Tag archieven: minimumloon

1 juli: rijbewijs C1 nu vereist voor elektrische bestelwagens vanaf 3.500 kilo

Wat verandert er per 1 juli 2024 voor ondernemers?

Vanaf 1 juli 2024 worden ondernemers geconfronteerd met een reeks nieuwe wetten en regels die een aanzienlijke impact op hun bedrijfsvoering zullen hebben. Een van de meest ingrijpende veranderingen betreft het gebruik van elektrische bestelwagens. Voor elektrische bestelwagens die tussen de 3.500 en 4.250 kilo wegen, is vanaf die datum een rijbewijs C1 vereist. Voorheen was een rijbewijs B voldoende, maar dit gaat veranderen, waardoor bestuurders nu een vrachtwagenrijbewijs moeten behalen om deze voertuigen te mogen besturen. Deze regel gold al eerder voor niet-elektrische bestelwagens, maar wordt nu uitgebreid naar elektrische varianten.

Deze wijziging heeft grote gevolgen voor veel ondernemers, aangezien veel bestuurders van elektrische bestelauto’s momenteel geen grootrijbewijs hebben. Dit kan leiden tot extra kosten en administratieve lasten, aangezien chauffeurs nu aanvullende rijlessen en examens moeten volgen om het benodigde rijbewijs te behalen. Daarnaast zet de nieuwe regelgeving ondernemers met duurzaamheidsambities onder druk, aangezien zij mogelijk moeten overstappen op bestelwagens met een dieselmotor. Dit druist in tegen de oproepen van de regering om verder te verduurzamen en kan de verkoop van nieuwe elektrische bestelwagens aanzienlijk vertragen.

rijbewijs B

Verschillende organisaties, waaronder VNO-NCW en MKB-Nederland, hebben de Tweede Kamer al eerder opgeroepen om in te grijpen en te pleiten voor een verlenging van de gedoogregeling, zolang er geen nieuwe wetgeving is. Ondanks deze oproepen wordt de regeling zoals gepland doorgevoerd, wat voor veel ondernemers een teleurstelling betekent.

Ondernemers die vóór 1 oktober 2023 hebben geïnvesteerd in een zero-emissie bedrijfsvoertuig met een toegestane maximum massa van 3.501 tot en met 4.250 kilogram mogen deze ook na 1 juli blijven besturen met enkel rijbewijs B.

Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft na gesprekken met de Europese Commissie en in overleg met minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Openbaar Ministerie besloten de huidige gedoogsituatie onder voorwaarden met een jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt een nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) opgesteld. Het demissionaire kabinet wil hiermee voorkomen dat ondernemers met een zwaarder zero-emissie bedrijfsvoertuig tussen 1 juli 2024 en inwerkingtreding van nieuwe Europese regelgeving (de vierde rijbewijsrichtlijn) in de knel komen te zitten.

Werkgevers met meer dan 100 medewerkers moeten verplicht de CO2-uitstoot van hun mensen registeren. Dan gaat het onder meer om alle zakelijke reizen en het woon-werkverkeer. Hier moeten ze elk jaar over rapporteren, uiterlijk op 30 juni. Zorg dat uw administratie op orde is om gegevens in te dienen in 2025. U kunt (in 2025) kiezen om te rapporteren over alleen de 2e helft van 2024, of over heel 2024. Welke gegevens u nodig heeft, staat in de handreiking ‘Gegevensverzameling werkgebonden personenmobiliteit’. 

minimumloon

Op 1 januari en 1 juli vinden er altijd wijzigingen plaats op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid. Het minimumloon wordt aangepast met een stijging van 3,09 procent. Voor werknemers vanaf 21 jaar betekent dit een verhoging van 41 cent per uur, waardoor het minimumloon voor fulltime werkenden vanaf 21 jaar stijgt van 13,27 euro naar 13,68 euro per uur. Deze loonsverhoging zal resulteren in hogere loonkosten voor werkgevers, wat vooral voor kleine ondernemers een extra financiële last kan betekenen.

De extra verhoging van 1,2 procent, die bovenop de halfjaarlijkse indexatie gepland stond, gaat echter niet door. Dit komt door een tegenstem van de Eerste Kamer, waardoor de verhoging beperkt blijft tot de eerder genoemde 3,09 procent. Niet alleen werknemers, maar ook mensen met een AOW- of WW-uitkering zullen profiteren van deze verhoging. Werkgevers moeten vanaf 1 juli rekening houden met de nieuwe bedragen en ervoor zorgen dat zij hun loonadministratie tijdig aanpassen om aan de nieuwe wettelijke eisen te voldoen.

Deze reeks veranderingen zorgt ervoor dat ondernemers zich goed moeten voorbereiden en mogelijk hun bedrijfsvoering moeten aanpassen om te voldoen aan de nieuwe wet- en regelgeving. Het is raadzaam voor ondernemers om tijdig informatie in te winnen en zich te laten adviseren over de beste manieren om met deze veranderingen om te gaan, om zo onnodige kosten en complicaties te voorkomen.

Minimumloon in de vervoerssector moet naar € 16 per uur

Het verhogen van het minimumloon in sectoren zoals de vervoerssector is geen luxe, maar een noodzaak in de strijd tegen armoede.

Het demissionaire kabinet heeft haar handen vol na de zomerpauze. Met een duidelijke waarschuwing van het Centraal Planbureau (CPB) over toenemende armoede en een begroting voor 2024 die in aantocht is, zijn de zorgen groot. Ook binnen de vervoerssector ziet men een dringende noodzaak voor een verhoging van het minimumloon.

Vakbond FNV trekt terecht aan de bel. Volgens de vakbond moet het minimumloon omhoog naar € 16 per uur om de groeiende armoede in Nederland tegen te gaan. Daarnaast pleiten ze voor een verdere verhoging van de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Tuur Elzinga, voorzitter van de FNV, spreekt duidelijke taal: “Het kabinet is weliswaar demissionair, maar het mag zich hier niet achter verstoppen. Er is een grondwettelijke taak om iedereen in dit land bestaanszekerheid te bieden.”

Het CPB onderstreept de urgentie van deze boodschap door te waarschuwen dat als er geen actie wordt ondernomen door het demissionaire kabinet, de armoede in Nederland snel zal toenemen. Met bedrijven die recordwinsten noteren, ligt het gevaar op de loer dat in 2024 een miljoen mensen onder de armoedegrens leven.

De FNV heeft in het verleden al aangedrongen op een minimumloon van € 14, wat overeenkwam met 60% van het mediaan inkomen. Maar inflatie heeft deze norm achterhaald, waardoor dit bedrag nu ontoereikend is voor velen.

Het beeld van werknemers uit de sociale werkvoorziening die op het Plein in Den Haag kamperen uit protest tegen hun lage lonen is hartverscheurend. En zoals Elzinga terecht opmerkt, kan het zijn dat als er geen actie wordt ondernomen, dit niet slechts een protest is, maar een harde realiteit voor velen.

Hoewel het CPB stelt dat er enige verbetering is in de koopkracht, is het niet voldoende om de financiële tegenslagen van de afgelopen jaren te compenseren. Degenen die het hardst worden getroffen zijn de mensen met lagere inkomens en uitkeringsgerechtigden.

Hoewel het demissionaire kabinet terughoudendheid moet betrachten, wijst het CPB op het toenemende gevaar van armoede. Als er geen actie wordt ondernomen, kan armoede een realiteit worden voor 5,7% van de totale bevolking en groeit 7% van alle kinderen op in armoede.

Terwijl we uitkijken naar de details van de begroting voor 2024 en Prinsjesdag, is het duidelijk dat er actie moet worden ondernomen. Het verhogen van het minimumloon in sectoren zoals de vervoerssector is geen luxe, maar een noodzaak. Het is tijd voor het kabinet om haar grondwettelijke plicht na te komen en voor alle Nederlanders te zorgen.

Minimumloon in één keer met 10,15% omhoog

Vanwege de uitzonderlijk hoge inflatie en de gevolgen daarvan op het besteedbaar inkomen heeft het kabinet besloten om het minimumloon in één keer te verhogen.

Het kabinet wil werken lonender maken en voert voor het eerst sinds de invoering in 1969 een extra verhoging door van het minimumloon. Daardoor gaat het minimumloon op 1 januari 2023, in tegenstelling tot het eerdere voornemen, in één keer omhoog met 10,15%. De ministerraad heeft daar op voorstel van minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mee ingestemd.

Door de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon (WML) met 8,05% komt het minimumloon (samen met de reguliere halfjaarlijkse indexatie, op basis van de contractloonstijging) per 1 januari 2023 uit op €12,40 bruto per uur bij een 36-urige werkweek. Dat is een totale stijging van 10,15%. Het kabinet had eerder dit jaar al besloten om alle aan het minimumloon gekoppelde uitkeringen, zoals de AOW, bijstand en de Wajong, mee te verhogen. Hierdoor heeft de minimumloonsverhoging ook positieve gevolgen voor het inkomen van uitkeringsgerechtigden en AOW’ers.

Vanwege de uitzonderlijk hoge inflatie en de gevolgen daarvan op het besteedbaar inkomen van Nederlanders, heeft het kabinet op Prinsjesdag besloten om het minimumloon in één keer te verhogen. Dat is nodig om mensen met lagere en midden inkomens perspectief te bieden en ze weerbaarder te maken tegen (eventuele) financiële tegenslagen. Het kabinet verwacht dat er een overloopeffect zal zijn, waardoor ook werknemers met een inkomen vlak boven het minimumloon hier profijt van zullen hebben.

De aanpassing van het minimumloon kan vanwege de bijzondere omstandigheden worden geregeld via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) in plaats van een wetswijziging. Een AMvB kan sneller worden gerealiseerd en betekent ook dat alle aan het minimumloon gekoppelde uitkeringen, zoals de bijstand en de Wajong, automatisch meestijgen.

Wettelijk minimumuurloon

Het minimumloon wordt momenteel per maand vastgesteld. Daarom heeft een werknemer die 40 uur per week werkt een lager minimumuurloon dan iemand die 36 uur per week werkt. Om dit te veranderen dienden de PvdA en GroenLinks eerder een initiatiefwetsvoorstel in voor een wettelijk minimumuurloon. Dit voorstel is door het kabinet omarmd in het coalitieakkoord en recentelijk in de Tweede Kamer aangenomen. Daardoor zal er per 1 januari 2024 sprake zijn van een wettelijk minimumuurloon. Dat betekent dat het minimuurloon vanaf dat moment hetzelfde is, ongeacht de lengte van de werkweek.

Het minimumloon wordt momenteel per maand vastgesteld.

Per 1 juli ontvangen taxichauffeurs eerder geld

Slecht betalende klanten zorgen voor stress en financiële ellende.

De termijn waarop grote bedrijven de rekeningen van kleine bedrijven of ZZP’ers moeten betalen, wordt verkort van 60 naar 30 dagen. Daardoor ontvangen kleine bedrijven en taxichauffeurs eerder geld.

Debiteuren zijn je klanten en daar wil je als taxichauffeur een goede relatie mee. Maar slecht betalende klanten zorgen voor stress en financiële ellende.  Daar wil de overheid een stokje voor steken door grote crediteuren te verplichten binnen de 30 dagen hun facturen te betalen.

Op zich een goede maatregel, maar wat zijn nu grote bedrijven? Een onderneming is een groot bedrijf als minstens 2 van deze 3 punten kloppen. De onderneming heeft een balanstotaal van meer dan € 20 miljoen of een een netto-omzet van meer dan € 40 miljoen of heeft 250 werknemers of meer in dienst. De overheid moet nu ook al binnen 30 dagen betalen. Dat gaat dus ook gelden voor grote bedrijven.

De maatregel is bedoeld voor mkb-ondernemers die producten of diensten leveren aan grote bedrijven, zzp’ers die ingehuurd worden door grote bedrijven of grote bedrijven die zaken doen met mkb-ondernemers.

minimum loon

Per 1 juli krijgen ondernemers vaker te maken met nieuwe wetten en regels. Zo heeft de overheid door de hoge gasprijs in Nederland besloten de energiebelasting te verlagen. De btw op aardgas, elektriciteit en stadsverwarming gaat omlaag naar 9%. Waarschijnlijk loopt deze regeling tot en met 31 december 2022. Ook het brutobedrag van het wettelijk minimumloon stijgt op 1 juli 2022.

Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt € 1.756,20 per maand, € 405,30 per week of € 81,06 per dag. Deze maatregel zal gelden voor alle ondernemers met personeel.


Minimumloon ook noodzakelijk in leerlingenvervoer

“als de broekriem niet meer past kan je de broekriem niet meer aanhalen”

Grote personeelstekorten in het leerlingenvervoer leiden er toe dat kinderen vaak te maken krijgen met lange wachttijden of onnodig lang in de taxi zitten. SP-burgerraadslid in Amstelveen Wil Roode attendeerde onze redactie er op dat een goedkopere aanbieder niet altijd de oplossing is voor mensen met een beperking die afhankelijk zijn van vervoer. Een signaal naar gemeenten dat aanbestedingen dringend moeten herzien worden. Goedkopere taxi’s zijn de basis voor lage lonen bij chauffeurs en zoals Wil Roode op haar Twitter account laat zien “als de broekriem niet meer past kan je de broekriem niet meer aanhalen”. 

Veel bedrijven uit verschillende sectoren komen slecht aan personeel. Opvallend is dat het die sectoren zijn waar men de laatste jaren de lonen nauwelijks liet meestijgen. Die worden nu het hardst getroffen. Horeca, taxibedrijven, koerierdiensten, de bouw, de zorg, medewerkers werkzaam bij bagage afhandelaars en winkelmedewerkers in de retailsector zijn enkele voorbeelden waar het slecht gesteld is met de lonen. Steeds meer mensen op of rond het minimumloon in die sectoren kunnen nauwelijks de eindjes aan elkaar knopen en zoeken andere banen die nu met gemak te vinden zijn.

In het verleden verdienden zij net genoeg geld voor de huur, zorgverzekering en boodschappen, maar niet voldoende om onverwachte kosten als een kapotte wasmachine of het schoolreisje van de kinderen op te kunnen vangen. Deze groep is dan ook een van de eerste die de financiële gevolgen voelt van de prijsstijging in de supermarkt of bij de pomp. Dat terwijl Nederland enorm welvarend is. Dat de rijken steeds rijker worden is geen loze kreet: in 2018 ging maar liefst de helft van alle vermogensgroei naar de rijkste 1%.

“Uitzendkrachten worden vaak jarenlang rondgepompt in meest onzekere contracten, waarbij ze nooit weten wanneer ze moeten werken en hoeveel ze verdienen.”

FNV
Wil Roode – SP

“het minimumloon moet naar €14 euro.”

Sinds de jaren zeventig groeit de welvaart in ons land. Onze arbeidsproductiviteit – de hoeveelheid werk die we in een uur gedaan krijgen – is met de helft gestegen. Maar daar profiteert niet iedereen van mee. Mensen met een minimumloon hebben in de afgelopen jaren 20% aan koopkracht ingeleverd. Omdat een groot deel van de inkomsten aan huur en vaste lasten opgaat, blijft er nauwelijks geld over voor andere uitgaven, blijkt ook uit onderzoek van het Nibud.

Daarom moet het minimumloon naar €14 euro. Niet alleen werkenden gaan er dan op vooruit: ook het inkomen van mensen met een uitkering en AOW zal hierdoor stijgen, omdat die gekoppeld is aan de hoogte van het minimumloon. Daardoor gaan alle 1,3 miljoen Nederlanders die nu in armoede leven erop vooruit. Zo zorgen we er ook voor dat de kloof tussen arm en rijk niet verder groeit.

De gevolgen van een eerlijke verdeling van de welvaart reiken veel verder dan in een koopkrachtplaatje te vangen is. Een sterk ongelijke samenleving is een voedingsbodem voor verdeeldheid en populisme. Terwijl we ons juist niet tegen elkaar moeten laten opzetten: een minimumloon van €14 is belangrijk voor iederéén, ongeacht je afkomst, leeftijd of geslacht. De beweging Voor 14 laat zich niet verdelen. Zij staan schouder aan schouder met iedereen die wil strijden voor een hoger minimumloon.

Wil Roode

SP-burgerraadslid in Amstelveen Wil Roode strijdt tegen armoede en vecht voor eerlijke verdeling inkomen. Naast een intense carrière bij de Regiopolitie Amsterdam Amstelland als rechercheur en Politieonderhandelaar heb ze altijd vrijwilligerswerk gedaan en doet dit nog steeds. Opkomen voor mensen met een minimum inkomen die niet zelfredzaam zijn is haar drijfveer. In 2021 kreeg Roode het FNV Zilveren Schouderklopje. Zij kreeg de prijs als waardering voor haar inzet voor een rechtvaardige behandeling van mensen in armoede en met een bijstandsuitkering.

het minimumloon voor leerlingenvervoer moet naar €14 euro.

FNV Taxi gaat voor uurloon van 14 euro in nieuwe cao

Op 31 december aanstaande loopt de cao Taxivervoer af. Zorgvervoer- & taxichauffeurs willen een minimumloon van 14 euro in hun nieuwe cao. Om die eis kracht bij te zetten, overhandigden FNV-leden de werkgevers de voorstellen voor een nieuwe cao. In een aangetekende brief werd de branchevereniging KNV door Meindert Gorter op de hoogte gebracht. Dat deden ze bij het begin van de cao-besprekingen. Door het coronavirus zit de sector in de diepste economische crisis sinds tijden. Ondanks de onzekerheid die dat met zich meebrengt, wil FNV als vakbond dat er afspraken gemaakt worden op basis van hun visie en niet vanuit de eenzijdige agenda van loonmatiging,  meer flexibiliteit en inleveren van arbeidsvoorwaarden.

Waar het goed gaat, zet FNV in op meer zeker werk, 5% meer loon met een minimum van 14 euro voor de mensen met lage lonen, en kwaliteitsafspraken over zeggenschap en gezond je pensioen halen. FNV geeft aan dat het in sommige sectoren goed gaat en in een aantal minder goed. Daar sluiten ze uiteraard de ogen niet voor. In de getroffen sectoren zoals bijvoorbeeld de zakelijke dienstverlening, horeca, cultuur en luchtvaart houden ze bij de inzet rekening met de economische bedrijfssituatie, zonder het belang van werknemers uit het oog te verliezen. Dat betekent dat er afspraken gemaakt moeten worden waarmee de klappen van de crisis worden opgevangen en werknemers perspectief houden op goed werk en een eerlijk inkomen. 

https://youtu.be/jYPMz9FbJvo

voorstellen HNV

FNV stelt een looptijd voor van 1 jaar, van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022. Het structureel opnemen in de cao van de APC (automatische prijscompensatie) met voor 2022 een vloer van 5%. Koopkrachtbehoud en verbetering is in een cao met minimale beloning van het grootste belang om de economie gaande te houden en werknemers te compenseren voor de stijging van de kosten. Voor de looptijd van deze cao stellen zij voor naast de APC een vloer (bodem) in te stellen van 5% om de achterstand in beloning ten opzichte van andere sectoren niet verder te vergroten en ook in de toekomst een aantrekkelijke sector te zijn om in te gaan werken.

Zij stellen daarnaast voor in de komende 3 jaren de onderste 6 loontreden in het loongebouw te schrappen ten einde een start uurloon te creëren van €14,- bruto per uur. In de laagste loontreden is het niet mogelijk om een leefbaar inkomen te verdienen binnen de sector. Om ook de komende jaren werknemers te kunnen aantrekken en de werknemers een leefbaar inkomen te kunnen bieden, dienen de lonen aan de onderkant van het loongebouw, volgens FNV,  verhoogd te worden.

Lees ook: Uber en Ola Cabs moeten transparanter zijn volgens de rechter

FNV vakbond

Belastingdienst kijkt niet naar zzp- constructies taxichauffeurs

Wanneer je als consument geen kleding wil kopen afkomstig uit fabrieken in landen als Bangladesh, waar mensen werken onder zeer slechte arbeidsomstandigheden, laat je dan ook niet rondrijden door Uber. De afgelopen maanden hebben we veel ellende gezien bij ZZP’ers in de taxisector die voor Uber aan de slag waren voor de coronacrisis. 

Een herstart zit er voor voor veel chauffeurs niet meer in. Consumenten moeten massaal een halt toeroepen aan de werkwijze van Uber in Nederland door het bedrijf te negeren. Na antwoorden op vragen aan Minister Koolmees door leden van de Tweede Kamer zien we duidelijk dat ook het kabinet antwoorden ontwijkt wanneer het gaat om de werkwijze van het online boekingsplatform en de uitbuiting van Uber-chauffeurs. 

een waarschuwing vooraf

Laat ons in de eerste plaats duidelijk stellen dat veel taxichauffeurs Uber als de gedroomde uitkomst voor de problemen in de ZZP markt voor taxibedrijven zagen. Toen ik bij veel ondernemers waarschuwde over de gevolgen die op hen af kwamen keken ze me aan alsof ik van een andere planeet kwam en niet wist wat een moderne ondernemer zoekt. De consument heeft geen medelijden met de taxichauffeurs en wil zo goedkoop mogelijk van A naar B reizen, vooraf betalen en geen gedoe over tarieven.

Laat ons dat uit het Uber verhaal over houden en nu zelf aan de slag gaan. Ondanks alle waarschuwingen van vakbonden, loonbedrijven en de brancheorganisatie wisten de taxichauffeurs niet hoe snel ze voor het boekingsplatform aan de slag moesten gaan. Het leek er meer op dat de ‘oude’ sector niet wist waar het mee bezig was en dat het conservatief gedrag van de sector en branchevereniging verleden tijd was. 

in de steek gelaten

Het moderne Uber het was het nieuwe ondernemen  en elke ritopdracht was er een. Veel ritten met minimale inkomsten leverde toch iets meer op dan niets en tenslotte moet de leasewagen betaald worden. De coronacrisis deed gelukkig de ogen  opengaan van ondernemers die zich in de steek gelaten voelden door het machtige beursgenoteerde Uber. Terwijl FNV volop schreef aan het witboek over Uber,  wat de Amsterdamse wethouder van Verkeer en Vervoer Sharon Dijksma in ontvangst nam, raakten taxichauffeurs massaal in de problemen. Kamervragen volgen elkaar op en in alle landen lopen rechtszaken tegen de platform-economie die Uber heet. 

belastingdienst niet doelgericht bezig met zzp-constructies

Er is geen lijst met aangemerkte bedrijven of sectoren die mogelijk kwaadwillend optreden. De Belastingdienst doet over individuele belastingplichtigen geen uitspraak op grond van zijn geheimhoudingsplicht, dit geldt ook als het om Uber gaat. Er wordt door de Belastingdienst niet specifiek doelgroepgericht naar zzp- constructies bij taxichauffeurs gekeken. Toezicht op de loonheffingen bij taxichauffeurs vindt in het midden- en kleinbedrijf risicogericht plaats. 

Bij grote taxibedrijven vindt individuele klantbehandeling plaats, waar toezicht op de loonheffingen onderdeel van kan zijn. De uitkomsten van de beoordelingen van arbeidsrelaties voor de loonheffingen worden niet landelijk bijgehouden op het niveau van een specifiek beroep zoals taxichauffeurs.

volumebeperkende maatregelen

Minister Koolmees laat weten dat onder onafhankelijk voorzitterschap en begeleid door het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI) met gemeenten gesproken over de problemen op de taximarkt die gemeenten lokaal ervaren en de beschikbare instrumenten om daartegen op te treden. Om bijvoorbeeld problemen met betrekking tot overlast of openbare orde te voorkomen, kunnen gemeenten op grond van de Gemeentewet en de wegenverkeerswetgeving volumebeperkende maatregelen treffen, bijvoorbeeld door middel van slimme toegang. De Dienstenrichtlijn is niet van toepassing op diensten op het gebied van vervoer, zoals taxidiensten.

De inkomsten van individuele chauffeurs hangen af van veel verschillende factoren, waaronder de vraag of sprake is van loondienst of ondernemerschap. Een vorm van volumebeleid zal in beginsel geen gevolgen hebben voor de vraag naar taxivervoer, maar zal deze hooguit anders verdelen over de beschikbare taxichauffeurs. Een positief effect op het inkomen van de ene chauffeur zal in dat geval volgens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees een negatief effect betekenen op het inkomen van een andere chauffeur.

schijn van zelfstandigheid of dienstverband?

Het hoogste rechtscollege in Frankrijk ziet chauffeurs van digitale taxidienst Uber als werknemers. Het Franse Hof van Cassatie heeft in haar arrest geoordeeld dat wanneer een chauffeur contact maakt met het digitale platform van Uber, dat er sprake is van een relatie van ondergeschiktheid. De chauffeur wordt in dat geval aangemerkt als werknemer. Wat moet er dan in Nederland gebeuren om dezelfde uitspraken te doen en wat heeft Uber politiek geregeld om dit te voorkomen?

Voor zelfstandig ondernemerschap gaat op dat er een mogelijkheid moet zijn op een eigen klantenkring op te bouwen, dat er vrijheid moet zijn om eigen tarieven te bepalen en dat er vrijheid moet zijn om de voorwaarden te bepalen voor het verrichten van de diensten. Bij Uber-chauffeurs is hiervan geen sprake. Daarmee heeft dit arrest gelijkenissen met het Nederlandse stelsel en de elementen die Nederlandse rechters meewegen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. Hetzelfde geldt voor wetgeving in andere lidstaten.

geen Uber diensten buiten dienstverband

In algemene zin ervaren opdrachtgevers en hun opdrachtnemers op dit moment onvoldoende duidelijkheid in welke gevallen er sprake is van een dienstbetrekking. Het kabinet acht het van belang dat deze partijen, waaronder dus ook platformorganisaties en chauffeurs, meer duidelijkheid krijgen over de status van hun arbeidsrelatie. Daarom voert het kabinet een breed gesprek met relevante veldpartijen over de wijze waarop wordt gewerkt en in hoeverre bepaalde werkwijzen zich al dan niet lenen om buiten dienstbetrekking te werken.

uit het Uber-systeem gegooid

Op de vraag of Minister Koolmees  de mening deelt dat Uber-chauffeurs zeker moeten kunnen zijn van een fatsoenlijk inkomen, zeggenschap over hun werk(tijden) en duidelijkheid over wanneer en waarom men uit het Uber-systeem gegooid kan worden is het antwoord:

“De criteria arbeid, loon en gezag afkomstig uit het Burgerlijk Wetboek bepalen of er sprake is van een dienstbetrekking. Indien sprake is van een dienstbetrekking wordt de werknemer beschermd door het arbeidsrecht. Daarmee zijn onder andere de Wet minimumloon en de regels rondom het ontslagrecht uit het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Wanneer men als zelfstandige werkt (en er dus geen sprake is van een dienstbetrekking), kan geen aanspraak gemaakt worden op de bescherming van het arbeidsrecht.”

Lees ook: Vrij spel voor sociale uitbuiting en Uber in Antwerpen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Wouter Koolmees
Uber hoofdkantoor


Coalitiepartijen willen een minimumtarief voor zzp’er

Er komt een minimumtarief voor alle zelfstandigen in Nederland: ze mogen niet minder dan 16 euro per uur betaald krijgen. Dat meldt de NOS. Het kabinet is al langere tijd op zoek naar een manier om de groeiende groep schijnzelfstandigen te beschermen. 

Met de invoering van een soort minimumloon voor alle zelfstandigen moet dat een stap dichterbij komen. Zelfstandigen met een laag uurtarief werken vooral bij de post, in de cultuursector, tuinbouw, thuiszorg en het personenvervoer. Velen van hen verdienen zelfs minder dan een tientje per uur.

In het regeerakkoord is destijds al afgesproken dat schijnzelfstandigheid moet worden aangepakt. De coalitiepartijen wilden een minimumtarief voor zzp’ers. Dat moet 125 procent van het minimumloon worden, wat neer zou komen op een uurtarief tussen de 15 en 18 euro. Nederland telde in 2018 bijna 1,1 miljoen zzp’ers.

Of alle partijen akkoord gaan met een minimumtarief van 16 euro, is nog maar de vraag. Het bedrag ligt aan de onderkant van de bandbreedte, 15 tot 18 euro, die destijds is bepaald.