Tag archieven: SWOV

Onderzoek legt pijnpunt bloot: nieuwe 30 km wegen werken niet zoals gehoopt

Automobilisten houden zich massaal niet aan de verlaagde snelheidslimiet op zogeheten GOW30-wegen, zo blijkt uit onderzoek.

Op deze gebiedsontsluitingswegen, waar sinds enkele jaren een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt, ligt de gemiddelde rijsnelheid nog altijd ruim boven de toegestane grens. Bestuurders rijden er gemiddeld meer dan 35 kilometer per uur, terwijl een aanzienlijke groep van 15 procent zelfs 44 kilometer per uur of harder aantikt.

De cijfers laten zien dat alleen het aanpassen van de maximumsnelheid op verkeersborden onvoldoende effect heeft. Wanneer gemeenten uitsluitend de limiet verlagen, neemt de snelheid van automobilisten gemiddeld met slechts twee kilometer per uur af. Dat effect wordt pas echt merkbaar wanneer ook de inrichting van de weg wordt aangepast aan de nieuwe norm. In dat geval daalt de snelheid met gemiddeld 5,5 kilometer per uur, een aanzienlijk verschil dat volgens onderzoekers het belang van fysieke ingrepen onderstreept.

concrete aanpassingen

Vooral concrete aanpassingen aan het wegdek en de vormgeving van kruispunten blijken effectief. Het vervangen van traditioneel asfalt door klinkers zorgt ervoor dat bestuurders automatisch hun snelheid aanpassen. Daarnaast hebben verhoogde kruispunten, uitgevoerd met plateaus, een remmend effect op het rijgedrag. Deze ingrepen maken de lagere snelheid niet alleen zichtbaarder, maar ook voelbaar voor weggebruikers.

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een steekproef van 54 locaties verspreid over Nederland waar de GOW30 inmiddels is ingevoerd. De uitkomsten bieden een eerste inkijk in het effect van deze relatief nieuwe wegcategorie, die pas in 2020 werd geïntroduceerd. De GOW30 is bedacht als tussenoplossing voor wegen waar een limiet van 50 kilometer per uur niet langer als veilig of wenselijk wordt gezien, maar die tegelijkertijd een belangrijke verkeersfunctie behouden. Hierdoor kunnen deze wegen niet simpelweg worden omgevormd tot erftoegangswegen, waar doorgaans een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt en de nadruk ligt op verblijven in plaats van doorstroming.

Om gemeenten te helpen bij het maken van keuzes rondom deze nieuwe wegcategorie, ontwikkelde kennisplatform CROW een afwegingskader. Daarmee kan worden bepaald welke wegen geschikt zijn voor omvorming naar een GOW30. In 2023 volgde bovendien een handreiking met voorlopige inrichtingskenmerken, bedoeld om richting te geven aan de praktische uitvoering. Toch bleef het tot nu toe grotendeels onduidelijk in hoeverre deze richtlijnen daadwerkelijk effect hebben op het gedrag van weggebruikers.

Illustratie: © Pitane Blue – zone 30

Bij het opstellen van de richtlijnen speelde een ingewikkelde balans een rol. Wegen moesten zo worden ingericht dat automobilisten hun snelheid verlagen, zonder dat de doorstroming van verkeer ernstig wordt belemmerd. Juist dat spanningsveld maakt de GOW30 tot een complex experiment in verkeersbeleid. De eerste resultaten tonen aan dat zonder aanvullende maatregelen het gewenste effect slechts beperkt wordt bereikt.

vervolgonderzoek

Om die reden start SWOV een meerjarig vervolgonderzoek, waarin de steekproef wordt uitgebreid en meer specifieke inrichtingskenmerken onder de loep worden genomen. Het doel is om beter te begrijpen welke ontwerpelementen cruciaal zijn voor zowel de herkenbaarheid van de weg als het naleven van de maximumsnelheid. De centrale vraag in dat onderzoek luidt: “Welke ontwerpelementen zijn essentieel voor het realiseren van de herkenbaarheid van de GOW30 en voor de opvolging van de limiet van 30 km/uur?”

De uitkomsten van dat vervolgonderzoek moeten gemeenten uiteindelijk meer houvast bieden bij de inrichting van deze wegen. Want zolang automobilisten zich massaal niet aan de limiet houden, blijft de vraag overeind of de GOW30 in de huidige vorm daadwerkelijk bijdraagt aan een veiliger verkeersbeeld.

Scootmobiel blijkt dodelijker dan gedacht: experts luiden noodklok

De scootmobiel, bedoeld als een veilige en handige oplossing voor mensen met een verminderde mobiliteit, blijkt in de praktijk echter het meest risicovolle vervoersmiddel in Nederland.

Voor veel ouderen met fysieke beperkingen is de scootmobiel een uitkomst, een middel om hun vrijheid terug te winnen. Maar ondanks de voordelen, rijzen er steeds meer zorgen over de veiligheid van dit voertuig. Uit recente cijfers blijkt namelijk dat het aantal dodelijke ongevallen met scootmobielen in de afgelopen zeven jaar is verdubbeld. 

Veilig Verkeer Nederland (VVN) waarschuwt dat de scootmobiel inmiddels de twijfelachtige eer draagt van het vervoermiddel met het hoogste aantal doden per gebruiker. Ook de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) trekt aan de bel en stelt dat het probleem mogelijk alleen maar groter wordt door de vergrijzing.

Volgens Dr. Ragnhild Davidse, hoofd van de afdeling ‘Gedrag in het Verkeer’ bij de SWOV, zijn de cijfers alarmerend. Davidse coördineert onderzoek naar het gedrag van verkeersdeelnemers en de invloed van fysieke en mentale gesteldheid op verkeersveiligheid. Ze benadrukt dat de vergrijzing de situatie verder kan verergeren.

“We zien een duidelijk patroon in de ongevallen die ontstaan door specifieke beperkingen in het ontwerp van scootmobielen en de infrastructuur.”

Dr. Ragnhild Davidse – SWOV

Davidse, die sinds 2008 het diepteonderzoek naar verkeersongevallen leidt, heeft veel ervaring met ongevallen waarbij kwetsbare verkeersdeelnemers betrokken zijn, waaronder scootmobielrijders. Het SWOV-team heeft 35 scootmobielongevallen op de openbare weg gedetailleerd onderzocht. Uit de bevindingen komt naar voren dat zowel de bediening van het voertuig als de infrastructuur een cruciale rol spelen in het ontstaan van ongevallen.

schrikreactie

Het onderzoek van SWOV verdeelt scootmobielongevallen in vier scenario’s, gebaseerd op de oorzaken en omstandigheden van de ongelukken. Het eerste scenario beschrijft situaties waarin een scootmobielrijder door een onverwachte reactie de gashendel inknijpt wanneer hij wil remmen, wat juist leidt tot versnelling in plaats van een veilige stop. Dit kan resulteren in een ernstige val of zelfs een ongeluk waarbij de scootmobiel te water raakt. Davidse legt uit: “Veel gebruikers, vaak ervaren fietsers, knijpen instinctief in de hendel bij een schrikreactie. Maar in plaats van te remmen, schieten ze vooruit.” Dit onlogische remsysteem blijkt een gevaarlijke factor voor veel bestuurders die gewend zijn aan een ander type bediening.

Een ander veelvoorkomend scenario is het verlies van controle door contact met obstakels of oneffenheden op de weg. In deze situaties raakt de scootmobiel uit balans, waardoor de bestuurder vaak ten val komt. Bij een derde type ongeluk gaat het om scootmobielrijders die bij een plotselinge uitwijkmanoeuvre een botsing voorkomen, maar hierdoor zelf uit het voertuig vallen. Tenslotte is er het scenario waarbij een scootmobiel bij een oversteekpunt in botsing komt met kruisend snelverkeer. In sommige gevallen heeft de scootmobielrijder geen voorrang, wat het risico op ernstige aanrijdingen vergroot.

Er zijn situaties waarin een scootmobielrijder door een onverwachte reactie de gashendel inknijpt wanneer hij wil remmen, wat juist leidt tot versnelling in plaats van een veilige stop.

Om het aantal ernstige en dodelijke ongevallen terug te dringen, stelt SWOV een reeks maatregelen voor die gericht zijn op zowel het ontwerp van de scootmobiel als aanpassingen in de infrastructuur. Zo kan een remsysteem worden ingebouwd waarmee gebruikers actief kunnen remmen, waardoor het probleem van per ongeluk gas geven bij een schrikreactie kan worden verminderd. Daarnaast pleit SWOV voor bredere fietspaden en aangepaste bochten die voldoen aan de CROW-richtlijnen, zodat scootmobielrijders veilig kunnen manoeuvreren. Ook zouden trottoirbanden langs fietspaden moeten worden afgevlakt om struikelgevaar te beperken.

stabiliteit

Verder stelt SWOV dat de stabiliteit van scootmobielen verbeterd moet worden door een aangepast voertuigontwerp. Door stabielere modellen beschikbaar te stellen en stuurhoekbeveiliging toe te voegen, zouden onverwachte uitwijkingen en verlies van controle bij obstakels kunnen worden voorkomen. Ten slotte zou de infrastructuur veiliger worden door oversteekpunten voor scootmobielen duidelijker te markeren en beter zichtbaar te maken, terwijl verkeerslichten conflictvrij geregeld kunnen worden, afgestemd op de snelheid van scootmobielrijders.

De roep om maatregelen wordt steeds luider, vooral nu de Nederlandse bevolking steeds ouder wordt en de vraag naar scootmobielen toeneemt. Veilig Verkeer Nederland en SWOV benadrukken dat een uitgebreid pakket aan aanpassingen noodzakelijk is om scootmobielrijders veilig over de weg te laten bewegen en dodelijke ongelukken te voorkomen. Davidse besluit: “We moeten niet alleen kijken naar het voertuig zelf, maar ook naar de omgeving waarin het zich beweegt. Alleen door het probleem van alle kanten aan te pakken, kunnen we het aantal ongevallen echt terugdringen.”

Check zet nieuwe stap in verkeersveiligheid met innovatieve safety lock

Het is een voorbeeld van hoe technologie en educatie samen kunnen werken om sociale normen te veranderen en veiliger gedrag in het verkeer te stimuleren.

Check, de aanbieder van deelscooters, heeft een nieuwe stap gezet om de verkeersveiligheid te verhogen door het lanceren van de Safety Lock-functie in hun app. Deze innovatie, ontwikkeld in samenwerking met TeamAlert, een organisatie gericht op de verkeersveiligheid van jongeren, stelt gebruikers in staat hun app tijdelijk te blokkeren voor het reserveren van voertuigen. Dit initiatief komt als antwoord op zorgwekkende statistieken over het rijden onder invloed op deelscooters, vooral onder jongeren.

De urgentie van deze ontwikkeling wordt onderstreept door een recente enquête van TeamAlert, waaruit bleek dat meer dan een kwart van de jonge deelscootergebruikers (tot 24 jaar) toegeeft wel eens onder invloed een scooter te besturen. Deze bevindingen werden versterkt door een landelijke toename in alcohol- en drugsgebruik in het verkeer in 2022, met een stijging van 37,4% in uitgedeelde boetes. Deze alarmerende cijfers hebben Check aangezet tot actie.

De Safety Lock is niet alleen een technologische oplossing, maar ook een educatieve tool. Gebruikers die het slot willen deactiveren, moeten eerst een tutorial over de gevolgen van rijden onder invloed bekijken. Dit initiatief wordt ondersteund door een gerichte communicatiecampagne van Check, die in drie tijdvakken is opgedeeld volgens onderzoek van het SWOV. De campagne is erop gericht gebruikers bewust te maken van de risico’s van rijden onder invloed en hen aan te moedigen het slot te activeren.

“Onder sommige gebruikers geldt een sociale norm dat het rijden onder invloed op een deelscooter normaal is. Door het bedenken van een nieuwe feature om rijden onder invloed op deelscooters tegen te gaan, zendt Check een krachtige boodschap uit dat dit gedrag niet oké is. In de omgeving van jongeren zijn vrienden erg belangrijk in het creëren van een veilige sociale norm. Doordat de Safety Lock gebruikers stimuleert om de feature met hun vrienden te delen, wordt deze sociale norm versterkt.”

Saar Hadders van TeamAlert

Saar Hadders van TeamAlert benadrukt de belangrijke rol van de Safety Lock in het creëren van een veilige sociale norm onder jongeren. Volgens haar helpt de functie jongeren om voorafgaand aan het drinken van alcohol een veilige keuze te maken en stimuleert het delen van de functie met vrienden een positieve sociale druk. Gebruikers die vrijdag- of zaterdagnacht tussen 23.00 uur en 06.00 uur een deelscooter willen pakken moeten dus eerst verplicht een tutorial kijken over de gevolgen van rijden onder invloed.

Foto: Check Pressroom

Kosten van verkeersongevallen zijn enorm

Uit de meest recente cijfers van de SWOV blijkt dat de maatschappelijke kosten van verkeersongevallen in 2020 worden geschat op maar liefst 27 miljard euro.

Woensdag 31 mei vindt er in de Tweede Kamer weer een Commissiedebat Verkeersveiligheid plaats. Voor dit debat publiceerde de SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) onlangs een infographic, waarmee maar weer eens pijnlijk duidelijk wordt hoe omvangrijk het verkeersveiligheidsprobleem in Nederland eigenlijk is.

De cijfers liegen er niet om: zowel het aantal verkeersdoden als het aantal gewonden is gestegen, er is een toename van het gebruik van alcohol en drugs in het verkeer en de kosten van verkeersonveiligheid in ons land zijn enorm. En dan heb ik het nog niet eens over het menselijke leed wat schuil gaat achter deze cijfers, aldus Marijke Brouwer – Poelgeest, Jurist, Fonds Slachtofferhulp Kortom. Hoog tijd om te investeren in effectieve preventieve maatregelen.

Uit de meest recente cijfers van de SWOV blijkt dat de maatschappelijke kosten van verkeersongevallen in 2020 worden geschat op maar liefst 27 miljard euro. Het overgrote deel van deze kosten komt voort uit immateriële schade: het enorme leed dat gepaard gaat met een verkeersongeval. Een mensenleven is eigenlijk onbetaalbaar en de impact van het verlies hiervan is vaak enorm.

Bij elke verkeersdode zijn gemiddeld vier directe nabestaanden betrokken. En die vier nabestaanden hebben op hun beurt weer dierbaren om zich heen die zich om hen bekommeren. De impact van een dodelijk verkeersongeval is als het ware een web dat zich uitspreidt en reikt dan ook veel verder dan de cijfers.

Bij elke verkeersdode zijn gemiddeld vier directe nabestaanden betrokken.

Naast de immateriële schade die verkeersongevallen veroorzaken, kost het de samenleving ook ontzettend veel geld, zoals medische kosten, opsporings- en vervolgingskosten, filekosten, etc. Kan dit niet anders? Bijvoorbeeld door als samenleving te investeren in (bewezen) effectieve preventieve maatregelen om de verkeersveiligheid in ons land te verbeteren.

Want waarom beschermen we onze samenleving wel tegen geweldsdelinquenten, maar niet tegen mensen die een verkeersdelict hebben gepleegd? Zij mogen immers gewoon weer de weg op zodra hun straf en eventuele rijontzegging erop zit. Er bestaat nu niet zoiets als ‘verkeersreclassering’. En hoe kan het dat iemand die al meerdere keren is aangehouden voor rijden onder invloed, toch gewoon weer de weg op gaat en vervolgens iemand doodrijdt? Zouden we dit gedrag niet onmogelijk moeten maken door bijvoorbeeld de herinvoering van het alcoholslot, maar dan in het strafrecht?

Door te investeren in preventieve maatregelen, zullen de kosten van verkeersonveiligheid naar mijn mening drastisch dalen. Maar veel belangrijker nog, zullen er mensenlevens gespaard blijven en daarmee kan veel verdriet en leed worden voorkomen.

Marijke Brouwer – Poelgeest, Jurist, Fonds Slachtofferhulp.

Natuurlijk brengt dit een investering met zich mee. Maar plaats deze kosten eens in een breder perspectief. In Nederland hebben we gekozen voor een systeem waarbij wij de samenleving willen beschermen tegen misdadigers en maatregelen kosten nou eenmaal geld. Zo betalen wij als samenleving bijvoorbeeld de elektronische enkelband van een geweldpleger. Als we onszelf niet zouden beschermen, zou de prijs die wij moeten betalen vele malen hoger zijn. Dit is niet anders bij verkeersveiligheid, aldus Marijke Brouwer – Poelgeest, Jurist, Fonds Slachtofferhulp

15 km per uur in straten zonder voetpad

Op straten zonder voetpad moet een maximumsnelheid komen van 15 kilometer per uur, stelt directeur Peter van der Knaap van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) dinsdag in De Telegraaf. Dat zou de enige veilige optie zijn als voetgangers in woonwijken de rijbaan moeten gebruiken waar op dit moment ook nog voertuigen met 30 kilometer per uur langskomen. Veilig Verkeer Nederland (VVN) en de stichting CROW, het kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en veiligheid, steunen de oproep.

“Nu ons land de komende jaren een miljoen woningen wil bouwen, moeten we de straten in die wijken van meet af aan verkeersveilig ontwerpen. Dat betekent dat we voor voldoende verblijfsruimte voor voetgangers, onder wie kinderen, moeten zorgen door middel van trottoirs of een 15 km/uur-inrichting”, zegt Van der Knaap tegen de krant.

Het meldpunt van VVN ontvangt veel klachten over verkeersveiligheid in nieuwbouwwijken. Onder meer in Apeldoorn, Harderwijk en Veenendaal maken veel ouders zich zorgen om de veiligheid van hun kinderen. Veel van hen vinden de maximale snelheid van 30 kilometer per uur op sommige plekken te hoog.

Van der Knaap begrijpt de bezorgdheid. “Recent gebouwde woonwijken zijn meestal verkeersveiliger dan de nieuwbouwwijken van de jaren zeventig en tachtig en zeker dan oude stadswijken. Maar helaas bouwen we in deze nieuwe eeuw ook weer minder veilige woonwijken met wat verkeerskundigen noemen ’lange rechtstanden’. Straten die over een lengte van meer dan honderd meter kaarsrecht zijn zonder trottoir en waar 30 kilometer per uur gereden mag worden, maar waar volgens bewoners vooral bestelbusjes vaak nog harder rijden, en ook elektrische auto’s snel optrekken”, aldus de SWOV-directeur in de krant.

Door het ontbreken van een stoep zijn veel ouders bezorgd dat hun kind aangereden kan worden. “En die ouders hebben vaak gewoon gelijk, want een automobilist heeft bij die snelheid 13 meter nodig om tot stilstand te komen. Die 13 meter heeft een spelend kind niet”, zegt Van der Knaap.

De maximumsnelheid van 15 kilometer per uur is een basisprincipe uit Duurzaam Veilig Wegverkeer, de benadering die sinds halverwege de jaren negentig leidend is in Nederland. Volgens VVN staat de snelheidslimiet echter alleen als voorkeursoptie beschreven in de benadering. “Laten we hopen dat gemeenten bij het inrichten van nieuwe woonwijken gewoon trottoirs aanleggen of de snelheid verlagen. Want situaties zoals in De Aurelius in Elst, wil je niet. Daar moeten voetgangers het doen met een grasstrook naast de rijbaan. Bij elke woning bevindt zich een uitrit die schuin afloopt: kinderen op rolschaatsen, skeltertjes en fietsen rollen als het ware zo de straat op”, zegt woordvoerder Rob Stomphorst in De Telegraaf.

Foto boven: Inge Hogenbijl Schutterstock.

Lees ook: Veel bedrijven stimuleren werknemers niet om te fietsen

Verkeerscampagne van start tegen te hard rijden

Onlangs is de jaarlijkse landelijke verkeerscampagne van start gegaan om automobilisten zich beter aan de maximumsnelheid te laten houden, vooral binnen de bebouwde kom en op provinciale wegen. Automobilisten houden zich hier slecht aan de snelheidslimieten. Veertig tot zestig procent van de automobilisten rijdt zelfs regelmatig te hard. Een derde van alle dodelijke verkeersongevallen wordt mede veroorzaakt door te snel rijden, naar schatting van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). De campagne richt zich vooral op automobilisten die 10 tot 15 kilometer te hard rijden. Zulke kleine overschrijdingen kunnen grote gevolgen hebben, zeker binnen de bebouwde kom. Op 30, 50 en 60 km wegen vindt de meeste interactie plaats tussen automobilisten en kwetsbare verkeersdeelnemers en zijn de gevaren het grootst.

“Te hard rijden is een belangrijke oorzaak van verkeersongelukken, waarbij ook dodelijke slachtoffers vallen. Ieder ongeluk is er een te veel. Voorkom daarom dat je te hard rijdt, check regelmatig je snelheid”.

Minister Van Nieuwenhuizen

Bij een hogere snelheid is de remweg langer, de reactietijd korter en een botsing harder. Bij 40 km per uur bijvoorbeeld is de remweg van een auto ruim 6 meter langer dan bij 30. Op een natte weg is het nog 2 meter meer. Daarnaast raadt de campagne automobilisten ook aan om langzamer te rijden als de situatie daarom vraagt, zoals in de omgeving van een school, bij drukte of bij slecht weer. Mensen rijden vaak onbewust te hard. Naast gemeenten, provincies en het ministerie dragen ook andere partijen bij aan de campagne. Veilig Verkeer Nederland (VVN) biedt bewoners middelen aan om in eigen buurt campagne te voeren en heeft een online kennisquiz. Team Alert richt zich op jonge onervaren verkeersdeelnemers, aldus de Rijksoverheid.

Lees ook: VVN start campagne: Een ervaren rijder, kan risico’s mijden

Autoverlichting overdag kan leiden tot minder ongevallen

De SWOV geeft aan dat het verplicht voeren van autoverlichting overdag kan leiden tot
 minder ongevallen en daarmee een positief effect op verkeersveiligheid, maar het
is onduidelijk hoe groot dit effect is. Een mogelijk nadelig effect is dat het continu
voeren van voertuigverlichting zorgt voor een verhoogd brandstofverbruik of
energieverbruik bij een elektrisch voertuig. 

Daarom wil de Minister van Indrastructuur en Waterstaat de effecten van deze
maatregel, omdat altijd autoverlichting overdag te voeren, goed in kaart laten brengen, onder meer door te onderzoeken hoeveel voertuigen op dit moment overdag nog niet met verlichting aan rijden. Afhankelijk van de uitkomst van dat onderzoek zal zij deze maatregel opnemen in het nieuwe landelijk actieplan verkeersveiligheid.

motie Schonis

Ten aanzien van de motie Schonis over de mogelijkheid tot een wettelijke
verplichting voor het continu voeren van de autoverlichting zal van Nieuwenhuizen  in kaart laten brengen wat de mogelijke effecten van deze maatregel zijn, zowel op het gebied van verkeersveiligheid als bijvoorbeeld het milieu. Het onderzoek wordt in gang
gezet zodat de resultaten beschikbaar kunnen zijn in het tweede kwartaal van
2021, conform het verzoek in de motie.

In haar schrijven aan de Kamer over de motie Schonis liet de Minister weten dat zij recent lid is geworden van het High Level Panel for Road Safety van de FIA7. Dit panel heeft als doel om internationaal de aandacht voor verkeersveiligheid te vergroten. 

“Ik ben er van overtuigd dat onze Nederlandse kennis en kunde hier een belangrijke bijdrage aan kan leveren, maar dat we ook kunnen leren van de aanpak van andere deelnemende landen en internationale organisaties. Ik kijk daarom uit naar een succesvolle samenwerking met alle deelnemers van het panel.”, aldus Cora van Nieuwenhuizen.

Lees ook: Extra geld kabinet beschikbaar voor verkeersveiligheid

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

hoger verbruik bij verlichting overdag

Kritisch SWOV rapport over de BSO-bus, de nieuwe Stint

Onlangs bracht de SWOV een rapport uit aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen. Het rapport geeft een overzicht van de geïdentificeerde risico’s waarmee bij de beslissing om de BSO-bus al dan niet op de openbare weg toe te laten rekening moet worden gehouden. Het rapport bevat geen advies over het wel of niet toelaten van het voertuig: de uitkomsten werden wellicht meegewogen bij de beslissing om een LEV al dan niet toe te laten tot de openbare weg.

niet veilig voor kwetsbare verkeersdeelnemers

Het SWOV voorstel is gebaseerd op de beginselen van Duurzaam Veilig Wegverkeer. Daaruit volgt dat het niet veilig is om kwetsbare verkeersdeelnemers – zoals fietsers maar ook de berijders en eventuele passagiers van LEV’s – de rijbaan te laten delen met gemotoriseerd snelverkeer dat op die rijbaan 50 km/uur of sneller mag rijden. De resultaten van een risico-inventarisatie hangen daarmee niet alleen af van de toegestane snelheid van het voertuig, maar ook van de plek op de weg. Dit is des te belangrijker wanneer een LEV bedoeld is voor het vervoeren van kwetsbare passagiers, waaronder kinderen of ouderen.

In dit rapport zijn de resultaten beschreven van de risico-inventarisatie zoals die is uitgevoerd bij de BSO-bus (de nieuwe versie van de Stint). Voor dit voertuig is op 10 oktober 2019 bij het ministerie een aanvraag ingediend tot aanwijzing als bijzondere bromfiets. Daarbij heeft de aanvrager conform de sinds mei 2019 geldende Beleidsregel, naast een technische keuring en het uitvoeren van rijtesten door de RDW, door twee verschillende partijen een risicobeoordeling laten uitvoeren. SWOV heeft deze op verzoek van het Ministerie van van Nieuwenhuizen voorzien van ‘second opinions’. Op basis daarvan is door u op 16 juli 2020 besloten SWOV te vragen om een aanvullende, op korte termijn uit te realiseren risico-inventarisatie voor het voertuig uit te voeren.

verschillende risico’s

SWOV heeft daarvoor de nieuw voorgestelde methode toegepast. Er zijn verscheidene risico’s geconstateerd waarvan zowel de ‘kans’ op het ongeval als het ‘gevolg’ ervan zijn ingeschat als ‘middelgroot’ of ‘groot’. Deze risico’s hebben betrekking op: de plaats en bescherming van de bestuurder, belasting van het voertuig, taakbelasting van de bestuurder, afmetingen en massa van het voertuig en de inzittendenbescherming. Er zijn daarnaast elf risico’s geïdentificeerd waarvan de ernst van de mogelijke gevolgen als groot is ingeschat door de experts. De grootste gemene deler van deze elf risico’s is de kwetsbaarheid van de inzittenden door het grotendeels ontbreken van een beschermende schil.

Met name als er een aanrijding is met gemotoriseerd verkeer (motor, auto, vrachtwagen, bus) dat 50 km/uur rijdt, kan de ernst van de gevolgen zeer groot en zelfs dodelijk zijn. Dit kan met name het geval zijn op kruisingen kruispunten (oversteekplaatsen) en op wegen met een limiet van 50 km/uur en hoger. Daarbij geldt dat de kans op een dergelijke aanrijding een kenmerk is van ons huidige, nog niet volledig duurzaam veilig ingerichte wegverkeer. Het risico is dus aanwezig voor alle kwetsbare verkeersdeelnemers, ook wanneer zij gebruik maken van nu al op de weg toegelaten voertuigen, zoals – al dan niet elektrisch ondersteunde – fietsen en bakfietsen.

Lees ook: Buszy nieuwe naam voor de conceptversie van de Stint

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Stint in actie te Amsterdam
SWOV kantoor Den Haag

software koppelen aan Chiron

Automobilisten gedragen zich asociaal in het verkeer

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Het komt nog steeds vaak voor dat automobilisten allerlei dingen aan het doen zijn onder het auto rijden die levensgevaarlijk zijn. Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van de mobiele telefoon tijdens het auto rijden nog steeds vaak voor komt, net zoveel als 2 jaar geleden. Ondanks alle campagnes die hiervoor gevoerd worden is het helaas niet verminderd.

65,6 procent van de automobilisten, 55,7 procent van de fietsers en 84,4 procent van de voetgangers maakt gebruik van de mobiele telefoon in het verkeer, aldus de media. Wat is nu precies de reden dat dit soort gedrag niet afneemt? We zijn als mens gewoonte dieren en vinden het heel moeilijk om dit soort gewoontes in het verkeer af te leren. We beseffen niet wat de gevolgen van telefoongebruik in het verkeer kunnen zijn. Ook sociale druk (vooral onder jongeren) draagt bij aan dit probleem. En het overnemen van gedrag van ouders door kinderen speelt een rol. Onder volwassen fietsers is gelukkig wel een daling te zien van bellen onder het fietsen.

Patty Jansen, onderzoeker bij Interpolis: ”Dat is positief en zou mogelijk een gevolg kunnen zijn van de aandacht voor het onderwerp in combinatie met het invoeren van boetes. Overigens zijn alle andere handelingen op de fiets, zoals appen, nog niet afgenomen. Het onderzoek laat vooral zien dat er echt een gedragsverandering nodig is om het hardnekkige telefoongebruik op de fiets te doorbreken.”

Het opzoeken van muziek, instellen van de navigatie, het lezen van berichten en het spelen van games komt nog steeds vaak voor onder het auto rijden. Dit blijkt uit een onderzoek van onderzoeksbureau SWOV in opdracht van Interpolis (onderdeel van de coöperatieve verzekeraar Achmea). Dit zorgt natuurlijk voor levensgevaarlijke situaties op de weg. Vooral jonge bestuurders tussen de 25 en 34 jaar vormen een groot deel van deze groep, maar liefst 75 procent. De boete voor autobestuurders die hun telefoon gebruiken in het verkeer is momenteel €240,-. De boete voor fietsers die hun telefoon tijdens het fietsen gebruiken is momenteel €95,-.

Lees ook: Corona autoscherm taxi niet altijd veilig voor passagier

bellende fietser




Busvervoer hoort tot de veiligste vervoerswijzen over de weg volgens SWOV onderzoek

Het reizen in een bus hoort tot de veiligste vervoerswijzen over de weg, dat blijkt uit een onderzoek dat Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) in opdracht van Koninklijke Nederlandse Vervoer heeft uitgevoerd. Verder blijkt dat het reizen per bus twee keer zo veilig is als reizen per personenauto. De trein en het vliegtuig zijnde veiligste vervoerswijzen.

Voor het onderzoek heeft SWOV de beschikbare ongevallendata geanalyseerd van de vier transportwijzen in zeven Europese landen. Tegenover de veiligheid voor businzittenden staat echter dat busongevallen voor de weggebruiker buiten de bus (de tegenpartij) vaker ernstig aflopen dan auto-ongevallen.

SWOV onderzocht ook het risico per passagier in de modaliteiten trein, vliegtuig en bus, uitgedrukt in het aantal doden per biljoen reizigerskilometers. Voor de bus bedraagt dit getal 0,32. Deze vergelijking valt in het voordeel uit van de trein (0,045) en het vliegtuig (0,054), maar een belangrijke kanttekening daarbij is dat in het onderzoek de gemiddelde bezettingsgraad voor alle bussen (OV- en touringcar) als uitgangspunt is genomen. 

In 2017 voerde SWOV een vergelijkbaar onderzoek uit, waarbij er binnen het Nederlandse verkeer is gekeken naar bussen versus personenauto’s. Om de kwaliteit van haar onderzoek te borgen, maakt SWOV gebruik van de input van hoog-gekwalificeerde externe deskundigen. Zij hebben zitting in de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) en de Programma Adviesraad (PAR). SWOV streeft ernaar deskundigen uit te nodigen die actief zijn in verschillende onderdelen van het gebied verkeer en verkeersveiligheid.