Tag archieven: uitstoot

Uit de bouwsector: elektrisch rijden wordt nieuwe standaard bij Heijmans

Bouwbedrijf Heijmans heeft rond de jaarwisseling een duidelijke grens getrokken onder het gebruik van fossiele brandstoffen in het eigen personenvervoer.

De laatste brandstofauto’s verdwenen uit het wagenpark en daarmee rijden duizenden leaseauto’s van het concern nu volledig elektrisch. Daarmee is een traject afgerond dat zes jaar geleden werd ingezet en dat Heijmans in korte tijd een uitzonderingspositie bezorgt binnen Nederland, waar landelijk nog ongeveer de helft van de leaseauto’s op brandstof rijdt.

De overstap betekent een directe en meetbare verlaging van de uitstoot van broeikasgassen binnen de eigen organisatie. In de duurzaamheidsrapportages over 2019 stond voor het wagenpark nog een uitstoot van ruim 11.000 ton CO₂e genoteerd, exclusief later overgenomen bedrijven. Ter vergelijking: één ton CO₂-uitstoot staat gelijk aan ongeveer acht maanden elektriciteitsverbruik van een gemiddeld Nederlands huishouden. Door afscheid te nemen van brandstofauto’s wordt deze uitstoot in één klap drastisch teruggebracht.

klimaatambities

Elektrisch rijden is voor Heijmans geen losstaand project, maar een logisch onderdeel van bredere klimaatambities. Het bedrijf heeft zich ten doel gesteld om in 2030 geen CO₂ meer uit te stoten in scope 1 en 2 en de uitstoot in scope 3 aanzienlijk te verminderen. Het volledig elektrificeren van de leaseauto’s raakt direct aan scope 1, de uitstoot uit eigen activiteiten, en vormt daarmee een concrete stap richting dat einddoel.

Volgens directeur Inkoop Job Verkerke lag de sleutel tot succes vooral in de manier waarop de overgang is aangepakt. “De belangrijkste les is simpel: begin met de overstap naar elektrisch en stuur onderweg bij”, verhaalt Heijmans’ directeur Inkoop Job Verkerke. De verandering begon bewust bij de top van het bedrijf, waar de hoogste managementlaag vanaf het eerste moment elektrisch reed. Dat voorbeeldgedrag was volgens Verkerke essentieel. “Dit voorbeeldgedrag, verankerd in onze strategie en ondersteund door een helder plan, creëerde draagvlak. Medewerkers kregen praktische hulp, van laadpalen thuis tot aanpassingen aan meterkasten en het toestaan van snelladen onderweg.”

Foto: © Pitane Blue – Heijmans

Bouwbedrijf Heijmans heeft een belangrijke mijlpaal bereikt in haar verduurzamingsstrategie. Rond de jaarwisseling zijn de laatste brandstofauto’s uitgefaseerd en daarmee zijn duizenden leaseauto’s nu allemaal overgezet op elektrisch rijden. Heijmans is in zes jaar tijd helemaal overgestapt.

De elektrificatie van de zogenoemde gele vloot van personenauto’s staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van een groter programma gericht op emissieloos transport en materieel. Werkbussen vormen daarin een volgende uitdaging. Daarvan rijdt momenteel ongeveer veertig procent elektrisch, een percentage dat landelijk nog ver onder de vijf procent ligt. De bussen die nog niet elektrisch zijn, rijden op HVO100, een dieselvariant met een lagere klimaatimpact. Dat geldt ook voor zwaardere voertuigen die vanwege hun werkzaamheden gewicht moeten kunnen trekken.

energielogistiek

Door nu al volledig elektrisch te rijden met de leaseauto’s doet Heijmans ervaring op met slim laden, energielogistiek en datagedreven optimalisatie van mobiliteit. Die kennis is volgens het bedrijf onmisbaar voor de volgende stappen, zoals de verdere elektrificering van werkbussen en zwaar bouwmaterieel, waaronder kranen en walsen. Uiteindelijk wil Heijmans volledig afscheid nemen van fossiele brandstoffen in de uitvoering van het werk.

“Mobiliteit is een zichtbare en impactvolle bron van CO₂-uitstoot geweest,” stelt Job Verkerke, directeur inkoop bij Heijmans. “Door onze volledige vloot te elektrificeren, laten we zien dat duurzame keuzes vandaag al mogelijk zijn, op schaal en in de praktijk. Dit is geen pilot meer, geen proefproject. Dit is hoe wij voortaan werken.” Met die uitspraak positioneert het bedrijf zich nadrukkelijk als voorbeeld binnen de bouw- en mobiliteitssector.

voorbeeldrol

Die voorbeeldrol wil Heijmans ook buiten de eigen organisatie laten doorwerken. Het concern benadrukt dat verduurzaming alleen slaagt wanneer ook opdrachtgevers, partners en leveranciers meebewegen. Zeker in een sector waar mobiliteit en logistiek een grote rol spelen, is emissievrije mobiliteit volgens Heijmans essentieel om klimaatdoelen te halen. Tegelijkertijd zorgt een elektrische vloot voor schonere lucht, minder geluidsoverlast en een prettigere leefomgeving rond bouwprojecten, wat direct merkbaar is voor omwonenden en eindgebruikers.

Koninklijke Heijmans is een beursgenoteerde onderneming met activiteiten in wonen, werken en verbinden, variërend van projectontwikkeling en bouw tot technische dienstverlening en infrastructuur. Het bedrijf werd in 1923 opgericht door Jan Heijmans en groeide in een eeuw tijd uit tot een organisatie met meer dan 5.500 medewerkers. Met de volledige elektrificatie van het leasewagenpark zet Heijmans opnieuw een zichtbare stap in de richting van een gezonde leefomgeving, waarin rekening wordt gehouden met mens, dier en natuur.

Business class grote boosdoener: Greenpeace wil extra belasting op luxe vliegtickets

Luxe vliegen vervuilt vele malen meer dan gedacht volgens Greenpeace, milieuorganisatie pleit voor eerlijke bijdrage.

Passagiers die plaatsnemen in first- en business class op langeafstandsvluchten zorgen voor een onevenredig groot deel van de CO2-uitstoot van de luchtvaart. Dat blijkt uit een nieuwe Europese analyse van T3 Transportation Think Tank, uitgevoerd in opdracht van Greenpeace Centraal- en Oost-Europa. Uit het onderzoek komt naar voren dat deze groep reizigers verantwoordelijk is voor maar liefst 36 procent van de totale uitstoot op langeafstandsvluchten die vertrekken vanuit Europa, terwijl zij slechts 14 procent van het totale aantal passagiers vormen. De uitkomsten zetten de discussie over klimaatimpact en ongelijkheid in de luchtvaart opnieuw op scherp.

analyse

De analyse laat zien dat first- en business class-stoelen per passagierskilometer vier tot vijf keer zoveel CO2 uitstoten als economy seats. De belangrijkste oorzaak is dat deze luxe stoelen aanzienlijk meer ruimte innemen en per passagier meer gewicht met zich meebrengen. Luchtvaartmaatschappijen richten hun cabines steeds vaker in op comfort en exclusiviteit voor een kleine groep welgestelde reizigers, waardoor er minder stoelen beschikbaar zijn en de uitstoot per reiziger fors toeneemt. Volgens Greenpeace is het onbegrijpelijk dat hier tot op heden geen gerichte Europese regelgeving of belasting tegenover staat.

Vorig jaar alleen al werden vanuit Europa minstens 19 miljoen tickets verkocht in first class, business class en premium economy voor langeafstandsvluchten. Daarmee is duidelijk sprake van een groeiende trend onder Europese luchtvaartmaatschappijen om hun luxeaanbod verder uit te breiden. Greenpeace Nederland wijst erop dat deze ontwikkeling haaks staat op de klimaatdoelstellingen die Europese landen zichzelf hebben opgelegd. Maarten de Zeeuw, luchtvaartexpert bij Greenpeace Nederland, stelt: ‘Hoogste tijd dat voor deze extra impact op klimaat en natuur ook betaald gaat worden.’

ticketheffing

De Zeeuw benadrukt dat de gevolgen van luxe vliegreizen veel verder reiken dan alleen hogere cijfers op papier. ‘Eén enkele enkele reis in first class van Frankfurt naar New York veroorzaakt net zoveel broeikasgasuitstoot als een gemiddelde EU-burger in een heel jaar. Luxe vluchten voor enkelen gaan gepaard met schokkend hoge kosten voor mens en planeet,’ zegt hij. Volgens De Zeeuw is de situatie extra wrang omdat veel huishoudens in Europa worstelen met stijgende kosten voor energie en levensonderhoud. ‘Terwijl gezinnen moeten kiezen tussen verwarming en boodschappen, breiden luchtvaartmaatschappijen luxe cabines uit die per stoel vele malen meer brandstof verbruiken dan een economy seat. Deze luxe stoelen worden feitelijk door het publiek gesubsidieerd via belastingvoordelen op kerosine en btw-vrijstellingen.’

Greenpeace pleit daarom voor de invoering van een gerichte ticketheffing op zogenoemde luxetickets. Uit berekeningen van de milieuorganisatie blijkt dat een minimale heffing van 220 euro op elk businessclass-ticket voor langeafstandsvluchten, 340 euro op elk first class-ticket en 75 euro op elk premium economy-ticket jaarlijks minstens 3,3 miljard euro aan belastinginkomsten kan opleveren voor Europese staten. Volgens Greenpeace kunnen deze opbrengsten worden ingezet voor maatschappelijke doelen, zoals beter en betaalbaarder openbaar vervoer, zonder dat de meerderheid van de reizigers daar financieel nadeel van ondervindt.

Foto: Pitane Blue – Business Class KLM

Enkele Europese landen hebben al stappen gezet. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk belasten first- en business class-tickets inmiddels, zij het in beperkte mate. Spanje heeft tijdens de recente COP30 aangekondigd de invoering van dergelijke heffingen te steunen als onderdeel van de Global Solidarity Levies Task Force. Daarnaast laat een recente analyse van het Nederlandse onderzoeksinstituut CE Delft zien dat een wereldwijde heffing op vliegtickets, inclusief first- en business class, juridisch haalbaar is.

belastingvoordelen

De luchtvaartsector profiteert op grote schaal van belastingvoordelen. Zo geldt er geen belasting op kerosine voor internationale vluchten en wordt er geen btw geheven op vliegtickets. Tegelijkertijd betalen vormen van landgebonden openbaar vervoer, zoals spoorwegbedrijven, in veel Europese landen wel energiebelastingen, hoge infrastructuurkosten en btw. Greenpeace spreekt van een scheve situatie die bijdraagt aan groeiende klimaatongelijkheid.

De Zeeuw sluit af met een scherpe oproep aan beleidsmakers. ‘Het is onacceptabel dat een kleine elite haar uitstoot explosief kan verhogen terwijl zij minder dan haar eerlijke aandeel betaalt en de rekening bij de belastingbetaler neerlegt. Regeringen moeten een einde maken aan deze schaamteloze klimaatongelijkheid en de superrijken hun eerlijke bijdrage laten betalen, te beginnen met eerlijke belastingen op luxe vliegtickets.’

Zero-emissiezones: Jansen benadrukt belang van soepele overgang voor ondernemers

De invoering van zero-emissiezones in Nederland is een belangrijke stap richting een schoner milieu en betere luchtkwaliteit in de binnensteden.

Per 1 januari 2025 hebben de eerste 15 gemeenten deze zones ingevoerd, en het is de bedoeling dat later nog zo’n veertien andere gemeenten volgen. Deze zones zijn bedoeld om de meest vervuilende voertuigen, zoals diesel- en benzinebestelwagens en vrachtwagens, uit stedelijke gebieden te weren. Daarmee moet de CO2-uitstoot drastisch worden verminderd en de leefbaarheid in deze gebieden worden vergroot. De invoering van deze zones komt echter met een aantal uitdagingen voor ondernemers, die op korte termijn moeten overschakelen naar zero-emissie voertuigen.

Om de overgang naar zero-emissiezones soepel te laten verlopen, hebben gemeenten, brancheorganisaties en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Chris Jansen, belangrijke afspraken gemaakt. De afspraken volgen op een verzoek van de Tweede Kamer en zijn bedoeld om te zorgen dat ondernemers niet in de problemen komen door de invoering van deze milieuzones. Zo is er onder meer afgesproken dat er een boetevrije periode van minimaal zes maanden zal zijn voor bedrijven die nog niet volledig overgeschakeld zijn naar zero-emissie voertuigen. Gemeenten kunnen ervoor kiezen deze periode te verlengen als dat lokaal noodzakelijk blijkt te zijn.

deadline

Daarnaast is er een belangrijke maatregel genomen voor bestelauto’s met emissieklasse 6. Deze voertuigen kregen oorspronkelijk geen uitstel, maar nu wordt er een wetswijzigingstraject gestart waarmee de deadline voor deze voertuigen met een jaar wordt verschoven. Dit biedt veel ondernemers, waarvan bijna de helft van hun bedrijfsbussen in emissieklasse 6 vallen, extra tijd om hun voertuigen te vervangen door elektrische alternatieven. Deze maatregel komt dus voor veel bedrijven op het juiste moment, vooral voor kleinere ondernemers die moeite hebben met de hoge kosten van elektrische voertuigen.

Een ander belangrijk onderdeel van de afspraken is de harmonisatie van de regels voor ontheffingen. In plaats van dat elke gemeente afzonderlijk besluit welke ontheffingen gelden, zullen er landelijke richtlijnen komen voor ondernemers die bijvoorbeeld te maken hebben met netcongestie of bedrijfseconomische redenen om niet onmiddellijk over te schakelen naar een elektrisch voertuig. Deze landelijke regeling zorgt ervoor dat ontheffingen direct en consistent van kracht zijn voor alle zero-emissiezones, wat een hoop administratieve rompslomp voorkomt.

Foto: © Pitane Blue – Martijn Beekman – Chris Jansen

De impact van de zero-emissiezones zal door het kabinet nauwlettend worden gevolgd. Er komt een nieuw convenant met de gemeenten waarin afspraken worden gemaakt over de uitvoering van de zones en de bijbehorende regelingen. De betrokken partijen, waaronder de gemeenten, brancheorganisaties en het kabinet, zijn het erover eens dat de overgang naar zero-emissiezones op een verantwoorde manier moet plaatsvinden, zonder dat ondernemers onterecht in de problemen komen.

Staatssecretaris Chris Jansen benadrukt het belang van deze maatregelen en de samenwerking tussen alle betrokkenen. “Gemeenten, brancheorganisaties, de Tweede Kamer en het kabinet delen het standpunt dat de overgang naar zero-emissiezones soepel moet verlopen. We willen schone lucht in onze binnensteden, maar moeten voorkomen dat onze ondernemers tussen wal en schip raken. Daarom is het goed dat wij tot deze afspraken zijn gekomen”, aldus Jansen.

Met de afgesproken maatregelen hoopt men dat de invoering van zero-emissiezones niet alleen ten goede zal komen aan het milieu, maar ook aan de ondernemers die de overstap naar schone voertuigen willen maken. De komende jaren zal blijken of de maatregelen voldoende ruimte bieden voor ondernemers om deze overgang succesvol te maken, zonder dat zij in financiële problemen komen.

Internetconsultatie: mening gevraagd over plannen voor nieuwe vliegbelasting

Het kabinet heeft aangekondigd dat het vanaf 2027 langeafstandsvluchten zwaarder wil belasten.

De maatregel, onderdeel van een herziening van de vliegbelasting, moet de hogere uitstoot van deze vluchten compenseren en naar verwachting € 248 miljoen extra aan belastinginkomsten opleveren. Om de plannen verder vorm te geven, worden burgers en andere belanghebbenden uitgenodigd om hun mening te geven via een online consultatie.

De vliegbelasting, die in 2021 in Nederland werd ingevoerd, is momenteel uniform: iedere passagier betaalt hetzelfde bedrag per vlucht, ongeacht de afstand. Dit betekent dat een reis naar Bali evenveel belasting oplevert als een korte vlucht naar Italië. Met het nieuwe voorstel wil het kabinet afstanden en de bijbehorende uitstoot centraal stellen. Vluchten met een grotere ecologische voetafdruk zouden daarmee zwaarder belast worden dan kortere, minder vervuilende trajecten.

milieubelasting van vliegen

Vliegen heeft al jaren een forse impact op het milieu. Vliegtuigen stoten grote hoeveelheden CO2 uit en dragen bij aan luchtvervuiling door fijnstof. Daarnaast veroorzaakt het lawaai van vliegtuigen veel hinder voor omwonenden van luchthavens zoals Schiphol. Met de nieuwe maatregel hoopt het kabinet niet alleen het gedrag van reizigers te beïnvloeden, maar ook bedrijven aan te sporen te investeren in schonere technologieën en duurzame alternatieven.

Vergelijkbare belastingmodellen worden al toegepast in andere Europese landen, zoals Duitsland en Frankrijk. Uit studies blijkt dat differentiatie van tarieven op basis van afstand een effectieve manier is om de luchtvaartsector groener te maken. Het kabinet wil met de herziening bovendien de bredere effecten van vliegen – zoals impact op de gezondheid en de economie – in kaart brengen.

burgerparticipatie centraal

Om de plannen breed te toetsen, zet het kabinet een internetconsultatie in. Tot 26 februari 2025 kunnen geïnteresseerden via internetconsultatie.nl hun mening geven over de invoering van een afstandsafhankelijke vliegbelasting. In de vragenlijst wordt onder meer gevraagd of mensen vinden dat langere vluchten inderdaad zwaarder belast moeten worden dan kortere, en of extra heffingen op zeer korte vluchten gerechtvaardigd zijn. Volgens het kabinet is deze input belangrijk om een afgewogen besluit te nemen.

De consultatie bestaat uit vijf vragen die specifiek ingaan op verschillende aspecten van de vliegbelasting. Hierin worden onderwerpen besproken zoals het belasten van korte en lange vluchten, uitzonderingen voor bepaalde gebieden, en de vraag of alle passagiers gelijk behandeld moeten worden. De consultatie vraagt expliciet of burgers het eens zijn met het zwaarder belasten van lange vluchten. De vraag is echter zo geformuleerd dat de maatregel als een gegeven wordt gepresenteerd, met de nadruk op de uitvoeringsvorm. Dit suggereert dat de daadwerkelijke invoering van de belasting nauwelijks nog ter discussie staat.

Foto: © Pitane Blue – vertrekhal Schiphol

De vliegbelasting is een manier om deze negatieve effecten te beprijzen. Sinds 2021 heeft Nederland een vliegbelasting van € 29,40 (2025) per vertrekkende passagier, ongeacht waar deze passagier naartoe vliegt. Per 2027 wil het kabinet de totale opbrengst van de vliegbelasting met € 248 miljoen verhogen. Het plan is om vluchten over lange afstanden – met een hogere totale uitstoot – meer te belasten.

Een van de vragen gaat in op de alternatieven voor korte vluchten. Veel korte reizen kunnen namelijk ook per trein of auto worden afgelegd, wat vaak minder schadelijk is voor het milieu. Een hogere belasting voor deze vluchten zou consumenten kunnen stimuleren om vaker voor duurzamere opties te kiezen.

Een ander belangrijk onderdeel van de consultatie gaat over mogelijke uitzonderingen. Het kabinet erkent dat sommige landen of gebieden, zoals EU-lidstaten of overzeese gebieden, te maken hebben met unieke omstandigheden. De vraag of bepaalde bestemmingen aangepaste tarieven moeten krijgen, roept discussies op over eerlijkheid en uitvoerbaarheid.

Bijvoorbeeld, een vlucht naar het Caribisch Nederland heeft een hoge uitstoot door de afstand, maar inwoners van deze gebieden hebben vaak weinig alternatieven voor vervoer. Het kabinet onderzoekt of het wenselijk is om voor dit soort situaties lagere tarieven in te stellen.

kritiek en verwachtingen

Hoewel het kabinet met het voorstel streeft naar verduurzaming van de luchtvaart, is er ook kritiek. Zo wijzen sommige luchtvaartmaatschappijen erop dat hogere belastingen reizigers kunnen ontmoedigen om via Nederland te vliegen, wat economische gevolgen kan hebben. Daarnaast bestaat de angst dat de maatregel vooral lagere inkomens treft, die minder makkelijk kunnen betalen voor duurdere tickets.

Anderen zien in de consultatie een kans om bredere hervormingen te eisen, zoals een focus op investeringen in hogesnelheidslijnen en innovatie in de luchtvaart. Voorstanders van het plan benadrukken dat de opbrengsten van de vliegbelasting gebruikt moeten worden om duurzaamheid te bevorderen en niet slechts een financiële melkkoe mogen worden.

De uiteindelijke vorm van de belastingmaatregel wordt pas na de consultatie en verdere onderzoeken vastgesteld. Het kabinet benadrukt dat er rekening wordt gehouden met de belangen van zowel burgers als bedrijven, maar dat duurzaamheid en milieubewustzijn centraal blijven staan. Het is nog onduidelijk of de plannen brede steun zullen krijgen, maar de oproep om in te grijpen in de luchtvaartsector klinkt steeds luider.

Boulevardtrein Scheveningen: stilzwijgen van exploitant doet vragen rijzen

Scheveningen is een van de populairste badplaatsen van Nederland, waar jaarlijks duizenden toeristen genieten van zon, zee, en strand.

Een vertrouwd gezicht op de boulevard is de toeristentrein, een attractie die van april tot oktober heen en weer rijdt langs de kustlijn. Hoewel deze trein op het eerste gezicht een charmante aanvulling lijkt op het toeristische aanbod, schuilt er een groeiende controverse onder de oppervlakte die niet langer genegeerd kan worden.

De toeristentrein, geëxploiteerd door Boulevardtrein uit Naaldwijk, is een tractor en Tschu-Tschu NTD aanhangwagens voor personenvervoer uit 1993. Dit is opmerkelijk in een tijd waarin duurzaamheid steeds hoger op de agenda staat. Veel steden nemen maatregelen om de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen door bijvoorbeeld lage-emissiezones (LEZ) in te voeren en elektrisch vervoer te bevorderen. De gemeente Den Haag lijkt in Scheveningen echter aan deze trend voorbij te gaan. De boulevardtrein zorgt voor aanzienlijke vervuiling door de uitstoot van stikstof en andere schadelijke stoffen.

Maar het is niet alleen de vervuiling die de gemoederen bezighoudt. Een ander punt van zorg is de schimmigheid rond de kentekens van de trein. Twee kentekens, VL-29-FJ een benzine TSCHU-TSCHU Suzuki type S 413 en VV-65-RH een diesel TSCHU-TSCHU NTD, leveren geen resultaten op bij het opvragen van informatie bij de RDW. Dit roept vragen op over de wettigheid van de trein. Zijn de kentekens vervallen of zelfs ingetrokken en hoe staat het met een geldige APK?

Foto: © Pitane Blue – Boulevardtrein Scheveningen

Vragen over de kentekens, verzekering van de trein of plannen om ze te vervangen door een milieuvriendelijker alternatief, blijven onbeantwoord

De onduidelijkheid wordt verder vergroot doordat Maurice de Bruijne, eigenaar van Boulevardtrein, ondanks herhaalde verzoeken om commentaar, volledig in gebreke blijft. Vragen over de kentekens, verzekering van de trein of plannen om ze te vervangen door een milieuvriendelijker alternatief, blijven onbeantwoord. Ook over de vergunningen en eventuele verplichtingen tegenover de gemeente Den Haag wordt geen duidelijkheid verschaft.

Dit gebrek aan transparantie voedt de speculatie en zorgen over de legitimiteit van de boulevardtrein. Zonder geldige nummerplaten is het lastig vast te stellen of het voertuig voldoet aan de strenge Euronormen voor emissie, wat wettelijk vereist is. Dit roept de vraag op of de trein überhaupt nog wel op de weg mag zijn.

Foto: © Pitane Blue – Speciale Olympische trein op de boulevard van Scheveningen

De TSCHU TSCHU trein, waarvan de wielen worden aangedreven door een verbrandingsmotor, baant zich een weg door de vaak drukke mensenmassa’s op de boulevard, waarbij een schel belletje het enige signaal is voor voetgangers om opzij te gaan. Vooral tijdens de drukke zomermaanden, wanneer de boulevard volgepakt is met toeristen en gezinnen, ontstaan er regelmatig gevaarlijke situaties. Sommige bezorgde burgers vrezen zelfs dat het slechts een kwestie van tijd is voordat er een ernstig ongeluk plaatsvindt.

In andere toeristische gebieden wordt al jaren geïnvesteerd in duurzame alternatieven. Elektrische toeristentreinen, die geruisloos en uitstootvrij zijn, hebben in veel plaatsen de dieselvarianten vervangen. Deze groene initiatieven worden over het algemeen positief ontvangen door zowel bewoners als bezoekers, die steeds bewuster worden van de impact van vervuilende voertuigen op het milieu.

vergunning

Dat Scheveningen, als prominente badplaats, hierin achterblijft, is opmerkelijk en roept vragen op. De tijd lijkt rijp voor het gemeentebestuur van Den Haag om in te grijpen en te eisen dat de exploitant van de boulevardtrein verduurzamingsmaatregelen treft. Het herzien van de vergunning kan hierbij een krachtig instrument zijn om verandering af te dwingen.

Hoewel de boulevardtrein ooit misschien een charmante toevoeging was aan het toeristische aanbod van Scheveningen, past hij niet meer in het hedendaagse streven naar duurzaamheid. De overgang naar schonere en stillere vervoersmiddelen is niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk om ervoor te zorgen dat Scheveningen een aantrekkelijke en veilige bestemming blijft voor zowel huidige als toekomstige generaties. Het blijft zorgwekkend dat de exploitant tot nu toe in gebreke blijft te reageren op deze serieuze kwesties, waardoor de roep om ingrijpen alleen maar luider wordt.

LEZ

Den Haag heeft een milieuzone voor personenauto’s en bestelauto’s die op diesel rijden. Oude dieselauto’s die veel uitlaatgassen uitstoten mogen niet de milieuzone in. De milieuzone voor bestelauto’s vervalt per 1 januari 2025. Bestelwagens vallen dan onder de zero-emissiezone. De milieuzone staat in de Wegenverkeerswet. De gemeente controleert of iedereen zich eraan houdt via camera’s en buitengewoon opsporingsambtenaren. Als u een boete krijgt, krijgt u die van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Uiteraard kunnen er lokale vrijstellingen en ontheffingen gelden voor bepaalde voertuigsoorten anders dan personen- en bestelauto’s, vrachtauto’s en autobussen.

Uitstootdoelen: Japanse autofabrikanten lopen achter op weg naar zero-emissie

Hoewel het Greenpeace-rapport een zorgwekkend beeld schetst, zullen de plannen van autofabrikanten om over te schakelen naar meer EV’s en hybride voertuigen waarschijnlijk verder ontwikkelen in de jaren voorafgaand aan de nieuwe regels.

Verschillende van ’s werelds grootste autofabrikanten, waaronder Toyota Motor Corp. en General Motors Co., zullen waarschijnlijk niet voldoen aan de nieuwe Amerikaanse doelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen tegen 2032, volgens een analyse van Greenpeace. Dit wijst erop dat ze hun adoptie van elektrische voertuigen moeten versnellen om boetes te vermijden.

Uit het rapport blijkt dat de kooldioxide-uitstoot uit de uitlaat van de zeven grootste autofabrikanten in de VS op schema ligt om de normen van het Environmental Protection Agency (EPA) te overschrijden met tussen de 8% en 154%, afhankelijk van de fabrikant, zelfs als de bedrijven hun huidige verkoopprognoses voor elektrische voertuigen halen.

Naast Toyota en GM behandelt het rapport ook Ford Motor Co., Honda Motor Co., Nissan Motor Co., Stellantis NV, en Hyundai Motor Co. en Kia Corp., die als één entiteit worden beschouwd.

Het Greenpeace-rapport roept de bedrijven op om geleidelijk voertuigen met een verbrandingsmotor wereldwijd tegen 2030 af te schaffen, maar de autofabrikanten kunnen het moeilijk hebben dit te doen te midden van een vertraging in de vraag naar elektrische voertuigen. Dit doel kan nog moeilijker blijken voor Japanse autofabrikanten, die achterlopen op hun concurrenten in de adoptie van elektrische aandrijflijnen.

GM is de laatste in de rij die zijn verwachtingen voor het EV-programma bijstelt. CEO Mary Barra vertelde CNBC maandag tijdens een evenement dat het bedrijf niet de productiecapaciteit zal hebben om zijn eerdere doel te bereiken om tegen eind volgend jaar één miljoen EV’s te bouwen. De vraag van klanten zal bepalen hoe snel het bedrijf het miljoen zal halen voor EV-verkopen, voegde ze toe.

In een reactie op het Greenpeace-rapport zei GM dat het “de doelstellingen van de EPA-steun voor de eindregel ondersteunt en dat het de bedoeling is om de uitstoot aanzienlijk te verminderen. Hoewel uitdagend, geloven we dat onze verplichtingen en investeringen in een volledig elektrische toekomst GM in een uitstekende positie brengen om bij te dragen aan de doelstellingen van de eindregel.”

De regering-Biden kondigde in maart nieuwe normen aan, die autofabrikanten verplichten hun gemiddelde uitstoot van kooldioxide uit de uitlaat te beperken tot onder 85 gram per mijl tegen 2032, vanaf gemiddeld 320 gram per mijl in 2023. Volgens één scenario van de EPA-modellering zouden autofabrikanten aan de eisen kunnen voldoen door het aandeel batterij-elektrische voertuigen op te voeren tot 56% van de totale Amerikaanse verkopen, met plug-in hybriden en conventionele verbrandingsmotorauto’s die respectievelijk 13% en 29% van de verkopen uitmaken.

Autofabrikanten met sterke verkoopplannen voor elektrische voertuigen in de VS, zoals Honda, GM en Ford, zullen naar verwachting het dichtst in de buurt komen van de emissienormen, met een overschrijding van tussen de 8% en 12% als ze hun verkoopdoelen halen, aldus Greenpeace.

“We zijn een leider geweest in het samenwerken met de EPA en andere belanghebbenden om slimme, haalbare CO2-emissienormen te ontwikkelen en we zijn vastbesloten om hieraan te voldoen. Om concurrentieredenen kunnen we geen details geven over hoe we dit de komende jaren zullen doen,” zei Ford in een reactie per e-mail.

Toyota en Nissan hebben volgens het Greenpeace-rapport het meeste werk te verzetten om de doelen voor 2032 te bereiken. Toyota zal de doelstellingen met 154% overschrijden, terwijl Nissan 76% boven de limiet zal zitten. Toyota streeft ernaar zijn verkoop van batterij-elektrische voertuigen tegen 2030 op te voeren tot 3,5 miljoen. De grootste autofabrikant ter wereld verkocht vorig jaar 104.000 EV’s.

Zero-emissie: zorgen onder ondernemers groeien volgens nieuw onderzoek

Gemeenten mogen vanaf 1 januari 2025 een stadsgebied aanwijzen waar geen vervuilende bestelbussen en vrachtwagens meer mogen rijden.

Bijna de helft van de ondernemers, 43% om precies te zijn, maakt zich zorgen over de aankomende zero-emissiezones. Dit blijkt uit een recent onderzoek van ANWB Zakelijk onder 497 ondernemers, variërend van kleine en middelgrote bedrijven (MKB) tot zelfstandigen zonder personeel (ZZP). Vanaf 2025 wordt het in veel steden verboden om met dieselbestelwagens te rijden, waardoor ondernemers gedwongen worden sneller over te stappen op elektrische bedrijfswagens. “Dit vergt niet alleen veel uitzoekwerk en geregel, maar ook een investering”, zegt Patrick van Weert, productmanager bij ANWB Zakelijk.

aanzienlijke zorgen

De introductie van zero-emissiezones vormt een grote uitdaging voor ondernemers, vooral omdat zij hun wagenpark gedeeltelijk of volledig moeten vervangen. Dit brengt aanzienlijke zorgen met zich mee, vooral voor degenen die een groot aantal bedrijfswagens bezitten. Van Weert legt uit: “Als zzp’er hoef je misschien maar één busje te vervangen, wat al vervelend kan zijn. Maar er zijn ook ondernemers die tientallen bedrijfswagens bij een distributiecentrum hebben staan. Voor hen ligt er een nóg grotere klus in het verschiet.”

Het personeel dat dagelijks gebruikmaakt van de bedrijfswagens, kan eveneens sceptisch zijn over de overstap naar elektrisch. Van Weert benadrukt dat chauffeurs vaak gehecht zijn aan hun voertuigen. “Chauffeurs hechten veel waarde aan hun ‘heilige koe’. Daarnaast kunnen elektrische busjes nog geen zware ladingen vervoeren en met dat gewicht dezelfde lange afstanden afleggen als dieselbusjes, alhoewel dat steeds beter wordt,” erkent hij. “Maar toch moeten zowel ondernemer als chauffeur de overstap maken, want uitstootloze busjes zijn de toekomst.”

Veel ondernemers staan niet te springen om een elektrische bedrijfswagen te kopen. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste ondernemers (34%) ervoor kiezen om een elektrische bedrijfswagen te leasen. Van de ondernemers verwacht 27% de overstap naar elektrisch rijden te bekostigen met eigen vermogen, terwijl 22% gedeeltelijk rekent op subsidies. 

Van Weert licht toe: “Leasen voelt voor veel ondernemers als de veiligste optie, omdat ze hun initiële investering behouden. Maar leasen drukt wel weer op de maandelijkse lasten, dus dit moet je goed overwegen als ondernemer.”

ANWB Zakelijk heeft de zorgen van ondernemers al langer opgemerkt. Afgelopen maand organiseerde ANWB Zakelijk, samen met Ayvens, de “Bedrijfswagen e-Xperience”, een evenement waar veel brancheorganisaties bij betrokken waren. Tijdens dit evenement konden ondernemers advies inwinnen en proefritten maken in meer dan 30 elektrische bedrijfswagens. Roy Driessen, segment director bij Ayvens en medeorganisator van het evenement, benadrukt de noodzaak van consistent overheidsbeleid over elektrisch rijden. “Verander nu niet de route naar elektrisch rijden, veel ondernemers zijn hun transitie al gestart. En zorg voor een centraal beleid over de zero-emissiezones. Dit kan per gemeente verschillen. Zo voorkom je dat de ondernemers nog meer in de war raken. Houd duidelijk beleid aan, zodat ook de twijfelaars over de streep getrokken worden.”

tool

Daarnaast lanceert ANWB Zakelijk de tool De Opwegwijzer voor de Zaak, gericht op ondernemers die hun wagenpark willen of moeten elektrificeren. Met deze tool krijgen ondernemers een gepersonaliseerd advies over of en hoe lang ze met hun huidige bedrijfswagen in een milieuzone mogen rijden.

Gemeenten mogen vanaf 1 januari 2025 stadsgebieden aanwijzen waar geen vervuilende bestelbussen en vrachtwagens meer mogen rijden. De voertuigen die wél in deze zogenaamde “zero-emissiezone” mogen rijden, moeten uitstootvrij zijn. Voor enkele voertuigcategorieën geldt tot 2030 een overgangsregeling of vrijstelling. Daarnaast moeten ondernemers per 2025 belastingheffing (bpm) betalen bij de aanschaf van een dieselbusje. Dit heeft geleid tot een verhoogde vraag naar dieselbusjes. De hoogte van de belastingheffing hangt af van de CO2-uitstoot van het voertuig. Hierdoor wordt het gebruik van diesel ontmoedigd en de overstap naar elektrisch gestimuleerd. ANWB Zakelijk verwacht dat de levensduurkosten (TCO, Total Cost of Ownership) van diesel- en elektrische bussen dankzij de technologische vooruitgang dichter bij elkaar komen te liggen.

De bestelbussen en vrachtwagens die wél in deze zogenaamde “zero-emissiezone” mogen rijden, moeten uitstootvrij zijn.

De afgelopen week besteedde de Financiële Telegraaf ook al aandacht aan een groeiend probleem onder ondernemers: het uitstel en verkleinen van zero-emissiezones. Dit onderwerp brengt niet alleen onrust onder deze groep, maar zorgt uiteindelijk ook voor grotere problemen op lange termijn.

De huidige maatregelen zijn erop gericht om een geleidelijke overgang te bewerkstelligen van fossiel aangedreven naar zero-emissie bestelwagens. Dit betekent dat de meest vervuilende voertuigen als eerste uit het straatbeeld moeten verdwijnen. Door deze geleidelijke aanpak kan ook de benodigde laadinfrastructuur stapsgewijs worden opgezet en wordt de tweedehandsmarkt voor zero-emissie voertuigen geleidelijk opgebouwd. Deze strategie zorgt ervoor dat, wanneer de overgangsregeling voor fossiel aangedreven bestelwagens afloopt, de overstap naar zero-emissie voertuigen soepel kan verlopen zonder al te veel problemen.

significante nadelen

Het uitstel van zero-emissiezones klinkt aantrekkelijk, maar het brengt significante nadelen met zich mee. Ondanks dat de harde einddatum blijft bestaan waarop alle bestelwagens zero-emissie moeten zijn, zal de transitie niet geleidelijk maar in een veel kortere periode moeten plaatsvinden. Dit betekent dat de overgang naar zero-emissie voertuigen zal vertragen. De vertraging heeft directe gevolgen voor de aanleg van laadinfrastructuur. Commerciële partijen zullen minder snel investeren in laadpalen als zij weten dat deze investeringen de komende vijf jaar niet renderen. Bovendien is het de vraag of deze infrastructuur op een later moment, binnen een kort tijdsbestek, aangelegd kan worden.

Daarnaast zal de vertraging leiden tot een beperktere beschikbaarheid van tweedehands zero-emissie bestelwagens. Hierdoor wordt het voor ondernemers die afhankelijk zijn van de tweedehandsmarkt moeilijker om over te stappen op een zero-emissie voertuig. Deze groep kan nu nog gebruik maken van de hardheidsclausule, waardoor ze voorlopig kunnen blijven rijden op diesel. Maar wat gebeurt er als deze clausule verdwijnt? Deze ondernemers zullen dan voor een grote uitdaging komen te staan.

80-20 regel

Een ander aspect is de zogeheten 80-20 regel. Er zijn talloze redenen waarom een ondernemer nog niet kan overstappen op een zero-emissie bestelwagen. Problemen zoals actieradius, trekgewicht en laadmogelijkheden spelen een rol, maar deze problemen hebben voornamelijk betrekking op een minderheid van de ondernemers. De meerderheid kan wel degelijk de overstap maken. Voor de 20% die nog niet kunnen overstappen, zijn er voldoende mogelijkheden om uitstel aan te vragen onder de hardheidsclausule. De vraag rijst dan ook: zijn er met het huidige beleid echt problemen of creëren we ze nu juist door het uitstel?

Het uitstel van zero-emissiezones heeft dus een kettingreactie aan negatieve gevolgen. De vertraging in de transitie naar zero-emissie voertuigen zorgt voor een rem op de ontwikkeling van laadinfrastructuur en beperkt de beschikbaarheid van tweedehands voertuigen. Ondernemers die afhankelijk zijn van deze infrastructuur en voertuigen zullen hierdoor benadeeld worden. Dit maakt de uiteindelijke overgang naar een zero-emissie toekomst niet alleen moeilijker, maar ook duurder en problematischer. Het huidige beleid, dat juist gericht is op een geleidelijke en gecontroleerde overgang, biedt een veel betere basis voor een succesvolle implementatie van zero-emissie zones.

Big Bus: elektrische bussen veroveren Parijs, Wenen en Londen deze zomer

Toeristen die wereldsteden bezoeken, kennen het beeld maar al te goed: een bovendek vol mensen op een stinkende en lawaaierige dieselbus.

Vaak tot grote ergernis van de bewoners in de straten waar deze bussen doorheen rijden. Maar daar komt binnenkort verandering in. Terwijl in veel steden alles wat uitstoot langzaam de stad wordt uitgewerkt en taxi’s volledig op groene stroom moeten rijden, lijkt het bij Big Bus Tours wat trager te gaan. Al in 2017 kondigde het bedrijf aan dat het bezig was met het testen van elektrische bussen, maar pas nu lijkt de daadwerkelijke transformatie plaats te vinden. En dat werd tijd ook.

Big Bus Tours heeft eindelijk de stap gezet naar duurzaamheid door 40 elektrische sightseeingbussen aan haar vloot toe te voegen. Dit gebeurde net op tijd voor het drukke zomerseizoen, een strategische zet om zowel het milieu als de toeristische ervaring te verbeteren. Met een ticketprijs van 47 euro per persoon voor een tour door de stad met slechts tien stopplaatsen, mogen toeristen verwachten dat ze niet alleen van de stad genieten, maar dat ze dit ook op een milieuvriendelijke manier kunnen doen.

Made in China

In Parijs en Wenen introduceert Big Bus Tours 20 gloednieuwe elektrische bussen van het merk Ankai. Deze speciaal gebouwde elektrische sightseeingbussen zijn uitgerust met 315 kW batterijpakketten die de energie via een ZF-hubmotoras naar de weg sturen. Afhankelijk van de belasting van het elektriciteitsnet kunnen deze bussen binnen vier tot zes uur snel worden opgeladen. De keuze voor deze modellen benadrukt de inzet van het bedrijf om duurzame technologieën te omarmen zonder concessies te doen aan de rijervaring.

Londen ziet een andere benadering met de retrofit van 20 bestaande dieselbussen. Deze 2012 Ankai tri-axle diesels worden volledig omgebouwd naar elektrische aandrijving door het Britse bedrijf Equipmake. De conversie omvat het plaatsen van een 327 kW batterijpakket dat stroom levert aan een enkele motor die rechtstreeks in de bestaande assen werkt. Deze bussen kunnen zowel met AC als DC worden opgeladen en worden voornamelijk ’s nachts opgeladen met 22 kW laders, aangezien ze alleen overdag in gebruik zijn.

Foto: © Pitane Blue – Big Bus Parijs

Pat Waterman, uitvoerend voorzitter van Big Bus Tours, spreekt zijn enthousiasme uit over deze vooruitgang: “We zijn verheugd om deze nieuwe elektrische bussen te verwelkomen als onderdeel van onze investering in duurzaamheid. Deze EV-uitbreiding is een belangrijke stap voorwaarts in het verminderen van onze ecologische voetafdruk en het verbeteren van de tourervaring voor onze klanten.”

De implementatie van deze elektrische bussen in drie Europese steden zal deze zomer beginnen, waardoor de totale elektrische vloot van het bedrijf aanzienlijk toeneemt. Het initiatief om zowel nieuwe bussen te introduceren als bestaande bussen om te bouwen, toont de veelzijdige aanpak van Big Bus Tours in hun streven naar een groenere toekomst.

De nieuwe bussen zijn niet alleen een technologische vooruitgang maar ook een bewuste keuze van het bedrijf om bij te dragen aan het verminderen van de uitstoot in drukke stedelijke gebieden. Dit initiatief komt op een moment dat veel steden over de hele wereld strenge emissierichtlijnen invoeren, waardoor bedrijven zoals Big Bus Tours moeten innoveren om aan deze nieuwe normen te voldoen. Door het introduceren van elektrische bussen speelt Big Bus Tours in op deze veranderingen en zet het een voorbeeld voor andere operators in de sector.

De nieuwe elektrische bussen zullen ongetwijfeld een positieve impact hebben op de luchtkwaliteit in Parijs, Wenen en Londen. Daarnaast biedt de stillere werking van elektrische bussen een aangenamere ervaring voor zowel passagiers als bewoners van deze steden. Deze stille, emissievrije voertuigen zijn een welkome aanwinst voor de drukke straten en benadrukken de toekomstgerichte visie van Big Bus Tours.

Groene ambities onder druk: Prorail verlaagt uitstoot maar mist doel

Na jaren op het hoogste niveau van de CO2-Prestatieladder, is ProRail helaas van niveau 5 naar 4 gedaald.

ProRail, de Nederlandse spoorwegbeheerder, heeft onlangs een stap terug moeten doen op de CO2-Prestatieladder, door te dalen van het hoogste niveau. Dit komt omdat de organisatie haar eigen doelstellingen voor de vermindering van CO2-uitstoot in 2022 niet heeft weten te behalen. Ondanks deze tegenslag blijft ProRail vastberaden in haar ambitie om een aanzienlijke reductie van CO2-uitstoot te realiseren, gericht op een vermindering van 55 procent in 2030 ten opzichte van het referentiejaar 2015.

In 2022 heeft ProRail 10,6 kiloton CO2 uitgestoten, wat aanzienlijk hoger is dan het gestelde doel van maximaal 8 kiloton. Ter vergelijking, de uitstoot van ProRail in dat jaar was equivalent aan die van ongeveer 889 huishoudens. Een cruciale factor in het niet behalen van de doelstelling was de verminderde aankoop van groene stroom, waardoor een groter deel van het elektriciteitsverbruik uit grijze energie bestond. Daarnaast hebben de turbulenties op de energiemarkt, veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne, en vertragingen in energiebesparende maatregelen bijgedragen aan de hogere uitstoot.

Desondanks heeft ProRail in 2022 wel succes geboekt in het verminderen van haar scope 1-emissies, die met 1,3 kiloton zijn afgenomen. Dit resultaat is onder meer bereikt door de omschakeling van gasgestookte naar elektrische wisselverwarming en het saneren van wissels. Daarnaast zijn de CO2-emissies van stations gehalveerd ten opzichte van 2021, dankzij maatregelen zoals betere isolatie, het verminderen van verwarming en verbeterde meetmethodes.

Foto: Prorail

CFO van ProRail, Mirjam van Velthuizen-Lormans, benadrukt de hoge duurzaamheidsambities van het bedrijf en ziet de recente tegenslag als een les. Ondanks de uitdagingen blijft de organisatie toegewijd aan haar langetermijndoelstellingen. ProRail blijft investeren in duurzame energie, zoals blijkt uit de toename van het aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit op eigen assets, die in 2022 is gestegen tot 1,6 miljoen kWh. Met de geplande projecten, waaronder de installatie van zonnepanelen op fietsenstallingen en geluidsschermen, is ProRail optimistisch over het realiseren van haar ambitieuze CO2-reductiedoelen in de komende jaren.

Duurzaamheidsprogramma TUI Group bekend gemaakt

De missie is duidelijk: de ecologische voetafdruk van TUI aanzienlijk verkleinen en de positieve sociaal-economische impact van het toerisme op de vakantiebestemmingen maximaliseren.

Onlangs heeft TUI Group zijn duurzaamheidsprogramma gepresenteerd met een duidelijk commitment om tegen 2030 de daarin omschreven doelstellingen te behalen. De missie is duidelijk: de ecologische voetafdruk van TUI aanzienlijk verkleinen en de positieve sociaal-economische impact van het toerisme op de vakantiebestemmingen maximaliseren. Het programma voor duurzame ontwikkeling steunt op 3 pijlers: People, Planet, Progress.

“We bevinden ons in een decennium van duurzame transformatie – voor TUI en de toeristische sector als geheel. We willen het toerisme versterken en verder ontwikkelen als wereldwijde motor van welvaart en ontwikkeling. Duurzaamheid is voor mij persoonlijk en voor TUI een topprioriteit. We hebben in het verleden bewezen dat we de expertise en de juiste aanpak hebben om toerisme duurzamer te maken. Daarom zien wij duurzaamheid niet als een bedreiging maar als een kans. We willen ons laten leiden door de nieuwste klimaatwetenschap en daarom werken we samen met het Science Based Targets initiatief”.

Sebastian Ebel, CEO van TUI Group.

People 
Doel is om de positieve sociaal-economische impact van het toerisme voor de lokale bevolking op de vakantiebestemmingen te maximaliseren. Hiervoor zal TUI Group in 2024 jaarlijks 10 miljoen euro inzamelen via haar stichting, de TUI Care Foundation. Dit geld zal worden gebruikt om de opleiding van jongeren te verbeteren, de natuurlijke omgeving van de bestemmingen te behouden en lokale gemeenschappen vooruit te helpen. 

Planet
De belangrijkste pijler van het duurzaamheidsprogramma is de reductie van de uitstoot binnen alle activiteiten van de groep. Hiervoor werd een plan opgesteld met een ambitieuze doelstelling ten opzichte van referentiejaar 2019. TUI verplicht zich om dit doel tegen 2030 te bereiken bij zowel de luchtvaartmaatschappijen, de TUI-hotels als de TUI-cruiseschepen. Daarnaast beoogt TUI om uiterlijk in 2050 ‘Net-Zero-emission’ te bereiken voor het hele bedrijf en voor de toeleveringsketen. Het volledige duurzaamheidsprogramma is beoordeeld en goedgekeurd door het onafhankelijke Science Based Targets initiative (SBTi), dat toezicht houdt op de naleving van de doelstellingen op basis van de nieuwste klimaatwetenschappelijke gegevens.

De vluchten van TUI Airline zijn verantwoordelijk voor ongeveer 80% van de uitstoot van de groep. De CO₂-uitstoot per kilometer per passagier is de afgelopen jaren al met 18% verminderd. Deze worden tegen 2030 nog verder verlaagd met 24%. TUI heeft altijd geïnvesteerd in de modernste vloot en zal dat ook in de toekomst blijven doen. Daarnaast zal het doel ook worden bereikt door een verbeterde efficiëntie van de vluchtoperaties, zoals de optimalisatie van vliegroutes. Ook het gebruik van duurzame vliegtuigbrandstoffen (SAF) zal hiertoe bijdragen. Tenslotte pleit TUI voor een progressieve taxatie die de inspanningen van een luchtvaartmaatschappij weerspiegelt: hogere belastingen voor een oudere vloot en lagere voor modernere toestellen of voor een wagenpark dat duurzame brandstoffen gebruikt.

Voor de TUI hotels verbindt de groep zich aan het doel om de uitstoot met minstens 46,2% te verminderen. De doelstelling is eigenlijk nog ambitieuzer en streeft naar hotelneutraliteit tegen 2030. Om dit te bereiken, verhoogt TUI het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en zet TUI in op meer efficiëntie qua algemeen energieverbruik in zijn hotels. TUI wil op het gebied van klimaat een pionier worden in de sector en deze voorsprong verder vergroten door het principe van de circulaire economie toe te passen op alle werkterreinen.

TUI was het eerste bedrijf in de sector dat wereldwijde duurzaamheidsnormen toepaste in zijn excursie-aanbod.

TUI Group engageert zich om tegen 2025 alle onnodige plasticverpakkingen en voorwerpen te elimineren. In 2019 werden er al 257 miljoen plastic wegwerpartikelen geweerd uit de hotels, cruiseschepen, vliegtuigen en kantoren. Een andere doelstelling is om tegen 2030 de voedselverspilling met 25% te verminderen binnen alle activiteiten van de groep.

Tegen uiterlijk 2030 zal TUI klimaat neutrale cruises aanbieden en zal de emissie bij TUI Cruises met meer dan een kwart (27,5%) zijn verminderd. Geen enkele andere cruisemaatschappij ter wereld verbindt zich momenteel aan een dergelijke absolute reductiedoelstelling. TUI Cruises is overigens de enige maatschappij die tot nu toe een SBTi-goedkeuring heeft gekregen.

Progress
Om de transformatie naar duurzaam toerisme te versnellen past TUI een onafhankelijk label toe als keurmerk voor hotels die aan de duurzaamheidscertificeringsstrategie voldoen. Sinds 2015 zijn er al 54 miljoen vakanties doorgebracht in gecertificeerde duurzame hotels.

Ook op het gebied van de excursies op de bestemming is er verandering aan de gang. TUI was het eerste bedrijf in de sector dat wereldwijde duurzaamheidsnormen toepaste in zijn excursie-aanbod. TUI Musement is ook gecertificeerd volgens de criteria van de Global Sustainable Council. Dit certificeringsproces helpt lokale leveranciers om de duurzaamheid van hun aanbod te verbeteren en steunt de transformatie van de hele toeristische sector.

Een mooi voorbeeld is het “Co-Lab Rhodes”, in 2022 gelanceerd door TUI en de TUI Care Foundation in samenwerking met de Griekse overheid en de overheid van de Zuid-Egeïsche Zee. Het eiland Rhodos, zeer populair als vakantiebestemming, wordt een wereldwijd rolmodel van duurzame transformatie: 27 lokale projecten zijn goedgekeurd en worden momenteel ontwikkeld.

Het duurzaamheidsprogramma van TUI toont de ambitie van de groep om niet alleen zijn eigen transformatie vorm te geven, maar ook een pionier te zijn in de toeristische sector en een trendsetter op alle vakantiebestemmingen. Eén ding is duidelijk: 2030 is een belangrijke mijlpaal maar ook slechts een tussenstap naar de finale ambitie om tegen uiterlijk 2050 ‘Net-Zero-emission’ te bereiken, aldus de Reisorganisatie.

Wegvervoer in Nederland veel schoner geworden

Het wegvervoer in Nederland is sinds 2010 veel schoner geworden, zo blijkt uit de nieuwste editie van Mobiliteit in Cijfers Auto’s van RAI Vereniging en BOVAG. Vooral de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM10) is flink gedaald, met respectievelijk bijna 36 en 50 procent. Om in navolging van de uitstoot van schadelijke stoffen ook de uitstoot van CO2 verder terug te dringen en de Europese klimaatdoelen te behalen, is het van belang dat een volgend Kabinet kiest voor een herziening van ons autobelastingstelsel en inzet op een breed samenhangend pakket van maatregelen.

Als gevolg van de scherpere Europese uitstooteisen en continue innovaties in verbrandingsmotoren en elektrisch vervoer is er het afgelopen decennium veel winst geboekt om de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen. De automotive industrie is met ruim 60 miljard euro per jaar dan ook de grootste investeerder in onderzoek en innovatie in Europa. Mobiliteit in Cijfers toont op basis van PBL-data (Planbureau voor de Leefomgeving) dat in 2019 de uitstoot NOx door het totale wegvervoer 36 procent lager was dan in 2010. De daling van NOx-uitstoot door álle bronnen tezamen bedroeg in die periode 20 procent. Het wegvervoer stootte in 2019 ook nog eens 50 procent minder fijnstof uit, terwijl alle bronnen samen een daling van 23,1 procent realiseerden.

Fijnstof door auto’s nihil
Op detailniveau zijn cijfers tot en met 2018 beschikbaar en die laten zien dat de uitstoot van stikstofoxiden van personenauto’s 11,3 procent is gedaald en die van vrachtwagens 52,2 procent. De uitstoot van PM10 nam bij de personenauto’s met maar liefst 81,3 procent af en bij de vrachtwagens 78,6 procent, exclusief de uitstoot door (banden)slijtage. De totale uitstoot van CO2 door het wegverkeer in Nederland is sinds 2010 met 4,2 procent gedaald, maar daar staat tegenover dat het aantal personenauto’s, bedrijfswagens en gemotoriseerde tweewielers eind 2018 circa 10 procent hoger lag.

Hoewel het totale park van personenauto’s in Nederland met gemiddeld 11 jaar relatief oud is, zijn de nieuw aangeschafte auto’s mede dankzij de ontwikkeling van (plug-in) hybride motoren al jarenlang zeer zuinig of volledig elektrisch. Daardoor realiseert Nederland inmiddels als enige in de EU een gemiddelde CO2-uitstoot per nieuwe auto van minder dan 90 gram per kilometer. In navolging van de personenauto’s zal met de aanstaande invoering van zero emissiezones voor de stadslogistiek de uitstoot door lichte en zware bedrijfswagens ook verder afnemen. Dankzij deze ontwikkelingen wordt het rijdend wagenpark komende jaren langzaam vervangen, waardoor in navolging van de uitstoot van schadelijke stoffen ook de totale CO2 uitstoot ook verder daalt.

Autobelastingplan
BOVAG en RAI Vereniging benadrukken echter dat de klimaatdoelen voor personenauto’s alleen behaald kunnen worden als wordt gekozen voor een breed en samenhangend pakket van maatregelen. Een pakket waarbij naast elektrisch rijden ook wordt ingezet op alternatieve schone en zuinige verbrandingsmotoren, alternatieve brandstoffen, gedragsverandering en forse investeringen in een robuust laadnetwerk voor zowel batterij-elektrisch rijden als rijden op waterstof. Stip aan de horizon is invoering van een systeem van betalen naar gebruik per 2030, waarbij de kilometerprijs afhankelijk wordt van de milieu kenmerken van een voertuig. Hiervoor hebben RAI Vereniging, BOVAG, ANWB, VNA en Natuur en Milieu in het voorjaar van 2021 een alternatief plan gepresenteerd.

Over Mobiliteit in Cijfers Auto’s
Mobiliteit in Cijfers Auto’s is het naslagwerk voor iedereen die op zoek is naar feiten en cijfers over de ontwikkeling van de personenauto-, bestelwagen- en vrachtautomarkt. Naast uitgebreide data over de verduurzaming van voertuigen, bevat het naslagwerk onder meer ook achtergrondinformatie van de fiscale betekenis, de economische ontwikkeling van de sector en de ontwikkeling van de files en infrastructuur in Nederland. Aldus Koninklijke RAI Vereniging.

Lees ook: Elektrische afhandeling van vliegtuigen voor Ryanair

Wegvervoer in Nederland is sinds 2010 veel schoner geworden.

Brandstofbranche start campagne: ‘We zijn goed op weg’

De brandstofbranche is de campagne ‘We zijn goed op weg’ gestart. Daarmee wil de NOVE (Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche) namens haar leden Nederland bewust maken wat er al gebeurt om de CO2-uitstoot van vervoermiddelen, werktuigen en machines te reduceren. “Er gebeurt al veel en daarmee hebben we ook al veel bereikt. Daarnaast willen we laten zien dat er ontzettend veel manieren zijn om huidige vaar- en voertuigen milieuvriendelijker in te zetten”, zegt NOVE-directeur Erik de Vries.

Er is veel aandacht voor elektrificatie. Dat is een belangrijke stap richting een CO2-neutrale wereld, maar voor de korte termijn zijn er ook andere oplossingen, vertelt De Vries. “Het is niet realistisch om te verwachten dat het hele Nederlandse wagenpark binnen enkele jaren elektrisch is. Dat is gewoonweg niet haalbaar.”

Inzetten op biobrandstoffen

De Vries en zijn achterban pleiten er daarom voor om ook andere oplossingen volop te benutten. “En dit gebeurt dus nu al”, zegt NOVE-voorzitter en brandstofhandelaar Nico van Staveren. “Wie bijvoorbeeld benzine of diesel tankt, tankt al tot tien procent biobrandstof. Niet iedereen is zich daarvan bewust.” Van Staveren zinspeelt op E10 – benzine met maximaal tien procent bio-ethanol – en B7 – diesel met maximaal zeven procent biodiesel. Groengas kan zelfs voor 100% biologisch getankt worden en HVO 100 komt tot 90% CO2-reductie. Volgens de Nederlandse Emissie Autoriteit is de CO2-uitstoot afkomstig van de vervoerssector in 2020 met ruim vijf procent afgenomen ten opzichte van 2010, dankzij het gebruik van deze biobrandstoffen. “Dat is al heel mooi en we willen dat percentage verder verhogen. Daarom is ons streven om meer in te zetten op dergelijke alternatieve brandstoffen.”

Huidig wagenpark

Het voordeel van biobrandstoffen is dat ze gebruikt kunnen worden in het bestaande wagen- en vaartuigpark. De Vries: “De overheid wil op termijn af van de voertuigen met verbrandingsmotor. Maar met de huidige 10 miljoen voertuigen in Nederland met verbrandingsmotor kunnen we ook al 10 tot 30% CO2-reductie realiseren. Die bestaande voertuigen inzetten met een biobrandstof is juist heel duurzaam.” De brandstofbranche blijft alternatieve brandstoffen verder ontwikkelen, zodat energiedragers – zoals benzine en diesel – voor een steeds groter deel uit CO2-neutrale brandstoffen bestaan. “Wij roepen de overheid dan ook op om alternatieve energiedragers in de overgangsperiode nadrukkelijker te stimuleren”, aldus De Vries.

Lees ook: Milieuvriendelijke Dutch Grand Prix voor veel fans

Tesla profiteert wederom van de verkoop van emissierechten

Het laatste kwartaal werden ruim 180.000 auto’s geleverd, waarmee het record van het derde kwartaal (139.000) werd verbroken. Vooral de goedkopere varianten, de Tesla 3 en Tesla Y zijn populair. Op Twitter reageert Musk enthousiast op de verkoopcijfers. Tesla profiteert wederom van de verkoop van emissierechten aan andere autoproducenten, die auto’s produceren die meer uitlaatgassen uitstoten.  De fabrikanten kunnen zo toch aan de milieueisen voldoen en het levert Tesla extra omzet en winst op.

In de kwartalen daarna herstelde de verkoop zich echter, en in het laatste kwartaal werden weer ongekend veel elektrische auto’s verkocht, met name omdat de bijtellingsregels in 2021 strenger worden. In 2021 gaat de bijtelling namelijk flink omhoog. Op een auto van 40.000 euro scheelt het -afhankelijk van je inkomen- al snel een paar honderd euro per maand. Tot januari moeten leaserijders een bijtelling van 8 procent over de eerste 45.000 euro van de catalogusprijs betalen. Daarna stijgt die bijtelling naar 12 procent over de eerste 40.000 euro.

Wat is bijtelling?

De bijtelling is een bedrag dat leaserijders bij hun brutoloon moeten optellen als ze de auto ook privé gebruiken. Voor gewone auto’s geldt dat je jaarlijks 22 procent van de cataloguswaarde van de wagen bij je loon moet optellen, voor volledig elektrische auto’s geldt een percentage van 8 procent. Over dat bedrag dat je bij je loon optelt betaal je vervolgens weer belasting, dat zijn de uiteindelijke kosten die je maakt voor het gebruik van je leaseauto.

Lees ook: Bovag krijgt duidelijkheid van ministerie geen btw over bpm

Verenigd Koninkrijk wil over 10 jaar enkel elektrische wagens

In het Verenigd Koninkrijk wordt er veel geïnvesteerd in geëlektrificeerde voertuigen om de luchtvervuiling in grote steden te verminderen. Zelfs het Britse icoon – de London Cab – heeft tegenwoordig een geëlektrificeerde aandrijflijn. Ruim 3 miljard euro heeft Boris Johnson ervoor over. Geld dat moet dienen om overal in het land laadpalen te plaatsen en om gigafabrieken te bouwen voor duurzame batterijen. 

Het Verenigd Koninkrijk mag dan wel de Europese Unie verlaten, het klimaatplan van premier Boris Johnson is voor auto-uitstoot een pak strenger dan de Europese variant. Een ambitieus voornemen, zeggen experts. Zeker in vergelijking met wat Europa op dit moment oplegt. de Europa eist dat tegen 2030 35 procent van de nieuwe wagens uitstootarm is. Volgens journalist Koen Baumers van het Nieuwsblad is de verkoop tegen 2030 van nieuwe diesel- en benzinewagens verboden. 

 “Dat laat ons toe om de verkoop van nieuwe auto’s op benzine en diesel te beëindigen tegen 2030”, schrijft Johnson in een opiniestuk in de Financial Times. “De verkoop van hybride wagens die een significante afstand kunnen afleggen zonder dat er CO2 uit de uitlaat komt, laten we tot 2035 toe.”

De autoconstructeurs zelf zijn niet bang voor wat komt. Volgens de Belgische federatie Febiac is de autobranche er klaar voor om de switch te maken om tegen 2030 volledig elektrisch te zijn. Volgens ZERauto.nl telt op dit moment het Verenigd Koninkrijk ongeveer 24.000 laadpunten die zich op 9.000 locaties bevinden. Lang niet genoeg om het groeiende aantal PHEV’s en EV’s op te laden. De Britse regering investeert daarom bijna 50 miljoen euro’s in start-ups die een nieuwe laadinfrastructuur ontwikkelen.

Lees ook: Nederland is een zware elektrische truck rijker

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

enkel elektrische wagens

Bol.com denkt aan duurzaamheid en CO2-uitstoot

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Bol.com maakte bekend dat ze dit jaar ten opzichte van vorig jaar tweemaal zoveel artikelen gaan versturen naar klanten zonder kartonnen verzenddoos. Daarmee wil Bol.com besparen op de verpakkingsmaterialen en ze willen de eigen CO2-uitstoot terugbrengen. In 2019 startte het bedrijf al met het verzenden van 3,5 miljoen artikelen zonder kartonnen doos. De verwachting is dat ze in 2020 ongeveer 7 miljoen artikelen niet meer gaan verzenden in een kartonnen doos. Het wordt wel nog in een kartonnen doos verzonden als dit noodzakelijk is voor bijvoorbeeld bescherming van het artikel. 20 procent van de CO-2 uitstoot van Bol.com is op dit moment afkomstig van de verpakkingen.

 “Uit het oogpunt van duurzaamheid willen we geen onnodige verpakkingen verzenden”, legt Jori Ebskamp, MVO-lead bij bol.com, uit. “En hetzelfde geldt voor het opvulmateriaal dat er in die kartonnen dozen gaat. Daarom zijn we in 2019 begonnen met het niet meer inpakken van artikelen als ventilatoren, frituurpannen, strijkijzers, printers, koffiezetapparaten en luiers. De eigen verpakking van deze artikelen is stevig genoeg voor het transport vanaf ons magazijn tot aan de voordeur van de klant. Daar plakken we alleen nog een verzendlabel op.” 

Bol.com streeft door het verminderen met verpakkingsmateriaal naar een klimaatneutraal shoppen in 2025. Het uiteindelijke doel van hen is 0 gram CO2-uitstoot per pakket. Ze hebben de laatste tijd veel onderzoek gedaan en kritisch gekeken wat er allemaal zonder Bol.com-doos verstuurd kan worden. Ook wordt deze informatie met leveranciers en verkooppartners besproken, zodat hun ook gestimuleerd worden en hun ‘verpakkingsbeleid’ aan kunnen passen. Zo kunnen ze elk jaar meer artikelen zonder kartonnen doos verzenden.

Bol.com verzendt al 75 procent van hun artikelen zonder opvulmateriaal in de doos. Eerder dit jaar is bol.com ook al gestopt met de verkoop van wegwerpplastic artikelen. Hiermee hopen ze 500 kilo plastic per jaar te besparen. Ook werkt Bol.com met bezorger PostNL samen aan het verder verduurzamen. PostNL is bezig met het vergroenen van hun bestelwagens door te kiezen voor elektrisch of groen gas. Er rijden nu al ruim 700 bestelwagens op groen gas rond, onder andere voor de bezorging van bol.com pakketjes. Ook gaat Bol.com twee uurs leveringen testen met fietskoeriers.

Lees ook:Politie schept verwarring bij ouderen en cliënten zorgvervoer

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp





Ongekende vermindering CO2-uitstoot door coronacrsis

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

De coronacrisis heeft sinds de Tweede Wereldoorlog geleid tot een ongekende vermindering van de CO2-uitstoot. Tussen 1 januari en 30 april daalde de koolstofemissie met 9% in vergelijking met 2019. Een daling is waarschijnlijk van voorbijgaande aard omdat deze niet is gekoppeld aan structurele wijzigingen in de leefgewoonte maar de verplichte ‘lock-down’.

De Covid-19-crisis had een extreem groot effect op de wereldwijde CO2-uitstoot. Afhankelijk van hoe het economisch herstel zal plaatsvinden, zouden deze in 2020 met ongeveer 4% tot 7% moeten dalen, vergeleken met 2019, de grootste jaarlijkse daling sinds de Tweede Wereldoorlog, volgens een studie gepubliceerd in Nature Climate Change afgelopen dinsdag. 

niet rijk rekenen

Voor het Global Carbon Project, een internationaal consortium van wetenschappers achter dit werk, is deze daling waarschijnlijk niet duurzaam omdat deze niet is gekoppeld aan structurele sociaal-economische wijzigingen. Door de wereldwijde economische activiteiten drastisch te verminderen en in veel landen beperkingen in te stellen, veroorzaakte SARS-CoV-2 in de periode van 1 januari tot 30 april, vergeleken met dezelfde periode in 2019 meer dan een miljard ton minder. 

Lees ook: CO2-uitstoot compenseren via duurzame bosprojecten

CO2-uitstoot

Door een van de voorgenomen maatregelen van het RIVM is de taxisector massaal aan de slag gegaan met het aanpassen van de taxi om binnen het voertuig de veilige afstand tussen bestuurder en passagier te bewaken. Verschillende bedrijven kwamen met oplossingen voor de taxisector van professionele plexiglas afscheidingen tot compleet loshangende plastiek afscheidingen.

De RDW heeft in de afgelopen maanden als grote afwezige in het snel bepalen van richtlijnen en door haar stilzwijgen er nu voor gezorgd dat er nu veel onrust is op de markt. Als u een voertuig wilt gaan gebruiken voor taxivervoer, dan moet deze aan de inrichtingseisen voor een taxi voldoen. De RDW beoordeelt deze eisen en moet het voertuig als taxi registreren in het kentekenregister.

Bedrijven bieden geheel op maat gemaakte corna autoschermen aan, gemaakt van transparant PetG, onbreekbaar en vlamdovend materiaal. Andere bedrijven installeren oplossingen,  inclusief  tie wraps, die bij brand in een minimum aan tijd wegsmelten. Plexiglas wat jarenlang als een bijproduct werd verkocht speelt opeens de hoofdrol tegen woekerprijzen.

verzekering en keuring

Totdat de eventuele richtlijnen van RDW of Ministerie bekend  zijn is er wel gewoon verzekeringsdekking. Wel gaat de verzekeraar er van uit dat het scherm het zicht van de chauffeur en de bediening van de auto niet belemmert en dat het zodanig bevestigd is dat het bij een aanrijding niet door de auto kan vliegen en letsel kan toebrengen aan chauffeur of passagier.

Ook kunnen de verzekeringsmaatschappijen zich beroepen op de keuringseisen voor het bepalen van de standaard dekking. Als de constructie van een voertuig wijzigt, kan het zijn dat de RDW het voertuig moet keuren. Heeft u een Erkenning Goedkeuring Wijziging Constructie (EGWC), dan hoeft u het voertuig niet te laten keuren. U kunt dan voor elk voertuig een ombouwverklaring opstellen volgens de specificaties van de afgegeven Goedkeuring Wijziging Constructie (GWC).

Wees dus voorzichtig met datgene wat u in de wagen laat bevestigen. Mochten er van RDW of Ministerie wel richtlijnen komen en het geplaatste scherm voldoet daar niet aan, dan zal het scherm wel moeten worden vervangen door een exemplaar dat wel aan deze richtlijnen voldoet. Maanden na de uitbraak van het coronavirus is er geen oplossing wat voldoet aan een CE keurmerk.

installatiebedrijven dekken zich in

Veel installatiebedrijven voelen de bui hangen en dekken zich in voor het plaatsen van de corona autoschermen. Wanneer u het product afneemt gaan zij er van uit dat u goedkeuring heeft gekregen van uw verzekering en/of zelf de verantwoording neemt voor het gebruik ervan. De leverancier kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het gebruik van deze producten.

Lees ook: Reisschaamte of touringcars in openbaar vervoer tijdens spits


Oad compenseert als eerste standaard CO2 uitstoot

Oad gaat met ingang van het komende zomerseizoen voor al haar busreizen de CO2-uitstoot compenseren en is hiermee de eerste busreisorganisatie in Nederland die al haar busreizen standaard aanbiedt met compensatie voor CO2-uitstoot. Hiermee maken we dus de keuze voor de klant zonder dat ze er extra voor hoeven te betalen. Zo kan onze klant onbezorgd en verantwoord op reis.

“Reizen is fantastisch, maar heeft helaas ook een negatief effect op het klimaat. Ondanks dat reizen per touringcar al één van de minst vervuilende vormen van transport is, vinden wij het als reisorganisatie belangrijk om onze verantwoordelijkheid te nemen wanneer het gaat om duurzaam reizen.”, aldus Arjan Koster, directeur Oad.

Hiervoor is de samenwerking aangegaan met GreenSeat, onderdeel van Climate Neutral Group. GreenSeat heeft op de compensatie van de totale uitstoot van alle busvervoer van Oad berekend. Met het bedrag dat hiermee gemoeid is, worden een drietal projecten financieel ondersteund welke huishoudens in ontwikkelingslanden toegang geven tot duurzame energie.

Marjan Verbeek, Strategic Partnership Manager GreenSeat: “Wij zijn zeer verheugd met deze stap van Oad. Zij lopen hiermee voorop in de busreissector en hopen dat meerderen zullen volgen.

Met deze stap speelt Oad in op de steeds sterker worden wens vanuit haar klanten om een steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Uiteraard is CO2-uitstoot reduceren het einddoel maar compenseren van de CO2-uitstoot is de eerste stap om bij te dragen aan een beter klimaat. Men zal blijven reizen en in afwachting van de duurzame ontwikkelingen vanuit de mobiliteitsbranche wil Oad als touroperator vooruitstrevend zijn met deze stap. Ook vanuit de brancheorganisatie ANVR wordt er steeds meer aandacht besteed aan duurzaam reizen. Zo tekende Oad tevens het International Tourism Plastic Pledge, waarmee zij verklaren zich in te zetten voor het verminderen van plasticvervuiling op vakantiebestemmingen.

Lees ook: Verzet tegen de budgettrend in de reiswereld slaat aan

Tekenmoment overeenkomst




Truckbouwer helpt bij uitrol van elektrische mobiliteit

Steden komen steeds meer onder druk te staan om de lokale uitstoot in de binnenstad te verminderen. Elektrische mobiliteit moet eigen positieve bijdrage leveren aan de wereldwijde CO2-uitstoot. Naast diverse emissiearme technologieën is de elektrische aandrijving op batterijen een van de meest efficiënte technologieën die beschikbaar zijn om deze doelstellingen te bereiken. 

Aangezien het gebruik van accu-aangedreven voertuigen een aantal innovaties in de werking van het voertuig en de energievoorziening met zich meebrengt, heeft MAN zich tot doel gesteld zijn klanten – dat wil zeggen wagenparkexploitanten – op weg te helpen naar elektromobiliteit.

Obstakels op de weg naar een e-mobiele stad.

Stefan Sahlmann is hoofd van MAN Transport Solutions en adviseert steden over de uitrol van elektrische mobiliteit. Innovation Origins, een onafhankelijk journalistiek platform dat zich richt op innovatie, de economie van innovatie en de mensen erachter, vroeg hem waar de belangrijkste obstakels liggen voor gemeenten en waarom een vrachtwagenfabrikant de steden daarbij helpt.

“Onder de heersende omstandigheden moet ik weten wat het specifieke brandstofverbruik en dus de actieradius is. Klimaat, topografie, voertuiggebruik, verkeersdichtheid, enzovoort maken hier allemaal deel van uit. Alleen op die basis kan een uitrolconcept en een routeplan worden opgesteld. En dat vormt de basis voor de juiste laadstrategie. Het geeft antwoord op vragen als: Wanneer moet ik mijn voertuigen opladen en waar en met hoeveel stroom en welke energiebron moet ik beschikbaar stellen?”

E-scooters, velomobielen of e-bakfietsen.

De mobiliteit in steden is drastisch aan het veranderen. Nieuwe vervoerswijzen en hun intelligente netwerken zullen hierbij een belangrijke rol spelen. De focus ligt op de efficiëntie en duurzaamheid van het totale systeem en het vermogen om te voldoen aan de toenemende vraag naar mobiliteit. Al deze nieuwe mobiliteitsconcepten leveren een eigen bijdrage naast bestaande vervoersconcepten zoals bus & trein.

Lees ook: Achmea sluit zich aan bij Partners For Automated Vehicle Education


Schiphol mag vanaf 2021 weer beperkt gaan groeien

Schiphol mag weer gaan groeien. Het kabinet bespreekt morgen een voorstel van minister Van Nieuwenhuizen om vanaf 2021 het aantal vliegbewegingen beperkt te laten groeien.

Nu geldt een maximum van 500.000 vluchten per jaar maar vanaf 2021 mag dat aantal weer groeien. Vliegtuigen moeten wel stiller en schoner worden wat minder overlast oplevert.  Linkse partijen zijn fel tegen uitbreiding. Andere partijen zoals CDA, VVD en PVV zijn voor groei.

Van Nieuwenhuizen gaat de komende tijd met omwonenden en de luchtvaartsector overleggen om draagvlak te creëren voor haar plannen. Voorwaarde is dat de groei van het aantal vluchten veilig kan worden uitgevoerd.

Het moet klaar zijn met zestig goedkope vluchten per dag naar Londen

,,Er zijn een heleboel redenen waarom Schiphol niet verder kan en mag groeien”, vertelt GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger. ,,Zo ligt er een stevig rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, is er de stikstofuitspraak van de Raad van State en ook bij het klimaatakkoord past helemaal geen groei van de luchtvaart. De grenzen van Schiphol zijn bereikt. Daar moet gewoon efficiënter worden gewerkt, dan ontstaan er economisch gezien nog steeds kansen. Maar het moet klaar zijn met zestig goedkope vluchten per dag naar Londen. De minister moet daar tegen strijden, niet doordrammen over groei.”

In februari zei Van Nieuwenhuizen nog in de Volkskrant dat Schiphol zal doorgroeien omdat het anders de concurrentieslag met andere luchthavens verliest. “Het wordt een puzzel. Het zal geen ongebreidelde groei zijn, zo van: vlieg maar raak, en het zal ook niet zijn: we zetten Schiphol op slot of we trekken de stekker eruit. Dat kan gewoon niet”, zei ze toen.