Categorie archieven: Onderzoek

Bumperkleven verliest terrein: frustratie achter het stuur neemt nieuwe vormen aan

Het Nederlandse wegennet blijft een bron van spanning en ergernis.

Autorijden is voor velen allang niet meer de ontspannen verplaatsing van A naar B, maar een arena waarin frustraties dagelijks de kop opsteken. Uit een onderzoek, gepubliceerd op 14 augustus 2025, blijkt dat met name het nalaten van richting aangeven en het gebruik van de smartphone achter het stuur de grootste ergernissen zijn onder automobilisten. De roep om meer discipline in het verkeer klinkt steeds luider, maar tegelijkertijd blijkt dat veel bestuurders zich schuldig maken aan hetzelfde gedrag dat zij bij anderen veroordelen.

Uit de cijfers komt naar voren dat 61 procent van de weggebruikers zich stoort aan medeweggebruikers die zonder richtingaanwijzer van rijstrook wisselen. Dit gedrag schept volgens de ondervraagden chaos op de weg en zet de verkeersveiligheid onder druk. Vrijwel evenveel bestuurders, 60 procent, noemt telefoongebruik tijdens het rijden een van de meest gevaarlijke en onvoorspelbare gedragingen die ze waarnemen. Het beeld dat ontstaat is er een van irritaties die voortkomen uit roekeloosheid en ongeduld, gedragingen die elkaar versterken en de spanningen tussen automobilisten opvoeren.

bumperkleven

Ook bumperkleven blijft een serieuze bron van ergernis. Waar dit vorig jaar nog de grootste irritatie was, genoemd door 69 procent van de automobilisten volgens Autoverzekering.nl, geeft nu 56 procent aan dit als bedreigend te ervaren. Het feit dat bumperkleven van de eerste plaats is verdrongen, laat zien dat de aandacht zich steeds meer richt op het niet gebruiken van richtingaanwijzers en afleiding door telefoons. Het zijn verschuivingen die laten zien hoe dynamisch en gelaagd verkeersfrustraties zijn.

Het onderzoek geeft bovendien inzicht in de verschillen tussen leeftijdsgroepen. Jongere bestuurders, met name tussen de 18 en 34 jaar, klagen vooral over langzaam rijdend verkeer en files. 58 procent noemt traag rijden als bron van irritatie, terwijl 41 procent de dagelijkse fileproblematiek niet kan negeren. Oudere automobilisten, 55 jaar en ouder, richten hun ergernis juist vaker op fietsers die zich niet aan de verkeersregels houden. 56 procent van deze groep benoemt dit gedrag als hinderlijk. Het zijn verschillende generaties met uiteenlopende prioriteiten, maar het patroon van ergernissen laat zich in alle gevallen herleiden tot een gebrek aan voorspelbaarheid en discipline in het verkeer.

Illustratie: © Pitane Blue – ergernis in het verkeer

De conclusie is duidelijk: richtingaanwijzers die niet worden gebruikt, smartphones die de aandacht opeisen en automobilisten die te dicht op hun voorganger rijden, zijn geen losse ergernissen. Ze vormen samen een complex geheel dat de veiligheid op de weg ondermijnt.

Wat opvalt, is de kloof tussen houding en gedrag. Veel automobilisten geven toe zich soms zelf schuldig te maken aan dezelfde gedragingen waarover zij zich zo druk maken. Het gebruik van de smartphone achter het stuur is daarvan een bekend voorbeeld, evenals het niet aangeven bij het wisselen van rijstrook. Deze discrepantie wijst op een pijnlijk zelfinzicht: iedereen wil meer orde en discipline op de weg, maar men is niet altijd bereid de eigen gewoonten daarop aan te passen.

Volgens expert Jerry Poel kan irritant rijgedrag veel meer gevolgen hebben dan alleen ergernis. “Bumperkleven kan leiden tot boetes, strafpunten of zelfs rijontzegging,” waarschuwt hij. Daarbij komt dat verzekeraars steeds vaker geneigd zijn schade te verhalen wanneer roekeloos gedrag kan worden aangetoond. Ook voor het bellen achter het stuur en het negeren van richtingaanwijzers staan forse boetes. De politie houdt dit gedrag scherp in de gaten, juist omdat het de verkeersveiligheid in hoge mate aantast.

collectieve frustratie

De uitkomsten van het onderzoek tonen aan dat de spanningsbron in het verkeer zowel in het gedrag van anderen als in de eigen reflexen schuilt. Toeteren, seinen of schelden wordt vaak als reactie ingezet, maar automobilisten geven ook toe dat dit zelden iets oplost. De collectieve frustratie groeit en daarmee ook de kans dat de verkeersdruk verder escaleert.

De conclusie is duidelijk: richtingaanwijzers die niet worden gebruikt, smartphones die de aandacht opeisen en automobilisten die te dicht op hun voorganger rijden, zijn geen losse ergernissen. Ze vormen samen een complex geheel dat de veiligheid op de weg ondermijnt. Pas wanneer bestuurders bereid zijn hun eigen gedrag kritisch te herzien en verkeersregels niet alleen bij anderen afdwingen maar ook bij zichzelf naleven, kan er werkelijk verandering plaatsvinden. Tot die tijd blijft de dagelijkse rit voor velen een bron van spanning en ongeduld.

Experts slaan alarm: te veel parkeerplaatsen blokkeren woningbouw

Gemeenten in Nederland bouwen hun parkeerbeleid nog steeds op achterhaalde normen, waardoor woningbouwprojecten onnodig worden vertraagd en de ontwikkeling van duurzame mobiliteit wordt geremd.

Volgens mobiliteitsadviesbureau Goudappel gebruikt maar liefst 90 procent van de gemeenten parkeernormen die niet aansluiten bij het actuele mobiliteitsgedrag van bewoners. Dat leidt tot schrijnende situaties waarbij te veel of juist te weinig parkeerplaatsen worden gerealiseerd, wat zowel ruimteverspilling als parkeeroverlast veroorzaakt.

Annet Dijk-Schepman, adviseur en procesmanager bij Goudappel, wijst op het hardnekkige gebruik van verouderde cijfers van het CROW, het kennisinstituut voor verkeer en infrastructuur. “Veel gemeenten zien de CROW-cijfers als harde norm, terwijl ze bedoeld zijn als hulpmiddel. Gemeenten die uitsluitend hiermee werken, realiseren meestal niet de juiste hoeveelheid parkeerruimte. Zeker als hun parkeernormen nog op oude CROW-cijfers gebaseerd zijn.”

Deze praktijk heeft verstrekkende gevolgen voor de woningbouw. Onderzoek van de Provincie Zuid-Holland bevestigt dat te hoge parkeernormen leiden tot hogere bouwkosten, minder woningen en een minder aantrekkelijke woonomgeving. “Dit is niet wenselijk als je kijkt naar de woningbouwopgave in Nederland,” stelt Dijk-Schepman. Nederland kampt met een groot woningtekort en beleidskeuzes die het bouwen belemmeren zijn daarom extra pijnlijk.

parkeerbehoeften

Ook de landelijke adviescommissie STOER concludeert in een recent rapport dat gemeenten hun normen moeten baseren op werkelijke parkeerbehoeften per wijk. Rond ov-knooppunten en locaties met een goede fietsinfrastructuur moeten gemeenten volgens STOER juist durven kiezen voor lagere parkeernormen, om de openbare ruimte beter te benutten.

Toch blijkt dat lagere normen niet zonder risico zijn. “Een lage parkeernorm leidt niet automatisch tot lager autobezit,” waarschuwt Dijk-Schepman. De auto blijft voor veel mensen essentieel, zeker wanneer alternatieven ontbreken. “Voor woon-werkverkeer is een deelauto vaak te duur. Je betaalt voor een hele dag, terwijl je de auto alleen ’s ochtends en ’s avonds nodig hebt. Dan is een eigen auto relatief goedkoper.” Voor incidentele ritten is de deelauto volgens haar wel een goed alternatief, mits er een goed netwerk van openbaar vervoer en fietspaden aanwezig is.

In stedelijke gebieden is de combinatie van fiets en ov een aantrekkelijk alternatief voor de auto. Maar ook hier speelt de werkplek een doorslaggevende rol. “Wie in de stad woont maar op een moeilijk bereikbaar industrieterrein werkt, blijft aangewezen op de auto,” aldus Dijk-Schepman.

Foto: © Pitane Blue – parkeerschijf

In dorpen en buitengebieden is het probleem nog nijpender. Bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer hebben ervoor gezorgd dat bewoners steeds afhankelijker zijn van hun eigen auto. Lagere parkeernormen zorgen hier niet voor minder autobezit, maar verschuiven het probleem naar omliggende straten. “Mensen zijn vaak sterk gehecht aan hun auto, omdat volwaardige alternatieven ontbreken,” zegt Dijk-Schepman.

blauwdruk

De oplossing ligt volgens Goudappel in een regionale aanpak waarbij parkeernormen niet landelijk worden opgelegd, maar lokaal worden afgestemd op basis van actuele data over autobezit per wijk. “Gebruik de CROW-cijfers als hulpmiddel, en niet als blauwdruk,” benadrukt Dijk-Schepman. Gemeenten moeten volgens haar ook rekening houden met de kwaliteit van alternatieven zoals ov en fietsinfrastructuur, én met praktische zaken zoals de restcapaciteit voor parkeren en de ruimte voor laden en lossen.

Rond ov-knooppunten liggen volgens haar juist kansen voor woningbouw, mits de parkeervraag daar slim wordt gereguleerd. Als dat niet gebeurt, dreigt een patstelling: “Anders loop je vast op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid en leefkwaliteit.”

Laadinfrastructuur: emissievrije taxi’s in de knel door stroomtekort

Schone taxi’s winnen terrein maar dreigen vast te lopen op trage netcapaciteit.

Binnen de Nederlandse taxisector rijden steeds meer taxi’s volledig emissievrij. Toch dreigt de transitie te stagneren door een overbelast elektriciteitsnet en een tekort aan laadvoorzieningen, waarschuwen brancheorganisaties.

Uit onderzoek van de International Road Transport Union (IRU) blijkt dat inmiddels 23 procent van de circa 39.000 taxi’s in Nederland volledig elektrisch rijdt. Bij contractvervoer, zoals ritten voor gemeenten en de zorgsector, ligt dat aandeel zelfs op 32 procent. Daarmee behoort Nederland tot de koplopers in Europa. Deze snelle groei is vooral te danken aan een combinatie van slimme aanbestedingen, financiële regelingen en gerichte investeringen in laadinfrastructuur.

aanbestedingen

Zowel lokale overheden als zorginstellingen eisen steeds vaker emissievrije voertuigen bij nieuwe aanbestedingen. Tegelijkertijd heeft de overheid via de milieu-investeringsaftrek (MIA) en gemeentelijke subsidies het voor ondernemers aantrekkelijker gemaakt om te investeren in schone voertuigen. Tot 2024 konden ondernemers fiscaal voordeel behalen op de aanschaf van milieuvriendelijke voertuigen. Ook zijn er de afgelopen jaren honderden laadpunten bijgekomen, vooral in stedelijke gebieden.

Sinds juli 2025 kwam er bovendien extra ruimte in regelgeving. Taxichauffeurs met een rijbewijs B mogen dan voertuigen tot 4.250 kilo besturen, waaronder elektrische rolstoeltaxi’s. Dat maakt de inzet van zwaardere, aangepaste voertuigen eenvoudiger, met als gevolg een breder en toegankelijker aanbod van schone taxi’s.

Foto: © Pitane Blue – Fred Teeven – voorzitter KNV

Toch zijn de uitdagingen aanzienlijk. Fred Teeven, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor het personenvervoer (KNV), ziet de knelpunten toenemen. “In verschillende regio’s staan bedrijven voor lange wachttijden voordat ze nieuwe laadpunten kunnen aansluiten of bestaande kunnen uitbreiden vanwege knelpunten in het elektriciteitsnet,” stelt hij onomwonden.

Volgens Teeven lopen de duurzaamheidsambities in sommige regio’s vooruit op de realiteit. Ook het gebrek aan snelladers vormt een grote belemmering. “Duurzaamheid hangt niet alleen af van de beschikbaarheid van voertuigen, maar ook van een robuust en toegankelijk laadnetwerk, vooral voor taxisectoren met intensief gebruik,” aldus Teeven. Juist taxibedrijven zijn afhankelijk van een netwerk dat snel laden op centrale plekken mogelijk maakt, zoals bij ziekenhuizen, stations of luchthavens.

struikelblok

Daarnaast blijven de kosten voor elektrische voertuigen een struikelblok. Hoewel deze op termijn goedkoper kunnen zijn door lagere brandstof- en onderhoudskosten, is de aanschafprijs nog altijd fors hoger dan die van een conventionele taxi. “Niet alle ondernemers hebben evenveel investeringsruimte. Financiële instrumenten moeten blijven ondersteunen, ook kleinere bedrijven moeten aanhaken,” benadrukt Teeven.

Brancheorganisaties pleiten daarom voor een versnelde uitbreiding van het elektriciteitsnet en extra subsidies. Vooral buiten de Randstad lopen ondernemers tegen onoverkomelijke obstakels aan. Zonder ingrijpen dreigt de transitie naar 100 procent emissievrije taxi’s in 2030 te mislukken. De ongelijkheid tussen stedelijke en landelijke gebieden wordt daardoor alleen maar groter.

Alle betrokken partijen – van de rijksoverheid tot netbeheerders – zullen volgens KNV gezamenlijk moeten optrekken om de omslag naar emissievrij vervoer mogelijk te maken. Want alleen met een goed gecoördineerde aanpak van infrastructuur en financiering, blijft Nederland in de Europese voorhoede.

Deskundigen waarschuwen: spoorverkeer meteen opnieuw getroffen door een seinstoring

Hoewel de kabelstoring die maandagnacht het treinverkeer tussen Schiphol en Amsterdam Centraal ontregelde inmiddels is hersteld, werd het spoorverkeer woensdag meteen opnieuw getroffen door een seinstoring.

Het nieuwe incident roept vragen op over de algehele technische staat van de infrastructuur op dit drukbereden traject. Volgens deskundigen is de verwoestende brand van begin deze week waarschijnlijk eerder te herleiden tot structurele gebreken dan tot doelgerichte sabotage, ondanks de aanvankelijke verdenkingen in die richting.

Er ontstond brand in de Schipholtunnel. Het gevolg was dat alle treinen tot stilstand kwamen, honderden reizigers strandden op stations en het spoorverkeer tussen de luchthaven en de hoofdstad werd volledig stilgelegd. ProRail, verantwoordelijk voor de infrastructuur op en om het spoor, constateerde om 04.40 uur brand in meerdere kabels. De brand was om 05.30 uur geblust. De forensische opsporing stelde ter plaatse sporen veilig en startte direct een onderzoek. Deze sporen worden meegenomen in het lopende rechercheonderzoek. De politie houdt nadrukkelijk rekening met een misdrijf en onderzoekt de toedracht van het incident verder. Daarbij wordt onder meer gekeken of er camerabeelden beschikbaar zijn van de omgeving en of getuigen iets verdachts hebben gezien voor, tijdens of na de brand.

geopolitieke klimaat

De politie gaf kort na het incident aan dat sabotage niet kon worden uitgesloten. Sporen van beschadiging aan de bovenleiding en de gevoeligheid van de locatie deden alarmbellen rinkelen bij de veiligheidsdiensten. Binnen het huidige geopolitieke klimaat, waarin kritieke infrastructuur vaker doelwit is van digitale of fysieke aanvallen, leek een gerichte actie geen vergezochte gedachte.

Toch is er vooralsnog geen forensisch bewijs dat wijst op sabotage. Technisch specialisten waarschuwen inmiddels voor het gevaar van speculatie. De verouderde staat van delen van het Nederlandse spoornet kunnrn een reëler probleem vormen dan buitenlandse sabotage. Volgens experts is het netwerk op meerdere punten kwetsbaar, mede door uitgestelde modernisering en beperkte capaciteit voor structureel onderhoud.

Volgens experts kunnen hoge temperaturen, intensief treinverkeer en gebrekkige koeling bijdragen aan oververhitting van leidingen. In combinatie met verouderde isolatoren en aansluitingen, vormt dat een bekend risico voor brand. De huidige infrastructuur, ontworpen voor een lager gebruiksvolume, wordt inmiddels dagelijks belast tot aan de grenzen van haar capaciteit.

Spoorbeheerder ProRail kondigde intussen verscherpte inspecties aan op vergelijkbare trajecten in het land. Ook wordt gekeken naar de inzet van sensortechnologie om overbelasting sneller te detecteren. De politie houdt alle scenario’s open, maar liet dinsdagavond weten dat “er op dit moment geen directe aanwijzingen zijn voor kwaad opzet.”

frustratie

Voor de honderden reizigers die maandagavond werden getroffen, blijft de ervaring vooral frustrerend. Velen kwamen laat thuis of moesten terugvallen op noodvervoer. Met het spoorverkeer inmiddels hersteld, blijft de vraag overeind of Nederland zijn vitale infrastructuur nog voldoende beschermt tegen zowel interne slijtage als externe bedreigingen.

Zodra het volledige technische onderzoeksrapport beschikbaar is, moet blijken wat de daadwerkelijke oorzaak van de brand was. Tot die tijd luidt de boodschap van experts en betrokkenen unaniem: “Laten we niet te snel wijzen, maar grondig onderzoeken.”

Pitane Blue stopt met nieuwsbrief: nieuwsradio brengt nieuws sneller bij publiek

Na zes jaar trouwe dienst valt het doek voor de nieuwsbrief van Pitane Blue.

Deze week wordt de allerlaatste editie verzonden. Sinds juli 2018 ontvingen professionals en liefhebbers uit de mobiliteitssector om de twee weken een overzicht van het belangrijkste nieuws, achtergrondverhalen en opinies. Wat begon als een bescheiden initiatief, groeide uit tot een vertrouwde informatiebron voor velen binnen het vakgebied. Toch heeft de redactie nu besloten dat het tijd is voor verandering.

niet onverwacht

De beslissing om te stoppen met de nieuwsbrief komt niet onverwacht. De manier waarop nieuws wordt verspreid en geconsumeerd is de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. De komst van sociale media, pushmeldingen en podcasts maakt het mogelijk om nieuws direct en vrijwel realtime bij het publiek te brengen. Daar speelt Pitane Blue op in met de lancering van hun nieuwste initiatief: Pitane Blue Nieuwsradio.

Enkele weken geleden ging dit nieuwe platform live en sindsdien is het mogelijk om via korte geluidsfragmenten snel op de hoogte te blijven van mobiliteitsnieuws. De ambitie van de redactie is helder: niet alleen sneller nieuws brengen, maar ook inspelen op het veranderende gedrag van de doelgroep. Luisteren naar nieuws tijdens het rijden, wandelen of sporten wordt steeds normaler. De behoefte aan een statisch overzicht via e-mail neemt daarmee gestaag af.

De keuze om de nieuwsbrief stop te zetten is dan ook een logische stap vooruit. “De manier waarop we nieuws verspreiden moet mee-evolueren met de tijd,” aldus een woordvoerder van Pitane Blue. “Met onze Nieuwsradio bereiken we mensen sneller en op momenten dat het hen uitkomt. Een nieuwsbrief, hoe mooi ook, is in dat opzicht een achterhaald medium.”

Het besluit werd met gemengde gevoelens genomen binnen de redactie. Meer dan 140 edities lang werkten zij met toewijding aan de inhoud en opmaak van elke nieuwsbrief. De vaste lezers wisten precies wat ze konden verwachten en vertrouwden op de objectieve en actuele berichtgeving. Die redactionele kwaliteit blijft behouden, maar krijgt nu een andere vorm. Niet langer via e-mail, maar via audio en online nieuwsplatforms.

activiteiten

Toch betekent dit geen afscheid van het merk Pitane Blue zelf. Integendeel, de redactie breidt haar activiteiten juist uit. Naast de dagelijkse nieuwsberichten op de website wordt de Nieuwsradio een vast onderdeel van de strategie om het publiek sneller en veelzijdiger te informeren. Met deze keuze volgt Pitane Blue niet alleen de technische ontwikkelingen, maar ook de behoefte van de lezer en luisteraar anno 2025.

De laatste nieuwsbrief van Pitane Blue markeert het einde van een tijdperk, maar tegelijkertijd ook het begin van een nieuwe fase. Een fase waarin snelheid, bereik en flexibiliteit centraal staan. De vertrouwde toon, de betrouwbare berichtgeving en de scherpe analyses blijven — alleen de vorm verandert.

Fraude: rijbewijs kopen via sociale media loopt flink uit de hand

De handel in valse rijbewijzen floreert via sociale media en chatapps, en vormt een groeiende bedreiging voor de verkeersveiligheid in België en Nederland.

Terwijl de overheid in beide landen waarschuwt voor de gevaren van deze praktijken, vinden steeds meer mensen toch hun weg naar malafide aanbieders die tegen betaling een rijbewijs beloven – zonder dat daarvoor een examen wordt afgelegd. Uit cijfers blijkt dat in Nederland in 2024 meer dan duizend vervalste rijbewijzen werden onderschept. In België is de situatie niet anders: het fenomeen neemt hand over hand toe, en politie en justitie slaan alarm.

Sociale media blijken een goudmijn voor frauduleuze rijbewijzen. Voor wie geen trek heeft in theorie, praktijk en verkeersregels is er nu een illegale snelweg: tegen minstens 1 500 euro scoor je een rijbewijs, aldus recent onderzoek van Het Nieuwsblad. In sommige gevallen gaat het bedrag zelfs nog hoger, afhankelijk van het pakket dat je kiest en de aanbieder op platforms zoals Facebook, Instagram en Telegram.

professioneel

De handel verloopt opvallend professioneel. Verkopers promoten zichzelf met schijnbaar legale certificaten, individuele begeleiders en valse medische testen. Klanten reageren enthousiast en posten op hun beurt succesverhalen: van ‘binnen een week’ tot ’garantie na één poging’. Het Nieuwsblad sprak met tientallen geïnteresseerden en getuigen, die bevestigden dat de handel op meerdere netwerken actief is. Zelfs mensen die eerder zijn betrapt of veroordeeld blijven nieuwe klanten werven, volgens deze bronnen.

Volgens insiders spelen drie factoren een cruciale rol in deze zwarte markt. Ten eerste ontbreekt toezicht: sociale media erkennen weliswaar dat dergelijke aanbiedingen tegen de regels zijn, maar verwijderen ze lang niet altijd. Ten tweede zijn de risico’s beperkt: een vervalst rijbewijs is moeilijk te controleren op de weg, zeker als het lijkt op het officiële model. Ten derde is de vraag groot—jongeren en werkzoekenden die snel willen rijden zonder investeringen in lessen zien een illegale shortcut als aantrekkelijk.

valse doccumenten

De politie heeft intussen een aantal gerichte acties uitgevoerd. In verschillende regio’s werden opgespoorde aanbieders opgepakt, hun verzamelingen aan valse documenten in beslag genomen. Boetes, celstraffen en inbeslagname van rijbewijzen volgden. Toch noemen experts de pakkans ‘laag’, vooral omdat de handel zich zelfstandig verplaatst zodra een aanbieder is gepakt. De koppen van de netwerken wisselen snel, maar de onderliggende structuur blijft intact.

Themabeeld: © Pitane Blue

De illegale markt werkt met verschillende methodes. Er zijn websites die zich voordoen als officiële instanties en een “legaal” rijbewijs aanbieden voor bedragen vanaf 850 euro. Vaak zijn deze websites professioneel opgebouwd en in correct Nederlands opgesteld, wat argeloze bezoekers over de streep trekt. De FOD Economie bevestigt dat deze sites pure oplichting zijn: “Je kan natuurlijk geen echt rijbewijs online kopen… Als je betaalt voor dat zogezegde rijbewijs, ben je gegarandeerd je geld kwijt.”

Een tweede vorm van fraude betreft fysieke vervalsing. Hierbij maken oplichters gebruik van hoogwaardige printtechnieken om rijbewijskaartjes te namaken, inclusief naam, pasfoto en vermeende echtheidskenmerken. Voor een paar honderd euro worden deze documenten verkocht aan mensen die zonder geldige papieren de weg op willen. In België zijn zelfs jongeren betrapt die zo’n valse kaart gebruikten om alcohol te kopen of zich ouder voor te doen.

De gevolgen zijn ernstig. Mensen met valse rijbewijzen missen theoretisch en praktisch de nodige kennis om veilig de weg op te gaan. Rampzalige verkeersresultaten liggen op de loer. Bij ongevallen veroorzaakt door zulke bestuurders staan aansprakelijkheid en verzekering onder druk, omdat de wettelijke dekking in dat geval vervalt.

corruptie

Een derde vorm is veel ernstiger en zijn de gevallen waarbij officiële documenten via corruptie worden verkregen. In Anderlecht werd in 2021 een netwerk blootgelegd waarbij ambtenaren tegen betaling rijbewijzen aanmaakten voor mensen die nooit een examen hadden afgelegd. Volgens het parket vroegen ze tussen 1.200 en 1.800 euro per document. In totaal zouden meer dan honderd valse rijbewijzen via dit netwerk zijn verhandeld. Dit soort fraude maakt duidelijk dat ook vanuit overheidsdiensten de integriteit wordt aangetast.

Themabeeld: © Pitane Blue

De juridische gevolgen zijn niet mals. Wie wordt betrapt met een vals rijbewijs riskeert maanden tot jaren gevangenisstraf, hoge boetes en een langdurig rijverbod. Rechters hebben al straffen uitgesproken van zes maanden tot twee jaar cel, zelfs bij een eerste vergrijp. In het geval van ambtenaren of examinatoren die meewerken, lopen de straffen nog hoger op. Zij worden vervolgd voor valsheid in geschrifte, omkoping en deelname aan een criminele organisatie.

Fraude bij het afleggen van rijexamens is een andere methode. Op sociale media worden kandidaten aangespoord om een dubbelganger naar hun examen te sturen of gebruik te maken van technische hulpmiddelen zoals oortjes en camera’s. In ruil voor bedragen tussen de 1.500 en 2.400 euro wordt het volledige examen door iemand anders afgelegd. In Vlaanderen worden jaarlijks tientallen gevallen van dergelijke examenfraude opgemerkt.

De rol van sociale media en chatapps is cruciaal in deze markt. Facebook, Instagram en Telegram fungeren als etalage én handelsplatform. Op Facebook verschijnen geregeld groepen met titels als “Rijbewijs kopen zonder examen”, terwijl op Instagram anonieme profielen zich voordoen als documentenmakelaars. Telegram wordt door criminelen vooral geprezen om de versleutelde communicatie en de anonimiteit. Criminele netwerken maken hier gretig gebruik van, vaak met internationale connecties.

patroon

De transacties verlopen volgens een herkenbaar patroon. Na eerste contact via sociale media schakelen de oplichters al snel over op WhatsApp of Telegram. Ze vragen persoonlijke gegevens van de koper, zoals pasfoto’s of identiteitsdocumenten, en eisen volledige vooruitbetaling via moeilijk te traceren diensten als Western Union of cryptovaluta. Vervolgens gebeurt een van drie dingen: de koper ontvangt niets en is opgelicht, krijgt een vervalst rijbewijs opgestuurd of verkrijgt via een illegale route een officieel pasje. In alle gevallen is het gebruik strafbaar.

Infrastructuur: Pro-rail baas Voppen ziet geen enkel spoorprobleem

Het Nederlandse spoorwegnet is technisch meer dan toereikend voor een forse uitbreiding van internationale treinverbindingen.

Het Nederlandse spoor heeft volgens ProRail-topman John Voppen de capaciteit om twee tot drie keer zoveel internationale treinen te verwerken als nu het geval is. Deze opmerkelijke uitspraak deed Voppen tijdens een gesprek met de Tweede Kamer, waar hij tekst en uitleg gaf over de mogelijkheden en belemmeringen rondom grensoverschrijdend treinverkeer. De infrastructuur vormt dus geen rem, maar bureaucratische rompslomp en versnipperde regelgeving werpen forse obstakels op. Terwijl de roep om duurzamer grensoverschrijdend vervoer luider klinkt, blijft de praktijk achter bij de ambities.

Tijdens een bijeenkomst georganiseerd door Railforum in Utrecht gingen experts uit de spoorsector uitgebreid in op de drempels die uitbreiding van internationale treinreizen belemmeren. Opvallend is dat de technologische mogelijkheden ruim voorhanden zijn: moderne locomotieven kunnen vaak al overweg met de verschillende spanningssystemen en signaleringstechnieken die in Europa worden gebruikt. Toch blijken andere factoren veel hardnekkiger. “Het spoor kan het makkelijk aan,” stelde Voppen, “maar we lopen vast op vergunningen en coördinatie tussen landen.”

struikelblokken

Een van de belangrijkste struikelblokken is het ingewikkelde vergunningenstelsel. Iedere grensoverschrijdende route vereist goedkeuring van nationale toezichthouders, en dat voor zowel materieel als personeel. Het gevolg is dat het verkrijgen van de benodigde papieren vaak meer dan een jaar duurt. Dat is een kostbare en tijdrovende aangelegenheid voor vervoerders die willen investeren in nieuwe routes. Elk land hanteert zijn eigen procedures, eisen en controles, waardoor het opzetten van een eenvoudige directe verbinding tussen bijvoorbeeld Amsterdam en Frankfurt een complex project wordt dat maandenlange afstemming vereist.

Daarnaast speelt het contractuele en tarieftechnische aspect een grote rol. Internationale treinverbindingen worden per traject, per land en soms per station apart afgerekend, wat leidt tot een kluwen van afspraken, onderhandelingen en onduidelijkheid. Spoorbedrijven moeten onderling overeenstemming bereiken over rijpaden, vergoeding per kilometer en inkomstenverdeling, wat de commerciële haalbaarheid onder druk zet. “Het wordt vaak ondoorzichtig en riskant voor nieuwe aanbieders,” aldus een anonieme betrokken expert tijdens het debat.

Foto: © Pitane Blue – Nightjet

Toch is er ondanks deze belemmeringen hoop. Nieuwe initiatieven dienen zich aan. De startup GoVolta heeft plannen ingediend voor drie nieuwe internationale verbindingen die vanaf begin 2027 van start zouden moeten gaan. Dit toont aan dat de markt wil bewegen, maar gebaat is bij snellere procedures en heldere regelgeving. Ook politici, waaronder Europese transportcommissaris Adina Vălean, benadrukken het belang van grensoverschrijdende treinverbindingen als alternatief voor korteafstandsvluchten.

potentie

Volgens cijfers van de Europese Commissie is het aandeel internationale treinen in het totaal aantal reizigersverplaatsingen nog marginaal: minder dan 7 procent van de treinreizigers passeert een grens. Dit ondanks het feit dat de Europese Green Deal inzet op verduurzaming van mobiliteit en juist het spoor daarin een hoofdrol moet vervullen. De potentie is enorm, vooral op trajecten tussen Nederland en België, Duitsland en Frankrijk. Snelle verbindingen van Eindhoven naar Düsseldorf of van Groningen naar Bremen zouden relatief eenvoudig kunnen worden gerealiseerd – technisch althans.

Wat nu vooral nodig is, is politieke daadkracht. Echte vooruitgang vereist samenwerking tussen nationale overheden, spoorvervoerders, toezichthouders en infrastructuurbeheerders. Europese wetgeving kan hier versnelling brengen, door standaarden te harmoniseren en certificeringsprocedures te vereenvoudigen. De technologie is er, de vraag groeit, nu nog de wil om het daadwerkelijk mogelijk te maken.

Vakantie onder druk: Verisure verpest vakantiegevoel met inbraakspotjes

Zon, zee en zorgeloos genieten: het is het klassieke beeld van de Nederlandse zomervakantie.

Maar dat idyllische plaatje wordt steeds vaker vertroebeld door een sluimerend gevoel van onrust. Niet door een toename in criminaliteit, maar door de manier waarop sommige bedrijven inspelen op onze behoefte aan veiligheid. Het beveiligingsbedrijf Verisure lijkt die grens inmiddels ruimschoots te zijn gepasseerd.

Wie de televisie aanzet of online door zijn feed scrolt, ontkomt nauwelijks aan de spotjes van Verisure. Het scenario is telkens hetzelfde: een gezin vertrekt op vakantie, maar tijdens hun verblijf in het buitenland worden ze opgebeld door het alarmbedrijf met de melding dat er thuis een inbraak plaatsvindt. De boodschap is subtiel noch geruststellend: als u geen Verisure heeft, loopt u risico. En dat risico is volgens hen maar al te reëel. Dat zulke beelden impact hebben, staat buiten kijf. Maar ze doen nog iets anders: ze ondermijnen ons vermogen om met een gerust hart de deur achter ons dicht te trekken.

controleverlies

Vakantie hoort een moment van ontspanning te zijn. Na maanden van hard werken en stress verlangen mensen naar rust en veiligheid – niet naar een nieuw gevoel van controleverlies. Wanneer zelfs de reis naar de camping of het vliegtuig gepaard gaat met het idee dat er thuis elk moment iets mis kan gaan, is de grens bereikt. Angst als marketingstrategie is geen service, het is manipulatie.

Volgens talloze consumentenreacties en klachten werkt Verisure op een manier die niet alleen opdringerig, maar ook intimiderend wordt ervaren. Mensen worden ongevraagd gebeld, zelfs kort na een inbraak in hun woning. Alsof het trauma nog niet vers genoeg is, staat er ineens iemand voor de deur met een verkoopverhaal. Dat zijn geen toevallige bezoeken, maar een uitgekiende strategie gebaseerd op psychologische druk.

Foto: © Pitane Blue – Verisure

Veel consumenten klagen dat Verisure erg opdringerig te werk gaat in zijn marketing en verkoop van alarmsystemen.

In 2022 kreeg Verisure al een waarschuwing van de Reclame Code Commissie, nadat het in een tv-commercial ouders bang maakte voor inbraken wanneer hun kinderen alleen thuis zijn. De voorzitter erkende dat dit “onmiskenbaar inspeelt op de angst van ouders”, maar liet de commercial nog net toe. Inmiddels zijn de reclames grimmiger geworden, de tactieken agressiever.

De situatie escaleerde zodanig dat de Autoriteit Consument & Markt in januari 2025 besloot het bedrijf onder toezicht te stellen. De klachten varieerden van misleidende informatie tot problemen bij opzegging. Eén klacht sprong eruit: consumenten die dachten hun abonnement opgezegd te hebben, bleken nog maanden te moeten betalen vanwege ‘contractuele voorwaarden’ die nauwelijks te begrijpen waren. De ACM heeft Verisure sindsdien verplicht tot het aanpassen van haar voorwaarden en communicatie.

vakantiegevoel

Verisure zegt inmiddels beterschap toe. Maar de schade aan ons collectieve vakantiegevoel is moeilijker te herstellen. Vertrouwen en rust – dat is wat mensen zoeken wanneer ze hun koffers pakken. Geen nieuwe zorgen, geen angst dat bij elke strandwandeling hun huis gevaar loopt.

De essentie van vakantie is het loslaten van controle, het tijdelijk overdragen van zorgen aan iets of iemand anders. Maar als bedrijven dat moment misbruiken om juist méér controle te eisen, dan verdwijnt de vrijheid waarmee we vertrekken. Dan verwordt vakantie tot een verlengstuk van onze angsten – en dat is een prijs die niemand zou moeten betalen.

Vrijwilligers achter het stuur: de helden van het dorp zorgen dat iedereen erbij hoort

Vrijwilligersvervoer speelt een onmisbare rol in de mobiliteit van tienduizenden Nederlanders die afhankelijk zijn van hulp om zich te verplaatsen.

Overal in het land zetten vrijwilligers zich in om mensen met een beperking, ouderen en andere minder mobiele burgers van deur tot deur te vervoeren. Deze vorm van vervoer is vaak het enige alternatief voor mensen die niet zelfstandig kunnen reizen en buiten het bereik wonen van reguliere openbaar vervoerslijnen.

Vrijwillige chauffeurs spelen een cruciale rol binnen de organisatie van bijvoorbeeld Lentekind, waar zij dagelijks met toewijding en zorg het busvervoer voor kinderen verzorgen. Deze groep gemotiveerde vrijwilligers is niet alleen betrokken, maar ook goed voorbereid op hun taak. Elke chauffeur bij Lentekind heeft een medische keuring en een rijvaardigheidstest met succes doorlopen. Daarnaast zijn zij grondig geïnstrueerd over het vervoersprotocol en het calamiteitenplan dat specifiek is opgesteld voor het vervoer van kinderen. Deze aanpak garandeert dat veiligheid tijdens iedere rit vooropstaat.

Door te werken met een vaste groep goed getrainde vrijwillige chauffeurs creëert Lentekind een vertrouwde en veilige omgeving voor de kinderen die dagelijks gebruikmaken van het busvervoer. De betrokkenheid van deze vrijwilligers reikt verder dan alleen het besturen van een voertuig: zij bouwen een band op met de kinderen en vormen een belangrijk onderdeel van hun dagelijkse routine. De chauffeurs zorgen niet alleen voor een veilige rit, maar dragen ook bij aan de rust en structuur die voor veel van de kinderen onmisbaar is.

buurtbus

In Noord-Holland zijn inmiddels meer dan honderd vrijwillige vervoersdiensten actief, blijkt uit gegevens van het Kenniscentrum Vrijwilligersvervoer. Duizenden vrijwilligers zijn betrokken bij deze diensten, die variëren van vaste routes tot flexibel deur-tot-deurvervoer. De buurtbus is een bekend voorbeeld van het eerste type, waarbij vrijwilligers een bus rijden op minder rendabele trajecten die door reguliere vervoerders zijn verlaten. De buurtbus valt onder het openbaar vervoer en zorgt ervoor dat dorpen en buitengebieden toch bereikbaar blijven.

Toch is het vooral het deur-tot-deurvervoer dat de ruggengraat vormt van het vrijwilligersvervoer. Vrijwilligers nemen hierin de rol op zich van chauffeur, luisterend oor en in sommige gevallen ook begeleider. Deze diensten brengen mensen naar dagbesteding, medische afspraken, familiebezoek of sociale activiteiten. Het zijn ritten die verder gaan dan enkel vervoer; ze vormen een cruciale schakel in het sociale leven van kwetsbare groepen.

sociaal vangnet

Voor vervoer naar dagbesteding of dagbehandeling ligt de verantwoordelijkheid bij de zorgaanbieder, die verplicht is om passend vervoer te organiseren. Dit geldt ook voor cliënten met een indicatie op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz). Wanneer het gaat om sociaal vervoer, zoals bezoekjes aan familie of deelname aan groepsuitjes, valt dit onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Gemeenten zijn dan aan zet en maken afspraken met vervoerders of met zorgaanbieders over de uitvoering.

Foto: © Pitane Blue – Blauwe Engelen Den Bosch

Met een glimlach achter het stuur en een microfoon in de hand rijden ze door de stad: de vrijwillige chauffeurs van de Blauwe Engel, de gratis hop-on/hop-off busdienst die toeristen én bewoners op een gastvrije manier door de stad leidt. Deze busjes rijden volgens een vaste route van dinsdag tot en met zondag en vormen daarmee een laagdrempelig en vrolijk vervoersalternatief voor wie de stad wil verkennen.

De Blauwe Engel is meer dan alleen vervoer. Elke vrijwilliger is niet alleen chauffeur, maar ook gastheer of vrouw. Tijdens de ritten vertellen zij passagiers verhalen over de stad, wijzen op bijzondere plekken en geven tips voor leuke uitstapjes. Het concept is inmiddels een vertrouwd gezicht in het straatbeeld geworden. De blauwe busjes stoppen op herkenbare haltes, waar mensen op ieder gewenst moment kunnen instappen om verder te reizen langs musea, winkelgebieden of historische wijken.

veilige rit

Het belang van goede begeleiding onderweg wordt steeds vaker erkend. Kwetsbare cliënten hebben niet alleen baat bij een veilige rit, maar ook bij een chauffeur die weet hoe om te gaan met dementie, mobiliteitsproblemen of psychische kwetsbaarheid. Een vriendelijke begroeting, een helpende hand bij het instappen en een luisterend oor kunnen het verschil maken tussen een geïsoleerde dag en een waardevolle ervaring.

Vrijwilligersvervoer is daarmee niet alleen een vervoersdienst, maar een sociaal vangnet dat zich uitstrekt tot in de haarvaten van de samenleving. Het maakt dagelijkse bezigheden zoals therapie, werk in een atelier of bezoekjes aan een kaartclub weer mogelijk voor mensen die anders thuis zouden blijven. En dat dankzij mensen die zich vrijwillig inzetten, vaak zonder veel erkenning maar met een groot hart.

Online shoppen: zo verslaan Gent, Pontevedra en New York de concurrentie

Waar webshops de toon lijken te zetten in het moderne winkellandschap, slagen steden wereldwijd erin hun winkelstraten opnieuw tot leven te wekken.

Niet door méér parkeerplaatsen of shoppingcentra, maar net door het tegenovergestelde: door auto’s te weren, voetgangers meer ruimte te geven en lokale ondernemers centraal te stellen. Van Gent tot New York toont een duidelijke trend zich: minder auto’s, méér klanten.

Gent zette in 2017 de toon met een gedurfd circulatieplan dat het historische stadscentrum vrijwel volledig autoluw maakte. “Het gebruik van de fiets steeg met vijftig procent binnen twee jaar,” verklaarde het stadsbestuur, terwijl het autogebruik met een vijfde daalde. Het aantal nieuwe horecazaken in de binnenstad steeg met twintig procent. Hoewel ondernemers initieel vreesden voor minder bereikbaarheid, bleek het tegendeel waar: de winkelstraten floreren, klanten blijven langer hangen en doen meer impulsaankopen. Enkel speciaalzaken die afhankelijk zijn van klanten van buiten de stad ervaren nog hinder, vooral door de (onjuiste) indruk dat Gent moeilijk bereikbaar zou zijn.

massaal te voet

In het Spaanse Pontevedra begon de revolutie zelfs al in 1999. Onder leiding van burgemeester Miguel Anxo Fernández Lores werden 300.000 vierkante meter stadscentrum autovrij gemaakt. De impact? Het autoverkeer daalde met 90 procent, CO₂-uitstoot met 61 procent en er zijn sinds 2011 geen dodelijke verkeersongevallen meer geregistreerd. Lokale winkels zagen hun klantenbestand groeien doordat bezoekers massaal te voet kwamen. “De stad is ons winkelcentrum,” klinkt het in de smalle, kinderkopjes-straten van het centrum, waar nu vooral gezinnen, fietsers en wandelaars het straatbeeld bepalen.

Ook Barcelona haakt aan met een eigentijds concept: de Superblocks. In wijken als Poblenou en Gràcia worden clusters van straten ingericht als woonerven waar fietsers, wandelaars en spelende kinderen het tempo bepalen. “In de Gràcia-superblock zagen we tien procent meer voetgangers en dertig procent meer fietsers,” aldus stadsplanners. Het aantal ongevallen daalde sterk en in Poblenou nam het aantal lokale winkels met dertig procent toe. Zelfs het autoverkeer op de omliggende straten nam af, wat aantoont dat slimme stadsplanning méér doet dan verkeer verplaatsen.

afbouw parkeerplaatsen

In Oslo koos men tussen 2017 en 2019 voor een geleidelijke afbouw van parkeerplaatsen in het centrum. Meer dan zevenhonderd plekken verdwenen, vervangen door plantsoenen, fietspaden en terrassen. Waar sommigen het ergste vreesden, bleek het resultaat positief: “De winkels hebben meer klanten dan voordien,” aldus evaluaties. In 2019 registreerde Oslo nul verkeersdoden onder voetgangers en fietsers. De combinatie van leefbaarheid en veiligheid maakt de stad tot voorbeeld voor andere hoofdsteden.

Foto: © Pitane Blue – Times Square

Zelfs autostad New York, met zijn iconische Times Square, ging overstag. In 2009 werd Broadway deels afgesloten voor auto’s, wat het begin betekende van een complete herinrichting. Times Square veranderde van een chaotisch verkeerspunt in een bruisende voetgangerszone met 360.000 passanten per dag. De omzet in de buurt bedraagt inmiddels bijna vijf miljard dollar per jaar. “Driekwart van de New Yorkers vindt dat Times Square dramatisch verbeterd is,” bleek uit een stadsbevraging.

openbaar vervoer

En dan is er nog Melbourne. Al sinds de jaren negentig wordt daar systematisch geïnvesteerd in de voetganger. Trottoirs werden verbreed, parkeerplekken geschrapt, het openbaar vervoer verbeterd. Het aantal caféstoelen in de openbare ruimte steeg met 177 procent, het voetgangersverkeer nam ’s avonds toe met 98 procent. “We wilden het centrum teruggeven aan de mensen,” aldus de stad, die vandaag als een van de meest leefbare steden ter wereld geldt.

Of het nu Europa, Australië of de Verenigde Staten is: overal blijkt dat winkelstraten die zich aanpassen aan de noden van voetgangers, fietsers en lokaal verkeer beter bestand zijn tegen de opmars van online shoppen. Geen enkele webshop kan immers tippen aan een bruisende, levendige straat waar het aangenaam flaneren is, kinderen spelen en mensen elkaar ontmoeten. Daar wint de stad het – op wandelschoenen – van de muisklik.

ACM onderzoekt overnameplannen: megadeal in autobranche op komst

Autobedrijf Van den Udenhout B.V. heeft bij de Autoriteit Consument en Markt een verzoek ingediend om volledige zeggenschap te verkrijgen over TB Auto, de autodivisie van Van Tilburg-Bastianen Groep.

Tegelijkertijd wil het Brabantse dealerbedrijf gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over de schadeherstelbedrijven Den Elzen Autoschade Roosendaal B.V. en Den Elzen Autoschade Breda B.V. De betrokken partijen hebben eind maart formeel toestemming gevraagd voor deze overname.

Van den Udenhout is een bekende naam in de autosector en verkoopt personenauto’s van de merken Volkswagen, Audi, Škoda, SEAT en CUPRA, evenals lichte bedrijfswagens van Volkswagen Bedrijfswagens. Naast de verkoop van voertuigen is het bedrijf ook actief op het gebied van onderhoud, reparaties, schadeherstel en autoverhuur. Het dealerbedrijf valt onder gezamenlijke zeggenschap van Dealer Groep Pon B.V. en Verhees Holding B.V., waarbij de eerste een dochter is van Pon Holdings B.V.

marktpositie

TB Auto opereert binnen hetzelfde segment als Van den Udenhout. Het verkoopt eveneens auto’s van Volkswagen, Audi, Škoda, SEAT, CUPRA en Volkswagen Bedrijfswagens. Daarnaast biedt het bedrijf diensten aan zoals onderhoud, reparatie, autoverhuur en autolease. Door de overname zou Van den Udenhout dus haar positie op de markt van deze merken aanzienlijk versterken.

Wat betreft de autoschadebedrijven Den Elzen Roosendaal en Den Elzen Breda, die momenteel onder gezamenlijke zeggenschap staan van Houdstermaatschappij Den Elzen B.V. en Van Tilburg-Bastianen Groep, verandert de structuur slechts gedeeltelijk. Na de beoogde overname zal Den Elzen B.V. haar zeggenschap behouden, maar zal Van den Udenhout toetreden als mede-zeggenschapsvoerder.

De Autoriteit Consument en Markt zal nu beoordelen of deze concentratie een negatieve invloed kan hebben op de concurrentie binnen de betreffende markten. Die beoordeling is noodzakelijk om te waarborgen dat de keuzevrijheid, prijzen en kwaliteit voor consumenten behouden blijven. Overnames van deze aard komen vaker voor in de autobranche, waar schaalvergroting wordt gezien als een manier om efficiënter te opereren en het aanbod aan klanten te verbreden.

De uitkomst van de beoordeling zal bepalen of de overname daadwerkelijk door kan gaan. Voor Van den Udenhout zou het betekenen dat zij hun marktaandeel in Zuid-Nederland verder uitbreiden, met name op het gebied van schadeherstel en leasing. De fusieplannen tonen aan hoe dynamisch de Nederlandse automarkt op dit moment is, waarbij gevestigde namen zich steeds strategischer positioneren om de concurrentie voor te blijven.

Criminaliteit: ondanks dalende misdaadcijfers blijft fietsdiefstal een plaag in Gent

In Gent zijn de criminaliteitscijfers in 2024 met 12 procent gedaald, met een totaal van 31.995 geregistreerde criminele feiten.

Deze daling is zichtbaar in bijna alle categorieën, van diefstallen tot inbraken, wat de inspanningen van de Gentse politie benadrukt. Echter, fietsdiefstal blijft een hardnekkig probleem in de stad. In 2024 werden er 2.837 fietsen gestolen, wat neerkomt op gemiddeld acht diefstallen per dag. Opvallend is dat bijna één op de drie gestolen fietsen elektrisch was. 

Deze diefstallen concentreren zich vooral rond grote fietsstallingen en -parkings, met name bij de treinstations Gent-Sint-Pieters en Gent-Dampoort, evenals in het stadscentrum op locaties zoals de Pakhuisstraat, Sint-Pietersnieuwstraat, Korenmarkt en Vrijdagmarkt.

Om deze trend te keren, zet de stad in op preventieve en repressieve maatregelen. Een van de strategieën is het gebruik van lokfietsen, uitgerust met GPS-tracking, om dieven op heterdaad te betrappen. Dit proefproject werd succesvol ingezet tijdens de Gentse Feesten en wordt nu verder uitgerold. Daarnaast worden fietsers aangemoedigd hun fietsen te registreren en gebruik te maken van veilige stallingen.

snelheidsovertredingen

Naast fietsdiefstallen is er een opvallende stijging in het aantal snelheidsovertredingen. In 2024 werden 194.522 snelheidsovertredingen geregistreerd, een stijging van 59 procent ten opzichte van 2023. Uit onderzoek van de nieuwszender VRT NWS blijkt dat deze toename voornamelijk is toe te schrijven aan de aangepaste inzet van onbemande camera’s. Tot en met 2023 mochten deze camera’s maximaal 80.000 overtredingen per jaar vaststellen, maar dit quotum is sinds februari 2024 opgeheven, wat heeft geleid tot een toename in het aantal geregistreerde overtredingen. Het is belangrijk op te merken dat deze stijging niet noodzakelijk duidt op een toename in het aantal hardrijders, maar eerder op een efficiëntere handhaving.

Foto: © Pitane Blue – fietsenstalling Graslei Gent

Het aantal verkeersongevallen met gewonden bleef in 2024 nagenoeg gelijk, met 1.167 geregistreerde incidenten. Helaas vielen er 11 verkeersdoden, waaronder 3 fietsers en 1 voetganger. Daarnaast werden 96 verkeersslachtoffers zwaargewond en 1.250 lichtgewond. Straten met de meeste verkeersongevallen zijn de Brusselsesteenweg, Kortrijksesteenweg, Brugsevaart en Rooigemlaan.

Een positieve ontwikkeling is de daling van andere verkeersinbreuken. Het aantal bestuurders betrapt op rijden onder invloed van alcohol daalde met 26 procent, van 894 feiten in 2023 naar 658 in 2024. Voor drugs achter het stuur was er een daling van 43 procent, van 339 naar 192 feiten.

Op het gebied van oplichting is er een verschuiving zichtbaar. Hoewel het totale aantal feiten van bedrog afnam met 10 procent, steeg het aantal oplichtingen zonder internet met 26 procent. Dit betreft vooral gevallen waarbij oplichters zich voordoen als nepagenten of valse bankmedewerkers om slachtoffers geld, bankkaarten of waardevolle voorwerpen afhandig te maken. De politie roept daarom op tot extra waakzaamheid en vraagt om verdachte zaken meteen te melden.

Samenvattend laat Gent een positieve trend zien in de algemene criminaliteitscijfers, met significante dalingen in diverse categorieën. Toch blijven fietsdiefstallen en snelheidsovertredingen aandachtspunten die de stad met gerichte maatregelen blijft aanpakken om de veiligheid en leefbaarheid voor alle inwoners te waarborgen.

Kosten en regelgeving: verzekeraars drukken deelmobiliteit met hoge premies

De groei van deelmobiliteit in Nederland dreigt te stagneren door hoge kosten, toenemende regeldruk en onzekerheid over toekomstig beleid.

Dat stelt de Coalitie van Deelauto-aanbieders (CvD) in reactie op het rapport Staat van de Deelmobiliteit 2024, dat op 7 maart 2025 werd gepubliceerd door kennisplatform CROW en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Natuurlijk! Deelmobiliteit. De CvD, een samenwerkingsverband van zeven deelauto-aanbieders, ziet zowel positieve ontwikkelingen als serieuze knelpunten in de markt.

toenemende interesse

Volgens de CvD groeit de interesse in deelmobiliteit onder zowel consumenten als overheden. Publiekscampagnes, autoluwe wijken en speciale parkeervoorzieningen stimuleren het gebruik van deelauto’s. Uit een landelijk gebruikersonderzoek blijkt dat bijna 70% van de deelnemers door de beschikbaarheid van deelmobiliteit heeft besloten geen eigen auto aan te schaffen of hun voertuig de deur uit te doen. Dit laat zien dat deelmobiliteit daadwerkelijk bijdraagt aan een daling van het autobezit in Nederland.

Tegelijkertijd blijven er grote uitdagingen. De CvD wijst erop dat de businesscase voor elektrische deelauto’s moeilijk rond te krijgen is door hoge motorrijtuigenbelasting (mrb), torenhoge verzekeringskosten en – in steden zoals Amsterdam – extra hoge vergunningskosten. Ook de onzekerheid over toekomstig beleid schrikt investeerders af.

voordelen onder druk

De CvD benadrukt de maatschappelijke voordelen van deelmobiliteit. Uit studies van onder meer het Kennisinstituut voor Mobiliteit, CE Delft en Goudappel blijkt dat het stimuleren van gedeeld autogebruik de afhankelijkheid van schaarse grondstoffen vermindert, ruimte vrijmaakt voor woningbouw en de uitstoot van broeikasgassen verlaagt. Elektrische deelauto’s vervangen meerdere fossiele voertuigen en voorkomen dat mensen opnieuw een privéauto aanschaffen.

Daarnaast heeft deelmobiliteit een sociale functie. Voor gezinnen met een krap budget biedt het een betaalbaar alternatief voor autobezit, vooral als ze slechts incidenteel een auto nodig hebben. Veel huishoudens zitten vast aan een dure, oude fossiele auto die weinig wordt gebruikt maar wel veel geld kost. Deelauto’s kunnen voor deze groep een uitkomst zijn.

Autodelen biedt beleidsmakers een oplossing voor een aantal maatschappelijke vraagstukken. Ook biedt autodelen veel autobezitters een goedkoper en praktischer alternatief voor de eigen auto.

Om de groei van deelmobiliteit te bevorderen, doet de CvD concrete beleidsvoorstellen. De coalitie pleit onder meer voor het fiscaal aantrekkelijker maken van elektrische deelauto’s. Dit kan volgens de aanbieders door de mrb-korting op elektrische deelauto’s te behouden en deze vorm van vervoer onder het lage btw-tarief van 9% te laten vallen. Uit het landelijke onderzoek blijkt dat kosten voor veel gebruikers de belangrijkste drempel vormen om volledig over te stappen op deelmobiliteit. Een lagere btw zou de prijzen voor consumenten direct verlagen.

Daarnaast roept de CvD op tot maatregelen om de verzekeringskosten te drukken. Deelauto-gebruikers die weinig rijden, veroorzaken relatief veel schade, waardoor verzekeraars hoge premies rekenen. Dit treft niet alleen particuliere gebruikers, maar ook autodeelmodellen met een lage schadelast, zoals besloten deelgroepen. De CvD stelt voor om een garantiefonds op te richten, vergelijkbaar met de Nationale Hypotheek Garantie, om de risico’s voor verzekeraars te beperken. Dit zou de verzekeringskosten voor deelauto-aanbieders en gebruikers aanzienlijk kunnen verlagen.

heldere definitie

Tot slot pleit de CvD voor een duidelijkere juridische definitie van een deelauto. De huidige definitie schiet tekort, omdat deze geen rekening houdt met belangrijke factoren zoals de beschikbaarheid van de deelauto in de publieke ruimte. Dit is van belang voor het verlenen van vergunningen en het toepassen van fiscale voordelen.

Met deze voorstellen wil de CvD bijdragen aan een stabieler beleid voor deelmobiliteit in Nederland. “We hopen dat de overheid zich realiseert hoe groot de impact van deelmobiliteit al is en hoe belangrijk het is om de groei ervan niet te laten stagneren door onnodige kosten en onzekerheid,” aldus de coalitie.

Zonder actie dreigt terugval: oproep tot hervorming van het Engelse spoorwegnet

Het openbaar vervoer in Engelse steden laat een opmerkelijk herstel zien.

Uit een rapport van de Urban Transport Group, gepubliceerd op 11 maart 2025, blijkt dat het aantal passagiers op bussen, treinen en lightrail-systemen bijna terug is op het niveau van voor de coronapandemie. De organisatie pleit voor verdere devolutie, vooral in de spoorsector, om deze groei vast te houden en het netwerk toekomstbestendig te maken.

De impact van de pandemie op het openbaar vervoer was enorm. Tijdens de lockdowns kelderden de passagiersaantallen, en veel mensen bleven nadien nog lange tijd thuiswerken of gebruikten vaker de auto. Toch wijst het rapport op een gestage stijging van het aantal reizigers, wat suggereert dat het vertrouwen in het openbaar vervoer terugkeert. Vooral verbeterde dienstregelingen, een hernieuwde kantoorcultuur en een toenemend milieubewustzijn lijken een rol te spelen in deze groei.

oproep tot devolutie

Het rapport wijst op een belangrijke kwestie: zonder structurele veranderingen blijft het herstel kwetsbaar. De huidige organisatie van de spoorwegen in Engeland wordt vaak bekritiseerd vanwege versnipperde verantwoordelijkheid. Sinds de privatisering in de jaren negentig zijn er verschillende treinmaatschappijen actief, elk met hun eigen dienstregelingen en prijzen. Dit leidt tot inconsistentie tussen regio’s en maakt het moeilijk om snel in te spelen op lokale behoeften.

De Urban Transport Group pleit daarom voor devolutie: het overdragen van de verantwoordelijkheid over het openbaar vervoer van de centrale overheid naar lokale autoriteiten. Dit zou steden zoals Manchester, Birmingham en Leeds meer controle geven over hun spoorwegen, waardoor zij hun dienstregelingen beter kunnen afstemmen op lokale reizigers. Ook zou het hen in staat stellen om gerichter te investeren in infrastructuur, zoals de modernisering van stations of het vervangen van verouderde treinen.

Foto: © Pitane Blue – Londen metro

Met name stedelijke gebieden zoals Londen, Manchester en Birmingham zien hun vervoerssystemen herstellen. In Londen werkt Transport for London (TfL) al jaren met een geïntegreerd model, waarin verschillende vervoersvormen soepel op elkaar aansluiten. De Urban Transport Group stelt dat een vergelijkbare aanpak in andere steden gunstig zou kunnen zijn voor zowel de service als de efficiëntie van het openbaar vervoer.

Andy Burnham, de burgemeester van Manchester, is een uitgesproken voorstander van deze aanpak. “Als we het openbaar vervoer serieus willen verbeteren, moeten we af van de centrale controle en ervoor zorgen dat steden zelf kunnen beslissen over hun vervoersnetwerken,” stelde hij eerder in een interview.

Lokale controle over het spoor kan verschillende voordelen bieden, zoals beter afgestemde dienstregelingen die aansluiten op de specifieke behoeften van forenzen en lokale reizigers, in plaats van een generiek nationaal schema te volgen. Daarnaast zou de integratie met andere vervoersmiddelen verbeteren, waardoor een soepele overstap tussen trein, bus en tram mogelijk wordt, vergelijkbaar met het systeem in Londen waar de Oyster Card toegang biedt tot alle vervoersopties. 

Ook kunnen lokale overheden flexibelere prijsstrategieën hanteren, bijvoorbeeld door goedkopere tickets tijdens daluren of kortingen voor studenten en ouderen aan te bieden. Bovendien krijgen steden meer vrijheid om gericht te investeren in hun infrastructuur, zoals het moderniseren van stations of het inzetten van duurzamere treinen, zonder afhankelijk te zijn van nationale prioriteiten. Een concreet voorbeeld hiervan is het Bee Network in Manchester, waar bussen al onder publieke controle zijn gebracht en dit systeem uiteindelijk ook moet worden uitgebreid naar treinen, zodat reizigers met één kaartje toegang krijgen tot een volledig geïntegreerd netwerk.

uitdagingen bij de invoering

Hoewel devolutie veel voordelen kan bieden, zijn er ook enkele obstakels. Financiering is een grote uitdaging, aangezien lokale overheden doorgaans minder budget hebben dan de centrale overheid. Zonder extra financiële steun vanuit Westminster zou het lastig worden om grote investeringen te doen.

Daarnaast is er de kwestie van coördinatie. Als elke regio zijn eigen systeem hanteert, bestaat het risico dat er een gebrek aan samenhang ontstaat, bijvoorbeeld door verschillende tarieven of slecht afgestemde aansluitingen. Ook vraagt het beheren van een spoorwegnetwerk om expertise die niet overal aanwezig is.

Toch lijkt de urgentie hoog. Als het openbaar vervoer nu niet wordt verbeterd, bestaat het risico dat reizigers opnieuw afhaken en vaker voor de auto kiezen, wat leidt tot meer files en hogere CO₂-uitstoot. Volgens het rapport is dit het moment om actie te ondernemen en het momentum van het herstel te benutten.

Van Helsinki tot Brussel: MaaS belooft revolutie maar gebruikers blijven sceptisch

De afgelopen jaren is Mobility as a Service (MaaS) steeds vaker naar voren gekomen als een innovatieve oplossing om diverse vervoersdiensten te integreren in één toegankelijk platform.

Door verschillende vormen van mobiliteit, zoals openbaar vervoer, deelauto’s, fietsen en scooters, samen te brengen binnen één applicatie, beoogt MaaS het gebruiksgemak voor reizigers te vergroten. Ondanks de veelbelovende ontwikkelingen stuiten veel initiatieven op uitdagingen, variërend van financiële obstakels tot gebruikersacceptatie.

MaaS in Europa

Verschillende West-Europese steden hebben in de afgelopen jaren geëxperimenteerd met MaaS-oplossingen. Finland was een van de voorlopers met de Whim-app, gelanceerd in Helsinki in 2016. Binnen een jaar werden er via de app al 1,8 miljoen ritten geboekt, wat de potentie van MaaS onderstreepte. In Duitsland ontwikkelde Deutsche Bahn de Qixxit-app als een landelijke reisplanner, maar in 2019 werd deze overgenomen door lastminute.com, waarmee het initiatief in zijn oorspronkelijke vorm verdween. België maakte in september 2023 een belangrijke stap met de introductie van de Floya-app in Brussel, waarmee gebruikers verschillende mobiliteitsdiensten in één platform kunnen combineren. Ook Nederland experimenteerde met MaaS, met zeven proefprojecten verspreid over het land in 2019.

Ondanks de vele pilots en de interesse vanuit overheden en bedrijven, blijkt het lastig om MaaS-diensten op grote schaal succesvol uit te rollen. Een van de grootste struikelblokken is de financiële levensvatbaarheid. Het samenbrengen van verschillende vervoersaanbieders binnen één platform leidt tot complexe prijsstructuren en lage marges, waardoor veel MaaS-startups moeite hebben om winstgevend te opereren. Het gebrek aan een sluitend verdienmodel heeft al meerdere initiatieven de das omgedaan.

Foto: © Pitane Blue – Felyx

Voor bredere acceptatie is het essentieel dat MaaS-platforms gebruikers een soepelere, voordeligere, en betrouwbaardere ervaring bieden die minstens net zo gemakkelijk en aantrekkelijk is als het gebruik van eigen vervoer.

Ook gebruikersacceptatie vormt een uitdaging. Het overtuigen van mensen om privévervoer in te ruilen voor gedeelde mobiliteitsdiensten blijkt in de praktijk lastig. Vooral in gebieden waar het openbaar vervoer minder goed is ontwikkeld, blijven mensen vasthouden aan hun eigen auto. MaaS-apps kunnen nog zo geavanceerd zijn, maar zonder een gedragsverandering bij gebruikers blijft het moeilijk om een breed publiek te bereiken.

barrières voor succes

Mobility as a Service (MaaS) wordt al jaren gepresenteerd als dé toekomst van mobiliteit. Het idee is simpel: een geïntegreerd platform waarmee gebruikers eenvoudig verschillende vervoersmiddelen zoals openbaar vervoer, deelauto’s, scooters en fietsen kunnen combineren en betalen. In theorie klinkt het als een ideale oplossing voor drukke steden en een duurzame toekomst. Toch blijft de massale overstap van gebruikers uit. Ondanks de beloofde voordelen van gemak en flexibiliteit, blijken meerdere factoren een drempel op te werpen voor grootschalige acceptatie.

De belangrijkste reden waarom MaaS niet massaal wordt omarmd, is simpel: mensen houden vast aan gewoontes. Autobezit staat nog altijd symbool voor vrijheid en onafhankelijkheid. De overstap naar een systeem waarbij gebruikers afhankelijk zijn van meerdere vervoerders, wisselende beschikbaarheid en digitale platforms vraagt om een grote gedragsverandering. “De auto staat voor de deur, ik weet wat ik eraan heb en hoef niet na te denken over beschikbaarheid of kosten per rit”, is een veelgehoorde redenering. Dit gemak is moeilijk te overtreffen met een MaaS-oplossing die nog in ontwikkeling is.

meerdere apps

Een ander struikelblok is de integratie van MaaS-platforms. Hoewel het concept juist belooft om verschillende vervoersdiensten samen te brengen, blijkt de praktijk weerbarstig. Gebruikers moeten vaak alsnog meerdere apps installeren of aparte accounts aanmaken voor specifieke vervoerders. Dit leidt tot frustratie en zorgt ervoor dat veel potentiële gebruikers afhaken. “Het moet echt naadloos werken, anders is het gewoon te veel gedoe”, zegt een gebruiker van een MaaS-app. Tot nu toe weten aanbieders deze drempel onvoldoende weg te nemen.

Ook de prijsstructuur van MaaS is een probleem. In veel gevallen is het niet duidelijk of de kosten daadwerkelijk voordeliger zijn dan een eigen auto of een standaard OV-abonnement. De combinatie van abonnementskosten, losse ritprijzen en verschillende tariefmodellen maakt het voor gebruikers lastig om een goed beeld te krijgen van wat ze kwijt zijn. “Soms betaal je voor flexibiliteit, maar dan wordt het per saldo duurder dan gewoon een eigen auto”, stelt een kritische gebruiker. Zeker wanneer prijzen niet transparant of voorspelbaar zijn, leidt dat tot terughoudendheid.

De betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de diensten speelt ook een grote rol. Deelmobiliteit kent uitdagingen zoals een tekort aan voertuigen op drukke momenten, slecht onderhouden fietsen of scooters en onvoorspelbare wachttijden bij het openbaar vervoer. Eén negatieve ervaring kan ervoor zorgen dat een gebruiker afhaakt en weer terugvalt op zijn eigen vervoermiddel. “Als ik ‘s ochtends niet zeker weet of er een deelfiets beschikbaar is, neem ik liever gewoon mijn eigen auto”, zegt een forens.

privacy

Daarnaast heerst er wantrouwen over privacy en gegevensveiligheid. MaaS-platforms verzamelen en verwerken grote hoeveelheden persoonlijke data, zoals reisvoorkeuren, locatiegegevens en betaalinformatie. Gebruikers maken zich zorgen over hoe deze gegevens worden gebruikt en met wie ze worden gedeeld. Met steeds strengere privacyregels en een groeiend bewustzijn over databeveiliging, kan dit een serieuze drempel zijn voor de acceptatie van MaaS.

Foto: © Pitane Blue – deelfietsen in Antwerpen

Niet iedereen voelt zich bovendien comfortabel met de technologische kant van MaaS. Hoewel jonge, digitaal vaardige gebruikers er weinig moeite mee hebben, kan de drempel voor ouderen of minder technisch onderlegde gebruikers aanzienlijk zijn. Een complex systeem met meerdere apps, inlogprocedures en betaalmethoden kan hen afschrikken.

moeizame acceptatie

Culturele factoren spelen ook een rol in de moeizame acceptatie van MaaS. In veel landen, waaronder Nederland, wordt autobezit gezien als een statussymbool en teken van succes. Het idee om die auto te verruilen voor een gedeeld vervoersmiddel botst met diepgewortelde gewoontes. In steden als Amsterdam en Utrecht, waar parkeerdruk en milieubeleid mensen dwingen om alternatieven te overwegen, is de bereidheid groter. Maar in andere delen van het land, waar de auto nog altijd de snelste en meest betrouwbare optie is, blijft de weerstand groot.

Tot slot vormen regelgeving en beleidsverschillen een grote uitdaging voor MaaS. De mobiliteitssector is gefragmenteerd, met verschillende wetten, gemeentelijke regels en nationale strategieën. Dit belemmert een soepele uitrol van MaaS-diensten, waardoor gebruikers in sommige steden wel toegang hebben tot bepaalde diensten en in andere niet. Dit gebrek aan consistentie ondermijnt het vertrouwen en zorgt ervoor dat gebruikers niet snel overstappen.

Voor MaaS om echt succesvol te worden, moeten deze obstakels worden weggenomen. Gebruikers verwachten een dienst die minstens zo betrouwbaar, betaalbaar en eenvoudig is als hun huidige vervoersopties. Pas wanneer de integratie volledig naadloos werkt, de prijsstructuur aantrekkelijk is en betrouwbaarheid gegarandeerd wordt, kan MaaS uitgroeien tot een volwaardig alternatief voor eigen autobezit. Tot die tijd blijft het een veelbelovende, maar nog niet volledig overtuigende innovatie.

Elektrische rolstoelbus torenhoog belast: taxisector slaat alarm

De invoering van BPM voor elektrische voertuigen vanaf 1 januari 2025 heeft tot grote verontwaardiging geleid in de rolstoelbussector.

Waar voor reguliere elektrische personenauto’s een vast tarief van € 667,- geldt, pakt de berekening voor elektrische rolstoelbussen onevenredig hoog uit. De belastingdruk loopt op tot bedragen tussen de € 15.000 en € 20.000,- per voertuig, een onverwachte en zware financiële last voor ondernemers en zorginstellingen die afhankelijk zijn van rolstoelvervoer.

Brancheorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) heeft aan de bel getrokken en stelt dat deze situatie het gevolg is van een onbedoelde omissie in de regelgeving. Volgens de nieuwe BPM-berekening vallen rolstoelbussen onder de categorie ‘bijzondere personenauto’s’, waarbij niet wordt gekeken naar CO₂-uitstoot, maar naar de netto-catalogusprijs. Dit leidt ertoe dat de BPM-heffing voor deze voertuigen wordt vastgesteld op 37,7% van de netto-catalogusprijs, een percentage dat vele malen hoger uitvalt dan de € 667,- die geldt voor andere elektrische personenauto’s.

Foto: © Pitane Blue – Fred Teeven – voorzitter KNV

KNV-voorzitter Fred Teeven heeft direct actie ondernomen en de kwestie aangekaart bij Kees van den Burg, directeur-generaal Mobiliteit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarnaast is de Tweede Kamer geïnformeerd en worden gesprekken gevoerd met ambtenaren van diverse ministeries. Op korte termijn zal KNV in overleg treden met het ministerie van Financiën om te zoeken naar een oplossing.

Volgens KNV is dit een probleem dat we niet kunnen negeren. De elektrische rolstoelbus is essentieel voor veel mensen met een beperking. Het is ondenkbaar dat de overheid enerzijds de verduurzaming van vervoer stimuleert, maar anderzijds een belasting invoert die het aanschaffen van een emissievrij voertuig financieel onhaalbaar maakt.

De sector vreest dat de torenhoge BPM-heffing zal leiden tot minder investeringen in elektrische rolstoelbussen, waardoor de vergroening van het rolstoelvervoer stagneert. Bovendien kan de maatregel resulteren in hogere vervoerskosten voor zorginstellingen en particulieren die afhankelijk zijn van speciaal vervoer.

Hoewel KNV erkent dat de afschaffing van het nihiltarief voor elektrische auto’s een bredere fiscale herziening is, benadrukken zij dat er onvoldoende rekening is gehouden met de specifieke positie van rolstoelbussen. De organisatie dringt er bij de politiek op aan om snel met een passende oplossing te komen, zoals een uitzonderingsregel of een aangepast tarief dat beter aansluit bij de praktijk.

De komende weken zullen cruciaal zijn voor de toekomst van elektrisch rolstoelvervoer in Nederland. KNV hoopt dat de gesprekken met het ministerie van Financiën tot een herziening van de BPM-regelgeving zullen leiden, zodat deze essentieel vervoersmiddelen betaalbaar blijven.

Europa: AI-regels verstikken innovatie en zetten toekomst van mobiliteit op het spel

Europa is goed op weg om de eigen mobiliteit met strikte AI-regelgeving dwars te zitten en mist alle technologische voorsprong.

De Europese lidstaten lijken vastbesloten om kunstmatige intelligentie (AI) te reguleren tot de innovatie eruit verdwijnt, terwijl China en de Verenigde Staten zich positioneren als wereldleiders op dit gebied. De Europese Unie presenteert haar wetgeving als een beschermingsmechanisme voor burgers en bedrijven, maar in werkelijkheid dreigt het een blok aan het been te worden voor technologische vooruitgang en economische groei. Vooral de impact op mobiliteit en transport kan rampzalig uitpakken als Europa zijn strikte regelgeving blijft doorduwen.

van regulering naar stagnatie

Terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven in rap tempo AI integreren in zelfrijdende voertuigen, logistieke systemen en transportinfrastructuur, legt Europa steeds meer beperkingen op. De AI Act, een wet die de risico’s van kunstmatige intelligentie wil inperken, wordt gepresenteerd als een noodzakelijke bescherming, maar brengt juist innovatieve sectoren in gevaar. In de mobiliteitsbranche betekent dit dat Europese autofabrikanten en techbedrijven minder vrijheid krijgen om autonome voertuigen te ontwikkelen en testen.

Tesla en Waymo testen al jaren in de VS met zelfrijdende taxi’s, terwijl China experimenteert met grootschalige AI-gestuurde verkeerssystemen. Europa daarentegen blijft steken in ethische discussies en regelgeving, waardoor bedrijven niet de ruimte krijgen om te innoveren. De focus ligt niet op het creëren van een concurrerende markt, maar op het minimaliseren van risico’s – met als gevolg dat Europese bedrijven achterblijven en afhankelijk worden van buitenlandse technologie.

mobiliteit onder druk

Zelfrijdende auto’s, slimme verkeerslichten en geautomatiseerd openbaar vervoer kunnen het Europese verkeer efficiënter en veiliger maken. Minder files, lagere CO₂-uitstoot en minder verkeersongelukken zijn haalbare doelen met AI-technologie. Maar als Europese regelgeving strikter is dan elders in de wereld, dan zullen bedrijven ervoor kiezen om hun innovaties buiten Europa te testen en uit te rollen.

Nederlandse en Duitse autofabrikanten, ooit koplopers in technologie en innovatie, waarschuwen al langer voor de gevolgen van strikte regelgeving. Volkswagen en BMW investeren steeds vaker in AI-technologie buiten Europa, waar minder juridische beperkingen gelden. Dat is niet alleen een verlies voor de Europese economie, maar ook voor de burgers, die langer moeten wachten op de voordelen van AI in transport.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De keuze is simpel: of Europa blijft een speler op het wereldtoneel, of het wordt een afnemer van buitenlandse innovaties en verliest de controle over zijn eigen mobiliteit.

De Europese Commissie verdedigt haar regelgeving met de bewering dat strikte controle nodig is om misbruik en ethische problemen te voorkomen. Maar deze benadering negeert de wereldwijde realiteit: AI blijft zich ontwikkelen, ongeacht Europese beperkingen. Het enige verschil is dat Europese bedrijven geen leiderschapsrol krijgen en dat technologische vooruitgang elders plaatsvindt.

China en de VS hanteren een pragmatische aanpak. Ze erkennen de risico’s van AI, maar begrijpen dat het uitsluiten van innovatie hen op achterstand zou zetten. Europa daarentegen lijkt vast te houden aan een moreel superieur standpunt, zonder rekening te houden met de economische en strategische gevolgen.

Europese mobiliteit op het spel

Als Europa zijn concurrentiepositie wil behouden, moet het niet alleen reguleren, maar ook actief investeren in AI-ontwikkeling. De toekomst van mobiliteit hangt af van geavanceerde technologieën die verkeersstromen optimaliseren, auto’s veiliger maken en logistieke processen efficiënter laten verlopen. Dat kan alleen als er ruimte is voor experiment en innovatie.

In plaats van een verstikkend reguleringsbeleid, zou Europa een slimme balans moeten vinden tussen toezicht en stimulering. Overheden moeten investeren in AI-onderzoek, samenwerking tussen techbedrijven en autofabrikanten bevorderen en testfaciliteiten creëren waar nieuwe technologieën veilig kunnen worden ontwikkeld.

Zonder deze omslag dreigt Europa zijn technologische voorsprong definitief kwijt te raken. In een wereld waar AI de sleutel is tot economische en geopolitieke macht, kan het continent zich geen afwachtende houding meer permitteren. 

Controlesysteem: ILT belooft eerlijke handhaving, maar taxibranche blijft sceptisch

De invoering van de Centrale Database Taxivervoer (CDT) moet een efficiënter controlesysteem bieden voor rij- en rusttijden binnen de sector.

Maar uit de internetconsultatie blijkt dat verschillende partijen nog grote zorgen hebben over de impact van deze wijziging. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft nu een hoofdlijnenverslag gepubliceerd waarin de ingediende reacties worden samengevat en beantwoord. De grootste discussiepunten gaan over de validatie van voertuigen, de betaalbaarheid van het nieuwe systeem en de handhaafbaarheid tijdens de overgangsperiode.

De overstap naar de CDT betekent dat taxiondernemers en chauffeurs hun gegevens niet langer opslaan in een boordcomputer taxi (BCT), maar rechtstreeks aanleveren bij een centrale database. Dit moet de handhaving door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) verbeteren en fraude tegengaan. Toch is de invoering niet zonder hobbels.

validatieprocedure

Een van de meest besproken onderwerpen in de consultatie is de manier waarop voertuigen gevalideerd moeten worden. Het ministerie stelt dat validatie een eenmalige handeling is waarbij de kentekenkaart van het voertuig gescand moet worden. Maar verschillende indieners, waaronder grote taxibedrijven, zien hierin een kostbaar en inefficiënt proces.

Voor grote bedrijven met een landelijk wagenpark betekent de voorgestelde werkwijze dat voertuigen en hun kentekenkaarten fysiek langs diverse werkplaatsen moeten voor validatie. Dit leidt volgens de branche tot extra administratieve lasten, hogere kosten en een stijging van de operationele complexiteit.

Het ministerie blijft echter bij de huidige plannen en stelt dat de validatie eenmalig is en vaak zal samenvallen met een bezoek aan een garage of inbouwstation. Daarbij benadrukt het ministerie dat grotere bedrijven voordeel kunnen halen uit de mogelijkheid om meerdere voertuigen tegelijk te scannen met hetzelfde apparaat.

Foto: ILT – Alexandra Knipping

De sector vindt het belangrijk dat er op de CDT daadwerkelijk wordt gecontroleerd en
gehandhaafd. Zij wijzen hierbij op de historie rondom de huidige BCT pas. Hoe wordt ervoor
gezorgd voor rechtsgelijkheid tussen een vervoerder die de komende jaren nog gebruik maakt van
de BCT en een vervoerder die al over is op de CDT? Het is niet de bedoeling dat controleurs de
“gemakkelijke” weg kiezen in de controles. In de overgangsperiode moet dezelfde mate van
handhaving plaatsvinden.

Een ander twistpunt is de invoering van het rijbewijs die de chauffeurskaart met chip in de BCT moet vervangen. De sector vindt een dergelijk identificatiemiddel nuttig, maar pleit voor een digitale variant, zoals een digitale wallet. Bovendien is er onduidelijkheid over de kosten en eisen van de nieuwe pas.

Het ministerie reageert hierop door te stellen dat de chauffeurspas nog niet in de huidige wetgeving is opgenomen en pas vanaf 2027 relevant wordt. Tot die tijd blijft de bestaande regeling van kracht.

gelijke handhaving

Een veelgehoorde zorg uit de consultatie is dat de handhaving op de CDT niet eerlijk zal verlopen. Ondernemers vrezen dat controleurs vooral zullen handhaven op de nieuwe CDT-gebruikers, terwijl chauffeurs die nog met de BCT werken minder strenge controles krijgen.

Volgens het ministerie zal de ILT informatiegestuurd te werk gaan en beide systemen naast elkaar blijven controleren. Inspecteurs moeten zowel digitale als fysieke controles uitvoeren om een gelijk speelveld te behouden. Maar ondanks deze toezeggingen blijft de sector sceptisch en vraagt zij om strengere toezeggingen op dit punt.

betaalbaarheid

Ook over de kosten van de CDT zijn er nog vraagtekens. Sommige respondenten gaan ervan uit dat het nieuwe systeem goedkoper zal zijn dan de huidige BCT, terwijl anderen vrezen dat de kosten juist zullen toenemen door de noodzaak om meerdere systemen te integreren.

Een ander probleem dat wordt benoemd, is de verplichte ISO 27001-certificering voor ICT-dienstverleners. Dit is een zware eis, die vooral kleinere softwarebedrijven op hoge kosten kan jagen. Het ministerie houdt echter vast aan deze eis en stelt dat er geen alternatieven zijn die dezelfde dataveiligheid garanderen.

Daarnaast zijn er technische zorgen over de betrouwbaarheid van de CDT-gegevens. Omdat de wetgeving geen geijkte GPS-sensor verplicht stelt, kan de locatiebepaling eenvoudig worden gemanipuleerd met software. Het ministerie erkent dit risico, maar stelt dat er maatregelen mogelijk zijn om misbruik te voorkomen.

invoering vertraagd

De invoering van de CDT stond aanvankelijk gepland voor 2024, maar is inmiddels uitgesteld tot 1 juli 2025. Dit komt volgens het ministerie door de zorgvuldigheid die nodig is bij de invoering en de praktijktoetsen die al zijn uitgevoerd.

Het conceptbesluit zal nu via de ministerraad ter advies worden voorgelegd aan de Raad van State. De definitieve invoeringsdatum hangt af van dit advies, maar de verwachting is dat de regelgeving per juli 2025 in werking treedt.

Ondertussen blijft de taxibranche aandringen op verdere verduidelijkingen en aanpassingen. De komende maanden zullen uitwijzen of het ministerie nog tegemoetkomt aan de bezwaren of vasthoudt aan het huidige plan.

ILT: overtredingen bij controles taxi’s en touringcars op Schiphol

Inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) hebben onlangs intensieve controles uitgevoerd bij taxi’s en touringcars op Schiphol.

Samen met het taxiteam van de Koninklijke Marechaussee richtten de controles zich op de naleving van de regels rondom arbeids- en rusttijden. Het onderzoek vond plaats op meerdere locaties rondom de luchthaven, waaronder bij vertrek- en aankomsthallen en bij opstellocaties van taxi’s en touringcars. De resultaten onthullen een reeks overtredingen, waarbij in totaal acht processen-verbaal en twee boeterapporten zijn opgemaakt.

toezicht op touringcars

Tijdens de inspectie van tien touringcars werd één overtreding geconstateerd. De betreffende chauffeur reed zonder een geldige of juiste landcode, een essentiële registratie voor internationaal vervoer. Dit vormt niet alleen een administratief probleem, maar heeft ook gevolgen voor de verkeersveiligheid en de betrouwbaarheid van grensoverschrijdend transport. De chauffeur kreeg een waarschuwing.

De situatie onder taxichauffeurs bleek aanzienlijk problematischer. Van de 30 gecontroleerde taxi’s voldeden meerdere chauffeurs niet aan de wettelijke eisen. Vier chauffeurs kregen een bevel tot staken van arbeid (BSA) voor 72 uur. Deze maatregel wordt alleen opgelegd wanneer er sprake is van direct gevaar voor de veiligheid. Twee van hen kregen bovendien een boeterapport omdat zij onvoldoende wekelijkse rust hadden genomen.

zware overtredingen

Twee andere chauffeurs reden zonder een geldige chauffeurskaart. Dit is niet alleen verboden, maar belemmert ook het controleren van hun arbeidstijden. Tegen deze chauffeurs werd proces-verbaal opgemaakt. Eén taxichauffeur werd betrapt met een verlopen rijbewijs. Ook hij kon rekenen op een proces-verbaal. Een andere chauffeur maakte misbruik van zijn taxi door deze voor privéwerkzaamheden te gebruiken zonder dit correct te registreren in de boordcomputer. Privégebruik van een taxi is toegestaan, maar alleen als dit volgens de regels wordt aangegeven en er geen sprake is van commercieel werk.

Foto: © Pitane Blue – Inspectie ILT

De ILT voert dit soort controles uit om de naleving van de Wet personenvervoer 2000 en het Arbeidstijdenbesluit-vervoer te waarborgen. Deze regelgeving is cruciaal voor de sociale bescherming van chauffeurs, het garanderen van de veiligheid van passagiers en andere weggebruikers, en het voorkomen van oneerlijke concurrentie.

Een woordvoerder van de ILT benadrukte het belang van dergelijke controles: “Als toezichthouder willen we niet alleen ongelukken voorkomen, maar ook zorgen dat de werkomstandigheden eerlijk en veilig blijven voor iedereen in de sector. Overtredingen zoals deze brengen zowel chauffeurs als passagiers in gevaar.”

wake-up call

Naast de boetes en processen-verbaal zijn er ook diverse waarschuwingen uitgedeeld. Deze dienen als wake-up call voor chauffeurs om zich in de toekomst aan de regels te houden. Hoewel het aantal overtredingen relatief laag was onder touringcarchauffeurs, laten de bevindingen in de taxibranche zien dat er nog veel ruimte is voor verbetering.

De ILT heeft aangekondigd dat dergelijke controles in de toekomst zullen worden voortgezet. Het is een duidelijke boodschap aan de sector: overtredingen worden niet getolereerd, en veiligheid en eerlijkheid in het personenvervoer staan voorop.

Parkeertarieven in garages: per minuut parkeren zorgt voor chaos volgens experts

Parkeren in een overdekte of ondergrondse garage wordt bijna altijd afgerekend per begonnen uur in plaats van per minuut.

Dit is een bewuste keuze, zo legt Peter Lamens, bestuurslid van de Belgische Parkeerfederatie, uit in de podcast Mens erger je niet van het consumentenprogramma WinWin op Radio 2. Hoewel minutenfacturatie eerlijker lijkt, blijkt het in de praktijk voor veel verwarring te zorgen bij parkeerders.

verwarrend

Sommige parkeergarages hebben in het verleden geëxperimenteerd met een systeem waarbij parkeerders per minuut betaalden. Dit leek een eerlijke oplossing, maar leidde juist tot meer klachten. Een opvallend voorbeeld hiervan is de grote parking onder het Ladeuzeplein in Leuven. Daar voerde de uitbater een per-minuuttarief in, wat resulteerde in onduidelijkheid bij klanten. Veel mensen snapten niet precies hoeveel ze uiteindelijk moesten betalen. Volgens Lamens leidde dit binnen enkele maanden tot de terugkeer van een vast uurtarief.

“Mensen willen duidelijkheid over wat ze kwijt zijn,” aldus Lamens. “Als ze bij het binnenrijden zien dat een uur bijvoorbeeld vier euro kost, weten ze wat ze kunnen verwachten. Bij tarieven per minuut moet je constant rekenen en dat zorgt voor frustraties.”

tarieven

Het prijskaartje van een parkeerplek wordt niet zomaar vastgesteld. Lamens legt uit dat er twee soorten parkeergarages zijn: particuliere ondernemingen en parkings die door een gemeente of stad worden beheerd.

Bij commerciële parkings, waarbij bedrijven zelf hebben geïnvesteerd in de bouw en het beheer, bepalen de uitbaters de tarieven. Dit gaat vaak om garages in drukbezochte centra of winkelstraten. Voor parkings die in handen zijn van gemeenten of steden, zoals die op een marktplein of aan de stadsrand, worden de prijzen in samenspraak met het lokale bestuur vastgesteld. Dit gebeurt meestal met als doel auto’s uit het straatbeeld te weren door ondergronds parkeren aantrekkelijker te maken.

Hoewel de prijzen transparant worden weergegeven bij de ingang van parkeergarages, blijft de perceptie van eerlijkheid een punt van discussie. Chaima Saysay, een van de presentatoren van Mens erger je niet, vindt het systeem niet altijd rechtvaardig. “Je betaalt voor een volledig uur, ook als je maar vijf minuten te laat bent. Waarom kan dit niet gewoon per minuut, zoals bij een parkeermeter op straat?” vraagt ze zich af.

Foto: Pitane Blue – parkeren op de Boulevard op Scheveningen

Xavier Taveirne en Chaima Saysay delen in de podcast ‘Mens erger je niet’ hun consumentenergernissen. Dat doen ze elke week samen met een bekende gast. Ze gaan op zoek naar verklaringen en oplossingen en da’s een ‘WinWin’. Zelf je ergernis delen? Mail naar winwin@radio2.be.

Volgens Lamens is het niet alleen een kwestie van duidelijkheid, maar ook van economische haalbaarheid. “Een parkeerbedrijf is een commerciële onderneming. Het moet winst maken, maar heeft ook veel kosten. Denk aan de bouw, onderhoud van slagbomen en liften, schoonmaak, elektriciteit en verzekeringen.” Deze kosten worden verrekend in de tarieven.

Een mogelijke oplossing voor meer transparantie zou een tariefsysteem per kwartier kunnen zijn, zoals in sommige landen wordt toegepast. Toch blijft per begonnen uur de standaard in België, omdat het eenvoudiger te communiceren is naar klanten. Zodra een automobilist de parking binnenrijdt, gaat hij impliciet akkoord met de gepubliceerde tarieven.

Lamens benadrukt dat het voor uitbaters belangrijk is om tarieven duidelijk te communiceren. “Daarom staan de prijzen altijd goed zichtbaar bij de ingang. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn voordat ze parkeren.”

toekomst

De vraag naar meer transparantie in parkeertarieven blijft een onderwerp van discussie, vooral in stedelijke gebieden waar de kosten vaak hoger liggen. Hoewel minutenparkeren op papier eerlijker lijkt, blijkt het in de praktijk nog niet gebruiksvriendelijk genoeg. Lamens sluit af met de constatering dat de balans tussen eenvoud en rechtvaardigheid moeilijk te vinden is, maar dat het uurtarief voorlopig de meest praktische optie blijft.