Tag archieven: drones

Technologie: Pitane Blue duikt in jaarverslag ILT en ziet organisatie onder druk staan

Drones boven zee en ai op het spoor geven ILT nieuwe slagkracht, slimme technologie moet toezicht sneller en scherper maken.

De nieuwste aflevering van de podcast Pitane Blue werpt een uitgebreide blik op het jaarverslag van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en schetst een helder beeld van hoe de toezichthouder zich in 2025 heeft ontwikkeld. In de uitzending wordt duidelijk dat de ILT zich nadrukkelijk positioneert als een organisatie die midden in de samenleving staat en zich inzet voor veiligheid, duurzaamheid en het vertrouwen van het publiek binnen uiteenlopende sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart, spoor en wegvervoer.

flinke stappen

Het jaarverslag laat zien dat de inspectie het afgelopen jaar flinke stappen heeft gezet in de manier waarop toezicht wordt gehouden. Traditionele controlemethoden maken steeds vaker plaats voor een risicogerichte aanpak, waarbij data en technologie een centrale rol spelen. Volgens de analyse in de podcast stelt deze werkwijze de ILT in staat om gerichter te werken en sneller in te grijpen wanneer dat nodig is. Dat is geen overbodige luxe, want de druk op de organisatie neemt toe door maatschappelijke ontwikkelingen en groeiende mobiliteit.

Een opvallend onderdeel van het verslag is de inzet van innovatieve middelen zoals drones en kunstmatige intelligentie. De inspectie gebruikt drones onder meer om containerschepen al op volle zee te controleren. Met camera’s worden beelden vastgelegd van het sjorren, het vastzetten van containers, nog voordat een schip de haven bereikt. Deze aanpak maakt het mogelijk om risico’s vroegtijdig te signaleren en de veiligheid te vergroten zonder dat inspecteurs fysiek aan boord hoeven te gaan.

Ook op het spoor wordt volop geëxperimenteerd met nieuwe technologie. De ILT zet drones in om grote hoeveelheden beeldmateriaal van spoorlijnen te verzamelen. Vervolgens komt kunstmatige intelligentie in beeld. Een computermodel analyseert de beelden automatisch met behulp van beeldherkenning. Dit systeem is in staat om razendsnel mogelijke schade te detecteren en relevante beelden te selecteren. Hierdoor kunnen inspecteurs zich richten op de meest urgente situaties en wordt kostbare tijd bespaard.


De podcast benadrukt dat deze technologische vooruitgang niet alleen zorgt voor efficiënter toezicht, maar ook bijdraagt aan een hogere kwaliteit van inspecties. Door slimmer te werken kan de ILT meer doen met dezelfde of zelfs minder middelen. Dat is van groot belang, want uit het jaarverslag blijkt dat de organisatie kampt met stijgende kosten en personeelstekorten. Deze uitdagingen dwingen tot scherpe keuzes en een voortdurende zoektocht naar manieren om processen te verbeteren.

menselijke factor

Tegelijkertijd blijft de menselijke factor onmisbaar. Technologie ondersteunt het werk van inspecteurs, maar vervangt hen niet. Deskundigheid en ervaring blijven cruciaal bij het beoordelen van risico’s en het nemen van beslissingen. De ILT probeert dan ook een balans te vinden tussen innovatie en vakmanschap, zodat de kwaliteit van het toezicht gewaarborgd blijft.

Een ander belangrijk thema dat in de podcast naar voren komt, is de onafhankelijkheid van de inspectie. In een tijd waarin belangen soms botsen, is het volgens de ILT essentieel om als toezichthouder zelfstandig en objectief te opereren. Alleen zo kan het vertrouwen van burgers en bedrijven worden behouden. Het jaarverslag onderstreept daarnaast het belang van samenwerking, zowel nationaal als internationaal. Door kennis en informatie te delen met partners kan de ILT effectiever optreden en beter inspelen op grensoverschrijdende vraagstukken.

De terugblik op 2025 laat zien dat de Inspectie Leefomgeving en Transport zich in een periode van verandering bevindt. Innovatie, samenwerking en efficiëntie vormen de kern van de strategie, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan het oplossen van interne knelpunten. De analyse in Pitane Blue maakt duidelijk dat de ILT zich blijft aanpassen aan een wereld die steeds complexer en dynamischer wordt, met als doel mens en milieu zo goed mogelijk te beschermen.

Nieuwe regels: wat burgers en bedrijven moeten weten over de nieuwe maatregelen

Een nieuw kalenderjaar staat traditioneel symbool voor verandering en dat geldt in 2026 nadrukkelijk voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Vanaf 1 januari treden meerdere aanpassingen in regelgeving in werking die zowel particulieren als bedrijven raken. De wijzigingen lopen uiteen van nieuwe spelregels voor het gebruik van drones tot strengere eisen voor voertuigen en een aangepaste belastingregeling voor elektrische auto’s. De overheid wil met deze maatregelen de veiligheid vergroten, de duidelijkheid op de weg verbeteren en duurzaamheid verder stimuleren.

dronegebruikers

Binnen het luchtruim boven Nederland verandert het speelveld voor dronegebruikers ingrijpend. De zonering die bepaalt waar wel en niet met drones mag worden gevlogen, wordt herzien. De regels blijven gebaseerd op het risico op ongelukken en de mogelijke gevolgen daarvan, maar de indeling van de zones wordt aangepast. Sommige gebieden krijgen strengere beperkingen, andere zones worden samengevoegd en enkele vervallen volledig. Voor gebruikers betekent dit dat bestaande vliegroutes niet automatisch behouden blijven. De actuele situatie is terug te vinden in de Aeret Kaartviewer, waar ook inzichtelijk is onder welke voorwaarden vliegen in bepaalde gebieden toch is toegestaan. Daarmee wil het ministerie voorkomen dat recreatieve en professionele dronepiloten onbedoeld de regels overtreden.

RDW-erkend

Ook op de weg verandert er het nodige. Voor bromfietsen, scooters, snorfietsen, speed pedelecs en zogenoemde bijzondere bromfietsen wordt het einde ingeluid van het zelf slopen. Vanaf 1 januari 2026 mogen deze voertuigen uitsluitend nog worden gedemonteerd door een RDW-erkend sloop- of demontagebedrijf. Het doel is om hergebruik en recycling van onderdelen te bevorderen en te voorkomen dat schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen. Door de sloop te centraliseren bij erkende bedrijven krijgt de overheid beter zicht op de verwerking van materialen en de afvoer van afvalstoffen.

Al deze maatregelen samen laten zien dat 2026 een jaar wordt waarin regelgeving strakker, duidelijker en meer gericht op veiligheid en duurzaamheid wordt vormgegeven. Voor burgers en bedrijven betekent dit wennen aan nieuwe regels, maar ook meer helderheid over wat wel en niet is toegestaan.

De veiligheid staat ook centraal bij de aanpassing voor de zogeheten BSO-bus. Het maximaal aantal zitplaatsen voor passagiers wordt teruggebracht van tien naar acht. Minder passagiers betekent een stabieler en wendbaarder voertuig, dat bovendien sneller tot stilstand kan komen door een kortere remweg. Volgens het ministerie draagt deze maatregel bij aan een hogere verkeersveiligheid, zowel voor inzittenden als voor andere weggebruikers.

milieuzones

Een opvallende wijziging in het straatbeeld volgt met de invoering van een nieuw verkeersbord voor zero-emissiezones en milieuzones. Het nieuwe bord vervangt meerdere bestaande varianten en moet het voor bestuurders duidelijker maken waar voertuigen met schadelijke uitstoot beperkt of helemaal niet welkom zijn. Op het bord is in één oogopslag te zien welke voertuigen zijn uitgesloten. Gemeenten krijgen de tijd om de oude borden te vervangen tussen 1 januari en 1 juli 2026, zodat de overgang geleidelijk verloopt.

Voor automobilisten met een elektrische auto verandert er eveneens iets in de portemonnee. De korting op de motorrijtuigenbelasting voor elektrische en andere zero-emissie personenauto’s wordt verlaagd. Elektrisch rijden blijft fiscaal aantrekkelijker dan rijden op fossiele brandstoffen, maar het verschil wordt kleiner. De overheid zet hiermee een volgende stap in het normaliseren van elektrische mobiliteit, nu het aantal elektrische voertuigen op de weg blijft groeien.

Paniek om drones onterecht: beelden tonen politiehelikopter

Onderzoek legt misverstanden bloot rond vermeende dronewaarnemingen.

België wordt al wekenlang meegezogen in een golf van onrust over mysterieuze drones die zouden opduiken boven luchthavens, militaire installaties en andere gevoelige locaties. Terwijl het aantal meldingen bij politie en media dag na dag blijft toenemen, blijkt uit een grondige analyse dat verschillende opvallende video’s die op sociale media en in de pers opdoken, helemaal geen drones tonen. Wat werd voorgesteld als verontrustende beelden van “ongeïdentificeerde vliegende objecten”, blijkt in werkelijkheid het werk van een politiehelikopter of een cargovliegtuig.

Het meest besproken fragment dateert van 4 november, toen Brussels Airport twee keer het vliegverkeer moest stilleggen na meldingen over drones. Een dag later doken er beelden op bij onder meer HLN en Nederlandse media, waarin een “enorme drone” ’s avonds voorbij de luchtverkeerstoren zou zijn gevlogen. In het begeleidende artikel stond zelfs dat de drone “zeer gericht voorbij de luchtverkeerstoren zoefde, die de drone ook goed kon filmen”. De video zou bovendien vanuit die toren zijn opgenomen.

analyse

Die lezing houdt volgens een analyse op geen enkele manier steek. Op het einde van de video verschijnt namelijk de rood opgelichte verkeerstoren in beeld. Dat betekent dat ze onmogelijk vanuit datzelfde gebouw gefilmd kan zijn. Ook de herkenbare silhouetten van terminals A en B, en de zichtbare hangars van de luchtmachtbasis Melsbroek, wijzen allemaal in dezelfde richting: het standpunt ligt veel dichter bij het hoofdgebouw van de luchthaven.

Aan de hand van openbare gegevens van ADS-B Exchange blijkt vervolgens dat een deel van het vluchtpad van de politiehelikopter G16, een McDonnell-Douglas MD-902 Explorer, perfect overeenkomt met de bewegingen die op de bewuste beelden te zien zijn. De helikopter steeg die avond om 21.36 uur op in Melsbroek om een eerdere dronemelding te onderzoeken en landde iets na 22 uur weer. De lichtpatronen, bestaande uit zoeklichten, landingslichten, strobe lights en rode en groene positielichten, passen bovendien exact bij wat op de video zichtbaar is.

Woordvoerster An Berger van de federale politie bevestigt dit zonder omwegen. Zij zegt: “Het gaat wel degelijk om de G16, een zwarte politiehelikopter van de Directie Luchtsteun van de Federale Politie, die op deze beelden te zien is. De G16 was toen opgestegen naar aanleiding van de melding van een ongeautoriseerde drone boven de luchthaven.”

In de Vlaamse media verschenen de voorbije weken, naast berichtgeving over waargenomen drones, ook verschillende beelden die als gefilmde dronevluchten werden voorgesteld.

Ook bij HLN werd intussen teruggekomen op de eerdere berichtgeving. Hoofdredacteur Dimitri Antonissen reageert: “We hebben de beelden van Zaventem via een hooggeplaatste – en ons bekende – bron binnen de veiligheidsdiensten ontvangen. Onze bron bevestigde nogmaals dat er op het moment dat de beelden gemaakt werden, geen politiehelikopter in de nabijheid was. In de daaropvolgende dagen is er een verdere analyse op de beelden gebeurd. Daaruit blijkt nu volgens dezelfde hooggeplaatste bron dat mogelijke verwarring toch niet uitgesloten kan worden. Reden waarom we de beelden momenteel offline hebben gehaald.”

De verwarring bleef zich ook op andere dagen en locaties herhalen. Op 5 november werden in Heverlee beelden verspreid van een fel licht boven het militair kwartier Cdt de Hemptinne. Zowel ROBtv als HLN brachten de video. ROBtv sprak voorzichtig over “een object gefilmd in de lucht”, maar buurtbewoners waren overtuigd dat het om een drone ging. Uit analyse blijkt echter opnieuw dat de politiehelikopter G16 daar op dat moment rondcirkelde. Zowel het herkenbare geluid van een MD-902 als de vluchtgegevens bevestigen dat de helikopter die avond tussen 18.50 uur en iets na 19 uur langdurig boven Heverlee actief was na een eerdere melding.

voorzichtig

De redactie van ROBtv benadrukt dat ze voorzichtig formuleerden. Hun hoofdredacteur verklaart: “In de begeleidende tekst hebben we het altijd gehad over een ‘object’ dat waargenomen is. Op meerdere plaatsen op onze kanalen, online en op tv, hebben we expliciet vermeld dat het niet zeker is dat het om een drone gaat.”

Op 6 november volgde een derde geval, opnieuw in de buurt van Brussels Airport. HLN toonde beelden van lichten aan de nachtelijke hemel, dit keer in Melsbroek. Geolocatie wijst echter uit dat de video in Humelgem werd gemaakt, en de zichtbare lichtpatronen – waaronder een opvallende gele driehoek op de staart – passen exact bij een landend cargovliegtuig van DHL, dat op Brussels Airport een grote hub heeft.

De conclusie van deze reeks analyses, gebaseerd op geluids- en beeldonderzoek, geolocatie, openbare vliegradardata en bevestigingen van officiële instanties, is duidelijk: de vijf gecheckte video’s van 4, 5 en 6 november tonen geen drones. In twee gevallen ging het telkens om dezelfde politiehelikopter die juist op zoek was naar drones. In het derde geval ging het om een cargovliegtuig dat op weg was naar de luchthaven.

De bewering dat deze beelden drones zouden tonen, wordt daarom als onwaar beoordeeld. 

Defensie grijpt in: mysterieuze drones leggen vliegveld Eindhoven plat

De combinatie van de dronewaarnemingen, het stilgelegde vliegverkeer en de gedwongen ontruiming maakte de nacht tot een ingrijpend slot van een al onrustige dag.

Tegen de achtergrond van spanning rond Europese luchtruimen is zaterdagavond het vliegverkeer van en naar Eindhoven Airport twee uur lang stilgelegd nadat meerdere drones in de omgeving van het vliegveld waren waargenomen. Het volledig stilleggen van zowel civiel als militair verkeer leidde tot onrust bij reizigers en betrokken diensten, maar rond 23.00 uur kon de luchthaven de operatie hervatten. Defensie bevestigde dat er maatregelen zijn getroffen tegen de onbekende toestellen, al bleef onduidelijk welke middelen precies zijn ingezet. Een woordvoerder benadrukte dat hierover om veiligheidsredenen geen details kunnen worden gedeeld.

onaanvaardbaar

Demissionair minister Brekelmans van Defensie liet via sociale media weten dat er kordaat is opgetreden. Zijn boodschap was glashelder: “Verstoring van vliegverkeer met drones is onaanvaardbaar. Dus treden we hiertegen op.” Het bleef onduidelijk hoeveel drones er precies boven het gebied verschenen en wie deze bestuurde. De ontdekking van de toestellen leidde tot directe opschaling van veiligheidsprotocollen, mede omdat het terrein van Eindhoven Airport niet alleen een civiele luchthaven omvat, maar ook een luchtmachtbasis waar militair verkeer wordt gecoördineerd. Volgens Brekelmans kan er geen informatie worden gedeeld over het soort maatregelen dat is getroffen, juist omdat de veiligheid van operationele processen prioriteit heeft.

vliegbasis Volkel

Een woordvoerder van Defensie verduidelijkte dat er wel degelijk is opgetreden tegen de drones, maar dat dat niet gebeurde op een wijze die vergelijkbaar is met het incident bij vliegbasis Volkel, zo’n dertig kilometer verderop. Daar hadden leden van de Koninklijke Luchtmacht vrijdagavond nog geprobeerd een aantal drones neer te halen. Brekelmans maakte dat voorval eerder vandaag bekend, waarmee de zorgen over herhaalde waarnemingen in de regio verder toenamen.

Bij de luchtmachtbasis Volkel werden aanvankelijk vijf drones gezien, waarna het aantal opliep tot ongeveer tien. De toestellen vlogen uiteindelijk weg en zijn tot op heden niet teruggevonden. Welke middelen zijn ingezet om de drones uit te schakelen, werd opnieuw niet toegelicht. De demissionair minister benadrukte dat “de potentiële vijand niet wijzer moet worden gemaakt dan die al is”, waarmee hij nog eens onderstreepte dat de overheid uiterst terughoudend omgaat met informatie die kwaadwillenden zou kunnen helpen.

Foto: © Pitane Blue – Eindhoven Airport

De beveiliging van Eindhoven Airport heeft in de nacht van zaterdag op zondag tot verbijstering van vele gestrande reizigers de volledige terminal ontruimd. Kort na middernacht werden tientallen mensen, onder wie veel buitenlandse passagiers, zonder pardon naar buiten geleid terwijl de temperatuur rond het vriespunt lag. Reizigers die na de drone-ontregeling van het vliegverkeer hadden besloten de nacht op de luchthaven door te brengen, moesten hun tijdelijke slaapplekken direct verlaten. Sommigen lagen al onder een dekentje toen de instructie kwam dat niemand binnen mocht blijven.

De incidenten staan niet op zichzelf. In meerdere Europese landen zijn de afgelopen weken meldingen binnengekomen van mysterieuze drones die opdoken boven vliegvelden, militaire installaties en, zoals in België, zelfs in de buurt van een kerncentrale. Veiligheidsexperts stellen dat de veiligheidssituatie in Europa “op scherp” staat. Zij noemen het aannemelijk dat Rusland achter in ieder geval een deel van deze incidenten zit, maar benadrukken tegelijk dat er geen concreet bewijs is dat die vermoedens ondersteunt. De herhaalde waarnemingen in Nederland brengen deze bredere context opnieuw onder de aandacht, zeker nu binnen korte tijd meerdere strategische locaties zijn geconfronteerd met onbekende toestellen.

kwetsbaar

De gebeurtenissen rond Eindhoven Airport tonen aan hoe kwetsbaar luchtvaart en militaire infrastructuur blijven voor verstoringen door relatief kleine en moeilijk traceerbare apparaten. Terwijl reizigers zaterdagavond op de luchthaven wachtten tot het verkeer werd hervat, bleef de vraag rondcirkelen wie er verantwoordelijk is voor de drones die het Nederlandse luchtruim in toenemende mate betreden. Voorlopig houdt Defensie de kaarten tegen de borst, waardoor de onzekerheid blijft hangen. Het incident in Eindhoven vormt daarmee een nieuwe schakeling in een reeks waarnemingen die Europese veiligheidsdiensten in verhoogde staat van paraatheid houden.

Chaos op Zaventem door drones: tientallen vluchten geschrapt

Het luchtverkeer op Brussels Airport is zwaar verstoord door twee drone-incidenten die dinsdagavond plaatsvonden boven Zaventem.

De luchthaven moest tweemaal volledig worden stilgelegd om veiligheidsredenen, wat leidde tot een golf van annuleringen en vertragingen die ook woensdagochtend nog voelbaar waren. Volgens woordvoerder Ariane Goossens van Brussels Airport zijn nog eens veertig vluchten geannuleerd en hebben zo’n vijfhonderd reizigers noodgedwongen de nacht op de luchthaven moeten doorbrengen.

De verstoring begon dinsdag kort voor acht uur ’s avonds toen luchtverkeersleider Skeyes melding kreeg van drones in het luchtruim rond Zaventem. Uit voorzorg werd al het vliegverkeer onmiddellijk stilgelegd. Nadat de situatie tijdelijk onder controle leek, werd het vliegverkeer kort voor tien uur opnieuw stopgezet toen opnieuw drones werden gesignaleerd. “De veiligheid van passagiers en personeel heeft absolute prioriteit,” verklaarde Goossens. Rond middernacht konden de laatste zeven toestellen alsnog vertrekken voordat de nachtrust van kracht ging.

gevolgen

De gevolgen voor reizigers waren groot. In totaal werden dinsdagavond 41 vluchten geannuleerd en 24 toestellen omgeleid naar andere luchthavens, waaronder Schiphol en Maastricht Aachen Airport in Nederland. Woensdagochtend volgde een nieuwe reeks annuleringen: zestien vertrekkende en vierentwintig aankomende vluchten werden geschrapt. De luchthaven stelde veldbedjes ter beschikking voor gestrande reizigers en zorgde voor eten en drinken. “We hebben er alles aan gedaan om de nacht zo comfortabel mogelijk te maken,” aldus Goossens.

De impact van de incidenten bleef niet beperkt tot Zaventem. Ook op de luchthaven van Luik werd het vliegverkeer dinsdagavond tijdelijk stilgelegd nadat drones waren waargenomen. Verder kwamen er meldingen binnen van verdachte drone-activiteit boven de luchtmachtbases van Kleine-Brogel en Florennes in Namen.

Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) liet er geen gras over groeien en vroeg premier Bart De Wever (N-VA) om de Nationale Veiligheidsraad met spoed bijeen te roepen. “We laten niet toe dat onze luchthavens verstoord worden door ongecontroleerde dronevluchten. Dit vraagt om een gecoördineerde en nationale reactie,” benadrukte de minister. Volgens hem volgen de federale politie en Defensie de situatie op de voet. De diensten van Binnenlandse Zaken staan continu in contact met luchtvaartautoriteiten en veiligheidsinstanties om risico’s te evalueren en verdere incidenten te voorkomen.

Defensieminister Theo Francken (N-VA) werd dinsdagavond tijdens een live-uitzending van De Tafel van Tine (Play) halsoverkop weggeroepen wegens de drone-incidenten. Dat illustreert volgens bronnen binnen de federale politie de ernst van de situatie.

München

De droneproblematiek lijkt zich bovendien niet te beperken tot België. In Duitsland werd dinsdagavond eveneens een start- en landingsbaan op de luchthaven van München tijdelijk gesloten nadat een piloot tijdens de landing een drone had waargenomen. “De veiligheidsdiensten onderzochten de situatie, maar konden de aanwezigheid van de drone niet bevestigen,” verklaarde een woordvoerder van de politie aan het Duitse persagentschap DPA. Rond half negen ’s avonds werd de baan opnieuw vrijgegeven. Volgens de politie kwam de veiligheid van het luchtverkeer niet in gevaar.

De Belgische overheid benadrukt dat het luchtruim rond luchthavens streng bewaakt wordt, maar dat het gebruik van drones in de buurt van start- en landingsbanen een groeiende uitdaging vormt. Voor reizigers blijft de situatie op Brussels Airport woensdagochtend onzeker, terwijl luchtvaartmaatschappijen proberen alternatieve vluchten te regelen voor gestrande passagiers.

VDL stapt met defensie in wapenindustrie: Bornse autofabriek VDL wordt militair bolwerk

De autofabriek van VDL Nedcar in Born, jarenlang het kloppend hart van de Limburgse auto-industrie, krijgt een nieuwe bestemming.

Wat ooit de productielocatie was van de iconische Mini’s, wordt binnenkort deels omgebouwd tot een faciliteit voor de productie van defensiematerieel. Dat maakte VDL samen met defensieminister Ruben Brekelmans vanmiddag bekend tijdens een gezamenlijke presentatie op de locatie in Born.

De samenwerking tussen VDL en het ministerie van Defensie moet leiden tot een grotere Europese zelfstandigheid op het gebied van militaire productie. Brekelmans benadrukte dat Nederland en andere Europese landen minder afhankelijk moeten worden van defensieleveranciers buiten het continent. “Deze samenwerking moet het vlaggenschip worden in de samenwerking tussen Defensie en bedrijven,” aldus de minister.

nieuwe defensietak

Concreet betekent dit dat Defensie productiefaciliteiten gaat huren bij VDL, en dat het ministerie ook actief op zoek gaat naar Europese opdrachtgevers voor de nieuwe defensietak van het concern. Hoewel de exacte invulling van de samenwerking nog in ontwikkeling is, noemt Brekelmans expliciet de mogelijkheid dat in Born drones geproduceerd gaan worden. Tijdens een interview in het tv-programma Café Kockelmann op NPO 2 verklaarde hij: “Vandaag hebben we de samenwerking met VDL aangekondigd. Daarmee zetten we een grote stap. Het kan gaan over de productie van drones of andere gevechtsvoertuigen. Als Defensie ondersteunen wij daarbij.”

Volgens Brekelmans is de behoefte aan grootschalige productie van drones urgent. “We zien dat er heel veel toonaangevende droneproducenten zijn in Nederland, maar het zijn allemaal ondernemers die enkele honderden drones per jaar kunnen produceren, terwijl wij duizenden of tienduizenden drones nodig hebben. Met de capaciteit en ervaring kan VDL voor die opschaling zorgen.”

VDL Nedcar te Born

De fabriek in Born is daar volgens VDL zelf bij uitstek geschikt voor. De locatie, waar eerder jaarlijks tienduizenden Mini’s van de band rolden, beschikt over een oppervlak van tien voetbalvelden en een eigen energiecentrale. Bestuursvoorzitter Willem van der Leegte stelt: “We zijn een aantal keer beste autofabriek van Europa geweest. Dan kun je ook heel veel andere dingen kwalitatief maken.”

De fabriek ligt strategisch naast de A2, dichtbij de Duitse en Belgische grens, en beschikt over bestaande logistieke en technische infrastructuur. Toch zal het ombouwen van de fabriek naar een defensieproductielijn niet van vandaag op morgen gebeuren. Ed Leunissen, bestuurder bij vakbond CNV, spreekt van een ingrijpend proces: “Zo makkelijk is het niet. Er moet een hele nieuwe productielijn gebouwd worden. En er moeten mensen worden aangenomen. Die zijn allemaal weg.”

Toch ziet ook Leunissen voordelen laat hij weten bij de NOS. “Het is triest dat we moeten opschalen om de oorlogsindustrie op gang te brengen. Maar als het moet, waarom dan niet hier? Er zijn nog zeker 400 oud-medewerkers die nog geen baan hebben en graag aan de slag willen.” Tegelijkertijd waarschuwt hij voor een gebrek aan langetermijnvisie. “Wat als Donald Trump straks toch weer vriendjes wordt met Europa? Gaan we dan toch weer in de Verenigde Staten defensiematerieel kopen om hem te paaien? Werknemers komen echt niet terug omdat het hun oude fabriek is. Ze moeten perspectief hebben.”

VDL Born

De aankondiging komt op een moment dat VDL hard op zoek was naar een nieuwe bestemming voor de fabriek. Vorig jaar verloor het bedrijf het contract met BMW, waardoor zo’n 3.500 werknemers hun baan verloren. Sindsdien stond de toekomst van de fabriek op losse schroeven.

Het Eindhovense familiebedrijf VDL, opgericht in 1953, bestaat uit meer dan honderd werkmaatschappijen en behaalde in 2023 een omzet van bijna 4,3 miljard euro met een nettowinst van 66 miljoen. De onderneming is actief in uiteenlopende sectoren, van openbaar vervoer tot hightech industrie. Het bedrijf beschikt al over een defensietak die onder meer elektrische voertuigen ontwikkelt voor Defensie. De stap naar grootschalige productie van drones of gevechtsvoertuigen markeert daarmee een forse uitbreiding van VDL’s rol in de militaire industrie.

Focus op risicogebieden: drones onder scherp toezicht van ILT

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-Luchtvaartautoriteit) heeft een belangrijke stap gezet in de regulering van het Nederlandse luchtruim.

Vanaf dit jaar worden geavanceerde dronedetectiesystemen ingezet om toezicht te houden op dronevluchten en om de veiligheid op de grond en in de lucht te waarborgen. Deze apparatuur stelt de autoriteit in staat om zowel professionele als recreatieve dronevliegers beter te monitoren, met extra aandacht voor risicovolle vluchten en gebieden.

Met deze innovatieve technologie kan de ILT niet alleen controleren of dronebestuurders zich aan hun vluchtplannen houden, maar ook inzicht krijgen in vlieggedrag en overtredingen sneller opsporen. De nieuwe aanpak moet zorgen voor een veiliger luchtruim, met name in drukbevolkte gebieden en rondom evenementen.

risicovolle gebieden

De ILT beschikt over zowel mobiele als semipermanente detectiesystemen, die flexibel in te zetten zijn door heel Nederland. De prioriteit ligt bij gebieden waar verhoogde risico’s gelden, zoals gecontroleerde luchtruimgebieden (CTR’s) rond luchthavens en locaties waar grote evenementen plaatsvinden. Hier kunnen drones potentieel gevaar vormen voor het reguliere luchtverkeer of voor grote groepen mensen.

Met de mobiele systemen kunnen inspecteurs bijvoorbeeld live zien welke drones in de lucht zijn, hun routes volgen en zelfs de locatie van de dronebestuurders achterhalen. Deze systemen maken gebruik van technieken zoals Remote ID, een technologie waarbij drones continu signalen uitzenden met identificatiegegevens. Zelfs drones die bewust geen Remote ID-signaal uitzenden, worden gedetecteerd. Dit maakt het eenvoudiger om dronevliegers te identificeren bij overtredingen.

Afhankelijk van de omgeving en de gebruikte technologie hebben de detectiesystemen een bereik van 2 tot 10 kilometer. Dit maakt het mogelijk om niet alleen lokale situaties in de gaten te houden, maar ook bredere zones te monitoren. Voor langdurig toezicht worden semipermanente systemen geplaatst op locaties waar vliegen met drones niet is toegestaan of alleen onder strikte voorwaarden. Denk hierbij aan gebieden nabij luchthavens, industriële sites of vitale infrastructuur zoals elektriciteitscentrales en waterkeringen.

Door langdurige monitoring kan de ILT potentiële risico’s in kaart brengen en tijdig ingrijpen bij gevaarlijke situaties. Bovendien geeft deze aanpak waardevolle data over vlieggedrag op plekken met verhoogde veiligheidsrisico’s, wat bijdraagt aan effectiever toezicht in de toekomst.

Vliegen met een drone bij vitale infrastructuur mag met het juiste privilege op uw exploitatievergunning. Maar een vluchtuitvoering bij deze locaties brengt kenmerkende risico’s met zich mee. Daarom moet u aanvullende regels en aanwijzingen volgen.

De ILT heeft een specifieke focus op risicovolle dronevluchten. Dit zijn onder meer vluchten met zware drones, vluchten in dichtbevolkte gebieden of in de buurt van vliegvelden, en vluchten waarbij drones buiten zichtafstand van de bestuurder opereren. Ook drones die goederen vervoeren of gewassen besproeien vallen onder deze categorie. Voor dergelijke operaties is een vergunning nodig, die alleen wordt afgegeven onder strikte voorwaarden.

Met de introductie van de dronedetectiesystemen wordt het eenvoudiger om overtredingen te signaleren en handhavend op te treden. Dronevliegers die zich niet aan de regels houden, kunnen sneller geïdentificeerd en aangesproken worden. Dit draagt niet alleen bij aan de veiligheid, maar ook aan een eerlijk speelveld voor professionele gebruikers die wel voldoen aan de eisen.

veiliger luchtruim

Met de inzet van deze detectiesystemen geeft de ILT een duidelijk signaal af: veiligheid in het luchtruim heeft prioriteit. Door zowel technologie als handhaving te combineren, wordt Nederland een voorbeeld in het verantwoord gebruik van drones. Voor dronevliegers betekent dit dat zij zich aan de regels moeten houden, terwijl de samenleving profiteert van een veiliger lucht- en grondgebied.

De komende jaren zal de technologie mogelijk verder worden uitgebreid, zodat de ILT nog beter kan inspelen op de groeiende populariteit van drones en de daarmee gepaarde risico’s.

ILT: veiligheid luchtvaart onder druk door drones

De populariteit van drones zorgt wel voor een druk luchtruim en de ILT maakt zich daar zorgen over.

De integratie van drones in het Nederlandse luchtruim heeft de laatste jaren een ongekende vlucht genomen. Martijn de Goede, Coördinerend/Specialistisch Inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), heeft intensief onderzoek gedaan. Hij benadrukt de indrukwekkende technologische vooruitgang die de drone-industrie de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt, waarbij consumenten voor enkele honderden euro’s drones kunnen kopen die prachtige beelden leveren.

Echter, de stijgende populariteit van drones brengt aanzienlijke uitdagingen met zich mee voor de veiligheid van het luchtruim. Volgens De Goede is het grootste probleem de gebrekkige kennis van de regelgeving onder dronegebruikers, voornamelijk particulieren. “Veel mensen zijn zich onvoldoende bewust van de gevaren. Het gevaar is niet direct merkbaar voor de dronepiloot zelf, aangezien deze veilig op de grond staat. Maar een drone die onverwachts onbestuurbaar wordt en tegen iets aan vliegt, kan ernstige gevolgen hebben als deze bijvoorbeeld op iemand valt,” legt Martijn uit.

“Vroeger had je niet zoveel plekken waar je luchtvaart kon verwachten. Nu is elke stoeptegel een vliegveld.”

Martijn de Goede – Inspectie Leefomgeving en Transport

De situatie wordt verder gecompliceerd doordat drones ook op hoogtes en routes vliegen die voor hen verboden zijn, vaak tot ongenoegen van de bemande luchtvaart. Dit leidt tot potentiële conflicten met luchtballonnen, zweefvliegtuigen en parachutisten, die niet zomaar kunnen uitwijken. De ILT onderzoekt momenteel samen met experts en belanghebbenden hoe de informatievoorziening aan dronegebruikers verbeterd kan worden, een uitdaging gezien de gefragmenteerde aard van de gemeenschap van dronepiloten.

Naast de uitdagingen met drones, kampt de Nederlandse luchtvaartsector ook met andere belangrijke veiligheidskwesties. Meer over deze ontwikkelingen is terug te vinden in de Staat van de Luchtvaart 2023. Zo is de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel een aanhoudend probleem. De Nederlandse luchtvaart voldoet aan strenge internationale eisen, maar de veiligheid wordt potentieel onder druk gezet door aanhoudende personeelstekorten sinds de coronacrisis, stelt het rapport. Deze tekorten hebben geleid tot hogere werkdruk en kunnen menselijk falen in de hand werken, wat de veiligheid verder kan ondermijnen.

personeelstekorten blijvend

Volgens een rapport van de International Civil Aviation Organisation (ICAO) uit 2011, wordt een wereldwijd tekort verwacht van 8.000 piloten, 2.000 luchtverkeersleiders en 18.000 onderhoudstechnici tegen 2030, een prognose die gezien de huidige trends waarschijnlijk uit zal komen. De Nederlandse luchtvaartindustrie ondervindt grote concurrentie op de arbeidsmarkt, met name van de energiesector, vanwege de energietransitie. Vergrijzing speelt hierbij ook een rol, en verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd wordt als een mogelijke oplossing gezien om het tekort tegen te gaan.

De krapte is voelbaar in alle geledingen van de sector, van piloten en luchtverkeersleiders tot onderhoudstechnici en grondpersoneel. Deze situatie is grotendeels toe te schrijven aan een combinatie van factoren: een toenemend aantal pensioneringen, een algemene verschuiving in de arbeidsmarkt waarbij werknemers kiezen voor sectoren met gunstiger arbeidsvoorwaarden, en een trage terugkeer van personeel dat tijdens de pandemie de sector verliet.

De gevolgen van deze personeelstekorten zijn veelzijdig. Een direct gevolg is de toegenomen werkdruk voor het bestaande personeel. Hoge werkdruk kan leiden tot vermoeidheid en een afname in alertheid, wat de kans op menselijke fouten vergroot. Deze situatie brengt de veiligheidscultuur binnen de luchtvaart in gevaar, aangezien de kans dat veiligheidsprocedures niet volledig worden nageleefd toeneemt.

In de praktijk zien luchtvaartbedrijven zich genoodzaakt om operationele keuzes te maken die mogelijk de veiligheid kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het verhogen van de maximale werktijden en het inzetten van minder ervaren personeel op kritieke posities. Ook het uitstellen van onderhoud en training kan voorkomen, wat potentieel leidt tot verminderde operationele prestaties en een hoger risico op incidenten.

chaos

Het personeelstekort heeft ook een directe impact op de dienstverlening. Zo leidde de personeelsschaarste in de zomer van 2022 tot grote vertragingen en chaos op Europese luchthavens. Luchtvaartbedrijven en luchthavens worstelen om het evenwicht te vinden tussen het behoud van servicekwaliteit en het garanderen van veiligheid.

Om het tij te keren en het dreigende personeelstekort het hoofd te bieden, worden verschillende strategieën overwogen. Het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd voor bepaalde functies, zoals piloten en luchtverkeersleiders, is een van de maatregelen die al zijn genomen. Verder wordt er gekeken naar het aantrekken van personeel uit het buitenland, met name uit andere EU-lidstaten, om de tekorten aan te vullen. Dit wordt mogelijk gemaakt door de harmonisatie van licentie-eisen binnen de EU.

Deze personeelstekorten en de maatregelen om ze aan te pakken zijn cruciaal voor de toekomstige stabiliteit en veiligheid van de luchtvaart in Nederland. Het is essentieel dat de sector niet alleen focust op het voldoen aan de huidige behoeften, maar ook proactief plannen maakt voor de langere termijn om de continuïteit en veiligheid van de luchtvaart te garanderen.

De ILT ontwikkelt zich verder tot de Luchtvaartautoriteit in Nederland en richt zich daarbij op de veiligheid én duurzaamheid van de luchtvaart. In deze Staat van de luchtvaart geven ze als toezichthouder signalen af over wat zij in de praktijk van hun werk zien.

Dicht op elkaar bumperkleven blijft een uitdaging op de weg

De toekomst op wielen is aan veranderingen toe in regelgeving voor bromfietsen en drones bij de start van het nieuwe jaar.

Het afgelopen weekoverzicht brengt diverse ontwikkelingen in Nederland naar voren, waarbij de focus ligt op veiligheid, technologie, en duurzaamheid. De groeiende populariteit van elektrische auto’s heeft geleid tot nieuwe uitdagingen in brandveiligheid, met name in parkeergarages. 

De Nederlandse overheid heeft in het nieuwe bouwbesluit bepaald dat parkeergarages groter dan 1000 vierkante meter, vooral die onder woningen, nu uitgerust moeten worden met automatische brandblusinstallaties. Dit besluit volgt op incidenten zoals de Fremantle Highway scheepsbrand, waar elektrische auto’s in parkeergarages een verhoogd risico vormen.

Op Curaçao hebben taxichauffeurs positief gereageerd op de aankondiging van de regering om de verouderde wetgeving op het gebied van personenvervoer te moderniseren. De nieuwe regelgeving zal taxichauffeurs meer mogelijkheden bieden om hun bedrijf te ontwikkelen en uit te breiden, wat de groeiende toeristenindustrie op het eiland ten goede komt.

Foto: Pitane Blue – taxistandplaats Willemstad

Veranderingen zijn ook op komst in de regelgeving rondom bijzondere bromfietsen en drones. Vanaf 2024 zal de Dienst Wegverkeer (RDW) verantwoordelijk zijn voor de toelating van bijzondere bromfietsen. Nieuwe regels voor drones zullen in lijn zijn met Europese standaarden, waarbij veiligheid en betrouwbaarheid centraal staan.

De veiligheid op de weg blijft een punt van zorg, zoals blijkt uit een studie van het verkeersinstituut Vias. Uit hun analyse komt naar voren dat een groot deel van de automobilisten onveilig dicht op elkaar rijdt, met name tijdens weekdagen en in lichtere omstandigheden.

In steden zoals Amsterdam krijgen handhavers meer bevoegdheden om op te treden tegen lichte verkeersovertredingen van fietsers en voetgangers. Dit maakt deel uit van een breder streven naar verkeersveiligheid in de steeds drukkere stedelijke gebieden.

Duurzaamheid in het treinvervoer krijgt ook aandacht, met Alstom’s waterstoftreinen die in Italië worden ingezet. Dit onderstreept de voortdurende inspanningen voor duurzame en innovatieve transportoplossingen.

Veilig vliegen in 2024: denk aan de nieuwe drone wetgeving

De RDW neemt het stuur over met nieuwe regels voor bromfietsen en drones in 2024.

Vanaf 2024 worden op het terrein van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een aantal nieuwe regels van kracht op het gebied van de regelgeving omtrent bijzondere bromfietsen en het gebruik van drones. Deze vernieuwingen zijn aandachtspunten voor de manier waarop Nederland met deze moderne vervoersmiddelen en technologieën omgaat.

Vanaf 2024 treedt een wetswijziging in werking waardoor de beslissingsbevoegdheid over de toelating van bijzondere bromfietsen zoals de BSO-bus, Segways, en diverse lichte elektrische voertuigen wordt overgedragen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat naar de Dienst Wegverkeer (RDW). Deze wijziging is bedoeld om een meer technisch en onafhankelijk oordeel te waarborgen bij de beoordeling van deze voertuigen.

Deze ontwikkeling is een onderdeel van een bredere beweging naar het bevorderen van duurzame en innovatieve transportoplossingen, met de RDW die een centrale rol speelt in het waarborgen van veiligheid en betrouwbaarheid.

Vanaf 1 januari 2024 gelden nieuwe regels voor vliegen met drones in de open categorie en de specifieke categorie.

Op het gebied van drones introduceert het ministerie eveneens nieuwe regels die in lijn zijn met Europese standaarden. Vanaf 1 januari 2024 is het voor nieuwe drones verplicht om te beschikken over een Europees Cx-veiligheidskeurmerk. Dit label, variërend van C0 tot C4, biedt garanties over de veiligheid en betrouwbaarheid van de drone.

Drones zonder Cx-label, aangeschaft voor 1 januari 2024, mogen alleen gebruikt worden in de open subcategorieën A1 of A3, waarbij striktere regels gelden voor de afstand tot mensen, dieren, en gebouwen. Bovendien is er een vereiste dat deze drones op afstand identificeerbaar moeten zijn, bijvoorbeeld via wifi- of bluetoothsignalen die informatie over de bestuurder uitzenden.

Klanten die na 1 januari 2024 een drone kopen, ontvangen informatie over de specifieke regels en veiligheidsvoorschriften die gelden voor het Cx-label van hun drone. Eigenaren van drones die voor deze datum zijn aangeschaft, worden aangeraden de ‘UAS with C-Class Markings’ tabel te raadplegen om te zien of hun drone in aanmerking komt voor een Cx-label.

Urban Air Mobility Hub op High Tech Campus Eindhoven

De UAM Hub op de Campus brengt ontwikkelaars van stedelijke mobiliteitsoplossingen samen met strategische partners die werken aan innovaties op het gebied van Urban Air Mobility voor de stad van de toekomst.

Onlangs is op High Tech Campus Eindhoven een nieuwe Urban Air Mobility (UAM) Hub gelanceerd. Deze geavanceerde hub is voortgekomen uit het succesvolle Flying Forward 2020 (FF2020) project en speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van een testlocatie voor stedelijke drones: Beyond Visual Line Of Sight (BVLOS), evenals een open innovatie-ecosysteem voor Urban Air Mobility.

“De recente Europese drone-regelgeving opent een breed scala aan mogelijkheden voor het gebruik van drones in diverse stedelijke toepassingen, zoals bezorging, beveiliging en inspectie. Met de UAM Hub helpen we organisaties om deze nieuwe kansen te benutten en drones te integreren in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Dit realiseren we door middel van innovatieve samenwerkingsprojecten met technologieontwikkelaars en belanghebbenden in het stedelijk luchtruim. Deze aanpak is uniek binnen de huidige dronewereld.”

Ted van Hoof, Program Manager Urban Air Mobility Hub.

De UAM Hub op de Campus brengt ontwikkelaars van stedelijke mobiliteitsoplossingen samen met strategische partners die werken aan innovaties op het gebied van Urban Air Mobility voor de stad van de toekomst. Bovendien worden er eindgebruikers betrokken bij het integreren van Urban Air Mobility in diverse toepassingen op het gebied van beveiliging, inspectie en bezorging. Dit nieuwe, veelbelovende innovatieve cluster maakt gebruik van de testlocatie op High Tech Campus Eindhoven om drone toepassingen te testen en te ontwikkelen.

Drone demo op High Tech Campus Eindhoven.

“Op de Campus hebben de diverse innovatiehubs (zoals het AI Innovation Center en de 5G hub Eindhoven) inmiddels hun waarde bewezen als een succesvolle aanjager van Open Innovatie. Deze hubs bevorderen samenwerking, kennisdeling en gezamenlijke projecten, en bieden tevens de essentiële infrastructuur. We verwelkomen de UAM Community met trots op onze Campus, omdat we geloven in de toekomst van deze opkomende industrie en we daarvoor de perfecte voedingsbodem kunnen bieden.”

Paul van Son, Innovation Manager High Tech Campus Eindhoven.

Tijdens het lanceringsevenement werd de Urban Air Mobilitiy Hub officieel aangekondigd en werden er 11 drone demonstraties getoond, waaronder:

  • Aerovision: Bereid uw bedrijf voor op de toekomst met behulp van kunstmatige intelligentie (A.I.)
  • Senhive: Real-time detectie voor veiligere vluchten
  • Altitude Angel: Guardian UTM (Unmanned Traffic Management)
  • Nimo Drone Security: Spyder controle
  • technology: Het Nederlandse drone-ecosysteem
  • Soliton Systems, VodafoneZiggo & 5G Hub: Een 5G-verbonden auto
  • Aero Team Eindhoven: De toekomst van drones in Virtual Reality (V.R.)
  • Droneland & Airhub: DJI M30T-Dock en vlootbeheersysteem
  • DroneQ: Geavanceerde dronebezorging
  • Avular: Drones voor industriële inspectie
  • Flyvercity: 5G-verkeersbeheerdiensten

“Innovatie en duurzaamheid staan bij Trigion hoog in het vaandel. Onze betrokkenheid bij het Urban Air Mobility Hub-initiatief is daar een mooi voorbeeld van. Interessant om vanuit deze samenwerking te ontdekken hoe de inzet van drones waarde kan toevoegen aan onze dienstverlening.”

Johnny van den Bliek, Klantmanager Trigion.

Volgens Lydia Peeters kunnen slimme drones de verkeersveiligheid verbeteren

“Moordstrookjes moeten definitief uit woordenboek verdwijnen.”

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters heeft van de fiets een echte topprioriteit gemaakt in haar beleid. Drones kunnen volgens Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Peeters onze VeloVeiligheid verbeteren. Daarbij denkt men aan het opsporen van conflictsituaties nog vóór er slachtoffers vallen. 

In situaties met veel verkeer of bij grote evenementen, zoals fietsraces, kunnen drones worden gebruikt om de situatie in real-time te bewaken. Ze kunnen potentieel gevaarlijke situaties identificeren voordat ze zich voordoen en waarschuwingen doorgeven aan de relevante autoriteiten of deelnemers.

Uiteraard kunnen drones zeker bijdragen aan de veiligheid van fietsers op de weg. Drones kunnen worden gebruikt om verkeerspatronen en gedragingen van automobilisten te observeren. Deze informatie kan worden gebruikt om gevaarlijke wegen en kruispunten te identificeren, evenals tijdstippen waarop het risico voor fietsers het grootst is. Op basis van deze gegevens kunnen stadsplanners passende maatregelen nemen, zoals het verbeteren van de infrastructuur of het aanpassen van verkeerslichten.

fietsveiligheid

Drones kunnen worden gebruikt om educatieve video’s te maken over fietsveiligheid. Deze kunnen realistische scenario’s tonen en uitleggen hoe fietsers veilig kunnen blijven op de weg. Het gebruik van drones voor deze doeleinden zou echter wel regelgeving en privacyoverwegingen met zich meebrengen. Daarnaast zou het nodig zijn om systemen op te zetten voor het effectief beheren en interpreteren van de verzamelde gegevens.

“We werken hard op het terrein en de realisaties worden stilaan zichtbaar. Kwaliteitsvolle infrastructuur is een basisvereiste voor veilig fietsverkeer en daarom moeten we ernaar streven om het investeringsritme van jaarlijks minimaal 300 miljoen euro aan te houden. Kortom: de hoge financiële injecties willen we verankeren in de toekomst. Het ambitieuze fietsbeleid mag niet stoppen na deze legislatuur. We hebben de lat hoog gelegd inzake fietsinfrastructuur en die lat moet hoog blijven liggen of zelfs hoger komen te liggen. Weg met ‘moordstrookjes’ en ‘nietspaden’, liever vandaag dan morgen.”

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters

fietsbeleidsplan

Het vorige fietsbeleidsplan dateert uit 2016 en is achterhaald. Voor Lydia Peeters (Open Vld) moeten ‘moordstrookjes’ definitief uit het woordenboek verdwijnen. Nog nooit werd er zoveel geïnvesteerd in fietsinfrastructuur als onder Minister Peeters. Deze legislatuur maakt Peeters maar liefst 1,4 miljard euro vrij voor veilige en comfortabele fietspaden. In 2017 werd er bijvoorbeeld net iets meer dan 100 miljoen euro geïnvesteerd. Alleen al in 2023 gaat het om 446 fietswerven op en langs onze gewestwegen. Daarnaast ondersteunt deze Vlaamse regering onder impuls van Minister Peeters ook de provincies en lokale besturen bij het uitvoeren van hun fietsambitie.

De Minister wil tegen 2040 elk jaar minstens 125 gevaarlijke kruispunten aanpakken, dat stelt zij in haar Fietsambitie en het meest innovatieve plan, de drones die via het MIA-project (Mobiliteit Innovatief Aanpakken) zijn ingezet om op korte termijn gevaren in het verkeer te neutraliseren, zijn technologie die alles beter in kaart moeten brengen. Voor sommigen roept de naam ‘slimme drones’ al vragen op. De beelden van de camera’s die via de drones worden ontvangen moeten door mensen worden geanalyseerd. “De gevaarlijke verkeerssituaties brengen we al 50 jaar in kaart, het probleem is dat we ze maar zelden ‘slim’ oplossen.”, twittert Herman Willemse in een reactie op het plan. 

Toch leren we van de proefprojecten waarbij de toestellen boven potentieel gevaarlijke punten de lucht in worden gestuurd en sporen conflictsituaties op nog vóór er slachtoffers vallen. De opbrengst ervan is enorm: “Op bijzonder korte tijd kunnen we verkeerssituaties in kaart brengen, beoordelen en potentiële conflicten proactief aanpakken”, zegt verkeersexpert Tom Brijs (UHasselt).

Foto: Lydia Peeters – Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

In haar Fietsambitie benadrukt minister Peeters dat verdere investeringen absoluut nodig zijn en blijven. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om zich met de fiets te verplaatsen. Daarom is het de ambitie dat in 2040 elke Vlaming toegang heeft tot een (deel)fiets en dat iedereen – ongeacht leeftijd, gender, sociale klasse, cultuur of gezondheid – zich veilig en comfortabel voelt op de fiets.

“Dataverzameling, innovatie en experiment zijn cruciaal voor een grensverleggend fietsbeleid. Door vandaag te experimenteren met slimme technologieën en nieuwe materialen, bouwen we aan een écht ambitieuze toekomst voor de fiets”, zegt minister Peeters.

De technologie is ondertussen toegepast op drie zogenaamd grijze knelpunten; plaatsen waar niet meteen ongevallen voorkomen, maar waar weggebruikers zich toch niet veilig voelen. De Schoolstraat in Beringen is daar één van. Daar werd de drone tweemaal de lucht in gestuurd, in de ochtendpiek en ‘s avonds. De dronebeel­den leggen ook draai- en keerproble­men bloot, oversteek­ge­drag of parkings die als kortere weg dienst doen. 

De resultaten werden volgens HLN ondertussen met de stad Beringen en het Agentschap Wegen en Verkeer besproken én de eerste aanpassingen werden al doorgevoerd, meldt het kabinet-Peeters. Zo werd de oversteekplaats voor kinderen opgeschoven, zodat die “meer in de lijn ligt met de natuurlijke looplijnen” en werd een kleine zijstraat afgesloten.

Wetsvoorstel Cameratoezicht Douane naar de Kamer

De douane heeft in de eerste plaats de taak toezicht te houden op het internationale
handelsverkeer van de Europese Unie.

Het is van belang te benadrukken dat het douanetoezicht en de douanecontrole gericht zijn op goederen en niet op personen. De douane focust primair op aanwezigheid en beweging van goederen. Om smokkel en de daarmee samenhangende ondermijnende criminaliteit tegen te gaan, zet de Douane steeds vaker camera’s en drones in. Om de grondslag voor het gebruik van deze camerabeelden te verstevigen, heeft staatssecretaris van Financiën Aukje de Vries (Toeslagen en Douane) een wetsvoorstel over verwerking van persoonsgegevens bij de Douane naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Douane zet op diverse plekken camera’s in ten behoeve van haar toezicht. Dan gaat het bijvoorbeeld om havens en luchthavens. De laatste tijd gebruikt de Douane ook steeds vaker drones. Drones worden onder andere gebruikt voor het herkennen van uithalers: mensen die illegaal drugs uit containers in de haven halen. Op de camerabeelden kunnen persoonsgegevens voorkomen, zoals kentekens. Daarom wil de staatssecretaris de grondslagen, waarborgen en randvoorwaarden voor het gebruik van deze camerabeelden verder versterken.

Voertuigen van de Nederlandse douane, als onderdeel van het ministerie van Financiën

De Douane zet op diverse plekken camera’s in ten behoeve van haar toezicht. Dan gaat het bijvoorbeeld om havens en luchthavens. De laatste tijd gebruikt de Douane ook steeds vaker drones.

Ten behoeve van deze toezichtstaken kan de douane controlemaatregelen nemen. In dat kader maakt de douane onder andere gebruik van vaste en mobiele camera’s. Daarbij kunnen ook persoonsgegevens worden verwerkt. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer die alsdan wordt gemaakt is aanleiding voor dit wetsvoorstel. Dit voorstel voorziet namelijk in de opname in de Algemene douanewet (Adw) van expliciete grondslagen, waarborgen en randvoorwaarden voor het gebruik van camera’s wanneer persoonsgegevens, waaronder in een specifieke situatie bijzondere persoonsgegevens, worden verwerkt.

Ook voorziet het wetsvoorstel in een grondslag voor nadere regels die in een algemene maatregel van bestuur moeten worden gesteld ter verzekering van de juiste uitvoering en toepassing van de wetsbepalingen met betrekking tot het gebruik van
camera’s wanneer er persoonsgegevens worden verwerkt. Daarmee draagt het wetsvoorstel bij aan transparantie en bevordert het de rechtszekerheid van de betrokkenen. 

In het wetsvoorstel is geen voorstel tot aanpassing van de Douane- en Accijnswet BES opgenomen. Mocht hiertoe behoefte blijken te bestaan, dan zal dit door middel van een separaat wetsvoorstel worden voorgelegd. Opgemerkt wordt dat een dergelijk wetsvoorstel anders vormgegeven moet worden, aangezien het recht van de Europese Unie ter zake niet van toepassing is op de BES.

Verbod voor drones in Zandvoort tijdens Formule 1

Dit weekend is het weer zover, de Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix 2022 op het circuit van Zandvoort. Wereldberoemde coureurs zoals onze eigen Max Verstappen zullen tijdens deze Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix 2022 strijden om de eerste prijs. Gierende banden en ronkende motoren, fans kunnen hun hart weer ophalen tijdens dit evenement. Dit zal een enorme toestroom van fans naar het circuit met zich meebrengen. Vorig jaar was het ook een groot succes toen de Formule 1 na 36 jaar weer terug was in Zandvoort.

Dit jaar zal het ook weer een spektakel worden, met verschillende optredens van artiesten. De wereldberoemde DJ Afrojack zal samen met dj-duo DubVision op zondag 4 september de Official Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix Song 2022 ten gehore brengen. Ook zal er een spectaculaire show gegeven worden voorafgaand aan de race. Onder andere artiesten zoals DJ La Fuente, Kris Kross Amsterdam, Lucas en Steve, STUK, Emma Heesters, Antoon en Floor Jansen zullen dit weekend optreden. De badplaats zal weer op zijn kop worden gezet.

De gemeente is al maanden druk met voorbereidingen zoals parkeerbesluiten en doorlaatbewijzen rondom de Formule 1. De burgermeester van Zandvoort heeft een noodverordening afgekondigd voor de Formule 1. In deze noodverordening is het verboden om een drone bij je te hebben in de gemeente Zandvoort van 1 tot en met 4 september. Het luchtruim boven Zandvoort is gesloten voor drones. Dit omdat het vliegen met drones hier een gevaar vormt voor de veiligheid van het luchtverkeer, de bezoekers van de Formule 1 en de inwoners.

Grootschalige herziening van het luchtruim

Een grootschalige herziening is nodig voor efficiënter gebruik van het luchtruim en beperking van hinder en uitstoot. Veiligheid staat daarbij voorop. Nieuwe gebruikers zoals drones krijgen een plek. In “de Ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening” geven minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) en staatssecretaris Visser (Defensie) aan hoe het Nederlandse luchtruim klaar is voor de toekomst.

Kern van deze herziening is dat door nauwere samenwerking tussen de burger- en militaire luchtvaart de ruimte in het luchtruim veel efficiënter kan worden benut. Dit leidt tot kortere ‘snelwegen’ in de lucht en kortere routes van en naar de luchthavens. Dit zorgt voor minder brandstofverbruik en CO2-en stikstofuitstoot. Door sneller te klimmen en te dalen neemt ook de hinder op de grond af.

Een onafhankelijk opgesteld milieueffectrapport laat zien dat er, met de huidige inzichten, positieve effecten zijn te verwachten van de grotere capaciteit van het luchtruim. Door het vliegverkeer op een nieuwe manier af te wikkelen, kan een beperking van het geluidsprofiel op de grond (ordegrootte 20%), vermindering van CO2- en stikstofemissies (circa 8% minder brandstofverbruik per vlucht) en reductie van de vliegtijd (circa 9%) ontstaan, in combinatie met een verruiming van de capaciteit in het luchtruim. De precieze effecten hangen af van de verdere uitwerking die tot en met 2023 plaatsvindt.   

De belangrijkste onderdelen van het nieuwe luchtruim:

  • Herinrichting van het (zuid)oostelijke deel van het Nederlandse luchtruim. Dat geeft ruimte om de luchthavens van Schiphol, Rotterdam-Den Haag en Lelystad beter bereikbaar te maken met directe, kortere routes. Dat beperkt de CO2-uitstoot.
  • Herinrichting van het naderingsgebied voor Schiphol zodat vliegtuigen op vaste routes continu kunnen klimmen en dalen. Daardoor kunnen ze luchthavens hoger aanvliegen en zijn ze ook eerder op grotere hoogte wanneer ze vertrekken. Dat vermindert de hinder op de grond.
  • Uitbreiding van het bestaande militaire oefengebied in het noorden van Nederland waardoor een oefengebied in het zuid-oostelijke deel kan komen te vervallen. Hierdoor kan het vrijgekomen deel worden ingericht voor civiel luchtverkeer en kan in het noorden goed worden geoefend met de nieuwe generatie gevechtsvliegtuigen, zoals de F-35. Het streven is om dit oefengebied onderdeel te maken van een grensoverschrijdend oefengebied met Duitsland.
  • Stapsgewijze vernieuwing van de afhandeling van het luchtverkeer. Dit gaat vooral over het zoveel mogelijk continu klimmen en dalen, en het vliegen volgens vaste en kortere routes. Daarmee kan de CO2-uitstoot en geluidhinder op de grond worden beperkt.

Met de ontwerp-Voorkeursbeslissing heeft het kabinet de hoofdlijnen voor het nieuwe Nederlandse luchtruim vastgesteld. Voor dit besluit start vandaag een zienswijzeprocedure. De verdere uitwerking vindt dit en volgend jaar plaats. Bij dit proces worden de luchtruimgebruikers, provincies, gemeenten, maatschappelijke en bewonersorganisaties nauw betrokken. De herziening wordt vanaf 2023 stap voor stap doorgevoerd. Dit meldde de rijksoverheid onlangs middels bovenstaand bericht op hun website.

Lees ook: Spoedwet verplichte PCR-test voor risicogebied

Kabinet ziet drones innovatie als mogelijke dreiging

De focus van de Amsterdam Drone Week (ADW) lag dit jaar op nieuwe ontwikkelingen in de dronetechnologie en het tonen van de kansen die deze ontwikkelingen bieden voor maatschappelijke vooruitgang, zoals slimme mobiliteit en duurzaamheid. Tegelijkertijd was er ook aandacht voor de mogelijke risico’s die kunnen voortvloeien uit het gebruik van drones. Die risico’s zijn veelomvattend en strekken zich uit van vliegveiligheid tot maatschappelijke dreigingen.

Misbruik van civiele drones beperken

Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok ging in gesprek met deelnemers van de ADW om de aandacht te vestigen op risico’s en alle aanwezigen oproepen om mee te denken over oplossingen waarmee we dreigingen het hoofd kunnen bieden. Met behulp van de aanwezige experts wou hij komen tot een lijst van concrete aanbevelingen over maatregelen die overheden én de industrie kunnen nemen om het risico op misbruik van civiele drones te beperken. 

“Ik hoop met deze aanbevelingen te komen tot afspraken voor de verantwoorde productie en gebruik van civiele drones, waarmee het risico op misbruik zoveel mogelijk wordt geminimaliseerd. Als deze aanbevelingen zich daartoe lenen, zal ik mij ervoor inzetten deze ook internationaal te agenderen zodat ze in zoveel mogelijk landen worden overgenomen.”, aldus een schrijven van Stef Blok na afloop aan de Kamer.

De Amsterdam Drone Week (ADW) is georganiseerd op initiatief van de Amsterdam RAI en de European Union Aviation Safety Agency (EASA). Dit internationale congres is gericht op de commerciële drone industrie en wordt georganiseerd in nauwe samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. 

Primair verantwoordelijk voor regelgeving

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is primair verantwoordelijk voor de regelgeving omtrent de inzet van civiele drones. Dit ministerie heeft een aanjagende rol gespeeld bij de ontwikkeling van nieuwe Europese regelgeving ten aanzien van civiele drones, die toeziet op veilig dronegebruik en het aankomende jaar wordt geïmplementeerd. 

Tegelijkertijd is het toezien op veilig dronegebruik een gedeelde verantwoordelijkheid van meerdere ministeries, waaronder het ministerie van Defensie, het ministerie van Justitie en Veiligheid, waaronder de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Het ministerie van Buitenlandse Zaken draagt hieraan bij door andere landen te mobiliseren om zich aan te sluiten bij gemaakte afspraken en door internationaal samen te werken om dreigingen te adresseren.

Blok wil benadrukken dat het initiatief onderdeel was van de bredere inzet van het kabinet om opvolging te geven aan de motie-Koopmans c.s. inzake de dreigingen die voortvloeien uit het gebruik van nieuwe technologieën als onderdeel van wapensystemen.

Lees ook: De winnaars van de Drone Awards 2019 zijn bekend

Drone met digitale camera

Winnaars Drone Awards 2019


Swiss Post voorlopig gestopt met medisch vervoer via drones na crash bij kinderopvang

Het bezorgen van medische producten via drones neemt bijna letterlijk een steeds hogere vlucht. In mei nog kondigde het Belgische Academische ziekenhuis in Turnhout aan een proefproject om medische monsters en medicatie te vervoeren met drones.

Swiss Post begon in juli 2015 na een pilot met commerciële bezorging van laboratoriummonsters, als sneller en duurzamer alternatief voor bezorgen via auto’s aan soms afgelegen locaties in het Alpenland. Het vervoer werd uitgevoerd door dronebouwer Matternet. De drones werden gebruikt om labmateriaal zoals teststalen snel tussen ziekenhuizen te vervoeren.

Grote voordelen zijn onder meer meer milieuvriendelijkheid en meer snelheid, vooral in afgelegen gebieden en stadscentra. Toch is Swiss Post nu voorlopig gestopt met medisch vervoer via drones. De reden is de crash van een bezorgdrone vlakbij spelende kinderen. Op termijn wil de postbezorger leveranties via drones wel hervatten.

In januari kwam er ook al een drone van Swiss Post in de problemen, maar toen kon er met behulp van een parachute nog een veilige landing worden uitgevoerd. Afgelopen mei sneed de drone de lijnen van de parachute door. Het toestel crashte vlakbij spelende kleuters van een kinderdagverblijf aldus ICT&health, het officiële kennisplatform voor zorginnovatie.

Lees ook: Amsterdam onderzoekt drone-hubs, plekken waar drones kunnen opstijgen en landen

Amsterdam onderzoekt drone-hubs, plekken waar drones kunnen opstijgen en landen

De gemeente Amsterdam onderzoekt de mogelijkheden voor drone-hubs, plekken in de stad waar drones kunnen opstijgen en landen. De onbemande apparaten kunnen bijvoorbeeld bezoekersstromen monitoren of ingezet worden als vervoersmiddel bij orgaantransplantatie. 

De gemeente werkt daarvoor samen met de RAI Amsterdam en Johan Cruijff Arena, aldus Niobe Moen van gemeente.nu, het online platform voor de lokale overheid.

Ook partijen als Waternet en het gemeentelijk vervoersbedrijf GVB schuiven aan tafel. Na de zomer beginnen ze met het verkennen van ‘kansen en mogelijkheden die de drone-technologie biedt voor de stad, inwoners en bedrijfsleven’. Het project Urban Air Mobility Demonstrator is een Europees initiatief om innovaties met drone-technologie te verkennen, om bij te dragen aan een duurzame, veiligere en beter bereikbare stad.

Mogelijkheden

Amsterdam wil met het project ontdekken hoe je als stad kan omgaan met vervoer door de lucht. Wat de gemeente betreft gaat dat vooralsnog niet over personenvervoer, maar over het transport van pakjes en toezicht. Oefenen is volgens Ger Baron, CTO van gemeente Amsterdam, van belang. ‘Hoe werkt de charging? Hoe zet je drones zo effectief mogelijk in? Moeten brandweer en politie allebei een drone hebben of kunnen ze multifunctioneel worden ingezet? Amsterdam zal waarschijnlijk een van de eerste steden zijn waar dit gaat spelen, dus zitten we graag vooraan.’