Tag archieven: netwerk

Gebrek aan inzicht: bedrijven onderschatten risico van verdwijnend 2G netwerk

Oude apparaten vormen stille tijdbom binnen organisaties, niet het netwerk maar de apparatuur is het echte probleem.

De naderende uitfasering van 2G-netwerken houdt veel organisaties bezig, maar volgens business consultant Arjen Boereboom van Wireless Logic Benelux wordt de kern van het probleem vaak verkeerd ingeschat. Bedrijven richten hun blik op de telecomproviders en de timing van het uitschakelen van netwerken, terwijl het werkelijke risico zich volgens hem op een heel andere plek bevindt: binnen de eigen organisatie.

“Organisaties die nadenken over de uitfasering van 2G stellen vaak dezelfde vragen. Wanneer stopt het netwerk? Welke provider schakelt als eerste uit? En welke technologie volgt daarna.” Het zijn vragen die volgens Boereboom begrijpelijk zijn, maar die niet raken aan waar het echt om draait. De werkelijke kwetsbaarheid zit namelijk niet in het verdwijnen van het netwerk, maar in de afhankelijkheid van apparaten die er nog gebruik van maken.

IoT-oplossingen

De telecomsector is volop in beweging. Operators maken ruimte vrij voor modernere technologieën zoals 4G, 5G en diverse nieuwe IoT-oplossingen. Tegelijkertijd kennen veel IoT-apparaten een lange levensduur. “IoT-apparaten gaan vaak tien tot vijftien jaar mee, soms zelfs langer.” Dat zorgt voor een groeiende kloof tussen infrastructuur en apparatuur. Netwerken ontwikkelen zich razendsnel, terwijl apparaten jarenlang onveranderd blijven functioneren.

Dat leidt tot een verraderlijke situatie. “Een apparaat kan technisch dus nog prima functioneren, maar toch een operationeel risico vormen.” Vooral wanneer er geen alternatief netwerk beschikbaar is, wordt die kwetsbaarheid pijnlijk zichtbaar. Apparaten die naast 4G ook nog terug kunnen vallen op 2G of 3G zijn minder gevoelig voor storingen. Maar systemen die uitsluitend afhankelijk zijn van 2G of 3G lopen een groot risico. “Zodra dat netwerk verdwijnt, is er niets om op terug te vallen. Dáár zit het echte risico.”

Volgens Boereboom begint een oplossing niet bij technologie, maar bij inzicht. Bedrijven moeten eerst exact in kaart brengen waar ze staan. “Welke apparaten gebruiken nog 2G of 3G? Welke technologieën ondersteunen ze precies? Welke module zit erin en van welke leverancier? Waar staan ze fysiek? En hoe kritisch zijn ze voor de bedrijfsvoering?” Dat laatste aspect wordt volgens hem nog vaak onderschat.

Niet elk apparaat heeft immers dezelfde impact op de organisatie. “Een koffieautomaat die uitvalt is vervelend. Maar als verkeerssystemen, gebouwbeheer of alarmknoppen in liften of andere veiligheidstoepassingen stilvallen, kunnen de gevolgen veel groter zijn.” Door deze prioriteiten helder te krijgen, ontstaat een logische volgorde in de migratieaanpak.

Voor organisaties met een groot aantal apparaten kan de overgang naar nieuwe technologieën uitgroeien tot een omvangrijk traject. “Voor organisaties met honderden of duizenden assets groeit zo’n migratie al snel uit tot een volwaardig lifecycle programma.” Dat vraagt om een strategische benadering waarbij niet alleen naar techniek wordt gekeken, maar juist naar de bredere bedrijfsvoering.

Foto: © Pitane Blue – Cabman terminal

Daarmee vat hij de uitdaging kernachtig samen. “Het grootste risico is niet dat 2G stopt. Het grootste risico is niet weten welke assets nog afhankelijk zijn van 2G.”

Boereboom benadrukt dat bedrijven hun aanpak moeten omdraaien. “Begin daarom niet bij het netwerk, maar bij de businesscase.” Daarbij spelen vragen een cruciale rol over de functie van apparaten, hun communicatiegedrag en de gewenste levensduur. Ook factoren zoals dekking, energieverbruik, latency, kosten en beheer moeten worden meegenomen voordat een keuze voor een nieuwe technologie wordt gemaakt.

uitfasering van 2G

Toch is de uitfasering van 2G volgens hem niet alleen een bedreiging. Het biedt ook kansen voor modernisering en flexibiliteit. “Zie de migratie bovendien niet alleen als kostenpost, maar ook als kans.” Nieuwe technieken zoals Remote SIM Provisioning en eSIM maken het mogelijk om flexibeler om te gaan met connectiviteit en beter in te spelen op veranderingen in de markt of regelgeving. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor beperkingen bij bepaalde technologieën. “Let wel: bij NB-IoT zijn de mogelijkheden voor eSIM en provider wissels beperkter, waardoor je vooraf extra goed moet nadenken over je SIM- en connectiviteitsstrategie.”

De grootste valkuil zit volgens Boereboom niet in het moment waarop het netwerk daadwerkelijk wordt uitgeschakeld. Het gevaar ontstaat veel eerder, namelijk wanneer organisaties onvoldoende zicht hebben op hun eigen afhankelijkheden. “Het grootste risico ontstaat dus niet op de dag dat het netwerk wordt uitgeschakeld. Het ontstaat wanneer je te laat ontdekt hoeveel apparaten nog afhankelijk zijn van legacy-connectiviteit.”

2G netwerk: eCall dreigt uit te vallen voor miljoenen auto’s

Miljoenen auto’s dreigen zonder werkend alarmsysteem te zitten door het verdwijnen van het 2G netwerk.

Het verplichte noodsysteem eCall in miljoenen auto’s dreigt binnen afzienbare tijd uit te vallen, nu het verouderde 2G-netwerk definitief wordt uitgeschakeld. Dat leidt tot grote zorgen bij de ANWB, die de noodklok luidt en waarschuwt voor ingrijpende gevolgen voor automobilisten in Nederland. Volgens de organisatie gaat het om ongeveer twee miljoen voertuigen die straks mogelijk zonder werkend noodsysteem rondrijden, terwijl eCall juist bedoeld is om levens te redden op cruciale momenten.

hulpdiensten

Het systeem, dat sinds 2018 verplicht is in alle nieuwe auto’s binnen de Europese Unie, schakelt automatisch de hulpdiensten in bij een ernstig ongeval. Daarbij wordt volgens het consumentenplatform van BNNVARA Kassa niet alleen contact gelegd met 112, maar ook direct de exacte locatie van het voertuig doorgestuurd. Dit kan van doorslaggevend belang zijn, bijvoorbeeld wanneer een auto in een afgelegen gebied terechtkomt of te water raakt en de inzittenden zelf geen alarm meer kunnen slaan.

De keuze om eCall destijds op het 2G-netwerk te laten draaien, begint nu zijn tol te eisen. Hoewel dit netwerk jarenlang betrouwbaar en goedkoop was, is het inmiddels technisch achterhaald. Providers hebben al geruime tijd aangekondigd te stoppen met 2G en 3G. Zo zal KPN per 1 december 2027 de stekker eruit trekken, terwijl VodafoneZiggo dat naar verwachting in de loop van datzelfde jaar doet. Odido heeft het 2G-netwerk zelfs al uitgeschakeld. Daarmee dreigt een groot deel van de huidige eCall-systemen simpelweg onbruikbaar te worden.

De mogelijke oplossingen zijn allesbehalve eenvoudig. Voor een groot deel van de getroffen auto’s betekent het dat het volledige eCall-systeem vervangen moet worden door een variant die werkt op 4G of 5G. Dat brengt hoge kosten en praktische problemen met zich mee. De vraag wie deze operatie moet betalen, blijft vooralsnog onbeantwoord. Daarnaast is het de vraag of garages en monteurs voldoende capaciteit hebben om dergelijke aanpassingen op grote schaal en binnen korte tijd uit te voeren.

APK-keuring

Ook de APK-keuring dreigt een struikelblok te worden. Omdat eCall onderdeel is van de verplichte controle, zouden auto’s zonder werkend systeem in theorie kunnen worden afgekeurd. Minister van Infrastructuur en Waterstaat Vincent Karremans erkent dat dit onwenselijk is. “Het is veiliger om het wel te hebben”, zegt hij, maar hij voegt daaraan toe dat auto’s hier niet op mogen worden afgekeurd. “Het kan niet zo zijn dat mensen niet meer ondersteund worden met het eCall systeem en vervolgens ook niet meer door de APK komen.” Volgens de minister moet er daarom een uitzondering komen binnen de Europese regelgeving.

Foto: © Pitane Blue – eCall systeem

RAI Vereniging roept de overheid op om de huidige APK-parameters aan te passen zodat een eCall-systeem op basis van 2G niet meer leidt tot een APK-afkeurpunt.
Consumenten met vragen over de functionaliteit van eCall in hun eigen auto worden geadviseerd om contact op te nemen met het bedrijf waar zij de auto hebben gekocht.’

De RAI Vereniging wijst erop dat autofabrikanten zich altijd aan de geldende regels hebben gehouden. “De impact van het afschakelen van het 2G-netwerk op eCall functionaliteiten is een onderwerp waarover RAI Vereniging al enkele jaren in overleg is met de Nederlandse overheid. eCall heeft toegevoegde waarde voor de verkeersveiligheid, dit is een belangrijk onderwerp voor autofabrikanten.” Tegelijkertijd benadrukt de brancheorganisatie dat de oorzaak van het probleem buiten hun invloed ligt. “eCall-systemen zijn een ketenvoorziening en afhankelijk van externe telecominfrastructuur en de beslissing om 2G en 3G-netwerken uit te faseren ligt niet bij de autofabrikanten of importeurs, maar bij de telecomproviders.”

taxibranche

Niet alleen particuliere automobilisten dreigen de dupe te worden van het verdwijnen van het 2G-netwerk, ook binnen de taxisector stapelen de problemen zich op. Daar speelt een vergelijkbare kwestie rond de Boordcomputer Taxi (BCT), die in de eerste generaties eveneens afhankelijk is van verouderde 2G-technologie voor datacommunicatie. Nu telecomproviders definitief afscheid nemen van dit netwerk, worden taxibedrijven gedwongen om versneld over te stappen op nieuwe systemen.

De BCT werd destijds ingevoerd als verplicht registratiesysteem voor ritten, werktijden en andere cruciale gegevens binnen de taxibranche. Net als bij eCall in personenauto’s, was 2G op dat moment een logische keuze vanwege de brede dekking en relatief lage kosten. Inmiddels is die keuze echter achterhaald gebleken en zorgt het uitfaseren van het netwerk voor grote praktische en financiële uitdagingen.

2G-signaal

Taxiondernemers zien zich geconfronteerd met een verplichte moderniseringsslag. Oude BCT-systemen functioneren straks simpelweg niet meer wanneer het 2G-signaal verdwijnt. Daardoor rest bedrijven weinig anders dan investeren in nieuwe apparatuur die gebruikmaakt van 4G of 5G. Voor veel ondernemers betekent dit een ingrijpende en kostbare operatie, zeker voor kleinere bedrijven met een beperkt wagenpark.

De overstap biedt tegelijkertijd ook nieuwe mogelijkheden. Moderne systemen zoals de MDT van Euphoria of de Mobitab van Neone combineren meerdere functies en zijn voorbereid op toekomstige regelgeving. Daarmee kunnen taxibedrijven niet alleen het probleem van het wegvallende netwerk oplossen, maar ook direct inspelen op de aankomende CDT-wetgeving. Deze nieuwe regels vragen om geavanceerdere en flexibelere digitale oplossingen, iets waar de oudere BCT-systemen niet op zijn ingericht.

Betalen blijft gedoe: grensoverschrijdend OV groeit hard, maar informatie blijft achter

Dagelijks rijden honderden Nederlandse bussen en treinen de grens over naar Duitsland en België, en omgekeerd.

Het internationale openbaar vervoer tussen Nederland en haar buurlanden is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Toch blijft het vinden van juiste reisinformatie en tarieven voor veel reizigers een uitdaging.

Volgens cijfers van CROW-KpVV telt Nederland in 2025 in totaal 80 ov-verbindingen over de weg of het spoor die doorlopen tot over de grens. Die verbindingen variëren van internationale hogesnelheidstreinen tot regionale bussen die slechts enkele keren per dag rijden. Ook belbussen en flexbussen maken deel uit van dit netwerk, al worden die alleen op aanvraag ingezet. Opvallend is dat een derde van alle grensverbindingen wordt verzorgd door de vervoersmaatschappijen Arriva en De Lijn. Beide bedrijven onderhouden veertien lijnen die dagelijks de grens oversteken.

grensverkeer

De ontwikkeling van nieuwe regionale treinverbindingen is volgens experts cruciaal voor het verbeteren van het grensverkeer. Zo rijdt inmiddels de RB61 vanuit Bielefeld naar Hengelo en de RE19 van Düsseldorf naar Arnhem. Deze lijnen bieden niet alleen een alternatief voor automobilisten, maar zijn ook aantrekkelijk voor reizigers die op grotere afstand onderweg zijn. De komende jaren wordt het aanbod verder uitgebreid. Naar verwachting komt er in december 2026 een nieuwe verbinding tussen Coevorden, Nordhorn, Bad Bentheim en Rheine bij. Die route biedt aansluiting op de intercity’s richting Münster en Keulen, wat het reiscomfort aanzienlijk vergroot.

Naast het regionale netwerk groeit ook het aantal internationale langeafstandstreinen. De Eurostar rijdt inmiddels vier keer per dag van Amsterdam naar Londen in ongeveer vier uur tijd. Daarnaast zijn er nachttreinen van ÖBB en NS Internationaal die reizigers dagelijks van Nederland naar Zürich, Wenen en Innsbruck brengen. Sinds mei 2023 rijdt ook de European Sleeper, een nachttrein die via Brussel en Nederland doorrijdt naar Praag. Deze treinen beschikken over reguliere zitplaatsen, maar ook over comfortabele lig- en slaapcoupés, wat het aantrekkelijk maakt voor reizigers die de auto of het vliegtuig willen vermijden.

betaalapparatuur

Voor Nederlandse reizigers is de OV-chipkaart, inclusief het moderne OVpay, nog steeds het meest gebruikte betaalmiddel in het openbaar vervoer. Deze kaart kan op een aantal grensoverschrijdende trajecten gewoon worden gebruikt, zoals Groningen–Leer, Enschede–Gronau, Arnhem–Emmerich en Heerlen–Aachen. Op deze buitenlandse stations zijn zelfs speciale OV-chipkaartzuilen geplaatst. Ook grensbussen hebben vaak al Nederlandse betaalapparatuur aan boord, omdat ze ook binnen Nederland rijden. Wanneer dat niet het geval is, kan de reiziger soms het OV-chipkaarttarief contant betalen of geldt de kaart als zichtbewijs.

Foto: © Pitane Blue – European Sleeper

Het streven van vervoersorganisaties is helder: grensoverschrijdend reizen moet net zo eenvoudig, betaalbaar en overzichtelijk worden als binnenlands reizen. Tot die tijd blijft het voor de reiziger een kwestie van goed zoeken, of het risico lopen op een duurder ticket dan nodig.

Voor buitenlandse vervoerders is de situatie minder eenduidig. Hun voertuigen zijn doorgaans niet uitgerust met Nederlandse validators. Er zijn enkele uitzonderingen, zoals de Duitse lijn SB58 tussen Nijmegen en Kleve en de Belgische lijn 42 van Breskens naar Brugge. In de meeste andere gevallen geldt echter het lokale tarief van de buitenlandse vervoerder of een speciaal overgangstarief.

Hoewel het grensoverschrijdend openbaar vervoer dus volop in beweging is, blijft volgens CROW de informatievoorziening achter. Voor vliegreizen is het voor consumenten eenvoudig om prijzen te vergelijken op verschillende websites, maar voor internationale buslijnen is dat veel lastiger. De vertrektijden en tarieven zijn vaak alleen te vinden op de website van de betreffende vervoerder of in de nationale reisplanner van dat land. Hierdoor moeten reizigers vaak al weten bij welke maatschappij ze moeten zoeken, wat het gebruik van grensbussen niet bevordert.

planningssysteem

Treinreizigers hebben het iets makkelijker: regionale treinen worden opgenomen in een Europees planningssysteem. Daardoor verschijnen ze in de reisplanners van NS Internationaal en andere Europese spoorwegmaatschappijen. Toch zijn ook hier de tarieven lang niet altijd duidelijk. Goedkopere regionale tickets bestaan wel, maar zijn niet altijd eenvoudig te vinden of te kopen. Dat maakt dat reizigers soms onnodig veel betalen voor een relatief korte rit. Sinds een aantal jaar maken ze bij CROW een poster over het internationale openbaar vervoer. Door in beeld te brengen wat er is hopen ze een bijdrage te geven aan de ontwikkeling van dit stukje collectief vervoer. 

Flixbus rijdt nu ook in Zeeland: eerste bus vertrokken vanuit Terneuzen naar Gent

De felgroene bussen van FlixBus zijn sinds deze week een opvallende nieuwkomer in het Zeeuwse straatbeeld.

Met de eerste officiële rit vanuit Terneuzen naar het Belgische Gent is een langverwachte verbinding werkelijkheid geworden. Zeeland is vanaf nu aangesloten op het internationale netwerk van FlixBus, dat reizigers goedkope en rechtstreekse verbindingen biedt naar grote steden in binnen- en buitenland. De halte bevindt zich op het busstation Westerscheldetunnel in Terneuzen, bij halte 4.

Voor veel Zeeuwen betekent deze nieuwe verbinding meer vrijheid en bereikbaarheid. Een enkele reis naar Gent kost slechts €7,49, en wie naar Amsterdam wil, kan al vanaf €14,98 mee. De busrit naar Gent duurt ongeveer 1 uur en 20 minuten. Naar Amsterdam is de reiziger bijna drie uur onderweg. Twee keer per dag vertrekt er een FlixBus vanuit Terneuzen richting de hoofdstad: om 10:55 en om 19:15 uur.

belangstelling

De belangstelling voor de eerste rit was meteen merkbaar. Een vrouw uit Terneuzen, die samen met haar dochter op de bus stond te wachten, vertelde: “Misschien gaan mijn kinderen deze lijn vaker gebruiken.” Haar dochter bevestigde dat: “Het is fijn dat we nu een directe verbinding hebben naar Gent. Dat maakt het makkelijker om familie te bezoeken.” Hun woorden onderstrepen het belang van deze nieuwe lijn voor de bewoners van Zeeland, die tot nu toe afhankelijk waren van ingewikkelde overstappen of eigen vervoer om de grens over te steken.

FlixBus speelt met de uitbreiding naar Terneuzen in op de vraag naar beter openbaar vervoer in minder goed bereikbare regio’s. Het Duitse vervoersbedrijf, dat inmiddels actief is in meer dan veertig landen en meer dan 6.800 bestemmingen aanbiedt, zet in op comfort, duurzaamheid en betaalbaarheid. De bussen zijn voorzien van gratis Wi-Fi, oplaadpunten en extra beenruimte. Reizigers kunnen bovendien kiezen om de CO2-uitstoot van hun reis te compenseren, waarmee het bedrijf inspeelt op de groeiende vraag naar milieubewuste vervoersopties.

Foto: © Pitane Blue – Flixbus – Shell – bioLNG

De uitbreiding naar Zeeland past in de bredere strategie van FlixBus om ook in landelijke gebieden meer mobiliteitsoplossingen te bieden. Het bedrijf heeft met deze nieuwe lijn niet alleen Terneuzen beter bereikbaar gemaakt, maar ook steden als Gent, Brugge, Brussel en Amsterdam dichterbij gebracht voor Zeeuwse reizigers. De dienstregeling is voorlopig beperkt tot vier dagen per week, maar afhankelijk van de belangstelling is uitbreiding mogelijk.

Met de komst van FlixBus krijgt Zeeland eindelijk aansluiting op het Europese netwerk van langeafstandsvervoer. Voor veel inwoners betekent dit een welkome aanvulling op het huidige aanbod van openbaar vervoer, dat in delen van de provincie als onvoldoende wordt ervaren. De directe en betaalbare verbindingen kunnen niet alleen bijdragen aan meer gemak, maar ook aan de economische en sociale verbondenheid met andere regio’s.

Vlaanderen: ondanks klachten en rituitval blijft vertrouwen in De Lijn toenemen

De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn heeft in 2024 een ongeziene hervorming doorgemaakt.

Terwijl het systeem bleef draaien, werden fundamentele ingrepen doorgevoerd in het netwerk, de infrastructuur en de manier waarop vervoer wordt georganiseerd. Het resultaat mag er zijn: een groei van 4,5 procent in het aantal reizigers, ondanks personeelstekorten en een verouderd voertuigenpark.

De aanleiding voor deze ingrijpende hertekening was het nieuwe mobiliteitsdecreet ‘basisbereikbaarheid’, een beleidskader dat mikt op vraaggericht vervoer in plaats van een vast lijnenstelsel. In zes van de vijftien vervoersregio’s werd het netwerk volledig hertekend, waarbij routes en dienstregelingen werden aangepast aan de werkelijke verplaatsingsnoden van de reizigers. De Lijn zette daarbij de grootste netwerkaanpassing ooit door, met een herschikking van ongeveer tien procent van de bestaande dienstregeling.

flexvervoer

Een sleutelelement in die hervorming is de introductie van ‘flexvervoer’. Deze nieuwe vorm van vervoer vervangt de oude belbussen en functioneert als een hybride systeem tussen een klassieke busdienst en een taxidienst. Gebruikers kunnen ritten op aanvraag boeken, waardoor er efficiënter en doelgerichter gereden wordt. Het systeem werd uitgerold in onder andere de Kempen, Limburg en Vlaams-Brabant, en blijkt een schot in de roos in regio’s waar de klassieke lijnbus vaak leeg bleef rijden.

Parallel aan de netwerkherziening zette De Lijn ook grote stappen in de richting van elektrificatie. In 2024 werden 124 nieuwe elektrische bussen besteld. De ambitie reikt echter verder: er liggen plannen klaar voor de aankoop van meer dan 700 bijkomende elektrische voertuigen. Om dat mogelijk te maken, werd er fors geïnvesteerd in laadinfrastructuur. In Winterslag kwamen er 60 laadpalen bij, terwijl in Mortsel de eerste klimaatneutrale stelplaats van De Lijn werd geopend met 84 laadpunten – de grootste van het land tot nu toe.

infrastructuur

Tegelijkertijd werd ook de infrastructuur ondergronds aangepakt. In Antwerpen kregen de premetrostations Sport, Elisabeth en Schijnpoort een volledige renovatie, inclusief de vernieuwing van de roltrappen. Daarmee toont De Lijn aan dat modernisering niet enkel bovengronds plaatsvindt, maar een integraal proces is.

De weg naar modernisering was echter niet zonder obstakels. Door personeelstekorten en een verouderde busvloot steeg het aantal niet-gereden ritten. De ingrijpende veranderingen leidden in januari 2024 bovendien tot een forse toename van het aantal klachten. In de eerste elf maanden van het jaar kreeg De Lijn ruim 14.000 klachten over het aanbod, tegenover 5.700 een jaar eerder.

Foto: De Lijn – 65+

Toch bleef de vervoersmaatschappij niet doof voor die kritiek. Er werden 471 aanpassingen doorgevoerd aan het netwerk om tegemoet te komen aan de feedback van reizigers. In de helft van de gevallen ging het om bijkomende ritten of verschuivingen in de dienstregeling.

Ook financieel leverde de hervorming resultaten op. De verkoop van losse tickets steeg met 7 procent, het aantal abonnementen nam met 4 procent toe en de totale vervoersontvangsten groeiden met 5,2 procent. De Vlaamse regering stelde extra investeringsmiddelen ter beschikking, waaronder een bestelling van 24,2 miljoen euro aan laadpalen bij het consortium SPIE-Ekoenergetyka.

ambities

De ambities van De Lijn reiken verder dan 2024. Tegen 2035 wil het bedrijf volledig emissievrij opereren. Daarvoor worden honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd in voertuigen en infrastructuur. Tegelijk blijft de focus liggen op het garanderen van betrouwbaarheid voor de dagelijkse reiziger. Elke ochtend moet die bus gewoon op tijd komen.

Wat De Lijn in 2024 heeft aangetoond, is dat een grootschalige modernisering mogelijk is zonder het systeem stil te leggen. Een complex samenspel van innovatie, beleid en flexibiliteit maakt het mogelijk om het openbaar vervoer van de toekomst vandaag al vorm te geven.

Geen woorden maar vrouwen: Wheels netwerk pakt podium en plek

De kern van het werk van [W]heels draait om het toegankelijker en inclusiever maken van de mobiliteitssector voor vrouwen. Het netwerk zet vol in op de verrijking van perspectieven, door andere geluiden en inzichten een podium te geven.

Opvallend veel vrouwen op één foto. Dat is wat je ziet als je de ‘Wall of [W]heelies’ bekijkt, het online visitekaartje van het vrouwennetwerk [W]heels. Wat begon met een telefoontje van Monique Verhoef aan een congresorganisator groeide in enkele jaren uit tot een stichting die niet meer weg te denken is uit de Nederlandse mobiliteitssector. Niet met grote woorden, maar met zichtbaarheid, samenwerking en een ijzersterke missie: vrouwen in de mobiliteit zichtbaar maken én verbinden.

witte mannen

De aanleiding voor de oprichting van [W]heels in 2019 was volgens medeoprichter Verhoef glashelder. Op een groot symposium zag zij acht sprekers achter elkaar passeren. Allemaal witte mannen. “Eén telefoontje en ik had acht vrouwen voor je geregeld,” reageerde ze tegen de organisator. Op de fiets naar huis besloot ze: dit moet anders. Niet langer klagen over de mannen aan tafel, maar zorgen dat vrouwen vindbaar zijn voor panels, adviesraden en bestuursfuncties.

Met Monique Monster, Chrétienne Hoek en Ananda Groag werd [W]heels opgericht: een netwerk dat vrouwelijke professionals in mobiliteit bij elkaar brengt en hun expertise centraal stelt. De naam is een woordspeling: wheels (wielen) en heels (hakken). Het draait om vrouwelijk perspectief in een wereld die te vaak nog eenzijdig is.

diversiteit

De missie van [W]heels is onmiskenbaar: meer diversiteit in mobiliteit. Of zoals het netwerk het zelf formuleert: “Wij staan voor diversiteit in mobiliteit. Wij zetten ons in voor verrijking van de perspectieven op mobiliteit, zichtbaarheid van onze vrouwen en versteviging van de banden in ons netwerk.”

Dat doet [W]heels op verschillende manieren. Via een groeiende database van vrouwelijke experts, via evenementen als Wheels on Tour, en via samenwerkingen met bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Zo was het netwerk op uitnodiging van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aanwezig bij een bijeenkomst over light electric vehicles. Vrouwelijke experts als Jacoba van Gastel en Emma van Bree deelden daar hun visie op micromobiliteit en stadslogistiek.

Ook brancheorganisaties als BOVAG ontvingen het netwerk met open armen. In Bunnik poseerden de vrouwen van [W]heels als vrouwelijke tegenhanger van de beroemde ‘Bovagmannen’-foto. Een symbolische zet die duidelijk maakte: vrouwen horen net zo goed thuis in de mobiliteitslobby.

Sinds eind januari 2025 is [W]heels formeel een stichting. Daarmee is het netwerk klaar voor een volgende fase. Partners kunnen zich nu aansluiten als ‘Vriendin van [W]heels’. Het eerste bedrijf dat dat deed, is adviesbureau &Morgen. Partner Annemieke Stoppelenburg: “Wij willen meer zijn dan alleen een bureau met vrouwen in de mobiliteit. We willen bijdragen aan de grotere beweging.” Monique Verhoef: “Als Vriendin van [W]heels ondersteun je dit netwerk zodat we alle mooie activiteiten kunnen voortzetten. [W]heels krijgt de ruimte om verder te ontwikkelen, doorbraken te forceren, op het podium te staan en het verhaal te vertellen.”

Foto: © Pitane Blue – [W]heels

Het netwerk telt inmiddels vele vrouwelijke leden uit alle hoeken van de sector: van verkeer en logistiek tot advies en technologie. Elk van hen brengt haar eigen expertise in. Tijdens bijeenkomsten wordt kennis gedeeld, maar ook herkenning gevonden. De oprichters noemen het een “feest van (h)erkenning”.

Ayse Öcal

Onlangs zagen we ook de foto Ayse Öcal aan de ‘Wall of [W]heelies’. Sinds januari 2023 werkt Ayse Öcal bij het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM), de organisatie die als spil fungeert in het verzamelen en ontsluiten van alle multimodale mobiliteitsdata in Nederland. In haar functie houdt zij zich bezig met het standaardiseren van data-uitwisseling, waardoor overheden, vervoeraanbieders en reisinformatiediensten beter en efficiënter met elkaar kunnen samenwerken. Tijdens onze gezamenlijke deelname aan de vergaderingen van de TOMP-werkgroep leerde ik haar beter kennen. Daar viel direct haar scherpte en verbindende kracht op: Öcal weet complexe materie begrijpelijk te maken, zonder het belang van uniformiteit en samenwerking uit het oog te verliezen.

Met prominente steun uit de sector – onder anderen Marga de Jager (ANWB), Miriam Hoekstra-van der Deen (Schiphol), Christel Mourik (MRDH) en Tania Rademaker (Qbuzz) zitten in de Raad van Inspiratie – heeft [W]heels zich stevig verankerd. Deze vrouwen fungeren als ambassadeurs en klankbord voor het netwerk.

concrete daden

De kracht van [W]heels zit in de eenvoud én de uitvoering. Geen eindeloze debatten over inclusie, maar concrete daden. Vrouwen zichtbaar maken, met elkaar verbinden, en hen op de plekken brengen waar beslissingen worden genomen. Het netwerk bewijst dat je met hakken op de grond ook grote stappen kunt zetten.

Met een formele stichting, sterke partners en een almaar groeiend netwerk lijkt [W]heels klaar voor de toekomst. En wie door de lijst met profielen bladert, ziet het meteen: de mobiliteitssector hoeft niet langer man-only te zijn. De vrouwen zijn er al. Je moet ze alleen willen zien.

OV-plan moet Haagse groei opvangen: Rover roept politiek op tot actie

Den Haag dreigt vast te lopen zonder een gedurfd en vooruitstrevend OV-plan.

Die dringende waarschuwing klinkt vanuit de lokale afdeling van reizigersorganisatie Rover, die haar visie “OV op weg naar 2030-2035 e.v.” heeft gepresenteerd aan de Haagse gemeenteraad. De plannen moeten niet alleen dienen als leidraad voor verbeteringen in het openbaar vervoer, maar ook als inspiratie voor de verkiezingsprogramma’s van partijen richting de gemeenteraadsverkiezingen in 2026.

Volgens Rover is een toekomstbestendig OV-netwerk essentieel om de groei van de stad op te vangen en de mobiliteit te waarborgen. De belangrijkste speerpunten uit de visie zijn hoogfrequente verbindingen naar cruciale locaties zoals het stadscentrum, Scheveningen en de internationale zone, maar ook een fijnmaziger netwerk waarin haltes binnen een straal van 500 meter bereikbaar zijn. Daarnaast wordt gepleit voor een betere sociale veiligheid, betaalbare tarieven en real-time reisinformatie.

ambitieuze plannen

De visie bevat concrete voorstellen om de vervoerscapaciteit in de regio fors te verbeteren. Eén van de meest in het oog springende plannen is het verlengen en koppelen van de Randstadraillijnen, waardoor een robuuster netwerk moet ontstaan. Daarnaast wordt de ontwikkeling van de zogenaamde Koningscorridor voorgesteld, een snelle lightrail- of metroverbinding naar Scheveningen die het kustgebied beter moet ontsluiten.

Ook moet het OV-netwerk worden uitgebreid naar zowel drukbevolkte stadswijken als gebieden met een lagere bevolkingsdichtheid. Door een combinatie van extra tramlijnen, busverbindingen en mogelijk een verdere uitbreiding van de RandstadRail wil Rover de bereikbaarheid van de stad verder verbeteren. Een ander groot voorstel is de verlenging van de bestaande E-lijn richting Scheveningen, waarmee ook nieuwe woningbouwlocaties direct worden opgenomen in het netwerk.

Arnold van der Heijden, voorzitter van Rover-Den Haag, onderstreept het belang van de plannen: “Met deze visie willen we verder kijken dan de jaarlijkse vervoersplannen. Maar het is tegelijk meer dan een plan; het is een concrete oproep tot actie.” Hij roept de politiek op om samen met Rover en andere betrokkenen te werken aan een OV-netwerk dat de stad leefbaar en bereikbaar houdt.

Niet alleen het OV-netwerk, maar ook de regels rondom fietsparkeren krijgen een update. De NS heeft aangekondigd een reeks aanpassingen door te voeren na kritiek van Rover en andere consumentenorganisaties. Belangrijke wijzigingen zijn onder meer het goedkoper maken van het stallen van fietsen met fietskratten en het verhogen van de maximale vergoeding bij fietsdiefstal.

Tot nu toe was de vergoeding bij diefstal van een reguliere fiets standaard lager dan die van een e-bike. Rover vond dit een onbegrijpelijke situatie. “Het kan toch niet zo zijn dat je een e-bike van 1250 euro bij diefstal helemaal vergoed krijgt, terwijl je voor een even dure stadsfiets slechts 750 euro terugkrijgt?” stelde de organisatie. De NS heeft daarop besloten de vergoedingen gelijk te trekken: voortaan is de maximale vergoeding voor zowel een e-bike als een reguliere fiets €1000.

fietsparkeren

Daarnaast gaat de NS haar algemene voorwaarden voor fietsparkeren aanpassen om de regels transparanter te maken. Er wordt alvast rekening gehouden met de mogelijkheid dat reizigers in de toekomst met hun bankpas kunnen in- en uitchecken bij fietsenstallingen. Ook wordt er gewerkt aan een efficiëntere benutting van de beschikbare ruimte. In sommige stallingen zal een maximale stallingsduur worden ingevoerd en Swapfietsen die te lang staan worden niet langer opgeslagen, maar direct doorgestuurd naar het bedrijf achter Swapfiets.

Consumentenorganisaties blijven echter kritisch en willen dat de regels nog verder worden verduidelijkt. Zij pleiten onder andere voor heldere richtlijnen over welke tarieven gelden voor brommers en snorfietsen, en hoe wordt omgegaan met buitenmodelfietsen – fietsen met afwijkende afmetingen die mogelijk extra stallingskosten met zich meebrengen. “Het stallen van fietsen met fietskratten, fietstassen en kinderzitjes zou eigenlijk niet duurder mogen zijn dan het parkeren van een standaardfiets,” luidt de gezamenlijke kritiek.

1 juli: De Lijn voert grootschalige aanpassingen door in de Vlaamse Rand

De Lijn blijft zich inzetten voor een openbaarvervoernetwerk dat betrouwbaar, efficiënt en klantgericht is.

Vanaf 1 juli 2024 voert De Lijn een reeks aanpassingen door in het openbaar vervoernetwerk in de Vlaamse Rand, met een specifieke focus op de regio’s Wemmel en Asse. Deze veranderingen zijn het resultaat van intensieve feedback van reizigers en stakeholders en hebben tot doel het openbaar vervoer efficiënter en betrouwbaarder te maken.

De kern van de aanpassingen draait om vernieuwde buslijnen en verbeterde frequenties. De Lijn heeft zich ten doel gesteld om een betrouwbaar en vraaggericht vervoersaanbod te bieden, dat naadloos aansluit op de behoeften van de reizigers. Dit betekent dat de reacties van klanten en stakeholders nauwgezet worden opgevolgd, zodat de dienstverlening kan worden bijgesteld waar dat nodig en haalbaar is. Vanaf 1 juli 2024 zullen er verschillende aanpassingen worden doorgevoerd, variërend van frequentiewijzigingen en extra haltes tot aangepaste avondroutes en schoolritten.

Het openbaar vervoernetwerk van De Lijn is dynamisch en evolueert voortdurend. Samen met de partners in de vervoerregio’s blijft De Lijn werken aan oplossingen die het best tegemoetkomen aan de wensen van de reiziger. Dit proces is gebaseerd op data en meldingen van klanten, stakeholders en personeel, en houdt rekening met de beschikbaarheid van voertuigen en personeel.

De aankomende wijzigingen zijn reeds beschikbaar op de website van De Lijn, waar reizigers via een routeplanner kunnen nagaan of hun reisroute verandert en welke nieuwe verplaatsingsmogelijkheden er zijn. De nieuwe dienstregelingstabellen worden ook geplaatst bij de betrokken haltes, zodat iedereen goed geïnformeerd is over de wijzigingen.

In de regio’s Asse en Wemmel worden verschillende aanpassingen doorgevoerd om de reiservaring met het busnet te optimaliseren. Reizigers kunnen onder andere rekenen op duidelijkere reiswegen die hen sneller naar hun bestemming brengen, een verbeterde dienstregeling met frequentere busritten, en nieuwe lijnnummers en reiswegen voor sommige buslijnen.

vervoersmaatschappij De Lijn

Lijnwijzigingen in Detail

Asse

  • Lijn R14 Brussel Noord – Asse – Affligem – Aalst: Deze lijn, voorheen bekend als lijn 214, neemt nu de spitsritten over van lijn 213 tussen Brussel Noord en Asse Station. De lijn biedt frequente verbindingen met belangrijke overstapmogelijkheden in Brussel en Asse. Door deze aanpassing wordt een snellere en meer betrouwbare verbinding tussen de steden gerealiseerd, wat de reiservaring voor pendelaars en andere reizigers aanzienlijk verbetert.
  • Lijn 213 Aalst – Ternat – Asse (-Simonis): Lijn 213 behoudt zijn lijnnummer, maar rijdt niet langer via Brussel Noord. De frequentie wordt in de daluren verlaagd, maar lijn R14 zorgt voor een snelle verbinding tussen Aalst en Asse. De ochtend- en avondritten voor scholen in Aalst, Asse, Ternat en Ganshoren blijven behouden, terwijl het weekendaanbod verdwijnt. Dit betekent dat de lijn zich meer zal richten op de spitsuren en het bedienen van scholieren, terwijl reizigers in het weekend op alternatieve vervoersopties moeten vertrouwen.
  • Lijn 714 snelbus Brussel Noord – Asse – Aalst: Deze lijn, vroeger bekend als lijn 212, behoudt dezelfde reisweg, haltes en frequentie als voorheen. Dit zorgt ervoor dat reizigers die gewend zijn aan deze route geen veranderingen hoeven te verwachten, wat de continuïteit van hun dagelijkse reisplan waarborgt.

Wemmel

  • Lijn R10 UZ Brussel – Dilbeek – Anderlecht – Halle: Voorheen bekend als lijn 810, rijdt deze lijn vanaf juli ook op zondag tussen Dilbeek stelplaats en Halle Station. De bussen volgen een aangepaste reisweg in Groot-Bijgaarden en nemen de ritten van lijn 243 over tussen Zellik en Wemmel. De uitbreiding van de dienstregeling naar zondag biedt extra reisopties voor reizigers in het weekend, wat de toegankelijkheid van het openbaar vervoer in deze regio vergroot.
  • Lijn R40 Brussel Noord – Bockstael – Wemmel (- Asse): Deze lijn bundelt de vroegere lijnen 240 en 242, met een verhoogde frequentie op weekdagen en in het weekend. De helft van de ritten van lijn 242 van en naar Asse station wordt overgenomen door lijn R40. Dit verhoogt de frequentie en betrouwbaarheid van de dienst, wat gunstig is voor dagelijkse pendelaars en andere reizigers.
  • Lijn R41 Brussel Noord – Bockstael – Strombeek-Bever Drijpikkel: Voorheen bekend als lijn 241, behoudt deze lijn haar vertrouwde reisweg, maar met een verlaagde frequentie en inkorting van de amplitude. Hoewel deze veranderingen de totale beschikbaarheid verminderen, blijft de basisroute ongewijzigd voor degenen die afhankelijk zijn van deze lijn.
  • Lijn R45 Brussel Noord – Merchtem – Dendermonde: Deze lijn, vroeger bekend als lijn 245, behoudt haar reisweg, maar met een verhoogde frequentie op zaterdag en zondag en een inkorting van de amplitudes. De aansluiting met de IC-trein richting Gent aan Dendermonde station blijft behouden. Dit biedt reizigers een verbeterde connectiviteit tijdens het weekend, terwijl de aansluiting met de trein hun reisopties uitbreidt.

Lelylijn opgenomen in uitgebreide TEN-T netwerk

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verwacht dat de aanleg van de Lelylijn tussen de € 6 en 9 miljard euro zal kosten.

De ministers van Transport van de 27 lidstaten van de EU hebben besloten dat de Lelylijn wordt opgenomen in het uitgebreide TEN-T netwerk. Dat is een belangrijk besluit voor Nederland omdat Europa daarmee het belang van de Lelylijn erkent en de beoogde nieuwe spoorlijn dankzij dit besluit kans maakt op Europese subsidies.

TEN-T staat voor Trans-Europees Transport Netwerk. Wegen, spoorwegen en vaarwegen die onderdeel uitmaken van TEN-T voldoen allemaal aan bepaalde Europese standaarden waardoor wegverkeer, boten en treinen zich duurzaam en snel door Europa kunnen verplaatsen.

“Met dit besluit van de Transportraad staat de Lelylijn letterlijk op de kaart. Dat is een belangrijke en mooie stap op weg naar realisatie van de spoorlijn. Natuurlijk is er nog heel veel werk te doen, maar dit Europese besluit helpt ons daarbij en daagt ons tegelijkertijd ook uit echt werk te maken van de Lelylijn.”

Staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat)

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het kabinet € 3 miljard reserveert om op termijn met medefinanciering vanuit de regio en uit Europese fondsen de Lelylijn te kunnen aanleggen. Op dit moment wordt uitgewerkt hoe de Lelylijn kan bijdragen aan versterking van de economie, de bereikbaarheid van nieuwe woningbouwgebieden en betere internationale treinverbindingen met het noorden van Duitsland. Hoe de Lelylijn precies moet gaan lopen is nog niet besloten. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verwacht dat de aanleg van de Lelylijn tussen de € 6 en 9 miljard euro zal kosten.

TEN-T

Binnen TEN-T zijn drie type netwerken: Het TEN-T kernnetwerk, een uitgebreid- kernnetwerk en een uitgebreid netwerk. Het kernnetwerk moet in 2030 aan alle Europese afspraken voldoen, het uitgebreide kernnetwerk in 2040 en het uitgebreide netwerk in 2050. De Europese Transportministers zijn het er over eens dat de Lelylijn moet worden opgenomen in het uitgebreide TEN-T netwerk.

Niet alleen de Europese Transportministers hebben een stem als het over TEN-T gaat, ook het Europese Parlement beslist mee. De verwachting is daarom dat de opname van de Lelylijn op het TEN-T netwerk eind 2023 definitief zal zijn.

Vivianne Heijnen
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – foto: Pitane Blue

TOMP moet einde maken aan spaghetti van verbindingen

Voor de reiziger zal er op het eerste oog niet veel veranderen. Veel van de vernieuwingen vinden plaats op de achtergrond. Zo moet er een einde komen aan de spaghetti van verbindingen tussen de  aangesloten marktpartijen in mobiliteit. Zie de TOMP-API als een universele stekker waarbij het niet uit maakt met welke dienst je wil communiceren of bij welke partij je de ritopdracht wil boeken. In de nieuwe opzet wordt mobiliteit digitaal aangestuurd vanaf een centraal toegangspoortje.

Zo’n centraal deurtje naar de marktpartijen maakt het eenvoudiger om andere partijen of toepassingen toe te voegen aan de keten, ook wel MaaS – Mobility As A Service – genoemd. Ook is er ruimte voor branchevreemde initiatieven, zoals een verzekering op reizen of loyaliteitsprogramma’s. Ook andere diensten zoals ticketing en betaalsystemen moeten standaard zijn. Kortom één app van zoeken tot boeken en van reizen tot betalen. Met daarin de flexibiliteit om zelf te bepalen welke delen van de reis je wil uitvoeren met verschillende dienstaanbieders. Van taxi tot openbaar vervoer, van fiets tot scooter. Alles binnen handbereik.

Er is lang gewacht met de komst van een universele koppeling in de taxisector. Al 20 jaar bestaat de noodzaak om centrales te koppelen maar ieder ICT bedrijf heeft z’n eigen wiel uitgevonden. De trein is nu op volle gang met allemaal verschillende wielen. De kosten voor onderhoud van al deze systemen rijzen de pan uit.

Pitane Mobility, software bedrijf Eindhoven

Het Eindhovense software bedrijf Pitane Mobility, tevens lid van het MaaS-Lab, ziet al langer de noodzaak in van een gemeenschappelijke koppeling, maar slaagde er niet in de huidige marktpartijen te bewegen om van hun eigen ‘koppelingen’ af te stappen. Daarom nam het zelf het initiatief om binnen de bestaande API de TOMP-API toegang te integreren. In de praktijk wil dit zeggen dat andere marktpartijen kunnen communiceren met de software. Ook de eigen technologie zoals Pitane Arrive is binnenkort beschikbaar met een TOMP stekker. Op deze manier kan de app voor klanten gebruikt worden om te boeken bij verschillende bedrijven, zelfs buiten de landsgrenzen en in andere softwarepakketten die de TOMP taal ondersteunen.

Om Mobility as a Service tot een succes te maken is het belangrijk dat reizigers drempelloos kunnen reizen. Waarbij ze gebruikmaken van één app om al hun reizen te plannen boeken en betalen.

MRA-platform Smart Mobility

Pitane Mobility ziet meerwaarde van de nieuwe ‘standaardtaal’ TOMP-API en zoekt graag aansluiting met andere aanbieders van mobiliteit. Op dit ogenblik investeert het bedrijf fors in samenwerkingsverbanden door mankracht beschikbaar te stellen in ontwikkeling en testen van mobiliteitssystemen tussen marktpartijen. Het softwarebedrijf ziet winst in een eenvoudige uitwisseling van gegevens.

standaard

De TOMP-API (Transport Operator to Mobility Provider-Application Programming Interface) is een gestandaardiseerde en technische interface tussen MaaS-dienstverleners en vervoerders. Hierin spreken zij af op welke wijze ze data met elkaar delen, bijvoorbeeld over hoeveel deelauto’s of deelfietsen er beschikbaar zijn op een bepaald moment. De API is een open standaard en wordt ontwikkeld in een werkgroep met publieke en private partijen. Deelnemers worden gefaciliteerd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Lees ook: MaaS dienstverleners en vervoerders spreken TOMP

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Application Programming Interface


het nieuwe thuiswerken
voor taxibedrijven met de Pitane Mobility Webeditie

Europese vluchten met minder KLM capaciteit


Het aantal Europese bestemmingen blijft de komende maanden ongeveer 90 tot 95% vergeleken met het aanbod van vluchten voor de crisis. Een aantal bestemmingen in met name het Verenigd Koninkrijk zal tijdelijk worden opgeschort. De totale capaciteit op Europese vluchten zal worden teruggebracht van 50% naar circa 40% ten opzichte van de situatie voor COVID-19. Intercontinentaal blijft het aantal passagiersvluchten de komende maanden ongeveer 50 tot 60%. Met cargo-only vluchten erbij is dat ongeveer 65%.

Netwerkstrategie

KLM heeft gedurende de COVID-19-crisis de strategische keuze gemaakt om het aantal bestemmingen in het netwerk zoveel mogelijk te herstellen. Gezien de situatie gebeurt dat wel met minder vluchten en met kleinere toestellen. Hierdoor heeft de klant een zo groot mogelijk bestemmingenaanbod en wordt het netwerk vanaf de hub Amsterdam in stand gehouden. Daarnaast wordt een behoorlijk aantal intercontinentale bestemmingen als cargo-only vluchten aangeboden in verband met geldende reisrestricties.

Deze strategie is in de afgelopen maanden succesvol gebleken en heeft ervoor gezorgd dat KLM minder diep in het netwerk heeft gesneden dan een aantal andere luchtvaartmaatschappijen. De maanden augustus en september lieten een duidelijk herstel zien. Helaas heeft de tweede golf niet alleen in Nederland, maar in heel Europa tot nieuwe reisrestricties geleid. Daarom wordt de capaciteit de komende periode neerwaarts bijgesteld. De KLM-netwerkstrategie blijft gehandhaafd, waarbij ook nog een aantal nieuwe bestemmingen toegevoegd zullen worden. Afhankelijk van de ontwikkelingen zijn aanpassingen aan het netwerk in de komende periode mogelijk. Dit meldt KLM middels dit persbericht op hun website.

Nieuwe bestemmingen

COVID-19 maakt dat een veerkrachtig netwerk heel belangrijk is. Door het openen van nieuwe routes, wordt het wegvallen van de vraag op andere routes opgevangen. Daarnaast versterkt KLM haar marktpositie door nieuwe bestemmingen aan het netwerk toe te voegen. KLM introduceert daarom een aantal nieuwe routes:

-Op 4 januari wordt gestart met vier vluchten per week naar Riyad (Saudi-Arabië);

-Met ingang van 10 december vliegt KLM twee keer per week naar Zanzibar, met op de terugweg een stop in Dar es Salaam;

-De nieuwe luchthaven Berlijn Brandenburg wordt sinds 8 november jl. drie keer per dag verbonden met Schiphol;

-Met ingang van 29 oktober jl. voert KLM een cirkelvlucht uit om Edmonton weer aan het Canadese netwerk toe te voegen. De route is Schiphol-Calgary-Edmonton-Schiphol;

-Poznan wordt sinds 25 oktober dagelijks aangevlogen vanaf Schiphol;

-KLM vliegt sinds 24 oktober een keer per week van Schiphol naar Chengdu en van Beijing naar Schiphol.

Lees ook: Toekomst KLM onzeker nu machtsspel begon met piloten

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


taxichauffeur rekent cash af met een Tikkie


Opschaling KLM netwerk gaat nog niet door

KLM maakte onlangs op hun website bekend dat door de aangepaste reisadviezen voor een groot aantal landen naar ‘oranje’, zoals het Verenigd Koninkrijk, Spanje en delen van Frankrijk, de initieel geplande verdere opschaling van KLM’s Europese netwerk in september niet zal doorgaan. Met name de quarantaineregels in het Verenigd Koninkrijk hebben een grote impact op het netwerk van KLM. Voor de periode daarna wordt de situatie met betrekking tot reisbeperkingen zowel vanuit Nederland als ook andere landen nauwlettend gevolgd.

KLM zal deze winterdienstregeling als gevolg van COVID-19 veel minder vliegen in vergelijking met dezelfde periode in 2019. De dienstregeling voor het Europese netwerk in november is op dit moment rond de 55% van de capaciteit in 2019. KLM was op weg om haar Europese en intercontinentale netwerk langzaam en verantwoord uit te breiden, nadat het aantal bestemmingen en frequenties door de coronacrisis tot een minimum was teruggebracht. KLM wil eerst haar klanten zoveel mogelijk keuze qua bestemmingen bieden. Daarna volgt mogelijk een verhoging van het aantal frequenties en/of van de capaciteit door grotere toestellen in te zetten.

In augustus vloog KLM bijna 100% van haar Europese netwerk qua bestemmingen en 60% qua capaciteit, ten opzichte van voor de uitbraak van COVID-19. Met ingang van 25 oktober 2020 gaat KLM van start met dagelijkse vluchten naar de Poolse stad Poznan. Intercontinentaal vloog KLM 80% van de bestemmingen en 60% qua capaciteit. Op dit moment is het zo dat op 25 procent van de intercontinentale vluchten alleen vracht wordt vervoerd. Dit zorgt voor een aanzienlijk lagere stoelcapaciteit. Zodra lokale reisregels dat toelaten, zal KLM ook weer passagiers op deze vluchten gaan vervoeren.

KLM vliegt vanaf begin september wel weer twee keer per week via Seoel Incheon (Zuid-Korea) naar de Chinese stad Hangzhou. Vanaf 9 september vliegt KLM twee keer per week op Caïro. Ook Riyad wordt als nieuwe bestemming toegevoegd aan het netwerk van KLM (oorspronkelijk start was 26 september, maar staat nu gepland per 7 december). Per 29 oktober start KLM ook een cirkelvlucht op, om Edmonton weer aan het Canadese netwerk toe te voegen. De vlucht zal vertrekken naar Calgary, daarna Edmonton aandoen waarna er weer teruggevlogen wordt naar Amsterdam.

Slot waiver

Het is goed nieuws dat de Europese Commissie de verlenging van de zogenoemde ‘slot waiver’ naar de gehele winterdienstregeling heeft aangekondigd. Het stelt KLM in staat om ook tijdens de winterdienstregeling adequater in te spelen op de snel veranderende marktomstandigheden als gevolg van COVID-19. Naast de financiële impact zou het uitvoeren van minder goed gevulde vluchten vanuit duurzaamheidsperspectief ook niet wenselijk zijn.

Veiligheid blijft voorop staan

Uiteraard heeft KLM maatregelen getroffen om de vluchten zowel voor passagiers als medewerkers veilig uit te voeren. Zo zijn mondkapjes bij het instappen en tijdens de vlucht verplicht, zijn er extra hygiënemiddelen aan boord en worden de toestellen van KLM extra schoongemaakt. De lucht aan boord wordt in hoog tempo ververst met behulp van HEPA-filters.

KLM past zich uiteraard aan aan de veranderende omstandigheden, wanneer overheden in verschillende landen nieuwe maatregelen treffen.

Lees ook: Weer aanpassingen reisadvies van geel naar oranje

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


KLM gaat tijdelijk twee keer per week op Caïro vliegen

KLM zal vanaf 9 september tot en met 25 oktober twee keer per week op Caïro gaan vliegen. In 2017 voerde KLM voor het laatst passagiersvluchten naar de Egyptische hoofdstad uit. KLM is wel altijd vracht tussen Amsterdam en Caïro blijven vervoeren met full freighter-toestellen. De vluchtuitvoering naar Caïro geldt in principe eerst alleen voor de maanden september en oktober. Begin september wordt bekeken of Caïro ook tijdens de winterdienstregeling aan het bestemmingennetwerk van KLM kan worden toegevoegd. KLM is bezig haar Europese en intercontinentale netwerk langzaam en zorgvuldig uit te breiden. Daarbij wil KLM eerst haar klanten zoveel mogelijk keuze qua bestemmingen bieden. Daarna volgen mogelijk een verhoging van het aantal frequenties en/of van de capaciteit door grotere toestellen in te zetten.

De vluchten naar Caïro worden vanaf 9 september 2020 uitgevoerd met de Boeing 777-200ER. Uiteraard heeft KLM-maatregelen getroffen om de vluchten zowel voor passagiers als medewerkers veilig uit te voeren. Zo zijn mondkapjes bij het instappen en tijdens de vlucht verplicht, zijn er extra hygiënemiddelen aan boord en worden de toestellen van KLM extra schoongemaakt. De lucht aan boord wordt in hoog tempo ververst met behulp van HEPA-filters. Hiernaast past KLM zich uiteraard aan aan de veranderende omstandigheden, wanneer overheden in verschillende landen nieuwe maatregelen treffen.

Ook gaat KLM met ingang van 25 oktober 2020 van start met dagelijkse vluchten naar de Poolse stad Poznan. Het is voor KLM de vijfde bestemming in Polen, na Warschau, Krakau, Gdansk en Wroclaw. KLM is het netwerk zorgvuldig aan het opbouwen. Daarbij is ervoor gekozen om de klant eerst zoveel mogelijk keuze te bieden qua aantal bestemmingen. Daarna volgen mogelijk een verhoging van het aantal frequenties en/of van de capaciteit door grotere toestellen in te zetten. Poznan is nieuw in het KLM-netwerk. Door deze bestemming toe te voegen versterkt KLM haar positie op de Poolse markt en vangt zij het wegvallen van de vraag op andere routes in Europa op.

foto boven: beeldbank KLM

Lees ook: ANWB wil leden meer zekerheid bieden bij koop auto

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Pitane Mobility sluit unieke overeenkomst met Karhoo

Karhoo werkt iets anders dan veel van zijn rivalen zoals Uber. Het biedt gewoon een platform voor taxi bedrijven om ritprijzen aan te bieden in de app zodat gebruikers de aanbieder kunnen kiezen die bij hun behoeften past. Voor Nederland en Vlaanderen zal dit voor taxi bedrijven binnenkort gebeuren via het Pitane Mobility netwerk.

De Flit Technologies Group werd in 2016 opgericht met de overname van Karhoo die toen in financiële problemen was geraakt en haar activiteiten moest staken. Er werd een nieuw Karhoo team samengesteld en de diensten werden opnieuw opgestart in 2017, met een vernieuwd bedrijfsmodel en een nieuwe bedrijfsaanpak.

Flit Technologies Group werd vervolgens uitgebreid met een samenwerking met COMO om COMO Urban Mobility te creëren en met de overname van Yuso in 2018. De groep heeft nu meer dan 100 werknemers en meer dan 1000 klanten. Samen ondersteunen ze de groei van een betere stedelijke mobiliteitsomgeving.

Rol van Pitane Mobility en winst voor onze klanten

Met een landelijke dekking in Nederland en België en een zeer grote dekking van taxibedrijven in de grootsteden, zal de gebruiker van Pitane Mobility kunnen profiteren van deze vrij unieke  samenwerking in de komende jaren.

Via het Pitane Mobility netwerk zal Karhoo haar ritopdrachten aanbieden op de Nederlandse en Belgische markt. Denk daarbij aan vervoersuitbreidingen bij boekingen van hotelkamers en vluchten en de daarbij behorende  taxiritten van en naar de luchthaven of de uitbreiding van het vervoer vanuit elk NS station.

Karhoo werkt samen met de Franse Spoorwegen SNCF om een innovatief nieuw platform genaamd Mon Chauffeur te creëren waarmee reizigers op de hogesnelheidstreinen van de SNCF eerste en laatste kilometers kunnen boeken met een taxi of een privé huurauto

Het Eindhovense Censys BV zal de ritopdrachten koppelen aan Pitane Mobility centrales die voorzien zijn van Pitane Mobility Assist versie 10 of hoger.

Franse bank specialiseert in diensten voor mobiliteit 

Flit Technologies wordt ondersteund door RCI Bank and Services, een Franse bank gespecialiseerd in autofinanciering en diensten voor de klanten en netwerken van de Groupe Renault (Renault, Renault Samsung Motors, Dacia) wereldwijd en van de Nissan-groep (Nissan, Infiniti, Datsun) , voornamelijk in Europa, Brazilië en Zuid-Korea en via joint ventures in Rusland en India. In de afgelopen twee jaar heeft RCI Bank and Service een strategische ambitie om B2B-aanbieder van diensten in mobiliteit te worden.