Tag archieven: SP

Mobiliteit: SP zet breed in op ‘Supersociaal’ verkiezingsprogramma

De SP heeft donderdag als tweede landelijke partij haar verkiezingsprogramma gepubliceerd.

In de schaduw van de naderende Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 presenteert de SP een verkiezingsprogramma onder de veelzeggende titel “SUPERSOCIAAL”, met een duidelijke missie: het kort door de bocht oplossen van grote maatschappelijke problemen vraagt niet om een onsje meer of minder, maar om fundamentele, sociale keuzes. In het programma beklemtoont de SP keer op keer dat de hele structuur waarin Nederland functioneert, ingrijpend op de schop moet – van wonen tot zorg, van economie tot democratie, van mobiliteit tot milieu, en van inkomen tot veiligheid.

een recht en geen luxe

In het hoofdstuk “Bereikbaar en schoon Nederland” laat de partij zien hoe breed haar visie op mobiliteit is. Openbaar vervoer moet publiek en toegankelijk zijn, want mobiliteit is een recht en geen luxe. De SP pleit voor een integraal ov-systeem, waar gratis gebruik en publieke regie de norm zijn. Ze wil treininfrastructuur, inclusief regionale lijnen en stationheropeningen, versterken en uitbouwen, terwijl internationale treinverbindingen, zoals nachttreinen, vliegverkeer onder druk zetten .

Autorijden wordt niet afgedaan als passé, maar moet vooral schoner én betaalbaarder worden voor mensen zonder alternatief: de overstap naar emissievrije auto’s moet sociaal haalbaar zijn, en er komt geen ruimte voor tolvrijheden zoals rekeningrijden of tolheffing, want volgens de SP zijn zulke maatregelen onrechtvaardig tegenover wie mobiliteit echt hard nodig heeft . Tegelijkertijd investeert de partij ambitieus in fietsinfrastructuur, waarbij veilige snelfietsroutes, bewaakte stallingen en gedragsbevorderende initiatieven een centrale rol spelen.

prijsdoorzichtigheid

Elektrisch rijden wordt ondersteund met een publiek netwerk van laadpunten dat prijsdoorzichtig en toegankelijk moet zijn, terwijl kapitaalstromen via subsidies of verborgen kosten worden tegengegaan. Kortom, de groene transitie krijgt vorm via publieke infrastructuur en bescherming van gebruikers, in plaats van marktmechanismen of winstmaximalisatie .

Ook in de luchtvaart voorziet het programma ingrijpende maatregelen. De SP wil privéjets verbieden, een kerosinebelasting invoeren en strenger omgaan met regionale luchthavens zoals Lelystad. Frequent flyers worden zwaarder belast dan incidentele reizigers, wat bijdraagt aan het herverdelen van kosten en voordelen .

Foto: © Pitane Blue – SP-leider Jimmy Dijk

De VVD wil zoveel mogelijk aan de vrije markt overlaten en de rol van de overheid tot het minimum beperken. Bij de SP is dat precies andersom.

Tussen al deze hoofdstukken over mobiliteit en duurzaamheid schuurt de kernboodschap: een supersociale samenleving rolt niet vanzelf uit, maar vraagt moedige stappen, publieke verantwoordelijkheid, en herverdeling van macht en middelen. In de voorgaande pagina’s van het programma raakt de SP daarmee thema’s als betaalbaar wonen zonder winst, het afschaffen van het eigen risico in de zorg, sociale maxima voor vermogens, een Nationaal Woonfonds, stevige publieke regie over grond en bouw, en rechtvaardige belastingen. Daar komt mobiliteit ook duidelijk bij, als sleutelelement in het bestrijden van ongelijkheid.

scherpe commentaren

Het verdict van critici laat zich raden. In scherp geformuleerde commentaren, zoals in de Volkskrant, wordt het programma getypeerd als een paradijselijke maar forse sanering van publieke voorzieningen onder hoge lasten voor de rijksten.

Toch kiest de SP bewust voor deze koers: mobiliteit is geen subsidiemodel, maar een sociaal recht. En in “Bereikbaar en schoon Nederland” krijgt dat recht concreet invulling – met gratis en openbaar vervoer, van de trein tot de fiets, met economieën van schaal die niet ten koste gaan van rechtvaardigheid. 

Alarmbel mobiliteit klinkt luider dan ooit voor politiek partijprogramma

Van betaalbaarheid tot duurzaamheid: hoe willen politieke partijen ons land de komende jaren mobiel houden?

Het is een dringende oproep die klinkt als een alarmbel in de oren van iedereen die zich bezighoudt met mobiliteit in Nederland. De vraag is of hetzelfde geluid ook hoorbaar is bij de politieke partijen? “Als er niets gebeurt, komt Nederland letterlijk en economisch stil te staan.” Dat zegt Marga de Jager, de voorzitter van de Mobiliteitsalliantie, een samenwerkingsverband van 25 organisaties in de vervoerssector, waaronder de ANWB, de Fietsersbond, Schiphol en de NS. De alliantie pleit ervoor dat het nieuwe kabinet jaarlijks 2 tot 3 miljard euro extra investeert in de vervoersinfrastructuur.

politieke partijen

Nu de politieke partijen hun standpunten over mobiliteit verder hebben verfijnd in hun verkiezingsprogramma’s, wordt het meer dan ooit tijd om deze urgentie te onderkennen en actie te ondernemen. Of zoals De Jager het verwoordt: “Zorg in elk geval dat datgene wat gepland stond ook wordt uitgevoerd de komende jaren.” De mobiliteitsplannen van Nederlandse politieke partijen tonen een scherp contrast in visies en benaderingen. In een land waar mobiliteit een kritieke rol speelt in het dagelijks leven, biedt elk van de grote partijen een unieke draai aan hoe ze deze essentiële sector willen hervormen.

Maar er is meer. De Jager wijst erop dat zonder adequate investeringen in mobiliteit, ook het proces van verduurzaming in gevaar komt. Dit heeft niet alleen ecologische implicaties, maar bedreigt ook de economische vitaliteit van het land. Bovendien ligt er een sociale tijdbom op de loer. Als de kosten voor mobiliteitsdiensten blijven stijgen zonder overheidsinterventie, worden deze diensten onbetaalbaar voor een grote groep mensen. Tijd voor onze redactie in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen voor een analyse en ons samenvattend inzicht in de verschillende partijprogramma’s.

Marga de Jager – CEO ANWB

De VVD richt zich op betaalbaarheid en efficiëntie, ondersteund door technologische innovaties. De partij is daarmee populair onder middengroepen en ondernemers. Maar de VVD’s standpunt om accijnzen op auto’s te verlagen staat op gespannen voet met hun streven naar een snelle overgang naar elektrisch rijden, wat vragen oproept over de consistentie van hun plannen. De VVD streeft ernaar het openbaar vervoer en de auto als gelijkwaardige opties te zien, maar hun voorstellen lijken de auto toch te bevoordelen.

De PvdAGroenLinks verschuift de aandacht naar sociale inclusiviteit, met een nadruk op het maken van openbaar vervoer dat betaalbaar en toegankelijk is voor iedereen. Deze sociaal gerichte aanpak klinkt mooi, maar critici wijzen erop dat er weinig details zijn over hoe de partij deze plannen denkt te financieren. De politieke alliantie neemt een expliciet milieuvriendelijke houding aan. Hun focus ligt op het verminderen van de CO2-uitstoot door substantiële investeringen in fietsinfrastructuur en de vergroening van het openbaar vervoer. Deze groene agenda krijgt steun onder een jongere demografie, maar stuit ook op weerstand bij diegenen die vrezen voor hogere belastingen en kosten.

D66 probeert een middenweg te vinden tussen economische groei en duurzaamheid. Ze zetten in op waterstof als een potentiële brandstof van de toekomst en willen tegelijkertijd het bestaande openbaar vervoersnetwerk moderniseren. Dit evenwichtige standpunt kan in theorie een breed electoraat aanspreken, maar het brengt het risico met zich mee van niet genoeg focus op één specifiek gebied.

kleinere partijen

Terwijl de grote partijen hun eigen uitgesproken visies op mobiliteit hebben, mogen de standpunten van kleinere en opkomende partijen niet over het hoofd worden gezien, omdat ze vaak nieuwe en innovatieve benaderingen bieden.

Portret van Lilian Marijnissen, door Robin de Puy.

De SP benadrukt een meer gemeenschapsgerichte benadering van mobiliteit. Hun focus ligt op het verbeteren van lokale en regionale vervoersdiensten, waardoor de partij een sterke achterban kan opbouwen in kleinere gemeenschappen. Echter, het gebrek aan aandacht voor nationale en internationale verbindingen kan een beperkende factor zijn in hun mobiliteitsvisie.

Het CDA streeft naar verbeterde bereikbaarheid in minder dichtbevolkte regio’s door substantiële investeringen in belangrijke spoorlijnen zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn. Bovendien pleit de partij voor financiële steun aan regionale openbaarvervoerprojecten zoals de Maaslijn en de verbinding Zwolle-Munster. In een ongebruikelijke beweging kant de partij zich tegen rekeningrijden in dunbevolkte gebieden, kiezend voor een e-vignet om bijdragen van buitenlandse automobilisten te verwerven voor het onderhoud van wegen.

Forum voor Democratie (FVD) maakt bijvoorbeeld een gedurfde keuze door te pleiten voor de afschaffing van veel bestaande milieuvoorschriften rond mobiliteit. De partij beschouwt deze regelgeving als een belemmering voor economische groei. Dit standpunt kan resoneren bij een groep kiezers die zich gefrustreerd voelen door wat zij zien als overregulering, maar het roept ook vragen op over duurzaamheid en langetermijneffecten op het milieu.

De Partij voor de Dieren legt de nadruk juist sterk op duurzaamheid, en wil het gebruik van fossiele brandstoffen fors verminderen. Ze pleiten voor investeringen in alternatieve, duurzamere vormen van transport, zoals de fiets en het openbaar vervoer. Hoewel deze visie aantrekkelijk kan zijn voor milieubewuste kiezers, lopen ze het risico anderen af te schrikken die vrezen voor een te drastische verandering in hun dagelijks leven.

Om deze doemscenario’s te vermijden, heeft de Mobiliteitsalliantie een aantal concrete voorstellen gedaan. Naast het doortrekken van de Noord-Zuidlijn en de verbreding van de A4, wordt er gepleit voor het in stand houden van de pontveren die een vitale rol spelen in het vervoer van mensen over water. Dit alles, zegt De Jager, vereist niet alleen plannen, maar vooral ook daadkracht van het nieuwe kabinet.

De ChristenUnie ziet mobiliteit als een manier om de sociale cohesie te bevorderen, waarbij zowel lokale gemeenschappen als het gehele land worden verbonden. Zij focussen op betrouwbaar openbaar vervoer en goede weginfrastructuur als middelen om dit te bereiken. Hoewel deze aanpak minder controversieel is, ontbreekt het aan een duidelijke visie op milieuvraagstukken.

Denk wil het openbaar vervoer toegankelijker maken voor minderbedeelden en pleit voor eerlijkere prijzen. Daarnaast wil de partij dat er meer aandacht komt voor de transportbehoeften van minderheden en nieuwkomers. Deze inclusieve benadering kan een bepaalde niche aanspreken, maar de uitwerking en financiële haalbaarheid blijven vraagstukken.

Foto: SGP – Chris Stoffer

Bij elkaar genomen tonen deze partijen een breed scala aan benaderingen, van deregulering en economische groei tot sociale inclusiviteit en milieuduurzaamheid. Zoals de grotere partijen hun eigen specifieke kiezersgroepen aantrekken, doen ook deze kleinere partijen dat, en hun invloed op het nationale debat over mobiliteit kan niet worden genegeerd. 

De SGP, vaak gezien als conservatief en traditioneel, heeft een verrassend pragmatische benadering van mobiliteit. Ze zijn voorstander van een goed onderhouden weginfrastructuur, maar willen ook investeren in nieuwe technologieën om de verkeersdoorstroming te verbeteren. Op deze manier probeert de partij een evenwicht te vinden tussen moderniteit en traditie.

Naarmate de verkiezingen naderen, wordt het steeds belangrijker om deze diverse visies te wegen en te overwegen welke het meest coherent en toepasbaar zijn op een nationaal niveau. Terwijl de focus vaak ligt op de grotere en bekendere partijen, dragen ook de kleinere partijen bij aan de veelzijdigheid van het debat rondom mobiliteit. Enkele voorbeelden zijn SGP, 50Plus en BIJ1.

Foto: JA 21 – Joost Eerdmans – Annabel Nanninga

JA21, een relatief nieuwe speler, houdt er liberale economische ideeën op na, waarbij particulier ondernemerschap in de mobiliteitssector wordt gestimuleerd. Ze willen de markt meer openstellen en bureaucratische belemmeringen verminderen, wat in hun ogen tot meer innovatie en efficiëntie zou leiden.

50Plus legt de nadruk op het verbeteren van de mobiliteit voor ouderen. Dit omvat niet alleen openbaar vervoer, maar ook speciale diensten en voorzieningen voor senioren, zoals buurtbussen en ouderentaxi’s. In een vergrijzende samenleving kan deze focus op ouderen een belangrijk punt van overweging zijn.

BIJ1 richt zich op het creëren van een meer inclusieve samenleving en dit is terug te zien in hun standpunten over mobiliteit. De partij streeft naar betaalbaar en toegankelijk vervoer voor iedereen, met een speciale focus op kwetsbare groepen. Hiermee wil BIJ1 de mobiliteitskloof verkleinen die vaak te zien is in diverse en ongelijke samenlevingen.

Kortom, de kleinere partijen belichten facetten van het mobiliteitsdebat die soms over het hoofd worden gezien door de grotere partijen. Ze brengen onderwerpen als inclusiviteit, veroudering en efficiëntie naar voren, en voegen daarmee een extra laag van complexiteit toe aan de discussie. In de aanloop naar de verkiezingen zou het onverstandig zijn deze partijen en hun unieke benaderingen te negeren.

De dappere utopie van de SP is een radicale ingrijpende herstructurering

Zowel Marijnissen als het partijprogramma beogen een politiek die geworteld is in de ervaringen en behoeften van alledaagse mensen, in plaats van een die beperkt is tot de gangen van de macht.

Lilian Marijnissen belichaamt de radicale visie van de SP, zoals uiteengezet in hun recente verkiezingsprogramma ‘Nu de mensen.’ Geïnspireerd door lokale acties en sociaal activisme, zet zij zich in voor een ingrijpende democratisering van de samenleving en een herverdeling van economische macht.

Met de publicatie van hun verkiezingsprogramma getiteld ‘Nu de mensen’ heeft de Socialistische Partij (SP) zich krachtig gepositioneerd voor de aankomende Tweede Kamerverkiezingen. Het programma is baanbrekend en provocerend, en draait vooral om het idee van een ‘radicale democratisering van de samenleving’. Een duidelijke uithaal naar wat de partij beschouwt als de elite en beleid dat de rijken bevoordeelt ten koste van de werkende klasse.

Interessant is dat de SP ervoor heeft gekozen om hun verkiezingsprogramma dit jaar niet te laten doorrekenen door het Centraal Planbureau (CPB). In plaats daarvan maken ze een duidelijk politiek statement door te zeggen dat ze niet in de modellen van het CPB geloven. Dit breekt met de norm, en roept de vraag op of het een voordeel is – door de aandacht te vestigen op hun andere benadering van economie en beleid – of een nadeel, aangezien sommige kiezers wellicht de rigoureuze, onafhankelijke analyse missen die een doorrekening kan bieden.

De partij heeft ambitieuze plannen voor arbeid, met een voorgestelde verhoging van het minimumloon naar 16 euro per uur. In een tijd waarin chauffeurs en pakketbezorgers zich in toenemende mate uitspreken over lage lonen en onzekere arbeidsomstandigheden, kan dit voorstel een significante impact hebben op deze beroepsgroepen. De focus op het verhogen van lonen onderstreept de SP’s traditionele rol als voorvechter van werknemersrechten.

In het programma worden ook opmerkelijke stappen gezet in de richting van een progressief klimaatbeleid. Er wordt nadrukkelijk afstand genomen van maatregelen die huishoudens en het MKB belasten voor klimaatinspanningen. In plaats van een vliegtaks voor de occasionele vakantieganger, stelt de SP een ‘veelvliegertaks’ voor gericht op frequente zakelijke reizigers. Deze benadering lijkt een evenwicht te willen vinden tussen noodzakelijke klimaatactie en economische rechtvaardigheid.

Hoewel de plannen van de partij hoog reiken, is het nog maar de vraag in hoeverre deze uitvoerbaar zijn, vooral zonder de objectieve toets van een onafhankelijke doorrekening door het CPB.

Transport is een andere sector die bijzondere aandacht krijgt. Het concept van openbaar vervoer wordt grondig herzien, met een sterkere rol voor provincies en de mogelijkheid om eigen vervoersbedrijven op te richten, zelfs in plattelandsgebieden. De partij wil het openbaar vervoer goedkoper maken door de BTW te schrappen en werkt toe naar gratis OV. Een opmerkelijke belofte is om het stads- en streekvervoer direct gratis te maken voor ouderen, kinderen en mensen met een beperking.

Autorijden moet volgens de SP niet duurder, maar schoner worden. Dit lijkt in lijn te zijn met hun algehele strategie om huishoudens en het MKB te ontzien bij de kosten van vergroening. De partij pleit voor emissievrije auto’s uiterlijk vanaf 2035, maar spreekt zich uit tegen rekeningrijden.

Wat betreft de spoorwegen zet de partij in op een centralisatie van het beheer door ProRail en de Nederlandse Spoorwegen samen te voegen tot één publiek spoorbedrijf. De bedoeling is dat dit het personenvervoer per trein stimuleert en efficiënter maakt. Daarnaast streeft men naar meer internationale treinverbindingen, wat niet alleen aantrekkelijke opties voor reizigers kan opleveren, maar ook een bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van transport.

Ten slotte is het de bedoeling om de luchtvaart te vergroenen door het gebruik van synthetische kerosine en elektrisch taxiën te stimuleren. Dit wordt gekoppeld aan een verlaging van het aantal vluchten om zowel de werkdruk voor werknemers als de overlast voor omwonenden te verminderen. Nieuwe uitbreidingen van de luchtvaartinfrastructuur, zoals Lelystad Airport en nieuwe aanvliegroutes voor Schiphol, zijn volgens het programma uit den boze.

Kortom, het verkiezingsprogramma van de SP belooft een ingrijpende herstructurering van verschillende aspecten van de Nederlandse samenleving, van de arbeidsmarkt tot het openbaar vervoer en het klimaatbeleid. Hoewel het de vraag is hoeveel van deze voorstellen realiteit zullen worden, valt niet te ontkennen dat ze een stevig debat over de toekomst van Nederland kunnen ontsteken.

Lilian Marijnissen, de Fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer.

In een politiek landschap waar centristische standpunten vaak de overhand hebben, plaatst de SP zichzelf duidelijk aan de linkerkant van het spectrum. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in hun benadering van klimaatverandering en duurzaamheid, waarbij de lasten niet primair op de schouders van individuele burgers en kleine ondernemingen worden gelegd.

Lilian Marijnissen, de Fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer, is een vrouw die stevig verankerd is in het activisme en het gemeenschapsleven, iets wat meteen duidelijk wordt als je kijkt naar de invloeden die haar politieke carrière hebben gevormd. Marijnissen spreekt vaak over de inspiratie die ze haalt uit de mensen met wie ze actie heeft gevoerd, of dat nu zorgmedewerkers zijn of de kinderen van een speciale school in haar geboortestad Oss die met sluiting werd bedreigd.

Deze connectie met de lokale gemeenschap en met de alledaagse problemen van de mensen is niet alleen karakteristiek voor haar persoonlijk, maar ook voor de SP als partij. Het is deze grondhouding van ‘doen met de mensen’ die haar niet alleen verbindt met de kernwaarden van haar partij, maar die ook resoneert met een groeiend deel van de Nederlandse bevolking dat zich vervreemd voelt van de traditionele politiek.

De verhalen die Marijnissen deelt, zoals de inspanningen van haar moeder om een stadsspeeltuin in Oss te behouden, dienen als illustraties van wat collectieve actie kan bereiken. Dit is een perspectief dat vaak ontbreekt in een politieke arena die gedomineerd wordt door partijen die eerder geneigd zijn te onderhandelen binnen de grenzen van het bestaande systeem dan het systeem zelf ter discussie te stellen. In tegenstelling tot andere partijen, die zich vooral richten op het verzachten van de symptomen van sociale ongelijkheid, is de SP van Marijnissen meer gericht op het aanpakken van de onderliggende oorzaken.

Marijnissen’s leiderschap van de SP is sterk gevormd door deze ethos van gemeenschapsactivisme. Haar opvatting van politiek als iets dat niet ver verwijderd moet staan van het dagelijks leven van mensen, maar juist innig verweven moet zijn met hun zorgen en ambities, biedt een alternatief voor het soort politiek dat zich vaak afspeelt in de ivoren toren van Den Haag.

In dit opzicht past Marijnissen perfect bij de SP en haar verkiezingsprogramma, die beide radicale verandering willen zien in hoe Nederland wordt bestuurd. Ze belichaamt de filosofie dat echte verandering alleen mogelijk is door de directe inbreng van de mensen die het meest worden beïnvloed door overheidsbeleid. Haar leiderschap en visie bieden een intrigerend contrast met een politiek landschap dat vaak wordt gekenmerkt door compromis en inkapseling, en ze geven een duidelijk signaal af over de richting waarin zij en haar partij het land willen sturen.

Portret voorpagina van Lilian Marijnissen, door Robin de Puy.

SP Groningen start meldpunt gebruikers Wmo-vervoer

De gemeente gaat  225.000 euro bezuinigen op het Wmo-vervoer. Dat heeft voor de mensen woonachtig in de oude gemeente Groningen en  die vanwege ziekte of handicaps afhankelijk zijn van taxivervoer gevolgen. Alle gebruikers van het Wmo-taxivervoer hebben van de gemeente een brief gekregen. De voorwaarden zijn per 1 januari 2020 veranderd.

“Het maximum wat gehandicapten kunnen reizen met de taxivervoer werd vastgesteld op 1500 kilometer, dat is 30 euro per week.”

De gemeenteraad ging eind vorig jaar akkoord met een verhoging van de tarieven voor het Wmo-vervoer. SP Groningen wil weten welke gevolgen de bezuinigingen op het Wmo-vervoer hebben voor de gebruikers en is daarom een meldpunt begonnen. Kenmerkend aan de Wmo is dat de ondersteuning op maat moet zijn. Dat betekent dat de gemeente moet onderzoeken wat de situatie is van degene die hulp vraagt.

“Stel je maakt voor 1500 km (is 30 km per week) gebruik van het Wmo-vervoer dan betekent die verhoging van de km-prijs met € 0,017 een extra uitgave van € 25,50,- per jaar. Stel dat je die 1500 km verdeelt over twee ritten per week. Dat zijn 100 ritten per jaar maal de verhoging van het instaptarief met € 0,54 zijn extra kosten van € 54,-. Dus iemand die 1500 km per jaar van Wmo-vervoer gebruikt maakt en dat twee keer per week is € 79,50 per jaar extra kwijt.”, aldus SP-raadslid Wim Kok.

Deze nieuwe regeling is eind vorig jaar geruisloos door de gemeenteraad geaccepteerd. Vanaf de eerst week van januari kreeg de SP reacties van mensen die gebruik maken van het Wmo-vervoer. De SP wil weten wat de meningen zijn over het taxivervoer en wat voor gevolgen de veranderingen hebben voor gebruikers en eventuele betrokkenen.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is er om mensen die hulp nodig hebben zo veel mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Wie hierbij zorg en ondersteuning nodig heeft kan contact op nemen met de gemeente. Maar ook mantelzorgers kunnen een beroep doen op de Wmo.

Lees ook: Inzichtelijk waar WMO gemeentegeld aan besteed wordt

Macro aanzicht Groningen





SP stelt kamervragen over de dure verzekeringen van taxi’s

De leden van de SP-fractie stellen vragen aan de Minister over de premiestijging voor verzekeringen en de wettelijke aansprakelijkheid die grote impact heeft en concluderen dat deze toename in verzekeringslasten veel taxichauffeurs ertoe dwingt te stoppen met hun beroep.

Minister van Financiën Hoekstra  aan de kamer dat het duidelijk is dat de extra kosten voor taxiverzekeringen door de stijgende schadelast impact hebben op de taxibranche. Om deze reden zoeken diverse betrokken belangenverenigingen, bedrijven en organisaties thans gezamenlijk naar een oplossing.

verzekeringspremies minder dan 3% van de totale kosten

De verwachting is dat veel taxiondernemers de hogere premies  van verzekeringen in de tarieven zullen verwerken. In de in opdracht van het Sociaal Fonds Taxi vastgestelde NEA-index – die veelal in vervoerscontracten wordt opgenomen – is daarin voorzien. Overigens blijkt uit die index dat verzekeringspremies minder dan 3% van de totale kosten uitmaken.

De fractieleden geven aan zij een verband zien met de verdubbeling van de schadelast en de opkomst van Uber in Nederland. Het opvragen van informatie door een verzekeraar over voor welke werkgever een taxichauffeur een rit maakt tijdens welke hij betrokken raakt bij een verkeersongeval kan alleen indien op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) voldoende belang voor de verzekeraar is om deze informatie te mogen opvragen.

Gelet op het feit dat informatie over de werkgever op zichzelf niet relevant is voor de afhandeling van een schadeclaim door de verzekeraar, kan worden aangenomen dat niet aan dit vereiste wordt voldaan. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft tijdens het algemeen overleg Openbaar vervoer en taxi van 26 september 2019 toegezegd om met de minister van Justitie en Veiligheid te spreken over de mogelijkheden om bij de ongevallenregistratie van de Politie de werkgever van de taxichauffeur te registreren. De minister van IenW zal uw Kamer hierover informeren bij haar eerstvolgende brief over het taxibeleid.

Lees ook: 

Minister Hoekstra van Financiën stuurt Tweede Kamer brief over verzekering taxichauffeurs