Tag archieven: pilot

ILT: Geen steun voor grootschalige pilot zonder BCT in taxisector

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft deze week meer duidelijkheid gegeven over de stand van zaken Tweede Praktijktoets Centrale Database Taxi (CDT).

Daarbij werd duidelijk dat het advies van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), geuit in een brief aan de staatssecretaris, om een grootschalige pilot te starten vanaf 1 januari 2025 zonder verplichting aan een BCT, geen steun krijgt bij de adviserende partijen. De werkgroep adviseert de staatssecretaris om niet in te gaan op dit verzoek vanwege de risico’s voor de werking van het huidige systeem en de wetgeving. Het voorstel zou onder meer betekenen dat voertuigen zonder boordcomputer taxi (BCT) kunnen rijden, wat volgens de ILT niet wenselijk is. 

Volgens de werkgroep blijft de BCT essentieel voor een goed functionerend en controleerbaar systeem. Hoewel de KNV pleitte voor een pilot waarbij de BCT deels overgeslagen kan worden, achten de betrokkenen dit een onhoudbare situatie. De BCT vervult zijn functie namelijk ook zonder gebruik te maken van 2G- of G2-datacommunicatie. Een grootschalige pilot zonder deze systemen zou de betrouwbaarheid van controles ernstig ondermijnen, aldus het advies. De ILT adviseert daarom aan de staatssecretaris om vast te houden aan het huidige kader, waarbij de BCT verplicht blijft. Het besluit hierover ligt nu bij de staatssecretaris, die de uiteindelijke afweging moet maken.

“De staatssecretaris heeft die brief dus nog niet verstuurd, maar wij hebben wel een advies gegeven aan de staatssecretaris.”

Volgens KNV gaat het niet alleen om 2G maar is het essentieel dat er een gestroomlijnde vervanging van voertuigen op gang komt, waarbij nieuwe wagens direct voorbereid zijn op de CDT-technologie. De huidige situatie dwingt bedrijven echter om te blijven investeren in verouderde systemen, zoals de BCT, terwijl ze ook nieuwe technologie moeten implementeren.

privacykwesties 

Een belangrijk aandachtspunt in de voortgang van de praktijktoets zijn de privacykwesties. Bij de toets Autoriteit Persoonsgegevens (AP) werden vragen gesteld over de verwerking van data en de impact hiervan op zowel chauffeurs als passagiers. Na de toetsing werd onder meer gevraagd hoe wordt omgegaan met privacygevoelige gegevens, de bewaartermijnen en de subsidiariteit van de voorgestelde maatregelen.

De internetconsultatie is inmiddels afgerond en de antwoorden die daarop zijn geformuleerd zullen worden opgenomen in de toelichting van het besluit. Deze consultatie was een belangrijke stap in de voorbereiding van de laatste fase van het proces. De betrokkenen zijn nu bezig met het voorbereiden van de ambtelijke voorlegging, die langs de ministerraad moet en daarna naar de Raad van State gaat.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

De betrokken partijen erkennen de zorgen van de AP, maar stellen dat deze punten goed oplosbaar zijn. “De opmerkingen zijn helder, en we nemen deze serieus,” aldus een woordvoerder van de werkgroep. “De voorgestelde aanpassingen zijn haalbaar en zullen tijdig worden doorgevoerd om aan de eisen van de privacywetgeving te voldoen.” De betrokkenen hebben intern besproken hoe ze deze opmerkingen kunnen adresseren en zijn van mening dat deze punten repareerbaar zijn. “We hadden liever gehad dat ze geen opmerkingen hadden, maar we zien wel aanknopingspunten om daar goed vervolg uit te geven.”

relatief laag

De Centrale Database Taxi (CDT) praktijktoets, die oorspronkelijk eind 2024 zou eindigen, is met drie maanden verlengd tot eind maart 2025. Deze verlenging biedt de tijd om meer ICT-dienstverleners aan te sluiten op het systeem en de lopende praktijktoetsen grondig te evalueren. Het aantal voertuigen dat deelneemt aan de toets is nog beperkt, maar de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) verwacht een toename naarmate meer chauffeurs en bedrijven zich aanmelden. 

Een knelpunt in de voortgang van de praktijktoets is het lage aantal aangesloten ICT-dienstverleners. Waar aanvankelijk vijf tot zes dienstverleners verwacht werden, zijn er tot nu toe slechts twee daadwerkelijk aangesloten. De traagheid wordt volgens het ILT deels toegeschreven aan dienstverleners die meer tijd nemen om hun systemen te optimaliseren. Een belangrijke reden voor de terughoudendheid van ICT-dienstverleners is echter volgens een van de mogelijke deelnemers de extra kosten die het proces met zich meebrengt: voertuigen moeten blijven voldoen aan de eis dat een boordcomputer taxi (BCT) aangesloten aanwezig is in de wagen, ook als deze niet actief wordt gebruikt. 

BCT verplicht

Tijdens de praktijktoets moeten voertuigen voldoen aan de eis dat de BCT fysiek in de wagen aanwezig en aangesloten is, ook al wordt er gewerkt met nieuwe technologie. Dit brengt kosten met zich mee voor taxibedrijven, die zowel moeten investeren in het nieuwe systeem als de bestaande BCT blijven onderhouden. Voor ICT-dienstverleners betekent dit dat zij vooraf veel kosten moeten maken om taxibedrijven te overtuigen deel te nemen aan de praktijktoets. 

“Je moet als leverancier bijna zelf voorfinancieren om taxibedrijven over de streep te trekken,” zei een vertegenwoordiger van een potentiële ICT-dienstverlener eerder dit jaar. Dit dubbele kostenplaatje wordt gezien als een grote drempel, waardoor de deelname aan de praktijktoets lager is dan verwacht. Dit probleem belemmert niet alleen de deelname aan de praktijktoets van mogelijke aanbieders, maar werkt ook remmend op de instroom van nieuwe voertuigen en de elektrificatie van de taxisector.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

“Het is cruciaal dat we de systemen nu testen en valideren,” aldus een lid van de werkgroep. “We doen een dringende oproep aan alle partijen om hun verantwoordelijkheid te nemen en bij te dragen aan een succesvolle implementatie.”

Ook is de verlenging van de Tweede Praktijktoets tot 31 maart 2025 bedoeld om technische wijzigingen aan te brengen in de koppelvlakspecificatie. ILT heeft enkele technische aanpassingen aangekondigd die de werking van de CDT moeten verbeteren. Een belangrijke wijziging betreft de verplichte header bij API-aanroepen, die voorheen optioneel was. Daarnaast worden de tijdslimieten voor positiebepaling verhoogd van één naar drie minuten, en is de time-out voor meldingen verlengd van 10 naar 15 seconden. Ook mag een pauze niet meer achteraf worden geregistreerd, wat eerder wel mogelijk was. Deze wijzigingen zullen binnenkort worden gepubliceerd in het koppelvlakdocument en zijn bedoeld om de naleving van de regelgeving te verbeteren.

ICT-dienstverleners

 “Deelname aan de praktijktoets is niet alleen in het belang van de sector als geheel, maar ook van de individuele aanbieders.”, was het besluit van de digitale bijeenkomst. De ILT roept alle betrokken partijen op om actief deel te nemen aan de praktijktoets. Hoewel deelname niet verplicht is, biedt het wel voordelen. Dienstverleners die aan de praktijktoets meedoen, kunnen hun systemen vooraf laten valideren, wat het proces aanzienlijk kan versnellen. De werkgroep benadrukt het belang van samenwerking tussen alle betrokken partijen. Een goed functionerend systeem vereist een gezamenlijke inspanning van ICT-dienstverleners, inspecteurs en chauffeurs.

BCT: Ondernemers roepen op tot flexibeler beleid bij invoering CDT

De introductie van de Centrale Database Taxi (CDT) in Nederland zorgt voor een interessante dynamiek onder hardware leveranciers binnen de taxibranche.

De introductie van de Centrale Database Taxi (CDT) in Nederland is niet alleen een stap vooruit in de digitalisering van de taxidiensten voor het ILT, maar ook een bron van zorg voor de branchevereniging, vervoerders en ICT dienstverleners. De deadline van 1 januari 2025 nadert snel, en tijdens een recente digitale bijeenkomst tussen de ICT dienstverleners en de projectgroep van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) werden kritieke punten besproken.

De recente ontwikkelingen rondom de implementatie van de Centrale Database Taxi (CDT) en de bijbehorende ‘Praktijktoets 2’ roepen kritische vragen op over de beleidskeuzes van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Hoewel het project bedoeld is om de taxibranche naar een hoger niveau van technologische integratie te tillen, lijkt een specifieke maatregel van de ILT contraproductief: de onveranderde verplichting om Boordcomputers Taxi (BCT) te gebruiken.

Ondanks dat ondernemers voor deze fase een ontheffing kunnen krijgen voor het gebruik van de huidige BCT, blijft de verplichting bestaan om zo’n apparaat in te bouwen.

De huidige leveranciers van BCT’s genieten een concurrentievoordeel door de verplichte aard van deze apparaten. Deze bedrijven, die reeds een stevige voet aan de grond hebben in de taximarkt, kunnen profiteren van de bestaande regelgeving die de taxivervoerders verplicht om deze technologieën aan te schaffen en te gebruiken. De voortdurende noodzaak voor BCT’s zorgt ervoor dat deze leveranciers een continue vraag naar hun producten zien, zelfs als de sector op het punt staat over te schakelen naar een nieuw systeem zoals de CDT.

concurrentievoordeel

Dit leidt tot begrijpelijke frustraties bij de vervoerders, die terughoudend zijn om te investeren in technologie die mogelijk snel verouderd zal zijn. Met de introductie van de CDT in het vooruitzicht, en de mogelijke noodzaak om additionele technologieën in te bouwen, staan ondernemers voor het dilemma om te investeren in wat al snel een overbodige investering kan blijken.

Deze verplichting lijkt vooral voordelig voor de huidige  bekende spelers en leveranciers van BCT’s in deze markt zoals Quipment, Neone en Cabman. Deze bedrijven, vooral Cabman, kunnen hun marktpositie versterken terwijl nieuwe spelers, die mogelijk efficiëntere en meer geïntegreerde technologieën aanbieden, moeite hebben om voet aan de grond te krijgen. Deze situatie creëert een kunstmatige barrière voor innovatie binnen de sector, waarbij de bestaande spelers profiteren ten koste van potentiële vernieuwing.

Bovendien komt de geplande uitfasering van het 2G-netwerk om de hoek kijken, wat een extra complicatie vormt voor de huidige BCT-apparaten die hier veelal nog gebruik van maken. Dit betekent dat de technologie die nu verplicht gesteld wordt, niet alleen mogelijk verouderd is tegen de tijd dat de CDT volledig operationeel is, maar ook dat het op korte termijn aanpassingen of vervangingen vereist.

Deze beleidsregel vraagt om heroverweging. De taxibranche heeft behoefte aan flexibele, toekomstgerichte regelgeving die de adoptie van nieuwe technologieën stimuleert zonder onnodige financiële lasten op de schouders van de vervoerders te leggen. Alleen zo kan de transitie naar een moderne, efficiënte en technologisch geavanceerde taximarkt soepel en inclusief verlopen.

De voorgenomen aanpak van ILT kan ertoe leiden dat veel vervoerders ervoor kiezen om niet deel te nemen aan de ‘Praktijktoets 2’. Dit staat haaks op het doel van de testfase, namelijk het breed evalueren van de techniek en processen. Als significante aantallen vervoerders afzien van deelname, kan dit de waarde van de proef ondermijnen en daarmee de uiteindelijke succesvolle implementatie van de CDT in gevaar brengen. Een woordvoerder van een van de nieuwkomers licht toe: “Ondernemers willen niet met twee kastjes rondrijden.”

Foto: © Pitane Blue – KNV voorzitter Bertho Eckhardt

Het belangrijkste aandachtspunt voor KNV is dat de CDT een eerlijk speelveld creëert voor alle vervoerders en dat de transitie naar dit nieuwe systeem geen onnodige lasten oplegt aan de kleinere of minder technisch onderlegde vervoerders.

De bijeenkomst stond voornamelijk ook in het teken van het informeren van de betrokken partijen over de recentste ontwikkelingen in de koppelvlakspecificatie en de vrijgaveplanning van de CDT. Kort samengevat heeft de ILT-projectgroep actief geluisterd naar de feedback van de laatste vergadering met de ICT-dienstverleners en een nieuwe versie van de koppelvlakspecificatie opgesteld, waarvan de eerste release nu beschikbaar is.

voortgang

Hoewel enkele belangrijke endpoints ontbraken die essentieel zijn voor een correcte werking van het systeem, zoals het aan- en afmelden van ICT-dienstverleners, het valideren van Nederlandse rijbewijzen en een specifieke endpoint voor het valideren van chauffeursnummers van bestuurders met een buitenlands rijbewijs, kunnen we toch zeggen dat bijna alle feedback verwerkt is, met slechts enkele uitzonderingen.

Ondanks de missende technische aspecten weliswaar op de backlog staan, maar met de naderende ‘Praktijktoets 2’, die al in juli 2024 start, rijst de vraag of er voldoende tijd is om deze essentiële functies te implementeren voor de aanvangsdatum. De praktijktoets is ontworpen om de techniek en processen die uiteindelijk in de CDT gebruikt zullen worden, grondig te testen. Dit moet niet alleen de technische haalbaarheid aantonen, maar ook verzekeren dat alle systemen correct samenwerken.

Verder is de geleidelijke uitrol van de CDT in deze fase met minimaal 1 week foutloos met 10 deelnemende chauffeurs werken per deelnemer bedoeld om de risico’s op significante aanloopproblemen te minimaliseren. Dit is vooral belangrijk omdat bij de officiële inwerkingtreding van de wetgeving, een grote hoeveelheid vervoerders tegelijkertijd zal beginnen met het gebruik van de CDT. Eventuele initiële tekortkomingen in het systeem of in de IT-infrastructuur van de vervoerders kunnen leiden tot grootschalige operationele storingen.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

Ander opvallend nieuws is het vertrek van Henri van der Heijden als projectleider van het Centrale Database Taxi (CDT) . Van der Heijden, wiens leiderschap cruciaal is geweest in de vroege fasen van het project, zal zijn taken overdragen aan Arnold Leemans, de huidige Programmamanager Realisatie Variant BCT. Leemans is geen nieuwkomer in de groep en heeft reeds een diepgaande kennis van de projectdynamiek en de uitdagingen die nog moeten worden aangepakt.

De overgang in leiderschap komt op een kritiek moment voor het CDT project. Met de aankomende implementatie van de CDT in 2025 en de aanstaande ‘Praktijktoets 2’ in de zomer van 2024, is de rol van de projectleider van essentieel belang voor het succes van het project. Leemans brengt een schat aan ervaring en een frisse blik, wat kan helpen om enige bestaande uitdagingen aan te pakken en de projectdoelstellingen veilig te stellen.

De projectgroep die betrokken is bij de implementatie van de Centrale Database Taxi (CDT) zal zich in ieder geval blijven inzetten tot februari 2025. Dit geeft hen de nodige tijd om de ontwikkeling en uitrol van de CDT zorgvuldig te begeleiden, terwijl ook de ‘Praktijktoets 2’ en eventuele vervolgfases in de periode daarvoor worden uitgevoerd en geëvalueerd. Het team blijft actief tot na de officiële lancering van de CDT om te zorgen voor een soepele overgang en om eventuele aanloopproblemen die zich voordoen na de invoering van de database op te lossen.

Grenscontroles gaan nieuw tijdperk in met Digital Travel Credential

Vanuit Montreal landde op Schiphol de KL672 met passagiers die gebruik maakten van Digital Travel Credential (DTC) waarmee ze snel en efficiënt door middel van ‘Tap & Go’ de grenscontroles werden geleid.

De luchtvaartindustrie staat aan de vooravond van een digitale revolutie met de introductie van de Digital Travel Credential (DTC), een innovatie die het potentieel heeft om de manier waarop we reizen ingrijpend te veranderen. Een recente pilot, uitgevoerd op een vlucht van Montreal naar Amsterdam, markeert een belangrijke mijlpaal in deze ontwikkeling. Passagiers op vlucht KL672 ervoeren voor het eerst de voordelen van DTC-1, een digitale representatie van de informatie op de chip van het paspoort, gecombineerd met gezichtsherkenning voor een snelle en efficiënte grenscontrole.

Deze pilot is onderdeel van een groter onderzoek dat loopt tot 31 maart 2024, gericht op het testen van DTC-1 in het grensproces. Het project wordt geleid door het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee, Schiphol, KLM en technologieleverancier Idemia. Dit initiatief is een reactie op het verzoek van de Europese Commissie om de praktische toepassing van een digitaal reisdocument in het grensproces te onderzoeken, als onderdeel van het ontwikkelen van beleid voor het gebruik van DTC in de toekomst.

Reizigers die deelnemen aan de pilot, en afkomstig zijn uit Canada (specifiek Calgary, Edmonton, Toronto, Vancouver en Montreal) en vliegen naar Amsterdam met KLM, moeten in het bezit zijn van een Belgisch, Nederlands of Canadees paspoort en ouder zijn dan 18 jaar. Deze passagiers krijgen de mogelijkheid om hun paspoortinformatie en een gezichtsfoto vooraf te uploaden via een speciaal ontwikkelde app. Bij aankomst op Schiphol kunnen zij vervolgens door een speciale DTC ‘Tap & Go’ grenspoort, waar een gezichtsscan hun DTC ophaalt. Het succes van de pilot zou kunnen leiden tot een snellere en contactloze grenspassage in de toekomst, waarbij het fysieke paspoort nog steeds een essentiële rol speelt.

Illustratie: © Pitane Blue

Passagiers die met KLM van Canada (Calgary, Edmonton, Toronto, Vancouver en Montreal) naar Amsterdam vliegen komen in aanmerking om aan de pilot mee te doen, mits in bezit van een Belgisch, Nederlands of Canadees paspoort en boven de 18 jaar oud.

Het DTC-1-initiatief komt op een moment dat de behoefte aan efficiëntie en innovatie in de luchtvaartindustrie nooit groter is geweest. Met een toenemend aantal passagiers en de daaruit voortvloeiende drukte op luchthavens, biedt DTC-1 een veelbelovende oplossing voor het stroomlijnen van het grensproces. Deze technologische standaard, uitgegeven door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), bevat niet alleen de biografische informatie van de reiziger maar ook technische elementen die de authenticiteit van het paspoort bevestigen.

De pilot en het daaropvolgende onderzoek zullen waardevolle inzichten bieden in hoe digitale reisdocumenten zoals DTC-1 kunnen worden geïntegreerd in het internationale reisecosysteem. Het succes van deze inspanningen zou niet alleen de veiligheid en efficiëntie aan de grenzen kunnen verbeteren, maar ook een significante stap voorwaarts betekenen in het realiseren van een vlottere reiservaring voor miljoenen internationale reizigers.

Chauffeurs Keolis krijgen regie over eigen werktijden dankzij nieuwe pilot

Dit pilotproject van Keolis vormt een interessant experiment in arbeidsverhoudingen en bedrijfsvoering, niet alleen voor het bedrijf zelf maar mogelijk ook als blauwdruk voor de gehele sector.

Keolis Nederland chauffeurs hebben binnen afzienbare tijd de optie om zelf hun werkuren te bepalen. Deze verandering komt voort uit een recent tevredenheidsonderzoek onder de medewerkers en gaat van start in januari 2024 als een pilotproject in Almere, waar het bedrijf de allGo en R-net busdiensten verzorgt. Als de pilot succesvol is, heeft Keolis plannen om deze aanpak verder te implementeren binnen de gehele organisatie.

‘Samen Roosteren’

Chris Hogeveen, de CEO van Keolis Nederland, ziet dit als een positieve ontwikkeling voor zowel de werknemers als het bedrijf zelf. Volgens hem zal het initiatief, genaamd ‘Samen Roosteren’, niet alleen de werkdruk voor chauffeurs verminderen en hen een gezondere levensstijl bieden, maar het zal ook het arbeidscomfort en de algehele tevredenheid vergroten. “We vinden het vooral belangrijk dat onze medewerkers hun werk met plezier doen. Als deze aanpak daar positief aan bijdraagt, is dat gunstig voor zowel onze werknemers als onze reizigers,” aldus Hogeveen.

Voorafgaand aan deze pilot zijn al de nodige voorbereidingen getroffen. Het project startte in september 2022 met een haalbaarheidsonderzoek. Daarnaast worden er momenteel systemen ontwikkeld om het zelf-roosteren mogelijk te maken en wordt er training aangeboden aan zowel de chauffeurs als de personeelsplanners. De pilot is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de medezeggenschap en zal duren tot eind 2024.

optimistisch

Titia Slim, een chauffeuse bij Keolis in Almere, is optimistisch over de veranderingen. Voor haar en haar collega’s betekent het dat ze eindelijk meer flexibiliteit krijgen in hun privéleven. “Dit project draait de rollen om. In plaats van mijn privéleven aan te passen aan mijn werk, kan ik nu mijn werk aanpassen aan mijn privéleven,” vertelt ze. Ze ziet dit vooral als een kans voor collega’s met jonge kinderen, voor wie goede opvang niet altijd gemakkelijk te regelen is, om hun leven thuis beter te organiseren.

Hoewel het project een lange aanloopperiode heeft gehad, is Slim verheugd dat het nu daadwerkelijk wordt uitgevoerd. “Ik ben trots op mijn collega’s die de moed hebben gehad om mee te gaan in deze verandering,” voegt ze eraan toe.

Keolis

Keolis Nederland verzorgt openbaar vervoer in Almere, Overijssel (Twente), Utrecht en op de treintrajecten Zwolle-Enschede, Zwolle-Kampen en Zutphen-Hengelo-Oldenzaal. Dat doen we met ongeveer 1.500 medewerkers, 450 bussen en 25 treinen. Keolis Nederland is een 100% dochteronderneming van de wereldwijde opererende mobiliteitsonderneming Keolis. Ieder jaar vervoeren ze met 68.000 medewerkers bijna 3,5 miljard reizigers in 15 landen.

Deelmobiliteit heeft het lastig in combinatie met openbaar vervoer

In het huidige economische klimaat zijn investeerders terughoudend om in deelbedrijven te investeren.

Deelmobiliteit speelt een belangrijke rol in de mobiliteitstransitie voor het leefbaarder maken van steden en regio’s. Ondanks HTM blijft geloven in deelmobiliteit, besloot het vervoersbedrijf toch om te stoppen met het aanbieden van fietsen in combinatie met het openbaar vervoer per tram of bus. Daar waar dat kon en rendabel zou zijn voor HTM, zou het bedrijf zich hiervoor blijven inzetten. 

Maar helaas bleef dat beperkt tot Zoetermeer. HTM stopte op 1 februari 2023 met de HTM Fiets in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg. De belangrijkste reden is dat het aantal ritten dat met de HTM Fiets werd gemaakt achterbleef bij de verwachtingen en daarmee niet rendabel was. HTM introduceerde de HTM Fiets in mei 2019 als aanvulling op haar openbaar vervoer. 

Van OV-aanbieders wordt nu al min of meer verwacht dat ze in hun MaaS apps straks ook aanbod hebben. Het aanbod van deelfietsen en scooters is een aantrekkelijk alternatief voor de bus. Maar de grote vraag is of openbaar vervoersbedrijven zitten te wachten op al die deelmobiliteit. Geen volle bus of vele stops op haltes, maar hun klanten zien zoeven in de frisse lucht door de straten. 

Deelscooters zijn een ramp voor een stad, het geeft overlast en is oorzaak van verrommeling.

Stof tot nadenken. Het openbaar vervoer, de hub en deelmobiliteit kunnen samen het mobiliteitslandschap veranderen en zo die fossiele eigen bezitters van een auto tot nieuw gedrag verleiden. Of dat voor de OV aanbieders zelf nu direct zo voordelig is, lijkt nog best onzeker.

toekomst

Aanbieders hebben het moeilijk om stakeholders te blijven overtuigen dat hun investeringen ooit renderen. We zien nu al de afbouw van deelmobiliteit en faillisementen. Maar, niet iedereen treurt om het verdwijnen van de deelmobiliteit uit het stadsbeeld. Velen zien de deelfietsen en scooters als een overlast. Toch is die overlast een essentieel onderdeel van de transitie richting een duurzaam mobiliteitssysteem.

Bij het implementeren van deelmobiliteit, zoals deelfietsen en scooters, is in het begin vaak sprake van hinder in de openbare ruimte. Stoepen worden geblokkeerd wat voor veel ouderen of rolstoelgebruikers hinderlijk is. Dit neemt in de loop der tijd wel iets af maar gemeenten kunnen dit voorkomen door betere richtlijnen te bepalen waar aanbieders moeten aan voldoen. 

We moeten ook rekening houden met de ontwikkelfase waarin deelmobiliteit en MaaS zich bevinden en nog wel even begrip hebben voor de innovatiefase waarin we ons bevinden.

In de toekomst gaan we steeds meer hubs zien verschijnen. Deze mobiliteitshub brengt verschillende vervoerswijzen samen. De bedoeling is om een divers mobiliteitsaanbod ter beschikking te stellen, zodat gebruikers zich flexibel kunnen verplaatsen zonder het privé-bezit van een wagen. Denk dus aan autodelen en fietsdelen, met een slimme aansluiting op het openbaar vervoer. 

Limburgs bedrijf start pilot afval vervoer over water

Deze balen worden vervolgens geladen in een schip van de firma Fransbergen, dat de balen vervoert naar de afvalenergiecentrale van AVR in Rotterdam.

Het Limburgse bedrijf L’Ortye startte in de week van 17 oktober 2022 met het samenpersen van zo’n 1.500 ton restafval tot balen. Het proces in deze pilot is als volgt; dagelijks storten afvalinzamelvoertuigen van L’Ortye en Renewi bedrijfsmatig restafval op de haven- en overslaglocatie van L’Ortye in Maastricht. Een installatie perst dit afval samen tot een luchtdichte baal, verpakt in folie. Deze balen worden vervolgens geladen in een schip van de firma Fransbergen, dat de balen vervoert naar de afvalenergiecentrale van AVR in Rotterdam.

Tijdens de proef wordt onder andere ervaring opgedaan met het feitelijk verbalen van afval, de op- en overslag, en met het monitoren van de temperatuur in de afvalbalen via sensoren. Dit monitoren is nodig omdat in afval warmte kan ontstaan wat in bepaalde omstandigheden tot brand kan leiden. De verwachting is dat door het verbalen de kans op broei nihil is; er kan tenslotte geen zuurstof bij. Om hier zeker van te zijn, wordt de temperatuur gemeten. 

1 schip in plaats van 50 vrachtauto’s

Het vervoer van huishoudelijk restafval per schip naar de afvalenergiecentrale vervangt in de pilot het vervoer per vrachtwagen. Alleen al vanuit Limburg leggen jaarlijks zo’n 6.000 vrachtwagens circa 1,5 miljoen snelwegkilometers af. Het transport over water zorgt voor 40 tot 50% CO2-reductie en voor een afname van files op de Limburgse en Nederlandse snelwegen. Een ander voordeel is dat het afval gebaald langer opgeslagen kan worden waardoor afvalenergiecentrales beter in staat zijn om het aanbod van energie en warmte, die vrijkomt bij de verbranding van het afval, af te stemmen op de vraag. Zeker in deze tijden van energiecrises is dit een zeer wenselijke situatie. Ook biedt het transport over water mogelijkheden voor de enorme chauffeurstekorten. 1 schipper verzet namelijk hetzelfde werk als minimaal 50 vrachtwagenchauffeurs.

Leveren van restafval.

Transitie van fossiel naar circulair

Topsector Logistiek, LIOF, Provincie Limburg, Zuid-Limburg Bereikbaar en Bureau Voorlichting Binnenvaart ondersteunen deze pilot. Zij werken actief aan het realiseren van de modal shift: vervoer over water in plaats van de weg. De modal shift van afval is nodig vanwege de transitie die de industrie maakt, waaronder het chemie cluster Chemelot: van fossiele grondstoffen (via pijpleidingen) naar circulaire grondstoffen (die veelal niet via pijpleidingen kunnen). De bijkomende logistiek moet zo worden georganiseerd, dat dit niet leidt tot meer vrachtwagens op de weg. Daarom zetten Topsector Logistiek, LIOF, Zuid-Limburg Bereikbaar en Bureau Voorlichting Binnenvaart meer in op alternatieve duurzame vervoerswijzen, zoals vervoer over water.

Opschaling

Over ongeveer 1,5 maand moeten de tussentijdse resultaten van de pilot bekend zijn. Of deze manier van afval vervoeren opgeschaald kan worden, is van een aantal zaken afhankelijk. Zo is het aan gemeentes in Limburg (en de rest van Nederland) om hier bij de aanbesteding van verwerking én vervoer van (huishoudelijk) afval rekening mee te houden. Door ook het vervoer naar de verwerkingslocaties duurzaam aan te besteden, biedt dit logistieke dienstverleners perspectief om te investeren in efficiënte én duurzame logistieke processen, aldus Zuid-Limburg Bereikbaar.

NS tevreden over Pilot NS Voordeel-tickets

Er hebben ongeveer 4700 reizigers gebruik gemaakt van de pilot.

Van maart tot juli heeft de Nederlandse Spoorwegen een pilot gehouden op het traject Den Haag-Eindhoven. De NS stond met de pilot NS Voordeel-tickets klaar om reizigers na de corona weer terug te verwelkomen in de trein. De pilot hield in dat je voor dit traject een e-ticket met korting kon kopen gebaseerd op drukte in de trein. Hoe rustiger de trein, hoe hoger de korting. De korting kon oplopen tot 60 procent. De korting werd bepaald door druktedata en deze techniek is uitvoerig getest. Het doel van de pilot was drukte in treinen beter spreiden en de trein nog beter betaalbaar maken.

“Met NS Voordeel bieden we voor het eerst korting op maat per treinrit aan met als doel om het reizen met de trein goedkoper te maken en tegelijkertijd onze reizigers beter te spreiden over onze treinen. Reizigers die tijdens de pilot met dit e-ticket hebben gereisd, deden dat gemiddeld met 30 procent korting en met name de rustige momenten met hoge korting waren populair. Met NS Voordeel hebben we dus een nieuw middel in onze gereedschapskist om reizigers voordelig met de trein te laten reizen én de capaciteit in onze treinen beter te benutten.”

Tjalling Smit, binnen de Raad van Bestuur van NS verantwoordelijk voor treinkaartjes en abonnementen.

De pilot is naar tevredenheid afgesloten door NS. Er hebben ongeveer 4700 reizigers gebruik gemaakt van de pilot. NS heeft besloten de NS Voordeel-tickets aan te blijven bieden op het traject Den Haag-Eindhoven. Ook wordt er gekeken of er nog meer trajecten toegevoegd kunnen worden waar deze NS Voordeel-tickets gebruikt kunnen worden. Je hebt geen NS abonnement nodig om van deze korting gebruik te maken. Je plant de reis in de reisplanner in de NS-app of op ns.nl en ziet per vertrektijd of reizen met korting mogelijk is. Vervolgens koop je daar direct het NS Voordeel-ticket en ontvang je een e-ticket met QR-code om te kunnen reizen.

Kruidvat start pilot bezorging met fietskoerier

Kruidvat is in Den Haag gestart met een pilot met bezorging op dezelfde dag. Deze nieuwe service, “Kruidvat Vandaag in Huis”, wordt verzorgd in samenwerking met fietskoeriers van Packaly. Klanten in het bezorggebied, kunnen gebruikmaken van deze nieuwe mogelijkheid van thuisbezorging. Als zij vóór 15.00 uur een bestelling plaatsen, worden de bestelde producten nog dezelfde dag bezorgd. Op termijn worden bestellingen uiterlijk binnen twee uur thuisbezorgd. Als de pilot in Den Haag succesvol is, wordt deze verder uitgerold naar andere steden in Nederland en België. “Kruidvat Vandaag in Huis” is onderdeel van de on- en offline-strategie van Kruidvat, waarbij de fysieke winkels en het onlinekanaal elkaar verder versterken.

“Wij willen daar zijn waar onze klanten zich bevinden, afgestemd op hun behoeften van dat moment. Offline en online staan hierbij niet los van elkaar, maar zijn complementair en versterken elkaar. Deze pilot is een mooie aanvulling om nog beter op de behoeften van dat moment in te spelen. Jongvolwassenen en gezinnen met jonge kinderen zijn al gewend aan het integreren van snelle onlinediensten binnen hun leefstijl en willen producten met een simpele druk op de knop snel thuisbezorgd krijgen. Dit geldt ook voor oudere klanten die minder mobiel zijn en snel bepaalde verzorgingsproducten in huis willen hebben. Door bestellingen dezelfde dag thuis te bezorgen verbeteren we onze service.”

Roland van den Berg, director e-Commerce van Kruidvat.

Een duurzame levering

Voor “Kruidvat Vandaag in Huis” gaat de voordeeldrogisterij de samenwerking aan met Packaly, een duurzame same-day delivery koeriersdienst van winkel tot voordeur. Met Packaly worden bestellingen vanuit vijf Kruidvat-winkels in Den Haag met de fiets, Co2 neutraal thuisbezorgd, aldus de voordeeldrogist.

“We zijn binnen Packaly erg trots om Kruidvat te mogen toevoegen aan ons klantportfolio. Hiermee voegen we nieuwe productgroepen toe die we bij Packaly nog niet hadden. Door deze samenwerking geven we veel mensen een nieuwe optie om via de webshop van Kruidvat snel én duurzaam het pakketje dezelfde dag nog te ontvangen”.

Axel Dekker, CEO van Packaly.

In de bezorgopties kunnen klanten kiezen voor bezorging op dezelfde dag. Na het afrekenproces wordt er naast de orderbevestiging, een track & trace code toegestuurd met informatie over de verzending. De dichtstbijzijnde winkel zorgt dat de producten worden verzameld, waarna de Packaly-koerier het pakket in de winkel ophaalt en ‘s avonds bij de klant bezorgt.

Uitrol naar andere regio’s

Op den duur wil Kruidvat gaan werken met nog kortere bezorgmomenten. Van den Berg: “We werken eerst toe naar twee uur en uiteindelijk zelfs naar één uur. De kwaliteit en snelheid van onze dienstverlening gaan hiermee nog verder omhoog.” De ervaringen die we opdoen met de pilot in Den Haag worden ingezet om onze bezorgmogelijkheid verder te optimaliseren en uiteindelijk ook in andere regio’s uit te rollen.

Smart City Travel pilot BMW en Rotterdam in startblokken

Na Safe Drive Zones staat de volgende pilot van BMW en Rotterdam in de startblokken. Smart City Travel richt zich op automobilisten die (regelmatig) met de auto van buiten richting de binnenstad van Rotterdam rijden. BMW, Rotterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoeken op welke manieren automobilisten kunnen worden verleid om hun auto op een P+R aan de rand van de stad te parkeren en het laatste stuk van hun reis met het openbaar vervoer of deelvervoer te vervolgen.

“We willen leren wat ervoor nodig is om BMW-rijders te motiveren om allereerst deze slimme keuze vooraf te maken en vervolgens ook daadwerkelijk over te stappen wanneer een alternatieve modus actief wordt aangeboden. Door het aanbieden van potentieel gezonder, goedkoper èn sneller alternatief vervoer vanaf de rand van het centrum dragen we bij aan de leefbaarheid van de stad.”

Marc Bras, Head of Mobility Services bij BMW Group Nederland.

De deelnemer krijgt na invoer van de bestemming in de BMW-navigatie (of BMW-pilot app) via de centrale display in de auto de vraag of hij/zij gebruik wil maken van alternatief vervoer. Indien de deelnemer daarmee instemt, controleert het systeem op de achtergrond de beschikbaarheid van een parkeerplaats bij de P+R die vervolgens automatisch wordt geboekt. Indien wordt gekozen voor een deelfiets, dan is die direct gereserveerd en is de MOBIAN-app niet nodig voor boeken en betaling. Kiest men voor een felyx deelscooter, dan wordt ook daarvan de beschikbaarheid op de geselecteerde P+R gecontroleerd. Boeken gaat vervolgens via de felyx-app.

“De aanpak van BMW en Rotterdam is uniek. Met deze pilot verbinden we de automobilist direct aan de deelvervoeraanbieders. Zo testen we niet alleen hoe de ketenreis technisch zo soepel mogelijk kan, maar ook op welke manier en met welke boodschap we de automobilist kunnen verleiden om over te stappen. Zo werken we toe naar een gezondere stad.”

Dorrith Dijkzeul, Strategisch Adviseur Mobiliteit bij de gemeente Rotterdam.

Samenwerking met MOBIAN en felyx

MOBIAN biedt zijn deelfietsen aan bij zogenaamde MobiHubs. In Rotterdam is deze te vinden bij de Van Nelle Fabriek en voor deze pilot ook bij Slinge, Kralingse Zoom en Meijersplein. In de toekomst zal het aanbod worden uitgebreid naar ten minste tien locaties aan de rand van de stad met in totaal 100 deelfietsen. felyx biedt op zijn beurt gedeelde elektrische scooters op ritbasis aan. Deze hebben geen vaste standplaats, zijn in groten getale door heel de stad te vinden en zijn eenvoudig via een app te reserveren. Indien de BMW-bestuurder de deelscooteroptie kiest, zal de BMW naar een P+R navigeren waar een felyx deelscooter beschikbaar is.

Meedoen aan de pilot Smart City Travel?

Door mee te doen aan de BMW-Rotterdam pilots hebben BMW-rijders de unieke kans actief de mobiliteit van de toekomst te helpen ontwikkelen. De pilot staat open voor brandstof aangedreven BMW-modellen (dus geen PHEV of EV) vanaf bouwjaar 2018 en voorzien van het OS7 besturingssysteem. Deze BMW-rijders kunnen zich inschrijven via BMW Labs waar via het BMW ID automatisch wordt gecontroleerd of de gekoppelde BMW geschikt is voor deelname aan de pilot, die begin mei zal starten. Deelname wordt zeer gewaardeerd.

Samenwerking sinds 2018

Een veilige, gezonde en leefbare stad staat hoog op de agenda van de gemeente Rotterdam. Dat vraagt om een nieuwe visie op toekomstige mobiliteit, waarin duurzaamheid, verkeersveiligheid, toegankelijkheid en doorstroming een belangrijke rol spelen. Al sinds 2018 werken BMW en Rotterdam samen om deze gedeelde ambities te realiseren.

Lees ook: Datadelen betaalt zich terug in economische groei

MOBIAN biedt zijn deelfietsen aan bij zogenaamde MobiHubs. In Rotterdam is deze te vinden bij de Van Nelle Fabriek en voor deze pilot ook bij Slinge, Kralingse Zoom en Meijersplein.

Musea open voor pilot met sneltesten

Musea kunnen veilig en verantwoord open blijkt uit de ervaringen van 2020 met het anderhalvemeterprotocol. In aanvulling daarop gaan zeventien musea in de week van 19 april open voor een pilot met sneltesten. In elke provincie zijn musea te vinden die meedoen. Mensen met een Museumkaart kunnen die musea bezoeken als ze een kaartje voor een tijdvak reserveren en een negatieve sneltest laten zien. Deze sneltest kan gratis worden gedaan bij deelnemende testcentra.

De pilot is onderdeel van het plan waarmee het ministerie van OCW de inzet wil onderzoeken van sneltesten in de culturele sector. Doelen zijn het testen de infrastructuur rondom sneltesten en cultuurbezoek, en te ontdekken hoe dit bezoekers bevalt. Zo wordt zichtbaarder of sneltesten kan helpen het maatschappelijk leven weer op gang te brengen. De pilot wordt gehouden in de Nationale Museumweek, van 19 tot en met 25 april 2021. Daaraan nemen alle ruim 400 musea deel die lid zijn van de Museumvereniging. Er is die week ook veel extra aanbod online, te vinden op: www.museum.nl.

Werkwijze voor bezoekers

Mensen met een Museumkaart kunnen vanaf volgende week een tijdvak reserveren bij het museum van hun keuze op www.museum.nl/nl/sneltest. De Stichting Museumkaart zal het meteen bekend maken op social media als reserveren mogelijk is. De musea zijn verdeeld over het land en elk museum kan drie dagen meedoen. Wie een tijdvak bij een museum reserveert, ontvangt een link om een afspraak voor een gratis sneltest te maken. Ook mensen met een Museumkaart die is “verlopen” na 14 december 2020, kunnen meedoen. Op het geboekte tijdstip kunnen bezoekers dan naar binnen met hun Museumkaart, bewijs van reservering en de negatieve sneltest. Om reisbewegingen te beperken wordt bezoekers gevraagd zoveel mogelijk in hun eigen regio naar een museum te gaan en een testcentrum te kiezen waarvoor ze ook zo min mogelijk extra hoeven te reizen.

Anderhalve meter blijft gelden

De pilot is anders dan de field labs die zijn gehouden: het coronaprotocol blijft gelden. Zo blijft de anderhalve meter gelden, en zijn er vaste looproutes, en desinfectiemiddelen. Uit de ervaringen van 2020 blijkt dat het protocol veilig en verantwoord is; er zijn geen brandhaarden van corona bekend uit musea. Van bezoekers meldde bovendien meer dan twee derde dat ze hun bezoek aan een museum als veilig hadden ervaren, bleek uit onderzoek van Validators dat vorig jaar in opdracht van de Museumvereniging is gedaan. Musea zijn voorbereid om weer open te gaan om bezoekers te verwelkomen. Want samen vertellen musea het hele, actuele verhaal van onze steeds veranderende samenleving met erfgoed dat van ons allemaal is.

Deelnemende musea

Drents Museum, Assen | Fries Museum, Leeuwarden | Jopie Huisman Museum, Workum | Groninger Museum, Groningen | Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch | Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem | Bonnefanten, Maastricht | Hermitage, Amsterdam | Scheepvaartmuseum, Amsterdam | Teylers Museum Haarlem | Slot Loevestein, Poederooijen | Luchtvaartmuseum Aviodrome, Lelystad | Museum De Fundatie, Zwolle | Spoorwegmuseum, Utrecht | Museum Prinsenhof, Delft | Wereldmuseum, Rotterdam | Zeeuws Museum, Middelburg.

De zeventien musea die deelnemen aan de pilot zijn in samenspraak met het ministerie van OCW en de 25 veiligheidsregio’s geselecteerd. Daarbij is gelet op spreiding – in iedere provincie tenminste één museum – museumgrootte en type collectie. De sneltesten worden afgenomen door de testcentra van de Stichting Open Nederland. Mensen die een tijdvak hebben gereserveerd op www.museum.nl worden vervolgens doorverwezen voor een gratis sneltest die wordt aangeboden via www.covidsnelteststraat.nl.

Lees ook: Enkele vestigingen Holland Casino mogen één dag open

Proefvakantie naar Rhodos met Sunweb en Transavia

In het kader van de overheidspiloot ‘Veilig en verantwoord reizen tijdens corona’ hebben Sunweb en Transavia groen licht gekregen voor een proefvakantie naar Rhodos. Deze pilot is de eerste stap naar een perspectief hoe Nederlanders dit zomerseizoen weer van mooie vakanties kunnen genieten. De pilot heeft tot doel nieuwe (gedrags) inzichten te krijgen en data te verzamelen over de omstandigheden waaronder mensen veilig en verantwoord op vakantie kunnen. Samen met branchevereniging ANVR zijn de organisaties al enige tijd bezig met de voorbereiding van de eerste vakantie-pilot op 12 april. De vakantie is inclusief een achtdaagse all-inclusive pakketreis naar het Griekse eiland Rhodos, uitgevoerd door Sunweb en Transavia. 

Frank van Oostdam, directeur ANVR, spreekt zijn vertrouwen uit in de resultaten van deze pilot. “Nederlanders zijn gretig om weer naar het buitenland te reizen en ook reisorganisaties zijn enthousiast om die vakanties te verzorgen. Maar het moet wel veilig en ‘corona proof’ zijn. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit initiatief zal aantonen dat we veilig en compleet op vakantie kunnen gaan”.

In een vakantiebel
In deze pilot kunnen reizigers genieten van hun vakantie in een “bubbel” in het luxe resort Hotel Mitsis Grand Beach. Dit resort is exclusief opengesteld voor vakantiegangers van Sunweb en Transavia, waardoor er behalve het hotelpersoneel geen andere gasten aanwezig zijn. Alle faciliteiten op het resort staan open om een hele vakantie-ervaring te garanderen. Naast het respecteren van de bestaande coronamaatregelen, mogen vakantiegangers het resort tijdens hun vakantie niet verlaten. Tijdens het boekingsproces, maar ook tijdens, voor en na de vakantie staan alle reizigers in nauw contact met de touroperator, Sunweb. Reizigers moeten voorafgaand aan hun vakantie een coronatest afleggen en een negatieve PCR-test laten zien bij het inchecken in het hotel. Voor hun terugreis wordt er opnieuw een PCR-test afgenomen in het hotel.

Marcel de Nooijer, CEO van Transavia: “We zijn verheugd dat we op dit moment ons ‘steentje’ kunnen bijdragen om ervaring op te doen in de reissector en door samenwerking te leren om een positieve draai te geven aan deze ingrijpende periode. ANVR, Corendon, TUI en Sunweb, Deze pilot vakantiereizen stelt ons in staat waardevolle gegevens te verzamelen zodat we samen weer veilig op vakantie kunnen gaan. En uiteraard worden deze inzichten met de hele sector gedeeld zodat alle partners in de reisbranche er gebruik van kunnen maken. Samen willen we niets liever dan de hele sector en alle Nederlanders die weer willen reizen een positieve kijk geven”.

Aanmelden voor de pilot
Geïnteresseerden die hunkeren naar zon, zee en strand kunnen zich vanaf woensdag 24 maart 18.00 uur aanmelden via de website www.sunweb.nl. Op basis van alle aanmeldingen selecteert Sunweb handmatig de 189 vakantiegangers die voldoen aan de criteria die de Nederlandse overheid stelt aan de doelgroep. Deze doelgroep bestaat uit verschillende leeftijdsgroepen, exclusief hoogrisicopatiënten. De geselecteerde gasten worden dan persoonlijk door Sunweb telefonisch benaderd om alle informatie en richtlijnen te bespreken.

Vertrouwen
Mattijs ten Brink, CEO van Sunweb Group: “Ik ben uiteraard blij met de vakantie-pilot. De reisbranche snakt naar een concrete datum waarop we weer kunnen reizen. Vakantie staat hoog op ieders wensenlijstje en de behoefte aan een vakantie neemt alleen maar toe. Vakantie is de perfecte tijd om op te laden, tot rust te komen en je hectische leven te pauzeren. Daarom vinden we dat iedereen een geweldige vakantie verdient. Ik blijf ervan overtuigd dat we daarom binnenkort weer op vakantie kunnen gaan”.

Het succes van de pilot  
De vakantie-pilot wordt als geslaagd beschouwd als het aantal besmettingen nul is. Dit betekent niet dat reisbeperkingen als gevolg van zo’n laag aantal besmettingen noodzakelijkerwijs kunnen worden versoepeld. Maar is de eerste stap om dit te bereiken. De vakantie-pilot wordt alleen uitgevoerd als dit door het RIVM als veilig wordt beschouwd. De overheid kan op elk moment op de noodknop ‘drukken’ als er op de bestemming extreem veel besmettingen zijn of tekenen van zorgwekkende varianten. De loodsvakantie komt dan te vervallen. De vakantiepiloot Sunweb en Transavia wordt geëvalueerd door een onafhankelijk bureau, aldus Sunweb op hun website.

Lees ook: Toch niet op vakantie naar het buitenland in mei

ANWB start pilot met inzet van e-bike

De ANWB start deze week een pilot met de inzet van de e-bike als vervangend vervoer bij pech. De pilot is bedoeld om leden in stedelijke gebieden een duurzaam alternatief te bieden ten opzichte van de auto. De pilot wordt uitgevoerd in Utrecht, Amsterdam en Wolfheze.

In grootstedelijk gebied is een vervangauto niet altijd even handig door het parkeerbeleid en de daarbij vereiste parkeervergunning. Ook kan het door verkeersdrukte lastig zijn om een plekje in de buurt te vinden of je bestemming te bereiken. De e-bike kan dan uitkomst bieden. Naast de inzet in stedelijk gebied wil de ANWB de e-bike ook testen in het landelijk gebied. Een mooi en uitgestrekt fietsgebied zoals de omgeving van Wolfheze is hiervoor zeer geschikt. 

De ANWB Wegenwacht biedt de leden al 75 jaar de beste hulp bij pech en zoekt voortdurend naar mogelijkheden om de dienstverlening verder te verbeteren. Duurzaamheid is daarbij een belangrijk speerpunt. Met de inzet van de e-bike kunnen de leden kiezen voor een duurzaam vervangend vervoermiddel en meteen kennismaken met de vele voordelen daarvan. Als zij liever een vervangauto willen, bijvoorbeeld om de kinderen naar school te brengen, blijft dit uiteraard gewoon mogelijk.

Vervangend vervoer wordt door de ANWB Wegenwacht aangeboden wanneer deze service in het pakket zit dat de leden hebben afgesloten. De pilot is geslaagd als er voldoende vraag is naar de e-bike, aldus ANWB op hun website.

Foto onder: ANWB beeldbank.

Lees ook: ANWB camping van het jaar 2021 bekend gemaakt

Rijkswaterstaat werkt veiliger met Go-Barry

Rijkswaterstaat heeft, als uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de opdracht Nederland veilig, bereikbaar en leefbaar te houden. Daarbij is de wens van zowel het ministerie als Rijkswaterstaat om te groeien naar klimaat neutrale en circulaire uitvoering van projecten en maximaal gebruik te maken van de snelle ontwikkelingen op het gebied van digitalisering. De Go-Barry is een slimme mobiele barrière (wegafzetting) die zichzelf kan verplaatsen en snel kan worden ingezet tijdens wegwerkzaamheden. Go-Barry kan veilig buiten het verkeer opgebouwd worden en op afstand worden bediend door een operator.

Ik ben trots op deze innovatie’, vertelt Michèle Blom, directeur-generaal bij Rijkswaterstaat. ‘Zo zie je dat innovatie ook kan helpen om de veiligheid te bevorderen. Als Rijkswaterstaat willen we graag een vitale marktsector. Vitaliteit gaat alleen door te innoveren. Dus ik juich enorm toe dat bedrijven hierin investeren. En dat jonge mensen zoals Thijs Hagedoorn ook weten te enthousiasmeren om met ideeën te komen en die ook verder te ontwikkelen”.

De Go-Barry zorgt voor een fysieke barrière tussen wegwerkers en weggebruikers, waardoor het gevaar op een aanrijding afneemt. De Go-Barry kan een eventuele aanrijding detecteren en doorgeven aan hulpdiensten. Ook kan Go-Barry in geval van ongelukken of calamiteiten verplaatsen om ruimte te maken voor hulpdiensten. Deze barrière kan ook een rijstrook binnen 2 minuten afzetten of vrijgeven. Voordat Rijkswaterstaat de Go-Barry grootschalig kan gaan gebruiken, moet het prototype nog verder worden ontwikkeld. Naar verwachting is de eerste pilot-toepassing van de Go-Barry over 3 maanden op de weg te zien.

Lees ook: Wegdek heeft flinke schade opgelopen door vorst

Plan, boek en betaal in één app en maak kennis met Moves

Hoe maak je het reizigers zo makkelijk mogelijk om van deur tot deur te reizen met een combinatie van vervoersmiddelen, van openbaar vervoer tot deelfiets, deelauto en watertaxi? REISinformatiegroep, de organisatie achter de 9292-reisplanner, doet mee aan een pilot gericht op de metropoolregio Rotterdam Den Haag om mobiliteit als een dienst aan te bieden – Mobility as a Service (MaaS).

“We werken samen volgens een innovatiepartnerschap. Elk brengen we onze eigen expertise in. Daarbij richten wij ons vooral op OV-reizigers, PON via mobiliteitsoplossing Shuttel op werkgevers en Tranzer, die (inter)nationaal mobiele tickets verzorgt voor OV en andere deeldiensten, op toeristen. Voor die groepen ontwikkelen we elk onze eigen vorm van MaaS. Het idee is dat die diensten elkaar straks gaan versterken.”, aldus Tania Rademaker, die het project begeleidt vanuit REISinformatiegroep.

maak kennis met Moves

Concreet betekent dit dat je binnenkort je reis kan plannen, boeken en betalen in één app, ongeacht hoe je je verplaatst. Moves, zoals deze service aan de klant gedoopt is, is een van de zeven samenhangende regionale MaaS-projecten die het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het leven heeft geroepen om mobiliteit als dienst naar een hoger plan te tillen. Waarbij je als reiziger betaalt voor het gebruik van (geïntegreerde) vervoersdiensten, zonder te hoeven investeren in vervoersmiddelen. 

De verwachting is dat dit een positieve impact heeft op de belasting van de infrastructuur – vooral in en rondom de steden – op de luchtkwaliteit en de leefbaarheid. Want hoe eenvoudiger het wordt om met schone, voor iedereen toegankelijke vervoermiddelen van A naar B te komen, hoe meer mensen daarvoor kiezen. En dat betekent onder andere: minder autoverkeer op de weg en minder auto’s die het grootste deel van de tijd een parkeerplek bezet houden. Welkome ontwikkelingen in een tijd waarin toch al een verschuiving gaande is van bezit naar gebruik, zeker onder jongeren. Waarom nog zelf een auto, motor of fiets aanschaffen als je die net zo makkelijk kan delen?

Nieuw licht op luchthaven Elk MaaS-project heeft z’n eigen accent, om zo specifieke kennis op te doen, bijvoorbeeld over behoeften en gedrag van reizigers, van werknemers tot toeristen. Voor de metropoolregio speelt bijvoorbeeld de aansluiting met Rotterdam-The Hague Airport een belangrijke rol. Onder leiding van De Verkeersonderneming ondersteunen gemeenten Rotterdam, Den Haag, MRDH* en de luchthaven het MaaS-project. 

Om regionale (vervoers)initiatieven aan de pilot te koppelen en tot een optimale invulling te komen, hebben verschillende partijen, die al bezig zijn met MaaS, de handen ineengeslagen. Waaronder REISinformatiegroep die het deur-tot-deuradvies in de 9292-reisplanner al gestaag aanvult met extra mogelijkheden. Hoofdaannemer Pon, bekend van auto- en fietsmobiliteit en bijvoorbeeld Greenwheels, HuuB/Hely en Shuttel, breidt haar diensten verder uit met een multimodale app.

Lees ook: Pitane Mobility verenigt zich in MaaS-Lab van het KNV

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Tania Rademaker – Sales & Business manager bij 9292 REISinformatiegroep



Pilot innovatieve verlichting langs fietspad in Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Alphen-Chaam hebben afgesproken om een pilot met innovatieve verlichting langs het fietspad van de N639 te houden. De gemeente zal de verlichting tussen Chaam en Ulvenhout voor de winter plaatsen. De eenmalige pilot is bedoeld om te onderzoeken of deze nieuwe methode van verlichten van fietspaden het gevoel van onveiligheid voor fietsers kan verminderen, zonder dat andere belangen, zoals de verkeersveiligheid van automobilisten, natuurbelangen en vermindering van energieverbruik, in het geding komen.

Gedeputeerde Christophe van der Maat: ‘Het is een interessant experiment dat zou kunnen leiden tot wijziging van beleid omtrent het onderhouden van de provinciale infrastructuur. Daarnaast is het natuurlijk prettig dat hiermee ook het gevoel van onveiligheid wordt aangepakt’

Langs de N639 tussen Chaam en Ulvenhout in de provincie Brabant stonden lantaarnpalen, maar die zijn volgens provinciaal beleid weggehaald bij de reconstructie in 2019. Het strooilicht van de hoofdrijbaanverlichting dat op het fietspad viel, verdween daarmee ook. Dat leidde bij fietsers tot een gevoel van onveiligheid, onder wie veel schoolgaande jeugd. Daarop hebben gedeputeerde Christophe van der Maat en wethouder Frank van Raak van de gemeente Alphen-Chaam afgesproken dat de gemeente een voorstel zou doen voor innovatieve verlichting van het fietspad.

Het licht schijnt harder of zachter op verschillende momenten en plekken en de selectieve verlichting is op afstand bestuurbaar. De provincie draagt 90.000 euro bij aan de pilot, de gemeente neemt het beheer en onderhoud gedurende de levensduur van de installatie voor haar rekening. De pilot wordt in september 2021 geëvalueerd.

Wethouder Van Raak is enthousiast over de steun van de provincie. ‘We zijn erg blij dat we voor aanvang van de winterperiode aan de slag kunnen met de aanleg van de verlichting langs het fietspad aan de provinciale weg. Met een goed zichtbaar fietspad geven wij onze schoolgaande jeugd weer een veilig gevoel op weg naar school’.

Lees ook: Britse overheid wil dat mensen terug aan het werk gaan

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Pilot pakketbezorging met elektrische transportfiets

In Nijmegen is maandag een pilot gestart met een nieuw type elektrische fiets voor het emissievrij bezorgen van pakketten in de binnenstad. De pilot, die tot september loopt, moet inzicht geven in het functioneren van de speciaal voor dit doel ontwikkelde transportfiets, het logistieke concept van stadslogistiek per fiets en de ondersteunende, technische hulpmiddelen. De pilot is een initiatief van Fulpra en PostNL en wordt uitgevoerd in samenwerking met de gemeente Nijmegen, die werkt aan een emissievrije binnenstad. De transportfietsen worden geleverd door het Nederlandse bedrijf Fulpra. De ontwikkeling en de bouw van de speciale transportfietsen zijn mede gefinancierd door de Provincie Gelderland. 

Na evaluatie van de pilot besluit PostNL of de bezorging per transportfiets in Nijmegen voortgezet wordt en of het nieuwe concept voor stadsdistributie ook toepasbaar is in andere binnensteden. Nijmegen is één van de steden die de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek heeft ondertekend. De betrokken steden streven naar een emissievrije levering in de stadskernen in 2025. Daarmee loopt Nijmegen vooruit op de Europese wetgeving die ervan uitgaat dat er in 2050 alleen nog maar emissievrije voertuigen de stad in mogen. Doel is de emissie van CO2, NOx en fijnstof als gevolg van stadslogistiek tot nul te reduceren en het aantal verkeersopstoppingen te minimaliseren.

‘Achter op de fiets is een gesloten kast gemonteerd met een totale laadruimte van 2,6 kubieke meter”, licht Niels Markvoort, directeur van Fulpra, toe. ‘Daarin passen precies twee standaard rolcontainers van PostNL, die met behulp van oprijgoten eenvoudig geladen en gelost kunnen worden. De fietsen hebben een elektrisch vermogen van zo’n 1.000 W, hetgeen ongeveer vier keer zoveel is als het vermogen van een normale, elektrische fiets. Dankzij dat grote vermogen en hun robuustheid zijn ze geschikt voor intensief zakelijk gebruik. De fietsen zijn 1 meter breed, hebben een maximumsnelheid van 25 kilometer per uur en een actieradius van ongeveer 70 kilometer. De fietsen zijn voorzien van diverse sensoren en een communicatiesysteem. Zo kan de technische staat en de beveiliging van de fiets op afstand worden gemonitord en kunnen we de routes optimaliseren’.

Fulpra-transportfiets

Voor de pilot in Nijmegen wordt gebruik gemaakt van elektrische, driewielige transportfietsen, die door het bedrijf Fulpra speciaal voor logistieke toepassingen in de stedelijke omgeving ontwikkeld zijn. De ontwikkeling en de bouw van de transportfietsen werd mede gefinancierd door de Provincie Gelderland vanuit het programma Gelderse Corridor, dat zich richt op vergroening van het goederenvervoer. De technologie voor het intelligent rijden van het voertuig werd gefinancierd vanuit het Interreg-project I-AT. Dit Europese project richt zich op onderzoek en stimulering van innovatieve manieren van transport en vervoer.

Speciale hub

De pakketbezorging per fiets vindt plaats vanaf een speciale hub aan de rand van de Nijmeegse binnenstad. Daar worden de transportfietsen gestald en opgeladen. De rolcontainers met pakketten worden per vrachtwagen vanaf het pakkettensorteercentrum van PostNL in Elst aangevoerd en in de hub overgeladen in de transportfietsen. Elke fiets zal naar verwachting drie rondes per dag maken en dagelijks zes rolcontainers met pakketten bezorgen.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Keuzetraject voor pilot matrixborden valt op de A27

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

De pilot wordt dit najaar uitgevoerd op de A27 over een lengte van dertien kilometer tussen de aansluiting Utrecht-Noord en knooppunt Eemnes. De eerder toegezegde pilot zal worden uitgevoerd als onderdeel van een onafhankelijk onderzoek naar de beperkingen van matrixborden voor het tonen van de geldende maximumsnelheid.

Het traject past bij de intentie van de motie van het Kamerlid Postma om de duidelijkheid voor weggebruikers te bevorderen bij verschillende en veranderende maximumsnelheden. Op dit traject geldt een variërend snelheidsregime (100 km/h overdag en 120 km/h ’s nachts). Ook zijn de aanwezige systemen geschikt om de maximumsnelheden te tonen.

Het onderzoek bestaat uit verschillende delen, waaronder de verkeerskundige pilot en een gebruikersonderzoek. De analyses voor de onderzoeken worden uitgevoerd door externe partijen. Ook zal de verantwoordelijke Minister van Nieuwenhuizen een externe klankbordgroep vragen, bestaande uit onafhankelijke experts, om de opzet en resultaten van het onderzoek te toetsen.

matrixborden

Matrixborden boven of naast de weg hebben dezelfde betekenis als gewone verkeersborden. Staat er op het matrixbord een andere maximumsnelheid dan op een verkeersbord, dan geldt het bord met de laagste snelheid.

Er zijn nu echter trajecten waarbij de limiet op de matrixborden wordt aangegeven met het getal 80 of 100 met een rode rand er omheen. De weggebruiker gaat nu bij de “gewone” matrixborden twijfelen over de status van de snelheden waarbij geen rode rand is aangegeven: zijn dit nu limieten of adviessnelheden?

Dit blijven snelheidslimieten. Maar de ANWB overlegt met Rijkswaterstaat over de manier waarop zij meer begrip kan krijgen bij de weggebruikers. Bijvoorbeeld door slechts te waarschuwen met knipperlichten op de matrixborden en daarbij te vermelden waarom oplettendheid nodig is (file, ongeval, gladheid of dergelijke).

Lees ook: Matrixborden niet tijdig klaar voor de invoering 100 km./u

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

matrixborden


Pilot met digitale huisartsenpost is zeer succesvol geworden

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

De pilot met de digitale huisartsenpost spreekuur.nl is succesvol afgerond. Dit is voor patiënten die zelf geen vervoer hebben en niet met het openbaar vervoer willen gaan of in deze corona tijd liever geen taxi willen nemen ideaal.  De website spreekuur.nl werd in maart in de regio Eemland versneld gelanceerd vanwege de coronacrisis en in regio Rijnmond een maand later. 

Met de website kunnen circa 1,3 miljoen inwoners uit de regio’s Rijnmond, Eemland en Drenthe het digitale consult zelf voorbereiden. Hiervoor doorlopen ze gevalideerde triage- en anamnesevragen en kunnen ze een foto toevoegen. Dit scheelt werk voor de huisarts en de triagist. Daarnaast blijft het contact voor patiënten persoonlijk, omdat ze advies krijgen van huisartsen uit de regio.

lancering

Sinds de lanceringen in de regio Eemland en Rijnmond namen in totaal 4000 patiënten een consult af. In de piekperiode van corona was 40 procent van deze consulten gerelateerd aan COVID-19. Daarnaast maakten patiënten vooral gebruik van Spreekuur.nl voor huidklachten, wonden, kneuzingen en oogklachten. De Net Promotor Score (NPS) van Spreekuur.nl kwam in de afgelopen periode uit op 59 procent. 

Deze NPS meet in welke mate een dienst wordt aanbevolen, in dit geval door patiënten aan andere patiënten. Met 59 valt Spreekuur.nl in de categorie van hoogst scorende organisaties. Ook de betrokken verzekeraars, Zilveren Kruis en VGZ, zijn enthousiast over de nieuwe website en de oplossing die het biedt voor de tekorten bij triagisten en huisartsen.

Dianne Jaspers, medisch directeur Huisartsen Eemland: ‘We zijn heel tevreden over de behaalde resultaten en de positieve reacties van patiënten. Met Spreekuur.nl stellen we de patiënt echt centraal. Het doel is: kortere wachtduur, efficiënte consulten en minder fysieke consulten omdat we patiënten reistijd besparen.’ 

Lees ook: We houden KLM in de lucht maar wat doen we met de zorg?

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp