Tag archieven: leefbaarheid

Kermis wordt duurder en groter: toch blijft het volksfeest onmisbaar voor de samenleving

De zomerkermis is allang geen onschuldig volksvermaak meer.

De zomerkermis is in Nederland en Vlaanderen allang niet meer het eenvoudige vermaak van botsauto’s en suikerspinnen alleen. Wat ooit begon als een verzameling attracties op een plein, is uitgegroeid tot een grootschalig evenement dat complete binnensteden tijdelijk op z’n kop zet. Straten worden afgesloten, verkeersstromen omgelegd en hele stadsdelen krijgen een andere functie. Tegelijkertijd blijft de kermis diep geworteld in de samenleving als ontmoetingsplek en cultureel erfgoed.

Grote stadskermissen, zoals die in Tilburg en Gent, trekken bezoekers uit de wijde regio en vereisen maandenlange voorbereiding. Tilburg spreekt zelf over een evenement dat de stad tien dagen volledig in bezit neemt. De editie van 2026 staat gepland van 17 tot en met 26 juli. In Gent is de kermis zelfs onderdeel van een breder netwerk van evenementen, waarbij de Zomerfoor samenvalt met de drukbezochte Gentse Feesten. Daarnaast blijven kleinere dorpskermissen een belangrijke rol spelen in gemeenten, waar ze vooral draaien om sociale cohesie en traditie.

impact voor mobiliteit

De impact op mobiliteit is enorm. Binnensteden veranderen tijdelijk van functie. Wegen worden afgesloten, buslijnen aangepast en parkeerplekken verdwijnen of verschuiven naar de randen van de stad. In Tilburg leidde een evaluatie van 2025 tot concrete wijzigingen voor de volgende editie, waaronder verbeterde looproutes en een betere verbinding met het station. Ook in Vlaamse steden zoals Diest en Opwijk worden tijdens kermissen straten afgesloten en parkeerverboden ingesteld om de toestroom in goede banen te leiden.

Binnensteden worden volledig op slot gegooid. Auto’s zijn niet langer welkom, straten verdwijnen achter hekken en omleidingen zorgen voor chaos. Parkeerplaatsen worden geschrapt en bewoners zoeken wanhopig naar een plekje voor hun auto. Gemeenten sturen bezoekers massaal naar de rand van de stad, waar ze via P+R-terreinen en shuttlebussen alsnog naar het centrum moeten zien te komen. Fietsers en treinreizigers krijgen voorrang, maar ook daar ontstaan opstoppingen.

Opvallend is de verschuiving richting alternatieve vervoersmiddelen. Auto’s worden steeds vaker geweerd uit het centrum, terwijl bezoekers worden aangemoedigd om met de fiets, het openbaar vervoer of via P+R-voorzieningen te komen. Tijdens grote evenementen, zoals de Gentse Feesten, blijkt dat effectief: tienduizenden fietsers maken gebruik van bewaakte stallingen en honderdduizenden reizigers stappen op tram en bus. Tegelijkertijd vormt de logistiek achter de schermen een onderschat probleem. De opbouw en afbraak van de kermis, met zware vrachtwagens en woonwagens, zorgt regelmatig voor extra drukte en hinder.

sociale waarde

Toch draait de kermis niet alleen om logistiek en economie. De sociale waarde blijft van onschatbare betekenis. Kermissen zijn plekken waar generaties samenkomen, waar families tradities voortzetten en waar ontmoeting centraal staat. Gemeenten erkennen dit steeds vaker. Zo benadrukt Maasgouw dat de kermis draait om “sfeer, ontmoeting en saamhorigheid”. De sector zelf wordt bovendien gedragen door families die het vak al generaties lang uitoefenen.

Inclusiviteit krijgt eveneens meer aandacht. Steeds vaker worden prikkelarme momenten georganiseerd voor mensen die gevoelig zijn voor drukte en geluid. Ook zijn er speciale dagen voor mensen met een beperking. Tegelijkertijd blijkt uit evaluaties dat toegankelijkheid nog niet overal op orde is. In Tilburg kwamen klachten binnen over rolstoelroutes en voorzieningen, wat aangeeft dat er nog werk te doen is.

Een bijzonder fenomeen is Roze Maandag in Tilburg. Wat begon als een feestdag binnen de kermis, is uitgegroeid tot een belangrijk sociaal-cultureel evenement. De boodschap is duidelijk: “Gewoon jezelf kunnen zijn, da’s het mooiste.” Tegelijkertijd klinkt er een serieuze ondertoon, omdat acceptatie van LHBTIQ+-personen nog altijd niet vanzelfsprekend is.

Intussen rijzen de kosten de pan uit. Veiligheid, personeel en vergunningen worden steeds duurder. Exploitanten moeten diep in de buidel tasten voor brandstof, energie en onderhoud. Die stijgende kosten worden uiteindelijk doorberekend aan het publiek. Een avondje kermis is daardoor voor veel gezinnen geen goedkoop uitje meer.

Foto: © Pitane Blue
– kermis in Best


Financieel gezien staat de sector onder druk. Waar gemeenten vroeger vooral keken naar opbrengsten uit standgelden, verschuift de focus nu naar maatschappelijke waarde. Kosten voor veiligheid, personeel en vergunningen stijgen flink. Organisatoren maken zich zorgen over deze ontwikkelingen, terwijl ook exploitanten kampen met hogere uitgaven voor energie, transport en onderhoud. Die kosten worden uiteindelijk deels doorberekend aan bezoekers, waardoor een avondje kermis duurder wordt.

gemeentelijke kosten

Daarnaast zijn de gemeentelijke kosten vaak versnipperd. Uitgaven voor politie, handhaving en schoonmaak worden verdeeld over verschillende diensten, waardoor het totaalplaatje niet altijd direct zichtbaar is. In Tilburg bleek al eerder dat de kermis niet vanzelf winstgevend is, mede door stijgende veiligheidskosten.

De afgelopen jaren is de kermissector sterk veranderd. Veiligheid en crowdmanagement spelen een grotere rol, net als duurzaamheid. Er wordt gezocht naar alternatieven voor dieselgeneratoren en naar manieren om afval te beperken, al blijkt dat in de praktijk lastig en kostbaar. Ook digitalisering doet zijn intrede, met apps, online informatie en cashless betalingen die het bezoek moeten vergemakkelijken.

kermiscultuur

Tegelijkertijd groeit de erkenning van de kermis als cultureel erfgoed. In Nederland staat de kermiscultuur inmiddels op de lijst van immaterieel erfgoed, terwijl België en Frankrijk zelfs een UNESCO-erkenning hebben gekregen. Dat onderstreept dat de kermis meer is dan een commercieel evenement.

Gemeenten zitten met een groeiend dilemma. De kermis levert lang niet altijd geld op en kost bakken met geld aan organisatie en veiligheid. Toch durft bijna niemand het evenement ter discussie te stellen. De maatschappelijke waarde weegt zwaar: de kermis brengt leven in de stad, vult terrassen en zorgt voor volle hotels.

De toekomst van de zomerkermis ligt daarmee op een spannend kruispunt. Gemeenten moeten balanceren tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, tussen traditie en modernisering, en tussen kosten en sociale waarde. De vraag is niet langer of de kermis winst oplevert, maar of het evenement zijn rol als ontmoetingsplek en cultureel fenomeen kan blijven vervullen in een steeds complexere stedelijke omgeving.

Toch blijft de grote vraag hangen: hoe lang houdt dit stand? De druk op steden neemt toe, bewoners pikken niet alles meer en de kosten blijven stijgen. De zomerkermis staat op een kantelpunt. Wat ooit begon als een simpel uitje, is veranderd in een megaspektakel dat steden laat bruisen, maar ook op scherp zet.

Toerisme als redder van de gemeentekas: toeristentaks rukt op

Vanaf 1 januari verandert het Vlaamse toeristische landschap voelbaar.

Steeds meer steden en dorpen voeren een toeristentaks in, een maatregel die officieel wordt gepresenteerd als een investering in kwaliteit en beleving, maar die in de praktijk vooral vragen oproept over de ware bedoeling. Het gaat om een heffing die bezoekers per overnachting betalen en die volgens lokale besturen moet bijdragen aan het onderhoud van infrastructuur, de versterking van toeristische diensten en het behoud van de leefbaarheid. Tegelijk klinkt er steeds luider kritiek dat de maatregel vooral dient om de gemeentekas te spijzen, zonder het eigen volk rechtstreeks te raken.

De redenering achter de toeristentaks is op papier eenvoudig. Wie tijdelijk geniet van een stad of dorp, mag ook bijdragen aan de kosten die dat verblijf met zich meebrengt. Extra afvalophaling, onderhoud van pleinen, parken en historische sites en de inzet van stadsdiensten kosten geld. Door bezoekers een beperkte bijdrage te vragen, hoeven lokale besturen die kosten niet volledig door te rekenen aan de inwoners. Precies daar wringt het schoentje voor critici, die stellen dat de maatregel vooral aantrekkelijk is omdat ze politiek weinig weerstand oproept. Toeristen hebben geen stemrecht en vertrekken meestal weer voordat ze hun ongenoegen kunnen uiten.

ideale citytrip

Sommige Vlaamse gemeenten omarmen de taks met opvallend veel enthousiasme. Zij zetten zichzelf zonder schroom in de markt als de ideale citytrip, met slogans die verwijzen naar charme, cultuur en gastronomie. De toeristentaks wordt daarbij voorgesteld als een vanzelfsprekend onderdeel van een kwalitatieve ervaring. De boodschap is duidelijk: wie kiest voor een weekendje weg in zo’n stad, kiest ook voor een kleine bijdrage aan het geheel. De heffing wordt haast geruisloos toegevoegd aan de hotelrekening, waardoor ze voor veel bezoekers nauwelijks opvalt.

De vraag of er in al die dorpen die een toeristentaks heffen wel daadwerkelijk iets te beleven valt, dringt zich steeds vaker op. Niet elke gemeente die bezoekers laat meebetalen, beschikt over uitgesproken trekpleisters, een rijk cultureel aanbod of een duidelijke toeristische identiteit. In sommige gevallen gaat het om rustige woonkernen waar het toerisme beperkt blijft tot een handvol wandelroutes of enkele lokale eetgelegenheden.

Andere steden en dorpen doen minder moeite om de ware aard van de maatregel te verbergen. Daar klinkt openlijk dat de toeristentaks een creatieve inkomstenbron is in tijden waarin budgetten onder druk staan. Stijgende kosten voor energie, personeel en onderhoud dwingen lokale besturen tot nieuwe oplossingen. Belastingen voor inwoners verhogen ligt gevoelig, terwijl subsidies niet altijd volstaan. De toeristentaks wordt dan gezien als een handig instrument dat extra ademruimte geeft, zonder dat het dagelijkse leven van de eigen bevolking rechtstreeks duurder wordt.

Foto: Pitane Blue – bootje varen op De Leie

Lokale besturen kijken steeds nadrukkelijker naar de toeristentaks als een extra bron van inkomsten die weinig politieke risico’s inhoudt. Terwijl de kosten voor personeel, onderhoud en energie blijven stijgen en de financiële ruimte vanuit hogere overheden beperkt is, biedt de heffing op overnachtingen een eenvoudige uitweg. De belasting treft immers niet de eigen inwoners, maar bezoekers die slechts tijdelijk gebruikmaken van de voorzieningen.

Toch roept die aanpak vragen op over eerlijkheid en transparantie. Toerisme wordt vaak geprezen als economische motor, maar kan ook zorgen voor druk op woonwijken, mobiliteit en lokale voorzieningen. Bewoners van populaire bestemmingen klagen al langer over drukte en overlast. De invoering van een toeristentaks verandert daar op korte termijn weinig aan. Integendeel, critici vrezen dat de extra inkomsten vooral dienen om gaten in de begroting te dichten, terwijl structurele investeringen in leefbaarheid achterwege blijven.

extra administratie

Voor ondernemers in de toeristische sector is de situatie dubbel. Hotels, B&B’s en vakantieverblijven moeten de taks innen en doorstorten, wat extra administratie met zich meebrengt. Tegelijk vrezen sommigen dat hogere kosten bezoekers kunnen afschrikken, zeker in regio’s waar meerdere gemeenten elk hun eigen tarief hanteren. Anderen relativeren dat en wijzen erop dat Vlaanderen in vergelijking met buitenlandse citytrips nog steeds betaalbaar blijft. De vraag blijft echter of de toeristentaks daadwerkelijk bijdraagt aan een betere toeristische ervaring, of vooral een stille meevaller is voor de gemeentefinanciën.

Met de invoering vanaf 1 januari lijkt een nieuwe fase aangebroken. De toeristentaks is niet langer een uitzondering, maar dreigt de norm te worden. Voorstanders spreken over een logische stap richting duurzaam toerisme, tegenstanders over een sluipende belasting die onder een mooie verpakking wordt verkocht. Wat vaststaat, is dat Vlaamse steden en dorpen zichzelf steeds vaker moeten verantwoorden over hoe ze bezoekers ontvangen en wie uiteindelijk de rekening betaalt.

Gemeenteraadsverkiezingen: lector pleit voor centrale rol logistiek

Zijn boodschap aan politieke partijen is kort maar krachtig: wie in 2026 een toekomstbestendige binnenstad wil, moet investeren in slimme logistiek. “Zonder die stille motor valt de stad stil.”

De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 beloven meer te worden dan een strijd om zetels en stemmen. Volgens lector City Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam, Walther Ploos van Amstel, draait het dit keer om een veel fundamentelere vraag: hoe houden we onze binnensteden leefbaar, bereikbaar en economisch vitaal? Zijn waarschuwing is helder: zonder slimme logistiek valt de binnenstad stil.

De binnenstad is het hart van elke gemeente. Het is de plek waar historie, cultuur, handel en ontmoeting samenkomen. Maar achter die bruisende gevels schuilt een logistieke machinekamer die op volle toeren draait. Elke dag rijden er vrachtwagens, bestelbusjes, bakfietsen en zelfs boten om winkels te bevoorraden, horecazaken van verse producten te voorzien, onderhoudswerk te doen en afval op te halen. “Zonder logistiek komt alles letterlijk tot stilstand,” zegt Ploos van Amstel.

politieke debatten

Toch wordt juist die onzichtbare stroom vaak vergeten in politieke debatten over leefbaarheid. Gemeenten zetten volop in op vergroening, autoluwe zones en een aantrekkelijker verblijfsklimaat. Maar waar de ruimte voor voetgangers en fietsers groeit, wordt die voor logistiek steeds schaarser. Laden en lossen wordt een dagelijks gevecht om een paar vierkante meter stoep. En vanaf 2026 komt daar nog een uitdaging bij: de invoering van zero-emissiezones in steeds meer binnensteden.

Elektrische bestelwagens en vrachtwagens zijn een stap vooruit voor het klimaat, maar vormen een forse investering voor ondernemers. “Niet iedere winkelier of transporteur kan zomaar overstappen,” benadrukt Ploos van Amstel. Zonder slimme samenwerking tussen gemeenten en het bedrijfsleven dreigt de bevoorrading duurder te worden en de keuze voor ondernemers kleiner.

slimme stadslogistiek

Daarom pleit hij ervoor dat logistiek een volwaardige plek krijgt in elk verkiezingsprogramma. Bevoorrading is geen detail in de marge, maar een voorwaarde voor een vitale stad. “Wie kiest voor een leefbare en bereikbare binnenstad, moet ook kiezen voor slimme stadslogistiek,” stelt hij resoluut.

Foto: Pitane Blue – pakketbezorger PostNL

Die slimme logistiek begint met duidelijke en eenvoudige regels. Eén loket voor vergunningen, goede communicatie bij wegwerkzaamheden en voldoende laad- en losplekken kunnen veel frustratie voorkomen. Gemeenten zouden bovendien schone voertuigen moeten belonen met privileges of slimme toegangsregelingen. “Dat bespaart tijd en kosten, en maakt verduurzaming aantrekkelijker,” aldus Ploos van Amstel.

leefbaarheid

Niet alleen grote steden kampen met logistieke vraagstukken. Ook middelgrote gemeenten met compacte centra hebben moeite om de balans te bewaren tussen leefbaarheid, bezoekers en bevoorrading. Daar is de ruimte nog beperkter en de afhankelijkheid van lokale ondernemers vaak groter. Maatwerk is volgens Ploos van Amstel noodzakelijk, maar dan wel binnen een landelijk kader. “Ondernemers die in meerdere steden actief zijn, hebben behoefte aan eenduidige regels. Anders wordt het onwerkbaar.
”Elke sector heeft bovendien eigen logistieke noden. Supermarkten vragen om leveringen buiten de drukke uren, winkels en horeca hebben behoefte aan ruime loslocaties, terwijl pakketdiensten hubs aan de rand van de stad willen. Voor de bouwsector is coördinatie cruciaal, en afvalinzameling kan slimmer met data en ruimere venstertijden.

kennisdeling

De sleutel tot succes ligt in samenwerking en kennisdeling. Gemeenten moeten van elkaar leren wat werkt en wat niet. “Veel steden staan voor dezelfde uitdagingen. Door ervaringen te delen, voorkomen we dat iedereen opnieuw het wiel uitvindt,” zegt Ploos van Amstel. Dat bespaart niet alleen tijd en geld, maar zorgt ook voor consistent beleid.

Want als iedere stad eigen regels en venstertijden hanteert, ontstaat volgens hem een “lappendeken van beleid” die duurzame investeringen juist ontmoedigt. Door gezamenlijk te leren van pilots, monitoring en praktijkervaringen kan beleid ontstaan dat wél werkt.

Fotorechten: Jhr. Dr. Walther Ploos van Amstel (1962).

Gemeente wil leefbaarheid: Sloterdijk en Amstel profiteren van herinrichting busplatforms

De hoofdstad krijgt de komende tijd flink wat veranderingen op het gebied van touringcarhaltes.

Gemeente Amsterdam en het GVB werken samen aan een herinrichting van opstapplaatsen verspreid over de stad, met als doel de drukte rond toeristische knooppunten beter te verdelen en reizigers meer comfort te bieden. De eerste grote aanpassing vindt plaats bij metrostation Gaasperplas, waar vanaf eind 2025 nieuwe haltes worden geopend. Ook bij andere stations, zoals Holendrecht, Sloterdijk en Amstel, zijn of worden de voorzieningen aangepast.

De nieuwe opstapplaats bij metrostation Gaasperplas moet een belangrijk alternatief worden voor de overvolle haltes in het centrum. Vanaf eind volgend jaar kunnen touringcars daar gebruikmaken van twee nieuwe haltes. Later zullen er meer bijkomen, zodat ook grotere groepen gemakkelijk kunnen worden opgehaald en afgezet. De touringcars bereiken het busstation via de Langbroekdreef, een route die speciaal is ingericht om verkeersdrukte te beperken.

Gaasperplas

Reizigers die vanaf het Centraal Station of station Amstel komen, kunnen met metrolijn 53 rechtstreeks naar Gaasperplas reizen. Voor mensen die liever met de auto of taxi naar de opstapplaats komen, is er een parkeerplaats langs de Loosdrechtdreef waar zij kunnen uitstappen. Volgens de gemeente is er bij de uitgang van het metrostation voldoende ruimte om op de touringcar te wachten. Daarnaast ligt het Campanile hotel op loopafstand, waar reizigers kunnen plaatsnemen voor een kop koffie of gebruik kunnen maken van de toiletten. De hele omgeving rond het Gaasperpark krijgt bovendien in 2026 een opknapbeurt, waarmee het gebied nog aantrekkelijker moet worden voor bezoekers.

Bij station Holendrecht blijft de situatie voorlopig grotendeels gelijk. De twee haltes op het bestaande busplatform blijven in 2026 beschikbaar voor touringcars. Onder het viaduct bij het station zijn enkele parkeerplaatsen waar auto’s en taxi’s kort kunnen stoppen om reizigers op te halen of af te zetten. De gemeente benadrukt dat deze plekken bedoeld zijn voor kort gebruik, zodat de doorstroming goed blijft verlopen.

station Lelylaan

Aan de westkant van de stad zijn de veranderingen al merkbaar. Bij station Lelylaan zijn de twee haltes voor touringcars weggehaald. De reden is dat het GVB deze plekken nu gebruikt om elektrische bussen op te laden. Uit evaluaties blijkt bovendien dat touringcars hier nauwelijks gebruik van maakten. Om die reden zijn vier nieuwe haltes toegevoegd bij station Sloterdijk, op het Piarcoplein. Dit station is volgens de gemeente een logische keuze, omdat het een belangrijk vervoersknooppunt is met directe verbindingen per trein, metro en bus, en betere voorzieningen voor reizigers die even willen wachten.

Ook bij het Amstelstation is de afgelopen periode flink geïnvesteerd in nieuwe voorzieningen. Sinds begin 2024 zijn er op het verhoogde busplatform achter het Meininger hotel twee haltes voor touringcars beschikbaar. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer touringcars deze locatie weten te vinden. De populariteit leidde ertoe dat er later nog twee extra plekken zijn toegevoegd langs het Julianaplein, voor het station.

kort parkeren

Toch is het Amstelstation niet de ideale plek voor reizigers die met de auto worden gebracht. Er zijn nauwelijks Kiss & Ride-plekken aanwezig, waardoor het afzetten van passagiers vaak voor opstoppingen zorgt. Touringcars die te vroeg arriveren, kunnen tegen betaling kort parkeren langs de Hugo de Vrieslaan, vlak bij het station. Daarmee probeert de gemeente ook overlast in de omliggende straten te voorkomen.

De aanpassingen aan de touringcarhaltes maken deel uit van een bredere strategie om het verkeer in Amsterdam beter te spreiden en de leefbaarheid rond drukke toeristische plekken te vergroten. De komende jaren wil de gemeente blijven investeren in plekken waar reizigers comfortabel, veilig en met voldoende voorzieningen kunnen instappen.

Groene logistiek: duurzaam transport oplossing voor stadsproblemen

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters opende het VIAVIA event Duurzame Stedelijke Logistiek in de praktijk in Log!Ville.

De druk op de leefbaarheid en bereikbaarheid van steden neemt gestaag toe, waarbij logistiek verkeer een substantiële impact heeft. Initiatieven om dit probleem aan te pakken, winnen aan momentum, zoals blijkt uit het innovatieve STRAUSS-project waarbij verschillende universiteiten, veertien bedrijven en vier Vlaamse steden samenwerken.

Het project, geïnitieerd door VIL in samenwerking met Universiteit Antwerpen, Universiteit Hasselt en KU Leuven, richt zich op het optimaliseren van vier kritieke logistieke stromen binnen de stad: afvalinzameling, bouwlogistiek, horecaleveringen en leveringen van boodschappen aan huis. “Door gebruik te maken van geavanceerde algoritmen, kunnen we logistieke routes en tijden zo plannen dat de impact op de stedelijke leefomgeving tot een minimum wordt beperkt”, legt een onderzoeker van VIL uit.

Deze algoritmen zijn specifiek ontworpen om rekening te houden met lokale stedelijke maatregelen zoals autovrije zones en specifieke laad- en losplaatsen. Dit maakt het mogelijk om logistieke operaties te finetunen op basis van stedelijke regelgeving en fysieke beperkingen. De impact van deze maatregelen wordt bovendien nauwkeurig geëvalueerd, waardoor steden concrete data hebben om hun beleid verder te optimaliseren.

Yannick Fabbro, verkeersmanager van de stad Hasselt, benadrukt het belang van het project voor stedelijke beleidsmakers: “Met de inzichten uit STRAUSS kunnen we beleidsmaatregelen ontwikkelen die niet alleen de verkeersdruk verminderen maar ook de uitstoot van schadelijke stoffen aanpakken. Het is cruciaal dat we begrijpen hoe toekomstige maatregelen zullen uitpakken.”

Opmerkelijk is ook de samenwerking binnen het project. Naast de academische partners en steden zijn diverse bedrijven zoals André Celis Bouwmaterialen en Horeca Logistics Services betrokken, die allemaal een datagedreven benadering van stadslogistiek voorstaan. Deze samenwerking is een voorbeeld van hoe publieke en private sector samen kunnen innoveren.

Foto: Lydia Peeters – Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

Klimaat- en milieuproblemen leggen een toenemende druk op de maatschappij om de handen in elkaar te slaan en duurzamer om te gaan met de wereld waarin we leven. Zowel de overheid, de consumenten als de bedrijven dragen duurzaamheid dan ook steeds hoger in het vaandel. De logistieke sector, die prominent aanwezig is in Vlaanderen, zal ook zijn steentje moeten bijdragen.

Een recent voorbeeld van hoe deze samenwerking tot uiting komt, is het evenement georganiseerd door de Taskforce Duurzame Stadslogistiek van VIAVIA. Hier kwamen logistieke spelers en lokale besturen samen in Log!Ville om te leren over de nieuwste ontwikkelingen in zero-emissie voertuigen en andere duurzame transportmethoden. Keynotes en praktijkvoorbeelden van batterij-elektrische vrachtwagens en cargofietsen illustreerden de toekomst van stadslogistiek.

Dit project en soortgelijke evenementen tonen aan dat stadslogistiek een spannend kruispunt bereikt heeft waar technologie, beleid en praktische uitvoering samenkomen om de steden van morgen vorm te geven. Met een duidelijke focus op duurzaamheid en samenwerking lijkt de weg naar een leefbaardere stedelijke toekomst nu echt ingeslagen.

STRAUSS

Het onderzoeksproject STRAUSS, geleid door VIL, Universiteit Antwerpen, UHasselt, KULeuven en veertien bedrijven, streeft naar optimalisatie van stedelijke logistieke operaties door middel van nieuwe algoritmes. Vier steden – Hasselt, Mechelen, Antwerpen en Leuven – zijn bij het project betrokken om de impact van logistiek verkeer op bereikbaarheid en leefbaarheid te verbeteren.

Het project richt zich op vier kerngebieden van logistieke activiteiten in steden: afvalinzameling, bouwlogistiek, horecaleveringen en boodschappenleveringen aan huis. Deze logistieke stromen hebben een grote impact op de bereikbaarheid en leefbaarheid van steden, zoals verkeersdrukte, geluidshinder en uitstoot. Door het ontwikkelen van geavanceerde algoritmes wil STRAUSS deze logistieke ketens optimaliseren.

Log!Ville

Het landmark innovatiecentrum voor het logistieke ecosysteem. Ondernemers worden met de kracht van visualisatie, maatwerk en digital storytelling ondergedompeld in de logistiek van de toekomst. Een onvergetelijke ervaring voor de bezoeker. In het demonstratiecentrum bevinden zich de nieuwste technologische ontwikkelingen voor de supply chain. Automatisering, digitalisering, en duurzame ontwikkeling van het logistieke ecosysteem staan centraal. Samen met professionele partners, elk toonaangevend in hun vakgebied, inspireert Log!Ville ondernemers om innovatie in de logistiek te omarmen.

Duurzaam: de bakfiets verovert de stad al remmen lokale regels de groei

De bakfiets, vaak gezien als een symbool van duurzame stadslogistiek, biedt tal van voordelen.

Steeds meer bedrijven en zelfstandigen in grote steden wisselen hun traditionele bestelwagens in voor bakfietsen. Deze verschuiving wordt voornamelijk gedreven door de toenemende mobiliteitsproblemen en parkeerdruk in stedelijke gebieden. Ondernemers kiezen niet alleen voor bakfietsen vanwege praktische redenen, maar ook uit ecologische overwegingen, waarbij een significante afname van de CO2-uitstoot een belangrijke motivator is.

Voor kleine zelfstandigen zoals loodgieters en klusjesmannen biedt de bakfiets een efficiënte oplossing om snel en flexibel in de stad te navigeren. Ook de sector van pakket- en maaltijdbezorgingen heeft de voordelen ontdekt. Een elektrische bakfiets kan bijvoorbeeld gemakkelijker een parkeerplek vinden dan een auto en is in het stadsverkeer vaak sneller.

Ondanks deze voordelen, zijn er ook uitdagingen. De afmetingen van de bakfiets, hoewel compacter dan die van bestelwagens, vereisen nog steeds aanzienlijke ruimte op de vaak smalle stedelijke trottoirs. Dit kan leiden tot obstructies die niet alleen onpraktisch zijn, maar ook het imago van het betreffende bedrijf kunnen schaden.

De stedelijke infrastructuur loopt soms achter bij deze trend. Hoewel de bakfiets vele voordelen biedt, zoals altijd dichtbij parkeren en geen brandstofkosten, is het soms een puzzel om een geschikte parkeerplek te vinden zonder voetgangers te hinderen.

Foto: © Pitane Blue – Cargoroo

Toch blijft de uitdaging bestaan om de stedelijke infrastructuur aan te passen aan nieuwe vormen van vervoer en om te zorgen voor een gelijk speelveld in de concurrentiestrijd tussen aanbieders van deze innovatieve diensten.

Een ander interessant aspect van de opkomst van de bakfiets is de toename van deelbakfietsen, zoals die van Cargoroo. Deze diensten bieden bewoners de mogelijkheid om op een flexibele en duurzame manier gebruik te maken van bakfietsen zonder zelf eigenaar te hoeven zijn. Echter, de weg naar acceptatie en integratie in stadsdelen is niet altijd vanzelfsprekend. 

kwestie

In een kwestie van de vergunningverlening voor deelbakfietsen heeft de voorzieningenrechter een delicate balans te vinden tussen de belangen van de betrokken partijen. De kern van het conflict betreft de afwijzing van een vergunningaanvraag door een bedrijf, dat in deze context wordt aangeduid als verzoekster, tegenover de belangen van de gemeente, hier verweerder genoemd, en een concurrerend bedrijf, Baqme.

De rechter benadrukte dat de schorsing van de weigering om een vergunning te verlenen niet automatisch inhoudt dat de vergunning alsnog aan verzoekster zou worden uitgereikt. Dit is een belangrijk juridisch nuance, omdat het simpelweg opschorten van een negatieve beslissing niet direct leidt tot een positieve uitkomst voor de aanvrager.

Verzoekster heeft haar verzoek om voorlopige voorzieningen vooral gemotiveerd met het argument dat dit nodig is om investeerders een ‘sprankje hoop’ te bieden. Zij claimt dat de besluiten van de gemeente haar binnen twee maanden in financiële problemen kunnen brengen, wat een ernstige impact zou hebben op de bedrijfsvoering. Echter, de voorzieningenrechter vond dat deze beweringen niet voldoende onderbouwd waren, met name omdat verzoekster ervoor koos geen bedrijfsgevoelige informatie te delen die haar financiële situatie kon staven.

Deze beslissing van de voorzieningenrechter illustreert de complexiteit van juridische besluitvorming in situaties waarbij de belangen van meerdere partijen op het spel staan. De rechter wees erop dat de huidige vergunning van verzoekster nog geldig is tot 15 juni 2024, en dat het bedrijf redelijkerwijs had kunnen en moeten anticiperen op de mogelijkheid dat ze niet automatisch een nieuwe vergunning zou krijgen. Dit suggereert een verwachting van proactief risicobeheer van bedrijven in hun bedrijfsstrategieën.

Verder oordeelde de rechter dat de naleving van de Nadere regels en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) door de gemeente een zwaarwegend belang is, dat dient ter bescherming van de rechtszekerheid. Dit belang wordt nog versterkt door de betrokkenheid van een derde partij, in dit geval Baqme, wiens rechten en belangen ook gewaarborgd moeten worden.

Dublin zegt vaarwel tegen auto’s in het stadscentrum

Het vervoersplan voor het centrum van Dublin streeft ernaar auto’s te verminderen, ruimte opnieuw toe te wijzen aan openbaar vervoer, fietsen en wandelen en burgerpleinen te creëren.

Dublin zet een grote stap richting duurzaamheid en leefbaarheid met het nieuwe verkeersplan dat het doorgaand verkeer door het stadscentrum gaat verbieden. Deze ambitieuze verandering is onderdeel van een grotere beweging in Europa om stadscentra terug te geven aan voetgangers en fietsers, en volgt op soortgelijke initiatieven in steden als Parijs, Amsterdam en Lissabon. Het plan, dat gericht is op een vermindering van het verkeer in het centrum met 60%, maakt gebruik van eenvoudige maar effectieve middelen zoals “buspoorten” aan beide oevers van de rivier de Liffey om privévoertuigen te weerhouden van het oversteken, en een herinrichting van verschillende straten om het verkeer om te leiden.

Deze strategie, ingegeven door het concept van de ’15-minutenstad’, streeft ernaar dat inwoners alle belangrijke bestemmingen binnen 15 minuten te voet of per fiets kunnen bereiken. Het idee vindt brede steun onder de Dubliners; meer dan 80% van de 3.500 respondenten tijdens een openbare raadpleging sprak hun steun uit voor deze nieuwe zone. Dit wijst op een significante verschuiving in de publieke opinie en een verlangen naar een groenere, meer leefbare stad.

De strategie, ontwikkeld door de Dublin City Council en de National Transport Authority (NTA), streeft ernaar “verkeer dat geen bestemming heeft in de stad te verwijderen”, waarbij momenteel bijna twee op de drie automobilisten door de stad rijden in plaats van er te stoppen.

Foto: © Pitane Blue – Dublin City – Guinness

Als je jezelf echt wilt onderdompelen in de unieke geschiedenis, hart en ziel van het meest iconische bier van Ierland, is er maar één plek waar je moet zijn – zijn thuis. Het Guinness Storehouse bevat zeven onvergetelijke verdiepingen vol bezienswaardigheden, geluiden en sensaties in een gebouw dat al meer dan 250 jaar bier brouwt. De 9.000 jaar durende huurovereenkomst die in 1759 door Arthur Guinness zelf is ondertekend en verzegeld, is zo indrukwekkend, het is moeilijk om iets nog specialers te vinden dat dit overtreft.

De plannen voor Dublin omvatten niet alleen verkeersbeperkingen maar ook de creatie van nieuwe voetgangersstraten en pleinen, wat het hart van Dublin tot een aangenamere verblijfplaats zal maken. Ondanks de mogelijke verstoringen voor bepaalde historische routes, zoals de bezorging van de Guinness-brouwerij, is het verzet tegen het plan tot nu toe beperkt gebleven. Dit kan worden toegeschreven aan de algemene bezorgdheid over de leefbaarheid en veiligheid in het stadscentrum, die nog herstellende is van de Covid-19-pandemie en te kampen heeft met een toename van gewelddadige criminaliteit en een ernstige woningnood.

Het verbod op doorgaand verkeer zal waarschijnlijk leiden tot een verschuiving naar binnenste ringwegen, maar wordt gezien als een stap vooruit in het verminderen van autoafhankelijkheid. Met plannen voor het eerste metrolijn van de stad die het centrum met het vliegveld zal verbinden, en de ambitie om openbare ruimtes zoals College Green en Parliament Street te verbeteren, zet Dublin een duidelijke koers naar een duurzamere toekomst.

Khadija Arib neemt het roer over bij maatschappelijke raad Schiphol

Demissionair minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft Arib vorige week benoemd voor een periode van vier jaar.

Khadija Arib is aangesteld als de nieuwe voorzitter van de Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS). De MRS, die op 1 juli 2023 tot stand kwam, speelt een cruciale rol in het adviseren van de minister van Infrastructuur en Waterstaat over zaken die de omgeving van Schiphol raken. Arib’s benoeming, die op 1 maart ingaat, is een teken van vertrouwen in haar vermogen om de leefomgevingskwaliteit rond de luchthaven te verbeteren

Arib’s carrière, gekenmerkt door haar inzet voor de publieke zaak, heeft haar voorbereid op deze nieuwe uitdaging. Haar periode in de Tweede Kamer werd abrupt afgesloten na beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag, waarbij een onderzoek naar haar gedrag negatieve bevindingen naar voren bracht. Ondanks deze controverses, wordt Arib’s benoeming als voorzitter van de MRS gezien als een stap vooruit in de vertegenwoordiging van omwonenden en maatschappelijke organisaties in gesprekken over Schiphol.

De MRS bestaat uit vertegenwoordigers van omwonenden, experts, wetenschappers en maatschappelijke organisaties, waaronder natuur- en milieuorganisaties. Deze diversiteit in perspectieven is essentieel voor het formuleren van adviezen die rekening houden met de verschillende belangen die spelen rondom Schiphol. Arib’s ervaring en netwerk in de politiek worden gezien als waardevolle bijdragen aan de raad. Haar voornaamste taak zal zijn om een evenwicht te vinden tussen de economische belangen van de luchthaven en de leefbaarheid van de omliggende gebieden.

De MRS geeft sinds 2023 gevraagd en ongevraagd advies aan demissionair minister van Infrastructuur en Waterstaat Mark Harbers over de luchthaven.

De benoeming van Arib komt op een moment dat de discussie rond de impact van Schiphol op de omgeving en de leefbaarheid van nabijgelegen gemeenschappen intenser wordt. De uitbreiding van de luchthaven en de toenemende vluchten hebben geleid tot zorgen over geluidsoverlast en milieu-impact. De rol van de MRS, en bij uitbreiding die van Arib, zal cruciaal zijn in het adviseren van de overheid over deze kwesties, met het oog op een duurzame toekomst voor de luchthaven en haar omgeving.

Arib’s benoeming is niet zonder controverse, gezien haar recente politieke geschiedenis. Haar vertrek uit de Tweede Kamer, volgend op beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag, werpt een schaduw over haar nieuwe rol. Desondanks benadrukt demissionair minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat het vertrouwen in Arib’s capaciteiten om de MRS te leiden. Haar uitgebreide ervaring en politieke netwerk worden als essentieel beschouwd voor het bevorderen van de dialoog tussen Schiphol, de overheid, en de gemeenschap.

Arib’s aanstelling als voorzitter van de MRS is een nieuwe fase in haar lange carrière in de publieke dienst. Haar verleden in de politiek, hoewel niet zonder controverses, biedt haar een unieke kijk op de complexe relatie tussen overheid, industrie en gemeenschap. Haar rol zal van cruciaal belang zijn in de voortdurende discussie over de toekomst van Schiphol en zijn impact op de omgeving.

Khadija Arib

Voormalig Voorzitter van de Tweede Kamer Khadija Arib, geboren op 10 oktober 1960, is een Nederlands politica van Marokkaanse afkomst. Op een periode van drie maanden in 2006 en 2007 na, was zij van 19 mei 1998 tot en met 3 november 2022 namens de Partij van de Arbeid lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 

Het tweesnijdende zwaard van toerisme in Gent: trots en bezorgdheid leven naast elkaar

Gentenaars willen meer inspraak in toerismebeleid en het cruisetoerisme in Gent wordt aan banden gelegd.

Een recent onderzoek uitgevoerd door de Stad Gent en Toerisme Vlaanderen toont een complexe relatie tussen de inwoners van Gent en het groeiende toerisme. Hoewel het merendeel van de Gentenaars trots blijft op hun stad en het toerisme omarmt, is er een groeiende bezorgdheid over de impact ervan op hun leefomgeving.

De studie, waarbij in de afgelopen zomer 1.779 Gentenaars werden geïnterviewd, onthulde dat twee derde nog steeds achter het toerisme in hun stad staat, net als in 2021. Een indrukwekkende 75% is graag bereid om met anderen te delen wat er allemaal te doen en te zien is in de stad. De schaduwzijde? Maar liefst 66% vindt dat het centrum te druk is, en 49% denkt dat het toenemende aantal toeristen de leefbaarheid in de stad vermindert. Daarnaast ziet 65% van de ondervraagden de opkomst van Airbnb-accommodaties als een factor die het wonen in Gent duurder maakt.

De lokale overheid is zich bewust van deze uitdagingen en neemt al maatregelen om een evenwicht te vinden tussen gastvrijheid en bewoonbaarheid. Zo heeft de Stad Gent een vakantiewoningenstop ingevoerd om de druk op de huizenmarkt te verminderen, en worden bestaande vakantiewoningen belast met een dubbele citytax. Het cruisetoerisme wordt eveneens aan banden gelegd. Voor het komende jaar staan een verdere hotelspreiding en een verbod op touringcars in het centrum op de agenda.

Foto: Pitane Blue – De Lijn Gent

De roep om inspraak groeit. Terwijl vorig jaar slechts 32% van de Gentenaars aangaf meer betrokken te willen worden bij het beleid rond toerisme, is dit cijfer nu gestegen tot 45%. Kennis over het beleid is ook toegenomen; 22% van de Gentenaars is nu op de hoogte van de duurzaamheidsefforten van de stad, vergeleken met slechts 9% in 2021. Een nieuwe ronde van publieke inspraak is gepland voor 2024.

“Zowel toeristen als bewoners zijn het erover eens dat Gent fantastisch is. Echter, de Gentenaar wil ook blijven genieten van zijn eigen centrum. Als stad nemen we deze zorgen serieus en zijn we actief op zoek naar oplossingen.”

Schepen van Toerisme, Bram Van Braeckevelt

Ondertussen blijven toeristen de stad hoog waarderen, zoals blijkt uit marktonderzoek van Toerisme Vlaanderen. Gent ontvangt scores van 8,9 op 10 van verblijfstoeristen en 8,7 op 10 van dagbezoekers. Ze komen vooral voor het culturele aanbod en de gastronomie. Bovendien lijkt 2023 een topjaar te worden voor verblijfstoerisme in Gent, met mogelijk meer dan 1,5 miljoen overnachtingen.

onderzoek

Het onderzoek onderschrijft een trend die niet alleen in Gent, maar ook in andere toeristische hotspots wereldwijd wordt waargenomen: de spanning tussen het economische voordeel van toerisme en de zorgen over leefbaarheid en duurzaamheid. Toerisme is ongetwijfeld een krachtige economische motor. Volgens Toerisme Vlaanderen lijkt 2023 een uitzonderlijk goed jaar te worden voor de stad, met een mogelijk recordaantal van meer dan 1,5 miljoen overnachtingen. Dat brengt natuurlijk werkgelegenheid en inkomsten met zich mee, van hotels en restaurants tot lokale ambachtslieden en winkels.

Maaibeheer gemeente Eindhoven kwelling voor voetgangers en fietsers

Zoals het nu is, staat de praktische leefbaarheid van de wijk op gespannen voet met de ecologische doelstellingen van de gemeente.

Biodiversi­teit mag nooit ten koste gaan van de ­vei­lig­heid voor de bewoners. Het nieuwe gazonbeheer in Eindhoven, specifiek in de wijk Achtse Barrier, is een punt van discussie geworden tussen de gemeente en haar bewoners. Het lijkt een klassieke botsing te zijn tussen milieubeheer en het praktische dagelijkse leven van de bewoners. De gemeente is met de lente gestart met een extensief gazonbeheerprogramma, met als doel de biodiversiteit in de wijk te verbeteren. De achterliggende gedachte is nobel en prijzenswaardig, maar het heeft onbedoelde gevolgen voor de bewoners die zich geconfronteerd zien met ondoordringbaar hoog gras rond hun woningen.

Het gazonbeheerprogramma heeft onbedoeld geleid tot nog een ander probleem: brandnetels die de weg naar het fietspad versperren. Fietsers, die al moeite hadden om door het hoge gras te navigeren, moeten nu ook voorzichtig zijn om niet gestoken te worden door de brandnetels die langs het pad groeien. Deze situatie is niet alleen ongemakkelijk, maar kan ook gevaarlijk zijn, vooral voor kinderen en ouderen die mogelijk niet zo behendig zijn in het navigeren door het hoge gras en de brandnetels. Bovendien verhoogt dit de kans op valpartijen en andere verwondingen, wat een veiligheidsrisico is dat de gemeente serieus moet nemen.

Gaat het nu om de biodiversiteit of de kosten? Volgens Bas van Leuven, gebiedsbeheerder bij de gemeente Eindhoven, is dit het resultaat van een doordachte keuze. “Dit bespaart kosten en hierdoor ontstaat bloemrijk gras”, verklaarde van Leuven. Hij benadrukte ook dat bloemrijk gras leidt tot een verhoogde biodiversiteit, wat bijdraagt aan een gezondere bijen- en vlinderpopulatie.

Maar voor de bewoners van Achtse Barrier, die gewend zijn aan kort gehouden gras, betekent deze verandering een nieuwe en ongewenste uitdaging in hun dagelijks leven. Het gebied dat nu niet meer gemaaid wordt, grenst direct aan hun achtertuinen. Dit betekent dat zij zich een weg moeten banen door hoog gras om hun vuilnisbakken en kliko’s naar de straat te brengen of met de fiets of scooter zich een weg naar het fietspad te banen. Dit is een bijzonder lastige taak geworden, zo niet onmogelijk, door de hoogte van het gras. Het gevolg is dat de bakken op straat blijven staan, wat zorgt voor een extra rommelig straatbeeld en mogelijke overlast.

Het probleem van Eindhoven laat zien dat duurzaamheidsinspanningen ook altijd rekening moeten houden met de dagelijkse behoeften van de mensen. Hoewel het bevorderen van biodiversiteit een nobel doel is, is het essentieel om de praktische implicaties van dergelijke maatregelen voor de bewoners in ogenschouw te nemen.

reactie van de gemeente

Onze redactie heeft een zeer positief telefoongesprek gevoerd met Bas van Leuven, de gebiedsbeheerder bij de Gemeente Eindhoven. Ondanks de uitdagingen die hij ondervindt bij het implementeren van de nieuwe maaimethoden, sprak Bas met een oprechte passie over zijn werk en toewijding bij het uitvoeren van zijn taak voor de Gemeente Eindhoven.

“Op dit ogenblik zijn we nog vol aan de finetuning bezig van de nieuwe manier van maaien”, legde Bas uit. Hij erkende dat er sinds de implementatie van deze nieuwe strategie een toename in klachten is geweest, maar gaf tegelijkertijd ook aan dat dit een essentieel onderdeel van het proces is. “Elke klacht wordt bekeken zodat het beleid kan afgestemd worden met de bewoners”, voegde hij toe. In een gebied waar een grote toename aan klachten is gaat van Leuven zelf polshoogte nemen.

Wat bijzonder inspirerend was in ons gesprek met Bas, was zijn duidelijke streven om transparant te zijn met de bewoners van Eindhoven en hen actief te betrekken bij het vormgeven van het openbare groenbeheer. Hij benadrukte dat het niet de bedoeling is om bewoners te pesten met deze veranderingen. Integendeel, de nieuwe manier van maaien is bedoeld om de stedelijke groene ruimtes duurzamer en efficiënter te beheren, terwijl het ook bijdraagt aan de lokale biodiversiteit.

Hoewel het duidelijk is dat de overgang naar deze nieuwe maaimethoden niet zonder uitdagingen is, is het eveneens duidelijk dat Bas en zijn team vastberaden zijn om deze uitdagingen aan te gaan en om samen met de bewoners van Eindhoven te werken aan een groenere, duurzamere toekomst.

Deze situatie roept vragen op over de balans tussen milieuvriendelijke beleidsmaatregelen en de praktische behoeften van de bewoners. Er is ongetwijfeld altijd een manier om deze twee belangen met elkaar te verenigen, zodat zowel de biodiversiteit kan worden bevorderd als het comfort van de bewoners kan worden gewaarborgd. Het is belangrijk dat de gemeente luistert naar de zorgen van haar bewoners en samenwerkt om een oplossing te vinden die voor iedereen acceptabel is.

Volgens Bas van Leuven, gebiedsbeheerder bij de gemeente Eindhoven, is dit het resultaat van een doordachte keuze.

Om deze patstelling te doorbreken, moet de gemeente een middenweg vinden tussen haar streven naar biodiversiteit en de dagelijkse behoeften van haar bewoners. Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om een duidelijk pad te maaien van de achtertuinen naar de straat, zodat de bewoners gemakkelijk hun vuilnisbakken en kliko’s kunnen verplaatsen. Op deze manier zou het grootste deel van het gras nog steeds de kans krijgen om te groeien en de biodiversiteit te bevorderen, terwijl de bewoners niet onnodig worden gehinderd in hun dagelijkse routines.

Bewoners moeten zich zich een weg moeten banen door hoog gras om hun vuilnisbakken en kliko’s naar de straat te brengen.

Klachten van bewoners kunnen beter niet worden afgedaan met een verhaal over bloemrijk gras dat zorgt voor meer verschillende soorten planten en is het goed voor de bijen- en vlinderstand.

Ook voor andere steden en gemeenten biedt de situatie in Eindhoven een waardevolle les. Duurzaamheidsmaatregelen moeten zorgvuldig worden afgewogen tegen de impact op de levens van de bewoners. Op deze manier kunnen we zorgen voor een gezondere, meer biodiverse omgeving, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid van onze steden en dorpen.

Ook een klacht over de openbare ruimte in Eindhoven? – Klik hier

Caroline van der Plas en BBB goed voor onze mobiliteit

Het kwartje van Kok moet, zoals 30 jaar geleden al beloofd, nu eindelijk maar eens worden afgeschaft.

De stem van het platteland, met name vertolkt door fractie-voorzitter Caroline van der Plas, slaat aan. Een verpletterende zege voor de BoerBurgerBeweging (BBB) bij de Provinciale Statenverkiezingen. Openbaar vervoer voor studenten, 65-plussers en mensen met een minimum inkomen moet op het platteland gratis worden als het aan de BBB BoerBurgerBeweging ligt. Dat was een van de grote verkiezingsthema’s van de BBB in het plattelandsbeleid om de leefbaarheid in de regio’s te waarborgen en te bevorderen. 

verkiezingen

Tijdens de verkiezingen van woensdag 15 maart liet Nederland tijdens een maximale opkomst de stem liet horen tijdens de Provinciale Staten- en Waterschapsverkiezingen. Naast het Grote Stedenbeleid, komt er vast door de winst van de BBB een plattelandsbeleid om de leefbaarheid in de regio’s te waarborgen en te bevorderen. Meer partijen vinden dat het kabinet de uitslag niet kan negeren. Partijleider Wopke Hoekstra duidde de uitslag als “een aardverschuiving die we in jaren niet gezien hebben” en “een buitengewoon bittere pil”. Lilian Marijnissen incasseerde alweer de vijfde verkiezingsnederlaag op rij als partijleider van SP, maar putte toch hoop uit het feit dat veel kiezers tegen het kabinetsbeleid hebben gestemd. 

De groots gebrachte fusieplannen van de ’linkse wolk’ doen weinig met de kiezers. De coalitie krijgt het nu nog zwaarder in de senaat. Al stippen VVD’ers aan dat ze vier jaar geleden ook hun meerderheid verloren. BBB-leider Caroline van der Plas heeft vol trots, ongeloof en blijdschap een toespraak gegeven aan haar achterban. “Normaal gesproken blijven mensen thuis als ze geen vertrouwen meer hebben in de politiek, maar vandaag hebben ze laten zien dat ze niet meer thuis willen blijven. Ze willen hun stem laten horen.”

Alle stikstofmaatregelen gaan van tafel en er komen geen nieuwe maatregelen. Zolang de agrarische sector onder het, door de EU verplichte, stikstofplafond blijft, is er in principe geen enkele reden om via miljarden kostende stikstofmaatregelen de natuur te herstellen.

Volgens BBB is de huidige politiek niet in staat gebleken om een duurzame en langjarige visie te maken op de ontwikkeling en het behoud van het platteland, met al zijn unieke kenmerken, tradities, levenswijze, inwoners en cultuurlandschap. Inwoners van het platteland voelen zich meer en meer vervreemd van de Haagse regels die worden bedacht door mensen die te ver van het platteland, of de regio’s af staan. In sommige streken van Nederland zie je het al: dorpen en kernen lopen leeg, buslijnen verdwijnen en mobiliteit om naar school of werk te reizen is ondermaats. Niet alleen problemen dus voor de oudere generatie, juist ook voor de jongere generatie. Zij zijn onze toekomst!

Charlotte van Gelder – BBB Utrecht

Belangrijk speerpunt van BBB Utrecht is voor Charlotte de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en andere basisvoorzieningen en dan specifiek voor rolstoelgebruikers. Door haar werkervaring in de zorg en haar moeder die door ziekte in een rolstoel zat heeft ze geleerd om meer oog te hebben voor toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers. Charlotte van Gelder zag tijdens het wandelen met cliënten in rolstoel ineens obstakels die je als iemand die goed ter been is niet ziet of opmerkt. Denk o.a. aan fietsen en winkelrekken op de stoep in de binnenstad maar bijvoorbeeld ook toiletten in winkels of horeca die alleen bereikbaar zijn via een trap. 

Foto BBB: Initiatiefnemers BBB. V.l.n.r.: Wim Groot Koerkamp, Caroline van der Plas, Henk Vermeer

BBB is een initiatief van Caroline van der Plas, Wim Groot Koerkamp en Henk Vermeer en ontstaan vanuit #BoerBurgerTweet; een social media platform met pakweg 20.000 volgers op Facebook en 12.000 volgers op Twitter. De partij van Caroline van der Plas krijgt ook in de Eerste Kamer een stevige vinger in de pap. De overwinningen in de provincies hebben logischerwijs hun uitwerking op de Eerste Kamer.

Leefbaarheid van dorpen staat op het spel zonder openbaar vervoer

Het is tijd om te investeren in goed openbaar vervoer en zo in de levenskwaliteit van mensen in dorpen.

De politiek moet zich richten op het waarborgen van goed openbaar vervoer in dorpen of buitengebieden, zelfs als dit betekent dat er meer geld moet worden geïnvesteerd in het openbaar vervoer. Openbaar vervoersbedrijven moeten niet worden toegestaan om de dienstverlening in deze gebieden te verminderen of te schrappen vanwege winstbejag. In plaats daarvan moeten de politiek en openbaar vervoersbedrijven samenwerken om oplossingen te vinden om de dienstverlening te verbeteren en te behouden in deze gebieden. 

Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van efficiëntere routes en transportmethoden, het introduceren van nieuwe vormen van openbaar vervoer, zoals deeltaxi’s, of het bieden van subsidies aan openbaar vervoersbedrijven om hun diensten in deze gebieden te kunnen blijven aanbieden. Kortom, de politiek moet zich richten op het waarborgen van een goede openbaar vervoersdienst in de dorpen en buitengebieden, ongeacht de financiële belangen van de openbaar vervoersbedrijven.

leefbaarheid

Om de leefbaarheid van dorpen te waarborgen, is het essentieel dat overheden en beleidsmakers investeren in goed openbaar vervoer. Dit kan bijvoorbeeld door het uitbreiden van bestaande buslijnen, het opzetten van shuttlediensten of het investeren in fietsinfrastructuur. De gevolgen van slecht openbaar vervoer zijn talrijk. Inwoners van dorpen zonder openbaar vervoer hebben bijvoorbeeld vaak moeite om naar hun werk te reizen of hun kinderen naar school te brengen. 

Dit beperkt hun kansen op werkgelegenheid en onderwijs, wat op lange termijn een negatieve invloed heeft op de economie en de ontwikkeling van de gemeenschap. Daarnaast hebben dorpen zonder openbaar vervoer vaak ook te maken met een gebrek aan toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg, boodschappen en recreatiemogelijkheden. Dit kan leiden tot gevoelens van sociaal isolement en eenzaamheid, vooral onder ouderen en mensen met een beperking. Jongeren verlaten de dorpen om te studeren en komen wellicht niet meer terug naar die dorpen, met als gevolg een sterke vergrijzing in de leefgemeenschap van de dorpen.

De politiek moet zich richten op het waarborgen van goed openbaar vervoer in dorpen of buitengebieden.

In plaats van het negeren van het belang van openbaar vervoer in dorpen, moeten overheden en beleidsmakers het belang ervan erkennen en de nodige stappen ondernemen om de leefbaarheid van dorpen te waarborgen. Het is tijd om te investeren in goed openbaar vervoer en zo de levenskwaliteit van mensen in dorpen te verbeteren. De ontmanteling van openbaar vervoer, schrappen van buslijnen of opgeven van stopplaatsen moeten lokale politici een halt toeroepen.

verkiezingen

Daar kan je als lezer van dit stuk ook aan meewerken door een stem uit te brengen tijdens de provinciale verkiezingen. Een partij die pleit voor aanleg van meer fietspaden is prima, maar dat mag nooit ten koste gaan van een verdere afkalving van het openbaar vervoer. Bovendien kan slecht openbaar vervoer ook een negatieve impact hebben op het milieu. Inwoners die geen toegang hebben tot openbaar vervoer zijn vaak afhankelijk van auto’s, wat leidt tot meer verkeer, vervuiling en congestie op de wegen.

Nederland bereikbaar, veilig en leefbaar houden

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil Nederland bereikbaar, veilig en leefbaar houden. Voor 2023 is daarvoor € 12,9 miljard beschikbaar, waarmee ze belangrijke dingen doen. Want of het nu gaat om een veilige en snelle route naar je werk, het vervoer van goederen over land, zee en in de lucht, zorgen dat nieuwe woonwijken bereikbaar worden, IenW werkt eraan. En dat is niet alles. Ze zorgen voor gezonde lucht en maken onze bodem schoon. Ze beschermen het land tegen water door onze dijken te onderhouden. Ze werken aan het schoner maken van ons wegverkeer door elektrisch autorijden en fietsen te stimuleren.

Onderstaand vier in het oog springende investeringen voor 2023.

Stevige investering in onderhoud

Onze wegen, vaarwegen en ons spoor hebben onderhoud nodig. Daar trekken ze fors geld voor uit. Minister Harbers en staatssecretaris Heijnen investeren hier het komende jaar € 4 miljard in. Er gaat € 2 miljard naar spoor, € 1 miljard naar wegen, € 500 miljoen naar vaarwegen en € 500 miljoen naar waterbeheer zoals dijken.

“Onze wegen, ons spoor, onze vaarwegen, ze worden iedere dag intensief gebruikt. We gebruiken ze voor onze reis naar ons werk, studie, familie en vrienden en voor een dagje uit. Ook de goederen die we elke dag gebruiken, worden vervoerd over spoor, weg en water. Ze zijn voor iedere Nederlander van groot belang en daarom moeten we zorgen dat ze goed onderhouden worden en veilig zijn. Zo houden we Nederland goed bereikbaar.”

Minister Harbers, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Bereikbaarheid van woningen

De woningnood is hoog. In de komende jaren wil het kabinet daarom veel nieuwe woningen bouwen, zodat starters weer een kans maken en jonge gezinnen kunnen doorstromen op de woningmarkt. Nieuwe woonwijken moeten goed bereikbaar zijn. Harbers en Heijnen maken daarvoor in 2023 € 900 miljoen vrij, in het najaar komt daar nog geld bovenop naar aanleiding van de MIRT-overleggen. Dat geld gaat naar het verbeteren van bestaande wegen of OV-verbindingen, maar ook naar slimme ideeën vanuit gemeenten. Zoals een extra fietstunnel of een rotonde.

“Een woonwijk is meer dan rijtjes huizen achter elkaar. Inwoners maken de wijk, ze ontmoeten er elkaar en helpen elkaar. Goede verbindingen van en naar je woonwijk zijn daarbij van groot belang. Iedereen wil makkelijk naar werk, sport, school of familie kunnen. Daarom vind ik het van groot belang dat we hier samen met gemeenten heel gericht in investeren.”

Staatssecretaris Heijnen, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Ook na 2023 blijft IenW bezig met de nieuwe woningen. Van de € 7,5 miljard die in het coalitieakkoord is afgesproken voor de bereikbaarheid van nieuwe woningen, is een deel uitgegeven en na 2023 nog ongeveer € 6 miljard beschikbaar. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden waar de woningen worden gebouwd. Het ministerie werkt op dit moment uit hoe ons water- en bodemsysteem sturend moet zijn in de keuzes waar we wat gaan bouwen de komende jaren.

Veiligheid op de weg

Minister Harbers investeert komend jaar 25 miljoen in meer veiligheid op Rijks-N-wegen. Op N-wegen vallen relatief veel verkeersslachtoffers. Door bijvoorbeeld de berm aan te pakken, kan de veiligheid op de weg beter worden. Harbers trekt hiervoor ook na 2023 geld uit, de totale investering bedraagt € 200 miljoen euro over de periode 2023 tot en met 2026.

Beter milieutoezicht

Staatssecretaris Heijnen investeert 18 miljoen euro voor het versterken van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Vergunningverlening en het toezicht op milieugebied gebeurt in Nederland vooral door provincies en gemeenten die hiervoor omgevingsdiensten inzetten. Uit onderzoek door de commissie Van Aartsen is gebleken dat het milieutoezicht bij bedrijven beter kan en moet. Heijnen wil met versterkt, onafhankelijker en beter milieutoezicht ons milieu en onze gezondheid beter beschermen, en schade voorkomen in plaats van achteraf te moeten herstellen. Daar zijn ze hard mee aan de slag. Ook de jaren na 2023 staat er elk jaar € 18 miljoen voor dit doel gereserveerd, aldus de Rijksoverheid

Betere doorstroming en meer leefbaarheid in Tongeren

Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, investeert fors in vlot en veilig verkeer. Centraal daarbij staan investeringen in fietsinfrastructuur, verkeersveiligheid en duurzaamheid. Ook Tongeren plukt daar de vruchten van. Met onder meer het realiseren van de fietstunnel N730 en het aanpakken van de fietspaden in de Baversstraat wil Lydia Peeters de inwoners van Tongeren meer fietsveiligheid garanderen. Ook wil ze via omgangswegen doorgaand en zwaar verkeer weghouden uit het centrum van Tongeren, de wallen (R72) en de stationsomgeving.

“Aan de keuze van de omleidingsstructuur ging een jarenlange discussie vooraf. We houden bij de uitvoering van de omleidingswegen nu terecht rekening met heel wat ecologische bekommernissen. De lange studietijd is voorbij en we zijn verheugd dat binnenkort de spade definitief de grond in kan. Het feit dat de budgetten nu zijn vastgelegd is dan ook een garantie op een snelle uitvoering. De werken zijn meer dan de aanleg van nieuwe verkeersinfrastructuur. De omleidingswegen zullen doorgaand verkeer en vrachtverkeer weghouden uit het centrum en zorgen voor minder sluipverkeer in de omliggende dorpen. We maken Tongeren tegelijk ook veiliger, mooier en fietsvriendelijker.”

Patrick Dewael, burgemeester Tongeren

Om het doorgaand en zwaar verkeer weg te houden uit het Tongerse centrum, de wallen (R72) en de stationsomgeving, worden omleidingswegen gerealiseerd. Zo ontstaat er meer ruimte voor de fiets en groen en creëren we bovendien meer leefbaarheid. In de Zuidoostelijke omleidingsweg wordt 4 miljoen euro geïnvesteerd. Zo wil de Minister het vrachtverkeer weren uit het centrum en meer leefbaarheid geven aan de inwoners van de Wijkstraat, Dijk en Leopoldwal.

Daarnaast wordt er 6,5 miljoen euro voorzien voor de uitvoering van de Noordoostelijke omleidingsweg en wordt er ook 100.000 euro geïnvesteerd voor fietspaden op de Molenweg. Zo wordt het ziekenhuis AZ Vesalius beter bereikbaar vanuit Hoeselt, Bilzen en Riemst en maken we een einde aan het sluipverkeer door de aanleg van een verbinding tussen de Bilzersesteenweg en de Maastrichtersteenweg.

Lees ook: Wegenwerken duren in Vlaanderen altijd lang