in Vianen, die soms uren hadden staan wachten in de kou, waren in ieder geval dolblij met de aankomst van Sinterklaas. Na zijn aankomst nam de Sint uitgebreid de tijd om de menigte te begroeten en handen te schudden. Ook de Hoofdpiet kreeg veel aandacht en luisterde geduldig naar de wensen van tientallen kinderen.

Na de aankomst trok de stoet door de straten van Vianen, waar overal langs de route muziek en lekkernijen werden uitgedeeld. Het evenement markeert de start van de feestperiode waarin Sinterklaas en zijn Pieten volop te zien zullen zijn in winkelcentra, scholen en andere evenementen door heel Nederland. De sfeer in Vianen was feestelijk en uitbundig, ondanks het korte moment van verwarring bij Ameide.

Stella bikes definitief failliet: ook Belgische winkels sluiten de deuren

Stella Bikes, de bekende Nederlandse fabrikant van elektrische fietsen, is failliet verklaard.

Waar vorige week al het doek viel voor de Nederlandse vestigingen, werd vandaag ook het faillissement van de Belgische tak officieel uitgesproken door de Antwerpse ondernemingsrechtbank, afdeling Turnhout. Stella Bikes, met hoofdkantoor in het Nederlandse Nunspeet, had in België een belangrijke aanwezigheid, waaronder een vestiging met kantoor en magazijn in Beerse en acht winkels verspreid over het land, waaronder in Antwerpen, Olen en Rumst.

Curator Wim Nysmans, die het faillissement in België begeleidt, bevestigt dat er 36 werknemers in dienst zijn bij de Belgische tak van Stella. “Wat er met hen gaat gebeuren, is op dit moment nog onduidelijk. Maar met het faillissement dat is uitgesproken, is er geen garantie meer op werkzekerheid,” aldus Nysmans in GVA. De onzekerheid weegt zwaar voor de betrokken medewerkers, terwijl zij afwachten op meer duidelijkheid over hun toekomst.

uitstel van betaling

In Nederland verliep het faillissementsproces snel nadat uitstel van betaling werd omgezet naar een faillissement. Dit werd afgelopen vrijdag door het bedrijf zelf bevestigd. Curator Frans van Oss informeerde alle Nederlandse medewerkers over deze ontwikkeling en legde uit dat alle filialen en servicepunten voorlopig gesloten blijven. Stella klanten die een fiets voor reparatie hadden ingeleverd of reeds een aanbetaling hadden gedaan, blijven voorlopig in het ongewisse. Van Oss verzekert echter dat hij streeft naar duidelijkheid en hoopt hen uiterlijk 15 november te kunnen informeren over hun situatie. Deze onzekerheid bij consumenten zorgt voor extra druk op het faillissementsproces, waarbij de curator naar een oplossing zoekt om hun belangen zo goed mogelijk te behartigen.

Stella Bikes werd opgericht in 2011 en groeide in een mum van tijd uit tot een van de meest succesvolle e-bikefabrikanten in Nederland. Het merk stond bekend om zijn innovatieve ontwerpen en de sterke servicegerichtheid, waarbij klanten hun elektrische fietsen thuis konden laten afleveren en testen. Dit concept sloeg aan, en de populariteit van het merk nam snel toe. Met uiteindelijk 48 filialen verspreid over Nederland en België en ongeveer 440 medewerkers was Stella een gevestigde naam op de markt.

Het bedrijf raakte in moeilijkheden door een combinatie van een dalende vraag, een ruime stock, gestegen kosten en toenemende concurrentie.

Het faillissement van Stella komt echter niet geheel als een verrassing. De concurrentie in de e-bike-sector is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen, met grote spelers als Gazelle, Batavus en buitenlandse merken die stevig in de markt staan. Daarnaast werden e-bikefabrikanten geconfronteerd met stijgende grondstofprijzen en logistieke problemen, mede als gevolg van de coronapandemie en de internationale tekorten aan onderdelen. Voor Stella was dit een moeilijk te nemen horde, en de financiële druk werd uiteindelijk te groot.

klantenservice

Naast de structurele uitdagingen in de markt had Stella ook te maken met problemen op het gebied van klantenservice. Klanten klaagden over lange wachttijden voor reparaties en een gebrek aan communicatie bij defecten en garanties. De opkomst van negatieve recensies en de groeiende zorgen van consumenten over de betrouwbaarheid van de service leidden tot een verslechterd imago van het bedrijf. Dit speelde de fabrikant parten op het moment dat de markt juist steeds concurrerender werd.

Voor de betrokken werknemers en klanten breekt nu een onzekere tijd aan. Terwijl medewerkers vrezen voor hun baan, hopen consumenten dat er alsnog een regeling getroffen kan worden voor hun openstaande bestellingen of fietsen die in reparatie zijn. De toekomst van Stella Bikes lijkt hiermee definitief tot stilstand te zijn gekomen, ondanks een decennium van succes en groei in de Nederlandse en Belgische markt. Wat er met de merknaam en mogelijke restwaarde van het bedrijf zal gebeuren, is op dit moment nog niet duidelijk, maar het is aannemelijk dat de curator verschillende opties zal verkennen.

Wintertijd brengt risico’s: avondspits gevaarlijker door vroege duisternis

De overgang naar de wintertijd heeft niet alleen effect op onze dagelijkse routine, maar brengt ook aanzienlijke risico’s met zich mee voor de verkeersveiligheid en mobiliteit.

Door het terugzetten van de klok wordt het in de avonduren eerder donker, waardoor de zichtbaarheid op de weg afneemt. Vooral tijdens de avondspits kan dit leiden tot extra files en een verhoogde kans op ongevallen, doordat automobilisten, fietsers en voetgangers in de schemering en het donker minder goed zichtbaar zijn. Onderzoek toont aan dat de beperkte zichtbaarheid en de verminderde alertheid van weggebruikers in de vroege duisternis een aanzienlijke rol spelen bij het toenemen van verkeersincidenten in deze periode.

De eerste dagen na de klokwijziging kunnen volgens verkeersveiligheidsexperts extra risicovol zijn. Weggebruikers ervaren een verstoring van hun bioritme, wat vermoeidheid kan veroorzaken, vooral bij ouderen en mensen met een vast slaapritme. Deze vermoeidheid leidt tot een tragere reactietijd en verminderde alertheid, factoren die van cruciaal belang zijn bij het besturen van een voertuig. “Het is in de eerste week na de tijdswisseling duidelijk dat mensen zich moeten aanpassen aan de nieuwe omstandigheden,” stelt een veiligheidsexpert. “Vooral in het donker en bij slecht weer is extra voorzichtigheid geboden.”

wintertijd

De gevolgen van de wintertijd zijn ook merkbaar in het openbaar vervoer, waar reizigers meer wachttijden en vertragingen kunnen ervaren. De schemering en donkere omstandigheden vragen om meer voorzorgsmaatregelen, zoals snelheidsbeperkingen, vooral bij bus- en treinverkeer. De aanpassingen die hiervoor nodig zijn, zoals extra verlichting of snelheidsverlaging, leiden in de praktijk vaak tot vertragingen. Daarnaast kunnen ook weersomstandigheden, zoals regen en mist, in deze periode de zichtbaarheid verder beperken, wat de veiligheid van zowel reizigers als personeel beïnvloedt.

De invoering van de wintertijd vond zijn oorsprong in de wens om energie te besparen door meer daglicht in de ochtenduren te benutten. In de praktijk blijkt dit effect echter gering, omdat moderne huishoudens en bedrijven steeds energiezuinigere verlichting gebruiken en ook ’s avonds volop energie verbruiken. Al enkele jaren woedt er in Europa dan ook een debat over de vraag of het zomer- en wintertijd-systeem nog wel zinvol is. In 2019 stemde het Europees Parlement voor de afschaffing van het systeem, maar een definitieve beslissing laat op zich wachten. Lidstaten lijken geen consensus te kunnen bereiken over de vraag welke tijd permanent zou moeten worden ingevoerd.

Foto: © Pitane Blue – Bravo bushalte

Mobiliteitsexperts benadrukken het belang van aanpassingen in het gedrag van weggebruikers om de veiligheid te vergroten in deze periode. Fietsers en voetgangers krijgen het advies om reflecterende kleding te dragen en extra verlichting te gebruiken, zodat zij beter zichtbaar zijn voor automobilisten. Bestuurders van auto’s wordt aangeraden hun lichten tijdig aan te zetten, ook in de schemering, en hun snelheid aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Volgens experts kunnen juist deze kleine aanpassingen een groot verschil maken voor de veiligheid op de weg.

bewustwording

Daarnaast blijft men ook wijzen op het belang van bewustwording onder automobilisten: “De overgang naar de wintertijd is een feit waar we niet omheen kunnen, maar door kleine aanpassingen in ons rijgedrag en meer aandacht voor elkaar kunnen we samen zorgen voor een veiligere avondspits”. Ook roept de organisatie werkgevers op om medewerkers in de eerste week van de wintertijd wat meer flexibiliteit te bieden. Werktijden kunnen bijvoorbeeld iets worden aangepast om te voorkomen dat medewerkers direct na hun werk in de meest risicovolle uren naar huis rijden.

De discussie over de zin en noodzaak van de wintertijd en zomertijd blijft ondertussen voortduren in de Europese Unie. Hoewel er nog geen concrete besluiten zijn genomen, lijkt het erop dat de tijdsverandering in de toekomst mogelijk zal verdwijnen. Tot die tijd is het aan weggebruikers, werkgevers en vervoersorganisaties om zich bewust te blijven van de risico’s die de wintertijd met zich meebrengt.

Gent verdeeld over mobiliteitsbeleid: groeiende kritiek op wijkplannen

In Gent woedt een hevig debat over het huidige mobiliteitsbeleid, waarbij vooral de wijkmobiliteitsplannen centraal staan.

Terwijl sommige bewoners tevreden zijn met de toegenomen rust en ruimte voor fietsers en voetgangers, klinkt er aan de andere kant steeds meer kritiek. Tegenstanders wijzen op nieuwe gevaarlijke verkeerssituaties, langere reistijden en groeiende files, wat voor velen een bron van frustratie is. Daarnaast komt uit de gesprekken naar voren dat de stad volgens de critici onvoldoende luistert naar de zorgen van de inwoners, wat de polarisatie alleen maar verder in de hand werkt.

De wijkmobiliteitsplannen, ingevoerd in onder andere Oud Gentbrugge, Sint-Amandsberg en Zwijnaarde, hebben veel veranderingen gebracht. Waar fietsers en voetgangers nu meer ruimte krijgen in bepaalde straten, voelen autobestuurders zich benadeeld. Het creëren van verkeersluwe zones zorgt ervoor dat automobilisten langere omwegen moeten maken, wat tot meer verkeersdrukte leidt op de toegestane routes. Een groot deel van de bewoners die tegen de plannen zijn, benadrukken dat de plannen in de praktijk niet werken zoals bedoeld. Ze zien liever dat de stad flexibeler is en openstaat voor aanpassingen.

emotioneel

Mobiliteit is in Gent al lange tijd een emotioneel beladen thema. Inwoners voelen zich direct betrokken omdat het hen dagelijks raakt. Het is dan ook geen verrassing dat het mobiliteitsbeleid een centraal onderwerp is geworden in de aanloop naar de verkiezingen. Mathias De Clercq van Open VLD leidt de huidige coalitie, die bestaat uit Open VLD, Groen, Vooruit en CD&V. Met name Groen, vertegenwoordigd door schepenen Filip Watteeuw en Hafsa El-Bazioui, heeft het afgelopen decennium stevig ingezet op een duurzamer mobiliteitsbeleid, maar deze koers is niet zonder controverse.

Tegenstanders verwijten het stadsbestuur dat er te weinig overleg is geweest met de bewoners tijdens het uitrollen van de plannen. “Het is alsof Gent een kant op wordt geduwd zonder dat er naar de bezwaren van de inwoners wordt geluisterd,” zegt een boze buurtbewoner uit Zwijnaarde. Hij benadrukt dat er gevaarlijke situaties zijn ontstaan omdat sommige automobilisten andere, minder veilige routes kiezen om hun bestemming sneller te bereiken. “Het duurt nu twee keer zo lang om naar mijn werk te rijden, en de nieuwe routes voelen helemaal niet veilig aan.” Dergelijke geluiden worden steeds luider en dwingen het stadsbestuur tot heroverweging van enkele plannen.

Foto: Pitane Blue – fiets in Gent

Naast de mobiliteitsplannen wordt er ook geïnvesteerd in verbeterde fiets- en voetgangersinfrastructuur. Veel Gentenaars zien deze ontwikkelingen als een positieve stap richting een moderne stad die voorbereid is op de toekomst. Aan de andere kant zijn er deelgemeenten waar de geplande projecten zijn uitgesteld, wat sommigen zien als een teken van zwakke planning of politieke druk.

Toch zijn er ook veel voorstanders die erop wijzen dat de veranderingen noodzakelijk zijn voor een duurzamere toekomst. We kunnen niet blijven hangen in een auto-afhankelijke samenleving. De maatregelen die werden genomen, zijn gericht op het verbeteren van de leefbaarheid van de stad op lange termijn. We moeten vaak de ongemakken op korte termijn accepteren om op lange termijn te kunnen genieten van een groenere, veiligere stad.

discussie

De discussie over mobiliteit komt op een politiek gevoelig moment. Ook in Gent zijn de verkiezingen in aantocht, en naast mobiliteit staan betaalbaar wonen en het al dan niet besturen mét of zonder Groen centraal in de politieke debatten. De huidige coalitie heeft belangrijke vooruitgang geboekt, zoals de toezegging van de Vlaamse regering om 800 miljoen euro te investeren in de ondertunneling van grote verkeersknooppunten en nieuwe tramlijnen. De verplaatsing van de stadsring en de aanleg van de Verapazbrug zijn enkele van de grote projecten die momenteel in uitvoering zijn.

Het is duidelijk dat de toekomst van het mobiliteitsbeleid in Gent een belangrijk discussiepunt blijft, zowel onder de inwoners als in de politieke arena. Of de huidige coalitie haar koers kan aanhouden, hangt deels af van hoe goed ze kan inspelen op de zorgen van de burgers. Mathias De Clercq en zijn team zullen in de aanloop naar de verkiezingen moeten aantonen dat ze niet alleen oog hebben voor de lange termijn, maar ook luisteren naar de kortetermijnproblemen waar inwoners dagelijks mee te maken hebben. Flexibiliteit en openheid voor aanpassingen lijken essentieel te zijn om de onvrede weg te nemen.

Foto: © Pitane Blue renovatie viaduct E17 – Gentbrugge

Wanneer komt er een alternatief voor de brokkelbrug aan de E17 in Gentbrugge?

De politieke arena in Gent maakt zich op voor een spannende strijd, waarin burgemeester Mathias De Clercq zijn ambitie om een tweede termijn te verzekeren duidelijk naar voren brengt. Hij trekt de lijst Voor Gent, een nieuwe politieke beweging die een samenwerking is tussen liberalen, socialisten en onafhankelijken. Deze formatie, die geen klassiek kartel maar een echte politieke beweging wil zijn, heeft als doel de grootste partij in Gent te worden en daarmee Groen, de huidige sterke speler in het Gentse politieke landschap, te overtreffen. De beweging zal ook als één fractie zetelen in de gemeenteraad.

Voor de socialisten is Astrid De Bruycker, een prominente figuur binnen Vooruit, de kopvrouw op de lijst. Een opmerkelijke terugkeer naar de Gentse politiek is die van Freya Van den Bossche, voormalig minister en een bekende naam binnen de socialistische partij. Met deze stevige namen wil Voor Gent een krachtig alternatief bieden voor de huidige coalitie, waarin Groen een dominante rol speelt.

mogelijke coalities

Hoewel De Clercq zelf voorzichtig blijft in zijn uitspraken over mogelijke coalities na de verkiezingen, lijken zijn intenties duidelijk. Mocht hij slagen in zijn opzet, zou hij Groen kunnen buitenspel zetten en op zoek kunnen gaan naar steun bij partijen zoals N-VA en/of CD&V. Toch benadrukt De Clercq dat de inhoud voorop staat: “Voor ons telt maar één ding en dat is de inhoud. Welk verhaal is het beste voor onze stad en met wie kunnen we dat schrijven? Gent is een progressieve stad en dat moet absoluut zo blijven.”

De kans dat Groen groter wordt dan Voor Gent, wordt door velen als klein beschouwd, maar is niet onbestaande. Groen, met schepenen Filip Watteeuw en Hafsa El-Bazioui aan het roer, heeft in het verleden bewezen een sterke achterban te hebben in Gent. Hun groene en progressieve beleid, met een focus op duurzaamheid en mobiliteit, heeft veel aanhang, maar ook aanzienlijke weerstand opgeroepen bij delen van de bevolking. Deze verdeeldheid maakt de uitkomst van de verkiezingen onzeker.

Een andere opvallende nieuwkomer in het Gentse politieke landschap is Fouad Ahidar met zijn lijst FouadAhidar&TeamGent. Ahidar, een politicus die eerder vanuit het niets enkele zetels wist te behalen bij de Vlaamse en Brusselse verkiezingen, heeft nu zijn blik gericht op Gent. De lijst wordt in Gent aangevoerd door Sidi El Omari, een bekend figuur in de stad. El Omari was ooit uitgeroepen tot Strafste Gentenaar en is actief in diverse vzw’s, wat hem een breed draagvlak onder de Gentse bevolking kan opleveren. Een zetel binnenhalen lijkt voor deze nieuwe partij geen onmogelijke opdracht en zou wel eens één van de verrassingen van de verkiezingen kunnen worden.

stemplicht

Toch is het moeilijk te voorspellen of deze nieuwe partijen en bewegingen daadwerkelijk genoeg stemmen zullen krijgen om een zetel te veroveren. De afschaffing van de stemplicht maakt de uitkomst van de verkiezingen extra onzeker. Het is onduidelijk welke impact de vrijwillige opkomst zal hebben op het stemgedrag in Gent. Deze verandering kan ervoor zorgen dat sommige nieuwe partijen moeite hebben om de kiesdrempel te halen, terwijl anderen wellicht verrassen door een hogere opkomst onder hun doelgroep.

Gent: provincie Utrecht zet stap richting fietsvriendelijke toekomst tijdens Velo-city

De provincie Utrecht sluit zich als eerste provincie aan bij de City Deal Fietsen voor Iedereen.

De stad Gent was dit jaar de trotse gastheer van de prestigieuze fietsconferentie Velo-city, het vlaggenschip van de Europese Fietsersfederatie (ECF). Dit vierdaagse evenement, dat jaarlijks plaatsvindt in een andere wereldstad, verzamelt beleidsmakers, academici en industriëlen om de toekomst van de fiets te bespreken en te vormgeven. Na eerdere edities in Ljubljana en Leipzig, was het dit jaar de beurt aan Gent om meer dan 1.400 deelnemers uit meer dan 60 landen te verwelkomen.

De conferentie ging afgelopen dinsdag spectaculair van start in ’t Kuipke, een iconische locatie in Gent. Tijdens de openingsceremonie werd Gent bekroond met een internationale prijs voor zijn uitstekende fietsinfrastructuur. De jury prees de stad om zijn 500 kilometer aan kwalitatieve fietspaden en meer dan 60 fietsbruggen en tunnels, die de veiligheid van fietsers op gevaarlijke kruispunten aanzienlijk verbeteren. 

Een van de hoogtepunten van de conferentie was de aankondiging van de nieuwe Annie Vande Wielebrug, die over de Watersportbaan loopt. Deze brug, die dagelijks door 3.000 fietsers en voetgangers gebruikt zal worden, verbindt belangrijke punten in de stad en zal een grote bijdrage leveren aan de bereikbaarheid per fiets richting het station.

Foto: Gent Velo-City

De conferentie was niet alleen een podium voor Gent, maar ook voor andere steden die baanbrekend werk verrichten op het gebied van fietsvriendelijkheid. Bologna in Italië ontving een prijs voor zijn beleid om de maximumsnelheid in de meeste straten te verlagen naar 30 kilometer per uur, wat heeft geleid tot een toename van 30 procent in het fietsgebruik. Lyon in Frankrijk werd geprezen voor zijn ambitieuze plan om ervoor te zorgen dat tegen 2030 alle inwoners binnen tien minuten toegang hebben tot een goed fietspad. Quelimane in Mozambique werd erkend als de fietsstad van Afrika vanwege de aanleg van het eerste fietspad in het land en de actieve inzet van zijn fietsende burgemeester.

provincie Utrecht

Naast de focus op infrastructuur was er ook goed nieuws vanuit de provincie Utrecht. Deze Nederlandse provincie sloot zich als eerste aan bij de City Deal Fietsen voor Iedereen, een initiatief dat erop gericht is fietsen voor iedereen toegankelijk te maken. Ewoud Vink, Senior beleidsmedewerker fiets (strategie) bij Provincie Utrecht, vertegenwoordigde de provincie en werd feestelijk verwelkomd tijdens de conferentie. “Wij kijken enorm uit naar een vruchtbare samenwerking met alle partners: toegang tot een veilige fiets hebben en de vaardigheid om te kunnen fietsen!”, aldus Vink een een reactie.

Foto: Gent Velo-City

Tijdens de Velo-city conferentie in Gent werd ook een belangrijke stap gezet voor de provincie Utrecht. Utrecht heeft zich namelijk als eerste provincie aangesloten bij de City Deal Fietsen voor Iedereen. Dit initiatief heeft als doel fietsen toegankelijker te maken voor alle inwoners, ongeacht hun achtergrond of woonplaats.

De Velo-city conferentie, die voor het eerst plaatsvond in 1980, blijft een cruciale rol spelen in het stimuleren van fietsgebruik wereldwijd. Door steden een platform te bieden om best practices te delen en innovaties te presenteren, draagt de conferentie bij aan een duurzame en fietsvriendelijke toekomst. Gent heeft met deze editie laten zien dat het een voorbeeld is voor andere steden, niet alleen binnen Europa, maar wereldwijd.

Shuttel: fietsen naar werk wint terrein op openbaar vervoer

Grote organisaties maken nadrukkelijk werk van het verduurzamen van hun mobiliteit, zonder dat dit noodzakelijkerwijs tot hogere kosten hoeft te leiden.

Fiets naar het werk wordt steeds populairder en blijkt een sleutelrol te spelen in het verduurzamen van mobiliteit binnen Nederlandse bedrijven. Dit blijkt uit recent onderzoek van Shuttel, waarin een toename van 226% in het zakelijke fietsverkeer is vastgesteld. Deze explosieve groei contrasteert sterk met de populariteit van het openbaar vervoer, waar vooral het gebruik van de trein met 24% is gedaald ten opzichte van vorig jaar.

Klaas Pieter Roemeling, directeur van Shuttel, legt uit dat deze verschuiving niet alleen bijdraagt aan duurzaamheid, maar ook significante kostenbesparingen met zich meebrengt. “Grote organisaties maken duidelijk werk van het verduurzamen van hun mobiliteit, zonder dat dit noodzakelijkerwijs tot hogere kosten hoeft te leiden. Fietsen is een duurzaam alternatief dat bijdraagt aan de vitaliteit van medewerkers en tegelijk kosten bespaart,” aldus Roemeling.

De toename in het fietsgebruik is deels te danken aan stimuleringsbeleid binnen bedrijven, zoals hogere kilometervergoedingen en het aanbieden van leasefietsen. Vooral voor korte afstanden, tot ongeveer 7,5 kilometer met een gewone fiets en tot 15 kilometer met een e-bike, wordt fietsen als een efficiënt alternatief gezien. Deze maatregelen passen goed binnen een bredere trend van duurzaam en vitaal ondernemen.

“Als bedrijven medewerkers op de fiets krijgen, gebruiken deze minder vaak de auto, maar ook minder vaak andere openbaar vervoermiddelen zoals bus, tram of metro, die vooral voor kortere afstanden worden gebruikt. Dit levert een directe besparing op, aangezien de gemiddelde kosten per kilometer voor deze vervoersmiddelen ongeveer 34 eurocent bedragen,” voegt Roemeling toe. Veel bedrijven bieden een fietsvergoeding tot het maximale fiscale bedrag van 23 cent, waardoor het voor zowel de werknemer als de werkgever aantrekkelijk blijft.

“Steeds meer bedrijven zetten in op duurzaamheid en vitaliteit, zonder dat dit leidt tot hogere mobiliteitskosten. Het mooie is dat fietsen een zeer goed duurzaam alternatief biedt voor de auto, vooral voor medewerkers die minder dan 7.5 kilometer met een gewone fiets en minder dan 15 kilometer met een e-bike van hun werkplek wonen.”

Klaas Pieter Roemeling, directeur van Shuttel

Ondanks de dalende populariteit van het openbaar vervoer, vooral in de treinsector, is er wel een lichte stijging in absolute aantallen te zien. Dit suggereert dat, hoewel het aandeel afneemt, de totale mobiliteit toeneemt door flexibeler werkarrangementen en een stijging in het algemene reisvolume.

Een andere interessante ontwikkeling die uit het onderzoek naar voren komt, is de toename van thuiswerkdagen. Medewerkers structureren hun werkdag steeds flexibeler, waarbij zakelijke reizen vaak worden gecombineerd met thuiswerken. Dit illustreert een verschuiving in de manier waarop werk wordt benaderd, mede mogelijk gemaakt door fiscale regelgeving die specifieke combinaties van vergoedingen toestaat.

Shuttel, een samenwerking tussen Pon en Volkswagen Financial Services, heeft zich de afgelopen tien jaar bewezen als een toonaangevende aanbieder van geïntegreerde mobiliteitsoplossingen. Met meer dan 125 grootzakelijke klanten en 250.000 medewerkers in hun netwerk, waaronder bedrijven als de Rijksoverheid en FrieslandCampina, blijft Shuttel innovatieve oplossingen bieden die mobiliteit toegankelijker en aangenamer maken.

Van Limburg tot Texel: 25 jaar fietsknooppunten in Nederland

Iedereen kent ze wel: de witte routebordjes met groene cijfers. Niet verwonderlijk, want anno 2024 zijn er zo’n 9.500 fietsknooppunten in Nederland.

Het fietsknooppuntennetwerk in Nederland is niet meer weg te denken uit het landschap. Wat ooit begon in Belgisch Limburg in 1995, heeft zich razendsnel ontwikkeld tot een omvangrijk en ingenieus systeem dat heel Nederland beslaat. Het netwerk, dat inmiddels uit 9.500 knooppunten en 34.500 kilometer aan fietsroutes bestaat, werd in Nederland geïntroduceerd in Midden-Limburg in 1999. Dit jaar, 25 jaar later, markeert een kwart eeuw van groei en ontwikkeling van het knooppuntennetwerk in Nederland.

“Dat de uitrol van fietsknooppunten over Nederland in Hart van Limburg startte is een mooi gegeven. Er was toentertijd bij veel Nederlandse regio’s wat aarzeling, maar Gewest Midden-Limburg durfde de stap te zetten en heeft het knooppuntfietsen omarmd. En kijk eens naar het grote succes nu. Ons Routebureau Noord- en Midden-Limburg zorgt dat het netwerk er hier spik en span bij ligt – de basis voor veel tevreden fietsers. Samen met het Landelijk Fietsplatform maken we ons er sterk voor dat de fietser oneindig kan genieten van Nederland Fietsland.”

Giel Polman, directeur Limburg Marketing en Routebureau Noord- en Midden-Limburg

Het concept van fietsknooppunten biedt fietsers de mogelijkheid om hun eigen routes samen te stellen door van knooppunt naar knooppunt te fietsen. Deze aanpak heeft de fietscultuur in Nederland aanzienlijk veranderd en het fietsen als recreatieve activiteit bevorderd. Volgens onderzoek van bureau Kien in 2021 gebruikt 54% van de Nederlanders die fietsen voor plezier de knooppunten, wat neerkomt op ongeveer 6 miljoen mensen. De knooppuntennetwerken worden gewaardeerd met een gemiddeld rapportcijfer van 7,9, wat wijst op een sterke waardering onder de gebruikers.

Eric Nijland, directeur van Fietsplatform, benadrukt de blijvende inzet voor kwaliteit en ontwikkeling: “Met onze adviserende rol droegen we bij aan de totstandkoming van een indrukwekkend landsdekkend netwerk met hoge waardering en intensief gebruik door fietsers. En ook nu nog werken we in samenwerking met de regio’s aan het behoud en aan voortzetting van het succes.” Het is duidelijk dat de netwerken een belangrijk onderdeel zijn van de nationale fietsinfrastructuur, waarbij elk van de 37 regionale netwerken beheerd wordt door diverse provinciale of regionale routebureaus.

Foto: Fietsplatform

Naast de knooppuntennetwerken bestaan er ook Langeafstand Fietsroutes (LF-routes) die meer geschikt zijn voor fietsvakanties. De flexibiliteit van het systeem maakt het mogelijk om eenvoudig tussen deze twee soorten routes te wisselen, waardoor fietsers kunnen kiezen tussen dagtochten en langere reizen.

Het Nederlandse fietslandschap blijft echter evolueren. De aanleg van nieuwe paden en wegen, de uitbreiding van industrieterreinen en woonwijken, en de veranderende fietsgewoonten vragen om voortdurende aandacht om het fietsen veilig en aantrekkelijk te houden. In reactie hierop werkt Fietsplatform samen met regionale partners aan een nieuw kwaliteitskader voor de toekomst.

De viering van 25 jaar fietsknooppunten wordt dit jaar extra benadrukt met een campagne op nederlandfietsland.nl, de publiekswebsite van Fietsplatform. Fietsers worden aangemoedigd om hun ervaringen te delen, en er zijn speciale evenementen en prijzen, zoals een nachtje weg in Midden-Limburg en een speciale 25 km lange route ter ere van het jubileum.

Het knooppuntennetwerk is een toonbeeld van Nederlandse innovatie op het gebied van recreatieve fietsinfrastructuur en blijft een essentieel onderdeel van de nationale identiteit als fietsland. Met de voortdurende ontwikkelingen en het streven naar kwaliteitsbehoud is het netwerk klaar om nog vele jaren een sleutelrol te spelen in de Nederlandse recreatie en toerisme.

Rijkspersoneel: groen licht voor duurzamer reizen en fietsen wordt beloond

Deze nieuwe CAO weerspiegelt een modern arbeidsbeleid waarbij aandacht voor de persoonlijke situatie van werknemers, hun gezondheid en het milieu centraal staat.

Alexandra van Huffelen, staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering, heeft onlangs de nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor Rijkspersoneel ondertekend, waarmee een belangrijke stap is gezet in de verbetering van arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren. Deze overeenkomst, die loopt van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025, omvat een salarisverhoging van 8,5 procent die ingaat per 1 juni. Daarnaast wordt er €50 toegevoegd aan de schaalbedragen en het Individueel Keuzebudget (IKB) wordt verhoogd naar 16,5 procent.

In het kader van duurzaamheid hebben de partijen afgesproken om in 2025 een budget van €10 miljoen te reserveren voor het verder vormgeven van de verduurzaming van het Rijk. Dit budget zal worden ingezet om een rijksbrede visie op vervoer te ontwikkelen en om een vervolg te geven aan de pilot duurzame CAO Rijk. Hiermee wordt beoogd om de CO2-uitstoot te verminderen en duurzamere vervoersopties te promoten, zoals het gebruik van elektrische fietsen en de integratie van Mobility as a Service (MAAS) systemen.

De visie op vervoer, zoals beschreven in de CAO, omvat een herziening van het vergoedingensysteem voor zakelijk reizen, waaronder woon-werkverkeer en dienstreizen. De nadruk ligt op het stimuleren van duurzame vervoersvormen, met aandacht voor regionale verschillen en de toegankelijkheid van werklocaties.

De nieuwe CAO Rijk, die loopt van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025, introduceert een aantal belangrijke wijzigingen en verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden van rijksambtenaren.

Beeld: Martijn Beekman – Alexandra van Huffelen.

“Een heugelijk moment toen ik vanochtend het akkoord over de nieuwe CAO Rijk heb ondertekend! Per 1 juni wordt het salaris met 8.5 procent verhoogd, er wordt een bedrag van €50 euro toegevoegd aan de schaalbedragen en het Individueel Keuzebudget (IKB) wordt verhoogd naar 16.5 procent.”

Alexandra van Huffelen – Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering

Verder is er een interessante vooruitgang in de vergoedingen voor fietsgebruik. Met ingang van 1 oktober 2024 wordt de kilometervergoeding voor het fietsen verhoogd van €0,07 naar €0,21. Dit geldt voor zowel woon-werkverkeer als dienstreizen die per fiets worden afgelegd. Dit benadrukt de inzet van de overheid om gezond en milieuvriendelijk vervoer onder haar werknemers aan te moedigen. Tenslotte wordt de leasefietsregeling, die in 2020 als pilot werd geïntroduceerd, per 1 januari 2025 rijksbreed voortgezet. 

opvallende aanpassingen

Naast vervoer biedt de CAO vanaf 2025 een nieuwe faciliteit waarbij werknemers maximaal €2000 per jaar van hun IKB kunnen inzetten voor de aflossing van hun studieschuld. Deze maatregel is vooral relevant gezien de toenemende zorgen over studiefinanciering en de financiële lasten van jonge werknemers. Verder werd het volledig betaalde zorgverlof uitgebreid van 2 naar 4 weken en kan flexibel worden opgenomen. Dit biedt werknemers meer ruimte om zorgtaken op zich te nemen zonder inkomensverlies, een stap die de werk-privé balans aanzienlijk verbetert.

EU: groen licht voor fietsrevolutie zet trappers in beweging

De Europese Unie heeft een belangrijke stap gezet om de uitstoot van het vervoer te verminderen door de Europese Verklaring over Fietsen aan te nemen.

Dit initiatief, dat deel uitmaakt van de inspanningen om duurzame, toegankelijke en betaalbare vervoerswijzen te bevorderen, onderstreept de toegevoegde waarde van fietsen voor de economie van de EU. Met duidelijke toezeggingen voor het creëren van veilige en samenhangende fietsnetwerken, betere verbindingen met het openbaar vervoer, en veilige parkeerplaatsen en toegang tot oplaadpunten voor e-bikes, richt de verklaring zich op het verbeteren van de infrastructuur en het aantrekkelijker maken van fietsen voor het publiek.

De omarming van fietsen als een kernonderdeel van de Europese transportstrategie werd ondertekend door Adina Vălean, de Commissaris voor Transport, samen met Karima Delli, voorzitter van de Transportcommissie van het Europees Parlement, en Georges Gilkinet, de Belgische vicepremier, in de marge van de informele Transportraad van Europa. Dit markeert een significante stap in het erkennen van de rol van fietsen in het verminderen van vervuiling, het verlichten van stedelijke congestie en het promoten van gezondere levensstijlen. Bovendien benadrukt het de centrale rol van fietsen in de Europese industrie door innovatie en groei te stimuleren en hoogwaardige lokale banen te creëren.

Georges Gilkinet, de Belgische vicepremier, verwoordde de ambitie achter deze verklaring krachtig: “De EU zet zich vandaag sterk in voor de fiets, die eindelijk wordt erkend als een essentieel onderdeel van de mobiliteitsstrategie, als een volwaardig vervoermiddel.” Zijn woorden weerspiegelen het bredere Europese streven naar een groenere, gezondere toekomst, met het ambitieuze doel om het aantal gefietste kilometers in Europa tegen 2030 te verdubbelen.

Foto: Adina Vălean – Europees Commissaris voor Transport

Adina Vălean benadrukte de veelzijdige voordelen van fietsen: “We erkennen de talrijke voordelen van fietsen: het vermindert vervuiling, verlicht stedelijke congestie en bevordert gezondere levensstijlen. Bovendien is fietsen een hoeksteen van de Europese industrie, die innovatie en groei stimuleert en tegelijkertijd hoogwaardige lokale banen creëert. Fietsen omarmen is in lijn met de industriële strategie van de EU en haar doelstellingen.”

Deze verklaring, voorgesteld door de Europese Commissie in oktober 2023 als reactie op verzoeken van het Europees Parlement en de lidstaten, dient als een gezamenlijke politieke verbintenis en een strategisch kompas voor bestaande en toekomstige beleidsmaatregelen en initiatieven gerelateerd aan fietsen. Het benadrukt de noodzaak van samenwerking op EU-, nationaal, regionaal en lokaal niveau om de kwaliteit en kwantiteit van fietsinfrastructuur in de lidstaten te verbeteren.

De voordelen van deze verschuiving naar een fietsgecentreerde mobiliteit zijn veelzijdig, waaronder een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot. Gilkinet wijst op de potentie om tot 16 miljoen ton CO2-uitstoot te vermijden door deze strategie, wat de urgentie en de milieuvoordelen van de verklaring onderstreept. Bovendien zou de bloei van een Europese fietsindustrie niet alleen bijdragen aan duurzame mobiliteit, maar ook de economie aanzienlijk versterken. Volgens Gilkinet kan deze sector potentieel zorgen voor werkgelegenheid voor een miljoen mensen, wat de economische veerkracht van de EU verder zou bevorderen.

Fotografie: Karima Delli – Melanie WENGER – © European Union 

Verkeersveiligheid: geldkraan open voor veiligere wegen

De komende periode krijgen gemeenten, provincies en waterschappen nieuwe mogelijkheden om met geld van het Rijk hun wegen veiliger te maken.

In een tijd waarin het aantal verkeersslachtoffers alarmerend stijgt, heeft de Nederlandse regering besloten om aanzienlijke financiële middelen vrij te maken in een poging om de wegen in het land veiliger te maken. Met een toewijding van 500 miljoen euro tot 2030, onder de noemer Investeringsimpuls Verkeersveiligheid, belooft dit initiatief de veiligheid op de weg aanzienlijk te verbeteren door gemeenten, provincies en waterschappen meer flexibiliteit en financiering te bieden voor noodzakelijke aanpassingen.

Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat kondigde onlangs aan dat de regels voor het verkrijgen van deze financiële steun versoepeld zullen worden. Deze verandering is met name gericht op het verhogen van het maximale bedrag dat in één keer kan worden aangevraagd, een wijziging die vooral kleinere gemeenten ten goede zal komen. Hiermee kunnen zij grootschaligere projecten aanpakken, zoals de aanleg van rotondes of fietsonderdoorgangen, die essentieel zijn voor het verhogen van de verkeersveiligheid.

De aanleiding voor deze grootschalige financiële injectie ligt in de sombere statistieken van het aantal verkeersslachtoffers. Met 745 dodelijke slachtoffers in 2022 is de noodzaak om in te grijpen duidelijker dan ooit. Onderzoek toont aan dat veel van deze ongevallen plaatsvinden binnen de bebouwde kom, een gebied waarvoor nu extra middelen beschikbaar worden gesteld om de veiligheid te vergroten.

Een ander belangrijk aspect van de aangekondigde wijzigingen is de aanpassing in de berekening van de geschatte kosten voor de uitvoering van de maatregelen. Eerder werd dit berekend op basis van het huidige prijspeil, wat niet altijd overeenkwam met de werkelijke kosten op het moment van uitvoering. Dit leidde tot financiële tekorten bij de lokale overheden. Daarom zal nu een realistischer inschatting van de kosten worden gemaakt, waardoor overheden een beter beeld krijgen van de financiële steun die zij kunnen verwachten.

Mark Harbers – VVD

“Het aantal verkeersslachtoffers is weer aan het stijgen: in 2022 ging het om 745 dodelijke slachtoffers, dat zijn meer dan twee mensen per dag. Dat is veel te veel. Uit onderzoek blijkt dat veel ongelukken gebeuren in de bebouwde kom. Daarom hebben we vanuit het Rijk geld beschikbaar om ook deze wegen veiliger te maken. Ik vind het belangrijk om te luisteren naar wat de overheden nodig hebben om dit geld zo effectief mogelijk te besteden, vandaar dat we de regels flexibeler gaan maken.”

Minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat)

Verder wordt de administratieve last voor overheden verminderd. Waar zij voorheen gedetailleerd moesten rapporteren over de uitgaven, zal de focus nu liggen op de realisatie van de maatregelen zelf. Dit betekent dat overheden die efficiënter met hun budget omgaan, hiervan direct kunnen profiteren.

De impact van deze financiële impuls wordt niet alleen op korte termijn verwacht. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) heeft geschat dat de uitvoering van alle maatregelen tot 2030 bijna 600 verkeersslachtoffers kan voorkomen. Dit onderstreept het potentieel van de investeringen om niet alleen levens te redden, maar ook economische voordelen te bieden, met een rendement van 1,5 keer de investering.

Met de aankondiging van deze vernieuwde aanpak in de financiering en uitvoering van verkeersveiligheidsmaatregelen, zet Nederland een belangrijke stap naar het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers en het verbeteren van de veiligheid op de weg voor alle gebruikers.

Dries van Agt, een leven gewijd aan politiek, passie en principes

Van Agt’s regeringsperiode viel samen met een tijd waarin Nederland geconfronteerd werd met verschillende uitdagingen op het gebied van binnenlandse veiligheid, waaronder de Molukse treinkapingen.

Dries van Agt, een markante figuur in de Nederlandse politiek, is op 93-jarige leeftijd overleden. Van Agt, bekend om zijn unieke stijl en taalgebruik, leidde Nederland als premier in een tijd van politieke onrust en maatschappelijke veranderingen. Zijn periode als minister-president van 1977 tot 1982 was er een van demonstraties, gijzelingen en een zoektocht naar nationale identiteit in een snel veranderende wereld.

Van Agt’s invloed reikte verder dan de politieke arena. Als fervent wielrenner en liefhebber van de Italiaanse cultuur bracht hij een zekere flair in de Nederlandse politiek die tot op de dag van vandaag herinnerd wordt. Maar het is vooral zijn bijdrage aan de politieke discussie over mobiliteit en verkeer die in deze context bijzonder relevant is. In zijn tijd als premier was Van Agt een voorstander van het bevorderen van openbaar vervoer en het verminderen van de afhankelijkheid van de auto in stedelijke gebieden. Zijn benadering van mobiliteitsbeleid was vooruitstrevend, met een nadruk op duurzaamheid en milieu voor een tijd waarin deze begrippen nog niet wijdverbreid waren in het politieke discours. 

gijzeling

Met het overlijden van oud-premier Dries van Agt komt ook de herinnering terug aan een van de meest tumultueuze periodes in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis, waarin Van Agt een sleutelrol speelde: de treinkaping bij De Punt in 1977. Als minister van Justitie was Van Agt politiek verantwoordelijk voor de beëindiging van deze gijzeling door Molukse separatisten, die aandacht vroegen voor hun streven naar een onafhankelijke Molukse staat. Deze actie resulteerde in de dood van zes kapers en twee gijzelaars.

De treinkaping bij De Punt is een complex en pijnlijk hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis, waarbij de acties van Van Agt en de regering destijds nog altijd onderwerp van debat en analyse zijn.

De gijzeling bij De Punt en een gelijktijdige gijzeling in een basisschool in Bovensmilde vormden het dramatische hoogtepunt van een reeks acties door Molukkers in Nederland, gericht op het verkrijgen van erkenning en ondersteuning voor hun politieke doelen. De kaping duurde bijna drie weken en eindigde met een gewelddadige bestorming door Nederlandse mariniers, bijgestaan door zes starfighters, waarbij de overige gijzelaars werden bevrijd.

“Ik heb een heel fijn leven gehad. Er is heel wat gebeurd, maar het is in ieder geval een interessant leven geweest. Ik zou eigenlijk niet zo goed weten wat ik zou overdoen als in die kans daartoe zou krijgen.”

Interview met Oud-premier Dries van Agt – Omroep GLD

Van Agt’s visie op de rol van politiek in het sturen van mobiliteit en verkeersbeleid was duidelijk. Hij zag de noodzaak van een evenwicht tussen ontwikkeling en duurzaamheid, tussen de behoefte aan mobiliteit en de bescherming van het milieu. Zijn beleid legde de basis voor de latere ontwikkelingen in Nederland op het gebied van fietsinfrastructuur en openbaar vervoer.

Zijn overtuiging dat politieke besluitvorming essentieel is voor het vormgeven van de toekomst van mobiliteit in Nederland, blijft een belangrijk onderdeel van zijn nalatenschap. Van Agt’s benadering van verkeersbeleid was er een van pragmatisme, gericht op het verbeteren van de levenskwaliteit voor alle Nederlanders. Dit deed hij door te pleiten voor beleid dat niet alleen gericht was op het heden, maar ook rekening hield met toekomstige generaties.

Na zijn politieke carrière bleef Van Agt actief in diverse maatschappelijke rollen en bleef hij zich uitspreken over verschillende onderwerpen, waaronder internationale kwesties en mensenrechten. Zijn invloed op de Nederlandse politiek en maatschappij is onmiskenbaar, maar zijn directe impact op de Nederlandse Spoorwegen als premier lijkt meer onderdeel van een algemeen regeringsbeleid dan van specifieke initiatieven of hervormingen.

In Memoriam

Oud-politiek CDA voorman Dries van Agt, op 2 februari 1931 geboren in Geldrop, is 93 jaar geworden. Hij stierf samen met zijn geliefde echtgenote Eugenie van Agt-Krekelberg. Dries van Agt werd in 1977 de eerste leider van het CDA en was daarna vijf jaar minister-president van Nederland in drie achtereenvolgende kabinetten.

Veiliger fietsen nu De Lijn de Gentse tramspoorproblematiek aanpakt

Het is een voorbeeld van hoe openbaar vervoer en fietsinfrastructuur samen kunnen evolueren voor een veiligere en efficiëntere stedelijke mobiliteit.

De Lijn, de Vlaamse vervoersmaatschappij, neemt voortvarende stappen om de fietsveiligheid rond tramsporen in Gent te verbeteren. Dit initiatief is onderdeel van een breder project om de interactie tussen fietsers en trams veiliger te maken. Het project omvat het testen van diverse methodes en materialen, zoals opvulmiddelen voor railgroeven, het opruwen van gladde oppervlakken bij tramwissels en het onderzoeken van voegmiddelen voor de zone tussen spoor en wegdek.

Deze acties volgen op een vraag van Lydia Peeters, de Vlaamse minister van Mobiliteit, en worden uitgevoerd in samenwerking met UGent en de Fietsersbond. De focus ligt op het vinden van duurzame oplossingen die de veiligheid van fietsers bij het kruisen van tramsporen verhogen. Zo zijn er plannen om een opvulmiddel in de groef van de rails aan te brengen, wat voorkomt dat fietsers vast komen te zitten. 

duurzaam

Een belangrijke focus ligt op het opvullen van de gleuf van de rails met een duurzaam materiaal. Dit voorkomt dat fietswielen vast komen te zitten in de groef, wat vaak tot valpartijen leidt. Begin oktober 2022 werd dit opvulmiddel getest bij de stelplaats in Gentbrugge, in samenwerking met de Reizigersbond en de Fietsersbond. De eerste resultaten waren positief, waarna De Lijn samen met externe partners het materiaal verder ontwikkelde en testte, ook onder zware omstandigheden zoals winterweer.

Naast het testen van materialen, voert De Lijn ook infrastructurele aanpassingen uit. Dit omvat wegdekherstellingen en -vernieuwingen, het verwijderen van overbodige wissels, en het herstellen van bochtzones. Specifieke locaties zoals de Kortrijksepoortstraat, Nederkouter, en Ledebergstraat zijn reeds aangepakt.

Dit initiatief komt voort uit de groeiende behoefte aan verbeterde fietsveiligheid in stedelijke gebieden waar trams een centrale rol spelen in het openbaar vervoer.

Foto: Pitane Blue – uitkijken met de fiets in de spaghetti van tramsporen

De Lijn werkt samen met academische instellingen zoals de UGent en maatschappelijke organisaties zoals de Fietsersbond aan dit project

Bovendien werkt De Lijn aan een innovatief onderzoekstraject in samenwerking met VLAIO om nieuwe oplossingen te ontwikkelen. Het project, dat zowel private ondernemingen als academische partners betrekt, richt zich op de ontwikkeling van nieuwe materialen die de interactie tussen tramsporen en fietsers verbeteren.

“Al geruime tijd is De Lijn bezig met het onderzoeken en testen van nieuwe innovatieve methodes om de fietsveiligheid langs tramsporen te verhogen. Zo wordt er geëxperimenteerd met vulmiddelen voor de railgroef en de ruimte tussen de rails en het wegdek en het opruwen van gladde oppervlakken van tramwissels. Daarnaast worden er ook infrastructurele ingrepen uitgevoerd. We blijven alvast zoeken naar een duurzame en structurele oplossing die het veiliger moet maken voor fietsers om de tramsporen te kruisen.”

Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit:

Deze inspanningen maken deel uit van een bredere aanpak, waarbij ook infrastructurele ingrepen worden uitgevoerd, zoals het verwijderen van overbodige wissels, wegdekvernieuwingen en het herstellen van bochtzones. Dergelijke maatregelen moeten bijdragen aan een veiligere fietsomgeving in Gent en mogelijk ook in andere steden waar trams rijden.

over De Lijn

De Lijn is het Vlaamse overheidsbedrijf dat zorgt voor openbaar vervoer met bus en tram in Vlaanderen. Ongeveer 3,5 miljoen mensen maken jaarlijks een of meerdere keren gebruik van de diensten van De Lijn. Voor haar werking krijgt de vervoermaatschappij een dotatie van het Vlaams Gewest, de belangrijkste aandeelhouder. De verkoop van vervoerbewijzen is de tweede inkomstenbron.

Het net van De Lijn telt ongeveer 1 000 lijnen en 36 000 haltes. Alles samen rijden de bussen en trams per jaar circa 11 miljoen ritten. De eigen vloot telt 2 250 bussen en 400 trams. De privéfirma’s die rijden in opdracht van De Lijn hebben zelf ook bussen. Zij nemen de helft van de buskilometers voor hun rekening.

Met bijna 8 000 werknemers is De Lijn een van de grootste werkgevers van het land. Bij de privé-exploitanten werken nog eens meer dan 2 000 mensen. Als hoofdaandeelhouder van deelfietsen Blue-bike promoot en ondersteunt De Lijn combimobiliteit. Hierbij kunnen reizigers voor het laatste stuk van hun verplaatsing een bus- of tramrit combineren met een deelfiets.

Geef je oude fiets een nieuw leven want “Da’s zo gefietst”.

Nederland zet zich in voor meer fietsen voor kinderen uit gezinnen met financiële uitdagingen.

De campagne “Da’s zo gefietst”, die Nederlanders oproept om niet meer gebruikte kinderfietsen te doneren, is een samenwerkingsverband tussen diverse belangrijke organisaties en overheidsinstellingen, elk met hun unieke bijdrage aan dit maatschappelijk belangrijke initiatief.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat heeft het initiatief genomen door de eerste kinderfiets te doneren aan de ANWB, als onderdeel van de kerstspecial van de campagne “Da’s zo gefietst”. Samen met ANWB Kinderfietsenplan en Stichting Leergeld, roept het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Nederlanders op om hun niet meer gebruikte kinderfietsen te doneren. Deze fietsen worden opgeknapt en beschikbaar gesteld aan kinderen uit minderbedeelde gezinnen.

“We willen dat zoveel mogelijk mensen gaan fietsen, ook de mensen die dat nu niet kunnen betalen. Op jonge leeftijd toegang hebben tot een fiets zorgt ervoor dat je kan meedoen. Het vergroot de zelfstandigheid en is goed voor de gezondheid. Met deze kerstactie willen we zoveel mogelijk fietsen inzamelen voor kinderen in Nederland. Een mooie gedachte deze maand: dat je fiets een nieuw leven krijgt bij een kind die dat goed kan gebruiken.”

Vivianne Heijnen (staatssecretaris IenW)

In Nederland, met een bevolking waarvan 20% boven de 6 jaar oud zelden of nooit fietst, en waar 1 op de 10 mensen geen fiets bezit, bestaat er een discrepantie in fietsbezit. Met 23 miljoen fietsen in het land, waarvan een aanzienlijk deel ongebruikt blijft, is het opmerkelijk dat er in elke schoolklas gemiddeld twee kinderen zijn zonder fiets. Het ANWB Kinderfietsenplan, in samenwerking met gemeenten en Stichting Leergeld, biedt een oplossing door deze ongebruikte fietsen een nieuw leven te geven.

Foto: IenW – kerstspecial van de campagne “Da’s zo gefietst”.

Staatssecretaris Heijnen benadrukt het belang van fietsen voor de ontwikkeling en gezondheid van kinderen en ziet deze kerstactie als een kans om zoveel mogelijk kinderen van fietsen te voorzien. Sébastiaan Laarman van de ANWB onderstreept het belang van fietsen voor de sociale inclusie van kinderen, en Gaby van den Biggelaar van Stichting Leergeld wijst op de impact van een fiets op de deelname van kinderen aan maatschappelijke activiteiten.

“De gemeente Den Haag vindt het belangrijk dat iedereen in onze stad toegang heeft tot een fiets. Fietsen is gezond, schoon en gemakkelijk. En het houdt onze stad bereikbaar. Daarom zet de gemeente zich ook de komende jaren in om meer mensen toegang te geven tot een fiets. Zo heeft de gemeente zich aangesloten bij de City Deal Fietsen voor Iedereen en heeft in Den Haag het Kinderfietsenplan, dat dit jaar voor de derde keer gehouden is.”

Arjen Kapteijns (wethouder Den Haag)

De gemeente, vertegenwoordigd door wethouder Arjen Kapteijns, heeft zich actief aangesloten bij dit initiatief. De gemeente Den Haag erkent het belang van fietsen voor de gezondheid, milieu en stedelijke mobiliteit. Met projecten als de City Deal Fietsen voor Iedereen en het Kinderfietsenplan, streeft de gemeente ernaar om de toegankelijkheid van fietsen voor alle inwoners, vooral kinderen, te vergroten.

“Ieder kind een fiets is voor de ANWB noodzakelijk, zo kunnen alle kinderen meedoen in de maatschappij. Met een fiets kunnen kinderen zelf naar school fietsen, naar vriendjes of een andere middelbare school uitkiezen. Een fiets vergroot de wereld en zorgt tegelijkertijd er ook voor dat kinderen op een jonge leeftijd leren fietsen en inzicht krijgen in verkeerssituaties,”

Sébastiaan Laarman (ANWB)

Tweet

Het ANWB Kinderfietsenplan is een initiatief van de ANWB, gericht op het verzamelen, opknappen en distribueren van gebruikte kinderfietsen. De ANWB, al lang een voorvechter van mobiliteit en verkeersveiligheid in Nederland, ziet het Kinderfietsenplan als een verlengstuk van haar missie om mobiliteit voor iedereen toegankelijk te maken.

Stichting Leergeld

Deze stichting heeft als doel het voorkomen van sociale uitsluiting van kinderen uit gezinnen met minder financiële middelen. Door samen te werken met scholen, gemeenten en sociale fondsen, biedt Stichting Leergeld ondersteuning in de vorm van onder meer schoolbenodigdheden, contributies voor sportclubs en dus ook fietsen. 

“In veel gezinnen is er geen geld voor een goede en passende kinderfiets. Door deze kerstactie hopen we als Stichting Leergeld meer kinderen uit gezinnen met geldzorgen blij te maken met een fiets. Met een fiets kunnen kinderen blijven meedoen met hun leeftijdsgenootjes en naar bijvoorbeeld de sportclub en school gaan.”, aldus Gaby van den Biggelaar (directeur-bestuurder Stichting Leergeld).

Arnhem lanceert City Deal om fietscultuur inclusiever te maken

De City Deal Fietsen voor iedereen is de 31ste deal in een serie City Deals, die zich richten op het oplossen van uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken.

In Arnhem brak op de Dag van de Stad een nieuwe fase aan in de Nederlandse fietscultuur. Het werd het startschot van de City Deal Fietsen voor Iedereen, een unieke samenwerking tussen 14 gemeenten, 6 maatschappelijke partners, 3 ministeries en 2 bedrijven. De deal, waarvoor bijna 3 miljoen euro is gereserveerd voor de komende vier jaar, heeft de ambitie om fietsen toegankelijk te maken voor mensen die zich dat nu niet kunnen veroorloven, of die nooit hebben geleerd hoe ze moeten fietsen.

Deze samenwerking vormt een integraal onderdeel van de Nederlandse visie om als fietsland nummer één in de wereld nog inclusiever te worden. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, een van de initiatiefnemers, gelooft dat de fiets een hulpmiddel is voor kansengelijkheid.

Zoveel mogelijk mensen moeten kunnen fietsen in Nederland

Staatssecretaris Vivianne Heijnen stelt: “Fietsen biedt kansen om jezelf te ontwikkelen, naar school of werk te gaan, en een sociaal netwerk op te bouwen. Ons doel is om juist in de wijken waar dit het hardst nodig is, mensen te stimuleren om te fietsen.”

Portret van staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen. – Beeld: Valerie Kuypers

Niet alleen wordt deze deal gezien als een manier om transportgelijkheid te bevorderen, maar ook als een instrument voor sociale integratie en gezondheid. Minister voor Langdurige Zorg en Sport Conny Helder legt uit dat fietsen niet alleen een vervoersmiddel is, maar ook een eenvoudige manier om dagelijkse beweging te integreren in een druk leven. “Als ik met de fiets boodschappen doe, kies ik bewust voor een supermarkt die iets verder weg ligt. Zo krijg ik mijn dagelijkse portie beweging en maak ik mijn hoofd leeg,” zegt Helder.

De partners in deze deal zijn veelzijdig en omvatten een scala aan expertise. Van de Fietsersbond en Beweegalliantie, die het maatschappelijk belang van fietsen en bewegen benadrukken, tot bedrijven als Decathlon en Heijmans die hun commerciële inzicht inzetten om fietsen bereikbaar te maken voor alle inkomensgroepen. De deelnemende gemeenten, waaronder Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, spelen een cruciale rol in de implementatie van projecten op lokaal niveau.

samenwerking

De samenwerking is een reactie op een verrassende statistiek: hoewel er meer fietsen zijn dan mensen in Nederland — een indrukwekkend aantal van 23 miljoen — heeft 12% van de Nederlanders van 6 jaar en ouder geen toegang tot een fiets. Nog opmerkelijker is dat ruim 20% nooit of zelden fietst. Deze cijfers vertalen zich in de realiteit dat in elke stedelijke basisschoolklas gemiddeld twee kinderen zitten die geen fiets hebben. Bovendien heeft één op de elf kinderen geen fietservaring.

De City Deal is veel meer dan een financiële investering; het is een engagement om al lopende succesvolle projecten op te schalen en nieuwe initiatieven te starten. De gemeente Arnhem ziet bijvoorbeeld het potentieel van de fiets om jongeren te helpen in hun ontwikkeling en volwassenen te integreren op de arbeidsmarkt. Stichting Leergeld, eveneens een partner, helpt jaarlijks zo’n 20.000 kinderen aan een fiets, vaak in samenwerking met het Kinderfietsenplan van de ANWB. Gemeenten als Maastricht en Rotterdam voegen zich daarbij door tweedehandsfietsen te verzamelen, op te knappen en tegen een lage vergoeding aan te bieden aan mensen met een klein budget.

Samenwerking met Mpact om kinderen van fietsen te voorzien

Dit project heeft een dubbel doel voor ogen dat onveranderd blijft.

Op Wielekes, een deelsysteem dat oorspronkelijk in Gent werd opgericht, heeft plannen om kinderen in heel België te voorzien van fietsen. Om dit te realiseren, gaat het de samenwerking aan met mobiliteitsorganisatie Mpact, voorheen bekend als Taxistop.

In een ambitieuze stap om kinderen in heel België van fietsen te voorzien, heeft Op Wielekes, oorspronkelijk een Gentse deelinitiatief, aangekondigd samen te gaan werken met mobiliteitsorganisatie Mpact. Op Wielekes werd in 2014 opgericht als een experiment door de Gentse vereniging de Transformisten, maar al snel kreeg het navolging.

deelpunten

Momenteel zijn er bijna 30 deelpunten verspreid over het land, met meer dan 1600 leden. Met de samenwerking met Mpact, een Belgische non-profitorganisatie met uitgebreide ervaring in diensten zoals carpoolen en autodelen, is het doel van Op Wielekes om het netwerk verder uit te breiden. Dit vertelde projectdirecteur Tjalle Groen in een interview met het weekblad Knack.

Wie inschrijft bij Op Wielekes kan in het depot kiezen uit een aanbod van degelijke kinderfietsjes. Na het tekenen van een contract neemt u de fiets mee naar huis. Wordt de fiets te klein voor uw kind, dan brengt u hem terug en krijgt u een groter model mee.

Op Wielekes kan worden omschreven als een bibliotheek, maar dan voor kinderfietsen. Het is een netwerk van deelpunten waar kinderen van twee tot twaalf jaar tegen een lidmaatschapsbijdrage een kwalitatieve fiets op maat kunnen lenen. Het initiatief dient niet alleen een sociaal doel, waarbij leden jaarlijks 20 tot 35 euro betalen (of helemaal niets als ze een fiets inleveren), maar heeft ook een ecologisch doel. Gebruikte kinderfietsen worden hersteld en krijgen een nieuw leven bij andere jonge gebruikers.

Dit project heeft een dubbel doel voor ogen dat onveranderd blijft: het voorzien van kwaliteitsfietsen aan kinderen van ouders met beperkte financiële middelen en het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie.

Met de nieuwe samenwerking hoopt Op Wielekes het bereik van hun diensten te vergroten en een groter aantal kinderen in heel België te helpen. Mpact, met hun uitgebreide expertise op het gebied van mobiliteitsdiensten, zal een waardevolle partner zijn bij het realiseren van deze ambitie. De gezamenlijke inspanningen van beide organisaties zullen naar verwachting een positieve impact hebben op de mobiliteit van kinderen, evenals op sociale inclusie en duurzaamheid in het land.