Categorie archieven: Transport

ILT: flinke tik voor goederentransport en tientallen overtredingen vastgesteld

Inspectie constateert 39 overtredingen tijdens controleweek wegtransport goederen.

De intensieve controle op cabotagevervoer door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft aanzienlijke overtredingen aan het licht gebracht. Tijdens de Europese controleweek, gehouden van 2 tot en met 5 april, richtte de ILT zich op het cabotagevervoer in Nederland, met specifieke acties in plaatsen als Bodegraven, Geldrop, Moerdijk, Venlo, Zwolle en op de Maasvlakte. Cabotagevervoer, waarbij buitenlandse vervoerders goederen binnen een land transporteren, ligt onder een vergrootglas vanwege zorgen over eerlijke concurrentie en veiligheid in de transportsector.

In totaal voerde de ILT 120 controles uit, waarbij 39 overtredingen werden vastgesteld, hetgeen duidt op een aanzienlijke non-compliance met de Europese en Nederlandse regelgeving. De meeste overtredingen vonden plaats in Bodegraven, Geldrop en op de Maasvlakte. De overtredingen varieerden van illegale cabotage en het ontbreken van een bestuurdersattest tot onjuiste bediening van de tachograaf, wat essentieel is voor het registreren van rij- en rusttijden.

Naast cabotage focuste de ILT ook op andere belangrijke aspecten zoals rij- en rusttijden, ketenaansprakelijkheid, en de naleving van de detacheringsrichtlijn. Deze regels zijn cruciaal voor het garanderen van een eerlijke transportmarkt en het beschermen van de sociale en veiligheidsbelangen van chauffeurs.

De ILT blijft zich inzetten om door middel van regelmatige controles en samenwerking binnen Europese kaders de kwaliteit en veiligheid van het wegtransport te verhogen.

De meest opmerkelijke maatregelen die tijdens de controleweek werden opgelegd omvatten tien processen-verbaal voor illegale cabotage en tien boeterapporten voor het houden van de normale wekelijkse rust in de cabine, wat strikt verboden is. Werkgevers zijn verplicht accommodatie te verzorgen of ervoor te zorgen dat chauffeurs kunnen terugkeren naar hun standplaats. Bovendien werden er twee processen-verbaal uitgeschreven voor het ontbreken van een bestuurdersattest, wat aantoont dat een niet-EU chauffeur onder Nederlandse arbeidsvoorwaarden werkt.

Verder werden vijf boeterapporten opgesteld voor incorrecte hantering van de tachograaf en één proces-verbaal vanwege het ontbreken van de vereiste stootbalk op een afzetcontainer. Dit laatste is een veiligheidsmaatregel om te voorkomen dat auto’s bij een aanrijding onder de container schuiven.

De samenwerking binnen de Euro Controle Route (ECR), een Europees netwerk van handhavende instanties, speelde een cruciale rol in deze controleweek. De ECR streeft naar harmonisatie van handhaving, kennisdeling en informatie-uitwisseling om de wegtransportsector veiliger, eerlijker en duurzamer te maken. Dit toezicht is een duidelijk signaal aan de transportsector dat naleving van de regels essentieel is voor het waarborgen van veiligheid en eerlijke concurrentie. 

Windrose: Antwerpen trekt Chinese miljoenen naar de Schelde

Antwerpen positioneert zich stevig als een belangrijke speler in de toekomstige mobiliteit met de mogelijke komst van een Chinese e-truckfabriek,.

Een investering die de lokale economie een significante boost van 300 miljoen euro kan geven. De stad, bekend om zijn strategische ligging en robuuste infrastructuur, trekt volgens een artikel in De Tijd de aandacht van Windrose, een innovatieve start-up uit China met plannen voor een eerste Europese productiefaciliteit voor elektrische vrachtwagens.

Oprichter Wen Han, die recent Antwerpen bezocht en ontmoetingen had met onder meer burgemeester Bart De Wever en Voka-topman Luc Luwel, benadrukte de gevorderde staat van de onderhandelingen over het vestigen van een Europees hoofdkantoor en een assemblagefabriek in de stad. Deze stap markeert een potentieel keerpunt voor de Belgische auto-industrie, die na een lange periode weer een grote speler binnen haar grenzen kan verwelkomen.

geopolitiek

De keuze voor Antwerpen, ondanks de concurrentie van buurlanden, wordt gedreven door geopolitieke overwegingen en de sterke positie die Vlaanderen inneemt op de lijst van potentiële locaties. Dit project zou niet alleen de lokale werkgelegenheid stimuleren maar ook bijdragen aan de verduurzaming van het Europese transportnetwerk, door de productie en assemblage van elektrische trucks die beloven de uitstoot en afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

Foto: © Pitane Blue – Bart Groothuis (VVD)

“Europa staat op een cruciaal kruispunt waar de toekomstige welvaart van het continent steeds meer afhankelijk wordt van de capaciteit om zijn industrie te behouden en verder te ontwikkelen.”

Bart Groothuis – lid van het Europees Parlement namens de VVD.

Parallel aan de ontwikkelingen rond Windrose, weerklinkt in de politieke arena een oproep tot voorzichtigheid met betrekking tot handelsrelaties met China. Politicus Bart Groothuis van de VVD heeft onlangs kritiek geuit op de beslissingen van openbaarvervoersbedrijven om bussen te bestellen bij de Chinese fabrikant BYD. Groothuis benadrukt de noodzaak om bewust om te gaan met oneerlijke concurrentie en de risico’s voor nationale veiligheid en intellectuele eigendomsrechten die kunnen voortvloeien uit dergelijke overeenkomsten.

intellectueel eigendom

Deze bezorgdheid wordt versterkt door de aanhoudende spionageactiviteiten en pogingen tot diefstal van intellectueel eigendom door landen als China, Rusland, Iran en Noord-Korea. Groothuis pleit voor een meer gerichte benadering dan de huidige wetgeving biedt, om de delicate balans tussen handelsbelangen en nationale veiligheid te waarborgen.

Terwijl de discussie over internationale handelsrelaties en veiligheidsbeleid voortduurt, belooft het project van Windrose in Antwerpen een stap voorwaarts in de transitie naar duurzamer vervoer. De elektrische trucks van het bedrijf, die qua design herinneren aan de Tesla Semi maar beloven een groter bereik te bieden tegen lagere kosten, kunnen een belangrijke rol spelen in het verminderen van de ecologische voetafdruk van de transportsector.

Autonoom: ID. Buzz AD zet nieuwe norm samen met Mobileye

De toekomst van autonoom rijden neemt gestalte aan door een baanbrekende samenwerking tussen Volkswagen ADMT GmbH, een dochteronderneming van Volkswagen AG, en het Israëlische technologiebedrijf Mobileye Global Inc.

Volkswagen ADMT en Mobileye Global Inc. hebben de krachten gebundeld in een grensverleggende stap richting de toekomst van mobiliteit. Deze samenwerking markeert een sleutelmoment in de automobielindustrie, aangezien het de weg vrijmaakt voor de lancering van de eerste volledig autonome bedrijfswagen die aan de Level 4-norm voldoet. Deze historische ontwikkeling belooft een revolutie te ontketenen in hoe we denken over transport en mobiliteit, zowel in Europa als in de Verenigde Staten.

De ID. Buzz AD, een speciale versie van Volkswagen’s iconische busje, staat in het middelpunt van deze innovatieve onderneming. De volledig elektrische en autonoom rijdende bedrijfswagen is sinds 2021 in ontwikkeling en wordt aangedreven door een geavanceerd Self-Driving System (SDS). Dit systeem, een product van de samenwerking met Mobileye, een toonaangevend Israëlisch technologiebedrijf, combineert cutting-edge software en hardwarecomponenten, waaronder krachtige computers, camera’s, lidar- en radarunits. Deze technologie stelt de ID. Buzz AD in staat zelfstandig te navigeren binnen afgebakende stedelijke gebieden.

Christian Senger, lid van de Raad van Bestuur bij Volkswagen Bedrijfswagens, benadrukt het belang van samenwerking met sterke partners om autonome shuttles op grote schaal te implementeren. “We ontwikkelen het eerste volledig autonoom rijdende model voor serieproductie met behulp van de digitale bestuurder van Mobileye,” zegt Senger. Deze samenwerking bevordert niet alleen de integratie en optimalisatie van geautomatiseerde rijsystemen binnen het Volkswagen-concern, maar draagt ook bij aan een verlaging van de kosten en vergemakkelijkt schaalvergroting.

Foto: © Pitane Blue – Volkswagen ID. Buzz

Na een uitgebreide pilotfase, met wegtests in Duitsland en de Verenigde Staten, slaan deze twee titanen van de industrie de handen ineen om een nieuw tijdperk van mobiliteit in te luiden.

De ID. Buzz AD, die naar verwachting vanaf 2026 ingezet zal worden in mobiliteits- en transportdiensten, belooft een sleutelrol te spelen in de toekomst van autonoom goederenvervoer. De opkomst van e-commerce heeft geleid tot een explosieve groei van de logistieke markt en een toenemend tekort aan chauffeurs, waardoor de bezorgcapaciteit onder druk staat. Autonome voertuigen, zoals de ID. Buzz AD, bieden een duurzame oplossing voor deze uitdagingen door de leveringscapaciteit op lange termijn te waarborgen en bij te dragen aan de groei van de markt voor goederenbezorging.

Mobileye, wereldleider op het gebied van autonome rijtechnologie, speelt een cruciale rol in deze samenwerking. Het bedrijf, gespecialiseerd in computergestuurde detectie, machine learning, data-analyse, lokalisering en mapping, maakt gebruik van gegevens van honderden miljoenen voertuigen. De technologie van Mobileye stelt voertuigen in staat de wereld om hen heen nauwkeurig waar te nemen en te interpreteren, wat essentieel is voor de veiligheid en betrouwbaarheid van autonome voertuigen.

Deze samenwerking tussen Volkswagen ADMT en Mobileye vertegenwoordigt een significante stap voorwaarts in de realisatie van autonoom rijden op grote schaal. Het belooft niet alleen de manier waarop we denken over persoonlijk en goederenvervoer te transformeren, maar zet ook een nieuwe standaard voor innovatie en samenwerking in de automobielindustrie.

Turboplan 2030: goederenvervoer per intercity slimme zet of spoorbijster?

Hoewel het idee misschien verrassend of ambitieus lijkt, is het geen 1 aprilgrap.

Het concept van passagierstreinen die ook gebruikt worden voor goederenvervoer, zoals beschreven in het Turboplan 2030, lijkt in eerste instantie misschien ongewoon of zelfs onpraktisch, wat de suggestie van een 1 aprilgrap zou kunnen oproepen. Echter, het voorstel is gebaseerd op serieus onderzoek uitgevoerd door gerespecteerde instituten zoals de TU Delft, TNO, en Royal HaskoningDHV, en ondersteund door een motie die is aangenomen door de Tweede Kamer. Dit wijst op een daadwerkelijke interesse en onderzoek naar de haalbaarheid van dit concept, eerder dan een grap.

Het recente onderzoek van de TU Delft, TNO en Royal HaskoningDHV naar de mogelijkheden voor het combineren van passagiers- en goederenvervoer per trein heeft de discussie over de toekomst van het Nederlandse spoorwegennet opnieuw doen oplaaien. Het zogenoemde ‘Turboplan 2030‘ stelt voor om intercity’s en sprinters, die buiten de spitsuren vaak onderbezet zijn, in te zetten voor het vervoer van lichte goederen. Dit voorstel, opgenomen in een verkennend rapport dat recent door verschillende media is belicht, heeft zowel voor- als tegenstanders.

Aanleiding voor dit opmerkelijke voorstel is de motie van Tweede Kamerleden Amhaouch en Ziengs, die in 2020 werd aangenomen. De motie pleit voor verder onderzoek naar de mogelijkheid van licht goederenvervoer in passagierstreinen tijdens daluren, een idee dat is voortgekomen uit de observatie van onderbezetting van treinen buiten de piekuren.

Het onderzoeksteam heeft gekeken naar de haalbaarheid van dit idee, inclusief de technische en logistieke uitdagingen die het met zich meebrengt. Hoewel het idee op het eerste gezicht eenvoudig lijkt – gebruik de lege ruimte in passagierstreinen voor het vervoeren van goederen om zo het aantal vrachtwagens op de weg te verminderen – blijkt de uitvoering ervan complex.

Een van de grootste uitdagingen is de infrastructuur op de stations. Veel stations zijn niet uitgerust met de benodigde faciliteiten voor het laden en lossen van goederen, zoals werkende liften en bagageliften. De meeste bagageliften zijn in de loop der jaren verwijderd, en de overpaden, die ook zouden kunnen helpen bij het laden en lossen, zijn om veiligheidsredenen afgeschaft.

Illustratie: © Pitane Blue

De rapportage bespreekt de haalbaarheid van het flexibel combineren van het vervoer van reizigers en goederen in reizigerstreinen volgens het Mobiliteitsconcept TurboPlan 2030.

Een ander belangrijk aandachtspunt is de tijd die nodig is voor het laden en lossen van de goederen, wat niet mag leiden tot vertragingen van het passagiersvervoer. Het hele concept valt of staat met de efficiëntie van deze processen, gezien de strakke tijdschema’s van de treinen.

Turboplan 2030

Ondanks de uitdagingen benadrukt het rapport de potentie van het Turboplan 2030. Het beter benutten van de capaciteit van het spoorwegennet door passagiers- en goederenvervoer te combineren, kan bijdragen aan duurzamer transport en de vermindering van het aantal vrachtwagens op de weg. Dit zou niet alleen ten goede komen aan het milieu, maar ook aan de verkeersdrukte.

Het voorstel tot het combineren van passagiers- en goederenvervoer in treinen is geen uniek concept. In het verleden werden posttreinen al gebruikt om naast post ook passagiers te vervoeren. Echter, deze werden uiteindelijk vervangen door vrachtwagens, die flexibeler bleken in het bereiken van sorteercentra.

Terwijl de discussie voortduurt, is duidelijk dat verder onderzoek en mogelijk experimentele implementaties noodzakelijk zijn om te bepalen of het Turboplan 2030 haalbaar is. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en ProRail hebben het voortouw genomen in dit onderzoek, erkennend dat innovatieve oplossingen essentieel zijn voor de toekomst van duurzaam transport in Nederland.

Betalen per kilometer: kost de vrachtwagenheffing transporteurs kapitalen?

De invoering van de vrachtwagenheffing is een complexe maar noodzakelijke stap naar een duurzamere transportsector.

De invoering van de vrachtwagenheffing is een onderwerp dat zowel nationaal als internationaal veel aandacht krijgt. Nederland bereidt zich voor op de start van deze heffing in 2026, een beweging die aansluit bij soortgelijke initiatieven in andere Europese landen zoals Denemarken. Het doel van deze maatregel is om het gebruik van de wegen te belasten op basis van gereden kilometers, met tarieven die variëren afhankelijk van de milieu-eigenschappen en het gewicht van het voertuig. Deze aanpak moedigt het gebruik van schonere en lichtere voertuigen aan, in lijn met bredere duurzaamheidsdoelstellingen.

In Nederland zal de heffing van toepassing zijn op binnenlandse en buitenlandse vrachtwagens die gebruik maken van snelwegen en een select aantal N-wegen en gemeentelijke wegen. Dit is ontworpen om uitwijkgedrag over secundaire wegen te voorkomen. De netto-opbrengsten, geschat op zo’n 250 miljoen euro per jaar, worden teruggevoerd naar de vervoerssector ter bevordering van innovatie en verduurzaming. Het huidige Eurovignet, een simpel en relatief goedkoop systeem voor het belasten van vrachtwagens, maakt plaats voor een geavanceerder en kostbaarder model: het rekeningrijden gebaseerd op daadwerkelijk gebruik.

Op verzoek van de Tweede Kamer wordt een maximale korting gegeven op het tarief voor emissievrije vrachtwagens, zoals elektrische- en waterstofvrachtwagens. Hiermee worden zij aantrekkelijker voor ondernemers.

Deze ontwikkeling is niet enkel een nationale aangelegenheid maar vindt zijn oorsprong in Europese regelgeving, die lidstaten verplicht om over te stappen naar een systeem waarbij vrachtwagens per gereden kilometer belast worden. De invoering van de vrachtwagenheffing is een reactie op diverse uitdagingen, waaronder de noodzaak om de CO2-uitstoot en luchtvervuiling te verminderen, evenals het zorgen voor duurzaam onderhoud van de infrastructuur. De kostenstructuur van deze nieuwe heffing is opgebouwd uit meerdere componenten: een tarief voor CO2-uitstoot, een bedrag voor de impact op luchtvervuiling en geluidshinder, en een bijdrage aan de infrastructuur.

In 2026 voert Nederland een vrachtwagenheffing in. Eigenaren van vrachtwagens betalen dan per gereden kilometer, op de snelwegen en een aantal provinciale en lokale hoofdwegen. In onze buurlanden België en Duitsland geldt al een vrachtwagenheffing per gereden kilometer. Ook Nederlandse vrachtwagens betalen daar voor het gebruik van de (snel)wegen.

De Nederlandse overheid is in de laatste fasen van voorbereiding, inclusief de aanbestedingen voor de uitvoering van het programma. Minister Harbers benadrukte eerder in een brief aan de Tweede Kamer de voortgang en de verwachting dat de heffing binnen de gestelde ramingen gerealiseerd kan worden. Parallel aan de invoering van de vrachtwagenheffing wordt, in overleg met de vervoerssector, de terugsluis uitgewerkt. Daarbij wordt duidelijk hoe de netto-opbrengsten van de vrachtwagenheffing worden ingezet voor het innoveren en verduurzamen van het wegvervoer.

De vrachtwagenheffing geldt voor alle binnenlandse en buitenlandse vrachtwagens die zwaarder zijn dan 3,5 ton. De heffing geldt ook voor een samenstel van voertuigen bedoeld voor vervoer van goederen waarbij de toegestane maximum massa hoger is dan 3,5 ton. De vrachtwagenheffing geldt niet voor emissievrije vrachtwagens tot en met 4.250 kg. Dit zijn voornamelijk bedrijfsvoertuigen, zoals bestelbussen, waarvan het gewicht hoger wordt door elektrificatie. Door het extra gewicht van de alternatieve aandrijflijn kan het voertuig zwaarder worden dan 3.500.

financiële impact

Een voorbeeld van de nieuwe tariefstructuur illustreert de financiële impact op transportbedrijven. Een 4×2 trekker met een 3-assige oplegger (Euro 6) zou onder de nieuwe regeling ongeveer 15,8 cent per kilometer betalen, wat neerkomt op €12.640 per jaar bij 80.000 kilometer op Nederlandse snelwegen. Dit is een substantiële verhoging vergeleken met het huidige vignet, dat voor vrachtwagencombinaties met vier assen of meer €1.250 per jaar kost. De overstap naar het nieuwe systeem resulteert dus in een jaarlijkse kostenstijging van €11.390 voor bedrijven die gebruikmaken van dergelijke voertuigen.

Deze verandering heeft ook implicaties voor de toekomstige richting van het vrachtvervoer, met name de transitie naar elektrische vrachtwagens. Het beleid voorziet in aanzienlijke kortingen voor elektrische voertuigen, met mogelijkheden tot wel 80% vermindering op de heffing. Dit beleid reflecteert de ambitie van de overheid om duurzaam transport te stimuleren en de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen. De korting kan de jaarlijkse kosten voor elektrische vrachtwagens verlagen naar €2.528, wat een aanzienlijk financieel voordeel biedt ten opzichte van dieselvoertuigen.

Jonge bestuurders achter het stuur van zware voertuigen een gevaarlijke koers

Experts vragen EU om heroverweging van rijbewijswijzigingen en het riskant plan 16-jarigen mogelijk achter het stuur van 2,5 ton SUV’s toe te staan.

De Europese Unie staat op het punt een controversiële wijziging in haar rijbewijsregelgeving door te voeren, die jongeren toestaat op beduidend jongere leeftijd zware voertuigen te besturen. Volgens voorstellen die momenteel worden overwogen, zouden 17-jarigen in staat worden gesteld vrachtwagens te besturen en 16-jarigen SUV’s die tot 2,5 ton wegen. Deze voorstellen maken deel uit van een herziening van de EU-rijbewijsrichtlijn, die de normen en procedures voor rijopleidingen in EU-landen regelt.

Op dit moment moeten kandidaten minimaal 21 jaar oud zijn om met een vrachtwagenopleiding te beginnen, hoewel nationale overheden deze leeftijdsgrens naar 18 jaar kunnen verlagen als de kandidaat slaagt voor een initiële theorie-test. Ongeveer de helft van de EU-landen maakt gebruik van deze mogelijkheid. De transportcommissie van het Europees Parlement overweegt nu echter om deze leeftijdsgrens verder te verlagen naar 17 jaar, op voorwaarde dat deze jonge bestuurders worden begeleid door een volwassene van 24 jaar of ouder.

EU overweegt om rijbewijsleeftijd te verlagen, experts slaan alarm.

Statistieken en onderzoeken wijzen op een hoger ongevalsrisico bij jongere bestuurders. Onderzoek van de Duitse verzekeringsassociatie toont aan dat jonge vrachtwagenbestuurders tussen de 18 en 20 jaar verantwoordelijk zijn voor ongeveer 25% van de ongevallen afgezet tegen het aantal rijbewijshouders in deze leeftijdsgroep. Dit risico neemt af met de leeftijd, tot ongeveer 1-2% bij oudere leeftijdsgroepen. Daarnaast wordt het als moeilijk beschouwd voor de begeleidende volwassenen om constant waakzaam te blijven, wat de veiligheid op de weg verder in gevaar kan brengen.

Naast de kwestie van jonge vrachtwagenchauffeurs, wordt ook voorgesteld om 16-jarigen met een B1-rijbewijs toe te staan voertuigen tot 2,5 ton te besturen, mits de snelheid technisch beperkt is tot 45 km/u. Dit zou jongere bestuurders in staat stellen om aanzienlijk grotere voertuigen te besturen dan momenteel toegestaan, wat vragen oproept over de veiligheid en haalbaarheid van dergelijke maatregelen.

De aanpassingen in de wetgeving lijken te zijn gericht op het aanpakken van bestaande problemen, zoals het tekort aan gekwalificeerde vrachtwagenchauffeurs en de noodzaak om jongere bestuurders in landelijke gebieden mobiliteitsoplossingen te bieden. Echter, critici argumenteren dat deze voorstellen de verkeersveiligheid in gevaar brengen en suggereren dat er betere oplossingen zijn, zoals het verbeteren van de werkomstandigheden voor vrachtwagenchauffeurs, het verhogen van hun salarissen, en het uitbreiden van openbaar vervoer en veilige infrastructuur voor voetgangers en fietsers.

De voorgestelde wijzigingen zullen naar verwachting eind februari in de plenaire vergadering van het Europees Parlement ter stemming worden gebracht. Met het oog op de verkeersveiligheid voor alle EU-burgers roepen tegenstanders van de wijzigingen de parlementsleden op om tegen deze amendementen te stemmen en te pleiten voor beleid dat weloverwogen en veilig is, vrij van politieke belangen.

Explosieve stijging transportkosten door conflicten Rode Zee

De kosten voor het verzenden van goederen van China naar Europa stijgen met 400%.

De escalatie van conflicten in de Rode Zee en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de wereldwijde scheepvaart en handel hebben een ongekende situatie gecreëerd die de internationale handelsdynamiek ernstig beïnvloedt. De recente toename van raket- en drone-aanvallen door de in Jemen gevestigde Houthi-militanten op commerciële schepen heeft een directe impact op de transportkosten en de duur van de scheepvaart tussen China en Europa. Volgens Paolo Gentiloni, de Europese commissaris voor Economie, zijn de transportkosten voor bepaalde routes tussen deze regio’s met ongeveer 400% gestegen, terwijl de duur van de scheepvaart met maximaal 15 dagen is toegenomen.

Deze stijging van de kosten en de langere reistijden zijn een direct gevolg van de veiligheidsrisico’s die de Houthi-aanvallen met zich meebrengen. Veel rederijen hebben besloten het Suezkanaal te vermijden, een cruciale waterweg voor de internationale handel, en in plaats daarvan hun schepen om te leiden via een langere route rond Kaap de Goede Hoop. Deze omleiding heeft niet alleen geleid tot langere transittijden, maar ook tot een aanzienlijke toename van de operationele kosten, waaronder brandstofverbruik.

De impact van deze ontwikkelingen strekt zich uit tot de wereldwijde markt. De gemiddelde prijzen voor het vervoeren van containers zijn wereldwijd verdubbeld, terwijl de tarieven voor brandstoftankers, die essentieel zijn voor de distributie van olie en gas, naar het hoogste punt in jaren zijn gestegen. Deze prijsstijgingen kunnen een kettingreactie veroorzaken, met potentiële prijsstijgingen voor consumentengoederen en energie als gevolg.

In reactie op deze crisis hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie een akkoord bereikt over het starten van een marineoperatie in de Rode Zee om commerciële schepen te beschermen. Dit voorstel, ingediend door Duitsland, Frankrijk, en Italië, kwam na oproepen van Nederland, wiens maritieme transportsector aanzienlijk heeft geleden onder de aanvallen. De operatie, die naar verwachting op 19 februari van start gaat, wordt gezien als een essentiële stap om de veiligheid van de scheepvaart in het gebied te garanderen en de handelsstromen te stabiliseren.

De Europese Unie blijft optimistisch over de impact van de handelsroutecrisis op de inflatie binnen het blok, met de verwachting dat deze geen significante impact zal hebben. Echter, de erkenning dat verdere verstoringen van het aanbod tot prijspieken kunnen leiden, benadrukt de kwetsbaarheid van de internationale handel voor geopolitieke spanningen.

De situatie in de Rode Zee is een duidelijk voorbeeld van hoe conflicten en onzekerheid op het wereldtoneel directe en aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de wereldeconomie. Het onderstreept de noodzaak voor internationale samenwerking en diplomatie om de veiligheid van cruciale handelsroutes te waarborgen en de stabiliteit van de wereldwijde handel te beschermen.

Brexit brengt nieuwe uitdagingen voor Nederlandse exporteurs

De Douane draagt zendingen met
invoerbestemming opnieuw binnenbrengen over aan de NVWA.

Export van dierlijke producten naar het Verenigd Koninkrijk en de consequenties van retourzendingen naar Nederland vormen een steeds vaker voorkomende uitdaging voor Nederlandse exporteurs. Sinds de brexit zijn er nieuwe regels en procedures ingevoerd voor de handel tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU), wat een directe impact heeft op de export van producten zoals vlees, kaas en vis.

Het proces begint wanneer zendingen met dierlijke producten aan de Britse grens worden geweigerd. Dit kan om diverse redenen gebeuren, variërend van onjuiste papieren tot niet-naleving van de Britse importregels. Zodra een zending wordt teruggestuurd naar de EU, en in dit geval Nederland, wordt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) betrokken. De NVWA is verantwoordelijk voor de inspectie van elke zending die via Nederland de EU binnenkomt.

Voor dergelijke retourzendingen bestaat een vastgestelde procedure. De kern van deze procedure is dat de eigenaar van de zending bepaalde stappen moet ondernemen om zijn goederen terug te krijgen in de EU. Allereerst moet de zending vooraf worden aangemeld bij de NVWA. Dit is een essentiële stap, omdat zonder deze aanmelding de zending niet opnieuw de EU mag binnenkomen.

Het Verenigd Koninkrijk (VK) kan zendingen met dierlijke producten (zoals vlees, kaas en vis) om allerlei redenen aan de grens weigeren en terugsturen naar de Europese Unie (EU).

Daarnaast is het noodzakelijk dat het exportcertificaat bij de zending aanwezig is. Dit certificaat is een bewijs dat de goederen oorspronkelijk uit de EU komen. Zonder dit certificaat is het voor de autoriteiten moeilijk te bepalen of de goederen aan de EU-standaarden voldoen.

Een ander belangrijk document is de non-manipulatieverklaring. Deze verklaring is een garantie dat de zending onder toezicht van autoriteiten is geweest en niet gemanipuleerd is tijdens het transport. In het VK wordt dit toezicht bijvoorbeeld uitgevoerd door de Britse douane of de veterinaire autoriteit Defra.

Gezien de complexiteit van deze processen raadt de NVWA bedrijven die niet bekend zijn met de importprocedures van dierlijke producten in de EU aan om gebruik te maken van een douane-agent of een expediteur. Deze professionals kunnen waardevolle ondersteuning bieden bij het navigeren door de regelgeving en het zorgen voor een soepele doorstroom van de goederen. Voor het vinden van dergelijke experts kunnen bedrijven terecht bij brancheorganisatie FENEX.

Deze situatie benadrukt de uitdagingen waarmee Nederlandse exporteurs worden geconfronteerd in de nasleep van de brexit. Het is van cruciaal belang dat bedrijven zich bewust zijn van de veranderende regels en hun processen dienovereenkomstig aanpassen om verstoringen in hun handelsactiviteiten te minimaliseren. Deze procedure beschrijft hoe de NVWA de controle uitvoert voor wederinvoer in de EU van oorspronkelijk uit de EU afkomstige producten van dierlijke oorsprong.

Infrastructuurplannen op de rem, focus op onderhoud en truckparkings

Nederland pauzeert 17 grote infrastructuurprojecten voor onderhoud en renovatie, focust op meer truckparkings en ondersteunt kleine transportondernemingen met subsidies en infrastructuurverbeteringen.

Op het gebied van infrastructuur en transport heeft de Nederlandse overheid een opvallende beslissing genomen waardoor maar liefst 17 grote infrastructuurprojecten worden tijdelijk op pauze gezet. Dit ingrijpende besluit, genomen na een langdurig debat in de Tweede Kamer, is een reactie op een reeks uitdagingen waaronder gestegen bouwkosten, personeelstekorten, en de stikstofproblematiek. Het debat, dat zeven uur in beslag nam, maakte duidelijk dat minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat geen optimistisch nieuws kon brengen over de voortgang van deze projecten.

De focus wordt nu verlegd naar onderhoud en renovatie van bestaande infrastructuur. Dit is een strategische keuze om de beschikbare middelen efficiënter te gebruiken in het licht van de huidige problemen. Projecten zoals de aanpak van de A2 Deil-’s-Hertogenbosch-Vught, de verbetering van de A9 bij het Rottepolderplein, en de doorstroming van het Knooppunt Hoevelaken bij de A1/A28, staan nu op een laag pitje.

discussie

De discussie in de Tweede Kamer weerspiegelde ook de politieke verdeeldheid over deze kwestie. Linkse partijen toonden meer begrip voor de verschuiving van middelen naar onderhoud, terwijl rechtse partijen benadrukten dat nieuwe wegen essentieel zijn om Nederland bereikbaar te houden. Deze meningsverschillen onderstrepen de complexiteit van infrastructuurplanning in een tijd waarin zowel economische als ecologische factoren een rol spelen.

parkings

Een ander belangrijk onderwerp dat tijdens het debat naar voren kwam, was het tekort aan truckparkings in Nederland. Dit probleem heeft de aandacht van zowel politici als de transportsector. Het ministerie heeft stappen ondernomen om dit probleem aan te pakken, onder meer door EU-subsidies aan te vragen voor vijf nieuwe locaties en een pilotproject in Limburg te starten. Dit zou kunnen resulteren in 800 extra parkeerplaatsen. Bovendien wordt er samengewerkt met Duitsland voor de realisatie van een groot parkeerterrein voor vrachtwagens vlak over de grens bij Arnhem/Zevenaar.

Een ander belangrijk onderwerp dat tijdens het debat naar voren kwam, was het tekort aan truckparkings in Nederland.

Ook werd de ontwikkeling van een reserveringsapp voor truckparkings besproken. Deze app, die nog in de kinderschoenen staat, zou chauffeurs helpen bij het vinden van beschikbare parkeerplaatsen. Het ministerie zet zich in om de benodigde data van truckparkings te verzamelen en overweegt handhaving in te zetten om deze data beschikbaar te krijgen.

Tot slot kwam de ondersteuning voor kleine transportondernemingen (KTO’ers) aan bod. De Tweede Kamer vroeg de minister om een mkb-loket of expertisecentrum op te richten om steunmaatregelen voor deze ondernemers inzichtelijker te maken. Het ministerie werkt aan een subsidieregeling voor laadinfrastructuur en biedt via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ondersteuning aan kleine ondernemers. Daarnaast omvat de regeling een subsidie voor maatwerkadvies over laadinfrastructuur.

De valstrikken binnen de retourlogistiek bij online shoppen

Dropshipping én de vele problemen die klanten kunnen ervaren door in zee te gaan met dit soort ondernemers zijn echter geen nieuwe fenomenen.

Over het algemeen is producten terugsturen geen klimaatvriendelijke oplossing. Bedrijven die klanten ontmoedigen producten terug te sturen kunnen we alleen maar toejuichen. Toch gaat deze stelling niet altijd op blijkt uit vele reacties op ons eerder verschenen artikel. In een onthulling over de handelspraktijken van RÊVEUR AMSTERDAM, een bedrijf dat zich bezighoudt met dropshipping, komen ernstige tekortkomingen aan het licht die de rechten van consumenten in het gedrang brengen.

Dit bedrijf, dat reeds eerder bekritiseerd werd om zijn matige productkwaliteit, zoals blijkt uit diverse negatieve beoordelingen online, lijkt weinig respect te tonen voor de wettelijke rechten van de consument op het gebied van retourneren. Wij namen de proef op de som om de bedenkelijke handelswijzen van de dropshipper te onthullen. We kochten een product aan en vroegen het retourformulier aan, wat we niet ontvingen, en waren verbaasd bij het lezen van het antwoord. Uiteraard vroegen we de retour aan nadat we zelf hadden vastgesteld dat de kwaliteit ondermaats was.

retouradres

Een webwinkel is wettelijk niet verplicht is om een Nederlands retouradres te verschaffen. In plaats daarvan kunnen ze ervoor kiezen een ‘gemachtigde’, zoals de leverancier, aan te wijzen voor de afhandeling van retourzendingen. Deze aanpak is voordelig voor de webshop, aangezien zij hierdoor geen voorraad of geretourneerde producten hoeven te beheren. Echter, het is cruciaal dat de verkoper deze informatie duidelijk vermeldt bij de verkoop.

Bovendien is het essentieel dat de verkoper vooraf helder aangeeft wat de kosten zijn voor het terugsturen van de bestelling. Deze kosten kunnen namelijk aanzienlijk zijn. Het is op dit punt dat de genoemde webshop tekortschiet. Door niet transparant te zijn over deze aspecten, falen zij in het verstrekken van essentiële informatie aan de consument, wat kan leiden tot onverwachte en soms exorbitante kosten voor de klant die besluit een product te retourneren.

twijfelachtig

Hoewel Europese wetgeving consumenten het recht geeft om binnen 14 dagen na aankoop af te zien van hun online, telefonische of aan de deur gedane aankopen, neemt RÊVEUR AMSTERDAM een twijfelachtige houding aan in hun retourbeleid. Het bedrijf, dat beweert “liever geen retourzendingen te hebben gezien de CO2-uitstoot die vrijkomt bij het transportproces,” lijkt dit milieubewuste argument te gebruiken als een middel om klanten te ontmoedigen van hun recht op retourneren gebruik te maken.

In een ideale wereld zouden dropshippers altijd een Nederlands retouradres aanbieden en zouden ze klachten van klanten te allen tijde adequaat proberen af te handelen. En hoewel er heus dropshippers zijn die zich aan de regels proberen te houden, zijn er helaas ook een groot aantal die dat niet doen.

In een verklaring zegt het bedrijf: “Houd er rekening mee dat we geen gratis retourservice aanbieden, zoals vermeld in ons retourbeleid. Daarnaast is retourneren ook op eigen risico, dit betekent dat wij als bedrijf niet verantwoordelijk zijn als er iets met het pakket gebeurt.” Deze voorwaarden leggen een onevenredige last op de consument, die naast het betalen van retourkosten, ook het risico draagt van verlies of schade tijdens de verzending. Bovendien, door geen retouradres te verstrekken en te vermelden dat “de kosten van een retourzending afhankelijk zijn van het gewicht en het postkantoor en kunnen tussen de €20 en €35 liggen,” maakt de verkoper het proces nog onaantrekkelijker. Veel dropshippers weten dit ook wel, en dit is voor sommigen zelfs onderdeel van het verdienmodel.

Illustratie: Pitane Blue – dropshipping

De webshop moet vooraf héél duidelijk aangeven dat eventuele retourzendingen naar het buitenland moeten. Dit ergens wegstoppen in de algemene voorwaarden of in een retourformulier, is niet genoeg.

Verder waarschuwt het bedrijf: “De kans is groot dat je pakket door de douane wordt vastgehouden en dat je extra kosten moet betalen voordat je pakket ons magazijn in China kan bereiken. Wij zijn niet verantwoordelijk voor deze kosten en kunnen niet aansprakelijk worden gesteld als je pakket zoekraakt of vastzit bij de douane.” Deze benadering, die klanten afschrikt van het uitoefenen van hun recht, is niet alleen onethisch maar plaatst ook onredelijke hindernissen voor de consument.

compensatie

RÊVEUR AMSTERDAM, wat vorig jaar werd geregistreerd te Bussum door KZ Commerce op een adres waar meerdere virtuele kantoren zijn gevestigd, biedt als alternatief aan om “10% van de totale aankoopwaarde van je bestelling terug te storten op je eerder gekozen betaalmethode,” wat nauwelijks een redelijke compensatie lijkt voor de potentiële nadelen van het kopen bij hen.

Deze praktijken benadrukken het belang voor consumenten om voorzichtig te zijn bij het kopen van producten van online dropshippers. Met verborgen kosten, aanzienlijke risico’s bij retourzendingen en een gebrek aan verantwoordelijkheid van de verkoper, is het raadzaam om dergelijke bedrijven te vermijden en in plaats daarvan te kiezen voor gerenommeerde retailers, zowel online als in fysieke winkels. Dit biedt niet alleen meer zekerheid voor de consument, maar ondersteunt ook een duurzamere en ethisch verantwoordelijke manier van winkelen.

misleiding

Heeft u een aankoop gedaan op basis van misleidende informatie? Meld het bij ACM ConsuWijzer! Ook als u twijfelt of u bent opgelicht of misleid. Als meerdere consumenten dit melden, dan kan de Autoriteit Consument & Markt besluiten om onderzoek te doen naar de verkoper, een boete te geven of de verkoper dwingen om een gepaste oplossing te bieden.

Politieke kentekens nu onbedoeld op Nederlandse wegen door RDW fout

In Nederland kun je niet je eigen kenteken kiezen, om foute combinaties te voorkomen.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) heeft een opmerkelijke vergissing gemaakt bij de uitgifte van nieuwe kentekens voor lichte bedrijfswagens. De RDW heeft, tegen de gebruikelijke richtlijnen in, 42 kentekens uitgegeven met de combinatie ‘BBB’, een afkorting die ook bekend staat als de initialen van de politieke partij BoerBurgerBeweging. Deze fout kwam aan het licht bij de introductie van een nieuwe kentekenreeks, genaamd ‘sidecode 12’, specifiek voor voertuigen zoals busjes en pick-ups met een zogenaamd ‘grijs kenteken’.

De eerste bedrijfsauto die met dit nieuwe kenteken werd geregistreerd was een Ford Transit Connect, gemarkeerd met het kenteken V-01-BBB. Deze fout viel meteen op, aangezien politieke benamingen normaal gesproken zijn opgenomen in de lijst van verboden kentekens, samen met andere gevoelige of ongepaste combinaties zoals NSB, VVD, PVV en SGP.

De vergissing werd bevestigd door de persvoorlichter van de RDW. Zij verklaarde dat het uitgeven van kentekenbewijzen met de letter ‘B’ aan het begin van een drieletterige combinatie een onbedoelde fout was. De RDW heeft snel ingegrepen door over te schakelen naar de letter ‘D’, wat technisch de eenvoudigste en snelste oplossing bleek.

Foto: RDW – Eerste blauwe kentekenplaat

In tegenstelling met België is het in Nederland niet mogelijk om een gepersonaliseerd kenteken te kiezen. Momenteel bevinden we ons in de kentekenreeks met sidecode 10, die de opstelling ‘X-000-XX’ volgt. Hoewel er weinig ruimte is voor humoristische combinaties in deze reeks, zijn er in de toekomst meer mogelijkheden met de overgang naar sidecode 11, die de structuur ‘XXX-00-X’ zal hebben.

De RDW heeft echter al preventieve maatregelen genomen door alle klinkers uit het kentekenalfabet te verwijderen, waardoor combinaties als ‘KAK’ of ‘TOF’ niet zullen voorkomen. Bovendien zijn er diverse afkortingen en woorden die, hoewel technisch mogelijk, niet wenselijk zijn en daarom op de verboden lijst staan. Dit omvat politieke partijnamen en andere gevoelige of aanstootgevende combinaties zoals GVD, KKK, KVT, LPF, NSB, PKK, PSV, PVV, SGP, TBS, VVD, SS en SD.

Stakingsgolf en boerenprotesten teisteren Duits treinverkeer en wegen

GDL kondigt drie dagen van treinstakingen aan en de agrarische sector komt in actie tegen bezuinigingen.

De komende week is Duitsland het toneel van aanzienlijke protesten en stakingen, waardoor er aanzienlijke verstoringen verwacht worden in het transport, waaronder het treinverkeer. De Duitse treinbestuurdersvakbond GDL heeft een landelijke staking aangekondigd, die naar verwachting drie dagen zal duren. 

Deze staking, die op woensdag begint, is een reactie op het vastlopen van de loonbesprekingen met Deutsche Bahn en andere spoorwegmaatschappijen. Dit is niet de eerste keer dat de GDL actie onderneemt want sinds het begin van de loononderhandelingen in november hebben ze al tweemaal het treinverkeer voor personenvervoer stilgelegd met stakingen van 20 en 24 uur.

Naast de acties van de GDL zijn er ook protesten aangekondigd door de agrarische sector. De Duitse Boerenbond protesteert tegen bezuinigingsplannen en heeft ondanks een compromis van de overheid besloten om vast te houden aan het geplande protest. Ze zijn van plan om maximale aandacht te trekken en sommige actiegroepen hebben aangegeven het openbare leven plat te willen leggen. Dit kan leiden tot verkeershinder op grote wegen, met mogelijke blokkades door de boeren.

Foto: Pitane Blue – station Duisburg

De stakingen zijn het gevolg van verschillende parallelle protestacties van de Duitse Treinbestuurdersbond (GDL), de Duitse Boerenvereniging (DBV) en de Federale Vereniging van Wegvervoer, Logistiek en Verwijdering (BGL).

Deze stakingen en protesten zullen waarschijnlijk grote impact hebben op alle transportmodaliteiten in heel Duitsland. Naast de treinstakingen en demonstraties met tractoren, heeft ook de Federale Vereniging van Wegvervoer, Logistiek en Verwijdering (BGL) opgeroepen tot protestacties. Dit kan leiden tot vertragingen in het wegvervoer en in de levering van goederen. De activiteiten in de Duitse havens van Hamburg, Bremerhaven en Wilhelmshaven zullen naar verwachting ook aanzienlijk verstoord worden.

Digitale winkelwagens maken wereldreizen: hoe duurzaam is dropshipping?

De schaduwzijde van dropshipping: duurzaamheid en transparantie in het geding.

Dropshipping, een populaire e-commerce strategie, heeft zijn nadelen, vooral op het gebied van duurzaamheid. In het digitale tijdperk, waarin online winkelen via mobiele apparaten en computers een alledaags gemak is geworden, is dropshipping een aantrekkelijke optie voor veel ondernemers. De lage drempel om een webshop te starten en de ogenschijnlijke eenvoud van het dropshipping-model hebben geleid tot een significante toename van webshops in Nederland en België.

Bij dropshipping slaat een webwinkel de producten niet zelf op, maar worden deze direct van de leverancier naar de klant verzonden. Dit kan leiden tot langere wachttijden en hogere prijzen voor consumenten. Een veelvoorkomend probleem is dat klanten denken een product lokaal te bestellen, terwijl het in werkelijkheid van ver komt, vaak uit landen als China of Taiwan. Hoewel dropshipping een legale bedrijfsvorm is, ligt de verantwoordelijkheid bij de dropshipper om klanten goed te informeren over hun rechten en plichten.

Een belangrijk nadeel van dropshipping is de impact op duurzaamheid. De meeste producten leggen lange afstanden af, wat resulteert in een aanzienlijke ecologische voetafdruk. Dit wordt vaak over het hoofd gezien bij het online bestellen van producten. De lange transportroutes, vaak per vliegtuig of containerschip, dragen bij aan aanzienlijke CO2-uitstoot en andere vormen van milieuvervuiling.

De praktijk van het retourneren van producten is ook een punt van zorg. Klanten die gebruik maken van hun herroepingsrecht kunnen geconfronteerd worden met hoge kosten voor het terugsturen van producten naar landen als China, vaak meer dan de waarde van het product zelf. Dit ontmoedigt niet alleen het retourneren van producten, maar draagt ook bij aan een toename van afval en onnodige productie.

Voor dropshippers zijn er ook uitdagingen op het gebied van winstgevendheid. Omdat de leverancier een deel van de winst behoudt, zijn de marges voor de webwinkel vaak beperkt. Dit betekent dat er grote aantallen producten verkocht moeten worden om winstgevend te zijn.

“Ik zag net dat mijn bestelde trui uit China vertrekt. Echt duurzaam kan je mijn bestelling niet noemen. Als bewuste consument lees ik dat graag voorafgaande aan mijn bestelling.”

We krijgen wel eens de vraag van dropshippers of het ook verplicht is om te vermelden dat ze aan dropshipping doen. Het antwoord: nee, dat is niet verplicht. Je hoeft dus niet op je website te vermelden dat je een dropshipper bent. Kort gezegd, is dropshipping een webwinkel die niet zelf een voorraad aanhoudt, maar producten rechtstreeks door haar leveranciers aan haar klanten laat versturen. Dat klinkt natuurlijk best aantrekkelijk, maar in de praktijk gaat het af en toe goed mis. 

Bestellen met een achteraf geweten: duurzaamheidsuitdagingen in de dropshipping industrie.

Duurzaamheid binnen dropshipping is een complex vraagstuk. Hoewel dropshippers wettelijk verplicht zijn om goede producten te leveren en zich aan de retour- en garantieregels te houden, is er geen verplichting om een lokaal retouradres aan te bieden. Dit maakt het voor consumenten moeilijk om duurzaam te handelen. Het is daarom raadzaam voor bewuste consumenten om dropshippers te vermijden en fysieke winkels te bezoeken voor een duurzamere winkelervaring.

Om toch duurzaam te dropshippen, moeten ondernemers letten op de herkomst van de producten en kiezen voor leveranciers binnen Europa. De focus moet niet alleen liggen op bezorging en verpakking, maar ook op de productie en materialen van de producten zelf. Het kiezen van recyclebare of biologisch afbreekbare materialen, zoals biologisch textiel, en het vermijden van plastic zijn cruciale stappen richting duurzaamheid.

Er is een groeiende markt voor high ticket dropshipping, waarbij duurdere producten van Europese leveranciers worden aangeboden. Dit vermindert de afstanden die producten afleggen en stelt dropshippers in staat om toezicht te houden op de duurzame kwaliteit van de producten.

Samenvattend, hoewel dropshipping voordelen biedt voor ondernemers, zijn er aanzienlijke nadelen, vooral op het gebied van duurzaamheid. Het is belangrijk dat zowel ondernemers als consumenten zich bewust zijn van deze nadelen en stappen ondernemen om duurzamer te handelen binnen deze e-commerce strategie.

Elektrische bestelbusjes aan de ketting en de mobiliteitssector in rep en roer

Dat is zowat het minste wat je kunt stellen na de aankondiging van demissionair Minister Mark Harbers van Infrastructuur. Het OM heeft besloten de huidige vrijstellingsregeling, die het mogelijk maakt met een B-rijbewijs zwaardere elektrische bestelauto’s te besturen, slechts tot 1 juli 2024 te verlengen.

De recente beslissing van het Openbaar Ministerie (OM) om de huidige vrijstellingsregeling voor het besturen van zware elektrische bestelauto’s met een B-rijbewijs slechts tot 1 juli 2024 te verlengen, heeft voor opschudding gezorgd in de Nederlandse mobiliteitssector. Deze beslissing, die een directe impact heeft op de zero-emissie logistiek, wordt breed gezien als een bedreiging voor de voortgang naar duurzame en leefbare steden.

Onder de huidige regeling mogen bestuurders met een B-rijbewijs elektrische bestelauto’s besturen tot 4.250 kg, een vrijstelling voor het C-rijbewijs. Deze regeling is belangrijk om het extra gewicht van de batterijen te compenseren zonder verlies van laadvermogen. Er wordt gevreesd dat deze wijziging duurzame logistieke inspanningen zal ondermijnen en efficiëntie zal verminderen, vooral in binnensteden en winkelgebieden.

Deze beslissing heeft tot grote bezorgdheid geleid bij diverse organisaties, zoals Transport & Logistiek Nederland (TLN), Koninklijke RAI Vereniging, evofenedex, VNA, BOVAG, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, INretail, VNO-NCW en MKB-Nederland. Ze beschouwen de termijn als te kort en onacceptabel, vooral omdat veel bestuurders geen grootrijbewijs hebben.

“Er is een pilot geweest waaruit niet is gebleken dat dit type bestelauto onveiliger zou zijn. Bovendien zijn deze voertuigen allemaal toegelaten door de RDW. Sinds wanneer is het dan het Openbaar Ministerie dat bepaalt of iets veilig of onveilig is? Dit is toch een beetje de wereld op zijn kop!”

Elisabeth Post, voorzitter van Transport en Logistiek Nederland (TLN)

Post benadrukt dat de veiligheid van elektrische bestelauto’s niet in het geding is, gezien eerdere pilots en RDW-goedkeuringen. De sector pleit voor een verlenging van de regeling tot minimaal 1 januari 2025 om de nodige wetgevingsaanpassingen door te voeren. 

DHL bezorgdienst

“Een bedrijf als DHL kan een investering van 40 miljoen euro letterlijk langs de weg parkeren en wij niet alleen. Maar nog teleurstellender is dat de overheid de energietransitie van de sector hiermee regelrecht dwarsboomt. De overheid die ons eerst opriep deze investering te doen, legt diezelfde bussen nu de facto aan de ketting.”

Roelof Hofman, COO bij DHL

Dit besluit raakt ook grote spelers zoals DHL, die aanzienlijk hebben geïnvesteerd in elektrische bestelauto’s. Zij zien nu mogelijk hun investeringen en inspanningen voor de energietransitie gefrustreerd. Roelof Hofman, COO bij DHL, uit zijn teleurstelling over de mogelijkheid dat een groot deel van hun elektrische vloot ongebruikt blijft.

Er is een aanzienlijk tekort aan bestuurders met een C-rijbewijs, wat een extra uitdaging vormt voor bedrijven die in elektrische bestelauto’s hebben geïnvesteerd. Verschillende brancheorganisaties doen nu een dringende oproep aan de nieuwe Tweede Kamer om in te grijpen en de overgang naar duurzame, elektrische voertuigen te ondersteunen. Zij hopen op een flexibele verlenging van de gedoogregeling totdat er nieuwe wetgeving van kracht wordt.

Vanaf 2024 rijbewijs C nodig voor duurzaam rijden met elektrische bedrijfsvoertuigen

Demissionair minister Harbers van Infrastructuur heeft aangekondigd dat de huidige uitzondering vanaf juli 2024 niet meer zal gelden.

Het einde van de proeftuinperiode voor het rijbewijsvrijstelling van elektrische bedrijfsvoertuigen nadert. Deze proeftuin stond chauffeurs toe om elektrische bedrijfswagens die het maximale toegestane gewicht van 3.500 kg overschrijden tot maximaal 4.250 kg te besturen zonder het bezit van een rijbewijs C. De wijziging om deze vrijstelling permanent te maken is in gang gezet maar ondervindt vertraging door complexe voorwaarden uit de Richtlijn Rijbewijzen.

Na afstemming met de handhavende instanties en de Europese Commissie, is er een tijdelijke oplossing bereikt. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zal niet handhavend optreden tegen chauffeurs die zonder rijbewijs C deze voertuigen besturen, onder bepaalde voorwaarden. Dit besluit is genomen om te voorkomen dat elektrische voertuigen met een tenaamstelling van voor 1 oktober 2023 buiten gebruik gesteld worden.

Echter, vanaf 1 juli 2024 zal deze uitzondering niet meer gelden, en moeten bestuurders van elektrische bedrijfsvoertuigen alsnog in het bezit zijn van een vrachtwagenrijbewijs. Deze aankondiging is gedaan door demissionair minister Harbers van Infrastructuur. Dit besluit is een tegenvaller voor ondernemers die geïnvesteerd hebben in duurzaam vervoer, aangezien zij nu geconfronteerd worden met extra kosten.

De Nederlandse overheid streeft ernaar om vanaf 2025 stadscentra te bevoorraden met uitstootloze voertuigen. Dit betekent dat chauffeurs vanaf dat moment ook in het bezit moeten zijn van een vrachtwagenrijbewijs om deze voertuigen te besturen. Deze verandering kan aanzienlijke gevolgen hebben voor ondernemers die hebben geïnvesteerd in deze elektrische voertuigen, omdat het leidt tot extra kosten voor het behalen van het vereiste rijbewijs.

Afbeelding: Pitane Blue – goed uitkijken welk rijbewijs noodzakelijk is voor een busje.

In de tussentijd is er een samenwerking tot stand gekomen tussen verschillende instanties, waaronder de ILT, JenV, RDW, de politie, het OM, verzekeraars en de Europese Commissie, om een oplossing te vinden voor de handhaving van de nieuwe Richtlijn Rijbewijzen.

Elektrische voertuigen zijn zwaarder dan traditionele bedrijfswagens vanwege de gewichtige batterijpakketten, waardoor ze vaak het maximumgewicht van 3.500 kg overschrijden. Deze situatie speelt in een bredere context van de inspanningen om steden te bevoorraden met uitstootvrije voertuigen vanaf 2025. Er zijn echter verschillende regelingen en uitzonderingen die het aantrekkelijk maken voor ondernemers om dieselvoertuigen aan te schaffen. Zo mogen dieselbusjes en vrachtwagens die voor 2025 zijn gekocht, nog tot 2028 rondrijden, wat de effectiviteit van de zero-emissiezones in de eerste jaren beperkt.

De oplossing, bereikt in samenwerking met verzekeraars, Justitie en Veiligheid (JenV), Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), ILT, politie, Openbaar Ministerie (OM) en de Europese Commissie, combineert tijdelijk niet handhavend optreden met het streven om de vrijstelling permanent te maken, waarbij de verkeersveiligheid voorop blijft staan.

Prijsstijgingen in Parijs zijn de onverwachte last van de spelen van 2024

De manier waarop de kosten worden doorberekend aan gebruikers van het openbaar vervoer, blijft een punt van discussie.

De Olympische Spelen van 2024 in Parijs brengen meer met zich mee dan alleen sportieve opwinding. Een recente aankondiging door Île-de-France Mobilités (IDFM) over een nieuw tariefsysteem voor het openbaar vervoer, specifiek ontworpen voor de Spelen, heeft voor opschudding gezorgd. Deze aanpassing gaat in tegen de eerder beloofde gratis vervoersmogelijkheden tijdens de Olympische Spelen, wat tot veel discussie heeft geleid.

IDFM heeft de nieuwe ‘Paris 2024’ pas gepresenteerd, die toegankelijk zal zijn van 20 juli tot en met 8 september, bedoeld om de toeristische ervaring te vergemakkelijken en wachtrijen te beperken. Laurent Probst, algemeen directeur van IDFM, benadrukt dat deze pas gericht is op het verbeteren van de informatieverstrekking aan passagiers en het beheer van passagiersstromen. Met tarieven variërend van 16 euro voor één dag tot 70 euro voor een week, is deze pas beduidend duurder dan de huidige weektarieven.

Dit nieuwe tariefbeleid, dat speciaal voor de Olympische Spelen wordt ingevoerd, roept vragen op over de toegankelijkheid en betaalbaarheid van vervoer voor zowel toeristen als lokale inwoners.

Afbeelding: Pitane Blue – Parijs in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2024

“Deze Paris 2024 pas is ontworpen om de toeristische ervaring zoveel mogelijk te vereenvoudigen, maar ook om wachtrijen te beperken en ticketagenten in staat te stellen zich te concentreren op het verstrekken van informatie aan passagiers en het beheren van de passagiersstroom.”

Laurent Probst, algemeen directeur van IDFM

Deze tariefverhoging is een onderdeel van een groter plan waarin IDFM 200 miljoen euro investeert om de metro- en treindiensten met 15% te verhogen tijdens de Olympische Spelen. Dit plan is gericht op het accommoderen van de verwachte 10 miljoen toeristen. Valérie Pécresse, president van de regionale raad van Île-de-France, heeft benadrukt dat het belangrijk is om “de juiste prijs” vast te stellen, waarbij lokale bewoners niet de lasten zullen dragen van deze verhogingen. Abonnees met een maand- of jaarabonnement van Navigo, een Imaginaire R-pas of een seniorenpas worden niet getroffen door deze verhogingen.

“Er is geen sprake van dat Francilianen deze kosten betalen. Abonnees met een maandelijks of jaarlijks Navigo-abonnement, een Imaginaire R-pas of een seniorenpas zullen niet worden getroffen door deze verhogingen.”

Valérie Pécresse, president van de regionale raad van Île-de-France

Deze aankondiging komt te midden van onvrede onder Parijzenaars over de recente stijging van de Navigo-pas, die in januari 2024 van €86,10 naar €86,40 per maand zal gaan, een stijging die wordt toegeschreven aan de 2% inflatie. Dit alles wijst op een groeiende zorg onder burgers over de toenemende kosten in verband met de Olympische Spelen van 2024.

Nieuwe douaneregels, maar wat betekent dit voor exporteurs?

De implementatie van TOM legt een nieuwe reeks verantwoordelijkheden op aan zowel exporteurs als importeurs, met name in de voedingssector.

Het Verenigd Koninkrijk zet een volgende belangrijke stap in de herziening van zijn douaneprocedures door vanaf 31 januari 2024 een nieuw Border Target Operating Model (TOM) te implementeren. Dit model introduceert extra douaneregels voor de invoer van goederen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de controle van veterinaire en fytosanitaire producten.

Deze nieuwe regelgeving vereist dat exporteurs naar het VK, vanaf 31 januari 2024, een Entry Summary Declaration (ENS) indienen voordat ze goederen vervoeren. Bovendien is voor een aanzienlijk aantal dierlijke en plantaardige producten een fytosanitair of veterinair certificaat verplicht, zeker als deze een medium of hoog risico vormen voor de Britse markt.

Een verdergaande stap staat gepland voor 30 april 2024, want dan zal VK Border Control Posts openen. Deze posten zijn speciaal bedoeld voor de inspectie van risicovolle dierlijke en plantaardige producten uit de Europese Unie. Exporteurs worden geadviseerd om tijdig te beslissen of ze de keuringsprocessen zelf regelen of uitbesteden aan een logistiek dienstverlener. De laatste optie biedt het voordeel dat deze dienstverleners vertrouwd zijn met de regels en procedures, en vaak efficiënter kunnen werken.

Voor bepaalde fytosanitaire ladingen is het ook mogelijk om als bedrijf zelf keuringen uit te voeren, mits men voldoet aan strikte regels en eigen controlemedewerkers opleidt.

Afbeelding: Pitane Blue – douanebeambten controleren diverse goederen,

Terwijl exporteurs zich aanpassen aan de nieuwe eisen van het Border Target Operating Model (TOM) van het Verenigd Koninkrijk, benadrukt deze verandering de noodzaak voor bedrijven om nauwkeurig op de hoogte te blijven van de internationale handelsregelgeving.

Belangrijk om te weten is dat voor alle veterinaire ladingen en voor fytosanitaire producten met een medium of hoog risico een voormelding vereist is in het Britse IPAFFS-systeem voordat ze in het VK aankomen. Dit vraagt om nauwkeurige coördinatie met de Britse importeur of zijn vertegenwoordiger. Opmerkelijk is dat voor laag-risico fytosanitaire ladingen, zoals groente en fruit uit de EU, geen voormelding in IPAFFS nodig is na 31 januari 2024, aangezien het VK deze als laag risico beschouwt.

Exporteurs van groente en fruit moeten echter nog steeds een kwaliteitskeuring aanvragen via e-CertNL, uitgevoerd door de KCB. Het certificaatnummer dat hieruit voortvloeit, moet op de uitvoeraangifte aan de Douane vermeld worden. Dit nieuwe TOM markeert een significante verandering in de handelsrelatie tussen het VK en de EU, waarbij exporteurs zich moeten aanpassen aan de nieuwe eisen om hun goederen efficiënt en zonder hindernissen de Britse markt op te krijgen.

Verdeeldheid over de haalbaarheid van het rijdend laden van vrachtwagens

De mogelijke aanleg van een ERS-traject vraagt om een gedegen voorbereiding. Hierbij zal in het bijzonder gekeken worden naar de investeringsbereidheid van andere partijen naast de Rijksoverheid en of er voldoende transporteurs bereid zijn ERS te zullen gaan gebruiken.

Steeds meer vormt de beschikbaarheid van laadinfrastructuur voor elektrische vrachtwagens en de daarvoor noodzakelijke netcapaciteit een knelpunt voor een succesvolle transitie naar emissievrij wegtransport. Electric Road Systems (ERS) vormen een innovatieve benadering in de strijd tegen klimaatverandering en luchtvervuiling, vooral binnen de transportsector. Deze systemen, die nog in een experimentele fase zijn, bieden een directe elektriciteitsvoorziening aan voertuigen terwijl ze rijden, wat vooral relevant is voor zwaar transport zoals vrachtwagens.

Nederland zet een grote stap richting een schonere toekomst met de invoering van zero-emissiezones in dertig tot veertig gemeenten vanaf 2025. Deze ingrijpende maatregel betekent dat alleen nieuwe, emissievrije vrachtwagens deze zones mogen betreden. Voor bestaande vrachtwagens is er een overgangsregeling tot 2030. Deze verandering is onderdeel van een bredere strategie om de uitstoot van de wegtransportsector te verminderen, waarbij de focus verschuift van dieselvrachtwagens naar emissievrije alternatieven.

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, samen met de vertegenwoordigers van de vervoerssector zoals evofenedex, TLN en VERN, hebben het concept-meerjarenprogramma 2026-2030 geïnitieerd. Dit programma richt zich op de verduurzaming en innovatie van het wegtransport. Interessant is dat er plannen zijn om al in 2024 te starten met de verduurzamings- en innovatiemaatregelen. Een concept-stimuleringspakket voor de periode 2024-2025 werd ook opgesteld en ter consultatie aangeboden via internet. Uit deze consultatie kwamen 36 reacties, waarvan 32 openbaar zijn gemaakt. De meeste feedback kwam van belangengroepen en individuen die direct betrokken zijn bij aspecten zoals laadinfrastructuur en de exploitatie van elektrische en waterstofvrachtwagens.

Electric Road Systems (ERS)

De invoering van de vrachtwagenheffing zal ook een rol spelen, waarbij de opgehaalde fondsen met rente terugbetaald dienen te worden. De algemene reactie op het concept-stimuleringspakket en het meerjarenprogramma was positief. Toch bestaat er geen consensus over de haalbaarheid van Electric Road Systems (ERS). Er zijn zorgen over de volwassenheid van deze technologie en het aanwezige draagvlak. Sommige partijen pleiten voor een verschuiving naar batterijtechnologie, gezien de snelle ontwikkelingen op dit gebied.

De ERS-concepten bouwen voort op elektriciteit die aan het voertuig wordt geleverd door bovenleidingen of vanuit de grond (weg). Bovengrondse transmissietechnologie is gebaseerd op geleiding, waarbij het voertuig via een soort pantograaf verbinding maakt met de transmissielijnen. De grondgebonden technologieën kunnen geleidend of inductief zijn.

Het begrip elektrische weg of elektrisch wegsysteem (ERS) is een weg die draadloos opladen via inductieve spoelen die in de weg zijn ingebed.

De implementatie van ERS zou aanzienlijke investeringen vereisen zonder bestaande infrastructuur, wat leidt tot extra kosten voor kabels, transformatoren en andere infrastructuur. Er zijn ook zorgen over de impact op het elektriciteitsnet. Anderzijds zien sommige partijen ERS juist als een oplossing voor bestaande vraagstukken en een middel om de uitrol van elektrische vrachtwagens te versnellen. De Nationale Agenda Laadinfrastructuur benadrukt het belang van standaardisatie en een Europese aanpak voor het succes van ERS. Er zijn ook suggesties om de middelen voor ERS te herverdelen naar direct haalbare technologieën, zoals subsidies voor elektrische vrachtwagens.

De technologie achter ERS is gebaseerd op verschillende methoden om elektriciteit over te brengen naar voertuigen. Een van de meest besproken methoden is het gebruik van bovenleidingen, vergelijkbaar met die gebruikt bij trams of treinen. Vrachtwagens uitgerust met een pantograaf (een uitschuifbare arm) kunnen deze bovenleidingen gebruiken om tijdens het rijden stroom te ontvangen. Een andere methode is het inductief laden, waarbij elektriciteit draadloos wordt overgedragen via spoelen die in het wegdek zijn ingebed.

De kosten voor de aanleg van een ERS-traject zijn aanzienlijk: € 3,3 miljoen per kilometer in beide rijrichtingen (exclusief de kosten voor het afsluiten van de autosnelweg), maar recente studies10 tonen aan dat deze kosten, onder voorwaarden, kunnen worden terugverdiend.

De kosten voor het aanleggen van de nodige infrastructuur zijn aanzienlijk. Voor bovenleidingen betekent dit het opzetten van een netwerk van elektrische leidingen boven wegen, en voor inductief laden de integratie van technologie in het wegdek. Daarnaast zijn er vragen over de duurzaamheid van de technologie, gezien de snelle vooruitgang in batterijtechnologie en andere vormen van duurzaam vervoer.

Transporteurs rijden en laden op zon voor duurzaam transport

Meer of volledig elektrisch rijden is een ambitie van een toenemend aantal transportbedrijven. Alle stukjes van deze ingewikkelde legpuzzel zijn inmiddels gelegd door Zonnegilde.

De installateur gevestigd in Kampen, zet grote stappen in de transitie naar duurzaam transport. Hun nieuwe propositie, ‘Laden op Zon’, is nu gereed om op grotere schaal te worden geïmplementeerd, specifiek gericht op bedrijven met een omvangrijk wagenpark van minstens vijftig vrachtwagens. Deze ontwikkeling, voortkomend uit een tweejarige samenwerking met twee initiële klanten, heeft geleid tot een beproefd concept met een economisch solide basis.

De druk op transportbedrijven om over te stappen naar meer, zo niet volledig, elektrisch rijden neemt toe. Deze verschuiving wordt ingegeven door zowel kostenefficiëntie als toenemende eisen van opdrachtgevers voor duurzame transportoplossingen. De overstap naar elektrisch transport brengt echter aanzienlijke uitdagingen met zich mee, waaronder de vervanging van het bestaande wagenpark door elektrische vrachtwagens, het opzetten van een adequate laadinfrastructuur, en de integratie van batterijopslag en energiemanagementsystemen. Daarnaast moeten vaak contracten met energieleveranciers worden herzien en financierings- en netcongestieproblemen worden aangepakt.

Zonnegilde heeft als specialist in zonne-energieopslag en laadprojecten voor het midden- en kleinbedrijf en vastgoedeigenaren deze uitdagingen aangepakt. Het bedrijf heeft succesvolle projecten uitgevoerd voor grote transporteurs zoals Oegema Transport en E. van Wijk, gericht op de verduurzaming van hun totale energiehuishouding. De directeur van Zonnegilde, Gerard de Ruiter, benadrukt dat ‘Laden op Zon’ gebaseerd is op drie pijlers: technische haalbaarheid van lokaal elektrisch laden (zelfs bij netcongestie), financiële haalbaarheid door competitieve prijzen ten opzichte van publieke laadpunten, en een sluitende businesscase met flexibele investeringsopties.

Door de nadruk te leggen op duurzaamheid, economische efficiëntie, en energieonafhankelijkheid, stelt Zonnegilde bedrijven in staat om hun activiteiten te verduurzamen en tegelijkertijd te profiteren van financiële voordelen.

Zonnegilde werkt samen met ervaren partners voor het laad-, opslag- en energiemanagementsysteem. De Ruiter legt uit dat ze een ‘one stop shop’-aanpak hanteren, waarbij ze nauw samenwerken met hun klanten gedurende het gehele proces, van advies tot technische realisatie. Dit omvat ook advies over het terugleveren van stroom en de verduurzaming van vastgoed.

Met tien jaar ervaring in de installatie van grootschalige zonne-energieprojecten, beschikt Zonnegilde over uitgebreide technische kennis. De uitbreiding naar batterijopslag en -laden was een logische stap. De Ruiter benadrukt de voordelen voor transportbedrijven: lagere netto energiekosten, een voorspelbaar energietarief dankzij zelf opgewekte stroom, een verlaagde CO2-voetafdruk, en het voldoen aan de vraag van opdrachtgevers en nationale trends naar een nul-emissiebeleid in grote steden vanaf 2025.

Foto artikel: Gerard de Ruiter van Zonnegilde staat bij Oegema Transport naast de batterij en tankunit. 

Vroommm, de politieke kaarten voor onze mobiliteit worden geschud

Nederland gaat rechtsaf. We gaan 140 km/u rijden en er zal niet bezuinigd worden op de aanleg van nieuwe wegen.

Deze ‘monsterzege’, zoals verschillende media het beschrijven, markeert een belangrijke verschuiving in de Nederlandse politiek. Nu de PVV van Geert wilders de grootste politieke partij van Nederland is geworden na de verkiezingen van 22 november 2023 worden ook de kaarten geschud voor de mobiliteit in ons land. Na de verkiezingsoverwinning van de PVV onder leiding van Geert Wilders op 22 november 2023, zijn er specifieke standpunten van de partij over mobiliteit, verkeer en openbaar vervoer in Nederland.

De PVV beschouwt mobiliteit als een belangrijke voorwaarde voor vrijheid en streeft ernaar om deze zowel beschikbaar als betaalbaar te houden. De focus ligt op het behoud van betaalbaar openbaar vervoer en autorijden, met een nadruk op de auto als belangrijk vervoermiddel. Toch biedt het partijprogramma van de PVV weinig specifieke inzichten of standpunten over Schiphol, het openbaar vervoer of de wegeninfrastructuur, en is mobiliteit slechts summier aanwezig in het programma. De partij richt zich voornamelijk op andere thema’s, hoewel de PVV destijds opkwam voor de Nederlandse luchtvaartsector. 

PVV-voorman Geert Wilders

“Laten we zoeken naar overeenkomsten en kijken waar we elkaar kunnen vinden, geen enkele democraat in Nederland kan die twee miljoen kiezers negeren”, aldus Geert Wilders in een eerste reactie na het bekend worden dat zijn partij de grootste van Nederland was geworden.

Door te stellen dat “niemand meer om de PVV heen kan” na een verpletterende zege, wordt de krachtige positie van de partij in de Nederlandse politiek onderstreept. De standpunten over mobiliteit zijn duidelijk na de politieke aardverschuiving. De PVV is tegen kilometerheffing en forenzentaks, pleit voor het afschaffen van 80-kilometerzones en wil de snelheidslimiet op bepaalde wegen verhogen naar 140 km/u. De PVV stelt een verplichte invoering voor van een rijtest voor beroepschauffeurs uit de MOE-landen. Dit omvat vaak landen als Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Bulgarije, en soms de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen).

De partij wil de flitsmarge op hoofdwegen verruimen en de Europese rij- en rusttijdenregeling voor vrachtwagenchauffeurs afschaffen. Ook pleit de PVV voor het afschaffen van milieuzones. Wat betreft Schiphol, stelt de partij dat de luchthaven moet kunnen groeien en dat er niet te streng moet worden omgegaan met regelgeving. Er wordt gepleit voor een publicatieplicht van benzineprijzen en er wordt voorgesteld om de bonuscultuur bij NS en ProRail te stoppen en de regie over het spoor terug te brengen naar het rijk. De PVV wil meer bevoegdheden voor conducteurs om wat Wilders benoemd als ’tuig’ aan te kunnen pakken.

Foto: Pitane Blue – Geert Wilders tijdens Boerenprotest Zuiderpark Den Haag

De structuur van de PVV zonder leden heeft zowel praktische als ideologische implicaties voor de Nederlandse politiek. Het biedt Wilders een unieke mate van controle en wendbaarheid, maar het roept ook vragen op over de interne democratie en representativiteit van de partij.

Geert Wilders (60), geboren op 6 september 1963, en zijn Partij voor de Vrijheid (PVV) hebben een unieke positie in het Nederlandse politieke landschap, met name vanwege hun structuur als een partij zonder leden. Dit onderscheidt de PVV van traditionele politieke partijen in Nederland en heeft zowel voordelen als nadelen.

geen leden

De PVV, opgericht in 2006 door Wilders, is georganiseerd als een stichting in plaats van een ledenpartij. Dit betekent dat er geen lidmaatschap mogelijk is voor het publiek. Geert Wilders is de enige officiële lid van de partij. Deze structuur geeft Wilders volledige controle over de partij en haar koers, waardoor hij snel en zonder intern overleg beslissingen kan nemen. Dit kan worden gezien als een voordeel in termen van efficiëntie en het vermijden van interne conflicten en machtsstrijd, wat vaak voorkomt in traditionele partijen.

Aan de andere kant brengt deze opzet ook nadelen met zich mee. Door het ontbreken van een breed ledenbestand mist de PVV de input, betrokkenheid en steun van een traditionele partijbasis. Dit kan leiden tot beperkingen in het bereiken van een breder publiek en het creëren van een breed gedragen draagvlak voor hun politieke standpunten. Bovendien kan het gebrek aan interne democratie en diversiteit van meningen binnen de partij leiden tot een eenzijdig beleid, wat kritiek kan opleveren over de representativiteit van de partij.

thema’s

De PVV heeft zich voornamelijk gericht op thema’s zoals immigratie, islam, nationale soevereiniteit, en de Europese Unie. Wilders is bekend om zijn uitgesproken en soms controversiële standpunten op deze gebieden, wat vaak leidt tot hevige debatten zowel binnen als buiten Nederland. De partij heeft een aanzienlijke aanhang onder kiezers die zich zorgen maken over immigratie en de invloed van de EU, maar heeft ook felle tegenstanders vanwege haar vaak polariserende standpunten.