Turbulentie: rode cijfers voor Lufthansa, Air France-KLM en Brussels Airlines

Air France-KLM ziet grootste verlies sinds coronapandemie met 480 miljoen euro tekort.

De Europese luchtvaartsector blijft kwetsbaar, zo blijkt uit de recente financiële resultaten van Air France-KLM. Het bedrijf noteerde een verlies van 480 miljoen euro in het afgelopen kwartaal, het hoogste sinds de coronacrisis. Dit verlies is grotendeels toe te schrijven aan de geopolitieke spanningen die invloed hebben op de luchtvaart routes en de levering van vliegtuigonderdelen.

De stijgende salariskosten en tegenvallende vrachtinkomsten droegen eveneens bij aan de financiële tegenslag. Ondanks deze uitdagingen wist de luchtvaartmaatschappij een toename van 6,2 procent in passagiersaantallen te registreren, met een totaal van ongeveer 20 miljoen reizigers. KLM, onderdeel van de groep, rapporteerde zelfs een groei van bijna 18 procent in het aantal vervoerde passagiers.

Marjan Rintel, de topvrouw van KLM, belichtte de reeks aan problemen waar de maatschappij dit jaar mee te kampen heeft. “Van slecht weer tot lange levertijden van onderdelen, het zijn uitdagingen die ons stevig op de proef stellen. Daarbij kampen we met personeelstekorten die het niet makkelijker maken,” aldus Rintel.

Foto: Nina Öwerdieck, – Chief Financial Officer, Brussels Airlines

Ook bij Brussels Airlines, een andere speler in de Europese luchtvaart, waren de financiële resultaten ondermaats. Het bedrijf sloot het eerste kwartaal af met een aangepaste EBIT van -58 miljoen euro. Hoewel een negatief eerste kwartaal niet ongebruikelijk is vanwege de traditioneel lagere vraag naar vliegreizen, benadrukt Brussels Airlines dat stakingen en sociale onrust extra druk legden op de financiële prestaties.

Nina Öwerdieck, Chief Financial Officer bij Brussels Airlines, gaf commentaar op de impact van de stakingen: “Elke dreiging van staking heeft onmiddellijke gevolgen voor onze boekingen. De onzekerheid zorgt ervoor dat klanten terughoudend zijn met boeken, en voor wie al geboekt heeft, brengt het veel stress met zich mee.” Ze voegde toe dat er recentelijk overeenstemming is bereikt over de lonen van het vliegpersoneel, wat bijdraagt aan een meer stabiele toekomst.

Hoewel de resultaten teleurstellend zijn, blijven beide luchtvaartmaatschappijen ambitieus met plannen om hun prestaties te verbeteren. Brussels Airlines streeft naar een beter jaarresultaat in 2024 dan in 2023, ondanks de uitdagende start.

De luchtvaartsector staat bekend om zijn gevoeligheid voor externe factoren zoals economische schommelingen, politieke instabiliteit en nu ook gezondheidscrises zoals de pandemie. De recente resultaten van Air France-KLM en Brussels Airlines benadrukken deze kwetsbaarheid, terwijl de bedrijven zoeken naar wegen om de turbulentie te overwinnen en terug te keren naar winstgevendheid.

Lufthansa

Naast de financiële tegenslagen van Air France-KLM en Brussels Airlines, ondervindt ook Lufthansa aanzienlijke financiële problemen, met een aangekondigd kwartaalverlies van 273 miljoen euro. Het Duitse luchtvaartbedrijf, een van de grootste in Europa, wordt geconfronteerd met verminderde inkomsten en oplopende kosten, voornamelijk veroorzaakt door recente stakingen. Deze stakingen hebben niet alleen directe gevolgen gehad voor de bedrijfsvoering, maar ook de kosten voor compensatie aan passagiers deden de uitgaven stijgen.

De uitdagingen stoppen daar niet. De terugloop in vrachtvervoer drukt verder op de financiële gezondheid van Lufthansa. Als reactie op deze ontwikkelingen kondigt het bedrijf significante maatregelen aan, waaronder het snijden in de kosten, het stopzetten van nieuwe projecten en de overweging van een bedrijfsreorganisatie.

Waakzaam: boetes voor koppige middenvakrijders lopen op

De boetes voor middenvakrijden variëren tussen 116 en 160 euro.

Elk jaar lopen ongeveer 2.000 Belgische bestuurders tegen de lamp omdat ze onnodig op het middenvak van de autosnelweg blijven rijden. Dit blijkt uit gegevens van de politie die onlangs werden onthuld in de nieuwe podcast ‘Mens erger je niet’, een initiatief van het consumentenprogramma ‘WinWin‘ op Radio2.

Volgens de verkeersregels in België is het verplicht om zo rechts mogelijk te rijden, tenzij andere omstandigheden dit onmogelijk maken. Toch blijkt uit de cijfers dat niet iedereen zich hieraan houdt. In de eerste vier maanden van 2023 alleen al werden 967 boetes uitgeschreven voor deze specifieke overtreding. Ter vergelijking: in recordjaar 2019 werden maar liefst 2.718 boetes uitgedeeld voor hetzelfde vergrijp.

Chaima Saysay, nieuwslezeres bij Radio2 en mede-presentator van ‘Mens erger je niet’, uit haar frustratie over deze gewoonte die ze niet alleen irritant, maar ook gevaarlijk vindt. “Middenvakrijders verplichten me tot gevaarlijke manoeuvres. Soms moet ik helemaal naar de linkerrijstrook uitwijken om hen te passeren, of ik haal ze rechts in, wat ook niet toegestaan is”, legt ze uit.

Verkeersdeskundige Hajo Beeckman, die ook te gast was in de podcast, benadrukte dat onnodig middenvakrijden niet alleen een overtreding is, maar ook de verkeersdoorstroming hindert en vaak tot files leidt. “Het creëert onvoorspelbare situaties waardoor andere bestuurders soms gedwongen worden om rechts in te halen, wat eveneens verboden is”, voegt hij toe.

Foto: © Pitane Blue
– Antwerpen

An Berger van de Federale Politie geeft toe dat het handhaven van deze regel een uitdaging is, omdat overtredingen niet altijd eenvoudig vast te stellen zijn. “We moeten een voertuig voor een langere tijd kunnen observeren, wat niet altijd mogelijk is op drukke wegen. Desondanks blijft de politie actief controleren en beboeten”, verzekert Berger.

In België geldt de regel dat bestuurders zo veel mogelijk op de rechterrijstrook moeten rijden, tenzij het nodig is om op een andere rijstrook te rijden. Deze regel bevordert de verkeersdoorstroming en veiligheid op de snelwegen. Er zijn echter enkele situaties waarin middenvakrijden wel is toegestaan, zelfs aangemoedigd, om de verkeersveiligheid en doorstroming te verbeteren. 

in de bebouwde kom

Wanneer bestuurders in een bebouwde kom rijden, mogen zij langer op de midden- of linkerrijstrook blijven als dit nodig is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je binnen een korte afstand links moet afslaan. In zo’n situatie kan het veiliger en praktischer zijn om alvast op de linker- of middenrijstrook te rijden om de afslag te kunnen nemen.

bij druk verkeer en filevorming

Als het verkeer op de snelweg zo druk is dat het vertraagt of bijna stilstaat, wordt van bestuurders niet verwacht dat ze naar de rechterrijstrook gaan. In fileverkeer mag je op de rijstrook blijven die je volgt. Dit zorgt voor minder rijstrookwisselingen, wat de verkeersveiligheid ten goede komt en de kans op botsingen vermindert.

verkeersborden F13 en F15

Op sommige punten boven de snelwegen hangen blauwe verkeersborden die rijrichtingen aanduiden. Als dergelijke borden aangeven welke rijstrook je moet volgen voor jouw richting, dan mag je deze rijstrook aanhouden. Andere bestuurders, die een andere richting volgen, mogen je dan rechts inhalen. Deze uitzondering zorgt dat bestuurders voorbereid zijn op het naderen van afslagen of kruispunten, zonder dat ze onverwacht van rijstrook moeten wisselen.

Innovatie: groene toekomst op rails tijdens InnoTrans 2024

De InnoTrans vormt een uitgelezen kans om de nieuwste en meest innovatieve oplossingen in de transporttechnologie te ervaren, die bijdragen aan een duurzamere wereld.

Op weg naar een groenere toekomst benadrukken de exposanten op de InnoTrans 2024 hun inzet voor duurzaamheid. Deze internationale vakbeurs voor transporttechnologie, die van 24 tot 27 september 2024 in Berlijn wordt gehouden, onderscheidt zich door een breed scala aan eco-vriendelijke innovaties, van CO₂-neutraal transport tot interieurontwerpen die grondstoffen besparen.

Een van de meest opvallende initiatieven is de presentatie van Siemens Mobility in Hal 27. Hier toont het bedrijf hoe het zijn klanten helpt de overstap te maken naar koolstofneutraal transport van zowel passagiers als goederen. De oplossingen van Siemens Mobility omvatten schone voertuigen en infrastructuurontwikkeling, evenals diensten die de levensduur van uitrustingen verlengen en zo de ecologische voetafdruk verkleinen. Hun inzet voor het gebruik van energiezuinige producten en alternatieve aandrijfsystemen zoals batterij- en waterstoftechnologieën, positioneert hen als een voorloper in duurzame mobiliteit.

Alstom zet eveneens grote stappen op het gebied van duurzaamheid. Dit bedrijf, dat exposant is in Hal 3.2, heeft aangekondigd dat tegen 2025 al hun nieuwe producten volgens milieuvriendelijke principes worden ontworpen. De focus ligt op het verminderen van de energieconsumptie door efficiëntere aandrijfsystemen en betere aerodynamica, en op de ontwikkeling van moderne hulpsystemen voor de bestuurder.

Vossloh, met een tentoonstelling in Hal 26, benadrukt het belang van een holistische benadering van het spoorwegsysteem. Met hun uitgebreide systeemoplossingen verbeteren ze de infrastructuur van hun klanten en maximaliseren ze de beschikbaarheid van de sporen, wat bijdraagt aan duurzame mobiliteit wereldwijd.

SPITZKE, gepresenteerd in Hal 5.2, illustreert hoe het bedrijf zich richt op de verantwoordelijke omgang met grondstoffen zoals elektriciteit en diesel, en hoe het de CO₂-uitstoot vermindert. Dit komt ook tot uiting in hun aandacht voor sociale kwesties, waaronder de veiligheid en gezondheid van hun werknemers.

Lantal Textiles toont in Hal 1.1 hoe het bedrijf zijn textielproducten, waaronder zitbekleding en vloerbedekking, produceert met aanzienlijke reducties in het gebruik van grondstoffen, CO₂-uitstoot en waterverbruik.

Foto: © InnoTrans – Berlijn

InnoTrans is de toonaangevende internationale vakbeurs voor transporttechnologie, die elke twee jaar plaatsvindt in Berlijn.

Een kleinere, maar opvallende innovatie is de groene hefboom van de verbindingsklemmen van WAGO, te zien in Hal 13. Deze zijn deels gemaakt van gecertificeerde biocirculaire en gerecyclede kunststoffen, wat helpt fossiele hulpbronnen te sparen en kunststoffen in de kringloop te houden.

Swissrail heeft de eer om de eerste CO₂-neutrale landenstand op de InnoTrans te presenteren, een primeur die zij ook in 2024 voortzetten. De nadruk ligt op het verminderen van de uitstoot door reizen en het ondersteunen van klimaatbeschermingsprojecten samen met hun partner Swiss Climate.

Messe Berlin

De Messe Berlin zelf onderstreept haar toewijding aan duurzaamheid met de aanleg van Berlijns grootste dakzonnepaneelinstallatie, die een aanzienlijke hoeveelheid jaarlijkse CO₂-emissies zal besparen. De beursorganisatie verbetert ook haar afvalmanagementstrategieën en zet in op de hergebruik van materialen en recycling.

Gevaar op de weg: ILT grijpt in bij vervoer gevaarlijke stoffen

Bij twee bedrijven werd een proces-verbaal uitgeschreven omdat er geen ADR-veiligheidsadviseur was aangesteld, bij 3 bedrijven heeft de ILT zendingen van gevaarlijke stoffen geblokkeerd voor transport.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft recentelijk diverse controles uitgevoerd in Oost-Gelderland, gericht op het vervoer van gevaarlijke stoffen. Tijdens deze inspecties, die zowel op de weg als bij bedrijven plaatsvonden, zijn verschillende overtredingen aan het licht gekomen die potentieel gevaarlijke situaties voor de openbare veiligheid konden veroorzaken.

In totaal nam de ILT 27 wegvoertuigen onder de loep. Bij een van de inspecties troffen de inspecteurs een tankwagen aan die leeg maar nog niet gereinigd was van een bijtende vloeistof. Dit voertuig was niet alleen tekort geschoten in het bezit van een volledig vervoersdocument, maar had ook de dichtstbijzijnde afsluiter van de dampretourleiding open staan — een nalatigheid die ernstige risico’s kan opleveren. Daarnaast was de afstand tussen de laatste afsluiter van de losleiding en de stootbalk onvoldoende, wat een extra veiligheidsrisico vormde.

inspecties

Een ander voertuig werd gecontroleerd waarin oude accu’s in kunststof bakken werden vervoerd. Deze accu’s staken boven de randen van de bakken uit, en op de bakken ontbraken belangrijke etiketten die de inhoud als ‘milieugevaarlijk’ en van ‘klasse 8’ zouden identificeren. Deze overtredingen resulteerden in het opmaken van een proces-verbaal.

Foto: © ILT- afstand afsluiter

De ILT houdt toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg: op het vervoer zelf, het laden/lossen en de wijze van verpakken.

De inspecties strekten zich ook uit tot 23 bedrijven, die onaangekondigd werden bezocht. Hierbij werden vergelijkbare overtredingen geconstateerd. Bijvoorbeeld, bij twee bedrijven werd een proces-verbaal uitgeschreven omdat er geen ADR-veiligheidsadviseur was aangesteld. In andere gevallen waren werknemers niet of onvoldoende opgeleid, wat eveneens tot waarschuwingen leidde. Bovendien werd bij drie bedrijven het transport van gevaarlijke stoffen geblokkeerd totdat de zendingen conform de geldende voorschriften aangepast waren.

Deze inspecties zijn onderdeel van de bredere taak van de ILT om toezicht te houden op het veilige vervoer van gevaarlijke stoffen. Volgens het ADR, de internationale overeenkomst voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, hebben alle betrokken partijen — van afzenders tot vervoerders en verpakkers — specifieke veiligheidsplichten. Deze regels zijn essentieel om te zorgen dat het transport van gevaarlijke stoffen zo veilig mogelijk verloopt en geen schade oplevert voor mens, dier en milieu.

Prorail: omvangrijke werkzaamheden Tilburg zetten reizigers op de bus

ProRail start een grootschalig renovatieproject op de stations Tilburg en Tilburg Universiteit, wat omvangrijke gevolgen heeft voor treinreizigers en goederenvervoerders.

Op de stations Tilburg en Tilburg Universiteit vinden er van 28 april tot en met 13 mei werkzaamheden plaats. Daarnaast werkt ProRail aan het spoor tussen Tilburg en Breda en tussen Tilburg en Vught. Hierdoor rijden er 15 dagen lang geen treinen van, naar en via Tilburg.

Anton Korlaar, projectmanager bij ProRail, verduidelijkt: “Met deze ingrepen ronden we bijna een decennium van verbeteringen af. Na de passage, het kroepoekdak en de nieuwe fietsenstalling is het station bijna klaar voor de toekomst. Hoewel er nog kleine werkzaamheden zullen zijn, zullen deze minder impact hebben op de dagelijkse reiziger.”

Op Tilburg Universiteit worden portalen voor de bovenleiding vervangen en perrons grondig opgeknapt, inclusief nieuwe bestrating, verlichting, camera’s en een omroepinstallatie. Daarnaast worden ook de keerwanden bij station Gilze-Rijen vernieuwd. Deze omvangrijke werkzaamheden vereisen een tijdelijke sluiting van enkele overwegen en de gedeeltelijke afsluiting van een snelfietsroute in Rijen. 

Door de geplande werkzaamheden is er geen goederenvervoer via Tilburg mogelijk. De meeste goederentreinen zullen via de Betuweroute omrijden. Toch zal een deel van het goederenvervoer dat normaal via de Brabantroute rijdt, worden omgeleid via Gouda, Utrecht, ’s Hertogenbosch en Eindhoven.

Foto: © Pitane Blue – Pouw Vervoer

De grootschalige werkzaamheden op de stations Tilburg en omstreken brengen aanzienlijke veranderingen met zich mee voor de duizenden dagelijkse gebruikers van deze routes. Om de overlast te minimaliseren en continuïteit in het vervoer te waarborgen, heeft de Nederlandse Spoorwegen (NS) een omvangrijk plan voor vervangend busvervoer opgesteld. Dit plan is cruciaal om reizigers te ondersteunen gedurende de periode dat er geen treinen rijden van, naar, en via Tilburg.

vervangend busvervoer

De NS heeft drie types vervangend vervoer ingezet om de verschillende behoeften van de reizigers te accommoderen: snelbussen, stopbussen en lokale bussen. De snelbussen verbinden de grote stations zoals Breda, Tilburg en ‘s-Hertogenbosch, en bieden een snellere optie voor reizigers die tussen deze grote knooppunten pendelen. Deze bussen rijden direct tussen de stations zonder tussenstops, wat de reistijd aanzienlijk vermindert vergeleken met de normale treinverbinding.

De stopbussen bedienen een breder netwerk van stations, waaronder Oisterwijk, Tilburg Universiteit, Tilburg Reeshof, en Gilze-Rijen. Deze bussen stoppen bij alle tussengelegen haltes, wat ze een geschikte optie maakt voor reizigers die naar kleinere stations reizen. Voor de lokale bevolking en studenten die veelal gebruik maken van deze routes, zijn deze bussen van vitaal belang om hun dagelijkse routines voort te kunnen zetten. Daarnaast zet NS op specifieke dagen extra bussen in, zoals op 13 mei, waar zowel snelbussen als stopbussen worden ingezet tussen Tilburg en Breda om de verwachte piek in de reizigersstroom te accommoderen. 

assisteren

Een sleutelcomponent van het vervangend vervoer is de communicatie naar de reizigers. NS heeft verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat reizigers goed geïnformeerd zijn. De reisplanner op ns.nl wordt voortdurend bijgewerkt met de laatste wijzigingen in de dienstregeling en beschikbare vervoersopties. Reizigers worden aangemoedigd om voor vertrek hun reis te plannen en alternatieve routes te overwegen. Bovendien zijn er op de stations extra medewerkers ingezet om reizigers te assisteren en te leiden naar het juiste vervangend vervoer. Deze medewerkers zijn herkenbaar aan hun uniform en bieden hulp bij vragen over de dienstregeling, routebeschrijvingen, en algemene reisinformatie.

EV: van socket tot slim, vind de perfecte laadpaal voor jouw situatie

Elektrisch rijden biedt aanzienlijke besparingen op operationele kosten, vooral wanneer de auto voornamelijk thuis of op het werk wordt opgeladen.

Het opladen van elektrische auto’s heeft verschillende kostenaspecten die afhankelijk zijn van diverse factoren zoals de locatie van het opladen, het type laadstation, en of de eigenaar gebruik maakt van zonnepanelen. In dit artikel bekijken we de kosten voor het laden van een elektrische wagen, zowel thuis als bij openbare laadpalen, en vergelijken deze met de kosten voor het rijden op traditionele brandstoffen zoals benzine en diesel.

Het thuis opladen van een elektrische auto is over het algemeen goedkoper dan opladen bij een openbaar laadpunt. De kosten voor thuis opladen kunnen variëren van €0,25 tot €0,35 per kWh, afhankelijk van de elektriciteitsprijzen en of men gebruik maakt van zonnepanelen. Aanzienlijke besparingen zijn mogelijk voor diegenen die thuis zonnepanelen hebben geïnstalleerd. Deze kunnen de elektriciteitskosten aanzienlijk drukken, soms tot nagenoeg nul, vooral als de zon voldoende energie levert voor het opladen van de auto.

Aan de andere kant zijn de kosten voor het opladen bij openbare laadpalen hoger, vanwege de servicekosten die bovenop de normale elektriciteitsprijzen komen. De prijzen bij openbare laadstations variëren aanzienlijk en kunnen oplopen van €0,33 tot €0,61 per kWh, afhankelijk van de locatie in Nederland.

Het rijden op elektriciteit is vaak goedkoper dan rijden op benzine of diesel. Wanneer u thuis of op het werk kunt opladen, zijn de operationele kosten van een elektrische auto beduidend lager dan die van auto’s op traditionele brandstoffen. Dit contrast wordt nog duidelijker met het hogere kostenplaatje van openbare laadpalen, hoewel elektrisch rijden zelfs dan vaak nog steeds voordeliger kan zijn.

Foto: © Pitane Blue – snelladen tot 300KW

Elektrische wagens spelen een sleutelrol in alle toekomstige mobiliteitsplannen. Om deze auto’s succesvol te gebruiken, moet je ze natuurlijk vlot kunnen opladen.

De snelheid waarmee een auto wordt opgeladen, kan ook invloed hebben op de kosten. Snelladen is over het algemeen duurder dan standaard laden. Bijvoorbeeld, snelladen kan tot €0,65 per kWh kosten, terwijl thuisladen of laden op het werk behoorlijk goedkoper kan zijn. De tijd die nodig is om een elektrische auto op te laden varieert ook; een standaard laadbeurt thuis kan vele uren duren, terwijl snelladen aanzienlijk sneller is, maar tegen hogere kosten.

laadpalen

Bij de overstap naar elektrisch rijden komt de keuze van een geschikte laadpaal voor thuis prominent naar voren. Vaste laadpalen vormen een veelvoorkomende oplossing voor thuisgebruik. Ze zijn permanent geïnstalleerd, vaak aan een muur of op een paal, en kunnen zowel met als zonder vaste laadkabel worden geleverd. Dit type laadstation is bijzonder handig voor huishoudens waarbij de elektrische auto regelmatig thuis wordt opgeladen. Bovendien kan de keuze voor een model met of zonder vaste kabel belangrijk zijn afhankelijk van de variëteit aan elektrische auto’s binnen het huishouden of bezoekers met andere auto’s.

Daarnaast bestaan er laadpalen met een socket, die geen vaste kabel hebben en waarbij de gebruiker verschillende soorten laadkabels kan aansluiten. Dit type laadpaal biedt maximale flexibiliteit, vooral nuttig in huishoudens met meerdere elektrische voertuigen of waar regelmatig gasten met verschillende types elektrische auto’s over de vloer komen.

Deze keuze wordt sterk bepaald door individuele behoeften, technische mogelijkheden van de woning en het type elektrische voertuig. Er is een breed scala aan laadpalen beschikbaar, elk met specifieke kenmerken die inspelen op verschillende situaties en voorkeuren.

Slimme laadpalen bieden geavanceerde functies zoals laadbeheer via een app, waarmee gebruikers het laden kunnen inplannen tijdens daluren om kosten te besparen en het energieverbruik kunnen optimaliseren. Dit helpt niet alleen bij het verlagen van de elektriciteitskosten, maar ook bij het voorkomen van overbelasting van het thuisnetwerk, een cruciaal aspect voor de stabiliteit van de huishoudelijke energievoorziening.

Voor huishoudens die behoefte hebben aan snel laden, zijn er specifieke oplossingen zoals 3-fase laadpalen. Deze maken gebruik van krachtstroom en zijn vooral geschikt voor auto’s met een groot accupakket of voor gebruikers die snel hun voertuig willen opladen. De keuze tussen een laadpaal met een Type 1 of Type 2 connector hangt af van het type auto en wat in Europa het meest voorkomt, waarbij Type 2 de standaard is.

Voordat men overgaat tot de aanschaf van een laadpaal, is het van belang goed advies in te winnen. Een professionele installateur kan niet alleen adviseren over de meest geschikte optie, maar ook de technische haalbaarheid beoordelen en noodzakelijke aanpassingen aan de huisinstallatie identificeren. Dit is essentieel om te zorgen voor een veilige en efficiënte installatie die aan alle behoeften voldoet.

KNV: touringcars ten onrechte gestraft voor overtredingen vrachtwagens

Voor busondernemers komt de afsluiting als een donderslag bij heldere hemel.

Het voornemen van Rijkswaterstaat om met ingang van maandag 29 april een verbod op vrachtwagens en bussen over de brug in de A7 bij Purmerend in te stellen, heeft tot onvrede geleid bij busondernemers. De maatregel, bedoeld om de veiligheid van de brug en de mensen die aan het versterkingsproject werken te waarborgen, wordt door de sector als overdreven en ongegrond gezien.

Bertho Eckhardt, voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer, uit zijn verbazing over deze plotselinge beslissing. “Wij begrijpen dat veiligheid voorop staat, maar het lijkt alsof Rijkswaterstaat een kanon gebruikt om een mug te doden,” zegt hij. Volgens Eckhardt overschrijden touringcars, zelfs wanneer volledig beladen, de grens van 18 ton niet. Dit terwijl Rijkswaterstaat stelt dat voertuigen boven de 25 ton een gevaar vormen voor de constructieve integriteit van de brug.

In de recente periode zijn er echter dagelijks tot 400 te zware vrachtwagens over de brug gereden, waarbij de toegestane maximale belasting regelmatig werd overschreden. Eckhardt vindt het onredelijk dat touringcars die deze limiet niet overschrijden, nu ook onder het verbod vallen. “Dit is onbegrijpelijk. Zonder voorafgaand overleg worden wij geconfronteerd met de gevolgen van overtredingen door anderen,” verklaart hij.

De afsluiting treft niet alleen de busbedrijven, maar ook de maatschappij. Touringcars dragen significant bij aan de vermindering van files; een enkele bus haalt gemiddeld 30 personenauto’s van de weg. Daarnaast spelen zij een belangrijke rol in het maatschappelijke verkeer door bijvoorbeeld scholieren te vervoeren, het openbaar vervoer te ondersteunen en sportverenigingen te vervoeren naar wedstrijden.

Foto: © Pitane Blue – KNV voorzitter Bertho Eckhardt

Eckhardt benadrukt de economische impact van de afsluiting en roept Rijkswaterstaat op om de maatregel voor bussen direct terug te draaien. “De schade voor onze sector is enorm. We zullen ook zo snel mogelijk contact opnemen met minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat om te pleiten voor een spoedige oplossing,” zegt hij.

De touringcarsector in Nederland is niet alleen een vitaal onderdeel van het nationale vervoersnetwerk, maar draagt ook aanzienlijk bij aan het toerisme in gebieden als Edam en Volendam. Jaarlijks zijn de Nederlandse touringcarbedrijven samen verantwoordelijk voor maar liefst 7 miljard reizigerskilometers.

Met deze afsluiting staan niet alleen de belangen van de busbedrijven op het spel, maar ook de efficiëntie van het Nederlandse vervoerssysteem. De vraag blijft of Rijkswaterstaat bereid zal zijn om hun standpunt te heroverwegen en de noodzaak van deze ingrijpende maatregel opnieuw te evalueren.

Koningsdag 2024: Emmen staat in het teken van de koninklijke familie

Demissionair premier Mark Rutte feliciteert de koning met diens 57e verjaardag.

Met de viering van Koningsdag 2024 op zaterdag 27 april kijkt Nederland reikhalzend uit naar de festiviteiten die dit jaar in Emmen zullen plaatsvinden. Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en andere leden van de Koninklijke Familie zullen hun jaarlijkse feestdag daar doorbrengen, waarbij het thema van het Koningsdagconcert ‘stemmen uit grenzeloos Emmen’ zal zijn. Dit concert, met bijdragen van onder meer het Calefax rietkwintet en harpist Remy van Kesteren, zal op dezelfde avond worden uitgezonden op NPO.

De festiviteiten beginnen ’s ochtends vroeg en bevatten een uitgebreide route die de koninklijke familie door zowel het oude als het nieuwe deel van Emmen voert. De route start op het Noorderplein, gaat door naar het Marktplein, en langs historische plekken zoals het Rensenpark en de Grote Kerk, om uiteindelijk te eindigen bij het Raadhuisplein en het Atlas theater.

Het evenement trekt traditioneel veel toeschouwers, zowel langs de route als via de televisie, waarbij NOS een rechtstreekse uitzending verzorgt. Commentatoren zoals Saïda Maggé, Malou Petter en Martijn Bink zullen het publiek door de dag leiden, en in de vooravond zijn er speciale programma’s gepland waarin teruggeblikt wordt op de hoogtepunten van het koninklijke bezoek.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zijn vandaag in Emmen, samen met de rest van de koninklijke familie.

Voorafgaand aan Koningsdag is er ook een speciale muziekuitzending, ‘De Koninklijke 500′, die de beste Nederlandse muziek viert en wordt uitgezonden op NPO Radio 2. De keuze van Emmen als gaststad voor Koningsdag benadrukt de betrokkenheid van de koninklijke familie bij het vieren van de culturele en maatschappelijke bijdragen van verschillende regio’s in Nederland. Elk jaar kiezen ze een stad die een centrumfunctie in de regio vervult om daar het nationale feest mee te vieren. Dit biedt de stad de kans om zich op een feestelijke wijze te presenteren aan het land.

Koningsnacht

Ondanks de koude en regenachtige weersomstandigheden, die meer kenmerkend zijn voor een herfstavond dan voor het voorjaar, werd Koningsnacht 2024 druk bezocht in diverse grote steden. In Utrecht, bijvoorbeeld, begon de avond met de traditionele Vrijmarkt, een hoogtepunt dat jaarlijks veel publiek trekt. Echter, vanwege het slechte weer en de grote opkomst riep de gemeente Utrecht rond 23.00 uur op om niet meer naar de binnenstad te komen, gezien de grote drukte die al was ontstaan, vooral rondom het Neude.

De avond stond bol van activiteiten die tot 01.00 uur doorgingen, waaronder diverse optredens en evenementen verspreid door de stad. Terwijl de drukte in sommige gebieden afnam rond 23.30 uur, stimuleerde de gemeente de feestgangers om hun avond voort te zetten in minder drukke gebieden zoals Vredenburg, en deelde via sociale media platform X een kaart met alternatieve feestlocaties.

De wisselvallige weersvoorspellingen voor Koningsdag zelf wijzen op mogelijk vergelijkbare omstandigheden, met perioden van regen en frisse temperaturen. Deze voorspellingen houden de organisatoren en deelnemers alert en noodzaken wellicht aanvullende maatregelen om het comfort en de veiligheid van alle aanwezigen te garanderen.

Hoge Raad: TUI moet buigen voor FNV in cao strijd

Na een afwijzend vonnis van de kantonrechter heeft het hof de vordering van FNV toegewezen en TUI veroordeeld om FNV als onderhandelingspartner te erkennen.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de beslissing van het gerechtshof, waarin gesteld wordt dat TUI niet kan weigeren te onderhandelen met vakbond FNV over een cao voor haar cabinepersoneel, in stand blijft. Deze uitspraak markeert een belangrijk moment in de Nederlandse arbeidsjurisprudentie en benadrukt de complexiteit van onderhandelingen over collectieve arbeidsvoorwaarden.

De zaak begon toen FNV TUI benaderde met het verzoek om te onderhandelen over de primaire arbeidsvoorwaarden van het cabinepersoneel. TUI weigerde dit, met als argument dat zij al onderhandelingen voerde met de eigen ondernemingsraad (OR), die extra bevoegdheden had gekregen om over deze voorwaarden te beslissen. De vakbond liet het er echter niet bij zitten en stapte naar de rechter.

De eerste uitspraak van de kantonrechter viel in het nadeel van FNV uit, maar in hoger beroep kreeg de vakbond gelijk van het hof. TUI besloot vervolgens cassatieberoep in te stellen bij de Hoge Raad. De centrale juridische vraag was of een werkgever de plicht heeft om met een vakbond te onderhandelen over collectieve arbeidsvoorwaarden.

De Hoge Raad bevestigde dat een werkgever in principe zelf mag bepalen of en met wie er onderhandeld wordt over collectieve arbeidsvoorwaarden. Desondanks kan het maatschappelijk onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig zijn om een vakbond die voldoende representatief is, uit te sluiten van onderhandelingen. Belangrijk in deze afweging zijn de representativiteit en deskundigheid van de vakbond, het belang van onafhankelijke onderhandelingen, en het draagvlak onder werknemers voor de huidige onderhandelingsmethode.

Foto: © Pitane Blue – TUI Crew

De beslissing van het hof dat TUI met vakbond FNV moet onderhandelen over een cao voor haar cabinepersoneel blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld.

In het geval van TUI oordeelde het hof dat de weigering van TUI om met FNV te onderhandelen niet gerechtvaardigd was, gezien de representativiteit van de vakbond en het belang van onafhankelijk onderhandelde arbeidsvoorwaarden. De Hoge Raad onderschreef deze belangenafweging, waardoor de uitspraak van het hof overeind bleef.

Cassatieadvocaat Marieke van der Keur, die namens FNV optrad, benadrukte het belang van deze uitspraak voor de erkenning van vakbonden in onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden. De zaak onderstreept het belang van een evenwichtige vertegenwoordiging van werknemersbelangen, vooral in sectoren waar de arbeidsvoorwaarden een directe impact hebben op de kwaliteit van leven van de werknemers.

De uitspraak van de Hoge Raad is niet alleen een overwinning voor FNV, maar ook een duidelijk signaal naar andere werkgevers die de onderhandelingsrechten van vakbonden proberen te omzeilen door vergaande bevoegdheden aan ondernemingsraden te geven. Het recht van werknemers om door een onafhankelijke partij vertegenwoordigd te worden blijft een hoeksteen van het Nederlands arbeidsrecht.

Vervoer: taxi’s worden duurder terwijl de sector onder druk staat

Het debat over de toekomst van de taxi- en zorgvervoersector in Nederland is complex en veelzijdig, met een duidelijke roep om innovatie en aanpassing aan veranderende omstandigheden.

Elke week stappen meer dan een miljoen mensen in Nederland in taxi’s en zorgvoertuigen, ondersteund door zo’n 27.000 werknemers en 8.000 zelfstandigen. Deze sector speelt een cruciale rol in de dagelijkse mobiliteit van veel mensen, variërend van werk- en schoolritten tot vervoer naar medische afspraken of sociale activiteiten. Met zorgvervoer dat ongeveer 75% van de totale markt uitmaakt, en de rest bestaande uit reguliere en zakelijke taxi’s, is de invloed van deze diensten op de samenleving significant.

uitdagingen

In het licht van de recente prijsstijgingen – 7% in 2023 en een verwachte 11 tot 12% in 2024 – en de druk van deelvervoerplatformen zoals Uber en Bolt, staan taxibedrijven voor grote uitdagingen. De vraag naar taxiservices binnen de opstapmarkt is divers: de grootste groep gebruikers zijn mensen die op zakelijk bezoek gaan, gevolgd door onderwijsgerelateerd vervoer en deelnemers aan congressen. De minste ritten worden gemaakt voor woon-werkverkeer of winkelbezoek.

Een opmerkelijk punt is de complexiteit van klantvragen binnen het doelgroepenvervoer die samenvalt met druk op zorg- en gemeentebudgetten. Dit veroorzaakt regelmatig een kenniskloof tussen vervoeraanbieders en opdrachtgevers, en brengt de noodzaak van innovatie en digitalisering naar voren. Volgens de branchevereniging KNV is er een toenemende behoefte aan slimmere mobiliteitsoplossingen die naadloos verschillende soorten vervoer combineren, iets wat bekend staat als integraal vervoer.

Foto: © Pitane Blue – Taxistandplaats station Eindhoven Centraal.

In hun Toekomstvisie 2030 ‘Een onmisbare schakel‘, identificeert KNV Zorgvervoer en Taxi belangrijke trends die de richting van de sector zullen bepalen. Flexibiliteit en kwaliteit, klantgerichtheid, en prettige werkomstandigheden zijn hierin centrale thema’s. De branchevereniging ziet een noodzaak voor gesprekken op regionaal en nationaal niveau over een toekomstbestendige taxisector die bijdraagt aan betaalbare bereikbaarheid.

Deze gesprekken zijn des te relevanter in het licht van sociaal-maatschappelijke factoren zoals vergrijzing, die de vraag naar zorgvervoer verhoogt en tegelijkertijd druk zet op het personeelsbestand. Het aantrekken van nieuw talent en het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden, vooral in de context van platformeconomie en discussies over schijnzelfstandigheid, zijn cruciale stappen voorwaarts.

Ondanks de uitdagingen, biedt de openheid om data te delen en samen te werken binnen de sector mogelijkheden voor innovatie. Dit kan leiden tot meer geïntegreerde diensten die niet alleen de efficiëntie verhogen maar ook meer gericht zijn op de behoeften van de gebruiker. De vraag blijft echter hoe deze visies praktisch geïmplementeerd zullen worden en welke rol de overheid en private sector zullen spelen in het vormgeven van een toekomstbestendig mobiliteitslandschap.

Het debat over de toekomst van de taxi- en zorgvervoersector in Nederland is complex en veelzijdig, met een duidelijke roep om innovatie en aanpassing aan veranderende omstandigheden. Wat zeker is, is dat deze sector een onmisbare schakel blijft in de mobiliteit en toegankelijkheid van vele Nederlanders.

Hervorming: herkeuring nu ook bij je garage in Vlaanderen

Minister Peeters zet door met de broodnodige hervorming van de autokeuring in Vlaanderen.

Vlaams minister Lydia Peeters heeft onlangs een belangrijke stap gezet in de hervorming van het autokeuringssysteem in Vlaanderen. De Commissie Mobiliteit en Openbare Werken heeft haar voorstel goedgekeurd om herkeuringen bij erkende herstellers mogelijk te maken. Dit proefproject, dat in eerste instantie voor vijf jaar zal lopen met een optie tot verlenging, heeft als doel de druk op keuringsinstellingen te verlichten en de dienstverlening aan de burger te verbeteren.

Dit ontwerpdecreet maakt het mogelijk dat bepaalde herkeuringen, waarvoor geen gespecialiseerde meettoestellen vereist zijn, direct bij erkende herstellers kunnen plaatsvinden. Dit omvat bijvoorbeeld herkeuringen van banden, spiegels, lichten en ruiten. Hierdoor hoeven voertuigeigenaren na een herstelling niet terug te keren naar de keuringsinstelling, wat hen tijd bespaart. Voor herkeuringen die meer gespecialiseerde apparatuur vereisen, zoals de afstelling van dimlichtknoppen, zal ook een mogelijkheid worden gecreëerd om deze bij de herstellers te laten uitvoeren.

Naast het verlichten van de werkdruk bij keuringsstations, stelt het ontwerpdecreet ook voor dat keuringsinstellingen kleine herstellingen mogen uitvoeren, wat de efficiëntie verder bevordert. Minister Peeters benadrukt dat het project de efficiëntie, klantvriendelijkheid en kwaliteit van de autokeuringen niet in gevaar zal brengen.

Het ministerie van Peeters heeft uitvoerig overleg gepleegd met alle betrokken partijen om een breed gedragen uitvoeringsbesluit te vormen. Dit besluit is inmiddels voltooid en wordt binnenkort ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.

Foto: © Pitane Blue – controle gegevens

“We zetten door met de broodnodige hervorming van de autokeuring in Vlaanderen. Samen met de eerder genomen maatregelen, zoals de uitbreiding van de periodiciteit, zorgen we er niet alleen voor dat wachtrijen binnenkort verleden tijd zijn, maar nemen we vooral veel ergernis weg bij de burger. Het systeem wordt immers veel logischer door herstelling én herkeuring in één beweging mogelijk te maken. Bovendien zal het op bepaalde plaatsen, dankzij het eerder goedgekeurde systeem van de decentrale keuringen, ook mogelijk worden om zelfs de periodieke keuring bij de garage te laten plaatsvinden. Dan gebeurt de keuring wel nog door een keurder die verbonden is aan een erkende instelling”

Vlaams minister Lydia Peeters

Als het systeem eenmaal operationeel is, verwacht minister Peeters dat jaarlijks ongeveer 300.000 herkeuringen kunnen worden overgeheveld van de keuringsinstellingen naar de erkende herstellers. Dit zou niet alleen de wachttijden aanzienlijk verkorten, maar ook de frustratie bij voertuigeigenaren verminderen.

Daarnaast vermeldt Peeters dat, in lijn met eerdere maatregelen zoals de uitbreiding van de periodiciteit van keuringen, het systeem logischer wordt voor de burger. De integratie van reparatie en herkeuring vermindert dubbel werk en bevordert een vlottere afhandeling van het keuringsproces. Ook de decentrale keuringen, een systeem waarbij periodieke keuringen bij garages kunnen plaatsvinden onder toezicht van een keurder van een erkende instelling, zullen bijdragen aan deze verbeterde efficiëntie.

NS: OV-fiets heeft speciale Brabantse versie

Noord-Brabant heeft z’n eigen OV-fiets. Zojuist is de jubileumfiets onthuld bij de fietsenstalling van station ’s-Hertogenbosch.

De OV-fiets viert dit jaar de vijftiende verjaardag. Om dat te vieren is er voor iedere provincie een speciale OV-fiets gemaakt door kunstenaar Daniël Roozendaal. Op de Brabantse fiets staan een worstenbroodje, otters uit de Biesbosch, het Van Abbemuseum in Eindhoven en de Bolwoningen uit Den Bosch. De vijf Brabantse fietsen zijn straks te vinden in Den Bosch, Eindhoven en Roosendaal.

Wethouder Roy Geers (mobiliteit) van ‘s-Hertogenbosch was bij de onthulling aanwezig. “De OV-fiets is voor ons belangrijk, want Den Bosch is een fietsstad. Het is ook belangrijk dat de fiets veel gebruikt wordt, want dat maakt dit een leefbare stad. Het is ook ideaal om zo van het station naar je werk, een evenement of naar school te gaan. En hoe mooi is het dan dat je zo’n mooi Brabantse OV-fiets kunt treffen!”

NS-Regiodirecteur Magdalena Piotrowska voegt eraan toe: “We merken dat de populariteit van de OV-fiets blijft groeien, ook in Brabant. Vorig jaar werden er in de provincie bijna 650.000 ritten gemaakt.  Om ervoor te zorgen dat reizigers ook de komende vijftien jaar gebruik kunnen maken van de OV-fiets, blijven we uitbreiden en ontwikkelen.”

Foto: NS / Arno Leblanc

De OV-fiets is in vijftien jaar tijd niet meer uit het straatbeeld weg te denken. De vraag naar OV-fietsen ziet NS nog jaarlijks stijgen. Reizigers maakten in 2023 5,9 miljoen ritten op de OV-fiets. Dat is een stijging van een half miljoen ten opzichte van 2022. Inmiddels zijn er 22.500 fietsen beschikbaar, verdeeld over 288 locaties.

In Noord-Brabant werden vorig jaar bijna 650.000 ritten gemaakt met een OV-fiets. Vanaf station Breda ruim 147.000 ritten, vanaf Eindhoven Centraal bijna 141.000 ritten, vanaf station Tilburg ruim 135.000 ritten en vanaf station ’s-Hertogenbosch ruim 113.000 ritten. 

Reizigers kunnen van 5 april tot en met 28 juni 2024 meedoen aan een winactie waarmee ze kans maken op een grote, gesigneerde artprint van een provincie of een Museumkaart.

Frankrijk: staking luchtverkeersleiding van de baan na laatste overleg

Geen recht op vergoeding, ook niet bij annulering vlucht.

De dreiging van een grote staking bij de Franse luchtverkeersleiding is geweken. Een laatste overleg tussen de SNCTA, de grootste vakbond voor luchtverkeersleiders, en de DGAC, de burgerluchtvaartautoriteit van Frankrijk, resulteerde in een akkoord over loonsverhogingen en andere belangrijke arbeidsvoorwaarden. Dit akkoord kwam net op tijd om de geplande acties, die donderdag zouden plaatsvinden, af te blazen.

De staking zou een enorme impact hebben gehad op het luchtverkeer, met name op de twee grootste luchthavens van Parijs, Charles de Gaulle en Orly. Verwacht werd dat het grootste deel van de vluchten geannuleerd zou worden, niet alleen die van en naar Frankrijk, maar ook vluchten die slechts over Frans grondgebied zouden vliegen zonder te landen.

De timing van de staking viel samen met een van de drukste reisperiodes van het jaar, wat onvermijdelijk tot grote verstoringen zou hebben geleid. Passagiers en luchtvaartmaatschappijen zouden aanzienlijke hinder ondervinden. Daarom had de DGAC luchtvaartmaatschappijen al geadviseerd om een groot deel van de vluchten voor donderdag te annuleren als voorbereidende maatregel.

Ondanks de afgelasting van de staking blijven de gevolgen voelbaar. Veel vluchten zijn al geannuleerd op aanraden van de DGAC, en deze annuleringen zullen, volgens Jerrymie Marcus, specialist in marketing & communicatie, niet leiden tot compensatie voor de getroffen passagiers. Volgens EUclaim kunnen de annuleringen worden beschouwd als het resultaat van buitengewone omstandigheden, een direct gevolg van acties van derden, namelijk de geplande staking door de luchtverkeersleiding.

Passagiers die toch hinder ondervinden door de voorbereidende maatregelen, blijven afhankelijk van de flexibiliteit en klantenservice van hun respectievelijke luchtvaartmaatschappijen.

Luchtvaartmaatschappijen bieden getroffen passagiers de mogelijkheid om hun ticket volledig te laten terugbetalen of om te boeken naar een andere vlucht. Passagiers die met annuleringen te maken hebben, wordt geadviseerd om rechtstreeks contact op te nemen met hun luchtvaartmaatschappij voor de meest actuele informatie en mogelijkheden voor omboekingen.

Dit akkoord en de daaruit voortvloeiende afgelasting van de staking benadrukken het belang van dialoog en onderhandelingen in de luchtvaartindustrie, waar stakingen een significant effect kunnen hebben op de internationale mobiliteit en economie. De uitkomst van deze onderhandelingen laat zien dat compromissen mogelijk zijn, zelfs in sectoren waar de belangen groot en vaak tegenstrijdig zijn. Het afblazen van de staking is een opluchting voor vele reizigers en een bewijs dat effectieve onderhandelingen kunnen bijdragen aan stabiliteit in cruciale sectoren zoals de luchtvaart. 

Check uw vlucht hier.

Rijkspersoneel: groen licht voor duurzamer reizen en fietsen wordt beloond

Deze nieuwe CAO weerspiegelt een modern arbeidsbeleid waarbij aandacht voor de persoonlijke situatie van werknemers, hun gezondheid en het milieu centraal staat.

Alexandra van Huffelen, staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering, heeft onlangs de nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor Rijkspersoneel ondertekend, waarmee een belangrijke stap is gezet in de verbetering van arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren. Deze overeenkomst, die loopt van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025, omvat een salarisverhoging van 8,5 procent die ingaat per 1 juni. Daarnaast wordt er €50 toegevoegd aan de schaalbedragen en het Individueel Keuzebudget (IKB) wordt verhoogd naar 16,5 procent.

In het kader van duurzaamheid hebben de partijen afgesproken om in 2025 een budget van €10 miljoen te reserveren voor het verder vormgeven van de verduurzaming van het Rijk. Dit budget zal worden ingezet om een rijksbrede visie op vervoer te ontwikkelen en om een vervolg te geven aan de pilot duurzame CAO Rijk. Hiermee wordt beoogd om de CO2-uitstoot te verminderen en duurzamere vervoersopties te promoten, zoals het gebruik van elektrische fietsen en de integratie van Mobility as a Service (MAAS) systemen.

De visie op vervoer, zoals beschreven in de CAO, omvat een herziening van het vergoedingensysteem voor zakelijk reizen, waaronder woon-werkverkeer en dienstreizen. De nadruk ligt op het stimuleren van duurzame vervoersvormen, met aandacht voor regionale verschillen en de toegankelijkheid van werklocaties.

De nieuwe CAO Rijk, die loopt van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025, introduceert een aantal belangrijke wijzigingen en verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden van rijksambtenaren.

Beeld: Martijn Beekman – Alexandra van Huffelen.

“Een heugelijk moment toen ik vanochtend het akkoord over de nieuwe CAO Rijk heb ondertekend! Per 1 juni wordt het salaris met 8.5 procent verhoogd, er wordt een bedrag van €50 euro toegevoegd aan de schaalbedragen en het Individueel Keuzebudget (IKB) wordt verhoogd naar 16.5 procent.”

Alexandra van Huffelen – Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering

Verder is er een interessante vooruitgang in de vergoedingen voor fietsgebruik. Met ingang van 1 oktober 2024 wordt de kilometervergoeding voor het fietsen verhoogd van €0,07 naar €0,21. Dit geldt voor zowel woon-werkverkeer als dienstreizen die per fiets worden afgelegd. Dit benadrukt de inzet van de overheid om gezond en milieuvriendelijk vervoer onder haar werknemers aan te moedigen. Tenslotte wordt de leasefietsregeling, die in 2020 als pilot werd geïntroduceerd, per 1 januari 2025 rijksbreed voortgezet. 

opvallende aanpassingen

Naast vervoer biedt de CAO vanaf 2025 een nieuwe faciliteit waarbij werknemers maximaal €2000 per jaar van hun IKB kunnen inzetten voor de aflossing van hun studieschuld. Deze maatregel is vooral relevant gezien de toenemende zorgen over studiefinanciering en de financiële lasten van jonge werknemers. Verder werd het volledig betaalde zorgverlof uitgebreid van 2 naar 4 weken en kan flexibel worden opgenomen. Dit biedt werknemers meer ruimte om zorgtaken op zich te nemen zonder inkomensverlies, een stap die de werk-privé balans aanzienlijk verbetert.

OCTO.CAB: een kleine box met grote impact op toekomst taxivervoer

OCTO.CAB, opgericht door een groep visionaire ondernemers, zag al in 2019 mogelijkheden om de markt van dataterminals te doorbreken.

Vanuit een kantoor in Eindhoven is een revolutie in de taxisector op komst. Met de verwachte invoering van nieuwe wetgeving op 1 januari 2025, waarbij alle taxi’s realtime verbonden moeten zijn met de servers van de Inspectie Leefmilieu en Transport (ILT), speelt het bedrijf OCTO.CAB in op een grote verandering.

Tijdens brainstorm sessies zaten mede-oprichters John van Gils, Luuk Soentjens, Ruud Mathijssen en enkele anderen samen aan tafel, waar zij zich vrij voelden om ideeën uit te wisselen en elk probleem vanuit verschillende hoeken te benaderen. Zoals octopussen zich aanpassen aan hun omgeving, zochten de oprichters naar flexibele oplossingen voor de starre markt van dataterminals. “We hebben verschillende aanpakken en ideeën uitgeprobeerd, net zoals een octopus verschillende tactieken gebruikt om problemen op te lossen,” legt John van Gils uit.

De naam OCTO.CAB is dan ook een directe verwijzing naar deze veelarmige strategie. Elke ‘arm’ van de octopus staat symbool voor een ander aspect van de service die OCTO.CAB biedt, van de gebruikersinterface en hardwareontwerp tot de integratie met bestaande systemen en de naleving van de nieuwe regelgeving. “De bestaande markt was verzadigd met enkele spelers die nauw verbonden waren met softwarebedrijven, wat ons beperkte in het maken van koppelingen. Dit heeft ons aangezet om zelf iets te ontwikkelen,” vertelt van Gils.

De ontwikkeling van OCTO.CAB is vanaf het begin af aan begeleid door Luuk Soentjens, die met zijn uitgebreide praktijkervaring precies wist wat de markt nodig had. “We hebben de tijd genomen om het product verder te ontwikkelen en te verfijnen. Certificeringen voor de huidige BCT zijn veel te duur voor de periode van de ‘oude’ BCT die nog rest, dus het was waard om te wachten. We wilden ervoor zorgen dat we een volledig functioneel en geoptimaliseerd product hadden,” zegt Soentjens.

Foto: © Pitane Blue – OCTO.CAB

“Zolang men niet definitief weet wat de certificeringseisen zijn, is het moeilijk om een label te plakken op de kosten per maand. Van de hardware kunnen we dat wel, die ligt op 1.499,- EUR exclusief de inbouwkosten. Maar de bijkomende maandelijkse kosten zijn nog niet definitief bepaald.”

Luuk Soentjens – Co-Owner OCTO.CAB

De nieuwe terminal, die geschikt is voor elk type personen- of goederenvervoer, is niet alleen gericht op compliance met de nieuwe wetgeving, maar biedt ook praktische voordelen. “Het apparaat is compact, makkelijk te installeren en vereist geen lange uitleg. Het is intuïtief in gebruik,” voegt van Soentjens toe. Dit is een belangrijk verkooppunt gezien de beperkte ruimte in nieuwere auto’s voor installatie.

compact apparaat

Wat de hardware betreft, heeft OCTO.CAB aandacht besteed aan elk detail. “We hebben alle aansluitingen aan één kant van het apparaat geplaatst om installatie en onderhoud te vergemakkelijken,” verduidelijkt Luuk. Dit ontwerp, gecombineerd met een gebruiksvriendelijke interface en een robuust softwareplatform, maakt de OCTO.CAB een aantrekkelijke optie voor taxibedrijven die zich voorbereiden op de toekomstige regelgeving.

De innovatieve ontwikkelingen binnen de taxisector loopt ook tegen aanzienlijke bureaucratische hordes aan. De introductie van nieuwe technologieën zoals die van OCTO.CAB is cruciaal voor de modernisering van de sector, maar regelgeving kan innovatieve bedrijven ook in een benarde positie brengen, zoals blijkt uit de uitdagingen die de ondernemer schetst.

Foto: Luuk Soentjens in gesprek over de OCTO.CAB

“Wanneer ze vasthouden aan de verplichting een BCT te moeten installeren naast onze oplossing, is er al achterstand vanaf de start. Niet veel bedrijven willen twee kastjes in de taxi inbouwen. Mijn kans om te testen wordt daarmee al een stuk kleiner.”

Luuk Soentjens – Co-Owner OCTO.CAB

Het bedrijf staat voor een potentiële deelname aan ‘Praktijktoets 2’, een initiatief van de Inspectie Leefmilieu en Transport (ILT), bedoeld om te testen of nieuwe technologieën voldoen aan de strenge regelgeving in de sector. Echter, Soentjens benadrukt dat de voorwaarden voor deelname nog onduidelijk zijn, wat het voor hen moeilijk maakt om hun deelname en strategie te plannen. “We wisten nog niet helemaal hoe we mee konden doen,” legt hij uit. Dit toont aan hoe onzekerheid over regelgevende kaders innovatieve bedrijven kan remmen.

nadeel

De situatie wordt nog gecompliceerder door de bestaande verplichting voor taxi’s om een Boordcomputer Taxi (BCT) te installeren. Soentjens voelt dat zijn bedrijf en de taxibedrijven die willen deelnemen aan de test, benadeeld worden doordat ze mogelijk verplicht zijn om naast de OCTO.CAB terminal ook een standaard BCT in te bouwen. “Niet veel bedrijven willen twee kastjes in de taxi inbouwen,” zegt hij, wat wijst op de praktische en financiële lasten die dergelijke regelgeving met zich meebrengt.

De frustratie is duidelijk wanneer hij spreekt over het oneerlijke speelveld dat gecreëerd wordt door deze dubbele vereisten. Hij pleit voor een voorlopige voorziening die het voor nieuwe leveranciers zoals OCTO.CAB mogelijk maakt om hun apparaten te testen zonder de noodzaak van een BCT, iets wat de drempel voor innovatie aanzienlijk zou verlagen. “Ik had gehoopt dat ze een voorlopige voorziening zouden treffen,” merkt hij op, wat de deur zou openen voor meer flexibiliteit en innovatie in de sector.

toekomst

De toekomst van OCTO.CAB ziet er rooskleurig uit, met een sterke nadruk op gebruiksgemak en innovatie. Als de wetgeving zoals verwacht wordt ingevoerd, staat OCTO.CAB klaar om een belangrijke speler te worden in een snel evoluerende markt. Dit alles wijst op een slimme strategie die niet alleen voldoet aan nieuwe regelgeving, maar ook echte waarde biedt aan de eindgebruikers in de taxisector.

NS: BeNEX zet grote stap in Duits spoorvervoer met overname Abellio

NS verkoopt haar dochteronderneming Abellio Duitsland aan de Duitse spooronderneming BeNEX.

De Hamburgse mobiliteitsdienstverlener BeNEX, gespecialiseerd in regionaal spoorvervoer, heeft een belangrijke stap gezet om zijn positie op de Duitse markt te versterken. Het bedrijf heeft de aandelen van de NS, die daarmee de laatste buitenlandactiviteiten heeft beëindigt, in Abellio in Duitsland overgenomen. Deze overname omvat de spoorwegvervoersbedrijven Abellio Rail Mitteldeutschland GmbH, gevestigd in Halle (Saale), en WestfalenBahn GmbH, gevestigd in Bielefeld, evenals de serviceonderneming PTS GmbH in Neuss.

Deze strategische uitbreiding brengt het aantal werknemers van BeNEX op meer dan 3.500 en verhoogt de jaarlijkse verkeersprestatie naar ongeveer 65 miljoen treinkilometers. Hiermee wordt BeNEX een van de grootste aanbieders van regionaal spoorvervoer in Duitsland. “De overname van Abellio beschouwen we als een grote kans en verantwoordelijkheid voor de duurzame ontwikkeling van regionaal treinvervoer in Duitsland,” zei Johann von Georg, directeur van BeNEX.

Deze transactie is onderdeel van de langetermijnstrategie van BeNEX om het aanbod van milieuvriendelijke mobiliteit verder te ontwikkelen, het aantal passagiers te vergroten en zo een duurzaam vervoersbeleid te ondersteunen. “Met Abellio Rail Mitteldeutschland en WestfalenBahn groeit ons portfolio van deelnemingen naar zeven regionale treinbedrijven. Met de uitgebreide bedrijfsgroep kunnen we de diverse uitdagingen in de huidige marktomstandigheden beter aan en synergieën creëren voor verdere winstgevende groei,” voegde Michael von Mallinckrodt, mededirecteur van BeNEX, toe.

Rolf Schafferath, voorzitter van de bedrijfsvoering van Abellio in Duitsland, verwelkomt BeNEX als een aandeelhouder die een beslissende rol wil spelen in de verkeersomslag in Duitsland. “Voor onze medewerkers, onze passagiers en onze opdrachtgevers betekent de intrede van BeNEX langdurige planningszekerheid en een nieuwe groeiperspectief,” zei Schafferath.

De afronding van de transactie wordt, afhankelijk van goedkeuringen op het gebied van mededingingsrecht, verwacht in de tweede helft van 2024. Deze overname is niet alleen een uitbreiding van BeNEX’s activiteiten, maar versterkt ook het bedrijf’s commitment aan duurzaamheid en innovatie in het openbaar vervoer. Abellio Duitsland exploiteert momenteel 3 spoorconcessies in 8 deelstaten. Daarnaast is Abellio in Duitsland eigenaar van reinigings- en beveiligingsbedrijf PTS. Abellio had in 2023 een omzet van ruim 400 miljoen euro en ruim 1600 medewerkers. Het hoofdkantoor van Abellio Duitsland is gevestigd in Berlijn.

Over de koopprijs is geheimhouding afgesproken. 

Daadkracht: samenwerking en financiering essentieel voor toekomstig transport

De Mobiliteitsalliantie, de VNG en het IPO doen een dringend beroep op de beoogde coalitie om mobiliteit onlosmakelijk onderdeel te maken van nieuw beleid.

In het huidige politieke klimaat, met een nieuw kabinet in aantocht, wordt de druk om substantiële en duurzame investeringen in de mobiliteitssector te bewerkstelligen steeds groter. Nederland staat voor aanzienlijke uitdagingen op het gebied van woningbouw, verduurzaming en leefbaarheid, waarbij mobiliteit een cruciale rol speelt. Dit thema, aangeduid als de ‘levensader van onze samenleving’, vereist volgens de Mobiliteitsalliantie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) structurele investeringen om Nederland bereikbaar, betaalbaar en leefbaar te houden.

Marga de Jager, voorzitter van de ANWB en tevens voorzitter van de Mobiliteitsalliantie, benadrukt het belang van mobiliteit niet als doel op zich, maar als essentiële voorwaarde voor maatschappelijke participatie. “Bereikbaarheid én betaalbaarheid zijn cruciaal”, stelt zij, wijzend op het belang van een infrastructuur die zowel autowegen als fiets- en wandelpaden, waterwegen, en een fijnmazig openbaar vervoernetwerk omvat.

mobiliteitsbeleid

De noodzaak voor actie is duidelijk. De samenwerkende partijen signaleren dat Nederland dichtslibt zonder een krachtig mobiliteitsbeleid van het komende kabinet. Er is een jaarlijkse behoefte aan 2 à 3 miljard euro extra alleen al voor beheer en onderhoud, afgezien van de noodzakelijke investeringen in uitbreiding en vernieuwing van de infrastructuur. Gedeputeerde Harry van der Maas van het IPO verwoordt het zo: “Dat kan voorkomen worden door slimmer om te gaan met wat er al is, in combinatie met meer geld.”

Ook de politiek moet blijven letten op de betaalbaarheid van zowel het reizen met het openbaar vervoer als de auto. Marga de Jager voegt hieraan toe dat het belangrijk is dat de formerende partijen niet alleen vooruitkijken, maar ook rekening houden met eerder gemaakte afspraken en lopende of reeds geplande projecten. “Haperend beheer en onderhoud aan bijvoorbeeld rijkswegen leidt tot extra druk op provinciale en lokale wegen,” aldus de Jager.

Foto: Jan van Burgsteden

“Het is voor onze inwoners van belang dat er betaalbare en gelijkwaardige alternatieven voor de auto beschikbaar zijn, zoals goed openbaar vervoer in elke regio.”

Jan van Burgsteden, wethouder van gemeente Meierijstad en VNG-commissielid

De wethouder benadrukt het belang van bereikbaarheid op regionaal niveau. Dit is vooral belangrijk voor de toegankelijkheid van essentiële diensten zoals ziekenhuizen en nieuwe woonwijken, ook voor mensen die geen auto bezitten. De Mobiliteitsalliantie, bestaande uit diverse toonaangevende organisaties zoals ANWB, Arriva, BOVAG, en vele anderen, biedt een breed draagvlak voor deze kwesties. Ondanks de verschillen binnen de achterban van deze organisaties, is er een gemeenschappelijk streven naar een toegankelijke, betaalbare en duurzame mobiliteit die zowel de samenleving als de economie ondersteunt.

De Mobiliteitsalliantie, een krachtig samenwerkingsverband binnen de Nederlandse mobiliteitssector, vertegenwoordigt een opmerkelijk spectrum aan organisaties, van belangenverenigingen tot grote spelers in het openbaar vervoer en wegenbouw. Dit collectief streeft naar belangrijke verbeteringen en innovaties die de bereikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van vervoer in Nederland zullen bevorderen.

De alliantie telt enkele van de meest invloedrijke en herkenbare namen in de mobiliteitssector. Onder hen bevindt zich de ANWB, die naast haar rol in hulpverlening aan weggebruikers ook toeristische diensten aanbiedt. Arriva en Nederlandse Spoorwegen (NS) zijn prominente leden die respectievelijk bus- en treinvervoer verzorgen, cruciaal voor het dagelijks functioneren van het openbaar vervoer in Nederland.

Bedrijven zoals Bouwend Nederland en MKB Infra vertegenwoordigen de bouw- en infrastructuursector, en spelen een essentiële rol in de ontwikkeling van de fysieke mobiliteitsinfrastructuur. Daarnaast speelt de RAI Vereniging een belangrijke rol als vertegenwoordiger van de rijwiel- en automobielindustrie, wat wijst op de breedte van de alliantie die zowel fietsen als auto’s omvat.

De belangen van specifieke gebruikersgroepen worden niet over het hoofd gezien. De Fietsersbond maakt zich sterk voor de belangen van fietsers, terwijl de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) en Vereniging Zakelijke Rijders belangen van zakelijke automobilisten en leasebedrijven behartigen.

Wat betreft openbaar vervoer is de alliantie rijk vertegenwoordigd met bedrijven zoals GVB, HTM, Keolis, Qbuzz, RET en Transdev die diensten verzorgen in verschillende stedelijke gebieden van Nederland, zoals Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en daarbuiten. OV NL bundelt al deze bedrijven onder een gemeenschappelijke noemer, wat zorgt voor een gestroomlijnde communicatie en beleidsontwikkeling binnen de sector.

De internationale luchthaven Schiphol is ook een lid van de alliantie, wat de luchtvaartsector verbindt met de bredere doelen van mobiliteitsinnovatie en -ontwikkeling in Nederland. Schiphol speelt een cruciale rol in het faciliteren van zowel nationale als internationale verbindingen.

KNV: Mobiliteitsvernieuwers slaan handen ineen voor groene toekomst

KNV Connected Mobility biedt een uniek platform waar bedrijven uit alle segmenten van de mobiliteitssector kunnen samenwerken.

De mobiliteitssector in Nederland ondergaat een behoorlijke transformatie met als doel de overstap naar een groenere, efficiëntere en meer vraaggestuurde mobiliteitsstructuur. Deze verandering is essentieel om de groei van de sector te ondersteunen en tegelijkertijd maatschappelijke ambities op het gebied van duurzaamheid en bereikbaarheid waar te maken.

Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), een prominente branchevereniging in het vervoersnetwerk van Nederland, heeft in reactie op deze behoefte een nieuwe vereniging opgericht, genaamd KNV Connected Mobility. Deze vereniging zal fungeren als een platform voor de integratie van uiteenlopende vervoerswijzen en de bevordering van duurzame en efficiënte reisoplossingen.

De term ‘Connected Mobility’ verwijst naar een geïntegreerde benadering van mobiliteit, waarbij technologische tools zoals digitale platforms en mobiele apps worden gecombineerd met fysieke vervoersknooppunten. Deze knooppunten, zoals bushaltes, transferhubs en parkeer- en laadlocaties (P+R), zijn essentieel voor een gestroomlijnde en aangename reiservaring.

De missie van KNV Connected Mobility is gericht op het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van diverse mobiliteitsaanbieders. Tot de leden behoren aanbieders van Mobility as a Service (MaaS), openbaar vervoersbedrijven, zorg- en taxivervoer, aanbieders van deelmobiliteit, en ontwikkelaars van software voor transportmanagement. Het streven is om de krachten van deze uiteenlopende partijen te bundelen, hun kennis en ervaring te delen, en gezamenlijk te werken aan praktische voorstellen die de transitie naar een geïntegreerd mobiliteitssysteem kunnen versnellen.

De oprichting van deze vereniging komt op een cruciaal moment. De mobiliteitssector staat aan de vooravond van grote veranderingen, gedreven door technologische innovatie en een toenemende vraag naar duurzamere transportopties. Binnen enkele jaren wordt verwacht dat de verbindingen tussen verschillende vervoersvormen steeds digitaler en naadlozer zullen worden, waardoor de verwachtingen van reizigers ook zullen veranderen. Bedrijven die achterblijven in deze ontwikkeling riskeren irrelevant te worden in het snel evoluerende landschap.

Europa: VVD waarschuwt voor spionagegevaar in Chinese auto’s

Het toenemende wantrouwen tegenover Chinese technologieën, vooral binnen de Europese Unie, is een onderwerp dat steeds vaker opduikt in gesprekken over nationale veiligheid en technologische afhankelijkheid.

Een recent voorbeeld hiervan is de uitspraak van Europarlementariër Bart Groothuis (VVD) die ernstige bedenkingen uitte over het gebruik van Chinese auto’s door Europese ambtenaren en leiders. “Peter Wennink kan niet in een Chinese auto rijden. Als hij zijn telefoon aansluit luistert China mee,” waarschuwde Groothuis. Deze opmerking, gemaakt tijdens een discussie over cybersecurity in Brussel, belicht de groeiende zorgen over hoe technologie kan worden gebruikt als middel voor internationale spionage.

Deze bezorgdheid is niet ongegrond. Recente incidenten en onderzoeken wijzen op een patroon waarbij Chinese technologieën mogelijk backdoors bevatten die toegang kunnen bieden tot gevoelige informatie. Dit risico wordt als onacceptabel beschouwd, vooral voor personen in sleutelposities zoals ministers of toonaangevende bedrijfsleiders zoals Wennink.

kritische blik

Groothuis, die bekend staat om zijn kritische blik op cyberveiligheid, benadrukte ook het bredere risico van cyberaanvallen die vitale infrastructuur kunnen treffen, zoals energie-, gas-, en waterdistributiesystemen. “Onze eigen levensbelangrijke systemen worden ook ernstig bedreigd door cybercriminaliteit,” voegde hij toe, met een duidelijke verwijzing naar de noodzaak voor versterkte beveiligingsmaatregelen in deze sectoren.

De discussie rond cybersecurity strekt zich uit tot de onderwijsinstellingen in China, waarvan beweerd wordt dat zij enkele van de beste hackers trainen. Dit verhoogt de urgentie voor Europese instellingen om hun beveiliging te versterken, vooral in sectoren die essentiële diensten leveren zoals ziekenhuizen. “Als je essentiële diensten levert aan de samenleving, dan moet je meer doen aan het beveiligen van je infrastructuur,” aldus Groothuis.

Foto: © Pitane Blue – Bart Groothuis (VVD)

In een breder kader stelde de Europese Commissie vorige maand de Net Zero Industry Act (NZIA) voor, als onderdeel van het Green Deal Industrial Plan. Deze wetgeving is ontworpen om de Europese industrie te positioneren voor de groene en digitale transities. De NZIA richt zich specifiek op het versnellen van vergunningsprocedures voor bedrijven die willen investeren in technologieën die bijdragen aan een nettonulemissie. Dit proces, vaak gezien als een bottleneck voor snelle industriële ontwikkeling, wordt gestroomlijnd om innovatie te versnellen zonder de strikte milieu- en veiligheidsnormen van de EU te compromitteren.

eigen industrie

Met speciale aandacht voor brandstof, elektrificatie en batterijtechnologieën benadrukte Groothuis het belang van het terugwinnen van industriële capaciteiten binnen Europa en het vermindering van afhankelijkheid van niet-Europese technologieën. “We moeten die industrie weer terughalen en dat weer zelf gaan doen,” verklaarde hij, verwijzend naar een Europa dat zelfvoorzienend is en sneller vergunningen verleent.

De kwestie van de aanbestedingen toont de complexiteit van dit proces binnen de EU, waarbij overheden vaak worstelen met de strikte Europese regels en procedures. Dit is een onderdeel van het bredere debat over hoe Europa zijn technologische soevereiniteit kan versterken zonder de efficiëntie van zijn markten te ondermijnen.

Duurzaam: de bakfiets verovert de stad al remmen lokale regels de groei

De bakfiets, vaak gezien als een symbool van duurzame stadslogistiek, biedt tal van voordelen.

Steeds meer bedrijven en zelfstandigen in grote steden wisselen hun traditionele bestelwagens in voor bakfietsen. Deze verschuiving wordt voornamelijk gedreven door de toenemende mobiliteitsproblemen en parkeerdruk in stedelijke gebieden. Ondernemers kiezen niet alleen voor bakfietsen vanwege praktische redenen, maar ook uit ecologische overwegingen, waarbij een significante afname van de CO2-uitstoot een belangrijke motivator is.

Voor kleine zelfstandigen zoals loodgieters en klusjesmannen biedt de bakfiets een efficiënte oplossing om snel en flexibel in de stad te navigeren. Ook de sector van pakket- en maaltijdbezorgingen heeft de voordelen ontdekt. Een elektrische bakfiets kan bijvoorbeeld gemakkelijker een parkeerplek vinden dan een auto en is in het stadsverkeer vaak sneller.

Ondanks deze voordelen, zijn er ook uitdagingen. De afmetingen van de bakfiets, hoewel compacter dan die van bestelwagens, vereisen nog steeds aanzienlijke ruimte op de vaak smalle stedelijke trottoirs. Dit kan leiden tot obstructies die niet alleen onpraktisch zijn, maar ook het imago van het betreffende bedrijf kunnen schaden.

De stedelijke infrastructuur loopt soms achter bij deze trend. Hoewel de bakfiets vele voordelen biedt, zoals altijd dichtbij parkeren en geen brandstofkosten, is het soms een puzzel om een geschikte parkeerplek te vinden zonder voetgangers te hinderen.

Foto: © Pitane Blue – Cargoroo

Toch blijft de uitdaging bestaan om de stedelijke infrastructuur aan te passen aan nieuwe vormen van vervoer en om te zorgen voor een gelijk speelveld in de concurrentiestrijd tussen aanbieders van deze innovatieve diensten.

Een ander interessant aspect van de opkomst van de bakfiets is de toename van deelbakfietsen, zoals die van Cargoroo. Deze diensten bieden bewoners de mogelijkheid om op een flexibele en duurzame manier gebruik te maken van bakfietsen zonder zelf eigenaar te hoeven zijn. Echter, de weg naar acceptatie en integratie in stadsdelen is niet altijd vanzelfsprekend. 

kwestie

In een kwestie van de vergunningverlening voor deelbakfietsen heeft de voorzieningenrechter een delicate balans te vinden tussen de belangen van de betrokken partijen. De kern van het conflict betreft de afwijzing van een vergunningaanvraag door een bedrijf, dat in deze context wordt aangeduid als verzoekster, tegenover de belangen van de gemeente, hier verweerder genoemd, en een concurrerend bedrijf, Baqme.

De rechter benadrukte dat de schorsing van de weigering om een vergunning te verlenen niet automatisch inhoudt dat de vergunning alsnog aan verzoekster zou worden uitgereikt. Dit is een belangrijk juridisch nuance, omdat het simpelweg opschorten van een negatieve beslissing niet direct leidt tot een positieve uitkomst voor de aanvrager.

Verzoekster heeft haar verzoek om voorlopige voorzieningen vooral gemotiveerd met het argument dat dit nodig is om investeerders een ‘sprankje hoop’ te bieden. Zij claimt dat de besluiten van de gemeente haar binnen twee maanden in financiële problemen kunnen brengen, wat een ernstige impact zou hebben op de bedrijfsvoering. Echter, de voorzieningenrechter vond dat deze beweringen niet voldoende onderbouwd waren, met name omdat verzoekster ervoor koos geen bedrijfsgevoelige informatie te delen die haar financiële situatie kon staven.

Deze beslissing van de voorzieningenrechter illustreert de complexiteit van juridische besluitvorming in situaties waarbij de belangen van meerdere partijen op het spel staan. De rechter wees erop dat de huidige vergunning van verzoekster nog geldig is tot 15 juni 2024, en dat het bedrijf redelijkerwijs had kunnen en moeten anticiperen op de mogelijkheid dat ze niet automatisch een nieuwe vergunning zou krijgen. Dit suggereert een verwachting van proactief risicobeheer van bedrijven in hun bedrijfsstrategieën.

Verder oordeelde de rechter dat de naleving van de Nadere regels en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) door de gemeente een zwaarwegend belang is, dat dient ter bescherming van de rechtszekerheid. Dit belang wordt nog versterkt door de betrokkenheid van een derde partij, in dit geval Baqme, wiens rechten en belangen ook gewaarborgd moeten worden.