Tag archieven: rijbewijs

Schiphol onder vuur: onrust groeit over inzet minder ervaren buschauffeurs

Kritiek op keuze die volgens sommigen doorslaat naar schijnveiligheid terwijl experts waarschuwen voor risico’s in hectische vliegveldomgeving.

Tussen de glimmende vleugels, gierende turbines en haastige grondvoertuigen van Schiphol speelt zich dagelijks een minder charmant, maar onmisbaar ritueel af: het vervoer van passagiers per platformbus. Reizigers worden in compacte voertuigen gezet die zich een weg banen door een omgeving waar elke beweging telt. De lucht trilt er van de warmte van uitlaatstromen, de geuren zijn scherp, de ruimte is beperkt en de marges zijn klein. Tot voor kort vertrouwde men voor dit werk uitsluitend op chauffeurs met een groot rijbewijs, bestuurders die gewend zijn aan deze hectische zone waar een kleine fout al snel grote gevolgen heeft.

De keuze van Schiphol om nu ook chauffeurs met alleen een BE-rijbewijs tot dit werk toe te laten, heeft een debat losgemaakt naar aanleiding van de berichtgeving in de media dat dieper gaat dan een personeelsvraagstuk. De luchthaven kampt aantoonbaar met tekorten, en het besluit past binnen een bredere poging om de operatie draaiende te houden. Maar achter die redenering gaat een ongemakkelijke spanning schuil. Het beeld dat critici schetsen van de financiële druk op het bedrijf, samengevat door een adviseur arbeidsveiligheid in de uitspraak “een Jenga-toren op een trilplaat”, laat zien dat men vreest dat rekbare afwegingen de norm dreigen te worden.

risicobesef

Het vraagstuk draait volgens de adviseur in essentie om de vraag wat ervaring betekent op een terrein waar fysieke risico’s nooit abstract zijn. Het werk tussen taxiënde Boeings, bagagetrekkers, pushbacks en marshallers vraagt niet alleen om stuurmanskunst, maar vooral om intuïtief risicobesef. Een van de betrokkenen somt het scherp op: “Of je aanvoelt hoe gevaarlijk een jetblast is, hoe snel een pushback kan draaien, hoe een marshaller communiceert, en waarom je nooit, echt nóóit, een vliegtuig nadert waarvan de motoren nog draaien.” Het is kennis die niet voortkomt uit een rijbewijs, maar uit gespecialiseerde scholing en herhaalde blootstelling aan dezelfde complexe omgeving.

Foto: Pitane Blue – platformbus Schiphol

Het officiële standpunt van Schiphol is dat de luchthaven een besloten bedrijfsterrein is en dat de directie verantwoordelijk is voor het wegen van risico’s. Intern wordt benadrukt dat aanvullende trainingen borg staan voor veiligheid en dat de inzet van minder ervaren chauffeurs geen afbreuk doet aan de operationele standaarden. Toch wringt het oordeel van degenen die dagelijks met deze realiteit werken. Niet omdat zij twijfelen aan de intentie van de luchthaven, maar omdat ze weten hoe dun de lijn is tussen routine en onderschatting. In gesprekken klinkt de waarschuwing door dat organisaties soms ongemerkt richting schijnveiligheid glijden. Zo wordt letterlijk gezegd: “Alles lijkt te kloppen, totdat het niet meer klopt. Ik vind ’m lastig.”, aldus de deskundige.

vertrouwen

De kern van de discussie wordt gevangen in de stelling die inmiddels herkenbaar rondgaat: “Laat Schiphol hiermee zien dat productie het wint van professie?” De vraag raakt aan de fundamenten van vertrouwen. Wanneer efficiëntie de prioriteit krijgt boven vakmanschap, ontstaat de indruk dat veiligheid niet langer een overtuiging is, maar een variabele. Precies dat maakt de situatie gevoelig, zeker in een omgeving waar passagiers onvermijdelijk moeten kunnen rekenen op een onwrikbare veiligheidsnorm.

De nuchtere constatering van een van de critici vat het dilemma herkenbaar samen: “Veiligheid hoeft geen last te zijn. Het is vooral een keuze.” Juist die keuze is bepalend voor het vertrouwen dat reizigers, medewerkers en partners stellen in de luchthaven. Want vertrouwen is kwetsbaar, en zoals in dezelfde gedachtevorming wordt benadrukt: het komt te voet en gaat te paard.

Waarschuwingsfase voorbij: strengere handhaving vanaf 1 juli

Vanaf 1 juli gaan op het terrein van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) diverse maatregelen van kracht die zowel particuliere weggebruikers als ondernemers raken.

Het ministerie voert aanpassingen door op het gebied van rijbewijzen, handhaving en registratie, met als doel het verkeer veiliger, schoner en beter controleerbaar te maken.

Voor bezitters van een B-rijbewijs is er slecht nieuws als zij ook met een trekker de weg op willen. De overgangsregeling voor het T-rijbewijs komt namelijk definitief ten einde. Wie na 1 juli 2015 zijn autorijbewijs heeft gehaald, moet vanaf nu verplicht een aanvullend examen afleggen om met landbouwvoertuigen of mobiele machines op de openbare weg te mogen rijden. De regeling waarbij het T-rijbewijs automatisch werd toegekend bij vernieuwing van het B-rijbewijs vervalt hiermee volledig.

B-rijbewijs

Ondernemers die werken met duurzame voertuigen profiteren juist wél van versoepelingen. Wie elektrisch rijdt tot een gewicht van 4.250 kilo mag dat voortaan met een gewoon B-rijbewijs doen. Een vrachtwagenrijbewijs (C of C1) is niet langer vereist, mits de voertuigen emissievrij zijn. Ook is er een vrijstelling van de tachograafplicht ingevoerd voor elektrische bedrijfsauto’s die binnen een straal van 100 kilometer van hun vestigingsadres blijven. Dit bespaart volgens het ministerie tijd, administratieve lasten en verhoogt tegelijkertijd de efficiëntie. De arbeidstijdenwet blijft in alle gevallen onverkort van kracht.

Een ander opvallend besluit betreft de invoering van de kentekenplicht voor bijzondere bromfietsen, waaronder e-steps en andere lichte elektrische voertuigen zonder trapondersteuning. Vanaf 1 juli moeten nieuwe modellen verplicht worden voorzien van een blauw kenteken, beginnend met de letter E. Voor bestaande voertuigen is er een overgangsperiode tot 1 juli 2026. Volgens de minister van Infrastructuur en Waterstaat draagt de maatregel bij aan een veiliger verkeer en betere handhaafbaarheid. “Dankzij de kentekenplicht is direct zichtbaar of een voertuig is toegelaten tot de openbare weg,” aldus de bewindsman. Voor de registratie van bestaande voertuigen wordt een gereduceerd tarief gehanteerd van 18 euro, waarbij het ministerie het verschil met het normale tarief van ruim 50 euro voor zijn rekening neemt.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

Taxichauffeurs en ondernemers in het personenvervoer krijgen te maken met een compleet nieuw registratiesysteem. De zogeheten Centrale Database Taxivervoer (CDT) vervangt per 1 juli de bekende boordcomputer taxi. Het systeem registreert automatisch ritgegevens en stuurt deze direct door naar de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Dit moet leiden tot minder papierwerk, snellere verwerking en beter toezicht op werk- en rusttijden. Volgens de ILT zal ook de opsporing van fraude hierdoor effectiever worden. Het systeem is verplicht voor alle taxiondernemers en chauffeurs in Nederland.

zero-emissiezones

Tot slot eindigt ook de waarschuwingsperiode voor zero-emissiezones in een aantal Nederlandse gemeenten. Tot nu toe kregen ondernemers nog geen boete bij overtredingen van de nieuwe toegangseisen, maar vanaf 1 juli gaat de handhaving echt van start. De zero-emissiezones maken deel uit van landelijke afspraken tussen het Rijk, gemeenten en het bedrijfsleven om de stedelijke logistiek schoner te maken. Voertuigen die niet aan de emissienormen voldoen, riskeren vanaf nu sancties als zij zich toch binnen deze zones begeven.

De invoering van deze maatregelen per 1 juli markeert een duidelijke koerswijziging in het Nederlandse mobiliteitsbeleid. Door strengere eisen te stellen aan registratie en handhaving, en tegelijkertijd duurzame alternatieven aantrekkelijker te maken, zet het ministerie in op een toekomstbestendig en veiliger verkeer.

Verplichte chipcontrole: nieuw taxibeleid vereist vervanging van niet-werkende rijbewijzen

Vanaf 1 juli 2025 worden taxichauffeurs in Nederland geconfronteerd met nieuwe eisen rondom hun rijbewijs.

In het kader van aangescherpt toezicht voert de overheid maatregelen in waarbij het rijbewijs draadloos moet kunnen worden uitgelezen voor identificatiedoeleinden. Deze wijziging is onderdeel van het bredere pakket aan moderniseringen binnen het taxitoezicht en wordt gecoördineerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in samenwerking met de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW).

De maatregel is bedoeld om de handhaving te vereenvoudigen en identiteitsfraude terug te dringen. Bij controles op straat of op standplaatsen moet een taxichauffeur zijn identiteit voortaan kunnen aantonen door het draadloos uitlezen van zijn of haar rijbewijs via speciale apparatuur. Uit een recente praktijktest blijkt echter dat niet alle rijbewijzen over de juiste chiptechnologie beschikken of goed functioneren bij het uitlezen. Vooral oudere rijbewijzen blijken soms niet compatibel, waardoor chauffeurs zonder werk kunnen komen te zitten als zij niet op tijd actie ondernemen.

nieuwe werkwijze

De ILT heeft inmiddels alle geregistreerde taxichauffeurs geïnformeerd over de nieuwe werkwijze en over de mogelijkheid om hun rijbewijs vooraf te laten testen. Chauffeurs die vermoeden dat hun rijbewijs niet werkt, kunnen dit melden bij hun gemeente. Daar kunnen ze een nieuw rijbewijs aanvragen en bij de aanvraag aangeven dat ze het bestaande document willen laten testen door de RDW.

Bij het ophalen van het nieuwe rijbewijs moet het oude document worden ingeleverd. De gemeente stuurt dit oude rijbewijs vervolgens door naar de RDW, samen met het e-mailadres en telefoonnummer van de chauffeur. Deze gegevens zijn nodig voor een snelle terugkoppeling van de testresultaten. De RDW streeft ernaar binnen twee weken uitsluitsel te geven over de staat van het oude rijbewijs en of de kosten voor vervanging vergoed kunnen worden.

Foto: Taxicontrole – © ILT

Belangrijk detail is dat de RDW alleen de kosten van een nieuw rijbewijs vergoedt als blijkt dat de chip al defect was vóór uitgifte. “Is het probleem pas ontstaan nadat de chauffeur het rijbewijs in bezit had, dan kunnen we geen vergoeding toekennen,” aldus een woordvoerder van de RDW. Hiermee wordt voorkomen dat gebruikersschade op kosten van de overheid wordt hersteld. Chauffeurs doen er dus verstandig aan hun rijbewijs zo snel mogelijk te laten testen, om onaangename verrassingen en onnodige kosten te voorkomen.

mogelijke kosten

Voor veel taxichauffeurs betekent deze maatregel extra administratieve handelingen én mogelijke kosten. Brancheorganisaties hebben met gemengde gevoelens gereageerd. Zo wijst KNV Taxi op het belang van moderne, digitale middelen om fraude tegen te gaan, maar vraagt men ook aandacht voor de praktische uitvoering. “Chauffeurs moeten de tijd en middelen krijgen om dit goed te regelen, zeker zelfstandigen die afhankelijk zijn van een werkend rijbewijs,” aldus een vertegenwoordiger.

Het nieuwe beleid is een direct gevolg van de digitaliseringsslag binnen overheidsdiensten en sluit aan bij eerdere initiatieven zoals het Elektronisch Rijbewijs en andere vormen van digitale identificatie. De verwachting is dat in de toekomst ook andere beroepsgroepen te maken krijgen met vergelijkbare eisen, zodra de infrastructuur voor draadloze controle is uitgerold.

Fraude: rijbewijs kopen via sociale media loopt flink uit de hand

De handel in valse rijbewijzen floreert via sociale media en chatapps, en vormt een groeiende bedreiging voor de verkeersveiligheid in België en Nederland.

Terwijl de overheid in beide landen waarschuwt voor de gevaren van deze praktijken, vinden steeds meer mensen toch hun weg naar malafide aanbieders die tegen betaling een rijbewijs beloven – zonder dat daarvoor een examen wordt afgelegd. Uit cijfers blijkt dat in Nederland in 2024 meer dan duizend vervalste rijbewijzen werden onderschept. In België is de situatie niet anders: het fenomeen neemt hand over hand toe, en politie en justitie slaan alarm.

Sociale media blijken een goudmijn voor frauduleuze rijbewijzen. Voor wie geen trek heeft in theorie, praktijk en verkeersregels is er nu een illegale snelweg: tegen minstens 1 500 euro scoor je een rijbewijs, aldus recent onderzoek van Het Nieuwsblad. In sommige gevallen gaat het bedrag zelfs nog hoger, afhankelijk van het pakket dat je kiest en de aanbieder op platforms zoals Facebook, Instagram en Telegram.

professioneel

De handel verloopt opvallend professioneel. Verkopers promoten zichzelf met schijnbaar legale certificaten, individuele begeleiders en valse medische testen. Klanten reageren enthousiast en posten op hun beurt succesverhalen: van ‘binnen een week’ tot ’garantie na één poging’. Het Nieuwsblad sprak met tientallen geïnteresseerden en getuigen, die bevestigden dat de handel op meerdere netwerken actief is. Zelfs mensen die eerder zijn betrapt of veroordeeld blijven nieuwe klanten werven, volgens deze bronnen.

Volgens insiders spelen drie factoren een cruciale rol in deze zwarte markt. Ten eerste ontbreekt toezicht: sociale media erkennen weliswaar dat dergelijke aanbiedingen tegen de regels zijn, maar verwijderen ze lang niet altijd. Ten tweede zijn de risico’s beperkt: een vervalst rijbewijs is moeilijk te controleren op de weg, zeker als het lijkt op het officiële model. Ten derde is de vraag groot—jongeren en werkzoekenden die snel willen rijden zonder investeringen in lessen zien een illegale shortcut als aantrekkelijk.

valse doccumenten

De politie heeft intussen een aantal gerichte acties uitgevoerd. In verschillende regio’s werden opgespoorde aanbieders opgepakt, hun verzamelingen aan valse documenten in beslag genomen. Boetes, celstraffen en inbeslagname van rijbewijzen volgden. Toch noemen experts de pakkans ‘laag’, vooral omdat de handel zich zelfstandig verplaatst zodra een aanbieder is gepakt. De koppen van de netwerken wisselen snel, maar de onderliggende structuur blijft intact.

Themabeeld: © Pitane Blue

De illegale markt werkt met verschillende methodes. Er zijn websites die zich voordoen als officiële instanties en een “legaal” rijbewijs aanbieden voor bedragen vanaf 850 euro. Vaak zijn deze websites professioneel opgebouwd en in correct Nederlands opgesteld, wat argeloze bezoekers over de streep trekt. De FOD Economie bevestigt dat deze sites pure oplichting zijn: “Je kan natuurlijk geen echt rijbewijs online kopen… Als je betaalt voor dat zogezegde rijbewijs, ben je gegarandeerd je geld kwijt.”

Een tweede vorm van fraude betreft fysieke vervalsing. Hierbij maken oplichters gebruik van hoogwaardige printtechnieken om rijbewijskaartjes te namaken, inclusief naam, pasfoto en vermeende echtheidskenmerken. Voor een paar honderd euro worden deze documenten verkocht aan mensen die zonder geldige papieren de weg op willen. In België zijn zelfs jongeren betrapt die zo’n valse kaart gebruikten om alcohol te kopen of zich ouder voor te doen.

De gevolgen zijn ernstig. Mensen met valse rijbewijzen missen theoretisch en praktisch de nodige kennis om veilig de weg op te gaan. Rampzalige verkeersresultaten liggen op de loer. Bij ongevallen veroorzaakt door zulke bestuurders staan aansprakelijkheid en verzekering onder druk, omdat de wettelijke dekking in dat geval vervalt.

corruptie

Een derde vorm is veel ernstiger en zijn de gevallen waarbij officiële documenten via corruptie worden verkregen. In Anderlecht werd in 2021 een netwerk blootgelegd waarbij ambtenaren tegen betaling rijbewijzen aanmaakten voor mensen die nooit een examen hadden afgelegd. Volgens het parket vroegen ze tussen 1.200 en 1.800 euro per document. In totaal zouden meer dan honderd valse rijbewijzen via dit netwerk zijn verhandeld. Dit soort fraude maakt duidelijk dat ook vanuit overheidsdiensten de integriteit wordt aangetast.

Themabeeld: © Pitane Blue

De juridische gevolgen zijn niet mals. Wie wordt betrapt met een vals rijbewijs riskeert maanden tot jaren gevangenisstraf, hoge boetes en een langdurig rijverbod. Rechters hebben al straffen uitgesproken van zes maanden tot twee jaar cel, zelfs bij een eerste vergrijp. In het geval van ambtenaren of examinatoren die meewerken, lopen de straffen nog hoger op. Zij worden vervolgd voor valsheid in geschrifte, omkoping en deelname aan een criminele organisatie.

Fraude bij het afleggen van rijexamens is een andere methode. Op sociale media worden kandidaten aangespoord om een dubbelganger naar hun examen te sturen of gebruik te maken van technische hulpmiddelen zoals oortjes en camera’s. In ruil voor bedragen tussen de 1.500 en 2.400 euro wordt het volledige examen door iemand anders afgelegd. In Vlaanderen worden jaarlijks tientallen gevallen van dergelijke examenfraude opgemerkt.

De rol van sociale media en chatapps is cruciaal in deze markt. Facebook, Instagram en Telegram fungeren als etalage én handelsplatform. Op Facebook verschijnen geregeld groepen met titels als “Rijbewijs kopen zonder examen”, terwijl op Instagram anonieme profielen zich voordoen als documentenmakelaars. Telegram wordt door criminelen vooral geprezen om de versleutelde communicatie en de anonimiteit. Criminele netwerken maken hier gretig gebruik van, vaak met internationale connecties.

patroon

De transacties verlopen volgens een herkenbaar patroon. Na eerste contact via sociale media schakelen de oplichters al snel over op WhatsApp of Telegram. Ze vragen persoonlijke gegevens van de koper, zoals pasfoto’s of identiteitsdocumenten, en eisen volledige vooruitbetaling via moeilijk te traceren diensten als Western Union of cryptovaluta. Vervolgens gebeurt een van drie dingen: de koper ontvangt niets en is opgelicht, krijgt een vervalst rijbewijs opgestuurd of verkrijgt via een illegale route een officieel pasje. In alle gevallen is het gebruik strafbaar.

Examenfraude explodeert: CBR waarschuwt voor georganiseerde fraude

De stille technologische revolutie in klaslokalen en examenruimtes werpt een schaduw over de waarde van diploma’s in 2025.

Wat begon als onschuldige digitale hulpmiddelen, is inmiddels uitgegroeid tot een oncontroleerbare keten van misbruik. Fraude bij het theorie-examen voor het rijbewijs is niet langer een incident, maar een structureel probleem. Bijna geruisloos hebben criminele netwerken een miljoenenbusiness opgebouwd, waar kandidaten met behulp van onzichtbare oortjes en verborgen camera’s door hun examen worden geloodst.

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) slaat alarm. Directeur Alexander Pechtold spreekt in de media van “georganiseerde misdaad” en legt uit dat er bedragen tot drieduizend euro worden betaald voor frauduleuze begeleiding. “Die oortjes zijn zó bizar klein, sommige moesten we met een pincet verwijderen,” aldus Pechtold. De ernst van de situatie blijkt uit het feit dat het aantal fraudegevallen in twee jaar tijd is verdubbeld.

tegenmaatregelen

Het CBR vecht terug met een arsenaal aan tegenmaatregelen. Van sweepers die draadloze signalen detecteren tot beveiligers op elke locatie en handscanners die verborgen elektronica opsporen. Digitale ID-controles zijn inmiddels standaard. Toch voelt het als een technologische wapenwedloop waarin de fraudeurs altijd één stap voor lijken te zijn.

Wat zich afspeelt binnen de muren van het CBR is geen op zichzelf staand fenomeen. Het raakt aan een bredere crisis binnen het onderwijs. Uit recent onderzoek van studentenplatform Stuvia blijkt dat 28 procent van de studenten een vak heeft gehaald met behulp van kunstmatige intelligentie, zonder zelf de inhoud te begrijpen. 24 procent geeft zelfs aan werk in te leveren zonder enige inhoudelijke kennis. Een student licht toe: “Als ik die teksten zelf moet samenvatten, ben ik weken bezig.” Het gemak van AI maakt het verleidelijk, maar het zet de geloofwaardigheid van diploma’s onder druk.

directeur pechtold: ‘sommige oortjes moesten we met een pincet verwijderen’

[radio_player id=5]

De kern van het probleem ligt in de achterstand van onderwijsinstellingen. Eén op de drie studenten vindt dat universiteiten en hogescholen geen duidelijke richtlijnen hebben over het gebruik van AI. Sterker nog, één op de vijf studenten vreest dat wie AI níét gebruikt, juist een achterstand oploopt op de arbeidsmarkt. Daarmee ontstaat een perverse prikkel: meedoen of achterblijven.

Dit alles roept een fundamentele vraag op: wat is de waarde van een diploma nog, als kennis en begrip ondergeschikt raken aan technologische shortcuts? De impact reikt verder dan de collegebanken. Wanneer mensen hun rijbewijs halen zonder inzicht in verkeersregels, of een verpleegkundige afstudeert zonder de medische basiskennis echt te beheersen, komt de veiligheid van de samenleving onder druk te staan.

verantwoordelijkheid

Onderwijsinstellingen moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Het is noodzakelijk om de toetsingsmethoden opnieuw vorm te geven, met nadruk op inhoudelijke beheersing in plaats van reproduceerbare uitkomsten. Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor technologische innovatie, mits binnen duidelijke ethische kaders. Zoals Pechtold stelt: “We geven toegang tot het verkeer. Dan moet je zeker weten dat iemand de regels ook écht kent.”

De digitale revolutie laat zich niet meer terugdraaien. Maar of we de controle over de waarde van onze opleidingen behouden, ligt in handen van wie vandaag durft te kiezen voor inhoud boven illusie.

Onnodige obstakels: Madlener schrapt keuring voor mensen met autisme bij rijbewijs

Mensen met autisme hoeven binnenkort niet langer verplicht een medische keuring te ondergaan voor het verkrijgen of verlengen van hun rijbewijs.

Dat heeft minister Barry Madlener van Infrastructuur en Waterstaat bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer. Voor mensen met ADD of ADHD wordt onderzocht of de huidige keuringen kunnen worden aangepast. Daarnaast komt er ook verandering voor mensen die herstellende zijn van een psychose: zij hoeven mogelijk niet meer zes maanden te wachten voordat ze gekeurd mogen worden.

onnodig obstakel

Minister Madlener stelt dat de huidige medische keuringen door veel mensen met autisme, ADD en ADHD als niet proportioneel worden ervaren. “Ik vind dat deze keuringen geen onnodig obstakel moeten zijn voor het rijbewijs, want autorijden is een vorm van vrijheid die je mensen niet zomaar wilt ontnemen,” aldus Madlener. Tegelijkertijd benadrukt hij het belang van verkeersveiligheid. “Met de voorgestelde maatregelen houden we het verkeer veilig én worden er minder verplichtingen opgelegd aan mensen.”

Het afschaffen van de keuring voor mensen met autisme is gebaseerd op de conclusie dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is dat deze groep meer verkeersovertredingen maakt of bij meer ongevallen betrokken raakt dan andere weggebruikers. Het streven is om deze maatregel per 1 januari 2026 in te voeren. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) onderzoekt op dit moment hoe dit het beste kan worden uitgevoerd.

alternatieven

Voor mensen met ADD en ADHD ligt de situatie genuanceerder. Statistieken laten zien dat deze groepen wel vaker betrokken zijn bij verkeersongevallen of overtredingen. Tegelijkertijd blijkt dat vrijwel iedereen slaagt voor de medische keuring, waardoor deze procedure tijdrovend is en het nut ervan ter discussie staat. Minister Madlener heeft daarom aan het CBR gevraagd om te onderzoeken of er alternatieven mogelijk zijn die minder belastend zijn maar wel de verkeersveiligheid waarborgen. Resultaten van dit onderzoek worden in het najaar van 2025 verwacht.

Streven is om dit op 1 januari 2026 in te laten gaan, het CBR onderzoekt nu in opdracht van het ministerie hoe dit het best kan worden afgeschaft.

Ook mensen die een psychose hebben doorgemaakt, krijgen mogelijk sneller duidelijkheid over hun rijgeschiktheid. Tot nu toe gold de regel dat zij zes maanden moesten wachten voordat zij medisch gekeurd mochten worden. De Gezondheidsraad heeft geadviseerd om deze wachttijd te herzien. Het ministerie wil dit advies overnemen en onderzoekt samen met het CBR hoe deze wijziging in de praktijk kan worden gebracht. Een update hierover volgt eind 2025.

positief

De Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) is positief over het besluit van het kabinet. Directeur Caroline Verkerk noemt de keuring “stigmatiserend, belastend, duur en zinloos” en is blij dat deze wordt afgeschaft. Volgens haar schept dit meer gelijkheid voor mensen met autisme die zich willen verplaatsen per auto.

De aanpassingen volgen op een motie van Tweede Kamerleden Agnes Joseph (NSC) en Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA). Zij vroegen vorig jaar al om een herziening van het keuringstraject voor mensen met een neurodiverse achtergrond. Het kabinet heeft naar aanleiding van die oproep een beleidsonderzoek uitgevoerd, waarvan de uitkomsten nu worden omgezet in concreet beleid.

De minister benadrukt dat Nederland een balans moet vinden tussen inclusiviteit en veiligheid. Hij noemt het belangrijk dat mensen niet onnodig worden buitengesloten van deelname aan het verkeer, zolang zij veilig kunnen rijden. Deze versoepeling van de regelgeving is volgens hem een belangrijke stap in de goede richting.

Europa pakt verkeershufters hard aan: verbod in één land straks ook geldig in eigen land

Onder Europese wegpiraten heerst binnenkort geen straffeloze vrijheid meer zodra ze over de grens verdwijnen.

Tot nu toe konden bestuurders die zich misdroegen in een ander EU-land, simpelweg naar huis rijden zonder dat de gevolgen hen daar achtervolgden. Die maas in de wet wordt binnenkort gedicht. Tegen 2030 wordt in alle lidstaten een digitaal rijbewijs ingevoerd en dat betekent dat een rijverbod in het ene land automatisch zal gelden in alle andere EU-landen. De Europese Commissie zet daarmee een grote stap in de strijd tegen verkeershufters.

Wie nu in Frankrijk dronken achter het stuur wordt betrapt of in Duitsland meer dan vijftig kilometer per uur te hard rijdt, hoeft in veel gevallen alleen in dat land op de blaren te zitten. In eigen land kon men daarna vaak zonder belemmering weer achter het stuur plaatsnemen. De straf bleef vaak onopgemerkt, zeker wanneer de overtreder het land allang verlaten had voordat de uitspraak officieel werd. Met het nieuwe systeem komt daar een einde aan.

De EU werkt aan een centraal systeem waarbij de uitgifte en handhaving van rijverboden wordt gedeeld tussen de lidstaten. Zodra iemand in één van de landen zijn of haar rijbevoegdheid kwijtraakt, wordt dit via het digitale systeem direct doorgespeeld naar alle andere landen. Ook het land van herkomst moet die straf dan erkennen en handhaven. De gevolgen zijn concreet: wie in Italië zijn rijbewijs verliest wegens roekeloos rijden, mag dus ook in België of Nederland niet meer achter het stuur kruipen.

Foto: © European Union 2025 – Apostolos Tzitzikostas – Fotograaf: Alain ROLLAND

De Europese commissaris voor Transport, Apostolos Tzitzikostas, is duidelijk over de noodzaak van de nieuwe regels. “Met de nieuwe regels voorkomen we dat gevaarlijke bestuurders straffen kunnen ontlopen door grenzen over te steken,” stelt hij. “Met bijna 20.000 levens die vorig jaar verloren gingen op wegen in de EU, zal dit initiatief cruciaal zijn bij het bereiken van ons doel: het aantal verkeersdoden met 50% te verminderen tegen 2030.”

De ongelijkheid in straffen tussen de verschillende EU-landen wordt hiermee eveneens aangepakt. Tot nu toe kon een zware verkeersdelict in het ene land leiden tot maandenlang rijverbod, terwijl datzelfde vergrijp elders slechts een boete opleverde. Straks telt de strengste straf voor álle lidstaten, wat een eerlijker en consistenter verkeersbeleid moet opleveren.

Hoewel het rijbewijs digitaal wordt, blijft het fysieke document wel bestaan. Burgers behouden het recht om een papieren versie aan te vragen, al zal het digitale exemplaar leidend zijn in de handhaving. Dit digitale rijbewijs maakt het eenvoudiger voor autoriteiten om de geldigheid en eventuele beperkingen te controleren, ook buiten de landsgrenzen.

Het nieuwe systeem betekent niet alleen meer rechtvaardigheid, maar ook een gevoel van veiligheid voor weggebruikers die zich wél aan de regels houden. De weg wordt letterlijk een stukje veiliger, nu asociale bestuurders niet meer kunnen schuilen achter nationale grenzen.

Herstelplan voor CDT: digitale rijbewijzen maken nieuw taxibeleid al verouderd

De geplande invoering van de Centrale Database Taxivervoer (CDT), die op 1 juli 2025 verplicht moet worden voor alle taxichauffeurs, dreigt al achterhaald te zijn nog voor het systeem officieel van start gaat.

Terwijl de wetgeving rond de CDT op dit moment ter goedkeuring bij de Raad van State ligt, kondigt Europa intussen een revolutie aan in de manier waarop rijbewijzen worden uitgegeven en gecontroleerd. Het digitale rijbewijs, dat uiterlijk in 2030 in de hele Europese Unie ingevoerd moet zijn, zet de huidige technologie van de CDT direct buitenspel.

De CDT is ontwikkeld om via de NFC-chip op het fysieke rijbewijs chauffeurs te laten inloggen. De gedachte daarachter was dat deze chip veilige en directe toegang biedt tot de noodzakelijke gegevens van de chauffeur, zoals de rijbewijsstatus en de bevoegdheid om beroepsmatig vervoer uit te voeren. Alleen: precies dat fysieke rijbewijs verdwijnt straks bij een groeiende groep bestuurders, die zal overstappen op de digitale variant.

fysieke chip

Het is opnieuw een pijnlijk moment voor de taxisector. Terwijl de bedrijven zich voorbereiden op verplichte deelname, en technische installaties in voertuigen op grote schaal worden besteld, wordt de kern van het systeem – de fysieke chip – straks niet langer gegarandeerd. Taxichauffeurs die enkel beschikken over het digitale rijbewijs op hun smartphone, zullen niet kunnen inloggen in het systeem zoals het nu is ontworpen. Dat betekent dat het hele identificatieproces binnen CDT – waarop de overheid inzet voor controle, handhaving en registratie – structureel moet worden herzien.

De ironie is dat de wetgeving nog niet eens definitief is. De Raad van State moet zich nog buigen over de juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid van de CDT-verplichting. Intussen heeft de Europese Unie het digitale rijbewijs al omarmd als de toekomst. Daarmee dreigt de Nederlandse aanpak hopeloos verouderd te zijn op het moment van invoering.

uniformiteit

De komst van het digitale rijbewijs in Europa betekent een fundamentele omwenteling voor zowel bestuurders als overheidsdiensten, en dat al vóór 2030. Terwijl het Europees Parlement en de Commissie inzetten op een uniforme digitale oplossing die in alle lidstaten geldt, schuift er in de praktijk veel meer mee dan alleen een nieuwe drager voor het rijbewijs. Ook in België en Nederland voelen sectoren de druk, vooral de taxibranche waar het traditionele rijbewijs met NFC-chip centraal staat in de nieuwe controle-infrastructuur. Het contrast tussen Europese ambities en nationale implementatieplannen wordt met de dag scherper.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De voorlopige deal moet nog worden goedgekeurd door de Raad en het Parlement. EU-landen hebben vier jaar de tijd om nieuwe bepalingen om te zetten in nationale wetgeving en zich voor te bereiden op de implementatie ervan.

Voor de overheid is dit een hard gelag. De ontwikkeling van de CDT heeft jaren gekost en ging gepaard met stevige investeringen. Toch zal er nu haast moeten worden gemaakt met het aanpassen van de systemen, bijvoorbeeld door het inbouwen van ondersteuning voor digitale identiteitsportefeuilles waarin het digitale rijbewijs wordt opgeslagen. Alternatief kan zijn dat chauffeurs met hun smartphone via een QR-code of appkoppeling toegang krijgen tot het systeem. Maar dat vergt niet alleen technologische aanpassingen; ook de wetgeving zal moeten worden aangepast, en dat terwijl het bestaande voorstel nog niet eens is goedgekeurd.

Europese wetgeving

De digitale rijbewijzen brengen daarmee niet alleen voordelen voor de burger, maar ook kopzorgen voor beleidsmakers. Wat bedoeld was als een modern controle-instrument voor de taxibranche, is mogelijk al ingehaald door Europese wetgeving nog voordat de eerste chauffeur ermee aan de slag kan. De vraag is nu of de verantwoordelijke ministeries voldoende anticiperen op deze fundamentele wijziging, of dat Nederland binnen een jaar alweer een nieuw systeem moet ontwikkelen dat beter aansluit bij de realiteit van een digitale Europese mobiliteit.

De Europese hervorming is duidelijk: alle burgers binnen de unie moeten straks beschikken over hetzelfde type rijbewijs, beschikbaar via een smartphone. Dit digitale rijbewijs zal niet alleen identiek zijn in opmaak en voorwaarden, het maakt ook een einde aan de wildgroei aan nationale varianten. Volgens Europese tellingen circuleren er vandaag meer dan honderd verschillende types rijbewijzen, elk met eigen regels over afgifte, geldigheid en examennormen. Dat zorgt niet alleen voor verwarring, maar ook voor veiligheidsproblemen. Door alles te digitaliseren, kunnen autoriteiten sneller en accurater rijverboden opleggen én controleren. Wie zijn rijbewijs kwijt is, hoeft straks niet meer naar het gemeentehuis, maar kan via een beveiligde app zijn of haar document herstellen.

Kritiek op nieuwe EU-verkeersregels: veiligheid ondergeschikt aan economische belangen

De Europese Unie staat op het punt om ingrijpende wijzigingen door te voeren in de rijbewijsrichtlijn, maar de voorgestelde maatregelen zorgen voor veel controverse.

Het plan om de minimumleeftijd voor vrachtwagen- en buschauffeurs te verlagen en 16-jarigen toe te staan om gemotoriseerde voertuigen te besturen, roept felle kritiek op. Verkeersveiligheidsdeskundigen waarschuwen dat deze versoepelingen vooral economische belangen dienen en niet de veiligheid op de weg.

Een van de meest besproken wijzigingen is het voorstel om de minimumleeftijd voor vrachtwagenchauffeurs te verlagen naar 17 jaar, mits ze onder begeleiding rijden. Daarnaast zouden 18-jarigen bussen met passagiers mogen besturen. Dit baart zorgen, vooral omdat wetenschappelijk onderzoek in onder meer Finland en Duitsland aantoont dat jonge bestuurders een hoger ongevalsrisico hebben.

Jonge chauffeurs missen vaak de rijervaring die nodig is om grote voertuigen veilig te besturen. De complexe besturing van vrachtwagens en bussen vereist snelle reacties en een sterk inschattingsvermogen, vaardigheden die zich pas ontwikkelen door jarenlange ervaring op de weg. Daarnaast vertonen jongeren vaker risicogedrag. Studies wijzen uit dat jonge bestuurders sneller geneigd zijn om te hard te rijden of afgeleid te raken.

Vooral het verlagen van de leeftijd voor buschauffeurs leidt tot onbegrip. Een buschauffeur is niet alleen verantwoordelijk voor het besturen van een groot voertuig, maar ook voor de veiligheid van tientallen passagiers. Verkeersveiligheidsorganisaties pleiten juist voor strengere eisen en een betere opleiding van chauffeurs, in plaats van versoepelingen die mogelijk levens in gevaar brengen.

risicovolle maatregel

Een andere opvallende verandering is het voorstel om 16-jarigen toe te staan om voertuigen tot 2500 kilogram te besturen met een B1-rijbewijs, mits deze zijn uitgerust met een snelheidsbegrenzer. Dit lijkt op het Zweedse model van ‘A-tractors’, voertuigen die niet harder mogen dan 30 km/u. In Zweden heeft deze regeling echter al geleid tot grote problemen:

Veel jongeren omzeilen de snelheidsbegrenzers, waardoor ze alsnog te snel rijden. Andere bestuurders raken gefrustreerd door extreem langzame voertuigen, wat leidt tot gevaarlijke inhaalmanoeuvres. De handhaving van de regels blijkt moeilijk, waardoor de politie voor extra uitdagingen komt te staan.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De EU moet ervoor zorgen dat verkeersveiligheid geen ondergeschikte rol speelt in de besluitvorming. Veiligheid op de weg mag niet het slachtoffer worden van politieke compromissen en economische belangen.

Volgens de EU moet deze maatregel jongeren meer mobiliteit geven, vooral in landelijke gebieden. Toch stellen critici dat mobiliteit niet ten koste mag gaan van verkeersveiligheid. Een betere oplossing zou zijn om te investeren in veilige en duurzame vervoersopties, zoals verbeterd openbaar vervoer of alternatieve rijopleidingen.

alcoholverbod 

Een van de weinige voorstellen die wél door verkeersveiligheidsorganisaties wordt gesteund, is het algehele alcoholverbod voor jonge en beginnende bestuurders. Alcohol speelt een grote rol bij verkeersongevallen onder jongeren, en een nul-alcoholbeleid zou het aantal ongelukken kunnen verminderen. Toch lijkt deze maatregel te stranden door politieke weerstand. Sommige lidstaten willen hun eigen regels behouden, waardoor een uniforme en effectieve aanpak op Europees niveau uitblijft.

Het gebrek aan brede steun voor een alcoholverbod is opvallend, vooral omdat onderzoek aantoont dat een strikte alcoholgrens levens kan redden. In Nederland geldt momenteel een limiet van 0,2 promille voor beginnende bestuurders, terwijl in andere EU-landen nog steeds 0,5 promille is toegestaan. Verkeersdeskundigen pleiten voor een Europese standaard waarbij jonge bestuurders helemaal geen alcohol mogen drinken als ze achter het stuur kruipen.

politieke belangen

De voorgestelde wijzigingen in de rijbewijsrichtlijn lijken vooral te zijn ingegeven door economische en politieke overwegingen. Transportbedrijven kampen met een nijpend tekort aan vrachtwagenchauffeurs en hopen dat een lagere leeftijdsgrens dit probleem deels kan oplossen. Maar experts waarschuwen dat veiligheidseisen verlagen niet de juiste oplossing is voor personeelsproblemen.

Het voorstel om 16-jarigen een B1-rijbewijs te geven, lijkt vooral bedoeld om mobiliteitsproblemen in landelijke gebieden op te lossen. Toch zijn verkeersveiligheidsorganisaties sceptisch. In plaats van extra risico’s op de weg te creëren, zou de EU moeten focussen op het verbeteren van verkeerseducatie en alternatieve vervoersopties.

veiligheid moet voorop staan

Hoewel de Europese Unie streeft naar een geharmoniseerd rijbewijssysteem, lijken de voorgestelde wijzigingen meer gericht op economische belangen dan op verkeersveiligheid. Beleidsmakers zouden hun plannen moeten heroverwegen en maatregelen invoeren die daadwerkelijk bijdragen aan een veiliger wegverkeer.

Het verlagen van de minimumleeftijd voor vrachtwagen- en buschauffeurs zonder extra veiligheidsmaatregelen is risicovol.
16-jarigen toestaan om voertuigen te besturen met een B1-rijbewijs kan leiden tot gevaarlijke situaties en is moeilijk te handhaven. Een nul-alcoholbeleid voor jonge bestuurders is een effectieve maatregel, maar wordt onvoldoende gesteund door alle EU-lidstaten.

Groen licht: C-rijbewijs niet langer vereist voor zware e-bestelbus

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een wetsvoorstel dat het mogelijk moet maken om zwaardere, duurzaam aangedreven voertuigen met een regulier B-rijbewijs te besturen.

Dit voorstel wijzigt het Reglement Rijbewijzen en richt zich op voertuigen die vooral elektrisch of met andere alternatieve brandstoffen worden aangedreven, met een maximumgewicht van 4.250 kilogram. Met deze maatregel wil het ministerie het voor bedrijven aantrekkelijker maken om te verduurzamen, zonder de extra kosten en schaarste van chauffeurs met een C-rijbewijs, wat vaak vereist is voor voertuigen boven de 3.500 kilogram.

Dit initiatief komt voort uit de bredere ambitie om schadelijke emissies in de transportsector te verminderen, een belangrijke pijler binnen het mondiale en Europese klimaatbeleid. De transportsector is immers een grote bron van broeikasgasemissies en schadelijke luchtverontreiniging, die met name in stedelijke gebieden een grote impact heeft op de leefomgeving. De nieuwe regeling sluit aan bij de afspraken in het Klimaatakkoord om tegen 2050 emissievrij transport te realiseren. Vooral in de logistieke sector kan de maatregel bijdragen aan de overstap naar emissieloze voertuigen, wat ook past binnen het Nederlandse beleid om elektrische voertuigen te ondersteunen en de groei van laadinfrastructuur te stimuleren. Dit laatste wordt al gerealiseerd op bedrijventerreinen en langs snelwegen.

flexibiliteit

De wijziging vindt zijn oorsprong in de Europese Derde Rijbewijsrichtlijn, die sinds 2018 lidstaten de optie biedt om voertuigen die met alternatieve brandstoffen worden aangedreven en maximaal 4.250 kilogram wegen, te laten besturen door houders van een B-rijbewijs dat minimaal twee jaar geleden is afgegeven. Dit alternatief moet de lidstaten flexibiliteit bieden in de strijd tegen klimaatverandering en luchtvervuiling. Normaal gesproken zou een C-rijbewijs vereist zijn voor voertuigen boven de 3.500 kilogram, maar dankzij deze richtlijn wordt voor duurzame voertuigen een uitzondering gemaakt. De Nederlandse overheid heeft eerder een tijdelijke vrijstelling verleend voor de periode van 2019 tot eind 2022, waarbij bestuurders een extra rijopleiding van vijf uur moesten volgen voordat zij een voertuig tot 4.250 kilogram mochten besturen.

Het experiment met deze vrijstelling, waaraan 28 voertuigen deelnamen, werd zorgvuldig geëvalueerd. De Europese Commissie stelde als voorwaarde dat verkeersveiligheid gegarandeerd moest blijven, wat werd gemonitord via rapportages over incidenten en ongevallen. Op basis van de verzamelde data kon er echter geen statistisch significante conclusie worden getrokken over de impact van zwaardere voertuigen op de verkeersveiligheid. Toch bleek uit de proef dat er vanuit de sector, politieke partijen en mobiliteitsorganisaties sterke steun is voor een permanente vrijstelling van het C-rijbewijs voor voertuigen met alternatieve aandrijvingen.

Foto: © Pitane Blue – bestelbus

De vrijstelling biedt vooral binnen de logistieke sector een broodnodige stimulans om de overstap naar emissieloos rijden te versnellen, terwijl het Nederlandse wegennet veilig blijft voor zwaardere elektrische voertuigen.

Het wetsvoorstel biedt enkel vrijstelling voor voertuigen waarvan het gewicht de 3.500 kilogram overschrijdt door het zwaardere aandrijfsysteem van bijvoorbeeld batterijen of waterstoftanks, zonder dat het laadvermogen toeneemt ten opzichte van een dieselvoertuig van dezelfde afmetingen. Door het verlaagde laadvermogen van deze voertuigen en de stijgende vraag naar emissievrije logistiek, wordt de vrijstelling breed gezien als een oplossing om bedrijven te helpen verduurzamen zonder verlies van operationele efficiëntie.

verduurzaming

Naast de klimaatvoordelen biedt de vrijstelling ook economisch voordeel voor bedrijven die verduurzaming overwegen. Chauffeurs met een C-rijbewijs zijn vaak moeilijker te vinden en duurder in te huren, terwijl de inzet van duurzame voertuigen met een standaard B-rijbewijs kosten kan verlagen. Bovendien bespaart het gebruik van zwaardere elektrische voertuigen op brandstofkosten, ondanks de vaak hogere aanschafprijs en beperkte actieradius bij volledige belading.

Met het oog op verkeersveiligheid werkt het ministerie nauw samen met brancheorganisaties in de logistieke sector aan een convenant. Hierin worden afspraken vastgelegd om bestuurders bewust te maken van de specifieke verkeersregels en veiligheidsaspecten bij het rijden in voertuigen die zwaarder zijn dan 3.500 kilogram maar nog onder de 4.250 kilogram blijven. Deze samenwerking moet ervoor zorgen dat bestuurders de juiste kennis hebben en veiligheidsvoorschriften volgen, wat bijdraagt aan de veilige integratie van deze voertuigen in het dagelijkse verkeer.

brede steun

Het voorstel voor deze permanente vrijstelling kreeg brede steun in de Tweede Kamer, waar een motie van de partijen BBB, VVD, SGP en ChristenUnie werd aangenomen met 142 stemmen voor en slechts 8 tegen. De motie verzoekt de minister zich in te spannen om de huidige gedoogmaatregel vast te leggen in de wet, vooruitlopend op de Vierde Rijbewijsrichtlijn, die mogelijk verdere versoepelingen zal bieden.

Met dit besluit zet Nederland een stap dichter bij zijn klimaatdoelstellingen, terwijl de transportsector de kans krijgt zich verder te ontwikkelen op het gebied van duurzaamheid. Voor bedrijven betekent dit niet alleen een kans om kosten te besparen, maar ook om in te spelen op een groeiende vraag naar milieuvriendelijk transport. U kunt tot en met 11 november 2024 via deze website reageren op alle onderdelen van het besluit en de toelichting.

1 juli: rijbewijs C1 nu vereist voor elektrische bestelwagens vanaf 3.500 kilo

Wat verandert er per 1 juli 2024 voor ondernemers?

Vanaf 1 juli 2024 worden ondernemers geconfronteerd met een reeks nieuwe wetten en regels die een aanzienlijke impact op hun bedrijfsvoering zullen hebben. Een van de meest ingrijpende veranderingen betreft het gebruik van elektrische bestelwagens. Voor elektrische bestelwagens die tussen de 3.500 en 4.250 kilo wegen, is vanaf die datum een rijbewijs C1 vereist. Voorheen was een rijbewijs B voldoende, maar dit gaat veranderen, waardoor bestuurders nu een vrachtwagenrijbewijs moeten behalen om deze voertuigen te mogen besturen. Deze regel gold al eerder voor niet-elektrische bestelwagens, maar wordt nu uitgebreid naar elektrische varianten.

Deze wijziging heeft grote gevolgen voor veel ondernemers, aangezien veel bestuurders van elektrische bestelauto’s momenteel geen grootrijbewijs hebben. Dit kan leiden tot extra kosten en administratieve lasten, aangezien chauffeurs nu aanvullende rijlessen en examens moeten volgen om het benodigde rijbewijs te behalen. Daarnaast zet de nieuwe regelgeving ondernemers met duurzaamheidsambities onder druk, aangezien zij mogelijk moeten overstappen op bestelwagens met een dieselmotor. Dit druist in tegen de oproepen van de regering om verder te verduurzamen en kan de verkoop van nieuwe elektrische bestelwagens aanzienlijk vertragen.

rijbewijs B

Verschillende organisaties, waaronder VNO-NCW en MKB-Nederland, hebben de Tweede Kamer al eerder opgeroepen om in te grijpen en te pleiten voor een verlenging van de gedoogregeling, zolang er geen nieuwe wetgeving is. Ondanks deze oproepen wordt de regeling zoals gepland doorgevoerd, wat voor veel ondernemers een teleurstelling betekent.

Ondernemers die vóór 1 oktober 2023 hebben geïnvesteerd in een zero-emissie bedrijfsvoertuig met een toegestane maximum massa van 3.501 tot en met 4.250 kilogram mogen deze ook na 1 juli blijven besturen met enkel rijbewijs B.

Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft na gesprekken met de Europese Commissie en in overleg met minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Openbaar Ministerie besloten de huidige gedoogsituatie onder voorwaarden met een jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt een nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) opgesteld. Het demissionaire kabinet wil hiermee voorkomen dat ondernemers met een zwaarder zero-emissie bedrijfsvoertuig tussen 1 juli 2024 en inwerkingtreding van nieuwe Europese regelgeving (de vierde rijbewijsrichtlijn) in de knel komen te zitten.

Werkgevers met meer dan 100 medewerkers moeten verplicht de CO2-uitstoot van hun mensen registeren. Dan gaat het onder meer om alle zakelijke reizen en het woon-werkverkeer. Hier moeten ze elk jaar over rapporteren, uiterlijk op 30 juni. Zorg dat uw administratie op orde is om gegevens in te dienen in 2025. U kunt (in 2025) kiezen om te rapporteren over alleen de 2e helft van 2024, of over heel 2024. Welke gegevens u nodig heeft, staat in de handreiking ‘Gegevensverzameling werkgebonden personenmobiliteit’. 

minimumloon

Op 1 januari en 1 juli vinden er altijd wijzigingen plaats op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid. Het minimumloon wordt aangepast met een stijging van 3,09 procent. Voor werknemers vanaf 21 jaar betekent dit een verhoging van 41 cent per uur, waardoor het minimumloon voor fulltime werkenden vanaf 21 jaar stijgt van 13,27 euro naar 13,68 euro per uur. Deze loonsverhoging zal resulteren in hogere loonkosten voor werkgevers, wat vooral voor kleine ondernemers een extra financiële last kan betekenen.

De extra verhoging van 1,2 procent, die bovenop de halfjaarlijkse indexatie gepland stond, gaat echter niet door. Dit komt door een tegenstem van de Eerste Kamer, waardoor de verhoging beperkt blijft tot de eerder genoemde 3,09 procent. Niet alleen werknemers, maar ook mensen met een AOW- of WW-uitkering zullen profiteren van deze verhoging. Werkgevers moeten vanaf 1 juli rekening houden met de nieuwe bedragen en ervoor zorgen dat zij hun loonadministratie tijdig aanpassen om aan de nieuwe wettelijke eisen te voldoen.

Deze reeks veranderingen zorgt ervoor dat ondernemers zich goed moeten voorbereiden en mogelijk hun bedrijfsvoering moeten aanpassen om te voldoen aan de nieuwe wet- en regelgeving. Het is raadzaam voor ondernemers om tijdig informatie in te winnen en zich te laten adviseren over de beste manieren om met deze veranderingen om te gaan, om zo onnodige kosten en complicaties te voorkomen.

Jonge bestuurders achter het stuur van zware voertuigen een gevaarlijke koers

Experts vragen EU om heroverweging van rijbewijswijzigingen en het riskant plan 16-jarigen mogelijk achter het stuur van 2,5 ton SUV’s toe te staan.

De Europese Unie staat op het punt een controversiële wijziging in haar rijbewijsregelgeving door te voeren, die jongeren toestaat op beduidend jongere leeftijd zware voertuigen te besturen. Volgens voorstellen die momenteel worden overwogen, zouden 17-jarigen in staat worden gesteld vrachtwagens te besturen en 16-jarigen SUV’s die tot 2,5 ton wegen. Deze voorstellen maken deel uit van een herziening van de EU-rijbewijsrichtlijn, die de normen en procedures voor rijopleidingen in EU-landen regelt.

Op dit moment moeten kandidaten minimaal 21 jaar oud zijn om met een vrachtwagenopleiding te beginnen, hoewel nationale overheden deze leeftijdsgrens naar 18 jaar kunnen verlagen als de kandidaat slaagt voor een initiële theorie-test. Ongeveer de helft van de EU-landen maakt gebruik van deze mogelijkheid. De transportcommissie van het Europees Parlement overweegt nu echter om deze leeftijdsgrens verder te verlagen naar 17 jaar, op voorwaarde dat deze jonge bestuurders worden begeleid door een volwassene van 24 jaar of ouder.

EU overweegt om rijbewijsleeftijd te verlagen, experts slaan alarm.

Statistieken en onderzoeken wijzen op een hoger ongevalsrisico bij jongere bestuurders. Onderzoek van de Duitse verzekeringsassociatie toont aan dat jonge vrachtwagenbestuurders tussen de 18 en 20 jaar verantwoordelijk zijn voor ongeveer 25% van de ongevallen afgezet tegen het aantal rijbewijshouders in deze leeftijdsgroep. Dit risico neemt af met de leeftijd, tot ongeveer 1-2% bij oudere leeftijdsgroepen. Daarnaast wordt het als moeilijk beschouwd voor de begeleidende volwassenen om constant waakzaam te blijven, wat de veiligheid op de weg verder in gevaar kan brengen.

Naast de kwestie van jonge vrachtwagenchauffeurs, wordt ook voorgesteld om 16-jarigen met een B1-rijbewijs toe te staan voertuigen tot 2,5 ton te besturen, mits de snelheid technisch beperkt is tot 45 km/u. Dit zou jongere bestuurders in staat stellen om aanzienlijk grotere voertuigen te besturen dan momenteel toegestaan, wat vragen oproept over de veiligheid en haalbaarheid van dergelijke maatregelen.

De aanpassingen in de wetgeving lijken te zijn gericht op het aanpakken van bestaande problemen, zoals het tekort aan gekwalificeerde vrachtwagenchauffeurs en de noodzaak om jongere bestuurders in landelijke gebieden mobiliteitsoplossingen te bieden. Echter, critici argumenteren dat deze voorstellen de verkeersveiligheid in gevaar brengen en suggereren dat er betere oplossingen zijn, zoals het verbeteren van de werkomstandigheden voor vrachtwagenchauffeurs, het verhogen van hun salarissen, en het uitbreiden van openbaar vervoer en veilige infrastructuur voor voetgangers en fietsers.

De voorgestelde wijzigingen zullen naar verwachting eind februari in de plenaire vergadering van het Europees Parlement ter stemming worden gebracht. Met het oog op de verkeersveiligheid voor alle EU-burgers roepen tegenstanders van de wijzigingen de parlementsleden op om tegen deze amendementen te stemmen en te pleiten voor beleid dat weloverwogen en veilig is, vrij van politieke belangen.

Smartphonegebruik achter het stuur levert nu rijverbod op

Volgens de nieuwe regel zal iedereen die betrapt wordt op het hanteren van een gsm of enig ander mobiel apparaat met een scherm tijdens het besturen van een motorvoertuig, zijn rijbewijs onmiddellijk voor vijftien dagen moeten inleveren.

Smartphonegebruik achter het stuur komt vanaf 1 februari 2024 met strengere sancties in België. De nieuwe maatregel, gericht op het verhogen van de verkeersveiligheid, stelt dat iedereen die betrapt wordt op het gebruik van een gsm tijdens het rijden, zijn of haar rijbewijs voor vijftien dagen kwijtraakt.

Tot nu toe was de sanctie voor dergelijk gedrag beperkt tot een onmiddellijke inning van een boete van 174 euro. De nieuwe regelgeving laat zien dat de overheid het probleem van afleiding achter het stuur serieus neemt, gezien de aanhoudende zorgen over verkeersveiligheid. Ook wanneer je snel een blik op de gsm werpt terwijl je staat te wachten voor een rood licht ben je in overtreding.

Ondanks de beschikbaarheid van handsfree opties blijven veel bestuurders hun telefoon gebruiken voor navigatie, het verzenden van berichten of zelfs het filmen tijdens het rijden. Dit gedrag is niet alleen verboden, maar brengt ook aanzienlijke risico’s met zich mee voor zowel de bestuurder als andere weggebruikers. Onderzoek toont aan dat zelfs een korte afleiding, zoals het kijken naar een smartphone op de passagiersstoel, de kans op een ongeval aanzienlijk kan verhogen.

In België is het gebruik van een gsm achter het stuur strafbaar, maar er zijn regionale verschillen in de handhaving en de hoogte van de boetes. Een recente ontwikkeling in deze context is de beslissing van het parket van Limburg. Wie in Limburg betrapt wordt op gsm-gebruik tijdens het rijden, riskeert niet alleen een boete van 174 euro, maar kan ook zijn rijbewijs voor vijftien dagen kwijtraken. Deze maatregel is ook van toepassing in Oost-Vlaanderen en Halle-Vilvoorde. Deze regionale verschillen zijn mogelijk door de autonomie van lokale parketten in het bepalen van hun handhavingsbeleid.

De boetes in Limburg beginnen bij 240 euro en kunnen door de rechter met of zonder uitstel worden opgelegd. Bovendien worden er extra kosten in rekening gebracht, zoals een bijdrage aan het Slachtofferfonds en gerechtskosten. Dit betekent dat de totale kosten voor de overtreder kunnen oplopen tot wel 540 euro, exclusief het verlies van het rijbewijs. Het gebruik van de gsm is uitsluitend toegelaten mits het apparaat zich in een geschikte houder bevindt die aan het voertuig is bevestigd.

Slechts 37% van de Vlaamse automobilisten schat de kans hoog in dat ze een boete krijgen als ze deze regels overtreden, zo blijkt uit de recentste gedragsbevraging van de VSV. Nochtans betrapte de politie van januari tot juni vorig jaar in Vlaanderen 36.703 bestuurders op ongeoorloofd gsm-gebruik tijdens het rijden.

Veel bestuurders gebruiken hun telefoon in de hand voor navigatie tijdens het rijden. Dit gedrag is niet alleen verboden, maar brengt ook aanzienlijke risico’s met zich mee voor zowel de bestuurder als andere weggebruikers.

Deze nieuwe regelgeving is een duidelijke boodschap aan bestuurders: de risico’s van smartphonegebruik achter het stuur worden niet licht opgevat. Met de verhoogde straffen hoopt de overheid het bewustzijn te vergroten en bestuurders te ontmoedigen van deze gevaarlijke praktijk. De impact van de nieuwe wetgeving zal naar verwachting aanzienlijk zijn, gezien het hoge aantal bestuurders dat nog steeds naar hun telefoon grijpt tijdens het rijden.

De invoering van deze maatregelen komt op een moment dat verkeersveiligheid wereldwijd steeds meer aandacht krijgt. Studies tonen aan dat afleiding achter het stuur een van de belangrijkste oorzaken is van verkeersongevallen. Met de toename van smartphonegebruik en de constante beschikbaarheid van digitale communicatie, is het een uitdaging geworden om bestuurders gefocust te houden op de weg.

Elektrische bestelauto op dwaalspoor door spanning rond rijbewijsregeling

Deze beslissing, die een directe impact heeft op de zero-emissie logistiek, wordt breed gezien als een bedreiging voor de voortgang naar duurzame en leefbare steden.

Elektrisch rijden in België, hoewel steeds populairder vanwege zijn milieuvriendelijke aard, blijft een weg vol uitdagingen. Bestuurders worden geconfronteerd met praktische problemen, met name de beperkte beschikbaarheid van snelladers langs de Belgische snelwegen. Gezien de kleine omvang van het land is het verrassend en vaak frustrerend dat binnen een straal van 60 kilometer soms geen snellader te vinden is. Dit leidt tot zorgen over het bereiken van de eindbestemming zonder dat de accu leeg raakt. Om de actieradius van elektrische auto’s te vergroten, raden experts aan de gemiddelde snelheid op de snelweg te beperken tot 90 km/u en de airconditioning uit te schakelen. Ondanks deze maatregelen blijft het opladen van de auto een belangrijk aandachtspunt, waarbij een gewoon stopcontact tot 10 uur kan duren om een auto volledig op te laden, in tegenstelling tot snelladers die dit in ongeveer een halfuur kunnen.

In Nederland loopt ondertussen de campagne “Da’s zo gefietst”, die oproept tot het doneren van niet meer gebruikte kinderfietsen. Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat heeft het initiatief genomen door de eerste kinderfiets te doneren aan de ANWB, als onderdeel van de kerstspecial van deze campagne. Samen met ANWB Kinderfietsenplan en Stichting Leergeld, streeft het ministerie ernaar zoveel mogelijk fietsen in te zamelen voor kinderen uit minderbedeelde gezinnen in Nederland. Met een bevolking waarvan 20% boven de 6 jaar oud zelden of nooit fietst, en waar 1 op de 10 mensen geen fiets bezit, is dit een significante stap om de discrepantie in fietsbezit aan te pakken.

Tegelijkertijd heeft de taxibranche een zucht van verlichting geslaakt nu duidelijk is geworden dat de eerder aangekondigde startdatum voor de rapportageverplichting van CO2-uitstoot is uitgesteld tot 1 juli 2024. De aanpassing van deze datum geeft organisaties met 100 of meer werknemers meer tijd om zich voor te bereiden op de nieuwe regelgeving, waarbij zij moeten rapporteren over zowel het zakelijke verkeer als het woon-werkverkeer van hun werknemers. Hoewel deze verplichting geldt voor grotere ondernemingen, is er ook een optie voor vrijwillige deelname, waarbij de gegevens van vrijwillige deelnemers gebruikt kunnen worden voor onderzoeksdoeleinden.

Cartoon: Pitane Blue – rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM).

De voorkeur voor de trein onder zakelijke reizigers voor bestemmingen binnen een straal van 400 kilometer neemt toe, blijkt uit een recente studie van Natuur & Milieu en de Coalitie Anders Reizen. Steden als Brussel, Parijs, Frankfurt, Londen, Hamburg, en Luxemburg waren de topbestemmingen voor treinreizen in de periode van juni 2022 tot juli 2023. Deze trend, die resulteert in een aanzienlijke vermindering van CO2-uitstoot per kilometer in vergelijking met vliegreizen, wordt ondersteund door data van 22 grote Nederlandse bedrijven.

Ondertussen heeft de recente beslissing van het Openbaar Ministerie (OM) om de huidige vrijstellingsregeling voor het besturen van zware elektrische bestelauto’s met een B-rijbewijs slechts tot 1 juli 2024 te verlengen, voor opschudding gezorgd in de Nederlandse mobiliteitssector. Deze beslissing, die een directe impact heeft op de zero-emissie logistiek, wordt breed gezien als een bedreiging voor de voortgang naar duurzame en leefbare steden. De sector, waaronder Transport & Logistiek Nederland (TLN), roept op tot een verlenging van de regeling om de nodige wetgevingsaanpassingen door te voeren. De veiligheid van elektrische bestelauto’s is volgens hen niet in het geding, gezien eerdere pilots en RDW-goedkeuringen.

Elektrische bestelbusjes aan de ketting en de mobiliteitssector in rep en roer

Dat is zowat het minste wat je kunt stellen na de aankondiging van demissionair Minister Mark Harbers van Infrastructuur. Het OM heeft besloten de huidige vrijstellingsregeling, die het mogelijk maakt met een B-rijbewijs zwaardere elektrische bestelauto’s te besturen, slechts tot 1 juli 2024 te verlengen.

De recente beslissing van het Openbaar Ministerie (OM) om de huidige vrijstellingsregeling voor het besturen van zware elektrische bestelauto’s met een B-rijbewijs slechts tot 1 juli 2024 te verlengen, heeft voor opschudding gezorgd in de Nederlandse mobiliteitssector. Deze beslissing, die een directe impact heeft op de zero-emissie logistiek, wordt breed gezien als een bedreiging voor de voortgang naar duurzame en leefbare steden.

Onder de huidige regeling mogen bestuurders met een B-rijbewijs elektrische bestelauto’s besturen tot 4.250 kg, een vrijstelling voor het C-rijbewijs. Deze regeling is belangrijk om het extra gewicht van de batterijen te compenseren zonder verlies van laadvermogen. Er wordt gevreesd dat deze wijziging duurzame logistieke inspanningen zal ondermijnen en efficiëntie zal verminderen, vooral in binnensteden en winkelgebieden.

Deze beslissing heeft tot grote bezorgdheid geleid bij diverse organisaties, zoals Transport & Logistiek Nederland (TLN), Koninklijke RAI Vereniging, evofenedex, VNA, BOVAG, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, INretail, VNO-NCW en MKB-Nederland. Ze beschouwen de termijn als te kort en onacceptabel, vooral omdat veel bestuurders geen grootrijbewijs hebben.

“Er is een pilot geweest waaruit niet is gebleken dat dit type bestelauto onveiliger zou zijn. Bovendien zijn deze voertuigen allemaal toegelaten door de RDW. Sinds wanneer is het dan het Openbaar Ministerie dat bepaalt of iets veilig of onveilig is? Dit is toch een beetje de wereld op zijn kop!”

Elisabeth Post, voorzitter van Transport en Logistiek Nederland (TLN)

Post benadrukt dat de veiligheid van elektrische bestelauto’s niet in het geding is, gezien eerdere pilots en RDW-goedkeuringen. De sector pleit voor een verlenging van de regeling tot minimaal 1 januari 2025 om de nodige wetgevingsaanpassingen door te voeren. 

DHL bezorgdienst

“Een bedrijf als DHL kan een investering van 40 miljoen euro letterlijk langs de weg parkeren en wij niet alleen. Maar nog teleurstellender is dat de overheid de energietransitie van de sector hiermee regelrecht dwarsboomt. De overheid die ons eerst opriep deze investering te doen, legt diezelfde bussen nu de facto aan de ketting.”

Roelof Hofman, COO bij DHL

Dit besluit raakt ook grote spelers zoals DHL, die aanzienlijk hebben geïnvesteerd in elektrische bestelauto’s. Zij zien nu mogelijk hun investeringen en inspanningen voor de energietransitie gefrustreerd. Roelof Hofman, COO bij DHL, uit zijn teleurstelling over de mogelijkheid dat een groot deel van hun elektrische vloot ongebruikt blijft.

Er is een aanzienlijk tekort aan bestuurders met een C-rijbewijs, wat een extra uitdaging vormt voor bedrijven die in elektrische bestelauto’s hebben geïnvesteerd. Verschillende brancheorganisaties doen nu een dringende oproep aan de nieuwe Tweede Kamer om in te grijpen en de overgang naar duurzame, elektrische voertuigen te ondersteunen. Zij hopen op een flexibele verlenging van de gedoogregeling totdat er nieuwe wetgeving van kracht wordt.

Vanaf 2024 rijbewijs C nodig voor duurzaam rijden met elektrische bedrijfsvoertuigen

Demissionair minister Harbers van Infrastructuur heeft aangekondigd dat de huidige uitzondering vanaf juli 2024 niet meer zal gelden.

Het einde van de proeftuinperiode voor het rijbewijsvrijstelling van elektrische bedrijfsvoertuigen nadert. Deze proeftuin stond chauffeurs toe om elektrische bedrijfswagens die het maximale toegestane gewicht van 3.500 kg overschrijden tot maximaal 4.250 kg te besturen zonder het bezit van een rijbewijs C. De wijziging om deze vrijstelling permanent te maken is in gang gezet maar ondervindt vertraging door complexe voorwaarden uit de Richtlijn Rijbewijzen.

Na afstemming met de handhavende instanties en de Europese Commissie, is er een tijdelijke oplossing bereikt. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zal niet handhavend optreden tegen chauffeurs die zonder rijbewijs C deze voertuigen besturen, onder bepaalde voorwaarden. Dit besluit is genomen om te voorkomen dat elektrische voertuigen met een tenaamstelling van voor 1 oktober 2023 buiten gebruik gesteld worden.

Echter, vanaf 1 juli 2024 zal deze uitzondering niet meer gelden, en moeten bestuurders van elektrische bedrijfsvoertuigen alsnog in het bezit zijn van een vrachtwagenrijbewijs. Deze aankondiging is gedaan door demissionair minister Harbers van Infrastructuur. Dit besluit is een tegenvaller voor ondernemers die geïnvesteerd hebben in duurzaam vervoer, aangezien zij nu geconfronteerd worden met extra kosten.

De Nederlandse overheid streeft ernaar om vanaf 2025 stadscentra te bevoorraden met uitstootloze voertuigen. Dit betekent dat chauffeurs vanaf dat moment ook in het bezit moeten zijn van een vrachtwagenrijbewijs om deze voertuigen te besturen. Deze verandering kan aanzienlijke gevolgen hebben voor ondernemers die hebben geïnvesteerd in deze elektrische voertuigen, omdat het leidt tot extra kosten voor het behalen van het vereiste rijbewijs.

Afbeelding: Pitane Blue – goed uitkijken welk rijbewijs noodzakelijk is voor een busje.

In de tussentijd is er een samenwerking tot stand gekomen tussen verschillende instanties, waaronder de ILT, JenV, RDW, de politie, het OM, verzekeraars en de Europese Commissie, om een oplossing te vinden voor de handhaving van de nieuwe Richtlijn Rijbewijzen.

Elektrische voertuigen zijn zwaarder dan traditionele bedrijfswagens vanwege de gewichtige batterijpakketten, waardoor ze vaak het maximumgewicht van 3.500 kg overschrijden. Deze situatie speelt in een bredere context van de inspanningen om steden te bevoorraden met uitstootvrije voertuigen vanaf 2025. Er zijn echter verschillende regelingen en uitzonderingen die het aantrekkelijk maken voor ondernemers om dieselvoertuigen aan te schaffen. Zo mogen dieselbusjes en vrachtwagens die voor 2025 zijn gekocht, nog tot 2028 rondrijden, wat de effectiviteit van de zero-emissiezones in de eerste jaren beperkt.

De oplossing, bereikt in samenwerking met verzekeraars, Justitie en Veiligheid (JenV), Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), ILT, politie, Openbaar Ministerie (OM) en de Europese Commissie, combineert tijdelijk niet handhavend optreden met het streven om de vrijstelling permanent te maken, waarbij de verkeersveiligheid voorop blijft staan.

Rijbewijsregels zetten groene ambities van Nederland op de tocht

Nieuwe regelgeving voor elektrische bestelbussen kan zowel ondernemers als duurzame transitie treffen.

Vanaf 1 oktober, ondergaat het Nederlandse verkeerslandschap een fundamentele verandering: het B-rijbewijs zal niet langer toereikend zijn om bepaalde zware elektrische bestelbussen of taxi’s te besturen. Deze ontwikkeling kan aanzienlijke repercussies hebben voor zowel ondernemers als voor de bredere agenda van de Nederlandse overheid om de transitie naar groen vervoer te stimuleren.

Tot op heden was er een vrijstelling die bestuurders toestond om met een B-rijbewijs elektrische bedrijfswagens tot 4250 kg te besturen. Die vrijstelling komt nu te vervallen. In praktische termen betekent dit dat iedereen die een elektrische bedrijfswagen wil besturen met een gewicht van meer dan 3500 kg een vrachtwagenrijbewijs zal moeten behalen. Met een B-rijbewijs mag je auto’s en busjes besturen met een totaalgewicht van maximaal 3500 kilogram en met maximaal 8 zitplaatsen, exclusief de bestuurder. Een voorbeeld van een dergelijke elektrische bestelwagen is de e-Ducato, met een totaalgewicht van 3500 kg en een eigen gewicht van 2680 kg, waardoor er slechts 820 kg mee mag in de laadruimte.

Deze regelwijziging komt op een moment dat elektrisch vervoer in Nederland een sterke groei doormaakt. Volgens statistieken zijn er meer dan 20.000 volledig elektrische bedrijfswagens in het land. Hoewel de meerderheid van deze voertuigen een gewicht heeft van minder dan 3500 kg, kunnen de nieuwe regels een behoorlijke financiële last betekenen voor bedrijven die zwaardere elektrische voertuigen in hun wagenpark hebben of overwegen aan te schaffen.

Het dilemma is niet alleen financieel maar ook politiek beladen. Aan de ene kant wil de overheid de uitstoot verminderen en elektrisch rijden stimuleren. Aan de andere kant dreigt deze wetswijziging een omgekeerd effect te hebben. Elektrische bedrijfswagens zijn al duurder dan hun diesel-equivalenten, en de extra kosten voor een vrachtwagenrijbewijs zouden bedrijven kunnen ontmoedigen om over te schakelen op elektrische voertuigen. De BOVAG, een brancheorganisatie in de automotive sector, waarschuwt dat goede wetgeving om deze kwestie aan te pakken nog jaren op zich kan laten wachten, vooral gezien het ontbreken van een huidig kabinet en de aanstaande verkiezingen en mogelijke lange formatie.

CBR

Wat betreft het aanvragen van nieuwe vrachtwagenrijbewijzen, het CBR kan nog geen specifieke cijfers geven, maar een woordvoerder meldde dat de landelijke reserveringstermijn momenteel op 7 weken ligt, en de wachttijd varieert per regio. In 2019 gaf de overheid een vrijstelling voor bestuurders met een gewoon rijbewijs om te rijden in een elektrische bedrijfswagen tussen de 3500 en 4250 kilo om zo de uitstoot te verminderen. Nu lijkt de situatie te veranderen in een richting die contraproductief kan zijn voor deze groene ambities. Er is al een wetswijziging in de maak die het mogelijk moet maken voor bestuurders met een normaal rijbewijs om ook in zware elektrische bestelbussen te rijden, maar door de politieke onzekerheid lijkt deze oplossing nog ver weg.

Nieuwe verkeersregels van de Europese Commissie zijn niet zonder controverse

De Europese Commissie heeft daarnaast de introductie van digitale rijbewijzen met een QR-code voorgesteld.

Het meest opvallende voorstel is gericht op jonge bestuurders. Volgens de Commissie zou er een proeftijd van twee jaar moeten komen voor beginnende chauffeurs. Tijdens deze periode zouden ze niet sneller dan 90 kilometer per uur mogen rijden en is het hen verboden om achter het stuur van een zware terreinwagen of SUV te zitten.

Bovendien wil de Europese Commissie dat deze groep tussen middernacht en 6 uur ’s ochtends in het weekend niet rijdt. Het voorgestelde nachtelijke rijverbod voor jonge bestuurders roept ook vragen op over de gevolgen voor jongeren die ’s nachts werken of studeren. Het zou een extra last kunnen zijn voor diegenen die afhankelijk zijn van hun voertuig om op hun werk of onderwijsinstelling te komen.

medische test

Voor oudere bestuurders, vooral die ouder dan 70, stelt de Commissie een verplichte vijfjaarlijkse medische test voor om hun rijbewijs te behouden. De geldigheid van rijbewijzen zou ook worden uitgebreid van de huidige 10 jaar naar 15 jaar, behalve voor bestuurders van 70 jaar en ouder, die dan nog slechts een rijbewijs krijgen dat 5 jaar geldig is. Hoewel de bedoeling goed is, zijn er ethische vragen over leeftijdsdiscriminatie en de autonomie van oudere volwassenen. Bovendien kunnen dergelijke maatregelen leiden tot een verhoogde administratieve last voor medische diensten, die al onder druk staan.

Karima Delli – Frans Europarlementslid

Karima Delli, het Franse Europarlementslid van Europe Écologie-Les Verts en voorzitter van de Commissie Vervoer, is het gezicht van deze radicale voorstellen.

Het meest controversiële voorstel zou kunnen zijn om de maximumsnelheid op Europese snelwegen te beperken tot 130 kilometer per uur. Dit heeft met name in Duitsland tot verhitte debatten geleid, waar sommige snelwegen geen snelheidslimiet hebben. Delli pleit ook voor een speciaal rijbewijs voor zware personenwagens en pick-ups, met een verbod voor bestuurders onder de 21 jaar om deze voertuigen te besturen. Ze stelt dat deze voertuigen niet alleen meer ruimte innemen, maar ook een hogere uitstoot hebben en gevaarlijker zijn voor voetgangers.

QR-code

Een van de meest vernieuwende elementen in de voorgestelde regelgeving is de introductie van digitale rijbewijzen met een QR-code. Deze zouden politieagenten in staat stellen om onmiddellijk te controleren of een rijbewijs ergens in Europa is ingetrokken. Dit lijkt een technologisch geavanceerde oplossing om de handhaving te vergemakkelijken. Echter, deze digitale omschakeling roept ook vragen op over databescherming en privacy.

Hoewel de voorstellen nog moeten worden goedgekeurd, onderstrepen ze de dringende noodzaak om de veiligheid op de Europese wegen te verbeteren zonder het vitale belang van het wegvervoer voor de Europese economie te ondermijnen. Met deze nieuwe wetgeving streeft de Europese Unie naar een evenwicht tussen veiligheid en efficiëntie, in de hoop het aantal verkeersslachtoffers drastisch te verminderen.

Vision Zero

Wegvervoer is het kloppende hart van de Europese Unie, het enige transportmiddel dat het continent van noord naar zuid en van oost naar west met elkaar verbindt. Het is van cruciaal belang voor de economie, met een enorme bijdrage aan het bruto binnenlands product. Maar deze essentiële vorm van transport komt met een prijs: het is ook de grootste veroorzaker van verkeersongevallen, ernstige verwondingen en vroegtijdige sterfgevallen in Europa. In een poging dit tij te keren, heeft de Europese Commissie een ambitieus pakket aan nieuwe verkeersregels voorgesteld, genaamd Vision Zero.

Nieuwe vereisten voor rijexamen B in Vlaanderen: navigatie skills nu een must

De aankondiging van deze nieuwe regelgeving heeft gemengde reacties opgeleverd.

Vanaf 1 oktober 2023 wordt het praktijkexamen voor het rijbewijs in categorie B in Vlaanderen een tikkeltje uitdagender. Kandidaten moeten vanaf dan niet alleen bewijzen dat ze de verkeersregels kennen en deze kunnen toepassen, maar ook dat ze behendig kunnen omgaan met een navigatiesysteem. Dit nieuws volgt op een studie van de Universiteit Hasselt, die het belang van deze vaardigheid voor de moderne automobilist aantoonde.

Het goede nieuws is dat je niet verplicht bent een duur navigatiesysteem aan te schaffen voor het examen. Je mag je eigen gps gebruiken, of een gratis navigatie-app zoals Waze of Google Maps op je smartphone. Het enige vereiste is dat het toestel in een speciale houder moet zitten tijdens het examen.

Heb je geen eigen navigatiesysteem? Geen zorgen, de examinator zal je voorzien van een standaardmodel. Dit model wordt uniform gebruikt in alle Vlaamse examencentra om een eerlijke beoordeling te garanderen.

Het praktijkexamen vraagt nu niet alleen dat je het navigatietoestel vlot en correct kunt bedienen, maar ook dat je in staat bent zelfstandige beslissingen te nemen op basis van de aanwijzingen. Het is dus raadzaam om tijdens je rijopleiding en oefenperiode voldoende tijd te besteden aan deze nieuwe eis.

De instructies van het navigatiesysteem moeten in het Nederlands zijn, zodat de examinator je kan volgen. Als je een tolk nodig hebt voor het examen, zal deze de Nederlandstalige instructies vertalen naar Frans, Duits of Engels, afhankelijk van je voorkeur.

Deze nieuwe regelgeving benadrukt het groeiende belang van technologie in het dagelijks verkeer en bereidt nieuwe bestuurders beter voor op de realiteit van het moderne rijden. Sommigen zien het als een logische stap in een steeds meer gedigitaliseerde wereld, terwijl anderen vrezen dat het een extra barrière kan vormen voor mensen die niet technologisch onderlegd zijn of geen toegang hebben tot moderne smartphones.

Vanaf 70 jaar elke vijf jaar bewijzen dat je nog kunt autorijden is leeftijdsdiscriminatie

Okra Betwist de Voorgestelde Rijbewijsregulering voor 70-plussers door de Europese Commissie.

De Europese Commissie overweegt een richtlijn die senioren boven de 70 verplicht om elke vijf jaar aan te tonen dat ze nog in staat zijn om auto te rijden. De Vlaamse ouderenorganisatie Okra bestempelt dit als flagrante leeftijdsdiscriminatie.

Een overleg tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad wordt momenteel gevoerd over een revisie van de rijbewijsregelgeving. Volgens artikel 10 van deze aangepaste richtlijn, wil de Commissie lidstaten dwingen de geldigheid van rijbewijzen van chauffeurs van 70 jaar en ouder te beperken tot vijf jaar of minder.

In deze regeling wordt voorgesteld dat personen die de leeftijd van 70 bereikt hebben, via periodieke medische testen moeten bewijzen dat ze nog steeds in staat zijn om te rijden, en mogelijk ook verfrissingscursussen moeten volgen. Koen Peeters van Okra uit kritiek: “Dit is overduidelijk leeftijdsdiscriminatie. De Commissie heeft geen concrete gegevens of bewijs geleverd dat aantoont dat chauffeurs van 70 jaar en ouder vaker bij ongevallen betrokken zijn.” Hij voegt eraan toe dat het lijkt alsof de beslissing berust op de fictieve veronderstelling dat 70-plussers een bedreiging vormen op de weg, een idee dat Okra sterk betwist.

Belgisch Europees Parlementslid Benoît Lutgen (Les Engagés), lid van de mobiliteitscommissie in het Europees Parlement, heeft zijn steun betuigd aan Okra, en verklaarde publiekelijk dat hij zich zal verzetten tegen extra controles uitsluitend op basis van leeftijd.

Peeters benadrukt echter dat er in België weinig ruchtbaarheid aan deze kwestie is gegeven. Om deze reden heeft Okra onlangs brieven gestuurd naar de Vlaamse leden van het Europees Parlement en de ministers van Binnenlandse Zaken, Annelies Verlinden (CD&V), en van Mobiliteit, Georges Gilkinet (Ecolo). Okra hoopt deze nieuwe regeling tegen te houden, gezien de Europese Commissie deze graag wil implementeren voor de aankomende verkiezingen.

Okra benadrukt dat ze niet tegen maatregelen zijn die de verkeersveiligheid kunnen verbeteren. Peeters stelt: “Screenings en tijdsgebonden beperkingen, gebaseerd op medische diagnoses, zijn acceptabel. Maar deze mogen niet enkel en alleen vanwege de leeftijd opgelegd worden.” Het is een oproep voor eerlijke en non-discriminatoire maatregelen die zowel de veiligheid als de waardigheid van alle leeftijdsgroepen respecteren.