Tag archieven: regelgeving

E-step blijft achter: kentekenplicht levert nog geen revolutie op

Slechts enkele honderden geregistreerde voertuigen, markt groeit maar blijft klein in vergelijking met Europa.

De opmars van de elektrische step in Nederland verloopt stroef, ondanks nieuwe regelgeving die het gebruik op de openbare weg mogelijk maakt. Uit een analyse van RDC blijkt dat het aantal toegelaten e-steps weliswaar groeit, maar nog altijd beperkt blijft in omvang. Sinds de invoering van de kentekenplicht op 1 juli 2025 lijkt de markt nog niet echt los te komen, al zijn er volgens kenners wel tekenen van groei binnen specifieke doelgroepen.

De cijfers laten zien dat het aantal geregistreerde e-steps tussen september 2025 en het voorjaar van 2026 is toegenomen. Waar in september nog 110 toegelaten exemplaren stonden geregistreerd, liep dat aantal in december op naar 237. In februari 2026 stond de teller op 325 voertuigen en een maand later waren dat er 456. Ondanks deze stijging blijft het totaal volgens RDC bescheiden, zeker in vergelijking met andere Europese landen waar de elektrische step al veel prominenter aanwezig is in het straatbeeld.

trage groei

“De data laten zien dat de markt voor toegelaten e-steps in Nederland niet aanslaat, hoewel het wel bij sommige doelgroepen groeit”, zegt Mirjam van der Esch, commercieel manager RDC. “Voor mobiliteitspartijen, beleidsmakers en verzekeraars is het belangrijk om deze ontwikkeling op basis van registratiegegevens te kunnen volgen, gezien dit in andere Europese landen wel zichtbaar in het straatbeeld is.”

Binnen het huidige aanbod domineren met name de modellen van Kickbike. In maart 2026 waren er 414 van deze steps geregistreerd, waarmee zij veruit de grootste groep vormen. Daarnaast rijden er 40 exemplaren van de Selana Alpha rond en slechts twee van de Yedoo Mezeq. Het beperkte aantal toegelaten modellen speelt volgens insiders een rol in de trage groei. Sinds juli 2025 zijn er namelijk slechts vijf typen elektrische steps goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg in Nederland.

Vier van deze modellen vallen onder de categorie bijzondere bromfiets en vereisen een kenteken. Het gaat om de Yedoo Mezeq, de Kickbike Luxury, de Kickbike Fat Max en de Kickbike Cruise. De Selana Alpha neemt een aparte positie in met een nationale typegoedkeuring van de RDW, waardoor deze zonder dezelfde classificatie toch de weg op mag.

Hoewel de totale aantallen nog laag zijn, is er wel sprake van een toenemende instroom van nieuwe voertuigen. In april 2026 werden bijvoorbeeld 129 nieuwe Selana Alpha’s geregistreerd. Opvallend is dat deze instroom in één maand groter is dan het totale aantal geregistreerde e-steps in september 2025. Dit wijst erop dat bepaalde modellen aan populariteit winnen, ondanks de beperkte omvang van de markt als geheel.

Illustratie: © Pitane Blue – e-step

Ook de samenstelling van de gebruikersgroep geeft een interessant beeld. Particulieren vormen de grootste groep eigenaren. Van de 456 geregistreerde e-steps in maart 2026 stonden er 285 op naam van particuliere bezitters. Binnen deze groep springt vooral de leeftijdscategorie van 36 tot en met 45 jaar eruit, met 75 geregistreerde eigenaren. Daarna volgen de groepen van 56 tot en met 65 jaar met 74 eigenaren en 26 tot en met 35 jaar met 48 eigenaren.

jongere generaties

Opvallend is dat jongeren relatief weinig vertegenwoordigd zijn in de cijfers. Daarmee lijkt de elektrische step in Nederland vooralsnog geen massaal vervoermiddel onder jongere generaties, terwijl dit in andere landen juist vaak wel het geval is. Naast particuliere eigenaren zijn er ook 171 voertuigen geregistreerd onder kleinzakelijke gebruikers, wat erop wijst dat de step ook voorzichtig zijn weg vindt binnen zakelijke toepassingen.

Volgens RDC onderstrepen de cijfers dat de markt zich nog in een vroege fase bevindt. Hoewel er groei zichtbaar is, blijft het aantal toegelaten e-steps in absolute zin laag. De organisatie benadrukt dat het belangrijk is om de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen, zeker nu regelgeving, aanbod en gebruik nog volop in beweging zijn.

Reizigers voorlopig buiten schot: seks buiten het huwelijk strafbaar in Indonesië

Indonesië scherpt zedenwetten aan maar toeristen hoeven niet te vrezen.

Sinds 2 januari 2026 geldt in Indonesië een nieuw strafwetboek dat een einde maakt aan het oude, koloniale rechtssysteem. Het zogenoemde Criminal Code of KUHP bevat ingrijpende veranderingen op het gebied van zeden en moraal en heeft internationaal veel aandacht getrokken. Vooral de bepaling dat seks buiten het huwelijk strafbaar is gesteld, zorgt voor onrust en vragen, zowel binnen het land als daarbuiten. De maximale straf die hierop staat, bedraagt één jaar gevangenisstraf. Daarnaast kan ook ongehuwd samenwonen worden bestraft, met een mogelijke celstraf tot zes maanden.

strafrecht

De invoering van het nieuwe wetboek wordt door de Indonesische regering gepresenteerd als een noodzakelijke modernisering van de wetgeving. Het oude strafrecht stamde nog uit de Nederlandse koloniale tijd en werd door beleidsmakers gezien als achterhaald en onvoldoende passend bij de huidige Indonesische samenleving. Volgens de autoriteiten weerspiegelt het nieuwe wetboek beter de conservatieve maatschappelijke normen en waarden die in grote delen van het land leven. Tegelijkertijd hebben mensenrechtenorganisaties en vertegenwoordigers uit de toeristische sector hun zorgen geuit over de mogelijke gevolgen.

Belangrijk detail in de nieuwe regelgeving is dat de bepalingen rond seks buiten het huwelijk en ongehuwd samenwonen klachtgebonden zijn. Dat betekent dat vervolging alleen mogelijk is wanneer een directe familierelatie aangifte doet. Hierbij gaat het om een echtgenoot of echtgenote, ouders of kinderen. Derden hebben geen enkele bevoegdheid om een zaak te starten. Hotelmedewerkers, buren, collega’s of andere burgers kunnen dus geen melding doen die tot vervolging leidt. Zonder formele klacht van een familielid kan het Openbaar Ministerie geen actie ondernemen.

relatiestatus

Voor toeristen lijkt het risico daardoor in de praktijk beperkt. Reizigers verblijven vaak kort in het land en hebben doorgaans geen familieleden ter plaatse die aangifte zouden kunnen doen. Bovendien zijn hotels niet verplicht om huwelijksakten te controleren of gasten te ondervragen over hun relatiestatus. Dat neemt niet weg dat er geen expliciete uitzonderingspositie bestaat voor buitenlanders. Wie zich op Indonesisch grondgebied bevindt, valt onder de Indonesische wet, ongeacht nationaliteit of verblijfsduur.

Foto: © Pitane Blue –
Hotel Receptie Jakarta

De internationale onrust richt zich dan ook vooral op de perceptie van de nieuwe regels. In veel buitenlandse media wordt gesproken over een streng en moralistisch wetboek dat een rem zou kunnen zetten op het toerisme. Ondernemers in populaire bestemmingen vrezen dat potentiële bezoekers worden afgeschrikt door de gedachte dat privégedrag strafbaar kan zijn. Tegelijkertijd benadrukken Indonesische autoriteiten dat de wet niet bedoeld is om toeristen te viseren, maar om een juridisch kader te bieden dat aansluit bij de waarden van de samenleving.

handhaving

Binnen Indonesië zelf lopen de meningen uiteen. Voorstanders zien het nieuwe strafwetboek als een stap richting meer nationale identiteit en culturele zelfbeschikking. Critici wijzen erop dat de regels ruimte laten voor misbruik en sociale druk binnen families. De overheid probeert die zorgen te temperen door te wijzen op het klachtgebonden karakter van de wet en de beperkte mogelijkheden tot handhaving zonder aangifte.

Ondanks alle discussie blijft de praktische impact voor buitenlandse bezoekers voorlopig gering. Deskundigen benadrukken dat het verstandig is om bewust te zijn van de lokale wetgeving en respect te tonen voor culturele gevoeligheden tijdens een verblijf in Indonesië. De nieuwe regels vragen vooral om begrip van de maatschappelijke context waarin zij zijn ingevoerd, terwijl massale vervolging van toeristen als onwaarschijnlijk wordt beschouwd.

Europa: AI-regels verstikken innovatie en zetten toekomst van mobiliteit op het spel

Europa is goed op weg om de eigen mobiliteit met strikte AI-regelgeving dwars te zitten en mist alle technologische voorsprong.

De Europese lidstaten lijken vastbesloten om kunstmatige intelligentie (AI) te reguleren tot de innovatie eruit verdwijnt, terwijl China en de Verenigde Staten zich positioneren als wereldleiders op dit gebied. De Europese Unie presenteert haar wetgeving als een beschermingsmechanisme voor burgers en bedrijven, maar in werkelijkheid dreigt het een blok aan het been te worden voor technologische vooruitgang en economische groei. Vooral de impact op mobiliteit en transport kan rampzalig uitpakken als Europa zijn strikte regelgeving blijft doorduwen.

van regulering naar stagnatie

Terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven in rap tempo AI integreren in zelfrijdende voertuigen, logistieke systemen en transportinfrastructuur, legt Europa steeds meer beperkingen op. De AI Act, een wet die de risico’s van kunstmatige intelligentie wil inperken, wordt gepresenteerd als een noodzakelijke bescherming, maar brengt juist innovatieve sectoren in gevaar. In de mobiliteitsbranche betekent dit dat Europese autofabrikanten en techbedrijven minder vrijheid krijgen om autonome voertuigen te ontwikkelen en testen.

Tesla en Waymo testen al jaren in de VS met zelfrijdende taxi’s, terwijl China experimenteert met grootschalige AI-gestuurde verkeerssystemen. Europa daarentegen blijft steken in ethische discussies en regelgeving, waardoor bedrijven niet de ruimte krijgen om te innoveren. De focus ligt niet op het creëren van een concurrerende markt, maar op het minimaliseren van risico’s – met als gevolg dat Europese bedrijven achterblijven en afhankelijk worden van buitenlandse technologie.

mobiliteit onder druk

Zelfrijdende auto’s, slimme verkeerslichten en geautomatiseerd openbaar vervoer kunnen het Europese verkeer efficiënter en veiliger maken. Minder files, lagere CO₂-uitstoot en minder verkeersongelukken zijn haalbare doelen met AI-technologie. Maar als Europese regelgeving strikter is dan elders in de wereld, dan zullen bedrijven ervoor kiezen om hun innovaties buiten Europa te testen en uit te rollen.

Nederlandse en Duitse autofabrikanten, ooit koplopers in technologie en innovatie, waarschuwen al langer voor de gevolgen van strikte regelgeving. Volkswagen en BMW investeren steeds vaker in AI-technologie buiten Europa, waar minder juridische beperkingen gelden. Dat is niet alleen een verlies voor de Europese economie, maar ook voor de burgers, die langer moeten wachten op de voordelen van AI in transport.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De keuze is simpel: of Europa blijft een speler op het wereldtoneel, of het wordt een afnemer van buitenlandse innovaties en verliest de controle over zijn eigen mobiliteit.

De Europese Commissie verdedigt haar regelgeving met de bewering dat strikte controle nodig is om misbruik en ethische problemen te voorkomen. Maar deze benadering negeert de wereldwijde realiteit: AI blijft zich ontwikkelen, ongeacht Europese beperkingen. Het enige verschil is dat Europese bedrijven geen leiderschapsrol krijgen en dat technologische vooruitgang elders plaatsvindt.

China en de VS hanteren een pragmatische aanpak. Ze erkennen de risico’s van AI, maar begrijpen dat het uitsluiten van innovatie hen op achterstand zou zetten. Europa daarentegen lijkt vast te houden aan een moreel superieur standpunt, zonder rekening te houden met de economische en strategische gevolgen.

Europese mobiliteit op het spel

Als Europa zijn concurrentiepositie wil behouden, moet het niet alleen reguleren, maar ook actief investeren in AI-ontwikkeling. De toekomst van mobiliteit hangt af van geavanceerde technologieën die verkeersstromen optimaliseren, auto’s veiliger maken en logistieke processen efficiënter laten verlopen. Dat kan alleen als er ruimte is voor experiment en innovatie.

In plaats van een verstikkend reguleringsbeleid, zou Europa een slimme balans moeten vinden tussen toezicht en stimulering. Overheden moeten investeren in AI-onderzoek, samenwerking tussen techbedrijven en autofabrikanten bevorderen en testfaciliteiten creëren waar nieuwe technologieën veilig kunnen worden ontwikkeld.

Zonder deze omslag dreigt Europa zijn technologische voorsprong definitief kwijt te raken. In een wereld waar AI de sleutel is tot economische en geopolitieke macht, kan het continent zich geen afwachtende houding meer permitteren. 

Europa’s bizarre ritdeelregels: chauffeurs rijden kilometers zonder passagiers

Zijn problemen waar ritdeelbedrijven tegenaan lopen zijn te wijten zijn aan hun eigen keuze om zich te profileren als “ride hailing“ in plaats van als taxi’s, waardoor ze proberen de strengere taxiwetgeving te omzeilen?

De huidige regelgeving in Europa rond ritdelen en de daarmee samenhangende mobiliteitsdiensten blijft de gemoederen bezighouden. De president van Bolt, Jevgeni Kabanov, deelde onlangs enkele opmerkelijke en schokkende voorbeelden van wetgeving die volgens hem dringend aan herziening toe zijn. Zijn boodschap, geplaatst op sociale media, trok meteen de aandacht en leidde tot een levendige discussie onder diverse professionals.

lege rit

Kabanov noemde als voorbeeld Duitsland, waar chauffeurs van ritdeelbedrijven verplicht zijn om een “lege rit” terug naar de garage te maken als ze niet meteen opnieuw geboekt worden. Dit betekent dat er onnodige kilometers worden afgelegd, wat zowel economisch als ecologisch nadelig is. In Spanje zijn er in de regio’s Catalonië en Andalusië minimale eisen gesteld aan de afmetingen van ritdeelvoertuigen, waardoor kleinere en vaak zuinigere auto’s niet meer in aanmerking komen. Misschien wel het meest bizarre voorbeeld komt uit Griekenland, waar de minimale huurperiode voor een ritdeelvoertuig drie uur bedraagt, zelfs als de werkelijke rit slechts twintig minuten duurt.

Kabanov wees erop dat deze regels niet zomaar anekdotes zijn, maar de harde realiteit voor miljoenen Europeanen. Hij stelt dat verouderde regelgeving obstakels creëert en onzekerheid veroorzaakt voor zowel chauffeurs als passagiers in veel EU-landen. Volgens hem is er dringend behoefte aan een EU-brede, uniforme aanpak voor gedeelde stedelijke mobiliteit, iets waar Bolt zich sterk voor wil blijven maken.

Foto: gevolg van de Europese regelgeving en lokale regels.

De post van Kabanov lokte verschillende reacties uit, waaronder die van Azarel Chamorro, die opmerkte dat veel van deze regels waarschijnlijk achterhaald zijn en gemakkelijk kunnen worden omzeild. Hij benadrukte dat het belangrijk is om deze regelgeving vanuit alle perspectieven te bestuderen, inclusief de impact op arbeidsmodellen. 

Chamorro ziet ritdelen als een logische volgende stap in de evolutie van taxi’s, maar waarschuwt dat een ongecontroleerd aanbod, prijszetting en gig-economiemodellen kunnen leiden tot aanzienlijke economische en maatschappelijke verliezen. Hij riep beleidsmakers op om deze factoren mee te nemen in hun overwegingen, zoals de verantwoordelijkheid van chauffeurs om hun eigen voertuigen te beheren en hun eigen sociale verzekeringen te betalen.

democratische processen

Zahhar Kirillov, Agile Delivery Manager bij EPAM Systems, plaatste kanttekeningen bij het voorstel van Kabanov voor een EU-brede aanpak. Hij merkte op dat de democratische processen in elk land leiden tot wetgeving die is afgestemd op de specifieke problemen en wensen van die samenleving. Hoewel sommige regels misschien dom klinken, worden ze vaak aangenomen na uitgebreide overwegingen en meerdere stemrondes. Kirillov wees erop dat een uniforme aanpak zoals voorgesteld door Kabanov zou kunnen leiden tot nieuwe, wellicht even onpraktische voorschriften.

Foto: © Pitane Blue –
Startup Grind – Jevgeni Kabanov

De Bolt-president pleit voor uniforme Europese regels, “ride hailing“ versus taxiwetgeving: wie wint de strijd om de weg in Europa?

Steven Harrod, Associate Professor aan de Technische Universiteit van Denemarken, bracht nog een ander perspectief naar voren. Hij suggereerde dat de problemen waar ritdeelbedrijven tegenaan lopen te wijten zijn aan hun eigen keuze om zich te profileren als “ride hailing“ in plaats van als taxi’s, waardoor ze proberen de strengere taxiwetgeving te omzeilen. Volgens Harrod zouden deze regels niet gelden voor taxi’s, wat de vraag oproept of ritdeelbedrijven niet beter zouden kunnen voldoen aan de bestaande taxiregels in plaats van te pleiten voor nieuwe, op maat gemaakte wetgeving.

debat

Deze discussie onderstreept de complexiteit van de regulering van gedeelde mobiliteit in Europa. Aan de ene kant is er de noodzaak om verouderde en soms onlogische regels te herzien, terwijl aan de andere kant de gevolgen van deregulering en de invoering van nieuwe modellen zorgvuldig moeten worden overwogen. Het debat tussen innovatie en regulering blijft actueel, waarbij de belangen van bedrijven, chauffeurs, en passagiers zorgvuldig moeten worden afgewogen.

Internetconsultatie: taxiondernemers krijgen inspraak in invoering centrale database

Door vertraging in het wetgevingstraject is de inwerkingtreding van de Centrale Database Taxivervoer (CDT) verschoven naar 1 juli 2025. De vertraging van de inwerkingtreding heeft geen consequenties voor de 2e praktijktoets.

De overheid zet een belangrijke stap in de modernisering van het toezicht op de taxibranche met de introductie van de Centrale Database Taxivervoer (CDT). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een internetconsultatie geopend waarin het publiek en belanghebbenden hun mening kunnen geven over de voorgestelde wijzigingen in het ‘Besluit Personenvervoer’ en het ‘Arbeidstijdenbesluit vervoer’. Deze wijzigingen zijn bedoeld om het toezicht op arbeids- en rusttijden in de taxibranche te verbeteren en de handhaving effectiever te maken.

De huidige regelgeving schrijft voor dat taxiondernemers gegevens moeten verzamelen en bijhouden via een boordcomputer taxi (BCT). Hoewel dit systeem bedoeld is om toezicht te houden op naleving van rij- en rusttijden, blijkt het in de praktijk niet optimaal te functioneren. Zowel taxiondernemers als de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ervaren problemen met de efficiëntie en effectiviteit van de BCT. De gegevens die met de boordcomputer worden verzameld, zijn vaak moeilijk toegankelijk en de handhaving van de regels is daardoor complex en tijdrovend.

Om deze problemen aan te pakken, stelt het ministerie nu een nieuwe systematiek voor waarbij gegevens niet langer lokaal worden opgeslagen in een boordcomputer, maar centraal worden verzameld in de Centrale Database Taxivervoer (CDT). Deze centrale dataverzameling maakt het mogelijk om realtime gegevens over rij- en rusttijden direct te delen met de ILT. Het ministerie benadrukt dat deze nieuwe aanpak vormvrij is, wat betekent dat de taxiondernemers de gegevens op verschillende manieren kunnen aanleveren, zolang ze maar voldoen aan de eisen van het ministerie.

De wijziging van de regelgeving is gebaseerd op onderzoek waaruit blijkt dat een digitale, centrale aanpak de meest effectieve manier is om toezicht te houden op de naleving van de regels. Door het real-time delen van gegevens met de ILT kan de inspectie sneller en gerichter optreden tegen overtredingen. Dit zou niet alleen de handhaving moeten verbeteren, maar ook de administratieve lasten voor taxiondernemers moeten verminderen.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

Naast de conceptregeling voor de CDT heeft het ministerie ook een beleidskompas en een beoordeling van data beveiliging en impact opgesteld. Deze documenten bieden een kader voor hoe de CDT moet functioneren en welke waarborgen er zijn voor de privacy en de veiligheid van de gegevens. De internetconsultatie biedt een platform voor feedback op alle aspecten van de regeling, inclusief deze technische en juridische waarborgen.

Belanghebbenden en geïnteresseerden kunnen tot en met 13 oktober 2024 hun mening geven over de voorgestelde veranderingen. Een belangrijke vraag in de consultatie is welke impact de nieuwe regeling zal hebben op de organisatie van taxiondernemingen. Het ministerie lijkt zich ervan bewust dat de invoering van de CDT veranderingen met zich mee zal brengen, en is daarom benieuwd naar de verwachtingen en zorgen van de sector.

Met deze internetconsultatie wil het ministerie ervoor zorgen dat de nieuwe regelgeving niet alleen effectief is, maar ook breed wordt gedragen door de sector. De reacties die binnenkomen, zullen worden meegenomen in de verdere uitwerking van de regelgeving. Het uiteindelijke doel is een systeem dat de naleving van de arbeids- en rusttijden in de taxibranche beter waarborgt, zonder de administratieve druk op ondernemers onnodig te verhogen.

uitgesteld

De wettelijke introductie van de Centrale Database Taxivervoer (CDT) is vertraagd. De nieuwe regelgeving zou oorspronkelijk eerder in werking treden, maar vanwege complicaties rondom de Data Protection Impact Assessment (DPIA) is de invoering nu verschoven naar uiterlijk 1 juli 2025. Dit uitstel heeft te maken met de noodzaak om de privacyrisico’s die gepaard gaan met de verwerking van taxivervoergegevens grondig te evalueren en te mitigeren.

De Centrale Database Taxivervoer (CDT) is bedoeld om gegevens, waaronder persoonsgegevens van taxichauffeurs, centraal op te slaan bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Deze centrale registratie moet ervoor zorgen dat er beter toezicht gehouden kan worden op naleving van de arbeids- en rusttijden in de taxibranche. De gegevens die verzameld worden, zullen real-time worden aangeleverd, wat de inspectie in staat stelt sneller en effectiever op te treden tegen overtredingen.

Echter, omdat de CDT ook gevoelige persoonsgegevens verzamelt, is de overheid verplicht om vooraf de privacyrisico’s te analyseren via een DPIA. Dit is een wettelijk vereiste voor projecten waarin persoonsgegevens op grote schaal worden verwerkt, en het doel ervan is om de risico’s voor de betrokkenen zo klein mogelijk te maken. De ILT heeft laten weten dat deze beoordeling uiterst zorgvuldig wordt uitgevoerd en dat dit proces extra tijd vergt.

Nieuwe richtlijnen voor watertaxi’s: ministerie reageert op OVV-rapporten

De wijzigingen in de Binnenvaartregeling en het onderzoek naar AIS-gegevens moeten ervoor zorgen dat de regels voor watertaxi’s duidelijker worden en beter nageleefd kunnen worden.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat de Binnenvaartregeling aanpassen om duidelijker te maken aan welke regels watertaxi’s zich moeten houden. Dit besluit volgt op aanbevelingen van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) naar aanleiding van twee ernstige ongevallen met watertaxi’s.

Een tragische aanvaring tussen een watertaxi en een snelboot op de Waddenzee en een botsing tussen een watertaxi en een havenrondvaartboot in Rotterdam hebben geleid tot een onderzoek door de OVV. De onderzoeksrapporten bevatten vijf aanbevelingen voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

urgentie

Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat benadrukt de urgentie van de maatregelen: “Het tragische ongeval in het Schuitengat heeft diepe sporen nagelaten bij de nabestaanden, de ooggetuigen en de hulpverleners. Bij het ongeval in Rotterdam kwamen geen mensen om het leven, maar het ongeval had desalniettemin een grote impact op alle betrokkenen. Veiligheid op onze vaarwegen is het belangrijkst. Het ministerie omarmt alle aanbevelingen van de OVV en is hier gelijk mee aan de slag gegaan.”

Op basis van de aanbevelingen is een overleg gestart tussen de betrokken partijen bij personenvervoer op de Waddenzee, waaronder Rijkswaterstaat, de Inspectie Leefomgeving en Transport, het ministerie en de sector. Deze partijen werken in drie werkgroepen aan verbeteringen op het gebied van veiligheid, handhaving, communicatie en regelgeving.

Een belangrijke aanbeveling van de OVV betreft de noodzaak voor eenduidiger wet- en regelgeving voor het bedrijfsmatig vervoeren van maximaal twaalf passagiers op het water. De huidige regels zijn niet duidelijk over welke voorschriften van toepassing zijn op watertaxi’s. Daarom worden de relevante voorschriften uit de Binnenvaartregeling aangepast zodat duidelijk is dat ze van toepassing zijn op watertaxi’s.

Foto: © Pitane Blue – Watertaxi Rotterdam DHG

Daarnaast onderzoekt het ministerie hoe gegevens van een Automatisch Identificatiesysteem (AIS) kunnen bijdragen aan de handhaving. Ook dit is een aanbeveling van de OVV. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheden en voorwaarden voor het gebruik van AIS-gegevens.

MSTX 21

De aanvaring in het Schuitengat op de Waddenzee vond plaats tussen de snelboot Tiger en de watertaxi Stormloper. Hierbij kwamen drie passagiers om het leven en wordt één passagier nog steeds vermist. Verschillende opvarenden raakten gewond. Bij de aanvaring in Rotterdam op de Nieuwe Maas kwam de watertaxi MSTX 21 ondersteboven in het water te liggen na een botsing met de havenrondvaartboot Marco Polo. De zes inzittenden kwamen vast te zitten in het omgeslagen vaartuig. Eén persoon raakte gewond, maar iedereen kon uiteindelijk worden gered met hulp van andere schepen.

Op 6 december 2023 en op 17 januari 2024 heeft de OVV de onderzoeksrapporten ‘Aanvaring in het Schuitengat’ en ‘Aanvaring van een watertaxi met een havenrondvaartboot’ gepubliceerd. Deze rapporten vormden de basis voor de huidige initiatieven van het ministerie om de veiligheid op het water te verbeteren.

Vaarwel racefiets: overheid pakt opgevoerde e-bikes aan

Minister Harbers zet in op veiligheid met een einde van de opvoersetjes en behoorlijke boetes.

De tijd van de populariteit van opgevoerde elektrische fietsen hebben wellicht een hoogtepunt bereikt. De nieuwe zorg, de opvoering van deze tweewielers, wordt aan banden gelegd. Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat neemt het voortouw in een offensief tegen opgevoerde elektrische fietsen. Zijn aanvalsplan, gepresenteerd aan de Tweede Kamer, markeert een significante stap in de richting van strengere regelgeving rondom dit groeiende probleem.

Harbers benadrukt dat opgevoerde elektrische fietsen een gevaar vormen voor zowel gebruikers als medeweggebruikers. Incidenten variëren van verrassend snelle fatbikes die plotseling verschijnen tot gevaarlijke inhaalmanoeuvres op drukke fietspaden. Het hart van het probleem ligt bij de opvoersetjes, die het mogelijk maken de trapondersteuning van de fiets ver boven de wettelijke limiet van 25 km/u te verhogen.

De nieuwe regelgeving, die Harbers nog dit jaar wil invoeren, zal het bezit van een opvoersetje op een elektrische fiets verbieden, een verduidelijking en verscherping van de huidige wetgeving. Tot op heden was het al verboden om met een opgevoerde e-bike de openbare weg op te gaan, met boetes die kunnen oplopen tot 310 euro. Echter, de huidige regels boden onvoldoende afschrikking, mede doordat opvoersetjes eenvoudig uitgeschakeld konden worden bij het naderen van politiecontroles.

“Het lijkt tegenwoordig wel alsof iedereen een gevaarlijke ervaring heeft gehad met een opgevoerde elektrische fiets. Een fatbike die er nog niet was toen je bij het oversteken in die richting keek, een elektrische fiets die op het overvolle fietspad gevaarlijke inhaal-manoeuvres maakt, of een fietser die door zijn hoge snelheid een veel te ruime bocht maakt. Enorm gevaarlijk, niet voor niks is het voor deze voertuigen verboden om trapondersteuning te hebben boven de 25 km/u. Helaas zie ik dat dit verbod nog regelmatig wordt overtreden. Daarom ga ik aan de slag met een wijziging van de regelgeving waardoor het voor gebruikers duidelijk is wat niet mag.”

Minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat verder dan enkel regelgeving. Er wordt ook gewerkt aan een communicatieaanpak gericht op jongeren en ouders, om hen bewust te maken van de gevaren en de regels rond het opvoeren van elektrische fietsen. Deze voorlichtingscampagne, gepland voor het schooljaar 2024-2025, wordt opgezet in samenwerking met gemeenten, provincies, de politie, TeamAlert en Veilig Verkeer Nederland.

Naast de focus op bewustwording, wordt de samenwerking met de fietsbranche en belangenorganisaties gezocht om een Nederlands convenant op te stellen. Dit convenant moet bijdragen aan een gezamenlijke aanpak van het probleem. Tegelijkertijd zet de politie nieuwe rollentestbanken in voor handhaving, en heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) al maatregelen genomen tegen aanbieders van illegaal opgevoerde ‘elektrische fietsen’.

De aanpak van Harbers laat zien dat de overheid het groeiende probleem van opgevoerde elektrische fietsen serieus neemt. Met een combinatie van strengere regelgeving, voorlichting, samenwerking met de sector en handhaving, hoopt het ministerie de veiligheid op de weg te vergroten en de wildgroei van opgevoerde e-bikes een halt toe te roepen.

Overwinning voor touringcarvervoer nu EU regelgeving aanpast

Een van de opvallende aanpassingen in de nieuwe regelgeving is de flexibiliteit in de verplichte pauzetijden voor chauffeurs.

Na een langdurige periode van inspanningen en overleg is er een significante verandering op komst in de Europese transportsector. De Europese Unie heeft besloten om het beroep van touringcarchauffeur te onderscheiden van dat van vrachtwagenchauffeur. Dit onderscheid brengt een nieuw, flexibeler rij- en rusttijden regime met zich mee, specifiek toegesneden op de behoeften van de touringcarsector.

Deze wijziging, die een rechtstreekse invloed zal hebben op de kwaliteit van dienstverlening tijdens Europese busreizen, markeert een belangrijke stap voorwaarts. Tot nu toe vielen touringcarchauffeurs onder dezelfde regelgeving als vrachtwagenchauffeurs, wat vooral gericht was op goederenvervoer en weinig rekening hield met de unieke eisen van passagiersvervoer. Dit leidde vaak tot frustraties bij passagiers en in sommige gevallen zelfs tot hoge boetes voor de chauffeurs, vanwege strikte naleving van de rij- en rusttijden.

De verandering is het resultaat van jarenlange inspanningen door verschillende organisaties binnen de touringcarbranche. Zowel KNV (Koninklijk Nederlands Vervoer) als Busvervoer Nederland, ondersteund door de Internationale Wegvervoer Unie (IRU), hebben intensief gelobbyd voor dit onderscheid. Hun inzet was gericht op het erkennen van de specifieke behoeften en werkritmes in het toeristische busvervoer.

Een van de opvallende aanpassingen in de nieuwe regelgeving is de flexibiliteit in de verplichte pauzetijden voor chauffeurs. De eerder strikte pauze van 45 minuten mag nu worden opgedeeld in twee segmenten van minimaal 15 minuten. Bovendien kan de dagelijkse rustperiode, onder bepaalde voorwaarden, met een uur worden uitgesteld. Dit biedt touringcarchauffeurs meer speelruimte bij onvoorziene omstandigheden zoals verkeersopstoppingen, waardoor zij beter kunnen inspelen op de behoeften van hun passagiers.

Een ander belangrijk aspect van de nieuwe regelgeving is de digitalisering van het reisblad. Dit document, dat eerder als een overbodige administratieve last werd beschouwd, zal voortaan digitaal beschikbaar zijn, wat de administratieve lasten voor de chauffeurs aanzienlijk zal verminderen.

Deze ontwikkelingen worden gezien als een grote overwinning voor de touringcarsector. Ze bevorderen niet alleen de flexibiliteit en efficiëntie binnen het Europese busvervoer, maar zorgen ook voor een verbeterde reiservaring voor passagiers. Met het voorlopige akkoord dat nu op tafel ligt, is de verwachting dat deze nieuwe regels zonder veel obstakels zullen worden geïmplementeerd.

Terwijl de sector en passagiers uitkijken naar de positieve veranderingen die deze nieuwe regelgeving met zich mee zal brengen, blijft de focus liggen op het garanderen van veiligheid en comfort tijdens busreizen. Deze stap van de Europese Unie wordt dan ook gezien als een erkenning van de unieke uitdagingen en vereisten van de touringcarindustrie, en een bevestiging van het belang van deze sector binnen het Europese transportnetwerk.

Fiscale veranderingen voor ondernemers in 2024 raken vervoer

De redactie van Pitane Blue hoopt dat iedereen een gelukkig en gezond 2024 mag beleven.

Het nieuwe jaar 2024 begint met een knal in het zuiden van Nederland, ondanks de invoering van vuurwerkverboden in steden als Eindhoven en Tilburg. Het verbod, bedoeld om het zelf afsteken van vuurwerk te beperken, lijkt weinig effect te hebben gehad op de feestvreugde van de inwoners. In Eindhoven bijvoorbeeld, waar men voor het eerst een vuurwerkverbod invoerde, was de nachtelijke hemel alsnog verlicht door vuurwerk. De stad bood wel een alternatief in de vorm van een openbare vuurwerkshow, wat kan worden gezien als een stap naar het vormen van nieuwe tradities. Het idee van een landelijk vuurwerkverbod lijkt nog ver weg, temeer omdat sommige burgemeesters aangaven niet streng te zullen handhaven op het verbod.

fiscale regelgeving

Parallel aan de festiviteiten brengt 2024 ook veranderingen in de fiscale regelgeving voor ondernemers. Een belangrijke wijziging is het wegvallen van belastingvoordeel voor investeringen in vervoersmiddelen met fossiele brandstofmotoren. Dit geldt ook voor hybride voertuigen, ‘dual-fuel’-varianten en waterstof aangedreven werktuigen. De overheid heeft nieuwe staatsteuneisen geïmplementeerd, waaronder een verbod op het gebruik van grijze waterstof, omdat dit moeilijk te controleren is. Dergelijke werktuigen zijn daarom van de Milieulijst verwijderd.

Foto: Pitane Blue – Taxistandplaats in Amsterdam

Ook de regels rond elektrische taxi’s zijn aangescherpt. Vanwege de afnemende meerprijs van elektrische taxi’s ten opzichte van conventionele taxi’s, wordt het belastingvoordeel voor deze voertuigen stopgezet. 

Een vergelijkbare aanpassing treft elektrisch aangedreven bakfietsen, waarbij het belastingvoordeel vervalt als de bakfietsen ook privé gebruikt worden. Voor wat betreft laadpunten: alleen de laadpunten voor zwaar vervoer komen nog in aanmerking voor fiscale voordelen, in tegenstelling tot die voor lichter vervoer zoals bestelauto’s.

Brandveiligheid steeds belangrijker in parkeergarages

De uitkomsten van onderzoeken naar recente grote branden laten zien dat missers in detaillering grote gevolgen kunnen hebben.

Ontwikkelingen in brandveiligheid, vooral met betrekking tot parkeergarages, hebben geleid tot nieuwe regelgeving en aandacht voor preventieve maatregelen. Dit komt mede door de toename van het aantal elektrische auto’s. Deze voertuigen, bekend om hun potentieel om dagenlang te branden, vormen een groeiende zorg in besloten ruimtes zoals parkeergarages.

De Nederlandse overheid heeft in het nieuwe bouwbesluit vastgelegd dat parkeergarages groter dan 1000 vierkante meter, vooral die onder woningen, zoals in appartementengebouwen, nu uitgerust moeten worden met automatische brandblusinstallaties. Dit besluit, gericht op nieuwbouw, is een reactie op de toenemende gevaren die elektrische auto’s in parkeergarages met zich meebrengen.

De recente Fremantle Highway scheepsbrand illustreert het gevaar wanneer elektrische auto’s dicht bij elkaar geparkeerd staan. Dergelijke incidenten benadrukken de noodzaak van brandpreventie en bestrijding in parkeergarages. Het scheiden van delen van een parkeergarage kan de verspreiding van brand voorkomen, terwijl automatische blussystemen die brand vroegtijdig waarnemen, verdere schade kunnen beperken.

Foto: Pitane Blue – parkeren in Scheveningen

“Met deze handzame uitgave beogen we dat iedere betrokkene bij nieuwbouw, verbouw, en onderhoud aan de gang kan gaan met het verbeteren van brandveiligheid.”

Leo Oosterveen van BBN

Vexpan, het Platform Parkeren Nederland, opgericht op 18 april 1986, speelt een belangrijke rol in het bijeenbrengen van diverse partijen betrokken bij parkeren. Zij richten zich op alle aspecten gerelateerd aan parkeren, waaronder de brandveiligheid in parkeergarages.

De nieuwste uitgave van de “Essentiële Controlepunten Brandveiligheid”, nu in zijn 16e druk voor 2024, biedt een uitgebreide handleiding met controlelijsten voor brandveiligheid. Marcel Koene van Brandweer Nederland benadrukt het belang van robuust detailleren in zowel ontwerp als uitvoering van bouwprojecten. Fouten in deze fasen kunnen leiden tot uitgebreide branden in complexen. Leo Oosterveen van BBN voegt hieraan toe dat de uitgave bedoeld is om iedereen betrokken bij nieuwbouw, verbouw, en onderhoud te helpen de brandveiligheid te verbeteren.

Deze nieuwe maatregelen en publicaties onderstrepen het groeiende belang van brandveiligheid in de context van moderne stedelijke ontwikkeling en de toenemende populariteit van elektrische auto’s. Brandweer Nederland, Vereniging Bouw en Woningtoezicht Nederland en BBN Brandveilig Bouwen Nederland brengen deze uitgave sinds 2006 uit om hiermee bij te dragen aan brandveiliger gebouwen.

Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) ziet in de praktijk dat de wettelijke (minimale) eisen van brandveiligheid onvoldoende worden geborgd. In de praktijk zijn er zelfs spelers actief, die bewust de wettelijke (minimale) eisen negeren. Dit leidt tot schijnveiligheid en risico’s in de praktijk. BBN vindt dat betrokkenen bij brandveiligheid hun verantwoordelijkheid dienen te nemen.

Veilig vliegen in 2024: denk aan de nieuwe drone wetgeving

De RDW neemt het stuur over met nieuwe regels voor bromfietsen en drones in 2024.

Vanaf 2024 worden op het terrein van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een aantal nieuwe regels van kracht op het gebied van de regelgeving omtrent bijzondere bromfietsen en het gebruik van drones. Deze vernieuwingen zijn aandachtspunten voor de manier waarop Nederland met deze moderne vervoersmiddelen en technologieën omgaat.

Vanaf 2024 treedt een wetswijziging in werking waardoor de beslissingsbevoegdheid over de toelating van bijzondere bromfietsen zoals de BSO-bus, Segways, en diverse lichte elektrische voertuigen wordt overgedragen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat naar de Dienst Wegverkeer (RDW). Deze wijziging is bedoeld om een meer technisch en onafhankelijk oordeel te waarborgen bij de beoordeling van deze voertuigen.

Deze ontwikkeling is een onderdeel van een bredere beweging naar het bevorderen van duurzame en innovatieve transportoplossingen, met de RDW die een centrale rol speelt in het waarborgen van veiligheid en betrouwbaarheid.

Vanaf 1 januari 2024 gelden nieuwe regels voor vliegen met drones in de open categorie en de specifieke categorie.

Op het gebied van drones introduceert het ministerie eveneens nieuwe regels die in lijn zijn met Europese standaarden. Vanaf 1 januari 2024 is het voor nieuwe drones verplicht om te beschikken over een Europees Cx-veiligheidskeurmerk. Dit label, variërend van C0 tot C4, biedt garanties over de veiligheid en betrouwbaarheid van de drone.

Drones zonder Cx-label, aangeschaft voor 1 januari 2024, mogen alleen gebruikt worden in de open subcategorieën A1 of A3, waarbij striktere regels gelden voor de afstand tot mensen, dieren, en gebouwen. Bovendien is er een vereiste dat deze drones op afstand identificeerbaar moeten zijn, bijvoorbeeld via wifi- of bluetoothsignalen die informatie over de bestuurder uitzenden.

Klanten die na 1 januari 2024 een drone kopen, ontvangen informatie over de specifieke regels en veiligheidsvoorschriften die gelden voor het Cx-label van hun drone. Eigenaren van drones die voor deze datum zijn aangeschaft, worden aangeraden de ‘UAS with C-Class Markings’ tabel te raadplegen om te zien of hun drone in aanmerking komt voor een Cx-label.

Weer schepen betrapt door ILT op varend ontgassen

Naast tientallen processen-verbaal voor individuele overtredingen heeft de ILT meerdere lasten onder dwangsom opgelegd aan vervoerende ondernemingen.

Eind januari en begin februari heeft de ILT processen-verbaal opgemaakt omdat twee tankschepen in strijd met de regels varend aan het ontgassen waren. Beide tankschepen ontgasten in dichtbevolkt gebied en één van deze schepen had zelfs de ladingtanks nog open tijdens het schutten in een sluis. De ILT handhaaft de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de binnenvaart (het ADN). Het overtreden van het ADN is een economisch delict.

Bij het uitvoeren van toezicht en opsporing gebruikt de ILT allerlei technische middelen, zoals e-noses en drones, die het mogelijk maken om vast te stellen of een schip ontgast of niet. Naast tientallen processen-verbaal voor individuele overtredingen heeft de ILT meerdere lasten onder dwangsom opgelegd aan vervoerende ondernemingen. Schepen van deze ondernemingen zijn herhaaldelijk betrapt op het overtreden van de regels voor varend ontgassen. Als de ILT een mogelijke overtreding van de provinciale verordening constateert dan wordt de provincie daarover geïnformeerd.

Bij het uitvoeren van toezicht en opsporing gebruikt de ILT allerlei technische middelen, zoals e-noses en drones, die het mogelijk maken om vast te stellen of een schip ontgast of niet.

Zelfs in een sluis

Eind januari ontving de ILT bericht van de DCMR Milieudienst Rijnmond dat de dienst e-nosemeldingen van een schip had ontvangen. Hierop zijn ILT-inspecteurs aan boord gegaan van een tankschip dat via de Volkeraksluizen op weg was naar Antwerpen. De e-nosemeldingen gaven aan dat het schip varend aan het ontgassen was in dichtbevolkt gebied.  De inspecteurs constateerden  dat het schip tijdens het schutten in de sluis nog steeds alle ladingtanks open had staan vanwege het ontgassen. Tijdens het afgenomen verhoor erkende de schipper dat ook. Ontgassen in de buurt van sluizen, maar ook in voorhavens daarvan, is net als ontgassen in de buurt van dichtbevolkt gebied verboden volgens het ADN. De inspecteurs hebben proces-verbaal opgemaakt.

Last onder dwangsom

Begin februari gingen inspecteurs van de ILT aan boord van een tankschip. Dit schip was eerder aan het ontgassen in dichtbevolkt gebied. Ook in strijd met de bepalingen in het ADN. Hier is proces-verbaal opgemaakt. Omdat er bij dit tankschip sprake was van herhaling is bovendien een last onder dwangsom opgelegd, aldus de ILT.

Populairiteit fatbike vraagt om strengere regelgeving

Onder jongeren zijn ze erg populair, maar de Fietsersbond is er niet zo blij mee.

De fatbike wint aan populariteit. Ze rijden hard, zijn breder dan normale fietsen en bestuurders hebben er geen helm voor nodig. Daar waar je de fatbike zou verwachten op het strand, woeste mountainbikepaadjes of op onverharde paden, zien we ze steeds meer in het stadsbeeld opduiken. Fatbikes en andere opgevoerde elektrische fietsen kapen het fietspad. Nu een landelijke helmplicht nadert voor snorfietsers, is een krachtige e-bike een sluiproute om toch te blijven scheuren zonder helm.

fat shaming 

Volgens mobiliteitsjournalist Bram van Dijk lijkt de fiets met dikke banden het zwarte schaap te worden voor alles waar men zich aan irriteert in het verkeer en het ministerie doet vrolijk mee met fat shaming. De Inspectie Leefomgeving en Transport, onderdeel van het ministerie van Infrastructuur, opende in november 2022 al de jacht op te snelle fatbikes, maar de vraag naar fatbikes neemt de komende tijd vermoedelijk toe, vanwege een nieuwe helmplicht voor snorfietsen. 

In Nederland is de overheid doodsbang voor vernieuwend vervoer. Nergens in Europa mag er zo weinig als in Nederland. Zo is er nog steeds geen regelgeving voor elektrische steps en zijn fatbikes volgens de wetgever voor gebruik op eigen terrein. Ook zijn de meeste elektrische steps, ook wel e-step genaamd, niet goedgekeurd. Daar mag u niet mee rijden op de weg. In veel landen binnen en buiten Europa zijn de elektrische steps al langere tijd legaal. Kijk maar naar onze zuiderburen waar je met de elektrische step legaal op de openbare weg mag rijden. 

zorgelijk

De Fietsersbond waarschuwt nu ook voor het gevaar van opgevoerde e-bikes op het fietspad en pleit vanwege de snelheid voor strengere regelgeving. De vraag is of er een aparte helmplicht moet komen voor de fatbike. Voor het rijden op de fatbike, is er geen rijbewijs nodig en geldt er ook geen helmplicht. Met de fatbike kun je snelheden behalen tot 25 kilometer per uur. Dit is vastgelegd in de Europese wetgeving. Met een optionele gashendel, is het mogelijk om je bike nog wat op te voeren. Er kunnen na het opvoeren snelheden worden behaald van 30 tot 45 kilometer per uur. 

Er kunnen na het opvoeren snelheden worden behaald van 30 tot 45 kilometer per uur. 

Grote zorgen om watertaxi Ameland

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om te voorkomen dat nachtelijk vervoer vanaf Ameland vervalt.

De watertaxi van Veltman Marine Service tussen Ameland en Holwerd vaart niet meer per 1 januari 2023. Iedereen op het eiland is geschrokken door het voorgenomen besluit wat nu het gesprek van de dag is op het eiland. Veerdiensten zijn van levensbelang voor de bereikbaarheid van de eilanden.

Acute noodsituaties voor slachtoffers komen, wanneer de watertaxi stopt, niet in gevaar want gelukkig is er bij nood nog wel de Waddenhelikopter, of zijn de vrijwilligers van de KNRM. Burgemeester Leo Pieter Stoel van het eiland kijkt met zorg naar de ontwikkeling.

“Dat dit grote consequenties heeft voor de leefbaarheid en gezondheid van veel Amelanders.”

Tweede Kamerlid Caroline van der Plas (BBB)

Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat kijkt samen met de provincie Friesland naar een mogelijke oplossing voor de watertaxi tussen Ameland en Holwerd. Ondanks Harbers de ingediende motie van Caroline van der Plas (BBB) had ontraden, werd deze alsnog in stemming gebracht en kon in de Tweede Kamer rekenen op veel steun.

Exploitant Richard Veltman kan geen vergunning krijgen voor snelvaren bij avond en nacht.

De problemen gaan onder meer om de maximumsnelheid van 20 kilometer per uur voor die donkere uren. Officieel mogen boten kleiner dan 20 meter voor zonsopkomst en na zonsondergang vanwege natuurwetgeving niet sneller varen dan 20 kilometer per uur. Door het handhaven van die regelgeving zou Veltman geen vergunning meer krijgen om de dienst voort te zetten omdat de watertaxi sneller wil waren dan wat regelgeving voorschrijft. 

maximum snelheid

Ook voor Rijkswaterstaat is de bereikbaarheid van de Waddeneilanden zeer belangrijk en is het nachtelijk personenvervoer niet in het geding, mits inachtneming van de wet en regelgeving is het altijd mogelijk. Dat betekent alleen dat er niet harder mag worden gevaren met een watertaxi, dan 20 kilometer per uur. Om die reden kan exploitant Richard Veltman geen vergunning krijgen voor snelvaren bij avond en nacht.

Iedereen op het eiland is geschrokken door het voorgenomen besluit.

De vaargeul tussen Ameland en Holwerd is al jaren een heikel punt. Veltman verzorgde al 30 jaar een sneldienst tussen het eiland en de vaste wal. Ze waren 24 uur per dag, 7 dagen per week en 365 dagen per jaar te bereiken. In overleg met watertaxibedrijven en gemeenten moeten de mogelijkheden voor een ontheffing bij nachtelijk varen voor gespecificeerde diensten worden onderzocht.

Watertaxi Ameland

Van Gennip voor aanpak schijnzelfstandigheid

Iedereen op de arbeidsmarkt moet op een eerlijke, goede en veilige manier kunnen werken.

Platformbedrijven zoals maaltijdbezorgers, aanbieders van taxiritten of verhuurders van thuishulp werken vaak met zzp’ers. Dit kan voor werkenden een bewuste keuze zijn en meer meerwaarde bieden voor zowel de werkende als het platform. Tegelijkertijd komt het voor dat het werk op een dusdanige manier is georganiseerd dat er van werken als zelfstandig ondernemer bij het platform geen sprake is.

Minister Van Gennip (SZW) meldt de Tweede Kamer dat zij met Europese collega’s een brief heeft ondertekend voor een effectieve aanpak van schijnzelfstandigheid bij platformwerk. Iedereen op de arbeidsmarkt moet op een eerlijke, goede en veilige manier kunnen werken. Dat is niet altijd het geval. Zeker rondom platformwerk komt ‘schijnzelfstandigheid’ vaker voor. Daarbij wordt een werknemer als zzp’er aangemerkt, terwijl hij in feite werknemer is. Daardoor loopt diegene sociale bescherming mis.

In het kader van onderhandelingen over een Europese richtlijn om dit tegen te gaan, wil Nederland zich hard maken voor regels die platformwerkers gaan helpen. Daarom heeft minister Van Gennip – samen met 7 andere lidstaten – een brief ondertekend om aan te dringen op Europese regels om schijnzelfstandigheid bij platformwerk tegen te gaan.

“Zelfstandig ondernemers leveren een belangrijke bijdrage aan Nederland. Maar waar sprake is van schijnzelfstandigheid bedreigt dat de eerlijke concurrentie tussen werkenden en tussen werkgevers. De risico’s daarvan komen terecht bij werkenden. Dat ondermijnt ons sociale stelsel en kan voor hen grote gevolgen hebben. Ook in Europees verband wordt gezien dat schijnzelfstandigheid, zeker ook rondom platformwerk, aangepakt moet worden. Ik vind het belangrijk dat er snel regels komen om schijnzelfstandigheid in de platformsector effectief tegen te gaan.”

Minister Van Gennip – (SZW)
Deliveroo verlaat Nederland en stopt activiteiten.

Ook in Europees verband wordt erkend dat ‘schijnzelfstandigheid’ bij platformwerk moet worden aangepakt. Dit zorgt voor oneerlijke concurrentie en gebrekkige (sociale) bescherming voor werkenden die daar wel recht op hebben. Daarom wordt er aan een Europese richtlijn gewerkt die platformwerkers onder andere helpt om gemakkelijker hun status van werknemer op te eisen. 

Met de voorgestelde regelgeving zijn platforms, en niet werknemers, straks verantwoordelijk om aan te tonen of iemand daadwerkelijk als zzp’er werkt of in een normaal dienstverband zit. Een belangrijke stap om die werkenden beter te beschermen. De uitwerking van deze regeling krijgt nu vorm. Minister Van Gennip wil daarom met andere lidstaten het belang van de urgentie om snel tot goede en effectieve regels te komen onderstrepen.

Rijk evalueert doelmatigheid taxiwet- en regelgeving

Ook zal het Rijk inzetten op de doorontwikkeling van de Boordcomputer Taxi (BCT).

Het is wellicht het laatste jaar zijn dat we het koffertje in zijn huidige vorm hebben gezien, want voor de viceminister-president en Minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) mag het lichter en duurzamer. Belangrijker voor ondernemers is de inhoud. Uit de ingediende begroting en de Miljoenennota 2023 blijkt dat de evaluatie van de taxiwetgeving in de Wp2000 hoog op de agenda staat. Gezien de ontwikkelingen in de taximarkt en de ervaringen van gemeenten met de toepassing van hun bevoegdheden is het wenselijk de taxiwetgeving integraal te evalueren. Bij de evaluatie van de taxiwetgeving is het doel om te bepalen of de taxiwet- en regelgeving in de Wp2000 nog doelmatig en doeltreffend is. De taxiwetgeving is in 2015 voor het laatst geëvalueerd.

Daarnaast, zo blijkt uit de ingediende begroting, staan bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoeken gepland met betrekking tot de evaluatie van de Staat van de Infrastructuur, de evaluatie van de beschikbaarheidsvergoeding OV en het Midterm review van de Waddenconcessies. Ook zal het Rijk inzetten op de doorontwikkeling van de Boordcomputer Taxi. De lange periode van ‘BCT kastjes‘ in de auto is dan wellicht voorbij, gezien de mogelijke nieuwe technische ontwikkelingen. Alleen al voor personele uitgaven Boordcomputer Taxi (BCT) werden de uitgaven voor het jaar 2020 begroot op € 4 miljoen en voor 2023 nog eens op € 2.5 miljoen.

De taxiwetgeving is in 2015 voor het laatst geëvalueerd. – Foto: Pitane Blue

urban airtaxis

Het gebruik van onbemande luchtvaart (drones) neemt sterk toe. Deze ontwikkeling biedt nieuwe kansen voor bedrijven en leidt tot nuttige toepassingen. Het Rijk wil deze ontwikkeling de ruimte geven en innovatie in technologie en diensten mogelijk maken. De komst van drones in het lagere luchtruim zorgt naast kansen, ook voor nieuwe uitdagingen. Bij de ontwikkeling moet onder andere rekening gehouden worden met veiligheid, duurzaamheid en maatschappelijke acceptatie.

De komende jaren komen er stapsgewijs meer Europese regels. Het beleid voor onbemande luchtvaart is adaptief. Belangrijkste stappen zijn: implementeren van Europese voorschriften, waaronder dynamische kaarten, zonering, producteisen en het opleiden en registreren van operators en piloten. Integratie van drones in het luchtruim door in te zetten op de ontwikkeling van U-space conform nieuwe Europese regels. Innovatie, kennisontwikkeling en onderzoek bijvoorbeeld voor het gebruik in steden van «urban airtaxis», als onderdeel van de ‘smart mobility’ en ‘mobility as a service’ ontwikkelingen.

ILT heeft vanaf 2023 een aantal nieuwe taken waaronder het vervolg van de Boord Computer Taxi. – Foto: ILT – Alexandra Knipping

nieuwe ILT taken

In het coalitieakkoord zijn middelen uitgetrokken voor de vorming van de Luchtvaartautoriteit. Doel is om te komen tot betere luchtvaartveiligheid, leefbaarheid en om de naleving van de internationale wet- en regelgeving te versterken. Het gaat daarbij om toezicht, vergunningverlening en versterking van de expertise in de organisatie. De ILT ontvangt daarvoor vanaf 2023 € 8,5 mln. per jaar structureel.

Daarnaast wordt ook geïntensiveerd bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (IOD) van de ILT om een betere grip te krijgen op milieucriminaliteit. Hiervoor is in 2022 € 2 mln. vrijgemaakt, oplopend naar € 6 mln. per jaar structureel vanaf 2024. Naast deze nieuwe activiteiten uit het coalitieakkoord heeft de ILT vanaf 2023 een aantal nieuwe taken, waaronder het vervolg van de Boord Computer Taxi, de voorbereidingen voor vergunning verlening en toezicht voor de Wet ter bescherming koopvaardij, toezicht cybersecurity en intensivering van het toezicht op het terrein bodem.

Minister en IenW

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het beleid inzake openbaar vervoer (per trein, bus, tram, metro, taxi en waddenveren), waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. IenW zorgt voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan via wet- en regelgeving, aansturing van ProRail en NS in het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations en afspraken met decentrale overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Laden van EV’s moet makkelijker, slimmer en veiliger

Laden van elektrische auto’s moet makkelijker, slimmer en veiliger. Met dat doel tekenden staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat) en Garcia Gonzalez (minister van het California milieuagentschap) onlangs een overeenkomst. Nederlandse en Californische experts gaan samen aan de slag voor betere regelgeving en betere inzet van nieuwe techniek. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat uiterlijk in 2035 alle nieuwe auto’s elektrisch zijn, zowel in Europa als in Californië. Zij tekenen de overeenkomst in aanwezigheid van Koningin Máxima en plaatsvervangend gouverneur Kounalakis van Californië, tijdens een handelsmissie in San Francisco.

“Goede laadpunten en elektrische auto’s. Ze horen bij elkaar zoals een trein op de rails hoort. En er is op het gebied van laden nog een wereld te winnen. Nederland en Californië zijn goed in laadtechnologie. Samen kunnen we het verschil maken. Slimmer, makkelijker en veiliger laden is niet alleen goed voor het klimaat en fijn voor elektrische rijders. Omdat er in ons land bedrijven zijn met veel kennis op dit gebied, levert dat ook kansen op voor onze economie.”

staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat).

Experts aan de slag

Nederland en Californië hebben beiden een groot innovatief testcentrum voor laadtechnieken, waar de laatste technieken op gebied van snelladen, slim laden en cybersecurity worden ontwikkeld en getest. Dit levert veel kennis op. Experts van het ElaadNL en de California Energy Commission gaan samen testen en vanuit hun praktijkervaring de overheid in Nederland, Amerika en Europa adviseren over nieuwe wet- en regelgeving op gebied van cybersecurity, gebruiksgemak en veiligheidseisen. De eerste bijeenkomst staan gepland voor komende voorjaar.

Concreet willen Nederland en Californië dat aanbieders van laadpalen overal ter wereld open standaarden hanteren. Iedereen moet gemakkelijk bij elke laadpaal terecht kunnen met zijn eigen betaalpas, zonder eerst een apart abonnement af te sluiten. Dat geeft meer zekerheid en gemak voor elektrische rijders, bijvoorbeeld bij een buitenlandse vakantie. Het betekent ook dat bedrijven die laadpalen aanbieden makkelijker hun producten in het buitenland kunnen verkopen.

Een ander doel is dat slim laden veel sneller van de grond komt. Daarmee kunnen mensen met hun auto stroom teruggeven aan het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld als er veel vraag naar stroom is. Dat geeft het stroomnet letterlijk meer power op piekmomenten. Het kan een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van de problemen op het stroomnet. En als laadpalen slimmer worden, moet je ook zorgen dat ze niet gehackt kunnen worden. Digitale veiligheid is daarom een derde vlak waarop Nederland en Californië gaan samenwerken.

Ambitieus

Nederland en Californië zijn beide ambitieus op gebied van elektrisch rijden. Nederland loopt voorop in de EU, Californië in Amerika. In Nederland staan relatief veel laadpalen en heeft ook veel bedrijven die laadpalen maken en exploiteren. In eigen land, maar ook over de grens, bijvoorbeeld in Amerika. Nederland verdient per jaar ongeveer vijf miljard euro aan allerlei producten en diensten op het gebied van elektrisch vervoer, zoals de bouw en verkoop van laadpalen.
In Amerika loopt Californië voorop bij de invoering van elektrisch rijden. En met onder andere Silicon Valley binnen de staatsgrenzen, zijn er veel bedrijven die onderdelen maken voor elektrische auto’s en laadpalen. Bij de bedrijvenmissie in California zijn zo’n 40 Nederlandse bedrijven op gebied van slimme en duurzame mobiliteit aanwezig. Als Californië een zelfstandig land zou zijn, was het de vijfde economie ter wereld.

Circulaire economie en klimaatadaptatie

Nederland en Californië werken al jaren samen op veel gebieden. Zij spreken in de overeenkomst ook af om de samenwerking op het gebied van circulaire economie, duurzaamheid en klimaatadaptatie uit te breiden, aldus het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Stikstofreductie zeeschepen ook belangrijk

Emissieloze zeeschepen zien we helaas nog niet, op een aantal experimenten op korte trajecten na. Daar is meer innovatie en ontwikkeling voor nodig. Schepen stoten daarom voorlopig nog verschillende stoffen uit. Logisch ook, want de scheepsmotoren zijn zware jongens die nodig zijn om 90 procent van alle spullen wereldwijd door het water te snijden. Stikstofoxiden zijn één van die stoffen, al varieert dat per brandstof en/of scheepsmotor. Zo stoot een schip bij verbranding van vloeibaar aardgas (LNG) maar liefst 80 procent minder stikstof uit dan zware stookolie of dieselolie. Tegelijkertijd is LNG nog altijd een fossiele brandstof, waardoor het in conflict blijft met de emissieloze horizon. Wel komen er steeds meer motoren die geschikt zijn om op andere schonere brandstoffen te draaien.

Reders proberen zo schoon en efficiënt mogelijk te varen, dat scheelt bovendien aanzienlijke operationele kosten. Ook volgens internationale regelgeving moeten schepen steeds schoner worden. Die regelgeving komt tot stand door onderhandelingen tussen lidstaten van de Internationale Maritieme Organisatie. Dat is de VN-regelgever voor mondiale maritieme zaken op het gebied van veiligheid, klimaat en milieu. Nieuwe schepen die op of na 1 januari 2021 worden gebouwd moeten aan de nieuwste norm voldoen: ten minste 70 procent reductie van stikstofuitstoot ten opzichte van de vorige generatie scheepsmotoren. Schepen die daaraan niet voldoen, mogen niet in de Noordzee, Oostzee of de kustwateren van de VS en Canada komen.

Voor de leefomgeving in havengebieden wordt steeds meer geïnvesteerd in het aanleggen van walstroom. Veel zeeschepen beschikken over een stopcontact en als er een stekker klaar ligt in de haven, dan is het niet noodzakelijk om de motoren te laten draaien voor de ‘lichtere’ energiebehoefte als je met een schip aan de kade ligt. Een sprekend voorbeeld is de eerste walstroom aansluiting die in 2012 in Hoek van Holland is aangelegd voor de ferries van Stena Line. En kijk ook eens naar de walstroomvoorzieningen in het Calandkanaal voor de grote werkschepen van Heerema Marine Contractors. Dit soort projecten komen tot stand door proactief samenwerking te zoeken binnen de keten en vanuit een eigen verantwoordelijkheid van bedrijven.

Er rijden veel elektrische steps in Nederland

In Nederland rijden zo’n 167.000 elektrische steps rond, meldt marktonderzoeker Multiscope op basis van onderzoek onder duizenden Nederlanders. Dat lijkt een aanzienlijk aantal, want met de steps is het in veel gevallen niet toegestaan om op de openbare weg te rijden. De overheid heeft daar nog geen toestemming voor gegeven. Toch wordt het apparaat steeds populairder. Volgens de onderzoekers zouden ongeveer 72.000 mensen voor het einde van het jaar nog een elektrische step willen kopen.

“Vrijwel alle e-steps die je in Nederland en het buitenland op straat ziet, zijn in Nederland verboden op de openbare weg”, valt te lezen op de website van de ANWB. Elektrische steps, skateboards en segways zijn alleen op de weg toegestaan als de overheid deze heeft aangewezen als ‘bijzondere bromfiets’. Slechts enkele merken zouden daaraan voldoen. Volgens de ANWB wordt de regelgeving aangepast en worden e-steps waarschijnlijk toegestaan op de openbare weg. Op zijn vroegst zou dat medio 2022 zijn.

De regels rond dit soort elektrische voertuigen zijn eerder aangescherpt na het dodelijke ongeluk met de eveneens elektrisch aangedreven stint in Oss in 2018. Daardoor worden er strengere eisen gesteld voor onder meer de remmen van de bijzondere bromfietsen.

In totaal heeft volgens Multiscope zo’n 3 procent van de Nederlanders een licht elektrisch voertuig, waar alle elektrisch aangedreven voertuigen behalve de fiets toe worden gerekend. Een groot deel van die apparaten betreft de e-steps. Ook elektrische scooters en voertuigen zoals de segway zijn relatief veel in gebruik.

Lees ook: Vacansoleil annuleert ruim 150 vakanties met mailtje

Aangeraden om zich te verzekeren bij het gebruik drone

Het wordt aangeraden om je te verzekeren voor lichamelijke of materiële schade aan derden door ongelukken met onbemand luchtvaartuig of modelvliegtuigen. Ga dus na of jouw persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering schade veroorzaakt door modelvliegtuigen dekt. Voor particuliere exploitanten met een modelvliegtuig vanaf 20 kilogram is een verzekering verplicht op basis van EU-regelgeving. Je kan de verzekering toevoegen aan de registratie in het register van de RDW. Tot uiterlijk 31 december 2022 blijft voor het modelvliegen in verenigingsverband de  nationale Regeling modelvliegen van toepassing en zijn de Europese regels dus nog níet van belang.

Vanaf 31 december 2020 bent u verplicht om u online te registreren als exploitant bij de RDW. U doet dit door een exploitantnummer aan te vragen. Dat kan als persoon of als organisatie. Indien de modelvliegvereniging zich als exploitant registreert, krijgen de modelvliegtuigen van alle leden hetzelfde exploitantnummer. Als u buiten verenigingsverband gaat vliegen dan moet u zichzelf registreren als exploitant. Het exploitantnummer dat u van de RDW ontvangt, moet u zichtbaar aanbrengen op al uw modelvliegtuigen en drones, bijvoorbeeld door een sticker of  brandplaatje. Bestuurt u een modelvliegtuig dat minder weegt dan 250 gram en geen camera heeft? Dan is registratie niet nodig.

Als je na 31 december 2020 met een modelvliegtuig níet in verenigingsverband vliegt, dan gelden de Europese regels die ook voor drones gelden. De nieuwe Europese regels zijn gebaseerd op het risico van de vlucht met een specifiek onbemand luchtvaartuig. Dat risico hangt bijvoorbeeld af van het gewicht van het onbemande luchtvaartuig, je kennisniveau en de locatie waar je wil vliegen. De regels gelden voor alle onbemande vluchten, behalve als je binnenshuis vliegt. In de Open categorie vallen dronevluchten met een laag risico, bijvoorbeeld vluchten met een lichtgewicht onbemand luchtvaartuig waarbij niet over mensenmenigten wordt gevlogen.

Onder de Specifieke categorie vallen vluchten met een hoger risico. Bijvoorbeeld vliegen met een zwaarder onbemand luchtvaartuig boven stedelijk gebied. Om in deze categorie te mogen vliegen heeft u een vluchtvergunning nodig van de
Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Dit kan ook een vluchtverklaring zijn wanneer het een door EASA gepubliceerd Standaard Scenario betreft.

Lees ook: Dezelfde droneregels voor dronevliegers in de Europese Unie

particuliere eigendom bescherming of onroerend goed check