Tag archieven: waterstof

Kabinet trekt portemonnee: miljoeneninjectie moet waterstoftruck doorbraak geven

Nieuwe regeling versnelt aanleg waterstofnetwerk in Nederland, ondernemers krijgen stevige steun om afscheid te nemen van diesel.

Het kabinet trekt opnieuw de portemonnee om de overstap naar schoner transport te versnellen. Met een subsidiepot van maar liefst 45 miljoen euro wil het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ondernemers verleiden om te investeren in vrachtwagens die rijden op waterstof. De regeling gaat per 1 april van start en moet Nederland minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen zoals diesel, benzine en LPG.

De inzet op waterstof komt niet uit de lucht vallen. De internationale onrust rond de levering van fossiele brandstoffen heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar de afhankelijkheid van externe energieleveranciers is. Die kwetsbaarheid raakt niet alleen huishoudens, maar ook ondernemers die dagelijks afhankelijk zijn van stabiele en betaalbare brandstof. Door te investeren in alternatieven zoals elektriciteit en waterstof wil de overheid die afhankelijkheid stap voor stap verkleinen.

duurzame oplossingen

Waterstof wordt daarbij nadrukkelijk gezien als een belangrijke aanvulling op bestaande duurzame oplossingen. Waar elektrisch rijden vooral geschikt is voor kortere afstanden, biedt waterstof juist voordelen voor het zwaardere en langere transport. Vrachtwagens op waterstof hebben een grotere actieradius, kunnen relatief snel tanken en stoten geen schadelijke stoffen uit. Bovendien zorgt deze techniek voor minder druk op het toch al volle elektriciteitsnet, wat in Nederland een groeiend probleem vormt.

Toch is de overstap naar waterstof niet eenvoudig. De kosten voor voertuigen en de benodigde infrastructuur liggen nog altijd hoog. Om die drempel te verlagen, richt de subsidie zich specifiek op samenwerkingsverbanden. Alleen combinaties van een exploitant van een waterstoftankstation en één of meerdere transport- of logistieke bedrijven komen in aanmerking voor een bijdrage. Daarmee wil het ministerie voorkomen dat de ontwikkeling vastloopt in de bekende kip-ei-discussie: zonder tankstations geen voertuigen, maar zonder voertuigen ook geen rendabele tankstations. Door beide tegelijk te stimuleren, moet het netwerk zich sneller ontwikkelen.

Foto: Vincent Karremans

De verwachting is dat steeds meer transportbedrijven de komende jaren de overstap naar waterstof zullen overwegen, zeker nu de financiële ondersteuning wordt uitgebreid en de infrastructuur langzaam maar zeker vorm krijgt. Daarmee zet Nederland opnieuw een stap richting een duurzamer en minder afhankelijk transportsysteem, waarin alternatieve brandstoffen een steeds grotere rol spelen.

Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat benadrukt het belang van deze stap en wijst op de huidige geopolitieke spanningen. “De huidige crisis in het Midden-Oosten laat weer zien hoe afhankelijk we zijn van andere landen als het gaat om fossiele brandstoffen. We moeten daarom investeren in alternatieven. Waterstof is zo’n veelbelovend alternatief maar brengt wel hoge opstartkosten met zich mee. Ondernemers die de sprong willen wagen krijgen met deze subsidie een flinke steun in de rug. Zo bouwt Nederland verder aan een dekkend waterstofnetwerk.”

vrachtwagenheffing

De financiering van de regeling komt deels uit de opbrengsten van de vrachtwagenheffing, die op 1 juli 2026 wordt ingevoerd. Deze heffing verplicht eigenaren van vrachtwagens, zowel uit binnen- als buitenland, om per gereden kilometer te betalen. Daarbij geldt dat voertuigen die meer vervuilen ook meer betalen, terwijl schonere alternatieven zoals waterstof juist worden beloond. De opbrengsten van deze heffing vloeien terug naar de sector, onder meer via subsidies zoals deze, om innovatie en verduurzaming te stimuleren.

Dat eerdere steunmaatregelen effect hebben gehad, blijkt uit de resultaten van eerdere subsidierondes. Daaruit kwamen zeven nieuwe waterstoftankstations voort, terwijl nog eens zeven bestaande locaties werden uitgebreid om geschikt te maken voor zwaar transport. Daarnaast werden er in totaal 600 voertuigen aangeschaft, waarvan bijna 500 vrachtwagens. Met de nieuwe regeling hoopt het kabinet deze groei door te zetten en het netwerk verder uit te breiden.

Droom van waterstof rijdt vast: waterstofauto blijft worstelen op de weg

Waterstofauto’s gelden al jaren als een veelbelovende schakel in de verduurzaming van mobiliteit.

De techniek werkt, daar bestaat nauwelijks discussie over. Een brandstofcel zet waterstof om in elektriciteit, waardoor de auto elektrisch rijdt zonder uitlaatgassen en binnen drie tot vijf minuten weer volledig is volgetankt. Daarmee evenaart het gebruiksgemak van waterstofwagens dat van benzine- en dieselauto’s en vormt het een scherp contrast met batterij-elektrische voertuigen, die vaak langere laadtijden kennen. Toch blijft de grote doorbraak in België en Nederland uit, zeker in het personenvervoer en de taximarkt. De reden ligt niet bij de auto zelf, maar bij het ecosysteem eromheen.

uiterst beperkt

In de Benelux is het aanbod van waterstofpersonenwagens uiterst beperkt. In de praktijk gaat het vrijwel uitsluitend om de Toyota Mirai en de Hyundai Nexo. Beide modellen worden technisch geroemd, maar de prijzen vormen een forse drempel. Nieuwprijzen bewegen zich in de orde van zeventig- tot negentigduizend euro, wat ze buiten bereik plaatst van veel particulieren en kleinere ondernemers. Daar komt bij dat de restwaarde onzeker is, omdat niemand met zekerheid kan voorspellen hoe snel de markt zich ontwikkelt. Voor wagenparken en taxibedrijven betekent dit een verhoogd financieel risico.

Minstens zo bepalend is de beschikbaarheid van waterstof aan de pomp. In Nederland telt het publieke netwerk grofweg een kleine vijftien stations, afhankelijk van de definitie en de peildatum. De overheid probeert uitbreiding te stimuleren via subsidieregelingen zoals SWIM, waarbij nieuwe stations worden gebouwd en bestaande locaties worden uitgebreid. Tegelijkertijd blijft de dekking dun, zeker buiten de Randstad. Voor dagelijks personenvervoer betekent dit dat een chauffeur vrijwel altijd afhankelijk is van één vast tankstation binnen een straal van tien tot twintig minuten rijden. Zodra dat station kampt met een storing of onderhoud, verdampt het tijdvoordeel van snel tanken.

personenvervoer

België loopt in aantallen nog verder achter op Nederland, maar kent wel duidelijke regionale concentraties. In Vlaanderen en langs belangrijke verkeersassen zijn meerdere openbare waterstofstations operationeel, onder meer in de omgeving van Antwerpen, Brussel en Leuven. Grote spelers profileren zich met netwerken langs hoofdwegen, maar ook hier geldt dat inzetbaarheid sterk regio-afhankelijk is. Buiten deze clusters wordt waterstofrijden in het personenvervoer al snel een logistieke puzzel.

De snelle opmars van elektrische auto’s zet het stroomnet steeds verder onder druk. In woonwijken waar meerdere huishoudens tegelijk hun auto opladen, ontstaan al zichtbare knelpunten. Netbeheerders waarschuwen dat het elektriciteitsnet op veel plaatsen tegen zijn grenzen aanloopt en dat uitbreiding tijd, geld en ruimte kost. Tegen die achtergrond klinkt steeds vaker de vraag of waterstof een realistisch alternatief kan vormen voor het volledig elektrisch rijden, juist om die toenemende belasting van het stroomnet te verlichten.

Elektrische auto’s rijden op stroom die direct uit het net wordt gehaald. Overdag gebeurt dat op steeds meer openbare laadpleinen, ’s avonds en ’s nachts vooral thuis. Die gelijktijdige vraag naar elektriciteit zorgt voor piekbelasting, vooral in dichtbebouwde gebieden. Hoewel slimme laadoplossingen en netverzwaring enige verlichting kunnen bieden, is duidelijk dat het huidige systeem niet onbeperkt schaalbaar is. De energietransitie vraagt meer van het net dan het oorspronkelijk ooit voor bedoeld was.

Waterstof wordt door voorstanders gepresenteerd als een manier om die druk te verminderen. Een waterstofauto rijdt eveneens elektrisch, maar wekt zijn stroom zelf op via een brandstofcel. De elektriciteit wordt niet rechtstreeks uit het net gehaald op het moment van rijden of tanken, maar ontstaat in de auto zelf door de reactie tussen waterstof en zuurstof. Daardoor wordt het elektriciteitsnet op straatniveau niet belast tijdens het ‘tanken’, dat in enkele minuten gebeurt bij een speciaal waterstoftankstation.

Dat betekent echter niet dat waterstof losstaat van het stroomnet. Integendeel, de productie van waterstof vraagt juist veel energie. Groene waterstof wordt gemaakt door water via elektrolyse te splitsen, een proces dat grote hoeveelheden elektriciteit verbruikt. Die stroom moet ergens vandaan komen, bij voorkeur uit zon of wind. In die zin verschuift waterstof de belasting van het net eerder in tijd en plaats, dan dat die belasting volledig verdwijnt.

Foto: © Pitane Blue – waterstof aangedreven taxi

Het Franse taxibedrijf Hype stopte vorig jaar met de exploitatie van haar vloot waterstoftaxi’s in Parijs. De waterstof in de Franse hoofdstad was nog altijd niet groen en veel te duur. Hype schakelde over op accu-elektrische taxi’s. Hype startte eind 2015 naar aanleiding van de klimaatconferentie COP21 in Parijs met de waterstoftaxi’s. Sinds 2015 nam Hype honderden waterstofauto’s – vooral van Toyota – in bedrijf als taxi.

Ook de kosten spelen een doorslaggevende rol. De prijs van waterstof aan de pomp schommelt in Nederland vaak tussen de negentien en vijfentwintig euro per kilo. Een gemiddelde waterstofauto verbruikt ongeveer één kilo per honderd tot honderdtwintig kilometer. Omgerekend betekent dit dat de brandstofkosten al snel oplopen tot zeventien tot vijfentwintig euro per honderd kilometer. In vergelijking met batterij-elektrisch rijden, zeker wanneer slim en goedkoop wordt geladen, is waterstof daarmee in veel gevallen duurder. Alleen wanneer stilstand van voertuigen extreem kostbaar is, kan het snelle tanken de hogere brandstofprijs compenseren.

In de praktijk blijkt waterstof vooral kansrijk in nichetoepassingen binnen het personenvervoer. Denk aan luchthaven- en hotelshuttles, contractvervoer of taxi’s met een zeer hoge inzetgraad en vaste standplaatsen vlak bij een betrouwbaar 700-bar tankstation. In zulke scenario’s kan waterstof functioneren, mits er altijd een alternatief station binnen bereik is en risico’s contractueel zijn afgedekt. Zodra die randvoorwaarden ontbreken, loopt de inzetbaarheid snel spaak.

marktontwikkeling 

De bredere marktontwikkeling wijst bovendien in een andere richting. Investeringen in waterstof verschuiven steeds vaker naar zwaar transport en internationale corridors. In meerdere Europese landen worden stations die vooral op personenauto’s waren gericht gesloten of omgevormd, terwijl de focus komt te liggen op trucks en bussen. Europese regelgeving stelt weliswaar minimumnormen voor waterstofstations richting 2030, maar dat garandeert niet dat de waterstofpersonenauto massaal zal doorbreken.

De praktijk laat zien dat deze theorie nog ver verwijderd is van grootschalige toepassing. Waterstofinfrastructuur voor personenauto’s is beperkt en de kosten zijn hoog. Bovendien gaat bij de omzetting van stroom naar waterstof en weer terug naar elektriciteit veel energie verloren. Dat maakt waterstof minder efficiënt dan direct elektrisch rijden. Vanuit dat perspectief is waterstof geen wondermiddel dat het probleem van netcongestie in één klap oplost.

Alles afwegend blijft de conclusie helder. Voor grootschalige inzet van waterstofauto’s in het personenvervoer in België en Nederland is de kans op succes vóór 2030 beperkt. De combinatie van hoge kosten, een smal modellenaanbod en een fragiele infrastructuur vormt een te grote drempel. Waterstof kan werken, maar alleen daar waar de omstandigheden uitzonderlijk gunstig zijn en waar elke minuut stilstand zwaarder weegt dan de prijs aan de pomp.

Nieuwe contracten: miljardeninvestering verstevigt positie Transdev in Nederland

Transdev verstevigt zijn positie op de Nederlandse ov-markt met nieuwe contracten en de start van twee grote stedelijke netwerken.

Dat blijkt uit een uitgebreide toelichting van het internationale mobiliteitsbedrijf, dat via dochteronderneming Transdev Nederland de komende jaren een sleutelrol blijft spelen in het regionale en stedelijke openbaar vervoer. De totale waarde van de recent verworven concessies en opgestarte netwerken loopt op tot ruim vier miljard euro over de volledige looptijd van de contracten.

De uitbreiding betreft allereerst twee recent toegekende contracten. Eén daarvan is de concessie Arnhem–Nijmegen–Foodvalley in de provincie Gelderland. Transdev is geselecteerd om hier gedurende tien jaar, van juni 2026 tot juni 2036, het busvervoer te verzorgen. De concessie werd in juli 2025 gegund en brengt twee bestaande contracten samen, Arnhem–Nijmegen en Veluwe Zuid, die al door Transdev werden geëxploiteerd. De totale contractwaarde bedraagt meer dan 1,5 miljard euro. De dienstverlening wordt uitgevoerd onder het provinciale merk RRReis en steunt op een volledig nieuwe vloot van meer dan driehonderd emissievrije elektrische bussen, waaronder voertuigen van Yutong, MAN en Solaris. Daarnaast worden vijftig elektrische trolleybussen ingezet.

Valys

Een tweede belangrijke opdracht betreft Valys 2026. De Transdev-dochter Connexxion Taxi Services is voorlopig geselecteerd om deze dienst uit te voeren namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Valys verzorgt landelijk vraagafhankelijk vervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking, bedoeld voor sociale en recreatieve reizen door heel Nederland en inclusief sportvervoer. Het contract vertegenwoordigt een waarde van bijna een half miljard euro over een periode van zes jaar, vanaf oktober 2026, met de mogelijkheid tot twee verlengingen van telkens twee jaar. De gunning is nog onder voorbehoud van bezwaarprocedures.

Antoine Grange, CEO Europe van Transdev Group, benadrukt het belang van deze groei. “De groei van Transdev in Nederland weerspiegelt het vertrouwen van overheden in ons vermogen om betrouwbare, duurzame en mensgerichte mobiliteit te leveren. Van stedelijke netwerken met hoge capaciteit tot inclusieve on-demanddiensten, wij zijn er trots op regio’s te ondersteunen die de transitie naar emissievrij vervoer versnellen en tegelijkertijd het dagelijks leven van inwoners verbeteren.,” aldus Grange.

consessie Utrecht

Naast nieuwe contracten zijn op 14 december 2025 twee grote stedelijke netwerken van start gegaan. In Utrecht betreft dit de concessie Utrecht Binnen, die in juni 2024 werd gegund. Deze overeenkomst omvat bus- en tramdiensten in en rond het stadscentrum onder het merk U-OV en heeft een looptijd van tien jaar met een totale waarde van circa 1,7 miljard euro. Onderdeel van het programma is de volledige vervanging van de bestaande busvloot door emissievrije voertuigen. Het gaat om 228 nieuwe elektrische bussen van onder meer Solaris, Yutong, Volvo en VDL, aangevuld met het hergebruik van 69 bestaande elektrische bussen. 

Het netwerk omvat vijftig buslijnen die samen jaarlijks meer dan dertig miljoen reizigers vervoeren. Het tramnet beslaat drie lijnen met een lengte van 18,3 kilometer en maakt gebruik van 54 CAF-tramstellen, goed voor circa tien miljoen passagiers per jaar. Dagelijks worden de diensten gedragen door een team van ongeveer duizend medewerkers, waaronder circa 850 chauffeurs en technici en 150 medewerkers in ondersteunende, operationele en managementfuncties.

Foto: © Pitane Blue – wachten op busvervoer

Volgens André van Schie, gedeputeerde Mobiliteit, Economie en Digitalisering van de provincie Utrecht, is de overgang zorgvuldig verlopen. “Tijdens het 18 maanden durende overgangsproces hebben wij een hoog niveau van professionaliteit waargenomen, wat vertrouwen en een gevoel van rust heeft gecreëerd. Wij willen de passagiers feliciteren, aangezien wij er volledig van overtuigd zijn dat zij zullen profiteren van deze stipte en op maat gemaakte openbaarvervoersdienst binnen de provincie.,” zei Van Schie.

waterstofbussen

Op dezelfde dag ging ook het vernieuwde netwerk in de regio Hoeksche Waard–Goeree-Overflakkee van start. In deze Zuid-Hollandse regio voert Transdev het vervoer uit onder eigen naam, met nadruk op betere dienstverlening, emissievrije mobiliteit en sociale inclusie. Het contract werd in november 2024 gegund en loopt dertien jaar, tot eind 2038. De totale waarde bedraagt bijna een half miljard euro en het netwerk bedient jaarlijks ongeveer vier miljoen reizigers. Het programma voorziet in een groei van twintig procent van het aanbod tegen 2028, met een busvloot die uiteindelijk volledig elektrisch en emissievrij is. Daarbij worden 67 nieuwe batterij-elektrische bussen van Volvo en VDL ingezet, naast twintig bestaande Solaris-waterstofbussen.

Manu Lageirse, CEO van Transdev Nederland, onderstreept het belang van de gelijktijdige start. “De start van Utrecht Binnen en de vernieuwde HWGO-concessie op dezelfde dag is een krachtig signaal van de betrokkenheid en paraatheid van onze teams. Wij zijn dankbaar voor het vertrouwen dat de provincies Utrecht en Zuid-Holland in ons stellen, en zullen vanaf dag één focussen op betrouwbaarheid, reizigersbeleving en het implementeren van schonere mobiliteit binnen beide netwerken.,” aldus Lageirse.

emissievrij

Aan het einde van 2024 beschikte Transdev in Nederland over een emissievrije vloot van circa 1.350 voertuigen, waaronder meer dan zeshonderd elektrische bussen, ruim zeshonderd elektrische taxi’s en meer dan honderdvijftig elektrische ondersteunende voertuigen. Wereldwijd vervoert Transdev dagelijks gemiddeld 12,8 miljoen passagiers en is het actief in negentien landen.

Proefkonijnen: waterstoftaxi’s in Brussel staan stil door falende infrastructuur

Woede en ontgoocheling na mislukte beloften overheid, waterstofproject verandert in financiële nachtmerrie.

De belofte van een groene toekomst met waterstoftaxi’s in Brussel is op korte tijd veranderd in een verhaal van frustratie, financiële problemen en wantrouwen tegenover de overheid. Waar het project in eerste instantie gepresenteerd werd als een vooruitstrevend voorbeeld van duurzame mobiliteit, blijkt nu dat tientallen taxichauffeurs in een uitzichtloze situatie zijn beland.

Toen Brussel Mobiliteit eind 2023 de weg vrijmaakte voor een nieuw tijdperk van taxivergunningen, klonk het vooruitzicht hoopvol. Een vijftigtal licenties werd speciaal gereserveerd voor waterstofvoertuigen. Het concept leek aantrekkelijk: voertuigen zonder CO₂-uitstoot die de voordelen van elektrische wagens zouden combineren met het gemak van een snelle tankbeurt. Geen lange wachttijden aan laadpalen, maar binnen vijf minuten weer de weg op, net zoals bij traditionele benzine- of dieselwagens.

fors investeren

De belofte klonk overtuigend genoeg voor een groep chauffeurs die bereid waren fors te investeren. Sommigen legden bijna 80.000 euro op tafel voor een nieuw model, anderen kozen voor tweedehands, maar ook die bleken duur in aanschaf. Ze vertrouwden daarbij op de communicatie van de Brusselse autoriteiten, die het project als innovatief en toekomstbestendig naar voren hadden geschoven.

Voor taxichauffeur Hatim, die sinds 2019 actief is, leek dit de kans om zijn carrière naar een hoger niveau te tillen. “In 2022 heeft Brussel Mobiliteit mij gecontacteerd om me te laten weten dat ik bovenaan de wachtlijst stond voor een waterstoflicentie,” legt hij uit. “Dus heb ik eind 2023 mijn wagen gekocht en ben ik begin 2024 gestart met werken.” Zijn enthousiasme sloeg echter snel om in ontgoocheling.

storingen

Het probleem kwam nauwelijks een jaar later aan het licht. De weinige tankstations die waterstof aanbieden, kampen regelmatig met technische storingen of zijn gewoon niet operationeel. Daardoor kunnen veel chauffeurs hun voertuigen niet gebruiken en staan hun dure investeringen letterlijk stil. De chauffeurs, die vaak leningen moesten afsluiten om hun wagen te kunnen bekostigen, zien zich geconfronteerd met hoge schulden en een inkomen dat volledig is weggevallen.

Foto: © Pitane Blue – taxi in Brussel

De frustratie groeit met de dag. Chauffeurs voelen zich misleid en in de steek gelaten. Ze wijzen met de vinger naar Brussel Mobiliteit, dat volgens hen veel te rooskleurige verwachtingen heeft geschetst zonder de nodige garanties te bieden voor de praktische werking van de infrastructuur. “Men heeft ons als proefkonijnen gebruikt,” klinkt het bij verschillende gedupeerden. De droom van een ecologische en rendabele taxidienst blijkt in de praktijk een financiële nachtmerrie te zijn.

wanhoop

Naast de materiële schade is er ook de menselijke kant van het verhaal. De wanhoop onder de chauffeurs is groot. Velen zijn afhankelijk van hun taxi om hun gezin te onderhouden. Het wegvallen van hun werk betekent dat ze hun rekeningen niet meer kunnen betalen en in een neerwaartse spiraal belanden. Ze vragen dan ook met aandrang om concrete oplossingen en een duidelijk plan van de Brusselse overheid.

De situatie roept vragen op over hoe voorbereid het beleid werkelijk was. Hoewel de ambitie om Brussel groener te maken lovenswaardig is, blijkt uit dit dossier dat de uitvoering gebrekkig en haastig is geweest. Zonder betrouwbare tankinfrastructuur en zonder vangnet voor de chauffeurs lijkt de waterstoftaxi in Brussel voorlopig vooral een mislukt experiment.

BMW kiest vol voor waterstof: autofabrikant brengt in 2028 eerste model op de markt

BMW blijft zich onderscheiden van de meeste autofabrikanten door vol in te zetten op waterstoftechnologie.

Terwijl het gros van de industrie zich richt op batterij-elektrische voertuigen, kijkt BMW vooruit naar een toekomst waarin niet alle mobiliteit afhankelijk is van het elektriciteitsnet. In 2028 wil de Duitse autobouwer de eerste in serie geproduceerde waterstofauto op de markt brengen, een beslissing die tot veel discussie leidt in de sector.

De BMW iX5 Hydrogen, gebaseerd op het bestaande X5-model, is het voorlopige resultaat van een intensieve samenwerking met Toyota. Het voertuig is uitgerust met twee waterstoftanks die onder een druk van 700 bar tot 6 kilogram waterstof kunnen opslaan. Daarmee kan de SUV een afstand van ongeveer 500 kilometer afleggen op één tankbeurt. Het tanken zelf duurt amper drie tot vier minuten, een tijdsduur die vergelijkbaar is met die van conventionele benzine- of dieselvoertuigen. Met een vermogen van 401 pk levert de auto bovendien prestaties die aansluiten bij de sportieve reputatie van het merk.

strategie

De keuze voor waterstof is niet alleen een technologische, maar ook een strategische. In veel Europese landen, waaronder Nederland, staat het stroomnet onder druk. Netbeheerders waarschuwen al enige tijd voor netcongestie, wat het uitrollen van laadpalen voor elektrische auto’s vertraagt. Waterstofauto’s vormen in dat licht een aantrekkelijk alternatief, omdat ze het elektriciteitsnet nauwelijks belasten.

Foto: © Pitane Blue – waterstof aangedreven taxi

Toch is niet iedereen overtuigd van deze route. De productie van groene waterstof – die essentieel is om de beloofde emissievrije voordelen te realiseren – is op dit moment nog zeer beperkt en kostbaar. Ook de infrastructuur laat te wensen over: in heel Nederland zijn slechts enkele waterstoftankstations operationeel. BMW en Toyota hebben daarom aangegeven gezamenlijk te werken aan de uitbreiding van dit netwerk, om het gebruik van waterstofauto’s op grotere schaal mogelijk te maken.

De meningen onder experts zijn verdeeld. Waar sommigen de waterstofauto zien als een waardevolle aanvulling op batterij-elektrisch rijden, vooral bij langeafstandsritten of in regio’s waar laden moeilijk is, wijzen anderen op de relatief lage energie-efficiëntie van waterstof en de hoge kosten voor productie en distributie. Toch houdt BMW vast aan haar koers.

keuzevrijheid

Juergen Guldner, hoofd van BMW’s waterstofprojecten, benadrukt het belang van keuzevrijheid voor de consument. “Als je het gedrag van mensen wilt veranderen, is het altijd beter om keuze te bieden dan om iets weg te nemen en te zeggen: ‘Dit is de oplossing. Je moet er nu mee leven.’” Met die filosofie positioneert BMW de waterstofauto niet als vervanging, maar als waardevolle aanvulling op het bestaande aanbod van batterij-elektrische modellen.

De geplande introductie van een waterstofauto in 2028 markeert een belangrijk moment in de evolutie van mobiliteit. Of deze technologie daadwerkelijk breed geaccepteerd zal worden, is afhankelijk van meerdere factoren: de snelheid van technologische vooruitgang, investeringen in infrastructuur en de bereidheid van consumenten om alternatieven voor conventionele aandrijflijnen te omarmen. Voor BMW is één ding alvast duidelijk: waterstof krijgt een vaste plaats binnen de strategie voor emissievrije mobiliteit.

Gezamenlijke tender: Duitsland en Nederland slaan de handen ineen voor groene waterstof

Duitsland en Nederland slaan de handen ineen in een historisch samenwerkingsverband dat moet leiden tot de grootschalige import van duurzame waterstof naar Noordwest-Europa.

Tijdens de World Hydrogen Summit in Rotterdam kondigde minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei aan dat beide landen gezamenlijk een tender opstarten met een waarde van 600 miljoen euro. Met deze regeling willen zij de markt voor hernieuwbare waterstof versneld op gang brengen en zo een cruciale stap zetten in de energietransitie.

De samenwerking is uniek in Europa en vormt een belangrijk precedent voor grensoverschrijdend energiebeleid. De gezamenlijke investering maakt deel uit van het H2Global-mechanisme, een publiek-private samenwerking die in 2021 door Duitsland werd geïnitieerd. Dit mechanisme is opgezet om het economische gat te dichten tussen de hoge kosten van duurzame waterstofproductie en de prijs die bedrijven bereid zijn te betalen. De tender wordt uitgevoerd door de Duitse organisatie Hintco, die eerder al met succes de eerste H2Global-veiling opzette.

import

Minister Hermans benadrukte in haar toespraak het belang van deze nieuwe samenwerking: “Duurzame waterstof gaat een belangrijke rol spelen in de energietransitie. Naast de eigen productie in Nederland zal er ook import nodig zijn. Met deze regeling willen Duitsland en Nederland deze import op gang brengen.” De afname van de geïmporteerde waterstof door bedrijven in beide landen zorgt voor afzetzekerheid voor producenten wereldwijd en verlaagt tegelijkertijd de toetredingsdrempels tot de Europese markt.

Het veilingmechanisme van H2Global werkt met een dubbelzijdige aanpak. Aan de productiekant worden de laagste biedingen geselecteerd, terwijl aan de afnamezijde de hoogste bieders binnen het bedrijfsleven worden gekozen. Het resterende verschil – het zogenaamde ‘groene prijsverschil’ – wordt opgevangen met publieke middelen. Zo wordt transparantie in prijsontwikkeling gewaarborgd en kunnen handelsstromen op verantwoorde wijze worden opgeschaald. De tender richt zich op vijf loten, waarvan er één specifiek gezamenlijk door Duitsland en Nederland wordt gefinancierd.

Foto: © Pitane Blue – waterstof aangedreven taxi

Markus Exenberger, uitvoerend directeur van de H2Global Foundation en medeoprichter van het initiatief, spreekt van een mijlpaal: “Voor het eerst wordt deze H2Global-veiling ondersteund door financiering van twee regeringen, wat bewijst dat wereldwijde samenwerking op het gebied van schone energie niet alleen mogelijk is, maar essentieel.”

leveringszekerheid

Hintco maakte tevens bekend dat de totale waarde van deze tweede H2Global-tender kan oplopen tot bijna 3 miljard euro, afhankelijk van de goedkeuring van aanvullende budgetten. De verwachting is dat de eerste contracten nog dit jaar worden gegund, zodat in 2026 daadwerkelijk de eerste leveringen van hernieuwbare waterstof naar Nederland en Duitsland kunnen plaatsvinden.

Met deze gezamenlijke stap zetten beide landen niet alleen in op verduurzaming van hun energievoorziening, maar ook op een versterking van de Europese leveringszekerheid. Door producenten wereldwijd actief te betrekken en tegelijkertijd infrastructuuronzekerheden contractueel te ondervangen, wordt een solide basis gelegd voor de verdere uitrol van duurzame waterstof als energie- en grondstofdrager van de toekomst.

Ursula von der Leyen: nieuwe focus op e-fuels en digitalisering

Ursula von der Leyen heeft zichzelf opgevolgd als voorzitter van de Europese Commissie met een ambitieuze lijst politieke plannen en voorstellen.

In haar toespraak benadrukte Von der Leyen het belang van continuïteit en verwees ze naar het klimaatprogramma van de vorige Europese Commissie, de Green Deal. Echter, ze gaf ook blijk van een nieuwe richting door ruimte te maken voor e-fuels, synthetische brandstoffen die worden geproduceerd uit waterstof en CO2. Deze stap wijkt af van het eerdere Europese beleid dat verbrandingsmotoren tegen 2035 wil verbieden.

De introductie van e-fuels markeert een belangrijke verschuiving in het Europese klimaatbeleid. Deze brandstoffen worden gezien als een mogelijke oplossing om de uitstoot van bestaande verbrandingsmotoren te verminderen, zonder de noodzaak om de gehele infrastructuur voor benzine- en dieselvoertuigen om te gooien. Critici vrezen echter dat dit de transitie naar volledig elektrische voertuigen kan vertragen.

Von der Leyen heeft verder benadrukt dat het noodzakelijk is om duurzame vervoersmiddelen aantrekkelijker en toegankelijker te maken. Een van haar speerpunten is het vergemakkelijken van het gebruik van treinen door heel Europa. Ze pleit voor de ontwikkeling van een eengemaakt, digitaal boekingsplatform voor Europese treintickets. Dit platform zou het mogelijk maken om met één ticket door verschillende landen te reizen, zonder in te boeten op rechten of service. Deze maatregel zou niet alleen het reizen eenvoudiger maken, maar ook een belangrijke stap zijn in de richting van duurzamer vervoer.

Daarnaast heeft Von der Leyen aangekondigd dat ze de administratieve lasten voor bedrijven wil verminderen. Minder bureaucratie, meer vertrouwen en snellere vergunningen zijn enkele van de kernpunten in haar plan om de concurrentiekracht van Europese bedrijven te vergroten. Vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) zal er meer aandacht zijn dan in de vorige regeerperiode. Dit is van groot belang, aangezien kmo’s de ruggengraat van de Europese economie vormen.

Tijdens haar toespraak verklaarde Von der Leyen: “We moeten de weg vrijmaken voor innovatie en groei. Bedrijven moeten kunnen floreren zonder gehinderd te worden door onnodige administratieve lasten. Daarom zetten we in op digitalisering en het vereenvoudigen van procedures.”

Foto: © Pitane Blue – Ursula von der Leyen

Het verminderen van de bureaucratie en het versnellen van vergunningen zijn cruciale stappen om de Europese bedrijven concurrerender te maken op het wereldtoneel. Dit zal niet alleen de interne markt versterken, maar ook het vermogen van Europa om te concurreren met grote economieën zoals de Verenigde Staten en China vergroten.

De plannen van Von der Leyen stuiten op gemengde reacties. Terwijl de industriële sector en ondernemersorganisaties haar voorstellen verwelkomen, zijn er ook zorgen over de haalbaarheid en de mogelijke gevolgen voor het milieu. Milieuorganisaties zijn sceptisch over de e-fuels en vrezen dat deze een excuus kunnen worden om het gebruik van fossiele brandstoffen voort te zetten.

Von der Leyen heeft echter verzekerd dat duurzaamheid en klimaatdoelstellingen hoog op de agenda blijven staan. “De Green Deal is niet zomaar een beleidsdocument, het is ons kompas voor de toekomst,” zei ze. “We moeten vooruitgaan op een manier die zowel onze planeet beschermt als onze economie stimuleert.”

Met deze mix van continuïteit en nieuwe ideeën, positioneert Ursula von der Leyen de Europese Commissie voor een uitdagende maar veelbelovende toekomst. Haar nadruk op duurzaamheid, innovatie en concurrentiekracht weerspiegelt de complexe balans die nodig is om Europa vooruit te helpen in een snel veranderende wereld.

Waterstof: Franse Hype brengt waterstoftaxi’s naar Brussel

Het Franse platform voor zero-emissiemobiliteit Hype gaat “in de komende dagen” een taxidienst in Brussel lanceren.

Hype, een Frans taxibedrijf, gaat zijn waterstofgedreven taxi’s naar Brussel brengen. Dit maakt deel uit van een ambitieuze uitbreiding van het bedrijf in Europa, met plannen om tegen 2024, het jaar van de Olympische Spelen in Parijs, 1.500 waterstoftaxi’s te hebben. De stap naar Brussel is een natuurlijke evolutie in Hypes strategie, gezien de Belgische hoofdstad tegen 2050 CO2-neutraal wil zijn.

Het bedrijf, dat in 2015 door Mathieu Gardies werd opgericht in Parijs, heeft onlangs een belang genomen in Mol-Tax, een lokale taxionderneming in Brussel. Dit partnerschap zal het voor Hype mogelijk maken om een directe toegang tot de markt in de Belgische hoofdstad te verkrijgen en tegelijkertijd haar groene waterstofstations daar te installeren.

In de context van een strenger wordende regelgeving, waarbij vanaf 2025 alle nieuwe taxi’s in Brussel emissievrij moeten zijn, is de keuze voor waterstof een logische. De bestaande taxi-exploitanten in de stad, waaronder Taxis Verts van D’Ieteren en Virya Energy van Colruyt, hebben al een pilotproject voor waterstoftaxi’s gelanceerd, dat een voorbode was van deze nieuwe ontwikkeling. Deze firma’s begonnen in september 2022 met de inzet van de eerste waterstof taxi in Brussel.

Foto: © Pitane Blue – waterstof tanken

Verder wordt Hypes inspanning ondersteund door Europese subsidies; het bedrijf heeft onlangs 18 miljoen euro ontvangen voor de uitrol van haar netwerk. Dit geld zal onder meer gebruikt worden voor de installatie van waterstofstations en de ontwikkeling van nieuwe voertuigen in samenwerking met Stellantis, waaronder een hybride versie van de Peugeot e-Expert en Citroën ë-Jumpy. Daarnaast zullen de Toyota Mirai en Hyundai Nexo ook deel gaan uitmaken van het wagenpark in Brussel.

Een van de uitdagingen die Hype zal moeten aangaan is het overtuigen van taxichauffeurs in Brussel om over te stappen op waterstoftaxi’s. Het bedrijf plant hiervoor een reeks incentives, waaronder pakketten die niet alleen de auto’s zelf omvatten, maar ook toegang tot de laadstations en gebruik van de Hypp-applicatie. Dit alles moet bijdragen aan een naadloze transitie naar schonere mobiliteitsopties.

Het exacte aantal auto’s dat Hype zal uitrollen in Brussel is nog niet bekend, maar gezien de steun van de Europese Unie en de lokale regelgeving lijkt het bedrijf goed gepositioneerd om een belangrijke speler te worden in de toekomst van emissievrij vervoer in de hoofdstad. Dit project toont de groeiende trend van waterstofenergie in stedelijke mobiliteit en hoe dit kan bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van Europese steden.

Fiscale veranderingen voor ondernemers in 2024 raken vervoer

De redactie van Pitane Blue hoopt dat iedereen een gelukkig en gezond 2024 mag beleven.

Het nieuwe jaar 2024 begint met een knal in het zuiden van Nederland, ondanks de invoering van vuurwerkverboden in steden als Eindhoven en Tilburg. Het verbod, bedoeld om het zelf afsteken van vuurwerk te beperken, lijkt weinig effect te hebben gehad op de feestvreugde van de inwoners. In Eindhoven bijvoorbeeld, waar men voor het eerst een vuurwerkverbod invoerde, was de nachtelijke hemel alsnog verlicht door vuurwerk. De stad bood wel een alternatief in de vorm van een openbare vuurwerkshow, wat kan worden gezien als een stap naar het vormen van nieuwe tradities. Het idee van een landelijk vuurwerkverbod lijkt nog ver weg, temeer omdat sommige burgemeesters aangaven niet streng te zullen handhaven op het verbod.

fiscale regelgeving

Parallel aan de festiviteiten brengt 2024 ook veranderingen in de fiscale regelgeving voor ondernemers. Een belangrijke wijziging is het wegvallen van belastingvoordeel voor investeringen in vervoersmiddelen met fossiele brandstofmotoren. Dit geldt ook voor hybride voertuigen, ‘dual-fuel’-varianten en waterstof aangedreven werktuigen. De overheid heeft nieuwe staatsteuneisen geïmplementeerd, waaronder een verbod op het gebruik van grijze waterstof, omdat dit moeilijk te controleren is. Dergelijke werktuigen zijn daarom van de Milieulijst verwijderd.

Foto: Pitane Blue – Taxistandplaats in Amsterdam

Ook de regels rond elektrische taxi’s zijn aangescherpt. Vanwege de afnemende meerprijs van elektrische taxi’s ten opzichte van conventionele taxi’s, wordt het belastingvoordeel voor deze voertuigen stopgezet. 

Een vergelijkbare aanpassing treft elektrisch aangedreven bakfietsen, waarbij het belastingvoordeel vervalt als de bakfietsen ook privé gebruikt worden. Voor wat betreft laadpunten: alleen de laadpunten voor zwaar vervoer komen nog in aanmerking voor fiscale voordelen, in tegenstelling tot die voor lichter vervoer zoals bestelauto’s.

Duurzaam op de rails nu Alstom versnelt met waterstoftreinen

Met de implementatie van de waterstoftreinen binnen dit project, biedt Alstom niet alleen een duurzaam alternatief voor traditioneel treinvervoer, maar speelt het ook een cruciale rol in de ontwikkeling van een duurzame infrastructuur in de regio.

De toekomst van treinvervoer neemt in Europa een groene wending, ondanks eerdere berichten over de vermeende neergang van de waterstoftrein in Duitsland. Het Franse industrieconcern Alstom zet een opvallende prestatie neer door het binnenhalen van nieuwe bestellingen voor zijn innovatieve waterstoftreinen, vooral in Italië.

Recentelijk kondigde Alstom aan twee belangrijke orders uit Italië te hebben ontvangen. In Lombardije heeft het vervoersbedrijf Ferrovie Nord Milano een aanvullende bestelling geplaatst voor twee Coradia Stream H-treinen, bovenop de zes reeds bestelde treinen. Dit is onderdeel van een grotere overeenkomst die in totaal voorziet in de levering van 14 treinen. In de regio Puglia gaat Alstom twee waterstoftreinen leveren aan Ferrovie del Sud Est. Deze treinen, die de huidige dieseltreinen zullen vervangen, markeren de introductie van waterstoftreinen in deze regio.

Het project in Italië, dat wordt ondersteund door de Europese Unie, draait om de Coradia Stream, een regionaal treinmodel. De waterstofvariant, aangeduid als ‘H’, wordt ontwikkeld en geproduceerd in Alstom’s Italiaanse fabrieken. Het bedrijf maakt hierbij gebruik van meerdere locaties, namelijk Savigliano voor ontwikkeling, certificering, productie en testen en Vado Ligure voor de uitrusting van het treinstel waarin de geavanceerde waterstoftechnologie is geïnstalleerd. Sesto San Giovanni wordt de locatie voor de productie van componenten en Bologna voor de ontwikkeling van het signaleringssysteem.

“We zijn enorm trots dat we de eerste waterstoftreinen in Puglia mogen leveren en de vloot van waterstoftreinen in Lombardije mogen uitbreiden”, aldus een vertegenwoordiger van Alstom. “Alstom’s ongeëvenaarde expertise op het gebied van groene tractieoplossingen stelt ons uniek in staat om de beste oplossingen voor onze klanten te identificeren, afhankelijk van hun specifieke behoeften.”

Michele Viale – Managing Director Alstom

De introductie van de waterstoftrein in Italië markeert een belangrijke mijlpaal binnen het H2iseO Hydrogen Valley project.

Dit ambitieuze project maakt deel uit van het Hy2Tech-initiatief binnen het IPCEI-programma, gefinancierd door de Europese Unie via het NextGenerationEU-fonds. Alstom heeft onlangs zijn voortgang en realisaties gepresenteerd tijdens een conferentie over het IPCEI waterstofproject, gehouden in Berlijn begin december. Met deze ontwikkelingen positioneert Alstom zich stevig als een voorloper in de transitie naar duurzamer treinvervoer in Europa, en illustreert het de groeiende interesse in waterstoftechnologie als een milieuvriendelijk alternatief voor traditionele brandstoffen in de transportsector.

Waterstoftechnologie of kindervrije vluchtzones introduceren?

Een weekoverzicht vol uitersten. De directie van VDL Nedcar heeft aangegeven dat de inkrimping noodzakelijk is om het voortbestaan van de fabriek veilig te stellen.

In een periode waarin duurzame mobiliteit steeds belangrijker wordt, maken zowel de auto-industrie als de luchtvaartsector aanzienlijke veranderingen door. Afgelopen week onthulde Toyota, als leidende kracht in hybride voertuigtechnologie, verdere investeringen in de ontwikkeling van waterstoftechnologie. Dit zet de deur open voor de integratie van waterstof als duurzame brandstof voor zwaardere voertuigen. De vernieuwingen omvatten geavanceerde waterstoftanks en brandstofcellen, wat de prijzen zou kunnen verlagen en de technologie toegankelijker maakt voor het grote publiek.

Tegelijkertijd liet taxibedrijf Noot Personenvervoer zien dat waterstofvoertuigen niet alleen een toekomstvisie zijn maar ook een praktische realiteit kunnen vormen door 35 Toyota waterstofauto’s in gebruik te nemen. De positieve ervaringen van waterstoftaxi’s in steden als Den Haag en Brussel ondersteunen het idee dat waterstof een levensvatbaar alternatief kan zijn voor conventionele brandstoffen.

Ondertussen heeft de luchtvaartindustrie haar eigen uitdagingen en vernieuwingen. Corendon Airlines heeft aangekondigd om specifieke kindervrije zones in te stellen op haar vluchten naar Curaçao. Dit concept, dat voorziet in de wens van passagiers naar een rustigere vluchtomgeving, heeft gemengde reacties opgeroepen en benadrukt de verscheidenheid aan klantvoorkeuren binnen de luchtvaart. De toegevoegde kost voor deze zones – een fenomeen dat al bekend is bij sommige Aziatische luchtvaartmaatschappijen – stelt Corendon in staat om een nieuw segment van het reizigerspubliek aan te boren.

De regelgeving op de Nederlandse wegen heeft ook een belangrijke stap gezien met de aankondiging van een registratie- en kentekenplicht voor bijzondere bromfietsen. Dit besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat is een directe reactie op de toenemende verscheidenheid aan vervoermiddelen op de weg en de noodzaak om veiligheid en zichtbaarheid te verhogen.

In internationaal perspectief heeft de verstoring van slotallocaties op Schiphol luchthaven tot een spanning tussen de Verenigde Staten en Nederland geleid. De Amerikaanse luchtvaartautoriteiten dringen aan op een eerlijke behandeling van haar luchtvaartmaatschappijen na het verlies van belangrijke start- en landingsrechten, wat illustreert hoe concurrerende belangen de luchtvaartsector kunnen beïnvloeden.

Koninklijke Nederlandse Vervoer (KNV) heeft een nieuw hoofdstuk aangekondigd in de saga van digitale mobiliteit: KNV Connected Mobility.KNV benadrukt dat mobiliteit in een stroomversnelling van digitale innovatie zit. Het belooft dat verbeterde digitale connectiviteit geen toekomstmuziek is, maar een huidige standaard die reizigers steeds meer gaan eisen. Dit roept echter vragen op over de originaliteit van het concept gezien het MaaS-lab, opgericht in 2019, zich al op dezelfde principes baseerde.

Met de lancering van KNV Connected Mobility op 1 januari 2024 beoogt de branchevereniging het roer om te gooien naar een meer geïntegreerd en digitaal vriendelijk mobiliteitsecosysteem. Inzetten op een uniforme aanpak van regelgeving, databeheer en privacy zullen de hoekstenen zijn van deze nieuwe richting. Deze elementen zijn essentieel voor het creëren van een gelijk speelveld in de mobiliteitsbranche, een doel dat reeds door het MaaS-lab werd beoogd maar niet tot volledige wasdom kwam.

De toekomst van de werknemers van VDL Nedcar, de Limburgse autofabrikant, hangt aan een zijden draadje na de recente bekendmaking dat het bedrijf een substantiële vermindering van zijn vaste personeelsbestand zal doorvoeren. Deze ontwikkeling werd op een donderdagmiddag gecommuniceerd aan het personeel, wat ongetwijfeld als een schok is gekomen. VDL Nedcar, de enige grote autofabriek van Nederland, gelegen in Born, speelt een aanzienlijke rol in de regionale economie en werkgelegenheid. Met de aankondiging dat van de 2500 vaste banen er slechts 450 overblijven vanaf 1 maart volgend jaar, ontstaat er een onzekere tijd voor vele huishoudens.

Waterstoftechnologie in de auto-industrie: een stille revolutie op gang

Grote automerken vernieuwen hun toewijding aan waterstof, met een blik op een duurzame toekomst.

Terwijl critici de haalbaarheid van waterstofauto’s in twijfel trekken, hebben prominente spelers in de auto-industrie aanzienlijke stappen gezet die duiden op een hernieuwde toewijding aan waterstoftechnologie, een ontwikkeling die een nieuwe dimensie kan geven aan de toekomst van duurzame mobiliteit. Taxibedrijf Noot Personenvervoer uit Ede schafte als innovatief voorloper maar liefst 35 waterstofauto’s van Toyota aan. Na een succesvolle proef met de taxi’s in Den Haag, toont ook Brussel aan dat waterstof een haalbaar alternatief is voor diesel. 

Toyota, een pionier in de wereld van de hybride auto’s, heeft niet de handdoek in de ring gegooid na de uitdagende ontvangst van hun Mirai waterstofauto. In plaats daarvan is er een verschuiving in focus waar te nemen. De Japanse automaker verdiept zich in de optimalisatie van waterstoftechnologie voor zware voertuigen, een sector waarin ze al leidend zijn. Hun inspanningen gaan verder met de ontwikkeling van compactere waterstoftanks en efficiëntere brandstofcellen, die de kosten kunnen drukken en de technologie aantrekkelijker kunnen maken voor massa-adoptie. Er gaan geruchten over innovatieve tankdesigns die integratie in huidige automodellen mogelijk kunnen maken, wat perspectief biedt op een nieuwe generatie waterstofaangedreven personenauto’s.

Ook Ford Trucks heeft recentelijk zijn interesse in waterstoftechnologie bevestigd door een overeenkomst voor strategische samenwerking met Quantron. Deze overeenkomst is een voorbode voor de integratie van waterstof in de productlijn van zware voertuigen en onderschrijft de visie van het bedrijf op een diverse toekomst in voertuigaandrijving. Hoewel de focus nog steeds ligt bij de verdere ontwikkeling van elektrische voertuigen, erkent Ford Trucks het potentieel van waterstof als een complementaire technologie binnen hun portfolio.

op waterstof aangedreven BMW

Het Duitse BMW beschouwt waterstofceltechnologie als een belangrijke pijler in de strijd tegen klimaatverandering, naast batterij-elektrische voertuigen.

BMW heeft een duidelijk standpunt ingenomen door waterstoftechnologie als een essentieel onderdeel van hun lange-termijnstrategie voor emissievrij transport te positioneren. Met de onthulling van de BMW iX5 Hydrogen, weerspiegelt het bedrijf de vruchten van jarenlang onderzoek en ontwikkeling en zet het een stap dichter bij de ambitie om tegen 2050 een netto nul uitstoot te realiseren.

IKEA, bekend om zijn betaalbare Zweedse designmeubels, heeft eveneens een stap voorwaarts gezet door de invoering van waterstofvrachtwagens in Oostenrijk. Deze stap wordt ingegeven door de noodzaak om de actieradius van het bestaande wagenpark te vergroten, vooral voor leveringen in minder bereikbare gebieden. De introductie van vijf nieuwe brandstofcel-elektrische voertuigen, aangeleverd door het Duitse Quantron, illustreert een innovatieve aanpak in het transportbeleid van IKEA. Dit besluit tot diversificatie in hun vervoersmiddelen bevestigt een toewijding aan duurzaamheid zonder de operationele efficiëntie uit het oog te verliezen.

Deze ontwikkelingen in de auto-industrie laten zien dat waterstofauto’s wellicht een langzamere start kennen dan verwacht, maar door innovatie en samenwerking een sterke comeback kunnen maken. De toekomst van waterstof in de automobielindustrie lijkt dus niet aan een zijden draadje te hangen, maar eerder aan het begin van een nieuw hoofdstuk van technologische doorbraken en duurzame ontwikkelingen.

Van miljoeneninjectie in OV tot knellende oogstdeadlines bij boeren

Terwijl Nederland en Brussel investeren in duurzaam en betaalbaar vervoer, luiden zorgvervoerders en boeren de noodklok.

Het demissionaire kabinet stelt in 2024 maar liefst 420 miljoen euro beschikbaar om een tariefstijging in het openbaar vervoer te voorkomen. Dit besluit komt na een oproep van de Tweede Kamer, die zorgen uitte over de mogelijke financiële impact op reizigers. Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur maakte het nieuws bekend en benadrukte de rol van openbaar vervoer, met name op regionaal niveau. Van het totaalbedrag gaat 300 miljoen euro naar regionaal vervoer en 120 miljoen euro naar de Nederlandse Spoorwegen (NS).

Naast overheidsinterventies op vervoerstarieven, verlengt televisiepersoonlijkheid Hélène Hendriks haar ambassadeurschap bij de TVM Awards, een initiatief gericht op transport- en verkeersveiligheid. De contractverlenging werd met enthousiasme ontvangen, vooral na Hendriks’ recente winst van de Televizier-Ring voor beste Presentator.

Intussen waarschuwen de zorgvervoerders voor een naderende crisis in het leerlingenvervoer. Volgens Koninklijke Nederlandse Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi, is er een nijpend tekort aan chauffeurs en een toename in de complexiteit van de vervoersvraag. Voorzitter Bertho Eckhardt benadrukte de hoge werkdruk en riep op tot een evaluatie.

In Brussel zijn er pogingen om over te schakelen op milieuvriendelijker transportmiddelen. Een recent partnerschap tussen Virya Energy en Taxis Verts richt zich op de ontwikkeling van waterstofvoertuigen, na een soortgelijke inspanning in Den Haag.

In Frankrijk treffen stakingen bij de nationale spoorwegmaatschappij SNCF voornamelijk de regionale lijnen. De staking is een oproep voor hogere lonen en gendergelijkheid, waarbij de hogesnelheidstreinen gewoon volgens dienstregeling rijden.

Als laatste worstelen Nederlandse boeren met een strakke oogstdeadline, vooral vanwege de strenge regels voor het gebruik van meststoffen na 15 oktober. Landbouwminister Piet Adema heeft de deadline enigszins versoepeld, maar boeren vinden dit onvoldoende.

Brussel test waterstoftaxi maar de huidige infrastructuur vormt een aanzienlijk obstakel

Na een succesvolle proef met taxi’s in Den Haag, toont ook Brussel aan dat waterstof een haalbaar alternatief is voor diesel, maar er zijn meer tankstations nodig.

Terwijl Europese steden steeds meer onder druk staan om milieuvriendelijke vervoersoplossingen te adopteren, zijn waterstofvoertuigen in opkomst als een veelbelovende optie. Brussel, dat al de ambitie heeft uitgesproken om tegen 2025 alleen nog emissievrije taxi’s toe te staan, zoekt actief naar duurzame alternatieven. De recente samenwerking tussen Virya Energy en Taxis Verts in Brussel is een stap in die richting, die volgt op een soortgelijke inspanning in Den Haag door Noot Personenvervoer.

Naar aanleiding van de Brusselse verplichting voor volledig emissievrije taxi’s tegen 2025 en het Brussels klimaatactieplan, hebben Virya Energy en Taxis Verts een jaar lang getest of waterstofgas (H2) geschikt zou zijn als brandstof voor taxi’s en andere voertuigen in de stad. Dit volgde op een soortgelijke initiatief in Den Haag, waar Noot Personenvervoer al aanzienlijke ervaring had opgedaan met het rijden op waterstof.

“Door deze combinatie van eigenschappen zijn waterstofvoertuigen een veelbelovende optie voor taxi’s,” concluderen de onderzoekers. “Het integreren van dit type voertuig in de Brusselse taxivloot zou bijdragen aan de Brusselse ambities op vlak van koolstofneutraliteit, zonder inkomstenverlies voor taxibedrijven.”

De testresultaten uit Brussel lieten volgens Bruzz zien dat waterstofauto’s op veel vlakken vergelijkbaar zijn met elektrische auto’s. Ze zijn even stil, maar hebben het voordeel van een grotere actieradius. Bovendien kunnen ze binnen enkele minuten volledig worden bijgetankt. Een volle tank biedt een bereik van 470 km, ongeacht de weersomstandigheden. In Den Haag had Noot Personenvervoer al 1,5 miljoen gezamenlijke kilometers geregistreerd met hun waterstofwagens, waarvoor ze de Toyota Mirai gebruikten. Directeur Martijn Kersing van Noot Personenvervoer, had oorspronkelijk elektrisch rijden overwogen, maar zijn onderzoek bracht hem bij waterstof als de betere optie, en vervolgens bij Toyota.

Desondanks zijn er nog enkele obstakels te overwinnen voor waterstof kan worden gezien als een volwaardig alternatief in Brussel. Hoewel de proef in grote lijnen positief was, vereist de uitrol van waterstofvoertuigen op grotere schaal een betere infrastructuur. Op dit moment zijn er in België maar zeven waterstofstations, waarvan er vijf deel uitmaken van het DATS24-netwerk. Geen van deze stations bevindt zich in Brussel. Tijdens het proefproject moest de waterstoftaxi tanken bij een station in Halle.

Foto: Pitane Blue – waterstof aangedreven taxi

Virya Energy wijst erop dat er dringend infrastructuur voor de verdere ontwikkeling van waterstofmobiliteit voorzien moet worden in de regio Brussel.

Om te zorgen dat het project soepel verliep hebben chauffeurs die de waterstoftaxi besturen, een specifieke opleiding gekregen over waterstoftechnologie en de werking van de brandstofcel. Deze training werd verzorgd door experts van Virya. Het was essentieel dat de chauffeurs goed geïnformeerd zijn, niet alleen omdat zij het eerste contactpunt voor nieuwsgierige klanten en het publiek vormen, maar ook omdat hun directe ervaring met het voertuig waardevolle informatie kon bieden over de haalbaarheid van een dergelijke technologie op grote schaal.

De betrokkenheid van prominente lokale stakeholders benadrukt het belang van dit initiatief voor Brussel en heel België. Jean-Michel Courtoy, CEO van Taxis Verts, sprak zijn enthousiasme uit over het pilootproject en benadrukte de toewijding van zijn bedrijf aan CO2-neutrale mobiliteit. Daarnaast onderstreepte Stephan Windels, CEO van Eoly, het belang van samenwerking en innovatie voor een duurzamere toekomst en de algemene doelstellingen van het klimaat-energieplan 2030.

infrastructuur

Voor een stad die streeft naar een emissievrije taxi-industrie in slechts een paar jaar, kan het ontbreken van voldoende tankstations een groot struikelblok zijn. Het benadrukt de noodzaak voor zowel openbare als private investeringen in de opbouw van een uitgebreider netwerk van waterstofstations, niet alleen in Brussel maar in heel België.

De positieve resultaten van het proefproject benadrukken echter dat, met de juiste ondersteuning en investering, waterstof een levensvatbaar alternatief kan zijn voor traditionele brandstoffen in het stedelijk vervoer. Als Brussel en andere Europese steden deze weg inslaan en de noodzakelijke infrastructuur creëren, kan dit een kantelpunt betekenen voor de manier waarop we denken over stedelijk vervoer in het licht van klimaatverandering.

Nieuwe regeling moet leiden tot een landelijk netwerk van waterstoftankstations

De voorgestelde subsidieregeling wordt nu opengesteld voor publieke consultatie, waardoor burgers, ondernemers en belanghebbenden hun mening kunnen geven en potentiële kwesties kunnen aankaarten voordat de regeling definitief wordt vastgesteld.

Het Nederlandse kabinet heeft 125 miljoen euro vrijgemaakt om de waterstofindustrie een impuls te geven. Staatssecretaris Heijnen kondigde vandaag de subsidieregeling aan, die ondernemers moet stimuleren om over te stappen op waterstof als brandstof voor hun voertuigen. Deze financiële injectie zou de komende jaren leiden tot de bouw van ongeveer veertig nieuwe waterstoftankstations en de inzet van enkele duizenden waterstofvoertuigen.

Met zijn aanzienlijke actieradius, snelle tanktijd en verminderde impact op het elektriciteitsnet, wordt waterstof steeds vaker gezien als een ideaal alternatief voor traditionele brandstoffen en elektrische voertuigen op batterijen. Vooral voor ondernemers die lange afstanden moeten afleggen met zware voertuigen zoals vrachtwagens, biedt waterstof uitkomst. “Het wordt tijd dat we ervoor zorgen dat waterstof zijn belofte in gaat lossen,” aldus Heijnen.

‘kip-ei’

In een poging om de zogenaamde ‘kip-ei’ discussie te beslechten—het dilemma of je eerst tankstations moet hebben om voertuigen te kunnen tanken, of eerst voertuigen om tankstations rendabel te maken—eist de subsidieregeling dat elke aanvraag zowel de bouw van een tankstation als de aanschaf van een voldoende aantal voertuigen omvat. Om een tankstation vanaf het begin winstgevend te maken, zijn gemiddeld 10-15 waterstofvrachtwagens nodig. Hiermee stimuleert het kabinet samenwerkingsverbanden tussen transportbedrijven en tankstationhouders.

Het beleid benadrukt niet alleen het potentiële voordeel van waterstof als een schoon alternatief voor fossiele brandstoffen, maar het maakt Nederland ook tot een voorloper binnen de Europese Unie als het gaat om het behalen van de Europese duurzaamheidsdoelen.

De subsidieregeling, die loopt van 2024 tot 2028, kan tot 40% van de bouwkosten van een nieuw waterstoftankstation dekken. Voor de voertuigen zelf kan dit oplopen tot 80% van het prijsverschil met een dieselvariant. Belangrijk is dat deze nieuwe tankstations openbaar toegankelijk moeten zijn en zowel vrachtwagens als personenauto’s moeten kunnen bedienen.

Europese ambities

Deze nationale inspanning sluit aan bij bredere Europese ambities. De Europese Unie eist dat er tegen 2030 langs alle belangrijke snelwegen waterstoftankstations te vinden zijn. Voor Nederland betekent dit dat er minimaal dertig stations verspreid over het hele land moeten komen die voldoen aan de EU-eisen op het gebied van grootte, capaciteit en toegankelijkheid. Op dit moment telt Nederland 17 waterstoftankstations, waarvan slechts vier voldoen aan de normen die voor 2030 zijn gesteld.

Hoewel de waterstoftechnologie nog in de kinderschoenen staat—er rijden momenteel slechts enkele tientallen waterstofvrachtwagens en bestelbussen in Nederland—geven autofabrikanten aan dat zij hun productlijnen in de komende jaren zullen uitbreiden.

De aangekondigde subsidieregeling gaat nu in internetconsultatie, wat betekent dat het publiek de mogelijkheid krijgt om feedback te geven voordat deze definitief wordt vastgesteld en in maart van het volgende jaar van kracht wordt.

Turbulente tijden, duurzaam vervoer ondergaat een radicale verandering

Van 16 tot 22 september 2023 wordt heel Vlaanderen een smeltkroes van innovatieve ideeën gericht op duurzaam vervoer. De actie draait om Hoppin, een service die verschillende vervoersopties zoals bussen.

De afgelopen week was een turbulente periode voor de mobiliteitssector, waarbij van politieke visies tot bedrijfsbeslissingen het landschap van duurzaam vervoer drastisch is veranderd. Everfuel, een Deense waterstofleverancier, zorgde voor schokgolven in de industrie door aan te kondigen dat het zijn ‘onrendabele’ waterstoftankstations zou sluiten. Het bedrijf heeft besloten om te focussen op de productie van groene waterstof, zoals benadrukt in hun financiële verslag over het tweede kwartaal van 2023. De timing is ironisch, aangezien volgende week de Week van de Mobiliteit in Vlaanderen plaatsvindt, een initiatief dat duurzaam vervoer wil bevorderen met speciale promoties via openbaar vervoersdiensten zoals De Lijn en NMBS.

Week van de mobiliteit

Terwijl Vlaanderen inzet op duurzame mobiliteit via zijn Week van de Mobiliteit en de unieke service Hoppin, die verschillende vervoersopties naadloos integreert, legt het politieke speelveld andere prioriteiten bloot. Forum voor Democratie kiest in hun uitgebreide verkiezingsprogramma voor een opvallende invalshoek: facilitering en innovatie. De partij zet in op wegenbouw en versnelling van bureaucratische processen, maar wil ook belasting op vliegreizen afschaffen en investeren in geavanceerde vervoerstechnologieën zoals hyperloops en hogesnelheidstreinen.

Tegelijkertijd kreeg de elektrische auto-industrie een zware klap toen Volkswagen aankondigde bijna 300 tijdelijke werknemers te ontslaan in zijn fabriek in Zwickau, Duitsland. Het aantal orders voor elektrische Volkswagens kelderde met 70% na het einde van overheidsstimulansen, wat niet alleen vragen oproept over de toekomst van deze fabriek maar ook zorgen baart over de werkzekerheid van bijna 2000 andere tijdelijke medewerkers.

Ondertussen roept Arjen Kers, Managing Director van TUI Nederland, op tot een genuanceerder debat over de luchtvaart. Hij wijst op de persoonlijke en brede maatschappelijke voordelen van reizen en luchtvaart, en waarschuwt tegen het eenzijdig beperken van het aantal vluchten vanaf Schiphol. Hij benadrukt dat zulke maatregelen niet alleen Nederland maar ook de Caribische eilanden kunnen treffen, en pleit voor een internationaal afgestemde aanpak.

CBR

In het openbaar vervoer zijn er ook zorgen over een tekort aan professionals, met name buschauffeurs. Veel wijzen met de beschuldigende vinger naar het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), waarbij inefficiëntie en lange wachttijden het probleem zouden verergeren.

Tenslotte zet de ChristenUnie zich in voor een integrale visie op de toekomst van mobiliteit, door zich te presenteren als een ‘rentmeester van de aarde’. De partij streeft naar een paradigmaverschuiving van ons economisch model, met een nadruk op zorg voor de planeet en investeringen in duurzame vervoersmiddelen zoals het openbaar vervoer en fietsinfrastructuur.

De contrasten zijn duidelijk: terwijl sommigen investeren in duurzaamheid en groene innovaties, zetten anderen in op traditionele vormen van mobiliteit en versnelde infrastructuur. Dit brede spectrum aan benaderingen en de snelle ontwikkelingen van afgelopen week duiden op een sector in transitie, waarbij de definitie van duurzame mobiliteit nog allesbehalve vastligt.

Deense waterstofgigant Everfuel verandert koers en sluit onrendabele waterstoftankstations

Zware klap voor de autoverkoop nu waterstoftankstations voor auto’s worden gesloten.

Everfuel, de Deense leverancier van waterstofinfrastructuur, maakt bekend zijn ‘onrendabele’ oude waterstoftankstations voor auto’s te zullen sluiten om zich te heroriënteren op de productie van milieuvriendelijke ‘groene’ waterstof. Deze aankondiging kwam aan het licht in het financiële verslag van het tweede kwartaal van 2023. Hierin benadrukte het bedrijf dat de ontwikkeling van groene waterstofproductiecapaciteit voorrang krijgt, terwijl het investeringen in het netwerk van tankstations zal terugdringen door een meer geselecteerde aanpak van zijn portfolio van waterstofstations.

Jacob Krogsgaard, oprichter en CEO van Everfuel, stelde onomwonden dat de markt voor mobiliteit op waterstof naar verwachting nog geruime tijd beperkt zal blijven. “We zullen ons stationnetwerk herstructureren, inclusief het stopzetten van onrendabele tankstations voor auto’s, en onze downstream-organisatie aanpassen aan een lager activiteitenniveau”, aldus Krogsgaard. 

Foto: Everfuel – CEO Jacob Krogsgaard

“We kunnen het niet rechtvaardigen om meer geld te steken in het alleen subsidiëren van waterstof,” aldus Jacob Krogsgaard, CEO van Everfuel.

Het bedrijf zal blijven investeren in tankstations die bedoeld zijn voor zwaar transport en grote voertuigen. Dit sluit aan bij de onlangs door de EU aangenomen Alternatieve Brandstofinfrastructuurregelgeving (AFIR), die tot doel heeft tegen 2030 minstens 667 waterstoftankstations op te zetten in EU-lidstaten. Everfuel is van plan zijn strategie af te stemmen op deze nieuwe regelgeving, met een focus op locaties met een hoge capaciteit en modulaire schaalmogelijkheden die al in ontwikkeling zijn of worden beheerd door het bedrijf. Deze omvatten locaties in Denemarken, Noorwegen, Zweden en Duitsland.

DRIVR

Hoewel het bedrijf verontschuldigingen aanbood voor het ongemak dat dit zou veroorzaken voor klanten en werknemers, stelde Krogsgaard dat het niet langer mogelijk is om openbare waterstoftankstations te subsidiëren. Het bedrijf gaf echter aan dat lopende leveringscontracten zullen worden nagekomen. Een van de afnemers is het taxibedrijf DRIVR. In 2017 kwamen de grootste taxiondernemersfamilie van het land en een app-ontwikkelingsbedrijf bij elkaar met het gezamenlijke doel een “groen kind” te creëren en zo zag DRIVR voor het eerst het levenslicht. 

De keuze voor waterstof weerspiegelt de ambitie van DRIVR om niet alleen met elektrische voertuigen, maar ook met andere duurzame technologieën voorop te lopen. In samenwerking met Everfuel worden in Kopenhagen waterstoftankstations toegankelijk gemaakt voor de taxivloot van DRIVR, wat niet alleen bijdraagt aan de operationele efficiëntie van het bedrijf maar ook aan het algemene doel om de taxibranche te verduurzamen.

Foto: Everfuel – DRIVR

In Heinenoord, nabij Rotterdam, heeft Everfuel een waterstoftankstation opgezet voor meer dan 20 brandstofcelbussen. Dit past in het ambitieuze plan van de Provincie Zuid-Holland om zero-emissie transport te realiseren. Het station heeft een redundant ontwerp en kan meer dan 50 brandstofcelbussen van brandstof voorzien. Bovendien kan het station worden opgeschaald om ook andere brandstofcelvoertuigen zoals vrachtwagens en taxi’s te bedienen. Het openbaar vervoersbedrijf Connexxion, de toonaangevende zero-emissie-exploitant in Nederland, beheert de brandstofcel-elektrische bussen in Heinenoord. Everfuel heeft zich verplicht om voor minimaal 12 jaar groene waterstof te leveren en service en onderhoud te verzorgen bij dit station.

Foto: Everfuel – Connexxion

Het tankstation is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de provincie Zuid-Holland, de gemeente Hoeksche Waard, Connexxion en Everfuel, de partij die het station heeft gebouwd en in gebruik neemt.

Everfuel en Hy24, dat ’s werelds grootste fonds voor schone waterstofinfrastructuur beheert, kondigden eerder dit jaar de oprichting aan van een joint venture ter waarde van €200 miljoen. Deze samenwerking is bedoeld om de ontwikkeling van elektrolysecapaciteit in de Scandinavische landen te versnellen. Everfuel zal een meerderheidsbelang van 51% in de joint venture hebben, terwijl het door Hy24-beheerde Clean H2 Infra Fund de overige 49% zal bezitten.

De Deense minister van Buitenlandse Zaken, Lars Løkke Rasmussen, juicht de investering en het partnerschap toe. “Groene waterstof en e-brandstoffen zullen een grote rol spelen in het koolstofvrij maken van industrieën zoals de scheepvaart, de luchtvaart en het zware transport,” aldus Rasmussen. “Dit is dus niet alleen goed nieuws voor de productie van groene energie in Denemarken, maar ook voor onze wereldwijde inspanningen om de CO2-uitstoot te verminderen.”

Deze nieuwe investering in elektrolysecapaciteit lijkt in lijn te zijn met het streven van het bedrijf om zich te focussen op duurzamere en potentieel meer rendabele marktsegmenten, zoals zwaar transport en industriële toepassingen. Het partnerschap met Hy24 en de aanzienlijke financiële injectie bieden Everfuel nu de mogelijkheid om deze ambitieuze plannen sneller te realiseren.

Ten slotte onthulde Everfuel een totale omzet van €2,06 miljoen in het tweede kwartaal van 2023, een aanzienlijke stijging ten opzichte van €456.000 in dezelfde periode van het voorgaande jaar. Directe inkomsten uit waterstofverkoop bedroegen €282.000, een stijging van 3% ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2022.

Waterstof als sleutel tot duurzame mobiliteit is de visie van Colruyt Group

Het bedrijf neemt verantwoordelijkheid als retailer om slim en duurzaam om te gaan met goederenmobiliteit.

Colruyt Group, een gerespecteerd Belgisch familiebedrijf met roots die teruggaan tot drie generaties, zet grote stappen in de wereld van duurzame mobiliteit. Met meer dan 33.000 werknemers verspreid over drie landen behoudt de groep nog altijd de kernwaarden van een familiebedrijf: passie, expertise, eenvoud en efficiëntie.

Waterstof is een lichte, kleur- en reukloze gasvormige stof. Wanneer waterstof wordt gecombineerd met zuurstof in een brandstofcel, produceert het elektriciteit, met water en warmte als enige bijproducten. Het wordt beschouwd als een schone brandstof, vooral wanneer het wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen.

Colruyt’s inzet voor een groenere toekomst is indrukwekkend: tegen 2035 streeft de groep ernaar om al hun vrachtvervoer zero-emissie te maken. Hoe? Door een geleidelijke overgang naar batterij-elektrische en waterstof-elektrische voertuigen. Colruyt heeft al meer dan een decennium ervaring met waterstof en gaat nog een stap verder door te investeren in waterstoffabrieken in Noordzeehavens.

De visie van Colruyt op waterstof gaat verder dan alleen transport. Door te investeren in waterstoffabrieken positioneert Colruyt zichzelf als een belangrijke speler in de gehele waterstofwaardeketen.

Waterstof heeft in de afgelopen jaren veel aandacht gekregen als een veelbelovende groene brandstof. Wat het “groen” maakt, is dat het wordt geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind, waardoor de uitstoot van broeikasgassen tijdens de productie wordt geminimaliseerd. Colruyt ziet het immense potentieel van groene waterstof als een schone en hernieuwbare brandstof. 

“We nemen onze verantwoordelijkheid als retailer om slim en duurzaam om te gaan met goederenmobiliteit. We vermijden kilometers en kiezen waar mogelijk voor alternatieve vervoersmiddelen. En als we toch de baan op moeten, dan doen we dat zo groen mogelijk. Tegen 2035 maken we immers de volledige omschakeling naar zero-emissietransport.”

Colruyt Group

Momenteel heeft Colruyt één 44-tons waterstofvrachtwagen, maar dit najaar zullen er nog twee bijkomen. In 2017 begon de groep met vijftien heftrucks op waterstof. Dit aantal groeide later naar negentig, voornamelijk vanwege hun efficiëntie: ze kunnen in anderhalve minuut worden volgetankt, vergeleken met een oplaadtijd van zes uur voor batterijen.

Maar wat maakt waterstof zo aantrekkelijk voor mobiliteit? Vooral in landen als Nederland zijn de limieten van elektrische energie zichtbaar. Elektriciteitsnetten staan onder druk bij massale elektrificatie van voertuigen. Hier komt waterstof in beeld, met snellere tanktijden en langere actieradii dan batterijvoertuigen. Colruyt ziet een toekomst waarin beide technologieën hand in hand gaan, afhankelijk van de behoeften van de actieradius en de laadtijd.

Colruyt heeft in het verleden al geïnvesteerd in waterstofinfrastructuur, met de lancering van de eerste publieke waterstofpomp in 2018. De groep, die traditioneel bekend staat om zijn retailactiviteiten, is al lang betrokken bij hernieuwbare energieprojecten.

Ondanks de hogere prijzen van waterstofvoertuigen voor particulieren, zijn er al initiatieven zoals de Belgian Hydrogen Council (BHC) die zijn opgericht om de Belgische waterstofindustrie te promoten en te adviseren over beleid. Hierbij zijn toonaangevende bedrijven betrokken, waaronder ENGIE, John Cockerill, en Fluxys.

Duisburg kiest voor 25 Solaris-waterstofbussen

De modellen Urbino 12 waterstof en Urbino 18 waterstof, die over een paar maanden in de straten van Duisburg verschijnen, zijn stille en emissievrije voertuigen die worden aangedreven door waterstof-brandstofcelenergie.

De Duisburger Verkehrsgesellschaft AG (DVG) wil zijn vloot tegen 2030 volledig emissievrij maken. De DVG koos voor 11 Urbino 12 waterstofmodellen en 14 van de gelede versie, de Urbino 18 waterstof. Deze bussen zullen volgens het digitaal platform Personenvervoer Magazine de eerste waterstofvoertuigen in de stad zijn, met levering gepland voor 2024 voor de Solaris Urbino 12 waterstof en medio 2025 voor de Solaris Urbino 18 waterstof. 

“Met de bestelling van de eerste 25 waterstofbussen zetten we weer een belangrijke stap om het openbaar vervoer in Duisburg volledig emissievrij en duurzaam te maken. Met deze transformatie zullen we een beslissende bijdrage leveren aan de bescherming van het klimaat en aan het verhogen van de levenskwaliteit in Duisburg”, legt DVG-CEO Marcus Wittig uit. 

“Ik ben er trots op dat we deel kunnen uitmaken van deze belangrijke verandering die plaatsvindt in het stadsvervoer in Duisburg. De implementatie van veilige, betrouwbare en milieuvriendelijke waterstoftechnologie zal de uitstoot in de stad verder verminderen. Het enige bijproduct van het gebruik van de waterstofbussen van Urbino is waterdamp. We danken u voor uw vertrouwen en kijken ernaar uit om met DVG samen te werken”, aldus Olivier Michard, lid van de raad van bestuur van Solaris en verantwoordelijk voor verkoop, marketing en aftersales.

Duisburg – openbaar vervoer

De modellen Urbino 12 waterstof en Urbino 18 waterstof, die over een paar maanden in de straten van Duisburg verschijnen, zijn stille en emissievrije voertuigen die worden aangedreven door waterstof-brandstofcelenergie. De Urbino 12 zal brandstofcellen van 70 kW gebruiken, terwijl de Urbino 18 100 kW zal gebruiken. De waterstofbussen van Solaris beschikken over een elektrische tractiemotor met 160 kW in het 12-meter model en 240 kW in de gelede versie. Bovendien zullen de bestelde voertuigen worden uitgerust met Solaris High Power-batterijen, die zorgen voor extra opslag van elektrische energie.  

Het comfort en de veiligheid van de passagiers worden gewaarborgd door een efficiënte CO2-warmtepomp, monitoring en een modern passagiers-informatiesysteem. Het werk van de chauffeur wordt ondersteund door uitgebreide assistentiesystemen (ADAS), waaronder het detecteren van voetgangers en fietsers in de zogenaamde dode hoek en het waarschuwen van de buschauffeur met akoestische en visuele signalen. Bovendien worden lopende operaties ondersteund door eSConnect, het monitoring- en beheersysteem van de busvloot van Solaris. 

Solaris heeft tot nu toe meer dan 3.000 bussen geleverd met elektrische en waterstofaandrijving. Urbino-waterstofbussen zijn besteld door klanten in Oostenrijk, Frankrijk, Spanje, Nederland, Duitsland, Polen, Slowakije, Zwitserland, Zweden en Italië.  

Kabinet investeert fors in opschaling waterstof

Het kabinet wil het gebruik van waterstof in de industrie en in het vervoer bevorderen door wettelijke verplichtingen.

In een poging om een klimaatneutraal energiesysteem en een duurzame industrie te realiseren, stellen Nederland en Europa hun ambities in waterstoftechnologie op scherp. Volgens ministers Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat) en Rob Jetten (Klimaat en Energie) vereist de realisatie van deze doelen een assertief en doortastend beleid, dat zich richt op zowel de productie als de consumptie van waterstof.

Om de waterstofmarkt op een hoger niveau te brengen, heeft het kabinet maatregelen genomen om de elektrolyse te subsidiëren en de industrie te stimuleren steeds meer hernieuwbare waterstof te gebruiken vanaf 2026 door middel van subsidies en wettelijke verplichtingen. Hiervoor is een indrukwekkend bedrag van € 9 miljard gereserveerd in het Klimaatfonds.

In aanvulling op een beleid gericht op de import van waterstof, spant het kabinet zich ook in om de binnenlandse vraag naar en aanbod van waterstof aan te wakkeren. Het Klimaatakkoord van Nederland stelt een doel van minstens 4 Gigawatt aan elektrolysecapaciteit (het proces om groene waterstof te produceren) in 2030, met een streven naar 8 Gigawatt in 2032. Of deze doelstellingen gehaald worden, is sterk afhankelijk van de uitrol van offshore windenergie, de uitbreiding van de energie-infrastructuur en de vraag naar elektriciteit van grote verbruikers zoals de industrie.

De eerste beleidsfocus van het kabinet is het verhogen van de productie van hernieuwbare waterstof door middel van diverse subsidieprogramma’s. Bovenop de bestaande subsidies voor elektrolyse (zoals SDE++ en IPCEI), maakt het kabinet in 2024 een extra € 1 miljard vrij. Voor de daaropvolgende jaren heeft het kabinet € 3,9 miljard opzijgezet voor de uitbreiding van hernieuwbare waterstofproductie. Met het Energiehoofdstructuur Programma worden er locaties in Nederland geselecteerd voor de installatie van elektrolysers (waterstoffabrieken). De toekenning van € 300 miljoen subsidie onder het H2Global-initiatief geeft de import van waterstof naar Noordwest-Europa een flinke stimulans. Bovendien werkt het kabinet aan de nodige infrastructuur voor het transport en de opslag van waterstof.

“We versterken onze energierelaties voor de import van waterstof, maar we willen ook de waterstofproductie binnen Nederland flink vergroten. We investeren flink in deze ambitie, passend bij de grote doelen die we als land hebben gesteld voor de ontwikkeling van waterstof. Het behalen van onze CO2-doelstellingen heeft de hoogste prioriteit, en waterstof is een onmisbare schakel in deze inspanningen.”

Minister Jetten (Klimaat en Energie)

Het kabinet wil het gebruik van waterstof in de industrie en in het vervoer bevorderen door middel van zowel subsidies als wettelijke verplichtingen. In afwachting van een overeenkomst binnen de Europese Unie over bindende doelstellingen voor waterstof, wil het kabinet dat de industrie in toenemende mate hernieuwbare waterstof gaat gebruiken. 

Het kabinet streeft ernaar de benodigde investeringen voor het gebruik van hernieuwbare waterstof aantrekkelijker te maken. In die lijn onderzoekt het ministerie de mogelijkheid om subsidies te introduceren voor waterstofgebruikers, die de kosten voor het aanpassen van installaties of het gebruik van hernieuwbare waterstof zouden dekken.